CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting met bijlagen-b001

Raadsvergadering 5 februari 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Recropassage Spinder27.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De omvang van deze verontreiniging is niet geheel in beeld, en kan mogelijk binnen het nieuwbouwvlak vallen. Ter plaatse van de watergang langs het Loonse Spinderpad zijn verontreinigingen in de waterbodem geconstateerd. Op het noordelijk deel is ter plaatse van een voormalig agrarische perceel asbest aangetroffen. Het gaat om een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bovendien gaat het om een zorgplichtgeval. Voor het bestemmingsplangebied zijn bodemonderzoeken door de aanvrager ingediend. In dit onderzoek zijn plaatselijk sterk verhoogde gehalten gemeten in grond- en waterbodem. Deze resultaten vormen aanleiding voor nader onderzoek in het kader van bouwplannen en zorgplicht. Ter plaatse van de recropassage moet nader bekeken worden waar nader onderzoek nodig is. Dit kan na het vaststellen van de concrete bouwplannen worden uitgevoerd. Ter plaatse van het toekomstige 380kv station moet de verontreiniging met chroom verder in beeld worden gebracht. Ter plaatse van het agrarisch perceel zal de asbestverontreiniging in het kader van zorgplicht moeten worden gesaneerd. De waterbodem langs het Loonse Spinderpad is sterk verontreinigd. In overleg met het bevoegd gezag moeten hier vervolgacties worden vastgesteld. Wat de bestemmingsplanfase betreft vormen deze verontreinigingen geen belemmeringen voor de procedure, zolang bovenstaande punten in een latere fase worden aangepakt.

Ook moet men dus rekening houden met (aanvullende) bodemsaneringen in latere fasen. Bodembeleid gemeente Tilburg: in goede aarde In deze nota valt te lezen hoe de gemeente Tilburg te werk gaat bij bodemsanering in Tilburg. De nota is opgebouwd uit vier delen, respectievelijk de hoofdlijnen van het beleid, het gemeentelijk beleid verder uitgewerkt, het maatregelenprogramma en het meerjarenprogramma bodemsanering.

4.10 Natuur en ecologie 4.10.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk "Natura 2000-gebieden" (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk "soorten" (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk "houtopstanden" (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het rijk naar de provincies verschoven.

Recropassage Spinder

Het hoofdstuk Natura 2000-gebieden heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend. Het hoofdstuk Soorten heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen.

Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën: <0000> Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (deze soorten zijn benoemd in het document "Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep", Dienst Regelingen, 2009. Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn) <0000> Overige inheemse broedvogels <0000> Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn <0000> Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling (de algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd. In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant) <0000> Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen.

Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen. De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode.

Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en in overeenstemming met titel 2.10 van het Barro op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzijbenadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van

Recropassage Spinder

natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw. 4.10.2 Puntensysteem natuurinclusief bouwen Verstedelijking zorgt wereldwijd voor een uitbreiding en een verdichting van het stedelijke gebied. In veel steden leidt dit tot een verlies aan biodiversiteit. Ook de opgave voor de energietransitie kan een bedreiging voor de natuur vormen. Natuur- en groeninclusief bouwen helpt om de stad prettig en de inwoners gezond te houden. Om het creëren van groene elementen in de stad te stimuleren is het puntensysteem ontwikkeld. Het systeem gaat uit van een lijst met groen- en natuurinclusieve maatregelen, waarbij elke maatregel een bepaald aantal punten waard is. Om te bepalen hoeveel van deze maatregelen genomen moeten worden bij de uitvoering van een bouwproject moet per project een te behalen puntenscore berekend worden. Voor het voorliggende plan is dit niet aan de orde.

4.10.3 Gebiedsontheffing gebouwbewonende soorten Met de Tilburgse gebiedsontheffing gebouwbewonende vleermuizen en broedvogels worden de procedures in het kader van de Wet natuurbescherming en de Wabo vereenvoudigd. Om de gebiedsontheffing te kunnen toepassen zijn soortenmanagementplannen (SMP) opgesteld en worden de verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten in kaart gebracht. De gebiedsontheffing en bijbehorende SMP’s zijn erop gericht de instandhouding van gebouwbewonende vleermuizen en vogels te waarborgen. Dat wil zeggen dat bij elk project (zowel van derden als van de gemeente) preventieve maatregelen worden genomen, gericht op het behouden en verbeteren van het aanbod van verblijfplaatsen. Alle projecten (van de gemeente en van derden) die onder de werking van de SMP vallen, kunnen profiteren van de gebiedsontheffing. Dit betekent dat voor deze projecten geen afzonderlijke ontheffing nodig is. Voor het voorliggende plan is geen (gebieds)ontheffing nodig. 4.10.4 Analyse plangebied Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op 2,6 kilometer afstand van het wettelijk beschermde natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Gezien deze afstand en de zeer beperkte externe invloed van de geplande ontwikkeling kunnen negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten.

Natuurbescherming in Interim Omgevingsverordening Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het Natuurnetwerk Brabant (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de Groenblauwe Mantel, zoals begrensd op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Door het initiatief wordt er echter geen NNB aangetast. Wel zullen er wijzigingen plaatsvinden in de beheertypen, zoals opgenomen op de kaarten van de Interim Omgevingsverordening. Het aanleggen van de recro-passage draagt bij aan de ecologische verbinding tussen de twee afzonderlijke (leef)gebieden aan beide zijden van de N261. Soortenbescherming Door de aanleg van de recropassage worden geen natuurwaarden aangetast, maar wordt er een verbinding gemaakt tussen twee natuurgebieden. Door de werkzaamheden kunnen wel aanwezige (beschermde) soorten worden verstoord. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal daarom een inventarisatie moeten plaatsvinden, zodat bij aanwezigheid van (beschermde) soorten zorgvuldig gehandeld kan worden. In en in de directe omgeving van het plangebied zijn beplantingen aanwezig waar vogels in kunnen nestelen. Het gaat daarbij om vogelsoorten waarvan de nesten uitsluitend gedurende de broed- en nestperiode beschermd zijn. Vaste, jaarrond beschermde nesten zoals roofvogel- en roekennesten zijn niet aanwezig.

Negatieve effecten op broedende vogels door het verwijderen van beplantingen dienen te worden voorkomen door begroeiingen waarin vogels kunnen nestelen te verwijderen buiten het broedseizoen. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. De Wet Natuurbescherming kent echter geen standaardperiode voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval is. De genoemde periode kan daarom slechts als vuistregel worden gehanteerd. Voor alle soorten is de wettelijke zorgplicht voor flora en fauna van kracht. In het kader van de zorgplicht zijn echter geen specifieke voorzorgsmaatregelen verbonden aan dit plan.

Recropassage Spinder

Conclusie Er worden geen negatieve effecten verwachten op beschermde gebieden of beschermde soorten. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal wel een inventarisatie moeten plaatsvinden, zodat bij aanwezigheid van (beschermde) soorten zorgvuldig gehandeld kan worden.

Recropassage Spinder

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Programma Water en Riolering 2020 - 2023 Het Programma Water en Riolering (PWR) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het PWR wordt vastgelegd wat de gemeente wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid, bewoners en bedrijven ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Gemeenten zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht een plan op te stellen waarin de zorgplichten worden uitgewerkt. De Wet milieubeheer schrijft geen geldigheidsduur voor, hierin zijn gemeenten vrij. Het is wel gebruikelijk om het rioleringsplan periodiek te herzien. Het PWR is tevens de basis voor de gemeentelijke rioolheffing. Eén van de doelstellingen in het PWR is om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken. Door klimaatverandering krijgen we te maken met zwaardere buien, een toename van warme dagen, langdurige perioden van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving. Als we droge voeten en een leefbare omgeving willen behouden, moet iedereen hier een steentje aan bijdragen.

Om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te houden is een regenwateropgave geïntroduceerd voor vervanging van verhard oppervlak en hanteren we nieuwe ondergrenzen bij toename van het verhard oppervlak. De regenwateropgave verplicht tot het aanbrengen van regenwaterberging en is in lijn met de wateropgave die de waterbeheerder oplegt. Op dit moment is dat 60 mm. De opgave heeft als doel het verwerken van extreme neerslaghoeveelheden om de kans op wateroverlast nu en in de toekomst te beperken. 1. <50 m2: geen regenwateropgave 2. 50 m2 - 150 m2: <0000> indien niet vergunningplichting: geen regenwateropgave <0000> indien wel vergunningplichting: regenwateropgave volgens tabel 1 3. >150 m2: regenwateropgave volgens tabel 1

Tabel 1 - regenwateropgave De opgave is voor de gebieden Blaak en Reeshof kleiner omdat deze gebieden, vanwege de ruim opgezette waterstructuur, al klimaatbestendig zijn ingericht. De opgave van 10 mm heeft als doel om het water van de kleine buien af te vangen en toe te voegen aan de grondwatervoorraad.

5.2 Bestaand watersysteem In het vervolg van deze waterparagraaf wordt uitsluitend stilgestaan bij de eigenlijke Recropassage. Het omvormen van de overige in het plangebied begrepen gronden naar natuur heeft geen significante invloed op het watersysteem.

Recropassage Spinder

De belangrijkste kenmerken van het gebied zijn weergegeven in tabel 1. Kenmerk In plangebied Stroomgebied Zandleij Waterbeheerders Stedelijk watersysteem: gemeente Tilburg Zuivering afvalwater: waterschap De Dommel Oppervlaktewater: waterschap De Dommel Bruto oppervlakte Totaal plangebied ca. 9.500m² Terreinhoogte Tussen NAP+11,5m en NAP+14,1m Gemiddelde hoogste Globaal tussen NAP+10,1m en NAP+10,3m grondwaterstand (GHG) Ontwateringdiepte Tussen 1,2m en 4,0m Bodem Zand, zwak lemig Riolering Geen riolering Afkoppelgebied Niet van toepassing Oppervlaktewater Ten zuiden van het plangebied ligt een A-watergang en aan de oostzijde enkele B-watergangen, zie afbeelding 2 Keur beschermde gebieden De Recropassage valt gedeeltelijk in beschermd gebied waterhuishouding, zie afbeelding 3 Tabel 1: Gebiedskenmerken In de bestaande situatie bestaat het plangebied uit een autoweg die aan beide zijden wordt begrensd door bos.

Afbeelding: Locatie plangebied ten opzichte van oppervlaktewater

Recropassage Spinder

Afbeelding: Locatie plangebied ten opzichte van door Keur beschermde gebieden

5.3 Beleidskader Het Provinciale “Regionale Water en Bodem Programma” (RWP) 2022 – 2027 heeft als doel een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Rode draad is het herstel van de systeemwerking. Het water en bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Waterschap De Dommel heeft zijn actuele waterbeleid opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). In dit programma staat een watertransitie centraal die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. De transitie heeft drie leidende principes: 1) elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; 2) functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; 3) wat schoon is moet schoon blijven. Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Programma Water en Riolering (PWR) 2020-2023. Bij de totstandkoming van dit beleid zijn de waterbeheerders nauw betrokken. In het PWR is invulling aan het lange termijn beleid dat gestart is met het Waterplan (1997), het Waterstructuurplan (2002), de Structuurvisie Water en Riolering 2010-2015 en voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen. Ook de Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld september 2015) is van belang. In deze omgevingsvisie zijn alle uitgangspunten en opgaves voor de komende decennia vastgelegd.

Toekomstige situatie De ontwikkeling betref de aanleg van een verbinding voor zowel fietsers als fauna. Hiervoor wordt een onderdoorgang gemaakt onder de autoweg. Voor het fietsverkeer wordt een fietspad aangebracht die de Stokhasseltlaan met de Bos en Beemdweg verbind. Voor fauna vindt een landschappelijke inpassing plaats in een ecozone.

Afbeelding: nieuwe situatie recropassage

Recropassage Spinder

Afbeelding: principedoorsnede Recropassage Voor de nieuwe situatie zijn in tabel 2 aannames gedaan voor de afwaterende verhardingen. Oppervlakken Oppervlak Afvoerende Afvoerend (m²) verharding totaal (%) (m2) Fietspad*1 920 100 920*2 Onverhard 8.580 0 0 Totaal 9.500 920 Tabel 2: Afvoerende oppervlakken in de plansituatie *1 Voor de oppervlakte van het fietspad wordt geen rekening gehouden met afwatering van de taluds. Deze stromen af in robuust verlaagd liggend groen *2 Voor de bepaling van het verhard oppervlak is geen rekening gehouden met de bovenliggende autoweg waardoor theoretisch op dit deel van het fietspad geen neerslag terecht komt

5.4 Duurzaam watersysteem Grondwater De maaiveldhoogten van de nieuwe situatie moeten worden gekozen op basis van voldoende ontwatering. Om voor het fietspad in de onderdoorgang aan de minimale ontwatering te voldoen wordt het bestaande wegdek van de autoweg ter plaatse van de onderdoorgang verhoogd. Als minimale ontwatering voor het fietspad wordt 0,5 meter aangehouden. Regenwater Tilburg streeft naar een betere leefomgeving. Daarbij speelt de trits vasthouden-bergen-afvoeren een centrale rol. In eerste instantie gaat het om het gebiedseigen water zoveel mogelijk vast te houden (trits vasthouden-bergen-afvoeren). In het PWR is beleid vastgesteld waarmee van iedere ontwikkeling verlangd wordt dat ze hier invulling aan geeft door in een vastgestelde bergingsopgave voor het plangebied te voorzien. De bergingsopgave bedraagt 60 mm, oftewel 60 l/m² verharding van de nieuwe situatie. Hiermee draagt het plangebied bij aan het hydrologisch neutraal (her)ontwikkelen van Tilburg. Op basis van de aangenomen te compenseren afvoerende oppervlakte van de toekomstige situatie (920 m²) geldt voor het plangebied een bergingsopgave van ca. 55 m³. De opgave dient bij verdere uitwerking mogelijk te worden bijgesteld op basis van de werkelijke afvoerende verharde oppervlakken.

De voorgenomen invulling van de waterbergingsopgave is in zaksloten en in verlaagde maaivelden van de recreatieve- en ecozone. Het toepassen van uitlogende bouwmaterialen is uitgesloten om verontreiniging van bodem- en oppervlaktewater te voorkomen

Recropassage Spinder

Keur beschermd gebied Het plangebied valt deels onder de Keur beschermd gebied. Dit betreft het deel tussen de autoweg en de Stokhasseltlaan. Het water wat valt op de nieuw aan te brengen verhardingen infiltreert vanuit de waterbergende voorzieningen in de bodem waarmee een negatief effect op het grondwater wordt voorkomen.

5.5 Watertoets De impact van deze ontwikkeling op het watersysteem is beperkt. Waterschap De Dommel heeft bij brief van 3 oktober 2022 ingestemd met het plan.

Recropassage Spinder

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit plan bevat geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden niet van toepassing. Er hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld en dus ook geen vervangende exploitatieovereenkomst. De gemeente is initiatiefnemer van dit plan en intern zijn de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan afgerekend. Een deel van de leges wordt op basis van een overeenkomst verhaald op TenneT, omdat een deel van het plan betrekking heeft op de landschappelijke inpassing, die hoort bij het Rijksinpassingsplan ten behoeve van een nieuw 380 kV-station op De Spinder. Deze inpassing komt qua uitvoering op basis van dezelfde overeenkomst ook voor rekening van TenneT. De financiering van de Recropassage zelf komt voor rekening van de gemeente en wordt medegefinancierd door de provincie. Eventuele wettelijk verplichte tegemoetkomingen in planschade, worden door de gemeente voldaan uit de reguliere budgetten. Vanwege de medewerking van betrokken grondeigenaren en het gebrek aan bouwplannen wordt overigens geen voor tegemoetkoming in aanmerking komende planschade verwacht.

Gelet op het vorenstaande is het plan economisch uitvoerbaar.

Recropassage Spinder

Hoofdstuk 7 Omgevingsdialoog en vooroverleg 7.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 1.3.1 van het Bro verplicht bestuursorganen, die een structuurvisie of een bestemmingsplan voorbereiden, waarbij sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en waarbij geen milieu-effectrapport wordt opgesteld, kennis te geven van het voornemen te komen tot vaststelling van die structuurvisie of dat bestemmingsplan. In casu is het voornemen om te komen tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan op 1 juli 2022 gepubliceerd in het Gemeenteblad.

7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het concept-ontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan provincie, waterschappen, De Efteling, Natuurmonumenten en de gemeente Loon op Zand. De vooroverlegreacties van deze partners worden hieronder samengevat weergegeven, alsmede de reactie van de gemeente daarop. Waterschap De Brabantse Delta Het waterschap wijst erop dat het plangebied (deels) in een hydrologisch beschermd gebied ligt en dat maatregelen geen verdrogend effect mogen hebben. Reactie gemeente Dit is de gemeente bekend, dank voor de reactie. Waterschap De Dommel Het waterschap stemt in met het plan, maar wijst wel op twee aandachtspunten bij de verdere uitwerking van de recropassage: 1. Regenwaterberging maakt nog geen onderdeel uit van het principeprofiel. In het profiel zijn geen zaksloten zichtbaar. Tussen het fietspad en de natuurzone bevindt zich een verhoogde struweelwal, waardoor regenwater vanaf het fietspad niet de natuurzone in kan stromen. In de verdere uitwerking van het ontwerp van de recropassage vraagt de waterberging dus nog aandacht. Wanneer er op het fietspad strooizout wordt toegepast, heeft bergen in zaksloten langs het fietspad sterk de voorkeur boven bergen in de natuurzone. 2. Voor aansluiting van het fietspad in de recropassage op de Stokhasseltlaan is een duiker nodig in de B-watergang langs de Stokhasseltlaan.

Voor de duiker is geen watervergunning nodig als hij voldoet aan de Algemene regels van De Dommel, meer specifiek aan artikel 10 van die regeling. Reactie gemeente De gemeente neemt nota van de beide opmerkingen, dank voor de reactie. Provincie Noord-Brabant 1.

2.

Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het nieuwe hoogspanningsstation van TenneT c.a. merkt de provincie op dat er, behalve summier in de toelichting, geen relatie wordt gelegd met het Landschapsplan uit het RIP Hoogspanningsstation Tilburg. De context ontbreekt grotendeels, met andere woorden. De provincie acht het nodig dat er in de planregels van dit bestemmingsplan expliciet verwezen wordt naar dit Landschapsplan en verzoekt dit landschapsplan als bijlage toe te voegen bij dit bestemmingsplan. Tevens verzoekt de provincie de gemeente nader toe te lichten wat de afspraken zijn ten aanzien van de realisering van dit Landschapsplan. Dit bestemmingsplan zal in dit verband direct moeten aansluiten en afgestemd zijn met het RIP en het daarbij horende Landschapsplan, zodat herleidbaar is welke partijen voor de uitvoering van welke onderdelen uit dit Landschapsplan verantwoordelijk zijn en hoe dit is geborgd. In het RIP Hoogspanningsstation is in artikel 8.1 sub b een gebruiksverbod (voorwaardelijke bepaling) opgenomen. Dit geeft echter nog onvoldoende inzicht in het bovenstaande.

Ten aanzien van de recropassage: De aanleg van de recropassage betreft een verplichting vastgelegd in overeengekomen afspraken met Loon op Zand (samenwerkingsverband Landschapspark Pauwels), inzake de natuurcompensatieverplichting voor uitbreiding van De Efteling (Wereld van de Efteling), aldus de

Recropassage Spinder

3.

provincie. Men mist in de toelichting hier een nadere duiding van. Daarnaast mist de provincie onder andere de uitleg dat de aanleg van deze ecozone onderdeel is van de ecologische verbindingszone tussen de Brand en Landgoed Huis ter Heide. In het voorliggende plan wordt niets gezegd over maatregelen die zijn voorgesteld om de parallel lopende provinciale weg (Finantiën) te ontsnipperen voor doelsoorten van de recropassage. Ook de context voor de verdere inrichting van de ecologische verbindingszone in de waterberging van de RWZI, waarvoor een dijklichaam moet worden verplaatst, waardoor waterberging wordt verkleind en op een andere locatie moet worden gecompenseerd, ontbreekt. Hier ligt een heel afsprakenkader aan ten grondslag, waar geheel aan voorbij wordt gegaan. De bestemmingsplanregels en dan met name die van de bestemming ‘Natuur’ zullen toegeschreven moeten worden naar het doel waarvoor de bestemming is gelegd, namelijk de realisering van de landschap verbeterende maatregelen uit het Landschapsplan van het RIP. De bijbehorende de bouw- en gebruiksregels zullen met dit doel (verwezenlijking van dit Landschapsplan) geformuleerd moeten worden. Daar is nu niet expliciet sprake van, merkt de provincie ten slotte op.

Reactie gemeente Ad 1. In de provinciale reactie wordt gesproken over een Landschapsplan bij het RIP Hoogspanningsverbinding Tilburg. Het Landschapsplan bij het RIP hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg verwijst voor wat betreft Tilburg naar het Landschapsplan bij het andere RIP, namelijk dat voor het nieuwe hoogspanningsstation op De Spinder in Tilburg. Wij nemen aan dat dat het Landschapsplan is, dat de provincie graag aan de regels verbonden ziet. Aan het verzoek wordt tegemoet gekomen, er is een verbinding gelegd tussen dit Landschapsplan, dat als bijlage bij de planregels is gevoegd, en de planregels. Zie verder ook het antwoord op het tweede punt van de vooroverlegreactie. Ad 2. De aanleg van de recropassage betreft inderdaad een verplichting, vastgelegd in overeengekomen afspraken met Loon op Zand (samenwerkingsverband Landschapspark Pauwels), inzake de natuurcompensatieverplichting voor uitbreiding van De Efteling (Wereld van de Efteling). De recropassage maakt deel uit van de (grotere) ecologische verbindingszone tussen de Brand en Landgoed Huis ter Heide. Hier ligt een heel afsprakenkader aan ten grondslag, dat de provincie mist in het plan. Het afsprakenkader wordt toegevoegd aan de plantoelichting.

Dit betekent concreet dat de volgende tekst wordt toegevoegd aan de paragrafen 1.1 en 2.2: Afsprakenkader project Voor de realisatie van de recropassage is in 2018 een intentieovereenkomst gesloten tussen gemeente Tilburg, Natuurmonumenten, provincie Noord-Brabant en de Efteling. Deze overeenkomst komt voort uit de vastgelegde natuurcompensatieverplichting voor uitbreiding van De Efteling. Op basis van deze overeenkomst is het plan verder uitgewerkt en zijn de financiële kaders bepaald. In 2022 is dit door de provincie formeel bekrachtigt door een financiële beschikking af te geven voor medefinanciering van het plan onderdeel Recropassage. Naast de afspraken over de Recropassage zijn in een vastgestelde Realisatieovereenkomst in 2022 afspraken vastgelegd tussen de partijen gemeente Tilburg, Tennet, Waterschap De Dommel en Provincie ten aanzien van de realisatie van een waterberging en de Robuuste Ecologische Zone. In die overeenkomst is opgenomen dat ‘Gemeente en Provincie de Robuuste Ecologische Zone (REZ) als onderdeel van de totale ecologische verbindingszone Huis ter Heide – De Brand dienen te realiseren en het Waterschap daaraan meewerkt, en waarvoor zij behoefte hebben aan het gebruik van een gedeelte van de huidige waterberging binnen het terrein van de RWZI Tilburg-Noord’.

Daarnaast is – als invulling van de landschappelijke verplichtingen van TenneT als gevolg van het RIP voor het nieuwe 380-kV-station - opgenomen dat: ‘TenneT de uitvoering verzorgt en de kosten draagt voor de voorbereiding en realisatie van … het verplaatsen van de kades (dijken) … ter plekke van de REZ’ ….. en ‘dat Partijen zich tevens hebben gecommitteerd aan de voorbereiding en realisatie van de overige planonderdelen die buiten deze overeenkomst vallen, maar zonder welke de REZ niet kan functioneren, te weten: <0000> TenneT: inrichting van de REZ; <0000> Gemeente en Provincie: Recropassage/verbinding, onderdelen: - Kunstwerken recropassage; - Faunapassage snelfietspad Bos en Beemdweg; - REZ tussen N261 en Stokhasseltlaan en snelfietspad;

Recropassage Spinder

- Aanpassing Stokhasseltlaan/Finantiën incl. faunapassage; - Recreatieve verbinding tussen snelfietspad en Stokhasseltlaan. De Recropassage is dus onderdeel van een groter ecologisch netwerk wat wordt gerealiseerd tussen De Brand en Huis ter Heide en is aangeduid op de natuurbeheerkaart van de Provincie. Deze ecologische verbindingszone dient als verbinding voor de doelsoort Boomkikker en aanverwante soorten en is een belangrijke schakel tussen beide genoemde gebieden. Om deze verbindingszone goed te laten functioneren, is een verbinding vanaf de oostzijde van de Finantiën naar de westzijde van de Bos en Beemdweg van belang. Deze verbinding wordt robuust gerealiseerd met de Recropassage. In dit werk zijn tevens maatregelen opgenomen om de genoemde wegen, Finantiën en Bos en Beemdweg, door de doelsoorten te laten kruisen. Aan de westzijde van de Bos en Beemdweg sluit het traject aan op een nieuw te realiseren verbinding naar Huis ter Heide, welke mogelijk wordt gemaakt door het aanpassen van de nu aanwezige waterberging en het verleggen van het dijklichaam ter plaatse. Dit valt op basis van de vastgestelde Realisatieovereenkomst onder de verantwoordelijkheid van TenneT. Ad 3. We hebben de regels van de bestemming Natuur toegeschreven naar realisatie van het Landschapsplan bij het nieuwe 380 kV-station. Zie ook de vooroverlegreactie van Natuurmonumenten.

Verwijderd zijn in de functie-omschrijving de "bouwwerken van algemeen nut" en "gebouwen". Het begrip "wegen en paden" wordt beperkt tot "fiets-, wandel- en ruiterpaden". Ook de bouwregels zijn daar op aangepast. De Efteling In de afbeelding in paragraaf 1.1 zijn onze gronden aan de Finantiën voorzien van een kader, waardoor ze zouden worden aangewend voor de landschappelijke inpassing ten gevolge van de komst van een nieuw 380 kV-station. Is de overdracht / inzetten van de gronden voor de natuurcompensatie van Tennet al definitief? We sluiten ons aan bij de opmerkingen van de provincie dat in het bestemmingsplan expliciet verwezen wordt naar de afspraken rondom het landschapsplan van het RIP, inclusief de borging daarin van de overeengekomen afspraken inzake de natuurcompensatieverplichting Efteling. In de verbeelding staat ons perceel ingekleurd als bestemming natuur. Klopt dat? Dit perceel heeft momenteel een agrarische bestemming. Reactie gemeente Het afsprakenkader is toegevoegd aan zowel paragraaf 1.1 als paragraaf 2.2 van de plantoelichting.

De bedoelde gronden van de Efteling zijn inderdaad in de afbeelding in paragraaf 1.1 van de plantoelichting en op de verbeelding van het plan aangeduid als "Natuur" ten behoeve van de compensatieverplichting van TenneT ten gevolge van de realisatie van het nieuwe 380 kV-station op De Spinder, zulks tegen de achtergrond van het genoemde afsprakenkader en anticiperend op een definitieve afspraak tussen TenneT en de Efteling over dit perceel. Als het moet, kan e.e.a. worden teruggedraaid door het ontwerpbestemmingsplan t.z.t. aan te passen richting vaststelling. Natuurmonumenten (Plankaart/Verbeelding) Wij signaleren dat de recropassage ter hoogte van de N261 de bestemming ‘Verkeer’ heeft gekregen. Dat doet geen recht aan de dubbele functie die deze passage heeft, als natuur- en recreatieverbinding. Wij verzoeken u de recropassage ter hoogte van de N261 de dubbelbestemming Natuur en Verkeer te geven. We verzoeken u de kruising met de Bos en Beemdweg ook in dit bestemmingsplan op te nemen, zodat dit bestemmingsplan een doorgaande verbinding borgt. (Regels) Artikel 3 Natuur bevat, zowel bij de functieomschrijving als bij de bouw- en specifieke gebruiksregels allerlei bepalingen die in onze ogen niet behoren bij een bestemming natuur. Wij verzoeken u om al deze mogelijkheden in het artikel terug te brengen tot de hoogstnoodzakelijke. Bij 3.1.1.

Functie staan bv ‘verharde wegen’, ‘gebouwen’, ‘bouwwerken van algemeen nut’ opgenomen maar die horen in onze ogen niet thuis in de bestemming natuur. Bij 3.2.2. Windturbines wordt een maximale hoogte voor windturbines en een maximale rotordiameter gegeven die hoger/langer is dan de huidige turbines. Dat is ongewenst, graag de huidige turbinematen opnemen. Bij 3.2.3 Gebouwen wordt allerlei ruimte geschapen voor gebouwen, terwijl

Recropassage Spinder

niet thuishoren in een natuurgebied, svp schrappen. Ditzelfde geldt voor 3.2.4 Bouwwerken, wij zien niet in waar bouwwerken tot 10 meter toe dienen, svp schrappen. Bij 3.3.1 Specifieke gebruiksregels. Wij verzoeken u de uitzondering onder b, voor opslag, te schrappen. Opslag dient in onze ogen buiten de bestemming Natuur plaats te vinden. Bij 3.4.1 zijn veel te veel werkzaamheden als vergunningplichtig opgenomen, terwijl die in onze ogen als strijdig gebruik zouden moeten worden bestempeld. Bv ‘het aanleggen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m2 per perceel’ is in onze ogen sowieso ongewenst, svp schrappen. Wij sluiten ons aan bij het verzoek van de Provincie om in de planregels expliciet te verwijzen naar het Landschapsplan dat deel uitmaakt van het Rijksinpassingsplan voor het hoogspanningsstation Tilburg, en om dat Landschapsplan ook als bijlage bij het bestemmingsplan te voegen. (Toelichting) Op de eerste plaats sluiten wij ons aan bij de opmerking van de provincie dat een nadere duiding wordt gemist van de recropassage als onderdeel van de ecologische verbindingszone tussen de Brand en Huis ter Heide (incl ontsnipperende maatregelen bij de weg Finantiën) en dat de recropassage uitkomst is van de afspraken omtrent natuurcompensatie voor de Eftelingplannen. Graag deze context toevoegen.

Wij missen ook een duidelijk ontwerptekening van de inrichting zoals die voorzien is onder de weg, die hoort in onze ogen onderdeel te zijn van de toelichting, inclusief het beoogde verlichtingsplan. Verder missen we een paragraaf over het beheer van de recropassage en de omgeving, ook die moet in onze ogen integraal onderdeel uitmaken van dit bestemmingsplan. Daarbij hoort ook de vermelding van de verantwoordelijkheid voor het beheer, dat is namelijk een hardnekkig knelpunt bij veel faunavoorzieningen. Wij signaleren dat de paragraaf 3.2 nog niet ingevuld is. Opm. bij paragraaf 4.10 Natuur en ecologie: Bij de beleidsmatige bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk ontbreekt de vermelding van de wettelijke bescherming die geregeld is in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Graag deze toevoegen; Bij 4.10.4 wordt al te gemakkelijk gesteld dat negatieve effecten op het N2000-gebied op voorhand kunnen worden uitgesloten. O.a. qua stikstof is dit de vraag, zeker nu de bouwvrijstelling sinds kort van tafel is. Reactie gemeente (Plankaart/Verbeelding) Er bestaat geen dubbelbestemming "Natuur-Verkeer". Te doen gebruikelijk is in dit soort situaties te kijken naar welke functie op de desbetreffende gronden prevaleert.

In dit geval is dat de verkeersfunctie, omdat niet alleen de onderdoorgang van de recropassage op de gronden in kwestie is geprojecteerd, maar ook (in verticale richting) de N261 van en naar Waalwijk. Wel hebben wij in de functieomschrijving in artikel 4 (Verkeer) expliciet opgenomen dat de gronden in dit plan, die deze bestemming hebben, mede bestemd zijn voor een ondergrondse ecologisch-recreatieve zone onder de N261 door, inclusief "Tilburgse terugblik" (een soort uitkijktoren). Zowel onder de Stokhasseltlaan als onder de Bos en Beemdweg komen ondergrondse ecologische passagevoorzieningen ("duikers"). Deze passen binnen de vigerende bestemmingen en het plangebied van het voorliggende plan hoeft derhalve niet te worden uitgebreid. (Regels) We hebben de regels van de bestemming Natuur toegeschreven naar realisatie van het Landschapsplan bij het nieuwe 380 kV-station. Zie ook de vooroverlegreactie van Natuurmonumenten. Verwijderd zijn in de functie-omschrijving de "bouwwerken van algemeen nut" en "gebouwen". Het begrip "wegen en paden" wordt beperkt tot "fiets-, wandel- en ruiterpaden". Ook de bouwregels zijn daar op aangepast. De maatvoeringen, die voor windturbines worden genoemd, komen rechtstreeks uit het vigerende plan en worden daarom niet aangepast. Beoogd is slechts de in juridisch opzicht bestaande situatie te conserveren.

Het uitsluiten van de bepaling inzake bouwwerken, geen gebouwen zijnde (een standaardbepaling) achten wij ongewenst, evenals het schrappen van de mogelijkheid om te verharden. Dit laatste zou bijvoorbeeld het realiseren van een fietspad uitsluiten. Regelonderdeel 3.3.1 gaat, in tegenstelling tot wat de vooroverlegreactie impliceert, over strijdig gebruik. Het schrappen van (delen van) dit regelonderdeel zou dus juist leiden tot hetgeen men niet beoogt. Het Landschapsplan wordt aan de planregels verbonden. (Toelichting) De aanleg van de recropassage betreft inderdaad een verplichting, vastgelegd in overeengekomen afspraken met Loon op Zand (samenwerkingsverband Landschapspark Pauwels), inzake de natuurcompensatieverplichting voor uitbreiding van De Efteling (Wereld van de Efteling). De recropassage

Recropassage Spinder

maakt deel uit van de (grotere) ecologische verbindingszone tussen de Brand en Landgoed Huis ter Heide. Hier ligt een heel afsprakenkader aan ten grondslag, dat in de plantoelichting wordt opgenomen (zie ook de beantwoording ad 2. van de vooroverlegreactie van de provincie). Ontwerptekeningen van de inrichting zoals die voorzien is onder de N261, inclusief het beoogde verlichtingsplan, zijn als bijlagen bij de plantoelichting gevoegd. T.a.v. beheer: het gehele kunstwerk komt incl. de ecologische zone in beheer bij de gemeente. In het gemeentelijk natuurbeheerplan zal het beheer hiervan worden opgenomen. Verkend wordt nog of het beheer van de natuurzone op termijn kan worden overgedragen aan Natuurmonumenten, maar dat is nog niet concreet. Tot nader order wordt het beheer dus bij de gemeente belegd. Paragraaf 3.2 (inzake Archeologie en Cultuurhistorie) is inmiddels ingevuld. In de paragraaf inzake Ecologie is ten aanzien van de beleidsmatige bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk wordt thans het Barro genoemd als wettelijke basis. Een nader stikstofonderzoek is inmiddels uitgezet. Dit wordt voor de vaststelling bij het plan gevoegd. Gelet op de tijd en het feit dat de vraag naar stikstofonderzoeken momenteel groot is, en de doorlooptijd hoog, is het denkbaar dat dit pas in de ontwerpfase geschiedt.

Gemeente Loon op Zand De gemeente Loon op Zand heeft uitsluitend instemmend gereageerd. Reactie gemeente Waarvoor dank.

7.3 Omgevingsdialoog Het Rijk heeft de landschappelijke inpassing van het nieuwe 380 kV-station meegenomen in de omgevingsdialoog aangaande dat station. Het Landschapsplan is tot stand gekomen middels een participatieproces met alle relevante belanghebbende partijen in de omgeving van het nieuw te realiseren hoogspanningsstation. Het startpunt voor het proces ligt bij het bepalen van de locatie van het station. Nadat in juli 2017 het zoekgebied Spinder is aangewezen als eindpunt voor de verbinding tussen Rilland en Tilburg, is met stakeholders uit het gebied de exacte locatie van het station bepaald. In 2018/2019 heeft een ruimtelijke verkenning plaatsgevonden. Medio 2019 hebben de samenwerkende overheden advies uitgebracht over de voorkeurslocatie van het station. De gemeenten Tilburg en Loon op Zand, waterschappen De Dommel en Brabantse Delta, De Efteling, Natuurmonumenten en provincie Noord-Brabant zijn bij de keuze voor de voorkeursvariant betrokken geweest.

Participatieproces In het kader van het vooroverleg voor het Rijksinpassingsplan voor het hoogspanningsstation is aan de overlegpartners gevraagd om een reactie te geven op het concept Landschapsplan (mei 2020).Het merendeel van de geconsulteerde partijen verzocht TenneT concreet inzicht te bieden in de exacte kwantitatieve en kwalitatieve opgave van de natuur- en landschapscompensatie die zou volgen uit het Inpassingsplan. Daarnaast verzochten partijen om de maatregelen uit het Landschapsplan te laten aansluiten en bij te laten dragen aan de overkoepelende ambities en plannen van de partijen, waaronder Landschapspark Pauwels. TenneT is samen met partijen aan de slag gegaan om te komen tot een aangepast Landschapsplan, rekening houdend met de verzoeken van deze partijen. TenneT heeft aan Bureau Waardenburg opdracht gegeven om de natuurcompensatieopgave te kwantificeren en kwalificeren. Van september 2020 tot november 2021 heeft er een participatieproces plaatsgevonden om gezamenlijk richting te geven aan de invulling van de compensatieopgave, die de basis is voor dit Landschapsplan.

Recropassage Spinder

Dit landschapsplan is het resultaat van de uitkomsten uit het participatieproces en sluit aan op de plannen en ambities van partijen, zoals Landschapspark Pauwels en gebiedsvisie Huis ter Heide. Gedurende dit participatieproces zijn de visie en uitwerking van het Landschapsplan vier keer met partijen besproken en aangepast. Daarnaast is er veelvuldig bilaterale afstemming geweest. Het ontwerp-inpassingsplan met landschapsplan en de ontwerpbesluiten van hoogspanningsstation Tilburg hebben van 16 maart tot en met 26 april 2022 ter inzage gelegen. Op 22 maart heeft een inloopavond plaatsgevonden. Daar was ook aandacht voor landschappelijk inpassing. Er zijn ongeveer 10 bezoekers geweest. Daarbij was in ieder geval één eigenaar van een bosperceel dat naast de te realiseren evz ligt. Deze eigenaar (een jongen van 10) heeft samen met zijn vader een zienswijze ingediend. Deze zienswijze heeft niet tot wijzigingen in het plan geleid. Ten aanzien van de Recropassage heeft de gemeente in april 2022 een separate bewonersbrief verspreid. er zijn overigens maar 6 naburige adressen in dit verband. Daarnaast is het project meermalen al aan bod geweest in de nieuwsbrief Pauwels, welke breed wordt verspreid in het gebied. Tevens is het project gepresenteerd tijdens de Pauwelsdag op 15 mei 2022. Weerstand tegen de recropassage is niet gebleken.

7.4 Zienswijzen PM

Recropassage Spinder

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Parkeernormen Tilburg 2017 Parkeernormen Tilburg 2017

Bijlage 2 Tilburgse terugblikken - IPV Delft Tilburgse terugblikken - IPV Delft

Bijlage 3 Verlichtingsplan ontwerp Verlichtingsplan ontwerp

Bijlage 1 Parkeernormen Tilburg 2017 Parkeernormen Tilburg 2017

Parkeernormen Tilburg 2017 Gemeente Tilburg

November 2017

Auteurs:

John Swaans / Rogier Kuypers (Ruimte)

Datum:

8 november 2017

Inhoudsopgave 1.

Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg

3

1.1

Gemeentelijke kijk op parkeernormering

3

1.2

Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016

3

2.

Vaststellen parkeerbehoefte

4

2.1

Parkeernormen

4

2.2

Berekening parkeerbehoefte

4

2.3

Beïnvloeden parkeerbehoefte

6

2.4

Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling

7

2.5

Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets

7

3.

Vaststellen van de parkeereis

8

3.1

Voldoen aan de parkeereis

8

3.2

Vrijstelling parkeereis

9

3.3

Afkoopregeling

10

3.4

Afwijken van de parkeereis

11

4.

Uitvoeringsregels

12

4.1

Acceptabele loopafstanden

12

4.2

Afmetingen parkeerplaatsen

12

4.3

Waarborgen gebruik parkeervoorziening

12

4.4

Registratie parkeren op eigen terrein

12

5.

Juridisch-planologische inbedding

14

5.1

Bestemmingsplan

14

5.2

Inwerkingtreding

14

Bijlage 1: Parkeernormen

15

Bijlage 2: Zone-indeling parkeernormen

18

Bijlage 3: Spelregels afkoopregeling Parkeereis

19

Bijlage 4: Beleidsregel Toepassing Parkeernormen Tilburg 2017

20

1. Parkeernormen voor bouwontwikkelingen in Tilburg 1.1 Gemeentelijke kijk op parkeernormering Parkeerdruk en -overlast in de openbare ruimte leidt tot leefbaarheidsproblemen in een straat. Met deze nota Parkeernormen stuurt de gemeente Tilburg op de leefbaarheid en het gebruik van de openbare ruimte voor parkeren en hebben we als gemeente een middel in handen om bij nieuwe ontwikkelingen toekomstige parkeeroverlast te voorkomen. Het doel bij parkeernormen is ervoor te zorgen dat een nieuwe (her)ontwikkeling niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving. Het basisprincipe is dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, tenzij er mogelijkheden zijn om hiervan af te wijken waarbij geen parkeeroverlast voor de omgeving ontstaat. De Nota Parkeernormen 2017 speelt in op deze mogelijkheden. De focus is verschoven van de normen zelf en naar de wijze waarop we omgaan met de normen. Er wordt meer aandacht besteed aan een flexibele invulling van de parkeerbehoefte zoals het benutten van bestaande capaciteit en het beïnvloeden van de parkeerbehoefte door het bieden van aantrekkelijke mobiliteitsarrangementen, deelauto’s of goede fietsfaciliteiten.

1.2 Hoofdlijnennotitie Parkeren 2016 Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij richten ons als stad op gastvrijheid voor de bezoeker, een betere leefkwaliteit voor bewoners en economische vitaliteit van de binnenstad. Wij willen de beschikbare parkeercapaciteit optimaal benutten. Daar hoort bij dat wij parkeerders op de juiste plek faciliteren, ook voor specifieke voorzieningen zoals deelauto’s, elektrische auto’s en andere doelgroepen. Het beter benutten van bestaande parkeercapaciteit van garages en terreinen leidt tot minder zoekverkeer en blik in de woonstraten en biedt kansen voor versterking van ruimtelijke kwaliteit en nieuw groen. De vastgestelde kaders voor het parkeervraagstuk bij bouwontwikkelingen zijn: • • •

•

•

Voor het inschatten van de parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen de CROWrichtlijn te hanteren; In de toepassing van parkeernormen meer vrijstellingen te hanteren, zonder daarbij de (directe) omgeving van de ontwikkeling te belasten met (toekomstige) parkeeroverlast; Het PPS-gebied in de Spoorzone aan te wijzen als een gebiedsontwikkeling die in zijn eigen parkeerbehoefte moet voorzien, waarbij alleen op (tijdelijke) piekmomenten de parkeercapaciteit in de directe omgeving een uitwijkmogelijkheid is, met name voor bezoekers; Het basisprincipe te blijven hanteren dat een nieuwe ontwikkeling de parkeerbehoefte op eigen terrein oplost, maar wel de mogelijkheid te bieden af te wijken van deze verplichting zolang daar met voldoende zekerheid geen parkeeroverlast voor de omgeving uit volgt; Indien wordt afgeweken van het basisprincipe daarvoor het instrument van een afkoopregeling in te zetten, waarmee de afkoopsom de gemeente de gelegenheid geeft om zo nodig maatregelen te treffen om (toekomstige) parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen.

3

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2. Vaststellen parkeerbehoefte 2.1 Parkeernormen De parkeernorm wordt beschouwd als een getal dat een zo goed mogelijke inschatting geeft van de te verwachte parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling. De Tilburgse parkeernorm is afgeleid van de parkeerkencijfers van het Kennisplatform CROW zoals deze beschikbaar zijn via de CROW Kennisbank bij de "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". Bij het hanteren van de parkeernormen gaan wij uit van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen. Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd. De hoofdfunctie is bepalend voor de toe te passen parkeernorm. Met het uitgangspunt om uit te gaan van een minimale parkeerbehoefte voorkomen wij dat parkeren een onnodige druk op een bouwplan legt. Niet meer dan minimaal noodzakelijk. Het is aan de initiatiefnemer om zo nodig meer parkeerplaatsen te realiseren. De parkeernorm is inclusief het parkeren van de bezoekers van de functie. Het ‘aandeel bezoek’ geeft het deel van de norm aan dat beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Het CROW kent voor een range aan functies een parkeernormen. Om de parkeernormen overzichtelijk te houden, hebben wij ervoor gekozen om de belangrijkste functies die in gemeente voor komen, op te nemen.

Wanneer een specifieke functie niet voor komt in deze nota stelt de gemeente, gebaseerd op de kencijfers van het CROW of ervaringscijfers bij andere gemeenten, naar redelijkheid een parkeernorm vast. In bijlage 1 zijn de door de gemeente gehanteerde parkeernormen per functie voor verschillende zones in Tilburg weergegeven.

2.2 Berekening parkeerbehoefte 2.2.1 Rekenen met dubbelgebruik De parkeernormen zijn onderverdeeld in functies en geven per functie een indicatie van de omvang van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige situaties vindt een combinatie van functies plaats. In dat geval dient gekeken te worden naar de momenten in de week waarop per functie de parkeervraag zich voordoet. Omdat de parkeerbehoefte van een specifieke functie zich slechts op bepaalde momenten voordoet is soms dubbelgebruik met andere functies te realiseren, hetgeen uit het oogpunt van kostenbesparing en optimaal gebruik van spaarzame ruimte voor alle partijen wenselijk is. De aanwezigheidspercentages kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende beoogde doelgroepen. Bij het rekenen met dubbelgebruik dient de vindbaarheid van de parkeerlocatie en de maximaal acceptabele loopafstanden voor de verschillende doelgroepen in acht te worden genomen.

4

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven commerciële dienstverlening detailhandel grootschalige detailhandel supermarkt sportfuncties binnen sportfuncties buiten bioscoop/theater/podium/etc. sociaal medisch: arts/maatschap/terapheut/consultatiebureau verpleeg/verzorgingstehuis/aanleuningwoning ziekenhuis patienten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs

werkdag werkdag werkdag koopochtend middag avond avond 50% 50% 90% 80% 10% 20% 80% 70% 100% 100% 5% 5% 100% 100% 50% 75% 30% 60% 10% 75% 30% 60% 70% 80% 30% 60% 40% 80% 50% 50% 100% 100% 25% 25% 50% 50% 5% 25% 90% 90% 100% 75% 10% 10%

werkdag zaterdag zaterdag zondagnacht middag avond middag 100% 60% 80% 70% 0% 60% 100% 70% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 0% 100% 0% 30% 0% 100% 40% 30% 0% 100% 100% 75% 0% 100% 25% 100% 0% 40% 100% 40% 0% 10% 10% 10%

50%

50%

100%

100%

25%

100%

100%

100%

60% 75% 100% 0%

100% 100% 100% 0%

60% 40% 0% 100%

60% 40% 0% 100%

5% 25% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

60% 40% 0% 0%

TABEL 1. AANWEZIGHEIDSPERCENTAGES VOOR HET VASTSTELLEN VAN DUBBELGEBRUIK

In bovenstaande tabel is een overzicht met aanwezigheidspercentages over de specifieke delen van de week opgenomen voor in deze nota voorkomende functies. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid van de richtlijnen van het CROW en worden toegepast in de parkeerbalans. De gemeente stuurt op het beschikbaar zijn en openbaar toegankelijk houden van parkeerplaatsen voor dubbelgebruik voor de verschillende doelgroepen. Bijzondere of lokale omstandigheden kunnen ertoe leiden dat voor specifieke projecten maatwerk moet worden toegepast. Dit is ter beoordeling aan de gemeente.

2.2.2 Rekenregels parkeervoorzieningen bij woningen In een toekomstige woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn in theorie mogelijk voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk is gebleken dat een deel van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt. Dit leidt ertoe dat auto’s van bewoners op de openbare weg worden geparkeerd op plaatsen die voor bezoekers bestemd zijn. De gemeente hanteert bij een ontwikkeling groter dan 10 woningen de correctiefactoren voor parkeerplaatsen op eigen terrein zoals opgenomen in de volgende tabel.

Parkeervoorzieningen

Theoretisch aantal

Berekenings- Opmerkingen aantal

Enkele oprit zonder garage

1 of 2

1,0

oprit min. 5 m diep

Garage met enkele oprit

2

1,0

oprit min. 5 m diep

Garagebox (niet bij woning)

1

0,7

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,5

Dubbele oprit met of zonder garage

2–4

2,0

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

oprit min. 4,5 meter breed

TABEL 2. CORRECTIEFACTOR BIJ PARKEERPLAATSEN OP EIGEN TERREIN

5

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2.2.3 Regeling 'oud voor nieuw' Bij functiewijzigingen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, wordt op basis van de parkeernormen de parkeerbehoefte berekend. Daarbij hoeft niet gecompenseerd te worden voor een eventueel parkeertekort uit het verleden. Ook hier blijft het uitgangspunt dat door de bouwontwikkeling de parkeerdruk op het maatgevende moment in de directe omgeving niet nadelig wordt beïnvloed. Op basis van de actuele parkeernormen wordt berekend wat in de bestaande en toekomstige situatie de parkeerbehoefte is. Het betreft een normatieve vergelijking die op het maatgevende moment van de week het verschil in parkeerbehoefte tussen de oude en nieuwe functie inzichtelijk maakt. De voorwaarde om deze verrekensystematiek toe te passen is dat de bestaande of voorgaande functie tenminste 5 jaar geleden nog actief is geweest, waarbij de meest recente actieve functie leidend is.

2.3 Beïnvloeden parkeerbehoefte Er zijn mogelijkheden om de behoefte naar parkeren te beïnvloeden door het bieden en/of stimuleren van alternatieve vervoerswijze. Door het bieden van vervoersalternatieven wordt het autobezit en/of het autogebruik beïnvloed, wat zijn effect heeft op de parkeerbehoefte. Voorbeelden zijn zoals door de inzet van mobiliteitsmaatregelen bij bedrijven, het bieden van "Mobility as a Service"-concepten of door parkeerregulering (betaald parkeren) sturen op het autobezit en -gebruik. Enkele voorbeelden die effect hebben op het autobezit en autogebruik worden hieronder genoemd.

2.3.1 Sturen door regulering Op een aantal plekken In en rondom het centrum van Tilburg geldt parkeerregulering in de vorm van betaald parkeren in combinatie met parkeervergunningen voor bewoners en bedrijven. Hierdoor parkeren doelgroepen op de juiste plaats. Met de uitgifte van vergunningen aan bewoners en bedrijven heeft de gemeente een middel in handen om te sturen in het gebruik van de openbare parkeerruimte. Er zijn restricties op het verkrijgen van vergunningen. Op deze manier is het mogelijk om de omgeving te beschermen tegen parkeeroverlast. Zie hiervoor de nulvergunningregeling in paragraaf 3.2.3.

2.3.2 Woningbouw: Mobility as a Service Mobility as a Service staat voor een mobiliteitsconcept, waarbij de consument mobiliteit inkoopt, in plaats van te investeren in transportmiddelen. Een essentiële verandering hierin is het concept van denken in service levels. Nieuwe services zullen een combinatie vormen tussen openbaar vervoer, vraag gestuurd vervoer en privé voertuigen. Steeds vaker worden "Mobility as a Service"-concepten ingezet bij woningbouwprojecten. Het inzetten van bijvoorbeeld deelauto's of zelfs deelscooters bij een (grootschalig) appartementencomplex is van invloed op het autobezit en daarmee de parkeerbehoefte. Op dit moment is het nog onduidelijk welk effect deze "Mobility as a Service"-concepten hebben op het autobezit onder toekomstige bewoners. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer te onderbouwen op welke wijze deze "Mobility as a Service"- concepten worden ingezet en welk verwacht effect dit heeft op de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.

6

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

2.3.3 Bedrijven: mobiliteitsplannen Door het bieden en stimuleren van alternatieve vervoerwijzen beïnvloeden we het mobiliteitsgedrag van medewerkers en kan de parkeerbehoefte worden beperkt. Te denken valt aan: -

Inzetten op stimuleren fiets, lopen en/of het openbaar vervoer;

-

Samenwerken met andere werkgevers op het gebied van de mobiliteit van medewerkers (community);

-

Inzetten op poolauto's/deelauto's, carsharing door medewerkers.

Een uitgewerkt, onderbouwd en uitvoerbaar mobiliteitsplan kan van invloed zijn op de uiteindelijk benodigde parkeerbehoefte en kan dus leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte. In het mobiliteitsplan dient onderbouwd te worden hoe de maatregel van invloed is op het autogebruik en wat dit betekent voor de berekende parkeerbehoefte op basis van de parkeernorm. Een dergelijk mobiliteitsplan maakt vervolgens onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate de parkeerbehoefte wordt beïnvloed.

2.4 Gebiedsgerichte parkeeroplossing bij grote ontwikkeling Grote gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente vragen om anders om te gaan met de parkeerbehoefte. Bij dergelijke grote ontwikkelingen geven de parkeernormen een bestguess van de te verwachten parkeerbehoefte, maar hier kan in de praktijk anders mee worden omgegaan. Bij deze ontwikkelingen kan door de initiatiefnemer(s) een parkeervisie voor het betreffende gebied worden opgesteld welke als uitgangspunt dient voor het voorzien in de (toekomstige) parkeerbehoefte. Indien een dergelijke visie de goedkeuring van het stadsbestuur heeft gekregen, worden aanvragen van een omgevingsvergunning niet aan deze nota, maar op basis van deze parkeervisie getoetst. Het uitgangspunt in dergelijke gebiedsontwikkelingen blijft dat de omgeving wordt beschermd tegen overlast door uitwijkgedrag. Dit vereist afspraken over hoe bij deze ontwikkelingen op een gebiedsgerichte manier met het parkeervraagstuk wordt omgegaan. De Spoorzone is een voorbeeld van hoe de gebiedsgerichte parkeeroplossing tot stand kan komen bij een grote gebiedsontwikkeling.

2.5 Richtlijn stallingsvoorzieningen fiets Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij een bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen. Daarbij kunnen openbare collectieve stallingsvoorzieningen in de nabijheid van de ontwikkeling een rol vervullen in het voorzien van de (toekomstige) stallingbehoefte. . Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate in de stallingsbehoefte wordt voorzien.

7

PARKEERNORMEN TILBURG, NOVEMBER 2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13741852/1