CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen incl. bijl 13 c001 Reeshofweide

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Reeshofweide 201832.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19-07-2016). De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke- en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad.

Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer). 3.5.4 Nota Ruimte voor Buitenspelen Naar aanleiding van de ambities uit de Kadernota Jeugd en de behoefte aan algemene voorwaarden ten aanzien van richtlijnen voor de aanleg van speelplekken is de nota Ruimte voor Buitenspelen (2003) opgesteld. Doel van de nota is dat de jeugd als volwaardige medegebruikers van de openbare ruimte wordt geaccepteerd.

Reeshofweide 2018

18

Spelen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kind. De nota geeft o.a. een analyse van de formele speelruimte in Tilburg weer. Algemene voorwaarden ten aanzien van speelruimte (veiligheid, bereikbaarheid, spreiding, ruimtegebruik, inrichting) en programmering van de spelenplannen en inrichtingseisen van speelruimte komen aan de orde. Een minimumnorm voor formele speelruimte wordt gesteld om voldoende speelruimte te kunnen garanderen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen transformatiegebieden (> 50 woningen), nieuwbouw en bestaande bouw. Transformatiegebieden Er worden twee stappen doorlopen: 1. per hectare uitgegeven gebied wordt 300m2 van de ruimte gereserveerd voor formele speelruimte; 2. de huidige grondoppervlakte aan formele speelruimte per kind bedraagt voor Tilburg 7,2m2. Naar aanleiding van het aantal kinderen woonachtig in het transformatiegebied wordt bepaald hoeveel formele speelruimte er in een wijk/buurt gerealiseerd dient te zijn. Nieuwbouw Bij nieuwbouwgebieden wordt uitgegaan van stap 1. De inrichting van de formele speelplekken wordt gedaan aan de hand van de actieradius voor speelplekken.

In de toekomst zal dit wordt gedaan naar aanleiding van gegevens vanuit het woningbouwprogramma waarmee een schatting gemaakt zal kunnen worden van het aantal kinderen dat in de nieuwbouwwijk komt te wonen (dit wordt in het kader van de uitvoering van de nota Ruimte voor Buitenspelen uitgewerkt). Bestaande stad Voor de bestaande stad wordt uitgegaan van een standstill-situatie. Dit betekent dat het bestaande oppervlak voor buitenspelen niet (verder) mag afnemen. Bij nieuwe stedenbouwkundige plannen dient reeds bij de nota van uitgangspunten (programma van eisen) de speelruimtenormering - zoals hierboven beschreven - te worden meegenomen. Dit geldt zowel voor gemeentelijke als particuliere plannen. Op deze manier worden formele speelplekken al vroegtijdig in het ontwerpproces meegenomen. In het onderhavige geval wordt uitgegaan van een nieuwbouwgebied. Dit betekent dat per ha uitgegeven gebied 300m2 van de ruimte wordt gereserveerd voor formele speelruimte. De oppervlakte van het nieuwe woongebied bedraagt 9.744m2. Dit betekent dat er 292m2 aan speelruimte gereserveerd moet worden. Het groen tussen de patiowoningen bedraagt 2.930m2, exclusief parkeren. Dit betekent dat er meer dan voldoende voldaan wordt aan de normering zoals vastgelegd in de Nota Ruimte voor Buitenspelen.

3.6 Verkeer en parkeren 3.6.1 Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zetten we in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. Onze gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In onze nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben onze inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met onze aanpak willen we meer dan alleen verkeersstromen in goede banen leiden. We willen de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

3.6.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit Reeshofweide 2018

19

optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: <0000> Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROW-richtlijn te hanteren; <0000> In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; <0000> Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; <0000> Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; <0000> Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te

zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. 3.6.3 nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen en berekeningsmethode vastgelegd. Bij het hanteren van de parkeernormen wordt uitgegaan van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernorm. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, is ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte wordt rekening gehouden met zaken als dubbelgebruik, regeling 'oud voor nieuw', rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door maatregelen als regulering en mobiliteitsplannen bij bedrijven. Voor kleine bouwontwikkelingen wordt geen parkeereis gesteld. Kleine ontwikkelingen (ontwikkelingen met een (toename van de) parkeerbehoefte van maximaal 3 parkeerplaatsen) hebben in de regel een marginaal effect op een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Dit geldt ongeacht de locatie van de ontwikkeling.

Ligging plangebied: Reeshofweide is gelegen aan de westrand van woonwijk De Reeshof. Omschrijving van de wegen in en om het gebied: Het gebied wordt aan de westzijde begrensd door de Burgemeester Letschertweg. Het betreft een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, met een maximum toegestane snelheid van 80 km/h. Aan de Noordzijde ligt het Wilhelminakanaal, aan de zuidzijde Langendijk, een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een maximaal toegestane snelheid van 60 km/h. Aan de zuidoostzijde sluit de Langendijk aan op de Middeldijkdreef, een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 50 km/h. De grens van de bebouwde kom ligt op de Langendijk op 25 meter vanaf de Middeldijkdreef. In de vastgestelde bebouwde komgrens volgens de wegenverkeerswet is het gebied opgenomen binnen de bebouwde kom. Daarmee is het mogelijk om de feitelijke bebouwde komgrens te verplaatsen naar de plaats waar de Langendijk onder de Burgemeester Letschertweg door gaat. Bij de invulling van Reeshofweide moet worden uitgegaan van ligging van het nieuwe woongebied binnen de bebouwde kom. De bebouwde komgrens komt daarmee juist ten westen van de nieuwe toegangsweg naar de woningen te liggen. De maximaal toegestane snelheid op de Langendijk moet dan tot aan de nieuwe bebouwde kom grens worden vastgesteld op 30 km/h.

Fietsverkeer: De Langendijk is een Sternetfietsroute, welke via de Flaassendijk de verbinding met Rijen vormt. Langs de zuidzijde van het Wilhelminakanaal ligt een secundaire fietsroute. Ontsluiting van het gebied:

Reeshofweide 2018

20

De ontsluiting van het gebied verloopt via de Langendijk. De Langendijk is op Middeldijkdreef aangesloten via een secundaire aansluiting. De aansluiting van de Langendijk op de Middeldijkdreef moet in de huidige vorm met voor autoverkeer afgesloten middenberm op de Middeldijkdreef, gehandhaafd blijven om de leefbaarheid en veiligheid op de Langendijk te waarborgen. Ook een rechtstreekse aansluiting op de nabij gelegen rotonde is om dezelfde redenen niet mogelijk. Nieuwe straten in het plangebied worden gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, met een maximum toegestane snelheid van 30 km/h. Parkeren: De ontwikkelingen moeten voldoen aan het parkeerbeleid van de gemeente Tilburg. Voor het programma zijn de meest recent vastgestelde parkeernormen voor zone C van toepassing. Verwezen wordt naar de Nota Parkeernormen Tilburg 2017 zoals deze in bijlage 11 is toegevoegd. Openbaar Vervoer: het gebied is slecht bereikbaar met het openbaar vervoer. Op de Middeldijkdreef rijdt buslijn 4. De meest nabijgelegen bushaltes liggen op de Renkumlaan en de Middeldijkdreef, op een loopafstand van ongeveer 1km. Verder wordt verwezen naar de in de bijlage 2 bijgevoegde Reeshofweide, Verkeerstoets.

Reeshofweide 2018

21

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege kaderstelling: Voor deze ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: Besluit m.e.r. onderdeel D11.2: Kolom 1 Activiteiten: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Kolom 2 Gevallen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1e; een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2e; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3e; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.00 m2 of meer. Kolom 3 Plannen: De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet. Kolom 4 Besluiten: De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet. Dit bestemmingsplan behelst de bouw van 35 grondgebonden woningen, de aanleg van een volkstuinencomplex en de aanleg van nieuw natuurgebied. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig.

Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-MER als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Uit de als bijlage 8 bij deze toelichting 'Toetsing Wet Natuurbescherming van Eelerwoude 2017 blijkt dat nabij het plangebied geen Natura 2000-gebieden liggen. Het dichtstbijzijnde Natura

Reeshofweide 2018

22

2000-gebied voor de Oude Leij betreft het gebied Regte Heide & Riels Laag en is gelegen op een afstand van 4,9 km vanaf het plangebied. Voor Reeshofweide betreft het gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen is dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met een tussenliggende afstand van 7 km. Gezien de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied Oude Leij en Reeshofweide en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura-2000-gebieden, worden er geen negatieve effecten verwacht die invloed hebben op habitattypen of aanwezen soorten. Een nadere toetsing is niet noodzakelijk. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: -belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 Wet milieubeheer. De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2.

Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben;

Toetsing: 1.

2.

3.

Fysieke kenmerken van het plan/project: Het plan heeft betrekking op de bouw van 35 grondgebonden woning, de aanleg van een volkstuinencomplex en de aanleg van nieuwe natuurgebieden. Plaats van het plan/project: Het plangebied ligt ten westen van de wijk De Reeshof in het gebied Reeshofweide ten oosten van de tangent en het gebied De Lange Rekken ten westen van de Tangent. Het plangebied bevindt zich op circa 7 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied. Zoals in paragraaf 4.9.2 is aangegeven bestaat het grootste deel van het plangebied uit agrarisch gebied dat op basis van de provinciale verordening behoort tot de Groenblauwe Mantel. De ontwikkeling van de groenblauwe mantel in het gebied leidt netto tot een kwaliteitsverbetering van ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden. De ontwikkeling van de woningen in het plan vindt plaats in een gebied met zeer beperkte actuele waarden en doet geen afbreuk aan de genoemde kwaliteitsverbetering. Het volkstuinencomplex wordt aangelegd in een gebied met eveneens zeer beperkte waarden. Daarnaast maken drie zones in het plangebied deel uit van het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), zoals begrensd op de kaarten van de Verordening Ruimte. Het bestemmingsplan voorziet in een natuurbestemming voor de bestaande NNB-zones.

Gemeente Tilburg en Waterschap Brabantse Delta zorgen gezamenlijk voor de daadwerkelijke inrichting tot natuurgebied. Kenmerken van de potentiele effecten: Het plan betreft het realiseren van 35 woningen, de aanleg van een volkstuinencomplex en de aanleg van nieuwe natuur. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten.

Bodem: Verwezen wordt naar paragraaf 4.8 van deze toelichting. Uit de conclusies blijkt dat zowel de onderzoeksresultaten voor het toekomstig woongebied als het toekomstig volkstuinencomplex geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek omdat de gemeten concentraties c.q. gehalten voldoen aan de betreffende waarden. Archeologie en cultuurhistorie: Verwezen wordt naar paragraaf 3.3 van deze toelichting. Uit de conclusies blijkt dat vanuit het oogpunt van cultuurhistorie geen bezwaar bestaat tegen de geplande ontwikkeling. Er worden geen historische objecten of structuren aangetast. Voor wat betreft de archeologie is er op de planlocatie vanwege de lage archeologische verwachting geen grootschalig gravend vervolgonderzoek noodzakelijk. Als onderdeel van het in het kader van het bestemmingsplan benodigde inventariserende archeologische onderzoek dient wel bemonstering en

Reeshofweide 2018

23

analyse van de veenlagen plaats te vinden. Hoe dit het beste plaats kan vinden, en in samenwerking met welk specialistisch bureau, dient in overleg met het bevoegd gezag nader te worden bepaald. Totdat dit is uitgevoerd dient het gehele plangebied dan ook de dubbelbestemming waarde archeologie met de gebruikelijke voorschriften te krijgen. Water Verwezen wordt naar hoofdstuk 5 van deze toelichting. Uit de conclusies blijkt dat de impact van dit plangebied op het watersysteem beduidend is. De aanpak volgt het maatwerk dat de gemeente heeft vastgesteld in het verbreed gemeentelijke rioleringsplan 2016-2019. Het plan is in het kader van het vooroverleg in een zo vroeg mogelijk stadium voorgelegd aan de waterbeheerder, namelijk het waterschap Brabantse Delta . De waterparagraaf is voorgelegd aan de waterbeheerder via de mail van 28 oktober 2016. De waterbeheerder heeft zijn reactie verwoord via de mail van 1 november 2016. Hierin wordt ingestemd met het voorliggende waterparagraaf. Deze waterparagraaf is opgenomen in het (ontwerp)bestemmingsplan. Natuur/Ecologie Verwezen wordt naar paragraaf 4.9 van deze toelichting.

Uit de als bijlage 8 bij deze toelichting 'Toetsing Wet Natuurbescherming van Eelerwoude 2017 blijkt dat gelet op de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura2000-gebieden er geen negatieveeffecten worden verwacht die invloed hebben op habitattypen of aanwezen soorten en dat een nadere toetsing niet noodzakelijk is. Verder wordt geconcludderd dat vanuit de wettelijke gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden geen beperkingen of voorwaarden aan het plan zijn verbonden. Vanuit de wettelijke soortenbescherming en vanuit de natuurbeschermingsregels uit de Verordening Ruimte (Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe Mantel) worden een aantal voorwaarden gesteld: <0000> Begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen worden verwijderd buiten het broedseizoen. <0000> Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol. Hierin worden maatregelen opgenomen om verstoring van beschermde (NNB-)gebieden te voorkomen en maatregelen in het kader van de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna. Het bestemmingsplan kan in overeenstemming met de natuurwetgeving en natuurbeleid worden uitgevoerd, mits deze voorwaarden in acht worden genomen. Geluid: Verwezen wordt naar paragraaf 4.5 van deze toelichting. Uit de conclusies blijkt dat alleen de 35 woningen geluidgevoelige objecten zijn.

Uit de geluidberekeningen blijkt dat de voorkeurgrenswaarde van 48 dB voor beide gezoneerde wegen niet wordt overschreden. Gezien de ligging van de woningen zijn de normeringen ten aanzien van railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai niet van toepassing. De overige, nieuwe ontwikkelingen zoals de realisatie van natuurcompensatie, herstel Dongeloop, inrichting Groene Mal en de aanleg van een volkstuinencomplex zijn niet geluidgevoelig en hoeven niet aan de (normen van de) Wet geluidhinder te worden getoetst. Luchtkwaliteit: Verwezen wordt naar paragraaf 4.6 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat het plan, dat voorziet in de oprichting van maximaal 35 geschakelde patiowoningen en een volkstuinencomplex, wordt gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Daarnaast zijn er geen luchtgevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), aanwezig. Vanuit de Wet milieubeheer, titel 5.2 luchtkwaliteitseisen, bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan. Geurhinder: Verwezen wordt naar paragraaf 4.7 van deze toelichting. Uit de conclusies blijkt dat ten aanzien van industriele geur voor de nieuwe woningen geldt dat voldaan wordt aan de richtafstanden ten opzichte van bedrijven op het bedrijventerrein Vossenberg.

Hiermee is in beginsel sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen.Ten aanzien van agrarische geur blijkt het onderzoek dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast blijkt dat omliggende veehouderijen door de komst van de woningen niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering.

Reeshofweide 2018

24

Externe veiligheid: Verwezen wordt naar paragraaf 4.3 van deze toelichting. Uit de conclusies blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van Versteijnen Internationaal Transport, de spoorlijn Breda-Tilburg en de N260 ligt. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Conclusies en advies Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de bouw van 35 woningen, de aanleg van een volkstuinencomplex en de aanleg van nieuwe natuur in het gebied Reeshofweide en de Lange Rekken. In het kader van de voorbereiding is geconstateerd dat het plan niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied is gelegen.

Dit is bevestigd door de uitgevoerde onderzoeken, waaronder de uitgevoerde natuurtoetsen (beschreven in paragraaf 4.9.2), de waterparagraaf (beschreven in Hoofdstuk 5 Watertoets) en het de milieuaspecten (beschreven in paragraaf 4.2 tot en met 4.8). De werkzaamheden voor de bouw van de 35 patiowoningen en de aanleg van de ontsluitingsweg kunnen lichten geluidverstoring veroorzaken in de aanlegfase. Deze verstorende effecten in de aanlegfase kunnen redelijkerwijs voorkomen worden door maatregelen te treffen zoals gesteld in paragraaf 4.9.2. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving ervan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure.

4.2 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van de (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. In het gebied word naast natuur en patiowoningen een volkstuinencomplex ontwikkeld. Het gebied ligt tussen de ontsluitingsweg (Burgemeester Letschertweg), industrieterrein Vossenberg West Midden en woonwijk Tuindorp de Kievit. Vanuit milieuzonering geldt dat voor de nieuwe woningen in het gebied voldaan wordt aan de richtafstanden uit de VNG-brochure. Hiermee is in beginsel sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.3 Externe veiligheid 4.3.1 Inleiding Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. De geldende regels zijn te vinden in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast heeft de gemeente Tilburg een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld met de titel "Veilig en verantwoord ontwikkelen". 4.3.2 Verantwoordingsplicht

Reeshofweide 2018

25

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald. In de bij dit plan gevoegde Bijlage 3 Inventarisatie risicobronnen en verantwoording groepsrisico zijn de relevante risicobronnen geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied ligt in het invloedsgebied van Versteijnen Internationaal Transport, de spoorlijn Breda-Tilburg en de N260. De verantwoordingsplicht is hiervoor ingevuld en opgenomen in bijlage 3. Er is een groepsrisicoberekening uitgevoerd door Agel Adviseurs met de titel 'Groepsrisicoberekening Transportroute N260, Patiowoningen en volkstuinen Reeshofweide te Tilburg', rapportnummer 20150138-01 d.d. 15 december 2017. Zie bijlage 4. 4.3.3 Beleidsvisie externe veiligheid Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen 200 meter van de Burgemeester Letschertweg (N260) en behoort derhalve tot het deelgebied Transportasgebied.

Hiervoor gelden de volgende restricties: <0000> Kwetsbare objecten zijn onder voorwaarden mogelijk; <0000> Combinatie met gemengd of intensief gebied is mogelijk; <0000> Niet geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten; <0000> Beheersbaarheid spoor en gemeentelijke wegen op orde. Afgewogen ontwikkelen in transportasgebieden is een ambitie met betrekking tot risico's op de omgang van ruimtelijke ontwikkelingen nabij grote transportassen. De patiowoningen worden gerealiseerd op een afstand van meer dan 200 meter en bevinden zich dus in het deelgebied “luwe gebieden”. Voor dit gebied geldt dat geen nadere voorwaarden worden gesteld aan de realisatie van kwetsbare objecten. Het toevoegen van patiowoningen past derhalve binnen het gemeentelijk beleid. Het volkstuinencomplex kan aangemerkt worden als een beperkt kwetsbaar project. Het betreft een vorm van recreatiefgebruik waarbij geen sprake is van een verblijf gedurende meerdere aangesloten dagen. Het realiseren van deze recreatievorm past binnen het gemeentelijk beleid. 4.3.4 Conclusie en restrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van Versteijnen Internationaal Transport, de spoorlijn Breda-Tilburg en de N260. Personen in het plangebied worden aan externe veiligheidsrisico's blootgesteld, ook na maatregelen.

Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie bijlage 3 Hierbij is gebruik gemaakt van het advies van de Brandweer Midden- en West- Brabant, d.d. 8 december 2017 (zie bijlage 5). De relevante onderdelen uit dit advies zijn verwerkt in de verantwoording. Uit het bovenstaande kunnen de volgende relevante conclusies worden getrokken: <0000> Er bevinden zich geen contouren van het PR10-6 of plasbrandaandachtsgebied binnen het plangebied; <0000> Het groepsrisico wijzigt met dit bestemmingsplan niet; <0000> De aanwezige personen worden beschouwd als overwegend zelfredzaam; <0000> De bereikbaarheid van het plangebied is goed; <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit; <0000> Het plangebied is gelegen aan de buitenrand van het stedelijk gebied en heeft een matige bereik van een waarschuwing- en alarmeringsinstallatie (WAS). Aanvullend aan deze waarschuwingsinstallatie wordt gebruik gemaakt van internet of cellphone alarmering (NL Alert).

Dit biedt de mogelijkheid de aanwezigen tijdig te waarschuwen; <0000> De aanwezigen kunnen het plangebied via de bestaande infrastructuur goed ontvluchten; <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing. Hiervoor moet een eventuele mechanische ventilatie kunnen worden uitgezet; <0000> De brandweer voldoet in het gehele gebied aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan. <0000> De bereikbaarheid van het plangebied dient te worden verbeterd. Het voor dit plan afgegeven standaardadvies van de Veiligheidsregio Midden- West Brabant bevat de eis dat de planlocatie bereikbaar dient te zijn voor voertuigen van hulpverleningsdiensten. De eisen ten aanzien van de bereikbaarheid zijn opgenomen in de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening van de Veiligheidsregio’s Middenen West-Brabant, Brabant Noord en Brabant Zuidoost. Als de wegen in het plangebied voldoen aan de

Reeshofweide 2018

26

CROW 165 zijn geen problemen met de bereikbaarheid te verwachten. De bereikbaarheid via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied bereikbaar is, dient te worden geborgd c.q. te worden gerealiseerd. Dit laatste zal gebeuren nu er naast de reguliere toegangsweg een onafhankelijke calamiteitenroute wordt aangelegd. deze calamiteitenroute is zowel in de regels als de verbeelding vastgelegd. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico.

4.4 Vuurwerk Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.

4.5 Geluid Sinds het einde van de jaren zeventig vormt de Wet geluidhinder (hierna Wgh) het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. Het plan voorziet in de oprichting van maximaal 35 geschakelde patiowoningen. De overige, nieuwe ontwikkelingen zoals de realisatie van natuurcompensatie, herstel Dongeloop, inrichting Groene Mal en de aanleg van een volkstuinencomplex zijn niet geluidgevoelig en hoeven niet aan de (normen van de) Wet geluidhinder te worden getoetst. 4.5.1 Wegverkeerlawaai De nieuwe patiowoningen zijn gelegen binnen de wettelijke zone van de Burgemeester Letschertweg en de Langendijk. Ingevolge de Wgh geldt voor nieuwe woningen een voorkeurgrenswaarde van 48 dB. Voor de oprichting van de patiowoningen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door AGEL adviseurs d.d. 15 december 2017, projectnummer 20150138-01 (zie bijlage 6) en heeft een toetsing aan de normen uit de Wgh plaatsgevonden. Uit de geluidberekeningen blijkt dat de voorkeurgrenswaarde van 48 dB voor beide gezoneerde wegen niet wordt overschreden.

In het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening is de gecumuleerde geluidbelasting (zonder toepassing van de wettelijke aftrek zoals gesteld in artikel 110g Wgh) berekend en getoetst aan de classificering van de "methode Miedema". De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 50 dB. Dit betekent dat voor alle woningen sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. 4.5.2 Railverkeerlawaai De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen (patiowoningen) liggen buiten het aandachtsgebied zoals aangegeven in artikel 1.4a lid 1 van het Besluit geluidhinder. Dit betekent dat er geen akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai noodzakelijk is en dat er geen toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder/Besluit geluidhinder hoeft plaats te vinden. 4.5.3 Industrielawaai In het plangebied is de vestiging uitgesloten van bedrijven die vallen onder Onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. Hoofdstuk V "Zones rond industrieterreinen" van de Wet geluidhinder is hierdoor niet van toepassing.

Reeshofweide 2018

27

De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen liggen buiten de 50 dB(A)-contour van het gezoneerd industrieterrein Vossenberg en de 50 dB(A)-contour van industrieterrein Vossenberg West Midden waarvoor een geluidbeheerplan is opgesteld. 4.5.4 Luchtvaartlawaai Als gevolg van de nabijheid van het militaire vliegveld Gilze-Rijen gelden in delen van Tilburg geluidzones (de zogenaamde Ke-zones). Deze zones liggen niet over het plangebied.

4.6 Lucht Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Het besluit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De nieuwe bestemmingen in het plangebied zijn getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Het plan, dat voorziet in de oprichting van maximaal 35 geschakelde patiowoningen en een volkstuinencomplex, wordt gekenmerkt als een "niet in betekenende mate"-project, zoals bedoeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen). Daarnaast zijn er geen luchtgevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), aanwezig. Vanuit de Wet milieubeheer, titel 5.2 luchtkwaliteitseisen, bestaat dan ook geen bezwaar tegen dit plan.

Met betrekking tot de luchtkwaliteit en de mogelijke effecten van luchtvervuiling op de gewassen in relatie met de ligging tot de Burgemeester Letscherweg is navraag gedaan bij de Wageningen University@Research. Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit is gebleken dat de gewassen kleine hoeveelheden fijnstof kunnen opvangen, maar dat dit fijnstof ook volledig van het product afgespoeld kan worden.

4.7 Geur 4.7.1 Industriële geurhinder Het beleid voor industriële geurhinder (geur van bedrijven die niet tot de agrarische sector behoren) is samengevat in een brief van het ministerie van VROM van 30 juni 1995. Kort samengevat komt het erop neer dat afgestapt is van stringente geurnormen. De toetsing of een ontwikkeling toelaatbaar is zonder voor overmatige geurhinder te zorgen, is grotendeels overgelaten aan lokale overheden. Er wordt in de brief een aantal algemene beleidsuitgangspunten gegeven, waarbij ´het voorkómen van nieuwe geurhinder´ voor de ruimtelijke ordening het belangrijkst is. Binnen de gemeente Tilburg worden deze algemene uitgangspunten gehanteerd. Voor een aantal categorieën bedrijven is dit algemene geurbeleid geconcretiseerd in de Nederlandse emissie Richtlijn lucht (NeR). Voor zover een 'dosis-effectrelatie' (de relatie tussen de geuremissie bij het bedrijf en de hinder voor omwonenden) voor een bedrijfscategorie is vastgesteld, zijn voor die bedrijven 'normen' vastgesteld waarbij hinder kan worden verwacht. Voor de overige categorieën bedrijven zal dit moeten worden vastgesteld door specifiek geuronderzoek. Aangezien de NeR een formele richtlijn is, en bovendien een concrete vertaling vormt van het algemene beleidskader, dient hier bij ruimtelijke plannen te worden aangesloten.

Voor enkele bedrijfscategorieën is behalve een grenswaarde voor nieuwe situaties ook een maximale geurimmissieconcentratie vastgesteld voor bestaande situaties. Voor de nieuwe woningen geldt dat voldaan wordt aan de richtafstanden ten opzichte van bedrijven op het bedrijventerrein Vossenberg. Hiermee is in beginsel sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen. 4.7.2 Agrarische geurhinder Op bedrijven die tot de agrarische sector behoren (veehouderijen) is ten aanzien van het geurbeleid de Wet geurhinder en veehouderij (5 oktober 2006) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij van toepassing. Deze regelgeving geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een

Reeshofweide 2018

28

geurgevoelig object. De geurbelasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-Stacks model). Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. De wet geeft de mogelijkheid om op lokaal niveau gemotiveerd af te wijken van de wettelijk norm met een verordening. De gemeente Tilburg heeft vooralsnog geen verordening met afwijkende normen vastgesteld. Voor het plangebied is onderzoek gedaan naar de voor- en de achtergrondbelasting van omliggende veehouderijen door De Roever Omgevingsdienst (rapport nummer 20160547/C1/LB, d.d. 13 juni 2016). Zie bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat omliggende veehouderijen door de komst van de woningen niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering.

4.8 Bodem In het belang van de bescherming van het milieu zijn, ten einde de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming (Wbb). De wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken zoals bijvoorbeeld stedelijke uitleggebieden, stedelijke herstructurering of herontwikkelingsopgaven, waarbij het gebruikelijk is om in de toelichting nader in te gaan op eventuele verontreinigingsituaties op basis van een uitvoerig bodemonderzoek. Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op onverdachte terreinen is de Tilburgse bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Op de Tilburgse bodemkwaliteitskaart worden bodemkwaliteitszones onderscheiden. Per bodemkwaliteitszone is de gemiddelde bodemkwaliteit vastgesteld. Toepassingskaart(bodemfunctieklassenkaart) Industrie

Wonen

Landbouw en natuur

Niet gezoneerd gebied

Grondwaterbeschermingsgebied

Reeshofweide 2018

29

Het bestemmingsplangebied is gelegen in de bodemkwaliteitszones wonen, landbouw en natuur. Een groot deel van het plangebied is recent onderzocht door Anteagroup (13-04-2017) Deellocatie 1: Slootdempingen AA085501256 en AA085501251 Deellocatie 2: Slootdemping AA085502436 en AA085506348 Deellocatie 3: Slootdemping AA085502438 Deellocatie 4: Slootdemping AA085501252 Deellocatie 6: Toekomstig woongebied Deellocatie 7: te dempen watergang t.b.v. realisatie woongebied Deellocatie 8: toekomstige volkstuinen Deellocatie 9: Overig terrein Conclusies: Toekomstig woongebied: De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. Toekomstige volkstuinen: De onderzoeksresultaten geven uit milieu hygiënische oogpunt geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten gehalten in de grond allen voldoen aan de Achtergrondwaarden. De resultaten van het onderzoek vormen geen milieu hygiënische belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling en/of het verkrijgen van een bouwvergunning. Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg.

De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.

4.9 Natuur en ecologie 4.9.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet Natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.

Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën:

Reeshofweide 2018

30

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats.1 Overige inheemse broedvogels Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling2 Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling.

1 Deze soorten zijn benoemd in het document "Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing

Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep" (Dienst Regelingen, 2009). Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn. 2 De algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd. In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen. Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook.

Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Verordening ruimte 2014. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden.

Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt in principe geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. Echter omdat het gebied is aangewezen als Gebied Integratie stad-land en hiervoor een visie is opgesteld is deze stedelijke ontwikkeling toch mogelijk. Voor meer informatie wordt verwezen naar par 2.3.2. en het onderstaande in par. 4.9.2.

4.9.2 Analyse plangebied Voor de geplande ontwikkeling van Reeshofweide is een natuurtoets uitgevoerd, waarin effecten op beschermde natuurwaarden zijn onderzocht (Eelerwoude, 2017). In de hierna volgende paragraaf zijn de belangrijkste bevindingen en conclusies weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlage 8 Voor het deelgebied Lange Rekken (het gebied ten westen van de Burgemeester Letschertweg) is een

Reeshofweide 2018

31

natuurtoets uitgevoerd door Gemeente Tilburg. Ook hiervoor wordt verwezen naar de bijlage 9 bij deze toelichting.

Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op ruime afstand van wettelijk beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen op circa 7 km afstand van het plangebied. Gezien deze afstand en de beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten.

Natuurbescherming in Verordening Ruimte 2014 Natuurnetwerk Brabant (gebieden) Drie zones in het plangebied maken deel uit van het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), zoals begrensd op de kaarten van de Verordening Ruimte. Het betreft 1) een strook aan de oostzijde van het plangebied tegen de bestaande bebouwing van de Reeshof, 2) de oevers van het Wilhelminakanaal en 3) een strook ten noordwesten van de Burgemeester Letschertweg. Deze zones zijn in de kaart van het provinciaal Natuurbeheerplan opgenomen als bestaande natuur, hoewel de strook aan de oostzijde van het plangebied nog niet is ingericht als natuur. Deze strook is op de kaart van de Verordening Ruimte al wel begrensd en betreft een natuurcompensatie voor uitbreiding van de Beekse Bergen. Het bestemmingsplan voorziet in een natuurbestemming voor de bestaande NNB-zones. Gemeente Tilburg en Waterschap Brabantse Delta zorgen gezamenlijk voor de daadwerkelijke inrichting tot natuurgebied. Aanvullend op deze bestaande NNB-zones heeft Gemeente Tilburg het voornemen om nog 18,7 hectare te bestemmen als natuur: deels ten westen van de Burgemeester Letschertweg (deelgebied Lange Rekken) en deels ten oosten van de Burgemeester Letschertweg (deelgebied Reeshofweide).

Gemeente Tilburg wil deze gronden laten opnemen in het Natuurnetwerk Brabant, als onderdeel van de afspraken uit het B5-bidbook "Steden als Schakels binnen het Natuurnetwerk Brabant". Van deze 18,7 hectare is 5,7 hectare een compensatieverplichting voor de verbreding van het Wilhelminakanaal. Deze compensatiegronden liggen ten westen van de Burgemeester Letschertweg en zijn op de planverbeelding aangeduid. Verder zijn ze meegenomen in het landschapsplan. Externe effecten op het (bestaande) Natuurnetwerk Brabant, zoals benoemd in artikel 5.1 lid 7 van de Verordening Ruimte, kunnen ontstaan in de aanleg- en gebruiksfase door licht- en geluidsverstoring. De nieuw aan te leggen ontsluitingsweg en het volkstuinencomplex komen op enige afstand te liggen van het NNB. De toekomstige patiowoningen grenzen aan de oostzijde wel direct aan het NNB. Rondom de nieuw aan te leggen patiowoningen en ontsluitingsweg zijn nog geen bestaande natuurwaarden aanwezig. De natuurwaarden worden hier gelijktijdig met de woningen ontwikkeld. Effecten op natuurwaarden in de aanlegfase zijn hierdoor niet aan de orde.

Verstorende effecten door de aanleg van het natuurgebied kunnen redelijkerwijs voorkomen worden door bij de aanbesteding van de werkzaamheden eisen te stellen aan de wijze van uitvoering, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden in en nabij de natuurstrook langs de Burgemeester Letschertweg uitvoeren buiten kwetsbare periodes. Negatieve effecten vanuit de patiowoningen en ontsluitingsweg in de gebruiksfase door licht en geluid dienen te worden voorkomen. De patiowoningen worden van het nieuwe natuurgebied gescheiden door water en/of afrasteringen om de grazers in het gebied binnen het natuurgebied te houden. Betreding van het natuurgebied vanuit de tuinen (wat kan leiden tot verstoring van natuurwaarden) is daarmee uitgesloten. Verlichting van de tuinen zal beperkt blijven tot kleinschalige tuinverlichting. Dit zal redelijkerwijs niet leiden tot een wezenlijke verstoring van natuurwaarden. In de patiowoningen zijn geen geluidsintensieve functies voorzien. De ontsluitingsweg zal worden ingericht als 30 km-weg en wordt zeer beperkt verlicht (maximale uitstraling 5 meter van de weg) Hiermee zijn wezenlijke negatieve effecten van de ontsluitingsweg op het omliggende natuurgebied uitgesloten. Ecologische verbindingszones

Reeshofweide 2018

32

In het plangebied liggen drie ecologische verbindingszones (evz's), zoals aangegeven op de kaart van de provinciale Verordening Ruimte. Het gaat om de volgende evz's: 1. Evz Donge (nieuwe loop tussen Dongevallei en Lange Rekken) 2. Evz Donge (bestaande gekanaliseerde loop tussen Dongevallei en Wilhelminakanaal) 3. Evz Wilhelminakanaal De natuurontwikkeling in het plan Reeshofweide geeft invulling aan de doelstellingen van deze evz's. Het voorstel is om de twee eerstgenoemde evz's als lijnvormig element te verwijderen van de kaart van de Verordening Ruimte. Reden is dat beide evz's in de nieuwe situatie volledig aan weerzijden zijn opgenomen in een groter natuurgebied. Evz's hebben een doel als verbinding tussen natuurgebieden. Het handhaven van evz's in natuurgebieden is niet zinvol. Hiervoor zal een verzoek tot herbegrenzing van de NNB worden gedaan. Dit verzoek is als bijlage 12 Verzoek herbegrenzing NNB bijgevoegd. De evz Wilhelminakanaal hoeft niet aangepast te worden op de kaart van de Verordening Ruimte. Hiervoor resteert namelijk nog een ontwikkelopgave bij Rijkswaterstaat. Groenblauwe Mantel Het deel van het plangebied dat in de huidige situatie buiten het NNB valt, maakt deel uit van de Groenblauwe Mantel.

Ontwikkelingen in de groenblauwe mantel dienen gepaard te gaan met behoud, herstel of ontwikkeling van ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. De ontwikkeling van de groenblauwe mantel in het gebied leidt netto tot een kwaliteitsverbetering van ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden. De ontwikkeling van woningen in het plan vindt plaats in een gebied met zeer beperkte actuele waarden en doet geen afbreuk aan de genoemde kwaliteitsverbetering. Soortenbescherming De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van beschermde soorten waarvoor door de provincie vrijstelling is verleend bij ruimtelijke ingrepen. Voor een aantal niet vrijgestelde soorten, zoals marterachtigen en vleermuizen, is het plangebied (beperkt) geschikt als foerageergebied. In de nieuwe situatie zal de geschiktheid als foerageergebied sterk verbeteren. Overtreding van de Wet Natuurbescherming is voor deze soorten niet aan de orde. Tevens zijn in het gebied begroeiingen aanwezig waar vogels in kunnen nestelen, in de vorm van bomen, struiken en ruigtevegetaties. Het gaat daarbij om vogelsoorten waarvan de nesten uitsluitend gedurende de broed- en nestperiode beschermd zijn. Vaste, jaarrond beschermde nesten zoals roofvogel- en roekennesten zijn niet aanwezig.

Negatieve effecten op broedende vogels dienen te worden voorkomen door begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen te verwijderen buiten het broedseizoen. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. De Wet Natuurbescherming kent echter geen standaardperiode voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval is. De genoemde periode kan daarom slechts als vuistregel worden gehanteerd. Tenslotte is voor alle soorten de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna van kracht. In het kader van de zorgplicht dient een ecologisch werkprotocol gehanteerd te worden door de uitvoerder van de werkzaamheden. Conclusie Vanuit de wettelijke gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden zijn geen beperkingen of voorwaarden aan het plan verbonden. Vanuit de wettelijke soortenbescherming en vanuit de natuurbeschermingsregels uit de Verordening Ruimte (Natuurnetwerk Brabant en Groenblauwe Mantel) worden een aantal voorwaarden gesteld: <0000> Begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen worden verwijderd buiten het broedseizoen. <0000> Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol. Hierin worden maatregelen opgenomen om verstoring van beschermde (NNB-)gebieden te voorkomen en maatregelen in het kader van de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna.

Het bestemmingsplan kan in overeenstemming met de natuurwetgeving en natuurbeleid worden uitgevoerd, mits deze voorwaarden in acht worden genomen.

Reeshofweide 2018

33

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem Het plangebied heeft een bruto oppervlakte van ongeveer 41,5ha. De belangrijkste kenmerken van het gebied zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1. Gebiedskenmerken Kenmerk Stroomgebied Waterbeheerders

Verhard oppervlak Terreinhoogte

Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Bodem Riolering Oppervlaktewater Beschermde gebieden

In plangebied De Donge Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap Brabantse Delta Wilhelminakanaal: Rijkswaterstaat 3.090m² Reeshofweide: 6,25 - 5,50m +NAP Langendijk 87: 7,00m +NAP Lange Rekken: 5,30 - 5,00m +NAP Noordwest: 4,75m +NAP Zuidoost: 5,50m +NAP Noord: 4,80 - 5,00m +NAP Natuur en agrarisch: 0 - 0,75m Bebouwing: 1,50m Fijn-Matig grof zand Drukriolering Donge (streefpeil 5,40m +NAP) Aangrenzend / deels overlappend met beschermd gebied waterhuishouding

Oppervlaktewater De Donge stroomt af van zuiden naar noorden vangt kwel van de Dongevallei en regenwater van Reeshof en loost op het Wilhelminakanaal via het aflaatwerk Dongensekanaaldijk. Daarnaast ligt in het plangebied een aantal B-watergangen, die afwateren naar de aangrenzende A-watergangen (situatie figuur1). Het plangebied is nat voornamelijk door de oppervlakkige grondwater en wordt daarom intensief gedraineerd met behulp van slotjes, die het water opvangen en afvoeren naar het noordwesten, via een recentelijk aangelegde duiker onder de Burgemeester Letschertweg. Die stroom komt samen met de watergang de Landscheiding. Deze watergang ligt vlak langs de zuidelijk gelegen Middeldijkdreef en verder langs het zuidelijke gebiedsgrens van de Lange Rekken. Hij zorgt stroomafwaarts voor de afwatering van de aangrenzende agrarische percelen en natuurgebieden, vangt ook het overtollig regenwater op van het nieuw stedelijke gebied Stadsrand Dalem. Een stuw in Lange Rekken zorgt voor een streefpeil van 3,51m +NAP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10724835/1