05 Rapportage Stadsgesprekken fase 1 maart 2021
Tekst van het document
En op een gegeven moment gingen we de hoek om en toen werd ik uitgescholden voor ‘kut aap’.” “Het feit dat ik puur vandaag al, zo veel gesprekken heb moeten voeren over Meghan Markle en heb moeten uitleggen waarom dat racisme is, waarom bepaalde reacties niet oké zijn, het feit dat ik dat aan bepaalde mensen moet uitleggen, waarom snappen mensen dat niet! Dat soort gesprekken laten zien dat we nog niet inclusief zijn” “Als ik merk dat er van die microagressieve shit door gesprekken komen op werk, van die kleine steken onderwater. Ik zeg je eerlijk, ik word laat wakker en ik werk tot laat. Dus als je mij niet spreekt op werk omdat jij om tien of acht uur begint, ga dat niet gooien op ‘ja hij zei al dat hij op Curaçao geboren was, dus hij zal het wel meegekregen hebben’. Dan ben ik done. Dan is er no way back.” “Ik heb ook weleens een opmerking van een collega meegemaakt over dat ik het over bruidsschatten had en dat zij ineens ‘zeven kamelen en drie geiten’ noemde.” “Ik heb twee keer in een vrouwenopvang gezeten, echt geloof me, grotendeel dat daar zit worden niet geslagen door een Afrikaanse of Surinaamse whatever man. Nee, die zijn allemaal wit! Zo, daar moeten ze echt ook mee stoppen om ons in hokjes te stoppen.”
20
“Ik ga me heel snel afvragen ‘is het racisme of ligt het aan mezelf’ dan ga je jezelf afvragen of het aan jou ligt. Maar als je aankaart dat het racisme is, dan word je gezien als degene die de race-kaart pakt. Dat je de slachtofferpositie pakt. Maar als je naar al deze problemen kijkt, dan is het absoluut racisme.” “Ik moest van de negende verdieping naar de eerste verdieping voor een vergadering. Ik dacht dat ze al begonnen waren, dus ik was wat gehaast. Maar, iedereen zat nog een beetje rond te lopen bij het koffiezetapparaat. Dus ik zei ‘fijn dat jullie nog niet begonnen zijn. En er werd door mijn leidinggevende destijds tegen mij gezegd: ‘Hier in Nederland komen wij op tijd’. Dat was de eerste keer dat ik mijn mond heb opengetrokken. Ik had die opmerking niet verwacht, en er zaten ook collega’s bij die niks zeiden. Toen de vergadering net was begonnen, zat ik nog in mijn hoofd met wat er net gezegd was. Toen dacht ik ‘het is nu of nooit’. Dus ik heb toen de stoute schoenen aangetrokken en zij dat ik mij er niet prettig bij voelde en vroeg waarom hij dat zei en waarom mijn andere collega’s er niks van zeiden.
En toen werd ik heel snel weggezet als de boze zwarte vrouw die gevoelig is.” “Het gevoel dat je jezelf echt veel beter moet bewijzen, ik merk onder collega’s, ‘oh jij bent van Turkse afkomst, dan moet het wel voor jou extra moeilijk zijn, tweetalig opgevoed, dat je ook Nederlands goed en foutloos moet kunnen’. Dat je dit soort opmerkingen krijgt. Ik ben ook gewoon hier geboren. Maar ik voel me er wel minder door.” “Ik durf niet met los haar over straat te gaan, ik word aangekeken, er worden opmerkingen gemaakt.” “Afgelopen jaar fietste ik hier de straat uit, en toen was er een witte man met zijn vrouw en hij vond dat ik hen voor de voeten fietste. En out of the blue heeft hij mij van mijn fietst gebeukt. Als je in de club staat, weet je dat je een knijp in je bil krijgt. Helaas dat gebeurt als vrouwen. Je weet dat dat kan gebeuren. Maar op straat van je fietst gebeukt worden, dat is wel een heel ander verhaal!” “Ik heb ook heel lang in een supermarkt gewerkt als vakkenvuller met supermarkt shirt aan, en dan komt er een oudere vrouw langs en drukt haar tas tegen haar aan omdat ze toch bang is voor mij. Terwijl ik mijn supermarktshirt aan heb he!” “Ik ben in november tot twee keer toe bespuugd onderweg naar stage. Dat iemand, een keer was het een jongetje, een tiener, en de tweede keer een volwassen man.” “Als iemand iets om hun nek heef, is het een sjaal.
Als wij iets op onze hoofd hebben, is het een doek” Coping met racistische opmerkingen “Het is best vaak gebeurd. Maar omdat het best vaak gebeurde, werd ik steeds comfortabeler bij het ongemakkelijk voelen. Ik heb mezelf dingen aangeleerd hoe ik daarmee om kan gaan, hoe ik bij mezelf kan blijven.” Het zijn bepaalde mensen in het bedrijf die een bepaalde houding hebben. Het begint met een onderwerp ‘ik ben niet racistisch’ maar daarna zeggen ze de meest ongepaste dingen. Ik moet het hier gewoon weer uitleggen, een gesprek van maken, denk ik dan. En ik merk dat dat steeds zwaarder voelt. Ik word er gewoon echt moe van en ik merk dat ik, een stukje agressie dat ik zes jaar geleden had, nu niet meer voel, voorheen had ik erg de drang om meteen te slaan, echt te slaan bedoel ik dan. Vorig jaar had ik echt een periode dat ik met mensen in gesprek ging. Ook weleens in comments met
21
mensen discussies gevoerd. Dat moet ik eigenlijk niet meer doen, dus dat doe ik ook niet meer. Ik wil niet die persoon zijn die altijd daarover in gesprek moet gaan. Ik ben er moe van.” “Ik heb situaties waarin ik me ongemakkelijk voel, waar je toch ergens een coping mechanisme hebt gecreëerd waardoor je die ongemakkelijkheid niet meer voelt.” “Ik kom twintig jaar geleden vanuit Angola naar een AZC en daarna in een normaal huis en heb ik ook de basisschool meegemaakt. Ik ben in een witte omgeving opgegroeid waardoor ik heel veel dingen niet zag. Maar nu ik ouder ben, zie ik ineens veel meer dingen. En nu zit ik in die frustratie. En nu al ben ik moe om die dialoog aan te gaan, wat eigenlijk heel vaak een monoloog is, want je praat heel vaak tegen een muur. En de ‘ja maar’, dat zorgt dat je niet een fatsoenlijk gesprek kan voeren en dat brengt zoveel frustraties.” Als anders gezien worden “Ik merk dat ik mij heel vaak onveilig voel, zo ook op een schoolplein. Dat er een moeder met een skateboard en blauw haar loopt en wit is. Daar wordt niets van gezegd en niet daar omgekeken. Maar ik met mijn rosse haar, dat is gelijk een opmerking van een andere moeder ‘zo, jij valt op’.” “Als ik een witte ruimte in loop dan voel ik dat er zestig ogen naar mij kijken, en dan denk ik dat dat is omdat ik er anders uitzie.” “Als je anders bent, krijg je heel ongepaste vragen.
Of ze gaan heel makkelijk of kinderlijn praten, omdat ze denken dat je dom bent en hun niet begrijpt. Dat maakt me machteloos en boos.” “Als je anders bent, krijg je heel ongepaste vragen. Of ze gaan heel makkelijk of kinderlijn praten, omdat ze denken dat je dom bent en hun niet begrijpt. Dat maakt me machteloos en boos. Maar, ik laat het gaan omdat ik geen zin heb om daar mijn energie aan te verspillen. Sommigen willen niet overtuigd worden. Maar, mijn kinderen laten dat niet gaan. Dat is waarom kinderen misschien meer als veroorzaker van conflict worden gezien. Dat is eigenlijk het verschil tussen eerste generatie en onze kinderen.” “Ook in de media als het gaat over Akwasi of Simons, dan gaat het altijd over hoe ze praten. Terwijl zij niet op een andere manier praten dan elke andere politicus. Ze praten misschien met iets meer bravoure omdat het ze meer interesseert, maar verder verschilt er niks van. En toch gaat het altijd over de toon waarop ze praten. ‘Ja, Akwasi verheerlijkt geweld’, dat is bullshit, natuurlijk verheerlijkt hij geen geweld. Maar ze willen niet luisteren wat ze te zeggen hebben. Dat is het lastige.” “Wanneer krijgen witte mensen een spiegel voor zich? Nergens. Niet op school, niet op werk. En dan heb je de regel ‘behandel iedereen hetzelfde’.
Maar als jouw beeld van mensen alleen maar dat van witte mensen is, dan ga je anders handelen als je een donker persoon ziet. Ik heb het er wel vaak over met een vriendin van mij. Weet je, als er een kindje van kleur is, dan lijkt het net alsof de regels niet meer gelden voor dat kindje. Terwijl het in principe gewoon hetzelfde is.” “Ik denk dat het vaak is dat we dingen van elkaar niet weten. Mijn ervaring, als ze mij zien als moslima met hoofddoek, is het idee van ‘zij mag met niemand praten’. En nemen ze afstand. Maar als ik begin te praten, dan kijken mensen anders naar mij. ‘Oh u bent heel vriendelijk’. Onbekend maakt onbemind.” “Esmah is wethouder vanuit haar kunde en professionaltiet. Maar toch wordt zij als wethouder bekeken als iemand met een hoofddoek. Ze wordt bekritiseerd daarover. Ook veel in de media. Hier is
22
iemand die goed bezig is in de stad, hoogopgeleid. In plaats van kijken naar haar professionaltiet en kunde, wordt gekeken naar haar uiterlijk. Dat vind ik zo jammer!” “Mensen uit Syrië voelen zich hier vaak niet veilig. Er is geen begrip en er wordt niet geluisterd. Ik pleit dat het doelgroepenbeleid terugkomt. Ze zijn deel van onze maatschappij, ze zijn inwoners van Tilburg.” Een kwestie van bewustwording: van 2pac naar Eminem “Twee weken geleden heb ik een situatie meegemaakt waarin een jongetje, idolaat van rapmuziek en die wilde voor carnaval als 2Pac gaan. Ik probeer hem nog een beetje erop te wijzen van ‘We kunnen een bandana maken, tattoos op jou zetten’. En toen nam mijn leidinggevende het over, en het jongetje wilde zichzelf black-facen. Dus ik loop naar haar toe, en vraag haar ‘wil je hem nu gewoon die ruimte geven’ en haar reden was dan ‘hij is te autistisch om dat te begrijpen’. Ik ben de discussie aangegaan want ik zei dat we nu het beleid vanuit de organisatie hebben dat we geen sinterklaas in oude vorm vieren. Als jij dan dat kind wil black-facen, neem jij je verantwoordelijkheid niet. En dan zeg jij dat het is omdat hij autistisch is en ‘ja zie het maar proberen uit te leggen’. Nee! Wat geef je nou voor signaal?! En vervolgens heeft ze mij de uitdaging gegeven om dat kind daar bewust over te maken.
Ik heb hem verteld over de zwarte geschiedenis en dat wij lang niet op een podium mochten staan, vanwege onze kleur. En hij keek me eerst raar aan, maar toen zei hij ‘dan wil ik Eminem zijn!’. Dus toen zijn we daarnaar gaan kijken. Dat denk ik ‘wat is daar nou zo moeilijk aan’.”
V. De verbinding zoeken met de ander Deelnemers proberen op verschillende manieren anderen te ontmoeten en het gesprek aan te gaan. Toch worden ze niet altijd in hun waarde gelaten en krijgen ze te maken met een verdedigende of juist aanvallende houding. Wat nodig is, is de bereidheid om je te willen verdiepen in de ander. Culturen met elkaar verbinden “In het buurthuis hebben we het Suikerfeest gevierd met alle Turkse, Marokkaanse vrouwen, en nota bene vroeg mijn Nederlandse vriendin mij mee. Het was echt supergezellig, dansen, lekkere hapjes. Was echt geweldig. Dit soort dingen, dat wordt gewoon georganiseerd in een buurthuis. Dan worden er flyers uitgedeeld ‘kom gezellig bij ons buurthuis’. En dat is niet alleen met Suikerfeest, maar ook met Kerst en Sinterklaas. Je ziet daar ook Nederlanders en verschillende culturen bij elkaar komen. Het is heel laagdrempelig en je kan elkaar beter leren kennen.” “Ik heb een project gedaan met Turkse ouderen en een jongerenvereniging. Tijdens het Suikerfeest hebben we ook een bijeenkomst gehad zodat de Turkse jongerenvereniging pakketjes ging uitdelen aan Turkse ouderen maar ook aan Nederlandse ouderen. Ook om die cultuur mee te geven van Suikerfeest. Het gesprek aangaan, je haalt zo veel informatie uit die gesprekken en waar ze eigenlijk tegenaanlopen.
Die jongeren vertelden dat er zo veel mensen langs hun lopen en dat ze dan aan worden gekeken alsof ze eng zijn. Maar ze komen nooit vragen wat wij doen hier, wie we zijn en al het moois dat we met elkaar doen.” “Jaarlijks wordt er door de gemeente, de universiteit en Kunstloc de E. du Perronprijs uitgereikt. Dat is de prijs voor meest verbindende auteur van dat jaar. Ik ga daar al zeker veertien jaar naartoe en naast mij is er altijd nog één meneer van kleur die daar ook komt. Het is het meeste verbindende wat we in de stad hebben. Vorig jaar, toen hebben ze het zelf ook gezien, Gloria Wekker was toen de spreker, dat was voor het eerst dat ik mij niet als enige in the village voelde, I was not the only black in the village. Ik kon zeggen dat Tilburg goed vertegenwoordigd was in alles wat het bezit. Afgelopen jaar in oktober was het weer afgezwakt. Je moet mensen gericht uitnodigen of het aantrekkelijk
23
maken. Ik heb het niet altijd vervelend gevonden, maar het viel me altijd op. Ik was altijd bewust dat ik er als enige was.” “Het is fijn als je met andere culturen het gesprek aan kan gaan. In Amsterdam kan dat wel veel, maar dat zie ik weinig in Tilburg.” “Maar wat ik wel heel mooi vind aan Tilburg is dat ze een onrealistisch beeld hebben van wat ze kunnen zijn. En dat herken ik in mezelf. Maar we worden wel beter, met de Spoorzone en de Piushaven, stiekem zijn we aan het verbeteren.” “Nederlanders en mensen met een migratieachtergrond moeten elkaar meer leren kennen. Bijvoorbeeld, wijken meer mixen. Geen zwarte wijken. Als je kijkt naar voetbal, zie je aan het team wat voor wijk het vandaan komt. 100% allochtonen in een team zegt wat over de wijk.” In gesprek met elkaar gaan, ook met ‘de ander’ “Ik hoop dat de witte Tilburgers hier ook nog voor gevraagd worden voor gesprekken. Ook om het beeld compleet te maken. Het is ergens ook wel gek dat de witte Tilburger niet bij dit gesprek met ons nu is.” “Ik ben heel erg van het ‘je moet jezelf ook in de doelgroep vinden door gesprekken aan te gaan, door te vragen en echt in de persoon te verdiepen’. Gedeelde interesses opzoeken. Ik merk het ook als marketeer, hoe kom je er nou achter wat echt de behoefte is van de doelgroep? Nou, door echt het gesprek aan te gaan.
Je haalt daar zo veel informatie uit, dat kan je zelf niet bedenken!” “Mensen denken ‘ik moet kennis hebben van een bepaalde cultuur om met bepaalde mensen om te gaan’. Ik denk dat dat een perceptie is. Je kan ook vragen stellen en hele leuke gesprekken hebben.” “Inclusiviteit start met dit soort gesprekken, maar in een echt inclusieve stad zou dit niet nodig moeten zijn.”
“Door de afgelopen ontwikkelingen van de afgelopen jaren, door Black Lives Matter, mijn dochter is tiener en zij krijgt te horen ‘jij hebt het virus binnengebracht’. Nu dacht ik echt, nu is het tijd om mijn mond open te trekken. Dit is een belangrijk punt, want onze volgende generatie gaat hier ook wonen en leven. Dus het is belangrijk om nu al impact te kunnen creëren voor de volgende generatie.” “Je hebt ook je eigen bijdrage erin, of je je ergens thuis voelt. In mijn wijk wonen niet heel veel buitenlanders. Vanuit mijn cultuur zijn wij heel open, iedereen mag een hapje mee eten, ik ben ook gewoon naar mijn buren gegaan om kennis te maken. Dat heb je zelf ook in de hand. Ook in de coronatijd, dat je even kijkt hoe het met je buren gaat. Ik woon hier met heel veel plezier.” “Als ik kijk binnen mijn werk. Een man kwam biljarten en die was best wel racistisch. Maar ik zag dat hij ook met anderen vaak ruzie had. Dus het lag aan hem, dacht ik. En ik heb hem een keer uitgenodigd om naar de huiskamer te komen, omdat ik hoorde dat hij eenzaam was. En daar heeft hij naar geluisterd en hij is gekomen. Iedere keer als hij mij zag zei hij ‘daar heb je haar met haar doekje’. En ik dacht maar ‘roep wat je wil, ik hoorde hem achter mijn rug van alles roepen’ Dus ik heb hem uitgenodigd en hij is naar de groep gekomen.
En zo ben ik met hem in contact gekomen en praten en zo en nu zie ik hem nog wel eens op straat en als hij mij ziet, roept hij van heel ver ‘Hey hoe gaat het met jou?’” “We zitten allemaal in dezelfde boot die Tilburg heet. Ongeacht cultuur, achtergrond et cetera moeten we samenwerken om de situatie te verbeteren. De prioriteit moet ook bij de gemeente liggen.
24
Een goede sfeer is nodig en die moet gecreëerd worden om samen door te gaan. Als dat niet lukt, zinkt de boot!” “Ik denk dat de media hier ook een rol in speelt. Die laten alleen de negatieve dingen zien, terwijl er ook veel positieve dingen zijn. En de mensen nemen het zo over. En als ze niemand kennen in hun omgeving met een allochtone afkomst, dan verandert er ook niks. We moeten meer open zijn naar elkaar en elkaar leren kennen.” “Praat met elkaar in plaats van over elkaar. Praten zonder taboes, en echt interesse in elkaar tonen. Als ik kijk naar de jongeren, ze missen contact met de politici en de politie. Dus daarom krijgen we die kloof tussen die twee partijen.” “Vooral de relatie tussen jongeren, politie en politici, die driehoek is echt belangrijk. Als je hen in gesprek laat gaan, krijgen jongeren het vertrouwen.” Te emotioneel gevonden worden “Als ik sommige situaties probeer uit te leggen, is het heel vaak een ‘maar’. En als anderen een situatie uitleggen, dan lukt het wel. Laat maar zitten, ‘daar gaan we weer’ denk ik dan, en als er niet echt geluisterd wordt, mensen luisteren niet om te luisteren, maar alleen maar om erop te reageren. Ik wil niet vurig worden, ik wil mijn VOG behouden, dus ik pak mijn rust.
Als ik thuis ben, raak ik dat vervelende gevoel vaak wel weer kwijt.” “Toen kwam George Floyd nog en ben ik naar de demonstratie in Tilburg gegaan, mijn vriendin was toen zwanger. Ik heb het op mijn werk aangeven, ik zat in een team met alleen maar vrouwen. Toen werd aangegeven dat ze ‘het heftig vonden dat ik daarbij was en vooral nu. Want het was toch wel een risico wat je loopt om daarnaartoe te gaan’. Er wordt alleen daarnaar gekeken maar niet naar het waarom. Waarom vinden mensen het waard om daar te gaan demonstreren? En het meest onverwachte vond ik dat mijn supervisor mijn kant koos! Ik sta aan jouw kant en je mag je zegje doen. Dat was wel fijn!” “Toen ik naar Nederland kwam, ik kom graag op plekken waar verschillende culturen komen. Maar in Nederland was eigenlijk niet mijn idee om mensen van mijn groepering op te zoeken. Ik zocht dat niet op, maar pas op een latere leeftijd zei mijn vriend tegen mij ‘het lijkt dat nu het kwartje valt dat je in Nederland woont. Nu begin je wat problemen te krijgen, voorheen was je daar niet me bezig’. Maar nu ineens komt het keihard aan ‘ik ben anders’ en ik voel me nog niet tevreden hier in de cultuur.” “Wanneer er erkenning is en minder weerstand op het bespreken van moeilijke onderwerpen als discriminatie en racisme. Dat zou me goed doen.”
VI. Etnisch geprofileerd worden Deelnemers worden op verschillende plekken etnisch geprofileerd. Dit zorgt voor verdriet, frustratie en een gevoel van onrechtvaardigheid. Het gevaar zit hem in ‘gaslighting’: ondermijnd worden waardoor je denkt dat je gek bent of sterk aan jezelf gaat twijfelen. “De politie bijvoorbeeld, mijn zus was een keer met twee witte klasgenoten naar school gefietst. Het was nog donker, en ze hadden geen fietslicht. Alleen zij heeft een boete gehad. Haar klasgenoten niet.”
25
“Ook de toeslagenaffaire, dat is overduidelijk. Het is absoluut racistisch, dat kan niet anders. Maar toch zijn de slachtoffers heel vaak, toch gegaslight, waardoor zij zichzelf gaan afvragen ‘is het wel racisme, ligt het niet aan mezelf?’” “Ik ben echt wel opgegroeid met a way how to conduct yourself. Hoe ik me moet gedragen. Wat zeg je in welke situaties.” “Ik was dertien jaar en was met een vriendin naar de sieradenwinkel gegaan, en blijkbaar was er iets gestolen. En alleen mijn vriendin en ik werden gefouilleerd. Alle andere mensen niet, en toen ik thuiskwam dacht ik ‘heb ik iets fout gedaan, waarom word ik gefouilleerd?’ Ik kon het echt niet bevatten. ‘Standaardprocedure’ zei ze, maar het was alleen bij ons.” “Bij de supermarkt dat tassen gefouilleerd worden. De mensen voor mij niet maar mijn moeder en ik wel. ‘Ja standaardprocedure’, krijgen we dan te horen. Maar dat is dus niet zo.” “De uitspraak ‘je moet je plek kennen’. Dat laat ook zien wat de politie denkt dat ze zijn. In Amerika is toch ook het motto ‘protect and serve’. De politie zou er voor ons moeten zijn, wij zijn er niet voor hun. Wij staan niet onder de politie, maar, doordat ze toch het gevoel hebben dat ze geweldmonopolie hebben, dat ze bovenaan staan en dat wij altijd maar onze plek moeten kennen onder die van de politieman. En dat is altijd het probleem.
En dat hoeft niet altijd gewelddadig worden geuit, dat kan ook door een vervelende opmerking of door een belachelijke vraag.” “Als ik op een schoolplein sta en ik sta met z’n vijven en vier daarvan zitten in de ziektewet en hebben een Wajong, en mijn beste vriendin, cum laude psychologe afgestudeerd, maar leeft al tien jaar van de WIA, met een witte naam, we hebben dezelfde voornaam, dan denk ik ‘er gaat wel echt iets mis’. Dat is het wel etnische profilering. Dan is het racisme, het is zo in je gezicht.” “Ik zat in hele nare situatie, waarin ik voor heel laag leefde. Toen werd mijn uitkering stopgezet, mijn dochter was zes in die tijd. Ik was gewoon verplicht om mijn dochter alleen thuis te laten om te werken. Er was niemand die voor ons opkomt, vanuit de voedselbank niet, vanuit maatschappelijk werk niet. En daarin heb ik wel heel veel onveiligheid gevoelt en ook gewoon dat maatschappelijke organisaties je niet willen helpen. En dat ze niet naar jouw situatie kijken en een budgetplan op willen stellen. Maar gewoon zien dat jij broodnood hebt, en dat die term niet eens naar je wordt uitgesproken.” “Als je sterk bent, wordt alles gegooid op het stimuleren van zelfredzaamheid, maar wij zijn gewend om altijd te vechten voor onszelf. Dat besef moet eigenlijk vanuit de gemeente wel komen, dat ons leven heel vaak gaat over overleven.
Als ik aangeef ‘wij zijn onveilig, en ik zit in een situatie waarin mijn kind niet meer veilig is’. Dat degene die jou de basisbehoefte moet geven en jou moet beschermen, de sociale vangnetten die er zijn, dat dat er dan niet voor jou is. En ik weet dan niet of dat te maken heeft met mijn kleur of omdat dat gewoon is hoe de instanties zijn.” “Een tijd terug heb ik mijn eigen fiets gejat uit het centrum. Ik had hem geparkeerd bij Febo, het was een splinternieuwe fiets, mijn vader zei ook nog toen tegen mij ‘black guy in this world, je moet extra voorzichtig zijn’. Dus deze guy had de aanschafpapieren op de achterkant van mijn rugzak geplakt. Want ik wilde die shit niet meenemen dus ik zei ‘bro het past niet in mijn tas’, en hij zei ‘jij gaat die meenemen want je weet nooit waarom’. Dus ik was mijn fietssleutel kwijt, en ik pak mijn fiets op, toen had je nog best veel stadswachters in de stad rondlopen. En komen een paar stadswachters naar mij toe vanuit de Febo. Dus ik wachtte en dacht ‘ze gaan vast iets zeggen’. Ik probeer alvast papieren te pakken, je weet toch, kijken waar dat framenummer is. Want ik wil geen problemen. Maar ze bleven gewoon op twintig meter afstand van mij staan. Die komen niet dichterbij. Dus ik dacht ‘aight, cool, misschien laten ze me gaan’. Dus ik loop verder, zij lopen mee, ik stop, zij stoppen weer, dus ik
26
raak geïrriteerd, dus ik denk dan ga ik even binnendoor, dan ditch ik jullie wel als jullie gedist willen worden. Op een gegeven moment zie ik dat er twee busjes de weg blokkeerden, een motormuis en drie fietsers mij op de grond neerpinden, omdat ik een Antiliaan uit West zou zijn, want in 2003, dat willen ze helaas niet meer toegeven maar het was gedocumenteerd online, in 2003 is er een hardere aanpak voor Antillianen en Surinamers in West ingeluid, omdat de straatroofincidenten stegen. En toen was het gesprek ook heel erg, als Antillianen en Surinamers zich niet gedragen, mogen ze terug. Dat was toen echt in de politiek. Een gratis ticket terug, one way. En dus ik mocht een weekendje weg, ik kon mijn ouders niet bellen want eerlijk, ik kom niet uit een gezin dat een mobieltje kon veroorloven en vooral niet in 2003. Dus mijn ouders waren doodongerust, die werden het hele weekend niet op de hoogte gehouden. Het is weekend dus gaan de agenten naar huis. En op het moment dat ik terug thuis was, hebben ze wel hun excuus aangeboden want de controle voor de papieren kwam dus ook pas maandag.
Maar het proces van uitzetting was nog niet helemaal de baan af, ook al was het geen wet, ook al was het niet door, mijn naam stond nog steeds op datzelfde lijstje.” “Ik liep met mijn toenmalige vriendin naar de Reeshof, politie naast mij vroeg ‘hey, is dit vrijwillig?’ Dus ik zei ‘wat is vrijwillig?’ Ik word gewoon genegeerd. Dus hij vraagt aan haar ‘Is dit vrijwillig?’ Dat was dus de agressieve periode van mij, ik zat op mijn eigen tanden te bijten. Het bleek dus, voordat ze mijn legitimatie hadden wisten ze mij al bij mijn achternaam te noemen. Ik ben vaak gecontroleerd, en ik wist pas op het moment, op het moment dat wij, in dezelfde setting met mijn toenmalige vriendin en nog twee vrienden in de auto zaten te chillen. En wij moesten allemaal onze ID’s afgeven, terwijl ik al wist dat ze mijn naam wisten. En zij als Nederlands-Indonesisch meisje zegt ‘Sorry ik heb mijn ID niet bij me, is een bankpas voldoende?’ Dat wij keken naar elkaar van ‘wat, wat, hoezo, wil je ons in problemen brengen?’ De agent zegt, ‘geef maar de bankpas’, en hij wil teruglopen naar de wagen. En zij zegt ‘Ja ik vind het eigenlijk niet zo fijn als je mijn bankpas meeneemt’. Klaar, ik wist niet wat me overkwam. ‘Oh, ja, sorry’. De politieagent bleef gewoon staan.” “Als ik met mijn scooter wil oversteken op de rotonde, en er staat een politiebusje midden op het fietspad.
Er lag ijs op straat, een paar weken geleden. Ik blijf vijf minuten wachten, het liedje was al voorbij in mijn koptelefoon, ik blijf wachten totdat ik word geholpen door de agent zodat ik mijn weg kan vervolgen. Dus ik probeer oogcontact te zoeken. En als ik dat nog steeds niet krijg, en ik stap af van mijn scooter, word ik meteen afgeschilderd als ‘agressieve donkere man die op me af komt lopen’ in het politierapport. Ik was onbeschoft omdat ik zei dat ik niet nog eens vijf minuten wilde wachten, en ik moest mijn plek kennen. Als er tegen mij wordt gezegd ‘je moet je plek kennen’ door een witte agent, dan komt dat toch bij mij veel harder binnen. Toch door alles wat ik heb meegemaakt. Als een witte vriend van mij krijgt te horen dat hij zijn plek moet kennen omdat hij een grote bek heeft tegen de politieagent, dan gaat hij weg zonder boete. Maar als er tegen mij wordt gezegd ‘je moet je plek kennen’. Dan gaan al mijn alarmbellen af. Als ik nu nog een kick geef, dan is het of een boete of ik kan mee. En dat is de veiligheid die ik voor al die jaren die ik in Tilburg heb gewoond, niet heb gevoeld. Uiteindelijk heeft hij het busje weg kunnen halen, omdat iemand anders van de kettingbotsing de auto gesleept moest hebben, maar tegen mij werd gewoon gezegd ‘dan ga je toch gewoon een stukje over de weg heen’. De weg is best wel gevaarlijk met die gladheid.
Sorry als ik dan bijdehand word en zeg ‘dat is geen fietspad, daar kan ik niet overheen’. En dat is dan al te veel, je kan zeggen ‘is het racisme, wel of niet, en dan ga je ook aan jezelf twijfelen, of je jezelf aan het gaslighten bent, maar er zijn te veel momenten geweest waar ik dat op een gelijke manier heb ervaren, dat ik dat niet anders kan zien als dat. En als ik dan ook niet de veiligheid voel om iets te zeggen, en je weet van je witte vrienden die gewoon makkelijk koekwous tegen agenten kunnen roepen of graffiti kunnen sprayen en dat de agent dan zegt ‘ja wil je dat niet doen, want het is niet de huisstijl van de straat’. Dan weet je gewoon. Als ik dan zeg ‘dat is geen fietspad’, dan denk ik al ‘aight misschien ga ik net iets te ver’ want ik heb geen zin in nog een weekendje weg.”
27
VII. Taal als voorwaarde om mee te kunnen doen Deelnemers geven aan dat de Nederlandse taal essentieel is om mee te kunnen doen met de samenleving. De taal leren kan op school, maar ook door gewoon te doen. Voor nieuwkomers is soms eerst ruimte nodig om aan hun nieuwe situatie te wennen, voordat ze de Nederlandse taal kunnen leren. Naast de Nederlandse taal hechten deelnemers ook veel waarde aan de moedertaal die zij vanuit hun cultuur hebben meegekregen. Zonder de Nederlandse taal kom je er niet “Mensen die de Nederlandse taal niet goed spreken, die lopen vast hier in Tilburg. Die vallen tussen wal en schip.” “Mijn man die heel jong overleed, ik ben achtergebleven met twee jongen meisjes, dus als ik de taal niet spreek dan kon ik mijzelf eigenlijk niet redden in de maatschappij. En mijn dochters hebben het ook meegemaakt op school. Ze zaten in de rouwverwerking en ze kregen gelijk een stempel ‘het gaat niet goed, ze moeten naar speciaal onderwijs’. Maar hallo, ze zitten nog in het rouwproces. Dat moeten ze nog verwerken. Heb je daar wel bij stilgestaan? Ik ben daar echt een jaar mee bezig geweest om te zorgen dat er goede begeleiding voor mijn kinderen werd ingezet. En als ik de taal niet spreek, had ik het niet kunnen uitleggen om verder te komen.” “Als ik de taal spreek, kan ik mezelf zijn en met iedereen communiceren en dan kan ik ook mijn weg vinden.
“Ze zeggen wel ‘taal is macht’, taal is belangrijk om te kunnen functioneren in de maatschappij. Maar, we moeten niet vergeten dat niet iedereen scholing heeft gehad in eigen land. Je hebt een heel rugzakje meegenomen uit eigen land, vanuit oorlog, trauma. Dus je moet kijken op maat wat die persoon nodig heeft. Als het kan, is het prima om te leren op taal. Maar als het plafond is bereikt, heeft het geen zin.” “Pas als je de taal en het systeem begrijpt, kan je pas volledig meedoen. Ik werk met statushouders en migranten die al vijftien jaar in Nederland wonen en praten helemaal geen Nederlands. Omdat het systeem of de Nederlandse taallessen beter gedaan moeten worden. Iedereen moet vanuit zijn expertise of positie zijn best doen. En het netwerk moet wel goed werken.” “Syriërs en vluchtelingen hebben echt moeite. Er zijn scholen die alleen bezig zijn met de winst, maar kwaliteiten hebben ze niet. Daarom spreken de meeste mensen slecht Nederlands en zij kunnen niet goed mee doen met de samenleving. De kwaliteit van de taalscholen is niet goed. De meeste eigenaars van die scholen zijn Syriërs. Het gaat allemaal om geld.” “Als je kijkt naar mensen die uit de oorlog zijn gevlucht, dan kunnen ze wel de taal leren maar ze hebben eerst even tijd nodig om hun trauma te verwerken. En daarna is de taal belangrijk. Als je de taal niet kent, kom je nergens.
De taal heb je nodig, ook voor je kinderen om ze te ontwikkelen.” “Hoe meer contact, hoe sneller je ook de taal leert. We organiseren veel activiteiten hier, en daardoor leren vrouwen ook meer taal.” “Als wij gaan focussen op de taal, dan vind ik dat niet de juiste insteek. Maar we moeten kijken naar wat de persoon kan. Als je goed bent in koken, moet je daarop investeren. Als jij goed tegels kan leggen, moet je dat gaan doen. Als je uitgaat van wat iemand kan en waar zijn of haar kwaliteiten liggen, ga je niet uitsluiten maar aansluiten.”
28
“De kwaliteit van de taalcursussen is inderdaad niet goed. En je kan de taal leren op andere manieren dan in een klas. Dat is voor sommigen heel zwaar. Door de een activiteit te laten doen met anderen, kunnen mensen ook woorden leren. Ik zei altijd tegen mijn groep in West ‘als je een woord per week onthoudt, dan kom je al heel ver. Dus de taal is heel belangrijk maar de manier waarop je de taal aan mensen leert, is ook heel belangrijk. Tegen kinderen zeg je ‘spelenderwijs leren’, maar ook tegen volwassenen kun je zeggen ‘doen is leren’.” Een kind zou niet als vertaler ingezet moeten worden “Hoe vaak ik wel niet heb meegemaakt dat kinderen worden ingeschakeld om te tolken voor hun ouders. Een kind van twaalf jaar die dan een uur moet praten over de ziekte van de ouder. Wordt de tolk uit de gemeente wel gebruikt? In beleid wordt het wel gezegd, maar in de praktijk zie je heel wat anders.” “Het zijn geen gezonde situaties waarin kinderen moeten vertalen. Het gaat meestal over ziektes of scheidingen. Of andere dingen wat een kind niet zou moeten weten. Het kan gewoon niet, maar het gebeurt wel.” De moedertaal meegeven “Mijn kinderen zijn hier geboren en opgegroeid. Ik wil ook dat ze goed Turks leren spreken. Dat vind ik het belangrijkste. Ik ben blij dat ik tot en met vier jaar de Turkse taal goed heb aangeleerd aan mijn kinderen.
Soms kom ik mensen tegen die tegen mij zeggen ‘ze moeten ook Nederlands leren’. Maar dan denk ik ‘dat leren ze vanzelf wel op school, dat hoef ik niet te doen’. En dat heb ik ook gemerkt, later, dat ze met de Nederlandse taal harstikke goed vooruitgaan maar met de Turkse juist achteruitgaan.” “Ik zie nu ook bij allochtone gezinnen, dat mensen zowel Nederlands als hun moedertaal niet goed beheersen. Dus ik vind dat je eerst goed je moedertaal moet leren. Kinderen zijn heel slim en gaan vanzelf leren.” “Ik wil ook dat ze de Turkse taal goed beheersen, als we op vakantie naar Turkije gaan, wil ik ook dat ze kinderen communiceren met mijn ouders en broers. Dat vind ik heel belangrijk.” De taal spreken om hulp te kunnen verlenen “Ik zou heel graag wat meer Turkse of Marokkaanse begeleidsters willen hebben bij het bedrijf waar ik werk. Want nu zit ik soms met een taalbarrière bij gezinnen?”
VIII. Je (n)ergens thuis voelen Deelnemers en met name hun kinderen zweven tussen twee culturen in, wat rijkdom oplevert maar er ook voor zorgt dat ze zich nergens echt thuis voelen. In Nederland worden ze niet als eigen gezien, maar ook in hun land van herkomst ervaren ze die afstand. Ouders willen enerzijds hun cultuur meegeven en anderzijds hun kinderen zo goed mogelijk laten aansluiten bij de Nederlandse samenleving. “Ik ben als puber naar Nederland gekomen. Ik zat in een moeilijke fase, zoekende naar mezelf. Ik kon hier niet mezelf zijn. Het heeft lang geduurd. Je verlaat je vrienden en je omgeving en komt naar een nieuw land. Nieuwe taal, nieuw land. Je hebt hier wel veel familie, maar qua manier van doen ben je anders dan de mensen die hier zijn opgegroeid. Het duurde heel lang totdat ik mezelf heb gevonden.”
29
“Persoonlijk voel ik mij veilig. Maar als je mijn kinderen vraagt, dan is het een heel ander verhaal. Ze voelen zich niet veilig, ze zijn hier geboren, opgeroeid en werken hier, maar ze worden nog steeds anders behandeld. Ze worden in zowel Neerland als Marokko niet als volwaardig burger gezien. En dat doet pijn!” “Mijn kinderen voelen ze zich bijvoorbeeld niet veilig in Blaak en Reeshof. Daar worden ze nagekeken. Bij een klein dingetje wordt de politie gebeld. Of niemand gaat naast ze zitten in de bus. Dat doen echt pijn.” “Mijn kinderen hebben wel een soort identiteitscrisis. Wie ben ik? Als ze naar Marokko gaan voelen ze zich ook buitenlander. En in Nederland hebben ze een buitenlandse naam.” “De kinderen krijgen wel van thuis de cultuur mee, maar ze gaan ook naar school dus ze krijgen daar de cultuur van school mee. En dat kan vragen voor hen opleveren. Dat kan psychisch een rol spelen.” “Mijn kinderen praten alleen vloeiend Nederlands. Daar in Marokko moet je ook Arabisch en Spaans spreken. En dat is een belemmering voor hun als kinderen en hun veiligheid en vrijheid.” “Als ze nu in Marokko zijn gedragen ze zich zoals ze zich in Nederland gedragen. En de familie in Marokko vindt dat een beetje gek, ‘hoezo gaan ze zich terugtrekken in de kamer, terwijl dat logisch is als een kind een moment van privacy wil en zich even wil terugtrekken, dat mag.
Maar de cultuur van Marokko is gebaseerd op wij en niet alleen. Dus dat was wel even rekening houden.” “Ik had in mijn opvoeding veel botsingen tussen mij en mijn dochters en de Marokkaanse maatschappij. Vaak wordt er rekening gehouden met een ander. Je kind is hier geboren, je zegt thuis ‘kijk mij niet recht in mijn ogen’ en op school wordt gezegd ‘kijk mij wel in mijn ogen’ Dus dat zijn twee verschillende werelden wat het heel moeilijk maakt voor mijn kind.” Jezelf kunnen redden in Nederland: Een wijze les van papa “Ik was als jong meisje naar Nederland gekomen en mijn vader zei altijd: ‘Je moet leren wat je kan leren, want je weet nooit wanneer het van pas komt’. En als alleenstaande moeder moet ik gewoon verder gaan. Mijn twee jonge kinderen zijn afhankelijk van mij. En mijn kinderen geven mij ook de kracht. En ik had twee goede vriendinnen waar ik de kracht van kreeg. Het alleen zijn, heeft mij geleerd om te zijn waar ik nu zit. De tips van mijn vader, zoals ‘alles wat je kan leren, leer je, want je weet niet wat de toekomst nog met zich meebrengt’. Bijvoorbeeld, leren fietsen. Ik had er altijd een hekel aan, ik wilde het nooit leren. Mijn vader kwam gelijk met een heel grote omafiets en die zei ‘Hier, jij moet leren fietsen!’ Dus het was echt met tranen, ruzie en elke keer liep ik weg.
Maar achteraf denk ik, mijn vader weet dat het een land is van fietsen, dus die heeft niet voor niets die fiets voor mij gekocht. Maar op dat moment dacht ik ‘waar is mijn vader mee bezig’, ik snapte het op dat moment niet. Ik nam het hem heel erg kwalijk. Nu weet ik eigenlijk waarom. Hij wist dat Nederland echt een fietsland is, je hebt een fietst nodig om overal te komen. Dus ja, om zelfredzaam te zijn. Hij fietst zelf ook overal naartoe. Ik begreep dat niet vroeger. Ik dacht ‘mijn vader is mij aan het pesten’, ik kon het toen niet begrijpen, omdat ik de Nederlandse samenleving en cultuur niet kende, maar hij woonde hier al dertig jaar, dus al die ervaring wilde hij met ons delen.” “Ook met afspraken maken bij de huisarts. Dan zegt ie: ‘Wil jij dit voor mij regelen?’ Dan laat hij een briefje voor mij achter, het is een opdracht. En voordat ik de opdracht deed, ging ik naar mijn moeder toe om even in discussie te gaan: ‘waarom moet hij mij altijd opdrachten geven en wat denkt ie, dat ik voor hem alles moet regelen’. Maar op dat moment was ik nog een puber. Maar achteraf denk ik, hij deed dat expres zodat ik de taal leer en weet hoe het gaat in Nederland. Dus zonder uitleg heeft hij mij dingen geleerd.”
30
IX. Gemeente, kijk in de spiegel en geef het goede voorbeeld Volgens deelnemers begint een inclusieve samenleving bij een inclusieve en diverse gemeente. Ook in het bedrijfsleven merken ze nog weinig van inclusie. Een belangrijke bijdrage zou meer mensen van kleur op invloedrijke posities in organisaties zijn. Dat geeft hen het gevoel dat er mensen zijn die voor hun belangen staan en het heeft een gevoel van veiligheid. “Als de vraag is, hoe zou je je veilig voelen, dan is dat als er meer mensen die op mij lijken op posities staan waar ik niet sta.” “Eerst instanties, waar dit soort beleid wordt gemaakt, dat die hand in eigen boezem steken en te beginnen bij een overheid, een gemeente, een UWV, een ministerie, dat daar intern ook gekeken moet worden. Hoe ziet onze organisatie eruit? Hoe kunnen wij dit beleid naar buiten dragen? In veel logge organisaties is veel weerstand. Niet iedereen zit erop te wachten om inclusiviteit in het bedrijf op te nemen. Zorg er dus eerst voor dat je eigen organisatie, een gemeente, erachter staat en het goede voorbeeld geeft. Ik denk dat dat een begin is.” “Bij een omroep moet het een afspiegeling zijn. Dat geldt voor alles waar gemeentelijk geld in zit. Het moet een afspiegeling zijn van de inhoud en waarden van de mensen in Tilburg.” “Ik vind het ontzettend belangrijk dat de gemeente het intern ook op orde heeft.
Als ze dat niet op orde hebben, kunnen ze geen rolmodel zijn. En dat geldt voor heel veel maatschappelijke organisaties die gefinancierd worden door belastinggeld. In die bedrijven zijn geen goede afspiegeling van de samenleving nog. De gemeente kan als kartrekker de gesprekken oppakken voor diversiteit in organisaties.” “We zijn vastgeroest in bepaalde gedragingen en gedragsverandering van bedrijven is lastig. Je moet niet alleen maar praten, en niet alleen maar doen. Er moet actie ondernomen worden, we praten zo veel maar we zijn geen steek verder. Overal zie je het, ook bij politiek Den Haag. Het moet gewoon gebeuren. Je moet kijken naar de oorzaken waarom het nog steeds niet is gelukt. Waarom is het niet divers? Zijn ze er niet? Dat geloof ik niet. Kijk bijvoorbeeld naar scholen, al die kinderen, krijgen ze wel de kansen en de mogelijkheden. En als je dit als gemeente wilt, moet je het echt willen en het voorbeeld nemen. Zij zijn bij machte om verandering teweeg te brengen.” “Ik denk dat de gemeente eerst gesprekken moet voeren met inwoners. Ik heb jullie allemaal uitgenodigd omdat de gemeente zelf geen toegang had tot mensen met een bi-culturele achtergrond. Als je beleid wilt maken met inwoners en voor inwoners, dan is dit zo belangrijk. Ga in gesprek met elkaar.” “Discriminatie en racisme moeten aangepakt worden door bijvoorbeeld een meldpunt te maken.
Als ik kijk naar Frankrijk en Spanje, daar hebben ze een racismecoördinator per stad. Dat helpt. En instanties moeten dit begrijpen, ze moeten meer educatie krijgen over diversiteit en inclusie.” Gebrek aan representativiteit en diversiteit in het bedrijfsleven “De directie is vaak super wit. Het begrip en de empathie die je nodig hebt, zal je nooit ontvangen. We kunnen proberen van hoe kunnen we het zo gezellig mogelijk maken voor iedereen zodat bijvoorbeeld iedereen een afro mag hebben, dat iedereen welke kleur dan ook, maar zo lang je niets doet aan wie de directeur is, wie de voorzitter is, wie er het beleid bepaalt. Als dat niet verandert, verandert er niets. Dan heb je nog steeds niet de hele oplossing.” “Effe kort door de bocht: de witte directeur kan heel nuchter en rationeel over iets praten, omdat hij er letterlijk belang bij heeft dat de status quo wordt behouden. Verandering is niet per se in het belang van deze persoon.”
31
“Ik probeer wel vaak door te vragen wat een bedrijf aan diversiteit doet, want niemand in mijn opleiding gaat die vraag stellen. Maar het is ook zo demotiverend. Hoe meer energie ik erin steek, hoe verdrietiger ik ervan word. Maar ik probeer er wel meer vragen over te stellen, want ik vind het wel belangrijk. Alleen het kost me gewoon heel veel energie.” “Ik zou heel graag willen dat er meer people of color, zoals de wethouder Esmah, in het huis hebben die op beslissingsposities zitten. En niet op posities die informatie aan het verzamelen zijn om in een board meeting toch overschreeuwd te worden door mensen die niet relativeren met wat nu eigenlijk het geluid is.” “Ik zou me veilig voelen wanneer er meer mensen die op mij lijken op posities staan waar ik niet sta.” “Die veiligheid mist gewoon. Zolang ze daar niks aan doen, zolang we geen burgemeester of hoofd van het politiecorps hebben die daar oog voor heeft, dan kom je niet verder. Dus ik wacht op een zwarte burgemeester.” “Ik zou mezelf herkennen in een inclusieve stad als er meer mensen zoals ik ook zichtbaar zijn. Wanneer die herkenbaarheid ook in het fysieke zit. Bij de politie, bij de gemeente, de dagelijkse dingen, dat je jezelf kunt herkennen.” “Veel bedrijven zeggen wel dat ze inclusief zijn, maar dan zijn er maar twee mensen van kleur in de organisatie. En nooit op een managementpositie!”
32
Vrouwenemancipatie I. Alleen maar omdat ik een vrouw ben Deelnemers geven aan dat gendernormen en stereotypes ervoor zorgen dat zij als minderwaardig worden beschouwd. Dit komen ze veel tegen op de werkvloer, in beroepskeuzes en in financiële beloning. Loskomen uit gendernormen en stereotypes “Wanneer dingen worden verwacht van mensen omdat ze man of vrouw zijn. In de Nederlandse samenleving wordt nog steeds verwacht dat vrouwen voor de kinderen en het huishouden zorgen. Dat mannen de kostwinnaar zijn. Dat is oude stereotypering. Dat beperkt mensen. Dat geldt voor vrouwen en ook voor mannen. De traditionele typering van mannen dat mannen sterk moeten zijn en stoer en niet hun emoties moeten laten zien.” “Als er een vrouw alleen komt te staan, dan hangt er een beeld over van schuld en mislukking. Als een man alleen komt te staan, en zorg voor de kinderen moet nemen, dan staan alle hulptroepen klaar, dan wordt kinderopvang ingevlogen, want je moet vooral kunnen doorgaan met je leven.” “Mijn dochter doet opleiding nu in de techniek, is 17 wil werktuigbouwkunde worden. De docenten zo nu en dan komen ook met de opmerking ‘moet jij niet straks voor de kindjes en huishouden zorgen of de verpleging in’.” “Als je monteur wil worden, krijg je een opleiding vanuit het bedrijf. Ze heeft drie mentoren, bij het mentorgesprek zitten zij alle drie aan de overkant van de tafel.
Het was een soort voortgangsgesprek en ze hebben haar letterlijk verteld: ‘Ja we hebben eigenlijk het liefste dat jij naar binnen gaat, want zo’n vrouw in de storingsdienst, dat zware werk’. Nou, toen ik dat hoorde, echt verschrikkelijk.” “Ik merk dat het heel moeilijk is om een baan te vinden, over het algemeen zou het goed zijn als bepaalde stereotypes ter wereld uitgaan, dat kan door bepaalde woordkeuzes eruit te halen. Een man wordt een dokter, een vrouw wordt een verpleegkundige, dat beeld moet ook uit de taal.” Als vrouw anders behandeld worden op de werkvloer “Op werk voel ik mij buitengesloten, dat er dan geen contact met je opgenomen wordt of dat ik niet op de hoogte word gesteld van werkafspraken. Wat het vooral met mij doet, is dat ik me voel afgewezen en daardoor ga ik twijfelen aan mezelf. Er zal wel iets met me zijn, terwijl ik weet dat het niet zo is. Terwijl ik echt wel bepaalde talenten heb. Ik ben er nu wel in ontwikkeld, maar het geeft wel een beetje twijfel.” “Ik was zelf tien jaar werkzaam bij een organisatie. Op het moment dat ik kinderen kreeg, werd ik anders behandeld. Ik was minder flexibel inzetbaar, en daardoor ben ik ontslagen – vanwege gebrek aan flexibiliteit. Het was moeilijk voor mij om in avond of namiddag te werken.
De kosten van de kinderopvang zijn te hoog en ze kwamen me daar niet in tegemoet.” “Dat je als vrouw toch niet serieus wordt genomen. Dat je toch nog als vrouw ‘meisje genoemd’ wordt of dat ik een koosnaampje krijg terwijl ik veel verantwoordelijkheid had in mijn werk. Dat is heel vervelend, als je als die zwakke vrouw of meisje wordt gezien.” “Dat verschil is ongelofelijk. Ik verdien zelf goed maar als ik kijk naar het verschil in loon met de zorg is het schandalig. Als je kijkt naar de arbeidsvoorwaarden, met leaseauto, verlof, die zijn zo goed. In
33
de zorg, waar veel vriendinnen van mij werken, is het echt schrijnend. Dat komt door seksisme. In de zorg werken heel veel vrouwen, in de techniek veel mannen.”
II. Intimidatie en geweld Deelnemers delen verhalen over de kwetsbare positie waarin ze verkeren. Ze staan vaak machteloos tegen geweld en intimidatie. Dit wordt ook nog eens gebagatelliseerd, waardoor het nog moeilijker is om een trendbreak te realiseren. (Seksueel) geweld “Op scholen worden kinderen minder snel gesignaleerd, ook als je nu volwassen bent en je probeert uit situaties te komen, waar Feniks mooie dingen voor aanbiedt, dan kun je nu in coronatijd niet heen. Dus als je nu in een slechte situatie zit, dan kun je nergens heen!” “Mijn ouders hebben heel veel niet gezien vroeger, omdat ze hun hoofd boven water moesten houden. En hun relatie was ook niet goed. Dus het was voor hen niet zichtbaar wat er met mij gebeurde. Ik heb als kind seksueel geweld en klein beetje kindermishandeling meegemaakt.” “Kindermishandeling en seksueel geweld nemen toe, maar je kan niet op straat nu. Ook met avondklok, als je ‘s avonds bang bent, kan je de straat geen eens op! Nu in tijden van corona neemt dit exponentieel toe. Daar maak ik mij zorgen om.” “Ik heb toch ook wel meegemaakt dat ik ongepast ben aangeraakt op werk of dat een werkgever mij ooit heeft geprobeerd te zoenen of dat ik ongepaste opmerkingen naar mij kreeg. Toen vond ik het wel een hele lange tijd bij mijn bijbaantjes eng om met mannen alleen in een ruimte te zijn. En zeker als dat de baas was.
En dit online thuiswerken biedt in dat opzicht wel meer veiligheid” “Kindermishandeling gaat ook over moeders die niet voor zichzelf op kunnen komen. Uit ervaring weet ik dat bij vrouwen die zelf met mishandeling of seksueel geweld te maken hebben gehad, de kans groter is dat zij dit doorgeven aan de volgende generatie. Zonder preventie, zonder signalering, zonder veilige haven, zonder behandeling en zonder ondersteuning op het vlak van weerbaarheid, zoals bijvoorbeeld wordt aangeboden bij Feniks, zet die vicieuze cirkel zich onverminderd door.” “Ik heb veel meegemaakt; seksueel misbruik, binnen huiselijke kring, door een therapeut en door een "partner", huiselijk geweld, bedreiging, de houding van (kinder-/zeden)politie ten opzichte van slachtoffers, het vermijden of niet bespreekbaar kunnen maken van seksueel overschrijdend gedrag door hulpverleners, het niet kunnen opkomen voor jezelf, maar als consequentie van jeugdtrauma's en trauma's opgelopen in het volwassen leven ook te maken krijgen met PTSS, zelfmutilatie, financiële armoede en de afwezigheid van mentale en fysieke weerbaarheid en het niet weten waar je terechtkunt, als dat al kan.” Intimidatie en geweld tegen de vrouw wordt gebagatelliseerd “Ik zet me in tegen straatintimidatie. Eigenlijk ook wel omdat dat de eerste laag is, dat zijn vaak nog woorden en geen geweld.
Maar wat ik merk, als ik het daarover heb, vrouwen voelen niet zich veilig, er zijn nog steeds vrouwen die onderdrukt worden, de eerste niet-natuurlijk doodsoorzaak van vrouwen is nog steeds moord! In Nederland. Dat is van de gekke eigenlijk. Ik merk dat als ik daarover praat dat mensen er niet op in gaan, dat ze het bagatelliseren, ze leggen de schuld bij de vrouw en dat is vaak vermoeiend. Er zijn zo veel verhalen, zo veel meetings zoals deze dat we het erover hebben. Het is overduidelijk, er hoeft geen eens onderzoek meer gedaan te worden om het in kaart te brengen, dus ik vind het vermoeiend dat we niet serieus worden genomen. En als we niet serieus worden genomen, dan wordt er ook geen beleid gemaakt. “
34
“Ikzelf was twaalf of dertien toen er ooit expliciet om seks werd gevraagd, en nu ben ik 27 en gebeurt het nog steeds. Het is zoiets wazig. Je loopt overdag op straat en je wordt gekeken, nageroepen, achterna gezeten. Dat er in zoiets duidelijks al zo veel ongelijkheid is tussen man en vrouw. Want mannen gaan heel anders over straat dan vrouwen. Ik vind dat echt de onderste laag van alles. Als we op straat niet eens gelijk zijn, hoe kan dat dan op werk of thuis.” “En zeker als het over vrouwen gaat, dan moeten er altijd ook andere grepen bij gehaald worden zoals kinderen, ouderen, of de LHBTI. De vrouw is nooit goed genoeg in die zin. Zeker omdat er ook het beeld is dat de vrouw al geëmancipeerd is in Nederland, en als ik dan al deze verhalen hoor, denk ik ‘dat is ontzettend erg’. En dat dat dus niet serieus wordt genomen.” “Als ik het heb over prostitués, dat er betere regels moeten komen en dat ze beter beschermd moeten worden. Dan krijg ik altijd te horen ‘ja maar daar kiezen ze zelf voor’ of ‘het is allemaal niet zo erg’. Dan zijn ze ineens wel zelfstandig. Maar ik werk nu al de hele week achter de computer, en ik krijg elke keer een pop-up van ‘je moet even staan, je moet even rust nemen’. Een timmerman mag ook niet zomaar het dak op, daar zijn ook allemaal regels voor. Maar als het over vrouwen alleen gaat, dan hebben ze geen hulp nodig.
Dan is het ‘ze kiezen er zelf voor’.” “Toen ik in het ziekenhuis kwam en dat de mannelijke arts aan me vraagt ‘en je hebt er zelf geen aandeel in gehad?’. En als je dat vraagt aan iemand die als kind dingen hebt meegemaakt. Ja, dan denk ik ‘waar ben jij’. De belevingswereld, je invoelingsvermogen als arts.”
III. Wanneer traditionele normen botsen met de Nederlandse samenleving Deelnemers zitten soms vast in de traditionele normen van hun andere cultuur. Ze hebben hierdoor te maken met onderdrukking en geweld. Afstand nemen van deze normen, leidt tot verstoting en stigmatisering. Menging van culturen is allesbehalve vanzelfsprekend, terwijl dit juist kan leiden tot meer begrip en een open mind. Onderdrukking “Ik heb in een huwelijk gezeten met huiselijk geweld en ik dacht dat ik toen sterk was, door vol te houden, door te blijven gaan voor de kinderen. Ik dacht dus echt dat ik sterk was, door na het huilen mijn gezicht te wassen en gewoon weer naar het voetbalveld ging kijken bij mijn zoon. Maar op een gegeven moment kwam mijn zoon naar mij, toen hij negen was, en die zei dat ze ‘mama, op school tijdens geschiedenisles had de juffrouw het over slaven en die had het over dat ze hard moesten werken en dat geslagen werden. En toen dacht ik, mama ik ben blij dat mijn moeder niet in de tijd heeft geleefd, maar, mama, als ik eigenlijk nadenken, dan leef jij ook zo’. En dat vond ik zo confronterend!” “Wat mij aan het hart gaat, ik kom toch in mijn omgeving vaak Marokkaanse vrouwen tegen die in een huwelijk zitten waar ze ‘eigenlijk’ gevangen zitten of dat ze financieel afhankelijk zijn van een man, of dat er andere redenen zijn om niet uit het huwelijk te kunnen stappen.
Bang zijn om in een gat te komen, niet weten wat hun rechten zijn. Dan pik ik maar alles, geweld en zo, omdat je dan maar een dak boven je hoofd hebt. Wat ik vaak zie is dat de man een boete krijgt wanneer zijn vrouw de Nederlandse les van de inburgering niet volgt. Dus dat is de enige reden waarom de man de vrouw laat gaan, want hij wil niet dat zijn vrouw op andere ideeën komt door andere vrouwen.” “Ik ben het meeste trots dat, in mijn opvoeding, dat stemmetje van mijn moeder ‘dat mag niet, bij ons hoort het zo niet. Dat mag niet van geloof en cultuur’. Ondanks dat ik dat stemmetje heel vaak heb in mijn hoofd, kan ik dat stemmetje nu remmen en dempen. Ik zeg nu ‘nee dat is het stemmetje van mijn
35
moeder, ik ben mezelf en ik mag zelf bepalen hoe ik mijn kind opvoed. Het is moeilijk om het er zo in zit, dat je een keuze moet maken tussen ‘wil ik dit, is dit iets van mijn moeder, of van mijn cultuur?’” “Ik kan mezelf niet zijn bij mijn familie, in de Turkse samenleving. Als ik mezelf wil zijn dan ben ik niet de ideale dochter, ideale partner, ideale buurmeisje. Dan moet je kiezen. En je moet wel erg sterk zijn om keuzes te maken. Het is kiezen tussen de toekomst van je dochters of de samenleving.” “Er worden drie dingen door elkaar gehaald bij de moslimgemeenschap. Cultuur, geloof en traditie. Wanneer de moeder wil dat de dochter er is, dan wordt dat verwacht. Er wordt van je verwacht dat je gehoorzaam bent en er voor anderen bent wanneer zij dat willen. Als je als kind je eigen leven en toekomst wilt, wat gebeurt in Nederland, dan wrijft dat. Dat wordt niet geaccepteerd. Dat is heel moeilijk in die culturen. Als we in de toekomst die drie dingen, cultuur, geloof en traditie, uit elkaar kunnen halen, denk ik dat er geen probleem meer zal zijn.” “Ik ben laatst in de grote moskee en de kleine moskee geweest. Ik wilde vrouwen daar heel erg vragen, stel er komt iemand hier die geslagen is door haar man of zoon. Wat doen jullie? Ja, wij kunnen niks doen, zo hoort het. Die vrouw kiest ervoor daarnaartoe te gaan, maar zij kan er dus niks van leren.
Behalve dat slaan niet van God mag en dat je mag je alleen mag corrigeren, bla bla. Dat weten ze al, daar kan zij helemaal niks mee. En die vrouw belt echt geen Sterk Huis of Veilig Thuis ‘ik word geslagen door mijn man’, want zij accepteert dat.” “Mijn moeder zette mijn broer aan om mij te volgen, om mij te slaan. Wij vrouwen hebben een groot aandeel over hoe toekomstige mannen straks bewegen en hun gevoelens uiten.” Gestigmatiseerd worden “Ik ben ook wel heel trots op mezelf dat ik vanaf jonge leeftijd in Nederland ben en sindsdien ben ik alleen maar afgestoten door mijn familie omdat ik heel graag in de Nederlandse samenleving dingen wilde doen en een Turkse-Nederlandse meisje wilde zijn. Ik ben gekleineerd, ik heb heel veel geweld meegemaakt en ondanks alles ben ik uit elkaar gegaan en ik zit hier waar ik nu zit. En ik ben daar heel erg trots op en dat ik ook andere vrouwen kan helpen als ervaringsdeskundige. En ik zie dat ze daar heel veel aan hebben. Daar ben ik heel trots op.” “Het zijn niet alleen de mannen die ons dit aan doen, het zijn ook de vrouwen. Wij kiezen voor onze kinderen, maar het zijn ook onze vrouwen in de gemeenschap die veroordelen.
Ook al zitten ze niet in een ongelukkig huwelijk, ze voelen zich superieur.” “Er is ook wel letterlijk gezegd op school tegen mij door een Marokkaanse vrouw ‘jij bent twee keer gescheiden dus jij bent de slechterik!’ Die vrouw kent mij niet, die hoort alleen via praatjes hoe ze denkt dat ik ben. Ik vind dat heel kwetsend, want wij worden, ik wil niet in wij-vorm praten, maar ik word heel erg door de vrouwen in mijn gemeenschap geïntimideerd en veroordeeld. Dat er dan gezegd wordt dat ik een hoer ben omdat ik twee keer gescheiden ben. Ik wil niet dat mijn zoon dat hoort van vriendjes of hun moeders.” “In de Nederlandse cultuur, gemeenschap, wordt er juist gezegd dat ze trots op je zijn omdat je voor jezelf hebt gekozen. Maar in de Marokkaanse gemeenschap, maakt niet uit wat voor baan ik heb, wat voor opleiding mijn kinderen doen, of in wat voor huis ik woon. Het maakt helemaal niks uit, ik ben gescheiden dus ik ben minder. En dat is heel kwetsend. Dat doet mij nog steeds heel veel pijn. Daar heb ik een lange weg in te gaan. Als ik bijvoorbeeld voor mijn werk een voorlichting geef, dan ben ik heel zelfverzekerd, maar als ik op een Marokkaanse bruiloft ben, voel ik mij zo klein en dat kost mij zo veel energie om te doen als of ik lach. Dat doet echt pijn.” Met andere culturen mengen
36
“Vroeger had je buurthuizen waar Turkse vrouwen samenkwamen met Nederlandse vrouwen. Die leerden van elkaar en waren ook minder veroordelend naar elkaar, naar een Nederlandse buurvrouw of iemand op school. En die buurthuizen of die bijeenkomsten zijn nu weg! En waar ik me nu zwaar aan irriteer is het vooroordeel van Nederlanders naar bepaalde afkomsten en ook andersom. Dat komt puur doordat ze elkaar niet kennen en ze doen elkaar zo tekort. Als zij zich in de Nederlandse cultuur gaan verdiepen, kunnen ze zo veel mooie dingen zien en meenemen. Maar dat is andersom ook he.” “Ook al is mijn broer hier geboren, de moeder die hem opvoedt, is hier niet geboren, en kent alleen haar eigen cultuur en normen en waarden. Zij komt ook niet in contact met Nederlanders. Ze ervaart geen succes in de Nederlandse samenleving en krijgt geen complimenten. Dat krijgt ze alleen uit de Turkse samenleving, want daar waarderen ze haar zoals zij is, dat ze helemaal perfect aan de Turkse vrouwennorm voldoet. Dus ze blijft alleen maar groeien naar haar achtergrond en niet de Nederlandse. De Nederlandse omgeving of samenleving zorgt er ook niet voor dat vrouwen een stap kunnen zetten in de Nederlandse samenleving,”
IV. Financieel zelfstandig zijn, wordt mij zo moeilijk gemaakt Deelnemers kunnen door hun kwetsbare en afhankelijke positie eerder in armoede terechtkomen. Er dan weer uitkomen, kan erg lastig en een lang proces zijn. Voor alleenstaande moeders betekent dit geconfronteerd worden met het feit dat je je kind niet alles kunt geven. Voor vrouwen met een biculturele achtergrond is het vinden van werk nog lastiger omdat ze zich extra moeten bewijzen en geen kansen krijgen. Schaamte, bang voor een stigma “Ik moet zeggen, ik schaamde me ook heel erg lang om te zeggen ‘ik heb een uitkering’, ik vond dat zo moeilijk. Dat was niet goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik durfde ook geen contact te hebben met mensen met een hoge opleiding. Ik ben een gezonde vrouw, maar ik kon niet uitleggen waarom ik een uitkering heb. Mijn dochter doet het nu ook beter sinds ik een baan heb. Zo zie je maar dat de moeder ook een voorbeeldfunctie heeft.” “Ik ben een alleenstaande moeder, en als ik naar mezelf kijk, ik kom uit een katholiek gezin, maar er speelde hetzelfde, daar hoorde het ook niet en er was schaamte. En mislukking, je voldoet niet aan de verwachtingen van mensen. Daarmee word je ook een soort van gediskwalificeerd. Zo heb ik het beleefd. En dat is best wel een strijd dat veel van jezelf vraagt.
Ook in mijn werk zie ik het terug: het gaat om een plek vinden in de samenleving, niet alleen over thuis en familie, maar ook in het wijkcentrum, op het werk, waar je jezelf kunt zijn en waar je goed bent zoals je bent. Ik weet waar ik talenten heb, je moet er zelf vasthoudend in zijn, terwijl anderen er weinig naar kijken." “In 2010 werd ik werkloos, ineens viel mijn top baan weg en kwam in de uitkering. Ik moest leren leven met heel weinig en had wel een koopwoning. Dus ik werd ook niet goed behandeld. Op dat moment dacht ik ‘ik ben een sterke vrouw’ maar ik was ineens alles kwijt. Ook mijn eigenwaarde. En mensen geloofden niet meer in mij en ik knokte keihard bij de gemeente om hulp te krijgen. Op een gegeven moment had ik zoiets van: wie ben ik?” Want je moet stoppen met denken ‘je bent niets meer’. Toen had ik zoiets: ik weet wie ik ben, sta op. Sta op voor mezelf en voor mijn kind. Ik moest knokken om mijn woning te behouden. Ik had heel veel rechten wat ik zelf ook niet wist. Er zijn heel veel dingen gebeurt met mijzelf. Ik heb mijn huis nog en ben er heel dankbaar voor. Maar het was geen pretje. Als je een alleenstaande moeder bent en je kan je kind niet alles geven wat je daarvoor kon geven, en je moet keihard knokken om door te gaan, dat was niet zo prettig.”