CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 4 Aanvulling MER

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wijkevoort26.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Projectnummer: 376778 / 51003371 Referentienummer: NL21-648800269-2045 Datum: 23-07-2021

Milieueffectrapport Werklandschap Wijkevoort Aanvulling MER

Opdrachtgever: Gemeente Tilburg

Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Verantwoording Titel

Milieueffectrapport Werklandschap Wijkevoort

Subtitel

Aanvulling MER

Projectnummer

376778 / 51003371

Referentienummer

NL21-648800269-2045

Revisie

D1

Datum

23-07-2021

Auteur

Matthijs Vrij Peerdeman

E-mailadres

Matthijs.Vrijpeerdeman@sweco.nl

Gecontroleerd door

Mariska Everts

Goedgekeurd door

Lourens Hogenbirk

2 (65)

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding ............................................................................................................. 5 1.1

Aanleiding voor deze aanvulling ................................................................. 5

1.2

Hoofdlijnen advies Commissie m.e.r. .......................................................... 5

1.3

Aanpassingen Voorkeursalternatief ............................................................ 5

1.4

Leeswijzer .................................................................................................. 6

Voorkeursalternatief - samenstelling en effecten ............................................ 7 2.1

2.2

3

5

2.1.1

Bouwhoogte ......................................................................................... 13

2.1.2

Doorsnijding van de verlegde Hultensche Leij ........................................ 13

2.1.3

Status Wijckermeer als NNB ................................................................. 13

2.1.4

Cultuurhistorie ...................................................................................... 14

Voorkeursalternatief - de effecten ............................................................. 14 2.2.1

Landschap............................................................................................ 22

2.2.2

Geluidhinder omwonenden.................................................................... 22

2.2.3

Effecten waterberging en kruispunten .................................................... 23

Borgen van het behalen van gestelde doelen ................................................ 25 3.1

Doelstellingen Werklandschap Wijkevoort................................................. 25

3.2

Doelstellingen en duurzaamheidsambities ................................................ 27

3.3 4

Voorkeursalternatief - samenstelling ........................................................... 7

3.2.1

Klimaatadaptatie ................................................................................... 27

3.2.2

Energieneutraliteit ................................................................................. 32

3.2.3

Mobiliteit ............................................................................................... 35

Doelbereik VKA en verenigbaarheid subdoelen ........................................ 38

Natuur............................................................................................................... 46 4.1

Algemeen ................................................................................................. 46

4.2

Beschermde soorten ................................................................................ 46

4.3

Natuurnetwerk Brabant............................................................................. 49 4.3.1

Geluidbelasting ..................................................................................... 49

4.3.2

Effecten NNB algemeen........................................................................ 50

4.4

Biodiversiteit ............................................................................................. 50

4.5

Stikstof in relatie tot Natura 2000 .............................................................. 52 4.5.1

Afbakening verkeersnetwerk in AERIUS ................................................ 52

4.5.2

Passende beoordeling ontwerpbestemmingsplan (VKA 44,6) ................. 55

Borging van maatregelen ................................................................................ 56 5.1

Algemeen ................................................................................................. 56

5.2

Welke maatregelen worden getroffen en hoe worden deze geborgd? ....... 61

3 (65)

6

Conclusies ....................................................................................................... 63 6.1

Aanleiding voor deze aanvulling ............................................................... 63

6.2

Tekortkomingen ....................................................................................... 63

6.3

Belangrijkste conclusies uit de nadere onderbouwing ............................... 63

BIJLAGEN Bijlage 1 Effecten geluid op aanwezige soorten

4 (65)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding voor deze aanvulling In de periode van 5 april tot en met 17 mei 2021 hebben het ontwerpbestemmingsplan (inclusief ontwikkelleidraad en ontwerp-exploitatieplan) en het MER voor Werklandschap Wijkevoort voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er zijn zienswijzen ingediend en de Commissie m.e.r. heeft een voorlopig toetsingsadvies gegeven voor het MER. Alle zienswijzen en adviezen zijn samengevat in een nota van antwoord en voorzien van een reactie. Uit de zienswijzen en het advies blijkt dat voor een aantal onderwerpen een nadere onderbouwing nodig is. Voorliggende aanvulling op het MER geeft de gevraagde nadere onderbouwing. 1.2 Hoofdlijnen advies Commissie m.e.r. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER een aantal tekortkomingen (3533 ts). Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over Werklandschap Wijkevoort. Het gaat om de volgende tekortkomingen: · Effecten voorkeursalternatief. De effecten van het voorkeursalternatief (VKA) zoals opgenomen in het bestemmingsplan zijn niet beschreven. Daardoor is de link tussen het MER en het te nemen besluit moeilijk navolgbaar. · Haalbaarheid doelen. De doelen voor klimaat, energie en mobiliteit zijn niet voldoende concreet uitgewerkt, zodat niet duidelijk is in hoeverre het VKA voldoet aan die doelstellingen.

Er is ook niet getoetst in hoeverre alle voorgenomen doelen en ambities van het plan met elkaar te verenigen zijn. Daarmee is niet aannemelijk gemaakt dat de doelen en ambities met betrekking tot natuur, landschap en duurzaamheid ook werkelijk gerealiseerd kunnen worden. · Soortenbescherming. Het is onduidelijk welke maatregelen nodig zijn voor beschermde soorten, in relatie tot de effecten van het bestemmingsplan. De Commissie kan niet beoordelen of aannemelijk is of het plan uitvoerbaar is. · Compensatie natuurnetwerk. De conclusie dat er geen compensatie nodig is voor effecten op Natuurnetwerk Brabant en de Groenblauwe mantel is niet onderbouwd met een toets aan juridische kaders. · Stikstofeffecten op Natura 2000. Significante effecten van het voornemen op Natura 2000-gebieden kunnen niet worden uitgesloten. In de passende beoordeling zijn de wegvakken met een toename van wegverkeer van minder dan 500 per etmaal niet meegenomen in de depositieberekeningen. Daarnaast is niet toegelicht of met de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de depositieberekeningen, de maximale mogelijkheden van het plan in beeld zijn gebracht. Daardoor bevat het MER nu geen alternatief dat uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan.

In deze Aanvulling MER Wijkevoort is deze informatie gegeven. 1.3 Aanpassingen Voorkeursalternatief Op basis van zienswijzen zijn aanpassingen doorgevoerd in het voorkeursalternatief zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Bij de nadere onderbouwing in deze aanvulling MER is rekening gehouden met deze aanpassingen. Het gaat om de volgende aanpassingen: · Behoud opstallen Hultenseweg 8, 13 en 35; · Opname veiligheidszone gasdrukregel- en meetstation;

5 (65)

· · ·

Ontsluiting kavel begrensd door Hultenseweg, Wijckermeer en Wijkerbos; Uitsluiten mogelijkheid zonnepanelen op Wijckermeer; Uitsluiten biovergistingsinstallaties.

Ook zijn er enkele punten gewijzigd in de Ontwikkelleidraad. Ook deze zijn voor zover relevant meegenomen in deze aanvulling MER. Het gaat om de volgende wijzigingen: · Opnemen van een inspanningsverplichting om de landschappelijke structuur van de weg Wijkevoort te behouden; · Toevoegen boomwaardekaart II met alle bomen in het plangebied en de eis deze te behouden. Indien behoud niet mogelijk is, moeten deze bomen worden verplaatst of gecompenseerd binnen het plangebied; · Opnemen aanvullende eisen voor het tegengaan van lichtvervuiling in de nabijheid van het Wijckermeer/Wijkerbos; · Opnemen van de eis dat bedrijven via een berekening moeten aantonen dat hun ontwikkeling niet leidt tot een grote temperatuurstijging op het bedrijventerrein; · Verbod van houtkachels opnemen; · Aanscherping van de economische beoordelingscriteria om voor vestiging op Wijkevoort in aanmerking te komen (hier wordt momenteel nog aan gewerkt); · Toepassen BREEAM-NL Gebied voor het werklandschap (een verkennende quickscan op het te behalen certificeringsniveau geeft aan dat 4 sterren (excellent) en mogelijk 5 sterren (outstanding) op gebiedsniveau haalbaar is). 1.4 Leeswijzer Het toetsingsadvies richt zich in belangrijke mate op het voorkeursalternatief (VKA). Hier zijn nog verschillende vragen over.

Zo is niet geheel duidelijk hoe dit VKA is samengesteld, wat het verschil is met de in het MER onderzochte alternatieven en wat de effecten van dit VKA zijn. Daarom begint deze aanvulling in hoofdstuk 2 met een nadere toelichting op dit VKA. Eerst wordt een korte beschrijving van het VKA gegeven, vervolgens wordt deze vergeleken met de onderzochte alternatieven. Tot slot wordt aangegeven wat de effecten zijn van het VKA en hoe die effecten zich verhouden tot de effecten van de twee alternatieven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het doelbereik van het VKA. Welke doelen en ambities zijn gesteld voor Werklandschap Wijkevoort en worden deze doelstellingen en ambities met het VKA behaald? Daarbij wordt nog specifiek ingegaan op klimaatadaptatie, energieneutraliteit en mobiliteit. Aan het einde wordt getoetst of de invulling van de verschillende subdoelen verenigbaar zijn met het integrale doel. Bij de behandeling van de verschillende thema’s wordt ook ingegaan op specifieke vragen over deze thema’s uit het toetsingsadvies. Naast het VKA en het doelbereik daarvan, stelt het toetsingsadvies verschillende vragen over de effecten op natuur. De effecten op beschermde soorten, Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit en stikstof in relatie tot Natura 2000 worden daarom in hoofdstuk 4 nader onderbouwd.

Daarna wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de maatregelen die nodig zijn om effecten te voorkomen, mitigeren en/of compenseren of die nodig zijn om bepaalde doelstelling/ambities te behalen. Van deze maatregelen wordt aangegeven hoe deze worden geborgd: in het bestemmingsplan of op andere wijze. Tot slot zijn in hoofdstuk 6 de conclusies beschreven.

6 (65)

2

Voorkeursalternatief - samenstelling en effecten

Een belangrijk deel van de vragen van de Commissie m.e.r. gaan over het voorkeursalternatief (VKA). Daarom wordt in dit eerste hoofdstuk nader ingegaan op dit VKA, de keuzes die hierin zijn gemaakt en de effecten die als gevolg van het VKA worden verwacht. Daarbij wordt ook een vergelijking gemaakt met de in het MER onderzochte alternatieven/varianten. In paragraaf 2.1 wordt uitgelegd hoe het VKA is opgebouwd en hoe zich dat verhoudt tot de eerder in het MER onderzochte alternatieven Compact en Verspreid. Daarbij wordt ook de vergelijking gemaakt met de in het MER onderzochte variant ’30 hectare’. De vergelijking maakt duidelijk of het VKA past binnen de bandbreedtes van de onderzochte alternatieven/varianten in het MER. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 beschreven wat het effect is van het VKA en hoe dat effect zich verhoudt tot de effecten van de in het MER onderzochte alternatieven/varianten. 2.1 Voorkeursalternatief - samenstelling Op basis van de effectbeschrijving en -beoordeling is in het MER een VKA beschreven (hoofdstuk 5.5 van het MER). Dit betreft op hoofdlijnen een plangebied waarin 80 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein zit. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan is echter besloten dat dit VKA gefaseerd wordt mogelijk gemaakt.

In het nu vastgestelde bestemmingsplan zit daarom slechts een deel van het VKA, namelijk een plangebied waarbinnen 44,6 hectare uitgeefbaar terrein zit met daarbinnen de mogelijkheid om 37,4 hectare bedrijventerrein te realiseren. Wanneer dit terrein is uitgegeven, moet het resterende gebied van 35,4 hectare uitgeefbaar gebied via een nieuw bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt (of een andere planologische maatregel, afhankelijk van de vraag en de dan geldende wetgeving). In figuur 2.1 is schematisch weergegeven hoe de verschillende alternatieven zich tot elkaar verhouden.

Figuur 2.1

Van onderzochte alternatieven in het MER voorkeursalternatief in het bestemmingsplan

In tabel 2.1 is een vergelijking opgenomen tussen het VKA en de in het MER onderzochte alternatieven/varianten. In de tabel wordt binnen het VKA onderscheid gemaakt tussen de in het MER gekozen VKA van 80 hectare en het in het bestemmingsplan vastgestelde VKA van 44,6 ha. In figuur 2.2 zijn de verschillende onderzochte alternatieven naast elkaar gezet. Dit geeft inzicht in de overeenkomsten en verschillen voor wat betreft het ruimtegebruik van de verschillende alternatieven. Bij de vergelijking is niet gekeken naar de andere in het MER onderzochte varianten, die ingingen op de verdeling tussen logistiek en moderne industrie (80L20I, 100L0I, 20L80I en 0L100I). Uit de effectbeoordeling in het MER blijkt dat de verschillende varianten zich niet of nauwelijks van elkaar onderscheiden als het gaat om effecten. Het blijkt dus voor

7 (65)

milieueffecten niet veel uit te maken welke verdeling wordt gehanteerd. Om die reden is in het voorkeursalternatief de invulling van het bedrijventerrein open gelaten. Om uit te kunnen gaan van de maximale verkeersaantrekkende werking is voor de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan uitgegaan van een invulling met 100% logistieke bedrijven. Dit moet worden gezien als een worst-case benadering in verband met de hoeveelheid te verwachten verkeersbewegingen en niet als de daadwerkelijk toekomstige invulling. In principe is namelijk ook een invulling met 100% moderne industrie mogelijk en alle varianten daartussen. In tabel 2.1 is een arcering toegevoegd als het VKA voor dat onderdeel overeenkomt met één van de onderzochte alternatieven/variant 30 ha. In de toelichting is beschreven of de onderzoeken uit het MER dekkend zijn voor het uiteindelijk gekozen VKA. Uit de vergelijking blijkt dat het VKA voor de meeste onderdelen past binnen alternatief Verspreid, waarbij enkele kenmerken juist overeenkomen met wat in Compact of variant 30 hectare is onderzocht. In paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op de effecten van het VKA.

variant 30 ha Compact

variant 30 ha Verspreid

Figuur 2.2: Bovenin: de onderzochte alternatieven in het MER (Compact en Verspreid); Midden: de in het MER onderzochte variant 30 ha; Onderin: het gekozen VKA (80 ha) en het vastgestelde bestemmingsplan (44,6 ha (de weergegeven gebouwen zijn indicatief).

Voorkeursalternatief 80 ha

Voorkeursalternatief 44,6 ha

8 (65)

Tabel 2.1

Vergelijking voorkeursalternatief (VKA) met onderzochte alternatieven Compact en Verspreid en variant 30 ha.

Onderdeel

VKA (80 ha en 44,6 ha)

Wijkevoort Compact

Wijkevoort Verspreid

Variant 30 ha

Toelichting

Begrenzing plangebied

Begrenzing plangebied 80

Begrenzing plangebied:

Begrenzing plangebied:

Begrenzing plangebied: Ten

Het gekozen VKA volgt in eerste instantie de

en ligging bedrijfskavels

ha: Ten zuiden van de

Ten zuiden van

Ten noorden van

zuiden van Hultensche Leij.

begrenzing van Compact. Aan de zuidoostzijde

(deels verlegde)

Hultensche Leij.

Hultensche Leij.

Hultensche Leij. Ligging bedrijfskavels: Ten

Ligging bedrijfskavels:

Ligging bedrijfskavels 80

westen en oosten van

Ten westen en oosten

ha: Ten westen en oosten

Wijckermeer.

wordt echter de Hultensche Leij verlegd zoals Ligging bedrijfskavels: Ten

beoogd in Verspreid (in het VKA echter zonder

westen van Wijckermeer.

bebouwing ten noorden van de Hultensche Leij).

van Wijckermeer en ten

De 1e fase valt binnen de begrenzing van

van Wijckermeer.

noorden van Hultensche

variant 30 ha Verspreid. Wat betreft

-------------------------

Leij.

ruimtebeslag geven de resultaten van variant 30

Begrenzing plangebied:

ha in het MER daarom de effecten van VKA 44,6

44,6 ha: alleen ten westen

ha weer.

van Wijckemeer (en ten zuiden van de Hultensche Leij). Ligging bedrijfskavels 44,6 ha: Ten westen van Wijckermeer. Oppervlak bedrijven

80 ha, waarvan 44,6 ha

80 ha.

80 ha.

30 ha.

Het oppervlak uitgeefbaar bedrijventerrein van

uitgeefbaar terrein in de

het in het MER gekozen VKA komt overeen met

1e fase. Daarbinnen kan

Compact en Verspreid. Effecten als gevolg van

37,4 ha netto oppervlak

bedrijven en verkeersaantrekkende werking

bedrijven worden

komen daarom overeen met de in het MER

gerealiseerd. Het verschil

beschreven effecten voor deze twee

tussen 44,6 en 37,4 ha

alternatieven.

(7,2 ha) is een vereist onderdeel van de

De effecten van de 1e fase vallen binnen de

groenblauwe linten

bandbreedte van variant 30 ha en alternatieven

rondom de bedrijfskavels.

Compact en Verspreid.

9 (65)

Onderdeel

VKA (80 ha en 44,6 ha)

Wijkevoort Compact

Wijkevoort Verspreid

Variant 30 ha

Toelichting

Kavelgrootte /

Kavels vanaf 5 ha en voor

Grootschalige kavels,

Grootschalige kavels,

Grootschalige kavels,

Het VKA maakt onderscheid tussen kavels

gebouwgrootte /

het gebied ten zuiden van

bouwhoogte tot 20 m.

bouwhoogte tot 20 m.

bouwhoogte tot 20 m.

tussen de 2-5 ha (ten zuiden van de

gebouwhoogte

de Hultenseweg ook

Hultenseweg) en groter dan 5 ha (ten noorden

kavels van 2 - 5 ha

van de Hultenseweg). Dit past binnen de

mogelijk.

bandbreedte van de ”grootschalige kavels” die in de alternatieven in het MER zijn onderzocht.

Gebouwhoogte tot 15 m, met in een zone een

Het VKA gaat uit van een bouwhoogte van

afwijkingsbevoegdheid tot

maximaal 15 meter. Dit valt binnen de

25 m.

onderzoeksresultaten van de onderzochte alternatieven in het MER (tot 20 meter). Het VKA

Extra ruimtelijke geleding

44,6 ha maakt met een afwijkingsbevoegdheid

van gebouwen.

een bouwhoogte mogelijk van 25 meter. Dit is hoger dan in de alternatieven in het MER is onderzocht. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 2.1.1.

Groenblauwe zone /

Breedte van 50 meter

Breedte van 20 – 30 m

Breedte van 50 m

20 – 50 meter rondom

Het VKA houdt rondom de uitgeefbare gebieden

watersysteem

rondom uitgeefbare

rondom uitgeefbare

rondom uitgeefbare

uitgeefbare gebieden.

een vergelijkbare groenblauwe zone aan als

gebieden.

gebieden.

gebieden + groenblauwe

Verspreid. Binnen de uitgeefbare gebieden volgt

gebieden in uitgeefbare

het echter Compact. Effecten op het gebied van

gebieden.

groen, leefbaarheid, water en klimaat vallen daardoor binnen de bandbreedte van Compact en Verspreid.

Waterbergingsgebieden

Westzijde (Groote Leij):

Oostzijde (Hultensche

Westzijde (Groote Leij):

Westzijde (Groote Leij):

Omdat de waterbergingsfunctie de gewenste

in combinatie met

Geen waterberging, wel

Leij) en westzijde (Groote

nieuwe natuur, geen

nieuwe natuur wordt hier

natuuronwikkeling niet ondersteund, is gekozen

natuurontwikkeling

nieuwe natuur in het

Leij): nieuwe natuur wordt

waterberging (hiervoor is

gecombineerd met

om in het VKA de waterbergingsfunctie tussen

gebied tussen de Burg.

hier gecombineerd met

in dit alternatief

waterberging.

de Burg. Letschertweg en de EVZ Groote Leij te

Letschertweg en de EVZ

waterberging.

voldoende ruimte binnen

laten vervallen. Dit komt overeen met het

Groote Leij. Voor

de groenblauwe linten

uitgangspunt voor Verspreid.

waterberging is voldoende

rondom de kavels en

ruimte binnen de

rondom het

In de eerste fase wordt bovengenoemd gebied

groenblauwe linten

Wijckermeer).

reeds gerealiseerd. Dit komt overeen met variant

rondom de kavels en

30 ha.

rondom het Wijckermeer.

10 (65)

Onderdeel

VKA (80 ha en 44,6 ha)

Wijkevoort Compact

Wijkevoort Verspreid

Variant 30 ha

Toelichting

Hultensche Leij

Wordt gedeeltelijk verlegd.

Volgt huidige loop.

Wordt gedeeltelijk

Volgt huidige loop.

In het VKA wordt (in fase 1) de Hultensche Leij

verlegd.

verlegd conform Verspreid. Verschil met Verspreid is dat er nu geen verbindingsweg door de Hultensche Leij nodig is naar een noordelijke kavel, waardoor het potentiële effect van doorsnijding op deze plek ontbreekt. Effecten daarvan op natuur en water komen daarom slechts gedeeltelijk overeen met Verspreid. Hier wordt in paragraaf 2.1.2 nader op in gegaan.

Natuurnetwerk Brabant

Aanwijzing Wijckermeer

Aanwijzing Wijckermeer

Aanwijzing Wijckermeer

Aanwijzing Wijckermeer

In het VKA is gekozen om de aanwijzing van

(NNB)

komt niet te vervallen.

komt (mogelijk)

komt (mogelijk)

komt (mogeljik) gedeeltelijk

Wijckermeer als NNB niet te laten vervallen. De

gedeeltelijk te vervallen.

gedeeltelijk te vervallen.

te vervallen.

effecten op natuur komen hierdoor niet overeen met Compact en Verspreid, wel met compact 30 ha. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 2.1.3.

Cultuurhistorie en

Behoud opstallen

Geen behoud van

Geen behoud van

Geen behoud van opstallen

In het VKA worden enkele panden bewaard die

landschap

Hultenseweg 8, 13 en 35.

opstallen in het

opstallen in het

in het plangebied,

van cultuurhistorische waarde zijn

plangebied,

plangebied,

landschappeljike structuur

(Cultuurhistorische Waardenkaart van de

Inspanningsverplichting

landschappeljike structuur

landschappeljike

weg Wijkevoort vervalt bij

provincie Noord-Brabant). Hier wordt nader op

om de landschappelijke

weg Wijkevoort vervalt.

structuur weg Wijkevoort

compacte model.

ingegaan in paragraaf 2.1.4.

structuur van de weg

blijft behouden.

Wijkevoort te behouden.

Behoud van de panden is ook positief voor enkele soorten fauna in het gebied (natuur).

Infrastructuur

Cul-de-sac (west en

Ringwegstructuur rondom

Ringwegstructuur

Ringwegstructuur rondom

In het VKA is het bedrijventerrein bereikbaar

zuidzijde), 2

de uitgeefbare gebieden, 2

rondom de uitgeefbare

het uitgeefbare gebied, 2

vanaf een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg

aansluitpunten op de

aansluitpunten op de

gebieden, 2

aansluitpunten op de Burg.

ten westen en ten zuiden van het terrein. Aan de

Burg. Letschertweg.

Burg. Letschertweg,

aansluitpunten op de

Letschertweg

noord en oostzijde is geen ontsluitingsweg

Calamiteitenroute op de

calamiteitenroute op de

Burg. Letschertweg,

rondom de bedrijfskavels opgenomen. Effecten

Gilzerbaan alleen bij fase

Gilzerbaan

calamiteitenroute op de

als gevolg van verkeer zijn daarom beperkter

Gilzerbaan

dan onderzocht in Compact, Verspreid en

2 (80 ha)

variant 30 ha.

11 (65)

Onderdeel

VKA (80 ha en 44,6 ha)

Wijkevoort Compact

Wijkevoort Verspreid

Variant 30 ha

Toelichting

Milieucategorie

Milieucategorie 3.

maximaal 65 ha categorie

maximaal 60 ha

Overeenkomstig Compact

Het VKA gaat uit van de laagste milieucategorie.

Mlieucategorie 4 alleen

4.2, circa 13 ha categorie

categorie 4.2, circa 17

en Verspreid

Onder voorwaarden is categorie 4 mogelijk.

onder voorwaarden (en

4.1, circa 2 ha categorie

ha categorie 4.1, circa 3

Effecten zijn daardoor beperkter tot gelijk aan de

voor de 44,6 ha beperkt

3.2

ha categorie 3.2

effecten zoals beschreven voor Compact en

tot max 35% van het

Verspreid.

oppervlak) Energie

Tenminste energieneutraal

Ambitie is een

Ambitie is een

Ambitie is een

In het VKA is de ambitie op het gebied van

bedrijventerrein met de

energieneutraal

energieneutraal

energieneutraal

energievoorziening verhoogd. Dit komt daardoor

ambitie om

bedrijventerrein, biogas

bedrijventerrein, biogas

bedrijventerrein, biogas ook

niet overeen met de alternatieven uit het MER.

energieleverend te zijn.

ook mogelijk

ook mogelijk

mogelijk

Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 3.2.2.

Geen biogas. Geen zonnepanelen op het Wijckermeer

12 (65)

2.1.1 Bouwhoogte In het MER is bij alle alternatieven en varianten uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 20 meter. Het bestemmingsplan maakt voor VKA 44,6 ha via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden voor een deel van de bebouwing een bouwhoogte mogelijk van 25 meter. Dit wijkt dus af van hetgeen is onderzocht in het MER. In de regels van het bestemmingsplan zijn de volgende voorwaarden opgenomen om van de bouwhoogte te kunnen afwijken (artikel 4.4.2 van het ontwerpbestemmingsplan): Omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de bedrijfspresentatie, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is; b. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet evenredig worden beperkt; d. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; f. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; h. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond; i. zulks verenigbaar is met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik; j. voldaan wordt aan de regels uit de ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort.

Indien deze leidraad gedurende de planperiode wordt gewijzigd dient te worden voldaan aan de gewijzigde regels uit de leidraad. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan is het mogelijk om voor een gedeelte van de kavel op een minimale afstand van de kavelgrens tot 25 meter hoog te bouwen: § Kavels groter dan 5 ha: tot maximaal 25% van het hoofdgebouw, op minimaal 20 meter van de perceelsgrens; § Kavels tussen de 2 en 5 ha: tot maximaal 40% van het hoofdgebouw en 14 meter van de perceelsgrens. Naar aanleiding van zienswijzen is besloten in het bestemmingsplan een zone op te nemen waarbinnen de maximale bouwhoogte van 25 meter mag plaatsvinden. De zonering houdt in dat voor de kavels het dichtst bij de Groote Leij of Hultensche Leij de afstand van de hogere bebouwing tot de naar deze beken gerichte perceelsgrens ten minste 40 meter bedraagt voor kavels groter dan 5 ha en 28 meter voor kavels tussen 2 en 5 hectare. Deze zonering is opgenomen naar aanleiding van ingediende zienswijzen. 2.1.2 Doorsnijding van de verlegde Hultensche Leij In het VKA wordt de Hultensche Leij verlegd op vergelijkbare wijze als in alternatief Verspreid. Een verschil hiermee is dat in het VKA gekozen is voor een andere infrastructuur: Cul-de-sac in plaats van een rondwegstructuur rondom de uitgeefbare gebieden (de cul de sac ligt niet vast in het bestemmingsplan maar wel in de Ontwikkelleidraad).

Daarnaast wordt er geen bedrijventerrein ontwikkeld ten noorden van de verlegde Hultensche Leij. Dit zorgt er voor dat de verlegde Hultensche Leij niet doorsneden hoeft te worden door infrastructuur. Effecten als gevolg van deze doorsnijding treden daarom in het VKA niet op. 2.1.3 Status Wijckermeer als NNB In de onderzochte alternatieven in het MER verviel voor een deel van het Wijckermeer de aanwijzing als Natuurnetwerk Brabant (NNB). Door deze aanwijzing te laten vervallen

13 (65)

ontstaan er meer mogelijkheden om het bedrijventerrein over te laten lopen in een extensief recreatief gebied rondom het Wijckermeer. Het Wijckermeer kan daarbij optimaal worden geïntegreerd met het groenblauwe raamwerk, waar ook het Wijkerbos onderdeel van uitmaakt. In het VKA blijft de status van NNB behouden. Daardoor is een duidelijkere scheiding tussen het bedrijventerrein en het Wijckermeer nodig. Binnen de mogelijkheden van de NNB wordt nog wel ingezet op de ontwikkeling van extensieve recreatie in de vorm van bijvoorbeeld wandel- en fietsstructuren en een horecagelegenheid aan de noordzijde van het meer. Daarmee blijft de integratie met het blauwgroene raamwerk overeind. 2.1.4 Cultuurhistorie In tegenstelling tot de in het MER onderzochte alternatieven zullen enkele panden behouden blijven. Het gaat om de panden aan de Hultenseweg 8 (woning en schuur), Hultenseweg 13 (schuur) en Hultenseweg 35 (woning en schuur). Het zijn geen panden die als monument zijn aangewezen, wel is Hultenseweg 8 een MIP-pand: de bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Deze bebouwing heeft weliswaar geen formeel beschermde status maar komt wel voor op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant en wordt daar ook als waardevol beschouwd.

Behoud van de panden is ook positief voor enkele faunasoorten in het gebied (natuur, flora en fauna). 2.2 Voorkeursalternatief - de effecten Uit de verschilanalyse in paragraaf 2.1 blijkt dat het VKA (zowel 44,6 als 80) voor een groot aantal onderdelen valt binnen de bandbreedtes die in het MER zijn onderzocht. Daar waar het VKA afwijkt is een toelichting gegeven op deze afwijking. In deze paragraaf wordt in een tabel beschreven wat het uiteindelijke effect is van het VKA. Per onderzocht criterium in het MER is de beoordeling uit het MER opgenomen voor alternatief Compact en Verspreid en variant 30 ha (grijsblauwe kolommen). Daarnaast is een beoordeling opgenomen voor het VKA zoals vastgesteld in het bestemmingsplan (44,6 ha) en het VKA zoals dat is gekozen in het MER (80 ha). In de kolom toelichting wordt kort beschreven waar de effectbeoordelingen op zijn gebaseerd. Voor de aspecten landschap, geluidhinder op omwonenden, effecten van mitigerende maatregelen en natuur is een nadere onderbouwing gevraagd door de Commissie m.e.r.. Deze wordt gegeven in paragraaf 2.2.1 tot en met 2.2.3. Op de effecten op natuur wordt uitgebreider ingegaan in hoofdstuk 4. Uit tabel 2.2 komt naar voren dat het VKA 44,6 ha zoals vastgesteld in het bestemmingsplan, in het algemeen minder effecten heeft dan de in het MER onderzochte alternatieven Compact en Verspreid.

Dit komt hoofdzakelijk doordat er een kleiner gebied wordt gebruikt voor realisatie van bedrijventerrein. Dit levert minder effecten op als gevolg van ruimtebeslag. Daarnaast zorgt minder bedrijven – in vergelijking met de alternatieven met een uitgeefbaar oppervlak van 80 ha – voor minder verkeersaantrekkende werking en daaraan gerelateerde effecten (verkeersafwikkeling, geluid, luchtkwaliteit). Voor verschillende effecten komt VKA 44,6 ha wat dat betreft overeen met de effecten van de eveneens in het MER onderzochte Variant 30 ha. Op een aantal onderdelen wijken de effecten van het VKA 44,6 ha af van al de in het MER onderzochte alternatieven/varianten. Deze zijn roze gemarkeerd in de tabel. Het betreft de thema’s externe veiligheid, Natura 2000, flora en fauna, visuele hinder woonomgeving en recreatief medegebruik.

14 (65)

Wanneer in een tweede fase het volledige bedrijventerrein wordt ontwikkeld, komen de effecten voor een groot deel overeen met de effecten zoals in het MER beschreven bij alternatief Compact. Dit komt hoofdzakelijk doordat het bedrijventerrein ten zuiden van de Hultensche Leij blijft, wat effecten aan de noordzijde voorkomt. Een ander verschil ten opzichte van alternatief Compact is dat het verplaatsen van de Hultensche Leij ter plekke tot een verandering van het watersysteem leidt en dat er bredere groenzones rondom de bedrijfskavels worden gerealiseerd (overeenkomstig alternatief Verspreid). Verder maakt het VKA natuurontwikkeling langs de Burgemeester Letschertweg mogelijk door dat gebied niet te gebruiken voor waterberging.

15 (65)

(80 ha)

Toelichting VKA

(44,6 ha)

VKA

30 ha *

Variant

(80 ha)

(80 ha)

Verspreid

Effectanalyse voorkeursalternatief (VKA). * Variant 30 ha is Compact | Verspreid Compact

Tabel 2.2

Verkeer Bereikbaarheid

Compact en Verspreid: toename van verkeer leidt tot hogere I/C verhouding en tot een slechtere afwikkeling van verkeer op enkele kruispunten. Vier kruispunten hebben soms meerdere extra rijstroken nodig om deze afwikkeling goed te laten verlopen. VKA 44,6: maakt een bedrijventerrein mogelijk dat ongeveer de helft van de verkeersaantrekkende werking heeft van de onderzochte -

-

0/- | 0/-

0/-

-

alternatieven Compact en Verspreid. Uit de analyse van variant 30 ha blijkt dat op drie kruispunten extra rijstroken nodig zijn om een goede tot matige afwikkeling te realiseren. Uit de verkeersanalyse ten behoeve van het bestemmingsplan blijkt dat voor VKA 44,6 dezelfde maatregelen nodig zijn. Daarom scoort VKA 44,6 beperkt negatief. VKA 80: Wanneer op een later moment ook fase 2 (80 ha) wordt mogelijk gemaakt, zal het effect op de bereikbaarheid overeenkomen met dat van Compact en Verspreid.

Verkeersveiligheid

Compact en Verspreid: Er is geen effect op de verkeersveiligheid omdat er sprake is van gescheiden rijstroken voor langzaam 0

0

0|0

0

0

verkeer en gemotoriseerd verkeer en van kruispunten die met een VRI worden geregeld. VKA 44,6: Ook in VKA 44,6 is sprake van gescheiden rijstroken en VRI gestuurde kruispunten. Het effect verandert daardoor niet. VKA 80: Idem VKA 44,6.

Gezondheid Geluidgehinderden

Compact en Verspreid: Beide alternatieven leiden tot een gecumuleerde toename van geluidhinder op geluidgevoelige objecten in de omgeving. Het verschil tussen beide alternatieven is verwaarloosbaar klein. -

-

0/- | 0/-

0/-

-

VKA 44,6: Een kleiner oppervlak van het terrein leidt tot een kleiner geluidbelast oppervlak als gevolg van industrielawaai. Ook geluidhinder als gevolg van verkeer zal beperkter zijn (zie ook paragraaf 2.2.2). VKA 80: Het effect van een VKA 80 zal vergelijkbaar zijn met Compact en Verspreid.

Luchtconcentratie

Compact en Verspreid: beide alternatieven leiden tot een negatief effect op de luchtkwaliteit, wettelijke grenswaarden worden echter

PM10, PM2,5 en NO2

niet overschreden. 0/-

0/-

0/- | 0/-

0/-

0/-

VKA 44,6: Hoewel in beperktere mate, zal ook het VKA 44,6 leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Grenswaarden worden echter niet overschreden. VKA 80: Het effect van een VKA 80 zal vergelijkbaar zijn met Compact en Verspreid.

Externe veiligheid

Compact en Verspreid: In alternatief Compact werken er meer mensen per hectare (hogere dichtheid) en daardoor werken er meer mensen in de nabijheid van een drietal hogedruk aardgasleidingen. Dit leidt tot een groter groepsrisico voor externe veiligheid. -

0

0|0

0/-

-

VKA 44,6: In VKA 44,6 ligt het bedrijventerrein binnen het invloedsgebied van één in plaats van drie buisleidingen. Desondanks is er nog steeds sprake van een groepsrisico, dat verantwoord dient te worden (en is in het bestemmingsplan). VKA 80: VKA 80 zal een vergelijkbaar effect hebben als Compact. Het bedrijventerrein ligt binnen het invloedsgebied van drie buisleidingen en is qua werknemersdichtheid per hectare vergelijkbaar met Compact.

16 (65)

(80 ha)

VKA

(44,6 ha)

VKA

30 ha *

Variant

(80 ha)

Verspreid

(80 ha)

Compact

Toelichting

Geurhinder

Compact en Verspreid: Liggen beiden in de geurcontour van één (Compact) of meerdere veehouderijen (Verspreid). Compact kent een goede tot redelijk goede milieukwaliteit, Verspreid een redelijk goede. 0

0/-

0|0

0

0/-

VKA 44,6: VKA 44,6 ligt niet binnen de geurcontour van een veehouderij, wel ligt het net binnen de minimale afstand van 100 meter van één bedrijf. Hier kan met de inrichting van het bedrijventerrein rekening mee worden gehouden, zodat er geen effect optreedt. VKA 80: VKA 80 kent qua ligging binnen geurcontouren een vergelijkbaar effect als Verspreid.

Natuur Natura 2000

Compact en Verspreid: Compact en Verspreid leiden tot een toename van stikstofdepositie en als gevolg daarvan kunnen effecten op Natura 2000 niet worden uitgesloten. Alleen middels mitigerende maatregelen (externe saldering met veehouderijen) zijn significante effecten te voorkomen. VKA 44,6: Externe saldering maakt onderdeel uit van het VKA. Uitgangspunt is dat na saldering er geen negatieve effecten optreden - -*

- -*

-|-

0

0

op Natura 2000. Daarom is het effect van het VKA neutraal. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.5. VKA 80: Het effect van een VKA 80 zal vergelijkbaar zijn met Compact en Verspreid. Omdat extern salderen onderdeel uitmaakt van het VKA, treden er per saldo geen effecten op Natura 2000-gebieden op. Daarom is het VKA als neutraal beoordeeld. * In het MER was het effect als negatief (-) beoordeeld. Op basis van een nieuwe berekening blijkt het effect van de alternatieven zeer negatief (- -) te zijn. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.5).

Natuurnetwerk

Compact en Verspreid: Er ontstaan negatieve effecten als gevolg van doorsnijding van EVZ Groote Leij door toegangswegen.

Brabant

Verspreid heeft daarnaast een negatief effect op de EVZ Hultensche Leij en leidt tot oppervlakteverlies in de Groenblauwe mantel. Daarnaast ontstaat er een grotere geluidbelasting op NNB en vervalt de status van het Wijckermeer als NNB. 0/-

--

0|0

0

0/-

VKA 44,6: Leidt niet tot ruimtebeslag of versnippering van EVZ’s. Wijckermeer behoudt zijn status als NNB. Scoort daarom neutraal. Dit komt overeen met Variant 30 hectare. Zie voor nadere toelichting paragraaf 4.3. VKA 80: Zal net als Compact beperkte effecten hebben op EVZ Groote Leij in verband met extra doorsnijdingen voor infrastructuur en toename geluidbelasting op NNB. Kent verder geen oppervlakteverlies of doorsnijding en Wijckermeer behoudt zijn status als NNB.

17 (65)

(80 ha)

VKA

(44,6 ha)

VKA

30 ha *

Variant

(80 ha)

Verspreid

(80 ha)

Compact

Toelichting

Flora en fauna

Compact en Verspreid: Compact en Verspreid leiden tot aantasting van leefgebied van verschillende diersoorten. Binnen Verspreid ontstaan beperkt meer mogelijkheden om kwaliteitverbeterende maatregelen toe te passen binnen de groenstructuren. VKA 44,6: Leidt tot het behoud van meer leefgebied in vergelijking met Compact en Verspreid. In het SMP zijn maatregelen opgenomen die negatieve effecten op soorten mitigeren of compenseren. Door de extra maatregelen om groenblauwe zones aan te leggen en de beekdalen te verbreden, zal er per saldo een grotere biodiversiteit ontstaan. Daarom scoort het VKA 44,6 beperkt positief. Zie voor nadere toelichting paragraaf 4.2. - -*

--

-|-

0/+

+

VKA 80: Leidt tot vergelijkbaar oppervlakteverlies als Compact, maar met beperkt meer mogelijkheden om dit binnen de groenstructuren (die groter worden dan bij Compact) te compenseren. In het SMP zijn maatregelen opgenomen die negatieve effecten op soorten mitigeren of compenseren. Door de extra maatregelen om groenblauwe zones aan te leggen en de beekdalen te verbreden, zal er per saldo een grotere biodiversiteit ontstaan. Daarom scoort het VKA 44,6 positief. * In het MER is Compact als negatief (-) beoordeelt. Bij nader inzien had deze dezelfde effectbeoordeling moeten krijgen als Verspreid (zeer negatief, - -). Voor de goede vergelijking is deze beoordeling in deze aanvulling MER aangepast.

Woon-, werk- en leefomgeving Compact en Verspreid: Beide leiden tot een sterke toename aan werkgelegenheid (naar verwachting de komende 5 jaar jaarlijks 200

Werkgelegenheid ++

++

+|+

+

++

tot 300 arbeidsplaatsen). VKA 44,6: Levert nog steeds veel arbeidsplaatsen op, maar minder dan Compact en Verspreid. VKA 80: Zal vergelijkbare werkgelegenheid bieden als Compact en Verspreid.

Gedwongen vertrek

Compact en Verspreid: In beide alternatieven worden 14 woningen geamoveerd. --

--

-|-

-

--

VKA 44,6: VKA 44,6 heeft een vergelijkbaar plangebied als variant 30 ha en zal leiden tot amoveren van circa 9 woningen. Dit is derhalve op gelijke wijze beoordeeld als variant 30 ha. VKA 80: Zal tot een vergelijkbaar effect leiden als Compact en Verspreid.

Visuele hinder

Compact en Verspreid: Compact leidt in drie woongebieden tot visuele hinder, Verspreid in vijf woongebieden.

woonomgeving

VKA 44,6: Leidt in 2 woongebieden tot visuele hinder. Omdat dit een relatief kleine woongebied aan de noordzijde en een klein woongebied aan de andere zijde van de Burgemeester Letschertweg (met begeleidende laanbeplanting) betreft, is het effect als beperkt negatief beoordeeld. In beginsel maakt het bestemmingsplan een lagere bouwhoogte mogelijk dan waar in de alternatieven -

--

-|-

0/-

-

van uit was gegaan (15 meter in plaats van 20). Middels een afwijkingsbevoegdheid kan hiervan worden afgeweken tot een hoogte van 25 meter. Daarvoor moet echter aan verschillende voorwaarden worden voldaan, waaronder dat een ruimtelijke inpasbaarheid moet worden aangetoond. Aangezien ook de 20 meter uit het MER reeds hoog was, is het effect van 25 meter met de betreffende voorwaarden niet als significant groter beschouwd. VKA 80: Zal op drie woongebieden leiden tot visuele hinder. Vergelijkbaar met Compact.

18 (65)

(80 ha)

VKA

(44,6 ha)

VKA

30 ha *

Variant

(80 ha)

Verspreid

(80 ha)

Compact

Toelichting

Kwaliteit

Compact en Verspreid: Bieden beperkte mogelijkheden voor recreatief medegebruik en kleine functies voor werknemers (sport,

werkomgeving 0/+

0/+

0/+ | 0/+

horeca). Wijckermeer wordt benut voor extensieve recreatieve ontwikkelingen. 0/+

0/+

VKA 44,6: Biedt in vergelijkbare verhouding ruimte voor recreatief medegebruik en functies voor medewerkers, het Wijckermeer kan hiervoor beperkt worden ingezet omdat deze zijn status als NNB behoudt. VKA 80: Is vergelijkbaar met Compact en Verspreid, behalve dat het Wijckermeer beperkt inzetbaar is voor recreatief medegebruik.

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Landschappelijke

Compact en Verspreid: Beiden leiden tot een effect op het coulisselandschap, Verspreid tevens tot een effect op Hultensche Leij en

waarde

noordelijk gelegen gebied. VKA 44,6: Effect is vergelijkbaar met variant 30 ha, welke als neutraal is beoordeeld doordat een veel kleiner oppervlak coulisselandschap wordt aangetast dan bij Compact (zie paragraaf 3.2.1.). VKA 80: Leidt tot een beperkt groter oppervlakteverlies coulisselandschap dan bij Compact. Aan de zuidoostzijde wordt de 0/-

-*

0 | 0*

0

0/-

Hultensche Leij verlegd, waardoor daar meer ruimte is voor bedrijventerrein dan bij Compact. Daar staat tegenover dat in het VKA de groenblauwezone breder wordt gemaakt (50 meter), waardoor toepassing kan worden gegeven aan de mitigerende maatregel om de groenstructuren aan te laten sluiten op de beekdalen. Daarom is de beoordeling gelijk gehouden aan Compact. * In het MER is in de overzichtstabel in paragraaf 5.2 per abuis een verkeerde beoordeling opgenomen. Bij de effectbeschrijving in paragraaf 4.6.1 is de juiste beoordeling opgenomen en onderbouwd.

Cultuurhistorische

Compact en Verspreid: Beide leiden tot aantasting van beperkt waardevolle cultuurhistorische structuren.

waarden

VKA 44,6: Leidt tot vergelijkbaar effect als variant 30 ha, waarin beperkt aantal cultuurhistorische structuren aanwezig is (zie 0/-

0/-

0/- | 0/-

0/-

0/-

paragraaf 3.2.2). In tegenstelling tot variant 30 ha blijven 3 panden behouden, waarvan één MIP-pand en is een inspanningsverplichting opgenomen om de landschappelijke structuur van de weg Wijkevoort te behouden. Omdat er nog steeds in beperkte mate sprake is van aantasting, verandert dit de beoordeling niet. VKA 80: Effect is vergelijkbaar met Compact en Verspreid.

19 (65)

(80 ha)

VKA

(44,6 ha)

VKA

30 ha *

Variant

(80 ha)

Verspreid

(80 ha)

Compact

Toelichting

Ruimtelijk-visuele

Compact en Verspreid: Compact en Verspreid leiden tot verstoring van ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarden. Dit geldt

kwaliteit en

vooral voor het coulisselandschap, contrast tussen open en gesloten landschap langs Hultenseweg, verdwijnen buurschap Berkeind

belevingswaarden

en in beperkte mate de beekdalen. Bij Verspreid komt daar een grotere aantasting van beekdalen en groter oppervlak -

--

0/- | 0/-

0/-

-

coulisselandschap bij. VKA 44,6: Heeft met name minder impact op open landschap en beekdalen. Scoort daardoor minder negatief dan Compact. VKA 80: Heeft een vergelijkbaar effect als Compact, met als verschil dat er een iets groter ruimtebeslag is op open landschap (ter hoogte van verlegging Hultensche Leij) maar meer ruimte is voor aansluiting van groenstructuren op beekdalen. Scoort daarom gelijk aan Compact.

Recreatief

Compact en Verspreid: De recreatieve mogelijkheden nemen toe door ontwikkeling van enkele groenblauwe en recreatieve

medegebruik

structuren. +

+

+|+

0/+

+

VKA 44,6: Bij VKA 44,6 ontstaan in verhouding vergelijkbare mogelijkheden voor ontwikkeling van recreatieve structuren. Wijckermeer wordt in beperkte mate benut voor extensieve recreatieve ontwikkelingen. Gezien de beperktere mogelijkheden rondom het Wijckermeer in dit VKA is deze als beperkt positief beoordeeld. VKA 80: Heeft een vergelijkbaar effect als Compact en Verspreid.

Archeologische

Compact en Verspreid: Het gebied kent een beperkte archeologische verwachtingswaarde. De kans op aantasting van

waarden

archeologische waarden is daarom als beperkt negatief beoordeeld. 0/-

0/-

0|0

0

0/-

VKA 44,6: Kent een vergelijkbaar effect als variant 30 ha: een kleiner oppervlak bedrijventerrein met een beperkte archeologische verwachtingswaarde. Daardoor neutraal beoordeeld. VKA 80: Heeft een vergelijkbaar effect als Compact en Verspreid.

Klimaat en energie Klimaatadaptatie

Compact en Verspreid: Compact biedt door de hoge bebouwingsdichtheid weinig ruimte voor maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie (zie paragraaf 3.2.1). Dit geldt in iets mindere mate voor Verspreid. De groenblauwe linten dragen wel positief bij aan het voorkomen van hittestress en verdroging. -

0/-

0/- | 0/-

0/-

0/-

VKA 44,6: Het verhard oppervlak is beperkter dan bij Compact en Verspreid, de bebouwingsdichtheid echter groot. Daarom biedt ook dit terrein beperkte mogelijkheden voor maatregelen. De groenblauwe zone rondom de kavels dragen positief bij aan het voorkomen van hittestress en verdroging. VKA 80: De bebouwingsdichtheid (en daarmee ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen) komt meer overeen met Verspreid, waardoor VKA 80 vergelijkbaar is beoordeeld.

Duurzame energievoorzieningen

Compact en Verspreid: Compact en Verspreid bieden beiden mogelijkheden om energieneutraal ontwikkeld te worden (zie paragraaf +

+

+|+

+

+

3.2.2). VKA 44,6: VKA 44,6 ha biedt op vergelijkbare wijze mogelijkheden voor energieneutrale en zelfs een energiepositieve ontwikkeling. VKA 80: Idem VKA 44,6.

20 (65)

VKA +

(80 ha)

(44,6 ha)

0/+

VKA

30 ha *

Variant

(80 ha)

Verspreid

(80 ha)

Compact

Toelichting

Bodem en water Bodemkwaliteit +

+

0/+ | 0/+

Compact en Verspreid: Aanwezige bodemverontreiniging zal worden gesaneerd. Nieuwe verontreiniging valt niet te verwachten. VKA 80: Vergelijkbaar effect als met Compact en Verspreid.

Grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

VKA 44,6: Vergelijkbaar met Compact en Verspreid, maar dan voor een kleiner oppervlak. Compact en Verspreid: Het groenblauwe netwerk biedt in beide gevallen ruimte en mogelijkheden voor het opvangen en zuiveren

+

+

+|+

+

+

van regenwater. VKA 44,6: Vergelijkbaar met Compact en Verspreid. VKA 80: Idem VKA 44,6

Grond- en

Compact en Verspreid: Compact en Verspreid bieden mogelijkheden voor opvangen en infiltratie van regenwater onder normale

oppervlaktewater-

omstandigheden, waarbij hiervoor binnen Verspreid meer ruimte is dan bij Compact.

kwantiteit 0/+

+

0/+ | 0/+

VKA 44,6: Kent een vergelijkbaar effect als variant 30 ha. Aan de ene kant is er in dit alternatief minder verharding nodig voor 0/+

+

infrastructuur en komt er meer groenblauwe zone dat in het compacte model. Daar staat tegenover dat er meer uitgeefbaar terrein is. Per saldo wordt VKA 44,6 daarom gelijk beoordeeld als variant 30 ha. VKA 80: Kent een gelijk verhard oppervlak als Compact, maar meer mogelijkheden voor opvang van regenwater in de groenblauwe zone. Scoort daarom positiever dan Compact.

21 (65)

2.2.1 Landschap De invulling van het groenblauwe raamwerk is uitgewerkt in Bijlage 2 bij de regels: “Groen blauw raamwerk werklandschap Wijkevoort”. Hieruit blijkt dat binnen de groenstroken verschillende natuurdoeltypen worden nagestreefd. Deze bestaan zowel uit laagblijvende natuur als opgaande natuur in de vorm van struwelen, bosschages en solitaire bomen. De opgaande begroeiing (op licht geaccidenteerd terrein van het groenblauwe lint) moet zorgen voor de afschermende werking tussen de nieuw te realiseren gebouwen en de bestaande bebouwing / het stadspark / stadsbos. Hierbij zal een combinatie worden gebruikt van snel tot matig snel groeiende bomen (wilgen, berken en elzen) en langzaam groeiende bomen (eiken). De sneller groeiende bomen kunnen er met circa 5 jaar voor zorgen dat er een afschermende werking ontstaat, zowel qua dichtheid als hoogte. Dit zal afhankelijk zijn van de gekozen plantafstand, plantverband en omvang van de aanplant. Bij de ontwikkeling van de visie Stadsbos013 is de ontwikkeling van Werklandschap Wijkevoort uitgangspunt geweest. Daarom is bij deze visie ook uitgegaan van realisatie van gebouwen op het bedrijventerrein. De bufferzone langs de Hultensche Leij moet er voor zorgen dat de belevingswaarde van het beoogde stadspark en de natuur in het stadsbos zo min mogelijk wordt aangetast.

Wijkevoort wordt daarom ook niet als bedrijventerrein ontwikkeld, maar als werklandschap. De bedoeling is dat de combinatie van natuurontwikkeling, groenblauwe zones en bedrijven het effect van de gebouwen verzacht. De beekdalen van de Hultensche Leij en Groote Leij worden verbreed als extra buffer tussen het stadspark en het werklandschap. Geconcludeerd wordt dat de realisatie van gebouwen op een bedrijventerrein impact heeft op de ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde van het landschap en voor omwonenden. Zeker de eerste 5 jaar zullen gebouwen duidelijk zichtbaar in het landschap aanwezig zijn. Na die tijd zal begroeiing in de groenstroken een hoogte bereiken waarbij de gebouwen voor een deel worden afgeschermd. Dit komt in het MER ook terug in beperkte tot negatieve effectbeoordelingen voor de aspecten landschap, ruimtelijk-visuele kwaliteit en belevingswaarde. 2.2.2 Geluidhinder omwonenden In het MER is de variant 30 hectare kwalitatief beschouwd. Dat betekent dat deze in het akoestisch onderzoek niet is meegenomen in de berekeningen. De beperkt negatieve beoordeling (0/-) voor ‘geluidgehinderden’ is gebaseerd op het feit dat het bedrijventerrein minder dan de helft van de grootte is als in de alternatieven Compact en Verspreid.

De aanname daarbij is dat dit leidt tot minder geluidbelast oppervlak als gevolg van industrielawaai en minder geluidhinder door een beperktere verkeerstoename. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit is gedaan voor het zogenoemde ‘VKA 44,6’, dat wat betreft plangebied overeenkomt met variant 30 hectare verspreid, maar net iets meer uitgeefbaar terrein omvat. In dit onderzoek is ook gekeken naar de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van het planvoornemen en hoe die zich verhoudt tot de referentiesituatie. In zowel het akoestisch onderzoek voor het MER als voor het bestemmingsplan is daarbij het volgende uitgangspunt gehanteerd: · Eerst is bepaald bij welke adressen er sprake is van een geluidbelasting van 45 dB(A) als gevolg van industrielawaai; · Vervolgens is voor deze adressen een cumulatieve berekening gemaakt waarbij ook wegverkeer en luchtvaartlawaai is meegenomen. Door dit uitgangspunt te hanteren zijn alleen adressen naar voren gekomen waar sprake is van een geluidbelasting van 45 dB(A) of hoger als gevolg van het bedrijventerrein. Het gaat in dit geval om adressen aan de Nerhoven, Hultenseweg, Prinsenhoef en Van Diedeghemstraat. In totaal gaat het om 11 adressen. Woningen aan bijvoorbeeld Klein

22 (65)

Tilburg, Nieuwe Lijn, Oudelijn, Tilburgsebaan en Vossenberg zijn daarom in het akoestisch onderzoek van het bestemmingsplan buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van gecumuleerde geluidbelasting. In het MER zijn deze straten (met 34 extra adressen) wel meegenomen, omdat ook daar sprake was van een geluidbelasting van 45 dB(A) of hoger als gevolg van het bedrijventerrein. Daarmee kan worden geconstateerd dat de toename bij adressen aan deze straten als gevolg van industrielawaai aanzienlijk lager is en in ieder geval niet boven de 45 dB(A) uitkomt. Ook de gecumuleerde belasting zal daardoor lager zijn dan bij de alternatieven Compact en Verspreid. Voor alle 11 adressen wordt geconcludeerd dat zowel als gevolg van wegverkeer als van industrielawaai sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het plangebied. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat Variant 30 hectare tot een beperkt negatief effect leidt (in vergelijking met het negatieve effect van Compact en Verspreid). 2.2.3

Effecten waterberging en kruispunten

Algemeen Naast waterberging en aanpassing van kruisingen – die specifiek in het toetsingsadvies zijn genoemd – zijn in het VKA meerdere maatregelen opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op welke maatregelen in het MER zijn voorgesteld en wat daarin is afgewogen richting samenstelling van het VKA. De effecten van deze maatregelen zijn in paragraaf 2.2 meegenomen bij de effectbeoordeling van het VKA. Er is geen aanleiding om nader in te gaan op specifieke effecten van andere mitigerende maatregelen. Waterberging De effecten van de locaties die in de onderzochte alternatieven zijn gereserveerd voor waterberging, zijn in de onderzoeken van het MER meegenomen als onderdeel van de alternatieven. Deze locaties maken namelijk onderdeel uit van het plangebied. Dat betekent dat ook de effecten op de aanwezigheid van beschermde soorten daar waar van toepassing in het MER zijn meegenomen. Hierop wordt in deze aanvulling dan ook niet nader ingegaan. Aanpassingen kruispunten De aanpassing van de kruispunten (zie voor toelichting op de aanpassingen zelf paragraaf 5.1) valt voor een deel buiten het plangebied. Alleen de aanpassing van het kruispunt N260 (Burgemeester Letschertweg) - Nerhoven - Hultenseweg en de oostelijke zijde van het kruispunt N260 (Burgemeester Letschertweg) - N260A (Burgemeester Ballingsweg) valt binnen het plangebied.

Dit betreft de aanpassingen die verband houden met de nieuw aan te leggen verbindingswegen naar Wijkevoort. De effecten hiervan maken dan ook integraal onderdeel uit van het onderzoek in het MER. Zo is de te amoveren woning langs de Hultenseweg meegenomen in de effectbeoordeling. De meeste andere aanpassingen aan kruispunten buiten het plangebied zijn beperkt van aard en kunnen voor een groot deel binnen de bestaande (of autonome) wegverharding worden uitgevoerd. De effecten daarvan zijn dan ook zeer gering. Meest in het oog springende aanpassing is die aan de westzijde van de kruising N260 (Burgemeester Letschertweg) - N260A (Burgemeester Ballingsweg). Deze aanpassing (een extra rijstrook voor rechtsaf van de Burgemeester Ballingsweg richting Burgemeester Letschertweg in zuidelijke richting + de aanleg van een fietsverbinding) valt buiten de bestaande verharding en vraagt om extra ruimtebeslag. Figuur 2.3 toont de locatie waar dit plaatsvindt. De aanleg van de extra rijstrook vindt plaats in de berm. Hierin ligt een faunapassage. Ook de nieuwe fietsverbinding kruist deze faunapassage. Daarnaast ligt deze fietsverbinding gedeeltelijk binnen de omheinde houtopstand. Deze houtopstand is relatief jong (2009). Te kappen houtopstanden worden gecompenseerd, de ingang van de faunapassage zal worden verplaatst.

Als gevolg daarvan wordt de nu circa 47 meter lange faunatunnel enkele meters

23 (65)

langer. Er wordt rekening mee gehouden dat de lichtkoepels die nu aan beide zijden van de weg in de passage zijn aangebracht weer een plek krijgen. Gezien de kleine omvang van de te kappen houtopstand en de beperkte wijziging aan de faunapassage, wordt het effect als beperkt beschouwd. Overige aanpassingen aan deze kruising maken onderdeel uit van de autonome situatie.

Figuur 2.3

Locatie kruispuntmaatregelen N260 (Burgemeester Letschertweg) - N260A (Burgemeester Ballingsweg) (Bron: googlemaps). Inzet: blauwe en paarse lijnen tonen de maatregelen die nodig zijn als gevolg van VKA 44,6. In groen de plekken waar houtopstanden wordt gekruist, rode cirkel duidt de ligging van de faunapassage. De oranje pijl geeft de kijkrichting weer.

24 (65)

3

Borgen van het behalen van gestelde doelen

3.1 Doelstellingen Werklandschap Wijkevoort In het MER zijn de volgende twee doelstellingen benoemd voor Werklandschap Wijkevoort: 1. Een economisch hoogwaardig modern werklandschap met bovenregionale betekenis; 2. Een aantrekkelijk werklandschap met een sterk groenblauw fundament met aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten. Deze doelstellingen zijn de basis geweest voor de alternatieven die in het MER zijn onderzocht. Op basis van deze doelstelling is een viertal bouwstenen bepaald die gebruikt zijn bij de totstandkoming van de alternatieven en varianten: 1. de ontwikkeling van een aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig vernieuwend werklandschap; 2. de omvang van het bedrijventerrein; 3. de bedrijfstypen; 4. de mogelijkheden voor duurzame energie. In de ontwikkelleidraad die bij het bestemmingsplan is gevoegd, zijn drie andere doelen geformuleerd: A. inspelen op technologische en economische ontwikkelingen in het bedrijfsleven en het ‘economisch ecosysteem’ van bedrijven in en rond Tilburg versterken (topregio voor moderne logistiek en maakindustrie); B. een impuls geven aan innovatie en kennisintensieve werkgelegenheid (brandpunt van innovatie), én C. de natuur- en landschapsstructuur ten zuidwesten van Tilburg verder versterken (duurzaam parklandschap). Hoewel ze inhoudelijk anders lijken, vallen A en C onder bouwsteen 1 en valt B onder bouwsteen 2 en 3.

Omdat in het MER de alternatieven zijn gebaseerd op de bouwstenen, wordt in tabel 3.1 in eerste instantie daarmee de vergelijking gemaakt tussen het VKA en de alternatieven uit het MER. Waar wijkt het VKA in af en wat doet dit met het beoogde doelbereik van de bouwstenen? Deze vergelijking is gebaseerd op tabel 2.1, waarin de onderdelen van alle alternatieven reeds met elkaar zijn vergeleken. In de toelichtende kolom ‘Doelbereik VKA’ komen de onder A, B en C benoemde doelen aan bod wanneer die voor dat onderdeel relevant zijn. Op basis van de vergelijking in tabel 3.1 blijkt dat de keuzes die in het VKA zijn gemaakt niet veel afdoen aan het beoogde doelbereik zoals was bedoeld in de alternatieven Compact en Verspreid. Daarmee is echter nog niet beantwoord óf het VKA ook daadwerkelijk leidt tot het bereiken van de doelen en in welke fase dat gebeurt. Om hier antwoord op te kunnen geven is in paragraaf 3.2 eerst nog nader ingegaan op specifieke onderdelen uit de doelstellingen voor wat betreft duurzaamheidsambities (klimaatadaptatie, energieneutraliteit en mobiliteit). In paragraaf 3.3 wordt de conclusie getrokken over het doelbereik, waarbij ook is gekeken of er conflicterende onderdelen in het VKA zitten.

25 (65)

Tabel 3.1 1

Vergelijking doelbereik VKA ten opzichte van Compact en Verspreid

Onderdeel

Beoogd doel

Doelbereik VKA

Begrenzing

Relevant voor bouwsteen ‘de

Door de ligging nabij de A58 enerzijds en het

plangebied en

ontwikkeling van een

stadspark/bos anderzijds wordt de combinatie gezocht

ligging

aantrekkelijk en kwalitatief

tussen een goed bereikbaar bedrijventerrein in een

bedrijfskavels

hoogwaardig vernieuwend

aantrekkelijke omgeving. De uiteindelijke begrenzing

werklandschap’.

en ligging van de bedrijfskavels wijkt niet in grote mate af van Compact en Verspreid. Het VKA geeft daarmee op vergelijkbare wijze invulling aan de doelstellingen.

2

Oppervlak

Relevant voor bouwsteen

Het VKA gaat voor de langere termijn uit van 80

bedrijven

‘omvang van het

hectare. Met de keuze voor het eerst alleen vaststellen

bedrijventerrein’.

van een bestemmingsplan voor fase 1, is sprake van een uitgeefbaar oppervlak bedrijventerrein van 37,4 hectare. Het VKA geeft daarmee in gelijke (80 ha) of min of meer vergelijkbare (37,4 ha) grootte invulling aan de omvang van bedrijventerrein als de onderzochten alternatieven in het MER.

3

Kavelgrootte /

Relevant voor de

Aanvullend op doelbereik van ‘1’: de kavelgrootte is

gebouwgrootte /

bouwstenen ‘omvang van het

bepaald op 2 - 5 hectare en groter dan 5 hectare.

gebouwhoogte

bedrijventerrein’ en

Daarmee wordt net als in Compact en Verspreid

‘bedrijfstypen’.

ingezet op grootschalige kavels. Het VKA geeft daarmee op vergelijkbare wijze invulling aan de doelstellingen.

4

Groenblauwe

Relevant voor bouwsteen ‘de

De groenblauwe zone zorgt mede voor een

zone /

ontwikkeling van een

aantrekkelijk werklandschap en een zo goed mogelijke

watersysteem

aantrekkelijk en kwalitatief

integratie met het stadspark/bos aan de noordzijde. In

hoogwaardig vernieuwend

het VKA is voor een brede strook van 50 meter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10731259/1