CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen incl. bijl 13 c001 Reeshofweide

Hamerraad 1 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: -Raadsvoorstel Bestemmingsplan Reeshofweide 201832.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Reeshofweide 2018 Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld:

Code: NL.IMRO.0855.BSP2016003-c001

6 november 2018 6 mei 2019

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen 1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Welstand 3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 3.4 Volkshuisvesting 3.5 Groen en speelruimte 3.6 Verkeer en parkeren Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Milieuhinder bedrijven 4.3 Externe veiligheid 4.4 Vuurwerk 4.5 Geluid 4.6 Lucht 4.7 Geur 4.8 Bodem 4.9 Natuur en ecologie Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Bestaand watersysteem 5.2 Beleidskader 5.3 Nieuw watersysteem 5.4 Watertoets Hoofdstuk 6 Opzet planregels 6.1 Inleiding 6.2 Bestemmingen en aanduidingen 6.3 Bouw- en gebruiksregels Hoofdstuk 7 Omgevinsgdialoog en overleg 7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 7.3 Omgevingsdialoog 7.4 Zienswijzen Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid

2 2 3 3 3 6 6 6 9 13 13 13 13 15 16 19 22 22 25 25 27 27 28 28 29 30 34 34 36 36 39 40 40 40 41 42 42 42 43 43 44

Toelichting

Reeshofweide 2018

1

Hoofdstuk 1 Plan en plangebied 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Het plangebied bestaat uit een gebied ten oosten van de tangent, zijnde Reeshofweide en een gebied ten westen van de tangent, zijnde De Lange Rekken. Het gebied Reeshofweide is onderdeel van de Groenblauwe mantel en Natuurnetwerk Brabant. De Visie Integratie Stad-Land Reeshof- Dalemweide beschrijft hoe in het gebied verstedelijking en natuur (rood en groen) in evenwicht met elkaar ontwikkeld kunnen worden en hoe dit bijdraagt aan een duurzame inrichting van het gebied. Hiermee wordt een zachte overgang van een stedelijk gebied naar het buitengebied gevormd. De insteek van de visie en de aanduiding 'Integratie stad-land' is dat er vanuit het groen (leidend) naar het rood (volgend) wordt gedacht. De belangrijkste opgave vanuit de visie is het doortrekken van de ecologische verbindingszone (EVZ - Dongezone) via het natuurgebied Reeshofweide naar het gebied de Lange Rekken. Naast het doortrekken van de ecologische verbindingszone plus een bredere groene verbinding in dit gebied zijn er nog de volgende andere groene opgaven: realisatie van de natuurcompensatie voor de verbreding van het Wilhelminakanaal, realisatie van de natuurcompensatie t.b.v. de Beekse Bergen en een volkstuinencomplex (volkstuinnota 2002).

De rode opgave bestaat uit de bouw van 35 patiowoningen en in een latere fase, via een apart bestemmingsplan, de bouw van een autismecentrum. Daarnaast heeft de gemeente Tilburg het voornemen om een agrarisch gebied tussen de Burgemeester Letschertweg, Wilhelminakanaal, Flaassendijk (hierna te noemen: natuurontwikkelingsgebied Lange Rekken) om te vormen tot natuurgebied. Het gebied is volledig in eigendom van Gemeente Tilburg. Het gebied grenst aan de westzijde aan het bestaande natuurgebied de Lange Rekken, dat eigendom is van Staatsbosbeheer. Het natuurontwikkelingsgebied de Lange Rekken heeft een oppervlakte van 12 hectare. Het oostelijk deel van het gebied (direct grenzend aan de Burgemeester Letschertweg) heeft al een natuurbestemming en is gelijktijdig met de Burgemeester Letschertweg aangelegd. Deze zone bestaat uit ruigte en struweel. Aanleiding voor de ontwikkeling van dit natuurgebied is de "Intentieovereenkomst EVZ's Tilburg West", afgesloten tussen Gemeente Tilburg en Waterschap Brabantse Delta op 9 november 2016. Hierin hebben partijen besloten om zich in te zetten voor de realisatie van alle ecologische verbindingszones (evz's) inclusief beekherstel in de regio Tilburg West. Het gebied de Lange Rekken maakt hier onderdeel van uit. Daarnaast vormt de natuurontwikkeling een invulling van het B5-bod "Steden als Schakels binnen Natuurnetwerk Brabant".

Hierin heeft Tilburg met de andere B5-steden aangeboden aan de provincie om samen 500 hectare nieuwe natuur te realiseren, in ruil voor flexibiliteit bij de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit betekent dat het natuurontwikkelingsgebied de Lange Rekken onderdeel gaat uitmaken van het NNB. In de huidige situatie is alleen een 25-meter brede strook als evz onderdeel van het NNB. Het noordelijke deel van het natuurontwikkelingsgebied de Lange Rekken (in totaal 5,7 hectare) vormt een natuurcompensatie voor natuurwaarden die verloren gaan bij de verbreding van het Wilhelminakanaal. Deze natuurcompensatie sluit qua inrichting en beheer volledig aan op de overige natuurontwikkeling. Deze sluit vervolgens via een droge en natte faunaverbinding onder de Burgemeester Letschertweg weer aan op het natuurontwikkelingsgebied Reeshofweide. Hierdoor ontstaat een aaneengesloten natuurgebied van de Lange Rekken tot de Dongevallei in de Reeshof. De natuurdoelen die nagestreefd worden zijn onder meer: Uitbreiding en verbinding leefgebied van stromingsminnende diersoorten, zoals bermpje en weidebeekjuffer Uitbreiding en verbinding leefgebied van amfibieën, zoals kamsalamander en poelkikker Uitbreiding leefgebied van grondbroedende vogelsoorten, zoals patrijs, kievit en graspieper Herstel van kwel gebonden vochtige vegetatietypen en bijbehorende insectensoorten.

Reden om dit gebied ook mee te nemen in dit bestemmingsplan.

Reeshofweide 2018

2

Voor de 35 patiowoningen heeft een projectontwikkelaar een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend. Het betreft het perceel sectie AG, nrs 49, 50 en 51 allen gedeeltelijk. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan dit initiatief, het mogelijk maken van het volkstuinencomplex en de natuurontwikkeling. Daarnaast wordt, vanwege een logische begrenzing van het plangebied, ook nog een bestaande woning in het zuidelijk deel van Reeshofweide meegenomen in dit bestemmingsplan. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Het plangebied omvat het gebied Reeshofweide en wordt globaal begrensd door het Wilhelminakanaal aan de noordzijde, de wijk Reeshof aan de oostzijde, de Langendijk aan de zuidzijde en de tangent aan de westzijde. Een klein deel is het zuidwestelijk plangebied valt buiten het plangebied. Daarnaast behoort het gebied De Lange Rekken tot het plangebied. Dit gebied ligt ten zuiden van het Wilhelminakanaal en ten westen van de tangent.

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt: <0000> Vossenberg West II, vastgesteld 19 maart 2012, onherroepelijk 9 juni 2012 <0000> Stadsrand Dalem-Reeshofweide 2013, vastgesteld 7 april 2014, onherroepelijk 4 juni 2015 <0000> Noordwesttangent-gedeelte Dalem Zuid-Vossenberg West, vastgesteld 12 okt. 2009, onherroepelijk 24 maart 2011 <0000> Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 11 april 2011,onherroepeijk 9 juli 2011

1.4 Ruimtelijke en functionele structuur Ruimtelijke structuur De gebieden Dalemweide en Reeshofweide grenzen aan de bestaande woonbuurten Leeuwerik en Dalem Noord, het buitengebied en (indirect) aan Vossenberg West 2. Een deel van het gebied Lange Rekken, dat ten westen van de Burgemeester Letschertweg ligt, is aan het plangebied toegevoegd. Dominante elementen in de hoofdstructuur zijn de Dongezone, het Wilhelminakanaal, de Burgemeester Letschertweg, de Middeldijkdreef (wijkontsluitingsweg) en de Langendijk. Ingeklemd tussen deze structuren

Reeshofweide 2018

3

vormen Reeshofweide en Dalemweide als het ware een overgangsgebied tussen het bebouwde stedelijke gebied en het agrarische buitengebied, terwijl Lange Rekken onderdeel uitmaakt van het buitengebied. Ten zuiden van het gebied Dalemweide zal op termijn het gebied Stadsrand Dalem tot ontwikkeling komen. Het riviertje de Donge loopt van zuid naar noord door de wijk Reeshof en is een belangrijke ecologische zone. Het noordelijke gedeelte, gelegen in Reeshofweide, is in het verleden gekanaliseerd en stroomt uit in het Wilhelminakanaal. De woningen die ten oosten van de Donge zijn gerealiseerd, de zogenaamde eilandwoningen, zijn sterk op Reeshofweide georiënteerd en vormen een soort ruggengraat voor het gebied Reeshofweide. Behoud van de open ruimte is in deze zone altijd een uitgangspunt geweest. Functionele structuur In Dalemweide zijn nog enkele bedrijven gevestigd die kenmerkend zijn voor een agrarisch buitengebied. De aanwezige bebouwing, waaronder een aantal burgerwoningen, is als lintbebouwing langs de Langendijk gesitueerd. De boerderijen die in het gebied Reeshofweide aanwezig waren, zijn inmiddels gesloopt maar de grond wordt nog wel agrarisch gebruikt. In de zuidelijke punt van het gebied is één burgerwoning aanwezig. In het gebied is een zwaaikom aangelegd voor schepen die de containerterminal van bedrijventerrein Vossenberg West II aandoen.

Dit bedrijventerrein ligt aan de noordzijde van het Wilhelminakanaal. Er is een zicht/geluidswal aangelegd om het uitzicht op het bedrijventerrein, vanuit de woningen in de Leeuwerik, te verminderen. De Burgemeester Letschertweg maakt onderdeel uit van de ring om Tilburg. Deze weg verbindt de Midden-Brabantweg (N261) met rijksweg A58 en voert met een brug over het Wilhelminakanaal. Aan de westzijde van de weg bevindt zich het buitengebied van Gilze-Rijen, met agrarisch grondgebruik en waardevol natuurlandschap (Lange Rekken). Ruimtelijke motivatie Dalemweide en Reeshofweide zijn door de aanleg van de Burgemeester Letschertweg sterk van karakter veranderd. Waar in het verleden de Dongezone als rand van de stad fungeerde is nu een gebied ontstaan tussen de Dongezone en de Burgemeester Letscherweg. De aanduiding integratie Stad Land doet meer recht aan de ontstane situatie. Het biedt meer mogelijkheden om een evenwichtige, integrale gebiedsontwikkeling tot stand te brengen, het agrarische gebruik te beëindigen en een zachte overgang naar het buitengebied te vormen. Door een goed evenwicht te realiseren tussen rode, groene en blauwe elementen, kunnen belangrijke doelen worden bereikt. Eén van deze doelen is om de Dongezone op een goede manier af te ronden met voldoende ruimte voor water en natuur en een meer natuurlijk verloop van de Donge (landscheiding).

Met name het gebied Reeshofweide biedt kansen voor herstel en versterking van het landschap, de natuur en de waterhuishouding. Stedenbouwkundig plan Bovenstaande punten zijn uitgangspunt geweest voor het verkavelingsplan van het gebied Reeshofweide. Het gewenste woonprogramma wordt gerealiseerd op de meest compact mogelijke manier. De opzet van het plan is om zoveel mogelijk natuurgebied te realiseren waar het woonprogramma zo veel als mogelijk 'te gast is' in het natuurgebied. Het woningblok komt als een rechthoekig 'eiland' in de Dongezone te liggen waarbij alle nieuwe woningen zicht hebben op het omliggende landschap. Het wooneiland is toegankelijk door middel van een weg met brug door de Dongezone. Het overige gebied wordt ingericht als natuurgebied met veel water en overstromings-graslanden. Hierin gaat de Dongestroom een nieuw tracé gaat volgen en zal, onder de burgemeester Letschertweg door, worden verbonden met het gebied Lange Rekken. Ook komt er een verhard langs de Langendijk en wandelpaden door het gebied. Een onderdeel van het programma is dat er dicht bij de Burgemeester Letschertweg volkstuinen zullen worden gerealiseerd. Op termijn behoort ook het realiseren van een autismezorgcentrum tot de mogelijkheden.

Dit is samen als één geheel ontworpen waarbij het eventuele autismezorgcentrum zal worden uitgevoerd als een verwijzing naar agrarische woningen aan het lint (Langendijk) met een hoofdgebouw en bijgebouwen. De volkstuinen komen als 'erf' achter het autismezorgcentrum te liggen met een gezamenlijke entree en parkeerterrein. Er is besloten om voor het centrum een separate bestemmingsplanprocedure te volgen. Motivatie volkstuinencomplex Uit de Volkstuinnota van 2002 blijkt dat er behoefte is aan een volkstuinencomplex in of nabij de Reeshof. Vooral de afstand tussen de Reeshof en de bestaande volkstuincomplexen wordt als onwenselijk ervaren. In

Reeshofweide 2018

4

Tilburg, exclusief de Reeshof, ligt deze afstand op maximaal 1.800 meter en in de Reeshof op maximaal 3.500 meter. In 2013 zijn er locatiestudies uitgevoerd voor vijf locaties in de Reeshof, waarbij de locatie Reeshofweide als meest geschikt is geduid. Voor dit nieuwe volkstuinencomplex Reeshof is er reeds een vereniging opgericht en bestaat er een wachtlijst van geïnteresseerde tuinders. Op 1 februari 2018 staan er in totaal 113 aanmeldingen voor de wachtlijst. Het nieuwe complex bestaat uit in totaal 83 tuinen van 20 meter breed en 5 meter lang, een (half)verharde rondweg en afschermende hekwerken. Daarnaast is er een strook waarin zowel het bouwvlak als het parkeren is geregeld. Er is sprake van een maximaal bouwvlak van 60 vierkante meter voor voorzieningen. Als voorzieningen verstaan wij een kantine, sanitaire- of opslagvoorzieningen. De overige ruimte kan gebruikt worden voor 32 parkeerplaatsen. Hiermee is voldaan aan de parkeernormering van 12 parkeerplekken bij de norm van 1.4 parkeerplek per 10 tuintjes. Technische infrastructuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie (bijvoorbeeld in verband met in acht te nemen belemmeringenstroken of veiligheidszones), die derhalve op de verbeelding zijn weergegeven.

Vaarwegen Wel zijn er twee stukjes van het Wilhelminakanaal meegenomen omdat deze delen buiten het aangrenzende bestemmingsplan vielen. Deze stukjes Wilhelminakanaal hebben de bestemming 'Water-Waterstaatkundige doeleinden' gekregen. Daarnaast hebben ze de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie' gekregen terwijl het noordelijke stukje kanaal ook nog de dubbelbestemming 'Waterstaat-Behoud en herstel watersystemen' gekregen. Voor de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie' wordt verwezen naar paragraaf 4.9 Natuur en ecologie. En de dubbelbestemming 'Waterstaat-Zoekgebied behoud en herstel watersystemen' is gegeven om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van het Wilhelminakanaal. Een strook van 25 meter breed langs het Wilhelminakanaal heeft de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone vaarweg'gekregen. Binnen deze strook geldt een bouwverbod voor nieuwe gebouwen en bouwwerken. Geluidwal Op de gronden met de bestemming Natuur is tevens de bestaande - te handhaven - geluidwal met een functieaanduiding opgenomen. Deze geluidwal is ten tijde van de realisatie van bedrijventerrein Vossenberg West II aangelegd, vóórdat de containerterminal op dat terrein in gebruik werd genomen.

Reeshofweide 2018

5

Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleidskader 2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Deze structuurvisie bundelt het nationale ruimtelijke en infrastructurele beleid en schetst een beeld van Nederland in 2040. Zo beschrijft het kabinet in de Structuurvisie in welke infrastructurele plannen het de komende jaren wil investeren en op welke wijze bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gestoeld is op de SVIR. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen (denk hierbij aan onderwerpen als Mainportontwikkeling Rotterdam, de grote rivieren, het kustfundament en de Waddenzee en het Waddengebied). Het Barro is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is in 2012 uitgebreid met de onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

Daarmee is de juridische verankering van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) nagenoeg compleet. In het Barro staat aan welke regels (rijksbelangen) de gemeenten en provincies zich moeten houden, bijvoorbeeld bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Deze regeling bevat o.a. een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart en een aanwijzing van reserveringsstroken ten behoeve van uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen.

Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart-van-Brabant. In deze regio maken de gemeenten periodiek samen met de provincie Noord-Brabant afspraken over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, waarvan de recentste dateert uit mei 2017. In de periode 2016-2026 bedraagt de bouwopgave voor Tilburg ruim 9.700 woningen. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke aanwas en de huishoudenverdunning van de gemeente, plus in de migratie afkomstig uit de regio (en daarbuiten). Wanneer en waar nodig worden er regionaal ook kwalitatieve afspraken gemaakt, getuige de afspraak waarbij Tilburg van de eigen opgave 730 woningen beschikbaar stelt aan een drietal buurgemeenten ter verwezenlijking van hun programmadoelen tussen 2009 en 2019. Zeker tot omstreeks 2030 behelst de gemeentelijke woningbouwopgave gemiddeld zo’n 1.000 woningen per jaar, dit gecorrigeerd voor ca. 200won./jr. sloop.

De effectieve vraag –uitgeoefend door de woonconsument– ondervindt nog wat na-ijleffecten van de crisis, in verband waarmee een gemeentelijke bouwprogramma van gemiddeld 850 woningen per jaar tot 2020 wordt aangehouden. Het plan tot de bouw van ca. 35 woningen (patiobungalows) op de deellocatie Reeshofweide (stadsdeel Reeshof) past ruimschoots binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). Over de samenhang van dit plan met de kwalitatieve woningbouwopgave verderop meer.

2.2 Provincie Reeshofweide 2018

6

2.2.1 Structuurvisie Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die op 1 oktober 2010 werd vastgesteld door Provinciale Staten. In de Structuurvisie geeft de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtstreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Inhoud van de Structuurvisie Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. In haar sturing biedt zij gemeenten meer ruimte om afwegingen te maken in een aantal vooraf gestelde kaders. Daarnaast zet de provincie zelf een aantal ontwikkelingen in gang. De provinciale filosofie is: ‘Samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. Deel B In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid.

Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken. Uitwerking van de Structuurvisie De provincie gaat geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkelen, maar geeft die onder andere vorm in de Uitwerking gebiedspaspoorten. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze versterkt kunnen worden. Tilburg ligt in het gebiedspaspoort van De Meierij. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld. Deelstructuurvisies bevatten de onderbouwing van een locatiekeuze, visie op een thema of inrichting van een gebied. De huidige deelstructuurvisies zijn niet van toepassing op Tilburgs grondgebied. 2.2.2 Verordening Ruimte Provinciale Staten hebben op 10 juli 2015 een nieuwe integrale Verordening ruimte vastgesteld, zijnde Verordening ruimte 2014 (per 15-7-2015). Vervolgens hebben Provinciale Staten deze gewijzigd. De laatste wijziging dateert van 7 juli 2017. In de Verordening ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. In tegenstelling tot de provinciale Structuurvisie bindt de Verordening ruimte de gemeenten wèl rechtstreeks. Relatie met de structuurvisie De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie.

Daarin staat wat de provincie van belang vindt en hoe de provincie die belangen wil realiseren. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Inhoud Belangrijke onderwerpen in de Verordening ruimte zijn: <0000> ruimtelijke kwaliteit; <0000> stedelijke ontwikkelingen; <0000> natuurgebieden en andere gebieden met waarden; <0000> agrarische ontwikkelingen, waaronder de zorgvuldige veehouderij; <0000> overige ontwikkelingen in het buitengebied. Voor een paar onderwerpen zijn in de verordening regels opgenomen die rechtstreeks doorwerken naar de vergunningverlening bij gemeenten.

Reeshofweide 2018

7

Wijzigingen en ontheffingen In de verordening is voor een aantal onderwerpen de mogelijkheid opgenomen om de grens van een gebied te wijzigen. Daarnaast is er een algemene ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Ook kunnen gemeenten om wijziging van de begrenzing van gebieden verzoeken, zonder dat de verordening daarvoor regels stelt: de jaarlijkse actualisering. Specifiek voor dit plan Het grootste deel van het plangebied maakt deel uit van de Groenblauwe Mantel. Ontwikkelingen in de groenblauwe mantel dienen gepaard te gaan met behoud, herstel of ontwikkeling van ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. De ontwikkeling van de groenblauwe mantel in het gebied leidt netto tot een kwaliteitsverbetering van ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden. De ontwikkeling van woningen in het plan vindt plaats in een gebied met zeer beperkte actuele waarden en doet geen afbreuk aan de genoemde kwaliteitsverbetering. Het grootste deel van de Groenblauwe mantel zal een natuurbestemming krijgen. Over het oostelijke deel van het plangebied (Reeshofweide) ligt de aanduiding Integratie stad-land. De bouw van de 35 patiowoningen en de aanleg van het volkstuinencomplex is mogelijk omdat voldaan wordt wordt aan het bepaalde in artikel 9.1 van de Verordening ruimte.

Het college van burgemeester en wethouders heeft daartoe op 24 mei 2016 de Visie integratie stad-land Reeshof- en Dalemweide vastgesteld. Voor meer informatie hieromtrent wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2. Een klein deel van het plangebied heeft volgens de provinciale Verordening ruimte de structuur Natuur Netwerk Brabant. Het betreft een strook aan de oostzijde van het plangebied,langs het bestaande woongebied, een strook in en langs het Wilhelminakanaal en een strook ten noordwesten van de Burg. Letschertweg. Deze stroken krijgen in dit bestemmingsplan allen een natuurbestemming. Daarnaast lopen er drie ecologische verbindingszones door het plangebied. Eénloopt er globaal aan de oostzijde van het plangebied,langs het bestaande woongebied, één strook loopt door en langs het Wilhelminakanaal en een strook loopt door het zuidelijke deel van het gebied Reeshofweide. Over dezelfde stroken als de ecologische verbindingszone ligt de aanduiding behoud en herstel watersystemen. In dit bestemmingsplan worden de ecologische verbindingszones opgenomen in de natuurbestemming. Alleen de ecologische verbindingszone binnen de waterbestemming van het kanaal behoud de dubbelbestemming Waarde Ecologie. Voor meer informatie wordt verwezen naar par. 4.9.

Kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.2 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2014 is in artikel 2.2 bepaald dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiele kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Over de wijze waarop dit dient te gebeuren zijn in het regionaal overleg tussen de gemeenten in de regio Hart van Brabant en de provincie (RRO) van 19 december 2012 nadere afspraken gemaakt vervat in de Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant. Er wordt gewerkt met een categorieindeling afhankelijk van de mate van ingreep in het gebied. Zowel bij het realiseren van een volkstuinencomplex als de 35 patiowoningen gaat het om een zgn. categorie 3 ontwikkeling. Dit zijn ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap. Voor categorie 3 ontwikkelingen is ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist. Landschappelijke inpassing is hier onderdeel van.

Voor een categorie 3 ontwikkeling wordt de inspanning die verricht moet worden ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap kwantitatief genormeerd omdat deze ontwikkelingen worden gekoppeld aan waardevermeerdering van de grond of van het object (“de bestemmingswinst”). Uit de berekening blijkt dat er er sprake is van een totale waardevermeerdering van €1.833.603,50. Twintig procent hiervan moet geïnvesteerd worden in een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is de minimale basisinspanning en komt neer op een bedrag van €366.720,70. Normaliter wordt hiervoor met de initiatiefnemer een overeenkomst kwaliteitsverbetering landschap gesloten, waarin deze minimale basisinspanning is geborgd.

Reeshofweide 2018

8

Omdat de gemeente zelf initiatiefnemer en uitvoerder is wordt er geen overeenkomst afgesloten. Uit het bij de regels van dit plan als bijlage gevoegde landschappelijk inpassingsplan/ landschapsplan en de als Bijlage 1 Kostenraming landschappelijke inpassing bijgevoegde bijbehorende kostenraming landschappelijke inpassing blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de gevraagde basisinspanning. Via de bestemming Natuur wordt geborgd dat de inpassing in stand wordt gehouden. Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijke inpassing van de nieuwe woningen en het volkstuinencomplex wordt verwezen naar het als bijlage bijgevoegde landschapsplan waarbij de landschappelijke inpassing van de woningen en het volkstuinencomplex is opgenomen.

2.3 Gemeente 2.3.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

Reeshofweide 2018

9

De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief.

De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Specifiek voor dit plangebied geeft de Omgevingsvisie het volgende aan: In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is het gebied binnen de tangent aangeduid als 'Verstedelijking binnen 10 jaar' en 'Natte ecologische verbindingszone' (zie afbeelding, uitsnede uit omgevingsvisiekaart ).

Afbeelding 1. Uitsnede Omgevingsvisiekaart In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een deel van dit gebied tevens aangeduid als 'Regionale Ecologische verbinding' (zie afbeelding 2).

Reeshofweide 2018

10

Afbeelding 2: Uitsnede kaart ecologische verbindingszones (Omgevingsvisie Tilburg 2040) Deze verbinding bestaat uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. In het buitengebied heeft de gemeente de afgelopen jaren met vele verschillende partijen flink in het landschap geïnvesteerd onder de vlag van de Groene Mal. Voor de Reeshofweide staat concreet benoemd dat wordt ingezet op natuurcompensatie, -aanleg en beekherstel. De voorgestane ontwikkelingen passen binnen de ambities van de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en is verder uitgewerkt in de Visie Integratie stad-land Reeshof- en Dalemweide. Zie paragraaf 2.3.2. 2.3.2 Overige gemeentelijke structuurvisies Visie integratie stad-land Reeshof- en Dalemweide Reeshof- en Dalemweide zijn door de aanleg van de Burgemeester Letschertweg en het bedrijventerrein Vossenberg West II sterk van karakter veranderd. De tangent maakt deze plek meer stedelijk gericht van aard waardoor de beleving heel anders is dan voorheen. Dit vraagt om een andere ruimtelijke benadering van het gebied. De Provinciale Verordening Ruimte 2014 Noord-Brabant vereist dat gemeenten gebieden waar de aanduiding 'integratie stad-land' van toepassing is uitwerken, voordat er nieuwe bestemmingsplannen voor deze gebieden worden opgesteld. Het gebied Reeshofweide heeft deze aanduiding.

Alleen met een visie kan tijdig worden ingespeeld op initiatieven in dit gebied. Hiertoe heeft het college op 24 mei 2016 de Visie integratie stad-land Reeshof- en Dalemweide vastgesteld. De visie is een uitwerking van de Omgevingsvisie Tilburg 2040. De ambitie is om de ruimtelijke kwaliteit en natuurwaarden in de Reeshof- en Dalemweide te versterken en de leefbaarheid te vergroten. Dit levert een bijdrage aan een leefbare en duurzame woonomgeving en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat ten behoeve van de economische bedrijvigheid in Tilburg. De visie geeft aan hoe in het gebied verstedelijking en natuur in evenwicht met elkaar ontwikkeld kunnen worden en hoe dit bijdraagt aan een duurzame inrichting van het gebied. De hoofdopgaven zijn: 1. De visie geeft inzicht in de ecologische opgave voor dit gebied. De ecologische verbindingszone (EVZ) Dongezone kan op een goede manier worden doorgezet met voldoende ruimte voor water en natuur en een meer natuurlijk verloop van de Donge. 2. Ten gevolge van de uitbreiding van de Beekse Bergen heeft de gemeente Tilburg de verplichting tot natuurcompensatie, waarvan voor de Reeshofweide een compensatieopgave van 4,9ha is bepaald. 3. De visie speelt in op het voorzien in de behoefte aan groen-stedelijke woonmilieus en biedt gelegenheid voor specifieke (leefstijl)varianten daarvan. 4.

In de volkstuinnota 2002 van de gemeente Tilburg is vastgelegd dat er behoefte is aan volkstuinen in de Reeshof. Er zijn locatiestudies uitgevoerd waarbij de locatie Reeshofweide als meest geschikt is geduid. 5. Er is behoefte aan een zorgvoorziening op een goed bereikbare en prikkelarme natuurlijke omgeving in Tilburg. De Reeshofweide is hiervoor een geschikte locatie. 6. De visie geeft uitwerking van de opgaven uit de Groene Mal (GSP+). De groene zone (Reeshofweide en ten westen van de tangent) is van belang voor soorten van de vochtige graslanden, droge graslanden,

Reeshofweide 2018

11

beekdalen, natte struwelen met soorten als struweelvogels, moerasvogels, amfibieën, kleine zoogdieren en dagvlinders van de natte biotopen. De visie is in het kader van het vooroverleg aan de provincie voorgelegd. Op basis van de reactive van de provincie is de visie op een aantal punten aangescherpt. De provincie is hiermee akkoord met de visie. Daarnaast is de visie is uitgebreid besproken met de klankbordgroep en in gezamenlijk overleg opgesteld. In de klankbordgroep hebben onder andere enkele bewoners van de Langendijk deelgenomen evenals vertegenwoordiger(s) van de Vereniging 7 Eilanden, de wijkraad Reeshof, de OVAT en VTVR (volkstuinen), het KNNV en waterschap de Brabantse Delta. Op basis van de reacties van de klankbordgroep is de visie op een aantal punten aangescherpt. De klankbordgroep is hiermee akkoord met de visie.

Reeshofweide 2018

12

Hoofdstuk 3 Thematische beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

3.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012). De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanuit zuinig ruimtegebruik en om het landschap zoveel mogelijk te sparen, is bij de patiowoningen gekozen voor een compact bouwblok. Het project betreft (bijna) dezelfde patiowoningen die ook in een keer door een ontwikkelaar zullen worden gebouwd. Alle voorzieningen, zoals erfontsluitingen, parkeervakken en speelvoorzieningen zijn aan de binnenzijde van het bouwblok gesitueerd. Vanwege de specifieke ligging in de natuur vraagt de schil van het bouwblok, zijnde de buitenrand, om bijzondere aandacht. Hier mogen geen ontsierende aan- of uitbouwen, schuttingen en dergelijke worden gesitueerd om te voorkomen dat de stedenbouwkundig eenduidige structuur verloren gaat. Om te garanderen dat de ruimtelijke kwaliteit van het complex intact blijft, is ervoor gekozen om ook geen vergunningsvrije bouwwerken toe te staan. Dit is ingegeven vanuit de beleving van het bouwblok door recreanten in het natuurgebied en door bewoners in de bestaande woningen langs de Mostheuvel.

De impact van het bouwblok op de omringende natuur dient immers zo beperkt mogelijk te zijn. Vergunningsvrije bouwwerken kunnen de beleving van recreanten aantasten en het woon- en leefklimaat van de omwonenden verminderen. Daarom is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen waardoor vergunningvrij bouwen in de achtertuinen van de patiowoningen wordt uitgesloten.

3.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Aanleiding: De beoogde ontwikkeling betreft de nadere invulling van het gebied Reeshofweide met de bouw van patiobungalows, groen en volkstuinen. Voor de CHW dient de eerder vastgestelde paragraaf uit 2016 als uitgangspunt. Inventarisatie 3.3.1 Historische geografie Ligging: De planlocatie ligt in het noordwesten van de gemeente Tilburg langs de westelijke beekdalzijde van de Donge in het gebied Dalem (Reeshof) en wordt aan de oostzijde begrensd door de Burgemeester Letschertweg. Aan de noordwestelijke zijde is het gebied De Lange Rekken toegevoegd. Geografie: Het terrein ligt van oudsher in een groot heidegebied, van zuid naar noord doorsneden door de Donge. Deze voormalige Tilburgsche Heide vormde het middendeel van een uitgestrekt heidegebied ten

Reeshofweide 2018

13

westen van Tilburg tussen de gemeenten Loon op Zand, Dongen, Hulten en Riel. Het glooiende heidegebied met lokale landduinen was van oorsprong doorspekt met grote, relatief ondiepe vennen zoals de Blaak, de Witten Brand, De Hoge en lage Witsie, het Zwartven en het Leikeven, evenals talrijke kleinere drassige laagten zoals de Stoorblaak bij het Kraaiven. De eerste grote (her)ontginning van de heide vond plaats ca. 1760 met de inrichting van het landgoed van Charles de Rey (Rey´s Hof), De nattere gronden langs de Donge, waren eertijds ruigte en werden gaandeweg in gebruik genomen als grasland. Geomorfologie: de Dongevallei bestaat uit een terrasvlakte met daarbinnen de dalvormige laagte (beekdal) van de Donge. Bodemgesteldheid: veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Ten noorden van het plangebied komen meerveengronden op zand voor zonder humuspodzol, veen beginnend ondieper dan 120 cm. Historisch grondgebruik: in de eerste helft van de twintigste eeuw ligt de planlocatie nog centraal in een steeds kleiner wordend heideareaal. Vanaf medio twintigste eeuw neemt het agrarisch gebruik toe en na WOII ontstaan als gevolg van ruilverkavelingen steeds grotere aaneengesloten kavels.

Vanwege de drassige omstandigheden was het gebied moeilijk toegankelijk en slechts te doorkruisen via enkele paden over de natuurlijke hoogten, zoals de Langendijk en de Korte Dijk (de huidige Reeshofdijk). Vanaf de Middeleeuwen is men op kleine schaal begonnen het gebied te ontwateren door het middel van sloten. Ontginningen bestonden uitsluitend uit het creëren van wei- en hooilanden. De grootschalige ontginningen en de bouw van boerderijen vonden pas in het begin van de twintigste eeuw plaats, nadat het waterpeil was verlaagd. Aan het einde van de jaren zeventig van de twintigste eeuw is begonnen met de aanleg van het stadsdeel De Reeshof, waarna het gebied in hoog tempo is volgebouwd. De westelijke rondweg (Burgemeester Letschertweg) werd in 2012 voltooid. Huidig grondgebruik: Het terrein is grotendeels in gebruik voor agrarische functies. 3.3.2 Archeologie Het plangebied kent een lage trefkans op de indicatieve kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Het plangebied ligt op de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ArWaTi) in een gebied met middelhoge verwachting; Het plangebied ligt niet in of grenst niet aan een AMK-Terrein. Archeologische waarnemingen: niet bekend in en nabij de planlocatie. Als archeologische regio is het voormalige heidegebied in hoofdzaak bekend om zijn rijke mesolithische vondstgeschiedenis.

Langs en nabij de vennen in de Tilburgse Heide en in het beekdal van de Donge zijn diverse laatpaleolithische en mesolithische vindplaatsen bekend. De sites van Lepelare Zand en Kraaiven ten noorden van het kanaal behoren tot de grootste mesolithische sites van Nederland. Neolithische vondsten zijn bekend bij zowel de Hoge Witsie als bij de Voldijk. In 2006 werd door Fontys Hogescholen Bilan een archeologisch vooronderzoek (bureau- en verkennend booronderzoek) in het plangebied uitgevoerd: Tilburg (NB), Dalem Stadsrand. Archeologisch vooronderzoek, ISSN 1572-3194-2006. Uit zowel het bureau- als het veldonderzoek blijkt dat het plangebied in het verleden tot een nat gebied behoorde dat weinig geschikt was voor bewoning. Kleine lokale hoogtes die aantrekkelijk waren als kampplaats voor jagers-verzamelaars in de steentijd komen evenmin in het plangebied voor en ook van archeologische waarnemingen en indicatoren is in en rond het plangebied geen sprake. De kans om rituele deposities uit de periode bronstijd t/m Romeinse tijd in het plangebied aan te treffen is niet uit te sluiten, maar wordt, gezien het ontbreken van aanwijzingen dat dit natte gebied in het verleden werd overgestoken, zeer laag ingeschat. Bovendien zijn bij het veldonderzoek diverse verstoringen in het plangebied vastgesteld.

Verwachting op basis vooronderzoek: een lage trefkans op resten van bewoning uit de steentijd (m.n. Paleo-Meso), want kleine hoogtes in het landschap komen in het plangebied niet voor. Vanwege de lage archeologische wordt geen archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven noodzakelijk geacht. Wel heeft eerder genoemd booronderzoek van Bilan aangetoond dat zich in het plangebied voor de archeologie interessante veenlagen vrij dicht onder het huidige maaiveld bevinden (zie boring 111). Nader onderzoek naar deze veenlagen biedt de mogelijkheid meer te weten te komen over het karakter en de ontstaansgeschiedenis van dit lage gebied en vormt een belangrijk onderdeel van inventariserend archeologisch onderzoek. 3.3.3 Cultuurhistorie, objecten en structuren, historisch groen In het plangebied bevinden zich geen op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg beschermde monumenten.

Reeshofweide 2018

14

De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). In het plangebied komen geen panden voor uit die periode. Historische structuren: Het plangebied werd tot in het begin van de twintigste eeuw doorkruist door een aantal wegen en paden, die mogelijk teruggaan op een zeer oud padenpatroon. Bij de aanleg van de stadswijk is dit netwerk van wegen en paden echter grotendeels verloren gegaan. Het tracé van enkele van deze paden is echter nog deels herkenbaar in het huidige wegenpatroon: Langendijk, Korte Dijk (de huidige Reeshofdijk), Kamerikpad – Kamerikstraat - Reeshofweg. Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog dient onderzoek uit 2005 als basis. In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle panden uit de periode na de Tweede Wereldoorlog aanwezig. 3.3.4 Conclusie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie bestaat geen bezwaar tegen de geplande ontwikkeling. Er worden geen historische objecten of structuren aangetast. Voor wat betreft de archeologie is er op de planlocatie vanwege de lage archeologische verwachting geen grootschalig gravend vervolgonderzoek noodzakelijk. Als onderdeel van het in het kader van het bestemmingsplan benodigde inventariserende archeologische onderzoek dient wel bemonstering en analyse van de veenlagen plaats te vinden.

Hoe dit het beste plaats kan vinden, en in samenwerking met welk specialistisch bureau, dient in overleg met het bevoegd gezag nader te worden bepaald. Totdat dit is uitgevoerd dient het gehele plangebied dan ook de dubbelbestemming waarde archeologie met de gebruikelijke voorschriften te krijgen.

3.4 Volkshuisvesting Het onderhavige bestemmingsplan regelt de bouw van 35 nieuwe patiowoningen. Op basis van artikel 4.3 Verordening ruimte dient in de toelichting een verantwoording opgenomen te worden met betrekking tot de wijze waarop de regionale afspraken gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg (vh. Regionaal planningsoverleg) worden nagekomen en hoe de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot deze afspaken en de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Woonvisie en Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek(KWBO) & SmartAgent Het gemeentelijk woonbeleid volgt primair uit de vierjaarlijkse WoonVisie. Hierin komen thema's en trends in het wonen aan de orde, worden actuele knelpunten geduid en worden de woonopgaven voor de komende jaren benoemd. In de Woonvisie is aangegeven dat –ondanks accentverschuiving naar de bestaande woningvoorraad– de nieuwbouwopgave voor Tilburg nog steeds een belangrijk thema is, gegeven de natuurlijke aanwas, gezinsverdunning en immigratie. <0000>

Centraal in de Woonvisie Tilburg 2015 –met de horizon op 2020– staat de gemeentelijke opgave te voorzien in een compleet en gevarieerd palet aan woonmilieus als basis voor een voldoende gedifferentieerd woningaanbod, zodat zo veel mogelijk inwoners passende woonruimte kunnen vinden. Passend in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en trends (w.o. demografie, individualisering, zelfredzaamheid & betaalbaarheid, identiteit/ beleving); dit geldt zowel de woning als de woonomgeving/woonmilieu. De woningbouwopgave die Tilburg in voornoemde context heeft, kan en wordt vrijwel volledig binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Echter de omvang van de bouwopgave, maar meer nog de kwalitatieve samenstelling daarvan (o.m. woonmilieudifferentiatie), maakt het nodig om ons –in beperkte mate– ook te oriënteren op locaties buiten het bestaand stedelijk gebied. Om meer aansluiting te vinden bij de huidige en toekomstige woonbehoeften c.q. klantvraag wordt gebruik gemaakt van een woonmilieutypologie. Hierbij wordt, naar analogie van de rijksoverheid, onderscheid gemaakt in vijf woonmilieus: Centrum-Stedelijk (& -Plus), Stedelijk-buiten-centrum, Groen-Stedelijk, (Centrum-)Dorps en Landelijk, waarbij –in deze volgorde– sprake is van een afnemende woningdichtheid en nabijheid c.q. toegang tot voorzieningen, respectievelijk (OV-)bereikbaarheid.

Deze indeling wordt waar nodig binnengemeentelijk verbijzonderd en/of verbonden met leefstijlkenmerken van bewoners uitmondend in zgn. "woonwerelden". Het plan Reeshofweide voor de bouw van ca. 35 patiowoningen voorziet in een ontwikkeling die direct aansluit op bestaand stedelijk gebied en waarbij in de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening is gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving,

Reeshofweide 2018

15

waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding voor ecologische en landschappelijke verbindingen. Het bouwplan speelt in op de plaatselijke behoefte aan '(levensloop)geschikt' wonen. In het plan is rekening gehouden met de woonmilieu(differentiatie)opgave, in dit geval het voorzien in de vraag naar Groen-Stedelijk. Het periodieke Kwalitatief WoningBehoefteOnderzoek/KWBO (elke vier jaar, meest recent 2012) toont de behoefte aan Groen-Stedelijk woonmilieu. Zo blijkt de woonvoorkeur onder de verhuisgeneigde Tilburgers in voor meer dan een derde uit te gaan naar een groenstedelijk woonmilieu, waarmee burgers met specifieke leefstijlen beter worden bediend. Woonkwaliteiten Naast woonmilieudifferentiatie is meer variatie in het aanbod van nieuwbouwwoningen geboden. Enerzijds komt dit voort uit de maatschappelijke ontwikkelingen als individualisering, ontgroening & vergrijzing, anderzijds heeft dit te maken met de verander(en)de klantvraag, die ook steeds kwalitatiever van aard is. Aspecten waarop met name lokaal sturing plaatsvindt, zijn het aandeel appartementen in bouwplannen, het aandeel goedkope huurwoningen, de beschikbaarheid van kavels voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap / eigenbouw, de levensloopbestendigheid van de nieuwbouw en het voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PkVW). <0000>

a. Leefstijl / "woonwereld" Het KWBO biedt inzicht in de zgn. "harde" kenmerken (i.c. huishoudens- en woningkenmerken, verhuisplannen enz.). Complementair levert het leefstijlonderzoek van SmartAgent (2013) informatie over de drijfveren van mensen in het gedrag dat zij vertonen en de keuzes die zij maken, oftewel inzicht in de normen/waarden- en belevingsaspecten (de "zachte" kant) van burgers op de woningmarkt. Samen bieden beide onderzoeken aanknopingspunten voor doelgroep-segmentatie/-specialisatie, uitmondend in zgn. "woonwerelden". Hiermee kunnen omgevings-/locatiekenmerken en consumentenvraag optimaal op elkaar worden afgestemd in het te ontwikkelen woonproduct(gamma).1 Het woningbouwplan Reeshofweide biedt ruimte voor groenstedelijk wonen, primair voor mensen behorend tot de blauwe leefstijl, en meer specifiek voor de woonwereld Ruim & hoogwaardig. b. Levensloopbestendige nieuwbouw (/ wonen met zorg) De huisvesting van zorgbehoevenden (m.n. ouderen en gehandicapten), gemengd met de overige bevolking, is een belangrijk aandachtspunt van het Tilburgse woonbeleid. Ter bevordering van hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie streeft de gemeente Tilburg er naar dat nieuwbouwwoningen "levensloopbestendig" worden ontwikkeld, dan wel daartoe eenvoudig aanpasbaar zijn. Dat wil zeggen dat de "primaire ruimten", i.c.

woonkamer, keuken, hoofdslaapkamer en badkamer/toilet, gelijkvloers (te maken) zijn op entreeniveau van de woning. Daarenboven bestaat het streven dat er voldoende welzijns- en zorgdiensten in de nabijheid zijn, dan wel gerealiseerd worden. Hiertoe is het concept van de Servicewijken/woonservicezones ontwikkeld, waarbij woon-, welzijn- en zorgdiensten op gebiedsniveau optimaal op elkaar zijn/worden afgestemd. Met name bij nieuwe uitleglocaties dient invulling aan dit concept te worden geven. In dit bouwplan wordt aan de doelstelling van levensloopgeschikte nieuwbouw invulling gegeven. Zie voor concrete ontwerphandreikingen de Werkwijzer Levensloopbestendigheid & toegankelijkheid 2.1. c. Politiekeurmerk Veilig Wonen Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PkVW) is een keurmerk dat afgegeven wordt voor woningen, complexen en buurten die voldoen aan een voorgeschreven pakket van eisen rond inbraak- en brandpreventie, sociale veiligheid en leefbaarheid. Het Politiekeurmerk Veilig Wonen bestaat eigenlijk uit twee keurmerken, namelijk een voor nieuwbouw en een voor bestaande bouw. Als uitgangspunt voor alle nieuwbouwprojecten in Tilburg geldt dat het Politiekeurmerk dient te worden toegepast (i.c. certificering plaatsvindt), zowel op woningniveau, als ook op het niveau van de woonomgeving. Het woningbouwplan Reeshofweide zal aan het Politiekeurmerk voldoen.

3.5 Groen en speelruimte

Reeshofweide 2018

16

3.5.1 Bomennota Tilburg boomT Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Om deze reden is de Boomwaardezoneringskaart (Bwz-kaart) opgesteld, die deel uitmaakt van de Bomennota Tilburg boomT. Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare bomen in het stedelijk gebied van de gemeente Tilburg. Op de Bwz-kaart worden de boomzones die belangrijk zijn voor de structuur van de stad weergegeven; zones met bomen met een hoofdwaarde, nevenwaarde, basiswaarde of stadsecologie. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen, onderhoud en beheer en straatbeeld. Door middel van de Bwz-kaart wordt duidelijk waar er kansen liggen voor openbare bomen; bomen die op de Bwz-kaart staan krijgen extra bescherming, intensiever onderhoud/beheer, bescherming tegen kap, herplantplicht e.d.

Boomwaardezoneringskaart Maatregelen in bestemmingsplan De Bwz-kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw-, herontwikkelings- of herstructureringsplannen in de bestaande stad waar huidige openbare bomen mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de Bwz-kaart aangeduid als Boomwaardekaart. Bomen met een hoofdwaarde, bomen van de 1e categorie en monumentale bomen zijn op een bij de regels gevoegde bijlage 4, Boomwaardekaart bij dit bestemmingsplan opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. Bomen met een hoofdwaarde en bomen van de 1e categorie zijn daarop weergegeven als "potentieel waardevolle boom". Monumentale bomen staan als zodanig aangegeven. De juridisch-planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van respectievelijk 8m en 15m vanuit het hart van de desbetreffende boom. 3.5.2 Nota Groen De Nota Groen, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 april 2010, vormt de herziening van de Groenstructuurplannen uit 1992 en 1998. Tilburg wil zich in de toekomst blijven profileren als een groene stad waar het goed wonen en werken is. Tilburg moet in 2020 een stad zijn waar zowel haar inwoners, bezoekers

Reeshofweide 2018

17

als bedrijven een aantrekkelijk groene woon- en werkomgeving hebben en waar de recreatieve omgeving wordt ervaren als een kwaliteit van de gemeente. Tilburg streeft er dan ook naar een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur duurzaam te ontwikkelen en deze veilig te stellen binnen de stedelijke context. Om dit te bereiken wil het gemeentebestuur de Tilburgers letterlijk en figuurlijk dichter bij groen brengen. Op hoofdlijnen betekent dit: 1. Inzet op buitenstedelijke groengebieden en het groene netwerk; 2. het tot zijn recht laten komen van de verschillende karakters van het groen (klassiek-, recreatief- en natuurlijk groen); 3. het versterken en behouden van het natuurlijk groen. In 2012 is het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit vastgesteld. 3.5.3 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën.

In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden. In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide- en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10724835/1