03 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-
verdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) aangehouden.
Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid om sa-
den met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-
Grond
men de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de
oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel
In boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onder-
verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vast-
saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat
zochte parameters (NEN) aangetoond.
gelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het rijksbeleid. Dit om door sa-
indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan
Grondwater
menwerking van organen met de verschillende bevoegdheden tot een
worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).
In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan barium
duurzaam watersysteem te komen.
Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-
en nikkel gemeten.
realiseerd. Om de bodemkwaliteit ter plaatse vast te leggen is een bodem-
Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-
onderzoek noodzakelijk.
Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
16
voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en
een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige
Binnen het perceel is een lichte helling aanwezig van oost (circa14,2 m
leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Door het inwerking treden
wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.
+NAP) naar west (circa 13,6 m +NAP). Voor de toekomstige ontwikkeling
van de omgevingswet wordt deze op korte termijn vervangen door de (in-
Voor grote planontwikkelingen (>2.000 m 2) wordt naast de gemeente te-
wordt voldaan aan de benodigde drooglegging. Uitgangspunt is hydrolo-
terim) omgevingsverordening Noord-Brabant.
vens waterschap Brabantse Delta betrokken bij de plantoetsing en dient
gisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het op-
voldaan te worden aan de regels in de Keur.
pervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Geadviseerd
Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse water-
wordt om het vloerpeil van de nieuwbouw circa 20 cm boven de kruin van
schappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land
De gemeente Tilburg heeft een Programma Water en Riolering, 2020-
de weg aan te leggen zodat het risico op eventuele instroom in het pand
met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken
2023, waarin het beleid ten aanzien van vuil- en regenwater is vastgelegd
verder ingeperkt wordt.
daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimte-
overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Dit beleid is gericht op
lijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te ha-
het waterrobuust en klimaatbestendig maken van Tilburg. Slimme inzet
Het plangebied ligt in het grondwaterbeschermingsgebied dat rondom de
len.
van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in warme tijden en
drinkwaterwinning aan de Gilzerbaan ligt. In dit gebied wordt de grondwa-
draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Pleinen, par-
terkwaliteit extra beschermd, zodat het gebruikt kan worden als drinkwa-
Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta.
ken of plantsoenen worden ingezet voor (tijdelijke) wateropvang en dragen
ter. De regels hiervoor zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverorde-
De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschre-
bij aan het verminderen van hittestress. Verharding wordt daar waar mo-
ning van de Provincie. Er zijn o.a. ook regels over uitlogende materialen.
ven in het Waterbeheerprogramma. Deze doelen zijn gericht op duur-
gelijk, zoals bij parkeerplaatsen en goten langs de weg, waterdoorlatend
Een melding of vergunning aanvragen loopt via de Omgevingsdienst Zuid-
zaamheid en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering.
aangelegd.
oost Brabant (ODZOB). Door het planvoornemen is geen toekomstige
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van water-
(grond)waterverontreiniging te verwachten. Naar verwachting dient voor
neutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van
Om wateroverlast door extreme neerslag in de stad te verminderen wor-
het planvoornemen maximaal een melding ingediend te worden. Hiermee
de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt
den er blauwe aders in gericht die het overtollige hemelwater ondergronds
dient bij de nadere planrealisatie rekening gehouden te worden.
bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uit-
bergen en vervolgens naar waterparken buiten de stad afvoeren. In deze
gegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.
waterparken wordt het schone hemelwater geborgen en is het beschik-
Het voormalige pand binnen het plangebied was aangesloten op het be-
baar voor gebruik door landbouw, natuur en recreatie. Hemelwater wordt
staand gescheiden rioolstelsel van de gemeente. Voor zover bekend loopt
De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse
van het gemengde rioolstelsel afgekoppeld en geïnfiltreerd waar dit kan.
centraal door de onderzoekslocatie een DWA-riool (rond 300mm) en oos-
Delta hebben hiervoor een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de
Bij nieuwbouw dient bij vervanging en toename van verhard oppervlak een
telijk nabij de weg een HWA-riool. Bij de realisatie van de nieuwbouw
Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren
watercompensatie te worden toegepast (rekening houden met een bui van
wordt er op eigen perceel weer een gescheiden rioolstelsel aangelegd
van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die
60 mm).
waarbij het afvalwater weer separaat aangesloten wordt op het westelijk
werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het oppervlaktewater kan een vergunning benodigd zijn. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen
gelegen vrijvervalstelsel. 4.3.2
Onderzoek
Door Aeres Milieu is een waterparagraaf opgesteld. Voor de volledige paragraaf wordt naar de bijlagen verwezen. Hieronder worden de belangrijkste conclusies toegelicht.
Omdat er in het verleden reeds bebouwing heeft gestaan is de verwachting dat het bestaande rioolstelsel de toekomstige afvalwaterhoeveelheid van circa 3-4 m3/u zonder aanpassingen kan verwerken. Voor (een wijziging aan) de rioolaansluiting dient te zijner tijd bij de gemeente Tilburg een aanvraag te worden ingediend.
worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
17
Door de realisatie van het planvoornemen zal in de toekomst circa 3.881
dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aan-
(Bosch Transmission Technology B.V.) niet kwantitatief bepaald. Wel die-
m2 verhard worden. Bij een bui van 60 mm bedraagt de benodigde com-
geven hoe de diverse factoren (waaronder zelfredzaamheid en bestrijd-
nen de risico’s meegenomen te worden in een uitgebreide verantwoor-
pensatie circa 233 m3. Ter plaatse is reeds een gescheiden rioolstelsel
baarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatre-
dingsplicht.
aanwezig waar de voormalige bebouwing en verharding aangesloten is. In
gelen zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is
In artikel 12 lid 3 van het Bevb juncto artikel 8 van de Regeling externe
overleg met de gemeente is besproken om ter plaatse twee wadi’s waarin
overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer/ veiligheidsregio.
veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verant-
tenminste 405 m3 kan worden vastgehouden om te infiltreren in te passen
woorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een
voor bijkomende infiltratie in de bodem. Hiervoor is afdoende ruimte be-
(Beperkt) kwetsbare objecten
beperkte verantwoordingsplicht. Voor een verantwoording van het groeps-
schikbaar rondom de nieuwbouw. De overloop uit deze hemelwatervoor-
Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer van
risico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regio-
ziening wordt op het gemeentelijk hemelwaterstelsel aangesloten. Hier-
gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare ob-
nale brandweer/Veiligheidsregio. Op 16 februari 2022 heeft de Brandweer
door wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is door het planvoor-
jecten worden toegestaan. Kwetsbare objecten zijn onder andere wonin-
Midden- en West-Brabant haar advies gegeven.
nemen geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten.
gen en scholen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels, sporthallen, speeltuinen, kampeer-
4.3.3
terreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden.
Conclusie
Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen vanuit het aspect ‘water’.
4.4.2
Onderzoek
4.4
Externe veiligheid
bare objecten. Dit betekent dat moet worden getoetst of er in de nabije
4.4.1
Toetsingskader
De verblijfsplaatsen voor arbeidsmigranten worden gekenmerkt als kwetsomgeving sprake is van risicofactoren in het kader van externe veiligheid. In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft Kragten door middel van
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen
een Milieuhygiënisch haalbarheidsonderzoek de milieuhygiënische inpas-
van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stof-
sing en mogelijke belemmeringen voor de ontwikkeling en omliggende be-
fen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de
drijvigheid inzichtelijk gemaakt. Voor meer informatie wordt verwezen naar
opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het
het volledige haalbaarheidsonderzoek.
‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het ‘Besluit transportroutes externe veilig-
Het aspect externe veiligheid vormt geen harde belemmeringen voor de
heid’ (Bevt), vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te
planontwikkeling. Het plangebied ligt niet binnen plaatsgebonden risico-
gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met ge-
contouren van risicobronnen in de nabije omgeving, waardoor het plaats-
vaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2, te weten
gebonden risico geen aandachtspunt vormt.
het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor het groepsrisico kan gesteld worden dat voor de buisleidingen en de Over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of
weg in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde niet wordt overschre-
toename van het groepsrisico moet verantwoording worden afgelegd (de
den. In overleg met de gemeente Tilburg is de invloed van het planvoorne-
zogeheten verantwoordingsplicht). Het betrokken bestuursorgaan moet, al
men op de hoogte van het groepsrisico van de naastgelegen inrichting
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
4.4.3
Verantwoording groepsrisico
De hoogte van het groepsrisico is verantwoord in een onderzoeksrapport door Kragten. In de omgeving van het plangebied zijn enkele risicobronnen aanwezig. Onderstaand wordt een korte opsomming van deze bronnen gegeven. A58 Op ruim 300 meter afstand tot het plangebied is de rijksweg A58 (wegvak B111) gelegen. De A58 is opgenomen in het Basisnet weg. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen de PR10-6-risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied (PAG) geen belemmeringen voor het plan. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van deze weg is gelegen, is het niet noodzakelijk de hoogte van het groepsrisico kwantitatief vast te stellen. Uit de telgegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat over het wegvak ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF2, GF3, GT4 en GT5stoffen getransporteerd worden. Op grond van deze stoffen blijkt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen (LT1 en LT2) en toxische gassen (GT4 en GT5) te liggen, waardoor het groepsrisico beperkt verantwoord dient te worden.
18
Transport over het spoor
Voor de buisleiding is de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná
BLEVE-scenario (A58)
Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 2.400 meter van de
planrealisatie berekend. Uit de berekening blijkt dat de hoogte van het
Een BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explo-
spoorlijn Breda aansl.- Tilburg aansl. (route 12). Deze spoorlijn is opgeno-
groepsrisico toeneemt, maar dat het groepsrisico ruim lager is dan 0,1
sion” (kokende vloeistof-gasexpansieexplosie). Er bestaat een koude en
men in het Basisnet spoor. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen
maal de oriënterende waarde. In artikel 12 lid 2 van het Besluit externe
een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij
de PR10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen voor het plan.
veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid
een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard.
Aangezien het plan op meer dan 200 meter van deze spoorweg is gele-
buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden
gen, is het niet noodzakelijk de hoogte van het groepsrisico kwantitatief
van het groepsrisico. Bij een verandering van de hoogte van groepsrisico
Toxisch scenario (A58 en spoor)
vast te stellen.
voor de buisleiding is sprake van een beperkte verantwoording van het
Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagen,-wa-
groepsrisico.
gon of –container met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoor-
Op grond van Bijlage II Tabel Basisnet spoor uit de Regeling basisnet,
beeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van
worden over dit traject A, B2, C3, D3 en D4-stoffen getransporteerd. Hier-
Risicovolle-inrichtingen
een plas of een wolk. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeelte-
uit blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloei-
Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van Bosch Transmission
lijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van
stoffen (D4) ligt. De hoogte van het groepsrisico dient derhalve beperkt
Technology B.V., gelegen aan Doctor Hub. van Doorneweg 120 te Tilburg.
de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting
verantwoord te worden.
Deze inrichting, waar auto-onderdelen en –accessoires vervaardigd wor-
het plangebied drijven.
den, valt onder het Bevi. In overleg met de gemeente Tilburg is de invloed Buisleidingen
van het planvoornemen op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief
Door Kragten is een nader onderzoek uitgevoerd ten aanzien van de ex-
bepaald.
terne veiligheidsrisico’s van het transport van gevaarlijke stoffen door buis-
Bestrijdbaarheid Beheersbaarheid De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverle-
leidingen. Onderstaand worden de conclusies van het onderzoek weerge-
Verantwoordingsplicht
ningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te
geven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het onderzoeksrapport.
Bevt-, Water-, weg- en spoorwegtransport
kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorko-
In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wanneer sprake is van het
men. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende / adequaat aanwezig
In dit onderzoek is onderzocht of de buisleiding een belemmering vormt
verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van
zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brand-
voor de planontwikkeling. Tevens is bepaald welke effecten de plannen
een beperkte verantwoordingsplicht waarbij de verantwoording dient in te
weerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer
hebben op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding.
gaan op de volgende onderdelen:
richtlijnen zoals beschreven in de publicatie ‘’Handleiding bluswatervoor-
De berekening heeft overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met
a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van
ziening en bereikbaarheid’’ van brandweer Nederland.
het rekenprogramma CAROLA.
de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of binnenwater, en b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet
Uit bovengenoemde handleiding volgt het advies dat het plangebied goed
Uit de berekening volgt dat het plangebied niet is gelegen binnen een
aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkhe-
bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar
plaatsgebonden 10-6-risicocontour van een buisleiding. Het plangebied ligt
den voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die
onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van calamiteiten het
weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
plangebied bereikbaar is. Verder blijkt uit dit advies dat in de nabijheid van
wel binnen de 100% letaliteitsafstand en binnen de 1% letaliteitsafstand voor externe veiligheid van buisleiding Z-528-03-deel-1, zodat de invloed
Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het
van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleiding is
spoor, dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met zo-
bepaald.
wel een BLEVE- als een toxisch scenario.
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
het plangebied voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn.
19
Zorgnorm
matie van een kantoorgebouw (2de en 3de verdieping) naar een arbeidsmi-
Risicocommunicatie
De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is
grantengebouw. Op de begane grond, eerste en vierde verdieping is de
In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan wor-
van het soort object en de risico’s voor de aanwezige personen. De op-
huisvesting reeds mogelijk (aparte procedures). Indien minder zelfred-
den verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings-en alarme-
komsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De
zame personen aanwezig zijn, wordt ervan uitgegaan dat zij met behulp
ringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, ge-
uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men ge-
baseerd op het eerdergenoemde scenario). In geval van een calamiteit is
reed is om te vertrekken naar het plaats van het incident. De uitruktijd be-
van valide personen in veiligheid kunnen worden gebracht. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen
treft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te
Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen
Voor de bewoners (arbeidsmigranten) zal, overeenkomstig het Uitgangs-
vertrekken naar de plaats van het incident. De uitruktijd voor een beroeps-
of vluchten.
puntendocument voor huisvesting arbeidsmigranten in Tilburg, informatie
korps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden.
het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden.
met betrekking tot de calamiteiten beschikbaar zijn in de eigen taal. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van
Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk en in meerdere talen te worden
de blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te
aangeduid. Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de be-
Bestrijdbaarheid toxisch scenario
overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur
drijfshulpverlening inrichten en oefenen op het beschreven scenario in-
Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, af-
en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen
terne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen. In het ontruimings-
hankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gas-
wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten
plan (dit maakt onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan) dient onder andere
wolk neer te slaan of te verdunnen/ op te nemen met water. Hiertoe die-
ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als perso-
nen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te
nen die zich buiten bevinden (PGS 3).
te worden beschreven: wie de organisatie van het evacueren begeleid; de verantwoordelijkheden; waar de verzamelplaats is; de organisatie op de verzamelplaats; wie zorg draagt voor alarmering.
zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant.
Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg of het spoor is te schuilen, mits ramen, deuren en
Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met
ventilatie gesloten kunnen worden. Om personen goed te kunnen be-
name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van
schermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en
Het ontruimingsplan dient opgesteld te worden in samenspraak met de
het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswater-
deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Binnen het plan wordt
brandweer. Daarnaast dienen ontruimingsoefeningen te worden gedaan
voorzieningen ter plaatse van de risicobron.
gekozen voor wtw-units op de kamers, mechanische ventilatie voor de
waarbij de frequentie hiervan in overleg met de brandweer kan worden
natte groepen en centrale ventilatiesystemen voor de keukens. Deze sys-
vastgelegd.
Zelfredzaamheid
temen worden bij een (dreigende) calamiteit centraal uitgeschakeld. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheids-
Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De moge-
Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te
regio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden.
lijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluch-
ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen
De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeente hierin in voor-
ten.
vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwe-
bereiding op een alarmering bij rampen.
gen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen Mobiliteit van de aanwezigen
niet doodlopend zijn. Op basis van het bestaande wegennet kan afzijdig
Bevb- Transport door buisleidingen
Binnen het plangebied worden geen functies voorzien die specifiek be-
van de bron gevlucht worden.
In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto ar-
doeld zijn voor minder zelfredzame personen. Het plan betreft de transfor-
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
tikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen
20
wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onder-
In de huidige situatie is het perceel niet bebouwd en is in de berekeningen
een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen ko-
havige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht voor de
uitgegaan van de planologische mogelijkheden van 40 personen/hectare.
men te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glas-
buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende on-
scherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebou-
derdelen:
In de toekomstige situatie zal nieuwbouw worden gerealiseerd worden en
1) aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het in-
zal huisvesting bieden aan 450 arbeidsmigranten. De mogelijkheid om zelfredzaamheid te vergroten
vloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;
wen.
Ad 2)
Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voorna-
2) het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het be-
De externe veiligheidsrisico’s van de buisleiding zijn kwantitatief vastge-
melijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werk-
sluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten
steld. De berekeningen van de hoogte van het groepsrisico van de betref-
zaamheden nabij de leiding. Een belangrijke bronmaatregel om het risico
kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het
fende buisleiding hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevon-
te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een
groepsrisico;
den met het rekenprogramma CAROLA. Uit de CAROLA-berekening blijkt
strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. Daarnaast dient in
dat de hoogte van het groepsrisico in de toekomstige situatie beperkt re-
het bestemmingsplan te worden opgenomen dat binnen de belemmerin-
kenkundig toeneemt ten opzichte van de huidige situatie, maar ruim lager
genstrook (4 meter aan weerszijden van de leiding) een bouwverbod
is dan de 10% oriëntatiewaarde.
geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien,
3) de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 4) de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede ver-
op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leiding-
oorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich
Ad 3)
beheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsri-
een ramp of zwaar ongeval voordoet.
Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van
sico verder gereduceerd.
belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de Ad 1)
brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorko-
Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied voor externe veilig-
men van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de lei-
Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de
heid van buisleiding Z-528-03-deel 1.
ding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk
beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat het zich
kan het enkele uren duren voor de leiding is leeggelopen. In geval van een
snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van bebouwing tot de
De personendichtheid van het plangebied en directe omgeving zijn in on-
directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de
aardgasleiding, zijn er scenario’s waarbij vluchten niet of nauwelijks moge-
derstaande tabel samengevat.
fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet
lijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Aangezien het plangebied
door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het in-
deels buiten de 100% letaliteitsgrens valt, zijn er mogelijkheden voor zelf-
geblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met
redzaamheid. Zelfredzaamheid is mogelijk, mits ontvluchting uit gebouwen
voldoende materiaal is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de
en omgeving op een juiste manier mogelijk is. Vluchten kan dan alleen via
specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten ‘bereikbaarheid calamiteit’
een route buiten het ‘zicht’ van de fakkel. Om de zelfredzaamheid te verg-
en de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol.
roten is het raadzaam om veilige vluchtroutes te realiseren in de luwte van het gebouw. Hierdoor worden de gevolgen van hittestraling beperkt.
Ad 4)
Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Bij de
Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardegastransportleidin-
inrichting van het plangebied dienen voldoende vluchtwegen aanwezig te
gen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en
zijn om uit het plangebied in geval van calamiteiten te ontvluchten. De vluchtwegen dienen van de leiding afgericht te zijn.
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
21
Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfred-
bedrijvigheid. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijla-
in het akoestisch onderzoek gevelisolatie (paragraaf 2.3) worden geborgd
zaamheid dienen voor advies aan de regionale brandweer/Veiligheidsre-
gen. De belangrijkste conclusies worden hieronder toegelicht.
in vergunning en bij realisatie van de nieuwbouw.
gio dient de gemeente Tilburg mee te wegen in haar besluitvorming. De
De huisvesting van arbeidsmigranten (logies) is een tijdelijke huisvesting
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Brandweer heeft in haar advies aangegeven dat het standaardadvies ex-
van arbeiders. In de zin van de Wet geluidhinder of het Activiteitenbesluit
4.6.1
Toetsingskader
terne veiligheid van toepassing is.
milieubeheer is dit een niet-geluidgevoelig gebouw c.q. functie, behoeft de
gio te worden voorgelegd. De aanvullende adviezen van de Veiligheidsre-
geluidbelasting ten gevolge van de omliggende wegen niet getoetst te 4.4.4
worden en worden de omliggende bedrijven op de naastgelegen percelen
Conclusie
De punten genoemd in de verantwoordingsplicht dienen voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag.
4.5
feitelijk niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Op basis van vaste jurisprudentie is in het kader van een goede ruimtelijke ordening, ter beoordeling van het woon- en leefklimaat, de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai alsmede de cumulatieve geluidbelasting inzichtelijk gemaakt.
Geluid
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de huisvesti4.5.1
Toetsingskader
ging van arbeidsmigranten overeenkomstig de methode Miedema te clas-
Wegverkeer
sificeren is als ‘slecht’. Ten behoeve van een aanvaardbaar binnenniveau
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestem-
kan voldaan worden aan de eisen overeenkomstig het Bouwbesluit 2012
mingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan
voor een tijdelijk bouwwerk indien een minimale karakteristieke geluidwe-
mogelijkheden biedt voor:
ring van de gevel van (afhankelijk van de geveloriëntatie) 23 tot 25 dB ge-
garandeerd wordt.
de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;
de aanleg van een nieuwe weg;
Akoestisch onderzoek gevelwering
de reconstructie van een bestaande weg.
Genoemd onderzoek naar de gevelwering en de binnenniveaus is uitge-
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstro-
voerd, waarbij toetsing heeft plaatsgevonden aan de eisen uit Bouwbesluit
ken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch on-
2012. Uit het uitgevoerd onderzoek en berekeningen blijkt dat kan worden voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en een binnenwaarde van
4.5.2
43 dB(A). Er is sprake van een aanvaardbaard binnenniveau waarmee
Onderzoek
een acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Door Kragten is een akoestisch onderzoek industrielawaai en wegverkeer uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw van de huisvestiging van arbeidsmigranten ter plaatse van bedrijventerrein Het Laar te Tilburg. Doel van het onderzoek is het inzichtelijk maken van de milieuhygiënische inpassing en mogelijke belemmeringen voor de ontwikkeling en omliggende
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
4.5.3
doende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009), geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoordeling. Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert,
derzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten.
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een vol-
Conclusie
“Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen vanuit het aspect ‘geluid’, mits de akoestische gevelmaatregelen zoals opgenomen
zijn enerzijds “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en anderzijds “gemengd gebied”. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden. Rustige woonwijk en een rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de
22
randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig versto-
De in afbeelding 4.2 genoemde locaties zijn beschouwd. Onderstaand een
Akoestisch onderzoek industrielawaai
ring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare mi-
overzicht van de locaties met de daarbij behorende milieucategorie:
Gezien het feit dat de huisvesting van migranten niet geluidgevoelig is in
lieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecrea-
1) Milieucategorie 4.1: Bosch Transmission Technology B.V.
de zin van de Wet geluidhinder of het Activiteitenbesluit milieubeheer, wor-
tie), een stiltegebied of een natuurgebied.
2) Milieucategorie 3.1: NewLogic III B.V.
den de omliggende bedrijven op de naastgelegen percelen feitelijk niet
3) Milieucategorie 3.1: Overige bedrijven
beperkt in hun bedrijfsvoering. De vigerend vergunde rechten van de aan-
Gemengd gebied
4) Milieucategorie 3.2: Overige bedrijven
wezige bedrijven worden op basis van de beoogde realisatie van arbeids-
Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemen-
5) Milieucategorie 3.1: Overige bedrijven
migranten huisvesting niet aangetast.
ging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels,
6) Milieucategorie 3.1: Overige bedrijven
horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met
7) Milieucategorie 3.1: Overige bedrijven
Op basis van vaste jurisprudentie is in het kader van een goede ruimtelijke
overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied
ordening, ter beoordeling van het woon- en leefklimaat, de geluidbelasting
worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur lig-
ten gevolge van industrielawaai alsmede de cumulatieve geluidbelasting
gen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan
inzichtelijk gemaakt.
de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van mili-
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de huisvesti-
eubelastende activiteiten veelal bepalend.
ging van arbeidsmigranten overeenkomstig de methode Miedema te classificeren is als ‘slecht’. Ten behoeve van een aanvaardbaar binnenniveau
Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planreali-
kan voldaan worden aan de eisen overeenkomstig het Bouwbesluit 2012
satie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Het vertrekpunt vormt in alge-
voor een tijdelijk bouwwerk indien een minimale karakteristieke geluidwe-
mene zin de afstand behorend bij een rustige woonwijk en een rustig bui-
ring van de gevel van (afhankelijk van de geveloriëntatie) 23 tot 25 dB ge-
tengebied. De richtafstanden die hierbij behoren, kunnen echter met één
garandeerd wordt.
stap worden verkleind indien er sprake is van een gemengd gebied. Akoestisch onderzoek gevelwering 4.6.2
Genoemd onderzoek naar de gevelwering en de binnenniveaus is uitge-
Onderzoek
voerd, waarbij toetsing heeft plaatsgevonden aan de eisen uit Bouwbesluit
De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan functies (wonen, kantoren en bedrijven) en kan dan ook wor-
2012. Figuur 4.2 Ligging plangebied en omliggende bedrijfsbestemmingen
den aangeduid als gemengd gebied. Door Kragten zijn de bedrijven in de nabijheid van het plangebied in het kader van een onderzoek industrielawaai inzichtelijk gemaakt. Dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen. In figuur 4.2 zijn de bedrijfsbestemmingen in de nabijheid van het plangebied weergegeven.
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
Uit het uitgevoerd onderzoek en berekeningen blijkt dat kan worden volVoor een gemengd gebied gelden voor de milieucategorieën 3.1, 3.2 en
doen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en een binnenwaarde van 43
4.1 respectievelijk de richtafstanden 30 meter, 50 meter en 100 meter. De
dB(A). Er is sprake van een aanvaardbaard binnenniveau waarmee een
richtafstand tot het bedrijf ‘Bosch Transmission Technology B.V.’ wordt
acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden.
niet gerespecteerd. De grootste richtafstand voor dit bedrijf van 100 meter geldt voor het aspect ‘geluid’. Hiertoe is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd.
23
Geur
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met voor stikstof gevoelige habi-
0,57 rit/bed (450 * 0,57 = 257). Dit zou neerkomen op ongeveer 125 ver-
Door Kragten is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek
tattypen is ‘Regte Heide & Riels Laag. Het gebied is gelegen op 2,3 kilo-
trekkende en 125 aankomende motorvoertuigbewegingen.
is ook het aspect geur inzichtelijk gemaakt. Dit onderzoek is opgenomen
meter van het plangebied. Op de onderstaande kaart is de ligging van het
in de bijlagen.
plangebied ten opzichte van het relevante Natura 2000-gebied weergege-
Voordat het plangebied braak lag, stond er bebouwing op de grond met
ven.
een kantoorfunctie. De bebouwing besloeg een oppervlak van circa 2.185 m2. Een kantoorgebouw van deze omvang genereert, op basis van
Bij de vergelijking van het planologisch als feitelijke gebruik blijkt dat geurgeurgevoelige objecten reeds mogelijk zijn. Er wordt geen nieuw geurge-
Uit het stikstofdepositie onderzoek blijkt dat het plan, zowel tijdens de aan-
bovenstaande stedelijkheidsgraad en gebiedstype, maximaal (afgerond)
voelig object geïntroduceerd. De ontwikkeling zal de nabijgelegen bedrij-
leg als de gebruiksfase geen negatieve bijdrage heeft op relevante voor
107 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
vigheid niet beperken in de planologisch- en vergunde rechten. Daarnaast
stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De berekende depositie voldoet
zijn ook in de directe omgeving diverse geurgevoelige objecten gelegen
aan de afgeronde grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar.
die een beoordelingspunt vormen voor de omliggende bedrijven.
nereerd. Gezien de ligging van de toekomstige bebouwing op een bedrij4.7.3
4.6.3
Conclusie
Conclusie
Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect ‘stikstof’.
Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen vanuit het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’.
4.7
Stikstofdepositie
4.7.1
Toetsingskader
Er worden dus 150 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal extra gege-
4.8
Verkeer en parkeren
4.8.1
Toetsingskader
venterrein, de ruime opbouw van het omliggende wegennetwerk, en de nabijheid van provinciale wegen, is te verwachten dat deze toename goed opgevangen kan worden door het omliggend wegennetwerk. Parkeren De parkeernormen van de gemeente Tilburg zijn vervat in het document
Met de realisatie van 189 units voor arbeidsmigranten verandert de ver-
‘Parkeernormen Tilburg 2017’. De gemeente gaat bij het hanteren van de
keersintensiteit en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gereali-
parkeernormen uit van een minimaal te realiseren aantal parkeerplaatsen.
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
seerd, waarbij dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernor-
Deze parkeereis dient bij een bouwplan waarvoor een omgevingsvergun-
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-
men.
ning vereist is, minimaal te worden gerealiseerd.
richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunning plichtig. 4.7.2
4.8.2
Onderzoek
gegaan van het woningtype ‘Wooneenheid <35 m 2 bvo zelfstandig wonen’.
Verkeer
Op basis van deze gegevens geldt een parkeernorm van 0,6 parkeerplaat-
De nieuwe functies zorgen voor andere verkeersbewegingen. Er zijn geen
sen per wooneenheid. Hierbij is uitgegaan van een bezoekersdeel van 0,2
normen vastgesteld voor verkeersgeneratie voor de huisvesting van ar-
parkeerplaatsen per wooneenheid.
beidsmigranten. Voor de berekening van de verkeersproductie is uitgegaan van de normen voor een 2* hotel van CROW publicatie 381 ‘Toe-
Onderzoek
Het plangebied bevindt zich in zone ‘C’. Voor de parkeernormen wordt uit-
komstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Op
In totaal zijn er voor de Dr. Hub van Doorneweg 81 t/m 99 (naastgelegen gebouw) en Dr. Hub van Doorneweg 101 218 auto autoparkeerplaatsen
Er is een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie op de dichtstbij-
basis van deze CROW kengetallen is de verkeersproductie van de toe-
en 470 fietsen parkeerplaatsen nodig. Op het huidige terrein zijn reeds
zijnde Natura 2000-gebieden als gevolg van het project. De volledige rap-
komstige functie in beeld gebracht. Op basis van het programma is de ver-
208 auto parkeerplaatsen aanwezig. Dat betekent dat er nog 10 te worden
portage is opgenomen in de bijlagen.
keersgeneratie bepaald. Hieruit blijkt dat het plangebied afgerond 257
gerealiseerd binnen het plangebied. Op de tekeningen zijn nu 220 auto-
mvt/etmaal genereert. Dit is op basis van een verkeersgeneratienorm van
parkeerplaatsen ingetekend. Bij Dr. Hub van Doorneweg 89 is er voor de
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
24
kantoren een fietsenstalling aanwezig voor 10 fietsen. In het nieuwe plan zijn 464 fietsen parkeerplaatsen opgenomen. 4.8.3
Conclusie
Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 enPM10 (1,2μg/m3).
4.9.2
Id
NO2
PM10
PM10
PM2.5
μg/m3
μg/m3
overschrij-
μg/m3
dingsda-
Onderzoek
Er zijn geen belemmeringen te verwachten vanuit het aspect ‘verkeer en
Op grond van de categorieën van gevallen kan worden gemotiveerd dat
parkeren’ voor onderhavige ontwikkeling.
luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de functiewijziging. De wijzi-
Jaar
gen
ging is dermate kleinschalig ten opzichte van vergelijkbare ontwikkelingen
4.9
Luchtkwaliteit
die onder de NIBM vallen, onderhavig project niet in betekenende mate
4.9.1
Toetsingskader
bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.
Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwa-
Echter dient wel nagegaan te worden of er ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiertoe worden de achtergrondwaarden van stikstof en fijnstof inzichtelijk gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van de NSL monitor. De achtergrondwaarden van de dichtstbijzijnde meetpunten
14745
22,5
19,1
6,9
11,9
2020
14746
22.5
19.1
6.9
11.9
2020
14743
23.2
19.2
7.0
11.9
2020
14753
28.3
20.4
8.1
12.3
2020
Norm
40
40
35
25
zijn in onderstaande tabel weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden aan stikstof en fijnstof ruim onder de norm liggen. Er is dan ook sprake van een goed leef- en verblijfsklimaat in het kader van de luchtkwaliteit.
4.9.3
Conclusie
liteit.
Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor onderhavig plan-
Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtver-
voornemen.
ontreiniging.
Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
4.10 Bomeneffecten analyse 4.10.1 Toetsingskader
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de
Tijdens het doorlopen van een ruimtelijke herontwikkeling of reconstructie
luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende
kan duidelijk worden dat de projectuitvoering mogelijk bedreigend is voor
mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM)
bestaande bomen. Door middel van een Bomen Effect Analyse (BEA)
vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in
wordt inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn op de betreffende bomen.
twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtin-
Het uitgangspunt is van een Bomen Effect Analyse is dat de bomen in het
gen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Rege-
perspectief van de projectuitvoering in hun huidige verschijningsvorm en
ling NIBM.
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
25
op dezelfde standplaats duurzaam behouden blijven. Onderstaand is be-
de hand van dit onderzoek moet bepaald worden of de boom (met of zon-
Bomen 16, 17, 18 en 56 staan kort op de te realiseren (zuidelijke) fietsen-
schreven hoe er met de bomen binnen het plangebied kan worden omge-
der) kan blijven staan. In geval van behoud van de boom, zullen de boom
stalling. Deze bomen staan circa 50 cm hoger dan het maaiveld. Dit heu-
gaan.
en het mogelijk aan te brengen kroonanker in de toekomst jaarlijks gecon-
veltje dient intact te blijven en mag niet (deels) afgegraven worden.
troleerd moeten worden. Ter hoogte van boom 26 en 27 is een fiets-/voet4.10.2 Onderzoek Op basis van de boomeffectanalyse (BEA) wordt inzichtelijk gemaakt wat de verwachte projectinvloed is in relatie tot de duurzame instandhouding van de bomen in het plangebied. De analyse is uitgevoerd door Pius Floris. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Onderstaand worden de belangrijkste conclusies toegelicht. Ruimtelijk beslag De ontwikkeling legt ruimtelijk beslag op 14 bomen (boomnummers zie BEA). De redenen van het ruimtelijk beslag kunnen worden uitgesplitst in:
Ruimtelijk beslag door verhardingen (boomnrs. 6,7,38,50,51,52,100);
Ruimtelijk beslag door egalisering maaiveld (boomnrs. 30);
Ruimtelijk beslag door locatie bebouwd oppervlak (boomnrs. 19,20,21,28,33,54,55);
Behoud van bovengenoemde bomen zijn enkel mogelijk bij ontwerpwijzigingen. Boom 6, 7, 38, 50, 51, 52 en 100 staan deels of volledig ingetekend in verharding. Een ander groot knelpunt op het perceel zijn verschillen in maaiveldhoogtes. Door bouwrijp maken en egaliseren van het omliggende terrein zal ruimtelijk beslag gelegd worden op boom 30, een zeer grote zilveresdoorn. Behoud van deze boom is enkel mogelijk wanneer hoogteverschillen gehandhaafd blijven en ontgravingen pas kunnen worden uitgevoerd buiten de kwetsbare boomzone (kroonprojectie +1,5m). De realisatie van het pand zorgt voor verlies van 7 bomen (3,4,19,20,21,54,55) Ingrijpende maatregelen Voor boom 26 is nader technisch onderzoek voorgeschreven, omdat de boom een structureel gebrek heeft in de vorm van een zware kleeftak. Aan
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
pad gesitueerd. Dit pad dient niet dieper dan 30 cm – mv ontgraven te
Ook bomen 2, 3, 4 en 53 staan op een plaatselijk verhoogd maaiveld. De
worden. De ontgraving rond deze boom dient handmatig en onder toezicht
stamvoet van de boom staat circa 50 cm +mv. Op circa 4 meter uit het
van een boomtechnisch toezichthouder uitgevoerd te worden. Mochten
hart van bomen 3 en 4 komt de steiger ter verwezenlijking van het nieuwe
stabiliteitswortels worden aangetroffen dan dienen deze te worden opge-
gebouw. De breedte van de steiger is ingeschat op 2,5 meter. De kronen
nomen in het cunet. Tot slot wordt aanbevolen om dit pad in halfverhar-
van deze bomen moet opgehoogd worden tot waar de steiger komt. De
ding uit te voeren zodat de waterhuishouding en luchtuitwisseling van de
snoei dient te worden uitgevoerd door een vakbekwame specialist. Op
bodem minder negatief beïnvloed wordt. Als deze maatregel wordt aange-
circa 4,5 meter uit het hart van bomen 2 en 53 wordt een voet-/fietspad
houden is het ondergrondse knelpunt ter hoogte van boom 25 ook onder-
aangelegd. Als gevolg hiervan zal de heuvel waar de bomen op staan
vangen. Boom 13 (maat ook bomen 14, 15, 43, 62 en 63) staat op korte
deels ontgraven moeten worden. Deze ontgravingswerkzaamheden die-
afstand van de aan te leggen wadi. Gezien het feit dat boom 30 vervalt
nen met licht materieel uitgevoerd te worden. Wortels dikker dan 5cm
ontstaat een grote ruimte ten zuidoosten van boom 13. De wadi kan tus-
doorsnee dienen recht te worden afgezaagd. Tevens dient een keerwand
sen bomen 13, 14, 15, 43, 62 en 63 smaller gemaakt worden en ter
te worden geplaatst om zoveel mogelijk van de bestaande ‘heuvel’ intact
hoogte van de huidige groeiplaats van boom 30 uitgebreid worden. Op
te laten. De keerwand kan door middel van palen (berlinerwand (palen en
deze manier heeft de aanleg van de wadi een minder grote impact op de
planken)) voldoende stabiliteit verkrijgen. Het ontgraven en het plaatsen
groeiplaats van de te behouden bomen en kan toch het benodigde volume
van de berlinerwand dient onder toezicht van een boomtechnisch toezicht-
bereikt worden.
houder te gebeuren.
Specifieke maatregelen
Beperkte maatregelen
Bomen 36, 37, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 57, 58, 59 en 60 staan in de directe
Voor de overige bomen in en om het plangebied geldt dat deugdelijke
omgeving van de reeds bestaande parkeerplaatsen in de zuidwesthoek
stamommanteling overal noodzakelijk is. Daarnaast moet verharding on-
van het plangebied. Als de parkeerplaatsen in huidige vorm blijven be-
der de kronen van te behouden bomen handmatig verwijderd worden en
staan is er voor deze bomen een niet veranderende situatie en daar geen
dient de richting van de graafwerkzaamheden van de boom af georiën-
effect. Mocht de verharding van de parkeerplaatsen worden vervangen
teerd te zijn.
dan dient het bestaande cunet niet afgegraven en hergebruikt te worden. Ook dienen reeds aanwezige banden niet verplaatst te worden. Een lichte
Algemene randvoorwaarden
ophoging (maximaal 5cm) van het cunet onder de parkeerplaatsen is wel
Onderstaande randvoorwaarden dienen te allen tijde te worden opge-
toegestaan.
volgd: Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een toezichthouder bomen te worden aangesteld die dient als vraagbaak gedurende de werkzaamheden.
26
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient de toezichthouder bomen
worden die niet verwijderd mogen worden, dan in overleg met boomei-
Wettelijke gebiedsbescherming
het door de aannemer opgestelde werkplan te toetsen op volledigheid
genaar kiezen voor:
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
en ter controle van naleving.
1) treffen van maatregelen ter compensatie;
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
Alle te handhaven bomen moeten worden voorzien van deugdelijke
2) alsnog verwijderen boom
2000-gebied, “Regte Heide & Riels Laag”, bevindt zich op circa 2,3 kilo-
stamommanteling.
Stamplanken met achterliggende drain.
Open grond in het gebied dient met een straal van 1,5m rondom de boomkronen vrij te blijven van betreding door zwaar materieel, materiaal en/of opslag van goederen. Dit om bodemverdichting in de groeiruimte te voorkomen. Bij situaties waar oprijden van dit soort oppervlakten onvermijdelijk is dient de verharding te worden voorzien van rijplaten om de druk te verdelen. Rijplaten vanaf 1,5 meter uit zijde
meter afstand ten noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn 4.10.3 Conclusie In het bovenstaande zijn adviezen gegeven betreffende de mogelijkheden tot behoud en duurzame instandhouding van de bomen binnen het plangebied. Tijdens de verdere planuitwerking zal rekening worden gehouden met deze adviezen.
4.11 Flora en fauna
stam zijn toegestaan na goedkeuring van de toezichthouder bomen.
stand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Daar recentelijk een kantoorpand aanwezig was op deze locatie zal de realisatie van het nieuwe pand hooguit beperkt een toename in stikstofuitstoot veroorzaken. Hierdoor is, in combinatie met de afstand, een significante toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet te verwachten. Een effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Na-
Vooraf bepalen van de bodemverdichting met de penetrometer(0-me-
tura 2000-gebied is daarmee redelijkerwijs uitgesloten. Volledige zeker-
ting), nadien controleren of verdere bodemverdichting is opgetreden
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastge-
heid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een
en indien het geval, beluchten om de verdichting op te heffen.
legd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb is een Nederlandse
berekening in AERIUS Calculator. Deze berekening is uitgevoerd en de
Snoeiwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een gecertifi-
wet die de bescherming regelt van gebieden in het kader van de Habitat-
resultaten hiervan zijn beschreven in paragraaf 4.7 ‘Stikstof’.
ceerd boomverzorger (European Tree Worker).
richtlijn en de Vogelrichtlijn, waaronder de Natura 2000-gebieden. Natura
Hinderlijke takken mogen enkel worden verwijderd met toestemming
2000-gebieden maken onderdeel uit van het Europese netwerk van na-
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
van en op aanwijzing van de toezichthouder bomen en boomeigenaar.
tuurgebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten
Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant. Het
Bronneringswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd buiten de
mogelijkerwijs negatieve effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart
dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 700 meter ten zuid-
bladhoudende periode. Indien binnen de bladhoudende periode
gebracht en beoordeeld te worden.
oosten van het plangebied. Gezien het de nieuwbouw van een kantoor-
een geohydrologisch onderzoek plaatsvinden waarin de invloedssfeer
pand betreft in combinatie met de afstand tot het NNB, zullen de omge4.11.2 Onderzoek
van de grondwateronttrekking zichtbaar wordt gemaakt. Vervolgens
als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de af-
4.11.1 Toetsingskader
(maart – november) grondwater onttrokken dient te worden dan moet
van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren
vingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in
dient een specifiek op het project gericht watergiftplan te worden op-
In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft BRO door middel van een
het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Daarnaast
gesteld.
verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling ge-
is het plangebied niet gelegen binnen de groenblauwe mantel.
Graafwerkzaamheden en sloopwerkzaamheden binnen de kroonpro-
maakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde
jecties +1,5 meter van de bomen dienen altijd te van de boom af te ge-
natuurwaarden. In deze quickscan zijn de gevolgen van de gehele ontwik-
Toetsing beschermde houtopstanden
beuren.
keling in kaart gebracht. Onderstaand worden enkel de conclusies van het
Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom Boswet bevindt
Wortels met een diameter tot 4 centimeter dienen haaks op de groei-
onderzoek ten aanzien van de functiewijziging aan de Dr. Hub van Door-
is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbe-
richting te worden doorgezaagd of afgeknipt. Wortels dikker dan 4
neweg 101 weergegeven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de
scherming bij dit plan niet aan de orde.
centimeter mogen bij uitzondering enkel op aanwijzing van een toe-
volledige onderzoeksrapportage.
zichthouder bomen worden afgezet. Indien wortels tegengekomen
Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg
27
Toetsing beschermde soorten
Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen
Gelet op de potentiele ecologische waarden kan het voorgenomen plan in
de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Be-
overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale
sluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het
natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren
Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelings-
van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, on-
plicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in on-
derdeel soorten, in acht te worden genomen.
derdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de
Ten aanzien van broedvogels dient het bouwrijp maken van het terrein
drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van se-
buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet
lectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoor-
de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten.
deling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige ge-
Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de
volgen voor het milieu kan hebben'.
zorgplicht in acht te worden genomen. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. wordt onder D.11.2 als activiteit de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject ge-
4.11.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling vanuit het aspect ‘flora en fauna’.
noemd. Onderhavige ontwikkeling wordt op basis hiervan aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De aanmeldingsnotitie met vormvrije
4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. Uit de aanmeldingsnotitie kan worden geconcludeerd dat er, rekening hou-
4.12.1 Toetsingskader
dend met:
In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene
1. de kenmerken van het project;
maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen:
2. de plaats van het project; en
a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu;
3. de kenmerken van het potentiële effect;
b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij be-
sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele
langrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potenti-
In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten
ele effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het
die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en
plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk
waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om