CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

03 RKT Eindrapport Sturen op een akkoord jan2022

Raadsvergadering 7 februari 2022, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Onderzoeksrapport Rekenkamer Tilburg `Sturen op een akkoord31.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

154. Een griffie die verbindend en innovatief de Raad ondersteunt in haar ambitie om samen met de stad Tilburg gezond en gelukkig te maken. 155. En daarbij past een gemeentelijke dienstverlening die aansluit bij de trends in de samenleving en de behoefte van de klant/Tilburger. 156. Daarom zetten we als gemeente de Sustainable Development Goals centraal en blijven we inzetten op mondiale bewustwording. 157. We vertegenwoordigen actief onze belangen in Den Haag. 158. Afhankelijk van de opgave werken we samen binnen Hart van Brabant, BrabantStad, met Breda en de regio WestBrabant, met Brainport, G40 en VNG of binnen de multihelix van Midpoint. 159. Maken we een internationale agenda voor de komende vier jaar. 160. Waarin we samenwerken met verschillende instanties in Europa. 161. Ons profileren als internationale stad met een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven, bewoners en studenten. 162. Bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties. 163. Mensenrechten beschermen en respecteren door samen te werken in de lokale mensenrechtencoalitie. 164. Marketing Tilburg: We continueren de gemeentelijke bijdrage voor 2019 en 2020, evalueren in 2020 en besluiten dan over een mogelijk vervolg. Hierin nemen we ook mee hoe de groei van de toeristenbelasting kan worden ingezet voor dekking van de gemeentelijk bijdrage. 165.

Bij alles wat we doen stellen we de vraag: doet deze actie ertoe of niet? Met andere woorden heeft het impact? En wat moeten we doen om iets wel te laten werken en om gericht in te grijpen als het moet? 166. Met hulp van proeftuinen en experimenten willen we nieuwe aanpakken uitproberen en bepalen of ze ook daadwerkelijk impact hebben voor onze inwoners. 167. Open staan voor andere ideeën en aanpakken hoort hier bij en we zoeken in het land naar goed werkende voorbeelden. 168. Op deze manier baseren we ons beleid en onze acties op feiten. 169. We onderzoeken ook welke mogelijkheden er zijn voor het opzetten van impact bonds op het terrein van duurzaamheid, openbare ruimte etc. 170. We willen dat maatwerk op alle beleidsterreinen normaal wordt. Mensen en buurten zijn nu eenmaal niet gelijk. Dus om zoveel mogelijk goede oplossingen te vinden die echt werken, zullen we precies moeten kijken om wie het gaat en waar het is. We doen dit al op allerlei terreinen, maar wij zijn ervan overtuigd dat het nog veel meer moet gebeuren. 171. We gaan dit doen op basis van een solide financieel beleid. We zijn ervan overtuigd dat als we weten wat werkt en wat niet (en dat dan ook niet meer doen) we ook de middelen beter inzetten. 172. Maar voordat het zover is, is het nodig te experimenteren en willen we investeringen mogelijk maken.

Daarom hebben we drie fondsen in het leven geroepen: Een investeringsfonds Sociaal Domein voor de transformatie in het sociale domein. Een investeringsfonds Klimaat voor de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Een investeringsfonds Openbare Ruimte waarmee we de basis op orde brengen voor schoon, heel en groen. 173. Onze ingezette koers bewaken we op basis van te realiseren impact. 174. Over twee jaar bepalen we of we tevreden zijn over de behaalde resultaten tot dan toe. We sturen bij waar nodig, we stoppen met wat niet werkt. Wat werkt, houden we vast. 175. Als halverwege de collegeperiode (2020) blijkt dat de transformatieopgaven niet worden gehaald, dan vindt voor de begroting 2021 een integrale afweging plaats om een meerjarig begrotingsevenwicht te bereiken.

53

Bijlage III: In interviews genoemde suggesties voor een nieuw Tilburgs akkoord 2022-2026 In deze bijlage worden alle (44) suggesties genoemd die de geïnterviewden, zijnde de raad inclusief de voorzitter van de raad en de griffier, het college en de ambtelijke organisatie, geven voor een nieuw Tilburgs akkoord voor de periode 2022-2026. Deze suggesties zijn een letterlijke weergave van hetgeen door de geïnterviewden is genoemd in de vorm van citaten. De RKT hecht eraan om deze suggesties ter informatie mee te geven. De RKT heeft daarbij geen inhoudelijk oordeel over de suggesties zelf.

Voorbereiding om te komen tot een akkoord Wat betreft de voorbereiding om te komen tot een akkoord worden de volgende voorstellen gedaan: (Informatievoorziening voorafgaande aan) onderhandelingen 1. Lever vanuit de organisatie wederom factsheets aan voorafgaande aan de onderhandelingen. Deze factsheets dienen informatie te bevatten over welke dossiers aandacht vragen, wat daarin reeds is bereikt en wat nog niet, inclusief financiële informatie. Verminder daarbij het aantal factsheets (minder dan twintig) en bundel factsheets naar de transformaties waar de stad voor staat. 2. Betrek inwoners en partners in de stad zoals wijk- en dorpsraden vooraf. 3. Wanneer de raad een andere rol van de voorzitter van de raad (de burgemeester) zou wensen tijdens de onderhandelingen, dan dient de raad dat in ruime meerderheid zelf aan te geven. Positie oppositie tijdens de voorbereidingsfase 4. Sluit op voorhand geen partijen uit. 5. Vraag tijdens de onderhandelingen door naar het waarom achter de inhoudelijke inbreng van een partij; dit zorgt voor meer begrip over elkaars standpunten en uiteindelijk een betere samenwerking in de raad. 6. Volg een transparant proces om te komen tot het akkoord. 7. Word het eens over de hoofdlijnen en richting van het akkoord, met ruimte voor een nadere invulling zonder het akkoord vooraf ‘dicht te timmeren’ of ‘alles in beton te gieten’. 8.

Neem in het akkoord de belangrijke punten van het verkiezingsprogramma van de grootste partij(en) mee, zij vertegenwoordigen immers de meerderheid. 9. Laat niet enkel de punten uit de verkiezingsprogramma’s van de partijen in het akkoord terugkomen, maar laat de transformaties waar de stad voor staat, zien. Type akkoord 10. Bepaal welke vorm voor het akkoord het meest passend is, bijvoorbeeld een coalitieakkoord, raadsakkoord et cetera. 11. Spreek als raad in ruime meerderheid uit wanneer de wens bestaat voor een raadsakkoord. Inrichting van het akkoord Voor de inrichting van het akkoord zijn eveneens suggesties gedaan: Inhoud akkoord en financiële paragraaf 12. Behoud continuïteit in de inrichting van het akkoord zowel op inhoud (de transformaties) als op vorm (de ‘steden’), versus houdt vast aan herkenbaardere bewoordingen in het akkoord als ‘sociaal’ en ‘bestuur’. 13. Baseer het akkoord op heldere probleemanalyses en feiten (data gedreven). 14. Voeg in het akkoord een ‘foto van de stad’ toe, gebaseerd op analyses en feiten, wat duidelijkheid schept over waarom de gemeente Tilburg waar op inzet. 15. Neem ook de monitor Gezond en Gelukkig mee om vorm te geven aan de inhoud van het akkoord.

54

16. Beschrijf een top 10 aan prioriteiten in het akkoord, waarbij doelen concreet en navolgbaar/meetbaar omschreven zijn. 17. Neem ook specifieke onderwerpen zoals energie en klimaat op in het akkoord. 18. Benoem ‘input’, ‘output’ en ‘outcome’ in het akkoord. Een voorbeeld: In plaats van ‘we zetten zoveel van onze reserves in voor meer duurzaamheid en gaan dit doen’, ook benoemen ‘we gaan zoveel woningen verduurzamen van label … naar label …’. 19. Maak de financiële paragraaf, inclusief waar worden welke middelen op ingezet, onderdeel van het akkoord om achteraf reparaties in het begrotingsproces te voorkomen en de realisatie van doelen uit het akkoord beter te kunnen volgen. 20. Betrek inwoners na vaststelling van het akkoord om verder richting te geven aan de verschillende thema’s. Uitvoering van het akkoord Betreffende de uitvoering van het akkoord worden de volgende ideeën aangereikt: Doorvertaling van het akkoord ten behoeve van sturing 21. Behoud continuïteit in de inrichting van de P&C cyclus, zowel op inhoud (de transformaties) als op vorm (de ‘steden’). 22. Leg in de P&C cyclus een relatie met de financiële prestaties in relatie tot hetgeen is bereikt in de stad; wat is er bereikt met het ingezette geld en is het geld goed besteed? 23.

Zet een goed functionerende beleidscyclus neer waar het gesprek over de inhoud plaatsvindt, los van de P&C cyclus waarmee financieel wordt gestuurd. 24. Houd direct na vaststelling van het akkoord bijeenkomsten met de organisatie; duid hoe de onderdelen uit het akkoord bedoeld zijn zodat kadernota’s (en beleidsnota’s) aansluiten bij wat partijen voor ogen hebben. 25. Gebruik de kadernota’s als basis en stel eventuele koersveranderingen vast op kaderniveau. 26. Koppel de monitor Gezond en Gelukkig aan de P&C cyclus en bespreek deze met regelmaat in de raad. Aandacht voor sturing vanuit diverse gremia 27. Verwijs met regelmaat naar de doelen uit het akkoord; benoem in een raadsvoorstel hoe het voorstel zich verhoudt tot de doelen uit het akkoord, inclusief de grote transformaties waar de stad voor komt te staan. Bespreek dit tijdens het raadsdebat. 28. Stel een raadscommissie in om de rode lijn te kunnen volgen vanuit het akkoord en te voorkomen dat raadsleden (te veel) in individuele casuïstiek terecht komen, evenals om meer openheid in het raadsdebat te bevorderen. 29. Sluit een toezegging pas als er ook werkelijk actie op is genomen door de organisatie. 30. Herstel het directieplan in ere, afgeleid van de programmabegroting. Of maak een uitvoeringsplan. 31. Behoud bestuurlijke stuurgroepen om de transformaties extra kracht bij te zetten en snel te kunnen schakelen.

Duale verhoudingen 32. Verbeter de samenwerking binnen de raad, waarbij er aandacht is voor dualistische verhoudingen. De voorzitter van de raad (de burgemeester) heeft hierin een belangrijke rol. Maar de raad zelf zeker ook. Maak daarbij afspraken over de raadscultuur inclusief omgangsvormen tussen partijen en de wijze van effectief en efficiënt vergaderen inclusief de wijze van ruimte creëren voor het debat. 33. Trek wethouders van buitenaf aan, naar voorbeeld van de gemeente Zwijndrecht. 34. Zoek per individueel raadsvoorstel naar een meerderheid in de raad. Doelen uit het akkoord navolgbaar en/of meetbaar 35. Monitor beter op de realisatie van de doelen uit het akkoord, daarvoor zijn meetbare doelen nodig. 36. Trek lering uit het sociale domein voor andere domeinen; voor het sociale domein zijn afspraken over doelen, indicatoren en streefwaardes, de borging van resultaten en hoe daarover naar de raad te rapporteren. 37. Maak onderwerpen die gekoppeld zijn aan het akkoord makkelijker navolgbaar door het bewaken van de integraliteit; nu zijn er verschillende dossiereigenaren op onderwerpen waardoor integraliteit ontbreekt. 55

38. Rapporteer transparanter over eventuele wijzigingen en bijstellingen van doelen uit het akkoord. 39. Neem doelen uit het akkoord op in de Lange Termijn Agenda van de raad. Deze agenda bevat momenteel geen onderwerpen die systematisch door de gemeenteraad worden besproken. Het bevat de mogelijkheid om de voortgang van het akkoord beter te kunnen volgen. Verantwoording over het akkoord Daarnaast zijn er ook suggesties betreffende de verantwoording over het akkoord gegeven: Verantwoording via de P&C cyclus 40. Communiceer transparanter richting inwoners wat de bereikte resultaten zijn in relatie tot de doelen uit het akkoord. 41. Verantwoord ook via de posters ‘De begroting van de gemeente Tilburg’ en ‘Jaaroverzicht van de gemeente Tilburg’ aan inwoners. 42. Betrek inwoners vaker en beter, bijvoorbeeld bij het opmaken van de tussenbalans. 43. Behoud de tussenbalans als tussentijds verantwoordingsdocument inclusief waar staan we en wat is er nog nodig, tezamen met het leggen van de relatie tussen doelen, indicatoren en streefwaardes. 44. Geef bij de jaarstukken en de tussenbalans aan welke beheersmaatregelen getroffen worden, in plaats van slechts signaleren wat er goed gaat en beter moet. 45. Denk na over de vraag of het wenselijk is dat verantwoording ook veel bureaucratie kost.

Alternatief is om naar een outcome gerichte verantwoording toe te gaan, wat inhoudt langdurige samenwerkingen met externen aangaan die het vertrouwen en de ruimte krijgen om de afgesproken ‘outcome’ te realiseren. Eindevaluatie 46. Voer een eindevaluatie over het akkoord uit waarin aangegeven wordt waar we staan en wat er nog nodig is, tezamen met het leggen van de relatie tussen doelen, indicatoren en streefwaardes. 47. Betrek inwoners bij een eindevaluatie; zijn inwoners ook gezonder en gelukkiger geworden tijdens deze bestuursperiode?

56

Bijlage IV: Een raadsakkoord? In deze bijlage wordt vanuit de literatuur inzicht gegeven in de voordelen van een raadsakkoord, welke risico’s er bestaan en waaraan dient te worden gedacht voor de keuze voor wel of geen raadsakkoord. Dit vormt mogelijk inspiratie voor de vormgeving van een nieuw Tilburgs akkoord voor de periode 2022-2026.

Start voor de verkiezingen met een verkenning van verschillende typen akkoorden Partijen zouden na de verkiezingen en voorafgaand aan de verkennende gesprekken met fracties weet moeten hebben van het bestaan van verschillende typen akkoorden, de (on)mogelijkheden hiervan en bijbehorende kansen en risico’s. Het is raadzaam om in de luwte van de periode voor de verkiezingen hierover al na te denken en het gesprek hierover te voeren (Van Kalken et al. 2021). Trend naar raadsakkoorden In dit kader, biedt het onderzoek van Van Kalken et al. (2021) ‘Een routekaart voor raadsakkoorden: Varianten, ervaringen en lessen’ inzichten over het type ‘raadsakkoord’. Raadsakkoorden genieten namelijk een groeiende populariteit in de gemeentepolitiek. Bij een raadsakkoord is er in de raad geen coalitie die een akkoord over een politiek programma sluit en een college vormt, maar zijn inhoudelijke programmering en collegevorming onderwerpen van raadsbrede overweging. De kern van het werken met een raadsakkoord is dat de klassieke structuur van een vaste coalitie en daartegenover een vaste oppositie wordt doorbroken. Er is niet een beperkt aantal partijen dat de coalitie vormt, maar de hele raad, of in ieder geval een grotere meerderheid in de raad praat mee. Een toenemend aantal gemeenteraden is naar doorbreking van dat klassieke patroon op zoek.

Zij werken met alternatieven voor het klassieke coalitieprogramma en een traditioneel meerderheidscollege. In 2014 werkten 22 gemeenten met wat zij zelf een raadsakkoord noemen. In 2018 waren dat er al 56. Dat is 16% van alle gemeenten. Onderweg naar 2022 vraagt opnieuw een groot aantal gemeenten zich af hoe de collegevorming en programmering plaats moeten gaan vinden. De trend van het werken met raadsakkoorden lijkt zich door te zetten (Van Kalken et al., 2021). Zestal varianten Van Kalken et al. (2021) geeft in het onderzoek aan dat er een zestal varianten van raadsakkoorden zijn: 1. Raadsakkoord en zakencollege. 2. Een raadsakkoord met daarbinnen een collegeprogramma. 3. Coalitie levert de wethouders, het akkoord wordt gesloten met de raad. 4. Coalitie levert wethouders en maakt een coalitieakkoord, daarop aanvullend maakt de raad een raadsakkoord. 5. Raadsakkoord wordt raadsbreed gemaakt, coalitie levert de wethouders, maar na tussentijds opstappen van een van de wethouders wordt een nieuwe wethouder zonder partijkleur raadsbreed gekozen. 6. Coalitie maakt de agenda, wethouders worden raadsbreed gekozen. Welke variant dan ook, een raadsakkoord kent verschillende voordelen als ook risico’s (Van Kalken et al., 2021): Voordelen De voordelen zijn legio: • Meer mogelijkheden om onderwerpen te agenderen.

• Meer dynamiek in de raad omdat de vaste rollen van coalitie- en oppositiepartijen vervallen en er wisselende posities rondom vraagstukken ingenomen worden. • Nodigt uit om dichter bij verkiezingsprogramma’s te blijven. • Raadsleden werken meer samen, in verbanden die zonder een raadsakkoord minder voor de hand zouden liggen. • De toegenomen ambitie van de raad door de gezamenlijk afgesproken doelen. • Het gezamenlijk gevoelde eigenaarschap in de raad. 57

• Minder onnodige debatten in de raad, de politieke discussie kan gaan over de thema’s waarover partijen van mening verschillen. • Omdat een raadsakkoord richting geeft aan de thema’s waar de raad mee aan de slag wil, biedt het ruimte voor inwoners om mee te praten over de invulling van die thema’s. Risico’s Er zijn ook risico’s te benoemen: • Een raadsakkoord betekent vier jaar werken aan relaties en aan wisselende samenwerkingen, in plaats van dat er afspraken over onderwerpen worden gemaakt tijdens de onderhandelingen. Als het tegenzit is de verleiding groot terug te vallen in de oude vertrouwde patronen. Een remedie daartegen is bewustzijn creëren dat een raadsakkoord betekent blijvend investeert in de onderlinge verhoudingen. • Wanneer het werken met wisselende meerderheden begint, leidt het uiteindelijk toch tot een vorm van coalitievorming. Bepaalde partijen zoeken elkaar steeds op en weten elkaar voor alles te vinden. Voor de inzet van anderen is weinig ruimte. En langzaam beweegt een open proces zich dan richting traditionele verhoudingen tussen coalitie en oppositie. Hiermee verbonden is het risico dat bepaalde partijen steeds niets van hun ideeën terugzien. Dan kan ‘moeheid’ met het raadsakkoord ontstaan. Als de bedoeling van het raadsbreed werken is dat alle partijen inbreng kunnen hebben, dan is het vervelend wanneer dat in de praktijk niet lukt.

• Het ene raadslid ervaart een raadsakkoord als vrijheid, anderen juist als te vaag. Bijvoorbeeld: sommigen menen dat een raadsakkoord kan leiden tot een kakofonie van meningen, zonder prioriteiten. Anderen ervaren juist dat een raadsakkoord rigide kan werken en dat het lastig aanpassen is, bijvoorbeeld bij tegenvallende financiële resultaten. • Een college dat voor de raad als geheel werkt, verwordt tot een college waarin elke wethouder een wandelende schietschijf is waar alle partijen hun pijlen op richten. Een college voor de gehele raad is dan al snel een college van niemand. Als wethouders voor de gehele raad werken moet ergens een gevoel van eigenaarschap bestaan. Anders ontstaat een verhouding waarbij het college door raadsfracties achterna wordt gezeten en niemand nog verantwoordelijkheid neemt. • Het blijkt vaak lastig om tot overeenstemming te komen. De coalitie-discipline heeft nadelen, maar het voordeel is wel dat er uiteindelijk besluiten worden genomen. Het risico van een raadsakkoord is dat iedereen zijn eigen punten blijft inbrengen en dat het laatste zetje naar het besluit er steeds niet komt. Dat is een risico dat inherent is aan het werken met akkoorden. Raadsleden kunnen dat vooraf naar elkaar uitspreken en er scherp op zijn. • Het risico bestaat dat er in een raadsakkoord uiteindelijk niet veel bereikt wordt.

Dat het blijft bij praten, maar dat er weinig actie ontstaat. Dit is echter vaak het gevolg van het onvolledig invoeren van het raadsbreed werken. Door wél de intentie uit te spreken, maar niet de vertaling van raadsbreed werken in de randvoorwaarden en processen te maken. Uiteindelijk kunnen partijen zelf vaststellen of zij wel of niet de dingen bereiken en of ze wel of niet te veel met elkaar discussiëren zonder uitkomst. Door dat risico vooraf samen te benoemen, kunnen betrokkenen zelf deel worden van het voorkomen of oplossen ervan. Voor elk van onderstaande risico’s geldt dat raadsleden er vooraf rekening mee kunnen houden en er tijdens de rit scherp op kunnen blijven. Veelgestelde vragen over raadsakkoorden In de zogenoemde Freqently Asked Questions (vanaf nu: FAQ), een bijlage bij het onderzoek van Van Kalken et al. (2021), worden de meest voorkomende vragen van raadsleden beantwoordt inzake een raadsakkoord. Dit zijn de volgende veelgestelde vragen: •

Helpt een raadsakkoord het dualisme? Voorstanders van het raadsakkoord hebben voor ogen meer politiek in de raad te brengen door de standaardstructuren van coalitie en oppositie te doorbreken. Door gebruik te maken van wisselende meerderheden kan de positie van de raad worden versterkt. Niet alleen de coalitiepartijen doen mee, maar alle partijen. In theorie zou dat ook kunnen bij een coalitieakkoord, maar de bestuurlijke praktijk blijkt soms wat weerbarstiger: de verhoudingen en fragmentatie in veel gemeenteraden zorgen ervoor dat het niet zo makkelijk is om de raad in zijn geheel als centrum van de bestuurlijke activiteit te blijven

58

zien. Het raadsakkoord kan er aan bijdragen dat er andere bestuurlijke verhoudingen ontstaan. Zodat het gedrag en de cultuur die bij het dualisme horen, meer vanzelfsprekend worden. Uiteindelijk moeten raadsleden dat nog steeds wel zelf doen. Het raadsakkoord is geen garantie voor dualisme, maar verzekert wel de mogelijkheden en daarmee de kansen daartoe. •

Wie dient bij een raadsakkoord de begroting (of de voorjaarsnota) in? Het allerbelangrijkste antwoord op deze vraag is dat raadsleden zelf afspraken moeten maken over hoe met dit soort jaarlijkse stukken wordt omgegaan. Zie daarvoor ook de routekaart voor raadsakkoorden. Raadsleden kunnen dan zelf hierover hun eigen afspraken maken. Dat gezegd hebbende is er wel een aantal aanwijzingen, afhankelijk van voor welke variant er wordt gekozen. Is er een zakencollege (wethouders zonder partij achtergrond) en bepaalt de raad de agenda, of wordt er een raadsakkoord naast het coalitieakkoord gemaakt? De keuze voor een variant bepaalt ook welke afspraken er gemaakt moeten worden of wie welke rol inneemt. Dát er afspraken moeten worden gemaakt over wie welke rol inneemt is in ieder geval wijs.

•

Wat te doen ‘als het gaat stormen’? Wat moet je doen als er ‘gedoe’ ontstaat of onvoorziene omstandigheden zich voordoen? Het is niet de vraag of, maar wanneer dat gebeurt. In elke politieke samenwerking ontstaat altijd op enig moment gedoe. Het is maar beter om je daar vooraf met elkaar op voor te bereiden. Het is dus zaak om goede afspraken te maken met partijen over de toekomstige rollen die zij gaan vervullen. Wat te doen bijvoorbeeld als een partij tussentijds ‘uit het akkoord’ stapt, of wat als een wethouder die aangesteld is door een coalitiepartij (als het gaat om een variant waarbij er ook een coalitie is) wordt weggestuurd. Kiest de raad dan voor een wethouder van buiten, of is het nog steeds dezelfde coalitiepartij? Hoe gaan wethouders om met hun partijdynamiek: zitten zij bij hun eigen fractie, of zitten ze bij alle fracties die daar behoefte aan hebben? Hoe gaat het college om met de raad, maar ook de burgemeester, griffie en ambtelijke organisatie? Voor het mogelijke succes van het raadsakkoord is het belangrijk om goede procesafspraken te maken waar partijen elkaar en ook wethouders aan kunnen houden. Steek tijd in het proces dat hieraan voorafgaat en zoek daarvoor ook begeleiding als dat gewenst is.

•

Kost een raadsakkoord veel meer tijd en geld dan een coalitieakkoord? Doordat meer partijen mee doen en inbreng kunnen leveren, bestaat de kans dat het meer tijd en moeite kost om tot meerderheden te komen. Het is niet vanzelfsprekend dat de coalitiepartijen het voorstel van het college steunen: dat betekent voor verschillende actoren soms meer tijd en moeite om iets te realiseren. De wethouder die iets wil uitvoeren kan er niet zonder meer vanuit gaan dat zijn voorstel wordt gesteund: hij/zij zal daartoe op zoek en in gesprek moeten om de meerderheid rond te krijgen. Dat vergt dus een andere denkwijze van wethouders, burgemeester, ambtenaren en griffie(r). En ook dat kan zichtbaar worden in de kosten die gemoeid gaan met het realiseren van plannen. Ambtenaren moeten soms meer tijd steken om ervoor te zorgen dat doelen bereikt worden. Aan de andere kant kan het raadsakkoord er ook toe leiden dat er meer samenwerking en cohesie ontstaat in de raad, wat de tijd en kosten juist ten goede komt. Het is in ieder geval goed om −voordat er gestart wordt met het werken met een raadsakkoord − bewust te zijn van de kosten en tijd die ermee gemoeid gaan.

Routekaart in de afweging voor wel of geen raadsakkoord Het onderzoek van Van Kalken et al. (2021) sluit af met een routekaart die kan helpen bij de keuze voor wel of geen raadsbreed akkoord. Gemeenten zouden daarbij vier stappen vooraf door moeten nemen: • Stap 1: Wat willen we bereiken met het raadsakkoord? Welk probleem lossen we er mee op? Welke verbetering moet plaatsvinden? Wat is de gezamenlijke ambitie, en hoe gezamenlijk is die? Waarom is die ambitie lastig te realiseren, welke onderliggende patronen zijn er? Zijn we het er als raad over eens dat we een gezamenlijk leerproces ingaan om ons het andere gaandeweg eigen te maken? • Stap 2: Welke variant kiezen we? Welk raadsakkoord past bij ons en bij wat we willen? Wil de raad een raadsbreed programma, een raadsbreed college, of een combinatie van beiden? Eén raadsbreed akkoord over alles, of raadsbreed naast een meerderheidsprogramma? Wat is de verhouding van het raadsakkoord tot de lokale gemeenschap? Welke voorkeuren voor de invulling van wethouderposities hebben we? 59

• Stap 3: Wat moeten we daarvoor regelen? Welke randvoorwaarden moeten we op orde brengen? Omdat de raad fundamenteel anders gaat werken, is het belangrijk vooraf te inventariseren welk processen anders zullen gaan en wat de werkwijze bijvoorbeeld betekent voor het RvO. • Stap 4: Welke risico’s treden hierbij op en wat kunnen we doen om deze in te dammen? Inventariseer vooraf welke risico’s zich bij het werken met een raadsakkoord kunnen voordoen, zodat raadsleden die een raadsakkoord overwegen of ontwerpen daarmee rekening kunnen houden en met elkaar in gesprek gaan.

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11064795/4