CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 2b toelichting

Raadsvergadering 15 november 2021, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wijkevoort29.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Afbeelding waardevolle bestaande elementen Groen: Wijckerbos, licht groen: ecologische verbindingszones Hultense Leij en Groote Leij, gearceerd: Hultenseweg. De beekdalen De beken Hultense Leij en Groote Leij worden met een gemiddelde breedte van 50 meter aangelegd.

Werklandschap Wijkevoort 2020

23

De Hultense Leij loopt van zuidoost naar noordwest langs het plangebied en komt in het noorden samen met de Groote Leij. Met name de Hultense Leij en het Wijckerbos‐noord hebben hoge waarden en herbergen streng beschermde soorten. De Hultenseweg De Hultenseweg, van oorsprong genaamd Kerkpad, is een van de oudste wegen in het gebied. Sinds de eiken er langs zijn aangeplant is het verloop niet meer gewijzigd. Sindsdien is de Hultenseweg een fraaie gebogen laan door het gebied. De Hultenseweg heeft grote waarde voor het landschap en als gebiedsontsluitingsweg. Behoud van de weg is om die redenen van groot belang. De uitdaging is om de Hultenseweg niet te doorsnijden met nieuwe wegen en het gebruik voor het oorspronkelijke bestemmingsverkeer te behouden en verkeer dat aan het bedrijventerrein is gekoppeld te weren. Door het opnemen van de aanduiding "cultuurhistorisch waardevol" wordt deze weg en de bomenrij beschermd. Wijkerbos en Wijckermeer Het Wijkerbos bestaat uit twee delen, een oud noordelijk deel en een jonger zuidelijk deel, gescheiden door de Hultense Leij. Het Wijckerbos‐zuid heeft potentie om van productiebos uit te groeien tot een structuurrijk bos met hoge waarde voor natuur en natuurbeleving. Deze kwaliteitsimpuls kan in samenspraak met een toename van recreatiedruk plaatsvinden.

Hierdoor kunnen de meer kwetsbare natuurwaarden in het Wijckerbos‐noord (roofvogelnesten, rustplekken voor de ree) gespaard worden. Het Wijckermeer is een zandafgraving ten behoeve van de aanleg van Rijksweg A58 en heeft momenteel beperkte ecologische waarde. Opwaardering is mogelijk in combinatie met bedrijfsontwikkeling door bijvoorbeeld bouwen aan het water te koppelen aan ecologische maatregelen zoals het creëren van paaiplaatsen voor vis, aanleg van oeverzwaluwwanden etc.

Wijkerbos

Hultenseweg

Hultense Leij

Werklandschap Wijkevoort 2020

24

coulissenlandschap M.b.t. de effecten van het plan op het landschap wordt verwezen naar 4.6.3. van het MER waar de conclusie getrokken wordt: "In het alternatief ‘Wijkevoort compact’ gaat slechts een deel van het coulissenlandschap verloren. Door ontwikkelingen aan weerszijde van het beekdal neemt de visuele verstoring en geluidsoverlast van bedrijven naar verwachting (sterk) toe. In het alternatief ‘Wijkevoort compact’ zijn geen kruisende wegen nodig en ligt het bedrijventerrein slechts aan één zijde van het beekdal. Hierdoor is minder verstoring door het bedrijventerrein te verwachten. De beekdalen vormen een heldere en logische afbakening van het bedrijventerrein. De leesbaarheid van het landschap blijft hiermee behouden. Er zijn geen kruisende wegen over de beekdalen en ook geen ontwikkelingen aan de noordzijde van de Hultensche Leij. De verstoring van de beekdalen is hierdoor beperkt."

4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Algemeen Om de cultuurhistorische waarden van het gebied duidelijk in beeld te brengen worden twee aspecten uitgewerkt: a. historische geografie, objecten en structuren; b. archeologie. Afhankelijk van het belang en de beschikbare informatie worden deze aspecten nader belicht. Tevens wordt aangegeven welke aspecten onder enige vorm van beschermende wet‐ en regelgeving vallen. Beleidskader: <0000> Monumentenwet 1988, Erfgoedwet 2016 <0000> Gemeentelijke monumentenverordening <0000> Gemeentelijk monumentenbeleid en archeologiebeleid <0000> Monumentenlijst Tilburg Bronnen: <0000> J.A.M. Roymans, M. Verhoeven, E. Heunks, L.J. Keunen, S. van der Veen, Plangebieden Wijkevoort en EVZ beekherstel, Gemeente Tilburg: een archeologische verwachtings‐ en advieskaart en cultuurhistorische inventarisatie en waardering, RAAP‐RAPPORT 3295, 2017. (zie bijlage 7) <0000> H. van Dijk, Van Berkeind tot Hulten. Tilburg‐West. Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek, BILAN 2008 .

Werklandschap Wijkevoort 2020

25

<0000>

<0000> <0000>

Cultuurhistorische Inventarisatie Noord‐Brabant / M.I.P., gemeente Tilburg, opgesteld door de provincie Noord‐Brabant, oktober 1995. Architectuur en stedenbouw 1940‐1965, gemeente Tilburg, STOA 2005. Herinventarisatie M.I.P.‐panden, BILAN 2006.

4.3.1 Historische geografie Landschap en ontginningsgeschiedenis Het plangebied Wijkevoort en omgeving heeft een tweeledig karakter: Enerzijds kenmerkt het gebied zich door agrarische activiteiten, deels kleinschalig, maar in het westen en zuidoosten komen wat grootschaliger landbouwpercelen voor. Anderzijds is echter ook het fenomeen van de ‘stadsrand’ heel duidelijk in het gebied herkenbaar. Niet alleen wordt het gebied doorsneden door de A58, ook is enkele jaren geleden de Burgemeester Letschertweg door het gebied aangelegd. Aansluitend aan deze ontwikkeling is zuidelijk van de A58, tussen het oude gehucht Vossenberg en de autosnelweg, een nieuw bedrijventerrein tot ontwikkeling gekomen. De zandwinningsplas bij Wijkevoort (’t Wijckermeer) werd al eind jaren zestig gegraven voor de aanleg van de A58. Het deeltraject tussen Tilburg en Breda werd in 1971 opengesteld. Landschapsontwikkeling Wijkevoort en omgeving kenmerken zich in hoofdlijn door de ‘bewoningseilanden’ van Vossenberg en Berkeind, van Hulten‐Heikant en Klein Tilborg en een rand van Nerhoven. Het gaat daarbij om open akkers met aangrenzende droge kamp‐ontginningen; om een beekdalvork van oudere en jongere beekdalontginningen met de Groote Leij aan de westrand en de Hultense Leij in het oosten met daartussen de Vossenberg en Berkeind; en om oude en jongere bossen die de oude akkercomplexen flankeerden.

In de huidige situatie zijn als verstoring van die patronen vooral de A58, het bedrijventerrein Midden‐Brabant Poort en ’t Wijckermeer van belang. De middeleeuwse open akker van Hulten was waarschijnlijk de vroegste ontginning in het gebied. De verspreide bebouwing langs de noordwestzijde van de open akker vormde het oude Hulten. De meer geïsoleerd gelegen Einzelhof (geïsoleerde ontginningsboerderij) met open akker, Prinsenhoef, was de centrale bewoningslocatie voor de heerlijkheid Hulten. Deze was vanaf 1368 opgenomen in de Baronie van Breda. Niet ver noordwestelijk van die Prinsenhoef lag vermoedelijk een watermolen en mogelijk ook een boerenschans. Archeologische sporen en vondsten in de directe omgeving van de hoef, sluiten qua datering aan op de vroegste vermeldingen. Rondom de open akker lagen de kamp‐ontginningen waarbinnen de boerderijen stonden, de tuinen en weilandjes voor het jongvee lagen. Aan de overzijde van het beekdal van de Groote Leij lag nog het oude cultuurland van Nerhoven, een gehucht dat onder Gilze hoorde. Van jonger datum (Late Middeleeuwen/vroege Nieuwe tijd) dateert het cultuurland op het bewoningseiland van Vossenberg‐Berkeind. Deze datering wordt ondersteund door de archeologische veldkartering van RAAP.

Rondom het vroegere Vossenberg lag een betrekkelijk open akker, rondom Berkeind een kampontginning, maar geen van beiden wekt de indruk een oorsprong diep in de Middeleeuwen te hebben. Het is mogelijk dat beide nederzettingen in de Late Middeleeuwen als Einzelhöfe ontstonden. Hoge Vossenberg in het westen en Berkeind met Lage Vossenberg in het oosten, werden tot in de 20e eeuw van elkaar gescheiden door een heidebebossing, teruggaand op vroegere heide. Door de ontginning daarvan zijn beide nederzettingsarealen in de 20e eeuw aan elkaar gegroeid. De Groote Leij en de Hultense Leij omsluiten het nederzettingslandschap van Wijkevoort. Tot in de 20e eeuw was vooral in het brede beekdal van de Groote Leij bij Nerhoven sprake van een kleinschalige verkavelingsstructuur met perceelrandbeplanting, waarvan de oorsprong in de Late Middeleeuwen kan liggen. Vanaf de 12e eeuw werden op het Brabantse zand veel beekdalen geprivatiseerd en ingericht. Het beekdal van de Hultense Leij was smaller en de inrichting daardoor ook veel minder planmatig. Pas tegen de Tweede Wereldoorlog was de heide in de oksel van beide beekdalen ontgonnen. Al vanaf de vroege 20e eeuw begon de karakteristieke structuur van de beekdalen, die veel betekende voor de landschappelijke geleding van het plangebied als geheel, te vervagen.

Voordat ook hier vermoedelijk een ruilverkaveling werd uitgevoerd, was van de oude (verkavelings)structuur al niet veel meer over. Mede door het magere reliëf zijn de beekdalen van Hultense en Groote Leij in het huidige landschap niet meer als een vork van twee beekdalen te herkennen. Zeker ook heeft de aanleg van de Burgemeester Letschertweg aan deze onherkenbaarheid bijgedragen.

Werklandschap Wijkevoort 2020

26

Historische infrastructuur De historische infrastructuur op een lokaal schaalniveau was in de eerste plaats bedoeld om nederzettingen te ontsluiten, waarbij doorgaans de hogere gronden werden gebruikt. Dit is in de omgeving van Wijkevoort terug te zien, met de aanwezigheid van stelsels van wegen op de bewoningseilanden van Nerhoven, Vossenberg en Hulten‐Heikant. Slechts enkele wegen (zoals Wijkevoort en de Hultenseweg) doorsneden de beekdalen die de bewoningseilanden van elkaar scheidden en verbonden deze stelsels met elkaar. Wat opvalt is dat feitelijk de hele wegenstructuur vóór 1832 al ‘af’ was; tussen 1832 en 1955 is er op dit gebied niet veel veranderd. Sindsdien is relatief veel van de structuur verdwenen, deels door opschaling van de verkaveling, deels door aanleg van de A58 die dwars door het gebied loopt. Daardoor is de fijnmazige dooradering van het landschap het nodige geweld aangedaan. Op een hoger schaalniveau bekeken, moeten allereerst de verbindingsroutes parallel aan de beekdalen een vroege oorsprong hebben. Daarbij wordt gedoeld op bijvoorbeeld de weg Nerhoven, die vanuit Gilze langs de westzijde van het beekdal richting Rijen liep. Een oostelijke tegenhanger was de Vosheining‐Wijkevoort, die langs de Prinsenhoef liep. Deze min of meer noord‐zuid‐verlopende routes kenden verschillende kortsluitingen door de beekdalen, zoals bij Nerhoven en de Hultenseweg.

Mogelijk betreft het hier de vroegere Wijkevoort: de voorde die Nerhoven met het eiland van Vossenberg en met Hulten verbond. Het is evenwel ook mogelijk dat de oude voorde juist bij de Prinsenhoef gezocht moet worden. De genoemde nederzettingen lagen binnen Wijkevoort en omgeving in droge kampontginningen (waaronder de Prinsenhoef te Hulten) en rond de open akkers van Hulten‐Heikant en Vossenberg. Alleen bij Vossenberg verschijnen enkele erven ook binnen de open akker. Zoals benoemd is sprake van een vork van twee beken, waarbij het aansluitpunt net buiten het gebied valt. Met name de Hultense Leij kent nog grotendeels haar oude, rechte verloop. De Groote Leij is aangepast vanwege de aanleg van de N260. In beide beekdalen lag een groot aantal beekpassagemogelijkheden, waarvan door het grote aantal opgeheven wegen nog slechts enkele functioneren. Waardevolle bossen, aangelegd vóór 1955, zijn aanwezig in het noordwesten nabij de vliegbasis, centraal tussen ’t Wijckermeer en Heikant, en in het zuiden tegen het bedrijventerrein Midden‐ Brabant Poort. Ook komen enkele waardevolle houtsingels voor. Gerelateerd aan enkele bosjes is ook sprake van aarden wallen, vermoedelijk ooit aangelegd om jonge aanplant tegen wild‐ of veevraat te beschermen.

Structuren Uit het RAAP‐rapport blijkt dat het plangebied en directe omgeving tot ver in de twintigste eeuw doorkruist werd door wegen en paden, waarvan een aantal mogelijk teruggaat op een zeer oud wegenpatroon. Een deel daarvan is verloren gegaan, maar het tracé van diverse van deze oude wegen en paden is nog herkenbaar in het huidige wegenpatroon: <0000> Hultenseweg – Prinsenhoef – Wijkevoort – Vosheining – Nieuwelijn – Bleukweg – Diepestraat –Bergakker ‐ Keizersakker (deels) – Oudelijn (deels) <0000> Uit de periode 1940‐1970 zijn geen kenmerken bewaard gebleven van bovengemiddelde waarde. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord‐Brabant zijn in het gebied de volgende historisch geografisch waardevolle lijnen met de waardering ‘redelijk hoog’ aangeduid: Hultenseweg –– Wijkevoort –– Nieuwelijn – Bleukweg – Diepestraat – Bergakker ‐ Keizersakker –Oudelijn (deels). Daarnaast is sprake van een historisch geografisch waardevolle lijn met de waardering ‘hoog’ / ‘zeer hoog’, namelijk Prinsenhoef. Ook zijn op de ChW‐kaart enkele waardevolle historische groenstructuren aangeduid: Laanbeplanting Hultenseweg ‐ Bos, boscomplex, hakhout Hultense Weg, Berkeind.

Cultuurhistorisch waardevol reliëf is in het plangebied Wijkevoort in hoofdzaak aanwezig in de vorm van aarden wallen langs enkele oudere bosjes, langs een enkele weg en in de vorm van vermoedelijke karrensporen die in de richting van de passage over de Hultense Leij lopen. Daarnaast is in het oude bosje in de Hultense open akker een rabattenstructuur aanwezig. Objecten In het plangebied Wijkevoort bevinden zich op grond van de Monumentenwet 1988 of de Monumentenverordening gemeente Tilburg geen beschermde archeologische of gebouwde monumenten. De bebouwing uit de periode 1850 – 1940 is geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP).

Werklandschap Wijkevoort 2020

27

Deze bebouwing heeft geen formeel beschermde status maar komt wel voor op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord‐Brabant en wordt daar ook als waardevol beschouwd. In het plangebied bevinden zich enkele MIP‐panden: <0000> Nieuwelijn 2, 4 (voorheen Bleukweg 2, 4) <0000> Hultenseweg 8, 84 <0000> Keizersakker 2, 6, 7 <0000> Prinsenhoef 2, 12 Voor de architectuur en stedenbouw uit de periode na de Tweede Wereldoorlog in Tilburg dient het onderzoek uit 2005 als basis, maar hierin komen geen objecten voor die zijn gesitueerd in het plangebied. In het plangebied Wijkevoort en directe omgeving bevindt zich een aantal oude erflocaties, die tenminste al in 1832 bestonden. Op kaartbijlage 3 van het RAAP‐rapport zijn die erven weergegeven.

De locaties komen overeen met de huidige adressen: <0000> Nerhoven 21, Nerhoven 23 en Nerhoven 25 (samen het gehucht Nerhoven); <0000> twee erven nabij de hoek Vosheining/A58 (geen adres aan te koppelen); <0000> Tilburgselaan 7, Tilburgselaan 32 en een nu verdwenen erf aan de Middelbroeken (samen het gehucht Hoge Vossenberg); <0000> Tilburgselaan 44, Vossenberg 2, Vossenberg 4, Vossenberg 10 en Vossenberg 7 (samen het gehucht Lage Vossenberg), <0000> Schoorweg 8 en Schoorweg 10 (samen het gehucht Berkeind); <0000> Oudelijn 1, Oudelijn 3 en Oudelijn 2 (samen het gehucht Klein Tilburg); <0000> Bleukweg 4, Keizersakker 2, Keizersakker 6‐6a, Keizersakker 10‐10a en Keizersakker 7 (samen het gehucht Heikant); <0000> Hultenseweg 72, Hultenseweg 71 , Van Diedeghemstraat 5, Van Diedeghemstraat 7‐9 en Prinsenhoef 6 (samen het gehucht Hulten); <0000> Prinsenhoef 2 (Einzelhof). Waardering cultuurhistorie Het deelgebied Wijkevoort kent, afhankelijk van de plek, zeer wisselende cultuurhistorische waarderingen. Met name door de schaalvergroting van het landschap, versterkt door de ruilverkaveling, en door de aanleg van de zandwinningsplas ’t Wijckermeer heeft het gebied veel aan kwaliteit ingeboet. Toch zijn op landschapsniveau nog waardevolle gebieden aan te wijzen, zoals het erf van de Prinsenhoef, de aangrenzende open akker en het daaraan grenzende oude bosje.

Het gebied daaromheen, zowel richting Hulten als richting Nerhoven, heeft een middelmatige cultuurhistorische waarde toegekend gekregen. Het landschap is hier van veel van zijn historische karakteristieken ontdaan, maar specifieke belangrijke, oude structuurlijnen als de Hultenseweg geven nog voldoende houvast om het landschap te kunnen ‘lezen’. Datzelfde geldt voor de erven aan de oostzijde van de open akker van Hulten. Laag gewaardeerd is het gebied rond de zandwinningsplas, die geen toegevoegde cultuurhistorische waarde heeft, de omgeving van Berkeind, waar veel van de interessante historische bebouwing inmiddels geamoveerd is, en het lint langs de Tilburgsebaan dat door het daar ontwikkelde bedrijventerrein gedomineerd wordt. Concreet betekent dit, dat de waarden van het deelgebied Wijkevoort vooral steken in het ensemble Prinsenhoef/open akker van Hulten/bijbehorend bosperceel en in de historische infrastructuur als de Nerhoven, Hultenseweg en Wijkevoort die terug gaat tot de Late Middeleeuwen of daarvoor. Met uitzondering van de weg Wijkevoort blijven de overige elementen door dit plan behouden.

Werklandschap Wijkevoort 2020

28

4.3.2 Archeologie Om een inzicht te verkrijgen in de archeologische betekenis van het plangebied is in eerste instantie de Archeologische Waarschuwingskaart Tilburg (ARWATI) en het databestand van het Regionaal Archief Tilburg (RAT) geraadpleegd. Nagenoeg het hele plangebied heeft hierop een middelhoge verwachting. De beekdalen van de Hultense en Groote Leij hebben een basis verwachting. Het tracé van de A58 en het Wijckermeer zijn aangeduid als ‘onbekend’. Om de archeologische verwachting nader te kunnen specificeren is in het door RAAP uitgevoerde onderzoek vertrokken vanuit de reconstructie van het natuurlijke en historische landschap, dat in nauwe relatie staat tot de bewoningsgeschiedenis. Belangrijk onderdeel hierbij is het hanteren van een lagenbenadering. De verschillende landschappelijke lagen zijn geo(morfo)logie, reliëf, (grond)water, bodem(vruchtbaarheid), historische bebouwing en wegenpatroon. Deze aspecten werden aangevuld met onder andere archeologische waarnemingen, een archeologische veldkartering en toponymisch onderzoek, teneinde een overzicht te krijgen van de (pre)historische bewoning en het voormalig landschapsgebruik. De landschapsreconstructie is vergeleken met bekende nederzettingspatronen uit diverse perioden, zowel in de regio Tilburg als elders in Zuid‐Nederland.

De archeologische verwachting geeft een historische situatie weer, waarbij slechts beperkt rekening is gehouden met de moderne en submoderne bodemverstoringen waarmee de inrichting van het plangebied in de twintigste eeuw gepaard is gegaan. Hierbij moeten vooral gedacht worden aan de aanleg van de A58 en het graven van het Wijckermeer (ook wel Put van Reef), maar ook de ruilverkaveling en de daarmee soms gepaard gaande egalisaties en andere bodemingrepen. Deze hebben zeker een rol gespeeld in de aantasting van de archeologische resten in de bodem (het archeologische bodemarchief). Het grootste deel van het plangebied bestaat nog steeds uit weilanden en akkers. In welke mate de daar te verwachten archeologische resten nog intact zijn, vraagt om een nader onderzoek in de vorm van boringen en proefsleuven. Vanwege de mogelijke aanwezigheid van ongesprongen explosieven, heeft een eerste verkennend booronderzoek nog niet kunnen plaatsvinden.

Werklandschap Wijkevoort 2020

29

De archeologische waarden en ‐verwachtingen in het gebied zijn weergegeven op de Archeologische Verwachtingskaart. Deze kaart heeft als basis gediend voor het toekennen van een archeologische dubbelbestemming aan terreinen in het onderhavige bestemmingsplan. Hieronder volgt een korte samenvatting: In plangebied Wijkevoort en directe omgeving bevinden zich slechts enkele bekende archeologische vindplaatsen. In de eerste plaats liggen in de noordwesthoek van het plangebied, nabij de Prinsenhoef, twee zogenaamde terreinen van hoge archeologische waarde. De waarde daarvan is in het Archeologisch Informatiesysteem Archis van de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed (RCE) toegekend op basis van een oude vondst van een vroegmiddeleeuws (Merovingisch) potje van aardewerk, waarvan de vindplaats in de jaren zestig van de vorige eeuw is geïnterpreteerd als een mogelijk Merovingisch grafveld. (AMK‐nummer 2099). Op het andere terrein dat daarop aansluit, maar net buiten de plancontour (AMK‐nummer 14922), is door de Rijksdienst in de negentiger jaren een booronderzoek uitgevoerd. Hierbij werd een rechthoek van grachten aangetoond, dat heeft doen vermoeden dat het om een Laatmiddeleeuwse omgrachte hoeve (een zogenaamde moated site) gaat. Een in de jaren veertig in de omgeving gevonden plaggenput stamt vermoedelijk uit dezelfde periode.

Beide fenomenen kunnen in verband worden gebracht met de nabijgelegen Prinsenhoef. Tijdens de archeologische veldkartering van RAAP zijn twee nieuwe vindplaatsen aan het licht gekomen: de eerste betreft de vondst van een drietal vuurstenen artefacten uit de oude steentijd (Midden Paleolithicum, ca 250.000 – 35.000 jaar geleden). Deze bevonden zich verspreid over enkele tientallen meters in een laag met oude rivierafzettingen. De betekenis van het voorkomen van de voorwerpen op deze locatie is nog niet duidelijk en vraagt om nader onderzoek. Een laatste vindplaats, die zich kenmerkt als een plek waar baksteenpuin, beton en een ijzeren huls zijn gevonden, duidt mogelijk op de locatie van een Duits afweergeschut uit de Tweede Wereldoorlog. Op de archeologische advieskaart zijn ‐behalve de terreinen met archeologische vindplaatsen ‐ landschappelijke zones aangeduid die een archeologische verwachtingswaarde toegekend hebben gekregen. Daarvan zijn nog geen vondsten bekend, maar is een bepaalde kans op het aantreffen van archeologische resten als daar gegraven wordt. Op de kaart is een onderscheid gemaakt in een lage, middelhoge en hoge kans op het aantreffen van resten. Daarnaast heeft RAAP gebieden weergegeven, waar geen archeologische resten (meer) verwacht worden. Denk bijvoorbeeld aan het Wijckermeer.

archeologische advieskaart

Werklandschap Wijkevoort 2020

30

4.3.3 Conclusie Cultuurhistorie Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie kan worden opgemerkt dat het voortbestaan van de (spaarzame) cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in het plangebied in gevaar is door het verdwijnen van de woonfunctie. De bebouwing is echter niet zodanig van belang dat bescherming op basis van wet of verordening noodzakelijk is. Aanvullende planvoorschriften worden hiervoor dan ook niet noodzakelijk geacht. Wel verdient het aanbeveling om de lijnelementen; waterlopen en historische wegen op de plankaart weer te geven en intact te laten als de historisch geografische dragers van het gebied. De waterlopen Groote Leij en Hultense Leij zijn bestemd tot natuur en de Hultenseweg wordt ook beschermd. Vanwege de ontwikkeling voor bedrijven uit de sector functioneel grootschalig is behoud van de weg Wijkevoort niet mogelijk. Advies archeologie: Terreinen met een vastgestelde archeologische waarde en terreinen met een hoge‐ of middelhoge archeologische verwachting zijn voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie'. Afhankelijk van de archeologische waarde of ‐verwachting zijn ondergrenzen voor bodemingrepen vastgesteld waar vanaf een archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden. De aard van het (voor)onderzoek dient in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning te worden afgestemd met de gemeentelijk deskundige archeologie.

Indien op basis van de resultaten van het vooronderzoek blijkt dat behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn, dan dienen deze op basis van een selectiebesluit van het college van B&W nader te worden onderzocht (opgegraven), tenzij de resten duurzaam in de bodem behouden kunnen blijven.

4.4 Groen 4.4.1 Bomennota Tilburg boomT Bomen staan steeds meer onder druk van de stad. De verwachting is dat in de loop van de tijd steeds meer bomen of zelfs complete bomenstructuren kunnen uitvallen als gevolg van deze stedelijke druk. Dit beeld is onwenselijk. Bomen dienen juist een toegevoegde waarde aan stedelijke ontwikkelingen te bieden. Om er niet te laat achter te komen dat er teveel bomen op cruciale plekken voor stedelijke ontwikkelingen zijn gesneuveld en om een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand te behouden is het noodzakelijk om belangrijke zaken rondom bomen goed te regelen en vast te leggen. Om deze reden is de Boomwaardezoneringskaart (Bwz‐kaart) opgesteld, die deel uitmaakt van de Bomennota Tilburg boomT. Deze kaart doet uitspraken over de huidige openbare bomen in het stedelijk gebied van de gemeente Tilburg. Op de Bwz‐kaart worden de boomzones die belangrijk zijn voor de structuur van de stad weergegeven; zones met bomen met een hoofdwaarde, nevenwaarde, basiswaarde of stadsecologie. Voor deze zones zijn criteria opgesteld o.a. met betrekking tot het verlenen van omgevingsvergunningen, onderhoud en beheer en straatbeeld. Door middel van de Bwz‐kaart wordt duidelijk waar er kansen liggen voor openbare bomen; bomen die op de Bwz‐kaart staan krijgen extra bescherming, intensiever onderhoud/beheer, bescherming tegen kap, herplantplicht e.d.

Werklandschap Wijkevoort 2020

31

Boomwaardezoneringskaart Maatregelen in bestemmingsplan De Bwz‐kaart dient gebruikt te worden als basis bij alle nieuwbouw‐, herontwikkelings‐ of herstructureringsplannen in de bestaande stad waar huidige openbare bomen mee gemoeid zijn. In het bestemmingsplan wordt de Bwz‐kaart aangeduid als Boomwaardekaart. Bomen met een hoofdwaarde, bomen van de 1e categorie en monumentale bomen zijn op een bijlagekaart (boomwaardekaart) bij dit bestemmingsplan opgenomen. In de regels wordt verwezen naar deze kaart. Bomen met een hoofdwaarde en bomen van de 1e categorie zijn daarop weergegeven als "potentieel waardevolle boom". Monumentale bomen staan als zodanig aangegeven. De juridisch‐planologische bescherming bestaat uit een bouwverbod en een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een straal van 15m vanuit het hart van de desbetreffende boom. Op de boomwaardekaart (bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan) staan de bomen en een strook vanuit het Wijckerbos aangegeven. Daarnaast wordt aan de Ontwikkelleidraad een tekening toegevoegd met alle bomen in het gebied. Bij de uitgifte van kavels en de ontwikkeling van de kavels dient rekening met de bomen gehouden worden en dienen deze, indien deze niet behouden kunnen blijven, verplaatst danwel gecompenseerd te worden in het plangebied.

4.4.2 Nota biodiversiteit Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Het doel van de nota is de biodiversiteit in de gemeente Tilburg te verhogen en beter te beschermen. De visie is gericht op twee niveaus. Het eerste niveau is de flora & fauna, het tweede niveau is gericht op de mensen. Voor de flora en fauna wordt ingestoken op drie strategieën, namelijk vergroten, verbinden en versterken. Voor de realisatie van duurzame habitatnetwerken zal vaak gekozen worden voor een combinatie van deze strategieën. In de eerste plaats is dat het vergroten van leefgebieden. In de tweede plaats kan een duurzaam netwerk ontstaan door gelijksoortige leefgebieden met elkaar te verbinden. Tenslotte kan ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van leefgebieden. Voor de mensen is natuurbeleving vooral ook van belang in de stad. Door middel van de groene lijnen en de groene gebieden in de stad, kunnen we dicht bij huis ook genieten van de natuur. Als de groene lijnen en groene gebieden helemaal op orde zijn kunnen de planten en dieren tot in de tuin of op het balkon waargenomen worden.

Werklandschap Wijkevoort 2020

32

In de nota worden vijf verschillende landschapstypen onderscheiden (agrarisch landschap, beekdallandschap, heide‐ en boslandschap, landgoederenzone en stedelijk gebied). Per landschapstype wordt een algemene beschrijving gegeven met bijbehorende doelstellingen, maatregelen en knelpunten. Doelstellingen nota biodiversiteit 1. De achteruitgang van de biodiversiteit stoppen vanaf 2010, voor het buitengebied én het bebouwde gebied. In het voorjaar van 2010 is met een nulmeting bepaald aan de hand van de flora en faunagegevens die voor handen zijn. Hierna kan jaarlijks de verandering in de biodiversiteit worden bijgehouden. 2. Biodiversiteit 'tot aan de voordeur'. Biodiversiteit verhogen in het openbaar gebied waardoor het letterlijk tot aan de voordeur/ de voortuin van de bewoners van Tilburg komt. 3. In 2020 zijn 50% van alle aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom ten gunste van de biodiversiteit. Zo veel mogelijk gebruik maken van autochtoon plantmateriaal met een aanvulling van soorten die een bijdrage leveren aan biodiversiteit door middel van bv. nestgelegenheid, voedsel en/of schuilgelegenheid. In 2016 is aanvullend op bovenstaand groenbeleid de 'agenda groen in de stad' vastgesteld (college 19‐07‐2016).

De 'agenda groen in de stad' gaat samen met het 'beheerbeleidsplan Groen op Niveau' en de nota's groen en biodiversiteit (en het hieruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma groen en biodiversiteit) over de toekomst van groen in de stad in inhoudelijke‐ en financiële zin. Er wordt aangegeven welke kaders gehanteerd worden om de impuls voor groen in de stad, conform het collegeakkoord en de omgevingsvisie Tilburg 2040, goed in te zetten. Uitgangspunt is het 'kleine en het grotere groen, voldoende bereikbaar voor iedereen'. Belangrijk hierbij zijn beleving van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Essentieel is de kaart Stadsnatuur 2040. Op deze kaart staan de ecologische structuren en zones, stapstenen en ecologische corridors in de stad. Deze zijn nodig om de biodiversiteit in de stad te versterken en op het juiste niveau te krijgen (voor biodiversiteit ligt de nadruk op het realiseren van ontbrekende schakels, het toepassen van biodiverser groen en ecologisch beheer). De bebouwde omgeving van Wijkevoort fungeert als een samenhangend ecosysteem, bestaande uit een diversiteit aan hoogwaardige biotopen. Deze biotopen bieden enerzijds ruimte aan plant‐ en diersoorten van halfopen agrarisch gebied die van oorsprong in Wijkevoort thuishoren, maar bieden ook kansen voor compleet nieuwe habitats.

De verstorende effecten door menselijke/ industriële/logistieke activiteit wordt zoveel mogelijk beperkt. In de Ontwikkelleidraad staan de natuurdoelen, de biotopen en de doelsoorten en staan voorbeelden op welke wijze de biodiversiteit in het Werklandschap bevorderd kan worden. Door de aanleg van het Groenblauw raamwerk en de eis opgenomen van natuurinclusief bouwen draagt het plan bij aan de biodiversiteit. Natuurinclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden.

4.5 Bedrijvigheid 4.5.1 Toekomstbestendige werklocaties 2021-2025 De Tilburgse economie heeft in de afgelopen decennia een behoorlijke groei doorgemaakt en sterk ontwikkeld: <0000>

<0000>

<0000>

<0000>

Voor bedrijventerreinen geldt dat de in 1998 geplande terreinen vrijwel volledig zijn ingevuld, met uitzondering van Wijkevoort. De logistieke sector is voor bedrijventerreinen in toenemende mate een ruimtevrager geweest, mede door de regionale functie die Tilburg en Waalwijk vervullen met hun werklocaties en de ligging op de goederencorridor Rotterdam ‐ Tilburg ‐ Duitsland. Het is met de huidige krapte op de arbeidsmarkt steeds belangrijker om talent aan Tilburg te binden en in te spelen op de veranderende behoeften van deze (potentiële) werknemers. De druk op de woningmarkt is hoog en daarbij vragen ontwikkelingen zoals de energietransitie en de omschakeling naar een circulaire economie ook om ruimte. Dit vraagt om een meer integrale kijk op onze verstedelijkingsopgaven. Het bestuursakkoord "Gezond en gelukkig Tilburg" zet nadrukkelijk een lijn uit waarin we ook in ons economisch beleid niet alleen kijken naar het faciliteren van materiële welvaart en welzijn, maar kijken naar een brede welvaart, waarin we ook de kwaliteit van leven en de leefomgeving meenemen.

Werklandschap Wijkevoort 2020

33

<0000>

<0000>

Het maatschappelijk debat neemt bovendien toe over de economische toegevoegde waarde en de regionale inbedding van de bedrijven die zich in Tilburg vestigen en de consequenties voor het landschap. Tot slot veranderen de vestigingscriteria ook onder invloed van de transitie naar circulaire economie, verslimming en versnelling door digitalisering en robotisering en de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid zoals smart industry, smart logistics en smart services (next economy).

De huidige constateringen, ontwikkelingen en maatschappelijke context zorgen ervoor dat er in toenemende mate behoefte was aan een kwalitatieve visie op de Tilburgse werklocaties. Enerzijds omdat de beschikbare ruimte veel beperkter is en meer onder druk staat, anderzijds omdat de vestigingscriteria voor bedrijven aan het veranderen zijn onder invloed van de verduurzamingsopgaven, de transitie naar een circulaire economie en verslimming door digitalisering en robotisering en de ontwikkeling van nieuwe sectoren zoals smart industry, smart logistics en smart services. Deze genoemde ontwikkelingen maken samen de Next Economy, een verzamelbegrip voor diverse trends en ontwikkelingen die tot substantiële veranderingen in de economie leiden. Met de nota toekomstbestendige werklocaties heeft Tilburg een: <0000> overkoepelende visie op en beleid voor de ontwikkeling van bestaande en nieuwe werklocaties; <0000> een handvat voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven; <0000> overzicht van bestaand beleid dat betrekking heeft op werklocaties. De nota onderscheidt een aantal macro‐economische trends die van invloed zijn op de toekomstige vraag naar werklocaties, zowel kwalitatief (het type locaties) als kwantitatief (omvang / aantal werklocaties).

<0000> Automatisering en digitalisering <0000> Behoefte aan informele werkmilieus en functiemenging <0000> Opkomst van nieuwe vormen van distributie <0000> Flexibiliteit in bedrijfsvoering <0000> Duurzaamheid en transitie richting circulaire economie <0000> Nieuwe vormen van mobiliteit en bereikbaarheid Kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van vraag en aanbod in Midden‐Brabant laten zien dat het voor de toekomstbestendigheid van de Tilburgse en regionale economie noodzakelijk is Wijkevoort te ontwikkelen. Tilburg en de regio richten zich op kansrijke sectoren zoals (smart) logistiek, (smart) industrie, productie/assemblage en maintenance, gezamenlijk aangeduid als het modern industrieel en logistiek cluster. Dit is het cluster waarin Tilburgse bedrijven de afgelopen jaren al hebben bewezen dat ze innovatief zijn en telkens weer nieuwe ontwikkelingen kunnen accommoderen. De vernieuwende verbindingen tussen sectoren, zoals onder genoemd, zorgen ook dat in Tilburg veel activiteiten zijn te vinden die toegevoegde waarde kunnen creëren in de keten van productontwikkeling tot levering van het eindproduct. Door op Wijkevoort te voorzien in ruimte voor deze ontwikkelingen wordt de economische structuur van Tilburg en de regio verbreed en versterkt.

Wijkevoort draagt zo bij aan de economische ontwikkeling, behoud van en duurzame groei van nieuwe werkgelegenheid voor lager‐ en middelbaar opgeleide werknemers als ook voor hoger opgeleiden. De crossovers/samensmelting van industrie en logistiek en het anticiperen op datgene wat ook in de provinciale prognoses wordt gesignaleerd, wordt op Wijkevoort geaccommodeerd. We zetten in op een werklandschap waar logistieke en moderne industriële bedrijvigheid verbonden wordt, en waar ook ingezet wordt op ruimte voor innovatie en samenwerking tussen gevestigde bedrijven in de stad en regio. Daarbij is betrokkenheid van kennisinstellingen en bedrijven die zich richten op enabling technologies en services een belangrijke component. Wijkevoort wordt daarmee een vooruitstrevende locatie waarin vernieuwende bedrijfsprocessen en samenwerkingsconcepten moeten gaan ontstaan die bijdragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling van de logistieke (smart logistics) en industriële (smart industry) bedrijvigheid in Tilburg en de regio. Oftewel, innovaties en kennisontwikkeling die ontstaan in Wijkevoort, zullen een spill over effect hebben voor de regio doordat Wijkevoort en de daar gevestigde bedrijven een sterke verbinding vormen met het regionale netwerk van logistieke en industriële bedrijvigheid en kennisinstellingen.

Daarmee wordt ook uitvoering gegeven aan de doelstelling uit het regionale economisch ontwikkelprogramma dat vastgelegd is in de Strategische meerjarenagenda Hart van Brabant: "We investeren in het behouden en versterken van onze positie als topregio in de (inter)nationale logistiek door te verslimmen en verduurzamen".

Werklandschap Wijkevoort 2020

34

4.6 Verkeer en parkeren Mobiliteitsaanpak Tilburg: samen op weg naar 2040 De Mobiliteitsaanpak Tilburg heeft tot doel om voor de stad Tilburg een duurzaam verkeers‐ en vervoerssysteem te realiseren. Tilburg wil een attractieve, leefbare en gezonde stad zijn. Maar ook een stad met een goed vestigingsklimaat en gelijke kansen voor iedereen. De mobiliteit staat ten dienste daarvan. Slimme technologie, gedrag en samenwerking meer in balans brengen en infrastructuur zijn speerpunten uit het nieuwe beleid. Tilburg wil toonaangevend zijn op het gebied van mobiliteitsveranderingen. Dit wordt gedaan door het centraal stellen van de gebruiker en door het inzetten op samenwerking, gedrag, technologie en infrastructuur. Tilburg gaat meer investeren in het stimuleren van lopen en fietsen, marketing & gedrag en slimme toepassingen van technologie. Het nieuwe beleid is erop gericht dat voetgangers meer ruimte krijgen. Daarnaast is de fiets het vervoermiddel bij uitstek in de stad, maar ook steeds meer voor grotere afstanden in de regio. Deze ontwikkelingen vragen om nieuwe fietsroutes met meer kwaliteit. Technologie wordt ook gebruikt om verkeer zoveel mogelijk over de tangenten, ringbanen en cityring te leiden. Doel daarvan is om de Tilburgse verblijfsgebieden zoveel mogelijk vrij van doorgaand gemotoriseerd verkeer te houden.

De gemeente gaat ook experimenteren in zogenoemde Tilburgse proeftuinen. Dit is het beginpunt van een nieuwe werkwijze waarbij we samen met de stad en de gebruiker gaan werken aan de bereikbaarheid van onze stad en regio. Verkeersontsluiting: Omliggende wegenstructuur: De locatie Wijkevoort ligt in buitengebied Tilburg zuidwest en valt binnen het stadsregionaal park Stadsbos 013. In dat gebied liggen enkele landbouwwegen, welke enkel bedoeld zijn als lokale ontsluiting. Aan de oostzijde ligt de Gilzerbaan, een secundaire verbindingsweg tussen Tilburg en Gilze. Deze weg is gecategoriseerd als erftoegangsweg type I buiten de bebouwde kom. Aan de westzijde ligt de Burgemeester Letschertweg, de N260. Aan de zuidzijde ligt de A58. Beiden maken onderdeel uit van de hoofdstructuur in het wegennet van Tilburg en vormen samen met de N261 en de A65 de buitenste ring rond Tilburg. Ontsluiting van het plangebied: Voor een goede ontsluiting van het gebied wordt Wijkevoort door middel van twee aansluitingen op de hoofdstructuur ontsloten. Dit is noodzakelijk om de hoeveelheid verkeer dat door het gebied wordt gegenereerd af te kunnen wikkelen en het garandeert de bereikbaarheid van het gebied. De ontsluiting van het terrein vindt rechtstreeks plaats op de N260. Er komt geen aansluiting voor autoverkeer op het achtergelegen buitengebied en Stadsbos 013.

Aan de oostzijde komt aan de Gilzerbaan geen ontsluiting van het bedrijventerrein. Ter plaatse kan in de toekomst alleen een noodontsluiting komen, welke als calamiteitenroute dient. Bij het ontsluitingsplan zal rekening gehouden worden met het feit dat er in het bestaande buitengebied meerdere bedrijven aanwezig zijn, welke in de huidige situatie via de Hultenseweg ontsloten worden. De bereikbaarheid van die bedrijven wordt gegarandeerd, waarbij onnodig omrijden zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Om de doorstroming op de N260 te waarborgen komen er geen nieuwe aansluitingen op deze weg en wordt gebruik gemaakt van bestaande kruispunten. Op de N260 liggen ter hoogte van het toekomstige Wijkevoort twee kruispunten: 1. De aansluiting van de Hultenseweg welke als volledige viertaks kruising is vormgegeven. 2. De aansluiting van de huidige Burgemeester Ballingsweg, N260A. De kruising is voorzien van een aansluiting voor landbouwverkeer. De locatie van deze kruising is in verband met de aanvliegroute zeer strak bepaald in overleg met vliegbasis Gilze Rijen. Interne ontsluiting: De wegenstructuur op het bedrijventerrein moet dusdanig zijn vormgegeven dat de bereikbaarheid van alle percelen op het bedrijventerreinterrein altijd geborgd is.

Ter hoogte van het Wijckermeer vormt de bestaande groenstructuur en het meer een beperking voor het inpassen van een flexibele ontsluitingsstructuur. Om de

Werklandschap Wijkevoort 2020

35

bereikbaarheid van het bedrijventerrein te garanderen wordt ter plaatse een flexibele infrastructurele oplossing gerealiseerd. Ter plaatse wordt een dubbele rijbaan gerealiseerd met een brede middenberm. Beide rijbanen worden dusdanig uitgevoerd dat ze in geval van calamiteit in twee richtingen bereden kunnen worden. De Hultenseweg blijft beschikbaar als lokale ontsluitingsweg. Om te voorkomen dat er verkeer van en naar het bedrijventerrein via de Hultenseweg gaat rijden, zal de Hultenseweg niet worden aangesloten op de ontsluitingsstructuur van het bedrijventerrein. De kruising van beide wegenstructuren wordt dusdanig vormgegeven dat er geen uitwisseling plaats kan vinden. Infrastructuur ten behoeve van de ontsluiting: In 2019 en 2020 is door bureau Goudappel Coffeng ten behoeve van de Milieu effect rapportage een verkeerskundige doorrekening gemaakt van de gevolgen van de ontwikkeling van bedrijventerrein Wijkevoort (Uitgangspunten Wijkevoort, 2 maart 2020 en Kruispuntenanalyse Wijkevoort, 2 maart 2020). Bijlage 1 en 2 van bijlage 15 De ontwikkeling van bedrijventerrein Wijkevoort zorgt voor veranderende verkeersstromen in het plangebied. Het effect van de verkeersstromen op de mate van verkeersafwikkeling op de kruispunten in het plangebied is in beeld gebracht. 1. Kruispunt N260 (Burgemeester Letschertweg) ‐ N282 (Bredaseweg). 2.

Kruispunt N260 (Burgemeester Letschertweg) ‐ N260A (Burgemeester Ballingsweg). 3. Kruispunt N260 (Burgemeester Letschertweg) ‐ Nerhoven ‐ Hultenseweg. 4. Kruispunt N260 (Burgemeester Letschertweg) ‐ op‐/afrit A58.

Ten behoeve van de afweging is een berekening gemaakt voor het planjaar 2030 van de autonome situatie, de situatie van een bedrijventerrein van 30 hectare en de situatie van een bedrijventerrein van 80 hectare. In de berekening is daarbij uitgegaan van het worst case scenario, het scenario dat de meeste verkeersbewegingen genereert. Kruispunt 1: N260 – N282 De kruising kan binnen de voorziene vormgeving in de autonome situatie en bij de ontwikkeling van 30 hectare bedrijventerrein het verkeer goed verwerken. Bij de ontwikkeling van 80 hectare bedrijventerrein moet er een extra rijstrook worden gerealiseerd, linksaf op de noordelijke tak van de N260 (richting 12). Kruispunt 2: N260 ‐N260A De voorziene vormgeving van de kruising kan volgens de berekeningen het verkeer in de autonome situatie niet afdoende afwikkelen. Daarvoor is een extra rijstrook nodig op de noordelijke tak van de N260, in zuidelijke rijrichting (richting11). Bij de ontwikkeling van 30 hectare bedrijventerrein moet er op de N260 een rijstrook worden toegevoegd ten behoeve van het afslaan naar Wijkevoort. Daarvoor is zowel een rechtsafstrook nodig vanuit zuidelijke richting (richting 4), als een linksafstrook vanuit noordelijke richting (richting 12). Daarnaast moet er aan de zuidzijde een fietsoversteek worden ingepast. Met deze vormgeving kan het verkeer goed verwerkt worden door de kruising.

Werklandschap Wijkevoort 2020

36

Bij de ontwikkeling van 80 hectare bedrijventerrein kan de kruising, zoals die voor 30 hectare bedrijventerrein noodzakelijk is, het verkeer goed verwerken. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. Kruispunt 3: N260 – Nerhoven ‐ Hultenseweg Met de huidige vormgeving kan de kruising, in de autonome situatie, het verkeer onvoldoende verwerken. Om de afwikkeling te garanderen is het toevoegen van een rechtdoorstrook op de N260 op de zuidelijke tak, in noordelijke richting (richting 5) noodzakelijk. Bij de ontwikkeling van 30 hectare bedrijventerrein moet er ook op de noordelijke tak, in zuidelijke richting, een extra rechtdoorstrook (richting 11) noodzakelijk. Bij de ontwikkeling van 80 hectare bedrijventerrein is er bovenop de maatregelen bij 30 hectare, nog een extra linksafstrook op de Hultenseweg (richting 3) nodig, als een extra rechtafstrook vanaf de N260 naar de Hultenseweg (richting 4). Kruispunt 4: N260 – op/afrit A58 Met de huidige vormgeving kan de kruising, in de autonome situatie, het verkeer onvoldoende verwerken. Om de afwikkeling te garanderen is het toevoegen van een extra rechtsafstrook vanaf de westelijke afrit A58 (richting 1) noodzakelijk én het toevoegen van een extra linksafstrook vanaf de westelijke afrit A58 (richting 9).

Bij de ontwikkeling van 30 hectare bedrijventerrein is ook een extra linksafstrook op de noordelijke N260, richting A58 (richting 12), noodzakelijk. Bij de ontwikkeling van 80 hectare bedrijventerrein kan de kruising, zoals die voor 30 hectare bedrijventerrein noodzakelijk is, het verkeer goed verwerken. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. Relatie transportterminals Tilburg noord Op bedrijventerreinen in het noorden van Tilburg liggen een bargeterminal en een railterminal. Deze zijn vanaf Wijkevoort goed en rechtstreeks bereikbaar via de N260. Met de aanpassingen aan de infrastructuur, zoals die benoemd zijn, is een maximale uitwisseling tussen Wijkevoort en de terminals af te wikkelen. Ook bij een groei van te terminals met 5% is de afwikkeling geborgd. Snelheidsregime: Wijkevoort zal binnen de bebouwde kom komen te liggen. De wegen worden dan gecategoriseerd als "weg op bedrijventerrein" met bijbehorende maximum snelheid van 50 km/h. Daartoe dient nog een verkeersbesluit genomen te worden. Vooralsnog is in de berekeningen rekening gehouden met ligging buiten de bebouwde kom en bijbehorende snelheid van 60 km/h. Fietsroutes: Fietsverkeer krijgt op het bedrijventerrein een eigen ontsluiting parallel aan de ontsluiting voor het gemotoriseerd verkeer.

De Hultenseweg blijft ook functioneren als belangrijke fietsverbinding en is in het fietsroutenetwerk van de gemeente Tilburg opgenomen als secundaire fietsroute. Ter hoogte van de kruispunten met de N260 worden in de verkeerslichtenregelingen aparte fietsoversteken opgenomen. Voor het overige liggen er grenzend aan het gebied in Stadsbos013 meerdere recreatieve fietsroutes. Voetgangers: Indien er aanleiding voor is moet er worden voorzien in de aanleg van voetpaden. Aanleidingen kunnen zijn parkeerplaatsen in openbaar gebied, centraal gelegen voorzieningen ten behoeve van de bedrijven, maar ook recreatieve paden voor de bereikbaarheid van het Wijckermeer en omliggende groenstructuur. Op plaatsen waar fietspaden worden gerealiseerd kunnen voetgangers gebruik maken van deze paden. Openbaar vervoer: Het gebied is zeer beperkt bereikbaar met Openbaar vervoer. Op de Burgemeester Letschertweg rijdt streeklijn 130/131. Er ligt geen halte binnen acceptabele loopafstand. De bedrijven worden uitgedaagd om schoon en gecombineerd vervoer voor de medewerkers te stimuleren. Laden en lossen: Manoeuvreren en laden en lossen zal plaatsvinden op eigen terrein. Bij een selectieve toegang van transporteurs op eigen terrein mag er niet op de openbare weg opgesteld worden om het terrein op te kunnen.

Werklandschap Wijkevoort 2020

37

Parkeren: Parkeren van zowel personenauto’s als logistiek verkeer moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan het vigerend parkeerbeleid van de gemeente Tilburg en concreet aan de vastgestelde normen van de gemeente Tilburg zoals vastgelegd in de parkeernotitie gemeente Tilburg 2017. (bijlage 26 ) Het aantal parkeerplaatsen voor vrachtverkeer is afhankelijk van de benodigde plek voor een goede bedrijfsvoering. In openbaar gebied mag alleen geparkeerd worden op de daarvoor gerealiseerde en aangewezen parkeerplaatsen. Er wordt naar gestreefd om een parkeerverbod voor de openbare wegen in te voeren. Dit staat los van het bestemmingsplan en is een verkeersbesluit. Fietsstalling plaatsen: Goede voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn nodig om het fietsgebruik te stimuleren. Bij de bouwontwikkeling dient een inschatting van de behoefte aan stallingsvoorzieningen te worden gemaakt op basis van de kencijfers uit de Leidraad Fietsparkeren van de CROW (zie de CROW Kennisbank). Deze verwachte stallingbehoefte beschouwen wij als een richtlijn. Bij het indienen van een vergunningsaanvraag voor een bouwplan dient de initiatiefnemer aan te geven op welke manier wordt voorzien in voldoende fietsstallingsvoorzieningen.

Het blijft aan de gemeente om op basis van de onderbouwing bij een vergunningaanvraag te beoordelen in welke mate in de stallingsbehoefte wordt voorzien. Fietsen van werknemers en bezoekers moeten gestald worden op eigen terrein waarbij de fietsstallingen zo dicht mogelijk bij de entrée moeten liggen. Hiervoor moet het eigen terrein bereikbaar zijn met de fiets.

Werklandschap Wijkevoort 2020

38

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan.

5.1 Milieueffectrapport 5.1.1 Procedure In de Wet milieubeheer (Wm) en het bijbehorende Besluit m.e.r. zijn activiteiten aangewezen waarvoor een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Categorie D 11.3 van het Besluit m.e.r. gaat over de aanleg van een industrieterrein. De ontwikkeling van Wijkevoort wordt als zodanig beschouwd. De omvang van het totale terrein bedraagt ongeveer 110 hectare bruto (80 hectare netto) waardoor de drempelwaarde uit kolom 2 wordt overschreden. Tevens is het bestemmingsplan in kolom 3 benoemd. Omdat aan al deze voorwaarden is voldaan is sprake van een m.e.r.‐plichtig plan en is het uitvoeren van een milieueffectrapportage voor het bestemmingsplan Wijkevoort noodzakelijk. Dit bestemmingsplan gaat weliswaar over 44,6 ha uitgeefbare grond maar omdat het Masterplan over het totale gebied gaat is er een MER gemaakt voor het totale gebied. De m.e.r.‐procedure is gestart met de terinzagelegging van een concept notitie reikwijdte en detailniveau van 10 april tot en met 22 mei 2017. De notitie reikwijdte en detailniveau geeft de kaders en richting van het op te stellen MER weer. Deze start is gepubliceerd in Gemeenteblad, Staatscourant en op de gemeentelijke website. In de omgeving van het plangebied zijn bewonersbrieven verspreid en andere overheden en instanties zijn schriftelijk geïnformeerd.

Daarnaast is op 18 april 2017 een inloopavond georganiseerd. Iedereen is in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op de concept‐notitie en de wettelijke adviseurs en andere belanghebbende organisaties konden hun advies uitbrengen. In deze fase van de procedure kon een reactie alleen betrekking hebben op wat moet worden onderzocht in het MER. Er zijn 38 zienswijzen ingediend, welke bij de definitieve vaststelling van de notitie reikwijdte en detailniveau zijn behandeld en beantwoord. Na raadpleging van de raadscommissie Vestigingsklimaat heeft het college van burgemeester en wethouders op 6 juli 2017, mede op basis van de ingekomen zienswijzen en adviezen, de notitie reikwijdte en detailniveau voor bedrijventerrein Wijkevoort definitief vastgesteld. Deze notitie diende als basis voor het opstellen van het MER. 5.1.2 Inhoud milieueffectrapport Het MER is opgesteld om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over dit bestemmingsplan. Met behulp van kennis over de milieueffecten kan het werklandschap zo goed mogelijk worden ingepast in de omgeving. Het MER is als bijlage 8 toegevoegd aan deze toelichting. In hoofdstuk 2 van het MER wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het project. Ook worden in dit hoofdstuk het probleem (nut en noodzaak), de doelstellingen, kaders en randvoorwaarden voor Wijkevoort geschetst.

In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de totstandkoming van de alternatieven en varianten en wordt de referentiesituatie (het nulalternatief) beschreven. De effectbeschrijving en ‐beoordeling van de alternatieven en varianten worden in hoofdstuk 4 behandeld. In hoofdstuk 5 worden de alternatieven en varianten vergeleken en wordt het voorkeursalternatief beschreven. In hoofdstuk 6 worden respectievelijk de leemten in kennis en de evaluatie van het MER uitgewerkt. 2 alternatieven De doelstelling om een aantrekkelijk werklandschap met een sterk groenblauw fundament met aandacht voor cultuurhistorische kwaliteiten te realiseren is vertaald in twee inrichtingsalternatieven: 1. Wijkevoort compact; 2. Wijkevoort verspreid. Beide alternatieven bieden de mogelijkheid om maximaal 80 ha aan bedrijventerrein te ontwikkelen. Binnen ‘Wijkevoort compact’ wordt deze 80 ha in een kleiner gebied ontwikkeld dan in het alternatief ‘Wijkevoort verspreid’. Het betreft bij het compacte alternatief dus een bedrijventerrein waarbij de bedrijven meer aaneengesloten bij elkaar zullen liggen. De doelstelling om binnen deze twee inrichtingsalternatieven een economisch hoogwaardig modern werklandschap te ontwikkelen is vervolgens in vier varianten uitgewerkt, namelijk: a. Variant logistiek 1: 80% logistiek, 20% industrie – onder de noemer ‘80L20I’; b.

Variant logistiek 2: 100% logistiek, 0% industrie – onder de noemer ‘100L0I’;

Werklandschap Wijkevoort 2020

39

c. Variant moderne industrie 1: 80% industrie, 20% logistiek – onder de noemer ‘20L80I’; d. Variant moderne industrie 2: 100% industrie, 0% logistiek – onder de noemer ‘0L100I’. Onderzochte effecten De volgende effecten met de bijbehorende thema zijn beschreven en beoordeeld. <0000> verkeer: bereikbaarheid en verkeersveiligheid; <0000> gezondheid: geluid, luchtkwaliteit, geurhinder en externe veiligheid; <0000> woon‐, werk‐ en leefomgeving: verandering in werkgelegenheid, gedwongen vertrek, visuele hinder in de woonomgeving en kwaliteit van de woonomgeving: <0000> natuur: Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant en flora & fauna; <0000> landschap, cultuurhistorie en archeologie landschappelijke waarden: cultuurhistorische waarden, ruimtelijk‐visuele kwaliteit en belevingswaarde, recreatie en archeologische waarden; <0000> klimaat en energie: klimaatadaptatie en duurzame energievoorziening; <0000> water en bodem: bodem, grond‐ en oppervlaktewaterkwaliteit en grond‐ en oppervlaktewaterkwantiteit Conclusie effectbeoordeling Voor de milieueffecten worden de effecten op het verkeer, gezondheid en natuur als het meest bepalend gezien. De negatieve effecten op natuur zijn vanwege de grote omvang van het bedrijventerrein en de sprong over de Hultensche Leij het grootste bij alternatief ‘Wijkevoort verspreid’.

De varianten 80L20I, 100L0I, 20L80I en 0L100I zijn voor het milieuaspect natuur niet onderscheidend. Op het vlak van geur wordt het alternatief ‘Wijkevoort compact’ positiever beoordeeld omwille van de lagere maximale geurbelasting in het plangebied. Beide alternatieven komen binnen de geurcontour van veehouderij INDR 35107 te liggen. De overlap van het plangebied met deze geurcontour is binnen het alternatief ‘Wijkevoort verspreid’ groter door de sprong over de Hultensche Leij. De sprong over de Hultensche Leij aan de oostzijde van het plangebied heeft geen invloed op omliggende veehouderijen. Dit maakt deze oostelijke sprong goed mogelijk binnen een eventueel voorkeursalternatief. Wat de externe veiligheid betreft is het juist goed om werknemers te spreiden over een groter gebied, verder weg van de aanwezige gasleiding. Hierdoor wordt de variant ‘Wijkevoort verspreid’ wat betreft externe veiligheid positiever beoordeeld. De toename in verkeersintensiteit is voor beide alternatieven gelijk, aangezien het in beide gevallen gaat om 80 ha uitgeefbaar bedrijventerrein. Wel legt deze ontwikkeling druk op het omliggende wegennet. Bij een mogelijke herinrichting van naastgelegen kruispunten dient hiermee rekening te worden gehouden. Voor de varianten van 30 ha geldt uiteraard een minder grotere verkeersontwikkeling en daardoor een kleinere druk om het omliggende wegennet.

Omwille van de economische haalbaarheid is een variant van alleen 30 ha echter niet wenselijk. Op basis van de milieueffecten kan er geconcludeerd worden dat de voorkeur ligt bij een combinatie van alternatief ‘Wijkevoort compact’ en ‘Wijkevoort verspreid’. Enkele elementen laten ‘Wijkevoort verspreid’ beter scoren dan ‘Wijkevoort compact’, zoals de spreiding over een groter gebied met het oog op externe veiligheid. Ook de ontwikkeling van een groenblauw netwerk met ruimte voor wadi’s en helofytenfilters is kansrijker in de verspreide variant. Op veel andere aspecten scoort ‘Wijkevoort compact’ positiever. Dit bestemmingsplan heeft als basis het voorkeursalternatief voor Werklandschap Wijkevoort. Dit voorkeursmodel lijkt in grote mate op het alternatief ‘Wijkevoort verspreid’ minus de sprong over de Hultensche Leij ten westen van het Wijkermeer.

5.2 Milieuhinder bedrijven Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG‐brochure Bedrijven en Milieuzonering. De VNG brochure is een richtlijn en vormt geen wettelijk kader. Er is voor deze richtlijn gekozen omdat er verder geen goede andere richtlijnen of kaders voorhanden zijn om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG‐uitgave staan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelsgrens (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ´rustige woonwijk´. Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden.

Werklandschap Wijkevoort 2020

40

Binnen de voorgenomen ontwikkeling is nog niet exact bekend welke specifieke bedrijven er gevestigd zullen worden op bedrijventerrein Wijkevoort. Binnen het bestemmingsplan is wel opgenomen wat de maximale milieu categorieën zich op het terrein kunnen vestigen en op welke locaties. I De maximale milieucategorie van de bedrijven binnen het plangebied is weergegeven op de verbeelding en genoemd in de bestemmingsplanregels waarbij de maximale categorie vastgesteld is op 3.2. met een afwijking naar 4.1 en 4.2, waarbij wel voldaan moet worden aan de richtafstanden ten opzichte van gevoelige bestemmingen voor de onderdelen geur en geluid conform de milieucategorie 3.2. Voor de voorgenomen ontwikkelingen op Wijkevoort geldt dat er binnen de richtafstanden bedrijven en milieuzonering van de VNG geen woningen zijn gelegen. Dit betekent dat er voor Bedrijven en Milieuzonering op basis van de richtafstanden geen belemmering is voor het plan, waarbij uitgegaan is van het omgevingstype "rustige woonwijk". Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht.

Aanleiding hiervoor was het RIVM‐onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden‐ aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM. De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte‐woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3. met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10731255/1