CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting ontwerpbestemmingsplan zonder bijlagen

Raadsvergadering 20 juni 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Stappegoor 2013, 4e herz. (Willem II Kazerne)22.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2020024-b001

1 februari 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied

4

1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke structuur

4 4 5 5

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader

7

2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.2 Provincie 2.3 Gemeente

7 7 9 11

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders

14

3.1 Inleiding 3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Verkeer en parkeren

14 14 14 16 17 20

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

23

4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Milieuhinder bedrijven 4.4 Externe veiligheid 4.5 Vuurwerk 4.6 Geluid 4.7 Lucht 4.8 Geur 4.9 Bodem 4.10 Natuur en ecologie

23 23 23 24 26 26 33 33 33 34

Hoofdstuk 5 Wateraspecten

38

5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Duurzaam watersysteem 5.4 Watertoets

38 41 42 45

Hoofdstuk 6 Opzet planregels

46

6.1 Inleiding 6.2 Standaard plansystematiek 6.3 Bestemmingen en aanduidingen

46 46 47

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

48

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg

49

8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Omgevingsdialoog 8.4 Zienswijzen

49 49 49 49

Toelichting

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling In 2019 heeft de gemeente de ambities voor het gebied Stappegoor vastgelegd in een Koersdocument Stappegoor. Hierin zijn ook de ambities voor de Koning Willem II Kazerne beschreven. Samengevat bestaan de ambities voor de Kazerne uit het realiseren van een nieuwe woonwijk, een Integraal Kind Centrum (IKC; een IKC is een verzamelnaam voor een basisschool, kinderopvang en buitenschoolse opvang), een goede verkeersontsluiting voor het gebied en goede parkeervoorzieningen. De Gemeente Tilburg en Consortium Stappegoor (een samenwerking tussen Synchroon en BPD) trekken samen op in dit project. Omdat de voorgenomen functies niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan, is door het Consortium een aanvraag herziening van het bestemmingsplan ingediend. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord.

De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat het voormalige kazerneterrein en wordt globaal begrensd door de Ringbaan-Zuid in het noorden, Achter de IJsbaan in het oosten, de gronden van atletiekvereniging Atilla en de wijk Willemsbuiten in het zuiden en het Koning Willem II-stadion in het westen. In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven in relatie tot de omgeving.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

2

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Stappegoor 2013, zoals dit is vastgesteld op 2 december 2013 en 1 juni 2015.

1.4 Ruimtelijke structuur Het voormalige kazerne- en gevangenisterrein met de te behouden beeldbepalende oude kazernegebouwen is een prachtig gegeven voor het realiseren van een hoogwaardig woongebied met een hele bijzondere eigen identiteit. De te behouden kazernegebouwen omsluiten de oude appèlplaats, die getransformeerd wordt tot de centrale ontmoetingsplek van het nieuwe woongebied. In de oude gebouwen komen appartementen en zorgappartementen, maar er wordt ook ruimte geboden aan (buurt-) voorzieningen, waaronder in ieder geval een kindcentrum inclusief kinderopvang. Het ruimtelijk beeld rond de oude kazernegebouwen is vriendelijk en groen. In dat verband worden de erfscheidingen (zo veel mogelijk) uitgevoerd als hagen en niet als gebouwde erfscheidingen. Er wordt terughoudend omgegaan met aan- en uitbouwen. Ten zuiden van de te behouden kazernegebouwen is een plantsoen geprojecteerd, waar veel mooie grote bomen staan. Ook zijn hier, rekening houdend met de bomen, een appartmentencomplex bestaande uit twee gebouwen gepland, met een halfverdiepte parkeergarage. Bij de uitwerking van het appartementencomplex dient de visuele zichtlijn en fysieke “doorwaadbaarheid” tussen de twee gebouwen geoptimaliseerd te worden.

Aan de westzijde en oostzijde van de centrale strook worden in totaal zes bouwblokken met nieuwe woningen gerealiseerd, drie aan de westzijde en drie aan de oostzijde. Om aan te sluiten bij het robuuste karakter van de kazerne wordt beoogd om deze bouwblokken min of meer als gesloten bouwblokken uit te voeren. Middelen die hierbij ingezet worden zijn de zogenaamde “specials”, bijzondere woningtypes op de hoeken waardoor het beeld hier gesloten wordt, en hoge tuinmuren. Een belangrijk thema bij de architectonische uitwerking is hierbij een goede balans tussen éénduidigheid en variatie. Een ander belangrijk thema waar ruim aandacht aan wordt besteed is biodiversiteit. Aan de buitenranden van het kazerneterrein is een ringweg geprojecteerd, waar onder andere het autoverkeer gebruik van kan maken. Deze ringweg wordt aangesloten op de Ringbaan Zuid, ter plaatse van de bestaande inrit van de gevangenis, en op de Bernard Leenestraat. Het kazerneterrein zelf is grotendeels autovrij, uitgezonderd een “facilitaire lus” voor bezorgend verkeer rond het oude hoofdgebouw van de kazerne. Door dit autovrije/autoluwe karakter is er sprake van een aangenaam en kwalitatief woon- en verblijfsklimaat in het netwerk van (smalle) straten en pleintjes. Deze verblijfskwaliteit wordt nog verder verhoogd door de aanwezigheid van groen waaronder veel mooie grote bestaande bomen.

Om deze verblijfskwaliteit te waarborgen vindt het parkeren plaats aan de randen van het plan: met name langs de westelijke en oostelijke ringweg, in een zestal vanaf de westelijke en oostelijke ringweg bereikbare “parkeerkoffers” en in de eerder genoemde halfverdiepte parkeergarage bij de twee appartementengebouwen aan de zuidelijke rand. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Ringbaan Zuid. Het hier gelegen hoofdgebouw van de kazerne aan de Ringbaan Zuid is het “visitekaartje” van het gebied. De oude onderdoorgang wordt hersteld zodat hier een entree voor langzaam verkeer ontstaat met monumentale uitstraling, die direct uitkomt in het nieuwe centrale plein tussen de kazernegebouwen. Ook het kenmerkende lage muurtje voor het hoofdgebouw blijft behouden. Aan weerszijden van het hoofdgebouw komen stevige, hoge woonblokken die samen met het hoofdgebouw vanaf de Ringbaan Zuid gezien een krachtig front maken aan het nieuwe gebied. De zone tussen het nieuwe front en de Ringbaan Zuid beschouwen we als de “voortuin” van het gebied, met een zo groen mogelijke invulling en zo min mogelijk verharding. Ten oosten van het kazerneterrein bevindt zich een randzone, tussen het kazerneterrein en de bestaande grote bomenrij.

Deze zone, waarin ook het politiebureau en de Dienst Justitiele Inrichtingen zijn gelegen, behoort niet tot het kazerneterrein en heeft zijn eigen stedenbouwkundige karakteristiek. Ook in deze zone is een woningbouwcomplex geprojecteerd. Voor dit nieuwe woningbouwcomplex geldt een aantal stedenbouwkundige uitgangspunten: <0000> Een los object in de ruimte <0000> Los gelegen, d.w.z. op enige afstand van het kazerneblok <0000> Ingebed in een aangevulde bosrand <0000> Contrasterend met het kazerneblok <0000> Een zekere alzijdigheid

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

3

Een belangrijk thema aan de oostzijde van het plangebied is het realiseren van goede langzaam verkeersverbindingen naar oostelijk Stappegoor. Hierbij gaat het om de Marathonpromenade (aan de zuidzijde), de verbinding tussen de twee ijshallen door en mogelijk in de toekomst de oost/west-route ten zuiden van het zwembad. Goede aansluitingen op deze routes zijn cruciaal. Ten westen van het plangebied liggen de trainingsvelden van Willem II. Er zijn op dit moment geen concrete plannen om deze te verplaatsen. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van het stedenbouwkundig plan opgenomen.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

4

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

5

Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren.

Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings- of wijzigingsplan. Wonen De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord-Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose In de periode 2020-2030 moet Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie (september 2020) met 14.000 woningen groeien. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De netto bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1.400 woningen per jaar aangezien we ook onttrekkingen moeten compenseren. In de stedelijke ontwikkelstrategie waar momenteel aan gewerkt wordt zullen we de concrete opgave nader duiden.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

6

De woningbouwopgave voor Tilburg wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Vanwege de gewenste kwalitatieve samenstelling daarvan, zoals de behoefte aan verschillende woonmilieus, komt het zeer beperkt voor dat daarbij ook locaties buiten het bestaand stedelijk gebied verkend worden. Gelet op de toegenomen groeibehoefte verkennen we in de genoemde stedelijke ontwikkelstrategie of de behoefte aan ontwikkelingen buiten stedelijk gebied nodig is. Het plan tot de bouw van 289 woningen op het terrein van de Willem II kazerne Stappegoor past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting in het primair en voortgezet onderwijs. In het kader hiervan is de gemeente verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwbouw, vervangende bouw en uitbreiding van schoolgebouwen en gymnastiekvoorzieningen in het primair en voortgezet onderwijs (PO en VO). Doel van het gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid is om de basis voor onderwijs op orde te krijgen, met kwalitatief goede huisvesting voor scholen, voldoende, divers en een voor iedereen toegankelijk aanbod van scholen met een goede spreiding in de stad.

We streven in het kader hiervan naar integrale kindcentra, waar onderwijs en kinderopvang op wijkniveau samenwerken aan een gezamenlijke opgave voor (passend) onderwijs, met een koppeling tussen binnenschools- en buitenschools leren. Het streven hierbij is ‘geen kind de wijk uit, tenzij’. Onderwijs In het kader van de gebiedsontwikkeling Stappegoor is op het Willem II Kazerneterrein ruimte opgenomen voor een nieuwe basisschool. Deze basisschool is noodzakelijk als gevolg van de woningbouwontwikkeling in Willemsbuiten en het Willem II Kazerneterrein. De leerlingenontwikkeling in dit gebied als gevolg hiervan is de komende jaren dusdanig dat er voldoende grondslag is voor een basisschool in het gebied zelf. Leerlingen uit dit gebied gaan op dit moment met name naar basisscholen in Goirle en de Blaak. Dat vinden we vanuit het streven naar thuisnabij onderwijs geen gewenste ontwikkeling. Daarnaast kan een basisschool een belangrijke wijkfunctie vervullen, goed voor de sociale cohesie in de buurt. De basisschool wordt gerealiseerd in een aantal bestaande gebouwen op het kazerneterrein. Uitgangspunt hierbij is het realiseren van een (integraal) kindcentrum, dus in samenwerking met kinderopvang en, indien gewenst en mogelijk, andere maatschappelijke partners.

In het kader van het huisvestingsprogramma onderwijs 2021 (besluit 8 december 2020) is een budget toegewezen aan het schoolbestuur Xpect Primair voor de realisatie van een schoolgebouw voor dit nieuwe kindcentrum. Het schoolbestuur Xpect Primair realiseert het nieuwe kindcentrum samen met kinderopvangpartner HumanKind. Voor de realisering van het kindcentrum zijn op het kazerneterrein de kazernegebouwen D, E, F en G gereserveerd. Vooralsnog gaan we voor de basisschool uit van maximaal 350 leerlingen, maar we houden in onze ruimtereservering rekening met een verdere groei van het aantal leerlingen als de woningbouwontwikkeling in het gebied Stappegoor daartoe aanleiding geeft.

2.2 Provincie 2.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

7

4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning pas in 2021) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen. <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt.

Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. <0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. De ontwikkeling is niet strijdig met de hiervoor beschreven uitgangspunten. 2.2.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. De verordening is inmiddels meerdere malen aangepast. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter.

Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Het ontwerp van de (definitieve) Omgevingsverordening heeft vanaf 23 maart 2021 ter visie gelegen. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt dat het gebied is gelegen in Stedelijk gebied. Deze toelichting geeft er blijk van dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals opgenomen in artikel 3.42. Dit artikel luidt als volgt:

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

8

De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken (zie paragraaf 2.1.3) en is er sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat het voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in lid 2. Er is sprake van een transformatie van een voormalig militair complex naar woningbouw waar aandacht is voor klimaatneutraal bouwen en voldoende groen wordt gerealiseerd om hittestress tegen te gaan.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

9

Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant.

Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied.

Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

10

het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. 2.3.2 Koersdocument Stappegoor Het Koersdocument Stappegoor is op 26 september 2019 vastgesteld. Het koersdocument is de onderlegger voor een integrale gebiedsontwikkeling van Stappegoor. Het kazerneterrein is meegenomen in het koersdocument. In het koersdocument is het kazerneterrein als ontwikkelgebied voor woningbouw aangewezen. De stedenbouwkundige opzet voor het gebied voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in het koersdocument. De centrale as van het gebied wordt gevormd door de karakteristieke gebouwen van de voormalige kazerne waarbij in wordt gezet op een groene omgeving. De nieuw te ontwikkelen woongebieden aan weerszijden van de centrale as, zijn bestemd voor grondgebonden woningen waarbij in het plangebied ruimte is voor zogenaamde stedenbouwkundige 'specials'.

Qua woningbouwprogramma is in de ontwikkelingsovereenkomst opgenomen dat 25% van het aantal woningen huurwoningen moeten zijn, waarvan 50% in de sociale huursector (zie ook paragraaf 3.4). De bestaande waardevolle bomen worden gerespecteerd als ook de aanwezige bomenrijen aan weerszijden van het gebied. Het woongebied zelf en de centrale as zijn verkeersluw zoals hiervoor onder paragraaf 1.4. toegelicht.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

11

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 3.2.1 Hoogbouw In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (vastgesteld op 21 september 2015 door de gemeenteraad) is de actualisering van de Handreiking Hoogbouw als thematische uitwerkingsopdracht aangekondigd. De nieuwe Handreiking is door de raad vastgesteld op 11 september 2017 en vervangt de Handreiking uit 2007. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 15 meter) is meer dan een hoog gebouw. Hoogbouw willen we realiseren op die locaties waar het meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Met hoogbouw kunnen we verdichting mogelijk maken en daardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeteren. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is. De Handreiking Hoogbouw is een praktisch en bruikbaar middel voor initiatiefnemers van hoogbouw. De Handreiking beschrijft de methodiek die gevolgd zal worden bij hoogbouwinitiatieven die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. In het zuiden van het plangebied en mogelijk ook in het zuidoostelijk deel van het plangebied, is er ruimte om gestapelde woningen te bouwen tot een bouwhoogte van 15 m.

De handreiking is hierop niet van toepassing. 3.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.3.1 Historische geografie <0000> Het plangebied bevindt zich op het meest zuidelijke deel van de hoge gronden van de bebouwde kom van het huidige Tilburg, waarop de verschillende oude nederzettingen van Tilburg lagen. De zuidgrens werd gevormd door het beekdal van De Katsbogte, een waterloop die ontsprong bij de huidige samenkomst van de Rielseweg en de Oude Rielseweg waar zich vroeger een uitgestrekt drassig gebied bevond. Van de bron stroomde de beek door een vrij breed beekdal nagenoeg pal naar het oosten om ten zuiden van

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

12

<0000>

<0000>

<0000>

Broekhoven uit te monden in de Leij. Het plangebied werd nog door twee andere waterlopen doorsneden. In de omgeving van de huidige Stadssporthal ontsprong de Groenewoudse Loop die, deels evenwijdig aan De Katsbogte, in zuidoostelijke richting stroomde. Ter hoogte van het gehucht De Keel ontsprong een kleine waterloop die ten zuiden van Oerle uitmondde in de Oerlese Waterloop. In het beekdal van De Katsbogte lagen grote aantallen beemden (hooi- en graslanden), weidegronden en 'moerassen', van elkaar gescheiden door een groot aantal sloten. Het grootste deel van het plangebied behoorde echter tot de hooggelegen akkergronden van Het Laar (De Laersche Ackeren of Het Schijfke), die de westelijke uitloper vormde van het grootste, centrale akkercomplex van Tilburg (De Schijf). Er zijn aanwijzingen dat in dit gebied al in de twaalfde eeuw, en waarschijnlijk nog eerder, ontginningen plaatsvonden. Op de overgang van de hoge gronden naar het beekdal van De Katsbogte bevond zich een langgerekte, deels onbenaamde weg (Heining Straatje), vanwaar een groot aantal wegen en paden naar het noorden liep. Dit waren de Goirlsche Baan, het Goirlschen Pad en de weg langs de oostgrens van het plangebied, die vanuit Oerle via De Keel naar Goirle liep. De eerste weg kruiste in het uiterste zuidwesten De Katsbogte via een van de belangrijkste oversteekplaatsen, de zogenaamde Koningsvoort of Coninxvoort.

Meer naar het oosten lag in het verlengde van de Goirlschen Pad een andere oversteek, die bekend stond als Den Dam of Die Stappegoer. Tot ver in de twintigste eeuw bleef het plangebied overwegend een agrarisch gebied met slechts beperkte bebouwing. In het uiterste oosten lag het gehucht De Keel en op de overgang van de akkers naar het beekdal van De Katsbogte lagen enkele verspreide boerderijen. Langs de westgrens van het gebied werd in 1852 de Goirleseweg aangelegd, waarlangs in de loop van de twintigste eeuw steeds meer huizen van gegoede Tilburgers werden opgetrokken. In 1947 is langs de noordgrens van het plangebied de Ringbaan Zuid aangelegd als onderdeel van de Rijksweg 63 naar Breda. Direct ten zuiden hiervan is in 1939 de Koning Willem II-kazerne verrezen. In het noordwestelijke deel van het plangebied is in 1919 het Tilburgse Sportpark in gebruik genomen, waarna in 1957 op dit terrein een nieuw voetbalstadion is gebouwd. In 1992 werd dit stadion gesloopt en werd een nieuw stadion dat in 1995 werd geopend, gebouwd. In 1966 is ten zuiden van dit stadion de Stadssporthal geopend en zijn verschillende sportvelden aangelegd. Ten oosten van de kazerne is aan de Stappegoorweg een overdekt ijssportcentrum en het recreatiebad Stappegoor gebouwd.

Tenslotte is in de jaren tachtig van de twintigste eeuw het oostelijke deel van het plangebied opgevuld met de bebouwing van verschillende onderwijsinstellingen. Direct ten westen van deze gebouwen ligt het laatste stukje akkerland dat tot 2006 nog als zodanig in gebruik was.

3.3.2 Archeologie <0000> AMK: in of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen terreinen gelegen die zijn opgenomen in de AMK <0000> IKAW: het plangebied is niet gekarteerd op de IKAW. <0000> ArWaTi: het plangebied is gelegen in een zone met een hoge archeologische verwachting. <0000> Voor het grootste deel van het plangebied (waar in deze paragraaf gesproken wordt over het plangebied betreft dit het ontwikkeldeel) geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf de steentijd. Het plangebied is sinds de late Middeleeuwen tot het einde van de 20ste eeuw ongewijzigd als akkerland in gebruik geweest. Vanaf de volle Middeleeuwen is binnen het plangebied als gevolg van herhaaldelijke bemesting met plaggen opgehoogd en is een zogenaamd plaggendek ontstaan. Het plaggendek heeft ervoor gezorgd dat oudere resten zijn afgedekt en goed bewaard zijn gebleven. <0000> Voor het plangebied Willemsbuiten, direct ten zuidwesten van de kazerne, is in 2007 door BILAN achtereenvolgens booronderzoek, proefsleuvenonderzoek en definitief onderzoek uitgevoerd: BAAC 2015, M. Kooi, Tilburg, Stappegoor, Bewoning vanaf de bronstijd tot en met de nieuwe tijd langs de Katsbogte. BAAC-rapport F-10-0059. <0000> Voor het plangebied is in 2019 door BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd: Boer, E.A.M. de, 2019: Tilburg, plangebied PI Tilburg Ringbaan-Zuid.

Archeologisch bureauonderzoek, ’s-Hertogenbosch (BAAC rapport V-18.0348). Daarin wordt aan het totale plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend (neolithicum-volle middeleeuwen en Tweede Wereldoorlog-Koude Oorlog). <0000> In 2021 zijn naoorlogse delen van het kazerne- en gevangeniscomplex gesloopt onder begeleiding van een archeoloog van BAAC: Wal, A. ter, in prep.: Tilburg, plangebied PI Tilburg Ringbaan-Zuid. Opgraven landbodems – variant Archeologische begeleiding (AB), ’s-Hertogenbosch (BAAC rapport A-21.0002). <0000> Voor het plangebied heeft BAAC op 27 mei 2021 een Programma van Eisen opgesteld; projectnaam, voormalige penitentiaire inrichting Tilburg: IVO-Proefsleuven (IVO-P) met een eventuele doorstart naar een opgraving.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

13

<0000>

Totdat de AMZ-cyclus is afgesloten dient de dubbelbestemming waarde archeologie voor het gehele plangebied gehandhaafd te worden.

3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen <0000> In het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten. <0000> De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). In het plangebied komen geen panden voor uit die periode. <0000> De volgende waardevolle en/of kenmerkende objecten bevinden zich in de nabijheid van het plangebied: MIP-panden: Goirleseweg 38, 60, 62, 64, 66, 72, 74, 78, 80, 82, 108, 110, 112, 112A en 114; Stappegoorweg 221, ·Ringbaan Zuid 500. Architectuur en stedenbouw 1940-1970: Ringbaan Zuid 448-466 en 480-498; Tatraweg 3, Goirleseweg 44 (stadssporthal, gesloopt in 2014). <0000> Naast het oude wegenpatroon bevinden zich ook nieuwere lijnen en elementen (tot circa 1950) in het plangebied die historisch-geografisch waardevol zijn: de Ringbaan Zuid; Stappegoorweg-Professor Goossenslaan (het oude Goirlschen Pad); de Tatraweg (voorheen Nieuwe Goirleseweg); de Goirleseweg. <0000> Het voormalige kazernecomplex De Koning Willem II kazerne aan de Ringbaan Zuid 500 is in 1938 gebouwd ter ondersteuning van de verdediging van de grenslinies van Nederland. Er zijn aan het einde van de jaren ’30 een groot aantal nieuwe kazernes gebouwd aan de grenzen van Nederland met het oog op de dreiging van oorlog.

De kazernes, die veelal naar een ontwerp van kapitein der genie A.G.M. Boost (1900-1985) zijn gebouwd, hebben een basisopzet van poortgebouw, paviljoens voor de manschappen en een keukengebouw rondom een middenterrein. Rondom deze gebouwen zijn enkele kleine bijgebouwen neergezet. In 1993 is het kazerneterrein worden overgedragen aan de Rijksgebouwendienst die het terrein ging benutten als penitentiaire inrichting voor illegale vreemdelingen. PIT zoals de dienst genoemd werd zou tot 2017 hier verblijven, waarbij de laatste jaren de gevangen uit België kwamen. <0000> Uit de periode 1940-1970 zijn de volgende kenmerken van bovengemiddelde waarde in het plangebied Stappegoor bewaard gebleven: de Ringbaan Zuid; als stedelijke hoofdroute. <0000> Delen aan de periferie van het plangebied hebben een bijzondere stedenbouwkundige waarde. Het gaat daarbij om: het bebouwingslint Goirleseweg met villabouw in parkachtige tuinen. <0000> Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 en aanvullingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uit 2012 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling.

Bij het beoogde hergebruik van de uit 1938 daterende delen van de kazerne wordt in voldoende mate rekening gehouden met de cultuurhistorische kwaliteit van de planlocatie. Voor wat betreft de archeologie dient de dubbelbestemming waarde archeologie gehandhaafd te worden totdat de gehele AMZ-cyclus is doorlopen en gerapporteerd. Een groot deel van proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd (stand van zaken januari 2022). De eindrapportage is nog niet beschikbaar. Afhankelijk van de uitkomst zal in het vast te stellen bestemmingsplan de dubbelbestemming gehandhaafd blijven.

3.4 Volkshuisvesting Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de Woonvisie Tilburg 2015 en de Woonagenda 2020-2025. Hierin staan de thema's en trends in het wonen, zijn actuele knelpunten geduid en zijn de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de woonvisie en woonagenda wordt ingezet op de samenstelling en kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast blijft de nieuwbouwopgave voor Tilburg belangrijk vanwege de natuurlijke groei, gezinsverdunning en migratie. In de update stedelijke ontwikkelstrategie (januari 2018) zijn accenten gelegd ten aanzien van de kwalitatieve opgaven die we zien in de gemeente. Centraal in de Woonvisie staat de gemeentelijke opgave om te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus. De woonmilieus vormen de basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, waarin zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend bij de huishoudenssamenstelling, het inkomen en de mate van zelfredzaamheid van de inwoners. Maar ook passend bij de verschillende leefstijlen.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

14

We onderscheiden de volgende woonmilieus: Centrum-Stedelijk, Stedelijk buiten het centrum, Groenstedelijk, Dorps en Landelijk. Hierbij is sprake van een afnemende woningdichtheid, nabijheid en toegang tot voorzieningen en (OV-)bereikbaarheid. Binnen deze woonmilieus vinden verschillende leefstijlen een plek. Met voorliggende ontwikkeling wordt gebouwd in een groenstedelijk woonmilieu. Deze ontwikkeling levert een goede bijdrage aan de behoefte in de wijk. In de update stedelijke ontwikkelstrategie is ook aangegeven dat er behoefte is aan uitbreiding van groenstedelijke woonmilieus in de stad. In paragraaf 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking hebben we omschreven op welke wijze we regionaal afspraken maken over nieuwbouw en hoe het plan zich verhoudt tot de plancapaciteit. Ten aanzien van de kwalitatieve opgave waar we als stad voor staan benoemen we hier specifiek een aantal kwaliteiten waar we vanuit de woonvisie en de opgave in de stad waarde aan hechten. Woonadvies specifiek voor plangebied Bijzondere doelgroepen Het plan kan voorzien in 40 zorgeenheden voor intramurale zorg aan mensen met dementie. De behoefte aan kleinschalige wooninitiatieven voor deze doelgroep is groot. Het gaat om onzelfstandige wooneenheden.

Appartementen De appartementen kunnen in het bijzonder een bijdrage leveren aan de behoefte aan levensloopbestendige / nultreden woningen voor de doelgroep ouderen. De behoefte aan woningen voor deze doelgroep is groot. Betaalbare (huur)woningen In het bijzonder bij grotere gebiedsontwikkelingen wordt aangestuurd op een aandeel goedkope woningen. In het plangebied zijn 12,5% sociale huur (onder de aftoppingsgrens) voorzien. Levensloopbestendig / nultreden bouwen Als gevolg van de extramuralisatie van de zorg blijven ouderen en andere hulpbehoevenden langer zelfstandig thuis wonen. Door nieuwbouw zo veel mogelijk levensloopbestendig te realiseren kunnen zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk thuis (blijven) wonen. Een deel van de nieuwbouw wordt door deze nultreden te realiseren in het bijzonder geschikt voor deze doelgroepen. Dat geldt in ieder geval voor de appartementen.

3.5 Groen en speelruimte 3.5.1 Bomenbeleid Tilburg Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Daarom zijn onderstaande documenten vastgesteld: <0000> Bomenverordening 2021 <0000> Beoordelingscriteria houtopstanden <0000> Nota 'overige houtopstanden' <0000> Boomwaarde zoneringskaart 2017 <0000> Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen Deze documenten samen vormen het bomenbeleid van de gemeente Tilburg. Bomenverordening 2021 In maart 2021 is de Bomenverordening 2021 vastgesteld welke per september 2021 in werking is getreden. Deze verordening heeft geen betekenis voor projecten die ruim voor de vaststelling van de nieuwe verordening in voorbereiding waren, waaronder onderhavig project. Voor de beoordeling van de effecten op de bomen in dit plan kan aangesloten worden bij de Bomenverordening Tilburg 2017.

Deze verordening biedt het particuliere en het gemeentelijke bomenbestand bescherming door middel van een velverbod met bijbehorende regels.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

15

Boomwaarde zoneringskaart 2017 (BWZ-kaart) Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare en particuliere houtopstanden binnen de gemeente Tilburg. Op de BWZ-kaart krijgen bomen een waarde toegekend; zones met houtopstanden met een eco-, hoofd-, neven of basiswaarde en daarnaast is er de Buiten-zone. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen (bescherming tegen vellen), herplantplicht en straatbeeld. Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen (GLMB) Het hebben van een GLMB zorgt ervoor dat deze bomen voldoende juridische bescherming hebben via de Bomenverordening Tilburg 2007. Daarnaast krijgen deze bomen de hoogste prioriteit bij beheer en onderhoud. Wet Natuurbescherming (buiten grens bebouwde kom) In de gemeente Tilburg heeft de gemeenteraad de bebouwde kom ex artikel 4.1 Wet natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Voor bepaalde groepen houtopstanden die buiten deze komgrens staan, geldt op grond van de Wnb een verplichting. Bij velling in groepen houtopstanden met een grootte van meer dan 10 are of bij velling in een rij van meer dan 20 bomen, geldt een meldplicht aan Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Noord-Brabant. Daarnaast geldt een herplantplicht. Het college van Gedeputeerde Staten kan een velverbod opleggen.

Als er geveld gaat worden, dan is er op grond van de Wnb de eis, dat er ook weer een gelijk aantal houtopstanden terug wordt geplant. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan zal hiervoor ontheffing aan GS moeten worden gevraagd en elders (compensatie op grond van de Wnb) moeten worden herplant. De houtopstanden waarop de Wet natuurbescherming van kracht is, liggen in de zogenaamde Buiten-zone. Daar kan daarnaast ook een gemeentelijk velverbod op grond van de Bomenverordening gelden. Beide regelingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn. Maatregelen in bestemmingsplan De BWZ-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen waar bestaande houtopstanden mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de BWZ-kaart aangeduid als Boomwaardekaart (bijlage bij de regels). Bomen met een eco- en hoofdwaarde en monumentale bomen zijn op deze bijlagekaart opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15 meter uit het hart van de desbetreffende boom. Hiervan kan worden afgeweken indien uit een Bomeneffectanalyse volgt dat er geen schade aan de bomen ontstaat.

Een dergelijke BEA is uitgevoerd in gevoegd in de bijlage. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. In het plan is een centrale groene as opgenomen waarbinnen de te handhaven kazernegebouwen liggen. Om de groene structuur krachtt bij te zetten is het bouwen van bijgebouwen etc. beperkt.

3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

16

mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn.

Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040.

Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer). Het kazerneterrein is niet nader aangeduid op de kaart Stadsnatuur 2040. Bij de ontwikkeling wordt wel ingezet op het vergroten van de biodiversiteit. 3.5.4 Nota Ruimte voor Buitenspelen Naar aanleiding van de ambities uit de Kadernota Jeugd en de behoefte aan algemene voorwaarden ten aanzien van richtlijnen voor de aanleg van speelplekken is de nota Ruimte voor Buitenspelen (2003) opgesteld. Doel van de nota is dat de jeugd als volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte wordt geaccepteerd. Spelen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kind. De nota geeft o.a. een analyse van de formele speelruimte in Tilburg weer. Algemene voorwaarden ten aanzien van speelruimte (veiligheid, bereikbaarheid, spreiding, ruimtegebruik, inrichting) en programmering van de spelenplannen en inrichtingseisen van speelruimte komen aan de orde. Een minimumnorm voor formele speelruimte wordt gesteld om voldoende speelruimte te kunnen garanderen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatiegebieden (> 50 woningen), nieuwbouw en bestaande bouw.

Transformatiegebieden Er worden twee stappen doorlopen: 1. per hectare uitgegeven gebied wordt 300m2 van de ruimte gereserveerd voor formele speelruimte;

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

17

2. de huidige grondoppervlakte aan formele speelruimte per kind bedraagt voor Tilburg 7,2m2. Naar aanleiding van het aantal kinderen woonachtig in het transformatiegebied wordt bepaald hoeveel formele speelruimte er in een wijk/buurt gerealiseerd dient te zijn. Nieuwbouw Bij nieuwbouwgebieden wordt uitgegaan van stap 1. De inrichting van de formele speelplekken wordt gedaan aan de hand van de actieradius voor speelplekken. In de toekomst zal dit wordt gedaan naar aanleiding van gegevens vanuit het woningbouwprogramma waarmee een schatting gemaakt zal kunnen worden van het aantal kinderen dat in de nieuwbouwwijk komt te wonen (dit wordt in het kader van de uitvoering van de nota Ruimte voor Buitenspelen uitgewerkt). Bestaande stad Voor de bestaande stad wordt uitgegaan van een standstill-situatie. Dit betekent dat het bestaande oppervlak voor buitenspelen niet (verder) mag afnemen. Bij nieuwe stedenbouwkundige plannen dient reeds bij de nota van uitgangspunten (programma van eisen) de speelruimtenormering - zoals hierboven beschreven - te worden meegenomen. Dit geldt zowel voor gemeentelijke als particuliere plannen. Op deze manier worden formele speelplekken al vroegtijdig in het ontwerpproces meegenomen. Het kazerneterrein is een nieuwe ontwikkeling binnen de bestaande stad. In de centrale as komt een school waar rondom voorzien is in speelruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11591345/2