CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Toelichting

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Smariuskade37.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. 4.8.4 Onderbouwing verkeer en parkeren Omliggende wegenstructuur Aan de westzijde van het plangebied ligt de Midden-Brabantweg, een gebiedsontsluitingweg met een maximaal toegestane snelheid van 50 km/u.

Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de Ringbaan-Noord, ook een gebiedsontsluitingsweg met een maximaal toegestane snelheid van 50 km/u. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Merwedestraat. Dit betreft een eenrichtingsstraat (vanuit de Ringbaan-Noord) richting de Goirkekanaaldijk. In de huidige situatie betreft dit nog een weg met een maximaal toegestane snelheid van 50 km/u. In het kader van de planontwikkeling wordt deze weg heringericht tot erftoegangsweg met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/u. Ontsluiting van het plangebied In figuur 4.3 is de wegenstructuur binnen het plangebied opgenomen. Alle wegen binnen de planontwikkeling worden erftoegangswegen met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/uur. De hoofdontsluiting van het plangebied vindt aan de zuidoostzijde van het plangebied, ter plaatse van de bestaande Merwedestraat, op de Ringbaan-Noord, plaats. Via de Merwedestraat wordt het plangebied in twee

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

39

richtingen ontsloten met één aansluiting in de zuidzijde en één aansluiting in de noordzijde. Het middengebied is autoluw. Hier zijn auto's te gast. Er komt een duidelijke routing van het autoverkeer. De routing bevindt zich voornamelijk rondom de woonblokken. In figuur 4.16 zijn de straten opgenomen. De grijze lijnen geeft de hoofdrouting voor het autoverkeer weer. Voor het zwaardere verkeer zoals verhuiswagen, vuilniswagen en hulpdiensten wordt een doorgaande route aangelegd, zodat dit zwaardere verkeer niet hoeft te keren. De route komt tot uitting door een verbinding vanaf de noordzijde van gebouw B, ten oosten van gebouw B tot het de hoofdontsluiting aan de achterzijde van gebouw D. De kruising van de Merwedestraat met de Ringbaan-Noord wordt volledig gereconstructureerd en voorzien van verkeerslichten. Hierdoor wordt links en rechts afbuigend verkeer mogelijk. Verder komt er in de zuidwesthoek van het plangebied een bypass parallel aan de Ringbaan-Noord langs de rotonde en invoegend op de Midden Brabantweg om de bestaande verkeersafwikkeling, inclusief het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, minimaal op het huidig niveau te houden. De exacte vormgeving van de bypass wordt nog nader bepaald. Door bovengenoemde ingrepen, wordt voorkomen dat er een nieuwe extra ontsluiting op de Ringbaan-Noord noodzakelijk is.

Met Rijkswaterstaat zijn afspraken in de maak om ten zuiden van de huidige fietsroute langs het kanaal de benodigde infrastructuur ter ontsluiting van het plan te regelen. Hierbij is rekening gehouden met de verbreding van het kanaal.

Figuur 4.16: autoverkeer (bron: CB5) Verkeerseffecten door ontwikkeling Om de verkeerskundige effecten van de ontwikkeling op het omliggend wegennet in beeld te krijgen, is door Goudappel Coffeng een verkeersonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Verkeersonderzoek Smariuskade' d.d. 8 december 2021. Het rapport is als Bijlage 7 bij de toelichting opgenomen. In het onderzoek wordt ingegaan of de ontwikkeling van Smariuskade tot een verslechtering van de doorstroming leidt en welke maatregelen nodig zijn om eventuele negatieve gevolgen weg te nemen. De gegevens over de verkeersgeneratie zijn gebruikt bij de onderzoeken van milieuaspecten. Hieronder wordt ingegaan op de conclusies van het rapport. Bij de kruispunten Merwedestraat en Maasstraat leidt het ontwikkelen van Smariuskade tot een geringe verslechtering van de doorstroming. De verkeerslichten bij de Merwedestraat en Maasstraat zijn zodanig in te richten dat deze voldoen aan de normen die de gemeente Tilburg stelt voor met name maximale cyclustijden. Een koppeling van de verkeerslichten op deze kruispunten is noodzakelijk om blokkades van de kruisingsvlakken te voorkomen. Met het aanbrengen van een koppeling wordt de doorstroming voldoende gewaarborgd.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

40

Ook bij de Hasseltrotonde leidt het ontwikking Smariuskade tot een geringe verslechtering van de doorstroming. Om te voorkomen dat er een verslechtering optreedt, is het noodzakelijk om een bypass oost -> noord aan te leggen. Door de aanleg van een bypass zal de doorstroming worden verbeterd. Na herverdeling van de groentijd kan de verbetering die de bypass oplevert over alle verkeer op de Hasseltrotonde worden verdeeld. De bypass heeft voor de algehele doorstroming een groter positief effect dan het negatieve effect dat ontstaat door de verkeersgeneratie vanuit Smariuskade. Naar aanleiding van het verkeersonderzoek wordt een nieuw ontwerp van de ontsluiting van de Merwedestraat op de Ringbaan-Noord, inclusief de bypass (rechtsaffer) opgesteld. In dit kader zijn door Antea Group twee kruispuntvarianten ontworpen. De varianten zijn in de memo 'Onsluiting Smariuskade op kruising Merwedestraat- Ringbaan Noord' d.d. 18 januari 2022 toegelicht. Deze memo is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. Fietsroutes en -stalling Rondom het plangebied is een aantal bestaande fietsroutes in noord-zuid en oost-west richting. In noord-zuid richting bevinden zich de snelfietsroute op de Dr. Deelenlaan (ten westen van het plangebied) en twee secundaire fietsroutes op de Midden Brabantweg (ten westen van het plangebied) en de Maasstraat (ten oosten van het plangebied).

In oost-west richting bevindt zich parallel ten zuiden aan het kanaal een snelfietsroute in onderzoek (in het noorden van het plangebied). Tevens ligt er een secundaire fietsroute parallel ten noorden van de Ringbaan-Noord (in het zuiden van het plangebied). Het plangebied wordt ingericht als autoluw gebied met veel ruimte voor voetgangers en fietsers. Binnen het plangebied komen voornamelijk oost-westverbindingen. In figuur 4.17 zijn de indicatieve fiets- en voetgangerspaden weergegeven. De fietsroutes dinen nog worden afgestemd met het terreinverloop. Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Voor het bepalen van het aantal in te passen fietsstallingsplaatsen dient een inschatting van de behoefte te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte is een richtlijn. Bij het indienen van de vergunningsaanvraag voor een bouwplan moet de initiatiefnemer aangeven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Naast fietsen dient ook rekening gehouden te worden met het stallen van brommers, scooters en buitenmaat fietsen. Overigens is de gemeente Tilburg momenteel bezig met het voorbereiden van fietsparkeernormen, die net als parkeernormen voor de auto bindend zijn.

Figuur 4.17: langzaam verkeer (CB5)

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

41

Openbaar vervoer Het plangebied bevindt zich op circa 2,5 kilometer loopafstand van het station Tilburg. Op korte afstand van het plangebied, bevindt zich op de Midden-Brabantweg (ter hoogte van de Hasseltrotonde) wel een bushalte. Afvalinzameling Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. Vuilniswagens moeten altijd vooruit kunnen rijden. Zowel bij het benaderen als bij het wegrijden hoeven vuilniswagens niet te keren. Parkeren Het woningbouwprogramma bestaat uit circa 720 woningen, waarvan minimaal 20% sociale huurwoningen. Het plangebied ligt volgens zone-indeling parkeernormen uit de Nota parkeernormen 2017 in zone C. In het kader van het opstellen van het stedenbouwkundig plan is reeds een parkeerbalans opgesteld. Deze parkeerbalans is opgenomen als Bijlage 9 bij de toelichting. Uit de berekening komt dat er voor de totale ontwikkeling een parkeerbehoefte ontstaat van circa 993 parkeerplaatsen. Uitgangspunt voor deze parkeerbalans is dat er circa 600 parkeerplaatsen voor bewoners in afgesloten garages worden gecreëerd. Toetsing van de daadwerkelijke parkeerbehoefte wordt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning uitgevoerd.

In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat bij aanvraag van een omgevingsvergunning aangetoond dient te worden dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals neergelegd in de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017'. De Nota biedt de mogelijkheid om af te wijken van de parkeereis, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis of afwijken van de tarieven volgens de afkoopregeling ligt bij het college. Het stedenbouwkundig plan voorziet in drie vormen van parkeren: gebouwd parkeren, gebundeld maaiveld parkeren en kort parkeren. Daarnaast is ruimte voor laden en lossen. Van te voren zijn een aantal maaiveld parkeerplaatsen aangewezen voor elektrische laadpunten en deelautoconcepten. Fasegewijs wordt op het aspect leen- en/of deelauto's ingespeeld door op maaiveld meer parkeerplaatsen te transformeren naar openbaar groen. Er zijn drie gebouwde parkeergarages met een capaciteit van circa 600 parkeerplaatsen. Onder de beide terrasgebouwen en het hof tussen het Centrumblok en het Merwedeblok. De parkeergarages liggen allen half verdiept vanwege het grondwaterpeil. De parkeergarage onder het oostelijke terrasblok wordt ontsloten vanaf de zuidzijde, de overige twee parkeergarages worden ontsloten vanaf de noordzijde.

Er worden drie gebundelde parkeerplaatsen op maaiveld voor bezoekers gerealiseerd met een capaciteit van circa 390 parkeerplaatsen. Daarnaast is nabij elk gebouw ruimte voor enkele parkeerplaatsen voor pakketdiensten en mindervaliden. In onderstaande figuur 4.18 is een globale weergave van de verdeling van de parkeerplaatsen opgenomen.

Figuur 4.18: parkeren en ontsluiting (bron: CB5) Noodhulpdiensten Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

42

Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen.

4.9 Technische infrastructuur De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. <0000> Hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; <0000> buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; <0000> buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; <0000> buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; <0000> buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen waarop een veiligheidszone van toepassing is en lopen tevens geen relevante straalpaden. Voordat er gebouwd wordt, dient een KLIC-melding worden uitgevoerd om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

43

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

5.2 Milieueffectrapportage Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings-)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.

Het bevoegd gezag moet in zo'n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan voorziet in circa 720 woningen en circa 1.100 m2 aan commerciële ruimte. Het plangebied heeft een grootte van circa 9 hectare. De voorgenomen activiteit blijft onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting.

Omdat de activiteit voorkomt in zowel kolom 3 als 4 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Onderzoek Door Antea Group is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordelijk opgesteld. Deze beoordeling is opgenomen als Bijlage 10 bij de toelichting. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt voorgesteld om te beslissen af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport voor de ontwikkeling Smariuskade. Conclusie Het Besluit milieueffectrapportage staat de vaststelling van het bestemmingsplan 'Smariuskade' niet in de weg.

5.3 Milieuhinder bedrijven Algemeen Bij het beoordelen van de (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

44

gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woonen leefklimaat. Relevantie Door Aveco de Bondt is een onderzoek uitgevoerd naar het aspect bedrijven en milieuzonering met als doel om te beoordelen of de omliggende bedrijven een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling van woningen binnen de onderzoekslocatie en inzichtelijk te maken hoe om te gaan met eventuele belemmeringen. De resultaten zijn verwerkt in het rapport 'Bedrijven en milieuzonering Smariuskade Tilburg' d.d. 11 april 2022. Het rapport is opgenomen als Bijlage 11 bij de toelichting. Hierna wordt ingegaan op de conclusies. Uit de eerste inventarisatie op basis van de richtafstanden tussen de omliggende bedrijven en het onderzoeksgebied blijkt dat er eventuele belemmeringen zijn te verwachten op het gebied van geluid vanuit drie locaties: het Ziggo datacentrum, Gijsbers bergingsbedrijf en de Verenigde Bierens bedrijven.

Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Daarnaast behoren gebieden die direct langs een hoofdinfrastructuur liggen ook tot een gemengd gebied. Het plangebied wordt met de Rindbaan-Noord, de Midden-Brabantweg en het WIlhelminakanaal begrenst door een aantal hoofdinfrastructuren. Daarnaast is ten westen en oosten van het plangebied bedrijvigheid gelegen. In de omgeving van het plangebied is sprake van een sterke functiemenging. Er kan gebruik worden gemaakt van de indicatieve afstanden behorende bij een 'gemengd gebied'. Ziggo datacentrum In het plangebied ligt een datacentrum van de internetprovider Ziggo. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het bouwen van de nieuwe woonwijk. Planologisch gezien is hier in de huidige situatie een milieucategorie 3.1 bedrijf toelaatbaar. Omdat er sprake is van een gemengd gebied bedraagt de richtafstand 30 meter. Een datacentrum valt in de praktijk volgens de VNG-brochure onder milieucategorie 2. De bijbehorende richtafstand is 10 meter. Voor het datacentrum gelden de volgende afstanden per aspect: <0000> Geur: 0 meter; <0000> Stof: 0 meter; <0000> Geluid: 10 meter; <0000> Gevaar: 0 meter. Geluid is het enige aspect wat van toepassing is. Omdat het bedrijf in het plangebied ligt en blijft, moet er dus nog steeds rekening worden gehouden met geluid.

De woningen in het plangebied zijn echter op een afstand groter dan 10 meter gesitueerd. Ondanks dat op basis van deze analyse geen belemmeringen blijken, kan in de praktijk toch blijken dat de geluidbelasting vanwege het datacenter (vanwege technische installaties op het dak) van invloed zijn op het woon- en leefklimaat in de toekomstige woonwijk. Gelet hierop zullen ter plaatse geluidmetingen uitgevoerd worden en indien nodig worden geluidafschermende maatregelen gerealiseerd. Hierover heeft reeds afstemming tussen de initiatiefnemer en Ziggo plaatsgevonden. Binnen een straal van 30 meter binnen de bestemming 'Woongebied' is de gebiedsaanduiding 'milieuzone zones Wet milieubeheer' opgenomen. Op deze gronden geldt dat er geen milieugevoelige functies gerealiseerd mogen worden, tenzij de milieubelastende bedrijvigheid op het belendende perceel in gunstige zin wordt verplaatst of beëindigd, wordt aangetoond dat de milieubelastende bedrijvigheid op het belendende perceel geen belemmering vormt voor de milieugevoelige functies of dat zodanig technische voorzieningen worden getroffen dat de milieubelasting van de belendende bedrijvigheid voldoende is afgenomen. Hiermee is het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen in het plan geborgd.

Bedrijventerrein oostzijde Merwedestraat Ten oosten van de Merwedestraat zijn verschillende bedrijven aanwezig, waaronder Gijsbers bergingsbedrijf, Euromaster en Bierens machinefabriek. Daarnaast zijn er aan de zijde van het plangebied verschillende woningen aanwezig. Hieronder wordt alleen ingegaan op de bedrijven waarbij eventuele belemmeringen te verwachten zijn. Gijsbers bergingsbedrijf Volgens de planologische rechten die op het gebied zitten mag op de locatie van Gijsbers bergingsbedrijf tot en met categorie 3.2 vestigen. Omdat er sprake is van een gemengd gebied zou de richtafstand 50 meter bedragen. Gijsbers beschrijft zichzelf op hun website als een bergingsbedrijf met autogarage. Ze takelen auto's en bergen deze ook. Hiervoor hebben zij eigen takelwagens en vrachtwagens. Deze staan achter het pand op de parkeerplaats. In de auto garage verrichten ze reparaties en APK-keuringen, waaronder keuringen voor

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

45

vrachtauto's. De werkzaamheden van het bedrijf zijn niet eenduidig te koppelen aan de bedrijfscategorie in de VNG richtlijn. Bij het geldende bestemmingsplan is een lijst opgenomen met afwijkende bedrijven, daarop is Gijsbers aangeduid als een 'Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: lakspuiten en moffelen', met milieucategorie 3.2. Gelet op de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten wordt dit niet representatief geacht. Vooralsnog wordt op basis van de beschrijving van de diensten van Gijsbers uitgegaan van milieucategorie 3.1. met onderstaande bijbehorende richtafstanden: <0000> Geur: 10 meter; <0000> Stof: 0 meter; <0000> Geluid: 30 meter; <0000> Gevaar: 10 meter. Binnen deze 30 meter van het bedrijf ligt een aantal woningen die in het stedenbouwkundig plan gepland staan. De bewoners kunnen hinder ondervinden van de bedrijfsactiviteiten en dat kan er vise versa toe leiden dat de bedrijfsvoering van Gijsbers onder druk komt te staan. Om de daadwerkelijke geluiduitstraling vanwege de bedrijfsactiviteiten van Gijsbers inzichtelijk te brengen, is het voornemen om middels een bedrijfsinventarisatie de activiteiten in een akoestisch rekenmodel vast te leggen. Op basis hiervan kan de daadwerkelijke geluidemissie vanwege de bedrijfsactiviteiten van Gijsbers berekend worden.

Gelet hierop wordt geconcludeerd dat op basis van de huidige beschikbare informatie over de bedrijfsvoering van Gijsbers, belemmeringen nog niet kunnen worden uitgesloten, maar dat maatregelen mogelijk zijn om een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Door Acevo de Bondt is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar toekomstige geluidsituatie ter plaatse van Gijsbers. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in de memo 'Ontwikkeling Smariuskade te Tilburg; Eerste resultaten akoestisch onderzoek Gijsbers Bedrijven Tilburg' d.d. 28 maart 2022. De memo is opgenomen als Bijlage 12 bij de toelichting. In de memo is een opzet gegeven voor de onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de berekende geluidbelastingen. De berekende geluidbelasting vanwege indirecte hinder als gevolg van voertuigen van en naar de inrichting is ten hoogste 54 dB(A) etmaalwaarde. Dit is 4 dB hoger dan de toetsingswaarde, maar ruimschoots lager dan de maximale grenswaarde van 65 dB(A) die in stap 3 is opgenomen. Ook voor deze geluidbelastingen geldt dat als voor de betreffende woningen een verbeterde geluidwering van gevels ten opzichte van de minimumeis uit het Bouwbesluit van 20 dB wordt toegepast vanwege wegverkeerslawaai, dit tevens voldoende bescherming aan het binnenniveau biedt voor indirecte hinder. Het woon- en leefklimaat in het plan is daarmee geborgd.

Opgemerkt wordt dat de berekende equivalente geluidniveaus niet leiden tot beperking van de bedrijfsvoering van Gijsbers, omdat het Activiteitenbesluit milieubeheer niet voorziet in grenswaarden. Doorgaans wordt het aspect indirecte hinder alleen beoordeeld in het kader van de zorgplicht (artikel 2.1, tweede lid onder f), namelijk het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geluidhinder. Aan de hand van stap 3 van de Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' is gebleken dat de berekende maximale geluidniveau's aanvaardbaar zijn, vanwege de volgende argumenten: <0000> in stap 3 is gesteld dat maximale geluidniveaus in gemengd gebied aanvaardbaar kunnen zijn tot 70 dB(A), waarbij de piekgeluiden als gevolg van aan- en afrijdend verkeer buiten beschouwing blijft. Het uitzonderen van piekgeluiden als gevolg van aan- en afrijdend verkeer is in ieder geval van toepassing voor de dagperiode. In onderhavige situatie kan dit ook het geval zijn voor de avond- en nachtperiode. Argumenten hierbij zijn het beperkte aantal piekgebeurtenissen en het algemene belang van de calamiteitendienst. Daarom zijn de maximale geluidniveaus bepaald, zonder dergelijke piekgeluiden voor de dag-, avond- en nachtperiode. In dat geval zijn de berekende LAmax ten hoogste 60 dB(A) in zowel de dag-, avond- als nachtperiode.

Er is voldaan aan stap 3 van de VNG-handreiking; <0000> naar verwachting treedt in januari 2023 de Omgevingswet in werking. In het onderliggende Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is wat betreft de normstelling voor maximale geluidniveaus als gevolg van bedrijfsactiviteiten uitgegaan van de meest recente inzichten inzake hinderbeleving. Piekgeluiden (LAmax)

<0000>

als gevolg van aandrijfgeluid van voertuigen zijn aanvaardbaar tot ten hoogste 70 dB(A) in zowel de avondals nachtperiode. Voor overige piekgeluiden geldt een normstelling van 65 dB(A) voor zowel de avond- als nachtperiode. De berekende LAmax voldoen aan de toekomstige normstelling uit het Bkl; naast geluidbelasting vanwege de bedrijfsactiviteiten van GBT, ondervinden de woningen aan oostzijde van het plan Smarius ook een relevante geluidbelasting (dat is hoger dan de voorkeurswaarde) als gevolg van wegverkeerslawaai. Als voor de betreffende woningen een verbeterde geluidwering van gevels ten

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

46

opzichte van de minimumeis uit het Bouwbesluit van 20 dB wordt toegepast, biedt dit tevens voldoende bescherming aan het binnenniveau in de woningen voor piekgeluiden bij GBT; <0000> een deel van de door de bedrijfsactiviteiten van GBT geluidbelaste woningen betreft grondgebonden (rij)woningen. Voor deze woningen geldt dat de achterzijde geluidluw is gesitueerd. Deze ligging biedt de mogelijkheid slaapkamers aan de geluidluwe achtergevels te realiseren. Dit dr <0000> w in het plan geldt dat slaapkamers aan de niet-of minder- geluidbelaste gevels worden gerealiseerd; <0000> het Activiteitenbesluit milieubeheer biedt de mogelijkheid maatwerkvoorschriften op te leggen aan GBT, waarmee de bedrijfsvoering wat betreft de werkzaamheden in de avond- en nachtperiode wordt geborgd. Gesteld kan worden dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe woningen in het plan zijn geborgd. Tevens worden beperkingen van de bedrijfsvoering van Gijsbers niet verwacht. Verenigde Bierens bedrijven Volgens de planologische rechten die op de locatie zitten, mag op deze locatie een bedrijf tot en met categorie 4.1 vestigen. Omdat er sprake is van een gemengd gebied zou de richtafstand 100 meter bedragen. Op de locatie is een bedrijf aanwezig dat versnellingen en versnellingsbakken ontwikkelt en produceert.

Deze valt volgens de VNG-brochure en de bedrijvenlijst bij het bestemmingsplan onder categorie 4.1 machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: p.o.>= 2.000 m2. De milieucontour van het daadwerkelijk gebruik is gelijk aan wat planologisch maximaal is toegestaan. Voor deze bedrijfscategorie gelden de volgende richtafstanden per aspect: <0000> Geur: 30 meter; <0000> Stof: 10 meter; <0000> Geluid: 100 meter; <0000> Gevaar: 10 meter. De bijbehorende richtafstand bedraagt 100 meter. De contour voor geluid overlapt voor een klein gedeelte met het plangebied. Binnen de richtafstand vallen enkele woningen die in het huidige stedenbouwkundige plan gepland staan. Wanneer naar de situatie ter plaatse wordt gekeken, dan kan gesteld worden dat: <0000> er in de nabijheid van Bierens reeds bestaande woningen aanwezig zijn, die beperkend zijn voor de bedrijfsvoering; <0000> er tussen het plangebied en de Bierens-locatie een bebouwd gebied gesitueerd is. Deze bebouwing zorgt voor een geluidbuffer ten opzichte van het plangebied Smariuskade; <0000> de bedrijfsvoering van Bierens kent aan de zijde die naar het plangebied is georiënteerd geen significante geluidbronnen. Gelet op bovenstaande aspecten kan gesteld worden dat, ondanks de voor een klein gedeelte overlappende contour, er in de praktijk geen sprake zal zijn van geluidhinder ter plaatse van Smariuskade.

Op basis hiervan wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Conclusie Ziggo datacentrer en bedrijventerrein oostzijde Merwedestraat In de stedenbouwkundige opzet van het plan is reeds rekening gehouden met de aanwezigheid van de bedrijven en de daarbij gepaard gaande geluidbelasting. Indien nodig kan door middel van het realiseren van geluidafscherming (ter plaatse van het datacenter) en/of het toepassen van dove gevels (ter plaatse van Gijsbers) voldaan worden aan de grenswaarden in het kader van het Activiteitenbesluit en daarmee tevens in het kader van een goed woon- en leefklimaat zonder daarmee de bedrijfsvoering van de aanwezige bedrijven nadelig te beïnvloeden. In de verbeelding zijn de richtafstanden van de genoemde bedrijven met de gebiedsaanduiding 'milieuzone zones Wet milieuhinder', binnen de bestemming 'Woongebied', opgenomen. In de regels gelden beperkingen ten aanzien van het realiseren van milieugevoelige functies. Door middel van het toepassen van maatregelen kan hier van worden afgeweken. De bestemming 'Woongebied' ligt rondom het Ziggo datacenter, op een grotere afstand dan 10 meter (de richtafstand) vanaf het Ziggo datacenter. De aanduiding 'milieuzone - zones wet milieubeheer' is met deze reden dan ook niet zichtbaar op de verbeelding.

Binnen de 10 meter vanaf het Ziggo datacenter gelden de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer', hierbinnen is het realiseren van milieugevoelige functies niet toegestaan. Met het uitgevoerde akoestisch onderzoek, zoals opgenomen als Bijlage 12 bij de toelichting kan worden aangetoond dat de milieubelastende bedrijvigheid op het belendende perceel van Gijsbers geen belemmering vormt voor de milieugevoelige functies en kan worden afgeweken van het verbod voor het realiseren van milieugevoelige functies. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

47

RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. Het plangebied ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. Daarmee is het geitenmoratorium niet van toepassing. Conclusie Door middel van het opnemen van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - zones wet milieubeheer' kan worden geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat het aspect milieuhinder bedrijven geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Smariuskade.

5.4 Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): 1. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico's worden weergegeven in PR risicocontouren. 2. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.

Deze oriëntatie-waarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basis-netten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is in een besluit vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.

Onderzoek In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van meerdere risicobronnen. Door Antea Group is een onderzoek uitgevoerd naar het aspect externe veiligheid. Hierin worden deze risicobronnen in relatie tot hun risiconiveaus beschouwd. Ook zijn elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in de rapportage 'Externe veiligheid Smariuskade' d.d. 1 maart 2021. Deze rapportage is bijgevoegd als Bijlage 13 bij de toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Hogedruk aardgastransportleiding Ten noorden van het plangebied bevindt zich een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Deze leiding bevindt zich op circa 80 meter van het plangebied. De ontwikkelingslocatie bevindt zich voor een klein deel binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding. Om het risiconiveau van deze hogedruk aardgastransportleiding te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Plaatsgebonden risico

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

48

Uit deze risicoberekeningen blijkt dat de leiding geen PR 10-6-contour heeft ter hoogte van het plangebied. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding is zowel in de huidige als de toekomstige situatie lager dan de oriëntatiewaarde. Ten gevolge van de aanpassingen binnen het plangebied is de curve weliswaar verschoven, maar de maximaal berekende waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding overschrijdt zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde niet. De toekomstige situatie veroorzaakt geen hoger groepsrisico, de ontwikkeling is daarmee niet van invloed op de maximale waarde van het groepsrisico. Omdat het groepsrisico van de leiding lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, is een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico conform artikel 12 van het Bevb in het kader van de ruimtelijke procedure verplicht.

Figuur 5.1: Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding in de huidige situatie (links) en in de toekomstige situatie (recht). Spoorlijnen Binnen de gemeente Tilburg bevinden zich verschillende spoorlijnen waarover, conform de Regeling basisnet, vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Het gaat hierbij om de spoorlijnen Breda – Tilburg – Boxtel (route 12) en Tilburg – Vught (route 61): <0000> spoortraject Tilburg – Boxtel: het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Boxtel bedraagt 995 meter (stofcategorie B2). De afstand van deze spoorlijn tot het plangebied bedraagt circa 3.000 meter, het plangebied ligt daarmee niet binnen het invloedsgebied van de spoorlijn. De spoorlijn Tilburg – Boxtel is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied. <0000> spoortraject Breda – Tilburg – Vught: het invloedsgebied van de spoorlijn Breda – Tilburg – Vught bedraagt 4.000 meter (stofcategorie D4). De afstand van deze spoorlijn tot het plangebied bedraagt circa 1.400 meter, het plangebied ligt daarmee binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin staat dat voor de spoorlijn ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10-6-contour van 8 meter.

Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied De spoorlijn Breda – Tilburg heeft een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter. Deze PAG reikt niet tot het plangebied. Groepsrisico De afstand tussen het spoor en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter, nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig. Aangezien de planlocatie wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn is gelegen verantwoording van het groepsrisico conform het Bevt van toepassing voor deze spoorlijn conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. Rijkswegen Binnen de gemeente Tilburg bevinden zich verschillende wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Het gaat hierbij om de Rijkswegen A58 en A65/N65 en de gemeentelijke routering vervoer gevaarlijke stoffen: <0000> Rijksweg A58: het invloedsgebied van de A58 bedraagt 4.000 meter (stofcategorie GT5). De afstand van deze weg tot het plangebied bedraagt meer dan 4.500 meter. De A58 is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied;

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

49

<0000>

Rijksweg A65/N65: het invloedsgebied van de A65/N65 bedraagt 880 meter (stofcategorie LT2). De afstand van deze weg tot het plangebied bedraagt meer dan 4.500 meter. De A65/N65 is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied; <0000> lokale transportroutes: over de wegen in de directe omgeving van het plangebied vindt geen significant vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het lokale vervoer van gevaarlijke stoffen vindt binnen Tilburg primair plaats over de hoofdwegen (waaronder de Burg. Bechtweg en de Burg. Letschertweg). Het invloedsgebied van deze transportroutes bedraagt 355 meter (stofcategorie GF3). Dit invloedsgebied reikt niet tot het plangebied (deze wegen liggen op meer dan 2.000 meter afstand). Het vervoer van gevaarlijke stoffen over lokale transportroutes is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot het plangebied. Vervoer gevaarlijke stoffen over water Het Wilhelminakanaal bevindt zich direct ten noorden van het plangebied. Deze vaarroute maakt geen onderdeel uit van de Regeling basisnet. Er is daarmee geen sprake van significant vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Wilhelminakanaal is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen. Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich een tweetal risicovolle inrichtingen.

<0000> LPG-tankstation Ringbaan-West 7: ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich aan de Ringbaan-West 7 een LPG-tankstation (Total). De afstand tussen het plangebied en het LPG-tankstation bedraagt circa 200 meter. Het wettelijk invloedsgebied van het LPG-tankstation bedraagt 150 meter. Het LPG-tankstation is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen; <0000> aardgasdistrictstation Goirkekanaaldijk: ten noordwesten van het plangebied bevindt zich op circa 100 meter een aardgasdistrictstation aan de Goirkekanaaldijk. Conform het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft een dergelijk station een maximale veiligheidsafstand van 25 meter. Deze maximale veiligheidsafstand reikt niet tot het plangebied. Het station is daarmee geen relevante risicobron in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen. Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is voor zowel de hogedruk aardgastransportleiding als het spoor verplicht. In deze rapportage zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Aangezien er sprake is van een beperkte verantwoording zijn enkel de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd. Het bevoegd gezag, de gemeente Tilburg, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de Smariuskade.

In het kader van de groepsrisicoverantwoording is advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Op 13 januari 2022 heeft de Veiligheidsregio het volgende advies gegeven: <0000> voor het thema externe veiligheid kan gebruik worden gemaakt van het standaardadvies (zoals opgenomen als Bijlage 14 bij de toelichting). De belangrijkste component hier in is het toepassen van afsluitbare mechanische ventilatie zodat, in geval van een toxisch incident, de bewoners veilig binnen kunnen verblijven. Van belang is dat in geval van een calamiteit met toxische stoffen de mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn; <0000> in zijn algemeenheid is de planlocatie voor de brandweer goed te bereiken (binnen de zorgnorm van 8 minuten voor nieuwbouwwoningen) en ook is er de mogelijkheid om binnen de nieuwe wijk met grotere hulpverleningsvoertuigen te manoeuvreren. In de wijk zelf zijn nog geen bluswatervoorzieningen aanwezig (wel aan de buitenzijden van de wijk).

Voor de planning en aanleg van de bluswatervoorzieningen is het van belang dat de afstand tussen de brandweeringang en de brandkraan maximaal 40 meter bedraagt. De brandweeringang van een gebouw is daarbij gedefinieerd als de toegang die door de brandweerploeg gebruikt kan worden; <0000> in het bestemmingsplan is ook sprake van hoogbouw in de vorm van een appartementencomplex. Voor de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening van dit complex zal waarschijnlijk een maatwerkoplossing nodig zijn. Dit aspect wordt bij de vergunningaanvraag nader uitgewerkt. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Smariuskade.

5.5 Geluid Algemeen

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

50

Conform de Wet geluidhinder (Wgh) dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een geluidzone wegverkeerslawaai, vliegtuiglawaai en/of spoorweglawaai. Ook indien een locatie ligt binnen de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein conform de Wet geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden verricht. Een uitzondering hierop geldt voor wegen in een 30 km-zone. 5.5.1 Wegverkeerslawaai Onderzoek Door Aveco de Bondt is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uit gevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Akoestisch onderzoek plan Smarius te Tilburg' d.d. 28 maart 2022. Het rapport is opgenomen als Bijlage 15 bij de toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de conclusies uit het akoestisch onderzoek. Uit modelberekeningen overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 is gebleken dat de geluidbelasting op de gevels van nieuwe woningen in het plan hoger zijn dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB: <0000> ten hoogste 60 dB als gevolg van de Midden-Brabantweg; <0000> ten hoogste 60 dB als gevolg van de Ringbaan-Noord; <0000> ten hoogste 52 dB als gevolg van de Ringbaan-West; <0000> ten hoogste 49 dB als gevolg van de Rueckertbaan.

De berekende geluidbelastingen voldoen aan de wettelijke maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwe woningen in een binnenstedelijke situatie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ook de geluidbelastingen als gevolg van 30 km/uur-wegen inzichtelijk gemaakt. Om de aanvaardbaarheid te beoordelen zijn deze vergeleken met de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting als gevolg van de Merwedestraat (ten hoogste 54 dB) en beide ontsluitingswegen in het plangebied (ten hoogste 53 – 56 dB) is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar ruimschoots lager dan de maximale ontheffingswaarde en worden daarom aanvaardbaar geacht. Voor het plan zijn hogere grenswaarden op grond van de Wgh benodigd, vanwege de Midden-Brabantweg, Ringbaan-Noord, Ringbaan-West en Rueckertbaan.

Het vaststellen van hogere grenswaarden kan met de volgende punten onderbouwd worden: <0000> de geluidbelasting voldoet aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wet geluidhinder; <0000> bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet mogelijk en/of niet doeltreffend gebleken; <0000> de geluidbelasting als gevolg van 30 km/uur-wegen is inzichtelijk gemaakt in het kader van goede ruimtelijke ordening, de geluidbelasting vanwege deze wegen maakt deel uit van de berekende cumulatieve geluidbelasting; <0000> conform het gemeentelijke hogere waarden beleid geldt bij hogere grenswaarden > 53 dB de verplichting om een geluidluwe gevel en indien aanwezig, een geluidluwe buitenruimte te realiseren. In bijlage 6 bij het akoestisch onderzoek is aangegeven op welke punten dit het geval is. Het overzicht met de aan te vragen hogere grenswaarden is opgenomen als Bijlage 16 bij de toelichting. In het akoestisch onderzoek zijn oplossingsrichtingen gegeven die aansluiten op het (voorlopig) ontwerp in het stedenbouwkundig plan, waarmee de appartementen waarvoor dit geldt, kunnen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. Een gevelisolatie onderzoek dient te worden uitgevoerd bij de vergunningaanvraag. Hieruit worden de concrete maatregelen per gebouw nader uitgewerkt.

<0000> de randbebouwing in het plan is effectief in het creëren van geluidluwe omstandigheden in het achterliggende deel van het plangebied. <0000> er is een groene invulling van de buitenruimte van het plan, dit komt het woon- en leefklimaat ten goede. Conclusie Op basis van de hiervoor beschreven onderbouwing van de hogere grenswaarden is de conclusie dat het plan kan voorzien in een aanvaardbaar tot goed woon- en leefklimaat. Op basis hiervan kunnen de benodigde hogere grenswaarden worden aangevraagd en een Hogere Waardenbesluit worden verleend. Hierbij dient op basis van het gemeentelijk beleid het volgende in acht worden genomen: <0000> aangetoond dient te worden dat het plan voldoet aan de randvoorwaarden uit het gemeentelijk Hogere Waardenbeleid; <0000> daar waar bouwblokken (deels) een geluidbelasting van meer dan 53 dB kennen, dient voldaan te worden aan de randwoorvoorden t.a.v. geluidluwe gevels en geluidluwe zijden. Omdat in dit geval nergens de maximaal toelaatbare geluidbelasting wordt overschreden (en er dus geen dove gevels zijn voorzien) wordt de toetsing van bovenstaande, bij de vergunningsfase uitgevoerd. In artikel 7.1.4 is opgenomen dat bij het realiseren van de toegelaten bestemming en/of functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde vastgestelde hogere grenswaarde en de daarin opgenomen voorwaarden (waaronder de

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

51

verplichting om een geluidluwe gevel en, indien aanwezig, een buitenruimte te realiseren). Het Hogere Waardenbesluit wordt als bijlage bij de regels toegevoegd. 5.5.2 Railverkeerslawaai Binnen het plangebied zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de zone van het spoortraject Tilburg-'s-Hertogenbosch. De normen uit hoofdstuk VII ("zones langs spoorwegen") van de Wet geluidhinder zijn hierdoor niet van toepassing. 5.5.3 Industrielawaai In de paragraaf ‘Milieuhinder bedrijven' (paragraaf 5.3) is reeds de invloed van de bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied op de nieuwe geluidsgevoelige functies beschouwd. 5.5.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

5.6 Lucht Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit') bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: <0000> een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; <0000> ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; <0000> een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; <0000> een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Niet in betekenende mate Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'.

In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. Besluit gevoelige bestemmingen In aanvulling op de Wet milieubeheer en het 'Besluit niet in betekenende mate' geldt het Besluit gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen richt zich op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof en stikstofdioxide: met name kinderen en ouderen. Indien een 'gevoelige bestemming' (zoals een school, kinderdagverblijf of verzorgingstehuis) wordt gerealiseerd binnen de onderzoekszone van een rijksweg (300 meter vanaf de rand van de weg) of een provinciale weg (50 meter vanaf de rand van de weg) is altijd – ook als het initiatief 'niet in betekenende mate' bijdraagt – een toetsing aan de grenswaarden nodig. Als blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van grenswaarden, mogen de 'gevoelige objecten' worden gerealiseerd binnen de onderzoekszone.

Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is een samenwerkingsprogramma van de Rijksoverheid en lokale overheden. NSL heeft als doel de luchtkwaliteit te bevorderen ten behoeve van de volksgezondheid. Het NSL bevat maatregelen waarmee wordt gewaarborgd dat wordt voldaan aan Europese grenswaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen waarover binnen de looptijd van het NSL (sinds 2009) een besluit wordt genomen. Om overheden inzicht te geven in de actuele luchtkwaliteit is de NSL-monitoringstool ontwikkeld. Onderzoek In het kader van de haalbaarheid van de vaststelling van het bestemmingsplan 'Smariuskade' is een onderzoek naar de luchtkwaliteit uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in de memo 'Luchtkwaliteit

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

52

Smariuskade' d.d. 25 maart 2022. De memo is opgenomen als Bijlage 17 bij de toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. De concentraties van de luchtverontreinigende stoffen zijn uitgerekend en getoetst ter plaatse van de relevante beoordelingslocaties langs en in de directe omgeving van de beoogde ontwikkeling. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: <0000> op alle toetspunten wordt voldaan aan de op het betreffende punt te toetsen grenswaarden. Doordat overal wordt voldaan aan de grenswaarden staat het aspect luchtkwaliteit verdere besluitvorming niet in de weg; <0000> voor alle stoffen (NO2, PM10 en PM2,5) op alle toets locaties is alleen al ten gevolge van de achtergrondconcentraties sprake van een overschrijding van de WHO-advieswaarden. De geringe planbijdrage is op geen van deze toets locaties de reden voor de overschrijding. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Smariuskade.

5.7 Geur 5.7.1 Industriële geurhinder In en om het plangebied wordt geen zware industrie toegestaan. Hier zal dus ook geen sprake zijn van industriële geurhinder. 5.7.2 Agrarische geurhinder De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Rondom het plangebied bevinden zich geen veehouderijen of andere agrarische bedrijven. Er is geen sprake van agrarische geurhinder. 5.7.3 Conclusie Industriële- en agrarische geurhinder vormen geen belemmering voor de in dit plan opgenomen ontwikkeling.

5.8 Bodem Algemeen Bij het opstellen of wijzigen van de planologische situatie dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en/ of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hier inzicht in te verkrijgen dient een milieukundig bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Het is wettelijk geregeld dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Onderzoek Ter plaatse van het plangebied zijn de afgelopen decennia verschillende bodemonderzoeken en bodemsaneringen uitgevoerd. Op basis van de verschillende onderzoeksrapporten ontstaat een goed en gedetailleerd beeld van de milieuhygiënische bodemgesteldheid ter plaatse. Overwegend alle in het verleden aangetroffen bodemverontreinigingen zijn afdoende gesaneerd. Enkel ter plaatse van het voormalig perceel van De Ringbaan-Noord 199 (kadastraal perceel 6941) dient rekening gehouden te worden met een minerale olieverontreiniging.

De verontreiniging is aanwezig in zowel de grond als het grondwater in het traject van 2,5-4,5 m-mv. Door Aveco de Bondt is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie en te verifiëren of deze vanuit milieuhygiënisch oogpunt een belemmering vormt voor de voorgenomen herontwikkeling. De resultaten van het milieuhydiënisch vooronderzoek zijn opgenomen in het rapport 'Milieuhygiënisch vooronderzoek Ringbaan Noord 199-205 te Tilburg' d.d. 8 maart 2022. Het rapport is opgenomen als Bijlage 18 bij de toelichting. Hierna komen de conclusies en aanbevelingen aan bod.

Smariuskade (Ringbaan Noord – Midden Brabantweg)

53

De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalig bedrijventerrein waarop sinds de jaren '30 bedrijven zijn gevestigd. De locatie is onder te verdelen in drie deellocaties (van west naar oost): <0000> deellocatie 1 : Ringbaan-Noord 205; <0000> deellocatie 2 : Ringbaan-Noord 201-203; <0000> deellocatie 3 : Ringbaan-Noord 199.

Figuur 5.2: deellocaties Hieronder wordt ingegaan op de conclusies en aanbevelingen per deellocatie: Deellocatie 1 <0000> Voor actualisatie van de verontreinigingssituatie kan de onderzoeksstrategie onverdacht worden gehanteerd. Voor asbestonderzoek dient, vanwege bijmengingen met bodemvreemde materialen, uitgegaan te worden van een strategie verdacht (heterogeen verdeeld); <0000> op de locatie zijn mogelijke dempingen (gedempte sloten) aanwezig, die als verdachte locaties worden aangemerkt (o.a. verdacht op aanwezigheid chroom). Het protocol Blauwsloot dient hiervoor te worden gehanteerd; <0000> het depot en de weg van puingranulaat zijn afkomstig van de sloop van de gebouwen in 2004 en worden niet als verdacht aangemerkt (gebroken onder certificaat). Onderzoek naar kwaliteit dient te worden uitgevoerd; <0000> de herkomst van de grond van de cross heuvel is niet bekend, maar dateert op basis van luchtfoto's mogelijk vanaf 2008. Omdat toen reeds regels bestonden t.a.v.

toepassen van grond, wordt de grond niet aangemerkt als verdacht; <0000> vanwege grondroeringswerkzaamheden dient bodemonderzoek minimaal tot 1,0 m-mv te worden uitgevoerd; <0000> bekende restverontreinigingen met minerale olieproducten in grond en grondwater en plaatselijk voorkomende grondwaterverontreiniging met matig verhoogde concentraties zware metalen binnen deellocatie 1 behoeven geen specifieke aandacht. Volstaan kan worden met het vastleggen van de laatste onderzoeksgegevens; <0000> op de grens met en bij deellocatie 2 ter hoogte van vlek 1 dient de milieuhygiënische kwaliteit t.a.v. minerale olieproducten (in de ondergrond) te worden geactualiseerd tot minimaal 5,0 m-mv; <0000> de locatie is onverdacht t.a.v. het voorkomen van PFAS als gevolg van primaire verontreinigingsbronnen. Deellocatie 2 <0000> Voor actualisatie van de verontreinigingssituatie kan de onderzoeksstrategie onverdacht worden gehanteerd. Voor asbestonderzoek dient, vanwege bijmengingen met bodemvreemde materialen, uitgegaan te worden van een strategie verdacht (heterogeen verdeeld); <0000> op de locatie zijn mogelijke dempingen (gedempte sloten) aanwezig, die als verdachte locaties worden aangemerkt (o.a. verdacht op aanwezigheid chroom). Het protocol Blauwsloot dient hiervoor te worden gehanteerd;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12926308/1