CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 5 februari 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten Dr. Hub van Doorneweg 10121.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg Ruimtelijke onderbouwing

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

1

colofon

projectnaam Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg datum 24 mei 2023 projectnummer P03673 opdrachtgever Sabes Vastgoed BV BRO projectleider CVe bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

2

Inhoudsopgave 4.2.3

1

Inleiding

4

1.1 1.2

4 4

1.3 1.4

2

3

Aanleiding Plangebied 5 Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

4.4

6

2.1 2.2

6 6

Beleidskader

7

3.1

7

Rijksbeleid 3.1.1 3.1.2 3.1.3

3.2

Provinciaal beleid 3.2.1 3.2.2

3.3

Omgevingsvisie Noord-Brabant Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, september 2018 (Provinciale werkgroep Arbeidsmigratie)

Regionaal beleid 3.3.1

3.4

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking

Omgevingsvisie Tilburg 2040 Beleidsnotitie uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten

4.7

10

4.8 11

4.9

12

Omgevingsaspecten

15

4.1

15

Archeologie 4.1.1 4.1.2 4.1.3

4.2

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem 4.2.1 4.2.2

Toetsingskader Onderzoek

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

15 15 15 16 16

4.12

22 22 22

22

Stikstofdepositie

24

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

24 24 24

Verkeer en parkeren

24

Luchtkwaliteit Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bomeneffecten analyse

24 24 25

25 25 25 25

25

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

25 26 27

Flora en fauna

27

4.11.1 4.11.2 4.11.3

16

22

22 23 24

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.12.1

Toetsingskader

5

18 18 18 22

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.10.1 4.10.2 4.10.3

4.11

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1 4.9.2 4.9.3

13

Toetsingskader Onderzoek Verantwoording groepsrisico Conclusie

Geluid

4.8.1 4.8.2 4.8.3

12

4.10

4

18

4.7.1 4.7.2 4.7.3

10

12

Externe veiligheid

4.6.1 4.6.2 4.6.3

Regionaal Woonkader Hart van Brabant, november 2015 12

Gemeentelijk beleid 3.4.1 3.4.2

7 7 7

16 17 18

4.5.1 4.5.2 4.5.3

4.6

16

16

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4

4.5

Conclusie

Water 4.3.1 4.3.2 4.3.3

5 5

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4.3

6

Afweging van belangen

29

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

29 29 29 29 29 29

Algemeen Noodzaak Maatschappelijk impact Veiligheid Klankbordgroep Conclusie

Uitvoerbaarheid

31

6.1 6.2 6.3

31 31 31

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure

Bijlage 1 - Tekeningen SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder huisvesting Bijlage 2: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Externe veiligheid Bijlage 6: Akoestisch onderzoek Bijlage 7: Stikstofonderzoek Bijlage 8: Quickscan flora en fauna Bijlage 9: Boom effect analyse Bijlage 10: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 11: Milieuhygiënisch haalbaarheidsonderzoek Bijlage 12: Verslag klankbordgroep

27 27 28

28 28

3

1.2

Plangebied

1

Inleiding

De initiatiefnemer is voornemens om op het nu nog onbebouwde ge-

1.1

Aanleiding

granten te realiseren. Met de realisatie zullen er ongeveer 450 arbeidsmi-

Het plangebied betreft het onbebouwde perceel gelegen aan de Dr. Hub

granten gehuisvest kunnen worden. De bebouwing die wordt gerealiseerd

van Doorneweg 101 te Tilburg. Het plangebied is gelegen in de directe

Tilburgse bedrijven hebben steeds vaker moeite om in de stad of regio

zal voor een periode van 10 jaar beschikbaar worden gesteld voor de

omgeving van de A58 bij de afrit Tilburg-Centrum West. Tevens is het

voldoende en geschikte werknemers te vinden. Daarom huren zij arbeids-

huisvesting van arbeidsmigranten. Na deze periode kan de bebouwing

plangebied gelegen op het bedrijventerrein Het Laar, ten westen van het

migranten in. De meeste arbeidsmigranten komen hier vooral om tijdelijk

een andere functie toebedeeld krijgen.

stadsdeel Stappegoor. Het perceel staat kadastraal bekend als Tilburg,

meente perceel (Dr. Hub van Doorneweg 101) huisvesting voor arbeidsmi-

sectie AA, perceelnummer 333. Het perceel heeft een oppervlakte van

te werken. Ze verblijven in Tilburg voor enkele maanden of langer. In Tilburg zijn nu nog te weinig goede en grootschalige woonvoorzieningen.

Het initiatief is niet direct mogelijk, het plan is namelijk in strijd met be-

6.745 m2. Aan de zuidzijde van het perceel is het Ibis Hotel Tilburg geves-

Daardoor ontstaan er soms ongewenste situaties in wijken en buurten

stemmingsplan "Bedrijventerrein Het Laar 2008". Op grond van dit be-

tigd. Het naastgelegen perceel betreft de Dr. Hub van Doorneweg 81 t/m

voor zowel de arbeidsmigranten als hun omgeving. Maar ook is voor een

stemmingsplan heeft het perceel de enkelbestemming ‘kantoor’ waarbin-

99, wat door de gemeente Tilburg ook is aangewezen als kansrijke locatie

groot aantal arbeidsmigranten helemaal nog geen verblijfsplek in onze

nen de gewenste functie (huisvesting van arbeidsmigranten) niet mogelijk

voor huisvesting arbeidsmigranten en waar inmiddels vergunningen zijn

stad en regio beschikbaar.

is.

verleend of binnenkort worden verleend voor de tijdelijke huisvestiging van arbeidsmigranten.

Om de huisvesting van 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten voor 2025 moge-

Voor deze strijdigheid geldt dat deze niet mogelijk gemaakt kan worden

lijk te maken, wil het college van burgemeester en wethouders meewerken

middels de toepassing van de in het vigerend bestemmingsplan opgeno-

aan de realisatie van tijdelijke grootschalige en goed begeleide logiesvoor-

men regels voor binnenplans afwijken (artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1).

zieningen. Op 19 februari 2019 heeft het college middels een collegebe-

Ook kan niet meegewerkt worden aan een kleine buitenplanse afwijking

sluit1 te kennen gegeven 19 locaties aan te merken als kansrijk voor de

(artikel 2.12, lid 1 onder a sub 2 Wabo) aangezien het initiatief een stede-

grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten.

lijk ontwikkelingsproject betreft, zoals opgenomen in kolom 1 van catego-

In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

rie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapporEén van de kansrijke locaties betreft de Dr. Hub van Doorneweg 101. Het

tage. Om het initiatief mogelijk te maken is een buitenplanse afwijking no-

college noemt een locatie kansrijk als ze van mening is dat op deze plek

dig. Dit betreft een omgevingsvergunning aanvraag via de uitgebreide pro-

een grootschalige voorziening voor huisvesting van arbeidsmigranten kan

cedure. Onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag is een ruimte-

passen. De inzet van het college is dan ook op deze locatie, in overleg

lijke onderbouwing.

met de initiatiefnemer en de omgeving, daadwerkelijk te komen tot realisatie. Daarbij wordt uitgegaan van het principe 'Ja we willen hier een groot-

In een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ wordt uiteengezet waarom het ini-

schalige voorziening voor huisvesting arbeidsmigranten, als er voldaan

tiatief vanuit ruimtelijk en milieuhygiënisch oogpunt passend is op de voor-

wordt aan o.a. ruimtelijke bepalingen en eventuele vastgestelde uitgangs-

gestelde locatie. Er wordt ingegaan op het vigerend ruimtelijk beleid, de

punten'.

programmatische aspecten en de milieuwetgeving. Onderhavige onder-

Figuur 1.1: Globale ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)

bouwing voorziet hierin.

1

Gemeente Tilburg, Collegebesluit 19 februari 2019

https://www.tilburg.nl/fileadmin/files/actueel/huisvesting_arbeidsmigranten/02_Collegebesluit_huisvesting_arbeidsmigranten_link_2.pdf

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

4

a. kantoren; b. bouwwerken van openbaar nut.

basis van deze dubbelbestemming is het niet toegestaan grondingrijpen uit te voeren met een oppervlak van meer dan 30 m2 en dieper dan 0,5 meter tenzij is aangetoond dat de archeologische (verwachtings)waarden

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en bouwwer-

niet onevenredig worden geschaad. Het aspect ‘archeologie’ zal nader

ken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of

worden toegelicht in paragraaf 4.1.

tot een doel strijdig met de gegeven bestemming, behoudens vrijstellingen die zijn verleend.

1.4

Leeswijzer

Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van

"Kantoor", wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning.

het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die deze ruimtelijke motivering mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeen-

Het voorgenomen bouwplan is dan ook strijdig met het vigerende bestem-

telijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse

mingsplan.

omgevingsaspecten die van belang zijn voor voorliggende ruimtelijke motivering. In hoofdstuk 5 is afweging van belangen geschreven. In het laatste

Verwachtingsgebied archeologische waarden (Artikel 18) Figuur 1.2: Bedrijventerreinen Tilburg, besluitgebied is gelegen ten westen van E (met rood kruis aangegeven)

hoofdstuk komt de uitvoerbaarheid aan de orde.

De op de plankaart voor "Verwachtingsgebied archeologische waarden (dubbelbestemming)" aangewezen gronden zijn, naast de andere op de kaart voor die gronden aangewezen bestemming(en), tevens bestemd

1.3

Vigerend bestemmingsplan

voor het behoud van mogelijk te verwachten archeologische waarden. Op

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Het Laar 2008” (zie figuur 1.3). Op het perceel geldt de enkelbestemming ‘Kantoor’ en op een gedeelte van het perceel geldt de dubbelbestemming ‘verwachtingsgebied archeologische waarden’. Daarnaast is er een bouwvlak dat voor 70% bebouwd mag worden, geldt een maximale bouwhoogte van 15 meter. Tevens geldt tevens het bestemmingsplan ‘Tilburg, Parkeerregeling 2017’. Bestemmingen en bestemmingsregels ‘Bedrijventerrein Het Laar 2008’ Kantoor (Artikel 7) De op de plankaart voor "Kantoor" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omkaderd)

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

5

2

Planbeschrijving

Elke bouwlaag zal ingevuld worden met wooneenheden. Het gaat hier om

2.1

Huidige situatie

ken en badkamer gedeeld zijn), twee- en eenpersoonskamers, waarbij

units voor 4 personen (waarbij iedereen een eigen kamer heeft en de keueen keukenblok en badkamer gedeeld worden. In het plan is rekening ge-

De voorgestelde ontwikkeling vindt plaats aan de Dr. Hub van Doorneweg

houden met totaal 189 wooneenheden. In totaal zal de bebouwing ge-

101 te Tilburg. Het betreft een onbebouwd perceel gelegen op het bedrij-

schikt zijn voor circa 450 arbeidsmigranten.

venterrein ‘Het Laar’. Dit bedrijventerrein is direct ten westen gelegen van het stadsdeel Stappegoor en ten zuiden van het centrum van Tilburg. Het

In figuur 2.3 is een plattegrond van de toekomstige bebouwing weergege-

plangebied is tevens gelegen in de directe omgeving van de A58 bij de af-

ven.

rit Tilburg-Centrum West. Het bedrijventerrein ‘Het Laar’ is voornamelijk ingevuld met bedrijfsbestemmingen, maar ter hoogte van het plangebied bevinden zich ook verscheidene kantoor- en gemengde bestemmingen. Het plangebied wordt ten zuiden begrensd door het Ibis Hotel Tilburg en ten noorden door de Dr. Hub van Doorneweg 81 t/m 99, wat door de gemeente Tilburg ook is aangewezen als kansrijke locatie voor huisvesting arbeidsmigranten. Ten westen wordt het plangebied begrenst door de provinciale weg N630 en ten oosten door de Dr. Hub van Doorneweg.

Figuur 2.1 Aantal wooneenheden

In figuur 2.1 is een impressie weergegeven van de huidige situatie.

2.2

Toekomstige situatie

Beoogd wordt bebouwing te realiseren ten behoeve van het tijdelijk (10 jaar) huisvesten van arbeidsmigranten. Na deze periode van 10 jaar kan de bebouwing ingezet worden om een andere functie te dienen. De bebouwing zal in het bestaande bouwvlak worden ingepast. Ten westen van deze bebouwing worden de benodigde parkeerplaatsen aangelegd. Het gebouw wordt in 5 bouwlagen met plat dak uitgevoerd. Deze bouwhoogte en bouwstijl sluit aan bij de in de omgeving aanwezige bebouwing. De bebouwing in het plangebied zal gerealiseerd worden met een centraal hofje te midden van de woonunits voor de arbeidsmigranten. Het totale bvo van het gebouw zal circa 8.293 m2 bedragen.

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

Figuur 2.2 Impressie huidige situatie

Figuur 2.3 plattegrond toekomstige bebouwing

6

3

Beleidskader

Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in ge-

toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikke-

meentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van

ling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ont-

3.1

Rijksbeleid

deze belangen vooraf.

wikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen Doorwerking plangebied

het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (arti-

In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan

De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft

kel 3.1.6 lid 2 Bro).

voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In

geen relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Ge-

Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lo-

constateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal

Doorwerking plangebied

kaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatveran-

ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking bin-

Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de vol-

dering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en wo-

nen dit uitwerkingsplan.

gende aspecten van belang:

ningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:

 3.1.3

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de

Ladder voor duurzame verstedelijking

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de lad-

duurzaam economisch groeipotentieel;

der voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (arti-

sterke en gezonde steden en regio's;

kel 3.1.6 Bro) opgenomen (en in 2017 aangescherpt). De ladder ziet op

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimte-

aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. 

dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een

Onderhavig plangebied bevindt zich niet in de nationale hoofdstructuur en omvat geen ontwikkelingen van Rijksbelang. Daarnaast worden in het

‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De

NOVI geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorlig-

ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of

gende plangebied.

van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2

Omgevingsvisies (NOVI) hebben geen bindende werking voor andere

Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de

overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale

tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de nood-

belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het

zaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikke-

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Op basis van met name de bestemming wordt beoordeeld of de ont-

lijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument Doorwerking plangebied

Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

wikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. 

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling? Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte te bevatten binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling.

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

ling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De

2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

7

Bij de beoordeling van de behoefte dient het bestaande aanbod en

Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand steden-

In zowel gemeente Tilburg als de regio, waarbij Waalwijk een belang-

vraag betrokken te worden. Bovendien dient inzichtelijk te worden ge-

bouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening,

rijke trekker is, zijn diverse bedrijven gevestigd die buitenlandse werk-

maakt dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben,

bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende

nemers hard nodig hebben. Voor de positionering van de omgeving

dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van

openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infra-

Waalwijk en Tilburg, als logistieke hub met aansluiting op het Euro-

een goede ruimtelijke ordening.

structuur’. Het plangebied wordt ingesloten door de bestemmingen

pese distributienetwerk, zou het kunnen betekenen dat een belangrijk

Kantoor en Gemengd Grootschalig.

deel van de aldaar gevestigde logistieke bedrijven, waaronder

Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling

Gezien voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stede-

Bol.com en Coolblue, uit de regio zou wegvallen, indien zij niet zouden

De beoogde ontwikkeling aan de Dr. Hub van Doorneweg in Tilburg betreft

lijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

beschikken over deze arbeidskrachten3. 

een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens:

Kijkende naar de aard en omvang van het initiatief, waarbij er 750

Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied

mensen gehuisvest worden is het de verwachting dat dit niet alleen lo-

grens hiervoor ligt 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van min-

Verzorgingsgebied

kaal maar ook regionaal mensen zal trekken.

der dan 500 m2. De ontwikkeling heeft een omvang die groter dan

De Ladder vraagt in dit kader alleen om de onderbouwing van de behoefte

deze ondergrens.

in het verzorgingsgebied te beschrijven. Voor de onderbouwing van de be-

Sprake van behoefte

2. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de volgende bestemmin-

hoefte is gekeken naar de afbakening van het verzorgingsgebied, waarbij

De uitkomst van de laddertoets is dat de nieuwe stedelijke ontwikkeling

gen “kantoor”. Op basis van dit bestemmingsplan is de ontwikkeling

het relevant is in welk gebied mogelijke leegstandseffecten kunnen wor-

voorziet in een behoefte. Het planinitiatief sluit aan bij de behoefte uit de

van de logiesfunctie op de locatie niet toegestaan en is een wijziging

den voorzien als gevolg van de komst van deze ontwikkeling. Kijkende

gestelde beleidskaders in het verzorgingsgebied en draagt bij aan de be-

van de bestemming noodzakelijk.

naar onderstaande onderdelen kan in deze laddertoets het verzorgingsge-

leidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente. Er is sprake

bied worden afgebakend als de regio Hart van Brabant:

van een objectieve kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan het initiatief

De ontwikkeling huisvest arbeidsmigranten. Deze groep komt met

dat niet leidt tot onaanvaardbare leegstandseffecten op het woon-, leef- en

ren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzienin-

name voor werk naar Nederland en vestigt zich (indien mogelijk) al

ondernemersklimaat. Hieronder volgt een beknopte toelichting van beide

gen’. Het initiatief om logiesvoorziening te realiseren kan onder deze

dan niet tijdelijk (het liefst) in de regio waar zij werk. Het onderzoek

onderdelen. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opge-

definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling

verkenning Tuinbouw Limburg en Noord-Brabant (2021) bevestigt dat

nomen in hoofdstuk 3 en 4 van deze notitie.

van kantoren naar logies.

een deel van de bedrijven de arbeidsbehoefte met autochtone medewerkers uit de regio invult.

Behoefte aansluitend bij beleid

Tegelijkertijd zijn aspecten als teeltomstandigheden, ligging, bedrijvig-

Het planinitiatief sluit aan bij de behoefte uit de gestelde beleidskaders en

Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling moge-

heid in het gebied, uitbreidingsmogelijkheden, beschikbaarheid van ar-

lijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied.

beid en arbeidsmigrantenhuisvesting en verduurzamingsmogelijkhe-

draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van provincie, regio en gemeente:  De provincie Noord-Brabant erkent het belang van arbeidsmigranten

Het plangebied heeft in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Het

den ervoor dat zowel arbeidsmigranten als ondernemers worden ge-

Laar (2008) de enkelbestemming “kantoor”. Dit betekent dat het plan-

bonden aan een regio.

1. De ontwikkeling voorziet in de toevoeging van een gebouw. De onder-

3. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kanto-

Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied

gebied een stedelijke functie heeft.

voor de Brabantse economie. De verwachting is dat het aantal arbeidsmigranten in de regio Hart van Brabant zal blijven groeien. Dit maakt dat arbeidsmigranten een structurele plek verdienen in het gemeentelijk en provinciaal beleid. Er ligt met name een kwantitatieve en

3

Universiteit van Tilburg, Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, 2019

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

8

kwalitatieve opgave voor huisvesting van arbeidsmigranten die tijdelijk

wonen arbeidsmigranten op deze manier dicht bij hun werk, maar ook

in de regio verblijven. De regiogemeenten maken onderling afspraken over de spreiding

in de redelijke nabijheid van voorzieningen.

4

landse bevolking harder stijgt dan gedacht, mede door het aandeel arbeidsmigranten. Dat geldt ook voor de behoefte aan arbeidsmigranten

Kwantitatieve en kwalitatieve behoefte

in het Hart van Brabant. Aannemelijk is dat het gros hiervan arbeids-

waarde dat de huisvesting voldoet aan elementaire kwaliteitseisen en

Het planinitiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte bin-

migranten betreft. Tegelijkertijd is een groot deel van de EU-migranten

niet moet leiden tot overlast gevende situaties. Onderhavig initiatief

nen het verzorgingsgebied:

niet ingeschreven wanneer ze niet langer dan 4 maanden in Neder-

sluit daarop aan. De gemeente Tilburg heeft een grote opgave om in de behoefte aan

De toestroom van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa is

land verblijven, gezien ze geen registratieplicht hebben. De verwach-

sinds de toetreding van nieuwe EU-lidstaten in 2004 en 2007 enorm

ting is daardoor dat zowel het aandeel arbeidsmigranten in de regio

huisvesting voor arbeidsmigranten te kunnen voorzien. Het gaat om

gegroeid. Door vergrijzing en de economische groei is de algemene

als de groei in werkelijkheid hoger is. Kijkend naar de verschillende

circa 3.600 tot 5.000 tijdelijke plaatsen met een kort dan wel tijdelijk

verwachting dat de behoefte aan buitenlandse arbeidskrachten in Ne-

(uiteenlopende) ramingen is het een reële inschatting dat het werke-

verblijf; de zogenoemde logies. Van logies is sprake bij het bedrijfsma-

derland nog aanzienlijk zal toenemen in veel sectoren. Ze worden dan

lijke aantal arbeidsmigranten twee à drie keer hoger ligt dan de wel-in-

tig aanbieden van (nacht)verblijf, waarbij de betreffende persoon het

ook beschouwd als onmisbaar voor de Brabantse economie.

geschreven EU-migranten. Op basis van de in de BRP ingeschreven

Bovendien zijn laaggeschoolde banen moeilijk vervulbaar. Veel vaca-

aantal arbeidsmigranten (o.b.v. onderzoek Companen 2017 en ge-

Alleen het realiseren van kleinschalige oplossingen voor de huisves-

tures zijn moeilijk te vervullen vanwege het onaantrekkelijke en laag

meente Tilburg 2018), de inschatting van de niet ingeschreven ar-

ting van arbeidsmigranten die tijdelijk in de regio verblijven volstaan

gewaardeerde karakter van de werkzaamheden. Buitenlandse werk-

beidsmigranten en het percentage arbeidsmigranten dat momenteel

niet meer, waardoor er ook grootschaliger gedacht moet worden. Via

nemers vullen een deel van deze vraag op en werken vaak langdurig

onder slechte, ongewenste en/of onveilige omstandigheden woont, is

kleinschalige huisvesting kan namelijk niet voldoende worden voorzien

in banen met tijdelijke contracten, laag gewaardeerd en laagbetaald

een inschatting gemaakt van de actuele behoefte aan nieuwe huisves-

in de kwantitatieve behoefte aan tijdelijke huisvesting. Dat komt mede

werk. Veel sectoren zijn daardoor mede afhankelijk van buitenlandse

ting voor arbeidsmigranten. Dit leidt tot een actuele behoefte aan

ook door het grote tekort dat speelt op de woningmarkt zelf. Zowel de

arbeidskrachten voor hun lokale economie. Arbeidsmigranten zijn

nieuwe huisvesting voor ca. 2.100-2.900 personen in de gemeente Til-

betaalbaarheid als de beschikbaarheid van het wonen staan onder

daarmee een onmisbaar onderdeel geworden voor het functioneren

burg en zelfs 3.500 personen in geheel Hart van Brabant.

druk. Om toch te kunnen voorzien in huisvesting voor arbeidsmigran-

van veel sectoren in de regio Hart van Brabant.

ten heeft de gemeente zeven locaties aangewezen waar grootschalige

Recente cijfers van het CBS4 tonen bovendien aan dat de Neder-

van huisvesting van arbeidsmigranten. Hierbij geldt als randvoor-

hoofdverblijf elders heeft. 

Naast een actuele behoefte is de verwachting dat de behoefte aan

Binnen de regio Hart van Brabant maken veel bedrijven gebruik van

huisvesting voor deze doelgroep in de toekomst bovendien verder zal

huisvesting voor arbeidsmigranten kansrijk is, waaronder deze locatie.

buitenlandse arbeidskrachten. De vraag naar huisvesting is het grootst

groeien. In de gemeente Tilburg bestaat tot 2025 een behoefte aan

In het gemeentelijk beleid is de planlocatie dus opgenomen als moge-

in de as Tilburg-Waalwijk aangezien hier ook relatief veel bedrijven

huisvesting voor ca. 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten.

lijkheid voor huisvesting voor arbeidsmigranten. Ook het naastgelegen

gevestigd zijn, die deels afhankelijk zijn van arbeidsmigranten. Anno

perceel is aangemerkt als kansrijke locatie en biedt perspectief voor

oktober 2016 stonden er in de regio Hart van Brabant 6.976 personen

beidsmigranten te kunnen huisvesten. In kwantitatieve zin ligt er dus

huisvesting.

met een MOE-nationaliteit ingeschreven in de BRP. In de gemeente

een belangrijke opgave om voldoende huisvesting te realiseren binnen

Voor huisvesting van arbeidsmigranten komen met name gebieden

Tilburg waren dit er 4.278, oftewel 2,0% van de totale bevolking. In ja-

met name de as Tilburg-Waalwijk.

tussen woonwijken en bedrijventerreinen in beeld, omdat grootscha-

nuari 2018 is dit aantal in de gemeente Tilburg gegroeid naar 5.842

lige huisvesting in wijken en dorpen weerstand oproept. Tegelijkertijd

personen oftewel een toename van 37% ten opzichte van oktober

waar huisvesting voor arbeidsmigranten wordt gerealiseerd. Deze lo-

2016.

caties zijn te kwantificeren als harde en zachte plancapaciteit. Ook na

Het bestaande aanbod in huisvesting is niet toereikend om deze ar-

Daarnaast zijn binnen de regio nog diverse andere locaties bekend

CBS (2019). Ruim 24 duizend mensen erbij in eerste kwartaal.

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

9

realisatie van deze zeven huisvestingsmogelijkheden (ca. 1.900 tot

Geen onaanvaardbare leegstandseffecten

Doorwerking plangebied

2.200 plekken) in Tilburg en de overige locaties (circa 500 plekken) in

Vanwege de aanzienlijke behoefte aan geschikte huisvesting voor ar-

De ontwikkeling voorziet in een tijdelijke f huisvesting voor arbeidsmigran-

de regio resteert nog een wezenlijke toekomstige behoefte.

beidsmigranten is het niet de verwachting dat de ontwikkeling leidt tot on-

ten. De Omgevingsvisie Noord-Brabant geeft hier geen concrete beleidslij-

Om in deze behoefte in de gemeente en regio te kunnen voorzien zijn

aanvaardbare leegstandseffecten op het woon-, leef- en ondernemerskli-

nen voor. Gezien de grote behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten

nieuwe verblijfsmogelijkheden noodzakelijk. Alhoewel exacte gege-

maat in zowel gemeente als de regio.

in de regio en de tijdelijkheid van de beoogde ontwikkeling voor 10 jaar,

vens over de huidige huisvestingscapaciteit ontbreken, is door de

wordt de ontwikkeling passend geacht binnen het generiek beleid van de

groei van het aantal arbeidsmigranten de komende jaren naar redelijk-

De effecten van de onderhavige ontwikkeling zijn per saldo als positief te

Omgevingsvisie Noord-Brabant.

heid te verwachten dat extra verblijven noodzakelijk zijn.

beoordelen. De behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten is in Til-

Bovendien blijkt uit onderzoek van de Provincie Zuid-Holland dat men-

burg en de regio Hart van Brabant zelfs nog beduidend groter dan de

De beoogde realisatie heeft geen invloed op de vier opgestelde ambities.

sen die kort geleden zijn aangekomen in Nederland tevreden zijn met

‘claim’ van de onderhavige ontwikkeling en leidt daarmee niet tot leeg-

Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een vei-

huisvesting op grote locatie. Zij geven over het algemeen ook de voor-

stand. Veel arbeidsmigranten verblijven nu in vakantieparken (ten koste

lige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal

keur aan reizen per auto. Een deel van deze mensen vindt het dan

van de recreatieve capaciteit c.q. uitstraling), op locaties zonder woonbe-

staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling

ook niet erg om verder te reizen naar voorzieningen zoals een super-

stemming (bijvoorbeeld agrarische bedrijven) en/of in onveilige accommo-

geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze as-

markt.

daties, waardoor er sprake is van een planologisch ongewenste situatie.

pecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf.

Tot slot bestaat er een grote behoefte aan passende kwalitatieve huis-

Slecht gehuisveste mensen krijgen juist een woonplek die voldoet aan de

Daarnaast kan opgemerkt worden dat er een grote behoefte aan huisves-

vesting voor arbeidsmigranten. In regio De Peel bleek uit een eerder

hedendaagse eisen qua inrichting, comfort en veiligheid. Bovendien zijn

ting van arbeidsmigranten in de regio bestaat, en dat de beoogde ontwik-

onderzoek dat 19% van accommodaties dermate onveilig waren dat

arbeidsmigranten van groot en groeiend belang voor de economische be-

keling tijdelijk is (10 jaar). Hierdoor wordt de ontwikkeling passend geacht

ze acuut werden gesloten. Deze kwalitatieve tekorten leidde tot onvei-

drijvigheid in de regio Hart van Brabant en Tilburg in het bijzonder.

binnen het generiek beleid van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

wenste effecten op de omgeving (samenscholing, geluidsoverlast,

3.2

Provinciaal beleid

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

zwerfvuil, etc.). Het gebrek aan kwalitatief passende huisvesting zorgt

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld en

lige situaties voor arbeidsmigranten en gingen gepaard met onge-

er daarnaast voor dat de regio minder aantrekkelijk is voor buitenlandse arbeidskrachten, terwijl deze juist nodig zijn voor de economische bedrijvigheid in de regio. 

Van belang is, mede gezien de discussie die landelijk speelt naar aanleiding van de rapportages van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (o.l.v. Emile Roemer), dat de scheiding bed en baan geregeld is. Hierdoor zijn ze minder kwetsbaar tegen plotseling uitzetting uit hun woonruimte wanneer het werk ophoudt.

Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn?

op 1 maart 2020 geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

10

voor een omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening ver-

De meeste arbeidsmigranten zijn jonger dan dertig jaar, fysiek sterk

De verantwoordelijkheid voor huisvesting van arbeidsmigranten ligt

vangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte

primair bij gemeenten en werkgevers. De provincie heeft vooral een

2014.

stimulerende en aanjagende rol en zorgt voor goede randvoorwaarden. Denk daarbij aan afstemming en verbetering van beleid en aan

Doorwerking plangebied

regelgeving die (planologisch) meer ruimte biedt. Ook kan de provin-

Volgens de Interim Omgevingsverordening is het plangebied gelegen in

cie de gemeenten ondersteunen bij capaciteits- of kennisgebrek. 

het ‘Stedelijk gebied’. Het plangebied ligt in Stedelijk gebied waardoor ste-

Kleinschalige oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten

delijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Een plan dat voorziet in de ontwik-

volstaan niet meer, er moet grootschaliger gedacht worden. Via klein-

keling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen

schalige huisvesting kan namelijk niet voldoende worden voorzien in

Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat:

de kwantitatieve behoefte aan huisvesting. Omdat grootschalige huis-

a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken;

vesting in wijken en dorpen weerstand oproept, komen gebieden tus-

b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

sen woonwijken en bedrijventerreinen in beeld. Vooral voor kort verblijf arbeidsmigranten is huisvesting dichtbij bedrijventerreinen ge-

Onderhavige ontwikkeling voorziet in een inbreiding in Tilburg, aangezien

wenst. 

de bestaande bebouwing wordt ingezet om tijdelijk een urgente doelgroep

In de rapportage worden tot slot enkele knelpunten genoemd. Met in-

te huisvesten, namelijk arbeidsmigranten. Er is sprake van een nieuwe

put van verschillende partijen uit het werkveld (PON, gemeenten, VNO

stedelijke ontwikkeling (zie paragraaf 3.3.1). Het plan is hierdoor in lijn met

NCW, ZLTO, BrabantAdvies) is een overzicht gemaakt van ervaren

de ambities die zijn beschreven in de Interim Omgevingsverordening.

knelpunten op het gebied van arbeidsmigratie. Voor drie punten geldt dat alle vijf partijen dit als knelpunt naar voren hebben gebracht:

3.2.2

Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, september 2018

Figuur 3.1: Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (paarse kleur is

(Provinciale werkgroep Arbeidsmigratie)

het stedelijk gebied)

er zijn veel partijen bij betrokken. Daarom heeft de provincie het thema

en zeer gemotiveerd om te werken. Vaak zijn arbeidsmigranten

vanuit meerdere invalshoeken benaderd en in kaart gebracht. Navolgend

(over)gekwalificeerd voor het werk dat ze doen. Wat betreft de ver-

worden de belangrijkste bevindingen en conclusies genoemd die van toe-

blijfsduur van arbeidsmigranten worden drie varianten gehanteerd:

passing zijn op onderhavige ontwikkeling.

1. Kort verblijf of shortstay (3-6 maanden);

In deze rapportage is de definitie van een arbeidsmigrant een buiten-

2. Middellang verblijf of midstay (6 maanden tot 3 jaar);

landse EU-burger die zich in Noord-Brabant vestigt om werk voor

3. Lang verblijf of longstay (langer dan 3 jaar). 

Naar schatting werken er momenteel circa 100.000 arbeidsmigranten

Oost-Europa en woont meestal tijdelijk in Nederland. Expats (kennis-

in de provincie Noord-Brabant. Om de economie draaiende te houden

werkers), grenswerkers en statushouders vallen vanwege hun afwij-

heeft Brabant deze arbeidsmigranten nodig. Ze verdienen een structu-

kende karakteristieken en beleidsmatige benadering hier niet onder.

rele plek in gemeentelijk en provinciaal beleid en dit vraagt om een integrale aanpak.

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

vesting, die aansluit op de behoefte van arbeidsmigranten. Woonvoorzieningen zijn niet altijd aantrekkelijk en humaan.

Het maatschappelijke vraagstuk rondom arbeidsmigranten is complex en

laagopgeleiden te verrichten. De migrant is afkomstig uit Midden- of

1. Er is een dringend kwantitatief tekort aan kwalitatief goede huis-

2. Op gemeentelijk en regionaal niveau ontbreekt het aan visie, beleid en uniforme regels rond huisvesting. Gemeenten komen alleen incidenteel op basis van signalen in actie. 3. Het probleem wordt niet integraal aangevlogen. Integratie, huisvesting, economische baten en sociaal-maatschappelijke gevolgen worden niet in samenhang overwogen. Doorwerking plangebied Met de beoogde ontwikkeling wordt tijdelijk voor een periode van 10 jaar de bestaande bebouwing ingericht voor het huisvesten van circa 450 arbeidsmigranten. De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de provincie, aangezien er wordt voorzien in de acute behoefte naar

11

goede huisvesting binnen de provincie. De locatie is gelegen in het bedrijventerrein Laar, dit past bij de uitgangspunten voor grootschalige huisvesting. Aangezien de arbeidsmigrant dicht bij de toekomstige werkgever

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Tilburg 2040

Naast bovenstaande doelstellingen heeft de gemeente Tilburg haar Omgevingsvisie in kaart gebracht. Deze kaart is weergegeven in figuur 3.2. De gemeente Tilburg wil een prettig woon- en leefklimaat behouden in

Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040

haar gemeente. In de Omgevingsvisie heeft Tilburg verschillende ‘woon-

vastgesteld.

werelden’ aan delen van haar gemeente gegeven.

De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een

Doorwerking plangebied

moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de

De samenwerkende gemeenten in Hart van Brabant hebben voor de regi-

Met onderhavig ontwikkeling wordt huisvesting voor arbeidsmigranten ge-

maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar

onale afstemming een gezamenlijke woonvisie opgesteld. Een van de

realiseerd. Hiermee wordt zowel invulling gegeven aan het principe om

sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in

centrale thema’s in het regionale woonkader is de huisvesting van vergun-

prettige woonmilieus voor een verscheidenheid aan doelgroepen (waaron-

balans.

der arbeidsmigranten) te creëren, als het principe om mensen kansen te

wordt gehuisvest.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal Woonkader Hart van Brabant, november 2015

ninghouders en arbeidsmigranten. Over de spreiding van huisvesting van

bieden binnen de arbeidsmarkt.

arbeidsmigranten en verblijfsgerechtigden maken de regiogemeenten on-

People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel ver-

derling afspraken. Het streven is om te onderzoeken welke mogelijkheden

schillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woon-

er zijn om een deel van deze groepen te huisvesten in alternatieve voor-

milieus passen bij de leefstijl van de mensen. Mensen voelen zich betrok-

zieningen. Hierbij kan worden gedacht aan oplossingen binnen bestaand

ken bij hun stad, hun wijk, hun buurt en hun straat en geven er met hun

vastgoed en tijdelijke huisvestingsconcepten. Overigens geldt hierbij als

initiatieven betekenis aan. Of het nou gaat om wetenschappers, internatio-

randvoorwaarde dat de huisvesting voldoet aan elementaire kwaliteitsei-

nale kenniswerkers, arbeidsmigranten of andere nieuwkomers: allemaal

sen en niet moet leiden tot overlast gevende situaties.

vinden ze hun plek in Tilburg.

Doorwerking plangebied

Planet: Tilburg gaat voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de

In 2017 heeft onderzoeksbureau Companen de verwachte groei van het

effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere tempera-

aantal benodigde huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in de regio

turen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten

Hart van Brabant in beeld gebracht5. Binnen de regio is afgesproken om

en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een

de resultaten van dit onderzoek richtinggevend te laten zijn voor de op-

steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad

gave per gemeente. Voor Tilburg is de opgave om in de periode 2016 tot

zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de

2025 ongeveer 3.600 tot 5.000 extra plaatsen te faciliteren. De vernomen

veerkracht van de natuur.

tijdelijke ontwikkeling ziet op het bieden van circa 450 verblijfplaatsen aan arbeidsmigranten, waardoor een deel van de behoefte in Tilburg wordt op-

Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht

gevuld. Zie ook paragraaf 3.1.3.

van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

5

Figuur 3.2 Kaart Woonwerelden

Companen, ‘Huisvesting van arbeidsmigranten in de regio Hart van Brabant’, d.d.31 maart 2017.

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

12

Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling niet mogelijk gemaakt in een

4. na vaststellen van de uitgangspunten de wenselijkheid van initiatieven

3. Op het terrein van de locatie moet, aangeboden door de exploitant

van de woonwerelden, aangezien het plangebied momenteel is gelegen in

voor grootschalige voorzieningen te beoordelen en de raad steeds ac-

van het gebouw, zowel binnen maar ook buiten gelegenheid zijn

het bedrijventerrein Laar. Recentelijk heeft de gemeente nieuwe beleids-

ties te informeren over de keuzes en het proces dat past bij de ontwik-

voor samenkomst en ontspanning.

uitgangspunten vastgesteld waarin naar voren is gekomen dat grootscha-

keling van de locaties.

lige huisvesting van arbeidsmigranten binnen bedrijventerreinen mogelijk

drogen van kleding en beddengoed of de beheerder maakt dit op

is. Bovendien is de beoogde locatie reeds als kansrijk aangemerkt door de

Onderstaand wordt ingegaan op de uitgangspunten waaraan getoetst zal

gemeente ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten. Derhalve

worden. A. Bezetting

bestaan er gelet op de Omgevingsvisie Tilburg 2040 geen belemmeringen

4. De locatie beschikt over goede voorzieningen voor het wassen en een andere manier voor alle gebruikers van het pand mogelijk. D. Verhuurderschap, kwaliteit en behoud van het gebouw 1. Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de

voor onderhavig initiatief.

1. Er zullen arbeidsmigranten worden gehuisvest die hoofdzakelijk

3.4.2

2. Grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten is qua aard en in-

als opgenomen in de SNF norm dient ook informatie ter beschik-

richting niet geschikt voor personen onder de 18 jaar en daarmee

king te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten,

is het ook niet toegestaan personen onder deze leeftijdgrens te

informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzienin-

werkzaam zijn in Tilburg of de regio Hart van Brabant. Beleidsnotitie uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten De gemeente Tilburg heeft in oktober 2018 een eerste besluit genomen over het onderwerp ‘huisvesting van arbeidsmigranten’. De concept uitgangspunten zijn voorafgaand aan de besluitvorming ingezien door de belanghebbende. In de periode 26 oktober 2018 tot 23 november 2018 zijn belanghebbende in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de uitgangspunten. De reacties zijn verwerkt in de uitgangspunten. Vervolgens is in januari 2019 de gemeenteraad van Tilburg in de gelegenheid gesteld om haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De ontvangen reacties vanuit de gemeenteraad zijn eveneens verwerkt in de definitieve beleidsnotitie.

huisvesten. 3. De bezetting dient te worden bijgehouden in een nachtregister waarin minimaal opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting, datum beëindiging huisvesting. B. Exploitatie algemeen 1. Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmark c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardig. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies,

In de collegenota behorende bij de uitgangspunten heeft het college besloten om: 1. op basis van de afspraken in de regio het faciliteren van huisvesting voor circa 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten als opgave vast te stellen; 2. grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk te maken en in het onderzoek daarnaar op voorhand geen enkele locatie uit te sluiten; 3. geactualiseerde uitgangspunten voor grootschalige logiesvoorzieningen vast te stellen, waarin door de raad gewenste aanpassingen die zij hebben ingebracht met wensen en bedenkingen zijn aangebracht;

veiligheid op de werkvloer en gedragsregels. C. Leefklimaat arbeidsmigranten 1. Voor de huisvesting zijn minimaal de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF)-norm of gelijkwaardig van toepassing

bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal. Naast de informatie

gen in de gemeente Tilburg. 2. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het parkeerbeleid en in het pand of op eigen terrein is bovendien voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand. We voorkomen daarmee situaties in strijd met de Algemeen Plaatselijke verordening (APV) of de Afvalstoffenverordening. E. Beheer van de locatie 1. Voor iedere locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing zijn, dient een beheerder te worden aangewezen. Deze zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder gemeente). 2. Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid

voor zover niet afwijkend van bepalingen in de uitgangspunten ge-

van de bewoners en bijhouden van adequate financiële en huur-

noemd onder D. De norm kent de onderdelen ruimte en privacy,

administratie.

sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en overige eisen, en brandveiligheid. 2. Privacy: per kamer zijn maximaal 2 personen gehuisvest.

3. Met een capaciteit voor de huisvesting van 100 personen of meer is minimaal 1 beheerder continu aanwezig. 4. Het logiesgebouw beschikt over een huisreglement (Nederlands, Engels en bij voorkeur ook in de taal van de bewoners) waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

13

openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook

eventuele maatwerkoplossingen ten aanzien van de locatie

Ad D. Op de locatie zal er bij aankomst voorlichting en informatie worden

de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voer-

die in overleg met de omgeving tot stand zijn gekomen en de

gegeven aan de arbeidsmigranten. Tevens zelf er op locatie een hand-

tuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het regle-

afspraken die tussen partijen zijn gemaakt om deze te bewa-

boek met huis- en leefregels in de taal van herkomst van de arbeidsmi-

ment te worden opgenomen.

ken;

granten aanwezig zijn. In dit handboek zal informatie beschikbaar zijn over

de frequentie van afstemmingsmomenten met vertegenwoor-

de cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg

antwoordelijk is voor het houden van toezicht op dit reglement en

digers van de gemeente, omgeving, politie en andere rele-

en sociale voorzieningen in de gemeente Tilburg. Binnen het plangebied

hoe deze persoon altijd (24 uur per dag en 7 dagen per week) be-

vante partijen.

zullen voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn voor de arbeidsmigran-

5. In het huisreglement is opgenomen wie namens de exploitant ver-

-

-

reikbaar is voor de huurders/gebruikers, omwonenden, politie en/of de gemeente Tilburg.

ten, zie hiervoor paragraaf 4.8. Tevens zullen er voldoende containers Doorwerking plangebied

worden geplaats voor huishoudelijk afval.

6. De locatie beschikt over een klachtenreglement waarin o.a. opge-

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het tijdelijk bieden van verblijf-

nomen: aanwezigheid, bereikbaarheid en beschikbaarheid (ook in

plaatsen voor arbeidsmigranten in nieuw te realiseren bebouwing aan de

Ad. E. Binnen het plangebied zal er een beheerder aanwezig en bereik-

de vakantieperiode etc.) van een vast aanspreekpunt/beheerder

Dr. Hub van Doorneweg 101. Onderstaand wordt achtereenvolgens inge-

baar zijn. Deze zal fungeren als contactpersoon voor de arbeidsmigranten,

en een registratie van klachten en meldingen.

gaan op de uitgangspunten die gelden voor een goede huisvesting voor

omgeving en de betrokken partijen. Zoals aangegeven zal er een hand-

arbeidsmigranten.

boek met huis- en leefregels in de taal van herkomst van de arbeidsmi-

7. Indien gewenst/noodzakelijk zijn voor de locatie in aanvulling op deze zeven punten maatwerkoplossingen van toepassing. F. Omgeving

granten aanwezig zijn. Dit om verstoring en overlast van de openbare orde Ad A. De huisvesting zal worden ingezet voor personen ouder dan 18 jaar

en veiligheid te voorkomen.

1. De gemeente neemt de regie in het bepalen van het communica-

die hoofdzakelijk werkzaam zullen zijn binnen de gemeente Tilburg of de

tietraject en de omgevingsdialoog op locatieniveau. De gemeente

regio Hart van Brabant. Ter plaatse zal er een nachtregister bijgehouden

Ad F. De gemeente heeft de regie in het communicatietraject en de omge-

stelt voor iedere locatie een projectleider aan die verantwoordelijk

worden en er zal indien nodig toeristenbelasting worden betaald voor per-

vings-dialoog op locatieniveau. De gemeente heeft een projectleider aan-

is voor het proces en optreedt als intermediair tussen de betrok-

sonen die niet staan ingeschreven in de BRP. De arbeidsmigranten die

gesteld die verantwoordelijk is voor het proces en optreedt als intermediair

ken partijen. De gemeente maakt met de initiatiefnemer afspraken

langer dan 4 maanden binnen het plangebied gehuisvest zijn, zullen zich

tussen de betrokken partijen. Ten behoeve van de beoogde huisvesting

over de rol en inhoudelijke/financiële bijdrage in de communicatie

inschrijven in de BRP.

ter plaatse zijn een aantal klankbordbijeenkomsten gehouden met de om-

met de omgeving. De initiatiefnemer dient zich te conformeren aan de lijn die de gemeente uitzet. 2. In afstemming met de gemeente en overige partijen stelt de eige-

geving. Een verslag van de laatste klankbordbijeenkomst is als bijlage bij Ad B. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal de initiatief-

de omgevingsvergunningaanvraag toegevoegd.

nemer het keurmerk voor de exploitatie overleggen.

naar/exploitant een plan op voor de momenten waarop tijdens de aanvraagprocedure overleg wordt gevoerd met de omgeving. De

Ad C. De huisvesting zal conform de eisen van de Stichting Normering

eigenaar/exploitant betrekt daarin de bedrijven die de arbeidsmi-

Flexwonen (SNF) plaatsvinden. Zoals op de situatietekeningen te zien

granten inhuren.

wordt de bestaande bebouwing inpandig verbouwd voor de huisvesting

3. In afstemming met de gemeente en overige betrokken partijen

van arbeidsmigranten. Per woonunit zal afhankelijk van de omvang maxi-

stelt de eigenaar tijdens de aanvraagprocedure een plan op voor

maal 4 personen worden gehuisvest. Er zal genoeg recreatieruimte binnen

de momenten waarop tijdens de exploitatieperiode (formeel en in-

en buiten de bestaande bebouwing worden gerealiseerd voor de arbeids-

dien gewenst informeel) overleg wordt gevoerd. In het plan zijn in

migranten, e.e.a. is weergegeven op de inrichtingstekening.

ieder geval opgenomen:

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

14

4

Omgevingsaspecten

Door Aeres Milieu is een archeologisch bureau- en verkennend veldonder-

het midden- tot laatpaleolithicum worden aangetroffen. Vanwege de lig-

zoek door middel van boringen uitgevoerd aan de Dr. Hub van Doorneweg

ging in een laagte is de verwachting op vindplaatsen uit deze periodes

4.1

Archeologie

te Tilburg. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek

laag. De middelhoge verwachting op meer sedentaire vindplaatsen uit de

opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Voor

periode van het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kan wor-

4.1.1

Toetsingskader

het volledige onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. De belangrijkste

den gehandhaafd. Van eventuele nederzettingsresten kunnen nog restan-

conclusies worden hieronder beschreven.

ten van dieper gefundeerde sporen als waterputten kunnen aantreffen.

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in

Vanwege de vochtige bodemomstandigheden moet er ook rekening wor-

de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cul-

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen

den gehouden met off-site fenomenen als deposities. De middelhoge ver-

tureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de

kan worden gesteld dat in het oosten van het plangebied een begraven

wachting voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd blijft

Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving

bodem aanwezig is. Onder de (sub-)recente bovengrond ligt een

ook gehandhaafd. Ondanks dat de bodem in het plangebied geroerd is

gaan naar de Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt. Voor deze on-

(hoge)enkeerdgrond bestaande uit een esdek op een C-horizont. De C-

kan niet worden uitgesloten dat er historische bijgebouwen aanwezig zijn.

derdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot inwerkingtreding

horizont in het oosten van het plangebied is verbruind vanwege nattere

Er staan eventuele schuren weergegeven op topografisch kaartmateriaal

van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen.

bodemomstandigheden. In het westen van het plangebied is de C-horizont

vanaf circa 1955.

onder zuurstofloze omstandigheden gereduceerd en heeft een (licht)grijze De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet

kleur gekregen. Het aanwezige leempakket (boring 5) betekent dat ook in

is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescher-

het westen nattere bodemomstandigheden hebben gegolden. Deze bo-

ming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus

demomstandigheden waren in het westen van het plangebied consequen-

in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”

ter aanwezig waardoor er een reductieproces kon plaatsvinden in de dek-

uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ be-

zandafzettingen. Het westen van het plangebied zal onderdeel van een

houden.

dalvormige laagte zijn geweest. In het oosten van het plangebied heeft de C-horizont nog in contact gestaan met zuurstof. Het oosten van het plan-

Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld

gebied zal meer op de flanken van het landschap liggen, waarbij de nat-

of archeologische waarden in het geding raken.

tere bodemomstandigheden niet constant aanwezig zijn geweest. In geen

4.1.3

Conclusie

In het westen van het plangebied (roze deel) wordt geadviseerd een onderzoeksgrens van 70 centimeter beneden maaiveld. In het midden en oosten (blauw) wordt geadviseerd een onderzoeksgrens van 135 centimeter beneden maaiveld. Bij het overschrijven van deze onderzoeksgrenzen is een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Zie figuur 4.1 voor de advieskaart.

enkele boring zijn resten aangetroffen van een inspoelingshorizont (B-hori4.1.2

zont) of van een bovenliggende uitspoelingshorizont (E-horizont). Aange-

Onderzoek

Het plangebied ligt ingevolge het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Het Laar 2008’ in een zone met een hoge verwachting. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m 2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Deze grenzen zullen worden overschreden, waardoor er een onderzoeksplicht geldt alvorens met de bouw te starten.

zien de bodem geroerd blijkt te zijn tot diep in de C-horizont en de oorspronkelijke E-, B- en B/C-horizont reeds zijn opgenomen in de bovenliggende A-horizont, of dusdanig zijn verstoord, wordt de hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor intacte vuursteenvindplaatsen uit het laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum bijgesteld naar laag. Deze vindplaatsen zijn namelijk zeer kwetsbaar en zullen indien deze aanwezig zijn geweest alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. Onder de aangetroffen laag van Usselo (boring 6) kunnen in theorie nog vindplaatsen uit

Dr. Hub van Doorneweg 101, Tilburg

15

4.2.2

Onderzoek

Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Antea Group. In het uitgevoerde bodemonderzoek is conform de NEN 5740/A1 en de richtlijnen van de gemeente Tilburg de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. Hieronder worden belangrijkste conclusies toegelicht.

Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'onverdachte' locatie wordt verworpen, vanwege de verhoogde concentraties in het grondwater. De onderzoeksresultaten komen overeen met voorgaand onderzoek. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten gehalten/concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen transactie van het perceel.

Vooronderzoek Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek wordt verwacht dat ter

4.2.3

Conclusie

plaatse van het onderzoeksgebied hooguit licht verhoogde gehalten aan

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering

zware metalen aanwezig zullen zijn in de grond. Op basis van het vooron-

voor het planvoornemen.

derzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is ge-

4.3

Water

4.3.1

Toetsingskader

Figuur 4.1 Advieskaart plangebied

komen.

4.2

Bodem

De locatie is onverdacht op de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explo-

van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de wa-

Toetsingskader

sieven. Eventuele werkzaamheden kunnen zonder aanvullende maatrege-

terhuishouding, die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling, die mo-

4.2.1

len inzake Conventionele Explosieven worden uitgevoerd. Op basis van

gelijk wordt gemaakt.

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald

het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een on-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13741871/1