05 Rapportage Stadsgesprekken fase 1 maart 2021
Tekst van het document
37
“Mijn kinderen hebben nooit leuke uitjes gehad, omdat het geld er gewoon niet was. Mijn kinderen hadden eigenlijk extra begeleiding nodig, gelukkig is daar uiteindelijk PGB voor gekomen zodat ze een keer in de maand een weekend naar Happy konden, maar theoretisch zou je dat als moeder zijnde zelf doen. Je ziet dat je kinderen er ook onder leiden. Ik heb ook bij de voedselbank gelopen en in het begin moest ik met 25 euro per week rondkomen met drie kleine kinderen. Ja, dat is gewoon onmogelijk.” “Bij Feniks voel ik me veilig. Bij Feniks ben je gelijk. Iedereen heeft iets. Daar voel ik me veel fijner. Mensen die niks hebben meegemaakt zullen het niet zo snel snappen, maar elke vrouw hier heeft een rugzakje.” Financiële kwetsbare positie van de vrouw “En als de man wegvalt, raakt de vrouw vaak in een financieel slechte situatie. Vooral het eigen risico, dat is een drempel om op tijd zorg te vragen. Dat merk ik wel, dat veel mensen te lang wachten om naar de dokter te gaan als er wat is. En dat vrouwen vaak weggezet worden als zeur. Dat heb je al meegemaakt toen je menstruatiepijn had en in de overgang was. En vrouwen zijn bang.
Naar de huisarts kan je naartoe, maar ze zijn bang wat daarna komt, financieel gezien.” “Vorig jaar ben ik afgestudeerd, de studie was toch wel pittig, maar ik dacht ‘ik heb nu mijn diploma, ik moet zo aan de bak kunnen.’ Maar het vinden van een baan was toch best moelijker, dus die belofte van ‘als je hard werkt, en studeert, dan kom je er wel’. En toen was ik daar, op de markt, toen heb ik echt op veel functies gestudeerd die binnen mijn profiel pasten maar ik kwam nergens binnen. Dus dan raak je toch even in paniek.” De kans niet krijgen door mijn bi-culturele achtergrond “Ik heb nooit de kans gehad om de studeren, want ik ben uitgehuwelijkt geweest en toen een onverwachts kind en daar ga je voor zorgen. Dus ik heb allerlei soorten banen gedaan via de gemeenten met behoud van uitkering. Dat heb ik jarenlang gedaan maar na zeven jaar wil je echt iets, ook geld verdienen en iets waar je jezelf in kunt verdiepen. Er werd wel altijd tegen mij gezegd dat ik heel veel kan, maar vanuit mijn uitkering kan ik geen opleiding tot ervaringsdeskundigheid van 5500 euro bepalen. Dus ik ben met Feniks twee keer naar de gemeente geweest en bij de wethouder. Ik heb elke keer mijn herstelverhaal, mijn privé, mijn kwetsbaarheid moeten vertellen zodat ze een beetje begrip toonde van waar ik vandaag kwam en waar ik naartoe wil.
Maar dat was zo moeilijk en dat kon niet en ik was oud en kon geen lening krijgen, we hebben van alles gedaan. En uiteindelijk heb ik een lening gehad van de gemeente van 1200 euro, die ik nog wel aan het aflossen bent. Ik heb de opleiding succesvol afgerond. En nu heb ik een baan. Maar daar moest ik echt heel veel voor doen! “Ik vond het jammer, zo zie je maar, als ik deze opleiding niet had gedaan, was ik misschien nog steeds op zoek naar een baan of had ik een baan met behoud op uitkering. Dan denk ik, binnen een jaar heb ik nu een baan waar ik ook blij mee ben, waar iedereen blij mee is. En ook bij het integratietraject dat ik moest volgen, dat was 5000 euro per persoon, dat levert niets op, je weet alles al wat je daar leert. Dan denk ik, 5000 euro aan een traject waar ik niks aan heb, geef dat dan aan mij als lening zodat ik wel wat kan doen wat wel voor lange termijn wel nut heeft voor mij en belangrijk voor mij is.” “Ik had aangegeven dat ik met mijn migratieachtergrond altijd het gevoel heb dat ik me altijd extra moet bewijzen. Ook al heb ik de juiste papieren in huis en de juiste competenties, toch wordt mij niet gelijke kansen gegeven.” Geen licht aan het einde van de tunnel
38
“Ik wil graag een goede moeder zijn voor mijn kinderen, ik wil ze een goede toekomst geven en een goed leven opbouwen in Nederland. Ik wil niet meer afhankelijk zijn van voedselhulp, ik wil mijn eigen gezin kunnen onderhouden. Dat gaat op deze manier niet lukken, want de schuld bij de gemeente blijft mij achtervolgen. Er zijn in de tussentijd meer schulden ontstaan. Niemand wil of kan ons helpen om uit de schulden te komen, er is geen licht aan het eind aan de tunnel. Hierdoor voel ik mij minderwaardig en kan ik niet meedoen in de maatschappij. Ieder mens maakt fouten en verdient een tweede kans, misschien hebben wij ook fouten gemaakt, waarom krijgen wij geen tweede kans?”
V. Anticonceptie en zwangerschap wordt volledig bij de vrouw neergelegd Deelnemers ervaren dat ze verantwoordelijkheid voor en de kosten van zwangerschap nog altijd volledig bij de vrouw liggen. Een suggestie is om het zwangerschapsverlof voor mannen en vrouwen gelijk te maken, zodat zwangerschapsdiscriminatie op de werkvloer niet meer voorkomt. “Als het over zwangerschap gaat, ligt de verantwoordelijkheid vaak helemaal bij de vrouw. En dat begint al bij de anticonceptie. Er zijn zeven manieren voor vrouwen en geen enkele voor man. Als daar onderzoek naar gedaan wordt, komt daar vast wel wat uit. De kosten zijn ook vaak voor de vrouw omdat het een vrouwending is. Seks heb je toch echt met z’n tweeën.” “Gelukkig is het zwangerschapsverlof voor mannen nu wel langer, maar dat is er ook past sinds kort. Opvoeding moet je toch met z’n tweeën doen, want alleen is het veel te zwaar. En als mannen en vrouwen bijna evenveel zwangerschapsverlof krijgen, dan los je misschien ook het probleem op dat vrouwen niet worden aangenomen, omdat de man er ook net zo lang uit zou zijn.
Dan zou je misschien dat stukje discriminatie ook wegnemen.” “We gaan in februari een incidentele actie doen samen met de Ladies’ Circle en dan willen we aandacht vragen voor menstruatiearmoede omdat niet iedereen geldt heeft om maandverband en tampons te kopen.” “Als ik boodschappen doe met vriend splitten we, maar als ik maandverband koop, betaal ik het zelf. Dan denk ik, waarom wordt dat niet vergoed door de overheid. Het zijn dingen die we nodig hebben.” “Ik was wel bang, nu ik eind twintig ben en zeker kinderen wil in de komende jaren, ik was wel bang dat ze me letterlijk zouden vragen of ik kinderen wil en ik dacht dat ze me daarom misschien niet zouden aannemen. Dus het was wel een zorg tijdens het solliciteren.” “Een van de dingen is bijvoorbeeld openbare wc’s, die zijn bijna niet te vinden, voor vrouwen dan. Ik vind het oneerlijk dat er geen plekken zijn voor vrouwen om naar de wc te gaan.”
39
VI. Jezelf kunnen zijn, mee kunnen doen en je veilig voelen. Hieronder staan de reacties uit de Mentimeter van het stadsgesprek Vrouwenemancipatie weergegeven. Jezelf kunnen zijn
Niet jezelf kunnen zijn
Als er echt met aandacht naar mij geluisterd wordt.
Als je in een huwelijk zit waar je onderdrukt wordt
Als ik de ruimte heb om mijn leven en toekomst zelf te bepalen. Wanneer ik mij niet bijgesloten voel en gewaardeerd als persoon en om mijn talenten.
Als mensen al oordelen voor ze je zien. Je niet accepteren. Al boven je staan met eigen idee of oordeel. Met mijn migratieachtergrond moet ik altijd mezelf extra laten bewijzen en dat is zeer vermoeiend!
Wanneer ik weet dat ik ergens terecht kan voor hulp als het even niet gaat
Toen ik in de opvang zat en geen eigen keuzes kon maken omdat ik dacht dat andere mensen hoger opgeleid waren dus het wel beter zouden weten
Als ik de deur uit kan wanneer het even niet gaat thuis
Als mensen iets van je verwachten omdat je vrouw of man bent: gendernormen
Mee kunnen doen
Niet mee kunnen doen
Respect en geen onderscheid qua voorkeuren als alleenstaanden moeder op de werkvloer, privilege, discriminatie Als er gekeken wordt naar wat ik kan. En niet naar wat ik niet kan. Met beperking word je gauw weg gezet dat je als je iets niet kan, je ook niet mee doet. En soms kan het kunnen klein zijn, maar voor onschatbare waarde voor het zelfvertrouwen Als er genoeg financiële middelen te zijn om je rekeningen te betalen en een beetje overhoud voor af en toe wat leuks te gaan doen. En niet altijd nee moeten zeggen tegen je kinderen Wanneer je kinderen worden opgevangen als jij wilt leren of werken Werk! Zonder werk sta je buitenspel: financieel en maatschappelijk. Zeker nu ben ik blij met mijn vaste baan. Periode dat ik geen werk had vond ik zwaar. Als je zelfvertrouwen hebt en durft uit te komen voor je eigen mening en niet bang hoeft te zijn voor het oordeel van anderen
Wanneer taal een barrière is, je diploma's worden niet herkend. Je hebt geen sociaal netwerk. Je hebt het gevoel dat je niet serieus wordt genomen Als je heel veel tijd kwijt bent met je hoofd boven water houden
Je veilig voelen
Je niet veilig voelen
Als ik gewoon de straat op kan zonder nageroepen te worden. Als mijn dochter gewoon de straat op kan zonder lastig gevallen te worden Omgeving: fijn huis en fijne/veilige wijk waar ik woon. Buren kennen elkaar en staan voor elkaar klaar. Ik voel me veilig als ik zonder over mijn schouders te hoeven kijken mijn dagelijkse dingen kan doen Als je je rekeningen kunt betalen, een sociaal netwerk hebt, werk hebt waar je je ei in kwijt kunt. Om steun durft te vragen. Jezelf kunt zijn. Durft te vertrouwen op jezelf. Als ik weet dat de basis op orde is: er is genoeg geld om mijn verplichtingen te doen, een dak boven mijn hoofd en ik hoef me geen zorgen te maken.
Als je te maken hebt met mishandeling, misbruik als kind of tiener, of met seksueel overschrijdend gedrag als volwassene Als ik ‘s avonds alleen op straat ben. Maar overdag ook als er groepen jongeren bij elkaar staan. En je moet daarlangs. Toen ik geen informatie over de dader kreeg en hij wel over mij na een doodsbedreiging Als ik beperkt word in mijn ontwikkeling. Proberen monddood te maken. Geen veilige woonomgeving.
Als je je zelf niet kan ontwikkelen en niet beschikt over genoeg financiële middelen.
Te veel taken/werkzaamheden: kinderen, huishouden, mantelzorg, vrijwilligerswerk... Als middelen ontbreken: geld, vervoer
Hoe minder je lijkt op de witte oude heteroman zonder beperking, hoe meer je daarvan afstaat, hoe minder je gehoord wordt.
Ondermijning van jezelf door belemmerende gedachtes door jezelf of door anderen opgelegd.
40
VII. Gemeenten en bedrijven, geef het goede voorbeeld Om genderverschillen en inkomensverschillen te verkleinen zullen gemeente en bedrijven zelf ook in de spiegel moeten kijken. “Het is heel leuk en aardig dat gemeente praat over inclusie en diversiteit praat, maar dit moet niet alleen naar de buitenwereld gecommuniceerd worden, maar ook intern binnen de gemeente moet dit worden toegepast. Daar is heel weinig diversiteit.” “Ik vind het de verantwoordelijkheid van het bedrijf, dat de mensen die opleidingen verzorgen, dat ze bewust zijn van genderverschillen, inkomensverschillen et cetera. Dat is mijn invalshoek. Al die ongelijkheden zijn bekend, iedereen kan daarvan op de hoogte zijn. De bestuurders en bedrijven zijn aan zet!” “Ook dat de gemeente kijkt naar bedrijven waar ze mee samenwerken, wat voor bedrijven zijn dat en wie zitten er daar in het bestuur en hoe dragen ze bij aan de maatschappij en vraag ook eens een vrouwelijke architect. De gemeente zelf zou daar een voorbeeld in moeten nemen. Het mooiste zou zijn als er continu gedacht wordt ‘wat heeft dat voor effect op vrouwen of op mensen van kleur bijvoorbeeld’ en niet alleen op basis van de witte heteroman.” “En misschien een Prinses Carnaval, dat zou goed zijn!” “Ik ben 57 en 35 jaar geleden begon ik ook in de vrouwenbeweging. En al deze verhalen vertelden we toen ook al.
En ik word ontzettend kwaad dat de gemeente het blijkbaar nodig heeft om dit soort bijeenkomsten nog steeds te doen, terwijl ik denk deze verhalen zijn uit den treuren bekend. Dat moet me even van het hart, de gemeente zou ondertussen 25 stappen verder moeten zijn.”
VIII. Mannenemancipatie: loslaten van normen van mannelijkheid Als mannen niet gaan emanciperen zal ook de vrouwenemancipatie nooit voltooid zijn. Dit betekent dat ook mannen los moeten komen van de traditionele normen van mannelijkheid. “Mannenemancipatie betekent het loslaten van beperkende en schadelijke maatschappelijke normen van mannelijkheid. Zo wordt van mannen verwacht dat ze stoer, sterk, dominant, onafhankelijk, kostwinner i.p.v. zorgtaken, grootverdiener/succesvol, leider, rationeel i.p.v. gevoelig, etc. zijn. En dat ze niet huilen, weinig emoties laten zien, bereid zijn geweld te gebruiken, interesse in vrouwen tonen, enz. Deze stereotypen van mannelijkheid veroorzaken veel problemen, zowel op persoonlijk als op maatschappelijk niveau. Ze staan gendergelijkheid in de weg; als mannen niet gaan emanciperen zal ook de vrouwenemancipatie nooit voltooid zijn. Mannen- en vrouwenemancipatie zijn namelijk twee kanten van dezelfde medaille en zij horen hand in hand te gaan (tweerichtingsverkeer) om échte verandering mogelijk te maken.” “Zo zorgen traditionele normen van mannelijkheid dat jongens en mannen hun gedrag aanpassen om aan dat beeld te voldoen.
Hierdoor kun je dus niet jezelf zijn en bovendien ontstaat hierdoor vaak schadelijk en ongezond gedrag (toxic masculinity) omdat je de zogenaamd vrouwelijke eigenschappen gaat onderdrukken en zogenaamd mannelijke eigenschappen gaat overdrijven. We zien namelijk dat dit “mannelijke” gedrag in de maatschappij wordt beloond en dat je voor eigenschappen die als vrouwelijk worden gezien, wordt bestraft. Laat je te veel emoties zien, dan ben je al snel een ‘mietje’. Verdriet en teleurstelling uiten mag niet op een gezonde manier (verman jezelf!), maar woede en agressie zijn emoties die bij mannen wél geaccepteerd worden.” “Zorgtaken en andere onbetaalde arbeid worden nog steeds vooral als vrouwentaken gezien, terwijl een goede verdeling tussen arbeid- en zorgtaken tussen partners nu juist zo belangrijk is om gendergelijkheid te bevorderen. Maar ook op de arbeidsmarkt is er nog steeds een duidelijke
41
segregatie te zien in mannen- en vrouwenberoepen en sectoren Ook dit heeft weer alles met gendernormen te maken, zoals ideeën dat vrouwen van nature beter zijn in zorgen en mannen in techniek.” “Het is belangrijk dat jongens goede rolmodellen hebben en dat in het onderwijs al vroeg aandacht wordt besteed aan seksuele voorlichting.”
42
Leven met een beperking I. Ik wil gewoon mee kunnen doen Deelnemers gaan graag de stad in en doen mee aan activiteiten, maar de fysieke toegankelijkheid en de Meedoenregeling laat soms te wensen over. Dit beperkt hen in het mee kunnen doen. Fysieke toegankelijkheid “Wat me altijd wel opvalt in Tilburg is dat de meeste kroegen en winkels wel prima toegankelijk zijn voor iemand met een rolstoel, een elektrische rolstoel in mijn geval.” “Op het station zou nog iets kunnen verbeteren, het omroepen van vertraging etc. is voor mij niet te verstaan…alles zou via het scherm gemeld moeten worden.” “Wat ik wel jammer vind, is dat de gemeente minimale tegemoetkomingen vrijmaakt voor horeca en winkels die nog niet toegankelijk zijn. En dat hoeft niet per se een invalidetoilet te zijn, maar gewoon een opritje bij de deur, om in ieder geval gewoon binnen te komen. Dat zijn de kosten niet, dus daar kan wel aan gesleuteld worden.” “Het VN-verdrag voor mensen met een beperking wordt minimaal gehandhaafd, daar kan wel wat meer aandacht voor zijn en verbetering in zitten. Naar het toilet gaan is een basisbehoefte bijvoorbeeld. Soms moet ik wel eerder naar huis gaan als ik naar het toilet moet, maar ik kan door mijn navel plassen door middel van een katheter.
Dat maakt dat ik op alle hoeken van de straat kan plassen, maar dat neemt niet weg dat ik me elke keer weer over een stukje privacy moet zetten. Dus ik ga liever in een toilet.” “Er waren bij mij in de wijk geen rateltikkers om over te steken. Met mijn begeleider heb ik er een jaar over gedaan om dat voor elkaar te krijgen. Nu met de rateltikker kan ik iets verder de wijk in. Een rateltikker kost 1500 euro per stuk om dat aan te maken achteraf. En van tevoren inbouwen kost 80 euro.” “De knopjes om stoplichten in te duwen, worden standaard hoog neergezet. Dus ik zou in theorie mijn rolstoel omhoog moeten doen, dat gaat echt in een slakkentempo, in een hogere stand kan je niet echt rijden met een rolstoel. Dus als ik bij een stoplicht aankom, dan zou ik met mijn rolstoel omhoog moeten gaan, op het knopje moeten drukken, en dan de rolstoel weer naar beneden doen, en dan pas gaan rijden Je voelt hem aankomen: dan staat het stoplicht alweer op rood!” “Er moet veel meer uniformiteit in de knopjes van stoplichten. Soms hoef je alleen maar je hand ervoor te houden, sommige moet je het indrukken, sommige hebben lichtjes.
Als je niet goed ziet, is dat heel ingewikkeld.” Meedoen met de Meedoenregeling, of toch niet? “De gemeente Tilburg heeft de Meedoenregeling, dat is een mooi initiatief, vooral als je het minder breed hebt.” “Ik heb een Meedoenregeling, vanwege mijn klachten kan ik alleen niet overal aan meedoen. Ik wil ook graag sporten bij fitness, maar dat is te zwaar voor mij. Ik zou dan een personal trainer nodig hebben om te weten wat het beste voor mij is. En met de meedoen-regeling kan je dat niet krijgen. Ja misschien twee keer, maar dan ben je klaar.”
43
“Ik ga naar dansles voor mensen met een beperking. Mensen met een beperking kunnen niet snel alles onthouden, de pasjes zeg maar, dus ze passen het tempo van de dansles aan aan de mensen. Ze houden rekening met ons.” Erop uit in de stad “Ik vond die vlaggentocht met die duimpjes erg leuk, zes jaar geleden. Dat was de eerste grote bijeenkomst waaraan ik meedeed als ervaringsdeskundige. Tilburg voor Iedereen was dat. De normale mensen zaten met de mensen met een beperking. En dat ging super goed. Iedereen kon gewoon zijn verhaal doen. En waren geen oordelen en vooroordelen.” “Voor mij is het moeilijk als de gemeente een activiteit heeft, dat daar dan best wel vreemde mensen zijn en dat is voor mij heel erg wennen omdat ik een beperking heb. Ik vind het moeilijk om in contact te komen en mensen te vertrouwen. Het is fijn dat iemand met mij meegaat ter ondersteuning en kijken hoe het is om het de volgende keer alleen te doen. Dat is wel een leerpunt voor mij, om dingen alleen te kunnen doen. Dat hoort in de maatschappij. En lukt dat niet, dan heb ik ondersteuning nodig.”
II. Ik wil graag werken, maar het wordt mij niet makkelijk gemaakt Het is voor deelnemers vaak een lang en ingewikkeld proces om (vrijwilligers)werk te doen, maar dat werk levert zo veel betekenis en zingeving op. Het zou fijn zijn als gekeken wordt naar wat iemand wel kan en dat er, ook door werkgevers, naar mogelijkheden wordt gekeken. Thuiswerken biedt onverwachte kansen! “Door Corona en het thuiswerken en dat andere, digivaardiger worden, opent het voor mij ook veel deuren op het gebied van werkinclusie. Dat anderen ook zien dat je goed vanuit huis kan werken. Hopelijk is dat iets dat na Corona blijft hangen, dat ook mensen met een fysieke beperking prima mee kunnen doen.” Betekenisvol werk doen leidt tot veel zingeving, regelmaat en contacten “Ik werk al acht jaar bij een kringloopbedrijf – dat vind ik hartstikke leuk. Ik doe heel veel verschillend werk. Opruimen, boeken maken, papier-maché en de mensen een beetje helpen. Ik ben ondersteunend aan jonge mensen, dan praat ik daar mee en help ik ze werken.” “Sindsdien heb ik ook recht gekregen op professionele ambulante begeleiding. Eerst bij MEE, daarna bij Prisma en daarna bij RIBW plus dagbesteding. Alles bij elkaar ben ik zo hard vooruitgegaan en gegroeid en dingen geleerd. Ook herstelcursussen gedaan bij RIBW Het Kiemuur.
Dat heeft me allemaal heel erg vooruitgebracht, zodat ik nu zelfstandig vooruit kan.” “Ik ben daar cursussen gaan volgen en die hebben me uit de kuil getrokken. En zo ver dat ik nu cotrainer mag zijn en dat geeft mij een zinvol gevoel, ergens bij horen en meedoen. Je gaat op een gegeven moment toch een weg proberen te zoeken, om een leefbaarder leven te leiden.” “Omdat ik twaalf jaar heb geleefd met een angststoornis, waren al mijn diploma’s niet meer geldig. Ik ben in een participatietraject terecht gekomen om te kijken of ik toch nog ergens kon komen werken. En als ik dan iets vond, mocht ik een klein stukje beloning houden. En dat is na twee jaar stopgezet. En dat vind ik zo jammer. Want het motiveerde mij zo erg om een postbaantje te gaan oppakken. Ik heb letterkijk de post rondgebracht want dan had ik aan het einde van de maand tachtig euro extra!
44
En het is niet veel, maar iemand die van de bijstand leeft, dat verschil is toch even dat je verse groenten kon kopen.” “Mensen met een handicap moeten erbij horen. Sommigen werken in de winkel als vakkenvuller, en dat vind ik heel er goed, want die horen er gewoon bij. Iedereen hoort er gewoon bij. Als ze geen kansen hebben, zitten ze ook alleen maar thuis. En sommigen willen gewoon heel graag werken.” Werken loont niet en wij zijn niet aantrekkelijk voor werkgevers “Iedereen die kan rekenen, gaat niet zichzelf in de vingers snijden, die gaat niet een paar uur werken om er vervolgens financieel op achteruit te gaan. Dat is natuurlijk een UWV-verhaal, dat is minder van belang voor de gemeente Tilburg, maar het geldt ook voor de Participatiewet. Mensen met een iets mindere beperking zitten vast in een bijstandsregime en daar gaan ze nooit uitkomen. Dat is heel pijnlijk natuurlijk.” “Als het gaat om werk en werkgevers motiveren, dan zouden we niet moeten willen dat externe motivatie financiën moet zijn, maar dat je veel meer moet inzetten op interne motivatie, vanuit je hart, dat je mensen met een beperking aan wil nemen in het bedrijf.
Je voelt het als je wordt aangenomen om financiële redenen en dat sijpelt door op de werkvloer.” “De gemeente zou zich meer hard kunnen maken om organisaties te faciliteren en te motiveren om het eens te proberen met iemand met een beperking, met een bepaalde proeftijd bijvoorbeeld, waar geen risico’s aan vast zitten en vervolgens kan men dus letterlijk kennis maken met elkaar, en kan jij als arbeidsbeperkte letterlijk laten zien wat jij in jouw mars hebt. En dan kan je bijvoorbeeld zien dat ik met mijn spierziekte helemaal niet een keer per maand ziek zou zijn, en dat andere werknemers veel vaker ziek zijn. Maar dan moet ik wel die kans krijgen om dat te laten zien.” “Een middel dat de gemeente Tilburg heeft om de mensen in de Participatiewet naar werk te leiden, dat is de prikkel die ervoor zorgt dat ze in een draaideur komen naar betaalde baan waar ze loonkostensubsidie op krijgen. En zeker omdat die loonkostensubsidie maar van beperkte tijd heeft. En zij mogen maar twee jaar loonkostensubsidie geven per werkgever, dat betekent dat de werkgever twee tijdelijke contracten geeft en dan doorgaat naar de volgende met een beperking. En dat is een heel perverse prikkel die uit het systeem moet.” “Ik was toen 42 en zat thuis en ben ook afgekeurd voor 75%. Voor het gezin was het financieel de beste deal, maar geestelijk heeft het er heel lang over geduurd voordat ik eroverheen was.
Afgekeurd zijn: ik heb er niet om gevraagd, ik wil wel, maar niemand wil me hebben.” Erkenning voor wat ik wel kan “Dat is erg jammer dat mensen die zo lang niet hebben kunnen werken omdat ze in een terugval kwamen, niet makkelijk geholpen worden met kijken wat iemand nog wel kan. We gaan je helpen in je kracht te zetten en kijken wat je wel kan om een volwaardig leven te hebben! Dat had ik gewild. Nu was het meer van ‘Blijf maar op die dagbesteding hangen, want dat is je plek’. Nou bedankt. Ik wil meer dan dagbesteding” “Ik zou volgens het UWV geen minimumloon kunnen verdienen, zelfs met begeleiding. Dat vind ik ook belachelijk, ik kan heel veel. Ik zit nu goed op mijn plek. Ik heb eerst lang aan mezelf gewerkt, middels begeleiding op verschillende gebieden, en begonnen met dagbesteding en van daar zo hard gegroeid naar het Kiemuur. En ik vind dit heerlijk. Het helpt mij in mijn eigen herstel, vooral op werkgebied, want daar is nog veel angst, maar nu word ik gezien en gehoord door collega’s, betaald en niet, en de bezoekers. Ik kan nu heel veel kwijt in verhalen aanhoren en zelf vertellen en mensen helpen.”
45
“Ik heb een lichamelijke, geestelijke en psychische beperking en voor die combinatie zou zelfs een loket kunnen komen bij de gemeente. Ik had zelfs een naam bedacht: Arbeid, zorg en ondersteuning. En dan een heel andere aanpak, waarin mensen in hun eigen tempo, ja gewoon gehoord en gezien worden en waarin er wordt meegedacht.”
III. Je inzetten voor jezelf én de ander Deelnemers zetten zich graag in voor anderen die kwetsbaar zijn en ervaringsdeskundigheid leidt tot zingeving, bevordert zelfacceptatie en het eigen ontwikkelproces en kan anderen ook daarin helpen. De vele voordelen en de waarde van ervaringsdeskundigheid “Het was ook wel heel moeilijk verder voor mij om mee te doen in de maatschappij. Na mijn opleiding tot ervaringsdeskundige een paar jaar geleden heb ik pas geleerd om erbij te horen.” “Waar ik persoonlijk tegenaanloop is dat de gemeente veel gebruik wil maken van ervaringsdeskundigen. Organisaties spreken daar vol lof over, maar het wordt eigenlijk nooit beloond.” “Wat een grote rol in mijn leven speelt, is dat ik altijd op zoek ben naar hoe kan ik een stukje financiële zekerheid voor mezelf behouden en creëren en toch meedoen in de maatschappij en mijn restcapaciteit optimaal in kunnen zetten.” Met passie je inzetten voor je lotgenoten “Ik ben fan van Willem II, en ik heb heel lang gevochten om een blindentribune op te zeggen met Bartiméus, en dat is net voor de Coronatijd tot stand gekomen. En na vier wedstrijden geluisterd te hebben, kwam Corona en is het gestopt. Maar ik vond het heel leuk dat ik naar Willem II kon om een wedstrijd te horen.” “Ik ben vroeger zwak geweest omdat ik epilepsie heb gehad, daar ben ik overheen. En nu wil ik andere zwakkeren helpen.
Dan is mijn dag goed.”
IV. Al dan niet de juiste hulp krijgen en de mantelzorger ontlasten Het voelt voor deelnemers soms als een gevecht om erkenning en de juiste ondersteuning te krijgen. Ondersteuning kan soms lang op zich laten wachten, waardoor deelnemers een beroep moeten doen op familie en vrienden. Niet iedereen beschikt over een netwerk. Mantelzorg doen mensen uit liefde, maar ook zij moeten ontlast worden, bijvoorbeeld in huishoudelijke taken. Lange wachttijd voor ondersteuning “Toen ik drie jaar geleden slechtziend werd, was het voor mij zoeken naar oplossingen. Er komt ineens heel veel op je af. Je staat ineens voor een heel andere wereld, van de een op andere dag. Als ik er nu op terugkijk, ik heb uiteindelijk veel meer zelf opgelost dan dat ik hulp had gekregen. Ik heb toen contact gezocht met MEE, en toen zijn ze snel langs geweest, maar daarna duurde het een half jaar voordat ik ook echt de hulp kreeg. Tegen die tijd had ik alles wel al zelf geregeld.” “Toen ik thuiskwam met psychische klachten hebben mijn ouders voor mij letterlijk anderhalf jaar moeten zorgen. Voordat ik een deeltaxi-pasje kreeg, bij dagbesteding kwam, voordat dat allemaal op orde was, heeft dat anderhalf jaar geduurd. Dus mijn ouders hebben al die tijd voor mij alles gedaan, voor mij gezorgd, voor mij betaald, mij naar afspraken gebracht. Ik was toen 28.”
46
Moeten vechten voor ondersteuning leidt tot wantrouwen in instanties “Gelukkig heeft destijds wel de Wmo-medewerker dat door een pittig gesprek van mij wel erkend en toch een klein stukje huishoudelijke hulp gekregen. Maar dat ik er zo voor heb moeten vechten, voelt niet chill. Je zou liever hebben dat iemand met mij meedenkt.” “Het gemeentegesprek voor mijn indicatieverlenging van Amarant. Mijn PB’er maakte verslag van het gesprek en de gemeente interpreteerde dat verslag volledig verkeerd. En in het eerste verslag van de gemeente stonden dingen die geen eens genoemd zijn. Daar was ik pissig over! Daar gingen mijn nekharen van overeind staan. Ze interpreteert het verkeerd, het zal zo wel zitten. Je moet niet voor een ander denken!” De mantelzorger ontlasten in huishoudelijke taken “De balans tussen mantelzorg en professionele zorg, dat draagvlak wordt steeds dunner. Daardoor moet ik steeds vaker beroep doen op mijn naaste omgeving. Dus bijvoorbeeld huishoudelijke hulp.
Mijn partner is valide en dat is een contra-indicatie voor huishoudelijke hulp.” “Voor het avondeten zou je eigenlijk naar een maaltijdservice moeten of je partner moet het doen na zijn werk, en natuurlijk ieder gezond mens die veertig uur werkt, moet ook daarna koken, maar het is een opeenstapeling van allemaal kleine dingen die het groot en zwaar maken.” Zorgen dat de basis in orde is “Hij komt uit Servië en is al twintig jaar in Nederland, maar de Nederlandse taal is echt een probleem. Veel mensen kennen hem uit Tilburg omdat hij daar altijd muziek speelt in het centrum. Hij heeft bij ons 24-uurs zorg. Er is zo’n groot cultuurverschil, onze normen en waarden zijn zo niet normaal voor hem. Daar moet je echt heel anders naar kijken. Ontbijten van een bord, al onze normale normen en waarden, die kent hij niet. En hij heeft veel armoede gehad. Hij is blij als hij eten heeft. Dat vraagt wel veel van ons. Als hij niet doucht en zijn hygiëne is ook niet optimaal – dan krijgt hij ook een stempel in de maatschappij die hier ook niet verdient. En dat willen we niet voor hem. Dus we proberen hem zijn eigen ding te laten doen maar ook hem proberen in te laten zien wat belangrijk voor hem is. We laten hem zo vrij mogelijk maar willen hem wel positief in de maatschappij zetten.”
V. Taal en communiceren Deelnemers worden geconfronteerd met hun beperking wanneer er ingewikkelde taal wordt gebruikt. Dan kunnen zij niet meedoen. Ze willen als volledig gezien en aangesproken worden, maar vragen ook om begrip en aanpassing, zonder betutteling. Eenvoudige taal zou alles zo veel makkelijker maken “De brieven zijn soms wel heel ingewikkeld. Dan raak ik in paniek, wat moet ik nou? De begeleiding of mijn ouders willen weleens mee kijken. Heel abracadabra. Dan baal je wel, en loop ik mezelf tegen de lamp – shit nou heb ik toch wel weer een beperking. Dan begrijp ik het weer niet.” “Nu komen de verkiezingen er weer aan. Ik weet nooit waar ik moet op moet stemmen. Ik weet niet goed hoe de politiek werkt. Maar ik wil mijn stem niet verloren laten gaan. De gemeente zou ons wel kunnen helpen om te begrijpen, uit te leggen hoe de politiek werkt.” “Bij de gemeente zijn het ambtenaren, hoge mannen, daar moet je beleefd zijn anders word je niet geholpen. Ik probeer het wel, maar soms lukt het niet, en dan kan ik ook boos reageren, dat doe ik ook aan de telefoon.”
47
Mijn beperking zie je niet aan de buitenkant “Verstandelijke beperking zie je niet aan de buitenkant, iedereen wordt als volledig gezien en aangesproken. Zo wil ik dat eigenlijk ook wel, maar wij hebben naast onze kwaliteiten ook een verstandelijke beperking, een onbekende kan dat niet zien” “Ik heb een wat lager IQ. En dan val je tussen wal en schip. Met sommige dingen word ik overschat, maar als mensen het weten, dan gaan sommigen ook betuttelend overkomen en je als kind behandelen. En daar kan ik absoluut niet tegen. Doe gewoon normaal, praat gewoon normaal. Het kan nooit een middenweg zijn.” “Ik heb een psychische kwetsbaarheid, dus ik mag vaak achteraan de rij aansluiten, terwijl ik voor mijzelf met de prikkels soms ook graag vooraan zou willen staan.” “Het gaat erom dat er geen oordeel gegeven wordt. Niemand doet wat ie doet zonder reden. Overal zit wat achter of onder, dus heb geen oordeel. Vraag eerst voordat je oordeelt. Dat is mijn mening in ieder geval.” Nieuwe contacten leggen is best een uitdaging “Ik wil wel meer contacten en een relatie hebben. ABCDate is een datingorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Op deze manier kan je verkering krijgen met iemand, of liefde krijgen van iemand. Of als ik met iemand naar de sportclub wil, kan dat ook. Anders is het veel moeilijker om in contact met iemand te komen.
Het is fijn als je anderen met een verstandelijke beperking vindt. Bij mensen die een titel hebben, daar voel ik mij niet echt bij thuis.”
VI. Leer kinderen aan wat een beperking is Kinderen zouden van jongs af aan al moeten leren wat een beperking is. Hierdoor ontstaat bewustzijn en ook zelfacceptatie wanneer iets je niet makkelijk afgaat. Van jongs of aan beginnen, in het onderwijs “Ik vind dat je daar eigenlijk al vanaf jongs af aan over zou moeten beginnen: wat is een beperking? Het is niet raar als je niet helemaal mee kan doen met een opdracht, of als je er anders uitziet.” “Ik zou voor veel meer bekendheid willen zorgen, op scholen beginnen met voorlichting bijvoorbeeld. Om meer bewustwording bij de jeugd te creëren, zodat ze weten wat voor problemen er kunnen ontstaan in het leven. Als je iets niet weet, kan je er ook nooit iets aan doen. Als ik zelf op school vroeger misschien beter voor mezelf had op leren komen, dan had ik veel eerder ‘ho stop’ gezegd en dat was alles misschien niet gegaan zoals het nu gegaan is.” “Als je niet weet wat voor problematiek bestaat, kun je er ook niet alert op zijn.”
VII. Als volwaardig individu gezien worden, zonder vooroordelen Deelnemers hebben te maken met stigma en worden soms anders, als minder, behandeld. Dit zorgt voor een minderwaardigheidsgevoel. Niet gezien worden als volwaardig individu
48
“Ik hoor verhalen dat als iemand in een rolstoel zit, en die persoon heeft een begeleider of partner mee, en dan wordt er niet tegen degene in een rolstoel gepraat, maar tegen degene die erbij hangt. Die persoon in een rolstoel heeft ook gewoon hersenen, daar is niks mis mee! Die persoon betaalt ook gewoon. Dus praat dan ook tegen die persoon.” “Als je te druk bent, of gewoon anders bent, en school begrijpt jou niet, dan heb jij een groot probleem, dan ben jij een lastpak, en word je uit de klas gezet. In plaats van dat ze met je praten en vragen waarom je zo doet, waarom spreken ze mensen niet gewoon aan. Daar loop ik heel erg tegen aan, dat sommige mensen niet begrijpen waarom iemand doet zoals ie doet.” “Heel moeilijk, ik werd heel vaak voor schut gezet op de lagere school, bij wiskunde, en als we surprises hadden voor sinterklaas en we hadden een bingo en we waren te vroeg klaar. Dan gingen we rekenen. Uit mijn hoofd kon ik het niet, maar met fiches wel. En toen moest ik het uit gaan leggen, maar dat kon ik niet. En toen lachte iedereen mij uit. Ik voelde mij echt dom. Nu niet meer. Ik zal ook nooit meer zeggen ‘jij bent dom’, want dat is niet zo. Iedereen heeft kwaliteiten!” “Ook met Corona nu, dan moet hij een winkelwagentje pakken en een mondkapje op. Dat is hij niet gewent.
En dan botst hij wel eens tegen anderen aan, want hij weet niet zo goed waarom de regels er zijn. En dan worden andere mensen boos, en dat is niet fijn voor hem.” Gestigmatiseerd worden “Als ik het woord ‘bewindsvoering’ zeg, slaan alle deuren dicht. Het enige voordeel is als het energiebedrijf aan de deur komt, die zijn dan heel gauw weer weg!” “Dat ik naar de gemeente bel en dat ik dan de situatie uitleg en als het over geld gaat, dat dan de eerste vraag altijd is ‘hoeveel schuld heb je?’ Dus de aanname dat als je in een uitkering zit, dat je dan altijd schulden zou moeten hebben. Dat vind ik heel naar.” Positieve discriminatie bestaat ook, alhoewel het niet altijd positief is “Bij veel mensen kan je niet zien wat ze hebben, bij mij wel omdat ik geen benen heb. Bij de Efteling hoef ik niet in de rij te staan. Iedereen heeft volledige aandacht en begrip.” “Dat mensen er al vanuit gaan dat je iets niet kan, dat er iets geregeld moet worden, dat ik op een terras aankom, dat mensen soms met drie tegelijk opspringen om de stoelen aan de kant te doen. Dat vind ik ook irritant, als daar niet de juiste balans in is.
VIII. Goed bezig, gemeente, maar pak dingen samen met ons op De inzet van de gemeente voor mensen met een beperking wordt gewaardeerd. De boodschap aan de gemeente is wel: betrek ons ook bij het maken van beleid. “Ik zie verder dat gemeente Tilburg op allerlei gebieden acties onderneemt om allerlei subgroepen erbij te betrekken, dat vind ik heel positief.” “Dit gesprek bijvoorbeeld. Ik zit hier echt van te genieten! Zo met elkaar. En dat mensen gewoon inspraak hebben en ook laten zien dat dat zo is. Nu digitaal, straks fysiek hopelijk weer” “De gemeente wil allemaal wel, maar ze nemen ons niet nee! Als ze ergens in willen gaan snijden, in een dagbesteding, iemand heeft dagbesteding en dat wordt te duur voor dat bedrijf, en dan moet de persoon daar weer uit, maar die persoon zit daar op zijn of haar plek. Sociale werkvoorziening
49
bijvoorbeeld. En zo zijn er nog wel meer dingen, als de gemeente wat gaat veranderen, betrek dan de mensen waar het over gaat.” “Met de mensen praten en loop een dagje mee met de mensen. En dan niet vijf minuten, maar gewoon de hele dag. Dan leer je zo veel.”
50
Wij hebben onze ervaringen gedeeld; het is nu tijd voor verandering! Deelnemers uit alle gesprekken gaven aan dat ze betrokken willen blijven bij het proces en dat ze willen blijven meedenken. Veel groepen uitten ook hun frustratie dat er al vaker gesprekken zijn gevoerd en de thema’s/problematiek niet onbekend zijn. Ze vinden het schrijnend dat deze gesprekken nog steeds nodig zijn: verandering moet nu echt komen, de tijd van praten is voorbij. Ze verwachten dat de Werkagenda Inclusie omarmd wordt door de gemeente en haar partners en dat er serieus actie wordt ondernomen op weg naar een inclusiever Tilburg. “Ik merk dat ik het heel fijn vind om zeg maar soortgelijke berichten te horen. Het doet me goed om dit soort berichten te delen, en dat mijn reacties op anderen prettig zijn. Ik heb nog heel veel te leren.” “Wat ik heel erg hoop, we geven heel erg veel input en ik hoop echt dat de gemeente ook echt het beleid gaat omarmen.” “Ik hoop dat de witte Tilburgers hier ook nog voor gevraagd worden voor gesprekken. Ook om het beeld compleet te maken.” “Je ziet steeds meer, inclusie is een ding, ik ben alleen bang dat het een hype is. Dit is ook niet de eerste keer dat de gemeente met een soort plan komt.” “Ik ben ook wel benieuwd wat de gemeente hiermee gaat doen. Wij hebben input geleverd en denken mee, maar wat gaan zij doen.
Ik hoop echt dat het niet misgeschoten is.” “De gemeente gaat dan ons verslag inzien en er wat mee doen. Maar zijn er dan later ook mensen van kleur bij, of kunnen wij daarbij zijn? Of is het de gemeente die zelf gaat bepalen wat ze ermee gaan doen. En dat het dan solutions zijn van ‘Ja, I dunno’.” “Gesprekken over ervaringen zijn nuttig, save spaces zijn echt chill, maar uiteindelijk moeten we het ook hebben over wat de gemeente moet doen. Ik heb een hele lijst. De gemeente kan bijvoorbeeld straatnamen aanpassen. Dat kunnen ze gewoon. De gemeente kan bepaalde maatregelen nemen die voor meer gelijkheid moet zorgen. En dat is ook heel belangrijk om aan te kaarten. En dat het dus niet alleen gaat om hoe wij ons voelen, maar dus ook wat er moet gebeuren om te veranderen.” “Het gaat goed, maar ik had inderdaad hetzelfde als hem, wat gaat de gemeente ermee doen? Dit is nu de derde keer dat ik participeer aan veranderingen in de stad, en ze beloven gouden bergen vol, dan ga je gesprekken aan en ook met ambtenaren die een hoge functie hebben, die je het gevoel hebben je echt te zien. Maar vervolgens kom je met voorstellen en dan hoor je daar niks van terug. Dus de vraag is ook echt wel of er concrete veranderingen komen en de terugkoppeling is ook erg belangrijk. Het gevoel gewoon dat je serieus wordt genomen.”
Een deelnemer uit een van de gesprekken plaatste dit bericht na afloop op LinkedIn.
51