CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 4 Aanvulling MER

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wijkevoort26.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

werklandschap’.

gekozen. Dit komt overeen met de maximale strook die voor Verspreid is gehanteerd.

5

Waterbergings-

Relevant voor bouwsteen ‘de

Onderdeel van deze bouwsteen is een verweving met

gebieden in

ontwikkeling van een

aanwezige ecologische waarden, waarbij behoud en

combinatie met

aantrekkelijk en kwalitatief

versterken van deze waarden centraal staat. Met de

natuurontwikkeling

hoogwaardig vernieuwend

realisatie van de natuur ten westen van de Groote Leij,

werklandschap’.

de verbreding van de EVZ’s rondom de Groote Leij en Hultensche Leij en de vergroting van de agrarische natuurwaarden op het perceel tussen de Hultensche Leij en Klein Tilburg wordt invulling gegeven aan de versterking van de ecologische waarde. Ook de groenzones rondom de kavels dragen hier aan bij. Het VKA geeft daarmee op vergelijkbare wijze invulling aan de doelstellingen. Zie voor een nadere toelichting ook hoofdstuk 4. Dit komt overeen met de maximale strook die in Verspreid is gehanteerd.

6

Hultensche Leij

Relevant voor bouwsteen

De verlegging van de Hultensche Leij zorgt voor een

‘omvang van het

groter aaneengesloten oppervlak bedrijventerrein,

bedrijventerrein’.

waarbij de Hultensche Leij niet gekruist hoeft te worden door infrastructuur. Dit komt overeen met het doelbereik van Compact en Verspreid.

7

Natuurnetwerk

Relevant voor bouwsteen ‘de

In het VKA blijft de status van NNB voor het

Brabant (NNB)

ontwikkeling van een

Wijckermeer behouden. Daarbij zijn nog steeds

aantrekkelijk en kwalitatief

mogelijkheden voor recreatief medegebruik, al blijven deze wel beperkt tot extensieve vormen. Dit maakt

26 (65)

hoogwaardig vernieuwend

een integratie van het werklandschap en extensieve

werklandschap’.

recreatie nog steeds mogelijk en het draagt bij aan het behoud en mogelijk versterken van de ecologische waarden. Omdat er nog steeds extensieve recreatieontwikkelingen mogelijk blijven en de verweving met het noordelijk gelegen Stadspark/bos op vergelijkbare wijze ingevuld kan worden, verandert dit niets aan het doelbereik van het VKA in vergelijking met Compact en Verspreid.

8

9

Infrastructuur

Milieucategorie

Relevant voor bouwsteen ‘de

Door te kiezen voor een Cul-de-sac structuur in plaats

ontwikkeling van een

van een ringwegstructuur ontstaat minder hinder vanaf

aantrekkelijk en kwalitatief

wegen in noordelijke richting (Stadspark/bos). Dit

hoogwaardig vernieuwend

draagt daarom bij aan het versterken van de

werklandschap’.

ecologische waarden op die plekken.

Relevant voor bouwsteen

In vergelijking met Compact en Verspreid maakt het

‘bedrijfstypen’.

VKA alle type bedrijven binnen smart industry en smart logistics mogelijk, waarbij voor milieucategorie 4 minder oppervlak beschikbaar is en aan de vestiging van deze milieucategorie ook nadere eisen zijn verbonden. Daarmee is het flexibel in relatie tot vraag en aanbod in de toekomst. Dit draagt maximaal bij aan het doelbereik van deze bouwsteen.

10

Energie

Relevant voor bouwsteen ‘de

De ambitie voor energie is in het VKA hoger dan in

mogelijkheden voor

Compact en Verspreid. Dit draagt daarom bij aan het

duurzame energie’.

behalen van het doelbereik. Zie hierover verder paragraaf 3.3.1 en 3.3.2.

3.2

Doelstellingen en duurzaamheidsambities

3.2.1

Klimaatadaptatie

Waterbergingsopgave In het rapport "Groen-blauw Raamwerk; Werklandschap Wijkevoort" is een regenwateropgaaf uitgewerkt. Hierin is een raamwerk voor natuur en water uitgewerkt dat bestaat uit o.a. robuuste beekdalen, een groenblauw lint rondom de deelgebieden van het bedrijventerrein, en infiltratiezones met helofytenfilters rondom het Wijckermeer, de zogenaamde watermotor.

27 (65)

Figuur 3.1

Principe watersysteem Werklandschap Wijkevoort

28 (65)

Om aan te tonen dat er voldoende waterberging kan worden aangelegd in het groen-blauwe lint rondom de bedrijfskavels is de volgende, indicatieve berekening uitgevoerd voor de VKA 44,6 ha. In de berekeningen is er vanuit gegaan dat het gehele bedrijventerrein, m.u.v. de groenblauwe linten, verhard wordt (worst case benadering, aangezien in de ontwikkelleidraad wordt gevraagd om dit zoveel mogelijk te minimaliseren) en dus een regenwateropgave van 60 mm krijgt. Vervolgens is bepaald hoe diep de waterberging zou moeten zijn indien het hele lint wordt ingericht als berging (de waterschijf). In de praktijk zal de waterberging anders vorm krijgen en natuurlijk worden aangelegd. Met deze berekening wordt wel aangetoond dat er voldoende ruimte is in de linten.Ter indicatie is vervolgens het percentage van het groenblauwe lint bepaald dat nodig is voor de waterberging bij een bergingsdiepte van 0,5 m. Berekening deelgebied ten noorden van de Hultenseweg Verhard oppervlak: 259.816 m² Bergingseis: 60 mm Regenwateropgave: 259.816 m² x 60 mm = 15.589 m³ Oppervlak groenblauw lint: 107.780 m² Benodigde waterschijf: 15.589 m³ /107.780 m² = 0,14 m Bij een bergingsdiepte van 0,5 m is ongeveer 29% van het lint nodig voor waterberging.

Berekening deelgebied ten zuiden van de Hultenseweg Verhard oppervlak: 90.001 m² Bergingseis: 60 mm Regenwateropgave: 90.001 m² x 60 mm = 5.400 m³ Oppervlak groenblauw lint: 14.020 m² Benodigde waterschijf: 5.400 m³ /14.020 m² = 0,39 m Bij een bergingsdiepte van 0,5 m is ongeveer 77% van het lint nodig voor waterberging. Berekening deelgebied direct ten noorden van het Wijckermeer) Verhard oppervlak: 23.242 m² Bergingseis: 60 mm Regenwateropgave: 23.242 m² x 60 mm = 1.395 m³ Deze opgave wordt vanaf de kavel, via een deel van de groenzone langs de Hulteneweg over een korte afstand naar het helofytenfilter(rondom het Wijckermeer) geleid Oppervlak groenzone langs Hultenseweg: 2800 m2 Benodigde waterschijf: 1395 m³ / 2800 m² = 0,49 m Dit is ongeveer gelijk aan de bergingsdiepte van 0,5 m. Regenbuien tot een grootte van 60 mm worden opgevangen in de waterbergingen in het lint rondom de bedrijven. Hier zal een groot deel infiltreren in de bodem of verdampen. In de bodem is het beschikbaar voor groen, infiltreert het verder naar diep grondwater of stroomt het ondergronds naar de beken. Dit is vergelijkbaar met de huidige situatie. Alleen regen die in buien groter dan 60 mm valt, en dan nog alleen het deel boven die 60 mm, zal worden afgevoerd naar de ‘watermotor’ rondom het Wijckermeer. Rondom deze plas worden helofytenfilters aangelegd die het waterbergen en zuiveren.

Vanuit die helofytenfilters wordt het gezuiverde water afgevoerd naar het beeksysteem. Hier infiltreert dit water alsnog. Op jaarbasis is dat niet veel, want er zijn niet zoveel buien groter dan 60 mm. Volgens de statistieken van het KNMI komt een bui waarbij 60 mm in 1 uur valt ongeveer eens in de 100 jaar voor. Overigens neemt deze kans door klimaatverandering in de toekomst wel toe.

29 (65)

Mocht er nog meer neerslag vallen dan kan het water vanuit de helofytenfilters overstromen naar het Wijckermeer. De totale hoeveelheid waterberging is meer dan 60 mm. Daarmee wordt ruim voldaan aan het beleid van waterschap en gemeente. Wel is de kans aanwezig dat bij het alternatief 'Wijkevoort compact' de ruimte rondom de uitgeefbare delen beperkter is voor extra wateropvang in vergelijking met het alternatief 'Wijkevoort verspreid'. Het laatstgenoemde alternatief is daarmee meer robuust in klimaatadaptiviteit. Het systeem is zodanig ontworpen dat het ook bij een gedeeltelijke aanleg van Wijkevoort zal functioneren.

Figuur 3.2

Mogelijkheden om het watersysteem te faseren of in gedeeltes aan te leggen

Aanvullende klimaatadaptieve maartregelen Voorkeursalternatief In het Voorkeursalternatief zijn bepalingen opgenomen voor klimaatadaptatie hoe door de bedrijven aan de uitgangspunten zoals beschreven in het MER invulling dient te worden gegeven. Deze zijn hieronder beschreven. Norm bestemmingsplan: · het gebouw en de inrichting van het omliggende terrein dragen bij aan een klimaatadaptief werklandschap, zoals is vastgelegd in het Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort · het gebouw en de inrichting van het omliggende terrein dragen bij aan het minimaliseren van hittestress van het gehele werklandschap, zoals is vastgelegd in de Ontwikkelleidraad Werklandschap

30 (65)

Beleidsregels · Bedrijven maximaliseren het aandeel groen en beperken het aandeel verharding. Daarbij geldt dat het perceel altijd groen is, tenzij gemotiveerd kan worden dat de bedrijfsvoering dit niet toelaat. · Het beperkte aandeel verharding altijd waterdoorlatend is, tenzij gemotiveerd kan worden dat de bedrijfsvoering dit niet toelaat. · Bedrijven gaan bij hun materiaalkeuze van hun gebouw en hun verharding uit van het streven om hittestress te beperken. · Groene daken in combinatie met zonnepanelen, als geen groen dak dan witte dakbekleding. · Indien de terugverdientijd van een groen dak ter aanvulling van de reeds verplichte PVpanelen minder dan 15 jaar betreft, is een groen dak verplicht. Als de terugverdientijd van minder dan 15 jaar op het gehele kavel niet mogelijk is moet eenzelfde berekening op het kantoorgedeelte van een kavel worden uitgevoerd. Waar de terugverdientijd meer dan 15 jaar betreft moet als alternatief verplicht witte dakbekleding worden gebruikt. · Gebouwen op Wijkevoort hebben voor minstens 10% van het geveloppervlak een met planten bedekte façade (een “groene facade”).

Verdroging Uit het waterhuishoudkundig onderzoek komt daarnaast naar voren dat er verdroging plaatsvindt binnen het gebied. Er zijn meerdere oorzaken die mogelijk een rol gespeeld kunnen hebben voor de verdroging die zichtbaar is. Deze zijn in onderstaande tabel

31 (65)

opgenomen en daarbij is aangeven welke invloed de ontwikkeling van Wijkevoort daarop heeft. Oorzaak verdroging plangebied Wijkevoort In de jaren tachtig en negentig zijn beregeningsputten geïnstalleerd voor het besproeien van de gewassen gedurende een drogere periode. De sloten en waterlopen in het gebied zijn uitgediept en rechtgetrokken tijdens de ruilverkaveling in de jaren zeventig en tachtig. Bovendien zijn deze overgedimensioneerd en te diep aangelegd waardoor deze in een droge periode droog kunnen vallen. Hierdoor gaan boeren gebruik maken van grondwater voor de beregening van de gewassen. De drinkwaterwinning vindt voor een deel plaats in het eerste watervoerende pakket, de invloed hiervan is niet altijd direct zichtbaar in de gemeten grondwaterstanden, aangezien de winning al 120 jaar bezig is en er gedurende deze periode steeds meer grondwater is onttrokken. De grondwaterstandsdaling als gevolg van de drinkwaterwinning is daardoor ook langzaam en haast onmerkbaar groter geworden.

Effect ontwikkeling Wijkevoort De beregeningsputten in het gebied worden weggenomen met de ontwikkeling van Wijkevoort De sloten en waterlopen, die nu vooral bedoeld zijn voor waterafvoer, worden vervangen door een systeem dat gericht is op water vasthouden en laten infiltreren.

Autonome ontwikkeling, Wijkevoort heeft hier geen invloed op

Hittestress Wij kiezen ervoor om in de ontwerpfase van Wijkevoort het effect op hitte te simuleren, zodat er gedurende de ontwikkeling van Werklandschap Wijkevoort actief gestuurd kan worden op het beperken van hittestress. In de ontwikkelleidraad nemen we op dat bedrijven aan de hand van een berekening moeten aantonen dat ontwikkeling niet leidt tot een grote temperatuurstijging van het werklandschap en de omgeving. Wat dit precies betekent en hoe hier mee om te gaan is onderdeel van het ontwerptraject, waar met een simulatie de hittestijging in beeld kan worden gebracht. Op basis daarvan kunnen bij het ontwerp de spelregels uit de ontwikkelleidraad verder worden aangevuld en geconcretiseerd. Op die manier kunnen ongewenste effecten in beeld worden gebracht en maatregelen worden genomen om deze te verminderen. 3.2.2

Energieneutraliteit

Ambitie, scope en middelen Wijkevoort wordt minimaal een energieneutraal bedrijventerrein. Een energieneutraal bedrijventerrein is een bedrijventerrein waar het gebouwgebonden energiegebruik, het procesgebonden energiegebruik en het terreingebonden energiegebruik voor verlichting en pompen in riolering duurzaam wordt opgewekt. Het streven is om op Wijkevoort méér duurzame energie op te wekken dan benodigd om energieneutraal te zijn. Mobiliteit is uitgesloten in de scope van een energieneutraal bedrijventerrein. Benodigde energie in de vorm van brandstof is niet meegenomen in de energiebalans. Ook in de energiebehoefte voor elektrische mobiliteit moet worden voorzien met eventueel ‘meer’ op te wekken energie dan nodig voor een energieneutraal bedrijventerrein. De scope van de ambitie wordt als volgt bepaald:

32 (65)

· · ·

Gebouwgebonden energiegebruik zoals berekend met de methode BENG conform NTA 8800; Procesgebonden energiegebruik per bedrijf bepaald met kengetallen CBS en ECN; Terreingebonden elektriciteitsgebruik voor pompen in riolering en straatverlichting bepaald met kentallen RVO;

Om energieneutraal te worden, wordt op twee pijlers ingezet: 1. Besparing: voorop staat energiebesparing op het niveau van het gebouw, het proces en elektriciteit voor riolering en openbare verlichting; 2. Duurzame energie opwekken: voor de restant energiebehoefte wordt duurzame energie opgewekt en gebruikt die beschikbaar is op het niveau van het gebouw of de locatie. Energiebehoefte Wijkevoort In de Energieverkenning Wijkevoort Tilburg (Evert Vrins Energieadvies, augustus 2017) is voor een aantal scenario’s voor de invulling van het bedrijventerrein het totale jaarlijkse gebruik voor gebouwgebonden energie en energie voor processen bepaald. Daarbinnen is onderscheid gemaakt tussen energie die nodig is om gebouwen te verwarmen/koelen en energie die nodig is in de vorm van elektriciteit. Uitgangspunt is dat het verwarmen/koelen van de gebouwen wordt ingevuld met aquathermie uit het Wijckermeer. De daarvoor benodigde elektriciteit wordt opgewekt met zonnestroom. Zonnestroom moet ook voorzien in de elektriciteitsbehoefte van de gebouwen en het proces. De totale energiebehoefte van het maximale scenario is gegeven in tabel 3.3. Uit deze tabel valt op te maken dat er een netto behoefte is van 8.271.778 kWh aan aquathermie en een behoefte van 24.898.444 kWh aan zonnestroom. Tabel 3.3 Energiebehoefte Wijkevoort soort energie

eenheid

behoefte

warmte koude elektriciteit totaal

kWh kWh kWh kWh

22.322.222 10.651.111 19.368.889

aandeel aquathermie 17.857.778 9.586.000 0 8.271.778*

aandeel zonnestroom 4.464.444 1.065.111 19.368.889 24.898.444

Uitgangspunt is 80 ha uitgeefbaar terrein waarvan 16 ha voor transport en logistiek en 64 ha voor moderne industrie. Als de verhouding tussen de sectoren wijzigt naar meer transport en logistiek neemt de energiebehoefte op Wijkevoort af. Het aandeel aquathermie is gelijk aan de energiebehoefte aan warmte minus de energiebehoefte voor koude. * De netto behoefte(in kWh) voor aquathermie wordt bepaald door de warmte en koude vraag met elkaar te verevenen. Dit leidt dan tot een totaal van 8.271.778 kWh

Bij de levering van warmte wordt thermische energie uit de warmteopslag (WKO) onttrokken. Het retourwater is koud en wordt geleverd aan de koudeopslag. Bij koudelevering wordt koude aan de koudeopslag (WKO) onttrokken. Het retourwater is warm en wordt geleverd aan de warme opslag. De warmte- en koudelevering zijn jaarlijks niet in balans. Er wordt 17,8 miljoen kWh warmte aan de bronnen onttrokken en 9,6 miljoen kWh terug geleverd door warmteproductie bij koudelevering. Per saldo moet er dus 8,2 miljoen kWh aan warmte van een duurzame bron worden toegevoegd aan de opslag. In de post “elektriciteit” is de overige gebouwgebonden elektriciteit plus de elektriciteit die nodig is voor de processen opgenomen. Daarnaast is gerekend op een elektriciteitsgebruik van 4.600 kWh per hectare (bruto) aan elektriciteitsgebruik in de openbare ruimte. Alle stroom wordt via zonnepanelen op de daken van de gebouwen opgewekt. Potentieel aan duurzame energie op Wijkevoort In de Energieverkenning uit 2017 is ook het potentieel aan duurzaam op te wekken energie bepaald. Voor zonnestroom is daarbij nog niet uitgegaan van een verplichting voor bedrijven om de daken geschikt te maken en volledig te (laten) benutten voor opwek van zonne-

33 (65)

energie. Dit is nu wel als verplichting opgenomen in de Ontwikkelleidraad. Daarnaast is de studie vier jaar oud. Ontwikkelingen op het gebied van zonnepanelen hebben ertoe geleid dat er per paneel meer stroom wordt opgewekt. Van elke hectare uitgeefbaar terrein wordt een deel bebouwd. Het bebouwde deel van het terrein is de Floor space area (FSA) zoals in tabel 3.4 aangegeven. Die is verschillend voor logistieke bedrijven en voor moderne industrie. Het dakvlak kan niet geheel worden benut. Er zijn altijd obstakels op het dak waardoor er plaatselijk geen zonnestroom mogelijk is. Dat geldt ook voor de randen van de daken (veiligheid). Dit levert een benuttingsfactor op van 80%. Met deze uitgangspunten is een reële opbrengst aan zonnestroom berekend. De totale opbrengst is gelijk aan ruim 65.000.000 kWh. Dat is 2,5 keer meer dan de totale benodigde elektriciteit op Wijkevoort. Daarmee is het bedrijventerrein energieleverend. Er wordt 40.000.000 kWh elektriciteit terug geleverd aan het net. Genoeg voor ca 12.000 woningen. Tabel 3.4 type bedrijf

transport & logistiek moderne industrie totaal

Opbrengst zonnestroom uitgeefbaar Floor benutting oppervlak space dakvlak (ha) area (FSA) 16 0,65 0,8 64 80

0,55

0,8

oppervlak panelen (m2)

vermogen panelen (Wp/m2)

opbrengst panelen (kWh/Wp)

83.200

200

0,9

totale opbrengst zonnestroom (kWh) 14.976.000

281.600

200

0,9

50.688.000

364.800

65.664.000

Uitgangspunt is een benutting van het dakvlak van 80%. Panelen met een vermogen van 200 Wp/paneel die onder een hoek van 15 ˚ oost en west zijn georiënteerd.

Het potentieel van energie uit oppervlaktewater van het Wijckermeer is gelijk aan 35.000.000 kWh per jaar. Uitgangspunt is een meewerkende diepte van gemiddeld 5 meter en een oppervlakte van 10 hectare. Per jaar kan per m3 water 0,25 GJ energie uit stilstaand oppervlaktewater worden onttrokken (Handreiking aquathermie, Stowa, 2018). De benodigde hoeveelheid thermische energie uit oppervlaktewater is 8.271.778 kWh per jaar. Het voorzichtig ingeschatte potentieel is viermaal groter dan het benodigde potentieel. Er is ruim voldoende potentieel aan thermische energie uit oppervlaktewater voor Wijkevoort. Energieneutraliteit Wijkevoort De totale energiebehoefte aan warmte, koude en elektriciteit is bekend uit tabel 3.3. Het potentieel aan zonnestroom is bepaald in tabel 3.4. Warmte en koude Op Wijkevoort wordt een zeer lage temperatuur bronnet (ZLTV-bronnet) aangelegd voor de distributie van energie uit oppervlaktewater dat voor een deel wordt opgeslagen in ondergrondse watervoerende lagen (warmte- en koudeopslag: WKO). Bedrijven maken met warmtepompen bruikbare temperaturen van de temperatuur uit het bronnet die ligt tussen 15 ˚C en 18 ˚C afhankelijk van de periode in het jaar. Het potentieel van warmte en koude uit aquathermie is 35.000.000 kWh en dus groter dan de behoefte aan koude en warmte (tabel 3.3: netto behoefte is van 8.271.778 kWh aan aquathermie).

Elektriciteit De benodigde hoeveelheid elektriciteit voor Wijkevoort is gelijk aan 25.000.000 kWh per jaar. Het potentieel aan opwek van elektriciteit uit zonnestroom is gelijk aan 65.000.000 kWh. Het potentieel aan opwek van zonnestroom op Wijkevoort is groter dan de behoefte aan elektriciteit op Wijkevoort. Als de opwek volledig wordt gerealiseerd blijft een flinke hoeveelheid elektriciteit over op Wijkevoort.

34 (65)

Conclusie Wijkevoort is energieneutraal conform de definitie zoals beschreven onder ‘Ambitie, scope en middelen’. Het potentieel aan opwek van duurzame energie is groter dan de behoefte, waardoor Wijkevoort uiteindelijk energieleverend kan worden. Daarmee zal Wijkevoort ook een leverancier van duurzame energie aan de omgeving worden en bijdragen aan de doelstelling zoals opgenomen in de Regionale Energie en Klimaat Strategie Midden-Brabant (REKS). Effecten duurzame energievoorziening Voor het ontrekken van energie (aquathermie) uit oppervlaktewater wordt gekeken naar de maximale temperatuurverandering van het water. Het temperatuurverschil tussen lozing en onttrekking wordt gebaseerd op de effecten die het heeft op de waterkwaliteit en biodiversiteit. Die wordt positief beïnvloed door koeling van het water (helpt o.a. tegen blauwalg, botulisme). In de zomer, wanneer warmte uit het Wijckermeer wordt gehaald, wordt de hoeveelheid onttrokken energie weer aangevuld door de zon (onttrekking en levering van energie door de zon zijn in balans). De provincie Noord Brabant is bevoegd gezag voor het verlenen van een vergunning voor toepassing van WKO.

Daaraan zijn strikte eisen gekoppeld over maximale diepte van de bronnen in verband met bescherming drinkwaterwinning, maximale hoeveelheid onttrekking van water en de energiebalans (jaarlijkse onttrekking dient gelijk te zijn aan de jaarlijkse opslag in de bodem. Daarmee is er geen negatief effect op de ondergrond. Voor het lokaal opwekken van biogas is een biovergistingsinstallatie nodig. Een dergelijke inrichting past niet in de toetsingscriteria om tot grondverkoop over te gaan en zal zich daarom niet op Wijkevoort kunnen vestigen. Biomassacentrale of houtkachels worden ook niet toegestaan op Wijkevoort. 3.2.3 Mobiliteit In 2016 is de Mobiliteitsaanpak Tilburg vastgesteld. Deze vormt het kader voor de mobiliteitsambities van de gemeente Tilburg met een doorkijk naar het jaar 2040. In de mobiliteitsaanpak is ook voor de werklocaties in de gemeente een aantal ambities opgenomen onder de noemer 'Opgaven en principes’. Deze zijn: · Voor doorgroei van de logistieke sector is verdere verbetering van de bereikbaarheid essentieel. · We werken aan het slimmer organiseren van ketens en logistieke bewegingen en stimuleren of ondersteunen digitale toepassingen die dit bevorderen. · We werken verder aan de tri-modale bereikbaarheid (weg, water, spoor) op bovenregionaal schaalniveau. · We onderzoeken ook de bereikbaarheid door de lucht.

· We werken aan verdere verbreding van het Wilhelminakanaal, zodat vaarklasse IVschepen niet alleen Vossenberg, maar ook Loven kunnen bereiken (fase 1,5 Wilhelminakanaal). · De railterminal op Loven is in westelijke en oostelijke richting direct te bereiken. · Ook werken we aan een OV-oplossing voor werknemers en bezoekers van de werklocaties. · Ook werken we aan een verbreding en betere benutting van de A58. · Op de werklocaties zelf is het parkeren van vrachtwagens aandachtspunt Daarnaast wordt in de visie ingegaan op de wens om in de stadsregionale parken (waaronder Stadsbos013) de ‘onbereikbaarheid’ centraal te laten staan. Deze plekken

35 (65)

zorgen namelijk juist voor ontspanning, recreatie en verblijfskwaliteit. Stadsbos013 grenst aan Werklandschap Wijkevoort en het is de ambitie om beiden met elkaar te laten vervlechten. Vanuit de opgestelde opgaven en principes voor regionale parken is de volgende relevant voor Werklandschap Wijkevoort: · De focus in de stadsregionale parken zelf ligt op recreatieve routes voor fietsen en lopen, ook wel sportlanes genoemd. Dit zijn wandel, hardloop- of (e)-fietsroutes waar Tilburgers, maar ook mensen uit de regio, kunnen recreëren: sporten of juist langzaam verplaatsen ter ontspanning. In onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze Wijkevoort invulling geeft aan deze opgaven en principes. Tabel 3.5

Manier waarop Werklandschap Wijkevoort past binnen de opgaven en principes uit de Mobiliteitsvisie Opgaven en principes Invulling van Werklandschap Wijkevoort Het terrein is ontsloten via de ring rond Tilburg en ligt vrijwel rechtstreeks ontsloten Verdere verbetering aan de A58. Voor autoverkeer wordt de infrastructuur aangepast zodat de bereikbaarheid. doorstroming op de hoofdstructuur gewaarborgd is. Voor fietsverkeer wordt het bedrijventerrein voorzien van vrijliggende fietspaden en via bestaande en nieuwe secundaire fietsroutes aangesloten op het hoofdfietsnetwerk, waaronder de snelfietsroute Breda – Tilburg.

Het slimmer organiseren van ketens en logistieke bewegingen en stimuleren of ondersteunen digitale toepassingen die dit bevorderen.

Conclusie: door het verruimen van kruispunten zal de doorstroming en daarmee bereikbaarheid in de ochtend- en avondspits in het algemeen verbeteren. Knelpunten die in de autonome situatie op 3 van de 4 kruispunten ontstaan, worden door de maatregelen weggenomen. Dit geldt voor zowel de situatie met VKA 44,6 als VKA 80. Tilburg wil toonaangevend zijn op het gebied van mobiliteitsveranderingen. Voor doorgroei van de logistieke sector is verdere verbetering van de bereikbaarheid essentieel. Naast een goede vormgeving van de infrastructuur ligt bij Wijkevoort de focus op toekomstmogelijkheden vanuit smart logistics. Steeds vaker worden nieuwe technologische ontwikkelingen toegepast in logistieke ketens. Het kan bijvoorbeeld gaan om verbeterde navigatie- en routesystemen waarmee leegrijden kan worden voorkomen, maar ook om verbeterde productmonitoring. Het gaat bij smart logistics om beter en slimmer organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van goederenstromen door inzicht, koppeling en integratie van logistieke data en smart mobility data en verkeersdata. Bij de beoordeling van de bedrijven op hun meerwaarde voor het economisch concept wordt door de adviescommissie (die beoordeelt of het bedrijf een zodanige meerwaarde heeft dat zij voor vestiging op Wijkevoort in aanmerking komen) naar het volgende criterium (toetsingscriterium 3. Smart mobility) gekeken: 1.

Inzet op smart mobility: zet het bedrijf in op collectief vervoer voor werknemers, het bundelen van goederenstromen en vernieuwende mobiliteitstechnologieën (zoals elektrisch vervoer, truckplatooning, ect.) en het gebruik maken van de multimodale overslag voorzieningen (barge en rail) die in Tilburg aanwezig zijn. Conclusie: In de ontwikkelleidraad (welke in de regels van het bestemmingsplan als beleidsregel is opgenomen) wordt middels een toelatingscriterium gestuurd op het bijdragen aan deze opgave. Dit geldt nu in ieder geval voor VKA 44,6. Bij een bestemmingsplan voor fase 2 zal deze koppeling opnieuw expliciet gelegd moeten worden maar dat is wel een randvoorwaarde.

36 (65)

Tri-modale bereikbaarheid (weg, water, spoor).

Via de Burgemeester Letschertweg is een optimale bereikbaarheid gegarandeerd tussen Wijkevoort en de rail en bargeterminals op Vossenberg en Loven.

We onderzoeken ook de bereikbaarheid door de lucht.

Conclusie: VKA 44,6 en 80 dragen hier niet aan bij, maar staan een verdere uitwerking van dit principe op gemeentelijk niveau niet in de weg. De ligging aan de Burg. Letschertweg vormt voor Wijkevoort een goede verbinding met rail en bargeterminals op Vossenberg en Loven, wat de trimodale bereikbaarheid van Wijkevoort ten goede komt. Voor Wijkevoort is hier concreet geen invulling aan gegeven. De nabij gelegen vliegbasis Gilze en Rijen is een vliegbasis van de Koninklijke Luchtmacht en niet geschikt voor zakelijk verkeer of goederenvervoer.

Verbreding Wilhelminakanaal

Conclusies: VKA 44,6 en 80 dragen hier niet aan bij, maar staan een verdere uitwerking van deze opgave op gemeentelijk niveau niet in de weg. Het verder verbreden van het Wilhelminakanaal draagt bij aan de trimodale bereikbaarheid van Tilburg, Wijkevoort kan daarvan ook gebruik maken.

De railterminal op Loven is in westelijke en oostelijke richting direct te bereiken. Ook werken we aan een OV-oplossing voor werknemers en bezoekers van de werklocaties.

Ook werken we aan een verbreding en betere benutting van de A58.

Op de werklocaties zelf is het parkeren van vrachtwagens aandachtspunt.

Conclusie: VKA 44,6 en 80 dragen hier niet aan bij, maar staan een verdere uitwerking van deze opgave op gemeentelijk niveau niet in de weg. De ligging aan de Burg. Letschertweg vormt voor Wijkevoort een goede verbinding met de railterminas op Loven. Conclusie: VKA 44,6 en 80 dragen hier niet aan bij, maar staan een verdere uitwerking van deze opgave op gemeentelijk niveau niet in de weg. In overleg met Arriva wordt de haalbaarheid van een extra openbaar vervoerhalte ter hoogte van de Burgemeester Letschertweg onderzocht. Bedrijven zelf worden met het toetsingscriterium van Smart mobility uit de ontwikkelleidraad gestimuleerd om werknemers uit te dagen tot ‘groen’ woon-werkverkeer, door dat aantrekkelijker te maken dan reizen per auto en voorts ook voor de werknemers in te zetten op collectieve vervoerssystemen, slimme mobiliteitsconcepten en duurzaam vervoer. Conclusie: In de ontwikkelleidraad (welke in de regels van het bestemmingsplan als beleidsregel is opgenomen) wordt middels een toelatingscriterium gestuurd op het bijdragen aan deze opgave. Dit geldt nu in ieder geval voor VKA 44,6. Bij een bestemmingsplan voor fase 2 zal deze koppeling opnieuw expliciet gelegd moeten worden, maar dat is wel randvoorwaarde. Deze ambitie sluit aan bij de ambitie van een optimale bereikbaarheid van het bedrijventerein.

De verbreding van de A58 is echter geen onderdeel van de scope van Werklandschap Wijkevoort. Hiervoor wordt een separate planstudie uitgevoerd door Rijkswaterstaat. Daarbij is rekening mee gehouden met eventueel ruimtebeslag van een uitgebreide A58. Conclusie: VKA 44,6 en 80 dragen hier niet aan bij, maar staan een verdere uitwerking van deze opgave niet in de weg. Het bestemmingsplan en ontwikkelleidraad omvat een kavelinvulling waarop, naast bedrijven, ook aanvullende functies zoals een truckparking mogelijk zijn. Daarnaast is in de ontwikkelleidraad opgenomen dat voorzien moet worden voor een wachtruimte voor vrachtauto’s op eigen terrein. Conclusie: In de ontwikkelleidraad (welke in de regels van het bestemmingsplan als beleidsregel is opgenomen) en de maatvoering van de kavels wordt middels een toelatingscriterium gestuurd op het bijdragen aan dit principe. Dit geldt nu in ieder

37 (65)

geval voor VKA 44,6. Bij een bestemmingsplan voor fase 2 zal deze koppeling opnieuw expliciet gelegd moeten worden, maar dit is wel randvoorwaarde. Onderdeel van de ontwikkeling van Werklandschap Wijkevoort is de realisatie van recreatieve verbindingen tussen Stadsbos013 en het Wijckermeer voor fietsers en wandelaars.

recreatieve routes voor fietsen en lopen in stadsregionale parken.

Conclusie: Werklandschap Wijkevoort draagt bij aan de verbinding van beide gebieden. Dit is reeds onderdeel van de uitwerking van VKA 44,6.

3.3 Doelbereik VKA en verenigbaarheid subdoelen De doelstellingen zoals beschreven in paragraaf 3.1 kunnen worden opgesplitst in subdoelen/ambities op verschillende aspecten. In onderstaande matrix zijn deze op een rijtje gezet. De in het VKA gemaakte keuzes kunnen er voor zorgen dat subdoelen/ambities onderling een effect op elkaar hebben. Dat kan op de volgende manieren:

Keuzes versterken elkaar

Keuzes botsen met elkaar

Er is zowel sprake van dat keuzes elkaar versterken en botsen

Keuzes hebben geen effect op elkaar

In onderstaande tabel is aangegeven of subdoelen/ambities door de gemaakte keuzes in het VKA een effect hebben op elkaar. Uit het overzicht blijkt dat de gemaakte keuzes er voor zorgen dat de ambitie om ecologische waarden te versterken lokaal bij het Wijckermeer kan conflicteren met het mogelijk maken van recreatief medegebruik van het Wijckermeer. Het bereiken van een goed bereikbaar bedrijventerrein conflicteert lokaal met het versterken van ecologische waarden bij de Groote Leij. Verder zijn er enkele ambities die zowel met elkaar conflicteren als dat ze elkaar versterken. Meerder ambities hebben juist een versterkend effect op elkaar. Of, eventueel ondanks conflicterende belangen, een subdoel/ambitie door realisatie van het VKA wordt behaald is weergegeven in de lichtblauw omlijnde cellen waar het betreffende subdoel/ambitie zichzelf kruist (de diagonaal). Daarbij zijn de volgende keuzes mogelijk: Wordt behaald met VKA 44,6 én 80

Wordt behaald met

Wordt behaald met

Wordt deels wel

44,6 maar niet met

80, maar nog niet

en deels niet

80

bij 44,6

behaald

Wordt niet behaald

Onder de tabel wordt per kruisrelatie (eerst de cijfers en daarna de letters) een korte toelichting gegeven op de met kleur gegeven conclusie.

38 (65)

Technologisch/economische ontwikkeling Innovatieve / kennisintensief werkgelengheid Versterken ecologische waarden Versterken landschap / beleving Aandacht voor cultuurhist. kwaliteiten Recreatief medegebruik Wijckermeer Klimaatadaptatie Duurzame energie Mobiliteit

Mobiliteit

Duurzame energie

Klimaatadaptatie

Recreatief medegebruik Wijckermeer

Aandacht voor cultuurhist. kwaliteiten

Versterken landschap / beleving

Versterken ecologische waarden

Innovatieve / kennisintensief werkgelengheid

matrix beinvloeding keuzes op doelstellingen/ambities onderling Technologisch/ economische ontwikkeling

Tabel 3.6

A 1

B

2

3

C

4

5

6

D

7

8

9

10

E

11

12

13

14

15

F

16

17

18

19

20

21

G

22

23

24

25

26

27

28

H

29

30

31

32

33

34

35

36

I

1 – Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid versus Technologisch / economische ontwikkeling Deze twee gaan goed samen en kunnen elkaar versterken. Door in te spelen op technologische en economische ontwikkelingen in het bedrijfsleven in en rondom Tilburg (een van de doelstellingen uit de ontwikkelleidraad), creëer je een impuls voor innovatieve en kennisintensieve werkgelegenheid en vice versa. 2 – Versterken ecologische waarden versus Technologisch / economische ontwikkeling In eerste instantie leidt de realisatie van een bedrijventerrein tot negatieve effecten op aanwezige ecologische waarden. Door het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen in het VKA (voorafgaand en tijdens de ontwikkeling van het bedrijventerrein) worden deze effecten weggenomen. Daarnaast bevat het VKA extra maatregelen om de biodiversiteit te versterken en meer verbindingen te maken tussen groengebieden. Daarmee draagt de realisatie van het VKA bij aan de ambitie om tevens de ecologische waarden te versterken. Doordat de meeste maatregelen reeds in VKA 44,6 worden getroffen (bijvoorbeeld de verlegging en inrichting van de Hultensche Leij, inrichting van de Groote Leij zone en de natuurontwikkeling naast de evz), treden deze positieve effecten al in deze 1e fase op.

3 – Versterken ecologische waarden versus Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 2 4 – Versterken landschap ßà Technologisch / economische ontwikkeling Op de locatie van het bedrijventerrein zelf botst de ambitie tot economische ontwikkeling met het versterken van het landschap. De nu aanwezige afwisseling tussen open en gesloten landschappen zal hier verdwijnen en plaatsmaken voor bedrijventerrein omzoomd met groen. Dit levert een gesloten landschap op. De omzoming biedt wel kansen om het

39 (65)

landschap aangrenzend aan het nieuw te realiseren werklandschap opnieuw in te richten en daarmee te versterken. Zo wordt de autonome inrichting van 25 meter evz uitgebreid tot 50 meter (verplichting die volgt uit provinciaal beleid). Aanvullend komt er een groenblauw lint, de natuurontwikkelingszone bij de Groote Leij en het Investeringsfonds Klein Tilburg1. Deze ontwikkelingen leiden wel tot versterking van het landschap en de vervlechting van verschillende gebieden. 5 – Versterken landschap ßà Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 4 6 – Versterken landschap ßà Versterken ecologische waarden Beide ambities kunnen elkaar versterken. Bij het op de juiste manier inrichten van het landschap, ontstaan kansen om de ecologische waarden te versterken. En ecologisch waardevolle gebieden leiden doorgaans tot aantrekkelijke landschappen. In de ontwikkelleidraad is ook aangegeven welke natuurdoeltypen bij de ontwikkeling van nieuwe landschapselementen aangelegd worden. 7 – Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten ßà Technologisch / economische ontwikkeling In het plangebied is een deel van de aanwezige cultuurhistorische waarden middels een gebiedsaanduiding in het bestemmingsplan beschermd (Hultenseweg en 3 woningen daarlangs worden behouden, voor de weg Wijkevoort geldt een inspanningsverplichting). Andere aanwezige waarden (met name lijnstructuren) zijn dit niet.

Per saldo leidt het planvoornemen daarom deels voor het behoud van aanwezige cultuurhistorische waarden en deels tot aantasting van andere cultuurhistorische waarden. De meeste waarden bevinden zich in het plangebied van VKA 44,6, waardoor dit reeds geldt voor deze 1e fase. 8 – Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten ßà Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 7. 9 – Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten ßà Versterken ecologische waarden Het behoud van opstallen op 3 percelen (in gebouw, niet in functie) aan de Hultenseweg is tevens onderdeel van het Soortenmanagementplan voor het bieden van een biotoop aan bepaalde soorten. Ook het behoud van de Hultenseweg met bomenrij draagt hier aan bij. Deze twee ambities binnen het planvoornemen versterken elkaar daarmee op enkele plekken in het plangebied.

1

De raad heeft op 21 september 2020 besloten ten behoeve van de uitwerking van de Stadsbos013 ambities in

het gebied ‘Klein Tilburg’ en de eventuele aanvullende wensen vanuit de omgeving voor landschaps- en biodiversiteitsversterking en aantrekkelijke ontsluiting van het gebied binnen de grondexploitatie Wijkevoort een bedrag te reserveren van € 500.000 aangevuld met 50% van het positief saldo van de grondexploitatie Wijkevoort tot een maximum van 2,5 miljoen euro. De Gebiedscoalitie Klein Tilburg i.o.(bestaande uit inwoners en ondernemers uit dit gebied) geeft vorm en invulling aan de besteding van deze gelden. De gemeente faciliteert dit proces (bijv. beschikbaar stellen van kennis, inhuur landschapsarchitect).

40 (65)

10 – Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten ßà Versterken landschap / beleving Deze twee ambities zouden elkaar kunnen versterken wanneer door herinrichting van het landschap bepaalde cultuurhistorische waarden beter zichtbaar/beleefbaar worden. Dit is bij dit project niet het geval. 11 – Recreatief medegebruik Wijckermeer ßà Technologisch / economische ontwikkeling In het VKA blijft de functie van het bedrijventerrein duidelijker gescheiden van het Wijckermeer. Wel is er een mogelijkheid om bij het Wijckermeer een horecagelegenheid te realiseren. Naast dat deze dient ter versterking van de recreatieve functie van Stadsbos013, is het de bedoeling dat deze een functie krijgt voor ontmoetingen/vergaderingen vanuit Wijkevoort. Daarmee zouden beide ambities elkaar bij het Wijckermeer kunnen versterken. 12 – Recreatief medegebruik Wijckermeer ßà Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 11. 13 – Recreatief medegebruik Wijckermeer ßà Versterken ecologische waarden Wijckermeer behoudt zijn NNB status. Wel is het de bedoeling dat recreatief medegebruik wordt versterkt, waaronder een horecagelegenheid aan de noordzijde en wandelmogelijkheden rondom het Wijckermeer. Dit kan mogelijk conflicteren met aanwezige ecologische waarden (betreding + verstoring). 14 – Recreatief medegebruik Wijckermeer ßà Versterken landschap / beleving Deze twee zijn met elkaar verbonden.

Herinrichting van het gebied moet leiden tot versterking van verbindingen tussen Wijckermeer en Stadsbos013. Dit versterkt de beleefbaarheid van beide gebieden en het recreatieve medegebruik. 15 – Recreatief medegebruik Wijckermeer ßà Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten Het versterken van het recreatief medegebruik zorgt er voor dat het boscomplex ten noorden van het Wijckermeer beter bereikbaar wordt voor recreanten. Dit is een bos met cultuurhistorische waarden, die daardoor beter beleefbaar worden. Dit draagt bij aan het behoud van deze waarden. 16 – Klimaatadaptatie ßà Technologisch / economische ontwikkeling Economische ontwikkeling in de vorm van een bedrijventerrein leidt in eerste instantie tot toename van verhard oppervlak en daarmee tot een gebied dat minder goed is ingesteld op effecten als gevolg van klimaatveranderingen (zoals wateroverlast en hittestress). In het VKA zijn echter voldoende maatregelen opgenomen (in de vorm van blauwgroene bufferzones, groene dan wel witte daken, groene gevels) om het gebied klimaatadaptief te maken. 17 – Klimaatadaptatie ßà Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 16. 18 – Klimaatadaptatie ßà Versterken ecologische waarden Deze ambities versterken elkaar. Om het terrein klimaatadaptief te maken zijn brede groenblauwe zones voorzien en een uitbreiding van de beekdalen.

Hierbinnen kunnen ecologische waarden worden versterkt. Ook dragen de aanleg van groene daken en groene gevels (voor tenminste 10% van de gevel) hieraan bij.

41 (65)

19 – Klimaatadaptatie ßà Versterken landschap / beleving Deze ambities versterken elkaar. Om het terrein klimaatadaptief te maken zijn brede groenblauwe zones voorzien en een uitbreiding van de beekdalen. Deze versterken het landschap en door deze recreatief te ontsluiten wordt de beleefbaarheid ervan versterkt. 20 – Klimaatadaptatie ßà Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten Deze twee ambities hebben geen effect op elkaar. 21 – Klimaatadaptatie ßà Recreatief medegebruik Wijckermeer De rand van het Wijckermeer maakt onderdeel uit van het watersysteem van het bedrijventerrein, de zogenaamde watermotor. Het verzamelt het water uit de groen-blauwe linten en laat deze vertraagd afvoeren en infiltreren in het Wijkerbos of in de robuuste beekdalen. Daartoe worden de oevers verflauwd, de eilanden meer parkachtig ingericht. Er ontstaan twee rondwandelingen, die met bruggen op stuwen met elkaar verbonden zijn. Op deze manier versterken de maatregelen voor deze twee ambities elkaar. 22 – Duurzame energie ßà Technologisch / economische ontwikkeling De realisatie van een bedrijventerrein leidt tot een toename van de energiebehoefte. Uit de energiebalans blijkt dat het ook kansen biedt om een surplus aan energie op te wekken. Daarmee biedt de economische ontwikkeling kansen voor het opwekken van duurzame energie voor de omgeving.

23 – Duurzame energie ßà Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 22. 24 – Duurzame energie ßà Versterken ecologische waarden Binnen het Werklandschap Wijkevoort wordt energie opgewerkt door middel van aquathermie en zonnepanelen op gebouwen. De aquathermie kan mogelijk leiden tot temperatuurverschillen in het Wijckermeer, naar verwachting conflicteert dit niet met aanwezige ecologische waarden. De aanleg van zonnepanelen op de daken kan samen gaan met de realisatie van groene daken. Ook hier wordt geen conflict verwacht. 25 – Duurzame energie ßà Versterken landschap / beleving De gekozen energiebronnen (aquathermie en zonnepanelen) conflicteren niet met de ambitie om het landschap te versterken. De zonnepanelen op de daken van gebouwen zijn mogelijk te zien vanuit de omgeving, dit zorgt echter niet voor een groter effect dan de zichtbaarheid van de gebouwen op zich. 26 – Duurzame energie ßà Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten Deze twee ambities hebben geen effect op elkaar. 27 – Duurzame energie ßà Recreatief medegebruik Wijckermeer Deze twee ambities hebben geen effect op elkaar. 28 – Duurzame energie ßà Klimaatadaptatie Deze twee ambities hebben geen groot effect op elkaar.

De aanleg van zonnepanelen op de daken kan samen gaan met de realisatie van groene daken, wat kan bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast doordat deze groene daken regenwater vasthouden. Groene daken hebben tevens een verkoelend effect wat de efficiëntie van zonnepanelen ten goede komt.

42 (65)

29 – Mobiliteit ßà Technologisch / economische ontwikkeling In eerste instantie leidt economische ontwikkeling tot meer verkeer en daarmee potentieel tot een slechtere bereikbaarheid. Met de maatregelen in het VKA wordt de bereikbaarheid echter versterkt, waardoor het project bijdraagt aan de mobiliteitsambities op dit vlak. 30 – Mobiliteit ßà Innovatieve / kennisintensief werkgelegenheid Idem 29. 31 – Mobiliteit ßà Versterken ecologische waarden Om het bedrijventerrein bereikbaar te maken moeten nieuwe verbindingen worden gerealiseerd door de Groote Leij heen. Hoewel er voldoende nieuwe natuur wordt aangelegd om het effect te compenseren, conflicteert dit op deze plek met elkaar. 32 – Mobiliteit ßà Versterken landschap / beleving In het VKA is een andere verkeersstructuur gekozen dan in de onderzochte alternatieven in het MER. Daarmee worden conflicterende effecten voorkomen aan de noordzijde, waar het landschap juist versterkt moet worden. Mogelijk heeft de aansluiting van de ontsluitingswegen op de Burgemeester Letschertweg wel invloed op de beleving ter plekke, met name bij de aansluiting van de Hultenseweg. Hier wordt het kruispunt zodanig uitgebreid, dat er ook een woning voor moet worden verwijderd. Hoewel dit een lokaal effect is, conflicteert het op deze plek dus wel met elkaar.

33 – Mobiliteit ßà Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten Door de aanpassing van wegen (met name bij de aansluiting van de Hultenseweg op de Burg. Letschertweg) moeten mogelijk enkele bomen wijken die bijdragen aan het cultuurhistorische karakter van deze weg. Daar staat tegenover dat in het VKA de Hultenseweg expliciet behouden blijft om te dienen als ontsluitingsstructuur voor het achterland en fietsverkeer, waarmee deze cultuurhistorische waarde zoveel mogelijk behouden blijft. De twee ambities botsen dus enerzijds met elkaar, maar versterken elkaar tegelijkertijd ook. 34 – Mobiliteit ßà Recreatief medegebruik Wijckermeer De ambitie om recreatief medegebruik op het Wijckermeer mogelijk te maken in de vorm van o.a. fiets- en wandelpaden, sluit aan op de ambitie uit de Mobiliteitsvisie voor de stadsregionale parken (recreatieve routes voor fietsen en lopen realiseren). 35 – Mobiliteit ßà Klimaatadaptatie Deze twee ambities hebben geen effect op elkaar. 36 – Mobiliteit ßà Duurzame energie Deze twee ambities hebben op basis van de maatregelen die in het bestemmingsplan zijn vastgelegd geen effect op elkaar. Er wordt nog wel een kans gezien om de warmte van wegen te benutten als duurzame energiebron. Of dit ook wordt toegepast is echter nog onzeker. Vooralsnog is dus aangenomen dat beide ambities geen effect hebben op elkaar.

A – Technologisch/economische ontwikkeling In zowel VKA 44,6 als VKA 80 wordt met Werklandschap Wijkevoort ingespeeld op technologische en economische ontwikkelingen in het bedrijfsleven en wordt het ‘economisch ecosysteem’ van bedrijven in en rond Tilburg versterkt.

43 (65)

B – Innovatieve/kennisintensief werkgelegenheid Zowel VKA 44,6 als VKA 80 levert een impuls aan innovatie en kennisintensieve werkgelegenheid. C – Versterken ecologische waarden Wanneer naar het gehele plangebied wordt gekeken wordt per saldo een versterking van de biodiversiteit en daarmee de ecologische waarde gerealiseerd. Op enkele plekken kan het behalen van deze ambitie conflicteren met andere ambities. Dit speelt vooral bij de Groote Leij in relatie tot de mobiliteitsambities en bij het Wijckermeer in relatie tot de ambitie van recreatief medegebruik van dit meer. In het geval van de Groote Leij wordt echter ruimschoots extra natuur gerealiseerd en leidt dit niet tot een verslechtering. Recreatief medegebruik van het Wijckermeer mag – mede omdat het meer zijn NNB status behoudt – niet leiden tot verslechtering. D – Versterken landschap / beleving Op de plek van het bedrijventerrein verslechtert het landschap. Hoge gebouwen zullen vanuit de omgeving te zien zijn, zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om tot 25 meter te bouwen. De groenblauwe zones die dit effect moet beperken leiden ter plekke tot een versterking van het landschap. Door deze zones recreatief te ontsluiten (wandelpaden) worden deze zones beleefbaar gemaakt, wat een meerwaarde heeft ten opzichte van de huidige situatie.

Per saldo wordt daarom geconstateerd dat deze ambitie deels wel en deels niet wordt behaald. E - Aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten Enkele cultuurhistorische waarden worden behouden, deels door deze in het bestemmingsplan als aanduiding op te nemen en te beschermen. Voor de landschappelijke structuur van de weg Wijkevoort geldt een inspanningsverplichting. Daarmee is er geen garantie op behoud. Ook zullen met de ontwikkeling van het werklandschap de bestaande structuren minder zichtbaar zijn of verdwijnen. Aan deze ambitie wordt daarom niet geheel voldaan. F - Recreatief medegebruik Wijckermeer Omdat er in het VKA voor is gekozen de NNB status van het Wijckermeer te behouden, beperkt dit de mogelijkheden tot ontwikkeling van dit meer tot recreatief gebied. Toch is het de bedoeling – passend binnen de ecologische functie – enkele extensieve functies toe te voegen in de vorm van wandel- en fietspaden en mogelijk een horecagelegenheid. Dit maakt reeds onderdeel uit van de realisatie van VKA 44,6. G – Klimaatadaptatie De realisatie van een bedrijventerrein ten behoeve van economische ontwikkeling leidt er in eerste instantie toe dat het gebied minder klimaatadaptief is. Door het treffen van maatregelen, o.a.

in de vorm van de groenblauwe zones, worden effecten als gevolg van klimaatverandering echter voorkomen en kan de situatie zelfs worden verbeterd (op het gebied van ontwatering, zie paragraaf 3.2.1). De maatregelen zijn hiervoor afdoende. Daarmee wordt deze ambitie per saldo behaald. H – Duurzame energie De realisatie van een bedrijventerrein ten behoeve van economische ontwikkeling leidt er in eerste instantie toe dat het gebied een grotere energievraag krijgt. Er zijn echter ook voldoende mogelijkheden om energie op te wekken, zelfs meer dan voor het bedrijventerrein zelf nodig is. Per saldo kan daarom aan deze ambitie worden voldaan.

44 (65)

I – Mobiliteit Met het VKA worden ook maatregelen doorgevoerd aan de bestaande infrastructuur. Dit leidt er toe dat de bereikbaarheid verbetert. Ook aan andere mobiliteitsambities kan in het VKA worden voldaan. Daarmee worden de mobiliteitsambities met het VKA behaald.

45 (65)

4

Natuur

4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt specifiek ingegaan op enkele vragen van de Commissie ten aanzien van natuur. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de effecten op beschermde soorten (paragraaf 4.2), de effecten op NNB (paragraaf 4.3), wat het Werklandschap Wijkevoort betekent voor de biodiversiteit (paragraaf 4.4) en op de manier waarop de effecten als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is berekend (paragraaf 4.5). 4.2

Beschermde soorten

Ambitie: versterken natuurwaarden De ontwikkeling van Werklandschap Wijkevoort binnen een flexibel bestemmingsplan biedt grote kansen om bestaande natuurwaarden niet alleen in te passen, maar ook om deze te versterken. Een ogenschijnlijke tegenstelling, omdat ruimtelijke ontwikkelingen in de praktijk vaak ten koste gaan van bestaande natuurwaarden. De gemeente Tilburg heeft de ambitie om met een Soortenmanagementplan (SMP) de natuurwaarden te versterken. De bedoeling is dat dit SMP bij iedere ontwikkeling wordt meegenomen en meegewogen. Dit is in het bestemmingsplan geborgd door een voorwaardelijke verplichting op te nemen (artikel 4.5.1 ontwerpbestemmingsplan). Er moeten dan bij iedere ontwikkeling praktische maatregelen worden uitgewerkt die invulling geven aan de ambitie om de natuurwaarde te versterken. Dit wordt enerzijds vorm gegeven met het nemen van de noodzakelijk maatregelen ten behoeve van beschermde, ontheffingsplichtige en daarmee compensatieplichtige soorten, anderzijds door het treffen van maatregelen voor een aantal (beschermde) soorten die karakteristiek zijn voor de natuurwaarden en natuurkansen in Wijkevoort. Deze specifieke soorten die zijn meegenomen in het SMP zijn boerenzwaluw, huiszwaluw en kievit.

Daarnaast zijn in het Inspiratieboek Hultenseweg en in de Ontwikkelleidraad Wijkevoort maatregelen opgenomen voor een groot aantal doelsoorten die niet ontheffingsplichtig zijn. Aspecten als ‘natuurinclusief bouwen’ en ‘tijdelijke natuur’ zijn hierin meegenomen. Maatregelen in het Soortenmanagementplan (SMP) Er zijn diverse soort specifieke onderzoeken uitgevoerd om te bepalen welke effecten met mitigerende of compenserende maatregelen ondervangen dienen te worden. Deze maatregelen zijn nader omschreven in het Soortenmanagementplan (SMP). Het SMP is de basis voor de lopende aanvraag van een gebiedsontheffing. Deze gebiedsontheffing is voorzien voor een periode van tien jaar, waarmee de voorgenomen ontwikkeling in fasen en over een langere periode kan worden uitgevoerd. In paragraaf 3.2 van het SMP zijn de relevante beschermde soorten beschreven. Van deze soorten is kort samengevat of het essentieel leefgebied binnen de invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling is gelegen. Er zijn effecten te verwachten op de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, franjestaart, wezel, bunzing, steenmarter, huismus, steenuil, kerkuil, buizerd, sperwer, havik en vinpootsalamander. In het Soortenmanagementplan (SMP) en de in bijlage 1 gevoegde notitie van Eelerwoude2 is per soort de effectbeoordeling uitgewerkt.

Hierbij zijn naast het ruimtebeslag, tevens de effecten door geluidsverstoring door bedrijvigheid en verkeer in beeld gebracht. Kort samengevat treden de volgende effecten op: 2

Eelerwoude (2021). Werklandschap Wijkevoort; Effecten geluid op aanwezige soorten.

46 (65)

·

· · · · ·

· · · · · ·

· ·

·

Gewone dwergvleermuis: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnen alle aanwezige verblijfplaatsen, de vliegroute langs Vosheining naar het huidige kraamverblijf toe en mogelijk ook de vliegroute langs Wijkevoort. Echter, als het kraamverblijf aan Vosheining verdwijnt, zijn er geen vleermuizen meer die van de vliegroute gebruik maken. Ook werd alleen het gedeelte van de bomenrij tussen het kraamverblijf en de Hultenseweg gebruikt als vliegroute. Ruige dwergvleermuis: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnt mogelijk geschikt foerageergebied waar doortrekkende ruige dwergvleermuizen gebruik van maken. Gewone grootoorvleermuis: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuizen en geschikt foerageergebied waar gewone grootoorvleermuizen gebruik van maken. Rosse vleermuis: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnen mogelijk verblijfplaatsen van rosse vleermuis en kan foerageergebied worden aangetast of verdwijnen. Laatvlieger: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnt mogelijk geschikt foerageergebied waar laatvliegers gebruik van maken. Laatvliegers maken veelal gebruik van beschut gelegen, open weilanden.

Watervleermuis: Doordat watervleermuizen kritisch zijn op de geschiktheid van foerageergebied, wordt met de voorgenomen gebiedsontwikkeling ’t Wijckermeer mogelijk ongeschikt als foerageergebied. Doordat het boselement ten noorden van ’t Wijckermeer blijft behouden, zullen mogelijke verblijfplaatsen in het bos gespaard blijven. Franjestaart: Het boselement waar de franjestaarten zijn aangetroffen, zal met de voorgenomen gebiedsontwikkeling behouden blijven. Daarmee zijn er geen negatieve effecten op foerageergebied en mogelijke verblijfplaatsen van franjestaart. Wezel: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnt geschikt leefgebied voor wezel. Mogelijk verdwijnen ook aanwezige verblijfplaatsen en verbindingselementen. Bunzing: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnt geschikt leefgebied voor bunzing. Mogelijk verdwijnen ook aanwezige verblijfplaatsen en verbindingselementen. Steenmarter: Met de voorgenomen gebiedsinrichting verdwijnen verblijfplaatsen en heeft dit effect op functioneel leefgebied. Huismus: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling worden verblijfplaatsen van huismussen verwijderd en wordt leefgebied ongeschikt om te nestelen, foerageren en schuilen. Steenuil: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling verdwijnt één bestaande steenuilenkast (bezet in 2016, bezet in 2018).

Ook verdwijnt functioneel leefgebied, als kleinschalig cultuurlandschap, waardoor een broedlocatie ongeschikt raakt en minimaal 2 bestaande nesten, gelegen nabij de grenzen van het plangebied, ongeschikt kunnen raken. Kerkuil: Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling wordt 1 kerkuilkast verwijderd en verdwijnt functioneel leefgebied. Buizerd: Het bos waar het nest zich bevindt zal niet worden gekapt, waardoor het nest behouden blijft. Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling zal het leefgebied ten zuiden daarentegen sterk veranderen waardoor de functionaliteit van het leefgebied voor buizerd kan verdwijnen. In het plangebied zijn met name de delen rondom het bosgebied en de open weilanden geschikt foerageergebied voor buizerd. Sperwer: Het Wijckerbos waar het nest zich bevindt zal niet worden gekapt, waardoor het nest behouden blijft. Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling zal het leefgebied ten zuiden daarentegen sterk veranderen waardoor de functionaliteit van het leefgebied voor sperwer kan verdwijnen.

47 (65)

·

·

Havik: Het bos waar het nest zich bevindt zal niet worden gekapt, waardoor het nest behouden blijft. Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling zal het leefgebied ten zuiden daarentegen sterk veranderen waardoor de functionaliteit van het leefgebied voor havik kan verdwijnen. In het plangebied zijn met name de delen rondom het bosgebied en de open weilanden geschikt foerageergebied voor havik. Vinpootsalamander: De Hultensche Leij is deels gelegen binnen de grenzen van het plangebied, deels vormt de waterloop de grens van het plangebied. Met de voorgenomen gebiedsontwikkeling kan het leefgebied worden verstoord doordat landhabitat niet kan worden bereikt, of de populatie kan geïsoleerd raken. Daarnaast is in de onderzochte alternatieven de mogelijkheid opgenomen om de bovenloop van de Hultensche Leij te verleggen, waardoor het voortplantingswater verdwijnt.

Met name aan de (noord)westzijde van het Wijckermeer zal de geluidsbelasting bij VKA 44,6 toenemen ten opzichte van de referentiesituatie. Uit de effectbeoordeling voor geluidsverstoring blijkt dat vleermuizen niet gevoelig zijn door geluid. Hierdoor is het aannemelijk dat voor de soortgroep vleermuizen de te verwachten toename in geluidsbelasting geen dusdanig groot effect heeft dat het plangebied ongeschikt wordt als essentieel leefgebied. De huismus, steen- en kerkuil met essentieel leefgebied binnen belast gebied, lijken matig gevoelig te zijn voor een toename in geluidsbelasting. Dit geldt derhalve voor ieder alternatief met bijbehorende varianten. Uit de effectbeoordeling blijkt dat de toename van geluidsbelasting voor de steen- en kerkuil niet leidt tot verlies aan functionaliteit van het leefgebied, waaronder foerageergebied en voortplantingslocatie. Steenmarters komen reeds voor op plekken met veel geluid. Het beoogde compensatiegebied ligt buiten de zone waar de geluidsbelasting het grootst is. In hoofdstuk 4 van het SMP worden van de relevante beschermde soorten de essentiële functies in beeld gebracht. Beschreven wordt welke maatregelen nodig zijn om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen. Paragraaf 6.2 van het SMP beschrijft de wijze waarop de getroffen maatregelen geborgd zijn.

Het is van belang dat faunagerichte maatregelen uitvoerbaar zijn op basis van het bestemmingsplan. Het gaat daarbij om bouwwerken voor gebouwbewonende soorten, beplantingen (bomen, hagen etc.) en oppervlaktewateren zoals poelen. Binnen de vigerende bestemmingsplannen kunnen binnen bestaande bouwvlakken bouwwerken voor fauna worden gerealiseerd. Met name de zone langs de Hultenseweg is hiervoor geschikt, omdat deze binnen het groenblauwe raamwerk wordt opgenomen. Het aanplanten van landschappelijke beplanting is op basis van vigerende bestemmingsplannen mogelijk. Het graven van poelen is in een deel van het plangebied (waarde archeologie) niet rechtstreeks mogelijk. In het nieuwe bestemmingsplan wordt het aanleggen van faunagerichte voorzieningen zoals benoemd in het SMP mogelijk gemaakt in de planregels en in de ontwikkelleidraad. Tevens zullen deze voorzieningen worden geborgd in het bestemmingsplan en in de gebiedsontheffing zodra hier een besluit over is genomen. In 2018 is vooruitlopend op de gebiedsontwikkelingen een perceel ingericht met tijdelijke natuur als buffer voor toekomstige mitigerende maatregelen. Dit is aangemeld bij de Stichting tijdelijke natuur. De inrichting is gericht op geschikt leef- en foerageergebied voor steenuilen en kleine marters, al profiteren ook andere soorten, als buizerd en vleermuizen, hiervan mee.

In het Groenblauwe Raamwerk is rondom de Hultenseweg een groenzone opgenomen, die voor een groot deel overlapt met de bestaande lintbebouwing langs de weg. Deze bebouwing is cultuurhistorisch niet overal bijzonder waardevol bevonden, maar is wel ecologisch waardevol. In het Soortenmanagementplan zijn in en op de bestaande gebouwen en erven belangrijke habitats van gebouw bewonende soorten voorzien, zoals

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10731259/1