CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Toelichting en regels Schoorstraat Vincentius Udenhout

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 8e herziening (Schoorstraat Vincentius)22.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

45

Cultuurhistorische waarde Redengevende omschrijving: "Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de zorg voor geestelijk gehandicapten door katholieke congregaties en als voorbeeld van de typologische vernieuwing van dergelijke gebouwen in het interbellum." Met de typologische vernieuwing wordt vermoedelijk geduid op de opzet waarin de voordelen van een aaneengesloten bouw en paviljoenbouw werden gecombineerd. Het hoofdgebouw was het domein van de zusters, in de paviljoens waren alle verpleegden in groepen ondergebracht. De bouwdelen werden fysiek en door middel van gangen met elkaar verbonden. De paviljoens zijn van waarde voor de betekenis van het complex als zorginstelling door katholieke congregaties (in de paviljoens verbleven de geestelijk gehandicapten) en als voorbeeld van de typologische vernieuwing. Architectuurhistorische waarde Redengevende omschrijving: "Het heeft architectuurhistorische waarde als voorbeeld van de wijze waarop de architect breekt met de neogotiek en zich aanpast aan gewijzigde opvattingen in de zwakzinnigenzorg. Het is tevens een markant voorbeeld van de toepassing van verstrakte motieven van de Amsterdamse School, met name in de beeldbepalende torencompositie." In de bouwtijd (1927-1935) werden religieuze gebouwen, zoals kerken, vaak gebouwd in een mengvorm van neogotiek (die tot ca.

1910 gangbaar is) en traditionalisme (die vanaf ca. 1925 gangbaar wordt). De keuze voor de Amsterdamse School als bouwstijl, die tussen 1915 en 1925 veel wordt toegepast, is opmerkelijk voor een religieus gebouw, maar ligt in de lijn van het oeuvre van J.J.M. van Halteren. De kenmerkende plastische vormgeving is met name herkenbaar in het hoofdgebouw met de beeldbepalende toren, halfronde risalieten, schijven aan weerszijde van de vleugels en de verschillende typen baksteen in de voorgevel (rode en roodbruin). Ook is in het hoofdgebouw meer sprake van esthetische kwaliteiten dan bij de paviljoens. De architectuurhistorische waarde is met name aanwezig in het hoofdgebouw.

46

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Ensemblewaarde Redengevende omschrijving: "Het heeft ensemblewaarden vanwege de ligging aan een der 'kruisstraten', die het oude centrum van Udenhout vormen." Het complex heeft niet alleen ensemblewaarde vanwege de ligging, maar ook vanwege de relatie met Schoorstraat 2 dat in 1925 de eerste huisvesting was van Huize St. Vincentius. Van hieruit is het complex gegroeid tot wat het nu is. Ook heeft het complex ensemblewaarde vanwege het aanzien binnen zijn omgeving. Het gebouw heeft voor Udenhoutse begrippen een enorme omvang die wordt bepaald door een gevelwand die trapsgewijs is opgebouwd. In dat aanzien spelen de paviljoens een essentiële rol. De bedoeling was dat de bouwmassa symmetrisch zou worden, maar dat is nooit gerealiseerd. De beoogde symmetrie is vermoedelijk na de realisatie van het hoofdgebouw, waarin de symmetrie nog een belangrijke rol speelt, losgelaten. Het paviljoen aan de linker zijde (4) is net wat anders uitgevoerd dan de drie paviljoens aan de rechter zijde (1-3). De laatste twee paviljoens zijn nooit gerealiseerd. Dit doet afbreuk aan de symmetrische opzet en daarmee aan de ensemblewaarden. Gaafheid en zeldzaamheid Redengevende omschrijving: "Het is uitwendig gaaf gebleven en vanwege vormentaal en detaillering als katholiek gesticht zeldzaam." De bouwmassa van het hoofdgebouw en de paviljoens is gaaf.

Het vervangen van de vensters na WOII heeft grote impact gehad op het gevelbeeld. Bij het hoofdgebouw zijn de kozijnen en vensterindeling behouden, maar bij de paviljoens is het gehele venster vervangen. Bij het hoofdgebouw is het gevelbeeld weliswaar gewijzigd, maar bij de paviljoens is sprake van een aantasting. In de brede gevelopeningen hebben robuuste houten vensters plaats gemaakt voor vensters met een slanke stalen profilering en gewijzigde vensterindeling. De massa van de gevel en de gevelopeningen is hierdoor uit verhouding geraakt. Bovenstaande aspecten zijn allen meegenomen in het ontwerp van het hergebruik van het monument en de nieuwbouw. Zoals het verslag van de Omgevingscommissie (zie paragraaf 4.2.1) laat zien is er goede balans gevonden tussen behoud, hergebruik en vernieuwing.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

47

4.4

Volkshuisvesting

4.4.1

Woonvisie en Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek/KWBO

Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. In de update stedelijke ontwikkelstrategie zijn accenten gelegd ten aanzien van de kwalitatieve opgaven die we zien in de gemeente. Centraal in de Woonvisie 2015 –met de horizon op 2020– staat de gemeentelijke opgave te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus als basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, zodat zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en trends (w.o. demografie, individualisering, zelfredzaamheid & betaalbaarheid, identiteit/ beleving); dit geldt zowel de woning als de woonomgeving/woonmilieu. De woningbouwopgave die Tilburg in voornoemde context heeft, kan en wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Echter de omvang van de bouwopgave, maar meer nog de kwalitatieve samenstelling daarvan (o.m.

woonmilieudifferentiatie), maken het nodig om ons –zeer beperkt– ook te oriënteren op locaties buiten het bestaand stedelijk gebied. Om meer aansluiting te vinden bij de huidige en toekomstige woonbehoeften c.q. klantvraag wordt gebruik gemaakt van een woonmilieutypologie. Hierbij wordt, naar analogie van de rijksoverheid, onderscheid gemaakt in vijf woonmilieus: Centrum-Stedelijk, Stedelijk-buiten-centrum, Groen-Stedelijk, (Centrum-)Dorps en Landelijk), waarbij –in deze volgorde– sprake is van een afnemende woningdichtheid en nabijheid c.q. toegang tot voorzieningen, respectievelijk (OV-)bereikbaarheid. Deze indeling wordt waar nodig binnengemeentelijk verbijzonderd en/of verbonden met leefstijlkenmerken van bewoners.

48

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Woonadvies specifiek voor plangebied Udenhout is een dorp met een hoge toekomst- en belevingswaarde. Er is een grote samenhang binnen het dorp. De bewoners waarderen de sterke sociale cohesie en het rijke verenigingsleven. De leefbaarheid scoort overal positief. Als gevolg van de goede marktpositie zijn de woningen duur en minder toegankelijk voor huishoudens die willen starten of doorstromen. Daarom is bouwen voor ouderen in de vorm van appartementen of waar mogelijk patiobungalows gewenst. Dit leidt tot de gewenste doorstroming in de woningvoorraad. Het aanbieden van betaalbare koop- en huurwoningen en sociale huurappartementen kan voorzien in woonruimte voor starters vanuit Udenhout/Berkel-Enschot. Tegelijkertijd zorgen deze betaalbare woningen ervoor dat de woningvoorraad voor alle huishoudens toegankelijk is en blijft. Met het aanbod van de 30 sociale huurappartementen wordt passend aanbod gerealiseerd waar (ook) ouderen terecht kunnen. De koopappartementen en de grondgebonden koopwoningen kunnen zorgen voor een verhuisketen waarmee woonruimte vrij komt voor starters en doorstromers. In paragraaf 3.1.3. (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit.

4.4.2

Woonkwaliteiten

Naast woonmilieudifferentiatie is meer variatie in het aanbod van nieuwbouwwoningen geboden. Enerzijds komt dit voort uit de maatschappelijke ontwikkelingen als individualisering, ontgroening & vergrijzing, anderzijds heeft dit te maken met de verander(en)de klantvraag, die ook steeds kwalitatiever van aard is. Aspecten waarop met name lokaal sturing plaatsvindt, zijn het aandeel appartementen in bouwplannen, het percentage goedkope (huur)woningen, bevordering van consumentgericht bouwen w.o. de beschikbaarheid van kavels voor eigenbouw / (collectief) particulier opdrachtgeverschap, de levensloopbestendigheid van de nieuwbouw en het voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PkVW). a. Toetsingskader nieuwbouw-appartementen In voorliggend plan zijn 52 nieuwbouwappartementen voorzien. Daarvan zijn 30 sociale huurappartementen en 22 koopappartementen. Dit is vooraf in de exploitatie overeenkomst vastgelegd.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

49

b. Goedkope (huur)woningen In voorliggend plan zijn 30 sociale huurappartementen voorzien. Dit is vooraf in de exploitatie overeenkomst vastgelegd. c. Consumentgericht bouwen – eigenbouw / (C)PO In voorliggend plan zijn geen (C)PO woningen voorzien. Dit is vooraf in de exploitatie overeenkomst vastgelegd. d. Levensloopbestendig bouwen (/ wonen met zorg) De huisvesting van zorgbehoevenden (m.n. ouderen en gehandicapten), gemengd met de overige bevolking, is een belangrijk aandachtspunt van het Tilburgse woonbeleid. Ter bevordering van hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie streeft de gemeente Tilburg er naar dat nieuwbouwwoningen "levensloopbestendig" worden ontwikkeld, dan wel daartoe eenvoudig aanpasbaar zijn. Dat wil zeggen dat de "primaire ruimten", i.c. woonkamer, keuken, hoofdslaapkamer en badkamer/toilet, gelijkvloers (te maken) zijn op entreeniveau van de woning. In dit plan wordt aan de doelstelling van levensloopbestendige nieuwbouw invulling gegeven middels het realiseren van appartementen met toegang met lift. e. Politiekeurmerk Veilig Wonen Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PkVW) is een keurmerk dat afgegeven wordt voor woningen, complexen en buurten die voldoen aan een voorgeschreven pakket van eisen rond inbraak- en brandpreventie, sociale veiligheid en leefbaarheid.

Het Politiekeurmerk Veilig Wonen bestaat eigenlijk uit twee keurmerken, namelijk een voor nieuwbouw en een voor bestaande bouw. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast (i.c. certificering plaatsvindt), zowel op woning niveau, als ook op het niveau van de woonomgeving. Het planvoornemen zal zoveel mogelijk voldoen aan het Politiekeurmerk. Doordat er sprake is van een bestaande woonomgeving kan niet aan alle punten worden voldaan.

50

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

4.4.3

Beleidsregeling appartementen

Vanwege enkele excessen in de wijk De Noordhoek in Tilburg heeft er een onderzoek plaats gevonden naar het realiseren van kleine appartementen. De conclusie uit het onderzoek is dat de huidige bestemmingsplannen vaak te veel ruimte bieden voor realisatie van zeer kleine wooneenheden. De onwenselijke gevolgen hiervan zijn onder andere de realisatie van appartementen met een slechte prijs-kwaliteitsverhouding, die een aanzuigende werking hebben op eenpersoonshuishoudens die afhankelijk zijn van snel beschikbare en betaalbare huisvesting. Dit zou ook malafide ondernemers en ondermijnende criminaliteit kunnen aantrekken. Door veel kleine appartementen bij elkaar kan een disbalans in de woonomgeving ontstaan. Verder laat het beheer bij zeer kleine appartementen vaak te wensen over. Dit kan tot overlast leiden. Dat wil de gemeente voorkomen. Het opstellen van een zogenaamd paraplubestemmingsplan met binnenplanse afwijkingsmogelijkheid om de grootte van appartementen te regelen heeft de voorkeur boven de herziening van het gehele bestemmingsplan. De ruime mogelijkheden die bestemmingsplannen nu bieden, hebben betrekking op locaties met een gemengde of centrumbestemming. Deze liggen veelal aan de linten. Ook buiten de linten op sommige binnenwijkse bedrijventerreinen, buurt- en winkelcentra komen deze bestemmingen voor.

Op 25 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten beleidsregels met betrekking tot de realisatie van zeer kleine appartementen vast te stellen. Hiermee wordt de realisatie van appartementen met een oppervlak kleiner dan 50 m2 onmogelijk gemaakt. Deze regeling is ook in dit bestemmingsplan toegepast. Er is wel een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor woonconcepten voor specifieke doelgroepen zoals opgenomen in bijlage 19 Update stedelijke ontwikkelingsstrategie. De keuze om wel of niet mee te werken aan de afwijking is een bevoegdheid van het college.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

51

4.5

Groen en speelruimte

4.5.1

Bomenbeleid Tilburg

Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. In maart 2021 is de Bomenverordening 2021 vastgesteld welke per september 2021 in werking is getreden. De Bomenverordening biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels. Als onderdeel van de Boomenverordening is een Boomwaardezoneringskaart (Bwz-kaart) opgesteld. Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare bomen in het stedelijk gebied van de gemeente Tilburg. Op de Bwz-kaart worden de boomzones die belangrijk zijn voor de structuur van de stad weergegeven; zones met bomen met een hoofdwaarde, nevenwaarde, basiswaarde of stadsecologie. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen, onderhoud en beheer en straatbeeld.

Door middel van de Bwz-kaart wordt duidelijk waar er kansen liggen voor openbare bomen; bomen die op de Bwz-kaart staan krijgen extra bescherming, intensiever onderhoud/beheer, bescherming tegen kap, herplantplicht e.d. Het plangebied valt, zoals te zien op onderstaande uitsnede van de Boomwaardezoneringskaart, binnen de categorie basiswaarde.

52

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

UITSNEDE BOOMWAARDEZONERINGSKAART

De bomenverordening is niet van invloed op het plan. Boom Effect Analyse Binnen het plangebied zijn groenstroken en meerdere volwassen bomen aanwezig. Om inzichtelijk te krijgen wanneer negatieve effecten te verwachten zijn op de bomen in de directe omgeving van de beoogde herontwikkeling van Huize Vincentius is door Pius Floris Boomverzorging een Boom Effect Analyse (BEA) (03P2103847, 3 maart 2022) opgesteld. Daarnaast geeft de BEA inzicht in de kwetsbare zones van de bomen. Op basis van deze inventarisaties kunnen onderbouwde ontwerpkeuzes gemaakt worden. Hierna zijn de adviezen beknopt weergegeven. De gehele rapportage is opgenomen als bijlage 5. Advies In totaal zijn er 65 bomen geïnventariseerd, hiervan hebben zeven bomen een onvoldoende tot slechte kwaliteit. In het voorgenomen plan wordt uitgegaan van behoud van 27 bomen binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling. Tijdens de ontwikkelingsfase zijn voor drie bomen ingrijpende maatregelen noodzakelijk voor duurzame handhaving en voor tien bomen specifieke maatregelen.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

53

OVERZICHTSKAART BEA-ADVIES

In onderstaande tabel is de boombalans te vinden voor de bomen in de invloedssfeer van het project. Door het nemen van ingrijpende maatregelen zijn drie bomen duurzaam te handhaven. Voor de duurzame handhaving van 10 bomen zijn specifieke maatregelen noodzakelijk. 36 bomen zijn niet te behouden als gevolg van ruimtelijk beslag en of door de gemeente gestelde grens in kwaliteit (bomen met een onvoldoende/slechte conditie worden vervangen), voor deze bomen dient een kapvergunning aangevraagd te worden. Voor deze bomen is een waardebepaling gedaan volgens de richtlijnen van het NVTB, de gegevens hiervan en een voorbeeld van een berekening van een aantal bomen staan weergegeven in Bijlage V van de rapportage. Bomenbalans

Boomnummers

Aantal

Handhaven

1, 9, 11, 24, 52

5

Handhaven (beperkte maatregel) 2, 3, 4, 5, 6, 10, 49, 51, 57, 64, 65

11

Handhaven (specifieke maatregel) 12, 13, 14, 15, 22

5

Handhaven (ingrijpende

54, 58, 60

3

Handhaven (ontwerpwijziging)

17, 18, 19, 20, 21

5

Vellen

7, 8, 16, 23, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32,

36

maatregel)

33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 50, 53, 55, 56, 59, 61, 62, 63 Eindtotaal

54

65

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Maatregelen in bestemmingsplan Bij realisatie van de ontwikkeling zullen, zoals beschreven in de Boomeffectanalyse, 37 bomen worden gekapt. Ter compensatie van deze bomen zullen 52 bomen worden geplant. Op onderstaande tekening is de situering van deze nieuwe bomen zichtbaar (zie ook bijlage 6) .

BOMENTEKENING

Om te borgen dat deze bomen ook daadwerkelijk worden geplant is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

4.5.2

Nota Groen

De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

55

Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. Het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. Het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. In de huidige situatie kent het plangebied een maatschappelijke bestemming met een beperkte gebruikskwaliteit en biodiversiteit. Middels onderhavig planvoornemen wordt er naast de aanleg van individuele privétuinen ook ruimte geboden aan een gedeelde tuin (co-creatie). Hierdoor is er sprake van verschillende karakters van groen enerzijds het natuurlijke groen aan de randen met zowel een waterbergende functie als een plek waar biodiversiteit wordt gestimuleerd, anderzijds het groen binnen het hof, waarin een combinatie wordt gezocht tussen openbare recreatieve waarde en biodiversiteit. Onderhavig planvoornemen is daarmee passend in de Nota Groen.

4.5.3

Nota biodiversiteit

Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora en fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied).

Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten.

56

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016).

4.5.4

Agenda groen in de stad

De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

4.5.5

Stadsnatuurkaart 2040

De Stadsnatuurkaart 2040, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 maart 2022, is de actualisatie van de Stadsnatuurkaart die samen met de agenda groen in de stad in 2016 eerder is vastgesteld. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer).

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

57

UITSNEDE STADSNATUUR 2040

Het plangebied ligt binnen het gebied dat is aangeduid als 'Ecologische zone'. De huidige 'Ecologische zone' ligt grotendeels over het bestaand stedelijk gebied heen. Door middel van de nieuw aan te leggen groenstructuur en realisatie van de faunatoren zal er eerder sprake zijn van een bijdrage aan de 'Ecologische zone' dan een aantasting daarvan.

4.5.6

Uitvoeringsagenda Koel Tilburg

Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg.De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad.

58

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020-2023 (zie paragraaf 6.2.4). De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte.

4.5.7

Nota Ruimte voor Buitenspelen

Naar aanleiding van de ambities uit de Kadernota Jeugd en de behoefte aan algemene voorwaarden ten aanzien van richtlijnen voor de aanleg van speelplekken is de nota Ruimte voor Buitenspelen (2003) opgesteld. Doel van de nota is dat de jeugd als volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte wordt geaccepteerd. Spelen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kind. De nota geeft o.a. een analyse van de formele speelruimte in Tilburg weer. Algemene voorwaarden ten aanzien van speelruimte (veiligheid, bereikbaarheid, spreiding, ruimtegebruik, inrichting) en programmering van de spelenplannen en inrichtingseisen van speelruimte komen aan de orde. Een minimumnorm voor formele speelruimte wordt gesteld om voldoende speelruimte te kunnen garanderen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatiegebieden (> 50 woningen), nieuwbouw en bestaande bouw. Binnen het plan is geen formele ruimte voor speelvoorzieningen opgenomen. In en rondom het plangebied is wel voldoende ruimte voor informeel spelen.

4.6

Verkeer en parkeren

4.6.1

Mobiliteitsaanpak Tilburg

De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

59

De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

4.6.1.1 Verkeersgeneratie De realisatie van onderhavig planvoornemen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie "ASVV 2021'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De kern Udenhout wordt binnen de gemeente Tilburg aangeduid als matig stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Tilburg tot het 'rest bebouwde kom' behoort. In de nieuwe situatie worden 30 sociale huurappartementen, 50 koopappartementen en 13 grondgebonden koopwoningen gerealiseerd. De woningen vallen, om de verkeersgeneratie te bepalen, onder de onderdelen: 

koop, huis, tussen/hoek;

koop, appartement, midden;

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel

Verkeersgeneratie

Aantal

Totaal

koop, huis, tussen/hoek;

6,7 per woning

13 woningen

87,1

koop, appartement, midden.

5,2 per woning

50 woningen

260

Huur, appartement, midden/goedkoop 3,2 per woning

30 woningen

96

(incl. sociale huur) Totaal

60

443,1

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Op basis van bovenstaande tabel kan worden gesteld dat onderhavig planvoornemen gemiddeld zorgt voor ca. 443 verkeersbewegingen per etmaal. Het plangebied wordt ontsloten op de Schoorstraat. Hier kan het verkeer zich verdelen in oostelijke richting, richting het centrum en in westelijke richting, richting de Loons en Drunense Duinen. Vanaf deze ontsluitingswegen verdeelt het verkeer zich verder. Bij het voormalig gebruik was reeds sprake van een verkeersbewegingen van werknemers en bezoekers van de zorginstelling. De precieze verkeersaantallen van de huidige (voormalige) functie zijn niet bekend. Het grondoppervlak van de bestaande gebouwen beslaat ca. 2.400 m2. Uitgaande van 4 verdiepingen wordt voor de bestaande situatie is er een gebruiksoppervlak van 9.600 m2. Omdat echter het grootste deel voor opvang was ingericht met minder tot geen gebruik van de auto wordt nu uitgegaan van de helft van het oppervlak. In de stiktsofberekening is uitgegaan van het gebruik van de bestaande gebouwen als kantoorfunctie. Deze functie heeft een norm van 6,3 verkeersbewegingen /100 m2 bvo. De voormalige verkeersgeneratie bedraagt dan 4800 m2/100 x 6,3 = 302 verkeersbewegingen. Er is hiermee maar een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op de Schoorstraat. De Schoorstraat kan deze toename aan.

4.6.2

Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016

Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in dewoonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: 

Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren;

In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast;

Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers;

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

61

Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt;

Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

4.6.3

Nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'

In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' (bijgevoegd als bijlage 3 bij de regels) zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor onderhavige locatie is reeds een parkeerbalans uitgevoerd, bijgevoegd in bijlage 7. Hierin is geconcludeerd dat de maximale parkeervraag 135 parkeerplaatsen bedraagt. Dit aantal is opgebouwd uit 97 parkeerplaatsen voor bewoners en 38 parkeerplaatsen voor bezoekers. Wanneer rekening wordt gehouden met de aanwezigheidspercentages van de bewoners en bezoekers, zoals opgenomen in de parkeernota, zijn er naast de 97 parkeerplaatsen op eigen terrein nog 38 parkeerplaatsen op openbaar terrein nodig.

Hiermee wordt voldaan aan de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de parkeerplaatsen aangegeven.

62

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

LOCATIE PARKEERPLAATSEN

4.6.4

Overige verkeersaspecten

Ligging/ontsluiting plangebied Het plan is gelegen aan de noordzijde van de Schoorstraat, vlakbij het centrum van Udenhout. Het plangebied is het meest direct bereikbaar vanaf deze Schoorstraat. De Schoorstraat is tweerichtingsverkeer en er geldt een maximum snelheid van 30 km/u. Autoverkeer dat het plangebied wil verlaten kan via de Schoorstraat en de Kreitenmolenstraat richting de hoofdwegenstructuur. Langzaam verkeer Langs de Schoorstraat zijn 2 vrijliggende fietspaden (recreatieve fietsroute) gelegen waarmee de bewoners op een veilige manier bij het plangebied kunnen komen. De fietsenstallingen zijn opgenomen in de bebouwing van de appartementengebouwen en in de bergingen van de rijwoningen. Fietsen van bewoners en bezoekers moeten gestald worden binnen het plangebied. Voor het hoofdgebouw zijn ook in de openbare ruimte enkele fietsenstallingen voor bezoekers opgenomen. In de Schoorstraat zijn geen specifieke voorzieningen voor voetgangers. Voetgangers maken hier gebruik van het verplichte fietspad.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

63

Openbaar Vervoer De Schoorstraat is geen onderdeel van een busroute, maar het gebied is met openbaar vervoer bereikbaar. Nabij het kruispunt Schoorstraat Slimstraat/Groenstraat zijn bushaltes aanwezig voor bussen richting Berkel-Enschot/Tilburg en richting Biezenmortel/Helvoirt/Vught. Afvalinzameling Het terrein moet goed bereikbaar zijn voor afvalinzameling. Een vuilniswagen moet altijd vooruit kunnen rijden bij arriveren en bij het wegrijden. Met het voorliggend plan zal deze functie gewaarborgd blijven. Bij het ontwerp van de openbare ruimte is rekening gehouden met de draaicirkels van de vuilniswagens. Nooddiensten Het openbaar gebied moet altijd bereikbaar zijn voor de noodhulpdiensten. Alle woningen zijn direct vanaf de Schoorstraat bereikbaar voor de nooddiensten. Bij het ontwerp van de openbare ruimte is rekening gehouden met de draaicirkels van de brandweerwagens, de plaats van de brandkranen en de opstelplaatsen van de brandweerwagens.

64

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

HOOFDSTUK 5 MILIEUASPECTEN 5.1

Inleiding

Tijdens de procedure van voorliggend bestemmingsplan heeft een kleine wijziging plaatsgevonden. Het aantal wooneenheden in het linker appartementenblok is opgehoogd van 29 naar 30 woningen. De extra woning is binnen de eerder aangegeven gebouwcontour opgenomen en zorgt daarmee voor de uitgevoerde onderzoeken voor geen of een zeer beperkte wijziging. Er vindt geen extra verstoring aan bodem of omliggende natuur of vergroting van het verhard oppervlak plaats. Ook met betrekking tot geur en milieuzonering vinden er geen veranderingen plaats. Voor de aspecten lucht en externe veiligheid betreft de verhoging van het aantal woningen met 1 woning geen relevante toename op het totaal van 93 woningen.

Met betrekking tot akoestiek wegverkeerslawaai is in paragraaf 5.5 uitgelegd waarom deze wijziging geen gevolgen heeft voor de conclusies. De uitgevoerde onderzoeken zijn daarom niet aangepast aan de wijziging.

5.2

Milieueffectrapportage

Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied niet dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig. Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

65

maatregelen, aanwezig zijn. ad b. Natura 2000-gebied Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Loonse en Drunsese duinen op ca. 300 m afstand van het projectgebied, hiervan gescheiden door agrarisch gebied en delen van de bebouwde kom van Udenhout. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 2 km) van het projectgebied. Het projectgebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake. Gelet op de ligging van het projectgebied en de impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden kan niet op voorhand worden uitgesloten en kan desgewenst nader onderzocht worden middels een AERIUS berekening. Dit wordt in paragraaf 5.9 onderzocht en beoordeeld. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland is het Natura 2000-gebied Loonse en Drunese duinen en enkele aangrenzende percelen op ca.

125 m afstand van het projectgebied, hiervan gescheiden door agrarisch gebied en delen van de bebouwde kom van Udenhout. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Noord-Brabant geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Gelet op de aard en omvang van de werkzaamheden en de scheiding van het projectgebied van natuurnetwerk Nederland gebieden door minimaal twee rijen bebouwing, is een directe impact niet aannemelijk. Er is een vormvrije mer beoordeling uitgevoerd (opgenomen in bijlage 8). Uit deze notitie blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden.

66

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Voor het aspect Natuurwaarden zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en de benodigde ontheffingen verleend (zie paragraaf 5.9). Conclusie Er is geen sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. en voor het plan is geen passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) vereist. Wel zijn de benodigde ontheffingen met betrekking tot stikstof en natuurwaarden verleend.

5.3

Milieuhinder bedrijven

5.3.1

Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of: 

de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;

bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen. Er is voor deze handreiking gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee omgevingstypen: een rustige woonwijk en gemengd gebied. In een gemengd gebied mag een kleinere richtafstand dan in een rustige woonwijk worden aangehouden. De richtafstanden mogen dan met één 'afstandstap' worden teruggebracht.

5.3.2

Analyse

Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is slecht van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

67

Invloed omliggende inrichtingen op plan Binnen een straal van 75 meter zijn geen bedrijven aanwezig met een milieucategorie hoger dan 1. Dit leidt tot de conclusie dat er geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven liggen. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

5.3.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Inleiding

Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: 

Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk;

Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten;

Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk;

Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk;

Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde.

68

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid.

5.4.2

Inventarisatie risicobronnen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is in een besluit vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. Hierna zijn de risicobronnen die relevant zijn (binnen het invloedsgebied liggen) geïnventariseerd en is de verantwoordingsplicht ingevuld. Een ontwikkeling die ligt binnen het invloedsgebied van een risicobron moet worden verantwoord. In de inventarisatie van risicobronnen wordt beoordeeld of het invloedsgebied over het plangebied ligt.

UITSNEDE RISICOKAART MET PLANGEBIED

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

69

Inrichtingen De bestemmingsplanherziening maakt het planologisch niet mogelijk om risicovolle inrichtingen op te richten binnen het plangebied. In en rond het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen waarvan het invloedsgebied reikt tot het plangebied. Buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen worden de veiligheidsaspecten geregeld van hogedruk buisleidingen. Er ligt geen invloedsgebied van eenbuisleiding over het plangebied. Transportroutes Het invloedsgebied van de transportassen over de weg en het spoor met gevaarlijke stoffen verschilt per transportas. In onderstaande tabel is een overzicht van de wegen en sporen met de stofcategorie die zorgt voor het grootste invloedsgebied. Transportas

Invloedsgied

Afstand tot plangebied

Spoor Tilburg - Vught

> 4.000 m

> 1.100 m

Lokale transportroute G

355 m

> 3.000 m

Rijksweg A65/N65

880 m

> 3.000 m

Spoor Tilburg - Boxtel

995 m

> 4.500 m

Spoor Breda - Tilburg

> 4.000 m

> 5.900 m

Rijksweg A58

> 4.000 m

> 6.500 m

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, ligt het invloedsgebied van het spoortraject Tilburg Vught. Gezien de afstand tussen het plangebied en deze transportroute gevaarlijke stoffen wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Een nadere beschouwing van het groepsrisico in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling is niet nodig (afstand is groter dan 200 meter). Plasbrandaandachtsgebieden (PAG) Vanaf het moment dat het Bevt in werking is getreden moet voor bepaalde (spoor)wegen rekening worden gehouden met de zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden. Het gaat hier om (spoor)wegen waarover veel transport van brandbare vloeistoffen plaatsvindt zoals benzine. Voor Tilburg is dit het spoor Breda-Tilburg-Boxtel en de A58. Het spoor vanaf de splitsing richting Vught en de A65 kent geen plasbrandaandachtsgebied.

70

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied van 30 meter uit de rand van een rijstrook van een weg dan wel 30 meter van de buitenste spoorstaaf op het spoor. Binnen plasbrandaandachtsgebieden moeten de effecten van een plasbrand meegenomen worden in de verantwoording. Daarnaast gelden binnen het plasbrandaandachtsgebied aanvullende bouwvoorschriften voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. Het plangebied ligt niet binnen een PAG, vanuit het bouwbesluit gelden dan ook geen aanvullende voorwaarden. Het plangebied maakt geen ontwikkelingen mogelijk binnen de plaatsgebonden risicocontour van een Bevi-inrichting, transportas en/of hogedruk aardgasleiding. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoortraject Tilburg - Vught. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de groepsrisicoverantwoording ingevuld.

5.4.3

Verantwoording groepsrisico

Via de herziening van het bestemmingsplan wordt de realisatie van woningen mogelijk gemaakt. De gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de verantwoording groepsrisico. De brandweer Midden- en West-Brabant heeft aangegeven dat gebruik kan worden gemaakt van het standaardadvies. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid moet op twee aspecten worden beoordeeld: 

Is het rampscenario te bestrijden

Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren.

Gezien de afstand tussen het plangebied en de relevante transportroutes (> 1.100 meter) is enkel het toxisch scenario relevant en nader beschouwd. Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagon lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

71

Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Opkomsttijd brandweer De opkomsttijd van de brandweer voldoet aan de zorgnorm (12 minuten bij nieuwe woonfuncties). De opkomsttijd bedraag ongeveer acht minuten.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheid voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen bestaan uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied zijn geen functies bedoeld voor groepen nietzelfredzame personen opgenomen. Vluchtmogelijkheden Het plangebied wordt via de bestaande wegenstructuur (Schoorstraat en aanliggende wegen) goed ontsloten, waardoor het gebied goed te ontvluchten is. Ventilatie Bij blootstelling aan een toxisch gas is ‘schuilen’ vaak de beste wijze van zelfredzaamheid. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze om de zelfredzaamheid te vergroten. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken.

72

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Onduidelijk is in welke mate de te realiseren woningen luchtdicht zal zijn. Het verdient aanbeveling om de woning te voorzien van mechanische ventilatie zodat de luchttoevoer bij een toxische wolk kan worden geminimaliseerd. Alarmering Van belang is dat bewoners in geval van een incident tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en Alarmering Systeem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het plangebied ligt binnen het dekkingsgebied van een WAS-installatie. Daarnaast is mobiele alarmering via NL-Alert mogelijk. Risicocommunicatie Door actief te communiceren over risico’s zal de zelfredzaamheid namelijk worden vergroot. De brandweer Midden- en West-Brabant adviseert daarom ook om een communicatieplan op te stellen met deskundigen op dit gebied. In dit plan kan dan worden vastgelegd met wie, op welke wijze en met welke frequentie over de risico’s wordt gecommuniceerd. Op dit moment vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit. Daarnaast vindt op verzoek gebiedsgerichte risicocommunicatie plaats. De aanwezige personen worden niet gezien als verminderd zelfredzaam.

5.4.4

Conclusie

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van één transportroute gevaarlijke stoffen. Personen in het plangebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg - Vught is de verantwoordingsplicht ingevuld. Voor de verantwoording is het standaardadvies van de Brandweer Midden- en West-Brabant gebruikt. De relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: 

De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief;

Aangezien het plan op >1.100 meter van de relevante transportroute gevaarlijke stoffen ligt, neemt het groepsrisico van deze risicobron in de toekomstige situatie niet toe;

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

73

De bereikbaarheid van het plangebied is goed;

Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit;

Bewoners kunnen gealarmeerd worden via de WAS-palen of NL-Alert;

De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten;

Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Bij mechanische ventilatie heeft het de voorkeur dat deze in de meterkast kan worden uitgezet. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk;

De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan.

Het advies van de Veiligheidsregio is opgenomen als bijlage 18.

5.5

Geluid

5.5.1

Inleiding

Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden.

5.5.2

Wegverkeerslawaai

Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de Schoorstraat. Om de gevelbelasting van de nieuwe woningen inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Boxmeer een akoestisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Schoorstraat 4 te Udenhout" (16 maart 2022, 11199.001, D2). Het onderzoeksrapport is als bijlage 9 bijgevoegd. Econsultancy concludeert dat de geluidsbelasting maximaal 50 dB bedraagt. Alleen ten gevolge van het 30 km/uur gedeelte van de Schoorstraat treden overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt met maximaal 2 dB overschreden op de voorgevels van de nieuw te bouwen appartementengebouwen links en rechts.

74

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP

Tevens wordt de grenswaarde van 53 dB uit het gemeentelijk beleid ook niet overschreden. Vanwege de Schoorstraat kan wegens het ontbreken van een zone formeel geen hogere waarden worden vastgesteld. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor de Schoorstraat een afweging van geluidsreducerende maatregelen wenselijk. Voor de nieuw te bouwen appartementengebouwen wordt geadviseerd om het akoestisch klimaat in de appartementen (het zogenaamde binnenniveau) te garanderen. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de appartementengebouwen rechts en links zal een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels worden uitgevoerd. De verhoging van het aantal woning van 29 naar 30 woningen in het linker appartementengebouw heeft geen gevolgen voor de conclusies. Er kan wegens het ontbreken van een zone formeel nog steeds geen hogere waarde worden vastgesteld en het extra appartement zal aan de achterzijde van het gebouw worden toegevoegd, waarmee ook geen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn.

5.5.3

Railverkeerlawaai

Het plangebied is gelegen buiten de zonebreedte van 600 m van het spoortraject Tilburg-'s-Hertogenbosch. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

5.5.4

Industrielawaai

In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. Het plangebied bevindt zich niet binnen de zone van een geluidgezoneerd industrieterrein.

5.5.5

Luchtvaartlawaai

Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP

75

5.6

Lucht

5.6.1

Inleiding

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.6.2

Analyse

Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Onderhavig plan omvat de realisatie van 30 sociale huurappartementen, 50 koopappartementen en 13 grondgebonden koopwoningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926317/2