04 Bijlage 2b toelichting
Tekst van het document
GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte
BESTEMMINGSPLAN Werklandschap Wijkevoort 2020 Toelichting met bijlagen
Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2017028-b001
23 maart 2021
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 1.2 Aanleiding tot planontwikkeling 2 1.1 Het plangebied 2 1.3 Voorgaande plannen 3 Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 4 2.1 Ruimtelijke structuur 4 2.2 Functionele structuur 5 2.3 Technische infrastructuur 7 Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 8 3.1 Inleiding 8 3.2 Rijk 8 3.2.4 Crisis- en herstelwet 12 3.3 Provincie 14 3.3.1 Brabantse omgevingsvisie 14 3.3.2 Interim omgevingsverordening 15 3.4 Gemeente 16 Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 19 4.1 Inleiding 19 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 19 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 24 4.4 Groen 30 4.5 Bedrijvigheid 32 4.6 Verkeer en parkeren 34 Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 38 5.1 Milieueffectrapport 38 5.2 Milieuhinder bedrijven 39 5.3 Externe veiligheid 40 5.4 Vuurwerk 42 5.5 Geluid 42 5.6 Lucht 44 5.7 Geur 45 5.8 Bodem 45 5.9 Natuur en ecologie 47 Hoofdstuk 6 Wateraspecten 54 6.1 Voorgenomen ontwikkeling 54 6.2 Beleidskader 54 6.3 Duurzaam watersysteem 54 6.4 Watertoets 57 Hoofdstuk 7 Opzet planregels 58 7.1 Inleiding 58 7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels 58 7.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels 58 7.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels 59 7.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 62 Hoofdstuk 9 Vooroverleg en omgevingsdialoog 63 9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 63 9.2
Omgevingsdialoog 63 9.3 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 64 9.4 Zienswijzen 64
61
Toelichting
Werklandschap Wijkevoort 2020
1
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Tilburg is samen met Waalwijk een logistieke topregio in Nederland en Europa. Op dit moment is er in Tilburg/Waalwijk een grote aanhoudende vraag vanuit de markt naar (zeer) grootschalige kavels, terwijl het concrete aanbod beperkt is. Regionaal is (onder andere) afgesproken om in Tilburg met de locatie Wijkevoort ruimte te bieden aan functioneel grootschalige bedrijvigheid, waarmee het ontwikkel‐ en groeiperspectief van bestaande en nieuwe bedrijven wordt gefaciliteerd. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 17 oktober 2016 aan het college van burgemeester en wethouders de opdracht gegeven om een integraal Masterplan voor Wijkevoort op te stellen. Dit Masterplan is op 5 februari 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Op 21 september 2020 heeft de raad de nota Toekomstbestendige werklocaties vastgesteld en onder andere besloten om prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van Wijkevoort tot innovatief modern industrieel en logistiek werklandschap. Het totale Werklandschap Wijkevoort bedraagt 80 ha uitgeefbaar bedrijventerrein. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de eerste fase van 44,6 hectare uitgeefbare grond, waarvan 7,3 ha op de bedrijfskavels ingericht wordt in het kader van het Groen‐Blauwe raamwerk.
1.2 Het plangebied Het plangebied ligt aan de zuidwestkant van Tilburg en wordt globaal begrensd door de rijksweg A58 aan de zuidzijde, de Burgemeester Letschertweg (N260) aan de westzijde en de waterloop de Hultense Leij en Hultenseweg aan de noordzijde, de Hultenseweg en de oostelijke grens van het Wijkermeer aan de oostzijde, aangevuld met het bouwvlak van Prinsenhoef 2, de Hultense Leij, en 2 percelen nabij de Gilzerbaan. In het plangebied ligt het Wijckermeer. Het Wijckermeer is aangelegd in de jaren '70 ten behoeve van de aanleg van de A58. Het meer behoort tot het provinciaal beschermde NatuurNetwerkBrabant (NNB). Net ten oosten van de Burgemeester Letschertweg ligt de ecologische verbindingszone de Groote Leij. Ook de Hultense Leij is een ecologische verbindingszone. Het gebied is goed bereikbaar via de A58 en de Burgemeester Letschertweg en grenst aan de terreinen van vliegbasis Gilze en Rijen en de bedrijventerreinen Midden‐Brabant Poort en Broekakkers (gemeente Gilze en Rijen).
Belangrijke functies in de omgeving van het plangebied zijn: <0000> vliegbasis Gilze‐Rijen aan de westzijde van het plangebied; <0000> bedrijventerreinen Midden‐Brabant Poort en Broekakkers aan de zuid‐ en zuidwestzijde van het plangebied; <0000> de kern Gilze ten zuidwesten van het plangebied; <0000> de kern Hulten ten noordwesten van het plangebied; <0000> de woonwijk Tilburg Reeshof ten noorden van het plangebied; <0000> het Stadsbos013; <0000> de verspreid liggende woningen en de (agrarische) bedrijven in de omgeving van het plangebied (het buitengebied Zuid‐West / gebied Klein Tilburg); <0000> het Wijkerbos.
Werklandschap Wijkevoort 2020
2
ligging plangebied
1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan vervangt (deels) het bestemmingsplan Buitengebied West. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 12 oktober 2009 en onherroepelijk sinds 21 januari 2011. Het plangebied kent in de huidige situatie overwegend een agrarische bestemming met diverse woonbestemmingen en enkele bedrijfsbestemmingen. Het Wijckermeer heeft een waterbestemming. Verder kent het gebied diverse (hoogte‐)beperkingen vanwege het vliegveld Gilze en Rijen, een vrijwaringszone vanwege de A58 en een dubbelbestemming voor de bescherming van eventuele archeologische waarden.
Werklandschap Wijkevoort 2020
3
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt in het uiterste zuidwesten van het buitengebied van gemeente Tilburg. Oudere ijstijdafzettingen zijn hier in het verleden bedekt met een laag dekzand. Wind vanuit de zuidwest‐noordoostelijke richting heeft voor opstuwing gezorgd. Het resultaat hiervan zijn parallel aan elkaar gelegen ruggen en welvingen Op de geomorfologische kaart (zie: onderstaande afbeelding) is dit zichtbaar. Hier zijn duidelijk de dalvormige laagten van de beekdalen van de Hultense Leij en Groote Leij te herkennen. De beekdalen worden begrensd door welvingen en vlakten van dekzand. Het plangebied watert in noordelijke en noordwestelijke richting af.
Uitsnede geomorfologische kaart (Provincie Noord-Brabant, 2005) Landschap Het plangebied is geheel gelegen binnen een jong zandontginningslandschap (zie: onderstaande afbeelding). Het landschap kenmerkt zich door een onregelmatig verkavelings‐ en wegenpatroon. Wegen worden op veel plaatsen begeleid door laanbeplanting. Het landschap als geheel kan mede hierdoor worden beschouwd als een relatief kleinschalig landschap. Ook het bosgebied ten oosten van de Hultenseweg draagt hier sterk aan bij. Bebouwing in het plangebied is deels als linten gerangschikt aan de wegen (o.a. Hultenseweg) binnen het plangebied. Ook verspreide bebouwing komt voor (o.a. Prinsenhoef en Wijkevoort).
Werklandschap Wijkevoort 2020
4
Uitsnede structuurkaart Landschap (Provincie Noord-Brabant, 2007)
2.2 Functionele structuur Het gebied heeft een overwegend agrarisch karakter. Binnen het plangebied liggen geen kernen, maar wel verspreide woningen. Een tweetal beken stroomt door het plangebied: de Hultense Leij en de Groote Leij. Centraal in het plangebied liggen het Wijkerbos en het Wijckermeer. 1. Natuur en bos NatuurNetwerk Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is in beperkte mate natuur aanwezig, die onderdeel uitmaken van het NatuurNetwerkBrabant. Het betreft het Wijckermeer. Ecologische verbindingszones In het plangebied is een tweetal ecologische verbindingszones (EVZ) voorzien, te weten de Hultense Leij en de Groote Leij. Een deel van deze natte ecologische verbindingszones is binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan gelegen.
Werklandschap Wijkevoort 2020
5
2 Landbouw Binnen het plangebied zijn enkele agrarische bedrijven gevestigd. De productieomstandigheden zijn niet erg gunstig door de aanwezigheid van landschapselementen, de onregelmatige verkaveling en de veelal beperkte vochtbeschikbaarheid in de bodem. De situatie met betrekking tot de opvolging op het agrarisch bedrijf is in veel gevallen niet erg gunstig. 3 Recreatie Landschappelijk gezien is het gebied aantrekkelijk voor recreatief medegebruik. Het netwerk van verharde en onverharde paden biedt deze mogelijkheid voor zowel fietsen, wandelen als paardrijden. In het bosgebied zijn ook recreatieve routes aanwezig. In het oosten van het bosgebied ligt een manege. Naast de stalling van paarden is ook het huren van rijpaarden hier mogelijk. Vanaf deze manege kunnen ook huifkartochten worden gemaakt. Bij de waterplas Wijckermeer zijn in principe geen mogelijkheden wat betreft recreatie, met uitzondering van het gebruik van een deel van het meer door een aantal duikverenigingen. Binnen het plangebied is één recreatiewoning aanwezig aan Vosheining 2a. 4 Water In het verleden zijn er plannen geweest om de zandwinplas Wijckermeer en omgeving in te richten als recreatiegebied. De Tilburgse Waterleiding Maatschappij is eigenaar van de plas. 5 Infrastructuur De A58 in het zuiden van het plangebied vormt een transportader van nationaal belang.
De A58 is onderdeel van de goederencorridor A16/A58/A67. De regio Tilburg heeft zich de laatste jaren sterk ontwikkeld als multimodaal knooppunt voor een groot aantal goederen stromen. Dit heeft er toe geleid dat de regio Tilburg tot één van de belangrijkste logistieke hotspots van Nederland behoort. De overige wegen in het gebied hebben een lokale functie. Daarnaast liggen er wat betreft infrastructuur een gasleiding door het plangebied. De Burgemeester Letschertweg (N260) ligt tegen het plangebied aan. Deze weg verbindt de A58 met de N282 en de N261 en vormt hiermee op regionaal niveau een belangrijke verkeersader. De N260 valt deels samen met de westelijke gemeentegrens.
Werklandschap Wijkevoort 2020
6
6 Overige functies Naast de agrarische functie die vooral binnen het plangebied aanwezig is, zijn er ook nog andere bedrijven in de directe omgeving aanwezig. Het gaat om een aannemer, een transport‐ en fouragebedrijf, een hondentrainingsschool, een loonwerkbedrijf, een camping, een manege, diverse B&B's en een luchtballonnencentrum.
2.3 Technische infrastructuur In (de directe omgeving van) het plangebied is sprake van enkele belangrijke technische infrastructurele voorzieningen, waarmee bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden. Zo bevindt zich aan de zuidoostzijde van het Wijckermeer een gasdrukregel‐ en meetstation. Hiervandaan lopen diverse ondergrondse hogedruk aardgasleidingen, namelijk: Leiding A‐531 Z‐528‐03 Z‐528‐01
Diameter 18" 12,76" 12,76"
Ontwerp druk 66,2 bar 40 bar 40 bar
Leidingbeheerder Gasunie Gasunie Gasunie
Leiding A‐531 loopt vanaf het gasdrukregel‐ en meetstation zowel in noordelijke (naar Amercentrale) als in zuidelijke richting. Leiding Z‐528‐03 verbindt dit station met een gasdrukregel‐ en meetstation aan de Dr. Hub van Doorneweg te Tilburg. Deze leiding ligt parallel aan de Rijksweg A58 en verlaat het plangebied aan de oostzijde. Leiding Z‐528‐01 vertrekt vanaf het gasdrukregel‐ en meetstation in westelijke richting en eindigt bij een gasontvangststation in Breda.
Werklandschap Wijkevoort 2020
7
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.
3.2 Rijk 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en <0000> Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI <0000> een klimaatbestendige inrichting van Nederland.
Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; <0000> de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; <0000> de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven‐ en industriegebied; <0000> de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; <0000> het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.
We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; <0000> het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water‐ en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke
Werklandschap Wijkevoort 2020
8
afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gestoeld is op de SVIR. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen (denk hierbij aan onderwerpen als Mainportontwikkeling Rotterdam, de grote rivieren, het kustfundament en de Waddenzee en het Waddengebied). Het Barro is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is in 2012 uitgebreid met de onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Daarmee is de juridische verankering van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) nagenoeg compleet. In het Barro staat aan welke regels (rijksbelangen) de gemeenten en provincies zich moeten houden, bijvoorbeeld bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Deze regeling bevat o.a.
een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart en een aanwijzing van reserveringsstroken ten behoeve van uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Toetsing plan Een van de nationale belangen die van belang zijn voor dit bestemmingsplan betreft Titel 2.6 van het Barro, dat betrekking heeft op defensieterreinen. Ten westen van het plangebied is namelijk de militaire vliegbasis Gilze‐Rijen gelegen. Het plangebied is hierbij gelegen binnen het obstakelbeheergebied, zoals vastgelegd in bijlage 3.6 van de Rarro. Op grond van artikel 2.6.4 van het Barro moet de hoogte van objecten in, op of boven de grond in een obstakelbeheergebied in overeenstemming zijn met artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens. Voor het plangebied komt dit overeen met een maximale bouwhoogte van 10,6 meter boven NAP in het westen tot 30,6 meter boven NAP in het oosten. Aangezien het plangebied op circa 10 meter boven NAP is gelegen, bedragen de bouwmogelijkheden 0,6 tot 20,6 meter. Dit bestemmingsplan maakt gebouwen tot een hoogte van 15 meter mogelijk. Deze bouwhoogten zijn afgestemd met het Ministerie van Defensie en geconcludeerd is dat de beoogde ontwikkeling van Wijkevoort geen negatieve invloed heeft op dit nationaal belang. Er is een binnenplanse afwijking naar een hoogte 25 meter opgenomen.
een van de voorwaarden hierbij is dat afstemming met Defensie plaatsvindt. Daarnaast ligt het plangebied deels binnen de bij de vliegbasis behorende C‐zone. Ingevolge artikel 2.6.7 van het Barro zijn binnen deze zone geen bouwwerken toegestaan bestaande uit vlies‐ of gordijngevelconstructies of grote glasoppervlakten en waarbinnen zich doorgaans een groot aantal personen bevindt. Aangezien binnen deze zone geen bestemmingen zijn gelegen die (grootschalige) gebouwen mogelijk maken, heeft dit bestemmingsplan geen nadelige invloed op dit nationaal belang. Ook het Natuurnetwerk Nederland wordt in het Barro aangemerkt als een onderwerp van nationaal belang (titel 2.10). Vastgelegd is dat provincies het NatuurNetwerk dienen te beschermen, bijvoorbeeld in de provinciale verordening. In (de directe omgeving van het) plangebied liggen enkele onderdelen van het Natuurnetwerk, namelijk het Wijckermeer en het Wijkerbos. De Hultense Leij en de Groote Leij zijn aangeduid als ecologische verbindingszone en maken ook onderdeel uit van het Natuurnetwerk. De aanleg van de bedrijfskavels vindt buiten deze natuurgebieden plaats. Door de aanleg van het groen‐blauw raamwerk zal de natuur verstevigd worden. De natuurgebieden en de ecologische verbindingszones worden door de ontwikkeling van Wijkevoort niet geschaad.
Het belang van Tilburg als logistieke hotspot blijkt uit het recente MIRT onderzoek “Logistieke foto goederencorridor MIRT Zuid” dat uitgevoerd is in opdracht van het ministerie van I&M. De ontwikkeling van Wijkevoort past derhalve in het rijksbeleid. 3.2.3 Duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan aandacht te besteden aan het aspect 'duurzame verstedelijking', wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Art. 1.1.1. Bro definieert het begrip stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro nieuwe stedelijke
Werklandschap Wijkevoort 2020
9
ontwikkelingen te motiveren. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoefte aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings‐ of wijzigingsplan. Toetsing plan Behoefte aan modern industrieel en logistiek cluster Eind 2018 heeft de STEC Groep in opdracht van de provincie Noord‐Brabant en de gemeenten nieuwe prognoses gemaakt voor de toekomstige ruimtevraag naar bedrijventerreinen (Zie bijlage 4). Deze prognose signaleert dat voor de regio Hart van Brabant nog sprake is van een uitbreidingsvraag voor bedrijventerreinen. De verwachting is dat de uitbreidingsvraag in de periode van 2018 t/m 2030 stijgt en deze stijging in de periode na 2030 langzaam afneemt. De uitbreidingsvraag voor de periode 2018‐2030 komt volgens de prognose tussen 175 ha. en 271 ha. en voor de periode 2031‐2040 nog eens tussen de 25 ha. en 104 ha.
In haar onderzoek concludeert STEC dat er vooral een grote ruimtevraag tot 2030 is in de sectoren Logistiek & Groothandel (tussen 131 ha. en 174 ha.) en in de industrie (tussen 40 ha. en 68 ha.). De ruimtevraag naar kavels groter dan 5 ha. wordt tot 2030 door STEC geschat tussen de 85 ha. en 112 ha. STEC concludeert in haar rapport dat er in de regio Hart van Brabant een tekort is aan harde planaanbod voor het functioneel grootschalige segment en dat specifiek voor de zeer grootschalige ruimtevragers in dit segment het aanbod beperkt is. STEC oordeelt dat Wijkevoort kwalitatief goed geschikt is voor deze doelgroep. In de regionale bedrijventerrein afspraken is op 18 december 2019 afgesproken voor Wijkevoort dat daar een beginvolume van 30 hectare gecreëerd wordt om tot ontwikkeling te komen. Op 3 december 2020 heeft het portefeuillehoudersoverleg Hart van Brabant ingestemd met het ontwikkelen van fase 1 Wijkevoort voor maximaal 37,3 hectare, exclusief 7,3 hectare retentiegebied en ingestemd met de mogelijkheid om in het zuidwestelijke veld van Wijkevoort bedrijven te faciliteren die aan het profiel van Wijkevoort voldoen en passen binnen het functioneel grootschalige segment van 2‐5 hectare. (zie bijlage 6).
Dit beginvolume is nodig om te komen tot een goed zelfstandig functionerend bedrijventerrein, om infrastructurele voorzieningen te kunnen borgen en vanuit een goede ruimtelijke ordening. Het Werklandschap zal daarna vraaggericht doorontwikkeld worden. STEC groep heeft in maart 2020 de cijfers voor Tilburg geactualiseerd. Voor Tilburg komt zij tot een ruimtevraag tot 2030 van 61 ha. voor Logistiek & Groothandel en 30 ha. voor de Industrie. Hiervan wordt voor het segment groter dan 5 ha. de ruimtevraag tot 2030 geschat tussen de 43 ha. en 66 ha. Is deze behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? Op basis van de prognoses van STEC Groep is voor de regio Hart van Brabant vraag en aanbod in beeld gebracht. Bij de geprognosticeerde vraag gaat het dus om een saldo, waarbij kwalitatieve elementen dus wel degelijk voor een situatie kunnen zorgen dat bestaand planaanbod niet voldoet en nieuw aanbod nodig is. Bij het bepalen van de extra ruimtebehoefte aan nieuwe bedrijventerreinen is rekening gehouden met restkavels en normale leegstand op bestaande bedrijventerreinen. De normale frictieleegstand van kavels en panden op de (bestaande) bedrijventerreinen bestaat en is nodig om de markt goed te laten werken.
Sommige bedrijven krimpen in en andere bedrijven groeien, door de directe beschikbaarheid van bestaande bedrijfsgebouwen en nieuwe bedrijfskavels kunnen de groeiende en krimpende bedrijven hun huisvesting en ruimtebehoefte aanpassen aan hun bedrijfsproces. Het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein is daarmee niet strijdig, temeer daar de regio Hart van Brabant in de RRO‐afspraken d.d. 18 december 2019 vraaggericht ontwikkelen als uitgangspunt neemt. STEC heeft daarbij in maart 2020 ook onderzocht of er nog ruimte op bestaande bedrijventerreinen in Tilburg is. (zie bijlage 5). Zij concludeert dat er nog een harde planaanbod van 24 ha. is, maar dat er nergens aanbod is van kavels groter dan 5 ha. Daarnaast zijn er mogelijke transformatieplannen op bedrijventerreinen naar andere functies ter grootte van 18,5 ha. Kwalitatieve aspecten als locatie, omgeving, bereikbaarheid, prijs en omvang van de kavels bepalen uiteindelijk of een beschikbare plek ook daadwerkelijk aan de vraag van bedrijven voldoet. Daarbij is het van belang te
Werklandschap Wijkevoort 2020
10
kijken naar actuele en verwachte trends en ontwikkelingen in verschillende sectoren. Een veelbepalende trend is de ontwikkeling richting de Next Economy. Stec vertaalt dit in het prognoserapport voor de Provincie Brabant naar effecten op de ruimtevraag van bedrijven: "Door technologische ontwikkelingen (digitalisering, nieuwe productietechnieken) en maatschappelijke opgaven (klimaat, energie, circulair) herstructureren bedrijven hun (productie)processen en kiezen zij voor een andere vormen van samenwerking. Technologische vooruitgang zorgt voor een nieuwe dynamiek in de locatiekeuze en het gebruik van robots, digitale innovaties en de ‘internet of things’ leiden tot verhoogde productie, efficiëntie en flexibiliteit." 21 september 2020 heeft de gemeenteraad van Tilburg de nota Toekomstbestendige Werklocaties 2021‐2025 vastgesteld. Met deze nota wordt een meer kwalitatieve visie op de Tilburgse werklocaties gegeven. Enerzijds omdat de beschikbare ruimte veel beperkter is en meer onder druk staat. Anderzijds omdat de vestigingscriteria aan het veranderen zijn onder invloed van de verduurzamingsopgaven, de transitie naar een circulaire economie, verslimming door digitalisering en robotisering en de ontwikkeling van nieuwe sectoren zoals smart industries, smart logistics en smart services (Next Economy).
De ontwikkeling van Wijkevoort sluit daar bij aan en levert een grote bijdrage aan de versterking van het economische ecosysteem van Tilburg. De conclusie is dat er sprake is van een groot tekort aan bedrijventerreinen voor (zeer) grootschalige logistiek. Voor grootschalige logistiek is in de RRO ‐afspraken d.d. 18 december 2019 de afspraak bekrachtigd dat grootschalige logistiek in Tilburg en Waalwijk zal landen. Tilburg zal op heel korte termijn geen grote kavels meer kunnen aanbieden en zal door een gebrek aan aanbod gevestigde partijen dreigen te verliezen. Aangezien maar een beperkt deel van het bouwrijpe aanbod en harde bestemmingsplannen zich lenen voor zo'n herprogrammering, bestaat noodzaak om voor het segment (zeer) grootschalige logistiek nieuwe locaties aan te snijden. Deze locaties dienen bij voorkeur multimodaal ontsloten te zijn. Aangezien het feitelijk niet mogelijk is om dergelijke locaties binnen het stedelijke gebied beschikbaar te maken, is het nodig om locaties buiten het bestaande stedelijke gebied aan te snijden. Wijkevoort is geschikt voor zeer grootschalige logistiek en de locatie is multimodaal ontsloten. Er is sprake van een ontsluiting op de A58 via de Burgemeester Letschertweg.
Verder ligt op het bedrijventerrein Vossenberg West II de Barge Teminal Tilburg, waardoor de verplaatsing van goederen van en naar het bedrijventerrein via water gefaciliteerd kan worden. De terminal heeft een goede aansluiting op de Burgemeester Letschertweg waardoor binnen een kwartier het bedrijventerrein Wijkevoort bereikt kan worden. Er is derhalve sprake van een goede en multimodale ontsluiting voor (vracht)autoverkeer en goederenvervoer op een schaal die passend is bij de beoogde ontwikkeling. Dienstenrichtlijn Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 30 januari 2018 een arrest gewezen over de toepassing van de Dienstenrichtlijn. De crux van dit arrest is, dat het een gemeente in beginsel is toegestaan om in regels van bestemmingsplannen kwantitatieve of territoriale beperkingen te stellen aan de vestiging van bepaalde diensten (en meer specifiek: vormen van bedrijvigheid); maar dan moeten dergelijke beperkingen wel goed worden gemotiveerd in het licht van de voorwaarden als genoemd in artikel 15, derde lid Dienstenrichtlijn.
Dat wil zeggen dat de beperking non‐discriminatoir moet zijn, noodzakelijk (gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang) en evenredig (de beperking moet geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken en mag niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken; het doel moet niet met minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt). Uiteraard moet het bestemmingsplan voldoen aan de criteria van een goede ruimtelijke ordening uit artikel 3.1 van de Wro van een goede ruimtelijke ordening. Ad. 1 non‐discriminatie De regels van het bestemmingsplan (en daarmee ook de gebruiksmogelijkheden en gebruiksverboden) gelden voor een ieder. De gebruiksmogelijkheden (en de gebruiksverboden) zijn niet afhankelijk gesteld van een specifieke persoon of rechtspersoon en daarmee zijn de regels van het bestemmingsplan non‐discriminatoir. Ad. 2 noodzakelijkheid Bedrijfskavels zijn schaars in Tilburg. Wijkevoort is het laatste beschikbare nieuwe bedrijventerrein in de gemeente Tilburg. Op dit terrein wordt volop ingezet op innovatie, digitalisering en datavisering. Daarvoor is een campusachtige setting met bedrijven die in gelijke mate hierop kunnen en willen inzetten noodzakelijk. Er wordt daarom ook gewerkt met coalities van bedrijven.
Werklandschap Wijkevoort 2020
11
Daarnaast worden er op dit terrein extra hoge eisen gesteld aan de landschappelijke inpassing, de ruimtelijke uitstraling van de kavels en het duurzaam karakter van de bedrijven en het bedrijventerrein. Om dit te kunnen realiseren zijn bedrijven uit de top van de betreffende sectoren noodzakelijk. Dit terrein zal als voorbeeld en daarmee aanjager dienen voor innovatie, digitalisering en datavisering op bestaande bedrijventerrein in de gemeente en regio. Ad. 3 evenredigheid De planologische regeling waarin het ontwerpbestemmingsplan Werklandschap Wijkevoort 2020 voorziet, is evenredig, omdat daarmee de voorgestane ruimtelijke kwaliteit voor het werklandschap kan worden bereikt. De conclusie is dan ook dat het bestemmingsplan noodzakelijk is en het juiste middel/maatregel is om het beoogde doel te bereiken. Impact van Corona Impact van Corona Naast al het menselijk leed dat het Coronavirus veroorzaakt, heeft het virus de (wereld)economie hard geraakt. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het Bruto Binnenlandse Product (BBP) in Nederland in 2020 per saldo met 3,9% gekrompen ten opzichte van 2019. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht in november in haar basisraming, een daling van het BBP van 4,2 % in 2020, gevolgd door een stijging van 2,8% in 2021. De werkloosheid verdubbelt bijna in deze basisraming van 3,4% in 2019 naar 6,1% % in 2021.
Deze cijfers zijn minder slecht dan waar het CPB eerder in juni en augustus in haar basisraming van uit is gegaan, maar de tweede lockdown is hierin nog niet verwerkt. CPB verwacht wel dat deze tweede lockdown tot een nieuwe, kleinere terugval leidt. De sectorprognoses Transport en Logistiek van ABN AMRO (5 maart 2021) geeft aan dat de volume in de sector transport en logistiek in 2020 met 4,0 % is afgenomen en de volume van de maakindustrie met 5,0% Trends, ontwikkelingen en adviezen De eerste tekenen van herstel zijn te zien. Het gebruik van de truckparking op Vossenberg bijvoorbeeld. Uit tellingen blijkt dat deze intensiever wordt gebruikt. Industrial Real Estate Partners (IREP) concludeert in haar marktrapport Logistics Real Estate dat de markt voor logistieke vastgoed slechts gering effect heeft gehad van de Corona pandemie. In haar vooruitzicht naar 2021 concludeert IREP dat de markt voor logistieke vastgoed zelfs profiteert van de pandemie door de enorme groei van E‐commerce. Het CPB meldt dat de wereldhandel eind 2020 het niveau van begin 2020 overtreft. Volgens de sectorprognoses Transport en Logistiek van ABN AMRO (5 maart 2021) groeit de sector in 2021 naar verwachting met zo'n 2,5 % en in 2022 met 3,5%, waarmee een groot deel van de schade wordt goedgemaakt. Vergelijkbare groei wordt verwacht voor de maakindustrie.
In 2021 zal deze volgens ABN AMRO weer groeien met 4,0% en in 2022 met 3,5%.
Trends, ontwikkelingen en adviezen De eerste tekenen van herstel zijn te zien. Het gebruik van de truckparking op Vossenberg bijvoorbeeld. Uit tellingen blijkt dat deze intensiever wordt gebruikt. Voor de logistiek zijn de vooruitzichten voor volgend jaar positief. E‐commerce groeit verder en er is meer belangstelling is voor stadsdistributie‐hubs. Buck Consultants presenteerde een onderzoek onder de 20 grootste logistiek vastgoedontwikkelaars en ‐beleggers in Nederland, die gezamenlijk 80‐90% van de logistieke vastgoedmarkt dekken. De huren van distributiecentra gaan dit jaar naar verwachting met gemiddeld 2,5‐3,5% stijgen, terwijl de aanvangsrendementen dalen met 20‐30 basispunten (hetgeen een teken van laag risico is). Buck verwacht in het post‐coronatijdperk een blijvende groei van het aantal grotere distributiecentra in Nederland. Gezien de forse klap voor de economie concluderen zij dat logistiek één van de weinige sectoren is waar nog een substantieel aantal nieuwe vestigingen te verwachten zijn de komende jaren. Nationale en internationale instellingen (SER, DNB, EC, PBL, Platform31, Brabantadvies) roepen op tot een duurzaam herstelbeleid. Verduurzaming van de samenleving en de economie vormt één van de grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat. Deze opgave is verankerd in de ontwikkelleidraad voor Wijkevoort.
3.2.4 Crisis- en herstelwet
Werklandschap Wijkevoort 2020
12
De gemeente Tilburg heeft de Werklandschap Wijkevoort aangemeld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als één van de "Innovatieve duurzame experimenten" in het kader van de Crisis‐ en herstelwet. Bij ministeriële regeling van 13 juni 2017 is Wijkevoort aangewezen als project bedoeld in artikel 7c van het besluit Uitvoering Crisis‐ en herstelwet (zie artikel 7c, lid 17 onder iii van het besluit Uitvoering Crisis en herstelwet). Een innovatieve ontwikkeling van het Werklandschap Wijkevoort vraagt een andere aanpak dan de traditionele aanpak van planning en programmering. Dit terrein vraagt om flexibiliteit vanwege het vraaggericht ontwikkelen. Daarnaast willen we een groot aantal eisen op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie, energieneutraliteit, ecologie en landschap opnemen in het plan wat in een traditioneel bestemmingsplan niet mogelijk is. Op de volgende onderdelen wordt vooruitgelopen op de Omgevingswet. 1. We werken met open normen die uitgewerkt worden in beleidsregels. Dit betreft normen ten aanzien van onder andere energieneutraliteit, klimaatadaptatie, landschappelijke inpassingen. De open normen worden uitgewerkt in beleidsregels die opgenomen zijn in de Ontwikkelleidraad. De Ontwikkelleidraad wordt door de gemeenteraad vastgesteld en kan alleen door de gemeenteraad gewijzigd worden. 2. We leggen procesafspraken vast.
We werken met een Ontwikkelleidraad waarin het uitgifte proces is vastgelegd en werken met een adviescommissie en een uitgifteteam. Deze commissies brengen adviezen uit gebaseerd op de beleidsregels uit de Ontwikkelleidraad. We gaan coalities van bedrijven vormen voor de ontwikkeling van delen van het plangebied. 3.2.5 Advies College Rijksadviseurs Op 29 oktober 2019 heeft het College van Rijksadviseurs (CRa) het rapport "(X)XL‐verdozing ‐ Minder, compacter, geconcentreerder, multifunctioneler" gepresenteerd. Het advies van het College van Rijksadviseurs pleit in eerste instantie voor herontwikkeling. Herontwikkeling is op een enkele locatie mogelijk (en dat zal zeker worden gestimuleerd conform de nota “Toekomstbestendige werklocaties 2020 ‐ 2025”), maar de ruimtevraag is dermate groot dat deze niet vanuit herontwikkeling opgevangen kan worden. De onderzoekers onderscheiden 3 ruimtelijke spreidingsvormen: clusters, linten en solitairen. De mate van versnippering en de omvang van het contactvlak met het landschap zijn bij clusters het kleinst en bij solitairen het grootst. Wijkevoort vormt samen met de bedrijventerreinen Broekakkers, Midden‐Brabant Poort en de vliegbasis Gilze‐Rijen een ruimtelijk cluster. Dit cluster is goed ontsloten door de ligging aan het knooppunt A 58 ‐ Burgmeester Letschertweg. Bovendien vormt de Burg.
Letschertweg een efficiënte route naar de Barge Terminal Vossenberg. Meer en meer studies tonen aan dat het landschap een steeds belangrijker rol speelt in vestigingskeuzes en geluk van bedrijven en bewoners. Bedrijventerreinen hebben echter een negatieve invloed op biodiversiteit, uitzicht, recreatiemogelijkheden en belevingswaarde. In het rapport wordt daarom gepleit voor meer regie om plannen aan (behoud en ontwikkeling van) deze landschappelijke waarden te toetsen. Wijkevoort is niet slechts een bedrijventerrein, maar een werklandschap waarin natuurontwikkeling en recreatief medegebruik een grote rol spelen. De beekdalen van de Hultense en Grote Leij worden verbreed, verdroging wordt tegengegaan door een slim ruimtelijk raamwerk, het bedrijventerrein is energieneutraal, en het gebied wordt gekoppeld aan Stadsbos 013 als recreatieve uitloopzone van Tilburg. In het rapport wordt o.a.
gepleit voor: <0000> selectief omgaan met de vraag, vooral met trends die op korte termijn spelen (zoals XL‐dozen); <0000> ruimtelijke clustering; <0000> het opruimen van solitairen en het herstructureren van linten; <0000> het herontwikkelen, opknappen en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen; <0000> het aanwijzen van bufferzones die voorkomen dat stedelijke gebieden aan elkaar groeien (zoals Groen‐blauwe mantel Noord‐Brabant); <0000> aandacht voor multifunctionaliteit, stapeling, inpassing; <0000> nieuw instrumentarium als bestaand instrumentarium niet voldoet voor deze doelen.
Werklandschap Wijkevoort 2020
13
Uit eerdere studies onder andere in de Milieueffectrapportage (bijlage 8) is naar voren gekomen dat het Compacte Model Wijkevoort de minste ruimtelijk impact op het bestaande landschap heeft en het grootste draagvlak heeft. Daarmee is het Verspreide model van afwisselend landschapsontwikkeling en kleinere bedrijvenclusters losgelaten ten gunste van een model met natuurlijke begrenzingen van de beekdalen van Hultense en Groote Leij. Deze beekdalen zijn daarmee een onderdeel van de natuurlijke buffers tussen Wijkevoort en het Stadsbos respectievelijk de Reeshof. Er wordt selectief omgegaan met de vraag (zie de criteria in de Ontwikkelleidraad Werklandschap Wijkevoort bijlage 3). Er wordt uitsluitend vraaggericht ontwikkeld.
Werklandschap Wijkevoort 2020
14
Met een clustering rondom Midden Brabant Poort, Broekakkers en het vliegveld in Gilze‐Rijen, een goede ontsluiting en de ontwikkeling van een groen‐blauw raamwerk dat aansluit op Stadsbos013, is Wijkevoort in lijn met de aanbevelingen van het College van Rijksadviseurs opgezet. Het Groen‐blauw raamwerk sluit aan op de maatschappelijke discussie over 'verdozing' en de opgave voor de ontwikkeling van een klimaatadaptief werklandschap. De conceptuele uitwerking hiervan is het resultaat van het onderzoek door Kruit│Kok Landschap architecten 'Groen‐blauw Raamwerk Werklandschap Wijkevoort" (maart 2019) (bijlage 2)
3.3 Provincie 3.3.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord‐Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.
Werklandschap Wijkevoort 2020
15
2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis‐ en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning in 2022) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm.
3.3.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening eind 2021 vastgesteld.
De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt: Toetsing plan De eerste fase van Werklandschap Wijkevoort staat op "groen' in de provinciale bedrijventerrein afspraken. Het plangebied is in de verordening aangemerkt als Landelijk gebied, verstedelijking afweegbaar (artikel 3.43). Dit betekent, dat in afwijking op het verbod op nieuwvestiging de gronden ingezet mogen worden ten dienste van een stedelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 3.4.3. onder a is dit mogelijk als "binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is". Uit paragraaf 3.2.3 blijkt dat er binnen Stedelijk gebied geen ruimte is voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein ten behoeve van functioneel grootschalig. Voor het beoogde Werklandschap Wijkevoort is sprake van een nieuw gebied aansluitend aan het bestaande ruimtelijk cluster met de bedrijventerreinen Broekakkers, Midden‐Brabant Poort en de vliegbasis Gilze‐Rijen, waarbij het bedrijventerrein ook landschappelijk wordt ingepast en waarvoor een aanzienlijk hoeveelheid nieuwe natuur wordt gerealiseerd boven de aangewezen natuurgebieden en ecologische verbindingszones.
Deze inpassing vormt tevens een ecologische verbindingszone. Hiermee wordt voldaan aan artikel 3.4.2. onder d. De ontwikkeling dient te passen in de regionale afspraken. Uit paragraaf 3.2.3. blijkt dat in Tilburg vraag is naar bedrijventerreinen en dat ten aanzien van Wijkevoort hierover regionale afspraken zijn gemaakt. In (de directe omgeving van) het plangebied zijn ook enkele onderdelen van het Natuurnetwerk gelegen, namelijk het Wijckermeer en Wijkerbos. De Hultense Leij en de Groote Leij zijn aangeduid als ecologische verbindingszone en maken ook onderdeel uit van het Natuurnetwerk. Voor alle onderdelen van het Natuurnetwerk geldt, dat deze zijn ingepast en voorzien van de bestemming 'Natuur'.
Werklandschap Wijkevoort 2020
16
3.4 Gemeente 3.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon‐ en leefomgeving.
Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.
De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg - Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.
Werklandschap Wijkevoort 2020
17
De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding.
<0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers‐ en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Toets plan In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat ingespeeld moet worden op de sterke economische dragers van de stad: het modern industrieel cluster. Het plangebied is hierbij gelegen in één van de vier stedelijke knooppunten, namelijk het Modern industrieel cluster Midden‐Brabant.
Realisatie van het Werklandschap Wijkevoort kan voorzien in een versterking van dit cluster, in combinatie met logistiek door ruimte voor ondernemen, praktijkonderwijs en kennisintensieve werkgelegenheid centraal te positioneren. Met de ontwikkeling van Wijkevoort wordt ingespeeld op urgente vraag vanuit de markt. Hiermee faciliteert de gemeente het ontwikkel‐ en groeiperspectief van bestaande en nieuwe bedrijven. Doel hiervan is de groei van de economie in de stad en de regio Hart van Brabant en meer duurzame werkgelegenheid. Bij de ontwikkeling van het Werklandschap Wijkevoort worden de groene kwaliteiten van de locatie benut, zoals de Hultense Leij en Groote Leij, het Wijckermeer en Stadsbos013. Dit verhoogt de kwaliteit en uitstraling van het bedrijventerrein en maakt het aantrekkelijk voor smart industries en de mensen die hier werkzaam zijn. 3.4.2 Masterplan Wijkevoort Op 5 februari 2018 heeft de gemeenteraad het Masterplan Wijkevoort vastgesteld. Dit Masterplan legt de ambities voor Wijkevoort vast. Het geeft de groeirichting mee voor de ontwikkeling van het terrein en de uitgangspunten voor de doorvertaling van ambities naar realisatie. In het Masterplan zijn de dragers, Smart logistics en smart industry en het nieuwe werklandschap, benoemd. Deze verwoorden de ambitie van Wijkevoort. (zie bijlage 1) Deze ambities zijn vertaald in principes.
Deze principes bieden handvatten en geven daarmee de groeirichting aan. De principes zijn:
Werklandschap Wijkevoort 2020
18
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Versterken van het modern industrieel en logistiek cluster; Interactie met andere partijen; Slim benutten infrastructuur; Identiteit: herinnering en belofte; Veilig bereikbaar; Flexibel in gebruik; Klimaatadaptief; Energieneutraal gebied.
De principes van het Masterplan zijn vertaald in dit bestemmingsplan en de Ontwikkelleidraad. Naast dit bestemmingsplan wordt de "Ontwikkelleidraad" vastgesteld. In de Ontwikkelleidraad Wijkevoort wordt concreet invulling gegeven aan de principes en waarden uit het Masterplan Werklandschap Wijkevoort (2018). De Ontwikkelleidraad bevat beleidsregels die invulling geven aan de open normen uit het bestemmingsplan. Hierin zijn tevens vestigingscriteria opgenomen op het gebied van onder andere klimaat, ecologie, energie, verkeer, landschappelijke inpassing, duurzaamheid en gezondheid. Deze criteria zijn daarbij niet onderhandelbaar als totaalpakket. Het gemeentelijke uitgifteteam toetst of er aan de in de ontwikkelleidraad opgenomen criteria op een juiste invulling gegeven wordt.
Werklandschap Wijkevoort 2020
19
Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.
4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.2.1 Hoogbouw In september 2017 is de nieuwe Handreiking Hoogbouw 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid hanteert niet langer een (statisch) kaartbeeld met voorkeursgebieden voor hoogbouw. Er wordt nu meer nadruk gelegd op een goede stedenbouwkundige analyse van de (dynamische, steeds veranderende) stad en de programmatische wenselijkheid van het initiatief. Die stedenbouwkundige analyse en programmatische wenselijkheid worden door de stedenbouwkundige(n) van de gemeente onderzocht en voor besluitvorming (door de Stuurgroep Stedelijke Ontwikkeling) voorgelegd. Bij 'groen licht' worden toetsingscriteria gehanteerd op gebiedsniveau en op projectniveau. Er kan worden besloten dat het initiatief niet wordt gerealiseerd of dat het initiatief moet worden aangepast. Vanaf dat moment (groen licht of aanpassen) krijgt de initiatiefnemer een meer nadrukkelijke rol in het proces. Dit proces wordt met de belanghebbenden c.q. de omgeving doorlopen. De resultaten daarvan worden meegewogen in het college‐ en uiteindelijk raadsbesluit over de ontwikkeling. Het Hoogbouwbeleid is in principe van toepassing voor woongebieden en markante punten/accenten, zoals stadsentrees, winkelcentra etc. Formeel zal elk plan hoger dan 15 m het proces moeten doorlopen zoals omschreven in de genoemde Handreiking Hoogbouw 2017.
Echter, veel van de in het beleid opgenomen criteria hebben betrekking op de woonomgeving, sommige zelfs alleen op de direct aangrenzende woonomgeving. In de uiteindelijke planvorming voor Wijkevoort zal derhalve moeten worden bekeken in hoeverre daarvan, bij voornemens tot hoogbouw, sprake is. De maximaal toegelaten bouwhoogte is 15 meter, dus de Handreiking Hoogbouw is niet aan de orde. Met een binnenplanse afwijking kan onder voorwaarden, zoals afstand tot de perceelsgrens, een bouwhoogte van 25 meter worden toegestaan. Gelet op deze eis m.b.t. minimale afstand tot de perceelsgrens zal aan de criteria van het hoogbouwbeleid kunnen worden voldaan. Bij de beoordeling van deze afwijking zal aandacht besteed worden aan de criteria uit de Handreiking Hoogbouw, voorzover die van toepassing zijn. 4.2.2 Welstand Bouwplannen moeten worden getoetst aan ´redelijke eisen van welstand´, zo zegt de Woningwet. Naast het bestemmingsplan is het welstandsbeleid een middel om de ruimtelijke kwaliteit van de publieke omgeving te waarborgen bij de vele bouwplannen die in de stad worden gerealiseerd. Sinds 1 juli 2004 moet iedere gemeente de gehanteerde welstandscriteria vastleggen in een Welstandsnota, die door de raad moet worden vastgesteld. In Tilburg is dat in juni 2004 gebeurd. Nadien is de nota meerdere keren geactualiseerd (2010 en 2012).
De afgelopen jaren heeft zich aantal ontwikkelingen voorgedaan waardoor actualisatie van het uitwerkingsdeel van de Welstandsnota noodzakelijk is. Zo zijn de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en de structuurvisie Linten in de Oude Stad vastgesteld en zijn er verschillende nieuwe woonwijken gereed gekomen. De nota van 2012 is in navolging daarop aangevuld en bijgewerkt. Voor het overige zijn de kaarten samengevoegd, geactualiseerd en afgestemd op het kaartbeeld van de Omgevingsvisie. Op die manier beschikt de Omgevingscommissie over een actueel toetsingskader voor de beoordeling van (bouw)plannen. Architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder het motto van de welstandsnota 'aandacht waar dat moet, vrijheid waar dat kan' streeft het stadsbestuur ernaar om op de plekken die er toe doen in te zetten op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Op 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de actualisatie van de Welstandsnota 2012. De geactualiseerde nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. 4.2.3 Ruimtelijke inpassing Wijkevoort maakt deel uit van Stadsbos 013.
Werklandschap Wijkevoort 2020
20
Stadsbos 013 is een uitgestrekt natuurgebied aan de zuidwestrand van Tilburg. Dit gebied bestaat van oost naar west uit een parkachtig bos, een beekdal en een meer open cultuurlandschap. In het gebied gaan natuur, landgoederen, sport en spel, cultuur, educatie, kunst en ondernemerschap samen. Het gebied strekt zich in westelijke uit tot aan de Burgemeester Letschertweg. In Stadsbos 013 mogen particuliere initiatieven worden ontplooid, die passen bij het gebied als groene uitloper van de stad. Tussen het parkbos en Wijkevoort ligt Klein Tilburg‐ Heikant, het meer open cultuurlandschap. Hier zitten agrarische bedrijven, een golfterrein, een waterwingebied, een camping, een manege en andere gebiedsgebonden bedrijvigheid. In het noordelijke deel van Klein Tilburg‐Heikant is Landgoed De Groene Kamer gepland. Hier worden o.a. ecologisch winkelen, wandelen, sporten, ontspannen en eten en drinken gecombineerd. De Groene Kamer streeft na om de inwoners van Tilburg meer bij de natuur en het landschap te betrekken. Klein Tilburg‐Heikant wordt in de toekomst beter ontsloten voor recreatie en wordt tegelijkertijd duurzamer en natuurlijker ingericht. Daarbij kan worden gedacht aan wandel‐, ruiter‐ en fietspaden, maar ook aan poelen, bospercelen en andere steppingstones die bijdragen aan een hogere kwaliteit van de natuur en het landschap. Dat geldt ook voor Wijkevoort.
De Ontwikkelingsvisie Stadsbos 013 (KruitKok, 2018) maakt duidelijk dat de ontwikkeling van Wijkevoort alleen kan slagen als het wordt beschouwd als een integraal onderdeel van het landschap en ook als zodanig wordt ontwikkeld. De landschappelijk waardevolle structuren in het plangebied maken deel uit van een groter netwerk. Bedrijfsbebouwing moet zich daarnaar voegen. Daarnaast biedt dit een grote meerwaarde voor het vestigingsklimaat.
Werklandschap Wijkevoort 2020
21
Ontwikkelingsvisie Stadsbos Planbeschrijving De ontwikkeling op Wijkevoort gaat vraaggericht plaatsvinden. Dat betekent dat met name de schaal van de bedrijvigheid zich wat lastiger laat voorspellen. Zaken als infrastructuur en percelen zijn daarom flexibel. Om de bestaande waarden van het gebied te waarborgen en verder uit te bouwen, alsmede de stedenbouwkundige kwaliteit van Wijkevoort, worden er stevige landschapszones gemaakt. Daarvoor is een ruimtelijk raamwerk ontwikkeld. In de Ontwikkelleidraad wordt een nadere uitwerking gemaakt als handleiding voor kaveluitgifte, onderlinge samenhang, landschappelijke inpassing, ontsluiting en terreininrichting.
Werklandschap Wijkevoort 2020
22
Ruimtelijk raamwerk Wijkevoort De basis van Wijkevoort wordt bepaald door een aantal waardevolle bestaande elementen: de beekdalen van de Hultense Leij en Groote Leij, de Hultenseweg inclusief de begeleidende bomenrijen, het Wijkerbos en het Wijckermeer. Deze waardevolle elementen worden behouden en verder uitgebouwd.