14 Bijlage 12b Reactie per zienswijze
Tekst van het document
19.
8.
Zienswijze MER Smartvoort P.5: varianten a t/m d: de politiek spreekt steeds van SmartVoort. Wat bedoelen zij daarmee?
Het begrip Smartvoort komt uit het rapport van Ecorys Onderzoek arbeidsvraag Wijkevoort (augustus 2019). In dit rapport zijn verschillende scenario's onderscheiden, Smartvoort is 1 van deze 4.
In het Smartvoort-scenario is mede door verregaande automatisering, maatwerkproductie en reshoring zowel smart industry als smart logistics in Tilburg tot bloei gekomen. In dit scenario wordt technisch en hoogopgeleid talent gebonden. De industrie is dan op zoek naar de "human touch,"om de vraaggerichte producten te personaliseren. Hierin zijn creativiteit en digitale vaardigheden van belang. 19.
9.
Zienswijze MER Gevoelige bestemmingen P.5: “... in verband met aanwezige gevoelige De genoemde gevoelige bestemmingen betreffen inderdaad woningen. bestemmingen in de omgeving ...” Wordt hier bedoeld dat er ook mensen wonen? Is dit vakjargon of een manier om weer te verbloemend dat er mensen wonen in en rond plangebied Wijkevoort?
De weg Wijkevoort met laanbeplanting wordt behouden.
Behoud aantal panden aan de Hultenseweg 8 (woning en schuur), Hultenseweg 13 (schuur) en Hultenseweg 35 (woning en schuur) (verankerd in het bestemmingsplan)
19.
10.
Zienswijze MER NatuurNetwerkBrabant P.6: “De aanwijzing van het Wijckermeer als onderdeel van het NatuurNetwerkBrabant (NNB) komt als gevolg van het voornemen mogelijk gedeeltelijk te vervallen.” Einde doelstelling om landschappelijke en natuurwaarden te versterken. Sterker nog: het Wijckermeer en bijbehorende bos zijn NatuurNetwerkBrabant. En in plaats van een bufferzone rondom NNB gebieden in te richten en het gebied verplicht te beschermen wordt straks dit stuk NBB aan 3 kanten over een afstand van 2 km omringd door een industrieterrein, en de EVZ’s (Hultense Leij en Aalstraatse Leij) over een afstand van 3,5 km. Wezenlijke kenmerken als rust, stilte en donkerte worden aangetast. Het leef- en rustgebied van de reeën straks langs 3 kanten begrensd door vrachtverkeer.
In de worst-case benadering van het MER is vermeld dat de NNB-status van het Wijckermeer mogelijk komt te vervallen. In het bestemmingsplan wordt echter geen NNB herbegrensd: zowel het Wijckermeer als het aangrenzende bosgebied hebben een natuurbestemming gekregen. Hetzelfde geldt voor de te ontwikkelen evz’s Groote Leij en Hultensche Leij. Omdat evz’s in stedelijk gebied meer verstoring kunnen vinden dan in landelijk gebied, worden deze als 50 meter brede strook ontwikkeld in plaats van 25 meter. Specifieke maatregelen tegen geluidsverstoring in het NNB is niet nodig geacht omdat zowel het bos als het Wijckermeer door snelweglawaai en vliegverkeer al een hoge achtergrondverstoring hebben. Door ontwikkeling van het groenblauw raamwerk worden voldoende verbindingen behouden tussen het bos en Wijckermeer enerzijds en de beekdalen anderzijds. Wel achten wij het van belang om naast de bestaande regels voor verlichting in de Ontwikkelleidraad een aanvullende regel op te nemen om lichtverstoring van het NNB te voorkomen. Deze regel zal de volgende strekking krijgen: “op bedrijfskavels grenzend aan het Natuurnetwerk Brabant wordt lichtuitstraling naar het aangrenzende natuurgebied voorkomen”. Voor reeën wordt bestaand leef- en rustgebied inderdaad in de nieuwe situatie begrensd door bedrijventerrein. De ontwikkeling kan daardoor een negatief effect hebben op de lokale reeënpopulatie.
Dit effect zal deels worden verminderd doordat reeën ook zullen profiteren van de aanleg van uilencompensatiegebied: een kleinschalig landschap dat interessanter is als foerageergebied dan de huidige grootschalige akkers. Los daarvan is het ree een soort waarvoor geen specifieke beschermingsregels in de Wet Natuurbescherming gelden ten aanzien van verstoring door ruimtelijke ontwikkelingen.
19.
11.
Zienswijze MER Natuurcompensatie P.6: “Nieuwe natuur wordt toegevoegd ... voor waterberging en/of natuurcompensatie (ca 16ha)” De suggestie wordt gewekt dat er iets geweldigs gebeurt terwijl het hier gaat om compensatie van de schade die wordt aangericht.
zie 19.5
19.
12.
Zienswijze MER Recreatie P.6: Wijkevoort compact: “Recreatief medegebruik beperkt zich tot extensieve vormen.” Waarvan akte.
Dank voor het indienen van deze zienswijze, we hebben de inhoud van (dit deel van) de zienswijze doorgenomen en we nemen deze voor kennisgeving aan.
19.
13.
Zienswijze MER Recreatie P.7: Wijkevoort verspreid: “in dit alternatief wordt Wijkevoort als recreatieplas ingericht.” Recreëren op een industrieterrein. Leuk. Is er onderzoek gedaan naar de behoefte hiervan? En naar de effecten? Het is tegenstrijdig met de NNB status.
De recreatieve mogelijkheden van Wijkevoort worden vergroot: er wordt een fijnmaziger padenstructuur aangelegd voor voetgangers, paardrijders en fietsers. De locaties waar deze structuren komen te liggen vallen grotendeels samen met de ontwikkeling van het groenblauwe lint, zoals retentiezones, beekdalen en een gevarieerder landschap. Het Wijckerbos en Wijckermeer blijven gehandhaafd en worden ontsloten voor extensieve recreatie.
19.
14.
Zienswijze MER Verkeerveiligheid P.8: tabel verkeersveiligheid: 0 Hoe kan dat? Er zal in alle varianten meer verkeer zijn, 18.500 verkeersbewegingen per dag, ook sluipverkeer, dus de verkeersveiligheid zal hoe dan ook afnemen
In de MER is een aantal varianten afgewogen. Het betreft varianten van 30 hectare en varianten van 80 hectare. Het aantal van 18.500 verkeersbewegingen per etmaal is alleen aan de orde als het bedrijventerrein met 80 hectare en 100% logistiek wordt gerealiseerd. Bij de variant 30 hectare is de hoeveelheid verkeer, bij 100% logistiek, 7.100 verkeersbewegingen per etmaal. In het bestemmingsplan is sprake van een bedrijventerrein van 37 hectare. De daarbij behorende verkeersproductie is 8.700 verkeersbewegingen per etmaal. Het extra verkeer wordt, ongeacht de variant, via de bestaande hoofdinfrastructuur afgewikkeld. Op het bedrijventerrein zelf vindt de afwikkeling plaats via een speciaal daarvoor te realiseren infrastructuur. Daarin wordt voorzien in een aparte fietsinfrastructuur. Bij de beoordeling van de verkeersveiligheid is getoetst of de beoogde vormgeving van de kruispunten voldoet bij de optredende verkeersintensiteiten. Als deze voldoet kan de doorstroming worden gegarandeerd en bieden de verkeerslichten een voldoende veilige ruimte voor elke verkeersstroom. De aanpassingen aan de infrastructuur zijn een randvoorwaarde bij de realisatie van het bedrijventerrein, waarmee de veiligheid is elke variant geborgd is en de score uitkomt op neutraal.
19.
15.
Zienswijze MER Geluidsgehinderden P.9: tabel geluidsgehinderden: - In de MER uit 2011 stond: Het verschil wordt verklaard door de volgende aspecten. Bij de MER 2011 is een --- Vanwaar nu deze positievere beoordeling andere scoringsdefinitie gebruikt dan bij de MER 2020. Daarnaast beschrijven de
Ja OL
MER ‘ren verschillende scenario’s. Het MER 2011 bevatte de scenario’s Hoog. 110 ha bedrijventerrein met zwaardere industrie (cat 3 en 4) en Laag. 60 ha bedrijventerrein met lichtere industrie Het MER 2020 kende vijf scenario’s, vier scenario’s welke betrekking hebben op 80 ha. en één scenario op 30 ha. De genoemde scores uit de zienswijze m.b.t. MER 2011 hebben betrekking op de variant ‘Hoog’ uit het MER 2011. De genoemde scores uit de zienswijze m.b.t. MER 2020 hebben betrekking op: Geluid: vier varianten 80 ha met verschillende % logistiek Lucht: deze beoordeling (-) is niet terug te vinden in de genoemde tabel op p.9. Alle varianten scoren voor luchtkwaliteit 0/In het MER 2020 is gebruik gemaakt van inwaartse zonering, waardoor de zwaardere bedrijven (tot max. 4.2) verder van de woningen en centraler op Wijkevoort komen. De lichtere bedrijven komen aan de randen. Dit principe is in de MER 2011 nog niet toegepast. Daarnaast ging de MER 2011 nog uit van een totaal van 110 ha bedrijventerrein, waar in de MER 2020 nog met max. 80 ha is gerekend. Deze twee redenen leiden ertoe dat voor zowel luchtkwaliteit als geluid de scores in de MER 2020 ‘één stap’ positiever zijn dan die uit de MER 2011, ook na de vertaalslag conform de afzonderlijke scoringsmatrices. 19.
16.
Zienswijze MER Luchtkwaliteit P.9: tabel luchtkwaliteit: - In de MER uit 2011 stond: --Vanwaar nu deze positievere beoordeling?
Zie 19.16.
19.
17.
Zienswijze MER Veiligheid P.9: hoezo gaat externe veiligheid alleen over werknemers? Hoe is sociale veiligheid en veiligheid voor omwonenden beoordeeld? In de notitie behandeling zienswijzen MER heeft u de suggestie gewekt dat dit door u onderzocht zou worden.
Bij externe veiligheid wordt getoetst aan de aanwezigheid van mensen in en om het plangebied. Niet alleen bewoners, maar ook werknemers.
19.
18.
Zienswijze MER Geurhinder P.9: hoezo wordt geurhinder alleen gerelateerd aan een boerderij die er zit? Hoezo wordt geurhinder als neutraal beschouwd? Rijden er reukloze vrachtwagens en komen er gegarandeerd geen bedrijven die “geuren”? Wij geloven niet dat er geen stankoverlast zou kunnen ontstaan en vinden het gek dat u dat niet heeft opgenomen in uw onderzoek.
De beoordeling van het aspect geur kent twee benaderingen: zijn er omliggende (agrarische) bedrijven welke een geurcontour over het plangebied hebben. Bedrijven waar werknemers aan het werk zijn, zijn namelijk ook 'geurgevoelig'. Andersom dient ook de geurhinder vanwege bedrijven op de omgeving in beeld gebracht te worden. Daarbij wordt aangesloten op het Activiteitenbesluit. Verkeer (vrachtwagens) kent daarin geen geuremissie. Bedrijven die zich vestigen op Wijkevoort zullen ook getoetst worden op de geuremissie die zij veroorzaken, en deze zal moeten passen binnen de daarvoor geldende normeringen. De rechtstreeks toegestane milieucategorieën in het bestemmingsplan zijn categorie 3.1 en 3.2. In het ontwerp bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor maximaal milieucategorie 4.2 onder stringente voorwaarden dat voldaan wordt aan de afstandscriteria ten opzichte van gevoelige objecten en de milieubelasting voor wat betreft de aspecten geur en geluid van het bedrijf niet meer bedraagt dan van een bedrijf uit de milieucategorie 3.2.
19.
19.
Zienswijze MER Woon- werk- en leefomgeving P.10 woon- werk- en leefomgeving Dit hele De m.e.r.-procedure start met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In deze notitie is hoofdstuk mag u opnieuw doen. Het doet geen recht aan de beloftes die gedaan zijn in de aangegeven welke toetsingscriteria zullen worden gebruikt bij het beoordelen van de vaststelling notitie reikwijdte MER. Omwonenden hebben heel veel zienswijzen ingediend voor milieueffecten. Na de ter inzage legging van de notitie zijn op basis van de de MER met zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving, het uiteenvallen van de zienswijzen de veranderingen in de woon-, werk- en leefomgeving als apart leefgemeenschap, onrust, tweedeling, de toekomst van hun eigen bedrijf. De belofte is gedaan milieuaspect in dit MER opgenomen. Hiervoor is een viertal toetsingscriteria om het hoofdstuk wonen, werken, leven toe te voegen aan de MER. Bij ons weten is er uitgewerkt om dit aspect te kunnen beoordelen. 1) Verandering in werkgelegenheid; niemand bevraagd, niemand geïnterviewd. U heeft dit vanachter uw bureau gedaan. Iedereen 2) Gedwongen vertrek; 3) Visuele hinder in de woonomgeving; 4) Kwaliteit van de in het gebied zal oordelen dat op elk punt de hoogste negatieve score van toepassing is. werkomgeving.
Gemeente Tilburg presteert het om met plussen te komen omdat er meer werkgelegenheid komt dan nu het geval is en omdat de kwaliteit van de werkomgeving toeneemt. U moet u diep In het MER is het effect van de ontwikkeling van een bedrijventerrein op het schamen. Het onderdeel “werken” gaat alleen over de nieuwe arbeidsplaatsen, niet over de woonmilieu beschouwd op basis van: gedwongen vertrek, visuele hinder in de ondernemingen en mensen die er nu werken. Veel mensen werken aan huis, hebben een woonomgeving, beïnvloeding van de ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde. (voormalig) agrarisch bedrijf of plattelandsonderneming. Voor iedereen zal de kwaliteit van de Het criterium gedwongen vertrek betreft niet alleen het amoveren van woningen, werkomgeving fors afnemen door de aanwezigheid van nieuwe grote loodsen en al die maar ook het vertrek van mensen. We begrijpen dat dit ingrijpend is voor betrokken duizenden vrachtwagens. Sterker nog, er zijn agrariërs die voor wisselteelt afhankelijk zijn van personen. In het MER komt dit naar voren in de effectbeschrijving voor het aspect landbouwgrond van anderen en die zien hun mogelijkheden met 160Ha afnemen. Het gedwongen vertrek met een zeer negatieve beoordeling (--) voor de 80 ha
manegebedrijf gaat op slot en voelt zich gedwongen te verhuizen en ook andere agrarische bedrijven zien hun toekomstperspectief krimpen als straks de transitie in de landbouw moet worden doorgevoerd door de aanwezigheid van dit nieuwe bedrijventerrein. Ze weten niet of hen hier nog een toekomst gegund is en of ze moeten investeren in de bedrijfsopvolging of in afbouw. Er is niet eens aan gedacht om dat te beschrijven. Het “amoveren” van mensen is niet alleen een ingrijpende gebeurtenis voor mensen, het amputeert ook een deel van de leefgemeenschap. Grootfamilies waarvan ineens 1 of meerdere huishoudens moeten vertrekken. Mensen die hier in het gebied geboren en getogen zijn. Zelfs mensen die buiten het plangebied wonen moeten weg. In het hele proces is er weinig ruimte voor compassie en de menselijke maat gevoeld. U heeft geen enkel onderzoek gedaan naar de economische effecten voor de ondernemingen die in het achterliggende gebied zitten. De vitaliteit van het gebied verslechtert fors. Er zijn zeker 40 ondernemingen actief en zij zijn afhankelijk van de ruimte in het gebied. U neemt daar een derde van af. Als gevolg kunnen de achterblijvende ondernemingen geen kant meer op. Een groot deel van deze ondernemingen heeft een recreatief karakter, denk aan de hondenschool, de camping en de manege.
De komst van een bedrijventerrein pal in hun achtertuin maakt het er niet aantrekkelijker op, ookal doet u nog zo uw best om er boompjes voor te zetten. U heeft ook de gebiedsbeleving voor de recreant niet meegenomen in uw beoordeling. Had u eerdere aanbevelingen gelezen van de commissie MER uit 2010 dan was u dat vast niet vergeten. Er ligt een enorme druk op het gebied: naast uw plannen voor Wijkevoort moet de Groene Kamer tot ontwikkeling komen, gaat er een grote Intratuin 3.0 landen, de Oliemeulen moet hierheen, we zijn zoekgebied voor Atilla. Wijkevoort legt een enorm beslag op het totale gebied, waardoor bestaande ondernemingen en nieuwe initiatieven in de knel komen. En u heeft er helemaal niet naar gekeken. En visuele hinder is er niet alleen als je uit het keukenraam kijkt. Elke bewoner van het buitengebied die voor zijn boodschappen naar Gilze rijdt wordt telkens weer geconfronteerd met deze plannen, elke fietser die vanuit Gilze naar de Reeshof moet. Elke automobilist die over de A58 rijdt, en elke Reeshoffer, Gilze- of Hultenaar die de afslag Reeshof neemt vanaf de A58. Hoe kunt u die maar 1 “–“ geven? U beschrijft verderop wel de externe veiligheid waarbij u de focus legt op de veiligheid van de werknemers. Maar u bent vergeten om de sociale veiligheid te onderzoeken. Meisjes en dames voelen zich onveilig in de buurt van truckerparkings.
Vrachtwagenchauffeurs die moeten “overblijven” vertonen dikwijls grensoverschrijdend gedrag. Criminaliteit en veiligheid op bedrijventerreinen is een groot probleem en dat heeft zijn weerslag op het omringende gebied. Geen woord daarover in uw effectstudies. Het zoveelste voorbeeld waarbij omwonenden gewoon vergeten worden en onze belangen niet serieus worden meegewogen, ondanks de belofte in de vaststelling van de notitie reikwijdte MER.
ontwikkeling en een negatieve beoordeling (-) voor de 30 ha ontwikkeling.. Voor visuele hinder is de beoordeling negatief tot zeer negatief en voor de ruimtelijkvisuele kwaliteit en belevingswaarde is de beoordeling ook negatief tot zeer negatief. De zorgen van omwonenden richten zich op verschillende milieuaspecten, zoals bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit, belevingswaarde, recreatiemogelijkheden. Deze milieuaspecten worden in het MER beschouwd. Indien indieners van zienswijze van mening zijn dat er sprake is van waardedaling, dan kan, nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is, een verzoek om tegemoetkoming in planschade worden ingediend bij het gemeentebestuur. Een dergelijk verzoek zal in dat geval volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure worden behandeld. De sociale veiligheid is niet als milieuaspect onderzocht in het MER. Wel vormt dit aspect integraal onderdeel van uitwerking van het ontwerp van het bedrijventerrein als ook het beheer van het bedrijventerrein(parkmanagement). Een aantrekkelijk en duurzaam bedrijventerrein is ook een veilig terrein, ook op het gebied van sociale veiligheid voor werknemers, bezoekers en omwonenden.
Naast de inhoud van het bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad wordt met de inhoud van het bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad wordt met de inzet van het BREEAMinstrument voor zowel de gebouwen als het gebied is dit aspect van veiligheid en sociale veiligheid ook expliciet verankerd. Ook vragen we in de ontwerpfase omwonenden onder andere op dit aspect hun reflectie, dit is verankerd in het uitgifteproces zoals opgenomen in het bestemmingsplan en de ontwikkelleidraad. In het MER is de ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde beoordeelt (de beoordeling ook negatief tot zeer negatief) voor de impact van Wijkevoort op de beleving van buiten af. Voor de diverse ontwikkelingen in dit gebied is de Stadsbosvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin is, naast de ontwikkeling van Wijkevoort, ook de ontwikkeling van bijvoorbeeld de Groene Kamer meegenomen.
19.
20.
Zienswijze MER NatuurNetwerkBrabant P.11: tabel beïnvloeding NBB Wijkevoort compact: hoe zie 19.10 kan de score 0/- zijn als de aanwijzing van het Wijkermeer als onderdeel van het NNB als gevolg van dit voornemen mogelijk komt te vervallen? Hoe kan de score 0/- zijn als wezenlijke kenmerken als rust, stilte en donkerte worden aangetast, het leef- en rustgebied van de reeën straks langs 3 kanten begrensd door vrachtverkeer en de EVZ 3,5 km lang begrenst gaat worden door industrieterrein?
19.
21.
Zienswijze MER Ecologische waarden P.11: “... een bedrijventerrein met een omvang van 30ha ... leidt tot meer behoud van ecologische waarden” M.a.w. hier wordt toegegeven dat Wijkevoort ten koste van ecologische waarden gaat. Voor de camera zeggen raadsleden en wethouders steeds dat het plangebied op dit moment nauwelijks ecologische waarden kent.
Het is niet zo dat het plangebied op dit moment nauwelijks ecologische waarden kent. Zoals beschreven in het Soortenmanagementplan komen hier diverse beschermde soorten voor. Voor deze soorten worden ook maatregelen genomen om de staat van instandhouding te behouden dan wel te verbeteren.
19.
22.
Zienswijze MER Landschap P.11: tabel landschappelijke en cultuurhistorische waarden wordt als 0/-beoordeeld. Wederom een doelredenatie, want in alle varianten verdwijnen waardevolle landweggetjes, boerderijen, landschapsbomen, doorkijkjes, coulissenlandschap. Dat zijn zeker dubbele minnen. De doelstelling dat cultuurhistorische kwaliteiten een plek krijgen (par.1.3) wordt niet behaald. Naar ons oordeel moet dan een dubbele –- zijn
Voor het onderdeel cultuurhistorie is in het MER aangegeven dat de aantasting beperkt zich tot structuren van ‘redelijk hoge’ waarde. Dit is de laagste waardering die door de provincie aan cultureel erfgoed wordt gegeven. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie kan daarnaast worden opgemerkt dat het voortbestaan van de (spaarzame) cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in het plangebied in gevaar is door het verdwijnen van de woonfunctie. De bebouwing is echter niet zodanig van belang dat bescherming op basis van wet of verordening noodzakelijk is. De aantasting van de cultuurhistorische waarden is daarom in alle alternatieven en varianten als beperkt negatief (0/-) beoordeeld. Daarnaast zijn voor landschap ook andere criteria onderscheiden: - beïnvloeding van waardevolle landschappelijke waarden - beïnvloeding van ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde - visuele hinder in de woonomgeving Een van de grootste cultuurhistorische kwaliteiten in Wijkevoort is de kenmerkende laanbeplanting langs de Hultenseweg. Deze weg en beplanting worden volledig gehandhaafd en ingepast.. Ook de beekdalen zijn van cultuurhistorische betekenis. Deze worden hersteld naar hun oorspronkelijke maat en functie, zodat ze voor de natuur en het landschap weer een grote rol kunnen gaan spelen. Het kenmerkende coulissenlandschap in het plangebied zelf gaat inderdaad verloren.
De weg Wijkevoort wordt naar aanleiding van de zienswijzen behouden. Ook zullen op basis van de zienswijzen enkele panden behouden blijven. Het gaat om de panden aan de Hultenseweg 8 (woning en schuur), Hultenseweg 13 (schuur) en Hultenseweg 35 (woning en schuur). Het zijn geen panden die als monument zijn aangewezen, wel is Hultenseweg 8 een MIP-pand: de bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Deze bebouwing heeft weliswaar geen formeel beschermde status maar komt wel voor op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant en wordt daar ook als waardevol beschouwd. Behoud van de panden is ook positief voor enkele faunasoorten in het gebied (natuur, flora en fauna).
19.
23.
Zienswijze MER Recreatie tabel mogelijkheden voor recreatief medegebruik, beoordeling + is strijdig met de opmerking van pagina 6 waar staat dat er slechts extensieve vormen van recreatie mogelijk zijn. Bovendien verdwijnen en fietsroutes, wandelroutes en ruiterpaden. Daarmee zou de score negatief moeten zijn ten opzichte van de huidige situatie. Naar ons oordeel moet dan een dubbele–-zijn.
De recreatieve mogelijkheden van Wijkevoort worden vergroot: er wordt een fijnmaziger padenstructuur aangelegd voor voetgangers, paardrijders en fietsers. De locaties waar deze structuren komen te liggen vallen grotendeels samen met de ontwikkeling van het groenblauwe lint, zoals retentiezones, beekdalen en een gevarieerder landschap. Het Wijckerbos en Wijckermeer blijven gehandhaafd en worden ontsloten voor extensieve recreatie.v.k.a.
19.
24.
Zienswijze MER Klimaatadaptatie P.12 tabel klimaatadaptatie: een 0 scoren is onmogelijk. 80Ha aan asfalt en beton zal onherroepelijk leiden tot een nieuw hitte eiland. Ook al zet je er een rijtje bomen naast. En u heeft het niet onderzocht. Hoe warm wordt Wijkevoort eigenlijk? Naar ons oordeel moet dan een dubbele–-zijn.
Dank voor het indienen van deze zienswijze, we hebben de inhoud van (dit deel van) de zienswijze doorgenomen en we nemen deze voor kennisgeving aan.
19.
25.
Zienswijze MER Energie P.12 Duurzame energievoorziening: er zijn mogelijkheden om een energieneutraal terrein aan te leggen. Daar wordt in het bestemmingsplan niet hard op aangestuurd. Dus ofwel het terrein is energieneutraal en scoort een 0 ofwel het is energieleverend en dan mag er een + staan. Voor vooralsnog is energieleverend geen harde eis. Naar ons oordeel het oordeel negatief zijn. Noelle
Er wordt hard gestuurd op het realiseren van een energieleverend werklandschap. Enerzijds door het stellen van strenge eisen aan de individuele bedrijven (o.a. Breeam Outstanding Certificaat en het optimaal benutten van daken voor de opwek van duurzame energie) en anderzijds door maatregelen op gebiedsniveau, zoals het realiseren van een duurzame warmtevoorziening en een energiezuinige inrichting van de openbare ruimte. Na de zienswijzenperiode is de Aanvulling op het MER opgesteld en is paragraaf 3.2.2. aangegeven dat Wijkevoort energieleverend kan worden.
De weg Wijkevoort wordt behouden
Behoud aantal panden aan de Hultenseweg 8 (woning en schuur), Hultenseweg 13 (schuur) en Hultenseweg 35 (woning en schuur) (verankerd in het bestemmingsplan)
19.
26.
Zienswijze MER Bodem, PFAS P.13 tabellen bodem: serieus? Durft u echt te zeggen dat met de aanleg van 80ha asfalt en beton, met 18.500 verkeersbewegingen per dag de bodemkwaliteit, de grond en oppervlakte waterkwaliteit en kwantiteit beter zal zijn dan ten opzichte van de referentiesituatie? Hoe dan? Omdat je vervuilde grond afgraaft? Je maakt de hele bodemstructuur en bodemleven kapot door gebouwen van dit soort formaat neer te zetten. Is PFAS ineens geen issue meer?
Op dit moment lopen de bodemonderzoeken nog. Het is daarom nog niet duidelijk of er sprake is van bodemverontreiniging, en waar eventueel sprake is van bodemverontreiniging. PFAS wordt als stof meegenomen in deze bodemonderzoeken indien daar aanleiding voor is op basis van de historische gegevens waarin het gebruik van stoffen met PFAS naar voren komen. Uiteindelijk neemt de acceptant waar de grond wordt ingeleverd de verantwoordelijkheid over van de ingenomen grond. Deze acceptant zal dus ook eisen stellen aan de grond die wordt ingenomen. Op dit moment gelden het tijdelijk beleid, en het beleid dat de gemeente Tilburg voor PFAS heeft vastgesteld. Volgend jaar zullen de normen veranderen, en vanaf dat moment zal er conform die normen gewerkt worden, net zoals dat met andere parameters gebeurt. Het gemeentelijk beleid m.b.t. bodemkwaliteit en PFAS is beschikbaar op de gemeentelijke website.
19.
27.
Zienswijze MER Doelredenatie P.14 “Omwille van de economische haalbaarheid is een variant Zie reactie bij 19.1 van alleen 30ha niet wenselijk.” Dit is een milieueffectrapportage. Waarom wordt een dergelijk opmerking gemaakt? Met deze doelredenering laadt u de verdenking op uzelf niet onpartijdig te zijn. Want waar zit uw doorrekening? Dit is ook niet gek, want het Masterplan, de projectleiding en de MER zijn alledrie in handen van 1 en hetzelfde adviesbureau: SWECO. Net als de deelrapporten over akoestisch onderzoek, externe veiligheid, geur en luchtkwaliteit.
19.
28.
Zienswijze MER Voorkeursalternatief P.14: Het voorkeursalternatief is Wijkevoort verspreid minus de sprongen over de Leij. Dat betekent dat het Wijckermeer als recreatieplas wordt ingericht (pag 7.) Waarom is er dan nergens onderzocht wat daar de (milieu)effecten van zijn?
Bij de beschrijving van het Voorkeuralternatief is aangegeven dat het Wijckermeer en Wijckerbos optimaal geïntegreerd worden in het groenblauwe raamwerk. Daarmee zal het Wijckermeer niet als intensieve recreatieplas worden ingericht. Dit is inderdaad niet expliciet gemaakt in de tekst van het voorkeursalternatief. Dit was de duidelijkheid over het Wijckermeer wel ten goede gekomen. Het Wijckermeer maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk. Deze natuurstatus vormt het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkeling op en rondom het Wijckermeer. Hierin past extensieve recreatie zoals bijvoorbeeld wandelen over vlonderpaden langs de oever; hengelen; duiken; zwemmen alleen op een beperkt, hiervoor afgekaderd gedeelte. In de Aanvulling op het MER die na de zienswijzen is opgesteld is de inhoud van het Voorkeursalternatief uitgebreid beschreven.
19.
29.
Zienswijze MER Woonrijp P.14: Waarom gaat u Wijkevoort bouw- en woonrijp maken? U jaagt er mensen weg, “amoveren” in uw woorden. Voor wie gaat u het dan woonrijp maken?
De definitie van woonrijp maken betreft het afwerken van openbare delen van een bouwterrein voor uiteindelijk gebruik. De werkzaamheden die het betreffen zijn opgenomen in hoofdstuk 6.3.2 van het Exploitatieplan.
19.
30.
Zienswijze MER Slag om de Leij P14: “Uit de omgevingsdialoog (zomer 2020) en het raadsbesluit van 21 september... is naar voren gekomen dat de Hultense Leij graag als grens wordt gezien”. Dit is om heel verdrietig van te worden. In de zienswijzen van de MER is die wens al naar voren gekomen (april 2017), (u beloofde in de notitie vaststelling reikwijdte MER ook snel een besluit hierover te nemen), in de reacties op het concept Masterplan (nov 2017), in diverse gesprekken met omwonenden (2018), inspraakreacties (jan 2019), het staat in de Stadsbosvisie, het was het eerste advies van het planteam (2019) en pas na de motie van de LST zomer 2020 heeft u de knoop moeten doorhakken achter de Leij te blijven. En nu doet u net alsof dat de opbrengst is van de omgevingsdialoog, zomer 2020, waarbij u kunt zeggen hoe goed u naar de burger luistert. Dat doet u dus al drie jaar op rij niet
Het klopt dat deze wens om de Hultensche Leij als noordelijke grens van het plangebied aan te houden al vaker is geuit. Om aan de opgave van 80 hectare te voldoen was het nodig om ook het gedeelte ten noorden van de Hultensche Leij in beeld te houden als uitgeefbaar gebied. Tijdens de omgevingsdialoog is dit punt opnieuw onder de aandacht gekomen en is dit ter discussie komen te staan. Vervolgens is door de gemeenteraad besloten om door middel van een ruimtelijke indeling met een andere ontsluiting en behoud van 80 ha aan uitgeefbaar oppervlakte de 'sprong over de leij' niet te maken.
19.
31.
Zienswijze MER Doelstelling EVZ P.16: “De beekdalen kunnen daarnaast als recreatieve zone gebruikt worden door de werknemers van het bedrijventerrein.” Er is in de hele planuitwerking geen duidelijke keuze gemaakt voor de functie van de EVZ: heb je deze nodig voor natuurcompensatie en biotopen voor nieuwe soorten, dan wil je er mensen uithouden. Wil je het benutten voor recreatie, dan moet je accepteren dat je hier geen rustgebied gaat creëren voor doelsoorten uit je soortenmanagementplan.
In het planuitwerking is ervoor gekozen om de recreatieve functie niet te combineren met de ecologische functie van de ecologische verbindingszones (evz’s). De recreatieve functie (wandelpaden) wordt voorzien in het groenblauwe lint rondom het bedrijventerrein, waardoor de te ontwikkelen bijzondere natuurwaarden in de evz’s wordt ontzien. De ontwikkeling van wandelpaden in de evz’s wordt daarom geminimaliseerd.
19.
32.
Zienswijze MER Bedrijfslocatie Hultenseweg P.16: “De Hultenseweg zal haar ontsluitingsfunctie voor de omgeving behouden en maakt geen onderdeel uit van de ontsluitingsstructuur van het bedrijventerrein” In dat licht is het onwenselijk dat akker ter hoogte van Hultenseweg 40 bij het plangebied wordt getrokken. Het ligt volledig geïsoleerd van de rest van het terrein en is niet anders dan via de Hultenseweg te bereiken.
De akker ten hoogte van Hultenseweg 40 - kadastraal perceel AH 152 (ten noorden van het Wijckermeer) maakt onderdeel uit van het bestemmingsplangebied en exploitatieplangebied. Op het perceel zouden ondersteunende diensten kunnen komen. Op dit perceel mag niet geparkeerd worden. Het perceel is alleen voor bevoorrading bereikbaar en dat door een doorkruising van de Hultenseweg. De
Ja Bp
bevoorrading komt vanuit het vlak ten westen van de Hultenseweg. Hier zal ook het parkeren plaatsvinden. 19.
33.
Zienswijze MER Schijn P.16: “Behoud van de landschapsstructuur van de weg Wijkevoort is In het MER is bij het Alternatief verspreid sprake van behoud van de weg Wijkevoort, De weg Wijkevoort omwille van haar ligging onzeker.” Wat een bijzondere omschrijving. In alle verbeeldingen is de voor het Alternatief compact komt de weg Wijkevoort te vervallen. wordt behouden weg Wijkevoort weg. Het is een waardevolle historische weg p.86 van redelijk hoge waarde. P 88: staat het advies om als mitigerende maatregel de weg Wijkevoort te behouden. Hier wordt De weg Wijkevoort wordt naar aanleiding van de zienswijzen behouden. in het bestemmingsplan op geen enkele manier moeite voor gedaan om dit te behouden, terwijl u in de MER de schijn hooghoudt dat deze weg behouden zou kunnen blijven.
19.
34.
Zienswijze MER Onvolledig informeren P.16: “hoe gaat het nu verder?” Bijzonder dat er wel melding gemaakt wordt van het feit dat mensen zienswijzen mogen indienen en een beroep mogen instellen bij de Raad van State maar dat er niet vermeld wordt dat mensen een verzoek om voorlopige voorziening mogen indienen. Hiermee voldoet de gemeente Tilburg (wederom) niet aan haar plicht om haar burgers tijdig en volledig te informeren.
Het is correct dat na vaststelling van het bestemmingsplan belanghebbenden beroep kunnen instellen bij de Raad van State en gelijktijdig voorlopige voorziening kunnen vragen. Hierover worden de indieners van zienswijzen via een brief en anderen via een publicatie geïnformeerd. Op die manier worden burgers volledig geïnformeerd.
19.
35.
Zienswijze MER Omgevingsvisie P.17 Er wordt gerefereerd aan de omgevingsvisie. Maar in de omgevingsvisie is er sprake van aerospace en maintenance, en niet een nieuw cluster voor XXL logistiek.
In de omgevingsvisie staat dat de vraag naar grote kavels aan zal houden en dat er geanticipeerd wordt door strategische reserveringen te doen voor in de toekomst. En de combinatie van het ontwikkelen van het modern industrieel cluster met een accent op Maintenance in combinatie met logistiek wordt in de omgevingsvisie genoemd (blz. 10). Wijkevoort biedt plaats aan zowel slimme logistiek als slimme industrie, op kavels van 2 - 5ha en op kavels van 5 ha of meer.
19.
36.
in het plan ontbreekt elke vorm van noodzaak. Er is tot op heden geen duidelijkheid geboden over de bedrijven die zich blijkbaar moeten huisvesten op deze nieuwe locatie.
Zie thematische beantwoording, onderdeel 1.
19.
37.
Zienswijze MER Economische groei P.17 “Doel hiervan is groei van de economie”. Het staat op Hoeveel de economie groeit hang af van welke bedrijven zich op Wijkevoort gaan veel plekken: Wijkevoort is goed voor de economie. Iedereen zegt het elkaar na. Maar wij vestigen. De Tilburger merkt dit ten eerste door de extra werkgelegenheid dat op hebben deze uitspraak nooit onderbouwd gezien: hoeveel groeit de Tilburgse economie dan? Wijkevoort zal worden gerealiseerd. Wat gaat de (Til)burger daar van merken? Wij weten alleen maar dat hij die meent dat oneindige economische groei op een eindige planeet mogelijk is ofwel een idioot ofwel een econoom is (vrij vertaald naar Sir David Attenborough). Dat is namelijk fysiek en mathematisch onmogelijk.
19.
38.
Zienswijze MER Duurzame werkgelegenheid P.17 “Doel is.... En het creëren van meer duurzame werkgelegenheid”. Wat is dat? Wij weten dat er behalve arbeidsmigranten en robots ook nog wel andere mensen komen te werken. Maar hoezo is deze werkgelegenheid “meer duurzaam”? In het bestemmingsplan, noch in de beleidsregels is er moeite gedaan om duurzame werkgelegenheid te omschrijven laat staat te borgen. Schermen met duurzame werkgelegenheid is een drogreden, wederom een vorm van greenwashing. U doet geen enkele moeite om dat uit te leggen, uit te werken en goed te borgen.
19.
39.
Zienswijze MER Oppervlakte eerste fase P.17 “In het bestemmingsplan maakt de gemeente de Voor de ontwikkeling van Wijkevoort wordt uitgegaan van een ontwikkeling van ontwikkeling van en 30ha uitgeefbaar bedrijventerrein mogelijk”. Bent u nu al vergeten dat u in maximaal 80 ha uitgeefbaar. Daarvoor zijn 2 alternatieven in het MER ontwikkeld, de eerste fase het gebied wil vergroten naar 45ha? beiden met 80 ha aan uitgeefbaar terrein. Omdat alleen voor de eerste fase (oorspronkelijk 30 ha aan bedrijfskavels) een bestemmingsplan mag worden opgesteld en de overige 50 ha pas later vraaggericht kan worden ontwikkeld is in het milieueffectrapport ook een variant in ogenschouw genomen waarbij Wijkevoort beperkt blijft tot een ontwikkeling van in totaal 30 ha aan bedrijfskavels. Dit om een indicatie te krijgen van de effecten bij 30 ha (zowel verspreid als compact). Als resultaat van de omgevingsdialoog en het besluit van de raad (september 2020) is het plangebied voor de eerste fase vergroot naar 37 ha aan bedrijfskavels. Omdat de 7 ha extra valt binnen het al in ogenschouw genomen plangebied van de 30 ha en de milieueffecten daarvan niet het onderscheid in alternatieven zal doen wijzigen is het MER hier niet op aangepast. bij de tervisielegging. Na deze periode is op basis van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie m.e.r.
in de Aanvulling MER wel het Voorkeursalternatief met 37,4 ha uitgeefbaar opgenomen
Het creëren van duurzame werkgelegenheid betekent dat bij het aantrekken van bedrijvigheid bedrijven inzichtelijk moeten maken hoe ze over langere periode (meerdere jaren) inzet van de regionale beroepsbevolking mogelijk maken. Maar dat is niet alles. Ook zullen ze moeten bijdragen aan de regionale arbeidsmarktinfrastructuur door ontwikkelplekken mogelijk te maken op de werkplek en mee te denken over voortdurende vernieuwing van aansluiting onderwijsarbeidsmarkt. Tot slot moeten de bedrijven bereid zijn om te investeren in leven lang ontwikkelen van hun werknemers. Zodoende blijven hun werknemers geëquipeerd voor toekomstige veranderingen binnen het werk. De onafhankelijke adviescommissie toetst dit.
19.
40.
Zienswijze MER Buitenplans afwijken P.17 “De overige 50 ha wordt via een aparte procedure (buitenplans afwijken) ontwikkeld”. Hier zijn wij pertinent op tegen. Wij willen voor de tweede fase ook een compleet bestemmingsplan of omgevingsplan. Als via buitenplans afwijken wordt gewerkt dan hebben we en geen inspraak/bezwaar mogelijkheden en de grenzen van het gebied liggen niet op voorhand vast. Daarmee hebben wij geen zekerheid over de toekomst of het voorgenomen plan werkelijk achter de Leij blijft. Dat ligt nl nergens vast en kan door een volgend college zomaar aan de kant geschoven worden.
In de regio is afgesproken dat het vervolg van Wijkevoort vraaggericht ontwikkeld gaat worden. Dus pas als er een concrete gegadigde is die voldoet aan de eisen van de Ontwikkelleidraad zal er een planologische procedure gevolgd worden. Dit kan een "grote buitenplanse afwijking' zijn of een postzegel bestemmingsplan. Beide vormen kennen een uitgebreide rechtsbescherming met (uiteindelijk) beroep bij de Raad van State. Ook bij het toepassen van de "grote buitenplanse afwijking' is de gemeente gehouden aan het eigen beleid zoals vastgelegd in onder andere de Ontwikkelleidraad.
19.
41.
Zienswijze MER Belangenafweging P.17 “Het doel van de m.e.r. is om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van het bestemmingsplan Wijkevoort.” Als de m.e.r. werkelijk moet meewegen in de besluitvorming, hoe kan het dan dat er al op diverse momenten besluitvorming heeft plaatsgevonden zonder dat er ooit inzicht is gegeven in de uitkomsten van het MER onderzoek/ zonder dat tot noch toe ooit een concept MER aan de raad is aangeboden? Op welke gronden hebben zij dan moeten besluiten? Dit toont aan dat er nooit een integrale belangenafweging is geweest waarbij alle negatieve effecten zijn gewogen tegen de vermeende economische belangen. En het is wat u omwonenden steeds heeft voorgespiegeld: de MER moet uitwijzen of en hoe Wijkevoort er kan komen. Wij beoordelen dat als alle belangen integraal worden meegewogen: van landschap, ecologie, flora, fauna, gezondheid, luchtkwaliteit tot aan recreatiemogelijkheden en maatschappelijk draagvlak aan toe de balans negatief uitslaat en dat de negatieve en ongewenste effecten van uw planontwikkeling niet opwegen tegen de vermeende economische voordelen.
Het gaat hier om de voorbereiding van vaststelling van het bestemmingsplan Wijkevoort. Dit is nog niet eerder aan de orde geweest. De raad heeft nog niet besloten over het bestemmingsplan Wijkevoort. Wanneer de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt moeten zij en zullen zij het milieubelang volwaardig meewegen in het besluit. Zij betrekken de uitkomsten van het MER ook bij hun besluitvorming.
19.
42.
Zienswijze MER Recreatie P.18 “Andere functies in de omgeving van het plangebied zijn:” Er volgt een mooie opsomming maar u vergeet (weer) te vermelden dat er mensen wonen in het plangebied en dat er behalve agrarische bedrijven ook een 40-tal andere ondernemingen zijn in de buurt. En een belangrijke functie is dat het voorziet in de recreatiebehoefte van stedelingen: wandelen, fietsen, hardlopen, paardrijden, duiken, toeren, skaten, kamperen, golfen, modelvliegen, hondensport e.d.
Het klopt dat in de omgeving ook andere ondernemingen aanwezig zijn, de opsomming is weliswaar niet uitputtend bedoeld, maar het was voor de kenschets van het gebied beter geweest om het woord 'agrarische' tussen haakjes te zetten. In de kenschets is aangegeven dat de omgeving als uitloopgebied wordt gebruikt, daar kunnen verschillende soorten vormen van recreatie onder vallen.
19.
43.
Zienswijze MER Procedure P.20 de NRD heeft van 10 april tot 22 mei 2017 ter inzage gelegen. En pas in maart 2021, 4 jaar later wordt de MER opgeleverd. 4 jaar is wel erg lang voor een m.e.r. U boft dat we niet hebben kunnen vinden of er een tijdslimiet zit tussen de inzage in de NRD en de oplevering van de MER.
Er is geen termijn waarbinnen het MER ter inzage gelegd dient te worden. De planvorming en het overleg hierover heeft veel tijd gevergd en ook de onderzoeken die daarvoor nodig waren.
19.
44.
Zienswijze MER Probleemschets P.20 U zegt dat in hoofdstuk 2 het probleem wordt geschetst. Tussen haakjes noemt u het probleem nut en noodzaak. Dat zijn 2 verschillende dingen. Wij zien na al die jaren nog altijd niet welk probleem Wijkevoort moet oplossen. Waarschijnlijk bedoelt u dat de goedkope ruimte op is?
Een bedrijf moet zich zelf kunnen blijven ontwikkelen en kunnen groeien om toekomstbestendig te kunnen blijven ondernemen. Naast groei door innovatie en specialisatie kan ook extra ruimte nodig zijn voor groei van ondernemingen. De provincie heeft eind 2018 de Prognose bedrijventerreinen en kantoren NoordBrabant vastgesteld. Hierin wordt geconcludeerd dat er nog een ruimtevraag voor bedrijvigheid is van 175-270 hectaren tot en met 2030 voor heel Midden-Brabant, waaronder een aanzienlijk deel vanuit functioneel grootschalige bedrijvigheid. Onderzoek van STEC concludeert begin 2020 dat deze conclusie nog steeds staat. Deze ruimtevraag komt doordat nieuwe bedrijven zich willen vestigen in de regio, maar ook dat zittende bedrijven meer ruimte vragen. Deze extra ruimtevraag kan ook voor de zittende bedrijven niet op de bestaande bedrijventerreinen gefaciliteerd worden. Stec concludeert ook dat leegstand op bestaande bedrijventerreinen in Tilburg onder een gezond frictieniveau zit. Uit een onderzoek gedaan in opdracht van de provincie Brabant blijkt dat in de toekomst er nog een potentie is om 20 % van de logistieke vraag op de bestaande werklocaties via herstructurering te realiseren is. Dit komt mede omdat herstructurering van bestaande bedrijventerreinen in Brabant al 23% (en in Midden- en West Brabant zelfs al 30%) van de totale logistieke dynamiek betreft.
19.
45.
Zienswijze MER Ladder voor duurzame verstedelijking P.21 “In het bestemmingsplan zal een Deze is opgenomen in paragraaf 3.2.3. van de toelichting bij het bestemmingsplan. nadere motivering conform de ladder voor duurzame verstedelijking worden opgenomen.” Wij zijn dit nergens tegengekomen.
19.
46.
Zienswijze MER Aerospace en maintenance P.21 “De ambities richtten zich destijds ook al op innovatie, logistiek en industrie”. Onjuist. De ambities hebben zich altijd gericht op aerospace
Met Wijkevoort wordt ingezet op een werklandschap met een sterk economisch concept en duurzame landschapsontwikkeling. Hiermee willen we het logistieke
en maintenance (zie ook pag. 22 van de MER). Het is een opportunistische keuze van uw kant om er nu een nieuw grootschalig logistiek cluster neer te leggen.
profiel versterken en moderne maakindustrie te behouden en innoveren. Deze intentie staat op meerdere plekken in de omgevingsvisie genoemd. "We spelen in op kansen in de markt en de sterke economische dragers van de stad: ons modern industrieel cluster. Wijkevoort, een strategische reservelocatie voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein, kan daarin voorzien." (blz. 10) of "Wijkevoort heeft zich meer en meer geprofileerd met service logistics, een menging van maintenance en logistieke bedrijvigheid. " (blz. 78). Het is niet zo dat de ambities alleen op aerospace en maintenance waren gericht.
19.
47.
Zienswijze MER Structuurvisie P.21 U verschuilt zich telkenmale achter de structuurvisie 2040. Het is echter een richtinggevend document waar we als burger geen bezwaar tegen kunnen maken. Bovendien beschrijft de structuurvisie dat er kansen liggen voor maintenance. Nu dat elders geland is (Woensdrecht en Rijen) blijft u zich achter deze structuurvisie verschuilen om er ineens een groot logistiek park neer te leggen. U bent daarin niet consistent. Ofwel u ziet van de plannen af omdat er geen vraag is naar luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid (die iedereen overigens goed had begrepen) en u houdt Wijkevoort voor wat het nu is: agrarisch recreatief buitengebied met waardevol kleinschalig cultuurlandschap. Ofwel u verschuilt zich niet meer achter de structuurvisie en u geeft eerlijk toe dat u vasthoudt aan het opofferen van dit gebied ten behoeve van een andere invulling dan u in 2015 nog had voorzien.
Met Wijkevoort wordt ingezet op een werklandschap met een sterk economisch concept en duurzame landschapsontwikkeling. Hiermee willen we het logistieke profiel versterken en moderne maakindustrie te behouden en innoveren. Deze intentie staat op meerdere plekken in de omgevingsvisie genoemd. "We spelen in op kansen in de markt en de sterke economische dragers van de stad: ons modern industrieel cluster. Wijkevoort, een strategische reservelocatie voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein, kan daarin voorzien." (blz. 10) of "Wijkevoort heeft zich meer en meer geprofileerd met service logistics, een menging van maintenance en logistieke bedrijvigheid. " (blz. 78). Het is niet zo dat de ambities alleen op aerospace en maintenance waren gericht.
19.
48.
Zienswijze MER Informatieplicht P.23 Al in 2016 heeft u bestuurlijke afspraken gemaakt zonder dat de omgeving nog maar van iets weet. Pas in 2020 “als de trein het station in rijdt” informeert u het brede publiek. Daarmee heeft u ons alle kansen ontnomen om nog ergens aan de noodrem te trekken
Dit is het moment dat het bestemmingsplan wordt aangeboden aan de raad ter vaststelling en dat er onomkeerbaar besluit genomen wordt met een juridische status. Er kan dus nog steeds aan de 'noodrem getrokken te worden'. Ook tijdens de voorbereidende besluitvorming is hierover gecommuniceerd (Masterplan) en waren de gevoeligheden bekend bij de gemeenteraad.
19.
49.
Zienswijze MER Oppositie P.24 Waarom beschrijft u nergens in het proces de politieke weerstand?
De beschrijving van de nut en noodzaak wordt gebaseerd op uitgevoerd onderzoek en vastgesteld beleid.
19.
50.
Zienswijze MER Bouwen in de wei P.24 U heeft nog steeds geen onderbouwing gegeven van de nut en noodzaak om dit offer te maken. U verhaalt over een behoefte en een vraag uit de markt. Daarmee heeft u nog geen nut en noodzaak aangetoond. STEC zegt dat bestaande (potentieel) vrijvallende industriële slechts beperkt kans bieden voor logistieke bedrijven De Rijksadviseurs tonen in hun uitgave (X)XL verdozing juist het omgekeerde aan: Zij tonen aan dat het ontbreekt aan prikkels en stimulans om bestaande bedrijventerreinen te herstructureren en dat de stap naar het ontwikkelen van “greenfields” zoals hier het geval is te gemakkelijk wordt gezet. Een medewerker van VNO-NCW zegt hierover dat herstructurering ingewikkelde is vanwege ingewikkelde eigendomsverhoudingen. Grondeigenaar, vastgoedhandelaar en eindgebruiker zijn in dit segment dikwijls niet dezelfde partij. Voor alle drie geldt dat nieuwbouw in de wei aantrekkelijker is
Herstructurering is ingewikkelder vanwege ingewikkelde eigendomsverhoudingen. Grondeigenaar, vastgoedhandelaar en eindgebruiker zijn in dit segment dikwijls niet dezelfde partij en hebben vaak verschillende belangen. Desondanks blijkt uit recent onderzoek van de provincie Brabant dat in Midden- en West Brabant herstructurering 30% van de totale logistieke dynamiek betreft. Het zelfde onderzoek concludeert dat in de toekomst er nog een potentie is om 20 % van de logistieke vraag op de bestaande werklocaties via herstructurering te realiseren is. Met een project als herstructurering Loven zetten we ook volop in om samen met rijk, provincie en bedrijfsleven om middels herstructurering zoveel als mogelijk de groeivraag van zittende bedrijven op bestaande bedrijventerreinen te realiseren. Echter met bijna alleen ruimtevragers en een zeer lage leegstand is dat bijna niet mogelijk. Met Wijkevoort kunnen we zittende bedrijven die aan het profiel van Wijkevoort voldoen ruimte bieden om te groeien. En nieuwe bedrijven die het bestaand economisch ecosysteem versterken ruimte bieden om zich ook hier te vestigen.
19.
51.
Zienswijze MER Werkgelegenheid P.24 U blijft volhouden dat het hier gaat om hoogwaardig arbeidspotentieel, of duurzame arbeid. U heeft daar niets over verankerd in uw bestemmingsplan of beleidsregels. Ecorys schrijft hierover dat er een mismatch is tussen het Tilburgse arbeidspotentieel en de vraag die er zal zijn naar arbeid op Wijkevoort.
Er is (bijna) altijd een mismatch van vraag en aanbod. Het gaat er om op welke wijze partners nu en in de toekomst investeren in het verbeteren van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het creëren van duurzame werkgelegenheid betekent dat bij het aantrekken van bedrijvigheid bedrijven inzichtelijk moeten maken hoe ze over langere periode (meerdere jaren) inzet van de regionale beroepsbevolking mogelijk maken. Maar dat is niet alles. Ook zullen ze moeten bijdragen aan de regionale arbeidsmarktinfrastructuur door ontwikkelplekken mogelijk te maken op de werkplek en mee te denken over voortdurende vernieuwing van aansluiting onderwijsarbeidsmarkt. Tot slot moeten de bedrijven bereid zijn om te investeren in leven lang ontwikkelen van hun werknemers. Zodoende blijven hun werknemers geëquipeerd voor toekomstige veranderingen binnen het werk. De onafhankelijke adviescommissie toetst dit, zoals is opgenomen in de ontwikkelleidraad, onderdeel van het bestemmingsplan
19.
52.
Zienswijze MER Belangenafweging P.24 “Met het oog op verdergaande schaalvergroting, in ieder geval nog op de korte tot middellange termijn, is het belangrijk om locaties te kunnen bieden om deze vraag te kunnen faciliteren.” Waarom? Je kunt ook “nee” zeggen. U heeft totaal geen oog voor het verlies aan zachte waarden zoals het negatieve effect op de recreatiemogelijkheden voor stedelingen nabij de stad, afname van ruimte voor landbouw, verlies aan biodiversiteit, landschap en belevingswaarde, en de negatieve effecten op de volksgezondheid.
De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. Het is prettig wonen en werken in Tilburg, we gaan voor een gezonde en leefbare stad en om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn blijven we steeds op zoek naar slimme, duurzame oplossingen die economisch interessant zijn en goed voor mens en maatschappij. Met de investeringen in de drie stadsregionale parken Tilburg investeert in een aantrekkelijk en (economisch) vitaal landschap; naast landbouw en natuur is er nu ook ruimte voor nieuwe functies en activiteiten, zoals recreatie, sport en vrijetijdseconomie. In bestemmingsplan en ontwikkelleidraad is er veel aandacht voor een goede landschappelijke inpassing van Wijkevoort en biodiversiteit. Wijkevoort is een van de speerpunten (naast ontwikkeling van kennisas, spoorzone en herstructurering van bedrijventerreinen) om een impuls te geven aan de profit kant, zonder daarbij people en planet uit het oog te verliezen.
19.
53.
Zienswijze MER Korte termijn denken P.25 De probleemomschrijving is dus te herleiden tot: Er is geen ruimte meer. Weiland ter beschikking stellen is een korte termijnoplossing. Nergens legt u uit hoe u op de lange termijn denkt om te gaan met de vraag die er volgens u blijft zijn. Als Wijkevoort straks volzit, legt u zich er dan wel bij neer dat er iets anders nodig is? Waarom sorteert u er in de nota toekomstbestendige bedrijfslocaties niet op voor om ingrijpende herstructurering te gaan uitvoeren? Waarom bedenkt u zelf niet dat het uitgeven van grond in pacht de meest kansrijke manier is om in de toekomst grip te blijven houden op de terreinen?
In het Toekomstbestendige werklocatiebeleid is een onderzoek naar welke mogelijkheden er zijn voor herstructurering, om zo brownfield ontwikkelingen voor uitbreiding huidige bedrijven of vestiging nieuwe bedrijven binnen de huidige terreinen mogelijk te maken opgenomen. Uit recent onderzoek van de provincie Brabant blijkt dat in Midden- en West Brabant herstructurering 30% van de totale logistieke dynamiek betreft. Het zelfde onderzoek concludeert dat in de toekomst er nog een potentie is om 20 % van de logistieke vraag op de bestaande werklocaties via herstructurering te realiseren is. Met een project als herstructurering Loven zetten we ook volop in om samen met rijk, provincie en bedrijfsleven om middels herstructurering zoveel als mogelijk de groeivraag van zittende bedrijven op bestaande bedrijventerreinen te realiseren. Echter met bijna alleen ruimtevragers en een zeer lage leegstand is dat bijna niet mogelijk. Met Wijkevoort kunnen we zittende bedrijven die aan het profiel van Wijkevoort voldoen ruimte bieden om te groeien. En nieuwe bedrijven die het bestaand economisch ecosysteem versterken ruimte bieden om zich ook hier te vestigen. Om in de toekomst meer grip te houden op de terreinen wordt serieus overwogen om de grond in erfpacht uit te geven. Dit is echter een privaatrechtelijke keuze en maakt geen onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure.
19.
54.
Zienswijze MER Volume P.25 Waarom drukt STEC de ruimtevraag uit in hectares? Hier zitten Stec Groep drukt de ruimtevraag uit in hectares omdat landelijk alle ruimtebehoefte nogal een aantal aannames in die nergens expliciet benoemd staan. Bijvoorbeeld: van welke voor de functie logistiek in hectares wordt uitgedrukt. De basis voor de prognose is hoogte gaat ze uit? En welk percentage van het oppervlak is bedoeld voor parkeren en laden niet volume (m³), maar de terreinquotiënt (het aantal medewerkers per hectare) en en lossen? Is er niemand bij u die bedenkt dat de logistieke sector volume nodig heeft en geen de locatiequotiënt (het aandeel van de bedrijven welke op een formeel oppervlakte? Het idee van de Gouden Doos was om veel efficiënter gebruik te maken van bedrijventerrein gevestigd is). Hierbij wordt ook gekeken naar de ontwikkeling hoogte en diepte. U kunt het volume op de Vossenberg verdubbelen als u overal een etage binnen die componenten. Hierbij wordt uitgegaan van marktconforme standaarden bovenop zet. Door technologische vooruitgang, zie het als defragmenteren van een harde per sector. schijf, kun je veel efficiënter spullen opslaan. In een mondeling gesprek met iemand van STEC werd verteld dat de aannames die gemaakt zijn uitgaan van een bouwhooogte van 9 meter.
Alhoewel niet leidend voor de prognose, bestaan er inderdaad marktstandaarden Wijkevoort wordt 15 tot 25 meter. En ze gaan ervan uit dat laden lossen en parkeren naast de voor de gebouwen die gerealiseerd worden. In het algemeen geldt dat van een kavel gebouwen plaatsvindt. Dat is ca. 40% van het areaal. Waarom geen dockingstations in de voor logistiek 50-60% wordt bebouwd. De niet bebouwde ruimte is nodig om kelder en parkeerplaatsen op het dak zoals ook bij het AaBee complex? Deze sector gaat heel voldoende ruimte te hebben om vrachtwagens aan- en af te laten rijden op deze inefficiënt om met ruimte en u staat dat toe. U faciliteert dat. U doet ons land in de uitverkoop. kavels, te kunnen manoeuvreren van parkeerplaatsen naar de laad-en lospoorten en Terwijl u een zorgplicht heeft naar ons toe. het parkeren van vrachtwagens, containers en personenauto’s van medewerkers, groenvoorzieningen en voldoende ruimte te hebben tussen pand en erfscheiding in verband met veiligheid (vluchtwegen) en brandweertoegang. Laden en lossen vindt in het magazijn plaats, waarbij de vrachtwagens of containers met de achterkant tegen de laad- en lospoort worden geplaatst. Momenteel is de standaardbouwhoogte ca. 14,30 meter (bovenkant dak) waardoor de vrije hoogte tot aan de dakconstructie en de dak sprinklering ca. 12,5 meter is. Deze norm bestaat ook al zeker 20 jaar.
In de markt zijn zowel hogere panden als lagere panden gebouwd. De lagere panden, vaak gelegen op oudere bedrijventerreinen, zijn vaak maar 9 tot 10 meter hoog. Deze zijn op langere termijn incourant. Vaak zijn deze locaties niet geschikt voor XXL-logistiek (vanwege ruimtelijke beperkingen op die terreinen). Op locaties als Vossenberg is het vastgoed nog niet aan het einde van de
levensduur (en vaak ook nog voldoende marktconforme bouwhoogte) en is herontwikkeling nog niet aan de orde op korte termijn. We zijn wel gestart met een onderzoek waar de kansen liggen op de middellange termijn. Dubbelhoog bouwen is extreem duur en is economisch niet haalbaar, tenzij ergens in de toekomst grondprijzen heel veel hoger liggen dan nu in de regio Tilburg het geval is. Dubbelhoog bouwen is bouwkundig bij bestaande gebouwen niet mogelijk. De fundering is er niet op berekend en ook betekent dubbelhoog bouwen dat er veel meer kolommen (pilaren) in het gebouw op de begane grond komen te staan. Kelders komen in de moderne logistiek niet voor. In de kelder zouden dan ook zeer veel kolommen staan en de opwaartse druk van het grondwater maakt het gebouw ook duurder. De marktstandaard is dat de vloer 90 centimeter boven maaiveld (het buitenterrein) ligt (gedreven doordat de vloer van de vrachtwagen dan op dezelfde hoogte ligt). 19.
55.
Zienswijze MER Technologie P.25 “Nieuwe technologische vooruitgang zorgt voor een nieuwe dynamiek in de locatiekeuze”. Vreemde opmerking. Waarom laat u de technologische vooruitgang niet in ons voordeel werken door te zorgen in een nieuwe dynamiek in ruimtegebruik?
Technologische vooruitgang is een drijvende kracht van verandering in de samenleving en van economische groei. Hoe technologische innovaties de toekomst uiteindelijk beïnvloeden, is moeilijk te voorspellen. Met de ontwikkeling van het werklandschap Wijkevoort willen we een extra impuls geven aan innovatie in de regio. De innovatie van bedrijven wordt getoetst in het uitgifteproces door de adviescommissie. De ontwikkelleidraad geeft met de daarin opgenomen beleidsregels (en de rollen van een kwaliteitsteam, omgevingscommissie en planteam) ook invulling aan een innovatieve wijze van zorgvuldig ruimtelijke inpassing en duurzame ontwikkeling.
19.
56.
Zienswijze MER Langetermijn visie P.25 Over de nota “Toekomstbestendige bedrijfslocaties”. Nergens in de nota wordt beschreven hoe er (in de toekomst) anders met ruimte kan worden omgegaan
De nota Toekomstbestendig Werklocaties gaat ook over hoe de ruimte op werklocaties in de toekomst gebruikt kan worden. Het gaat over dubbel ruimtegebruik voor het opwekken van energie, ruimte op de werklocaties gebruiken om biodiversiteit en leefbaarheid te vergroten (klimaatadaptief, landschappelijke inpassing) en meer circulair. Maar ook over het inspelen op veranderende behoeften van bedrijven door het op kansrijke locaties het faciliteren van nieuwe, moderne, gemixte werkgebieden
19.
57.
Zienswijze MER Slim en duurzaam P.25 “We investeren in het behouden en versterken van onze positie als topregio in de (inter)nationale logistiek door te verslimmen en te verduurzamen.” Mooie woorden maar volstrekt betekenisloos. U stelt nergens eisen aan duurzaamheid. Deze sector komt om de haverklap negatief in het nieuws: - Slechte werkomstandigheden en missstanden met arbeidsmigranten (o.a. undercover bij Bol.com, diverse onderzoeken en - Criminaliteit - Tilburgse logistieke bedrijven die het niet nauw nemen met mensenrechten zoals onlangs bleek in een uitzending van “De wereld van de Chinezen”. Een directeur van Versteijen vindt mensenrechten (kwestie HongKong en Oeigoeren) vooral een binnenlandse aangelegenheid. Dat is toch geen toonbeeld van slimmigheid en duurzaamheid. En u stelt daar geen grenzen of eisen aan. Oftewel: duurzaamheid tot aan de gemeentegrens.