05 Toelichting ontwerpbestemmingsplan zonder bijlagen
Tekst van het document
Deze ruimte is buiten de schooltijden ook beschikbaar voor de buurt.
3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zet Tilburg in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. De gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In de nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met deze aanpak wil de gemeente niet alleen verkeersstromen in goede banen leiden, maar ook de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.
3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
18
<0000>
<0000>
Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.
3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling.
3.6.4 Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020 Het Tilburgs beleid voor de fiets ia vastgelegd in “Tilburg Fietst!, de Tilburgse Fietsagenda 2020”, welke door het college is vastgesteld op 8 december 2020. De fietsagenda is één van de vijf uitwerkingen van de Mobiliteitsaanpak Tilburg 2040 (MAT2040) en de MobiliteitsAgenda 013. Hierin is de doelstelling opgenomen dat tweederde van de verplaatsingen binnen de stad in 2040 op actieve wijze plaatsvindt (lopen en fietsen). Fietsen is inclusief, draagt bij aan een duurzame stad en is cruciaal in gezondheidspreventie. De fietsagenda verbindt het Tilburgs fietsbeleid met het Regionaal Fietsbeleidsplan 2016-2020 (regio Hart van Brabant), met de Samenwerkingsagenda BrabantStad Fiets 2019-2022 (de vijf Brabantse steden, de provincie NoordBrabant en BUas) en met het landelijke Tour de Force 2e etappe Schaalsprong Fiets (samenwerking tussen het Ministerie van I&W, IPO, VNG/F10, vervoerregio’s en diverse organisaties waaronder de ANWB en de RAI Vereniging). 3.6.5 Verkeer en parkeren in dit bestemmingsplan Fietsroutes: Het plangebied wordt ontsloten via de sternetfietsroutes over de Goirleseweg en Stappegoorweg, welke laatste recentelijk is voorzien van een fietstunnel. Langs de Ringbaan-Zuid loopt een secundaire fietsroute.
Wegenstructuur en ontsluiting: Het plangebied is aan de noordzijde ontsloten door Ringbaan-Zuid, onderdeel van de hoofdwegenstructuur van Tilburg. Aan de zuidzijde ligt de, in aanbouw zijnde, woonwijk Willemsbuiten, met de daarbij behorende ontsluitingsstructuur. De planontwikkeling op het kazerneterrein zal, naast een ontsluiting op Ringbaan-Zuid, een aansluiting krijgen op de interne ontsluiting van Willemsbuiten. In het plangebied zelf komt een interne verkeersstructuur te liggen welke aansluit op de bestaande infrastructuur. De aansluiting op Ringbaan-Zuid vindt plaats op de bestaande kruising met verkeersregelinstallatie ter hoogte van het plangebied. Aan de zuidzijde wordt de interne ontsluitingsstructuur aangesloten op de Bernard Leenestraat. Op de noordelijke en westelijke interne ontsluitingsweg gaat eenrichtingsverkeer gelden van oost naar west en van noord naar zuid. Het centrumgebied wordt autovrij. De aanliggende bestemmingen van dit gebied zijn niet van de voorzijde bereikbaar met autoverkeer. Dit gebied is alleen toegankelijk voor noodhulpdiensten. De noordelijke lus om het voormalig hoofdgebouw van de kazerne is toegankelijk voor bestemmingsverkeer en voor afvalinzameling. Openbaar vervoer:
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
19
Het gebied is goed met openbaar vervoer bereikbaar. Op loopafstand ligt aan de oostzijde Stappegoor, waar meerdere buslijnen lopen en bushaltes aanwezig zijn. Aan de westzijde loopt over de Goirleseweg ook een buslijn en er zijn bushaltes aanwezig. Parkeren: De ontwikkeling moet voldoen aan het parkeerbeleid van Tilburg, zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg. De basisschool komt in autoluw gebied te liggen. Het halen en brengen van de kinderen is gefaciliteerd op loopafstand, op het parkeerterrein in de hoek Bernard Leenestraat. Het betreft dubbelgebruik van het parkeerterrein van Willem II. In het gebied is na realisatie gereguleerd parkeren van kracht. Laden en lossen en afvalinzameling: Voor de afvalinzameling gelden de richtlijnen zoals deze door het BAT zijn opgesteld. De vuilniswagen moet altijd vooruit kunnen rijden bij het benaderen en verlaten van Noodhulpdiensten: Het gebied moet bereikbaar zijn voor noodhulpdiensten volgens de bijbehorende bereikbaarheidseisen. Maatregelen omliggende wegenstructuur: De toevoeging van programma levert 1097 extra verkeersbewegingen op. De gevolgen van deze verkeerstoename op de gehele wegenstructuur grenzend aan de ontwikkeling zijn doorgerekend door Goudappel (Ontwikkeling Willem-II kazernelocatie, 25 februari 2021).
Om de verkeersproductie te bepalen is het programma opgenomen in het verkeersmodel van de gemeente Tilburg. Met het verkeersmodel zijn de extra verkeersbewegingen toegedeeld aan de toekomstige infrastructuur. De extra verkeersbewegingen worden voornamelijk afgewikkeld via de ontsluiting op de kruising Ringbaan-Zuid - Justitieel complex/Willem-II-kazerne (VRI118). In het onderzoek is geconstateerd dat deze kruising in de huidige vorm ruim voldoende capaciteit heeft en dat aanpassingen niet nodig zijn. Ook het kruispunt Ringbaan-Zuid-Stappegoorweg (VRI047) kan bij de huidige vormgeving, met de langzaam verkeertunnel onder de Ringbaan-zuid, het verkeersaanbod in 2030 in de autonome situatie en plansituatie verwerken, aanpassingen zijn niet nodig. Er zullen wel afwikkelingsproblemen optreden op het kruispunt Ringbaan-Zuid - Goirleseweg (VRI004) en op het ongeregelde kruispunt Goirleseweg - Bernard Leenestraat – Guido gazellestraat. Op beide kruispunten is geconstateerd dat de afwikkelingsproblemen het gevolg zijn van de autonome situatie 2030 en zijn niet het gevolg van de ontwikkelingen op het Willem-II-kazerneterrein. De autonome afwikkelingsproblemen op beide kruispunten zijn aanleiding voor een tweetal aparte projecten die los van de ontwikkeling van het Kazerneterrein door de gemeente Tilburg in onderzoek zijn.
Het kruispunt Ringbaan-Zuid - Goirleseweg (VRI004) is opgenomen in het meerjarenprogramma van de gemeente Tilburg voor 2022. In dat kader wordt de kruising heringericht om de doorstromings- en veiligheidsproblemen op te lossen. In deze herinrichting is de extra verkeerproductie van het kazerneterrein als uitgangspunt meegenomen, alsmede de grootschalige woningbouwontwikkeling op Stappegoor. Het kruispunt van de Bernard Leenestraat en Guido Gazellestraat met de Goirleseweg, met eveneens een autonoom afwikkelingsprobleem, wordt in 2021 onderzocht en worden noodzakelijke maatregelen opgesteld. In het onderzoek gelden dezelfde verkeerskundige uitgangspunten als bij het onderzoek op de naastgelegen kruising op de Ringbaan Zuid. Op basis van de resultaten van dat onderzoek wordt de kruising in de meerjarenprogramma van de gemeente opgenomen. In het kader van de ontwikkeling van het kazerneterrein hoeven daarom geen aanvullende maatregelen te worden getroffen op omliggende wegenstructuur.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
20
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.2.1 Algemeen Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad. a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings)plichtig. Bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer, worden de concrete omstandigheden afgewogen, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen (zie o.a. uitspraak RvS ECLI:NL:RVS:2019:1879). De realisatie van ruim 200 woningen in combinatie met de functies in de centrale as van het terrein brengt met zich dat de ontwikkeling gezien kan worden als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Gezien het aantal woningen en de omvang van het plangebied wordt de drempelwaarden niet overschreden en is er geen noodzaak voor het doorlopen van een mer-procedure. ad b. Binnen het plangebied zijn geen Natura2000 of NNN-gebieden aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling heeft derhalve geen directe effect op de Natura2000- of NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Regte Heide & Riels Laag op 3 kilometer van het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. 4.2.2 Aanleiding vormvrije m.e.r beoordeling Voor dit plan is een aanmeldnotitie opgesteld op basis waarvan is beoordeeld of het noodzakelijk is een m.e.r. op te stellen (bijlage 1). De aanmeldnotitie is getoetst aan de hand van de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Naar aanleiding van deze toetsing is geoordeeld dat ten gevolge van de voorgenomen activiteit, gezien diens aard, omvang en locatie, geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura 2000 gebieden zijn te verwachten.
4.3 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. In het plangebied worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Direct naast woningen zijn momenteel andere functies aanwezig. Hierdoor is sprake van een gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden uit de VNG-brochure met een categorie verlaagd kunnen worden. De omliggende bedrijvigheid is geïnventariseerd. Hieruit volgt de volgende lijst met bedrijvigheid en richtafstanden voor een gemengd gebied:
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
21
Richtafstanden:
Geluid (m)
Geur (m)
Milieucategorie
Willem II stadion Recreatiebad Stappegoor Ijssportcentrum Ireen Wust ijsbaan Tennisclub Stappegoor Atletiekaccommodatie Attila
200 100
0 30
4.2 4.1
Werkelijke afstand (m) 100 50
50 50 30 30
0 0 0 0
3.2 3.2 3.1 3.1
40 40 25 15
Voor geluid kan niet worden voldaan aan de bovengenoemde richtafstanden. De afstanden betreffen richtafstanden en geen wettelijk kader. Van de richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Om te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening is het aspect geluid nader onderzocht in de betreffende paragraaf van deze toelichting. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d.
14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Het plan ligt niet binnen 2 kilometer van een geitenhouderij. De beleidslijn geitenmoratorium is daarmee niet van toepassing op dit plan. Lichthinder Rondom het plangebied liggen verschillende buitensportaccommodaties. Kunstmatig licht van sportterreinen kan hinder veroorzaken voor toekomstige bewoners. Of daadwerkelijk hinder wordt ervaren van kunstmatige verlichting hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Dit hangt samen met de omgeving en leefwijze van de toekomstige bewoner. In het rapport Cauberg Huygen, Lichthinderonderzoek Willem II kazerne Tilburg (rapportnummer 05274-49868-05, d.d. 27 februari 2020) (bijlage 2) is de lichtsterkte en de verlichtingssterkte ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen of op een vergelijkbare afstand en inkijkhoek van de masten onderzocht. Er is geen specifiek beleid vanuit het Rijk ten aanzien van lichthinder. De rekenresultaten zijn voorts getoetst aan de algemene richtlijn betreffende lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Uit het onderzoek volgt dat op verschillende locaties de grenswaarden worden overschreden. In het onderzoek worden aanbevelingen gedaan om lichthinder te voorkomen.
Om hinder te voorkomen is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen onder 8.5.2 om te borgen dat de maatregelen worden uitgevoerd.
4.4 Externe veiligheid 4.4.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
22
worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 2004 (sindsdien enkele keren aangepast); 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015; 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van 1 januari 2011. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.4.2 Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. In de bij dit plan gevoegde Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico (bijlage 3) zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het (toxisch) invloedsgebied van de spoorlijn Breda-Tilburg en de rijksweg A58. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in de genoemde bijlage.
4.4.3 Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het plangebied ligt aangemerkt als een luw gebied. Binnen een luw gebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Kwetsbare objecten zijn overal mogelijk; <0000> Geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Bestaande risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Bevi-inrichtingen zijn niet mogelijk; <0000> Beheersbaarheid gericht op effecten van mogelijke calamiteiten op orde. Aan bovengenoemde randvoorwaarden uit de beleidsvisie wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid. 4.4.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het (toxisch) invloedsgebied van de spoorlijn Breda-Tilburg en de rijksweg A58. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie de eerdergenoemde bijlage Risico-inventarisatie en verantwoording groepsrisico). De brandweer Midden -en West Brabant heeft d.d. 19 mei 2021 advies uitgebracht, de relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording (bijlage 4).
Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor het initiatief; <0000> Aangezien het plan op >400 meter van de relevante transportroute gevaarlijke stoffen ligt, neemt het groepsrisico van deze risicobron in de toekomstige situatie niet toe; <0000> De bereikbaarheid van het plangebied is goed; <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; <0000> Het plangebied ligt in het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem) en NL-Alert biedt de mogelijkheid de bewoners tijdig te waarschuwen; <0000> De aanwezigen kunnen het plangebied goed ontvluchten; <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Het bouwwerk dient voorzien te zijn van een afsluitbare mechanische ventilatie. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk; <0000> De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
23
4.5 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.
4.6 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 4.6.1 Wegverkeerlawaai Binnen het plangebied worden nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd binnen wegen zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de Wgh respectievelijk hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Dit betreft de Rijksweg A58 en de Ringbaan Zuid. Daarom is akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd en heeft een toetsing aan de normen van de Wgh plaatsgevonden. Voor de uitgangspunten en de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek wordt verwezen naar het rapport “Akoestisch onderzoek bouwplan Willem II Kazerne te Tilburg” opgesteld door Cauberg Huygen d.d. 19 januari 2022 met referentie 05274-49868-17 (bijlage 5). Daarnaast zijn in de nabije omgeving van het plangebied verschillende 30 km/uur wegen aanwezig waarop de Wgh niet van toepassing is. De bijdrage van de 30 km/uur is inzichtelijk gemaakt in het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening. Ingevolge de Wgh geldt voor nieuwe woningen een voorkeurgrenswaarde van 48 dB.
Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt: <0000> dat de wettelijke voorkeurgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A58 wordt overschreden op de eerstelijnsbebouwing aan de zuidzijde van het plangebied en de zuidgevels van de beoogde appartementen. De maximaal te ontheffen waarde van 53 dB wordt niet overschreden; <0000> dat de wettelijke voorkeurgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Ringbaan Zuid wordt overschreden op een aantal woningen in het noordelijk deel van het plangebied van de nieuwbouwwoningen en een deel van de te transformeren bestaande gebouwen. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB voor een binnenstedelijke situatie wordt niet overschreden; <0000> dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer van alle omliggende 30 km/uur-wegen tezamen maximaal 45 dB bedraagt zonder toepassing van de wettelijke aftrek voor wegverkeerslawaai; <0000> dat de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer van alle wegen tezamen maximaal 65 dB bedraagt zonder toepassing van de wettelijke aftrek voor wegverkeerslawaai. Daar waar de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai boven de wettelijke voorkeurgrenswaarde ligt, kunnen hogere waarden worden verleend. De hogere waarden kunnen worden verleend wanneer is vastgesteld dat maatregelen niet doelmatig zijn.
Daarom is onderzoek gedaan naar maatregelen voor de Rijksweg A58 en de Ringbaan Noord. Rijksweg A58 Bronmaatregelen in de vorm van minder verkeer of lagere rijsnelheid zijn met betrekking tot de wegverkeerscirculatie zeer ingrijpend en is ten opzichte van dit plan niet realistisch. Daarnaast is de gemeente Tilburg niet de bronbeheerder van de Rijksweg A58 maar Rijkswaterstaat. De benodigde reductie om de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A58 terug te brengen tot aan de wettelijke voorkeurgrenswaarde bedraagt maximaal 3 dB. De Rijksweg A58 is voorzien van éénlaags ZOAB. De Rijksweg
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
24
A58 voorzien van een dubbellaags ZOAB zou bij groot aantal waarneempunten voldoende reductie opleveren om de geluidbelasting te reduceren tot onder de voorkeursgrenswaarde. Echter gezien de beperkte overschrijding bij slechts 15 woningen en een aantal appartementen is de maatregel vanuit financieel oogpunt niet realistisch met betrekking tot de beoogde ontwikkeling. Geluidafschermende maatregelen nabij de bebouwing om de geluidbelasting ten gevolge van de Rijksweg A58 te reduceren zijn niet realistisch. Er zijn reeds afschermende voorzieningen langs de Rijksweg A58 aanwezig. Het ophogen of verlengen van deze schermen is vanuit financieel oogpunt niet realistisch met betrekking tot de beoogde ontwikkeling. Ringbaan Zuid Bronmaatregelen in de vorm van minder verkeer of lagere rijsnelheid zijn met betrekking tot de wegverkeerscirculatie zeer ingrijpend en ten opzichte van dit plan niet realistisch. De benodigde reductie om de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Ringbaan Zuid terug te brengen tot de wettelijke voorkeursgrenswaarde bedraagt maximaal 15 dB. Het aanbrengen van een stiller type asfalt is onvoldoende om de geluidbelasting te reduceren tot onder de voorkeursgrenswaarde. Daarnaast zal dit om financiële redenen niet wenselijk zijn en dienen alsnog hogere waarden verleend te worden.
Door de hoogte van de bebouwing (bestaand en nieuw) en de korte afstand tot de Ringbaan Zuid kan alleen een voldoende geluidreductie worden gerealiseerd door een aanzienlijk hoog geluidscherm te plaatsen. Het plaatsen van schermen in een stedelijke omgeving is vanuit stedenbouwkundige argumenten echter niet gewenst. Daarnaast is een geluidscherm niet doelmatig vanuit financieel oogpunt ten opzichte van de omvang van de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat maatregelen ter reductie van het geluid ten gevolge van het wegverkeerslawaai vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard, niet doelmatig respectievelijk niet realiseerbaar zijn. Om de woningen akoestisch mogelijk te maken heeft het college van burgemeester en wethouders een hogere waarden besluit genomen voor de Rijksweg A58 en de Ringbaan Zuid. In dit besluit, dat bij het bestemmingsplan is gevoegd, zijn tevens voorwaarden opgenomen teneinde een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren. (zie gemeentelijk geluidbeleid) Gemeentelijk geluidbeleid Het gemeentelijk geluidbeleid is opgenomen in het document ‘Hogere waarde beleid’ van april 2015. Uitgangspunt van het gemeentelijk geluidbeleid is dat op geluid belaste locaties sprake moet zijn van een "acceptabel woon- en leefklimaat".
In het geluidbeleid is aangegeven wanneer het zinvol is om aanvullende eisen te stellen. Deze aanvullende eisen zijn van toepassing als de geluidbelasting op de gevel van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen meer bedraagt dan 53 dB voor wegverkeerslawaai. Reden hiervoor is dat uit onderzoek is gebleken dat pas boven deze geluidbelastingen er sprake kan zijn van substantiële hinder. Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op een deel van het plangebied meer bedraagt dan 53 dB. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve een goede ruimtelijke ordening te borgen zijn aanvullende voorwaarden gesteld. Dit betekent dat nieuwe woningen voorzien moeten zijn van een geluidluwe gevel (met daaraan bij voorkeur gelegen de hoofdslaapkamer), een geluidluwe gevel en moeten voldoen aan het wettelijk binnenniveau conform het Bouwbesluit. Een geluidluwe gevel is een gevel waar de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum), bepaald volgens bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, maximaal 55 dB bedraagt. Voor de bestaande gebouwen die getransformeerd worden naar woningen/appartementen en waarbij de geluidbelasting op de gevel meer bedraagt dan 53 dB is het gemeentelijk geluidbeleid ook van toepassing. In tegenstelling tot nieuwbouw is bij transformatie de ontwerpmogelijkheden beperkt.
Daarom is in het gemeentelijk geluidbeleid voor bestaande gebouwen die worden getransformeerd tot woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen opgenomen dat enkel gemotiveerd en in overleg met de gemeente kan worden afgeweken onder voorwaarde dat sprake is van een "acceptabel woon- en leefklimaat" en derhalve een "goede ruimtelijke ordening". In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning onderdeel bouwen dient e.e.a. nader te worden uitgewerkt. 4.6.2 Railverkeerlawaai
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
25
De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen liggen buiten het "aandachtsgebied" van het spoortraject Breda-Tilburg-’s-Hertogenbosch als bedoeld in artikel 1.4a lid 1 van het Besluit geluidhinder. Dit betekent dat niet aan de geluidnormen van de Wgh/Bgh getoetst hoeft te worden en onderzoek naar railverkeerslawaai niet noodzakelijk is. 4.6.3 Industrielawaai In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing. De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zijn niet gelegen binnen een wettelijke geluidzone van een industrieterrein of een geluidzone van een industrieterrein waarvoor een geluidbeheerplan is vastgesteld. Voor zover niet aan de richtafstanden voor geluid wordt voldaan (zie tevens 5.2 Milieuhinder bedrijven) is akoestisch onderzoek Industrielawaai verricht. Voor de uitgangspunten en de rekenresultaten wordt verwezen naar: <0000> de akoestische quickscan “Nieuwbouwlocatie Willem II-kazerne te Tilburg”, ruimtelijke ordeningsportcomplexen, opgesteld door Cauberg Huygen d.d. 22 december 2021 met referentie 05274-49868-16 (bijlage 6); <0000> het akoestisch onderzoek “School, KDV en BSO Willem II-kazerne te Tilburg” in het kader van een goede ruimtelijke ordening opgesteld door Cauberg Huygen d.d.
9 januari 2022 met referentie 05274-49868-18 (bijlage 7); <0000> de notitie “Nieuwbouwlocatie Willem II Kazerne te Tilburg” - cumulatie opgesteld door Cauberg Huygen d.d. 19 januari 2022 met referentie 05274-49868-19 (bijlage 8). In het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening wordt op basis van de VNG-publicatie voor stap 2, uitgaande van gebiedstype gemengd gebied, geadviseerd de richtwaarden zoals genoemd in tabel 3.1 in acht te nemen.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
26
Indien aan de richtwaarden van stap 2 wordt voldaan is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve een goede ruimtelijke ordening. Indien niet aan de richtwaarden van stap 2 wordt voldaan, kan de gemeente hogere geluidniveaus toestaan tot de waarden zoals genoemd in tabel 3.2, echter hiervoor is wel een zwaardere overweging noodzakelijk. Per inrichting is de optredende geluidbelasting (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) alsmede het maximale geluidniveau (LA,max) berekend en getoetst aan de richtwaarden van stap 2 en indien noodzakelijk aan de richtwaarden van stap 3 van de VNG-publicatie. Daar waar in onderstaande tekst wordt verwezen naar blokken, zijn dit de blokken/meetpunten zoals gehanteerd in de hiervoor aangehaalde akoestische onderzoeken. Willem II stadion 1. Representatieve bedrijfssituatie tijdens voetbalwedstrijden-toetsing conform milieuvergunning In de huidige milieuvergunning van Willem II is bepaald dat het meten en berekenen van geluidniveaus moet geschieden overeenkomstig de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai, IL-HR-13-01” van 1981. Overeenkomstig met deze handleiding wordt voor grondgebonden woningen in de dagperiode getoetst op 1,5 meter hoog en in de avondperiode op 5,0 meter hoog.
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidimmissie ter plaatse van de nieuwbouw, als gevolg van de aan Willem II verleende milieuvergunning tijdens voetbalwedstrijden voldoet aan de vergunde waardes zowel voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximaal geluidniveau. 2. Representatieve bedrijfssituatie tijdens voetbalwedstrijden-toetsing conform RO Op een aantal woningen van Blok B, C en D wordt de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de avondperiode overschreden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau tijdens de voetbalwedstrijden. De hoogste berekende geluidbelasting bedraagt 52 dB(A) en wordt uitsluitend berekend op de bovenste verdieping van de woningen bij 15 rekenpunten (op de 1e verdieping worden er geen overschrijdingen berekend). Op een aantal woningen van Blok B, D en K wordt tevens de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de avondperiode overschreden voor het maximale geluidniveau. Het hoogste berekende maximale geluidniveau bedraagt 67 dB(A) ten gevolge van de omroepinstallatie tijdens de voetbalwedstrijden. Deze overschrijding ontstaat uitsluitend vanaf de derde bouwlaag, rekenhoogte 7,5 meter of hoger.
Wij zijn van mening dat ondanks de overschrijding van de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de avondperiode voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en hebben hiertoe de volgende argumenten: <0000> er wordt voldaan aan de huidige milieuvergunning van Willem II op de eerste twee bouwlagen; <0000> de richtwaarde van stap 2 in de dag- en de nachtperiode wordt niet overschreden; <0000> de overschrijding in de avondperiode vindt enkel plaats vanaf de derde bouwlaag; <0000> de overschrijding is minimaal waarbij een verschil van 2 dB(A) niet of nauwelijks hoorbaar is; <0000> de overschrijding van de richtwaarde van stap 2 in de avondperiode maximaal ca. 20 keer per jaar plaatsvindt. In de praktijk zal dit aantal lager zijn omdat een deel van de thuiswedstrijden in de dagperiode plaatsvinden; <0000> de vergunde situatie, die ten grondslag ligt aan de berekeningen, resulteert in een hogere geluidimmissie bij de woningen dan de bestaande feitelijke situatie. 3. Representatieve bedrijfssituatie tijdens voetbaltrainingen Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de richtwaarden van stap 2 en de geluidnorm van de aan Willem II verleende milieuvergunning voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau.
Op een aantal woningen van Blok B, C en D wordt de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de avondperiode overschreden voor het maximale geluidniveau door het fluitje van de scheidsrechter en het schreeuwen op de velden. Het maximale geluidniveau in de avondperiode bedraagt 69 dB(A). Wij zijn van mening dat ondanks de overschrijding van de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de avondperiode voor het maximale geluidniveau toch sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en hebben hiertoe de volgende argumenten: <0000> de overschrijding wordt veroorzaakt door het gebruik van het scheidsrechtersfluitje hetgeen slechts incidenteel gebruikt wordt;
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
27
<0000>
<0000> <0000> <0000>
<0000>
de overschrijding vindt enkel plaats wanneer het fluiten of het schreeuwen van de speler in de nabijheid van de nieuwe woningen gebeurt; zowel het bronvermogen van het fluitje als van het schreeuwen een worst-case benadering betreft; de trainingsvelden in de praktijk niet iedere avond worden gebruikt; als de trainingsvelden al in de avondperiode gebruikt worden, dit slechts een gedeelte van de avondperiode zal zijn en niet tot 23.00 uur; in de beoordeling op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer beide geluidbronnen standaard buiten beschouwing worden gelaten.
4. Incidentele bedrijfssituatie (concerten en evenementen) Incidenteel, tot maximaal twaalf keer per jaar, wordt het stadion gebruikt voor concerten en evenementen waarbij muziek gedraaid kan worden en optredens plaatsvinden. Het stadion kan hierbij een volledige bezetting hebben. De optredende geluidbelastingen op het plangebied zijn berekend voor de volgende situaties: <0000> muziekconcert in het stadion met podium aan de noord- of de zuidzijde van het veld; <0000> muziekconcert in een feesttent op verschillende locaties op het terrein (west-, noord-, oost- of zuidzijde). De hoogste geluidbelasting voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (73 dB(A)) en het maximale geluidniveau (90 dB(A)) op de gevels van de nieuwe woningen wordt berekend bij die situatie waarbij er een feesttent op het oostelijke terrein (trainingsvelden) staat. In de afgelopen jaren is deze situatie niet tot nauwelijks voorgekomen. Voor de overige situaties kan gesteld worden dat de optredende geluidbelastingen acceptabel en gangbaar zijn voor een binnenstedelijke omgeving ingeval van incidentele evenementen. De evenementen worden vooraf kenbaar gemaakt door deze te plaatsen op de evenementenkalender zodat de bewoners weten dat er een evenement aan staat te komen. Om geluidsoverlast naar de omgeving toe te beperken t.g.v.
de evenementen worden geluidnormen aan de evenementenvergunning gesteld in dB(A) en in dB(C). Recreatiebad Stappegoor Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de richtwaarden van stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus op de gevels van de geplande nieuwbouw. IJssportcentrum Tilburg Op een aantal woningen van Blok I wordt de richtwaarde van stap 2 (avondperiode) als van stap 3 (nachtperiode) overschreden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Deze overschrijding wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de compressor + koeltoren op het westelijke terrein. De richtwaarden van stap 2 voor de maximale geluidniveaus wordt gerespecteerd. Voor de incidentele bedrijfssituatie (situatie dat er minder dan 12 wedstrijden in de avondperiode plaatsvinden) geldt formeel geen toetsingskader, maar is de geluidbelasting wel inzichtelijk gemaakt. Uit de rekenresultaten blijkt dat de richtwaarden van stap 2 (avond- en nachtperiode) en stap 3 (nachtperiode) worden overschreden. De richtwaarden van stap 2 voor de maximale geluidniveaus worden voor de incidentele situatie gerespecteerd. Om aan de richtwaarden van stap 2 te kunnen voldoen dienen maatregelen te worden getroffen.
In het onderzoek worden een aantal aanbevelingen gedaan, zoals het toepassen van gebouwgebonden geluidschermen, het toepassen van dove gevels, het niet realiseren van geluidgevoelige ruimtes direct achter deze gevels tot het realiseren van bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen buiten de te ontwikkelen gronden. Om aan de richtwaarden van stap 2 te kunnen voldoen en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen is een voorwaardelijke verplichting gesteld. Dit houdt in dat de betreffende woningen van Blok I niet eerder in gebruik genomen mogen worden pas nadat aan de hand van een akoestisch onderzoek Industrielawaai is aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat conform de VNG-publicatie en maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden. Ireen Wüst ijsbaan Op een aantal woningen van Blok I wordt de richtwaarde van stap 2 overschreden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Deze overschrijding in de avondperiode wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het geluid van binnen dat via de ventilatieroosters naar buiten komt van de koeltoren. De richtwaarden van stap 3
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
28
worden niet overschreden. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus wordt voldaan aan de richtwaarden van stap 2. Om aan de richtwaarden van stap 2 te kunnen voldoen dienen maatregelen te worden getroffen. In het onderzoek worden een aantal aanbevelingen gedaan, zoals het toepassen van gebouwgebonden geluidschermen, het toepassen van dove gevels, het niet realiseren van geluidgevoelige ruimtes direct achter deze gevels tot het realiseren van bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen buiten de te ontwikkelen gronden. Om aan de richtwaarden van stap 2 te kunnen voldoen en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen is een voorwaardelijke verplichting gesteld. Dit houdt in dat de betreffende woningen van Blok I niet eerder in gebruik genomen mogen worden pas nadat aan de hand van een akoestisch onderzoek Industrielawaai is aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat conform de VNG-publicatie en maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden. Tennis Club Stappegoor Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de richtwaarden van stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus op de gevels van de geplande nieuwbouw.
Atletiekaccommodatie Attila Uit de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de richtwaarden van stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus op de gevels van de geplande nieuwbouw. Circa drie keer per jaar wordt er een toernooi georganiseerd. Voor een toernooi komen ongeveer 300 bezoekers naar de locatie. Omdat deze situatie niet meer dan 12 keer per jaar voorkomt is sprake van een incidentele bedrijfssituatie. Ook voor de incidentele situatie blijkt dat aan de richtwaarden van stap 2 voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus op de gevels van de geplande nieuwbouw wordt voldaan. Basisschool, kinderdagverblijf (KDV)en buitenschoolse opvang (BSO) De basisschool, de buitenschoolse opvang en het kinderdagverblijf worden ondergebracht in het bestaande gebouw D. Zowel de school, de BSO als het KDV zijn enkel in de dagperiode in werking. Uit de rekenresultaten blijkt dat op een aantal rekenpunten van Blok L niet voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de dagperiode voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau t.g.v. het stemgeluid van spelende kinderen op het buitenterrein. De berekende geluidbelasting voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt maximaal 57 dB(A) en voor het maximale geluidniveau 74 dB(A).
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van indirecte hinder bedraagt maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde. Wij zijn van mening dat ondanks de overschrijding van de richtwaarde van stap 2 en van stap 3 in de dagperiode voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en hebben hiertoe de volgende argumenten: <0000> de overschrijding vindt enkel plaats in de dagperiode; <0000> de richtwaarde van stap 2 in de avond- en nachtperiode wordt gerespecteerd; <0000> in de beoordeling op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer stemgeluid standaard buiten beschouwing wordt gelaten; <0000> het buitenterrein een semi-openbaar gebíed is dat ook door andere gebruikers/bewoners van het gebied gebruikt kan worden; <0000> de gevels van de geluidgevoelige gebouwen rondom het buitententerrein aannemelijk een karakteristieke geluidwering hebben (van maximaal 22 dB) dat voldaan wordt aan het wettelijke binnenniveau van 35 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau respectievelijk 55 dB(A) voor het maximale geluidniveau in de dagperiode.
Cumulatie De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen tezamen is inzichtelijk gemaakt en wordt bepaald door het wegverkeerslawaai van de omringende wegen (Rijksweg A58, Ringbaan Zuid en de omliggende 30 km/uur wegen) en de diverse inrichtingen rondom het plangebied waaronder het Willem II voetbalstadion inclusief de naastgelegen trainingsvelden, Recreatiebad Stappegoor, Ijssportcentrum Tilburg, Ireen Wüst ijsbaan, tennisclub Stappegoor, Atletiekvereniging Attila en de nieuw te realiseren basisschool/KDV/BSO. Het gebruik van het voetbalstadion blijft beperkt tot circa 20 wedstrijden per jaar. Om deze reden is de gecumuleerde geluidbelasting voor 2 situaties inzichtelijk gemaakt, namelijk:
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
29
Situatie I (wedstrijden Willem II stadion-exclusief trainingsactiviteiten Willem II). Dit betreft de cumulatieve geluidbelasting van de omliggende wegen, basisschool/kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang, de omliggende sportcomplexen en het stadiongeluid van Willem II tijdens wedstrijden. <0000> Situatie II (trainingsactiviteiten Willem II, exclusief wedstrijden Willem II stadion). Dit betreft de cumulatieve geluidbelasting van de omliggende wegen, basisschool/kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang, de omliggende sportcomplexen en het geluid van de trainingsvelden van Willem II. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor beide situaties de gecumuleerde geluidbelasting sterk wordt bepaald door de ligging en de hoogte van de waarneempunten ten opzichte van de geluidbronnen en het feit of er wel of geen wedstrijden of trainingen plaatsvinden. In onderstaande tabel is de maximale gecumuleerde geluidbelasting en de maatgevende geluidbron(nen) per blok weergegeven. <0000>
Bouwblok A B C D E F G H I J Bestaande bouw basisschool/KDV/BSO N
herontwikkeling
Lcum (dB) 65 61 59 59 65 60 56 56 60 65 61
Maatgevende geluidbron
57
wedstrijden, wegverkeer
wegverkeer wegverkeer, wedstrijden wedstrijden, wegverkeer wedstrijden, wegverkeer wegverkeer wegverkeer wegverkeer wegverkeer Ijssportcentrum, Ireen Wüst ijsbaan wegverkeer spelende kinderen buitenterrein
De gecumuleerde geluidbelasting wordt voor alle bouwblokken acceptabel geacht omdat: <0000> sprake is van een binnenstedelijke situatie met veel functiemenging waarbij het wegverkeer doorgaans de dominante geluidbron is en dergelijke geluidbelastingen voor een binnenstedelijke situatie niet ongebruikelijk zijn; <0000> de gecumuleerde geluidbelasting op de eerste lijnsbebouwing ten noorden van het plangebied (bouwblokken A, E en J) wordt veroorzaakt door het wegverkeer op de Ringbaan Zuid. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor deze bouwblokken te realiseren zijn aanvullende voorwaarden gesteld conform het gemeentelijk geluidbeleid; <0000> de gecumuleerde geluidbelasting op de eerste lijnsbebouwing ten westen van het plangebied (bouwblokken B, C en D) hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door het wegverkeer en de wedstrijden/trainingen en het hoogst is op de hogere bouwla(a)g(en) vanwege het wegvallen van de afschermende werking van het stadion. Indien er geen wedstrijden of trainingen zijn, de gecumuleerde geluidbelasting enkele dB’s lager is.
Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor deze bouwblokken te realiseren zijn aanvullende voorwaarden gesteld conform het gemeentelijk geluidbeleid; <0000> dat de gecumuleerde geluidbelasting op de eerste lijnsbebouwing ten oosten van het plangebied (bouwblokken F, G, H en I) hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door wegverkeer en industrielawaai (bouwblok I). Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor deze bouwblokken te realiseren zijn aanvullende voorwaarden gesteld conform het gemeentelijk geluidbeleid en is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De voorwaardelijke verplichting houdt in dat bouwblok I niet eerder in gebruik genomen mogen worden pas nadat aan de hand van een akoestisch onderzoek Industrielawaai is aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat conform de VNG-publicatie en maatregelen worden getroffen en in stand worden gehouden. <0000> de gecumuleerde geluidbelasting in de centrale as (Bouwblokken K, L en M) hoofdzakelijk wordt bepaald door de wedstrijden op de hoger bouwla(a)g(en) vanwege het wegvallen van de afschermende werking van het stadion en spelende kinderen op het openbaar buitenterrein in de dagperiode. Indien er geen wedstrijden zijn de gecumuleerde geluidbelasting enkele dB’s lager is.
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
30
<0000>
<0000>
de gecumuleerde geluidbelasting op de eerste lijnsbebouwing ten zuiden van het plangebied (bouwblokken N) hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de wedstrijden en wegverkeer en het hoogst is op de hogere bouwla(a)g(en) vanwege het wegvallen van de afschermende werking van het stadion. dat de nieuw te bouwen woningen (al dan niet met te treffen van bouwkundige maatregelen) kunnen beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte waarmee conform het gemeentelijk geluidbeleid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie: Op basis van de akoestische onderzoeken is voor alle woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat realiseerbaar. Om dit te realiseren dient voor een groot deel van de nieuwe woningen maar ook voor een deel van de te transformeren bestaande gebouwen (bouwkundige) maatregelen te worden getroffen conform het gemeentelijk geluidbeleid voor zover de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de gevel meer dan 53 dB bedraagt. Om voor blok I een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren dienen geluidreducerende maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 4.6.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied. 4.6.5 Trillingen Het plangebied ligt ver buiten het “aandachtsgebied” van 100 meter gezien vanaf het spoor. Dit betekent dat trillinghinder niet te verwachten is en onderzoek hierna niet noodzakelijk is.
4.7 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Het plan voorziet in de ontwikkeling van de voormalige gevangenis Willem II Kazerne tot een woningbouwlocatie. Dit betreft de oprichting van grondgebonden woningen, transformatie van bestaande gebouwen tot woningen/appartementen en de realisatie van een basisschool, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang (BSO) in een bestaand gebouw. De bestemmingen in het plangebied zijn getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Het plan kan worden gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) voor wat betreft de oprichting van het aantal woningen/appartementen.
Het aantal verkeersbewegingen dat toegekend kan worden aan de basisschool, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang (BSO) is beperkt van omvang waardoor de bijdrage kan worden aangemerkt als niet in betekenende mate. Daarnaast is geen sprake van luchtgevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) en wordt ter plaatse van het plangebied voldaan aan de wettelijke normen voor de luchtkwaliteit. Vanuit de Wet milieubeheer bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.
4.8 Geur 4.8.1 Industriële geurhinder In en om het plangebied is geen zware industrie toegestaan. Hier zal dus ook geen sprake zijn van industriële geurhinder. 4.8.2 Agrarische geurhinder In en om het plangebied zijn geen agrarische bedrijven toegestaan. Hier zal dus ook geen sprake zijn van agrarische geurhinder.
4.9 Bodem
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
31
In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een bodemonderzoek. In beginsel dient een bestemmingsplan(-wijziging) minimaal vergezeld te worden van een verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, dat niet ouder is dan 5 jaar. De aanleiding is de geplande herinrichting en nieuwbouw op het perceel. Op dit moment wordt het perceel gebruikt als bedrijfsterrein/ voormalige kazerne. Het gebruik zal dus gevoeliger worden ten opzichte van het huidige gebruik. Er zijn bodemonderzoeken aangeleverd. Ook in het bodeminformatiesysteem van de gemeente zijn bodemonderzoeken en (beperkte) milieudossiers aanwezig. Deze zijn geraadpleegd. Gezien het historische gebruik als militaire installatie zijn niet alle historische activiteiten bij de gemeente bekend. Het is daarom mogelijk dat er potentieel bodembedreigende deellocaties niet zijn meegenomen in de verschillende bodemonderzoeken. Hier moet tijdens werkzaamheden op het terrein rekening mee gehouden worden.
Ter plaatse van het bestemmingsplangebied hebben in het verleden meerdere bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. De voor zover bekende activiteiten zijn in diverse bodemonderzoeken onderzocht; <0000> Verkennend bodemonderzoek Stappegoorweg 3, UDM, kenmerk 07.02.0111.R01, d.d. 2-4-08. Grond- en grondwater maximaal licht verhoogd aangetroffen. <0000> Nulsituatie-onderzoek Ringbaan-Zuid 500, Inpijn-Blokpoel, kenmerk 12P000316, d.d 20-03-2012. Tijdens het onderzoek zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen aangetroffen. <0000> Verkennend bodem-en asbestonderzoek, Econsultancy, kenmerk 1224.135, d.d. 04-08-2017. Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn ter plaatse van deellocaties C, D en E geen verhoogde gehalten aangetroffen. Het overige terrein bleek maximaal licht verontreinigd, met een beperkte verontreinigingsspot met PAK’s als uitzondering. <0000> Verkennend bodemonderzoek oostrand Willem-II kazerne Tilburg, BK ingenieurs, kenmerk 204913, d.d. 15-10-2020. Tijdens het onderzoek zijn zowel in de grond- als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen. Tijdens het asbestonderzoek zijn geen gehalten boven de detectielimiet gemeten. <0000> Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Goirleseweg 40b, RSK, kenmerk 517570.002(1), d.d. 29-06-2021.
In grond en grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten gemeten. Asbest is onder de detectielimiet gemeten. <0000> Verkennend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek Ringbaan-Zuid 500, RSK, kenmerk 517570.001(3), d.d. 29-06-2021. Ter plaatse van een deellocatie is een asbestverontreiniging geconstateerd. De omvang van de verontreiniging is vastgesteld op 250 m3. De bodemkwaliteit van het overige terrein waar sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden is geactualiseerd waarbij maximaal licht verhoogde gehalten zijn gemeten. <0000> Naar aanleiding van de aangetroffen asbestverontreiniging is in augustus en september 2021 een sanering uitgevoerd. Hierbij is de asbesthoudende grond verwijderd en door schone grond vervangen. Conclusie Op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken worden geen belemmeringen in de vorm van grootschalige bodemverontreiniging verwacht. Het gehele terrein is onderzocht, waarbij ter plaatse van enkele locaties na de sloopactiviteiten een actualisatieonderzoek is uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is een enkel saneringsplichtig geval geconstateerd, welke in 2021 is gesaneerd. Indien er nog aanvullend gesloopt wordt moet daar mogelijk nog actualiserend onderzoek worden uitgevoerd voorafgaand aan nieuwbouwactiviteiten. Dit zal tijdens de bouwvergunningsprocedure worden vastgesteld.
Tijdens toekomstige sloopactiviteiten moet men bedacht zijn op onbekende bodembedreigende deellocaties die niet bekend zijn, zoals ondergrondse tanks.
4.10 Natuur en ecologie 4.10.1 Wettelijke kaders
Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)
32
De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.
Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: <0000> Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (deze soorten zijn benoemd in het document "Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep", Dienst Regelingen, 2009. Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn) <0000> Overige inheemse broedvogels <0000> Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn <0000> Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling (de algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd.