CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Toelichting

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Smariuskade37.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

54

<0000>

de op locatie aanwezige depots zijn waarschijnlijk afkomstig van de sloop van de gebouwen tussen 2006 en 2008 en worden niet als verdacht aangemerkt; <0000> vanwege grondroeringswerkzaamheden dient bodemonderzoek minimaal tot 1,0 m- mv te worden uitgevoerd; <0000> bekende restverontreinigingen met minerale olieproducten in grond en grondwater behoeven geen specifieke aandacht. Volstaan kan worden met het vastleggen van de laatste onderzoeksgegevens; <0000> de voormalige dieseltank(s) met pomp (situatie 1973) wordt als verdachte locatie aangemerkt; <0000> op de grens met deellocatie 1 ter hoogte van vlek 1 dient de milieuhygiënische kwaliteit t.a.v. minerale olieproducten te worden geactualiseerd tot minimaal 5,0 m-mv; <0000> de locatie is onverdacht t.a.v. het voorkomen van PFAS als gevolg van primaire verontreinigingsbronnen. Deellocatie 3 <0000> Voor actualisatie van de verontreinigingssituatie kan de onderzoeksstrategie onverdacht worden gehanteerd. Voor asbestonderzoek dient, vanwege bijmengingen met bodemvreemde materialen, uitgegaan te worden van een strategie verdacht (heterogeen verdeeld); <0000> op de locatie is een mogelijke dempingen (gedempte sloot) aanwezig, die als verdachte locatie wordt aangemerkt (o.a. verdacht op aanwezigheid chroom).

Het protocol Blauwsloot dient hiervoor te worden gehanteerd; <0000> vanwege grondroeringswerkzaamheden dient bodemonderzoek minimaal tot 1,0 m- mv te worden uitgevoerd; <0000> het beschikte geval van ernstige bodemverontreiniging behoeft geen specifieke aandacht. Volstaan kan worden met het vastleggen van de laatste onderzoeksgegevens; <0000> de locatie is onverdacht t.a.v. het voorkomen van PFAS als gevolg van primaire verontreinigingsbronnen. Conclusie De geadviseerde nadere bodemonderzoeken worden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning uitgevoerd. Met bovenstaande conclusies is voldoende inzicht in de bodemkwaliteit ter plaatse verkregen en kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen vanuit het aspect bodem voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.9 Natuur en ecologie Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Onderzoek In het kader van de toetsing op de natuurwetgeving is er door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in de rapportage 'Natuurtoets Woningbouw Smariuskade' d.d. 26 februari 2021. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 19 bij de toelichting. Hierna worden de conclusies en aanbevelingen beschreven. Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natuur Netwerk Brabant (NNB)-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Voor de dichtstbijzijnde gebieden wordt verwezen naar onderstaande figuren.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

55

Figuur 5.3: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, 'Kampina & Oisterwijkse Vennen' en de 'Regte Heide & Riels Laag'. Bron: AERIUS Calculator, 2018

Figuur 5.4: Natuurnetwerk gebieden (groene vlakken) nabij het plangebied (rood omkaderd). Bron: Kaartbank.Brabant.nl, 2018

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

56

NNB - ecologische verbindingszone

Figuur 5.5: Ligging ecologische verbindingszone. Bron: ruimtelijkeplannen.nl Het Wilhelminakanaal en een zone aan weerszijden van het Wilhelminakanaal zijn aangewezen als het werkingsgebied ecologische verbindingszone. Ecologische verbindingszones (EVZ) zijn (vaak) langgerekte landschapselementen die als groene schakels de Brabantse natuurgebieden met elkaar verbinden. Binnen de ecologische verbindingszone zijn ontwikkelingen mogelijk mits de verbindingsfunctie niet wordt aangetast. Voor de ecologische verbindingszone langs het Wilhelminakanaal, welke onderdeel uitmaakt van voorliggend plangebied heeft tot doel: de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone met een breedte van 50 meter. Deze zone hoeft niet altijd over de volle lengte van de verbindingszone een aaneengesloten breedte van 50 meter bedragen, maar er kan bijvoorbeeld ook met stapstenen worden gewerkt. Locatie EVZ De aangeduide EVZ betreft ter plaatse van het plangebied een nog niet gerealiseerde ecologische verbindingszone. Met het voorliggend bestemmingsplan dient invulling te worden geven aan de EVZ. In het bestemmingsplan moeten een specifiek gebied worden aangewezen en in de regels bepalingen moeten worden opgesteld ten aanzien van de inrichting, het beheer en de bescherming op perceelsniveau.

Het bestemmingsplan moet regels bevatten ten aanzien van het beperken van bebouwing en oppervlakteverharding en het behoud en bescherming van de EVZ. Vanwege de ligging van het bestaande fietspad is gekozen om de ontsluitingsweg naast het bestaande fietspad te projecteren en de zone tussen de bebouwing en de wegenstructuren in te richten als EVZ. In de onderstaande figuur is de locatie van de in te richten EVZ opgenomen.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

57

Figuur 5.6: Toekomstige locatie van ecologische verbindingszone. Bron: CB5 Inrichting EVZ Voor de realisatie en inrichting van de ecologische verbindingszone geldt dat deze is opgebouwd uit bouwstenen en dat er een doelsoort is vastgesteld. Voor het Nat kralensnoer (hoe de zone is aangeduid) is dit de kamsalamander (Handreiking 'Groene Schakeld, Provincie Noord-Brabant, d.d. juli 2009) Het model Nat Kralensnoer verbindt gebieden waarin soorten leven die natte en vochtige omstandigheden nodig hebben. Denk daarbij aan amfibieën zoals de Kamsalamander en de Groene kikker, aan dagvlinders (Bont dikkopje) en aan libellen. Ook verschillende ruigteen struweelvogels en kleine zoogdieren zoals de Bunzing profiteren van deze zone. Het Nat Kralensnoer is ook uitermate geschikt als basismodel voor de Boomkikker. De Kamsalamander - de meest karakteristieke soort van het Nat Kralensnoer - is gebonden aan een landschap waar veel poelen voorkomen. Zijn leefgebied bestaat uit een landschap met houtwallen, loofbosjes en overgangen naar weiland. Het Nat Kralensnoer is opgebouwd uit een corridor met stapstenen en ziet er daardoor uit als een kralensnoer. Bouwstenen zijn: poel, moeras, grasland, struweel en bos. Omdat de zone meestal gerealiseerd wordt langs een waterloop of beek, is er in principe altijd een smalle corridor aanwezig, die bestaat uit de waterloop met zijn oevers.

Onderbrekingen zullen dan ook beperkt zijn. De corridor is minimaal 10 meter breed, met daarin een mozaïek van (vochtig) bloemrijk grasland, struweel en natuurvriendelijke oevers. De stapstenen zijn minimaal 0,5 tot 1,5 hectare groot en bestaan uit een of meerdere poelen met een oppervlak van minimaal 400 tot 500 m2, omgeven door vochtig (schraal)grasland, struweel en bos. De onderlinge afstand tussen de stapstenen is maximaal 300 tot 400 meter. Drukke wegen vormen het grootste gevaar voor amfibieën. Waar de verbindingszone drukke wegen kruist, moeten ontsnipperingsmaatregelen worden getroffen. In de zone worden twee poelen en een landschap gerealiseerd welke geschikt zijn voor de Kamsalamander en andere soorten. Daarnaast wordt de zone tussen het bestaande fietspad en het Wilhelminakanaal ingericht met kruidenrijk grasland met inheemse soorten, zoals een zaadmengsel van Cruydt-Hoeck (geen inheemse bloemenmengsels met hybrides). Het aanleggen van een kruidenrijk grasland is een simpele maatregel om beschermde soorten en de biodiversiteit in het algemeen te versterken. Met de inrichting van de EVZ, het het aanleggen van de poelen (en wadi's) in het bijzonder, wordt rekening gehouden met de bestaande bomen. Er worden geen bomen gekapt ten behoeve van de aanleg van de poelen en wadi's.

Binnen de zone kunnen ontsnipperingsmaatregelen (zoals het realiseren van faunatunnels) worden getroffen om amfibieën en andere soorten veilig barrières, zoals de ontsluitingsweg en het fietspad, te passeren en geleidende structuren worden gerealiseerd om de barrières af te bakenen. Tevens wordt een lichtplan opgesteld om lichtverstoring te verminderen. De inrichting van de EVZ wordt in een nadere fase uitgewerkt. Met de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' wordt het gebruik van gronden als strijdig gebruik beschouwd, indien het gebruik minder geschikt is voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone. Het gebruik van gronden is uitsluitend toegestaan indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel, de

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

58

beheer en de ontwikkeling van de ecologische zone. Hiermee wordt de inrichting, het beheer en de bescherming van de EVZ geborgd. Stikstofdepositie Zoals in figuur 5.3 te zien is, komen er beschermde Natura 2000-gebieden voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is van directe aantasting zoals ruimtebeslag geen sprake, maar mogelijk leiden de werkzaamheden en ontwikkeling wel tot een hogere emissie van stikstof, hierdoor kunnen schadelijke effecten optreden. Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb).

Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. In dit kader is door Antea Group een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt is de memo 'Onderzoek stikstofdepositie Smariuskade Tilburg' d.d. 6 juli 2022. De memo is opgenomen als Bijlage 20 bij de toelichting. Hierna komen de resultaten en conclusies aan bod. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2021 zijn de effecten m.b.t. stikstofdepositie als gevolg van de voorliggende ontwikkeling in beeld gebracht. Er is een verschilberekening uitgevoerd, waarbij de emissies van de gebruiksfase zijn vergeleken met de emissies van de referentiesituatie. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator voor de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie nergens een verschil groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Uit de berekening van de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied.

Op basis hiervan kunnen significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: 1. jaarrond beschermde vogelnesten; 2. algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); 3. zoogdieren (marterachtigen en vleermuizen); 4. insecten (Teunisbloempijlstaart) In onderstaande tabel is aangegeven welke gevogen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

59

Tabel 5.1: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming Nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten, marterachtigen, vleermuizen en rupsen is noodzakelijk om de mogelijke aantasting van (leefgebied van) beschermde soorten te voorkomen. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Dit geldt in het plangebied bijvoorbeeld voor de aanwezige konijnen. In het plangebied zijn met name langs de randen veel konijnenburchten gelegen. Geadviseerd wordt om bij deze burchten eerst de toplaag af te graven en de konijnen de tijd te geven om zich te kunnen verplaatsen. Boombescherming In het plangebied is een bosschage aanwezig met oude bomen van hoge natuurwaarde en er staan sporadisch losse bomen op het braakliggend terrein. De bomenrij (van meer dan 20 bomen) is niet beschermd onder de Wet natuurbescherming. Hierover gaat de gemeentelijke APV waarvoor een kapvergunning dient te worden aangevraagd. Meer informatie over de bomenrij is opgenomen in bijlage 2 bij de Natuurtoets. Nader onderzoek Benodigd nader onderzoek naar beschermde soorten is in uitvoering.

Jaarrond beschermde nesten Het onderzoek voor wat betreft jaarrond beschermde nesten is afgerond. Er zijn vier veldbezoeken geweest ten aanzien van het aangetroffen nest. Bij het eerste veldbezoek in het voorjaar (begin maart) bleek het nest gevallen te zijn als gevolg van de storm 'Eunice'. Bij het tweede veldbezoek eind maart bleek een nieuw nest gebouwd te zijn, maar er was geen activiteit rondom het nest. Het nest is daarnaast opgebouwd uit fijn materiaal, waardoor het vermoeden gewekt werd dat het door een houtduif, wellicht een kraai of een gaai is gebouwd. Bij het derde veldbezoek medio april is nog altijd geen activiteit waargenomen bij het nest en is tevens geen sprake van sporen als prooiresten, braakballen, ringen van vogels of andere prooiresten. Tevens zijn geen krijtsporen of mestpakketjes onder of nabij het nest aangetroffen. Het laatste veldbezoek medio mei leverde opnieuw geen resultaat op, waardoor geconcludeerd kan worden dat het nest niet in gebruik is. Er is geen sprake van een nest van een vogel met een jaarrond beschermd nest. Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten zijn uitgesloten. De conclusies van het nadere onderzoek worden verwerkt in een rapport. Andere beschermde soorten Voor wat betreft materachtigen, vleermuizen en de Teunisbloempijlstraat is het nader onderzoek nog in uitvoering.

<0000> Marterachtigen: in het plangebied is een steenhoop aanwezig wat een potentieële verblijfsplaats is voor marterachtigen. Deze steenhoop dient ten behoeve van de ontwikkeling verwijderd te worden. Het onderzoek naar marterachtigen wordt in augustus/september afgerond. Indien uit het onderzoek blijkt dat de steenhoop een verblijfsplaats voor materachtigen is, dienen mitigerende/compenserende maatregelen genomen te worden door het realiseren van een nieuwe verblijfsplaats, bijvoorbeeld door een steenhoop aan te leggen in de bomenlaan. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op materachtigen worden voorkomen en kan een eventueel noodzakelijke Wnb-ontheffing worden verleend.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

60

<0000>

Vleermuizen: het onderzoek naar vleermuizen wordt in het najaar van 2022 afgerond. Het aantasten van verblijfsplaatsen en foerangeergebied kan voorkomen worden door bijvoorbeeld lichtuitstraling op het kanaal te voorkomen, door lichtarmaturen niet op het kanaal te laten schijnen. In een lichtplan kan geborgd worden dat er geen toename van lichtuitraling plaatsvindt. Het opstellen van een lichtplan kan worden opgenomen als voorwaardelijke verplichting in de regels. Door het ophangen van vleermuiskasten kan de aantasten van verblijfsplaatsen worden gemitigreerd/gecompenseerd. Het aantasten van vliegroutes kan voorkomen worden door bijvoorbeeld bij het kappen van bomen de bomenstructuur voldoende te behouden zodat de lijnvormige elementen in stand blijven. Door het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen kunnen negatieve effecten op vleermuizen worden voorkomen en kan een eventueel noodzakelijke Wnb-ontheffing worden verleend. <0000> Teunisbloempijlstraat: in augustus/september 2022 wordt het nader onderzoek naar de Teunisbloempijlstaart afgerond. Indien rupsen worden aangetroffen zijn maatregelen noodzakelijk om essentieel leefgebied voor de Teunisbloempijlstaart te behouden. Dit is mogelijk door een grasland te behouden en extensief te beheren. Het plangebied leent zich voor natuurlijk grasland, waar bloemen kunnen bloeien.

Hiermee kunnen negatieve effecten op de Teunisbloempijlstaart worden voorkomen. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat aantasting van beschermde soorten niet uit te sluiten is, dienen mitigerende- en/of compenserende maatregelen worden genomen. Geconcludeerd kan worden dat maatregelen inpasbaar zijn in het bestemmingsplan. De maatregelen kunnen worden vastgelegd in de regels en verbeelding. Daarmee is een Wnb-ontheffing, indien noodzakelijk, te verkrijgen en is, met het vastleggen van de maatregelen, het bestemmingsplan uitvoerbaar. In overleg met de ecoloog van de gemeente welke (mitigerende- en compenserende) maatregelen in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Conclusie Het aspect natuur en ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Smariuskade.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

61

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Proces watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening dient het watertoetsproces doorlopen te worden. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. Door Aveco de Bondt is een watertoets opgesteld. Het doel van de watertoets is om inzichtelijk te maken of de waterhuishoudkundige situatie gaat veranderen naar aanleiding van de ontwikkeling en welke maatregelen genomen kunnen worden om een eventuele verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie te voorkomen en/of de waterhuishouding te verbeteren. De resultaten van de watertoets zijn verwerkt in de rapportage 'Watertoets Smariuskade Tilburg' d.d. 6 september 2022. De watertoets is als Bijlage 21 bij de toelichting opgenomen. Waterschap de Dommel maakt geen gebruik van www.dewatertoets.nl en daarom is er een mail met dit plan opgestuurd naar watertoets@dommel.nl en vervolgens telefonisch contact geweest.

Via deze weg is Waterschap de Dommel door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen.

6.2 Bestaand watersysteem Ten noorden van het plangebied ligt het Wilhelminakanaal waarvoor een peil van +12,60 m NAP gehanteerd wordt. Dit kanaal is in het beheer van Rijkswaterstaat met bijbehorende beheerzones. Dit is in de afbeelding hieronder weergegeven.

Figuur 6.1: Leggerkaart Rijkswaterstaat Het plan gebied valt binnen de grens van het waterstaatkundige beheer. De voorgenomen werkzaamheden zullen geen negatieve invloed hebben op de waterkering. De werkzaamheden moeten wel worden gemeld bij het bevoegd gezag en er geldt een zorgplicht op grond van het Waterbesluit voor het gebruik van het waterstaatswerk. Ook gelden er algemene regels op grond van de Waterregeling. Oppervlaktewater en waterberging In het plangebied komen geen oppervlaktewater en of waterbergingen voor die in de legger oppervlaktewater van waterschap de Dommel staan. Er worden geen peilgebieden gebruikt bij Waterschap de Dommel. Er zijn geen primaire of secundaire watergangen aanwezig in dit gebied en er zijn geen kunstwerken aanwezig in dit gebied.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

62

Er zijn geen waterbergingen geregistreerd in dit gebied. De hoogtekaart geeft wel een aantal verdiepingen in en om het projectgebied aan, die mogelijk als waterberging worden gebruikt. Dit staat echter niet geregistreerd in een legger of iets van dien aard. Afvoer hemel- en afvalwater Op dit moment ligt het terrein braak. Om het gebied ligt deels een gescheiden systeem. In de westrand van het gebied ligt een transport gemengd riool en transport regenwaterriool (blauwe ader in de figuur) en in de noordoosthoek staat een gemaalgebouw (dit is echter buiten gebruik). Waterkwaliteit en ecologie Het Wilhelminakanaal is een KRW waterlichaam. Er zijn geen specifieke natuurwaarden aan het projectgebied zelf toegewezen. Grondwater Om de grondwaterstanden in en om het projectgebied te achterhalen is gebruik gemaakt van een meting en het model uit het grondwatermeetnet van de gemeente Tilburg. Verder zijn de grondwater meetgegevens uit het DINOloket gebruikt. Uitgaande van deze bronnen wordt vastgesteld dat de ontwateringsdiepte van 0,9 m gemakkelijk gehaald wordt. Het gemeentelijk model geeft een GHG in het noorden van +11,4 m NAP en in het zuiden +11,6 m NAP. De GHG’s van meetpunten B50F0358 (-2,07 m mv), B50F0357 (-1,59 m mv), B50F0361(-2,06 m mv), B50F0380(-2,86 m mv) en B50F1508pf01(-2.44 m mv) geven allen diepere grondwaterstanden aan.

Dit geeft voldoende ruimte om water te infiltreren, hoewel de leemlaag die gevonden (paragraaf 2.3.2) kan zorgen voor belemmeringen hierin. Voor deze watertoets wordt gebruikt gemaakt van de GHG uit het gemeente grondwater model: -1,76 m mv (+11,60 m NAP). Deze GHG is meer kritisch dan de GHG’s van de locaties die beschikbaar zijn op het dinoloket.

6.3 Beleidskader 6.3.1 Nationaal niveau Op Rijksniveau en Europees niveau zijn meerdere plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: <0000> Vasthouden, bergen en afvoeren: deze strategie houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien vasthouden niet mogelijk is wordt het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden. Pas als vasthouden en bergen niet voldoende opleveren wordt het water afgevoerd. <0000> Schoonhouden, scheiden en zuiveren: bij deze strategie gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden, en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water.

Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet wordt elke zes jaar een Nationaal Waterplan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is het Rijksplan voor het waterbeleid in Nederland. Op 22 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. 6.3.2 Provinciaal niveau (Noord-Brabant) Regionaal water en bodem programma 2022-2027 Het regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP) is op 3 december 2021 vastgesteld door de Provincie Noord-Brabant. Het RWP is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

63

Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het RWP is gebaseerd op zeven handelingsprincipes met betrekking tot het komen tot een klimaatbestendig en robuust watersysteem. De belangrijkste handelingsprincipes zijn hieronder weergegeven: De belangrijkste doelen die relevant zijn voor het waterdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn hieronder weergegeven: <0000> elke druppel telt: het (regen)water wordt zo min mogelijk afgevoerd en wordt zoveel mogelijk vastgehouden in de bodem zodat het kan infiltreren in het grondwater. Hoger gelegen gebieden functioneren als infiltratiegebieden, lager gelegen gebieden zijn structureel natter. <0000> Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen: bij het optreden van extreme situaties zoals piekbuien, hoogwater of langdurige droogte, is er minder snel of minder ernstige overlast of schade. In de toekomst biedt het water- en bodemsysteem ‘ruimte’ om extreme situaties zoals piekbuien, hoogwater of langdurige droogte op te vangen in ruimte en tijd. Bij het optreden van extremen is er sprake van minder snel of minder ernstige overlast of schade. 6.3.3 Waterschap De Dommel Vanuit het waterschap de Dommel zijn het waterbeheerplan en de beleidsregels uit de Keur van Brabant van belang. Binnen de Keur wordt ook veel verwezen naar de legger, de kaart met alle watergangen en kunstwerken die binnen het beheer van het waterschap vallen.

De relevante aspecten voor deze watertoets worden in de onderstaande paragrafen opgesomd. Als laatste worden plan specifieke randvoorwaarden en uitgangspunten opgesomd. Waterbeheerplan 2022-2027 In het waterbeheerplan 2022-2027 zijn de onderstaande doelen geformuleerd die relevant zijn voor het bebouwde gebied in relatie tot het watersysteem: Alle maatregelen in de planperiode 2022-2027 zijn erop gericht om op termijn geen schoon hemelwater naar de zuiveringen af te voeren en meer schoon water te laten infiltreren naar het grondwater. Afkoppelen en infiltreren is een verantwoordelijk van de gemeenten. Om een toekomstbestendige leefomgeving te creëren, stimuleren en ondersteund het waterschap de gemeente om een verhoogde ambitie te verwezenlijken. In 2027 staan hiervoor in de omgevingsverordening duidelijke kaders. Gemeenten zijn medeverantwoordelijk voor klimaatadaptatie in de stad en vragen om samenwerking en afstemming met het werk van het waterschap. Het waterschap gaat samen met gemeenten de klimaatagenda (conform DPRA) op stellen met maatregelen voor een toekomstbestendig watersysteem. In het uitvoeringsprogramma (als vervolg op de klimaatagenda) maakt het waterschap maatwerkafspraken met de gemeenten.

In de samenwerking met gemeenten is het uitgangspunt: <0000> iedere gemeente heeft een uitvoeringsstrategie met afspraken over termijnen en inzet van middelen; <0000> het waterschap richt klimaatbuffers in bij iedere bebouwingskern, dit in samenwerking met gebiedspartners. Dichter bij de bron, tegen dorpen en steden aan. Het waterschap onderzoekt daarbij meekoppelkansen, bijvoorbeeld ten aanzien van recreatief gebruik. Met duidelijke afspraken over de kosten voor inrichting, beheer en onderhoud; <0000> er komen duidelijke kaders in de omgevingsverordening en in gemeentelijke omgevingsvisies en –plannen. Bij iedere ingreep in het gemeentelijke rioolstelsel is het uitgangspunt dat regenwater en (huishoudelijk) afvalwater gescheiden worden bij nieuwbouw en bij vervangingen. Een ander uitgangspunt is dat regenwater maximaal infiltreert. Denk aan meer eisen voor vergroening en multifunctioneel ruimtegebruik; <0000> het waterschap inspireert, stimuleert en beloond goede initiatieven (met subsidies). Het waterschap verkent nieuwe mogelijkheden om het waterbewustzijn bij gemeenten, bedrijven en inwoners te vergroten; <0000> het waterschap faciliteert regionale kennisdeling over water tussen gemeenten en overige partners, zoals provincie, bedrijven en scholen.

Het waterschap geeft gevraagd en ongevraagd advies om het belang van een klimaatbestendig watersysteem te borgen in alle ruimtelijke ontwikkelingen; <0000> het waterschap maakt een bewuste keuze welke initiatieven we wel of niet oppakken. Het waterschap handelt in geval van een urgente wateropgave(n). Het waterschap zegt nee als dat nodig is! <0000> het waterschap loopt niet weg voor zijn verantwoordelijkheid in dit complexe vraagstuk. Het waterschap geeft zelf het goede voorbeeld, door zijn eigen gebouwen en terreinen te vergroenen, regenwater af te koppelen en te laten infiltreren. Brabant Keur Voor het ruimtelijke plan is per thema het relevante artikel en algemene regel uit de Keur weergegeven.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

64

Afvoer regenwater <0000> artikel 3.1: Vergunning oppervlaktewaterlichamen en bijbehorende beschermingszones, ondersteunende kunstwerken en profiel van vrije ruimte; <0000> algemene regel: Hoofdstuk 15: Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak. Plan specifieke randvoorwaarden en uitgangspunten Uit de bovenstaande regels kunnen de volgende specifieke uitgangspunten worden opgesteld: <0000> de afvoernorm is vanuit de Keur 1,0 l/s/ha. <0000> in het plangebied moet gecompenseerd worden op basis van de regel: Benodigde compensatie (in m3 ) = Toename verhard oppervlak (in m2 ) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m). Waarbij een gevoeligheidsfactor van 1 gebruikt is. Er wordt een compensatie-eis van 60 mm gehanteerd. 6.3.4 Gemeente Tilburg Programma Water en Riolering 2020 – 2023 Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Gemeenten zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht een plan op te stellen waarin de zorgplichten worden uitgewerkt. De Wet milieubeheer schrijft geen geldigheidsduur voor, hierin zijn gemeenten vrij.

Het is wel gebruikelijk om het rioleringsplan periodiek te herzien. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen. Om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te houden is een regenwateropgave geïntroduceerd voor vervanging van verhard oppervlak en hanteren we nieuwe ondergrenzen bij toename van het verhard oppervlak. De regenwateropgave verplicht tot het aanbrengen van regenwaterberging en is in lijn met de wateropgave die de waterbeheerder oplegt. Op dit moment is dat 60 mm. De opgave heeft als doel het verwerken van extreme neerslaghoeveelheden om de kans op wateroverlast nu en in de toekomst te beperken. 1. <50 m2: geen regenwateropgave; 2. 50 m2 - 150 m2;

1.

<0000> indien niet vergunningplichting: geen regenwateropgave; <0000> indien wel vergunningplichting: regenwateropgave volgens tabel 6.1; >150 m2: regenwateropgave volgens tabel 6.1.

Tabel 6.1: Regenwateropgave

De opgave is voor de gebieden Blaak en Reeshof kleiner omdat deze gebieden, vanwege de ruim opgezette waterstructuur, al klimaatbestendig zijn ingericht. De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad. Onder het speerpunt klimaatbestendige waterketen heeft de gemeente Tilburg ook nog een aantal punten met betrekking tot nieuwbouw of herbouw, relevant voor deze ruimtelijke ontwikkeling: <0000> er wordt rekening gehouden met vloerpeilen zodanig dat er geen inpandige waterschade of waterschade bij omliggende bebouwing plaatsvindt bij de 70mm/uur bui uit het DPRA; <0000> hoger gelegen nieuwbouw mag geen extra risico vormen voor (grond)wateroverlast in nabij gelegen lagere gebieden; <0000> overtollig regenwater wordt zoveel mogelijk zichtbaar bovengronds verwerkt in een groen-blauwe structuur. Waar dit niet lukt zullen ondergrondse oplossingen bedacht worden;

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

65

<0000> <0000> <0000>

voor het totale toekomstige oppervlak dient 60 mm waterberging gerealiseerd te worden; als de bovenstaande bergingseis niet gehaald kan worden in de ruimtelijke inrichting moet dit gecompenseerd worden in het afwateringsstelsel als extra berging; de minimale ontwateringsdiepten zijn in de tabel hieronder weergegeven.

Tabel 6.2: Ontwateringsdiepten voor nieuwbouw

Uitvoeringsagenda Koel Tilburg Het klimaat verandert sneller dan verwacht en zet de leefbaarheid van de stad onder druk. We willen dat onze stad en dorpen prettig zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. Daarom willen we dat de stad leefbaar blijft tijdens hittegolven, dat regenwater geen schade veroorzaakt en dat de Tilburgse bodem niet verder uitdroogt. In de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is opgeschreven hoe we in Tilburg samenwerken aan een Koel Tilburg. De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg is tot stand gekomen door in gesprek te gaan met partijen uit de stad. We zetten in op bewustwording, gedeeld eigenaarschap en projecten van en met de stad. Om hier een olievlekwerking van uit te laten gaan. Initiatiefnemers, bedrijven en organisaties uit de stad die bijdragen aan de doelstellingen nodigen we nadrukkelijk uit om mee te gaan in de beweging die met de Uitvoeringagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg in gang is gezet. Ieder initiatief of ontwikkeling moet bijdragen aan het klimaatbestendiger maken van de stad. Om hier richting aan te geven hebben we zes doelstellingen geformuleerd en zijn er beleidsregels voor een klimaatrobuuste inrichting en ontwerp vastgesteld. De beleidsregels voor het omgaan met regenwater zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2020-2023.

De beleidsregels worden juridisch verankerd in onder andere bestemmingsplanregels en Handboek Openbare Ruimte. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen.

Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie': op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

66

We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: <0000> elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; <0000> functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; <0000> wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: <0000> van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.

<0000> van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. <0000> van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

6.4 Duurzaam watersysteem 6.4.1 Waterveiligheid Het plangebied valt binnen de grens van het waterstaatkundige beheer. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op de waterkering. De werkzaamheden moeten wel worden gemeld bij het bevoegd gezag en er geldt een zorgplicht op grond van het Waterbesluit voor het gebruik van het waterstaatswerk. Ook gelden er algemene regels op grond van de Waterregeling. 6.4.2 Oppervlaktewater Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. In de toekomstige situatie worden twee poelen ingepast binnen het plangebied. Daarnaast zijn er wadi's ontworpen die zorgen voor berging van oppervlakkig afstromende neerslag. Daarnaast worden er poelen ingepast binnen het plangebied. 6.4.3 Toename verhard oppervlak en watercompensatie Er geldt een regenwaterbergingseis voor vervanging en toename van verhard oppervlak. De eis vanuit de PWR richtlijnen is 60 mm per vierkante meter te vervangen en nieuw verhard oppervlak. Het plangebied bestaat uit drie verschillende afstroomgebieden, zie Figuur 6.2. Binnen deze afstroomgebieden is de afstroomafstand niet meer dan 150 meter, wat overeenkomt met de richtlijnen van de gemeente voor oppervlakkige afstroming. De afstroomafstand is de afstand tussen de locatie waar de neerslag neerkomt en de bergende voorziening.

Voor elk afstroomgebied is bekeken of voldaan wordt aan de regenwaterbergingseis van 60 mm.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

67

Figuur 6.2: Afstroomgebieden Hiervoor is eerst bepaald hoeveel verhard oppervlak wordt gerealiseerd per afstroomgebied. Hierbij wordt opgemerkt dat alle verharding voor 100% wordt meegerekend. Er wordt niet uitgegaan van een reductie van verhard oppervlak voor doorgroeibare verhardingen. In het ontwerp zijn voor de parkeerplekken nu doorgroeibare stenen bedacht. Het is echter de vraag of dit ook toegestaan wordt. Dit hangt samen met de intensiviteit waarmee de parkeerplekken gebruikt gaan worden. Dit moet uiteindelijk getoetst worden door de projectgroep openbare ruimte van de gemeente Tilburg. In de onderstaande tabel is, voor het volledige projectgebied, het verhard oppervlak weergegeven voor de huidige en de toekomstige situatie. Tabel 6.3: Verhard oppervlak huidige en toekomstige situatie.

In eerste instantie is de oplossingsrichting om het water te bergen altijd bovengronds. Wanneer er binnen het afstroomgebied geen ruimte is voor bovengrondse bergingscapaciteit wordt berging gezocht in de ondergrond. Afstroomgebied 1 De benodigde waterberging, in afstroomgebied 1, ter compensatie van het verhard oppervlak bedraagt 1.484 m3. De watercompensatie geschiedt middels veertien wadi’s. Om te bewerkstelligen dat de capaciteit van de wadi’s zo goed mogelijk wordt benut moeten deze met elkaar worden verbonden. Daar waar mogelijk met een zaksloot en anders middels een leiding. In het westen van het plangebied kan mogelijk gebruik worden gemaakt van een bestaande greppel. Wanneer dit niet het geval is, moet in het waterhuishoudkundigplan gekeken worden hoe het water zo goed mogelijk verdeelt kan worden tussen de wadi’s. Daarnaast worden de daken van de gebouwen als groene daken uitgevoerd. Afstroomgebied 2 De benodigde waterberging, in afstroomgebied 2, ter compensatie van het verhard oppervlak bedraagt 451 m3. De watercompensatie geschiedt in eerste instantie middels wadi's. In het deelgebied is één wadi. Deze wadi heeft een capaciteit van 67 m3. Op de daken van de gebouwen H, I en J worden geen groene daken toegepast.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

68

De watercompensatie wordt gerealiseerd door middel van ondergrondse infiltratievoorzieningen onder de parkeervakken. Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiekratten of rockflow. De ondergrondse infiltratievoorzieningen dienen een bergingscapaciteit te hebben van 384 m3. Uitgaande van een berging van 400 l/m2 (0,4 m diep), is het benodigde oppervlak 961 m2. Deze berging kan worden aangebracht onder de parkeerplaatsen aan de zuidzijde van afstroomgebied 2. Deze parkeerplaatsenbieden voldoende ruimte om de ondergrondse berging te realiseren (circa 1.600 m2). Indien de voorkeur bestaat om de infiltratievoorziening minder diep aan te leggen, kan onder het gehele beschikbare oppervlak (circa 1.600 m2) een berging van 250 l/m2 (0,25 m diep) aangelegd worden om te voldoen aan de bergingsopgave. De infiltratievoorziening dient boven de GHG te worden aangebracht. Hier is voldoende ruimte voor in de ondergrond. Afstroomgebied 3 De benodigde waterberging, in afstroomgebied 3, ter compensatie van het verhard oppervlak bedraagt 972 m³. De watercompensatie geschiedt in eerste instantie middels wadi's. In het deelgebied zijn vier wadi's gepland. Om te bewerkstelligen dat de capaciteit van de wadi's zo goed mogelijk wordt benut moeten deze met elkaar worden verbonden. Daar waar mogelijk met een zaksloot en anders middels een leiding.

Daarnaast worden de daken van de gebouwen als groene daken uitgevoerd. 6.4.4 Afstroomlengte In het plan wordt zoveel mogelijk neerslag geborgen in wadi's. De gemeente stelt als eis dat de afstroomlengte niet meer dan 150 m mag bedragen. Dit is weergegeven in het afwateringsplan, toegevoegd als bijlage 3 bij de watertoets. Het afwateringsplan is een tekening waarop de afstromingsrichting van de neerslag is aangegeven. De gemeente eist een minimaal afschot van 1:300 te hanteren voor oppervlakkige afstroming. De eis geldt voor het gehele projectgebied. Op het afwatergingsplan is op een aantal locaties het peil weer te geven. Dit is gedaan ten opzichte van een aangenomen peil zoals afkomstig uit het stedenbouwkundig ontwerp. In een later stadium worden de peilen uit het stedenbouwkundig ontwerp gekoppeld aan een hoogte ten opzichte van NAP. Dat wordt later gedaan, omdat de wens is om met een gesloten grondbalans te werken. 6.4.5 Stresstest 70 mm neerslag in het uur Met de inrichting van het projectgebied, zoals weergegeven in het afwateringsplan wordt een water op straat berekend bij een neerslaggebeurtenis van 70 mm neerslag in een uur. Dit is gedaan met het softwareprogramma Tygron. Tygron is een geodesign programma waarmee oppervlakkige afstroming van neerslag berekend kan worden.

De watermodule in het Tygron-platform is een implementatie van een 2D-raster watermodel voor ondiep water waarbij gebruik wordt gemaakt van de 2D Saint Venant-vergelijkingen. De module is verder uitgebreid met infiltratie, verdamping, grondwaterstroming en kunstwerken. De hoogtes uit het stedenbouwkundig ontwerp zijn gebruikt om een hoogtemodel te maken in Tygron. Deze stresstest zorgt voor een aantal aandachtspunten: <0000> er accumuleert veel water in de parkeergelegenheid centraal in het projectgebied. Deze locatie is verdiept waardoor hier relatief veel water naartoe stroomt. Er moet in het waterhuishoudkundig plan aandacht worden besteed hoe dit water wordt afgevoerd; <0000> aandachtspunten voor het ontwerp zijn de inritten van de parkeergarages en de optimalisatie van de toestroom naar de wadi's; <0000> voor de verharde oppervlaktes dient voldoende afschot te worden gecreëerd. Uitgangspunt hierbij is de gemeentelijke eis van een minimaal afschot van 1:300. 6.4.6 Afvoer hemelwater De gemeente heeft de voorkeur voor groene bergingen met oppervlakkige toestroom. De insteek is derhalve om neerslag in het projectgebied zelf te infiltreren. Hiervoor zijn wadi's binnen het projectgebied ontworpen en in het zuidoostelijke deel ondergrondse infiltratievoorzieningen. De wadi's in de drie afstroomgebieden moeten onderling worden verbonden.

Daar waar mogelijk met een zaksloot en anders middels een leiding. Dit moet ervoor zorgen dat de beschikbare berging optimaal wordt benut. De gemeente Tilburg hanteert de richtlijn dat per millimeter regen een leeglooptijd van 0,6 uur wordt gehanteerd, met een maximale leeglooptijd van 48 uur in verband met de ontwikkeling van muggen(larven). Er is nog geen infiltratieonderzoek gedaan, waardoor in deze fase niet geverifieerd kan worden of voorgenoemde ledigingstijd haalbaar is binnen het projectgebied indien de wadi enkel ledigt door middel van infiltratie.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

69

Geadviseerd wordt om een infiltratieonderzoek te doen. Wanneer blijkt dat de doorlatendheid onvoldoende is, moet grondverbetering worden toegepast of de waterremmende lagen moeten worden weggegraven. Eventueel is er een nood overstort nodig. Dit moet nader worden bekeken voor het waterhuishoudkundigplan. Een nood overstort direct naar het Wilhelmina kanaal is hydraulisch mogelijk, maar deze oplossing heeft als nadeel dat in een werk van RWS gewerkt moet worden met alle consequenties van dien. De voorkeur gaat uit naar een nood overstort via het maaiveld waar het zorgt voor minimale overlast. Binnen het projectgebied zijn twee wadi's gesitueerd die niet verbonden kunnen worden met de wadi's rond het projectgebied. In het waterhuishoudkundig plan moet dit verder worden uitgewerkt. De afwatering van de verdiepte parkeerplekken, centraal gelegen in het plan, moet ook nader worden uitgewerkt in het waterhuishoudkundig plan. In het afwateringsplan is nu aangegeven dat enkel de neerslag niet naar de verdiepte parkeerplaats kan stromen. De neerslag die direct op de parkeerplaats valt moet in ondergrondse infiltratievoorzieningen worden geborgen. 6.4.7 Afvoer afvalwater Het afvalwater worden gescheiden aangeboden. Voor het bepalen van de vervuilingseenheden wordt uitgegaan van 3 inwoners per woning, met een totaal van 721 woningen.

Dit houdt in dat er 2.163 vervuilingseenheden worden toegevoegd op het huidige afvalwatersysteem. De afvoer van afvalwater wordt aangesloten op de gemengde riolering rondom het gebied. Hierbij wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van bestaande strengen, met inachtneming van de staat en capaciteit van deze bestaande strengen. Hierbij voldoet de capaciteit van de bestaande riolering. 6.4.8 Waterkwaliteit en ecologie In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. In de toekomstige situatie wordt een poel ingepast binnen het plangebied. Hiermee vindt er een verbetering plaats wat betreft waterkwaliteit en aquatische ecologie. 6.4.9 Grondwater In eerdere paragrafen is het grondwater al aan bod gekomen. Op basis van het aanwezige gemeentelijk grondwatermodel en de aanwezige meetpunten is de conclusie dat in de huidige situatie de GHG tussen de +11,4 m NAP (noorden) en +11,6 m NAP ligt (zuiden). Hiermee worden de eisen aan de ontwateringsdiepte gehaald/ In dit plan wordt ingezet op infiltratie door middel van wadi's. Op de plekken waar een leemlaag aanwezig is zal dit water langer blijven staan, wat kan leiden tot permanente vernatting. Dit wordt voorkomen door op de desbetreffende plekken grondverbetering toe te passen, wat inhoudt dat de leemlaag weggegraven wordt en vervolgens wordt opgevuld met zand.

Dit kan op veel locaties waar leem aanwezig is, omdat hier reeds gegraven wordt vanwege de aanleg van de parkeergarage. Mochten er locaties zijn waar dit uitvoeringstechnisch niet mogelijk is, dan kan er ook gekozen worden voor het toepassen van een drain, maar dit heeft niet de voorkeur van de gemeente. Om de ontwateringsdiepte te halen moet deze drain op 1,1 m – mv worden aangelegd. In Figuur 6.3 is de grondwatersituatie voor de beoogde ontwikkeling weergegeven. Wanneer het terrein eventueel opgehoogd wordt, dan heeft dit geen nadelige gevolgen voor de drooglegging.

Figuur 6.3: Schematische weergave grondwaterstanden 6.4.10 Beheer en onderhoud Bij het inrichten van de waterbergingen dient tevens het beheer en onderhoud na de realisatiefase beschouwd te worden. Dit is van belang om ook in de toekomst te garanderen dat het watersysteem naar behoren blijft functioneren, dat er geen waterproblemen ontstaan en dat onderhoud eenvoudig en tegen beheersbare kosten kan plaatsvinden.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

70

De wadi's dienen dusdanig ontworpen te worden dat er gemakkelijk maaionderhoud kan plaatsvinden. Hiervoor mag het talud niet te steil zijn, waarbij doorgaans een talud van 1:3 of 1:5 wordt gehanteerd. Indien een slokop aanwezig is in de wadi moet deze periodiek gecontroleerd worden op verstoppingen. In het huidige ontwerp zijn de wadi's ontworpen met een talud van 1:3. Binnen het plangebied worden poelen ingepast. Deze dienen in 2025 middels beheertype D2 Open water (Handreiking ecologisch beheer (Gemeente Tilburg, 2014)) beheerd te worden, met als doel het bereiken van minimaal de minimale kwaliteit. 6.4.11 Vergunningen Gezien de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling (zowel voor hemelwater als afvalwater) is een watervergunning noodzakelijk. Daarnaast zijn nog twee aandachtpunten naar voren gekomen: 1. Kade Wilhelminakanaal: voor het werken nabij een waterkering, in dit geval de kade van het Wilhelminakanaal, dient aangetoond te worden dat er geen nadelige effecten zijn voor het waterstaatkundige beheer. 2. Overstort riolering gemeente en/of Wilhelminakanaal: indien uit het infiltratieonderzoek blijkt dat de bodem onvoldoende doorlatend is om de wadi's binnen de gestelde ledigingstijd, door middel van enkel infiltratie, te laten ledigen, dan zal het noodzakelijk zijn om een overstort te maken die wordt aangesloten op de riolering en/of het Wilhelminakanaal.

Voor de riolering is de gemeente bevoegd gezag, voor het Wilhelminakanaal is Rijkswaterstaat bevoegd gezag.

6.5 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten voor het watersysteem als gevolg heeft. <0000> Er is een toename van verhard oppervlak in het projectgebied, maar er is voldoende mogelijkheid om maatregelen te treffen waarmee waterberging gecreëerd kan worden. <0000> Het projectgebied leent zich goed voor het infiltreren van hemelwater. Er wordt geadviseerd om infiltratieproeven uit te voeren om te bekijken of de doorlatendheid op de locaties waar wadi's zijn gepland voldoende is. Wanneer dit niet het geval blijkt en de wadi's in de maatgevende situatie NIET tijdig leeglopen, zal er een overstort gerealiseerd moeten worden. Dit kan en/of op de riolering van de gemeente en/of op het Wilhelminakanaal. Dit is vergunningsplichtig. <0000> Voor het afvalwater kan gebruik worden gemaakt van het huidige rioolstelsel met mogelijk een aantal uitbreidingen om de capaciteit van het omliggende systeem te garanderen. <0000> De waterkwaliteit en aquatische ecologie nemen toe door deze ontwikkeling, daar waar poelen worden ingepast. <0000> In het detailontwerp moet rekening gehouden worden met de inritten van parkeergarages en het afschot van grote verharde oppervlakken. Als dit niet goed uitgewerkt wordt kan er lokaal wateroverlast optreden. Het plan is doorgerekend met een stresstestbui van 70 mm per uur.

<0000> Bij het afvoeren van hemelwater op het Wilhelminakanaal moet er een vergunningaanvraag bij Rijkswaterstaat gedaan worden, omdat een overstort naar het Wilhelminakanaal in de kering aangelegd moet worden. <0000> In het huidige ontwerp van het plan blijft er in het midden van het plan (verlaagde parkeerterrein) bij de stresstest bui van 70 mm in één uur veel water staan. Hier moet in de uitwerking van het waterhuishoudkundig plan aandacht aan worden besteed. Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

71

Hoofdstuk 7 Opzet planregels 7.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.

7.2 Standaard plansystematiek 7.2.1 Bouwvlak en erf De Tilburgse plansystematiek (en dus ook dit plan) maakt onderscheid tussen het bouwvlak en het erf. Het bouwvlak komt in principe bij alle bestemmingen voor. Uitzondering zijn de bestemmingen binnen het openbaar gebied. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen er eveneens worden gebouwd, uiteraard slechts voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Soms mag het bouwvlak volledig worden volgebouwd, soms niet. Het eerste blijkt normaliter uit de planregels, het tweede wordt in de regel op de verbeelding weergegeven met een maatvoeringsaanduiding. In het erf mogen geen hoofdgebouwen worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn wel toegestaan, voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. 7.2.2 Bouwhoogte Voor de woongebieden geldt een standaard bouwhoogte van 10m, tenzij door middel van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' een ander maximum is aangegeven. Voor het plangebied gelden verschillende maximale bouwhoogtes, tot een maximum van 75 meter. Voor de overige bestemmingen is per bouwvlak de maximale bouwhoogte bepaald. 7.2.3 Goothoogte De goothoogte is meestal gelijk aan de maximale bouwhoogte of mag niet meer bedragen dan.

7.2.4 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Tenzij anders weergegeven is de volgende regeling van kracht voor woningen in stedelijk gebied: 1. oppervlakte: 1. 20m2 indien erf kleiner is dan 50m2; 2. 3. 4. 5. 1. 2. 3.

40% van erf met maximum van 60m2 bij erf tussen de 50m2 en 500m2; 80m2 bij erf tussen de 500m2 en 1000m2; 100m2 bij erf vanaf 1000m2; bouwhoogte: maximaal 3m bij plat dak; bij schuin dak goothoogte maximaal 3m; bouwhoogte maximaal 4,5m.

7.3 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen aanwezig: <0000> Bedrijf: binnen deze bestemming is het bestaande Ziggo datacenter toegestaan. <0000> Groen: Binnen de bestemming Groen zijn met name de grotere groene ruimten welke als structureel groen moeten worden aangemerkt en de groene verbindingen geregeld. Deze groenstroken vormen de groene dragers van het plangebied. Binnen de bestemming Groen zijn de gronden mede bestemd voor speelvoorzieningen, openlucht en sportieve recreatie, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, fiets-en voetpaden, parkeer- en stallingsvoorzieningen. <0000> Verkeer: Binnen de bestemming Verkeer zijn alle verkeer- en vervoervoorzieningen ten behoeve van het wegverkeer opgenomen. De nadruk ligt hierbij op de gebiedsontsluitingsfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

72

<0000>

Verkeer - Verblijf: binnen deze bestemming ligt de nadruk op de erftoegangsfunctie voor gemotoriseerd en langzaam verkeer en/of de verblijfsfunctie voor voetgangers met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Het betreft hier buurtstraten, woonstraten, woonerven, winkelerven en voetgangersgebied inclusief bijbehorende kunstwerken. <0000> Woongebied: binnen deze bestemming zijn grondgebonden- en gestapelde woningen toegestaan.Onder voorwaarden zijn tevens beroepsmatige activiteiten toegestaan als een aan huis gebonden beroep. Met ontheffing kan worden meegewerkt aan het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten.

Binnen deze bestemmingen zijn de volgende aanduidingen gebruikt: <0000> milieuzone - zones wet milieubeheer: binnen deze zone geldt een verbod op het realiseren van milieugevoelige objecten zoals woningen; <0000> vrijwaringszone - vaarweg: deze zone is mede bestemd voor het behouden van een goede doorvaart van de scheepsvaart; <0000> parkeergarage: hiermee wordt aangeduid waar (ondergrondse) parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen, op gronden bestemd met de 'Groen', zijn toegestaan; <0000> specifieke vorm van woongebied - doorgang 1 en doorgang 2: hier dienen doorgangen met een aangegeven minimale breedte worden gerealiseerd; <0000> specifieke vorm van woongebied - voorzieningen: hiermee wordt aangeduid waar naast woningen ook dienstverlening en commerciële voorzieningen zijn toegestaan; <0000> gestapeld: hiermee wordt aangeduid waar gestapelde woningen zijn toegestaan; <0000> onderdoorgang en specifieke bouwaanduiding - uitkragende bebouwing : hiermee wordt aangeduid waar een onderdoorgang of overkragende bebouwing is toegestaan; <0000> specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bijgebouwen: hiermee wordt aangeduid waar het realiseren van bijgebouwen niet is toegestaan; <0000> maximum aantal wooneenheden: hiermee wordt aangeduid wat het maximaal aantal woningen per bouwvlak is dat wordt toegestaan.

In totaal zijn er binnen de bestemming Woongebied niet meer dan 721 woningen toegestaan. <0000> terras: hier is een terras, behorende bij een nabijgelegen horeca inrichting toegestaan; Daarnaast zijn de volgende dubbelbestemmingen aanwezig: <0000> Waarde - Archeologie 2: ter bescherming van de eventuele archeoligsche verwachtingswaarden. <0000> Waarde - Ecologie: mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natte ecologische verbindingszone rondom het Wilhilminakanaal. Het gebruik van de gronden en werkzaamheden op gronden bestemd met deze dubbelbestemming zijn uitsluitend toegestaan indien. Het gebruik van gronden is uitsluitend toegestaan indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel, de beheer en de ontwikkeling van de ecologische (verbindings)zone. <0000> Waterstaat - zoekgebied herstel en behoud watersystemen: mede bestemd voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van het watersysteem Wilhelminakanaal en een zone van 25 meter aan weerszijden van het Wilhelminakanaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926308/1