CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting ontwerpbestemmingsplan

Raadsvergadering 11 april 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016, 10e herziening (Lange Nieuwstraat 255)33.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Met name vanwege het niet stedelijke karakter gelden voor de dorpen afwijkende maten die opgenomen zijn binnen de afzonderlijke bestemmingen: Wonen - 1, Wonen - 2 en Wonen - 3. Ook in het buitengebied en op bedrijventerreinen geldt een afwijkende regeling.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

39

Structuurbeeld Plansystematiek 6.2.5 Goothoogte De toegelaten hoogte is in het algemeen gerelateerd aan de afstand tot de meest nabije gevels. In de meeste gevallen komt dit neer op een goothoogte die gelijk is aan de bouwhoogte. In de regels wordt de goothoogte dan ook meestal gelijk gesteld aan de bouwhoogte, tenzij op de verbeelding met een maatvoeringsaanduiding een andere goothoogte wordt weergegeven. Bij afwijkende woningtypes en in bijzondere situaties wordt van deze hoogteregels afgeweken en ´op maat´ bestemd. In het buitengebied gelden ten aanzien van goothoogten andere regels, die een lagere maximale goothoogte met zich brengen. 6.2.6 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Tenzij anders weergegeven is de volgende regeling van kracht voor woningen in stedelijk gebied: 1. oppervlakte: a. 20m2 indien erf kleiner is dan 50m2; b. 40% van erf met maximum van 60m2 bij erf tussen de 50m2 en 500m2; c. 80m2 bij erf tussen de 500m2 en 1000m2. 2. bouwhoogte: a. maximaal 3m bij plat dak; b. bij schuin dak goothoogte maximaal 3m; c. bouwhoogte maximaal 4,5m. N.B: op grond van de (landelijke) wettelijke regels voor vergunningvrij bouwen, kan er vaak meer gerealiseerd worden dan de bovenstaande standaardregeling doet vermoeden.

Deze regeling maakt deel uit van de plansystematiek, omdat het Tilburgse 'erf' en het in het Besluit omgevingsrecht gedefinieerde 'achtererfgebied' niet noodzakelijkerwijs samenvallen.

6.3 Bestemmingen en aanduidingen In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen aanwezig: <0000> Wonen; De woningen (met bijbehorende erven) die niet gelegen zijn in een lint hebben deze bestemming. Binnen de bestemming Wonen zijn uitsluitend grondgebonden woningen toegestaan, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' waar behalve grondgebonden woningen tevens één woning op de verdieping is toegestaan. Onder voorwaarden zijn tevens beroepsmatige activiteiten toegestaan als een aan huis gebonden beroep. Met afwijken via een omgevingsvergunning kan worden meegewerkt aan het Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

40

uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten. Hierbij moet worden gedacht aan activiteiten die inpasbaar zijn binnen een woonwijk en vrijwel geen overlast veroorzaken voor de directe omgeving. Qua uiterlijke verschijningsvorm dienen de beroepsuitoefeningen ondergeschikt te zijn aan de omgeving en wordt de oppervlakte die voor de beroepsuitoefening naar omvang beperkt. Wonen - Lint. Woonstraten aan de linten in de Oude Stad krijgen de bestemming Wonen - Lint. De regeling voor deze bestemming is vergelijkbaar met die van Wonen. Een verschil met Wonen is dat parkeer- en stallingsvoorzieningen in de bestemming Wonen mogelijk zijn. Dat is niet geval bij Wonen - Lint. <0000>

Binnen deze bestemmingen zijn de volgende aanduidingen gebruikt: <0000> Erf; Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels per bouwperceel aan- en/of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. <0000> onderdoorgang ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag de begane grondse bouwlaag niet worden bebouwd en dient een bepaald vrije hoogte te worden aangehouden. <0000> Luchtverkeerzone. Ten behoeve van een obstakelvrij start-en landingsvlak in verband met de vliegverkeersveiligheid is een bouwverbod opgenomen voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van een bepaalde hoogte. Daarnaast is de volgende dubbelbestemming aanwezig: <0000> Waarde-Archeologie. Indien binnen het plangebied sprake is van archeologische verwachtingswaarde worden deze gebieden aangegeven met de dubbelbestemming Waarde-Archeologie. De met de dubbelbestemming samenhangende archeologische belangen hebben daarbij voorrang op het belangen van de onderliggende bestemming.

6.4 Bouw- en gebruiksregels Bouwregels De bouwregels bevatten een uitgebreide regeling ten aanzien van het oprichten van gebouwen en overige bouwwerken in het plangebied (bouwvlak, erf, bouwhoogte, regeling bijgebouwen etc.). Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in bouwregels voor (hoofd)gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwwerken van algemeen nut. Gebruiksregels Bij de meeste bestemmingen worden regels omtrent het gebruik van gronden en bouwwerken gegeven, al dan niet aangevuld met een aantal afwijkingsmogelijkheden, wisselend per bestemming. Wijzigingsbevoegdheid Een aantal bestemmingsartikelen is aangevuld met een wijzigingsbevoegdheid t.a.v. bepaalde functies.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

41

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Doordat met initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

42

Hoofdstuk 8 Omgevingsdialoog en vooroverleg 8.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan 'Theresia-Loven-Besterd 2016, 10e herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)' op 26 februari 2021 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

8.2 Omgevingsdialoog De initiatiefnemers hebben in mei 2020 de omwonenden over de beoogde herontwikkeling van het plangebied geïnformeerd en hen om een reactie gevraagd. Daarbij zijn twee varianten voorgelegen, een variant met grondgebonden woningen en een gestapelde variant. Uit de reacties van de omwonenden werd duidelijk dat er een grote voorkeur is naar een invulling met grondgebonden woningen. De argumenten die daarbij werden gegeven waren als volgt: <0000> er zijn al veel studentenwoningen in de straat, daarom juist de voorkeur voor gezinswoningen. Dit zorgt voor een juiste balans; <0000> in appartementen komen geen gezinnen te wonen, juist aan gezinnen heeft de wijk behoefte, dit geeft een betere dynamiek; <0000> grondgebonden woningen zorgen in plaats van gestapelde woningen voor meer privacy; <0000> een invulling met grondgebonden woningen leidt tot minder wooneenheden, en daardoor voor minder verkeer in de straat en een lagere parkeerdruk. Naar aanleiding van de reacties van omwonenden is gekozen om de grondgebonden variant verder uit te werken. Deze uitwerking is vervolgens opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. In juli 2021 hebben initiatiefnemers met inachtneming van de Richtlijn Omgevingsdialoog de omwonenden wederom benaderd. Het project is nogmaals toegelicht. In reactie op deze brief zijn er drie reacties binnengekomen, allen positief.

Als bijlage 10 is een kort verslag van de participatie opgenomen.

8.3 Zienswijzen PM

Theresia-Loven-Besterd 2016, 10 herziening (Lange Nieuwstraat 255, Gasthuisring 28-30-30a)

43

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking

Bijlage 2 Parkeernormen Tilburg Parkeernormen Tilburg

Bijlage 3 Bureauonderzoek Archeologie Bureauonderzoek Archeologie

Bijlage 4 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 5 Akoestisch onderzoek rail- en wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek rail- en wegverkeerslawaai

Bijlage 6 Actualiserende bodemonderzoeken Actualiserende bodemonderzoeken

Bijlage 7 Quickscan Ecologie Quickscan Ecologie

Bijlage 8 Effectbeoordeling stikstofdepositie Effectbeoordeling stikstofdepositie

Bijlage 9 Nader ecologisch onderzoek Nader ecologisch onderzoek

Bijlage 10 Omgevingsdialoog Omgevingsdialoog

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking

1313

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Lange Nieuwstraat Tilburg

Zenzo Maatschappelijk Vastgoed

Projectnummer: 3239.01 Datum: 1 maart 2021

INHOUD

Pagina

1

Algemeen .............................................................................................................................. 1 1.1 Inleiding .................................................................................................................... 1 1.2 Ladder van duurzame verstedelijking ...................................................................... 2 1.3 Stedelijke ontwikkeling ............................................................................................ 2

2

Inhoudelijke toets ................................................................................................................. 3 2.1 Inleiding .................................................................................................................... 3 2.2 Behoefte ................................................................................................................... 3 2.3 Conclusie .................................................................................................................. 9 2.4 Bestaand stedelijk gebied ...................................................................................... 10

3

Conclusie ............................................................................................................................. 12 3.1 Algemeen ............................................................................................................... 12 3.2 Kwantitatieve behoefte.......................................................................................... 12 3.3 Kwalitatieve behoefte ............................................................................................ 12 3.4 Conclusie ................................................................................................................ 12

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

1

Algemeen

1.1

Inleiding

Buro Ontwerp & Omgeving

Op de hoek van de Lange Nieuwstraat en de Gasthuisring in Tilburg is een voormalig fabrieksterrein aanwezig. De locatie is momenteel bebouwd met verouderde fabriekshallen. Het voornemen bestaat om de bedrijfsbebouwing te slopen en hiervoor in de plaats veertien nieuwe grondgebonden woningen en één appartement te realiseren. Het plangebied is gelegen in de wijk Theresia, ten noorden van het centrum van Tilburg. Het plangebied wordt begrensd door de Gasthuisring aan de westzijde, (woonpercelen aan) de Lange Nieuwstraat aan de zuidzijde en woonpercelen, bedrijvigheid en kantoren aan de noorden oostzijde. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.500 m². Het voornemen bestaat om ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te verbeteren. Hiervoor zal het merendeel van de bebouwing in het plangebied worden gesloopt. Deze bebouwing is van dusdanig slechte kwaliteit dat het niet haalbaar is om de bebouwing te behouden en te renoveren. Daarnaast geldt dat de bebouwing geen bijzondere cultuurhistorische waarde heeft. Er wordt nog onderzocht of de bestaande werkplaats behouden kan blijven. In het kader van duurzaamheid bestaat wel de wens om zoveel mogelijk materialen die vrijkomen bij de sloop van de bebouwing her te gebruiken. Hetzelfde geldt voor de aanwezige bestrating.

Beoogde ontwikkeling plangebied In de plaats van de huidige bebouwing worden veertien nieuwe grondgebonden woningen en één appartement gerealiseerd. Deze kunnen zowel in de koop als vrije huursector worden aangeboden. Voorliggend rapport geeft een onderbouwing van de behoefte aan woningen in het kader van de Lader voor duurzame verstedelijking. 1

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

De volgende twee paragrafen van dit hoofdstuk geven een korte toelichting op het wettelijk kader dat geldt voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vervolgens volgt in hoofdstuk 2 de inhoudelijke toets aan de Ladder. Aansluitend volgt in hoofdstuk 3 de conclusie.

1.2

Ladder van duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen als procesvereiste in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

1.3

Stedelijke ontwikkeling Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro (artikel 1.1.1. onder i) opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. De realisatie van de woningen moet worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling, meer concreet een woningbouwlocatie. Overigens is de term ‘woningbouwlocatie’ niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld (ABRvS201407135/1/R1 en ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met 11 woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar woningbouwplannen voor 12 woningen wel. In voorliggend plan worden per saldo 15 nieuwe woningen gerealiseerd, wat dus moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Om die reden is een toets aan de Ladder noodzakelijk, waarin voorliggend document voorziet.

2

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

2

Inhoudelijke toets

2.1

Inleiding

Buro Ontwerp & Omgeving

In voorliggend hoofdstuk volgt de inhoudelijke toets aan de Ladder van duurzame verstedelijking. In de volgende paragraaf wordt uiteen gezet of het nieuwbouwplan voorziet in een behoefte. Vervolgens wordt in de derde paragraaf bezien in hoeverre de ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied.

2.2

Behoefte

2.2.1 Algemeen De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De gemeente Tilburg maakt voor wat betreft het woonbeleid deel uit van Hart van Brabant. De Brabantse Agenda Wonen beschrijft dat een sterke regionale woningmarkt belangrijk is om een aantrekkelijke regio te blijven, zowel op gebied van wonen als in economisch opzicht. Inwoners verhuizen binnen de regio, in de Brabantse Agenda Wonen spreekt de provincie over een regionale woningmarkt. Wonen moet dan ook steeds meer gezien worden als een regionale opgave, wat het belang aan regionale samenwerking vergroot. De regiogemeenten vinden het belangrijk om samen te werken aan het behouden en versterken van de rijke diversiteit aan woonmilieus. Vanuit dit regionale belang wordt nagedacht over: wat is goed voor de regio en hoe kunnen we zorgen voor een aantrekkelijk en goed woon- en leefklimaat in de regio? De woningmarkt functioneert op dit regionale schaalniveau, waarbinnen dan ook het leeuwendeel van de verhuizingen naar andere gemeenten plaatsvindt. Daarnaast is regionale samenwerking nuttig om kennis te delen over vergelijkbare problematieken zoals de woonvraag in kleine kernen, en het oplossen van vraagstukken over doelgroepen die ‘boven de lokale woningmarkt zweven’, zoals arbeidsmigranten, uitstroom Beschermd Wonen en woonwagenstandplaatsen.

Op basis van het voorgaande wordt de regio Hart van Brabant als het ruimtelijk verzorgingsgebied voor het plangebied aangemerkt. 2.2.2

Brabantse Agenda Wonen 2017 De provinciale Brabantse Agenda Wonen, d.d. september 2017, is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken.

3

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

De versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn daarbij belangrijke doelstellingen. Vanuit deze ambitie is het van provinciaal belang dat regionale woningmarkten goed functioneren en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Brabant. Vanuit deze insteek markeert en agendeert de Brabantse Agenda Wonen een aantal belangrijke opgaven voor de woningmarkt en nodigt ze gemeenten en andere bij het bouwen en wonen betrokken partijen uit om samen met de provincie een impuls te geven aan de (verdere) versterking en vernieuwing van de regionale samenwerking. Ten behoeve van de verwezenlijking van het Brabantse woonbeleid wordt een viertal actielijnen geformuleerd en een zestal richtinggevende principes. Deze actielijnen betreffen: • accent op duurzame verstedelijking; • meer nadruk op bestaande woningmarkt; • inzetten op vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; • versterken van regionale samenwerking en vernieuwen regionale woningbouwafspraken.

Accent op duurzame verstedelijking In het kader van een duurzaam verstedelijkingsbeleid en in lijn met (de principes van) de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is het van belang de mogelijkheden om het woningbouwprogramma in te zetten op binnenstedelijke (transformatie)locaties en voor het herbestemmen van leegstaand vastgoed optimaal te benutten. Bij alle demografische ontwikkelingen springen vooral de vergrijzing en de sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens in het oog. Ook wordt de opkomst van nieuwe woonvormen en -concepten aangehaald. Samenhangend met deze trends verschuift ook de oriëntatie van woonconsumenten (per saldo) naar het (binnen)stedelijk gebied van steden en dorpen. Het beleid is dan ook gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik. Daarbij wordt ruimte geboden aan ‘goede plannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. Ruim baan dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen. Versnelling is belangrijk, maar niet langs de weg van de minste weerstand. Veeleer is van belang na te gaan op welke wijze het wonen zo goed mogelijk kan bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van stad, dorp en regio.

Meer nadruk op bestaande woningmarkt Met de op termijn afnemende groei van het aantal huishoudens en de daarmee samenhangende afname van de behoefte aan nieuwe woonruimte zal de nadruk de komende tijd steeds meer (moeten) komen te liggen op de bestaande woningvoorraad. Het accent verschuift ‘van nieuwbouw naar vernieuwbouw’. Het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor (oudere) mensen met een zorgvraag, het benutten van de mogelijkheden die de bestaande vastgoed- en woningvoorraad biedt voor nieuwe woonvormen en -concepten en het energiezuiniger maken van de voorraad zijn belangrijke thema’s. 4

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

Inzetten op vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen Het is belangrijk dat het aanbod van nieuwe woningen en woonmilieus voldoende aansluit op de (veranderende) vraag. Als vraag en aanbod onvoldoende ‘matchen’, bestaat het risico dat plannen niet of niet op tijd worden gerealiseerd. Dit vraagt om een gevarieerd en flexibel planaanbod, met (blijvende) aandacht voor de betaalbaarheid en financierbaarheid van het wonen, een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met ruimte voor nieuwe, ook tijdelijke woonvormen. De wijze waarop mensen willen (samen)wonen en -leven verandert. De behoefte aan nieuwe, flexibele woonvormen en -concepten neemt toe, ondersteund ook door technologische ontwikkelingen. Flexwonen, ‘tiny houses’, zelfbouw, (collectief) particulier opdrachtgeverschap, groepswonen en nieuwe combinaties van wonen, werken en zorg zijn voorbeelden hiervan. Om in te kunnen spelen op de vraag naar nieuwe woonvormen en -concepten is het van belang dat er volop (experimenteer)ruimte wordt geboden aan dergelijke nieuwe en vernieuwende initiatieven. Juist ook omdat deze concepten veelal ‘van onderop’, vanuit de vraag, tot stand komen. Dergelijke initiatieven zullen in veel gevallen geschaard kunnen worden onder de noemer ‘ruim baan voor goede woningbouwplannen’.

Versterken regionale samenwerking Essentiële processen rond het wonen spelen zich voor een belangrijk deel af op regionaal schaalniveau. Meer en meer moet het wonen dan ook gezien worden als een regionale opgave. En gelet op de (toekomstige) vraagstukken en opgaven wordt het belang van regionale afstemming, afweging en afspraken alleen maar groter. Dit vraagt om (verdere) versterking van de regionale samenwerking en vernieuwing van het regionale afsprakenkader. Hierbij gaat het niet meer primair om ‘de aantallen’. Natuurlijk, kwantitatieve inzichten in de toekomstige groei (of afname) van de bevolking en de hiermee samenhangende ontwikkeling van de woningbehoefte zijn en blijven als richtinggevend kader van belang. Het accent in regionale samenwerking en regionale woningbouwafspraken zal de komende jaren echter (nog) meer komen te liggen op ‘de kwaliteiten’. Welke woningen bouwen we, voor wie én waar? In welke woonmilieus? Wat voegen we nog strategisch toe aan het bestaande? En om welke doelgroepen gaat het? Vragen ook over opgaven in de bestaande woningvoorraad, het benutten van binnenstedelijke bouwmogelijkheden en het realiseren van woonruimte in leegstaand vastgoed (‘ruim baan voor goede plannen’ als richtinggevend principe). 2.2.3

Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021 De Brabantse Agenda Wonen beschrijft dat een sterke regionale woningmarkt belangrijk is om een aantrekkelijke regio te blijven, zowel op gebied van wonen als in economisch opzicht. Hart van Brabant werkt in toenemende mate samen. Om de samenwerking te versterken wordt gewerkt aan een kwalitatieve afstemming van de woningbouwontwikkelingen in de regio. In ‘Perspectief op Wonen en Woningbouw 2021’, van 18 november 2020, is de regionale woningmarkt van Hart van Brabant verkend.

5

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

Geconstateerd wordt dat, ten opzichte van de cijfers uit 2017, de woningbehoefte als gevolg van de nieuwe prognoses van de provincie met 72% per jaar is toegenomen voor de komende tien jaar in de regio Hart van Brabant. Deze groei zorgt voor een vraag van jaarlijks 2.160 woningen in de regio, waarvan meer dan de helft in Tilburg (1.397). De plancapaciteit voor de komende tien jaar is momenteel onvoldoende voor de gewenste groei in die periode. Voor de gehele regio geldt dat de planvoorraad tot en met 2024 71% van de planvoorraad tot 2030 bedraagt. Dit betekent dat regionaal kansen voor nieuwe plannen gecreëerd moeten worden, vooral voor de langere termijn. Binnen de plancapaciteit is gekeken naar de kwaliteit van de planvoorraad (prijsklassen, gestapeld, grondgebonden). Tussen de gemeenten in de regio Hart van Brabant bestaan hier duidelijke verschillen in. Het plan is om de regionale afstemming op een andere manier vorm te geven door de gegevens van de kwaliteit van de planvoorraad te actualiseren. 2.2.4

Woonagenda Tilburg 2020-2025 Op 22 juni 2020 is de Woonagenda vastgesteld. De woonagenda is de actualisatie van de Woonvisie uit 2015. In de woonagenda worden vijf thema’s beschreven: aantrekkelijk, bestaanszekerheid, zelfredzaam, duurzaam en datagestuurd en wijkgericht. De agenda omschrijft een toenemende druk op de woningmarkt en nog een extra groei van het aantal huishoudens tot 2040 met name als gevolg van buitenlandse migratie. Zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van het wonen staan onder druk. Mensen hebben problemen om een woning te vinden. Dit geldt voor de koop als de huursector. De vraag gaat niet alleen uit naar meer woningen, maar ook naar meer geschikte woningen en woonvormen. In Tilburg is sprake van een toenemend aantal inwoners dat met een zorgvraag thuis woont. Dit zijn ouderen maar ook mensen die uitstromen uit zorgvoorzieningen. De huidige woningvoorraad is daar nog niet altijd op berekend. Dit betekent iets voor de nieuwbouwopgave, maar ook aanpassen en beter spreiden van huisvestingsmogelijkheden in de bestaande woningvoorraad. Spreiding is belangrijk omdat de concentratie aan kwetsbare burgers toeneemt in de sociale woningvoorraad. De gemeente wil verdere concentratie voorkomen met oog op het behoud van leefbaarheid in wijken en buurten. Het uitgangspunt blijft om zoveel mogelijk binnenstedelijk te realiseren.

Tot slot geeft de agenda aan dat een groot deel van de huidige woningvoorraad ook grootschalig moet worden verbouwd om klaar te zijn voor de Klimaat neutrale stad die de gemeente in 2045 wil zijn. Dit alles heeft impact op huurders en eigenaren. In de Woonagenda wordt een aantal thema’s benoemd die hieronder kort zijn samengevat. Aantrekkelijk In Tilburg, Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel moet voor iedereen voldoende keuze zijn. Ook moet er diversiteit zijn binnen wijken. Dat betekent dat mensen van verschillende leeftijden, met verschillende inkomens en woonwensen een fijne plek kunnen vinden. Wooncarrière moet mogelijk zijn binnen de wijk of het dorp. De gemeente wil een ongedeelde stad zijn met homogene buurten in heterogene wijken. Dit vraagt, nadrukkelijker dan voorheen, sturing geven aan de woonopgaven op wijk- en buurtniveau.

6

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

Bestaanszekerheid Voor inwoners is bestaanszekerheid essentieel. De zekerheid dat iedereen in de stad betaalbaar kan wonen is daarvan een belangrijk onderdeel. Het gaat om betaalbaarheid van de totale woonlasten voor alle inkomensgroepen in de stad. De laagste en middeninkomens zijn het meest kwetsbaar, maar ook starters op de woningmarkt hebben het moeilijk. Deze groepen vragen daarom specifieke aandacht. Zelfredzaam De groeiende groep ouderen in Tilburg moet zoveel mogelijk zelfredzaam kunnen zijn. Ook andere inwoners met een zorgvraag moeten in Tilburg zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. De gemeente zet zich in voor voldoende geschikte woningen en woonvormen in een passende woonomgeving voor deze vaak kwetsbare groepen. Ook hier kiest de gemeente voor een wijkgerichte benadering met oog voor de veerkracht van wijken. Duurzaam De duurzaamheidsambities van de gemeente gaan verder dan in 2015. Energiebesparing door aanpassingen aan de woning blijft belangrijk, maar het gaat daarnaast ook om het gebruik van duurzaam opgewekte energie en de voorbereiding op de warmtetransitie. Dit maakt dat de gemeente zich binnen het thema Duurzaamheid niet langer alleen richten op energie, maar ook klimaat en circulariteit. Datagestuurd en wijkgericht De doelen en indicatoren uit de programmabegroting hanteert de gemeente als basis in de Woonagenda.

Daarbij richt de gemeente zich meer dan voorheen op de specifieke opgaven op wijkniveau die bijdragen aan de opgave voor Tilburg. Om adequaat sturing te kunnen geven is dataregistratie een belangrijke voorwaarde. Binnen de bovengenoemde opgaven zijn concrete acties opgenomen. Deze betreffen: • De gemeente stuurt actief op diversiteit van het woningaanbod in de wijken. Door een gebiedsgerichte uitwerking van de opgave bouwt de gemeente aan de ongedeelde stad. De gewenste toevoegingen kunnen per wijk en zelfs per buurt verschillen. De gemeente wil daar op voorhand duidelijkheid over bieden voor ontwikkelende partijen, door dit uit te werken in gebiedsprofielen. • De gemeente houdt oog voor de aansluiting tussen vraag en aanbod. Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. Het gaat om voldoende aantrekkelijke woningen voor de inwoners van nu, maar ook om actief sturen door gericht aanbod voor toekomstige inwoners. Zo nodig verkent de gemeente voor de woningbouwopgave locaties in de zoekgebieden verstedelijking van de Omgevingsvisie 2040. • De gemeente legt de focus als eerste op de uitbreidingsopgave aan huur- en koopwoningen zoals geformuleerd in het Woningmarktonderzoek 2019. In het bijzonder maakt de gemeente afspraken met de corporaties over de ontwikkeling van de sociale huurvoorraad.

• De gemeente streeft samen met de corporaties naar 1.100 sociale huurwoningen in de planvoorraad. De gemeente neemt daarvoor onder andere bij projecten van meer dan 50 woningen als uitgangspunt een percentage van ten minste 20% sociale en 10% middeldure huurwoningen en werken dit nader uit op wijkniveau. Het is belangrijk dat de sociale woningvoorraad in de stad in eigendom is van de corporaties. 7

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

•

•

•

•

•

•

2.2.5

Buro Ontwerp & Omgeving

De gemeente faciliteert de huishoudensontwikkeling, maar deze ambitie gaat verder. De gemeente gaat uit van extra groei door toestroom en aantrekken van nieuwe inwoners. De brede ambities voor de stad worden vastgelegd in een stedelijke ontwikkelingsstrategie. Deze kan aanleiding zijn voor nieuwe accenten in het woonbeleid. De gemeente wil dat partners in de stad het bouwtempo vast kunnen houden en waar mogelijk versnellen. Daarom is het belangrijk dat de planvoorraad goed gevuld is en blijft. De gemeente streeft naar een minimale omvang van 10.000 woningen, waarvan de helft in harde plannen. De gemeente blijft nieuwe initiatieven in de keten stedelijke ontwikkeling integraal beoordelen. Door vroeg in het proces duidelijkheid te geven over het programma van eisen draagt de gemeente bij aan voorspoedige planvorming en betaalbaarheid. De gemeente heeft in het bijzonder aandacht voor mogelijkheden om voor ouderen geschikte woonvormen toe te voegen. De uitstroom van bijzondere doelgroepen uit voorzieningen faciliteert de gemeente door zowel het aanbod van als de toegang tot betaalbare huisvesting te verbeteren en door woonvormen toe te voegen. Deze opgave is urgent aangezien de wachtlijsten oplopen en de maatschappelijke kosten hoog zijn. Uitgangspunt voor duurzaamheid wordt de Transitievisie Warmte. Met corporaties maakt de gemeente afspraken in het Convenant Wonen 2020-2025.

De gemeente werkt samen toe naar klimaat neutraal in 2045. Ook met projectontwikkelaars, commerciële verhuurders en andere partners. De gemeente zet het programma voort waarmee ze particuliere woningeigenaren stimuleren en helpen bij het verduurzamen van hun woning. Samen met corporaties kijkt de gemeente naar de verduurzaming van blokken met zowel corporatie- als particulier eigendom.

Harde plancapaciteit en actuele behoefte gemeente Tilburg Uit het Woningmarktonderzoek Tilburg 2019 komt naar voren dat er anno 2019 circa 107.500 huishoudens wonen in de gemeente Tilburg, waarvan er 95.050 in de reguliere woningvoorraad. Mede samenhangend met de studentenpopulatie wonen er veel huishoudens met een laag inkomen in Tilburg. In het licht van de nieuwe provinciale prognoses is de huidige planvoorraad te klein. Met enige spoed moeten zachte plannen nu hard gemaakt gaan worden om het bouwtempo hoog te kunnen houden en aan te laten sluiten op de provinciale prognoses. In 2019 zijn er meer mensen op zoek naar een koopwoning dan dat er woningen in de bestaande voorraad vrijkomen. Dit geldt zowel voor grondgebonden woningen als voor appartementen. Uit cijfers van de NVM blijkt dat de spanning op de koopwoningmarkt is toegenomen. Door de demografische en economische ontwikkelingen neemt de behoefte aan koopwoningen de komende tijd verder toe. Het gaat met name om grondgebonden koopwoningen (zowel rijwoningen als vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen in verschillende prijssegmenten). In de periode 2019 tot 2025 gaat het om een toename van circa 2.100 tot 2.500 grondgebonden koopwoningen (bij de economische basisvariant).

Terwijl het aantal ouderen dat in grondgebonden koopwoningen woont toeneemt, worden er nieuwe jonge gezinnen gevormd die ook graag in dit woningtype willen wonen. In welke mate dit laatste het geval zal zijn, is afhankelijk van de 8

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

demografische en economische ontwikkelingen. Daarnaast neemt de behoefte aan huurwoningen met een huurprijs boven € 720 toe. In totaal gaat het om circa 680 tot 800 woningen in de periode 2019 tot 2025 bij de economische basisvariant, met een huurprijs tussen zowel € 720 en € 800 als € 800 en € 950. Het plan betreft vijftien woningen die zowel in de koop- als vrije huursector kunnen worden aangeboden. Het plan past daarmee binnen de gemeentelijke opgave.

In de bovenstaande figuur is indicatief aangegeven hoe het woningbouwprogramma op basis van cijfers uit 2019 aansluit bij de opgave in de gemeente Tilburg. Kwantitatief is dit programma voor de komende vijf jaar voldoende. Wel is er een kwalitatief aandachtspunt. Zo zijn er op dit moment veel appartementen in voorbereiding, terwijl er met name een grote vraag is naar grondgebonden woningen. De ontwikkeling van betaalbare nieuwbouw die aansluit bij de woonwensen wordt moeilijker door stijgende bouwkosten en de beschikbaarheid van locaties. De beoogde ontwikkeling van met name grondgebonden woningen draagt bij aan de woningbehoefte in Tilburg. 2.2.6

Conclusie

Kwantitatieve behoefte Uit de voorgaande paragrafen komt naar voren dat de woningbehoefte als gevolg van de nieuwe prognoses van de provincie met 72% per jaar is toegenomen voor de komende tien jaar. Deze groei zorgt voor een vraag van jaarlijks 2.160 woningen in de regio Hart van Brabant en jaarlijks 1.397 woningen specifiek in de gemeente Tilburg. Kwantitatief is dit programma voor de komende vijf jaar voldoende. Het is wel van belang dat zachte plannen nu met enige spoed hard gemaakt gaan worden om het bouwtempo hoog te kunnen houden en aan te laten sluiten op de provinciale prognoses. In het licht van de nieuwe provinciale prognoses is de huidige planvoorraad te klein. Met enige spoed moeten nu hard gemaakt gaan worden om het bouwtempo hoog te kunnen houden en aan te laten sluiten op de provinciale prognoses.

9

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

Kwalitatieve behoefte Navolgend volgt een toetsing van de beoogde ontwikkeling op het voormalig fabrieksterrein aan de Lange Nieuwestraat aan de kwalitatieve wooncriteria uit het provinciale, regionale en gemeentelijk beleid. Provinciaal beleid In het provinciale beleid ‘Brabantse Agenda Wonen’ ligt het accent op duurzame verstedelijking en meer concreet op binnenstedelijke (transformatie)locaties en het herbestemmen van leegstaand vastgoed. Er is dan ook ruim baan voor plannen met binnenstedelijke woningbouw. Het beleid is dan ook gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik. Daarbij is het van belang dat woningbouw aansluit op de vraag en er sprake is van een (flexibele) mix aan huur- en koopwoningen. Nieuwe woonvormen en concepten worden gestimuleerd. Met de realisatie van vijftien woningen op het terrein van een voormalige tandwielfabriek is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij verouderde bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw van woningen. Eén leegstaande werkplaats wordt herbestemd voor wonen. De woningen worden zowel in de koop- als vrije huursector aangeboden. Regionaal beleid Het regionale woonbeleid legt een sterke nadruk op voldoende sociale- en middeldure huurwoningen (en goedkope koopwoningen).

Door de regio Hart van Brabant worden afspraken gemaakt om de kwaliteit van de planvoorraad regionaal af te stemmen. De ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een woonprogramma met een mix van koop- en vrije huurwoningen. Gemeentelijk beleid In het gemeentelijk beleid wordt gefocust op de uitbreiding van huur- en koopwoningen, zoals geformuleerd in het Woningmarktonderzoek. Door de demografische en economische ontwikkelingen neemt de behoefte aan koopwoningen de komende tijd verder toe. Daarnaast neemt de behoefte aan huurwoningen met een huurprijs boven € 720 toe. Uit het Woningmarktonderzoek komt naar voren dat er meer mensen op zoek zijn naar een koopwoning dan dat er woningen in de bestaande voorraad vrijkomen. Terwijl het aantal ouderen dat in grondgebonden koopwoningen woont toeneemt, worden er nieuwe jonge gezinnen gevormd die ook graag in dit woningtype willen wonen. Deze ruimtelijke ontwikkeling voorziet in veertien grondgebonden woningen en één appartement die zowel de koop- als huursector kunnen worden aangeboden. Het voordeel is dat dit type woningen ook geschikt is voor andere doelgroepen. De ontwikkeling sluit hiermee aan op de kwalitatieve behoefte binnen de gemeente Tilburg.

2.3

Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”.

10

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

Buro Ontwerp & Omgeving

Het plangebied is gelegen binnen de kern Tilburg en wordt omringd door andere stedelijke functies zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel en horeca. In de huidige situatie zijn in het plangebied verouderde fabriekshallen aanwezig. Met het plan worden vijftien woningen binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd.

11

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

3

Conclusie

3.1

Algemeen

Buro Ontwerp & Omgeving

In voorliggend document is de herontwikkeling van de locatie aan de Gasthuisring en Lange Nieuwstraat 255 in Tilburg getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In de huidige situatie zijn in het plangebied verouderde fabriekshallen van de voormalig tandwielfabriek aanwezig. De huidige bebouwing is van dusdanig slechte kwaliteit dat het niet haalbaar is om de bebouwing volledig te behouden en te renoveren. Daarnaast geldt dat de bebouwing geen bijzondere cultuurhistorische waarde heeft. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van veertien grondgebonden woningen en één appartement. Per saldo is er dus sprake van een toename van vijftien woningen.

3.2

Kwantitatieve behoefte In het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de locatie is sprake van een grote behoefte aan nieuwe grondgebonden koop- en huurwoningen. De woningbehoefte neemt in de komende tien jaar als gevolg van nieuwe prognoses enorm toe. Deze groei zorgt voor een vraag van jaarlijks 1.397 woningen in Tilburg.

3.3

Kwalitatieve behoefte Uit het voorgaande komt naar voren dat de ontwikkeling in alle opzichte voldoet aan de kwalitatieve wooncriteria. In de regio Hart van Brabant en specifiek in de gemeente Tilburg is sprake een grote behoefte aan nieuwe grondgebonden huur- en koopwoningen. De voorgenomen woningen kunnen zowel in de koop- als vrij huursector worden aangeboden. Dit sluit aan bij de focus van het gemeentelijk beleid.

3.4

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat met het initiatief binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkellocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro).

12

Bijlage 2 Parkeernormen Tilburg Parkeernormen Tilburg

Parkeernormen Tilburg 2017 Gemeente Tilburg

November 2017

Auteurs:

John Swaans / Rogier Kuypers (Ruimte)

Datum:

8 november 2017

Inhoudsopgave 1.

Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg

3

1.1

Gemeentelijke kijk op parkeernormering

3

1.2

Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016

3

2.

Vaststellen parkeerbehoefte

4

2.1

Parkeernormen

4

2.2

Berekening parkeerbehoefte

4

2.3

Beïnvloeden parkeerbehoefte

6

2.4

Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling

7

2.5

Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets

7

3.

Vaststellen van de parkeereis

8

3.1

Voldoen aan de parkeereis

8

3.2

Vrijstelling parkeereis

9

3.3

Afkoopregeling

10

3.4

Afwijken van de parkeereis

11

4.

Uitvoeringsregels

12

4.1

Acceptabele loopafstanden

12

4.2

Afmetingen parkeerplaatsen

12

4.3

Waarborgen gebruik parkeervoorziening

12

4.4

Registratie parkeren op eigen terrein

12

5.

Juridisch-planologische inbedding

14

5.1

Bestemmingsplan

14

5.2

Inwerkingtreding

14

Bijlage1: Parkeernormen

15

Bijlage2: Zone-indeling parkeernormen

18

Bijlage 3: Spelregels afkoopregeling Parkeereis

19

Bijlage 4: Beleidsregel Toepassing Parkeernormen Tilburg 2017

20

1. Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg 1.1 Gemeentelijke kijk op parkeernormering Parkeerdruk en -overlast in de openbare ruimte leidt tot leefbaarheidsproblemen in een straat. Met deze nota Parkeernormen stuurt de gemeente Tilburg op de leefbaarheid en het gebruik van de openbare ruimte voor parkeren en hebben we als gemeente een middel in handen om bij nieuwe ontwikkelingen toekomstige parkeeroverlast te voorkomen. Het doel bij parkeernormen is ervoor te zorgen dat een nieuwe (her)ontwikkeling niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving. Het basisprincipe is dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, tenzij er mogelijkheden zijn om hiervan af te wijken waarbij geen parkeeroverlast voor de omgeving ontstaat. De Nota Parkeernormen 2017 speelt in op deze mogelijkheden. De focus is verschoven van de normen zelf en naar de wijze waarop we omgaan met de normen. Er wordt meer aandacht besteed aan een flexibele invulling van de parkeerbehoefte zoals het benutten van bestaande capaciteit en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door het bieden van aantrekkelijke mobiliteitsarrangementen, deelauto’s of goede fietsfaciliteiten.

1.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn:   

Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROWrichtlijn te hanteren; In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

3

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2. Vaststellen parkeerbehoefte 2.1 Parkeernormen De parkeernorm wordt beschouwd als een getal dat een zo goed mogelijke inschatting geeft van de te verwachte parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling. De Tilburgse parkeernorm is afgeleid van de parkeerkencijfers van het Kennisplatform CROW zoals deze beschikbaar zijn via de CROW Kennisbank bij de "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". Bij het hanteren van de parkeernormen gaan wij uit van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Met het uitgangspunt om uit te gaan van een minimale parkeerbehoefte voorkomen wij dat parkeren een onnodige druk op een bouwplan legt. Niet meer dan minimaal noodzakelijk. Het is aan de initiatiefnemer om zo nodig meer parkeerplaatsen te realiseren. De parkeernorm is inclusief het parkeren van de bezoekers van de functie. Het ‘aandeel bezoek’ geeft het deel van de norm aan dat beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernormen. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, hebben wij ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen.

Wanneer een specifieke functie niet voor komt in deze nota stelt de gemeente, gebaseerd op de kencijfers van het CROW of ervaringscijfers bij andere gemeenten, naar redelijkheid een parkeernorm vast. In bijlage 1 zijn de door de gemeente gehanteerde parkeernormen per functie voor verschillende zones in Tilburg weergegeven.

2.2 Berekening parkeerbehoefte 2.2.1 Rekenen met dubbelgebruik De parkeernormen zijn onderverdeeld in functies en geven per functie een indicatie van de omvang van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige situaties vindt een combinatie van functies plaats. In dat geval dient gekeken te worden naar de momenten in de week waarop per functie de parkeervraag zich voordoet. Omdat de parkeerbehoefte van een specifieke functie zich slechts op bepaalde momenten voordoet is soms dubbelgebruik met andere functies te realiseren, hetgeen uit het oogpunt van kostenbesparing en optimaal gebruik van spaarzame ruimte voor alle partijen wenselijk is. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende beoogde doelgroepen. Bij het rekenen met dubbelgebruik dient de vindbaarheid van de parkeerlocatie en de maximaal acceptabele loopafstanden voor de verschillende doelgroepen in acht te worden genomen.

4

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven commerciële dienstverlening detailhandel grootschalige detailhandel supermarkt sportfuncties binnen sportfuncties buiten bioscoop/theater/podium/etc. sociaal medisch: arts/maatschap/terapheut/consultatiebureau verpleeg/verzorgingstehuis/aanleuningwoning ziekenhuis patienten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs

werkdag werkdag werkdag koopochtend middag avond avond 50% 50% 90% 80% 10% 20% 80% 70% 100% 100% 5% 5% 100% 100% 50% 75% 30% 60% 10% 75% 30% 60% 70% 80% 30% 60% 40% 80% 50% 50% 100% 100% 25% 25% 50% 50% 5% 25% 90% 90% 100% 75% 10% 10%

werkdag zaterdag zaterdag zondagnacht middag avond middag 100% 60% 80% 70% 0% 60% 100% 70% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 0% 100% 0% 30% 0% 100% 40% 30% 0% 100% 100% 75% 0% 100% 25% 100% 0% 40% 100% 40% 0% 10% 10% 10%

50%

50%

100%

100%

25%

100%

100%

100%

60% 75% 100% 0%

100% 100% 100% 0%

60% 40% 0% 100%

60% 40% 0% 100%

5% 25% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

TABEL 1. AANWEZIGHEIDSPERCENTAGES VOOR HET VASTSTELLEN VAN DUBBELGEBRUIK

In bovenstaande tabel is een overzicht met aanwezigheidspercentages over de specifieke delen van de week opgenomen voor in deze nota voorkomende functies. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid van de richtlijnen van het CROW en worden toegepast in de parkeerbalans. De gemeente stuurt op het beschikbaar zijn en openbaar toegankelijk houden van parkeerplaatsen voor dubbelgebruik voor de verschillende doelgroepen. Bijzondere of lokale omstandigheden kunnen ertoe leiden dat voor specifieke projecten maatwerk moet worden toegepast. Dit is ter beoordeling aan de gemeente.

2.2.2 Rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen In een toekomstige woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn in theorie mogelijk voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk is gebleken dat een deel van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt. Dit leidt ertoe dat auto’s van bewoners op de openbare weg worden geparkeerd op plaatsen die voor bezoekers bestemd zijn. De gemeente hanteert bij een ontwikkeling groter dan 10 woningen de correctiefactoren voor parkeerplaatsen op eigen terrein zoals opgenomen in de volgende tabel.

Parkeervoorzieningen

Theoretisch aantal

Berekenings- Opmerkingen aantal

Enkele oprit zonder garage

1 of 2

1,0

oprit min. 5 m diep

Garage met enkele oprit

2

1,0

oprit min. 5 m diep

Garagebox (niet bij woning)

1

0,7

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,5

Dubbele oprit met of zonder garage

2–4

2,0

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

oprit min. 4,5 meter breed

TABEL 2. CORRECTIEFACTOR BIJ PARKEERPLAATSEN OP EIGEN TERREIN

5

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2.2.3 Regeling 'oud voor nieuw' Bij functiewijzigingen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, wordt op basis van de parkeernormen de parkeerbehoefte berekend. Daarbij hoeft niet gecompenseerd te worden voor een eventueel parkeertekort uit het verleden. Ook hier blijft het uitgangspunt dat door de bouwontwikkeling de parkeerdruk op het maatgevende moment in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed. Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is. Het betreft een normatieve vergelijking die op het maatgevende moment van de week het verschil in parkeerbehoefte tussen de oude en nieuwe functie inzichtelijk maakt. De voorwaarde om deze verrekensystematiek toe te passen is dat de bestaande of voorgaande functie tenminste 5 jaar geleden nog actief is geweest, waarbij de meest recente actieve functie leidend is.

2.3 Beïnvloeden parkeerbehoefte Er zijn mogelijkheden om de behoefte naar parkeren te beïnvloeden door het bieden en/of stimuleren van alternatieve vervoerswijze. Door het bieden van vervoersalternatieven wordt het autobezit en/of het autogebruik beïnvloed, wat zijn effect heeft op de parkeerbehoefte. Voorbeelden zijn zoals door de inzet van mobiliteitsmaatregelen bij bedrijven, het bieden van "Mobility as a Service"-concepten of door parkeerregulering (betaald parkeren) sturen op het autobezit en -gebruik. Enkele voorbeelden die effect hebben op het autobezit en autogebruik worden hieronder genoemd.

2.3.1 Sturen door regulering Op een aantal plekken In en rondom het centrum van Tilburg geldt parkeerregulering in de vorm van betaald parkeren in combinatie met parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven. Hierdoor parkeren doelgroepen op de juiste plaats. Met de uitgifte van vergunningen aan bewoners en bedrijven heeft de gemeente een middel in handen om te sturen in het gebruik van de openbare parkeerruimte. Er zijn restricties op het verkrijgen van vergunningen. Op deze manier is het mogelijk om de omgeving te beschermen tegen parkeeroverlast. Zie hiervoor de nulvergunningregeling in paragraaf 3.2.3.

2.3.2 Woningbouw: Mobility as a Service Mobility as a Service staat voor een mobiliteitsconcept, waarbij de consument mobiliteit inkoopt, in plaats van te investeren in transportmiddelen. Een essentiële verandering hierin is het concept van denken in service levels. Nieuwe services zullen een combinatie vormen tussen openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer en privé voertuigen. Steeds vaker worden "Mobility as a Service"-concepten ingezet bij woningbouwprojecten. Het inzetten van bijvoorbeeld deelauto's of zelfs deelscooters bij een (grootschalig) appartementencomplex is van invloed op het autobezit en daarmee de parkeerbehoefte. Op dit moment is het nog onduidelijk welk effect deze "Mobility as a Service"-concepten hebben op het autobezit onder toekomstige bewoners. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer te onderbouwen op welke wijze deze "Mobility as a Service"- concepten worden ingezet en welk verwacht effect dit heeft op de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.

6

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2.3.3 Bedrijven: mobiliteitsplannen Door het bieden en stimuleren van alternatieve vervoerwijzen beïnvloeden we het mobiliteitsgedrag van medewerkers en kan de parkeerbehoefte worden beperkt. Te denken valt aan: -

Inzetten op stimuleren fiets, lopen en/of het openbaar vervoer;

-

Samenwerken met andere werkgevers op het gebied van de mobiliteit van medewerkers (community);

-

Inzetten op poolauto's/deelauto's, carsharing door medewerkers.

Een uitgewerkt, onderbouwd en uitvoerbaar mobiliteitsplan kan van invloed zijn op de uiteindelijk benodigde parkeerbehoefte en kan dus leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte. In het mobiliteitsplan dient onderbouwd te worden hoe de maatregel van invloed is op het autogebruik en wat dit betekent voor de berekende parkeerbehoefte op basis van de parkeernorm. Een dergelijk mobiliteitsplan maakt vervolgens onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.

2.4 Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling Grote gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente vragen om anders om te gaan met de parkeerbehoefte. Bij dergelijke grote ontwikkelingen geven de parkeernormen een bestguess van de te verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Bij deze ontwikkelingen kan door de initiatiefnemer(s) een parkeervisie voor het betreffende gebied worden opgesteld welke als uitgangspunt dient voor het voorzien in de (toekomstige) parkeerbehoefte. Indien een dergelijke visie de goedkeuring van het stadsbestuur heeft gekregen, worden aanvragen van een omgevingsvergunning niet aan deze nota, maar op basis van deze parkeervisie getoetst. Het uitgangspunt in dergelijke gebiedsontwikkelingen blijft dat de omgeving wordt beschermd tegen overlast door uitwijkgedrag. Dit vereist afspraken over hoe bij deze ontwikkelingen op een gebiedsgerichte manier met het parkeervraagstuk wordt omgegaan. De Spoorzone is een voorbeeld van hoe de gebiedsgerichte parkeeroplossing tot stand kan komen bij een grote gebiedsontwikkeling.

2.5 Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. . Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate in de stallingsbehoefte wordt voorzien.

7

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

3. Vaststellen van de parkeereis De parkeereis wordt vastgesteld op basis van de berekende parkeerbehoefte, waarbij afronding naar een heel getal plaatsvindt. Enkele standaard vrijstellingsregels zijn van toepassing op kleine ontwikkelingen en ontwikkelingen in de binnenstad. Bij bouwontwikkelingen waarbij bestaande parkeercapaciteit verloren gaat moet het verlies van deze capaciteit worden gecompenseerd. Dit geldt zowel voor capaciteit op eigen terrein als in openbaar gebied. Het verlies aan parkeercapaciteit moet binnen het project zodanig worden gecompenseerd dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving.

3.1 Voldoen aan de parkeereis Het basisprincipe is dat een ontwikkeling in de parkeereis voorziet op eigen terrein. Wanneer niet (volledig) aan dit basisprincipe kan worden voldaan, moet de initiatiefnemer aantonen waarom realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is. In dat geval dient te worden bezien of een aanpassing van het bouwplan of mogelijk andere oplossingen kunnen leiden tot het wel voldoen aan de parkeereis op eigen terrein. In voorkomende gevallen kan het fysiek onmogelijk of onwenselijk zijn om op het eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren, maar bestaat wel de mogelijkheid om de parkeerbehoefte in de directe nabijheid van het bouwplan op te lossen. Wanneer op een andere wijze dan op eigen terrein aan de parkeereis wordt voldaan, moet de initiatiefnemer aangegeven hoe dit gebeurt.

a. Alternatieve private parkeeroplossing De parkeerbehoefte kan binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden opgelost op een privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan worden aangewend. Hierbij vragen wij een overeenkomst voor het gebruik van de private parkeervoorziening voor een periode van tenminste 10 jaar voor de betreffende ontwikkeling.

b. Benutten restcapaciteit omgeving Als blijkt dat de parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost dan is het mogelijk te onderzoeken of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is voor de (resterende) parkeerbehoefte. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in de directe omgeving, met toevoeging van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Onder de directe omgeving wordt in dit verband verstaan binnen een straal van 250 meter van de ontwikkeling. Van belang is dat hierbij niet alleen gekeken wordt naar de parkeerbehoefte van de bouwontwikkeling op de verschillende momenten van de week, maar dat tevens helder is wat de structurele beschikbare restcapaciteit in de omgeving is op de verschillende momenten van de week. De initiatiefnemer dient hiervoor voor eigen rekening een onderzoek te laten uitvoeren door een gespecialiseerd onafhankelijk bureau.

8

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

3.2 Vrijstelling parkeereis 3.2.1

Vrijstellingsregel kleine ontwikkelingen

Voor kleine bouwontwikkelingen in Tilburg wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Onder kleine bouwontwikkelingen wordt verstaan ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen. Indien de (toename van de) parkeerbehoefte bij een bouwontwikkeling niet meer dan 3 parkeerplaatsen bedraagt op het maatgevend moment volgt geen parkeereis. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling. Indien dit wordt besloten kan sprake zijn van plaatsing op de nulvergunningenlijst (paragraaf 3.2.3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11389588/1