CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Rapportage Stadsgesprekken fase 1 maart 2021

Raadsvergadering 18 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Inclusie 2021-2025_gewijzigd27.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 LEESWIJZER ...................................................................................................................................................... 5 LHBTIQ+ ........................................................................................................................................................... 6 I. EEN FEEST DER (H)ERKENNING IN DE STAD .................................................................................................................. 6 II. ZELFCENSURERING: TWEE KEER NADENKEN OVER HOE JE JE GEDRAAGT IN HET OPENBAAR ................................................... 6 III. IK EN DE ANDER: ONBEVOOROORDEELDE NIEUWSGIERIGHEID EN ELKAAR ONTMOETEN ...................................................... 8 IV. HET BEGINT MET MEZELF LEREN ACCEPTEREN, DE REST VOLGT DAARNA ........................................................................ 10 V. WE ZIJN ER NOG NIET, ’T IS NOG NIET GENORMALISEERD ............................................................................................ 11 VI. BEGIN AL OP SCHOOL EN GEEF ROLMODELLEN ......................................................................................................... 12 VII.

GEMEENTE ALS VOORBEELDROL EN ALLIANTIES VORMEN .......................................................................................... 13 VIII. JEZELF KUNNEN ZIJN, MEE KUNNEN DOEN EN JE VEILIG VOELEN ................................................................................. 14 CULTURELE DIVERSITEIT/BLACK LIVES MATTER .............................................................................................. 16 I. MIJN CULTUUR IS JUIST IETS MOOI! ......................................................................................................................... 16 II. MINDER KANSEN EN ANDERS BEHANDELD WORDEN OP WERK...................................................................................... 17 III. EDUCATIE: KINDEREN LEREN EEN EENZIJDIG BEELD VAN DE GESCHIEDENIS ..................................................................... 19 IV. RACISME EN DISCRIMINATIE ................................................................................................................................ 20 V. DE VERBINDING ZOEKEN MET DE ANDER ................................................................................................................. 23 VI. ETNISCH GEPROFILEERD WORDEN ......................................................................................................................... 25 VII.

TAAL ALS VOORWAARDE OM MEE TE KUNNEN DOEN ............................................................................................... 28 VIII. JE (N)ERGENS THUIS VOELEN ............................................................................................................................. 29 IX. GEMEENTE, KIJK IN DE SPIEGEL EN GEEF HET GOEDE VOORBEELD ................................................................................. 31 VROUWENEMANCIPATIE................................................................................................................................ 33 I. ALLEEN MAAR OMDAT IK EEN VROUW BEN ............................................................................................................... 33 II. INTIMIDATIE EN GEWELD...................................................................................................................................... 34 III. WANNEER TRADITIONELE NORMEN BOTSEN MET DE NEDERLANDSE SAMENLEVING ......................................................... 35 IV. FINANCIEEL ZELFSTANDIG ZIJN, WORDT MIJ ZO MOEILIJK GEMAAKT.............................................................................. 37 V. ANTICONCEPTIE EN ZWANGERSCHAP WORDT VOLLEDIG BIJ DE VROUW NEERGELEGD ........................................................ 39 VI. JEZELF KUNNEN ZIJN, MEE KUNNEN DOEN EN JE VEILIG VOELEN.

.................................................................................. 40 VII. GEMEENTEN EN BEDRIJVEN, GEEF HET GOEDE VOORBEELD........................................................................................ 41 VIII. MANNENEMANCIPATIE: LOSLATEN VAN NORMEN VAN MANNELIJKHEID...................................................................... 41 LEVEN MET EEN BEPERKING ........................................................................................................................... 43 I. IK WIL GEWOON MEE KUNNEN DOEN ....................................................................................................................... 43 II. IK WIL GRAAG WERKEN, MAAR HET WORDT MIJ NIET MAKKELIJK GEMAAKT ..................................................................... 44 III. JE INZETTEN VOOR JEZELF ÉN DE ANDER ................................................................................................................. 46 IV. AL DAN NIET DE JUISTE HULP KRIJGEN EN DE MANTELZORGER ONTLASTEN ..................................................................... 46 V. TAAL EN COMMUNICEREN.................................................................................................................................... 47 VI.

LEER KINDEREN AAN WAT EEN BEPERKING IS ........................................................................................................... 48 VII. ALS VOLWAARDIG INDIVIDU GEZIEN WORDEN, ZONDER VOOROORDELEN ..................................................................... 48 VIII. GOED BEZIG, GEMEENTE, MAAR PAK DINGEN SAMEN MET ONS OP ............................................................................ 49 WIJ HEBBEN ONZE ERVARINGEN GEDEELD; HET IS NU TIJD VOOR VERANDERING! ........................................ 51

2

Inleiding Hoe ervaren Tilburgers het leven in hun stad? Hoe ziet hun leven eruit? Wat maken ze mee? Waar krijgen ze energie van en waar lopen ze tegenaan? Wat vraagt het van hen om zichzelf te kunnen zijn, mee te kunnen doen en zich veilig te voelen? Deze en meer vragen kwamen aan bod tijdens gesprekken met Tilburgers uit de LHBTIQ+-community, met Tilburgers van kleur en een bi-culturele achtergrond, met Tilburgse vrouwen en met Tilburgers met een beperking. Tilburg is een levendige stad waar 217.000 mensen met plezier wonen, werken en samenleven, maar dat neemt niet weg dat de sociale samenhang onder druk staat. In de diversiteit die onze samenleving op meerdere dimensies rijk is, komt discriminatie op huidskleur, op gender en seksuele oriëntatie helaas nog iedere dag voor, net als achterstelling en stereotypering van mensen met een beperking. Tilburg wil toewerken naar een stad waarin elke inwoner zichzelf kan zijn, deel kan nemen aan het alledaagse en zich veilig door de stad kan bewegen. Deze uitgangspunten komen overeen met datgene wat de Tilburgers ons in 2017 al hebben meegegeven over wat er voor hen toe doet: de GROW-waarden van AgendaSociaal013. Een Goede start met Ruimte om te leven en Optimale kansen in een Wereld die mij ziet.

AgendaSociaal013 heeft de waarde laten zien van het centraal stellen van de leefwereld in het begrijpen van wat er voor inwoners toe doet om daarmee, samen met professionals en andere partners, andersoortige oplossingen te vinden voor de complexe en weerbarstige uitdagingen waar de stad mee te maken heeft. Deze lijn van open luisteren naar de ervaringen en verhalen van inwoners zetten we door in de Werkagenda Inclusie. In aanvulling op alle initiatieven die al plaatsvinden rondom inclusie en diversiteit, organiseert de gemeente Tilburg open en verdiepende gesprekken over de thema’s culturele diversiteit, leven met een beperking, vrouwenemancipatie en LHBTIQ+. Middels deze dialoog halen we op wat er bij deze groepen werkelijk toe doet en wat het voor hen betekent om al dan niet jezelf te kunnen zijn, deel te kunnen nemen aan het alledaagse en veilig door de stad te kunnen bewegen. Hoe is het voor hen om Tilburger te zijn? In deze rapportage bieden we u een inkijkje in de ervaringen van deze Tilburgers. De aanpak: 28 uur gesprek met in totaal 115 Tilburgers In de maanden februari en maart 2021 zijn we middels groepsgesprekken in gesprek gegaan met 115 mensen, variërend in leeftijd tussen de acht en zeventig jaar, variërend in gender en seksuele geaardheid, variërend in geboorteland, religie, kleur en cultuur en variërend in gezondheid en sociaaleconomische status.

Maar iets dat alle gesprekspartners gemeen hebben: ze zijn Tilburger. En nog iets anders dat ze allen kenmerkt: ze zijn betrokken en gedreven en zetten zich op allerlei manieren in voor Tilburg en de medemens. Dat werd meer dan duidelijk in de gesprekken. We hebben twee stadsgesprekken georganiseerd waarin een grote groep mensen mee kon praten (via Mentimeter) over grofweg de volgende drie vragen: 1. Wanneer kun je wel jezelf zijn en wanneer niet? 2. Wanneer kun je wel meedoen met de samenleving en wanneer niet? 3. Wanneer voel je je wel veilig en wanneer niet?

3

Daarnaast hebben we negen verdiepende groepsgesprekken georganiseerd waarin gemiddeld zes mensen met elkaar in gesprek gingen over jezelf kunnen zijn, mee kunnen doen en je veilig voelen. In deze gesprekken zochten we de verdieping op om te begrijpen wat mensen belangrijk vinden, waar zij trots op zijn en wat er goed gaat, maar ook waar ze tegenaanlopen, waar ze zich zorgen om maken en wat er nodig is om tot een inclusief Tilburg te komen. Ook hebben we een Tilburger die slechthorend is per e-mail vragen gesteld om ook haar ervaringen mee te nemen. Thema

Stadsgesprek met Tilburgers uit de LHBTIQ+-community (16 deelnemers)

LHBTIQ+ Verdiepend gesprek met Tilburgers uit de LHBTIQ+-community (9) Thema

Verdiepend gesprek met Tilburgers van kleur (7)

Culturele diversiteit / Black Lives Matter

Verdiepend gesprek met Tilburgers met een bi-culturele achtergrond (6) Verdiepend gesprek met Tilburgers met een bi-culturele achtergrond #2 (6)

Thema Vrouwenemancipatie

Stadsgesprek met vrouwen uit Tilburg (29) Verdiepend gesprek met vrouwen uit Tilburg (6) Verdiepend gesprek met meisjes tussen acht en dertien jaar uit Tilburg Noord (17)

Thema

Verdiepend gesprek met Tilburgers met een licht verstandelijke beperking (6)

Leven met een beperking

Verdiepend gesprek met Tilburgers met een licht verstandelijke beperking (4) Verdiepend gesprek met Tilburgers met een beperking (8) Vragenlijst voor een Tilburger die slechthorend is (1)

De stadsgesprekken duurden twee uur en de verdiepende groepsgesprekken drie uur, met als uitzondering de gesprekken met mensen met een licht verstandelijke beperking; deze duurden anderhalf uur. Alle gesprekken vonden digitaal plaats via MS Teams of Zoom, met als uitzondering het gesprek met meisjes in Tilburg Noord. Op voorhand leken digitale gesprekken over persoonlijke ervaringen een uitdaging, maar wij zijn erg tevreden met het eindresultaat: zeer positieve en betrokken gesprekken waarin veelvuldig ervaringen gedeeld zijn. Elk gesprek was anders, maar alle gesprekken waren hartverwarmend open en betekenisvol. En elk gesprek gaf nieuwe inzichten. De gesprekken werden geleid door gespreksleiders uit de doelgroep zelf. Wij willen hen hartelijk bedanken voor hun enthousiasme, professionaliteit en het creëren van veilige omgevingen om verhalen in te kunnen delen. En uiteraard willen we alle Tilburgers bedanken die hun tijd hebben vrijgemaakt om hun persoonlijke verhalen met ons en elkaar te delen. Op weg naar de Werkagenda Inclusie Middels deze rapportage krijgen we een beeld van de leefwereld van onze Tilburgers. Dit helpt ons begrijpen hoe inclusie en diversiteit ervaren wordt. Vanuit deze leefwereld kunnen we vervolgens, in de tweede fase van het proces ‘Op weg naar de Werkagenda Inclusie’, met inwoners en professionals samen werken aan de inhoud van de Werkagenda.

De acties en initiatieven in de Werkagenda zijn het effectiefst en meest betekenisvol wanneer deze ook samen met de stad worden opgesteld.

4

Leeswijzer Om recht te doen aan alle verhalen en bijbehorende emoties, hebben we deze opgeschreven in verschillende gespreksverslagen. In deze verslagen zijn de citaten van deelnemers integraal opgenomen. Alle deelnemers hebben het verslag ter controle ontvangen en de mogelijkheid gehad om toevoegingen en aanpassingen door te geven. Vervolgens hebben we als projectgroep Diversiteit en Inclusie de verslagen geanalyseerd en vanuit de verhalen ingedeeld naar thema. De indeling ziet u terug in deze rapportage: Eerst de thema’s en subthema’s met bijbehorende citaten uit de gesprekken over LHBTIQ+, vervolgens die over culturele diversiteit, dan die over vrouwenemancipatie en tot slot die uit de gesprekken over leven met een beperking. Deze rapportage is nog teruggelegd bij de gespreksleiders ter verificatie. De thema’s worden ingeleid door een korte beschrijving. In de rapportage is bewust gekozen om de ervaringen niet samen te vatten of te herschrijven. Daar doen we namelijk de ervaringen geen recht aan. Deze uitgave is een impressie van de verhalen in Tilburg zonder compleet te willen zijn. We zijn ons ervan bewust dat de mensen die wij gesproken hebben zich goed verbaal kunnen uiten, een actieve houding hebben en voor zichzelf op kunnen komen. De meest kwetsbaren zijn, vanwege psychische en sociale factoren alsmede taalbarrières, minder makkelijk te bereiken.

Toch zijn we ervan overtuigd dat ook deze groep ook baat heeft bij meer aandacht voor inclusie en sociale acceptatie. We weten dus dat er nog meer verhalen te vertellen zijn. Daarom is het belangrijk dat we de dialoog voortzetten en elkaar blijven ontmoeten. Wij hopen dat u de tijd en aandacht neemt om stil te staan bij de verhalen van Tilburgers voor wie het niet vanzelfsprekend is om gehoord, gewaardeerd en geaccepteerd te worden.

5

LHBTIQ+ I. Een feest der (h)erkenning in de stad Deelnemers geven aan het prettig te vinden wanneer zij zichzelf herkennen in de stad, door bijvoorbeeld gelijkgestemden tegen te komen en uitingen in de openbare ruimte te zien die de sociale acceptatie versterken. Mezelf thuis voelen “Ik voel me het meest veilig bij de Hall of Fame in de Spoorzone waar mensen met dreadlocks, tatoeages, reggae, hippies, alles komt daar samen. Niemand kijkt ernaar om, hoe je er ook uitziet en hoe je je ook gedraagt. Ik hoop dat dat in de toekomst voor de hele stad kan.” “Ik ben naar Tilburg verhuist omdat ik in aanraking kwam met de club De Lollipop en andere kroegen waar verschillende mensen samenkwamen en het ook niet uitmaakte wie of wat je was. In Limburg was er heel weinig zichtbaarheid, maar in Tilburg was het heel fijn, een plek waar ik mezelf kan zijn. Misschien zit ik in de bubbel van het centrum. Naast het stappen zag ik ook gewoon overdag in het centrum meiden hand in hand en jongens hand in hand. Dat was een soort bevestiging. Dat het kan in Tilburg.” “Ik voelde me best wel vrij, open, ik hoefde niet over mijn schouder te kijken. Ik voelde me geaccepteerd door de Tilburgse maatschappij. Dat had ik in Den haag veel minder, absoluut! Ik zat heel vaak in de kast daar. Er waren wel mensen daar die dat door hadden, dat ik gay was.

Die hoefde ik het niet te vertellen, dat wisten ze sowieso al. In Tilburg heb ik ook heel veel vrienden gekregen.” Zichtbaarheid en herkenning in de stad “Het zit hem eigenlijk in het neutrale, het normaliseren van de zichtbaarheid. De regenboogzebrapaden, dat voelt misschien als iets kleins, maar als ik daarover heen loop, voel ik me geaccepteerd en gezien, daar word ik echt blij van.” “Bijvoorbeeld de Canal parade, dat ook de boten van de politie en brandweer erbij zitten, dat is krachtigste voor mij van die hele parade! Dat ook de overheid zich laat zien.” “De overheid kan een norm kan stellen en het is aan hen de schone taak om dat in beleid uit te zetten.” “Als gemeente moet je heel Tilburg betrekken, bijvoorbeeld Roze maandag, dat je niet alleen het centrum betrekt, maar ook de wijken daarbuiten. Posters plakken, representatief zijn, en dat je in witte wijken niet alleen posters van witte mensen hangt. En dat je dat ook met de LHBT doet.”

II. Zelfcensurering: Twee keer nadenken over hoe je je gedraagt in het openbaar Deelnemers geven aan dat zij in de openbare ruimte vaak de afweging maken of ze bepaald gedrag kunnen vertonen en in hoeverre ze voelen dat ze zich moeten aanpassen aan hun omgeving. Deelnemers maken ook onheuse bejegening op straat mee. Affectie tonen op straat “Als ik met mijn vrouw hand in hand zou willen lopen op straat, een stils kusje willen geven, niet buitenproportioneel gedrag of heel klef, maar gewoon het tonen van die genegenheid. Roep ik hier

6

iets mee op, doe ik aanstoot. Dat is eigenlijk een absurde gedachte die ik nu aanspreek, maar het is wel waar.” “Er zit bij vrouwen die op vrouwen vallen of bij stellen waarbij er twee vrouwen zijn nog een extra laag overheen. Dat onze seksuele voorkeur ook als iets wordt neergezet, waar heteroseksuele mannen iets van doen hebben. Het wordt ook extra geseksualiseerd, en ik heb meerdere situaties gehad waardoor ik mij ook heel onveilig voelde omdat ik in een totaal ongewenste, niet-uitgelokte reactie kreeg van mannen omdat ik op dat moment affectie toonde met een andere vrouw. En dat is wel een extra laag van geweld die heel erg je gevoel van veiligheid aantast.” “Als we dan hand in hand liepen, in Amsterdam, dan merk ik dat ik tot de neiging had om los te laten als ik groepen tegenkwam. Toch vooral mannen. Het gevoel om toch maar niet hand in hand te lopen. Dus misschien, ik kan het hen ook niet kwalijk nemen, dat doe ik zelf dan he.” “Dat we daar allemaal mee zitten en dat iedereen twee keer nadenkt over hoe hij of zij zich gedraagt in de openbare ruimte.” “Als ik mijn vriend een zoen geef bij het station of waar dan ook. Ik vroeg hem voorafgaand aan dit gesprek wat hij daarvan vindt.

Hij zei ‘als jij het doet dan vind ik het prima, maar als ik het doe, kijk ik eerst even om mij heen’.” Lastiggevallen worden in de openbare ruimte “Je hoort veel gesmoes om je heen ‘hoe kunnen twee vrouwen en een kind…’” “In het Wilhelminapark, dat er een groepje jongeren staat en dan hoor ik ‘hoe komen twee vrouwen aan een kind’ en vervolgens ‘oh volgens mij is het een trans’ en dan ‘dat hadden ze beter niet kunnen doen’.” “Ook als ik naar de politie ga, kunnen ze amper iets doen. Het is een kleine groep die lastigvalt en roddelt. Ik heb wel meldingen gedaan bij de politie maar ze kunnen niets als ze niet weten wie het is, en als ze het wel weten, kunnen ze hoogstens een gesprek aangaan.” “Nee eigenlijk niet. Ik merk ook wel dat het makkelijker gebeurt als het wat rustiger op straat is.” “Mijn ex durfde op een gegeven moment niet meer met mij en mijn dochter naar het speelplein.” “In het centrum ook nog niet helemaal, maar het gaat een stuk makkelijker. Ik kan het niet uitleggen, maar mensen houden zich in het centrum minder met elkaar bezig. In de wijk zelf, als mensen denken ‘je komt bij mijn huis in de buurt’, dan gaan mensen zich er meer mee bemoeien. In het centrum zie je mensen ook maar een keer, maar in de wijk vaker.” Zelfcensurering: mezelf aanpassen aan mijn omgeving “Het is een bepaalde mate van zelfcensurering die ik heel erg op mezelf leg.

Hetzelfde als dat ik op straat ga, dan ben ik me er erg van bewust wanneer ik wel of niet de hand van mijn partner vasthoud. En ook in een werksetting, je wil zeker als je je carrière begint, de nadruk leggen op je vaardigheden, je kennis en je kunde en dat ontwikkelen. En ik wilde ook altijd, omdat ik ook politiek actief ben, nooit het stigma krijgen van dat je verder komt omdat je je homoseksualiteit inzet. Dus, de keerzijde ervan was dat je veel minder van jezelf laat zien. Maar ik ben er dus ook wel achter gekomen dat het de kracht is van wie je bent. En dat je dat ook in je werk kan inzetten, en ik merk ook dat sinds ik dat doe mijn angsten afnemen om het te doen, hetzelfde als dat je het maar volhoudt om handjes vast te houden als je op straat loopt, kom je er ook achter dat heel veel mensen daar niet op zullen reageren. Maar er zit wel een bepaalde angst en zelfcensurering achter.” 7

III. Ik en de ander: Onbevooroordeelde nieuwsgierigheid en elkaar ontmoeten Deelnemers geven aan dat zij zelf ook kunnen bijdragen aan inclusie en sociale acceptatie. Dit kan door onbevooroordeelde nieuwsgierigheid: niet oordelen over de ander, maar juist open te staan en de ander willen begrijpen. Dit kan ook door anderen mee te nemen in jouw leven waaruit blijkt dat we eigenlijk niet zo verschillend zijn. Elkaar vinden door het gesprek aan te gaan “Ik besef me ook heel goed, als ik mijn hand in eigen boezem steek, op straat maak ik ook een afweging of iets niet kan. Wat voor indruk maakt iemand op mij, kan ik diegene ook aanspreken, zou dat ook geaccepteerd kunnen worden, of word ik ontvangen met een klap. Heel eerlijk, dat zou ook kunnen. Die risicoschatting doe ik ook wel, ondanks dat ik liever zou hebben dat we meer lief tegen elkaar zouden zijn en dat je elkaar makkelijker kunt aanspreken.” “Het is heel belangrijk om die open ontmoeting aan te gaan, maar ik ervaar juist ook heel veel frustratie en het kost mij heel veel energie om als benadeelde groep continu de aanjager te moeten zijn om het gesprek aan te gaan. Om mij te begrijpen. Dan denk ik ‘wij zijn al degene die worden uitgesloten, onderdrukt, niet worden begrepen door de grote menigte’, en wij zouden dan ook nog eens daar actief op moeten aanjagen. Alsof dit niet al genoeg energie kost.” “Onbekend maakt onbemind.

Ik denk dat het helpt om met elkaar in gesprek te zijn. De beeldspraak ‘samen picknicken in het park’ klinkt heel fijn. Hoe de reactie is, heeft veel te maken met je jeugd, je opvoeding. Mensen kennen elkaar niet.” “Ik vind het prima als er een met een hoofddoek oploopt, en een met een boerka, laat mij dan hand in hand lopen met een vrouw. Ik ga niet voor iemands neus zoenen met mijn vrouw als iemand dat vervelend vindt. ‘Goh ik vind dat lastig, ik moet er nog aan wennen’, als je dat met respect tegen mij zegt, vind ik dat prima. Maar als ik gewoon een kusje geef, laat het dan ook gewoon. Fijn dat je het respectvol aan mij vraagt, net zoals als jij rookt, dat ik ook vraag of je dat ergens anders wilt doen. Dat het bespreekbaar is. Ik hoef niet jouw mening te delen en jij niet de mijne. Als wij niet op een lijn zitten, gaan wij niet samen picknicken in het park, maar laten we dan allebei wel een tafeltje naast elkaar kunnen hebben.” “Ik zie het eigenlijk juist als een mogelijkheid om te verbinden. De LHBT en de zwarte gemeenschap hebben beiden te maken met ongelijkheid en discriminatie.

Ik bedoel het niet zonder respect naar jou, maar het lijkt me juist beter als wij als gediscrimineerde gemeenschap hierin samen staan en niet tegen elkaar vooroordelen houden.” “Iets heel stoms, mijn buurman is totaal anders dan ik, maar hij bestelt ook als een malle, dus we wisselen elkaars pakketje uit. Dat schept ook weer een klein beetje een band, ook al zijn we niet gelijk vrienden.” Anderen beetje bij beetje een inkijkje geven “Ik heb privileges, momenteel zit ik in een heterorelatie, waardoor ik ingang heb bij andere ouders. Daar kan ik mijn mond opendoen, niet om te overtuigen, maar om beetjes informatie te geven. Even wat vertellen, even een bericht op Facebook zetten. Als je het met mij eens bent, kun je het tegen mij zeggen. Maar deel ook het bericht. Bespreek het ook met anderen. Dat is wat alliance kan doen. Die hebben dan ook weer invloed op hun omgeving.”

8

“Ik neem mijn collega’s ook wel mee in mijn wereld, bijvoorbeeld de Roze Maandag, het is heel open dus degenen die mee willen, zijn welkom. En zo zie ik dat zij het ook positief ervaren en dat ook weer doorzetten naar de rest van de organisatie. En, wat je zelf kan bijdragen, zijn dus dat soort dingen.” “De Brabantse cultuur is er onbewust op gericht op jongen ontmoet meisje, gaat trouwen en krijgt kinderen. Heel veel van die regelingen die daarachter zitten, is dat dat daar licht in doorsijpelt. Waar ik achter ben gekomen, dat gesprek voeren, en ook mensen de kans geven om geaccepteerd te raken met homoseksualiteit om zich heen, dat helpt enorm. Op mijn werk merk ik dat heel erg. Als ik met collega’s praat dat ik een partner thuis heb en dat dat een man is, en dat wij ook gewoon leuke dingen doen, dan creëer je op een makkelijkere manier een setting waarin anderen daar ook over mee kunnen praten. In het begin van mijn carrière hield ik het juist heel erg bij me, en had ik het er niet over. En dan stel je uit, dan ontneem je eigenlijk andere mensen een kans om op een collegiale manier over een onderwerp dat voor mij heel normaal is, maar dat voor heteroseksuelen best bijzonder kan zijn, zeker in een werksetting, om dan met elkaar het gesprek erover aan te gaan.

Voor mij heeft dat het beter gemaakt, dat ik nu ook het idee heb dat ik meer mezelf kan zijn, maar daar moet je ook wel zelf je energie in steken, maar je moet ook anderen de kans geven, iemand die net niet voldoet aan de norm, die net iets anders is, en dat is dan geen waardeoordeel, maar vaak een gebrek aan kennis of ervaring van mensen.” “Toen wij hiernaartoe verhuisd zijn, dan kan de buurt ook een beetje raar opkijken, twee mannen in een huis, dus wat wij deden, we gaan gewoon een praatje houden, we laten zien wie we zijn, niet per se benadrukken dat we gay zijn, dat zie je al, maar gewoon wie we zijn. De buurt kennen, waardoor ik me veilig voel. En zichtbaarheid op deze manier dus creëren. Je hoeft niet gelijk vrienden te zijn met je buren, maar gewoon dat contact. Iedereen is anders.” Onbevooroordeelde nieuwsgierigheid “Er is een diversiteit in de openbare ruimte, een mix van culturen, tradities en perspectieven. Het zou veel prettiger zijn als we onbevooroordeeld nieuwsgierig naar elkaar zouden zijn. Het klinkt een beetje als leven en laten leven, en tegelijkertijd als je merkt dat je ergens iets van vindt, stel je oordeel uit en stel een vraag. Hetzelfde als een moslima voorbijloopt en die draagt een hoofddoek. Stel de vraag waarom zij dat doet, wat zit daar nou achter. Leer elkaar kennen.

En dat is hetzelfde als wij iets meemaken op straat, ik heb liever dat iemand een vraagt stelt dan dat iemand wordt na-gejoeld. En het laatste is nog steeds het geval.” “In het begin benaderede ik jongeren met mijn normen en waarden maar dat werkte helemaal niet omdat zij een heel andere invulling hebben van goed en fout. Mijn doelgroep is jongeren die de hele dag blowen en drinken. Ze benaderen met de boodschap dat blowen niet goed is, ik heb geleerd dat dat niet werkt en toen werd ik meteen door hen afgesloten. Ik heb toen tegen mijn collega’s gezegd dat ik even onderzoek ga doen naar waarom deze jongen blowen en drinken. En dat was een goede en vanaf daar ben ik gaan ontwikkelen en nu heb ik een heel groot grijs gebied ontwikkeld waar ik meer op zoek ga naar de redenen die iemand bewegen. De motieven. Dus dat over onbevooroordeelde nieuwsgierigheid.” Acceptatie in de eigen community is niet vanzelfsprekend “Laten we niet vergeten dat wij als LHBTIQ+ personen graag geïncludeerd worden in the bigger picture; maar echter binnen de gemeenschap vindt ook uitsluiting en dergelijke plaats. Wicked problem?” “In een droomscenario zou er harmonie binnen de LHBTIQ+-community zijn. Ik zeg dit omdat ik merk dat er nog heel fel binnen de gemeenschap tegen elkaar gereageerd kan worden. Of dat we niet echt

9

elkaar supporten. Dus als we dat graag van anderen willen, moeten wij zorgen dat wij ook de basis hebben.” “Dat er verhalen over mij verteld worden en vooral ook vanuit de doelgroep waar ik voor sta. Dat was zwaar klote! Mensen sturen mensen op mij af en schelden mij uit, dus ook binnen onze doelgroep!” “Als je in een bepaalde omgeving bent opgegroeid, waarin je geaardheid niet zo positief wordt ervaren, dat je dat nog aan het verwerken bent, dat je dat dan afreageert op anderen. Dat is een reden denk ik waarom wij binnen de gemeenschap nog niet zo harmonieus met elkaar omgaan.” “Ik denk dat binnen de community, we zeggen altijd de community, maar wij zijn ook heel divers. De LHBT’er bestaat ook niet. Genderidentiteit is een onderdeel van ons zijn, maar we zijn nog zo veel meer.”

IV. Het begint met mezelf leren accepteren, de rest volgt daarna Deelnemers geven aan dat het eigen acceptatieproces een gecompliceerd en lang proces kan zijn. Hoe je naar jezelf kijkt, kun je beïnvloeden. De mening en houding van anderen niet. Eigen acceptatieproces “Het heeft te maken, er zijn allemaal onderdelen waarmee je jezelf identificeert, dan ga je door een heel proces van puber tot volwassene. Iedereen heeft zijn eigen tempo. Als ik nu naar mezelf kijk als een volwassen man, tijdens mijn puber en adolescentie was ik erg mee bezig met wat voor type man ik wilde zijn, wat ik wil bijdragen en als ik niet meer besta, wat laat ik dan achter. Dat bedoel ik met intern conflict. En het proces van zelfacceptatie heeft ermee te maken ‘wat vind ik belangrijk en wat vinden anderen belangrijk. Je wilt je ouders niet teleurstellen, je wilt ook juist jezelf zijn. Dus daar ontstaat een intern conflict met jezelf, dat tijd vraagt. En ook de nodige tools om dat te werken.” “Wat ik zelf ook altijd meegeef in voorlichting op school of bij een lezing: hoe sterk sta je in je schoenen, hoe sterk kun jij je opstellen richting een ander, want dat krijg je ook terug. Als je dan ziet ‘hey, hier ben ik’ en een bepaalde kracht uitstraalt, dan geef je de ander ook aan ‘ik voel me misschien wat zekerder bij jou omdat jij ook zelfverzekerd hier staat.” “Je kunt de andere niet beïnvloeden.

Op het moment dat je daarop iets in creëert waarmee je zelf tevreden kunt zijn, dan kun je van daaruit, misschien, een ander positief beïnvloeden. Op het moment dat we wel acceptatie graag willen van anderen, dan zal het toch uit jezelf moeten komen. Je kan niet achteroverleunen en denken dat die ander maar over de brug moet komen.” “En dan is het de keuze of de ander openstaat voor je of niet. Als dat niet zo is, jammer dan. Daar is de deur en tot ziens. Dan stopt het ook gewoon. Om je eigen energie te behouden, steek het in positieve dingen. Choose your battles, dat idee.” ‘Het enige normale in deze wereld is dat we allemaal verschillend zijn.” Wat als je familie er vanuit geloofsovertuiging anders over denkt “Als ik direct naar mijn familie kijk, daar hebben we echt een ‘don’t ask, don’t tell policy’. Niet bij alle familieleden, daar zit ook een generatiekloof. Als ik kijk naar de jongere generatie, die vinden het gewoon prima dat ik homo ben. Sterker nog, toen het allemaal gebeurde, vonden ze het heel stoer van mij. Ik werd op een zilveren schaal als voorbeeldig familielid gepresenteerd. Mijn broertje en ik hebben een goede band, maar we hebben in die periode toen ik uit de kast kwam even geen contact gehad. Hij was toen aan het puberen, een heel populaire jongen, uit een machocultuur, hoe meer

10

vrouwen hoe populairder je bent. Dat paste niet bij het imago van een man. Maar nu bel ik hem elke dag en hebben we een heel goede band. Maar dat heeft tijd nodig gehad. Mijn moeder is heel gelovig, zij is Jehova’s getuige, toen ik bij haar uit de kast kwam, hebben we een jaar geen contact gehad. Maar ik vond het wel belangrijk om contact te hebben, na een jaar heb ik toch kleine stapjes gemaakt met haar. Nu heeft ze er nog steeds last van, vanuit haar geloof met name, maar nu stelt ze wel vragen over mijn partner, en toont ze ook interesse in mijn werk en zo. Maar je hebt nog wel de oudere generatie van de familie, die hebben ook Facebook en zo, dus die weten wel alles, maar die vragen mij er niet over. Dus vandaar dat de ‘don’t ask, don’t tell policy’ van kracht blijft.” “Ik denk deels door de leeftijd, generatie en ook onwetendheid. Vanuit mijn opvoeding heb ik nog veel respect voor familieleden die ouder zijn dan ik. Ik ga er heel neutraal mee om en heb er ook niet zo veel moeite mee. De jongere generatie van de familie, daar praat ik heel makkelijk mee. Dat brengt het ook wel weer in balans. Wat ik van neven en nichten begrijp, die corrigeren ook hun ouders en ons opa en oma. Hoe komt het dat ik nog niet getrouwd ben, dat soort dingen.”

V. We zijn er nog niet, ’t is nog niet genormaliseerd Deelnemers geven aan dat heteronormativiteit nog altijd dominant is en als je daaraan niet voldoet, je het risico loopt uitgesloten te worden. We gaan als samenleving de goede kant op, maar tijd en aandacht is nodig voor volledige acceptatie. Sociale acceptatie en de norm loslaten “Vroeger toen ik uit ging, de Lollipop was geweldig. Mijn coming out was op Roze Maandag. Ik heb bij Tilburg heel positieve ervaringen, maar ik weet, een Lollipop, als ik hoor van de eigenaren: ‘als wij de regenboogvlag ophangen als wij gesloten zijn, dan wordt het terras afgebroken’. Dus op verschillende momenten kan een situatie anders zijn.” “Het zou fijn zijn als geloof, cultuur, gender allemaal mee gaan in de moderniteit. Ik zie geloof vaak nog als iets om andere te veroordelen, dat bepaalde waarden en normen beter zijn.” “Wil je een norm doorbreken, en wat dan enorm helpt, we hebben een andere vertelstructuur nodig. Als je kijkt naar kinderboeken, waar het op school al mee begint, wat staat erin, wat voor gezin wordt erin geportretteerd. Hetzelfde ook als je kijkt naar inclusie in de breedste zin: man redt vrouw. Witte vrouw redt zwarte vrouw. Het is altijd in die vertelstructuur.

Waar heb je een kinderboek met roze ouders? Het is er inmiddels wel wat meer, maar hoe maak je dat ook onderdeel van het onderwijssysteem bijvoorbeeld.” “De dominante aanwezigheid van heteronormativiteit: als je daaraan niet voldoet, dat loop je het risico uitgesloten te worden en dus niet mee te mogen of kunnen doen.” “Wij hebben een kleintje op komst en hoop dat het kleintje ook veilig over straat kan en dat het gewoon kan dat er straks twee papa’s op het schoolplein staan.” “Dus ik merk het erin dat ik als moeder een school uitzoek voor mijn kinderen waarop mijn kind zijn verhaal kan vertellen over zijn moeder die nu met een vriend thuiskwam en gisteren met een vriendin zonder daar rekening mee te hoeven houden. Dat hij toch vriendjes kan maken en dat hij niet over zijn woorden hoeft na te denken, daar heb ik de school op uitgekozen.” “In de ideale stad zou het fijn zijn als iedere inwoner van Tilburg een basis van beschermende factoren heeft. ‘Ik ben een transvrouw’ dat er dan gezegd wordt ‘wow, dat moet een heftig proces zijn’ maar meer ‘wow, goed dat je je eigen genderidentiteit hebt gevonden’.”

11

“We leven in een geweldig vrij land en nog nooit zijn de tijden zo goed geweest voor minderheidsgroepen. Daar ben ik enorm dankbaar voor. We moeten waakzaam zijn en weten dat er een ander verleden is en dat het elders in de wereld op grote delen volkomen anders is. Maar in dit land en in deze stad is het glas wat mij betreft gegarandeerd half vol.” Verandering en besef hebben tijd nodig “Sommige dingen hebben tijd nodig maar we kunnen wel respectvol met elkaar omgaan. Daar kunnen we elkaar alvast vinden”, “Op de voorkant van de lp van sinterklaas die wij thuis hadden, stonden zeer donker aangestipte, geschminkte mensen. En er werd ook echt gezongen ‘ook al ben ik zwart als roet, ik meen het wel goed’. Het duurde tot vorig jaar totdat het bij mij doordrong wat ik eigenlijk aan het meezingen was.” Zo voelt dat dus… “Ik liep een keer in Amsterdam rond en ineens was ik met mijn vriend de enige witte in het hele stukje. ‘Wow’ dacht ik, zo moet dat dus voelen als je als een andere uit een ander land komt en hier in de wijk komt. Dat is ff gek. En ik had ineens veel meer respect en ik stond even in hun schoenen, zoals zij in een witte klas komen of in een witte wijk of bij de dokter. Leuk zo’n inclusieve samenleving, maar als je ineens opvalt, voelt dat toch anders.”

VI. Begin al op school en geef rolmodellen Deelnemers geven aan dat acceptatie begint bij bewustzijn op vroege leeftijd. Positieve rolmodellen kunnen helpen bij coming outs en het zelfvertrouwen. “De gemeente stuurde een regenboogvlag naar alle scholen en een coming out brief. Dat is heel fijn. Samen kun je het verschil maken. Het geeft mij veel voldoening dat ik heel veel beweging zie in Tilburg de laatste jaren. Als we het op scholen goed hebben geregeld, dan helpt dat ook de rest in Tilburg. En we moeten ook de besturen en directeuren op scholen bereiken.” “Ik werk al heel lang op het ROC en ben vrij open over mijn privésituatie en dat heeft eigenlijk nooit problemen opgeleverd. Alleen dit jaar had ik een groep, laag niveau leerlingen, bijna allemaal een Islamitische achtergrond, maar het taalniveau en het inlevingsniveau van die groep was zo beperkt. En zo vast in bepaalde denkpatronen, dat ik het niet aandurfde om mijn eigen verhaal te vertellen. En dat heb ik eigenlijk nog nooit meegemaakt.” “En de gemeente: rolmodellen, leraren supporten, leuk dat wij voorlichting geven voor leerlingen op school, maar dat zou eigenlijk ook moeten zijn voor dokters, leraren, en mensen op bepaalde functies, die zouden meer kennis moeten hebben over de samenleving, niet alleen LHBTI maar ook bijvoorbeeld Black Lives Matter. Dus plak een poster daarvan op bij de huisarts bijvoorbeeld.

Dan faciliteer je het gesprek. “Ik was een keer op een school voor een gastles over verdraagzaamheid. Maar daarna heb ik met een andere docent gesproken en die had een klas met kinderen van een allochtone afkomst. Ik heb hem voorgesteld, om met alle plezier, in zijn klas te vertellen over mijn verhaal. Hij durfde het niet, het was de angst van hem om het te laten gebeuren!” “Ook educatie op scholen, als je het kent, is het minder ver-van-je-bed show en dat zorgt ook voor minder onbegrip. En er komt juist meer polarisatie, dat mensen in hun eigen bubbel zitten en dat mensen in die bubbel zichzelf kunnen uiten, maar niet tussen bubbels. En ook dat je elkaar eerder aanspreekt.”

12

“En het is goed dat je een rolmodel binnen je eigen organisatie bent. Dan kun je wellicht ook eens een workshop geven binnen je eigen organisatie. Iedereen kan zo’n workshop organiseren. En nog even terug te komen op mijn alliance rol. Ik ben wit dus als ik met een wit persoon praat over een vriend die donker is, nemen ze het meer van mij aan dan andersom. Als ik gezien word als een hetero, wordt het eerder geaccepteerd omdat we iets gemeen hebben. We hebben iets gemeen nodig om blijkbaar iets van elkaar aan te nemen. Dus als wij het doen voor een andere alliance, dan komt er meer liefde in de wereld.”

VII. Gemeente als voorbeeldrol en allianties vormen Deelnemers verwachten van de gemeente een voorbeeldrol, één die actief aandacht vraagt voor diversiteit en allianties sluit om samen inclusief te zijn. “De gemeente is ook gewoon een overheidsinstantie en het eerste artikel in de grondwet is dat discriminatie verboden is, dus diversiteit en inclusie zijn helemaal niet radicaal activistische linkse bedoelingen, maar het is het eerste gedeelte waar de samenleving op gebaseerd is. Dus alleen daarom zou het moeten gebeuren.” “Ik heb privileges, momenteel zit ik in een heterorelatie, waardoor ik ingang heb bij andere ouders. Daar kan ik mijn mond opendoen, niet om te overtuigen, maar om beetjes informatie te geven. Even wat vertellen, even een bericht op Facebook zetten. Als je het met mij eens bent, kun je het tegen mij zeggen. Maar deel ook het bericht. Bespreek het ook met anderen. Dat is wat ‘alliance’ kan doen. Die hebben dan ook weer invloed op hun omgeving.” “En het stukje alliance, GSA, dat ben ik gestart op de school waar ik werk, en dat ben ik momenteel aan het uitdragen via COC Tilburg Breda. Om vanuit die plek andere scholen in beweging te zetten, dat doen we samen met de gemeente.” “Een collectief samenwerkingsverband tussen overheidsinstanties, of ook in de particuliere sectie.

Ik zou het fijn vinden als we in iedere organisatie een sensitiviteitstraining wordt georganiseerd zodat iedereen weet wat wel en niet oké is. En hoe om te gaan met mensen uit onze community die zich misschien niet altijd welkom hebben gevoeld bij de organisatie.” “En voor de gemeente lijkt het me goed om voorlichtingen en cursussen te organiseren. Zeker als ik kijk dat ik vandaag de gemeente Tilburg aan de telefoon had en twee keer ‘meneer’ genoemd wordt, dat zijn kleine dingen waar zeker nog wel winst te behalen is en zeker uit de gemeente.” “Ik zou het mooi vinden als Tilburg de pionier is, het voorbeeld van Nederland. Waar mensen echt kunnen zien dat hier sprake is van harmonie tussen alle gemeenschappen in de stad.” “Check waar je je geld aan besteed als gemeente. Check hoe het taalgebruik bij de organisaties is, hoe inclusief een organisatie is. Dart kan de gemeente doen om echt een warm hart toe te dragen.” “Een cursus voor alle instanties waar de overheid ook een rol in speelt, de gemeente, de brandweer, de politie, de zorg, ook omdat zij direct met veiligheid te maken hebben en dat is het belangrijkste natuurlijk.” “De gemeente moet het goede voorbeeld geven en dat betekent ook het eigen beleid onder de loep nemen. Zet daar ook diversiteitsbrillen voor op, doe een diversiteitscheck.

De gemeente maakt ook beleid, daar kun je die checks invoegen: doet iedereen nog mee als ik een bepaalde richting uitga. En kijk dan ook naar je eigen taal en formulering in je foldermateriaal. Voelt men hier zich in aangesproken? Denk dan goed wie ‘men’ is. Maar ook het maken van beleid, wat is daar dan het effect van op diversiteit en inclusiviteit.”

13

“De campagne rondom straatintimidatie werd aan ons voorgelegd als werkgroep LHBTI. Dat vond ik heel fijn en een goed voorbeeld hoe het zou kunnen. Dit was de eerste keer, maar dat was een goede beweging.” Elkaar weten te vinden: een sociale kaart Ik krijg de ondersteuning vanuit mijn manager, wanneer er vragen komen van LHBTI-jongeren, dan komen die bij mij terecht, omdat ik ingangen heb bij het COC. En ook bij Sterk Huis en Veilig Thuis bijvoorbeeld vinden jongeren mij eerder omdat ze mijn naam ergens op een flyer hebben gezien. En ook professionals nemen makkelijker contact op met mij om even individuele casuïstiek te bespreken van jongeren die tot de community behoren of ondersteuning nodig hebben. En dat we dan vroegtijdig, preventief, al jongeren kunnen ondersteunen met beschermende factoren, zodat ze er minder last van hebben wanneer ze volwassen worden. Ik zat even te denken, ik weet niet of het bestaat, maar een sociale kaart voor LHBTIQ+-jongeren en dat bij alle partners en organisaties neerleggen, en dat men dus weet met wie ze contact op kunnen nemen. Dat kan de gemeente Tilburg goed faciliteren en dat dat dus ook een basis wordt bij organisaties, met name dan in de zorg.”

VIII. Jezelf kunnen zijn, mee kunnen doen en je veilig voelen Hieronder staan de reacties uit de Mentimeter van het stadsgesprek LHBTIQ+ weergegeven. Wat versta je onder jezelf kunnen zijn? Niet stilstaan bij wie je bent juist omdat je al ‘bent’. Vrijheid.

Je niet (te veel) aan te hoeven passen aan je omgeving

Gewoon jezelf zijn, zonder beoordeel te worden en zich veilig te voelen om te ontwikkelen en genieten van leven en bestaan.

Dat je kunt zijn wie je bent; kunt uiten wat en hoe je je voelt; je kunt gedragen zoals je je voel en wilt zijn; je identiteit van binnen kunt externaliseren in de maatschappelijke ruimte

In het openbaar jezelf zijn, zonder dat je eraan (subtiel) herinnerd wordt dat je als gay toch niet helemaal bij de norm hoort.

Je niet voortdurend bewust zijn van je omgeving niet voortdurend bewust (moeten) zijn van eigen handelen/gedrag

Jezelf kunnen zijn

Niet jezelf kunnen zijn

Als ik niet over mijn schouder hoef te kijken Bij vrienden, kennissen en op je werk.

Zelden Als er gebrek is aan onbevooroordeelde nieuwsgierigheid, respect, vertrouwen en veiligheid is In de openbare ruimte, hand in hand lopen kan dan soms niet

Dat is als er respect, vertrouwen en veiligheid in mijn perceptie aanwezig is onder de mensen met wie ik dan ben. Ik kan steeds mezelf zijn, omdat ik door iedereen gerespecteerd word. Als mijn geaardheid niet mee weegt.

Als ik me onveilig of niet begrepen of gerespecteerd voel In aanwezigheid van mensen uit bepaalde culturen.

Mee kunnen doen

Niet mee kunnen doen

Wanneer we ook ‘normale’ rolmodellen krijgen

In de privésfeer altijd, in de publieke ruimte bijvoorbeeld door roze maandag. Ik word ook altijd blij van de regenboogvlaggen op coming out day en de regenboogzebrapaden

Ik heb nog nooit gehad dat ik niet mee kon doen terwijl ik het wel wilde. Op het moment dat andere diverse achtergronden, geloven en/of culturen elkaar kruisen. Toen ik nog niet van het bestaan van het COC wist, heb veel gehad aan steun vanuit deze organisatie toen ik me aansloot en vandaaruit ook veel kunnen(mee) doen Ik mis uitgaansgelegenheden voor vrouwen die op vrouwen vallen, dat ik me niet bewust hoef te zijn van mijn seksuele voorkeur of mijn veiligheid ten opzichte van mannen die daar iets van vinden

Je veilig voelen

Je niet veilig voelen

Wanneer er meerdere mensen uit de LHBTIQ+gemeenschap of bondgenoten aanwezig/zichtbaar zijn

Bijvoorbeeld toen ik hand in hand liep met mijn vrouw en we een groep luidruchtige mannen naderden.

Na een proces van zelfacceptatie, je identiteit erkennen Ik heb tot heden kunnen meedoen vanaf het moment dat het interne conflict en proces van identificatie voorbij was.

14

In de gay bar voel ik mij veilig Als ik met vragen of voor een gesprek terecht kan op een plek die niet specifiek als homo-organisatie bekend staat, maar die wel als vrouwvriendelijk, geëmancipeerd en multicultureel en divers bekend staat.

In settings waarin het gesprek over heteronormatieve zaken als kinderen gaat. Het heeft toch allemaal te maken met dat je niet behoort tot de geldende norm, lees witte mannen

15

Culturele diversiteit/Black Lives Matter I. Mijn cultuur is juist iets mooi! Deelnemers zoeken manieren om hun cultuur te behouden en samen te laten gaan met de Nederlandse cultuur. Het zou goed zijn als bedrijven ook de kracht van diversiteit van culturen op de werkvloer inzien. Je andere cultuur laten floreren in de Nederlandse “En dat je trots kunt zijn op de andere cultuur die je ook meebrengt en dat dat samengaat met de Nederlandse cultuur.” “Het is mooi als kinderen kunnen zien dat twee culturen naast elkaar kunnen. Het is rijkdom! Jullie leven in twee culturen. Dat zou de basis moeten zijn, dat het rijkdom is!” “Als Spaanse, door mijn temperament, mijn emoties, is het soms een issue dat ik dat laat zien in het onderwijs. Mijn cultuur wordt als een tekortkoming gezien in plaats van als een kwaliteit. Mijn opvoeding aan de leerlingen wordt gezien als een andere manier. Het zou ook fijn zijn als de focus ligt op andere dingen, zoals mijn spontaniteit en frisse blik.” “Ik woon nu 21 jaar in Nederland, en steeds ben ik op zoek naar de grens tussen mezelf aanpassen en mijzelf gewoon zijn. Als ik mezelf zo aanpas, dan verlies ik me eigen identiteit. Het blijft een zoektocht.” “Iedereen heeft zeg maar een Westers perspectief op bepaalde dingen en omdat ik Nigeriaanse ouders heb, denk ik ‘misschien kan je het ook zo bekijken’.

Terwijl ik wel probeer te begrijpen waar zij vandaan komen, maar ze erkennen mij niet echt en willen mijn mening niet accepteren.” “Ja dat ik niet volledig mezelf kan zijn, dat ik mezelf moet aanpassen om een baan te hebben. Als ik nu al last heb op de events, hoe gaat het dan later zijn. Hoe gaat mijn toekomst er dan uitzien, daar maak ik mij wel zorgen over.” “Ik wil later natuurlijk een baan, maar alleen als ik daar ook mezelf kan zijn. Ik wil een gedeelte van mezelf niet moeten weghouden.” “Mijn roots liggen in Turkije en op vakantie voel ik mij daar heel erg thuis. Maar ik zou er niet kunnen wonen. Ik ben hier in Nederland geboren en getogen en hier heb ik gestudeerd. Dus ja ik voel me hier wel thuis. Ik ben best we verkaasd.” “Wij hebben onze kinderen ook een deel in Marokko laten opgroeien. Daar hebben ze de basisschool gedaan en toen zijn we teruggekomen. Dus ze hebben heel goed de cultuur meekregen vanuit school en thuis, vanuit de familie. Dus ze kunnen zich heel goed aanpassen aan beide culturen.” “Ons geloof geeft ook heel veel sociale vaardigheden. We gaan mee met de Nederlandse cultuur, maar houden ook vast aan ons geloof. We begrijpen de Nederlandse cultuur maar laten de onze niet los.”

Benut de kracht van diversiteit in culturen 16

“In een organisatie, die heeft verschillende mensen nodig, want iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten. Je hebt verschillende mensen nodig, en dat maakt een bedrijf efficiënt en effectief. En zo zie ik dat ook met de diversiteit in culturen. Ze brengen allemaal wat mee.” “Ik heb ook al een balletje opgegooid tijdens gesprekken in mijn organisatie ‘er zijn niet veel buitenlanders in ons team. Het zou leuk zijn als we als bedrijf ook achter die inclusiviteit staan’. Dus kijk ook intern, vanuit HR moet het gevoed worden, dat ook in de procedure wordt gekeken naar wat voor team we hebben en of dat divers is. En ik draag daaraan bij door het telkens te benoemen. Misschien zijn bedrijven zich ook niet eens bewust dat ze geen divers team hebben, en ook dat er geen begrip is waarom het divers moet zijn.”

II. Minder kansen en anders behandeld worden op werk Deelnemers geven aan dat kansenongelijkheid al ontstaat op de basisschool en dat dat gevolgen heeft voor de carrière. Eenmaal een baan moeten ze zich extra bewijzen voordat ze erkenning krijgen voor hun kwaliteiten, als ze die erkenning überhaupt krijgen. Mezelf eerst extra moeten bewijzen in mijn werk “Bij elke werkgever heb ik wel mezelf eerst keihard moeten bewijzen, en pas daarna kan ik relaxen. En dan kan ik mijn andere cultuur en waarden tentoonspreiden.” “Het moment dat je iets presteert, dan zien ze je pas.” “Ik heb twintig jaar bij een bank gewerkt, ik merk toch dat ik door mijn leidinggevende wordt afgerekend omdat ik opkwam voor bepaalde dingen. Toen dacht ik van ‘ho wacht eens even, ik moet dus eigenlijk op mijn tellen passen’. Ik word er eigenlijk op afgerend. Ook als je bang bent voor een slechte beoordeling, durf je niet te praten.” “Binnen het onderwijs, op het moment dat mijn contract uitgebreid kon worden, hebben ze een jong Nederlands meisje aangenomen. En niet alleen omdat het goedkoper is. Dus ik ben bij collega’s na gaan vragen wat er speelt. En toen werd er gezegd dat ‘ik te veel op mijn emotie zit’. En daar moet ik het dan mee doen. Ja, ik ben emotioneler dan de ander. Dat is mijn identiteit.

Dat verdriet draag ik nog bij me, en ik heb nog steeds niet mijn plek hier gevonden.” “Maar toch, op de een of andere manier blijf je extra je best doen om te zijn waar je wilt zijn.” “In sommige gebieden van Tilburg, ik ben van Marokkaanse af, ik ben moslima en draag een hoofddoek maar ben ook sociaal werker. Maar vaak als sociaal werker word je niet gezien, eerder als moeder of als iemand uit de wijk. Ik moet mezelf extra bewijzen om gezien te worden als professional. Vaak word je gezien als iemand die geen Nederlands praat. Dan komen ze met gebarentaal tegen mij te praten. En pas als ik antwoord dan schrikken de mensen en dan denk ik ‘ja dat hoeft niet op die manier’. Dat heeft mij ook een hele periode gekost om mijn plek te vinden. Het is gelukt, met goede resultaten!” Ik heb een tijd gewerkt in een wijk, waar ik als professionele Marokkaanse vrouw, moslima, werd onderschat. Soms als professional, als je iets wilt of vraagt, dan krijg je gelijk een botte reactie naar je toe. Als professional weet je hoe je daarmee moet omgaan. Ik negeer het, maar het doet wel veel met me.”

17

“Als ik kijk naar mijn collega, als zij naar een vergadering gaat, groet iedereen haar ‘Hallo, welkom, hoe gaat het’. Maar als ik binnenkom dan zeggen ze ‘oh, mevrouw, moet u hier zijn. Volgens mij bent u hier verkeerd.’ Dat soort dingen, waarom eigenlijk?” “Mijn dochter werkt in de zorg en toen ze daarbinnen kwam was ze echt niet welkom. Elke keer hadden haar collega’s iets uitgeprobeerd om te zorgen dat ze wegging. Het blijft toch moeilijk, ze wordt toch anders gezien terwijl ze collega’s zijn. Natuurlijk niet iedereen, maar sommige mensen die zien jou toch als buitenlandse en die willen niet dat je op het niveau komt werken als zij.” Ik sta als kind al 1-0 achter “In Nederland hebben werkgevers vaak ‘de beste persoon op de functie’, maar als etnische minderheden minder kans hebben gekregen om zichzelf te ontwikkelen, dan maak je ook minder kans op de functie. Dus je krijgt de kans dan ook niet, en dat gebeurt al op de basisschool, je ziet daar al die achterstanden. Dus ze krijgen nooit de kans, want de witten excelleren net iets meer. En dat is ook logisch omdat je de kans nooit hebt gehad om te excelleren. Dus als je twee sollicitanten hebt, een witte en een van kleur, ook al heeft die van kleur wat minder ervaring, neem dan deze persoon toch aan. Want je moet ook de leerervaring bieden.

Het heeft ook te maken met werving en selectie.” “Mijn kleinzoon, toen hij zestien was werkte hij als vakkenvuller in een winkel. En dan zei hij tegen mij ‘Het zijn toch alleen maar buitenlanders die vakkenvullen? Ik ga daar echt niet lang blijven, oma’. Dat zegt wel iets, dan denk ik ‘Ach ja jongen, je bent nog zo jong. Het is maar een bijbaantje. Maar toch merk je dat het wringt bij hen, zo van ‘zijn wij dan gewoon de vakkenvullers en niets anders?’ Ik zeg hem dan ‘je kan toch zo opklimmen, iedereen begint laag en daarna klim je op’. ‘Ja maar waarom is er geen mix’ zegt hij dan. Als je dan naar de winkel kijkt, dan heeft hij ook wel gelijk. Hij ziet in de winkel alleen maar zwart, zijn we daar dan alleen maar goed voor?” “De jongeren krijgen eigenlijk de hardste klappen. Ze zijn hier geboren maar worden op straat, op school, in de media anders behandeld. Daarom hebben ze eigenlijk een enorm wantrouwen in het systeem. Ze missen de waardering en de kansen.” “Waar ik me vorige week heel erg hard voor heb gemaakt, ik zou heel graag willen dat bij vacatures de namen worden weggehaald. Het begint bij de werving en selectie. Daar kun je stappen in zetten, maar dan moet je die wel durven nemen.” “Nu werk ik in de zorg, waar ik de enige gekleurde ben.

‘Hey baas, hoe zit dat nou?’ Hij heeft geantwoord dat hij heel graag meer mensen van kleur in de organisatie wil hebben, maar niemand solliciteert. We zijn nu met z’n drieën van de tachtig man personeel. Dus ik vraag mezelf ook af, hoe kan dat dan? Ik zou heel graag wat meer Turkse of Marokkaanse begeleidsters willen hebben. Want nu zit ik soms met een taalbarrière bij gezinnen. Maar er solliciteert niemand, is er dan onvoldoende informatie op scholen, waar zijn al die mensen? Dus het is ook een gemiste kans, ik denk dat er zeker wel mensen zijn die willen doorstromen, maar waar zit dan die knik in de kabel?” “Ik doe een business opleiding en dan voel ik me bij business events niet echt op mijn gemak. Sommige events lijken mij wel heel interessant maar daar ga ik niet meer naar toe, omdat ik denk ‘ze gaan mij toch niet waarderen, ze gaan me toch niet begrijpen’. Ik ben altijd bang dat ze een bepaald persoon voor een bedrijf zoeken en daar pas ik niet echt bij. Of als ik vragen stel ‘meestal vraag ik wel wat een bedrijf aan diversiteit doet, maar ik merk dat bedrijven dat niet echt waarderen. Dus dan denk ik maar ‘ik ga me niet inschrijven, want ze staan er toch niet voor open’.” “Ik hoor vaak dat jongeren van een andere cultuur vaak afgewezen worden als ze ergens willen werken, en als ze in dezelfde sollicitatiebrief hun naam veranderen dan worden ze wel uitgenodigd!”

18

Vanuit vertrouwen kunnen groeien “Ik heb ook de kansen gekregen om te groeien. Ik heb scholing gehad en opleiding. Echt investeren. Het ligt echt aan de personen die je treft in je leven. Heb jij iemand die jou steunt, ziet en gelooft in je kwaliteiten en persoon, dan kom je verder. Als je iemand tegenkomt die je neerhaalt, dan blijf je beneden.” “Ik ben verveling vrijwilligerswerk gaan doen in een wijkcentrum en daar ben ik zo fijn ontvangen en het vertrouwen dat ze mij daar gaven, dat doet echt heel veel met je. Dus dat vertrouwen vanuit bedrijven en organisaties doet heel veel, dat ze oog hebben voor je kwaliteiten en dat je daarin kunt ontwikkelen. En ik mocht ook opleidingen, van A tot Z, volgen, dus petje af, dat doet heel veel met me.”

III. Educatie: kinderen leren een eenzijdig beeld van de geschiedenis Deelnemers geven aan dat kinderen en studenten op school een beperkte kijk op de geschiedenis krijgen, wat hen een vertekend beeld geeft van de realiteit, met als gevolg een gebrek aan herkenning voor niet-Westerse vertellingen. Een trendbreuk hierin realiseren begint bij curriculumverandering van docenten. “Dat ik het als geschiedenisleraar kan hebben over diverse onderwerpen, en niet alleen het Nederlands Westers perspectief kan invoegen. Ik geef nu les op een internationale school en dat is een hele blessing. Ik kan het letterlijk over Afrika en de volgende week over China hebben. Het hoeft niet per se over Nederland te gaan. Ik kan mijn eigen gang gaan en mijn eigen globale perspectieven inbrengen. Daarin ben ik mezelf als leraar.” “Ik loop stage op een kinderopvang, en je merkt gewoon dat heel veel pedagogen, geen spiegel voor zich krijgen hoe zij met anderen buiten hun cultuur om moeten gaan. Het is echt een probleem dat er zo weinig bewustzijn is in het opvoeden van onze kinderen, daar moet echt iets aan gedaan worden.” “Ik volg het vak economie, en dat is veel gericht op de Westerse wereld en als het dan eens gaat over Afrika is het vaak in negatieve zin. Maar waarom heb je het niet over Nigeria, daar gaat veel goed. Waarom leg je de focus niet daarop. Daar is niet echt aandacht voor.

Dat vind ik wel jammer, de opleiding is best wel Westers georiënteerd. Bekijk het ook eens vanuit een ander perspectief, en niet alleen als het over Afrika of Azië gaat, dat je dan de slechte kanten laat zien. Laat ook eens de positieve kanten zien!” “En in mijn opleiding, ik zit in een volledig witte klas, we hebben het in vier jaar tijd één week over slavernij gehad. Afrika wordt ook buiten beschouwing gelaten. Eén les maar over Belgisch-Congo, met foto’s van jongens van acht jaar die in de mijnen werkten en hun handen afgehakt werden omdat ze niet hard genoeg werkten. En de reacties van mijn medestudenten en de docent: hard gelach! En zeker omdat dat dus de toekomstige leraren zijn die mensen met kleur les gaan geven.” “We zitten midden in een verandering, meer aandacht voor de geschiedenis, maar als die docenten niet capabel zijn, zijn we screwed.” “De eerste keer dat ik over Belgisch-Congo las en de foto’s zag, dacht ik ook ‘hoezo dat ik daar niets van gehoord heb’. Dat is mij vroeger nooit geleerd of verteld. Maar toen ik een paar jaar geleden voor het eerst dus die foto’s zag, kreeg ik gewoon de rillingen over mijn rug, dat ik echt dacht ‘hoezo kan dit gebeurd zijn?’”

19

“Ik heb een heel duidelijke positie in het onderwijs, ik voed mensen op, en dat is mijn bijdrage aan jongeren. Soms dan moet ik ze ook opvoeden. Ze kennen mij als een wit iemand, maar ik moet ze wel opvoeden dat ik ook een andere manier heb van omgaan met mensen en een andere kijk heb op dingen. Dat moeten ze ook van mij accepteren en ze moeten niet van mij verwachten dat ik altijd de nuchterheid van de Nederlander heb. Maar, dat ze dat dus ook later in de maatschappij zullen krijgen, dat ze te maken krijgen met mensen van verschillende culturen en ze kunnen ook botsen. Het gaat erom dat ze leren hoe ze met elkaar door een deur kunnen.” “Ik denk dat het echt een lack is aan representatie in boeken, onderwijs, de docenten, die weer lesgeven aan hun leerlingen en zo gaat het naar de volgende generatie.”

IV. Racisme en discriminatie Deelnemers komen openlijk racisme en microagressieve uitingen in alle vormen tegen. En ze worden geconfronteerd met stereotyperingen. Als ze het gesprek aangaan, krijgen ze ‘ja, maar’ te horen en wordt het niet erkend als racisme. Deelnemers hebben coping mechanismen aangeleerd om daarmee om te gaan. Bewustwording en educatie is hard nodig. Gaslighten en racistische, discriminerende en stereotyperende opmerkingen “Er is onderzoek gedaan naar de creativiteit van mensen die te laat komen en dan wordt het gepubliceerd in de Volkskrant, en wat is de conclusie: mensen die creatief zijn, dat zijn de laatkomers. Oh maar waarschijnlijk waren dat geen mensen van kleur, want ‘jullie zijn altijd te laat, probeer daar wel aan te werken, want dat is een professionele houding’. Mijn eigen werkgever komt vaak veel te laat, maar als ik het doe, heeft het met mijn cultuur te maken! “ “En mijn luidruchtigheid, dan word ik gezien als luidruchtige Afrikaanse. Maar als een Brabander in Zuid-Holland dat doet, is hij gewoon een Brabander! Waarom wordt daar nou zo veel verschil gemaakt?” “Vorig jaar fietste ik in het centrum. De straten zijn smal, dus fietsers en voetgangers hebben voorrang. Toen ik de hoek omging was er een man die mij in wilde halen, maar daar was geen fucking plek voor. Want anders zit ik tegen de muur aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10792419/1