CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 RKT Eindrapport Sturen op een akkoord jan2022

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Onderzoeksrapport Rekenkamer Tilburg `Sturen op een akkoord31.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

21

De zes geselecteerde gemeenten in alfabetische volgorde: Amsterdam, Breda, Hilvarenbeek, Laarbeek, Lingewaard en Zwijndrecht. 35

Op dit initiatiefvoorstel konden vervolgens bij de behandeling in de raad amendementen worden ingediend. In totaal zijn er zeven amendementen aangenomen. Met deze aangenomen amendementen werd in beperkte mate onderdelen van de teksten van geformuleerde ambities gewijzigd en in één geval werd een ambitie toegevoegd. Het aldus geamendeerde coalitieakkoord is op 30 mei 2018 door de raad vastgesteld. Het coalitieakkoord is gepubliceerd op de website van de gemeente. Inrichting van het akkoord In het coalitieakkoord zijn de ambities voor de huidige bestuursperiode door de raad van Amsterdam vastgesteld. Het is een document van bijna tachtig bladzijden waarin keuzes worden gemaakt met de blik op 2025, dus er is verder gekeken dan alleen de huidige bestuursperiode. Doel is dat de gemeente Amsterdam (alsdan) te kenmerken is als rechtvaardige, verbonden, vrije, duurzame en democratische stad. In veertien hoofdstukken worden voor veertien onderscheidenlijke beleidsgebieden hoofdkeuzes gemaakt. Per hoofdkeuze is een korte analyse/situatieschets gegeven. Vervolgens worden aan de hand van hoofdonderwerpen ambities geformuleerd. Deze ambities variëren van richtinggevend tot concreet. De Rekenkamer Amsterdam concludeert hieromtrent dat veel ambities de uitvoering voldoende richting geven, maar een aantal ambities onduidelijkheden kent en te weinig concreet is.

Het akkoord mondt uit in een concreet financieel overzicht op hoofdlijnen, met een schets van de financiële ruimte per jaar voor de komende vier jaar, alsmede een overzicht van de financiële intensiveringen per jaar voor de komende vier jaar. Uitvoering van het akkoord In het document ‘Ambities en uitvoeringsagenda 2019’ heeft het college een eerste uitwerking van het coalitieakkoord gemaakt op basis van zes ambities. Per ambitie zijn maatregelen benoemd, waar vervolgens een planning aan is gekoppeld. Aldus is dit document een schakel tussen het coalitieakkoord en de begroting, met een vooruitblik voor de eerste anderhalf jaar. Deze agenda heeft geen vervolg gekregen in de daaropvolgende jaren. De bedoeling was cyclisch hiermee te gaan werken. Het is echter tot niet meer dan één agenda gekomen, deze is niet dekkend en mist ook voldoende aansluiting bij de oorspronkelijke ambities uit het coalitieakkoord. De agenda heeft hierdoor ook niet geleid tot een heldere, samenhangende en integrale aansturing op hoofdlijnen vanuit de ambtelijke organisatie op de uitvoering van de ambities uit het coalitieakkoord. Door het GMT is aangegeven dat men het coalitieakkoord vooral als een politiek document van de coalitiepartijen ziet, en geen noodzaak en geen meerwaarde ziet in een aparte integrale rapportage over de uitvoering van het coalitieakkoord.

Men stelt dat de uitvoering gevolgd moet worden via 1. de reguliere rapportages in de begrotingen en jaarrekeningen, aangezien de ambities uit het coalitieakkoord immers beleidsmatig en financieel zijn vertaald naar de doelen en indicatoren in de P&C documenten en 2. via aanvullende, separate, brieven en beleidsnota’s. De opzet was verder om te komen tot een digitale vertaling van de ambities uit het document ‘Ambities en uitvoeringsagenda 2019’ om de Amsterdammers de mogelijkheid te geven om de uitvoering van het beleid (de stand van zaken van de realisatie van het coalitieakkoord) actief te volgen en daarop te reageren. Zo zou de openheid en transparantie van het stadsbestuur worden bevorderd. De digitale vertaling van de ambities is echter niet tot stand gekomen. Wel is het zo dat via de website − aan de hand van het coalitieakkoord − het beleid per thema vindbaar en raadpleegbaar is gemaakt, via ‘volg het beleid’. Verantwoording over het akkoord ➢ De verantwoording vindt plaats in de P&C cyclus en via de vaststelling van (raads)brieven en beleidsnota’s. ➢ Van een gestructureerde, specifieke en expliciete verantwoording over de ambities uit het coalitieakkoord is in de P&C documenten geen sprake.

36

Aandachtspunten vanuit geïnterviewde Vanuit de gemeente Amsterdam zijn geen aandachtspunten genoemd. Adviezen vanuit geïnterviewde Vanuit de gemeente Amsterdam zijn in deze geen adviezen verkregen. Wat valt op uit casestudie volgens de Rekenkamer Tilburg ➢ Er wordt wat langer vooruit gekeken, met de blik op 2025. ➢ Goede ambtelijke informatie voorafgaand aan en tijdens het formuleren van het akkoord. ➢ Werkwijze met ‘hoofdtafels’ en ‘werktafels’ geeft, hoewel beperkt tot de coalitie, een sterke betrokkenheid vanuit veel raadsleden. ➢ Via brieven aan de informateur en speciaal daarvoor ingerichte informatiebijeenkomsten konden inwoners, maatschappelijke organisaties en belangengroepen aandacht voor specifieke onderwerpen vragen. ➢ De ambtelijke financiële toets op het coalitieakkoord kan als faciliterend en in die zin positief worden opgevat, maar ook als beïnvloedend of sturend en in die zin negatief. ➢ Het coalitieakkoord is als initiatiefvoorstel voorgelegd aan de raad, en geamendeerd vastgesteld. ➢ Het coalitieakkoord is wel vertaald in de begroting 2019, maar niet goed navolgbaar vertaald naar de P&C cyclus. En voorts is het niet gekomen tot een integrale aansturing op hoofdlijnen van de ambtelijke organisatie op de uitvoering van de ambities uit het coalitieakkoord.

Door het GMT is aangegeven dat men het coalitieakkoord vooral als een politiek document van de coalitiepartijen ziet, en geen noodzaak en geen meerwaarde ziet in een aparte integrale rapportage over de uitvoering van het coalitieakkoord. Men stelt dat dit gevolgd moet worden via de reguliere rapportages in de begrotingen en jaarrekeningen en aanvullende, aparte, brieven en beleidsnota’s.

N.B. De informatie omtrent het coalitieakkoord van Amsterdam is voor het overgrote deel ontleend aan de rapportages van de Rekenkamer Metropool Amsterdam uit 2021: ‘Ambities Coalitieakkoord 2018 – 2022 Navolgbaarheid: Navolgbaarheid van ambities en resultaten’ en ‘Uitvoering ambities Coalitieakkoord 20182022 Democratisering: Deelonderzoek’.

3.2

Casestudie 2 – Gemeente Breda

Context De gemeente Breda telt op 1 januari 2021 meer dan 184.000 inwoners en is daarmee de negende grootste gemeente van Nederland (bron: www.cbs.nl). De raad van Breda heeft 39 zetels en bestaat uit negen fracties, zijnde: VVD (11 zetels), D66 (6 zetels), CDA (6 zetels), GroenLinks (5 zetels), PvdA (4 zetels), SP (3 zetels), 50Plus (2 zetels), Breda Beslist (1 zetel) en Lijst Huong (1 zetel). In Breda is in 2018 het bestuursakkoord, getiteld ‘Lef en Liefde’ gesloten. Dit bestuursakkoord dient als kapstok voor het gemeentelijk beleid voor de periode 2018-2022. De fracties die het akkoord geschreven en getekend hebben zijn de VVD, D66 en PvdA, deze partijen vormen de coalitie. Het akkoord wordt gesteund door de oppositiepartijen 50Plus en Breda Beslist, daarmee is de coalitie een ‘partnerschap’ aangegaan. Feitelijk is het akkoord dan ook een coalitieakkoord te noemen, wat door drie coalitiepartijen is geschreven en door twee partijen wordt gedoogd. Deze twee gedoogpartijen hebben geen wethouder geleverd voor het college. Voorbereiding om te komen tot het akkoord In het bestuursakkoord worden zowel beleidsdoelen vastgelegd en worden partijen middels het akkoord ook met elkaar verbonden. Er is ten behoeve van het verbinden van partijen een zogenoemd ‘open formatieproces’ gevolgd waarbij ook de raadsfracties (buiten de coalitie om) zijn uitgenodigd om mee te denken.

Tijdens formatietafels is allereerst gesproken over trends en ontwikkelingen die op de stad afkomen 37

en is besproken hoe de maatschappelijke opgaven die daaruit voortkomen het beste aangepakt kunnen worden. Dit leidde tot veel ideeën. Ook brieven van belangenorganisaties hebben inspiratie geboden bij het opstellen van dit akkoord. De financiële bandbreedte was uiteindelijk leidend, omdat er keuzes gemaakt moesten worden over wat wel en wat niet op te pakken. In het akkoord wordt daarbij ook gesproken over een ‘partnerschap met’ oppositiepartijen, zijnde 50Plus en Breda Beslist. De maatschappelijke opgave die samenhangt met de vergrijzing heeft op advies van 50Plus op diverse plaatsen in dit akkoord aandacht gekregen. 50Plus steunt het akkoord dan ook. Ook de fractie van Breda Beslist staat positief ten opzichte van dit akkoord. Zij voelen zich goed meegenomen en gehoord in het proces naar dit akkoord. Ook Breda Beslist steunt dit bestuursakkoord. Ten aanzien van de ambities ziet Breda Beslist op een aantal thema’s grote overeenkomsten met de door hen ingebrachte punten. Op de overige ambities blijft Breda Beslist positief kritisch en gaat actief in gesprek over de uitwerking van de voorstellen. Inrichting van het akkoord In het akkoord worden op de eerste twee pagina’s de belangrijkste negen doelstellingen voor de bestuursperiode op een rij gezet. De raad geeft aan hoe zij tegen deze ambities aankijkt en hoe zij daarmee om wil gaan.

Daarna wordt in het akkoord dieper ingegaan op deze speerpunten aan de hand van drie vragen: 1. ‘Wat is ons doel?’, 2. ‘Hoe gaan we te werk?’ en 3. ‘Wat hebben we daarvoor afgesproken?’. Het akkoord eindigt met een bondig financieel overzicht waarin de afspraken financieel zijn vertaald. Dit overzicht is gesplitst in twee onderdelen; voor de exploitatie de keuze voor een aantal impulsen en maatregelen en voor de investeringen de keuze voor een aantal impulsen. Het akkoord is daarmee heel gedetailleerd, tot op middelen nauwkeurig omschreven. De meeste doelen zijn echter niet concreet beschreven. Een enkel doel is wel concreet en dus ook heel meetbaar (vb. x aantal extra woningen). Uitvoering van het akkoord Voor de sturing op het akkoord wordt de P&C cyclus gevolgd met de begroting en jaarstukken. Er zijn geen separate afspraken over hoe wordt gestuurd, anders dan de jaarcyclus. Verder komen onderwerpen in de raad pas aan de orde als het college deze voordraagt; een lange termijn agenda met onderwerpen waar de raad zich over gaat buigen ontbreekt. Er zijn wel landelijke indicatoren (103) waarvan slechts een enkele ook in Breda gemeten wordt via de begroting. De rekenkamer, accountant en auditcommissie hebben gepleit voor, en richten zich op, betere indicatoren.

Ook de controle op de realisatie van het akkoord verloopt via de P&C cyclus; via de jaarstukken wordt door de raad gevolgd waar de financiën aan zijn besteed. Er is geen beleidscyclus waarbij duidelijk wordt ‘dit is doel x, deze stappen worden gezet en dit is het resultaat’. Verantwoording over het akkoord ➢ Er is geen eindevaluatie voorzien. ➢ In voorgaande bestuursperiodes is verantwoording afgelegd door te benoemen voor welke doelen de gemeente Breda zich heeft ingespannen (en niet zozeer welke resultaten werkelijk zijn behaald). Aandachtspunten vanuit geïnterviewde ➢ De inrichting van het akkoord zou op hoofdlijnen de basis moeten bevatten waar de raad een eigen agendasetting op baseert om onderwerpen structureel terug te laten komen tijdens de bestuursperiode. ➢ De inrichting van het akkoord komt niet overeen met de inrichting van de begrotingshoofdstukken. Een relatie hiertussen is nodig gezien de controlerende rol van de raad. ➢ Het akkoord geeft algemeenheden aan: “we spannen ons in”. Vervolgens wordt aangegeven: “we hebben ons ingespannen”. De flexibiliteit van het akkoord heeft bestuurlijke voordelen, maar daarmee ook democratische nadelen. ➢ Het is lastig te zeggen dit zijn de acties uit het akkoord die hebben gewerkt, of dit zijn acties die we beter niet meer kunnen doen. ➢ De wens dat inwoners hun mening kunnen uiten over hoe het geld is besteed. 38

Adviezen vanuit geïnterviewde ➢ Concentreer op de beleidsdoelen in het akkoord en op wat gaan we meten. Een voorbeeld: iedereen moet kunnen parkeren, in plaats van we voeren betaald parkeren in. Aan het college de taak daar methodes bij te zoeken om dit te meten. ➢ Beschrijf een proceshoofdstuk in het akkoord; hoe gaan we als raad de vinger aan de pols houden. ➢ De raad zou eerst inhoudelijk het gesprek moeten hebben over het proces en afspraken moeten maken over zo brengen we een en ander terug in de raad (controle), over wanneer een stuk van voldoende kwaliteit is en wanneer niet, of het dus wel behandeld wordt of dat het aan college wordt teruggegeven. En dit voor het einde van de raadsperiode voordat de wethouders worden gekozen, met elkaar bespreken. ➢ Veel problemen ontstaan door het gebrek aan duale verhoudingen. De coalitie staat als een huis, met een uiterst gedetailleerd akkoord. De binding tussen de coalitiepartijen hangt sterker samen met de wens om samen te besturen dan met een gedeelde inhoudelijke visie op de stad. De verkiezingsuitslag kan daar sturend in zijn; bij angst kunnen coalitiepartijen een en ander in achterkamers bespreken, het akkoord in beton gieten. Hier ligt een rol voor de voorzitter van de raad/de burgemeester om een ander DNA neer te zetten. Wat valt op uit casestudie volgens de Rekenkamer Tilburg ➢ ➢ ➢

3.3

De coalitie is een ‘partnerschap’ met oppositiepartijen aangegaan. In het akkoord bevindt zich een bondig financieel overzicht waarmee afspraken financieel zijn vertaald. Sturing en controle vindt plaats via de P&C cyclus.

Casestudie 3 – Gemeente Hilvarenbeek

Context De gemeente Hilvarenbeek kent op 1 januari 2021 bijna 16.000 inwoners (bron: www.cbs.nl). De raad van Hilvarenbeek heeft 17 zetels en bestaat uit vijf partijen. Dit zijn HOI Werkt (7 zetels), Gemeenschapslijst (3 zetels), VVD (3 zetels), CDA (3 zetels) en LEV (1 zetel). In het raadsbrede programma-akkoord ‘Samen komen we verder’ is in 2018 de politieke basis gelegd voor de prestaties van de gemeente Hilvarenbeek voor de periode 2018-2022. Het is een akkoord op hoofdlijnen. Eén van de partijen (eenmansfractie LEV) steunt het akkoord niet. Er bestond op dat moment geen coalitie en oppositie. Het college bestaat uit drie wethouders van buiten die niet verbonden zijn aan een politieke partij. In maart 2021 stapt één fractie uit het akkoord, waardoor er weer een coalitie en oppositie ontstond. De coalitie wordt momenteel gevormd door CDA, VVD en HOI Werkt, de oppositie bestaat uit LEV en Gemeenschapslijst. Daarmee steunen twee partijen het akkoord niet (meer). Het akkoord wordt vanaf dan niet langer gepresenteerd als een raadsbreed programma-akkoord, maar als een coalitieakkoord. In Hilvarenbeek lijkt het raadsakkoord een eenmalig experiment. Voorbereiding om te komen tot het akkoord Er is geen andere opzet dan een raadsakkoord onderzocht of overwogen in 2018. Een raadsbreed programma werd door een van de fracties ingebracht als suggestie en direct breed omarmd.

Er is vervolgens een kernwerkgroep vanuit de raad geformeerd en daaruit zijn drie subgroepen ontstaan. Zij richtten zich op de vragen: 1. Hoe gaat het akkoord eruitzien, 2. Hoe werf je wethouders en 3. Hoe dient de vergadercultuur te zijn? Het programma-akkoord is binnen twee maanden opgesteld met input van openbare bijeenkomsten, waarbij alle partijen hebben aangegeven welke thema’s zij de komende raadsperiode op de agenda willen. De afspraken die in het akkoord staan worden door alle partijen gedragen. Onderwerpen waarover geen afspraken zijn gemaakt worden aan het oordeel van de verschillende partijen overgelaten. Deze ‘vrije kwesties’ buiten het akkoord om zijn uiteindelijk in deze bestuursperiode nauwelijks aan de orde geweest. 39

De raad en het college conformeerden zich aan een nieuwe manier van samenwerking die hierbij hoort die vraagt om daadkracht, bestuurlijk lef, cultuurverandering, maar vooral ook luisteren en durven loslaten. Inrichting van het akkoord De raad heeft drie wethouders geworven via een open sollicitatieprocedure. Deze benoemingsprocedure was een landelijke primeur. Zij zijn medio 2018 geïnstalleerd en daarna – samen met de burgemeester – aan de slag gegaan met onder andere de vertaling van het programma-akkoord naar een collegeprogramma. Het programma-akkoord bevat per thema ambities en opdrachten aan het college. Uitvoering van het akkoord Het college heeft op basis van het programma-akkoord een collegeprogramma gemaakt voor 2018-2022 waarin de activiteiten uit het akkoord – ‘het waarom en het wat’ – zijn voorzien van een tijdsaanduiding – ‘het wanneer’. Het college heeft hiervan een financiële doorrekening gemaakt en de resultaten verwerkt in de meerjarenbegroting. Met de begroting is qua opzet en structuur met ingang van 2019 dan ook aangesloten bij het programma-akkoord en het collegeprogramma. Bij de start van de bestuursperiode werden de debatten direct anders. Het was voor de raad lastig om te bepalen met wie ze moeten debatteren als de coalitie en oppositie wegvalt. De raad ging vervolgens niet met elkaar in debat, maar met de wethouders uit het college.

In 2021 geeft een van de partijen aan niet verder te willen met de raadsbrede samenwerking. De andere partijen voelen de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambities waar te maken. Het uitstappen door een van de partijen heeft geen gevolgen gehad voor de samenstelling van het college. Verantwoording over het akkoord ➢ Er is tussentijds geëvalueerd. Op basis daarvan is er een partij uitgestapt. Daardoor kwam er opnieuw een coalitie en oppositie. Er is geen evaluatie-verslag gemaakt. ➢ Niet bekend is hoe ver de gemeente Hilvarenbeek gevorderd is met het realiseren van het akkoord. ➢ Er is geen eindevaluatie voorzien, het raadsakkoord lijkt een eenmalig experiment te zijn geweest. Aandachtspunten vanuit geïnterviewde ➢ Er is een groot verschil in standpunten tussen de partijen, maar er is geen oppositie en coalitie. Het organiseren van macht en tegenmacht blijkt en blijft lastig. ➢ Het is moeilijk voor de raad als wethouders niet gebonden zijn aan een partij. Van wie is het college en hoe verhoudt het college zich tot de raad. ➢ Onduidelijk wie toetst of je als raad de goede besluiten neemt en of dat je als raad juist te veel of te weinig meedoet met het college. Adviezen vanuit geïnterviewde ➢ Tip 1: Probeer ruim voor de verkiezingen te peilen of partijen open staan voor een raadsbrede samenwerking. Na de verkiezingen is te laat.

Nadeel is wel dat de situatie ontstaat dat onderhandelingen al zijn gestart terwijl de verkiezingen nog moeten komen. ➢ Tip 2: Zorg dat je, bij de keuze voor een raadsakkoord vooraf hebt nagedacht hoe je de samenwerking met de raad regelt. Ben open naar elkaar en leg vast wat je van elkaar verwacht. ➢ Tip 3: Een raadsakkoord kan op termijn uiteenvallen, denk vooraf na over hoe de samenwerking vanaf dan moet verlopen. Wat valt op uit casestudie volgens de Rekenkamer Tilburg ➢ Er is een raadsbreed programma-akkoord opgesteld. ➢ Er is geen sprake van een oppositie of coalitie.

40

➢ Wethouders zijn van buitenaf aangetrokken.

3.4

Casestudie 4 – Gemeente Laarbeek

Context De gemeente Laarbeek telt op 1 januari 2021 bijna 23.000 inwoners (bron: www.cbs.nl). De raad van Laarbeek heeft 19 zetels verdeeld over vijf fracties. Dit zijn: Partij Nieuw Laarbeek (vanaf nu: PNL) (9 zetels), De Werkgroep (4 zetels), Algemeen Belang Laarbeek (vanaf nu: ABL) (3 zetels), CDA (2 zetels) en PvdA (1 zetel). In het raadsbrede ‘Vijfpartijenakkoord Raadsprogramma 2018-2022 Handen ineen’ is in 2018 de politieke basis gelegd voor de prestaties van de gemeente Laarbeek voor de periode 2018-2022. Bij de start van de periode is dan ook heel nadrukkelijk gekozen voor een raadsakkoord, een nieuwe ingeslagen weg ten opzichte van de voorheen gespannen bestuurscultuur. In het begin van de bestuursperiode kende de raad dus geen coalitie en oppositie meer. Het leek de raad wel goed om een bepaalde vorm van dualisme te behouden, zodat er ruimte bleef voor discussie. Het ontbreken van een coalitie en oppositie heeft één jaar geduurd. Financieel ging het gemeente Laarbeek toen minder voor de wind en de teugels moesten aangetrokken worden. Er werd een kadernota door de wethouder gepresenteerd die door de eigen partij niet gesteund werd. Hierdoor kwamen er toch tegenstellingen naar boven. De betreffende wethouder is daarna opgestapt. En daarmee is ook de samenwerking tussen partijen geëindigd. Echter, het gesloten akkoord is wel in stand gebleven.

De overige vier partijen zijn hier als coalitie mee verder gegaan. Voorbereiding om te komen tot het akkoord Er is bewust gestuurd en gewerkt aan een raadsakkoord. Alle partijen in de raad namen deel aan de gesprekken en alle partijen hebben een wethouder geleverd voor het te vormen college. Het gevaar dat er met een raadsakkoord misschien alleen ja-stemmers zouden zijn, is onderkend. Er moest ook ruimte zijn voor een kritische noot. Hier was de raad zich van tevoren van bewust en heeft dit uitgesproken naar elkaar. Inrichting van het akkoord Het akkoord is een akkoord op hoofdlijnen, waarbij het aan het college was om details later in te vullen. De titel van het akkoord zegt het al: men slaat de ‘handen ineen’. In het verleden waren partijen namelijk altijd tegen elkaar, toen is gezegd meer samen te willen werken. Ook is in het akkoord ingezet op meer de ambities van inwoners willen verwezenlijken, inwoners dus meer te willen betrekken. De doelstelling van het akkoord werd breed gedragen: zowel op inhoud als op samenwerking. Uitvoering van het akkoord In het eerste jaar heeft het akkoord goed gefunctioneerd; er ligt een directe koppeling tussen het akkoord en de hoofdstukken in de begroting, waarmee sturing en controle door de raad makkelijk uitvoerbaar is.

Na één jaar ontstond als gevolg van lastige financiële keuzes zodanig verschil van inzicht dat niet alle partijen zich meer in de raadsbrede ondersteuning voor het akkoord konden vinden, waarna er alsnog een coalitie en oppositie ontstond. Het akkoord is in stand gebleven. De raad volgt de voortgang van de doelen uit het akkoord via de P&C cyclus. De navolgbaarheid van doelen uit het akkoord is door de directe koppeling aan de opbouw van de begroting groot. Daar staat tegenover dat het akkoord niet veel meetbare doelen bevat. Er wordt ook niet expliciet gerapporteerd of datgene dat in akkoord staat nog actueel is. Verantwoording over het akkoord ➢ ➢ ➢ ➢

Er wordt verantwoording afgelegd via de reguliere P&C cyclus. Er zijn geen andersoortige verantwoordingsdocumenten opgesteld. Er is geen eindevaluatie voorzien. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken of het raadsakkoord een eenmalig experiment lijkt te zijn geweest of dat hier de volgende periode weer mee gestart kan worden. 41

Aandachtspunten vanuit geïnterviewde ➢ De raad zou meer gerichtere vragen kunnen stellen over waarom doelstellingen uit het akkoord niet gehaald zijn. De raad laat zich soms (nog) te veel leiden door financiële resultaten en te weinig door de inhoud. ➢ In raadsvoorstellen meer een actieve link leggen naar het raadsakkoord (c.q. dit is afgesproken, dit gaan we doen). ➢ Veel doelen worden wel gehaald, successen mogen meer benoemd worden. Zeker richting inwoners. Adviezen vanuit geïnterviewde Vanuit de gemeente Laarbeek zijn in deze geen adviezen verkregen. Wat valt op uit casestudie volgens de Rekenkamer Tilburg ➢ Het is niet gelukt om een raadsbrede coalitie gezamenlijk succesvol tot het einde van de bestuursperiode vol te houden. ➢ Na het uiteenvallen van de raadsbrede coalitie is doorgewerkt met het raadsakkoord.

3.5

Casestudie 5 – Gemeente Lingewaard

Context De gemeente Lingewaard kent op 1 januari 2021 bijna 47.000 inwoners (bron: www.cbs.nl). De raad van Lingewaard heeft 29 zetels en bestaat uit tien fracties en één onafhankelijk lid. Dit zijn VVD (6 zetels), SP (4 zetels), Lokaal Belang Lingewaard (vanaf nu: LBL) (4 zetels), CDA (3 zetels), GroenLinks (3 zetels), B06 (2 zetels), Lingewaard.NU (2 zetels), D66 (2 zetels), PvdA (1 zetel), Lijst Frans Schut (1 zetel) en Lijst Zonnenberg (1 zetel). In de gemeente Lingewaard wordt gewerkt volgens een coalitieprogramma. De coalitie wordt gevormd door VVD, LBL, CDA en Lingewaard.NU. De titel van het coalitieprogramma is 'Samen bouwen aan Lingewaard'. In het programma staan vijf thema’s centraal. Het college heeft het ‘hoe’ uitgewerkt in een college uitvoeringsprogramma. De wethouders komen uit de eigen gelederen en dat is ook geen onderwerp van gesprek geweest. Voorbereiding om te komen tot het akkoord In 2018 is door de griffie vooraf een beeld geschetst van de soorten akkoorden die er zijn. Op basis daarvan kwam de raad al snel uit op een coalitieprogramma, oftewel een coalitieakkoord. Daarmee was de raad bekend en dat voelde vertrouwd. De coalitie was al snel bekend en betrof een voortzetting van de coalitie uit de vorige bestuursperiode. Eén wethouder trad nieuw toe tot het college, nadat de eerdere wethouder van deze partij had aangegeven te stoppen als wethouder.

Voorafgaand aan de verkiezingen gaven enkele partijen aan interesse te hebben in bijvoorbeeld een raadsakkoord of -programma. Bij de onderhandelingen om te komen tot een uiteindelijk akkoord zaten deze partijen echter niet aan tafel en kwam een raadsakkoord of -programma niet in beeld. Het doel van het coalitieprogramma was afspraken maken op inhoud. Hierbij zijn inwoners en andere partijen ook betrokken geweest. Daar hebben zo’n 100 tot 150 inwoners gebruik van gemaakt. Alle inwoners hebben antwoord gekregen op hun wensen en ideeën. Dit heeft de griffie samen met het team Bestuursondersteuning opgepakt. Doelstelling van deze handelswijze was verbreding; ook inwoners betrekken bij de onderwerpen in het akkoord, deze aan te vullen en zo een breder draagvlak te creëren. Verbreding is ook bereikt en door veel raadsleden omarmd.

42

Vanuit de ambtelijke organisatie was er een overdrachtsdocument beschikbaar voor iedereen. Bij de daadwerkelijke vorming door de coalitie was er ook ambtelijke ondersteuning. Het coalitieakkoord is snel afgerond. De factor tijd was daarbij erg belangrijk. Inrichting van het akkoord Partijen die aan het coalitieprogramma werkten, moesten in beginsel aan elkaar wennen. Het akkoord is uiteindelijk abstract opgesteld en er is besloten de concreetheid van de doelen uit het akkoord in het college uitvoeringsprogramma neer te leggen. Het coalitieakkoord is daarmee richtinggevend − het wat − en het college uitvoeringsprogramma is de uitwerking van het hoe. Uitvoering van het akkoord In het college uitvoeringsprogramma zijn alle doelen uit het coalitieprogramma op inhoud, planning en interactie/participatie uitgewerkt. De raad en ambtelijke organisatie is heel tevreden over de concreetheid van deze uitwerking. Niet alle doelen uit het collegeprogramma zijn echter meetbaar geworden in het college uitvoeringsprogramma en niet overal ligt een nulmeting aan ten grondslag, maar in het college uitvoeringsprogramma is wel een grote slag gemaakt door deze SMART te formuleren. Het college uitvoeringsprogramma is het document waarmee gestuurd wordt. Het coalitieprogramma is naar de achtergrond verdwenen en was slechts de voorbode van de uitwerking.

Dit is opvallend dat niet het coalitieprogramma, maar het college uitvoeringsprogramma leidend is geworden voor de uitvoering. Verantwoording over het akkoord ➢ Verantwoording is in de P&C cyclus ingebed. ➢ Toezegging van het college aan de raad is dat er jaarlijks verantwoording plaats vindt, dat gebeurt ook. ➢ Toegezegd vanuit het college aan de raad is dat er in januari 2022 een eindverantwoording plaats vindt. Aandachtspunten vanuit geïnterviewde ➢ Dit type akkoord/deze vorm (een coalitieprogramma en college uitvoeringsprogramma) maakt controle mogelijk, maar kaderstelling moeilijker. Adviezen vanuit geïnterviewde ➢ Tip 1: Werk niet standaard vanuit een bepaald type akkoord / bepaalde vorm, maar kijk welk type akkoord/welke vorm bij de gemeente past. ➢ Tip 2: Zorg dat er ruimte voor debat is. Wat valt op uit casestudie volgens de Rekenkamer Tilburg ➢ Concreet en uitgewerkt uitvoeringsprogramma door het college (uitwerking van het ‘hoe’). ➢ Uitvoeringsprogramma is de leidraad geworden in plaats van het coalitieakkoord. ➢ Alle inwoners die input hebben gegeven hebben een persoonlijke reactie gekregen op wat met hun input is gebeurd.

3.6

Casestudie 6 – Gemeente Zwijndrecht

Context De gemeente Zwijndrecht kent op 1 januari 2021 44.775 inwoners (bron: www.cbs.nl). De raad van Zwijndrecht heeft 27 zetels en bestaat uit 8 partijen. Dit zijn Algemeen Belang Zwijndrecht (vanaf nu: ABZ) (5 zetels), CU/Staatskundig Gereformeerde Partij (vanaf nu: SGP) (5 zetels), CDA (3 zetels), VVD (3 zetels), D66 (2 zetels), PvdA (2 zetels), Zwijndrechtse Plus Partij (vanaf nu: ZPP) (2 zetels) en GroenLinks (1 zetel). 43

Op 24 april 2018 is het raadsprogramma ‘Krachtig Zwijndrecht’ 2018-2022 vastgesteld door de raad. Alle negen partijen in de raad hebben hieraan meegewerkt; in overleg tussen alle partijen is gekeken wat de komende vier jaar om verbetering vroeg in Zwijndrecht. Uiteindelijk is er een raadsbreed gedragen programma ontstaan wat door acht partijen (behalve de SP) is ondertekend. De partijen die het raadsprogramma hebben ondertekend hebben ook kandidaat-wethouders voorgedragen; zij hebben gesolliciteerd en zijn geselecteerd op basis van kennis en kunde. Er wordt gewerkt zonder coalitie en oppositie. Voorbereiding om te komen tot het akkoord Omdat de partij ABZ bij de gemeenteraadsverkiezingen de grootste partij bleek, heeft deze partij het voortouw genomen. ZPP, PvdA en VVD schoven aan. Achterliggende gedachte bij deze partijen was dat men niet meer wilde werken zoals voorheen; er was sprake van een coalitie en oppositie en het ging te weinig over de inhoud. Zo hebben deze vier partijen een aanzet gegeven voor wat in de periode 2018-2022 belangrijk is voor Zwijndrecht. Deze aanzet is voorgelegd aan alle partijen in de raad en dit bleek goed aan te sluiten bij alle ambities en wensen. Andere partijen stonden open voor het experimenteren met een nieuwe manier van werken. Drie vergaderingen later lag er een breed gedragen raadsprogramma.

Acht van de negen partijen hebben het raadsprogramma ondertekend. Alleen de SP heeft zich niet bij het programma aangesloten. Dat wil niet zeggen dat de SP tegen het complete programma is, want er zijn ook SPstandpunten in opgenomen. Inrichting van het akkoord Er zijn in het raadsprogramma vier hoofdthema’s benoemd. Nauw verbonden met de hoofdthema’s zijn vier ondersteunende thema’s. Daarnaast zijn er nog vijf overkoepelende thema’s die een relatie hebben met alle thema's in het raadsprogramma. Op basis van de inhoud van het raadsprogramma, werden wethouders geselecteerd op voordracht van de partijen die het raadsprogramma hadden ondertekend. Bij de keuze van de vier wethouders waren niet hun partij, maar de thema’s van het raadsprogramma en hun deskundigheid op die gebieden leidend. De volgorde van de onderwerpen in het raadsprogramma is bepalend voor de prioriteiten die de wethouders moeten stellen. Uitvoering van het akkoord In gelegenheidscoalities bestaande uit ambtenaren vanuit de hele ambtelijke organisatie, aangevuld met vertegenwoordigers van maatschappelijke partners en ondernemers, is het raadsprogramma uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma22. De raad heeft het uitvoeringsprogramma niet expliciet vastgesteld en er is beperkt aandacht voor geweest vanuit de raad.

In het proces van raadsprogramma naar uitvoeringsprogramma paste overigens geen 'dichtgetimmerde' begroting, waarin de keuzes al gemaakt zijn. Het doel was om het raadsprogramma naar de begrotingen te vertalen. Ook is de raad ruimte geboden om na het raadsprogramma ook de begroting verder te positioneren als het belangrijkste kaderstellend document. De wethouders uit het college geven op hun eigen manier uitvoering aan het raadsprogramma in de vorm van voorstellen naar de raad. Die voorstellen moeten zodanig zijn dat de meerderheid van de raadsleden ermee instemt. Dat vraagt van wethouders dat ze goed luisteren naar alle fracties om tot de, voor zoveel mogelijk raadsleden, beste oplossing te komen. De raadsleden hebben de vrijheid om over voorstellen van het college na te denken en in hun stemgedrag hun keuze te laten zien. Bij alles staat de inhoud centraal. Verantwoording over het akkoord Verantwoording over het raadsprogramma vindt plaats via de P&C cyclus − met name de begrotingen −, de tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie in januari 2022 op initiatief van het college.

22

Getiteld: Van raadsprogramma naar uitvoeringsprogramma. 44

Ten aanzien van de tussentijdse evaluatie heeft de raad het college met een motie opgeroepen om met een tussentijdse evaluatie te komen waarin verantwoording plaatsvindt over de uitvoering van het raadsprogramma en de extra middelen die daarvoor beschikbaar zijn gesteld. Medio 2021 is de tussenevaluatie over het raadsprogramma gepresenteerd 23. De tussenevaluatie besteedt veel tijd aan inhoud en oorzaken voor vertraging (met name corona) en weinig aan het proces en de winst die deze vorm van samenwerken oplevert. Wel wordt aangegeven dat het een ambitieus raadsprogramma is met stevige opgaven die vragen om een stevige aanpak. In de afgelopen twee jaar is daarom gewerkt aan de omslag van een beheer- naar een ontwikkelorganisatie. Aandachtspunten vanuit geïnterviewde ➢ Doelen in het raadsprogramma zouden concreter omschreven kunnen zijn. Er is dan wel minder kans op raadsbrede overeenstemming tussen partijen. ➢ Afspraak was dat wethouders dienden te solliciteren en op basis van kennis en kunde geselecteerd werden. Die werkwijze kan prima, hoewel er soms situaties ontstaan waarbij een wethouder die woonachtig zou zijn in de gemeente zaken beter aan had kunnen voelen. ➢ Sturing op het raadsprogramma vindt vooral vanuit het college plaats, de raad zou meer sturing moeten geven.

Ook volgt de raad beperkt de realisatie van doelen uit het raadsprogramma, de raad zou de voortgang nauwgezetter moeten volgen. ➢ Verantwoording over het raadsprogramma is niet erg sterk. Op het moment dat de raad de voortgang van het raadsprogramma nauwgezetter volgt, is de raad in staat om de verantwoording hierover ook beter te monitoren. ➢ De raad is gebaat bij een goed debat. Dat ontbreekt eerder met de huidige werkwijze. Adviezen vanuit geïnterviewde Vanuit de gemeente Zwijndrecht zijn in deze geen adviezen verkregen. Wat valt op uit casestudie volgens de Rekenkamer Tilburg ➢ Breed gedragen raadsprogramma vanuit de gedachte om op een nieuwe manier te gaan werken; geen coalitie en oppositie, debat op inhoud. ➢ Wethouders van buitenaf aangetrokken op basis van kennis en kunde. ➢ Voorstellen van wethouders aan de raad dienen zodanig te zijn dat de meerderheid van de raadsleden ermee instemt. De verwachting in 2018 was dat het een professionalisering van de functie van wethouder betekende, een verzachting van de onderlinge relaties en meer tevreden inwoners. ➢ Sturing door de raad op het raadsprogramma en verantwoording over het raadsprogramma kan verbeterd worden.

23

Getiteld: Samenwerken aan een krachtig Zwijndrecht − opmaat naar de begroting 2021. 45

Lijst van afkortingen Algemeen Belang Zwijndrecht Bestuursakkoord ‘Gezond en Gelukkig in Tilburg’ 2018-2022 Bestuurlijk Informatie Systeem Christen Democratisch Appèl ChristenUnie College van Burgemeester & Wethouders Democraten 66 Forum voor Democratie Frequently Asked Questions Gemeentelijk Management Team Gemeenteraad Het Juiste Antwoord 21 Lijst Smolders Tilburg Lokaal Belang Lingewaard Partij Nieuw Laarbeek Partij van de Arbeid Partij van de Ouderen Partij voor de Dieren Planning & Control cyclus Programmabegroting Raad voor het Openbaar Bestuur Reglement van Orde Rekenkamer Tilburg Socialistische Partij Staatskundig Gereformeerde Partij Vereniging van Nederlandse Gemeenten Volkspartij voor Vrijheid en Democratie Zwijndrechtse Plus Partij

ABZ Bestuursakkoord ‘Gezond en Gelukkig’/(bestuurs)akkoord BIS CDA CU College D66 FvD FAQ GMT Raad JA21 LST LBL PNL PvdA PvdO PvdD P&C cyclus Begroting ROB RvO RKT SP SGP VNG VVD ZPP

46

Literatuur • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Becker, B. & Boogers, M. (2006). Bestuursakkoorden vergeleken: Inhoudsanalyse van 150 lokale bestuursakkoorden. Tilburgse School voor Politiek en Bestuur: Universiteit van Tilburg. Brabants Dagblad (5 maart 2018). CDA-lijsttrekker kraakt D66-collega: ‘Een partij uitsluiten is nooit het antwoord’. Website: https://www.bd.nl/tilburg/cda-lijsttrekker-kraakt-d66-collega-een-partij-uitsluiten-is-nooit-het-antwoord~a7384e8b/ Brabants Dagblad (16 maart 2018). Weterings wijst uitsluiten Smolders af. Website: https://www.bd.nl/tilburg/weteringswijst-uitsluiten-smolders-af~a665c8bf/ Gemeente Amsterdam (2018). Coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’. Gemeente Breda (2018). Bestuursakkoord 2018-2022 ‘Lef en liefde’. Gemeente ’s-Hertogenbosch (2018). Samen werken aan ’s-Hertogenbosch: Overdrachtsdocument van de ambtelijke organisatie voor de bestuursperiode 2018-2022. Gemeente Hilvarenbeek (2018). Programma-akkoord 2018-2022 ‘Samen komen we verder’. Gemeente Hilvarenbeek (2018). Collegeprogramma 2018-2022. Gemeente Laarbeek (2018). Vijfpartijenakkoord Raadsprogramma 2018-2022 ‘Handen ineen’. Gemeente Lingewaard (2018). Coalitieprogramma 2018-2022 ‘Samen bouwen aan Lingewaard’. Gemeente Lingewaard (2018). College uitvoeringsprogramma 2018-2022 ‘Samen bouwen aan Lingewaard’. Gemeente Tilburg (2018). Bestuursakkoord ‘Gezond en Gelukkig in Tilburg’ 2018-2022.

Gemeente Tilburg (2018). Concernplan 2018-2022. Gemeente Tilburg (2020). Hoofdlijnenbrief voor de begroting 2021. Gemeente Tilburg (2019). Jaarstukken 2018. Gemeente Tilburg (2020). Jaarstukken 2019. Gemeente Tilburg (2021). Jaarstukken 2020. Gemeente Tilburg (2020). Motie 44. Gemeente Tilburg (2019). Najaarsbijstelling 2019 Concern. Gemeente Tilburg (2020). Najaarsbijstelling 2020. Gemeente Tilburg (2021). Najaarsbijstelling 2021. Gemeente Tilburg (2019). Perspectiefnota 2020. Gemeente Tilburg (2021). Perspectiefnota 2022-2025. Gemeente Tilburg (2018). Programmabegroting 2019. Gemeente Tilburg (2019). Programmabegroting 2020. Gemeente Tilburg (2020). Programmabegroting 2021. Gemeente Tilburg (2021). Programmabegroting 2022. Gemeente Tilburg (2020). Powerpoint ‘Uitwerking motie 44: Heldere en eenduidige kaderstelling’. Gemeente Tilburg (2019). Raadsbrief ‘Dynamisch begroten’. Gemeente Tilburg (2020). Tussenbalans van het bestuursakkoord 2018-2022: Gezond en Gelukkig in Tilburg. Gemeente Tilburg (2019). Tussenrapportage 2019. Gemeente Tilburg (2020). Tussenrapportage 2020. Gemeente Tilburg (2021). Tussenrapportage 2021. Gemeente Tilburg (2018). Visie op Planning & Control: Een scherpe koers een heldere verantwoording. Gemeente Zwijndrecht (2018). Raadsprogramma 2018-2022 ‘Krachtig Zwijndrecht’. Gemeente Zwijndrecht (23 juni 2020).

Samenwerken aan een krachtig Zwijndrecht − opmaat naar de begroting 2021. Gemeente Zwijndrecht (22 oktober 2020). Van raadsprogramma naar uitvoeringsprogramma. Kalken, L. van, Boogaard, G., Steen, M. van der & Scherpenisse, W. (2021). Een routekaart voor raadsakkoorden: Varianten, ervaringen en lessen. Raad voor het Openbaar Bestuur/ROB (2018). Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden. Rekenkamer Breda (2008). Rekenkamerbrief over de doelen in het Bredase Bestuursakkoord 2018-2022. Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand (2009). Coalitieakkoord, meer dan een politiek bindmiddel?: Gemeente Zeewolde. Rekenkamer Metropool Amsterdam (2021). Ambities Coalitieakkoord 2018-2022 Navolgbaarheid: Navolgbaarheid van ambities en resultaten. Rekenkamer Metropool Amsterdam (2021). Uitvoering ambities Coalitieakkoord 2018-2022 Democratisering: Deelonderzoek. Smithuis, J., Berg, J. van den & Wersch, H. van (2019). Van campagne tot compromis: Collegevorming in Nederlandse gemeenten, 2010-2018. Amsterdam: Boom uitgevers. Vereniging van Nederlandse Gemeenten/VNG (2018). Highlights coalitieakkoorden 2018.

47

Bijlage I: Vragenlijst interviews In deze bijlage is de vragenlijst opgenomen die ten behoeve van de beantwoording van deelvragen 2 en 3 (zie deel 1, bestuurlijke nota) is gebruikt. 1. Voorbereiding op het akkoord: • Hoe is proces verlopen om tot het akkoord te komen? • Lagen er probleemanalyses ten grondslag aan de doelen die zijn opgenomen in het akkoord? 2. Inrichting van het akkoord: • Wat was de doelstelling van het akkoord? • Het akkoord bevat doelen die meer richtinggevend zijn, was dat de afspraak en waarom? • (Door wie en hoe) wordt er gestuurd op het akkoord? • Wat vindt u sterk en minder sterk aan de inrichting van het akkoord? • Wat zou er volgens u anders moeten wat betreft de inrichting van het akkoord? 3. Uitvoering van akkoord: • (Hoe) is de uitvoering van het akkoord navolgbaar/meetbaar gemaakt? • (Hoe) volgt de gemeenteraad de realisatie van de doelen uit het akkoord/(hoe) wordt over deze realisatie systematisch gerapporteerd aan de gemeenteraad? • Wat vindt u sterk en minder sterk aan de uitvoering van het akkoord? • Wat zou er volgens u anders moeten wat betreft de uitvoering van het akkoord? 4.

Verantwoording over het akkoord: • (Hoe) wordt er verantwoord over het akkoord (richting gemeenteraad en inwoners)? • Wat vindt u sterk en minder sterk aan de verantwoording over het akkoord? • Wat zou er volgens u anders moeten wat betreft de verantwoording over het akkoord?

48

Bijlage II: Doelen uit het bestuursakkoord ‘Gezond en Gelukkig in Tilburg’ In deze bijlage zijn de doelen uit het bestuursakkoord ‘Gezond en Gelukkig in Tilburg’ weergegeven. Inclusieve stad 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.

20.

21. 22. 23. 24. 25. 26.

27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38.

Uitvoering van de Agenda Sociaal 013. Sluiten Pacten met Noord, Groenewoud en mogelijk West. Aanpak op het sociale domein. Proeftuinen en experimenten beter zichtbaar maken naar buiten toe. Creëren we een Investeringsfonds Sociaal Domein van € 10 mln. Gaan we aan de slag met Social Impact Bonds. Ontschotten we de budgetten op het sociale domein. Reserveren we voor de komende twee jaar een Transformatiebuffer van € 23 mln. Vindt bij de begroting 2021 een integrale afweging plaats om een meerjarig begrotingsevenwicht te bereiken. We versterken de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Nieuwe of andere financieringsconstructies met social impact bonds als voorbeeld. We gaan meer werken op basis van data en willen een lerende organisatie zijn. We nadrukkelijk vanuit impact aan de slag gaan en inzetten op preventie en maatwerk, het gaat erom dat we de inwoner centraal stellen en niet ons eigen systeem of het systeem van zorg en ondersteuning. Met de regiogemeenten Hart van Brabant en met de zorgaanbieders betekent dit dat we meer en beter gaan samenwerken. Voor jeugdhulp zien we de grootste opgave liggen bij de vernieuwing en herinrichting van de wijze waarop we de zorg met aanbieders hebben georganiseerd. We willen minder bureaucratie en minder regeldruk in combinatie met ‘beschikkingsvrij’ werken.

Datagericht werken resulterend in maatwerk richting kinderen en jongeren. Samen met de jeugd geven we dit beleid vorm. Ontwikkelen we een integrale kijk op ouderen waarin we vastleggen hoe we ouderen faciliteren en ondersteunen zodat ze mee kunnen blijven doen in een veilige omgeving, niet eenzaam zijn, maar juist van waarde blijven, hun talenten kunnen inzetten en de passende ondersteuning krijgen als ze die nodig hebben. Integraal jeugdbeleid zetten we extra accenten in het verbinden van inrichting openbare (speel) ruimte, jongerenwerk, gezondheids- en sportprogramma’s, participatie en buitenschoolse educatie. Dit doen we vanuit een visie van min 9 maanden tot 18 plus. We laten jongeren niet los als ze 18 zijn geworden. Houden we vast aan onze koers ten aanzien van talentontwikkeling en onderwijs. Het onderwijs van 0-12 jarigen samen met onze maatschappelijke partners op wijkniveau organiseren. We stimuleren innovatie in onderwijsvoorzieningen. We versterken de samen werking tussen mbo, hbo en wo ten behoeve van de maatschappelijke agenda, samen met de stad. Ook verbinden we natuur en milieueducatie nadrukkelijker met andere ‘specifieke’ vormen zoals kinderboerderijen, cultuureducatie en techniek.

We vernieuwen ons arbeidsmarktbeleid op basis van inzichten en bewezen impact vanuit de aanpak vluchtelingen, het vertrouwensexperiment, evaluatie jeugdwerkloosheidsvrije regio en de evaluatie van ons huidig arbeidsmarktbeleid (Noma). We gaan verder met de ingezette richting voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zodat zij uit hun isolement komen en weer gaan participeren. Samen met de regio Hart van Brabant zetten we onze aanpak “Vroegtijdig kansen pakken” voort. Hiermee bieden we vluchtelingen, die opvang krijgen in onze regio, zo direct mogelijk een traject aan dat aansluit bij hun competenties. We op zoek gaan naar mogelijkheden om de gewenste aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt naar de toekomst toe te realiseren. We zetten in op bestaanszekerheid bij mensen die in armoede leven. Vanuit het perspectief van bestaanszekerheid is het aanpakken van energiemaatregelen in woningen nodig. We houden vast aan onze Woonvisie en Convenant Wonen. We faciliteren het beschikbaar komen van kansrijke locaties voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en Tiny Houses. Startersleningen en starterswoningen kunnen het gewenste steuntje in de rug zijn. Een goede huisvesting van arbeidsmigranten faciliteren. We onderzoeken op welke locaties grootschalige, goed begeleide huisvesting kan worden georganiseerd.

We doen dit in goed overleg met de omgeving en het (georganiseerd) bedrijfsleven. We willen gastvrij zijn, ook voor expats, studenten, nieuwkomers en asielzoekers. 49

39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49.

We zijn een inclusieve stad waar iedereen zich thuis kan voelen. We staan voor de continuering van ons huidig humaan asielbeleid. Verbinden we ook ons sportbeleid nadrukkelijk aan gezond leven en aan het versterken van de sociale cohesie. Zorgen voor meer samenhang tussen sportdeelname, beweging en het gezondheidsbeleid en hebben daarbij in het bijzonder oog voor jeugdsportdeelname en ouderensport. Het transparanter en uitlegbaar maken van onze tarieven structuur. We zetten de Voetbalvisie voort. Om de veldcapaciteit op orde te houden maken we samen met de voetbalclubs een meerjarenplanning en bezien we per jaarschijf in welke velden investering mogelijk is. We onderzoeken alternatieve locaties voor Attila. We vinden het belangrijk om de ontwikkeling van Moerenburg af te maken. Voetbalclub Were Di moet verhuizen. We onderzoeken de mogelijkheden om dit te realiseren. We wikkelen de verkoop van het stadion van Willem II af waarmee Willem II een gezonde toekomst tegemoet kan zonder dat nog ondersteuning van de gemeente aan de orde is.

Duurzame stad 50. Energietransitie: Optimaal isoleren van onze gebouwen: koop- en huurwoningen, kantoren, scholen, kantines, etc. Opwekken van duurzame energie, binnen en buiten de gebouwde omgeving. Maximaal gebruiken van beschikbare rest- en aard- warmte via o.a. warmtenetten (bestaand én nieuw), en Warmte Koude Opslag (WKO). Een verdere onafhankelijkheid van aardgas. 51. Doen we dit samen met het bedrijfsleven, het onderwijs, energiecorporaties en andere belanghebbenden. 52. Gaan we met onze buurgemeenten werken aan een nieuwe Regionale Energie en Klimaat Strategie. 53. Versnellen we onze doelstellingen uit de Energievisie. 54. Aan de slag met de verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed. 55. Creëren we een Investeringsfonds Klimaat ter hoogte van €20 mln. 56. We zetten de ingezette koers voort om restafval te voorkomen en grondstoffen zoveel mogelijk te hergebruiken. 57. We verkennen daarbij methoden om inwoners te belonen. 58. Aanvullende maatregelen en een voorstel om in de zomermaanden vaker GFT op te halen. 59. Houden onze koers vast als het gaat om slimme, veilige en duurzame mobiliteit. 60. We besteden extra aandacht aan verkeersveiligheid, opstellen van een agenda waarin aandacht is voor onveilige locaties en schoolroutes, kwetsbare verkeersdeelnemers en inzet van slimme innovatieve maatregelen. 61. Verkennen uitbreiding van 30km-zones. 62.

Weren van sluipverkeer in de binnenstad en de wijken. 63. Besluit over realisatie van de snelfietsroute Tilburg-Oosterhout. 64. Verkennen we de routes naar Eindhoven en Den Bosch. Op basis van de uitkomsten van de lopende pilots bij de cityring zullen we veiligheid, oversteekbaarheid van de cityring en bereikbaarheid en verblijfskwaliteit van de binnenstad in samenhang bezien. 65. Een proef met een fietsenstalling in het dwaalgebied. 66. Een voorstel om fietsers op rotondes voorrang te geven. 67. Nieuwe vormen van slimme mobiliteit en experimenten die onze stad klaarmaken voor de toekomst. Denk aan zelfrijdende (vracht)auto’s en gedragsexperimenten. Daarbij kijken we naar de behoefte vanuit de stad en doen we dit samen met de stad. 68. Samen met bewoners en ondernemers verder met de regulering van het parkeren binnen de ringbanen. 69. En met werkgevers zetten we in op transferia, die ook inzetbaar zijn voor winkelbezoek aan de binnenstad en voor evenementen. 70. We houden vast aan ons beleid ten aanzien van geluidsoverlast, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit, want we liggen op koers. 71. Een voorstel om de overstap naar en het gebruik van elektrisch vervoer (tijdelijk) te ondersteunen. 72. Een belangrijke stap hierin is de Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek waar we met het bedrijfsleven een zone in de stad instellen waarbinnen bezorgend verkeer emissieloos wordt. 73.

De invulling hiervan doen we samen met de stad. 74. Het Rijk wil dat deze zone in 2025 een feit is, voor zowel de logistieke sector als het serviceverkeer. Voor de lokale kleine bedrijven en zogeheten eenpitters kunnen de gevraagde investeringen een drempel zijn. Daarvoor vragen wij uitdrukkelijk aandacht bij het Rijk en de provincie. 75. We houden rekening met de toenemende weersextremen door tuinen, straten, buurten en onze binnenstad meer en meer te vergroenen. 76. We gaan door met de groenedakenregeling en de publiekscampagnes. 77. Daarnaast nemen we bij bouwplannen en in de openbare ruimte standaard klimaatadaptatie en water als randvoorwaarde mee. 78. En zorgen we ervoor dat er genoeg waterbergingen zijn in het buitengebied. 79. Ook koppelen we maatregelen ter voorkoming van schade door wateroverlast, hitte en langdurige droogte aan de herinrichting van straten, woningbouw, energietransitie en de opgaven in het landelijk gebied. 50

80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90. 91. 92.

We gaan onze biodiversiteit en natuur versterken. Om het tij te keren, slaan we de handen ineen met onze natuurpartners en bedrijven in de stad. We maken de inhaalslag groen af en maken groene verbindingen in de stad. We gaan door met de invoering van het ecologisch beheren en inrichten van onze gemeente. En we gebruiken en promoten de gedragscode tijdelijke natuur voor braakliggende terreinen. In deze stad gaan we natuurinclusief bouwen. Onze unieke gebiedsontheffingsregeling biedt hiervoor mooie kansen. Ook zorgen we ervoor dat onze eigen landbouwgronden natuurinclusief en insectvriendelijk worden beheerd en ingericht. We gaan door − samen met onze partners − met de aanleg van onze stadsregionale parken uit de omgevingsvisie, Moerenburg-Koningshoeven, Stadsbos013 en Park Pauwels Een respectvolle omgang met ons landschap, waarbij we de nieuwe opgaven verweven met zowel de cultuurhistorische kwaliteit als de belevingskwaliteit, de toegankelijkheid voor recreatie als de biodiversiteit. We gaan eerst inbreiden, voordat we gaan uitbreiden, waarbij elke ingreep moet leiden tot toegevoegde waarde voor het landschap. We koesteren ons erfgoed. We zetten ons beleid voort en wijzen de komende periode nieuwe monumenten aan. Verkennen we de mogelijkheid om ook tot een lijst te komen met potentiële monumenten van na 1965, zodat we toekomst geven aan het verleden van Tilburg.

Vitale stad 93. We gaan samen met onze bewoners en bedrijven aan de slag om onze straten, buurten, parken en bossen beter te onderhouden en te beheren. 94. We investeren in schoon, heel, groen en veilig, waarbij we samen met de buurt bepalen op welke onderdelen de meeste inzet nodig is. 95. Waar nodig maken we de openbare ruimte aantrekkelijker en sociaal veilig, zodat kinderen kunnen spelen in natuurlijke speeltuinen, jong en oud prettig kunnen wandelen door de buurt en er bankjes zijn om elkaar te ontmoeten. 96. Deze investeringen op het terrein van schoon, heel, groen en veilig zetten we kracht bij met het Investeringsfonds Openbare ruimte ter hoogte van 2,5 mln. 97. En extra geld voor het schoonhouden van de openbare ruimte. De laatst genoemde investering kan effect hebben op de afvalstoffenheffing. 98. We zetten in om de kosten te verhalen op de vervuiler. 99. We gaan op een andere manier werken en ook hier − net als bij het sociale domein − nemen we twee jaar de tijd om de gewenste impact te bereiken. 100. Na twee jaar (2020) beoordelen we of het werkt. Zo niet, dan vindt voor de begroting 2021 een integrale afweging plaats om een meerjarig begrotingsevenwicht te bereiken. 101. We vinden bij de vestiging van nieuwe bedrijven dat deze duurzaamheid hoog in het vaandel dragen en een bijdrage leveren aan de regionale werkgelegenheid en regionale economie. 102.

We streven naar een duurzame economie en verzilveren onze positie als logistieke topregio. 103. Dat we als gemeente een economisch klimaat creëren waarbij bedrijven worden gestimuleerd hun productieproces circulair in te richten: aan het begin van het productieproces weten zij al hoe grondstoffen hergebruikt kunnen worden. 104. Daarnaast koopt de gemeente zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair in, om te besparen op grondstoffen en CO2uitstoot. 105. Mogelijkheden onderzoeken voor truckparkings. 106. De stedelijke (kennis)economie verder uit te bouwen. We zitten bovenop de meest recente inzichten en ontwikkelingen op het gebied van onderzoek en wetenschap. 107. De Spoorzone heeft alles om voor deze economische ontwikkeling het brandpunt te worden. Door crossovers te laten ontstaan tussen inwoners, bedrijven, starters, studenten en onderwijsinstellingen. We zijn nadrukkelijk partner in deze ontwikkeling zoals we met Mindlabs nu al laten zien. 108. Een zo groot mogelijke mate van veiligheid, in de directe omgeving (huis, wijk) en in de openbare ruimte. 109. Ondermijning en de georganiseerde criminaliteit. Hieraan werken we regionaal, provinciaal, landelijk en internationaal omdat we dit niet alléén opgelost krijgen. Het gaat om creatieve oplossingen op wijkniveau waar we ook een beroep doen op de rijksmiddelen. 110.

De steeds complexere casuïstiek, die vraagt om een écht integrale aanpak en extra inspanning. 111. Vroegsignalering vanuit jongerenwerk en de inzet van jeugdboa’s moet ervoor zorgen dat risicojongeren ‘aan de goede kant van de streep blijven’. We zijn trots op onze buurtpreventieteams. Ze zijn een belangrijke schakel. 112. Wij blijven zoeken (binnen en buiten onze gemeente) naar het breedst mogelijke palet aan preventieve en repressieve maatregelen, met alle denkbare creatieve (deel)oplossingen. 113. Over de vragen of de achterdeur van de coffeeshop gelegaliseerd moet worden, of er experimenten moeten komen met legale wietteelt, of het gebruik van softdrugs legaal moet worden, en de mate waarin dit kan bijdragen aan de

51

bestrijding van bovenstaande problematiek, denken we verschillend. Wij hebben de afspraak gemaakt elkaar daarin vrij te laten. 114. We bereiden ons voor op de invoering van de Omgevingswet. 115. Bij de implementatie van de Omgevingswet krijgen onze ambities op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en geluk een duidelijke plaats. 116. Als uitgangspunt nemen we een overheid die ruimte schept, meedenkt en meedoet en beschermt wat kwetsbaar is. 117. We koesteren in de Spoorzone het erfgoed en ontwikkelen het gebied tot aantrekkelijk gebied om te werken, wonen of te verblijven. 118. Er ontstaat een mix aan vestigingslocaties voor verschillende typen bedrijven en ondernemers. 119. De broedplaatsfunctie willen we versterken. Het bestaande erfgoed zetten we hier grotendeels voor in. 120. Ook binnen nieuwe ontwikkelingen streven we naar ruimte voor start ups. 121. We onderzoeken hoe de Hall of Fame als ontmoetingsplek voor jongeren een definitieve plek in de Spoorzone kan krijgen. 122. In nauw overleg met de buurt en betrokken ondernemers realiseren we een mix tussen private en publieke binnentuinen met ruimte voor cultuur. 123. De ambitie van de Binnenstad van de 21e eeuw met vaart voortzetten. 124. Onderzoeken we hoe we de verbinding tussen de Universiteit (campus) en Spoorzone, in combinatie met de Binnenstad van de 21e eeuw, versterken tot een stevige, fysiek zichtbare kennisas.

125. Ook starten we een ruimtelijke verkenning naar een betere verbinding tussen het Museumkwartier en de Spoorzone/Binnenstad. 126. Als het gaat om de ruimtelijke kwaliteit van de stad hebben we ook aandacht voor de samenhang en verbinding van de aanwezige parels en versterken deze door ze aaneen te rijgen tot kettingen, bijvoorbeeld de verbinding tussen Moerenburg en Stadspark. 127. Het Koningsplein, ambitie is een mooie ruimte voor groen en water, waar mensen met plezier willen zijn. 128. Bij de herontwikkeling van het plein leveren we geen half werk. 129. Daarom onderzoeken we de mogelijkheden die ontstaan wanneer de bestaande parkeergarage komt te vervallen. 130. Uiteraard zal een afname aan parkeercapaciteit op een andere plek in de binnenstad worden gecompenseerd. 131. Bij het onderzoek betrekken we ook de opgave voor De Nieuwste School. 132. Met de evenementenorganisaties en partners in de stad bespreken we de mogelijkheden over het verplaatsen van evenementen, die nu op de Cityring plaatsvinden, naar het Koningsplein. 133. Wij staan voor een stad met een bloeiend cultureel leven. 134. Daarom zetten we de koers van het huidige Cultuurplan 2017-2020 voort met het Makersfonds. 135. We investeren in cultuureducatie en gaan verder met het Erfgoedprogramma Verhalen van Tilburg. 136. Ook koesteren we het profiel van Tilburg als Textielstad. 137.

Daarom onderzoeken we samen met private partijen, provincie en het Textielmuseum of het Drögecomplex gerenoveerd kan worden tot een locatie waar (nieuw) ondernemerschap gerelateerd aan het Textiellab een thuis kan vinden. 138. We zetten het positieve resultaat van de herontwikkeling van de gevangenislocatie in voor een kwalitatieve ingreep in het gebied Stappegoor. 139. In samenspraak met raad en dorp treffen we een voorziening om de spoorwegovergang De Kraan in Berkel-Enschot open te houden, waarbij de wens voor een sobere en functionele inrichting van de infrastructuur uitgangspunt is.

Samen en dichtbij met impact 140. We willen van de inwoners van wijken en buurten weten wat nodig is om de wijk te verbeteren en wat we daar samen aan kunnen doen. 141. We maken samen een heldere wijkagenda. 142. We willen van de inwoners horen welke dingen er volgens hen aangepakt moeten worden. 143. We spreken af wie wat doet en wanneer. 144. De uitkomsten worden per wijk vastgelegd. 145. Vervolgens gaan we aan de slag, wijkbewoners en gemeente. 146. Hebben we een coördinerend wethouder wijkgericht werken om onze inzet in de wijken kracht bij te zetten. 147. Een gemeentelijke organisatie die aanwezig en dichtbij is in straten en buurten en die inwoners ruimte geeft om zelf aan de slag te gaan. 148. Die problemen meteen aanpakt en oplost en die vooral doet wat werkt, wat impact heeft in wijken en buurten. 149. Een organisatie die samen met de wijkwethouder en in dialoog met inwoners werkt aan wijkagenda’s. 150. Een organisatie waarin alle afdelingen hun plannen integraal en gecoördineerd vanuit de wijk opstellen en realiseren. 151. En waar indien gewenst wijkmanagers gezaghebbend knopen doorhakken om wijkgerichte dienstverlening te leveren. Dit is nadrukkelijk een ontwikkelopgave voor de organisatie. 152. Datagestuurd beleid en uitvoering, weten wat werkt en stoppen met wat niet werkt. Dat wordt steeds meer de basis van ons werk. 153.

Nog meer dan in de afgelopen periode willen we ons voorstaan op onze innovatiekracht en dit laten uitgroeien tot Tilburgs handelsmerk, gezien niet alleen nationaal, maar ook internationaal. 52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11064795/4