CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting ontwerpbestemmingsplan zonder bijlagen

Raadsvergadering 20 juni 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel BP Stappegoor 2013, 4e herz. (Willem II Kazerne)22.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen. Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen.

Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

33

natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.10.2 Analyse plangebied Het plangebied bestaat uit de voormalige kazerneterrein aan de Ringbaan Zuid 500. Binnen het plangebied zijn verschillende gebouwen gesloopt en worden gebouwen gerenoveerd.

De terreinen rond de gebouwen worden heringericht. De te renoveren panden betreffen de monumentale panden in het centrale deel van het plangebied. Op het terrein is door onderzoeksbureau Staro Natuur en Buitengebied onderzoek gedaan naar beschermde natuurwaarden. Daarvoor is eerst een quickscan en later een nader onderzoek uitgevoerd. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Regte Heide & Riels Laag op 3 kilometer afstand tot het plangebied. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied als gevolg van verstoring en fysieke aantasting op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Middels een AERIUS-berekening is eveneens aangetoond dat geen effecten op Natura 2000-gebieden ontstaan als gevolg van de uitstoot van stikstof (D. van der Hulst, 2020). Dit geldt voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het plangebied. Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de Groenblauwe Mantel, zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De dichtstbijzijnde gebieden die tot het Natuurnetwerk Brabant behoren, liggen op meer dan 500 meter van het plangebied.

Externe effecten op het Natuurnetwerk Brabant, zoals benoemd in artikel 3.16 van de Interim Omgevingsverordening, zijn gezien deze afstand en zeer beperkte externe invloed redelijkerwijs uit te sluiten. Soortenbescherming Vleermuizen, huismus en gierzwaluw Het plangebied ligt binnen het gebied waar het "Soortenmanagementplan Oude Stad Tilburg" van toepassing is en gebruik gemaakt kan worden van de gebiedsontheffing voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Door onderzoeksbureau Staro Natuur en Buitengebied is een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd binnen het plangebied (bijlage 9). Met de gegevens van dit onderzoek kan de ontwikkeling op het terrein onder de gebiedsgerichte ontheffing worden uitgevoerd. In voorliggend plan wordt voor de sloop van de aanwezige bebouwing gebruik gemaakt van deze gebiedsontheffing. Om te voldoen aan de ontheffingseisen zal men maatregelen in acht nemen. Deze maatregelen zijn enerzijds gericht op zorgvuldig werken en anderzijds op het creëren van vervangende verblijfplaatsen. De maatregelen staan uitgewerkt in het hoofdstuk ‘conclusies’. Algemene broedvogels (zonder jaarrond beschermd nest) In het plangebied zijn beplantingen aanwezig waar vogels in kunnen nestelen. Het gaat daarbij om vogelsoorten waarvan de nesten uitsluitend gedurende de broed- en nestperiode beschermd zijn.

Vaste, jaarrond beschermde nesten zoals roofvogel- en roekennesten zijn niet aanwezig. Deze beplantingen zullen moeten worden verwijderd voor de geplande ontwikkeling. Negatieve effecten op broedende vogels dienen te worden voorkomen door begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen te verwijderen buiten het broedseizoen. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. De Wet Natuurbescherming kent echter geen standaardperiode voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval is. De genoemde periode kan daarom slechts als vuistregel worden gehanteerd.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

34

Overige beschermde soorten De aanwezigheid van andere strenger beschermde plant- en diersoorten is op basis van habitatvoorkeur en algemene verspreidingsgegevens (NDFF) met voldoende zekerheid uit te sluiten. Hooguit zijn in het gebied soorten te verwachten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals huisspitsmuis, veldmuis, bosmuis, mol, gewone pad, bruine kikker etc. Tenslotte is voor alle soorten de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna van kracht. In het kader van de zorgplicht zijn echter geen specifieke voorzorgsmaatregelen verbonden aan dit plan. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling heeft daarnaast geen negatieve gevolgen voor beschermde NNB-gebieden. Ook heeft de ontwikkeling geen negatieve gevolgen ten aanzien van grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen op algemene broedvogels waarvan het nest tijdens de broedperiode beschermd is als: <0000> Er buiten het broedseizoen gewerkt wordt; <0000> Er vóór aanvang van de werkzaamheden een controle op broedgevallen wordt gedaan. Voor de ontwikkeling wordt met betrekking tot vleermuizen, huismus en gierzwaluw gewerkt met de gemeentelijke gebiedsgerichte ontheffing voor de Oude Stad Tilburg.

Door te werken volgens de voorwaarden vanuit de gebiedsgerichte ontheffing en het natuurinclusiviteits-principe zijn er geen belemmeringen om het project uit te voeren.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

35

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem Het plangebied ligt ten zuiden van de Ringbaan-Zuid, ten oosten van het Willem II-stadion en ten westen van IJsbaan Stappegoor. Ten zuiden van het terrein ligt de atletiekbaan van Atletiekvereniging Attila. De belangrijkste kenmerken van het gebied zijn weergegeven in tabel 1. Het plangebied betreft de voormalige gevangenis/kazerneterrein. Tabel 1: Gebiedskenmerken

Kenmerk

In plangebied

Stroomgebied Waterbeheerders

Katsbogte – Oude Leij Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel ca. 9 Ha ca. 15,60 m + NAP (zie afbeelding 1) ca. 12,20 m + NAP Ca. 3,5 m Zand, matig fijn tot matig grof Gemengde riolering Ringbaan Zuid, behalve ca. 400 m2 zuidwestelijke hoek met gescheiden riolering NL 20 De Katsbogte (zie afbeelding 5) Geen bijzonderheden (zie afbeelding 6)

Bruto oppervlakte Terreinhoogte Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Bodem Riolering

Oppervlaktewater Keur beschermde gebieden

De maaiveldhoogte ligt op circa 15,6 m + NAP en in de noordoosthoek loopt het maaiveld af naar 15,30 m + NAP, centraal tussen de bebouwing ligt het circa 10-15 centimeter hoger. Het terrein ligt gevoelig hoger dan de omgeving. Ten zuiden van het terrein loopt het maaiveld sterk af naar circa 14,7 m + NAP. De Ringbaan Zuid (15,50 m + NAP) aan de noordzijde en de Bernard Leenestraat (15,4 m + NAP) aan de zuidwestzijde van de ontwikkeling liggen iets lager. Afbeelding 1 geeft het maaiveldverloop weer.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

36

Afbeelding 1: Maaiveldhoogtes (bron: www.ahn.nl/ahn-viewer)

In Dinoloket zijn een aantal kenmerken van de bodem af te leiden. In het gebied zelf is 1 boring uitgevoerd, de locatie hiervan is weergegeven in afbeelding 2. Hier is matig fijn zand aangetroffen tot een diepte van 5 meter onder maaiveld, daaronder matig grof zand. Dit komt overeen met omliggende boorprofielen. De gemeente Tilburg heeft Stappegoor onderzocht. In het rapport ‘Bodemkundig / hydrologisch onderzoek Stappegoor’ (Arcadis, 31 aug 2005), is te zien dat het plangebied echter buiten de scope viel. Ervan uitgaande dat de algemene bodemomschrijving en waterhuishoudkundige situatie in hoofdlijnen ook voor het plangebied geldt, kan er geconcludeerd worden dat de daarin omschreven bodemopbouw kan afwijken van de omschrijving van Dinoloket: verspreidt in heel Stappegoor is het mogelijk sterk tot uiterst leemhoudend fijne zandlagen, in lagen waarvan de dikte varieert van 0,1 tot 1 m. In de noordelijke kant van Stappegoor kunnen er leemlaagjes aanwezig zijn op dieptes van ongeveer 1,5 m. Afbeelding 2: Locatie boorprofiel Dinoloket

De gemeente Tilburg beschikt over grondwaterkaarten (Geofoxx, 2019), hierin is onder meer de GHG aangegeven met hoogtelijnen. Het Willem II Kazerneterrein ligt op en binnen de hoogtelijn van 12,2 m + NAP. De ontwateringsdiepte is op basis van deze grondwaterkaarten circa 3,5 meter. De grondwaterstroming is grotendeels zuidoostelijk georiënteerd. Ten westen van de ontwikkeling is de grondwaterstand gemonitord, met behulp van een peilbuis (afbeelding 3) tussen 1958 en 1994 (geraadpleegd via Dinoloket). Hierin komen 4 uitschieters voor tot circa 13,0 en 13,1 m + NAP, circa 2,5 meter onder maaiveldniveau.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

37

Afbeelding 3: Locatie peilbuis Dinoloket

In het bovengenoemde bodemkundig / hydrologisch onderzoek is te zien dat de hoogste grondwaterstanden fluctueren tussen 11,80 en 12,40 m + NAP. De hoogste warden zijn gemeten in de noordwestelijke hoek van het onderzocht gebied. De gemiddeld hoogste grondwaterstand komt in hoofdlijnen overeen met de actuele grondwatermetingen en werd in bovengenoemd onderzoek vastgesteld tussen 11,80 en 12,00 m + NAP. In afbeelding 4 is het onderzochte gebied en de maatgevende hoogste grondwaterstanden.

Afbeelding 4: Gemiddelde hoogste grondwaterstanden

In de Ringbaan-Zuid ligt gemengde riolering waarop het Willem II kazerneterrein tot voor kort grotendeels afvoerde. Het terrein is inmiddels gesloopt en ligt grotendeels braak. Ook de historische gebouwen zijn niet meer aangesloten. Dit riool is onderdeel van bemalingsgebied Groenstraat en voert af door middel van gemaal Leijpark. Een klein deel in het zuidwesten wordt afgewaterd met een gescheiden riolering. Er is geen oppervlaktewater binnen het plangebied of in de directe omgeving. Ten zuidwesten van de ontwikkeling wordt de wijk Willemsbuiten uitgebreid. Hier worden water vuil- en regenwater gescheiden verzameld richting de bergingsvijver Stappegoor (Groenewoud III) waarna het via de Katsbogte (NL 19) richting de Oude Leij stroomt. In afbeelding 5 is het regionale oppervlaktewatersysteem weergegeven.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

38

Het plangebied bevindt zich op enige afstand van het dichtstbijzijnde beschermingsgebied waterhuishouding. De waterhuishouding van het bosgebied in Goirle en de omgeving van de Surfplas zijn beschermd. De omgeving van de beekdal van de Oude Leij is ook beschermd. De beschermde en attentiegebieden zijn weergegeven in afbeelding 6.

Afbeelding 5: Regionaal oppervlaktewater

Afbeelding 6: Locatie plangebied ten opzichte van de beschermingsgebieden keur

5.2 Beleidskader Het waterschap De Dommel heeft in 2015 het 'Waterbeheerplan Waardevol Water 2016 - 2021' vastgesteld. Dit plan is opgesteld vanuit de insteek van het waterschap: samen met gebruikers en (maatschappelijke) organisaties meerwaarde geven aan water. Dit doet het waterschap vanuit vier uitgangspunten: 1) beekdalbenadering 2) gebruiker centraal 3) samen sterker 4) gezonde toekomst Naast dit beheerplan beschikt het waterschap over verschillende beleidsregels en de Keur die van belang zijn voor eventuele ontwikkelingen.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

39

Het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (PMWP) is in 2015 door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Zowel het PMWP als het waterbeheerplan lopen parallel met de 2e termijn van de Kaderrichtlijn Water. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2020-2023. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd.

5.3 Duurzaam watersysteem Oorspronkelijk omvatte het plangebied het terrein van de gevangenis; naast de verschillende bouwblokken was het terrein nagenoeg volledig verhard. Enkele historische gebouwen worden gehandhaafd en duurzaam verbouwd. De overige bebouwing wordt / is inmiddels gesloopt en het plangebied wordt heringericht tot een woongebied. Het watersysteem is integraal afgestemd op de overige opgaven bij het opstellen van het stedenbouwkundige ontwerp. Daarbij zijn de belangrijkste uitgangspunten gesteld: <0000> Afkoppelen en gescheiden systeem voor een doelmatige verzameling en afvoer <0000> De regenwaterafvoer wordt zoveel mogelijk beperkt door zo min mogelijk afwaterende oppervlakken te creëren <0000> Oppervlakkige inzamelen en afvoer van regenwater <0000> Maximale combinaties groen-water maximaal voor kwalitatief goede leefomgeving <0000> Het plangebied is bui 8-proof en geen schade bij T100 <0000> Waterberging van 60 mm in groene daken, wadi’s en infiltratiesystemen <0000> Zorgvuldige keuze van vloerpeilen en terreinhoogten in verband met extreme neerslag <0000> Afvoer van overtollig regenwater via het bestaande regenwatersysteem van Willems Buiten De eigenaar van de grond is verantwoordelijk voor de keuze van de hoogten van het terrein en de vloerpeilen binnen de perceelgrenzen.

Deze terreinhoogten moeten afgewogen en gekozen worden aan de hand van de volgende aspecten: <0000> Minimale ontwateringsdiepte <0000> De water- en vochtigheid van alle ondergrondse bouwdelen dient te allen tijde voldoende voor de nieuwe functie van de ruimte <0000> De vuil- en regenwaterafvoer moet mogelijk zijn, waarbij regenwater bovengronds moet kunnen afstromen naar bovengrondse bergingsvoorzieningen en infiltratievoorzieningen <0000> Terreinhoogten moeten aansluiten op de bestaande aangrenzende percelen en op de (toekomstige) terreinhoogte van de openbare ruimte ter plaatse van de perceelgrens (T-hoogte) <0000> Geen afvloeiend regenwater afwentelen buiten de (toekomstige) percelen <0000> Afdoende bescherming tegen overstroming bij extreme neerslag Nieuwe watersysteem Het nieuwe watersysteem is geschetst in het kader van het voorlopige stedenbouwkundige ontwerp en verder in hoofdlijnen ontworpen in het kader van het ‘Waterhuishoudkundig plan’ (Akertech, concept van nov. 2020). In dit onderzoek zijn de verschillende wateraspecten inhoudelijk onderzocht en is de opmaat tot het ontwerp van het watersysteem in het kader van de gaande planuitwerking. De belangrijke aspecten, overwegingen en uitwerkingen zijn opgenomen in ‘Watertoets herontwikkeling Kazerneterrein Willem II’ (Akertech, 15 maart 2021) (bijlage 10). Dat is de basis om deze waterparagraaf op te stellen.

De beschikbare ontwateringdiepte (ca. 3,5 m) is ruim voldoende. De bodem bestaat vooral uit zand en hiermee is het gebied geschikt voor infiltratie van regenwater. Hierdoor is de kans gering op storende lagen, die last kan veroorzaken door schijngrondwaterspiegels. Er is dan ook geen behoefte aan aanvullende maatregelen om grondwateroverlast te voorkomen of mitigeren. De waterhuishouding van de beschermde en attentiegebieden wordt niet nadelig beïnvloed door de ontwikkeling door de gekozen hydrologisch neutraal watersysteem. De risico op verontreiniging wordt zo laag mogelijk gehouden doordat het toepassen van uitloggende bouwmaterialen uitgesloten is. De verontreiniging

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

40

van bodem- en oppervlaktewater wordt zo vermeden, als het regenwater valt op de afvoerende oppervlakten van daken en verharding en verder afstroomt. Regenwater en afvalwater worden gescheiden van elkaar gehouden en ook gescheiden verwerkt. Het vuilwater wordt ingezameld per pand aan de perceelgrens tot een aan te leggen vuilwaterriolering tot aan een opvoergemaal. Het afvalwater wordt geloosd op de bestaande riolering in de Ringbaan-Zuid. Het gebied ligt voldoende hoog ten opzichte van de omgeving. Afvloeiend regenwater uit de omgeving wordt gezien de hoogteligging niet verwacht. Vanuit de trits vasthouden-bergen-afvoeren is het wenselijk regenwater zoveel mogelijk vast te houden op de plek waar het valt. Waar water niet op perceelniveau vastgehouden kan worden is het goed mogelijk om dit in openbaar terrein in te vullen.

De verwerking van regenwater geschiedt door middel van: <0000> Vasthouden op de plek waar het valt door middel van vegetatiedaken <0000> Vasthouden op de plek waar het valt door middel van infiltratiekratten, of vergelijkbaar, ter plaatse van de 6 grote openbare parkeerkoffers (maatwerklocaties) <0000> Bergen in greppels en wadi’s op openbaar terrein <0000> Oppervlakkige afvoer vanaf de percelen richting openbare weg <0000> Oppervlakkige afvoer vanaf de openbare weg richting de greppels en wadi’s <0000> Verbindingen in / tussen greppels en wadi’s worden bovengronds uitgevoerd, duikers en regenwaterleidingen worden niet toegepast <0000> Een noodoverlaat in het zuidwesten van de ontwikkeling, aan te sluiten op het regenwaterriool van de wijk Willemsbuiten. Dit regenwaterriool voert af op de Katsbogte en uiteindelijk op de Oude Leij In het plangebied wordt een aantal historische gebouwen gehandhaafd en duurzaam verbouwd en dan ook inpandig afgekoppeld van de gemengde riolering. Eromheen worden woningen en een school gebouwd. De af te wateren oppervlakken zijn weergegeven in tabel 2. Vanuit het waterschap en de gemeente is de eis voor waterberging gesteld op 60 mm. Dit resulteert in een waterbergingsopgave van ca. 3.115 m3.

Tabel 2: Afvoerende oppervlakken

Versnippering van verschillende waterbergingssystemen moet beperkt worden. Zichtbaarheid van regenwater en participatie van bewoners wordt als uitgangspunt gehanteerd. Dat resulteert in een eerste opzet van het nieuwe watersysteem (afbeelding 7). De benodigde berging wordt verdeeld in verschillende systemen: vegetatiedaken, parkeerkoffers (ondergronds), greppels en wadi’s (tabel 3). In het plangebied is voldoende ruimte gereserveerd voor de aanleg van de benodigde waterberging. Eventuele aanpassingen in het plangebied, waarbij sprake is van toename van de afvoerende oppervlakken moeten rekening houden met dat de bestaande berging gebaseerd is op de bestaande oppervlakken, zonder enige strategische reserve voor zulke gevallen en dat de vigerende bergingseis bij de planaanpassing gerealiseerd moet worden.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

41

Afbeelding 7: Afwaterende oppervlakken en bergingsvoorzieningen Tabel 3: Verdeling bergingslocaties

Het regenwatersysteem wordt ontworpen op het bergen en afvoeren van een Bui 8 uit de Kennisbank Stedelijk Water zonder dat er water-op-straat optreedt en wordt getoetst bij bui 9 en 10 uit de Kennisbank Stedelijk Water. Daarnaast wordt er getoetst op extreme neerslag (T100 klimaatbui). Uit het concept peilenplan in ‘Overzicht afvoer regenwater’ (Concept 2019080-04) dat blijkt dat het plan nog niet volledig ‘T100-proof’ is, zoals bedoeld in het vigerende waterbeleid. Dat houdt in dat er geen water de bebouwing instroomt bij extreme neerslag. Het verder aanpassen van het bovengrondse systeem is weliswaar in dit stadium niet zinvol. Dat moet plaatsvinden in samenhang met de invulling van de openbare ruimte en de nieuwe bebouwing. Maar het inzichtelijk maken van deze randvoorwaarden over het gehele plan is een voorwaarde voor de omgevingsvergunning.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

42

Afbeelding 8: Opzet van het concept peilenplan

Bij overbelasting van het regenwatersysteem wordt het overtollig regenwater tijdelijk op lager gelegen gebied direct ten zuiden van het plangebied. In de uitwerking van het waterhuishoudkundig plan wordt nagegaan wat de gevolgen zijn bij extreme neerslag. Het maaiveld loopt ten zuiden van de ontwikkeling geleidelijk af, het risico op waterhinder ter plaatse van de atletiekbaan is bij extreme neerslag aanwezig. In het waterhuishoudkundig plan wordt de inrichting en dimensionering in detail uitgewerkt. Het stedenbouwkundig ontwerp houdt rekening met voldoende ruimte om de bergingsopgave en voorkomen van overlast. In de uitwerking wordt er verder opgelet dat het watersysteem blijft voldoen aan de uitgangspunten en opgaven. Onderdeel hiervan is een overzichtstekening met NAP hoogtes die het functioneren van het watersysteem (en dus ook de oppervlakkige afstroming) verduidelijkt.

5.4 Watertoets Deze ontwikkeling heeft een geringe impact op het watersysteem dankzij het toepassen van de uitgangspunten in het ontwerp. De ontwikkeling is ca. 9 Ha groot en valt daarom binnen het maatwerk dat de gemeente en waterschap hebben afgesproken voor grote ontwikkelingen. Dat is opgepakt door de ontwikkelende partij door een waterhuishoudkundig plan op te laten stellen. Omdat het een overwegend inbreidingsplan betreft, is er gekozen voor een intensieve interne samenwerking en daarna het waterschap te betrekken. Dat is informeel gedurende de planvorming en officieel is het plan inhoudelijk besproken in het overleg van 4 februari 2021. Het waterschap De Dommel geeft aan dat het plan akkoord is en voldoet aan de voorwaarden voor een subsidie in het kader van klimaatbuffers. Tijdens het overleg zijn afspraken gemaakt om deze waterparagraaf op te stellen en de subsidie aan te vragen. De Dommel geeft aan ivoorlopig akkoord te gaan met deze paragraaf en geeft in haar wateradvies een aantal aanpassingen / aandachtspunten. Die zijn voor zover relevant voor deze fase verwerkt in dit hoofdstuk welk formeel wordt beoordeeld in het kader van de watertoets.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

43

Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de Tilburgse bestemmingsplansystematiek, die primair ten behoeve van het opstellen van bestemmingsplannen door de afdeling Ruimte van de gemeente Tilburg is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). De systematiek is te vinden op www.tilburg.nl/ruimtelijkeplannen.

6.2 Standaard plansystematiek In dit bestemmingsplan is ervoor gekozen om de centrale as van het plangebied een Groen bestemming te geven waarbinnen de te handhaven gebouwen een afzonderlijke bestemming krijgen. Dit geldt ook voor het in het zuiden van het plangebied nieuw te bouwen appartementencomplex. Voor de centrale as geldt dat de bebouwingsmogelijkheden binnen de concrete bestemmingen begrensd worden door een nader aangeduid bouwvlak en erf (zie pargraaf 6.2.1.). Aan weerszijden van de centrale as en ten zuidoosten ervan, is de bestemming Woongebied opgenomen, waarbinnen de bebouwingsruimte niet door een nader aangeduid bouwvlak wordt omkaderd, maar waarin het bouwvlak nader wordt beschreven door de breedte van een bouwperceel en de afstand tot de achterste perceelsgrens. Hiermee creeer je een zekere flexibiliteit (zie paragraaf 6.2.2. e.v.). 6.2.1 Bouwvlak en erf De Tilburgse plansystematiek (en dus ook dit plan) maakt onderscheid tussen het bouwvlak en het erf. Het bouwvlak komt in principe bij alle bestemmingen voor. Uitzondering zijn de bestemmingen binnen het openbaar gebied. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen er eveneens worden gebouwd, uiteraard slechts voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Soms mag het bouwvlak volledig worden volgebouwd, soms niet.

Het eerste blijkt normaliter uit de planregels, het tweede wordt in de regel op de verbeelding weergegeven met een maatvoeringsaanduiding. In het erf mogen geen hoofdgebouwen worden opgericht. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn wel toegestaan, voor zover deze passen binnen de bestemming en de bouwregels. Voor de gebouwen in de centrale as is er specifiek voor gekozen om het erf te beperken tot die locatie waar mogelijk een eenlaagse uitbreiding mogelijk is. Op deze manier blijft de groene hoofdstructuur van de centrale as voldoende gewaarborgd en is het groen leidend qua inrichting. Dit is ook vertaald in de verbeelding door de tuinen bij de woongebouwen in het noordelijk deel van de centrale as binnen de groenbestemming te leggen en in de regels op te nemen dat de tuin niet als achtererfgebied kan worden aangemerkt. Daarmee is het niet mogelijk vergunningsvrij bouwwerken op te richten. Het binnenterrein tussen de oude kazernegebouwen was als appèlplaats het hart van de Willem II-kazerne. Deze ruimte zal straks ook het hart van het nieuwe woongebied worden. Daarbij wordt ernaar gestreefd om de “oude sfeer” waar mogelijk te herstellen. Belangrijke ingreep is de sloop van het relatief nieuwe gebouw, dat op het binnenterrein van het hoofdgebouw stond, waardoor de oorspronkelijke ruimte hersteld wordt.

Voor de inrichting wordt gestreefd naar een open karakter en een sterke vergroening. Daarbij is het belangrijk om de oude gebouwen in hun volle glorie zichtbaar te laten zijn. In dat verband wordt de toevoeging van bebouwing beperkt tot de tot 'erf' aangeduide gronden en wordt de bouw van andere gebouwen zo veel mogelijk uitsluiten (zie ook 6.2.5). Daarnaast heeft een en ander consequenties voor de toepassing van eventuele erfscheidingen. Hierbij wordt bij voorkeur uitgegaan van lage hagen om het zicht op de oude gebouwen zo veel mogelijk te waarborgen en het groene karakter te versterken. Met de aanduiding “tuin” binnen de bestemming “groen” wordt hierop aangesloten. Om de oude gebouwen ook vanaf de buitenzijde gezien mooi tot hun recht te laten komen, is deze regeling ook aan de buitenzijde van het complex toegepast. Het karakteristieke lage muurtje voor het hoofdgebouw (aan de zijde van de Ringbaan Zuid) blijft, als onderdeel van het oorspronkelijke beeld, gehandhaafd.). 6.2.2 Woongebied Binnen de woongebieden is ervoor gekozen het type woningen dat toegestaan is binnen de specifieke gebieden nader aan te duiden. Het komt erop neer dat gestapelde woningbouw uitsluitend binnen het

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

44

zuidoostelijk deel is toegestaan en dat hier geen patiowoningen mogelijk zijn. Voor het overige zijn vrijstaande, twee-aaneen, geschakelde en aaneen te bouwen woningen mogelijk. Het bouwvlak wordt bepaald door de breedte van het bouwperceel en de afstand van de achtergevelrooilijn tot de achterste perceelsgrens met een maximum van 12 m. Voor patiowoningen en gestapelde woningen geldt eenafwijkende regeling. 6.2.3 Bouwhoogte Voor de woongebieden geldt een standaard bouwhoogte van 11 m met uitzondering van patiowoningen (4 m en max 8 m tot 50% bouwvlak) en gestapelde woningen (15 m). Voor de overige bestemmingen is per bouwvlak de maximale bouwhoogte bepaald. 6.2.4 Goothoogte De goothoogte is meestal gelijk aan de maximale bouwhoogte of mag niet meer bedragen dan. 6.2.5 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor aan- uit- en bijgebouwen geldt dat bij de gebouwen in de centrale as uitsluitend binnen het erf eenlaagse bouwwerken toegestaan zijn. Binnen de woongebieden is het oppervlak aan bouwwerken afhankelijk van de perceelsgrootte. Hier geldt dat bouwwerken alleen voorzien mogen zijn van een platte dakafdekking.

6.3 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan zijn de volgende hoofdbestemmingen aanwezig: <0000> Wonen <0000> Woongebied <0000> Groen <0000> Maatschappelijk: binnen deze bestemming is de realisatie van het integraal kindcentrum mogelijk <0000> Gemengd; voor drie van de gebouwen in de centrale as geldt dat hier een diversiteit aan functies mogelijk is teneinde de verhuurbaarheid te optimaliseren <0000> Verkeer- en verblijf; deze bestemming regelt de hoofdontsluitingsroute. Binnen de woongebied zijn alleen erfontsluitingsmogelijkheden toegestaan. Binnen deze bestemmingen zijn diverse aanduidingen gebruikt. In het bijzonder worden hier de aanduiding "langzaam verkeer" en "speelterrein" aangehaald. Deze aanduidingen liggen rondom de beoogde schoolgebouwen in het centrale deel van de as. Het is de bedoeling dat het gebied groen wordt ingericht, maar dat er ruimte is voor spelen ten dienste van de school en ook de aanleg van de langzaamverkeersverbinding benadrukt wordt. Het speelterrein is ook toegankelijk voor de omgeving. Vandaar de hoofdbestemming Groen, met de nadere aanduiding speelterrein.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

45

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Doordat met initiatiefnemer een ontwikkelovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. In deze overeenkomst is tevens een artikel opgenomen waarin is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

46

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op 18 september 2020 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van de waterparagraaf intensief besproken met het Waterschap De Dommel. De paragraaf zoals opgenomen onder hoofdstuk 5 is in samenspraak met het waterschap tot stand gekomen. Een afzonderlijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro is niet meer noodzakelijk. Er zijn verder geen provinciale belangen gemoeid met dit bestemmingslan. Derhalve is afgezien van een afzonderlijk vooroverleg en is Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant in de gelegenheid te reageren op het ontwerpbestemmingsplan.

8.3 Omgevingsdialoog De omgeving is tot twee keer toe geïnformeerd worden over de ontwikkelingen. In verband met maatregelen inzake COVID 19 heeft dit in beide gevallen uitsluitend digitaal plaatsgevonden. In de periode 28 april 2020 tot en met 8 mei 2020 is het concept stedenbouwkundig ontwerp (d.d. april 2020) online beschikbaar gesteld. De mogelijkheid was geboden om vragen te stellen. Er zijn 9 vragen ingekomen welke kort na 12 mei 2020 zijn beantwoord. Daarnaast is de omgeving door middel van een presentatie van het plan op de gemeentelijke website www.tilburg.nl/stappegoor voor een tweede keer geïnformeerd . In de periode 19 april tot en met 5 mei 2021 was het mogelijk om reacties/vragen in te sturen. De omgeving is met behulp van een bewonersbrief geinformeerd over de presentatie en de mogelijkheid te reageren. Er zijn diverse reacties ingekomen. Met name van geinteresseerde kopers. Diegene die een concrete vraag had, is van een antwoord voorzien. Hiermee is de Omgevingsdialoog naar behoren verlopen.

8.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van invullen datum tot en met invullen datum. Tijdens deze periode zijn er invullen aantal zienswijzen ingediend. Deze worden hieronder zakelijk weergegeven, met daarbij het uiteindelijke standpunt van het gemeentebestuur ten aanzien van die zienswijzen. N.B: in verband met de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd weergegeven (zulks o.a. n.a.v. een bericht van de VNG van 2 oktober 2009).

Stappegoor 2013, 4e herziening (Willem II Kazerne)

47

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. Aanmeldnotitie m.e.r.

Bijlage 2 Lichthinderonderzoek Lichthinderonderzoek

Bijlage 3 Inventarisatie risicobronnen en verantwoording Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico

Bijlage 4 Standaard advies Brandweer Standaard advies Tilburg

Bijlage 5 Akoestisch onderzoek wegverkeer Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 6 Akoestische quickscan Ruimtelijke ordening en sportcomplexen Akoestische quickscan Ruimtelijke ordening sportcomplexen

Bijlage 7 Akoestisch onderzoek school KDV en BSO Akoestisch onderzoek school KDV en BSO

Bijlage 8 Notitie cumulatie (Notitie) Cumulatie

Bijlage 9 Notitie vleermuis gierzwaluw en huismus onderzoek Notitie vleermuis gierzwaluw en huismus onderzoek

Bijlage 10 Watertoets Watertoets herontwikkeling Kazerneterrein Willem II

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11591345/2