05 Toelichting ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
3.2.2
Vrijstellingsregel bezoekersparkeren binnenstad
De binnenstad van Tilburg heeft een ruim aanbod aan collectieve gemeentelijke en private parkeergarages. Deze parkeergarages zijn bedoeld voor het faciliteren van de bezoekers aan de binnenstad en bewoners en bedrijven uit de binnenstad. Deze garages hebben op dit moment voldoende restcapaciteit en die zetten wij in om een extra parkeerbehoefte op te vangen. Daarom stellen wij geen parkeereis voor het bezoekersparkeren bij toekomstige ontwikkelingen binnen de ‘invloedssfeer’ van de openbare parkeergarage. Deze parkeervoorzieningen zijn beschikbaar voor de bezoekers wanneer de loopafstanden naar de eindbestemming acceptabel zijn. Voor wat betreft de vrijstellingsregel voor bezoekersparkeren hanteren wij een maximale loopafstand, uitgedrukt in een straal van 250 meter rondom de openbare parkeergarages. Deze vrijstellingsregel is mogelijk omdat: -
door het faciliteren van het bezoekersparkeren in de collectieve en makkelijk vindbare openbare parkeergarages wordt voorkomen dat het parkeeraanbod voor bezoekers van Tilburg versnipperd raakt, waardoor onduidelijkheid voor de bezoeker en daardoor (onnodig) zoekverkeer ontstaat.
-
het leidt tot een betere bezetting van de parkeergarages (benutten bestaande restcapaciteit);
-
bij bezoekersparkeren eenvoudig dubbelgebruik is te realiseren (flexibel en geen plaatsgarantie), het leidt tot het benutten van restcapaciteit en een betere exploitatie van de parkeergarages.
De restcapaciteit in de gemeentelijke parkeervoorzieningen wordt jaarlijks met behulp van de parkeerbalans voor de binnenstad geëvalueerd. Deze vrijstelling is daarom van toepassing zolang uit deze parkeerbalans blijkt dat de parkeerdruk in de gebouwde voorzieningen op een acceptabel niveau blijft.
9
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
AFBEELDING 3. INVLOEDSFEER OPENBARE PARKEERGARAGES BINNEN GEREGULEERD GEBIED (PER MEDIO 2017).
3.2.3
Nulvergunningregeling in gereguleerd gebied
Soms geven initiatiefnemers aan dat zij functies (zoals woningen) realiseren voor een doelgroep die geen of nauwelijks autobezit heeft. De parkeereis zet de haalbaarheid van sommige gewenste ontwikkeling onder druk en leidt in deze gevallen tot ongebruikte parkeerplaatsen. Om meer flexibiliteit te bieden in de parkeeroplossing kan in het gereguleerde gebied gebruik worden gemaakt van de "nulvergunningregeling". Dit betekent dat toekomstige gebruikers (en/of hun bezoekers) worden uitgesloten van het verkrijgen van parkeervergunningen. In lijn met de centrale gedachte wordt daarmee voorkomen dat de parkeerbehoefte van nieuwe ontwikkelingen wordt afgewenteld op de omgeving. Deze nulvergunningregeling kan alleen van toepassing zijn in gereguleerd gebied omdat het parkeren in die zone (Zone A) gereguleerd is. (zie bijlage 2: zone-indeling parkeernormen). In die zone is de keuze aan de initiatiefnemer om de ontwikkeling doorgang te laten vinden met of zonder (voldoende) parkeergelegenheid op eigen terrein. Voor woonfuncties biedt dit uiteindelijke kopers de mogelijkheid tussen een goedkopere woning zonder parkeerplaats of een duurdere woning met (gebouwde) parkeerplaats. Dergelijke bouwontwikkelingen worden geplaatst op de nulvergunninglijst en hebben vrijstelling van het voorzien in (voldoende) parkeerplaatsen op eigen terrein.
3.3 Afkoopregeling Er zijn ontwikkelingen denkbaar waarbij het niet mogelijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en waar geen beschikbaar alternatief in de omgeving kan worden gevonden. Dan zal de parkeervraag moeten worden opgelost in een nog te realiseren openbare parkeervoorziening. Dit kan in het openbaar gebied zijn of in een gebouwde parkeervoorziening, al dan niet door de gemeente geëxploiteerd.
10
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Indien een bouwplan niet in de parkeereis voorziet en er geen alternatieve mogelijkheden in de omgeving zijn betaalt de initiatiefnemer voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een bedrag ter compensatie aan de gemeente. De hoogte van het afkoopbedrag is vergelijkbaar met de gemiddelde kosten van het realiseren van een parkeerplaats op maaiveld of in een gebouwde voorziening. Dit is afhankelijk van de betreffende zone waarin het bouwplan wordt gerealiseerd en of het een maatschappelijke of commerciële ontwikkeling betreft. Het tarief voor afkoop wordt jaarlijks vastgesteld in het Tarievenbesluit. De tariefsopbouw voor afkoop is weergegeven in de volgende tabel. Parkeerzone Tarief
Indicatie (prijspeil 2018) Maatschappelijk
Commercieel
Basis van het afkoopbedrag
Zone A
Hoog
€ 10.000
€ 15.000
Uitgaande van een mix van de realisatiekosten van een gebouwde parkeervoorziening (onder- en bovengronds).
Zone B
Middel € 5.000
€ 7.500
Uitgaande van een mix van een gebouwde parkeervoorziening en een maaiveldterrein.
Zone C en D
Laag
€ 4.000
Uitgaande van parkeerplaatsen op terreinen en op straat
€ 2.000
TABEL 4. BEDRAGEN AFKOOPREGELING VOOR MAATSCHAPPELIJKE EN COMMERCIËLE BOUWPROJECTEN. (PRIJSPEIL 2018)
De gemeente hanteert hierbij het uitgangspunt dat de tarieven voor de afkoopregeling gelden volgens commerciële bouwprojecten tenzij door de initiatiefnemer gemotiveerd wordt aangetoond dat er sprake is van een maatschappelijke bouwproject met een openbaar belang en zonder winstoogmerk. De afkoop vindt eenmalig plaats bij het verlenen van de omgevingsvergunning van het betreffende bouwplan. De gemeente verplicht zich om met het afkoopbedrag binnen 10 jaar binnen een straal van 600 meter daadwerkelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Uit jurisprudentie blijkt dat voldoende aannemelijk dient te worden gemaakt dat het afkoopbedrag ook daadwerkelijk wordt aangewend om te voorzien in een oplossing voor het betreffende bouwplan. Dit betekent dat indien er sprake is van afkoop, er gezocht wordt naar passende oplossingen voor het bouwplan. Daarbij valt te denken aan het realiseren van extra parkeerplaatsen, het voor openbaar gebruik beschikbaar maken van afgesloten terreinen, het realiseren van fietsenstallingen of het geschikt maken van terreinen voor Park & Ride.
3.4 Afwijken van de parkeereis Afwijken van de parkeereis kan alleen indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis of afwijken van de tarieven volgens de afkoopregeling ligt bij het college.
11
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
4. Uitvoeringsregels 4.1 Acceptabele loopafstanden Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden zoals weergegeven in tabel 5. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptatie van loopafstanden vertoont marges en wordt medebepaald door de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. Maximaal acceptabele loopafstanden
Functie
Binnenstad
Buiten de binnenstad
250 - 300 meter
100 - 200 meter
(winkels, vrijetijdsvoorzieningen, zorgvoorzieningen, onderwijsinstellingen, etc.)
250 - 600 meter
100 - 250 meter
Werknemers
250 - 800 meter
250 - 800 meter
Wonen Bezoekers functies
TABEL 5. MAXIMAAL ACCEPTABELE LOOPAFSTANDEN PARKEERVOORZIENINGEN
Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen van het CROW. Vanwege de verdichting van steden en de hierdoor steeds schaarser wordende ruimte zal in de binnenstad een grotere loopafstand moeten worden geaccepteerd. De gemeente gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie. Hoe groter de maximale loopafstand des te meer flexibiliteit in het vinden van een geschikte parkeeroplossing.
4.2 Afmetingen parkeerplaatsen Bij de beoordeling of een te realiseren parkeerplaats voldoet aan de gestelde parkeernormen wordt de NEN-richtlijn (NEN-2443) en de richtlijnen opgenomen in de CROW Kennisbank in ASVV 2012, als toetsingskaders voor de minimale afmetingen gehanteerd. Alleen die parkeerplaatsen die voldoen aan deze richtlijnen worden bij toetsing van de vergunningaanvragen door de gemeente overgenomen.
4.3 Waarborgen gebruik parkeervoorziening Parkeervoorzieningen dienen te worden gebruikt door de beoogde doelgroep. Parkeerplaatsen voor bezoekers van functies dienen toegankelijk te zijn, bij voorkeur niet afgesloten van de openbare weg.
4.4 Registratie parkeren op eigen terrein Voor nieuwbouwontwikkelingen dat zij (in de basis) moeten voorzien in parkeren op eigen terrein. Om het gebruik van het parkeren op eigen terrein1 af te dwingen en daardoor extra 1
Het betreft hier functies die beschikken over een collectieve parkeervoorziening. Immers wordt bij
12
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
parkeerdruk in de omgeving te voorkomen, geldt dat nieuwe bouwontwikkelingen met parkeren op eigen terrein op de nulvergunningenlijst worden geplaatst. Dit geldt ook voor ontwikkelingen waar op dit moment nog geen parkeerregulering (betaald parkeren) in de omgeving geldt. Op het moment dat parkeerregulering wordt ingevoerd, komen gebruikers niet in aanmerking voor een vergunning. Zij worden geacht de parkeervoorziening te gebruiken die bij die functie hoort. Dit betekent dat (toekomstige) gebruikers van de functie worden uitgesloten van vergunningen. Uitgezonderd zijn de bouwontwikkelingen waar beschikbare restcapaciteit in de omgeving wordt benut voor het voldoen aan de parkeereis (paragraaf 3.1b).
parkeren op eigen terrein (oprijlaan, garagebox, e.d.) er al rekening mee gehouden dat een deel van de parkeerbehoefte wordt opgelost in het openbaar gebied.
13
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
5. Juridisch-planologische inbedding 5.1 Bestemmingsplan Voor de juridisch borging van de parkeernormen wordt vanuit de bestemmingsplannen verwezen naar de Nota Parkeernormen 2017 en wijzigingen daarvan in de toekomst (dynamische verwijzing). Voor het parkeren wordt een paraplubestemmingsplan opgesteld. Dit paraplubestemmingsplan komt dan in principe over alle nu geldende bestemmingsplan heen te liggen. In nieuwe bestemmingsplannen wordt vervolgens óf exact dezelfde regeling opgenomen als in het paraplubestemmingsplan óf juist een specifieke regeling voor dat plangebied. Vanuit het (paraplu)bestemmingsplan wordt een dynamische verwijzing opgenomen naar de Nota Parkeernormen. Het grote voordeel hiervan is dat bij een toekomstige wijziging in de parkeernormering het niet nodig is om ieder bestemmingsplan te herzien of om een nieuw paraplubestemmingsplan te maken. Naar verwachting zal in 2021 de nieuwe Omgevingswet in werking treden. Op basis van deze wet bereiden wij een omgevingsplan voor de gehele gemeente voor, die alle bestemmingsplannen vervangt. In het kader van dit omgevingsplan zal het mogelijk zijn om voor het grondgebied van de gemeente parkeereisen te stellen en vervalt deze Nota Parkeernormen als aanvullend kader doordat deze integraal in het omgevingsplan is opgenomen.
5.2 Inwerkingtreding Na publicatie treedt deze beleidsregel in werking en is deze toepasbaar voor bouwplannen passend in bestemmingsplannen waarin verwezen wordt naar deze nota Parkeernormen en voor bouwplannen passend in de bestemmingsplannen waarin een dynamische parkeerverwijzing is opgenomen. Voor bouwplannen passend in overige bestemmingsplannen zijn de parkeernormen uit deze Nota Parkeernormen van toepassing op het moment dat het paraplubestemmingsplan Parkeren in werking treedt.
14
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage1: Parkeernormen A. Hoofdgroep wonen Hoofdgroep Wonen
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
A 1,1
B 1,3
C 1,7
D 1,8
per woning
0,3
1,0
1,2
1,6
1,6
per woning
0,3
0,9
1,1
1,4
1,5
per woning
0,3
0,8
0,8
0,8
0,8
per woning
0,3
0,9
1,1
1,25
1,25
per woning
0,3
Serviceflat/aanleunwoning
0,3
0,8
0,9
1,0
per woning
0,2
Wooneenheid <35 m² bvo zelfstandig wonen Wooneenheid <35 m² bvo voor niet zelfstandig wonen Beschermde woonvorm/ verpleeg- en verzorgingstehuis
0,5
0,5
0,6
0,6
per wooneenheid
0,2
0,2
0,2
0,3
0,3
per wooneenheid
0,2
0,5
0,5
0,5
0,5
per wooneenheid
0,3
Grondgebonden woning of appartement (duur) > 130 m² bvo Grondgebonden woning of appartement (midden) 70 - 130 m² bvo Grondgebonden woning of appartement(goedkoop) <70 m² bvo Sociale woningbouw (appartementen sociale huur)* Sociale woningbouw (grondgebonden woningen sociale huur)*
Bezoekers- Opmerkingen aandeel
Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen bijvoorbeeld kamerverhuur of studio's bijvoorbeeld studentenwoningen
* De parkeernormen voor sociale woningbouw zijn gebaseerd op een gezamenlijk onderzoek van de drie woningcorporaties Tiwos, TBV Wonen en WonenBreburg (Parkeerbehoefte sociale huurwoningen Tilburg, Tiwos, Wonenbreburg, TBV Wonen, juli 2017). B. Hoofdgroep werken Hoofdgroep Werken
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
A 1,3
B 1,6
C 2,0
D 3,3
per 100 m2 bvo
20%
0,9
1,3
1,4
2,3
per 100 m2 bvo
5%
1,1
1,5
1,9
2,1
per 100 m2 bvo
5%
Bedrijf arbeidsextensief
0,4
0,5
0,7
0,8
per 100 m2 bvo
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
0,8
1,1
1,3
1,7
per 100 m2 bvo
5%
Commerciele dienstverlening met baliefunctie Commerciele dienstverlening zonder baliefunctie (kantoren) Bedrijf arbeidsintensief
15
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bezoekers- Opmerkingen aandeel
bijvoorbeeld industrie, laboratorium, werkplaats bijvoorbeeld loods, opslag, transportbedrijf gelijkwaardige mix van kantoren (zonder baliefunctie), arbeidsextensieven en intensieve bedrijven
C. Hoofdgroep winkelen en boodschappen Hoofdgroep Winkelen en boodschappen
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Bezoekers- Opmerkingen aandeel
Winkels binnenstad Tilburg (zone A) Winkels wijkcentrum
A 3,1 nvt
B nvt 3,3
C nvt 4,1
D nvt nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
99% 80%
Winkels buurtcentrum (incl. linten en solitaire winkels) Supermarkt Supermarkt XL
nvt
2,1
2,7
nvt
per 100 m2 bvo
70%
2,5 4,9
3,6 5,8
4,4 6,7
nvt nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
95% 85%
Bouwmarkt
nvt
1,5
2,0
2,2
per 100 m2 bvo
90%
Tuincentrum Meubelboulevard, woonboulevard, woonwinkels
nvt nvt
2,0 1,6
2,3 2,0
2,6 nvt
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo
90% 95%
Vb. Heijhoef, Blaak, Westermarkt, Wagnerplein. Vb. Bredaseweg, Korvelseweg, Berkel-Enschot verkoopvloeroppervlak > 2.500 m2 verkoopruimte buiten dient te worden meegerekend.
D. Hoofdgroep sport, cultuur en ontspanning Hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
A 1,2
B 1,8
C 2,4
D 3,2
per 100 m2 bvo
95%
Sporthal (binnen) met wedstrijdfunctie
+ 0,1
+ 0,1
+ 0,2
+ 0,2
per zitplaats
100%
Sportvelden
nvt
20,0
20,0
20,0
95%
Sportschool/dansstudio Museum Bibliotheek Bioscoop Theater Casino Welnesscentrum Tennishal/tennisbanen Zwembad (overdekt en openlucht) Ijsbaan Indoor speeltuin Volkstuin
0,9 0,3 0,2 2,2 5,8 5,2 nvt nvt nvt nvt 2,2 nvt
2,9 0,5 0,5 6,9 6,4 5,6 nvt 0,3 9,7 nvt 3,1 1,1
4,2 0,9 0,8 8,1 8,3 6,0 8,8 0,4 10,5 2,3 4,0 1,2
6,0 nvt 1,1 12,7 10,5 7,5 9,8 0,5 14,3 2,5 4,9 1,3
per hectare netto terrein per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 100 m2 bassin per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 10 tuinen
Hoofdgroep Horeca
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Cafe, bar, cafetaria Restaurant Hotel Hostel
A 4,0 8,0 1,5 0,3
B 4,0 8,0 2,6 0,7
C 5,0 12,0 4,2 2,2
D 5,0 12,0 6,3 4,4
Sporthal/sportzaal (binnen) zonder wedstrijdfunctie
Bezoekers- Opmerkingen aandeel sporthal voor (uitsluitend) een schoolfunctie heeft geen extra parkeervraag totale parkeervraag is dan de parkeervraag sporthal + de component voor het aantal zitplaatsen betreft een globale indicatie van de parkeerbehoefte
90% 95% 95% 95% 90% 85% 99% 90% 99% 99% 99% 100%
E. Hoofdgroep horeca
16
per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo per 10 kamers per 10 kamers
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bezoekers- Opmerkingen aandeel 90% 80% 80% 80%
gebaseerd op 3* hotel
F. Hoofdgroep gezondheidszorg Hoofdgroep Gezondheidszorg
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Huisarts (praktijk)
A 1,8
B 2,2
C 2,7
D 3,0
Apotheek Fysiotherapiepraktijk/consultatiebureau
2,0 1,0
2,5 1,2
2,9 1,5
nvt 1,7
Tandartsenpraktijk/Gezondheidscentrum
1,3
1,6
1,9
2,2
Ziekenhuis Crematorium/begraafplaats
1,3 nvt
1,5 nvt
1,6 26,6
1,9 26,6
Religiegebouw
0,1
0,1
0,1
0,1
per behandelkamer per apotheek per behandelkamer per behandelkamer per 100 m2 bvo per gelijktijdige plechtigheid per
Bezoekers- Opmerkingen aandeel 57% 45% 60% 50% 30% 99% 100%
bezoekersplaats
G. Hoofdgroep onderwijs Hoofdgroep Onderwijs
Zone
Zone
Zone
Zone Eenheid
Kinderdagverblijf (Creche)
A 0,8
B 1,0
C 1,1
D 1,4
per 100 m2 bvo
0%
Basisonderwijs
0,5
0,5
0,5
0,5
per leslokaal
0%
Voortgezet onderwijs
2,3
3,0
3,3
3,9
per 100 leerlingen
10%
Middelbaar Beroepsonderwijs (ROC)
3,2
3,8
4,2
4,9
per 100 leerlingen
7%
Hoger Beroepsonderwijs
6,3
6,9
7,5
8,9
per 100 studenten
70%
Universiteit
9,7
11,5
12,7
14,8
per 100 studenten
50%
Avondonderwijs
3,0
4,0
5,0
9,5
per 10 studenten
95%
17
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bezoekers- Opmerkingen aandeel exclusief parkeren bezoekers (Kiss&Ride) exclusief parkeren bezoekers. Indien gewenst aan te vullen met plaatsen voor halen en brengen volgens rekenmethode CROW.
Bijlage2: Zone-indeling parkeernormen
De afbeeldingen geven de situatie per november 2017 weer. Het gebied Zone A wordt bepaald door de grootte van het gebied van parkeerregulering conform het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren welke jaarlijks wordt vastgesteld.
18
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage 3: Spelregels afkoopregeling Parkeereis De ontvangen bedragen van derden in het kader van de afkoopregeling worden gestort in een voorziening "van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden" (artikel 44, lid 2 Besluit Begroting en Verantwoording). Zoals uit paragraaf 3.3 van de Nota Parkeernormen blijkt, gebeurt dit vanuit het volgende kader:
Het afkoopbedrag wordt in rekening gebracht bij derden bij verlening van de omgevingsvergunning voor de betreffende bouwontwikkeling; Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst betreffende de afkoop en de realisatie van een passende parkeeroplossing voor de bouwontwikkeling; Deze overeenkomst wordt schriftelijk tussen partijen vastgelegd; De vergunning wordt pas verleend nadat het verschuldigde afkoopbedrag door de aanvrager van de omgevingsvergunning is voldaan; Realisatie van parkeervoorziening vindt plaats binnen een straal van 600 meter van de beoogde (bouw)ontwikkeling; Realisatie van de parkeervoorziening vindt plaats binnen 10 jaar na datum verlening omgevingsvergunning; Eventuele terugbetaling van de vergoeding door de gemeente na 10 jaar (indien beoogde parkeervoorziening niet gerealiseerd wordt) gebeurt op basis van de nominale waarde (van eventuele rentevergoeding is geen sprake). Dit wordt eveneens opgenomen in de schriftelijke overeenkomst tussen gemeente en de ontwikkelende partij.
19
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage 4: Beleidsregel Toepassing Parkeernormen Tilburg 2017 Paragraaf 1: Wettelijk kader en doel De centrale gedachte bij het hanteren van parkeernormen is dat voorkomen wordt dat nieuwe bouwontwikkelingen leiden tot parkeeroverlast in de omgeving. Het wettelijk kader wordt gevormd door artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, artikel 3.2.1., tweede lid onderdeel a van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) en de artikelen 2.4 en 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor de juridisch borging van de parkeernormen wordt vanuit de Tilburgse bestemmingsplannen verwezen naar de Nota Parkeernormen. Een paraplubestemmingsplan is van toepassing op de bestemmingsplannen waar geen verwijzing naar de Nota Parkeernormen is opgenomen.
Paragraaf 2: Begripsbepalingen In het beleid parkeernormen wordt verstaan onder: Bouwontwikkeling:
Een bouw- of gebruiksontwikkeling waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend. Het kan gaan over een nieuwbouwontwikkeling, uitbreiding van een bestaande functie of functiewijziging.
Eigen terrein:
Het bouwoppervlak waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, daaronder begrepen het daarbij behorende terrein dat als parkeerterrein is bestemd.
Initiatiefnemer:
De initiatiefnemer en/of eigenaar van de grond en opstallen waarvoor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of strijdig gebruik is ingediend.
Maatgevend moment: Het moment waarop de functie(s) een maximale parkeerbehoefte heeft en/of de parkeerbehoefte zich het meest laat gelden. Ingeval bij nieuwbouw of functiewijziging een beroep wordt gedaan op eventuele restcapaciteit in de openbare ruimte dient daarbij tevens het maatgevend moment van deze openbare ruimte in ogenschouw te worden genomen. Mobility as a Service:
Mobility as a Service staat voor een mobiliteitconcept, waarbij consumenten mobiliteit inkopen, in plaats van te investeren in eigen transportmiddelen. Nieuwe concepten vormen een combinatie tussen openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer, deel- en privé voertuigen.
Nulvergunningregeling: Een regeling waarbij toekomstige gebruikers van een functie worden uitgesloten van het recht op één of meer parkeervergunningen. Parkeerbehoefte:
20
Het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit de toepassing van de parkeernorm, bestaande uit een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. De uitkomst is het aantal parkeerplaatsen dat voor een bouwontwikkeling benodigd is om in de behoefte te kunnen
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
voorzien. Parkeerdruk:
De parkeerdruk betreft de bezetting van de parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen.
Parkeernorm:
Het getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen minimaal moeten worden gerealiseerd bij een bepaalde functie en als basis dient voor het bereken van de parkeerbehoefte.
Parkeerovereenkomst: Overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Hierin worden de gemaakte afspraken over hoe in de toekomstige parkeerbehoefte wordt voorzien vastgelegd. Restcapaciteit:
Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk op straat onder de 85% is.
Paragraaf 3: Bepalen van de parkeerbehoefte a. De parkeerbehoefte wordt bepaald met toepassing van de normen zoals deze zijn opgenomen in het overzicht parkeernormen (bijlage) van de nota Parkeernormen. Er wordt geacht in de parkeerbehoefte te zijn voorzien indien wordt voldaan aan deze minimum norm. b. De parkeerbehoefte dient in beginsel op eigen terrein (ontwikkelkavel) te worden gerealiseerd. c. Onderscheid tussen vaste gebruikers en bezoekers: In het berekenen van de parkeerbehoefte wordt onderscheid gemaakt tussen het aandeel vast gebruik en het aandeel bezoekers. Het bezoekersdeel dat op eigen terrein wordt gerealiseerd dient vrijelijk toegankelijk te zijn. d. Dubbelgebruik parkeergelegenheid: Van dubbelgebruik is sprake als het gebruik van de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar is. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen dan worden toegepast. Het dubbelgebruik van het aandeel vast gebruik is slechts aan de orde indien de initiatiefnemer kan aantonen dat dit dubbelgebruik in de praktijk kan functioneren. e. Functiewijziging: Bij een functiewijziging wordt de additionele parkeerbehoefte bepaald door een normatieve vergelijking op het maatgevende moment ('regeling oud voor nieuw'). Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is.
Parkeerbehoeften van een functie welke langer dan 5 jaar niet actief is geweest worden buiten beschouwing gelaten. f. Berekenwijze parkeervoorzieningen bij woningen: In geval een initiatiefnemer privé parkeerplaatsen bij woningen realiseert waarop geen dubbelgebruik van toepassing is (garage, carport, e.d.), dan geldt bij een ontwikkeling van meer dan 10 woningen dat rekening moet worden gehouden met een correctie in de berekening van de parkeerbehoefte op basis van de correctiefactor (tabel 2). g. Fietsparkeren: Bij iedere bouwontwikkeling dient het voorzien van voldoende stallingsvoorzieningen onderbouwd te worden, waarbij de behoefte wordt ingeschat op basis van de kencijfers van de CROW, zoals opgenomen op de CROW Kennisbank. h. Beïnvloeden parkeerbehoefte: Er bestaan mogelijkheden om het autobezit en autogebruik te beïnvloeden. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwontwikkeling dient de initiatiefnemer te onderbouwen welk verwacht effect het de maatregel voor het beïnvloeden van het autobezit heeft op de parkeerbehoefte. i. Parkeerbehoefte gebiedsontwikkelingen: Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van grote ontwikkelingen geven de parkeernormen nog steeds een best-guess van de te
21
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Een door de initiatiefnemer opgestelde parkeervisie kan als uitgangspunt dienen in het voorzien van de (toekomstige) parkeerbehoefte indien deze de goedkeuring van de gemeente heeft gekregen.
Paragraaf 4: Bepalen van de parkeereis a. Parkeereis: De parkeereis wordt berekend op basis van de parkeernorm, waarbij afronding naar een heel getal plaatsvindt. De parkeereis dient in beginsel op eigen terrein te worden gerealiseerd. b. Compensatie verlies aan parkeercapaciteit: Als ten gevolge van de bouwontwikkeling bestaan parkeercapaciteit verloren, moet het verlies van deze capaciteit worden gecompenseerd, zodanig dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving. c. Alternatieve oplossing voor de parkeereis op eigen terrein: Voordat wordt beslist over een alternatieve oplossing dan de parkeereis op eigen terrein te realiseren zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat ook met een redelijk te achten aanpassing van het bouwvoornemen niet alsnog op eigen terrein kan worden voldaan aan de parkeereis. d. Parkeereis (deels) in de omgeving oplossen: In voorkomende gevallen kan het fysiek onmogelijk of onwenselijk zijn om op het eigen terrein parkeergelegenheid te realiseren, maar bestaat wel de mogelijkheid om de parkeerbehoefte in de directe nabijheid van het bouwplan op te lossen. Wanneer op een andere wijze dan op eigen terrein aan de parkeereis wordt voldaan, moet nauwkeurig aangegeven worden hoe dit gebeurt, bijvoorbeeld: I.
Alternatieve private parkeeroplossing: De parkeerbehoefte kan binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden opgelost op een naburig privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, door een privaatrechtelijke overeenkomst kunnen worden aangewend voor een periode van tenminste 10 jaar voor de betreffende ontwikkeling. II. Benutten restcapaciteit: Als blijkt dat de parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost dan kan worden onderzocht of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is waar de (resterende) parkeerbehoefte kan worden opgelost. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in de directe omgeving, met toevoeging van de parkeerbehoefte van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Onder de directe omgeving wordt in dit verband verstaan binnen een straal van 250 meter van de ontwikkeling. De initiatiefnemer dient hiervoor voor eigen rekening en risico een onderzoek te laten uitvoeren door een gespecialiseerd onafhankelijk bureau. e. Vrijstellingsregels van de parkeereis: Standaard vrijstellingsregels zijn van toepassing op kleine bouwontwikkelingen en bouwontwikkelingen in de binnenstad. I.
Vrijstellingsregel kleine ontwikkelingen: Voor kleine bouwontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen wordt geen parkeereis gesteld. Indien dit wordt besloten kan plaatsing op de nulvergunninglijst van toepassing zijn. II. Vrijstellingsregel bezoekersparkeren binnenstad: Er geldt geen parkeereis voor het bezoekersdeel van de parkeerbehoefte binnen de invloedssfeer van parkeergarages in de binnenstad. Als richtlijn voor deze invloedssfeer wordt een
22
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
straal van maximaal 250 meter rondom de openbare parkeergarages gehanteerd (afbeelding 3); III. Nulvergunningregeling: Er geldt vrijstelling van de parkeereis indien gebruik gemaakt wordt van de nulvergunningregeling. Deze regeling waarbij (toekomstige) gebruikers van de functie worden uitgesloten van parkeervergunningen, kan alleen worden toegepast in gereguleerd gebied (zone A).
Paragraaf 5: Afwijken van de parkeereis Ingeval de ontwikkeling niet in voldoende mate parkeerplaatsen op eigen terrein kan realiseren en geen alternatieve oplossing (in de omgeving) beschikbaar is, kan worden afgeweken van de parkeereis: a. Afwijken van de parkeereis is alleen mogelijk indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aantoont dat de parkeereis niet (volledig) kan worden opgelost. b. De bevoegdheid voor het afwijken van de parkeereis ligt bij het college en vereist altijd een onderbouwing van de initiatiefnemer. c. De initiatiefnemer betaalt bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor het betreffende bouwplan voor de niet gerealiseerde parkeerplaatsen een bedrag ter compensatie aan de gemeente (afkoopregeling). d. De gemeente verplicht zich om met het afkoopbedrag binnen 10 jaar binnen een straal van 600 meter daadwerkelijk extra parkeerplaatsen te realiseren. Dit betekent dat er op voorhand duidelijkheid bestaat hoe de oplossing eruit zal komen te zien. e. Gebruik maken van de afkoopregeling is geen recht van de initiatiefnemer; f. Indien wordt afgeweken van de parkeereis waarbij sprake is van een financiële bijdrage sluiten de initiatiefnemer en de gemeente vooraf een parkeerovereenkomst. Hieruit blijkt op welke wijze wordt voorzien in de toekomstige behoefte en welk afspraken partijen onderling hierover hebben gemaakt.
Paragraaf 6: Uitvoeringsregels a. Acceptabele loopafstanden: Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de CROW-publicatie. Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden (tabel 5). b. Afmeting parkeerplaatsen: Voor de afmeting van parkeerplaatsen wordt de NENrichtlijn (NEN-2443) en de richtlijnen zoals opgenomen op de CROW Kennisbank gehanteerd als toetsingskader. c. Toegankelijkheid parkeervoorziening: De parkeervoorziening dient te worden kunnen gebruikt door de beoogde doelgroep. Parkeerplaatsen voor bezoekers dienen vrijelijk toegankelijk te zijn. d. Nulvergunningenlijst: alle nieuwe ontwikkelingen in Tilburg die voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein worden op de nulvergunninglijst geplaatst. (Toekomstige) gebruikers van de functie(s) komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning voor straatparkeren. Hiermee wordt het gebruik van de eigen voorzien afgedwongen en wordt voorkomen dat de parkeerbehoefte wordt afgewenteld op het openbaar gebied.
23
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Paragraaf 7: Hardheidsclausule In die gevallen waarin strikte toepassing van deze beleidsregel tot een bijzondere hardheid leidt, kan het college van burgemeester en wethouders, bijvoorbeeld bij een zwaarwegend economisch of volkshuisvestingsbelang, ten gunste van de initiatiefnemer besluiten af te wijken van deze beleidsregel wanneer zij de realisatie van het initiatief belangrijker acht dan de (al dan niet tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid.
Paragraaf 8: Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregel treedt in werking daags na de publicatie van het vaststellingsbesluit in het gemeentelijk huis-aan-huisblad. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel Parkeernormen Tilburg”.
24
PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017
Bijlage 3 Bureauonderzoek Archeologie Bureauonderzoek Archeologie
Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg, Gemeente Tilburg
Opdrachtgever Buro Ontwerp & Omgeving Dhr. Jeffrey van Luttikhuizen, manager / planoloog Velperweg 157 • 6824 MB Arnhem 06 - 39 76 56 00 j.vanluttikhuizen@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer 203055 Kenmerk HAMA/GHRT/203055
Eindredactie/kwaliteitscontrole
E.E.A. van der Kuijl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
Paraaf
Datum
06-07-2021
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
Colofon Opdrachtgever
Buro Ontwerp en Omgeving
Project
Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg
Projectnummer
203055
Titel
Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg, Gemeente Tilburg
Datum en versie
06-07-2021, versie 2.0 (definitief)
Auteurs
Drs. E.E.A. van der Kuijl, ing. R. de Graaf (dtp, QGIS)
Kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Satellietfoto met het plangebied binnen het rode kader (PDOK).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
2 van 25
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.
2
3
Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 7
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek .......................................................................................... 7
1.4
Beleidskaders ................................................................................................................. 7
1.5
Administratieve gegevens ............................................................................................. 10
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 11 2.1
Landschapsgenese ....................................................................................................... 11
2.2
Historische ontwikkeling van het plangebied en haar omgeving .................................. 11
2.3
Archeologische waarden .............................................................................................. 13
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 16
Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 17 3.1
Conclusie en beantwoording onderzoeksvragen .......................................................... 17
3.2
Selectieadvies ............................................................................................................... 17
3.3
Beoordeling rapport ...................................................................................................... 17
3.4
Voorbehoud .................................................................................................................. 18
Geraadpleegde Bronnen ............................................................................................................... 19 Literatuur.................................................................................................................................... 19 Websites en overige bronnen .................................................................................................... 19 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 20
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
3 van 25
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 uitgevoerd voor de herontwikkeling van een bedrijvencomplex tot woningbouw aan het Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg, gemeente Tilburg (zie Afbeelding 1). De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 2.630 m². De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voordat woningen worden gerealiseerd (zie bijlage 1). De nieuwe ontwikkeling geeft een nog onbekende bodemverstoring, maar deze zal door aanleg van funderingen van de woningen en nutsvoorzieningen dieper gaan dan 0,80 m-mv.
Resultaten bureauonderzoek De ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzand waarboven zich bij een intacte of deels intacte bodem nog een plaggendek kan bevinden, gezien het historisch aantoonbare gebruik van het plangebied als akker. Door de hoge bebouwingsdichtheid die in de 20 e eeuw is gerealiseerd is en de onderzoeksresultaten van eerder archeologisch onderzoek rondom het plangebied, is gebleken dat de natuurlijke bodemopbouw ter plaatse van deze bebouwing is verstoord, de aanwezige laagopvolging is intact en antropogeen van aard. Daar waar het plangebied onbebouwd is, geldt in principe een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden. Mogelijk dat zich in het zuidelijk deel langs de Lange Nieuwstraat nog een deel van een herdgang uit de volle middeleeuwen bevindt. Deze dateert vermoedelijk uit de 11e eeuw. Aan de herdgang grenzende erven waren meestal rondom voorzien van greppels en houthakwallen om het vee buiten te houden. De geplande sloop van de bestaande bedrijfspanden en de nieuwbouw van woningen aan de Gasthuisring en de Lange Nieuwstraat zal gepaard gaan met grondroerende activiteiten dieper dan 0,80 m-mv. Resten uit de meer moderne tijd, 1929 en jonger staan nog ter plaatse. Archeologisch onderzoek naar deze resten is nagenoeg niet uitgevoerd. Alle informatie uit deze tijdsperiode is derhalve kenniswinst.
Ook sluit het aan bij de NOaA thema’s aangaande stadsvorming, mensmateriele cultuurrelaties e.d. Resten uit de daar voorafgaande periode; dat wat in 1929 gesloopt is, kan nog in de ondergrond aanwezig zijn1. . Selectieadvies Op grond van gemeentelijk beleid, de archeologische verwachting van het gebied, alsmede de bodemverstorende aard van de werkzaamheden die in het kader van de toekomstige ontwikkeling van het plangebied zullen worden uitgevoerd, is een verkennend veldonderzoek noodzakelijk om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling vast te stellen. Omdat het plangebied grotendeels is bebouwd wordt geadviseerd om 5 verkennende boringen in het onbebouwde deel van het plangebied te zetten, om de mate van intactheid van de bodem te toetsen. Voorafgaand aan een verkennend booronderzoek dient conform de BRL 4003 een Plan van Aanpak te worden opgesteld. Om de mate van intactheid van de bodem ter plaatse van de bestaande bebouwing te kunnen controleren, adviseren wij om in eerste instantie een bouwdossieronderzoek uit te voeren, afhankelijk van de beschikbaarheid van de bouwdossiers.2 Beoordeling rapport De resultaten van het bureauonderzoek zijn op 3 mei 2021 namens het bevoegd gezag, gemeente Tilburg, getoetst door drs. K.J. van den Berghe en mw. drs. M. Dutting. De opmerkingen op de conceptrapportage zijn verwerkt in deze definitieve versie van het rapport.
Een verkennend onderzoek wordt noodzakelijk geacht. De stad Tilburg is een product van de moderne tijd. Het jongere archeologische erfgoed maakt onlosmakelijk deel uit van het ontstaan en toekomst van de stad.3 Afhankelijk van de uitkomst van het verkennend booronderzoek kan het bevoegd gezag besluiten dat vervolgonderzoek(en) nodig zijn voor het in kaart brengen, de waardestelling en/of
1
Schirftelijke opmerking drs. K. van den Berghe, d.d. 3 mei 2021 Vanwege de Covid 19 maatregelen van het RIVM zijn veel bouwarchieven momenteel niet toegankelijk voor publiek. 3 Schriftelijke toevoeging drs. K. van den Berghe, d.d. 3 mei 2021 2
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
4 van 25
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
behoud van het archeologisch erfgoed.4 Voorafgaand aan het verkennend booronderzoek dient conform de BRL 4003 een Plan van Aanpak opgesteld te worden, dat ter toetsing zal worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Het verdient aanbeveling ook de gemeentelijk archeoloog van Tilburg (drs. K.J. van den Berghe) hiervan per direct in kennis te stellen.
4
Schiftelijke toevoeging mw. drs. M. Dutting, d.d. 3 mei 2021
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
5 van 25
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp en Omgeving een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 uitgevoerd voor de herontwikkeling van een bedrijvencomplex tot woningbouw aan het Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg, gemeente Tilburg (zie Afbeelding 1). De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 2.630 m². De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voordat woningen worden gerealiseerd (zie bijlage 1). De nieuwe ontwikkeling geeft een nog onbekende bodemverstoring, maar deze zal door aanleg van funderingen van de woningen en nutsvoorzieningen dieper gaan dan 0,80 m-mv.
Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied binnen het rode kader (PDOK).
Het plangebied maakt deel uit van de bebouwde kom van Tilburg. Op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ARWATI, 2003) wordt aan het areaal van de planlocatie een archeologische verwachting toegekend. In het bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 20165 heeft het plangebied ‘Waarde – Archeologie’. Bij alle grondwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 50 m² en tevens dieper reiken dan 60 cm-mv, dient te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek.6 Het plangebied dient vanwege de oppervlakteoverschrijding van de vrijstellingsgrenzen van het archeologiebeleid te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek conform SIKB BRL protocol 4002. Het bevoegd gezag, Gemeente Tilburg en de gemeentelijk archeoloog, dhr. drs. K. van den Berghe, hebben de resultaten van dit rapport op 3 mei 2021 getoetst.
5
6
NL.IMRO.0855.BSP2014006-e001 op www.ruimtelijkeplannen.nl Artikel 21.2.2 bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
6 van 25
Project Kenmerk
1.2
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? • In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? • Is aanvullend veldonderzoek door middel van boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk?
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: • Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) • beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); • beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); • beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); • het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); • het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gespecifieerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.
De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland • Geomorfologisch, geologisch, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologische Waarschuwingskaart gemeente Tilburg • Bestemmingsplannen • Digitaal beschikbare archeologische rapporten en publicaties in Archis3 of Dans-easy en indien niet aanwezig opgevraagd bij het bevoegd gezag.
1.4
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De Wamz is een wijzigingswet, waardoor o.a. de Monumentenwet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten zijn gewijzigd. Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
7 van 25
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats. Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van de AMZ-cyclus. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.
De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.
Provinciaal Beleid Hoofddoelen van het provinciaal beleid van Noord-Brabant: • Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed in situ (ter plekke) door gebiedsbescherming. • Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed ex situ (het depot), als behoud in situ onmogelijk blijkt. • Vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor archeologie in Brabant. De provincie heeft verder de rol van schatbewaarder met haar Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant is het plangebied gelegen in de bebouwde kom zonder provinciaal belang.7 Het plangebied heeft dus buiten de drie algemene regels, geen specifieke provinciale regels.
Gemeentelijk beleid Gemeente Tilburg beschikt over eigen archeologiebeleid. Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ARWATI) (2003) wordt aan het areaal van de planlocatie een archeologische verwachting toegekend. Het archeologisch beleid hierin is opgenomen in de bestemmingsplannen als dubbelbestemming. Conform het bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 20168 geldt voor het areaal van het plangebied een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,6 m-mv en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 50 m² (dubbelbestemming: Waarde - Archeologie).9 Het westelijk deel ligt in een dubbelbestemming met 'Waarde - Cultuurhistorie' welke mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de aldaar aanwezige cultuurhistorische waarden.10 Aangezien het bouwplan (zie bijlage 1) deze zone niet bebouwd, c.q. bebouwing wijzigt, is deze waarde voor de archeologie niet belangrijk.
7
https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 NL.IMRO.0855.BSP2014006-e001 via www.ruimtelijkeplannen.nl 9 Artikel 21.2.2 bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016 10 Artikel 22.1 bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016 8
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
8 van 25
Project Kenmerk
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
Afbeelding 2: Bestemmingsplankaart met het plangebied binnen het rode kader (ruimtelijkeplannen.nl).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
9 van 25
Project Kenmerk
1.5
: BO Archeologie Plangebied Gasthuisring en Lange Nieuwstraat te Tilburg : HAMA/GHRT/203055
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Uitvoerder Beheer en plaats documentatie Provincie, Gemeente, Plaats
Hamaland Advies Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Noord-Brabant, Tilburg, Tilburg
Bevoegd gezag
Gemeente Tilburg
Toetser namens het bevoegd gezag Adres, Toponiem
CMA/AMK Status en nr. Kadastrale gegevens
Dhr. drs. K. van den Berghe, gemeentelijk archeoloog Gasthuisring en Lange Nieuwstraat X,Y plangebied NO 133.640, 397.243 NW 133.542, 397.260 ZO 133.624, 397.204 ZW 133.591, 397.214 3,30-3,40 m+NAP, maaiveld op het onbebouwde gedeelte Geen Tilburg, percelen 10297, 11670, 12083, 16380, 16381
Archis3 Onderzoekmeldingsnummer
4925687100
Oppervlakte plangebied Huidig grondgebruik Toekomstig grondgebruik Geomorfologie, Extrapolatie Bodemtype, Extrapolatie Grondwatertrap Geologie Periode
2.630 m² Bebouwing, erf Woningbouw, erf Bebouwde kom, plaggendek op dekzand Bebouwde kom, podzolbodem en plaggendek Gereguleerd in de bebouwde kom Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden (dekzand) Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
RD-coördinaten
Hoogte plangebied
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933
10 van 25