07 Toelichting en regels Schoorstraat Vincentius Udenhout
Tekst van het document
bestemmingsplan
UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) ontwerp 7 december 2022
bestemmingsplan
UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS)
documentstatus
ontwerp
documentversie
3
IMRO-code
NL.IMRO.0855.BSP2021029-
IMRO-publicatieversie
b001
datum
7 december 2022
projectnummer
VKL089
2
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
INHOUDSOPGAVE Toelichting Hoofdstuk 1
7 Plan en plangebied
9
1.1
Aanleiding tot planontwikkeling
9
1.2
Het plangebied
10
1.3
Voorgaande plannen
12
Beschrijving plangebied
15
2.1
Inleiding
15
2.2
Ruimtelijke structuur
15
2.3
Functionele structuur
18
2.4
Technische infrastructuur
18
2.5
Planbeschrijving
19
Ruimtelijk beleidskader
29
3.1
Rijk
29
3.2
Provinciaal niveau
32
3.3
Gemeente
37
Thematische beleidskaders
41
4.1
Inleiding
41
4.2
Stedenbouwkundige aspecten en welstand
41
4.3
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg
43
4.4
Volkshuisvesting
48
4.5
Groen en speelruimte
52
4.6
Verkeer en parkeren
59
Milieuaspecten
65
5.1
Inleiding
65
5.2
Milieueffectrapportage
65
5.3
Milieuhinder bedrijven
67
5.4
Externe veiligheid
68
5.5
Geluid
74
5.6
Lucht
76
5.7
Geur
77
5.8
Bodem
78
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
3
5.9
Natuur en Ecologie
79
Wateraspecten
87
6.1
Bestaand watersysteem
87
6.2
Beleidskader
89
6.3
Beschrijving watersysteem plangebied
93
6.4
Afvalwater
96
6.5
Waterkwaliteit
97
6.6
Samenvatting
97
Opzet planregels
99
7.1
Inleiding
99
7.2
Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels
99
7.3
Bestemmingen en aanduidingen
100
7.4
Bouw- en gebruiksregels
101
Hoofdstuk 8
Uitvoerbaarheid
103
Hoofdstuk 9
Omgevingsdialoog en vooroverleg
105
9.1
Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro
105
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
105
9.3
Omgevingsdialoog
105
9.4
Zienswijzen
105
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Bijlagen toelichting
107
Bijlage 1
Inrichtingsschets
107
Bijlage 2
Advies archeologisch onderzoek
107
Bijlage 3
Verslag Omgevingscommissie
107
Bijlage 4
Bouwhistorische verkenning
107
Bijlage 5
Boomeffectanalyse
107
Bijlage 6
Bomentekening
107
Bijlage 7
Parkeerbalans
107
Bijlage 8
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
107
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
107
Bijlage 10
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
107
Bijlage 11
Stikstofdepositie-onderzoek
107
Bijlage 12
Beschikking vergunning Wet Natuurbescherming stikstof
107
Bijlage 13
Quickscan Flora en Fauna
107
4
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
Bijlage 14
Aanvullend ecologisch onderzoek
Bijlage 15
Beschikking vergunning Wet Natuurbescherming
107
beschermde soorten
107
Bijlage 16
Projectplan beschermde soorten
107
Bijlage 17
Watertoets
107
Bijlage 18
Advies Veiligheidsregio
107
Bijlage 19
Update stedelijke ontwikkelingsstrategie
107
Bijlage 20
Omgevingsdialoog
107
Regels
109
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
111
Artikel 1
Begrippen
111
Artikel 2
Wijze van meten
130
Bestemmingsregels
131
Artikel 3
Maatschappelijk
131
Artikel 4
Wonen
136
Artikel 5
Waarde - Archeologie (dubbelbestemming)
145
Artikel 6
Waarde - Cultuurhistorie (dubbelbestemming)
149
Algemene regels
155
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
155
Artikel 8
Algemene bouwregels
155
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
159
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
159
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
161
Artikel 12
Algemene procedureregels
163
Artikel 13
Overige regels
164
Overgangs- en slotregels
167
Artikel 14
Overgangsrecht
167
Artikel 15
Slotregel
168
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
5
Bijlagen regels
169
Bijlage 1
Boomwaardekaart Udenhout
169
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
169
Bijlage 3
Parkeernormen Tilburg 2017
169
Bijlage 4
Beschikking vergunning Wet Natuurbescherming
Bijlage 5
6
beschermde soorten
169
Bomentekening
169
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
TOELICHTING
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
7
8
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
HOOFDSTUK 1 PLAN EN PLANGEBIED Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 8e herziening (Schoorstraat Vincentius)" van de gemeente Tilburg.
1.1
Aanleiding tot planontwikkeling
Het plangebied, bekend als het Vincentius terrein, betreft een terrein met opstallen die nu in gebruik zijn voor zorgdoeleinden, voornamelijk dagbesteding. Op het terrein bevindt zich thans nog bebouwing waaronder een gebouw met rijksmonumentale status. Na de beëindiging van de zorgtaken is het gewenst het terrein te herontwikkelen. De initiatiefnemer heeft een inrichting voor het plangebied gepresenteerd, waarbinnen naast de herbestemming van het rijksmonument, met aanliggende vleugels, naar wonen ook de realisatie van twee appartementengebouwen na de sloop van een deel van de bestaande gebouwvleugels is opgenomen. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan ''Udenhout Beschermd Dorpsgezicht'', omdat binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk' geen zelfstandige woningen mogen worden gerealiseerd en de bouwhoogte van de 2 nieuwe gebouwen niet past binnen de aangegeven hoogte. De gemeente Tilburg heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied.
Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
9
1.2
Het plangebied
Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
10
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Udenhout, sectie F, nummers 6080 (gedeeltelijk), 6081 en 6082. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 18.640 m². De gronden zijn particulier in eigendom.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
11
1.3
Voorgaande plannen
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ''Udenhout Beschermd Dorpsgezicht", vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 25 oktober 2012. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
12
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
De gronden binnen het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als 'Maatschappelijk - 1'. De gronden zijn in deze bestemming onder andere aangewezen voor:
wonen in combinatie met welzijnsvoorzieningen, zoals verzorgingstehuis, verpleeghuis, inrichtingen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, tehuis voor daklozen, e.d.;
voorzieningen voor religieuze instellingen, en;
ondersteunende voorzieningen, zoals voorzieningen voor dagactiviteiten, educatie, ontwikkelingsgerichte werkgerelateerde activiteiten en voorzieningen voor sport en recreatie, zoals een zwembad, kinderboerderij en manege.
Onderhavig plangebied is gedeeltelijk voorzien van een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak gelden gedeeltelijk de bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' en 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing'. Daarnaast gelden gedeeltelijk de maatvoeringsaanduidingen 'maximale bouwhoogte: 11,5 m, maximum goothoogte: 6 m', 'maximale bouwhoogte: 9,5 m, maximum goothoogte: 15,5 m' en 'maximum bebouwingspercentage: 42%'. Ter plaatse van deze aanduidingen dient aan deze maatvoeringen voldaan te worden. Tevens bevat het plangebied gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Deze gronden zijn, naast de andere aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), tevens bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de cultuurhistorische waarden. Dit staat nader beschreven in hoofdstuk 4. Conclusie Het initiatief betreft de herbestemming van het rijksmonument, met aanliggende vleugels, naar wonen en de realisatie van twee appartementengebouwen na de sloop van een deel van de bestaande gebouwvleugels. Dit is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is derhalve noodzakelijk.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
13
14
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1
Inleiding
Udenhout is een zeldzaam voorbeeld van een goed gedocumenteerde boshoevennederzetting die is ontstaan in de loop van de twaalfde eeuw. De hierbij behorende ruimtelijke structuur is tot op de dag van vandaag gehandhaafd en voortgezet. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het behoud van dit karakteristiek beeld. Tevens vormt het een adequaat juridisch-planologisch kader om ontwikkelingen die dit beeld versterken of niet verstoren mogelijk te maken.
2.2
Ruimtelijke structuur
Kern Udenhout In de ruimtelijke structuur van de kern van Udenhout, is de geschiedenis van het dorp als boshoevennederzetting nog altijd goed afleesbaar. Kenmerkend hiervoor is de heldere opzet met relatief brede straten begeleid door laanbeplanting, en aansluitend de brede en vooral diepe percelen. De bebouwing bestaat grotendeels uit vrijstaande, veelal éénlaagse woonhuizen. De ruimtes tussen de gebouwen verschaffen telkens doorzichten naar de achtergelegen terreinen en landschap. De beleving van de aanwezige ruimtelijke structuur wordt mede bepaald door de achterliggende gebieden. De noordwestzijde van de Groenstraat grenst aan het buitengebied. De openingen tussen de gebouwen door vormen doorkijkjes naar een open landschap. De zuidoostzijde van de Groenstraat grenst aan nieuwbouwwijken van de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Daarom is het veel minder open van karakter, evenals beide zijden van de Kreitenmolenstraat, de Slimstraat en het zuidwestelijke deel van de Schoorstraat. Langs de noordoostzijde van de Schoorstraat loopt de grens langs het landgoed van de historische buitenplaats De Strijdhoef, dat ook een open groen karakter heeft. Daar waar de oorspronkelijke lijnvormige nederzetting (Groenstraat-Slimstraat) werd doorkruist door wegen (de voorlopers van de huidige Kreitenmolenstraat en Schoorstraat), ligt het centrale kruispunt van het dorp.
De bebouwing rondom dit kruispunt is meer intensief, waarbij de openheid in de bebouwingstructuur (deels) verdwijnt. Hier bevinden zich ook enkele grote percelen met afwijkende bebouwing zoals het voormalige raadhuis, de kerk met pastorie en kerkhof en Huize Vincentius.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
15
Het gaat hier om volumineuze bouwwerken met de eigen typische verschijningsvormen. Andere afwijkende elementen in de ruimtelijke structuur zijn Park ter Roomley aan de Kreitenmolenstraat dat ligt aan de stroom die daar loopt, het perceel van de houtzagerij, eveneens aan de Kreitenmolenstraat, en de concentratie grootschalige bedrijfsbebouwing waar tegenwoordig ook detailhandel /PDV is gehuisvest nabij het kruispunt van de Kreitenmolenstraat en het spoor. Specifieke kenmerken per straat Schoorstraat De Schoorstraat is van oorsprong een pad dat naar het noordwesten voerde en maakte geen deel uit van de historische bebouwingslinten in de nederzetting. Daardoor heeft de straat een geheel eigen karakteristiek gekregen. De Schoorstraat is breder dan de overige straten en maar spaarzaam bebouwd. Hier gaat de bebouwde kom over in een landelijke buitengebied. Richting buitengebied neemt de breedte van de percelen toe en de bebouwingsdichtheid af. Door de bouw van Huize Vincentius aan de noordzijde ontstond aan die zijde van de Schoorstraat een specifiek beeld met een forse bebouwing parallel aan de weg. Met name achter die gebouwen is door aanleg van lanen en beplanting een bijzonder overgang naar het buitengebied gerealiseerd.
Afgezien van het blok aan de straat was de bebouwingsdichtheid laag en had het gebied door de groene elementen en de zichtlijnen een grotendeels open, groen karakter. Het gebied sluit aan op de groene landerijen van het aangrenzende landgoed De Strijdhoef, dat zich buiten het plangebied bevindt. Achter en ten westen van de originele bebouwing is de laatste jaren nieuwe (na sloop oude gebouwen) en extra bebouwing ten behoeve van de zorgfunctie gerealiseerd. Het gehele terrein is gemoderniseerd om te kunnen voldoen aan de nieuwe wensen en eisen van de functies. Het monument is het laatste gebouw dat nog in originele staat is, maar door de huidige wensen/eisen niet meer voldoet. De bestaande bebouwing aan de zuidzijde van de straat is schaars, met de rooilijn ver naar achteren en afgewisseld door grote, onbebouwde percelen groen.
16
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
DIRECTE OMGEVING PLANGEBIED
Gebiedsbeschrijving Huize Vincentius is een grootschalig en markant complex aan de noordelijke rand van de kern van Udenhout. Het complex is in verschillende fasen gebouwd in de jaren '20 en '30 van de 20e eeuw. Door de schaal en architectuurstijl (Amsterdamse School) was Huize Vincentius vanaf de bouw een baken in deze omgeving. Ook nu torent het complex nog hoog uit boven het kleinschalige dorp. Het is beeldbepalend voor het hart van het dorp, maar markeert ook de overgang naar het waardevolle landschap aan de noordzijde van Udenhout. Het terrein, met verschillende zorgwoningen en bijhorende functies, ligt tegen landgoed De Strijdhoef en natuurgebied De Brand aan.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
17
Het complex, bestaande uit verschillende geschakelde bouwdelen, vormt een langgerekt en imposant bebouwingsfront aan de Schoorstraat. Het opvallendste deel hiervan betreft het entreegebouw met watertoren. Dit gebouwdeel vormt het centrale deel van het complex en heeft een duidelijke symmetrische opzet. Het is middels een carrévormige rondgang verbonden met de kapel daar recht achter. Aan weerszijden wordt het entreegebouw geflankeerd door gelijkwaardige vleugels. Aan de oostzijde zijn dat 3 paviljoens, aan de westzijde is dat maar 1 paviljoen.
2.3
Functionele structuur
De geschiedenis van het dorp Udenhout is in de functionele structuur van het plangebied, zoals reeds toegelicht, nog altijd goed afleesbaar. Bij het centrale kruispunt van het dorp staan gebouwen van sociaal-maatschappelijk belang. Het gaat om het voormalige Raadhuis, de kerk (met bijbehorend kerkhof), de pastorie, een school, maar ook het zorgcomplex Vincentius, dat in 1925 door de Zusters van de Schoorstraat is gesticht als schoolinternaat voor geestelijke gehandicapten. In de directe nabijheid van het kruispunt (de dichtbij gelegen delen van de Groenstraat, de Slimstraat, de Schoorstraat en de Kreitenmolenstraat), is een menging van verschillende functies aanwezig. Hier bevinden zich horeca, detailhandel, kantoren, bedrijven en woningen door elkaar. Buiten deze zeer heterogene milieus liggen gebieden van homogene woonbebouwing. Het gaat om het grootste en noordelijke gelegen gedeelte van de Groenstraat, het zuidelijke gedeelte van de Slimstraat en een klein gedeelte van de Kreitenmolenstraat. Ook het zuidelijke gedeelte van de Schoorstraat wordt door woonbebouwing gekenmerkt. Onderhavig plangebied betreft een gedeelte van het zorgcomplex Vincentius, gesitueerd direct ten noorden aan de Schoorstraat. Door de huidige wensen/eisen kan in het gebouw echter deze zorgfunctie niet meer vervuld worden en zijn achter en ten westen van het monument nieuwe zorggebouwen gerealiseerd.
2.4
Technische infrastructuur
Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie (bijvoorbeeld in verband met in acht te nemen belemmeringenstroken of veiligheidszones).
18
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
2.5
Planbeschrijving
2.5.1
Stedenbouw
Onderhavig plan betreft de herontwikkeling van een gedeelte van het Vincentiusterrein. Het voorliggende plan gaat uit van zowel hergebruik, sloop als nieuwbouw van verschillende bouwdelen. Met de gekozen opzet blijft het entreegebouw het hart van een ensemble van grootschalige gebouwen, maar wordt het complex toegankelijker en wordt het gehele terrein beter verbonden met het dorp. Doelstelling is om de introverte zorginstelling om te vormen naar een geïntegreerde woonomgeving. Het entreegebouw wordt verbouwd tot appartementen van verschillende groottes. Deze appartementen kunnen gebruik maken van de centrale buitenruimte die wordt omkaderd door de rondgang naar de kapel. Daarnaast worden de appartementen voorzien van balkons die zorgvuldig zijn afgestemd op de beeldtaal van het complex. De aangebouwde paviljoens aan weerskanten van het entreegebouw worden omgebouwd tot grondgebonden woonhuizen. Ze hebben een eigen achtertuin en een carport. Naast deze bestaande delen worden twee nieuwe appartementenblokken gebouwd. Deze nieuwe paviljoens staan los van het monumentale gedeelte en geven lucht en openheid aan het plan. De paviljoens zijn niet contrasterend in vormentaal, maar borduren voort op de kwaliteit van de bestaande bebouwing. Ook in maatvoering refereren ze aan de bestaande vleugels; ze spelen een spel met het bestaande op basis van dynamische symmetrie.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
19
Hierna worden alle gebouwdelen apart beschreven.
INRICHTINGSSCHETS
2.5.2
Rijksmonument
Het Rijksmonument betreft een gebouw uit 1925, die tot voor kort in gebruik is geweest voor zorgdoeleinden, voornamelijk dagbesteding en kantoorfunctie. In de huidige situatie kent het gebouw een centrale entree, voorzien van een symmetrische aanbouw (zijvleugels) aan weerszijden. Naar het oosten kent het gebouw een getrapte vorm, waarbij steeds dichter naar de weg is gebouwd. De initiatiefnemer is voornemens om de meest oostelijk gelegen twee gebouwdelen (getrapte vorm in rood in onderstaande afbeelding) te slopen. Hiermee wordt het Rijksmonument behouden en in ere hersteld.
20
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
BESTAANDE SITUATIE MET OOSTELIJKE ZIJVLEUGELS
Centrale gebouw Na de sloop is de initiatiefnemer voornemens om in het centrale entreegebouw 28 appartementen te realiseren van diverse formaten (ca 50 tot ca 200 m2 gbo). De appartementen hebben hun entree via de karakteristieke trappartij centraal in het gebouw. De appartementen krijgen de beschikking over een balkon en een gezamenlijke binnentuin. De ommuurde kloostertuin zal worden behouden, waarbij ook de bergingsmogelijkheden in de ommuring worden behouden. De monumentale watertoren zal worden omgevormd tot een faunatoren ten behoeve van gebouw bewonende diersoorten. Dit kunnen verblijven zijn voor verschillende vleermuissoorten, maar mogelijk ook voor gierzwaluwen, uilensoorten en diverse insecten.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
21
22
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
Ook in de kap zijn appartementen gesitueerd, daarvoor wordt aan de achterzijde een dakopbouw gerealiseerd waarbij de uitstraling van het monument aan de voorzijde niet wordt aangetast. Zijvleugels De twee behouden symmetrische (zij)vleugels worden omgebouwd tot grondgebonden woningen. In de westelijke zijvleugel is plaats voor 7 woningen en in de oostelijke zijvleugel is plaats voor 6 woningen. De woningen hebben een verlaagde entree waar een kleine voortuin wordt gecreëerd. Op deze manier wordt een groene zone tegen het gebouw gerealiseerd die het monument beter uit laat komen. Deze woningen krijgen aan de achterkant de beschikking over een individuele (privé)tuin. Ten noorden van de privétuinen is ruimte voor een overdekte parkeergelegenheid en berging.
INRICHTING RIJKSMONUMENT
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
23
2.5.3
Appartementengebouw L
Appartementengebouw L wordt gerealiseerd ten westen van het bestaande Rijksmonument. Door de tweedeling van het gebouw past het qua maat en schaal bij het monument. In dit gebouw is ruimte voor 30 sociale huurappartementen verdeeld over 4 etages met een maximale goothoogte van 13 meter en bouwhoogte van 15,5 meter. De appartementen variëren in grootte van ca 55 tot ca 75 m2 gbo. De appartementen op de begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping worden voorzien van een buitenplaats (in de vorm van een balkon, danwel een aansluitend terras). De appartementen op de 3e verdieping hebben een inpandig balkon.
INRICHTING APPARTEMENTENGEBOUW L
24
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
2.5.4
Appartementengebouw R
Appartementengebouw R wordt gerealiseerd ten oosten van het bestaande Rijksmonument. Door de tweedeling van het gebouw past het qua maat en schaal bij het monument , maar ook bij de bebouwing ten westen van het plangebied. In dit gebouw is ruimte voor 22 koopappartementen verdeeld over 4 etages met een maximale goothoogte van 13 meter en bouwhoogte van 15,5 meter. De appartementen variëren in grootte van ca 80 tot 115 m2 gbo. De appartementen worden voorzien van een buitenplaats (in de vorm van een balkon, danwel een aansluitend terras). .
INRICHTING APPARTEMENTENGEBOUW R
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
25
2.5.5
Openbare ruimte
Rondom de gebouwen wordt de openbare ruimte ingericht ten behoeve van de parkeervraag (zie ook paragraaf 4.6), maar zeker ook voor de groene inrichting waarmee het monument beter tot zijn recht komt.
Tussen en ten westen van het appartementengebouw L worden de bomenrijen behouden en versterkt. Met de herinrichting van het parkeerterrein aan de voorzijde van het monument wordt een tweedeling voor de auto's gemaakt waarmee een rustiger en groener voorterrein wordt gecreëerd, waarbij de hoofdentree van het gebouw wordt geaccentueerd. Daarnaast worden in het parkeerterrein nieuwe bomen geplant die het groene aanzien van het terrein verder versterken. Tussen het monument en de nieuwe appartementengebouwen worden ook parkeerplaatsen gerealiseerd die net als de parkeerplaatsen aan de voorzijde worden omzoomd door groene hagen (zie onderstaande afbeelding).
26
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
27
28
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
HOOFDSTUK 3 RUIMTELIJK BELEIDSKADER In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.
3.1
Rijk
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. De NOVI heeft geen directe gevolgen voor onderhavig plan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
29
De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. Het Barro heeft geen directe gevolgen voor onderhavig plan.
3.1.3
(Ladder voor) Duurzame verstedelijking
Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Stap 1: Is er behoefte aan de woningen? De ladder voor duurzame verstedelijking beoogt dat in regionaal verband de gezamenlijke ontwikkelingsbehoefte wordt bepaald. Als meerdere locaties aangewezen worden om in die behoefte te voorzien, is het aan de regio om de behoefte te verdelen over die locaties.
Als de regionale behoefte voldoende is om een beoogde locatie te ondersteunen en in regionaal verband tevens deze locatie wordt geselecteerd om in de behoefte te voorzien, dan kan dit afdoende motivering vormen in de toelichting bij het bestemmingsplan. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. In de periode 2020-2030 moet Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie (september 2020) met 14.000 woningen groeien. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. In de update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 stellen we dat de netto bouwopgave tot 2030 meer dan 1.500 woningen per jaar bedraagt aangezien we ook onttrekkingen moeten compenseren.
30
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden. Gelet op de toegenomen groeibehoefte verkennen we in de genoemde stedelijke ontwikkelstrategie of de behoefte aan ontwikkelingen buiten stedelijk gebied nodig is. Het plan tot de herontwikkeling en bouw van 30 sociale huurappartementen, 50 koopappartementen en 13 grondgebonden koopwoningen op de locatie van het voormalige katholieke gesticht Vincentius in Udenhout past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer. Stap 2: Is (een deel van) de regionale behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? De kwantitatieve woningbouwopgave die Tilburg, mede in regionale context geplaatst, heeft, kan en wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Behalve de aantallen (de kwantitatieve opgave) is in toenemende mate de kwalitatieve samenstelling van het bouwprogramma van belang. Deze kan niet geheel binnen het bestaand stedelijk gebied worden opgevangen.
Bij de kwalitatieve opgave gaat het niet alleen om het soort woningen (gestapeld/ grondgebonden, huur/koop, e.d.) maar juist ook om de differentiatie in woonmilieus. Behalve verschillende typen stedelijke woonmilieus beschikt Tilburg ook over twee dorpen waar met name wordt voorzien in de beduidende vraag naar "dorps woonmilieu", als ook "landelijk woonmilieu". De woonmilieutypologie wordt ingezet om meer/beter aansluiting te vinden bij de huidige en toekomstige woonbehoeften/klantvraag. De woonmilieu-indeling wordt waar nodig binnengemeentelijk verbijzonderd en/of verbonden met leefstijlkenmerken van bewoners. Per stadsdeel (resp. binnengemeentelijk woningmarktgebied) wordt, afgestemd op data uit periodiek onderzoek (i.c. KWBO en SmartAgent), aangegeven in welke richting het zich moet ontwikkelen om aan de gewenste woonmilieuvariatie te voldoen. Bij (woningbouw-)ontwikkelingen in een bepaald gebied dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met deze woonmilieuopgave.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
31
Uit het Kwalitatief Woningbouw Behoefte Onderzoek (KWBO) van 2018 blijkt dat er zowel vraag is naar een "dorps woonmilieu" als ook een "landelijk woonmilieu", KWBO 2018:
wens dorps woonmilieu = 10%, aanbod = 6%
wens landelijk woonmilieu = 5%, aanbod = 0%.
wens vrijstaande woning = 17%, aanbod = 4%
Het plangebied behoort tot de dorpskern van Udenhout. Sprake is van een uitbreidingsopgave van 13 grondgebonden woningen en 30 sociale huurappartementen en 50 koopappartementen. Hiermee wordt voldaan aan de behoefte naar deze woningen en het 'dorpse woonmilieu'. Met voorliggende ontwikkeling wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar het dorpse woonmilieu die volgt uit het recente Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek (2018). Meer daarover in paragraaf 4.4.1.
3.2
Provinciaal niveau
3.2.1
Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. Belangrijke onderwerpen zijn de realisatie van natuur en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Inhoud van de Structuurvisie Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. In haar sturing biedt zij gemeenten meer ruimte om afwegingen te maken in een aantal vooraf gestelde kaders. Daarnaast zet de provincie zelf een aantal ontwikkelingen in gang. De provinciale filosofie is: ‘Samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
32
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
Deel B In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken. Uitwerking van de Structuurvisie De provincie gaat geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkelen, maar geeft die onder andere vorm in de Uitwerking gebiedspaspoorten. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze versterkt kunnen worden. Tilburg ligt in het gebiedspaspoort van De Meierij. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld. Deelstructuurvisies bevatten de onderbouwing van een locatiekeuze, visie op een thema of inrichting van een gebied. De huidige deelstructuurvisies zijn niet van toepassing op Tilburgs grondgebied.
3.2.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
33
De opgaven vanuit de Omgevingsvisie zijn doorvertaald in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) kan deze interim verordening vrij eenvoudig omgezet worden naar de definitieve Omgevingsverordening. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen.
De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden.
De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.
De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten.
3.2.3
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze verordening is op 5 november 2019 in werking getreden. In deze Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie.
34
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
In de Interim omgevingsverordening staan omgevingswaarden, algemene regels die de gemeente rechtstreeks binden (rechtstreeks werkende regels) en regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen (instructieregels). In tegenstelling tot de provinciale Structuurvisie bindt de Interim omgevingsverordening de gemeenten wèl rechtstreeks. De onderwerpen die in de Interim omgevingsverordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren. De Interim omgevingsverordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen.
3.2.3.1 De toedeling van functies Het plangebied is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 IOV woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. ''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Onderhavig planvoornemen past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Onderhavig planvoornemen zorgt voor de herontwikkeling van een Rijksmonument, waarbij een nieuwe invulling bijdraagt aan het behoudt van dit monument. Daarnaast zorgt onderhavige ontwikkeling voor de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie binnen de kern van Udenhout. Deze ontwikkeling zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Daarnaast wordt deze woonlocatie gerealiseerd als stedelijke inbreiding, waardoor binnen het concentratiegebied van de gemeente Tilburg de stedelijke opgaven worden verwezenlijkt. Dit sluit aan bij de omgeving.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
35
Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Onderhavig planvoornemen voldoet aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in de hoofdstukken 4, 5 en 6. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Onderhavig planvoornemen zorgt voor de herontwikkeling van een Rijksmonument, waarbij een nieuwe invulling bijdraagt aan het behoudt van dit monument. Daarnaast zorgt onderhavige ontwikkeling voor de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie binnen de kern van Udenhout. Hiermee draagt dit planvoornemen bij aan de transformatie van verouderde stedelijke gebieden. c.
geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Onderhavig planvoornemen voorziet met de herontwikkeling van een Rijksmonument en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie voor mogelijkheden voor duurzaam gebruik van de bebouwing. Dit wordt verder uitgewerkt in het bouwplan behorende bij dit planvoornemen.
d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Onderhavig planvoornemen voldoet aan de in hoofdstuk 6 benoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Dit sublid is niet van toepassing. f.
draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig planvoornemen draagt met de realisatie van 30 sociale huurappartementen, 50 koopappartementen en 13 grondgebonden koopwoningen bij aan de continuïteit van Udenhout als woon-/verblijfslocatie. Daarnaast wordt de gemeentelijke economie gestimuleerd doordat de bewoners van deze locatie normaliter uitgaven binnen de gemeentegrens doen.
3.2.3.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken:
stalderingsgebied;
verbod uitbreiding veehouderij.
36
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
De artikelen 2.72 en 3.52 IOV stellen regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig plan omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden.
3.2.3.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, omdat de nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijke gebied van Tilburg. Hiermee ontstaat tevens een logische afronding van de Schoorstraat, waarbij verloedering van het plangebied wordt tegengegaan. De situering van de appartementengebouwen en woningen sluit aan bij de thans bestaande verkavelingsstructuur van het plangebied. Het planvoornemen leidt tot de toevoeging van 30 sociale huurappartementen, 50 koopappartementen en 13 grondgebonden koopwoningen binnen de kern van Udenhout, waarbij de woningen aansluiten bij de doelstellingen geformuleerd in de woonvisie (paragraaf 4.4.1). Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang.
3.2.3.4 Conclusie Het plan past binnen het beleid van de Interim Omgevingsverordening.
3.3
Gemeente
3.3.1
Omgevingsvisie Tilburg 2040
Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
37
People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen:
de Brabantstrategie
de Regiostrategie
de Stadsstrategie.
Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
38
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
De vier stedelijke knooppunten:
Binnenstad van de 21e eeuw
Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing
Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven
Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant
De drie stadsregionale parken zijn:
Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven
Stadsregionaal park Stadsbos013
Stadsregionaal park Noord
De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn:
Bedrijvenpark Zuid
Zorgcluster Leijpark
Duurzaam energielandschap Noord
De twee ecologische verbindingszones:
Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied.
Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen.
De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat
De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn:
Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten
Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
39
Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk
Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.
Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners
Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal
Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar
Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen
Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers
Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken
Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Onderhavig planvoornemen is gesitueerd binnen het 'Concentratiegebied' van de kern Udenhout. Hierdoor is het plan ruimtelijk, juridische en milieutechnisch passend op voorgestelde locatie. Het plan is daarmee passend in de 'Omgevingsvisie Tilburg 2040'.
40
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
HOOFDSTUK 4 THEMATISCHE BELEIDSKADERS 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
4.2
Stedenbouwkundige aspecten en welstand
Het plan betreft de herontwikkeling van een gedeelte van het Vincentiusterrein. Het voorliggende plan gaat uit van zowel hergebruik, sloop als nieuwbouw van verschillende bouwdelen. Met de gekozen opzet blijft het entreegebouw het hart van een ensemble van grootschalige gebouwen, maar wordt het complex toegankelijker en wordt het gehele terrein beter verbonden met het dorp. Doelstelling is om de introverte zorginstelling om te vormen naar een geïntegreerde woonomgeving. Het entreegebouw wordt verbouwd tot appartementen van verschillende groottes. Deze appartementen kunnen gebruik maken van de centrale buitenruimte die wordt omkaderd door de rondgang naar de kapel. Daarnaast worden de appartementen voorzien van balkons die zorgvuldig zijn afgestemd op de beeldtaal van het complex. De aangebouwde paviljoens aan weerskanten van het entreegebouw worden omgebouwd tot grondgebonden woonhuizen. Ze hebben een eigen achtertuin en een carport. De herontwikkeling van het monument leidt niet veranderingen met betrekking tot uitzichten op het omliggende gebied, privacy of schaduwhinder. Naast deze bestaande delen worden twee nieuwe appartementenblokken gebouwd. Deze nieuwe paviljoens staan los van het monumentale gedeelte en geven lucht en openheid aan het plan. De paviljoens zijn niet contrasterend in vormentaal, maar borduren voort op de kwaliteit van de bestaande bebouwing.
Ook in maatvoering refereren ze aan de bestaande vleugels; ze spelen een spel met het bestaande op basis van dynamische symmetrie. Omdat beide gebouwen gerealiseerd worden ter plaatse van (voormalige) bebouwing zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot de hoogte of maatvoering.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
41
De afstand van de bebouwing binnen het plangebied tot aan de bebouwing aan de overkant van de straat is zodanig groot en wordt grotendeels afgeschermd door de bestaande bomen dat er geen hinder is te verwachten.
4.2.1
Welstandsnota Tilburg 2017
Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Onderhavig plangebied valt binnen het welstandniveau 1. Binnen de deelgebieden van niveau 1 is tenminste een goede architectonische kwaliteit van alle nieuwbouwplannen vereist. Niet in strijd met redelijke eisen van welstand betekent hier dat een plan tenminste een goede beoordeling moet krijgen. Bij nieuwbouw in zijn geheel, bij verbouw alleen naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijden. Specifieke cultuurhistorische kenmerken van het beschermde gezicht c.q. object vormen mede het toetsingscriterium voor de welstandsbeoordeling. Het doel is om daar waar mogelijk en wenselijk de bestaande kwaliteiten van het object en de directe omgeving (context) te versterken en te verbeteren.
42
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
Op 17 maart 2021 heeft de Omgevingscommissie het ingediende schetsplan voor voorliggende locatie beoordeeld (zie bijlage Verslag Omgevingscommissie). Zij geven daarbij het volgende aan: De commissie geeft een compliment voor de verschillende slagen die in de ontwerpen zijn gemaakt en is blij met het voorliggend resultaat. Er lijkt een goede balans te zijn gevonden tussen behoud, hergebruik en vernieuwing. Zij spreekt haar voorkeur uit over een aantal specifieke onderzoeksvragen en doet ook enkele suggesties die het ontwerp op detailniveau kunnen versterken. Op hoofdlijnen is zij enthousiast over de voorstellen. Op basis van dit positieve advies is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
4.3
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg
4.3.1
Archeologie
Het plangebied ligt in een zone met een middel en hoge archeologisch archeologische verwachtingswaarde. Dit brengt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken met zich mee. Omdat er reeds een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek voor het plangebied en omgeving waren opgesteld maar nog niet voldoende duidelijk is of er verstoringen op de locaties van de nieuwe bebouwing te verwachten zijn is door RAAP een rapportage opgesteld waarbij de resultaten van de reeds uitgevoerde onderzoeken en een bouwhistorisch onderzoek zijn samengebracht ("Adviesdocument plangebied Herinrichting St. Vincentius te Udenhout in de gemeente Tilburg', UDSCHO, 3 maart 2022) opgenomen in 2. Hieruit blijkt dat in het oostelijk deel van het plangebied de bodem goed intact is (het gaat hier om een esdek met aan de basis daarvan een cultuurlaag. Bij opgravingen ten noordoosten van het plangebied zijn nederzettingssporen uit de perioden ijzertijd, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen aangetroffen. De verwachting is dat deze sporen richting het oosten en zuidoosten ook aanwezig zijn. De huidige te slopen gebouwen in de oostvleugel hebben slechts ten dele de bouwvlakken voor de nieuwbouw verstoord, tot 1,95 m –mv (zie figuur 6 en bijlage 2). De nieuwbouw aan de oostzijde is deels gepland op ongeroerde grond en daarbij blijft de archeologische verwachting onverminderd hoog.
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRATVINCENTIUS) | ONTWERP
43
Tijdens de vooronderzoeken is het westelijke deel van het plangebied telkens afgeschreven vanwege een verstoorde bodemopbouw. Er is immers geen esdek en/of cultuurlaag meer aanwezig, en de bodem is tot in de top van de C-horizont verstoord (zie ook bijlage 1).8 Tijdens het proefsleuvenonderzoek ten noorden van het huidige plangebied zijn aan de westelijke zijde geen archeologische sporen aangetroffen, waarschijnlijk als gevolg van de verstoorde bodem. De top van de (verstoorde) C-horizont is hier gelegen vanaf 0,85 m –mv. De reeds gesloopte gebouwen uit het verleden, aan de westzijde van het bestaande hoofdgebouw, hadden een strokenfundering tot 70 cm –mv en een kruipruimte van ca. 1 m diep. Advies RAAP adviseert om op locatie van de nieuwbouw aan de oostzijde een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren vanwege de hoge verwachting op archeologische resten buiten de contouren van de bestaande oostvleugel (390 m2 – zie onderstaande figuur).
44
BESTEMMINGSPLAN UDENHOUT UDENHOUT BESCHERMD DORPSGEZICHT, 8E HERZIENING (SCHOORSTRAAT VINCENTIUS) | ONTWERP
Dit onderzoek kan het beste na de sloop van het gebouw plaatsvinden. Het is wel sterk aan te bevelen om eerst tot aan het maaiveld te slopen, zodat de grond (en mogelijke archeologische resten) rond de bestaande fundering zoveel mogelijk ongeroerd blijft. Indien behoudenswaardige resten aanwezig zijn in de proefsleuf kan een directe doorstart naar een opgraving plaatsvinden om de resten ex situ veilig te stellen. Op die manier is eventuele vertraging voor de nieuwbouw niet aan de orde of slechts minimaal en kan de geplande bouwput archeologisch worden onderzocht. RAAP adviseert om ter hoogte van de geplande nieuwbouw aan de westzijde geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren. De vooronderzoeken in het plangebied en aan deze zijde buiten het plangebied laten alleen een verstoorde bodemopbouw zien en geen sporen van archeologische resten. Een proefsleuvenonderzoek dient te zijn gebaseerd op een door het bevoegd gezag (de gemeente) goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Tot meer bekend is over de werkelijke archeologische waarden van de locatie zal op de verbeelding een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en in de regels een regeling met onderzoeksverplichting worden opgenomen.
4.3.2
Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen
Het plangebied is gelegen in het sinds 2009 als zodanig beschermde dorpsgezicht Kom Udenhout. Binnen het plangebied en in de directe omgeving liggen dan ook cultuurhistorische waarden, waarvoor het initiatief een aantasting kan vormen. Bureau Lotte Zaaijer uit Zeist heeft, om het aspect 'Cultuurhistorie' in te kaderen, een bouwhistorische verkenning met waardestelling en kleinhistorische verkenning uitgevoerd, rapport: 'Bouwhistorische verkenning met waardestelling en kleinhistorische verkenning Huize Vincentius' (13 augustus 2019, Definitief). Het rapport is bijgevoegd als bijlage 4. Bureau Lotte Zaaijer concludeert dat de bescherming als rijksmonument en de redengevende omschrijving betrekking hebben op het hoofdgebouw en de kapel. De paviljoens worden buiten beschouwing gelaten. Uit onderstaande nuancering van de waardering blijkt dat de paviljoens vanwege de cultuurhistorische waarde en de ensemblewaarden niet los van het hoofdgebouw beschouwd kunnen worden.