03 RKT_Eindrapport_Lokale steun in crisis_apr2021
Tekst van het document
49
5 Betrokkenheid van de raad De vierde en vijfde deelvraag waarop het voorliggende onderzoek zich richt, gaat in op de betrokkenheid van de raad bij het formuleren van corona-steunmaatregelen. De vierde deelvraag kijkt daarbij terug en de vijfde deelvraag sorteert voor op de zesde en laatste deelvraag (te behandelen in hoofdstuk 6) gericht op ‘lessons learned’. Relevante deelvragen
Op welke wijze kwamen de raden in de deelnemende gemeenten in positie voor de uitvoering van hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van coronasteunmaatregelen? Op welke wijze kunnen de raden in de deelnemende gemeenten hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van verder crisisbeleid in de komende jaren verstevigen?
Samengevat zijn de conclusies: • In zowel Arnhem, Breda, Oss als Tilburg heeft het college in de eerste periode besluiten genomen zonder de raad actief te betrekken. De raad werd achteraf geïnformeerd. • In de loop van het voorjaar en tegen de zomer verandert dit beeld. De raad wordt weer actiever betrokken en de reguliere vergadercyclus van beeldvormend, oordeelsvormende en besluitvormende raadsoverleg wordt hervat. • In alle vier de gemeenten zijn de raden vanaf het begin van de crisis zeer betrokken op het coronadossier. Wel is er een verschil in de mate waarin raden raadsvragen stellen en moties indienen. In Oss en Tilburg kiest de raad aanvankelijk een terughoudender opstelling dan in Arnhem en Breda). In de loop van 2020 vlakken deze verschillen af. • In enkele gemeenten is er expliciet discussie over de rolverdeling tussen college en raad, vanuit het gevoel van de raad dat hij te lang te weinig betrokken is bij relevante besluitvorming. In Breda is dit het geval vanaf september 2020 naar aanleiding van raadsvragen over de wens van de raad om actiever betrokken te worden. In Tilburg verandert de opstelling en betrokkenheid van de raad mede als gevolg van een informatiedebat over de coronamaatregelen in mei 2020.
5.1 Raad aanvankelijk niet actief betrokken, college verantwoordt achteraf In zowel Arnhem, Breda, Oss als Tilburg heeft het college in de eerste periode van de coronacrisis besluiten genomen zonder de raad actief te betrekken. De raad werd achteraf geïnformeerd. Het moment waarop de raad weer actiever betrokken wordt bij het nadenken over lokale corona-steunmaatregelen en de besluitvorming daarover, varieert. In Arnhem wordt de raad medio april 2020 actief betrokken bij de te kiezen aanpak en instrumentatie. Ook in Breda is de raad vanaf medio april 2020 weer actief betrokken en is de reguliere vergadercyclus hersteld (met resp. beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende overleggen over het tweede corona-steunpakket). In alle vier de gemeenten is vanaf de start door het college intensief en frequent gecommuniceerd over de gevolgen van de coronacrisis, de uitdagingen die voorliggen en de genomen besluiten.
50
Betrokkenheid raad in eerste periode van crisis, globale beelden Arnhem
Beelden: • Van medio maart tot medio april 2020 wordt de raad vooral achteraf geïnformeerd over genomen maatregelen. De informatievoorziening aan de raad is wel intensief (frequente raadsbrieven). • De gemeenteraad in Arnhem stelt vanaf het begin veel vragen en raadsfracties dienen diverse moties in. • Medio april 2020 zijn er politieke avonden met discussie in de raad en met het college over de gekozen aanpak en daarbij gelegde lokale accenten. Vergeleken met andere gemeenten is dit relatief vroeg. • In een raadsbrief van 19 mei 2020 licht het college de genomen maatregelen en besluiten toe en hoe de raad de komende tijd wordt geïnformeerd over en betrokken bij het coronadossier en ook hoe zij haar rol kan spelen bij het opstellen van de begroting 2021-2024. • Op 24 juni 2020 is er weer een informatieve politieke avond over corona met als onderlegger voor discussie, en later besluitvorming ook in de raad, over de perspectiefnota, raadsbrief ‘aanpak en scenario’s coronacrisis’ van 19 mei, de raadsbrief ‘Arnhemse aanpak, de weg vooruit’ van 2 juni, een coronadashboard en een notitie ‘Arnhems corona-noodplan, investeren in een sociale toekomst’.
Breda
Beelden: • Over het eerste pakket steunmaatregelen van 24 maart 2020 wordt de raad achteraf geïnformeerd. Wel is er op 9 april 2020 een oordeelsvormende raadsoverleg over het eerste pakket maatregelen. • Net als in Arnhem uiten raadsfracties hun betrokkenheid bij het dossier vanaf de start in de vorm van raadsvragen en moties. • Bij het uitwerken van het tweede pakket maatregelen voor de middellange termijn is weer sprake van de reguliere vergadercyclus van de raad (16 april 2020 beeldvormende vergadering Bredaas Beraad, 14 mei oordeelsvormende vergadering en 28 mei besluitvormend). • Op 28 mei 2020 wordt unaniem een raadsvoorstel aangenomen met akkoord op het tweede pakket steunmaatregelen en daarvoor beschikbaar te stellen middelen (€ 6,83 miljoen, te dekken uit de algemene reserves). De raad geeft hiermee het college ruim mandaat.
51
Oss
Beelden: • Raadsfracties hebben aan het begin van de coronacrisis besproken terughoudend te zijn met het stellen van raadsvragen. • Tussen fracties was een ‘understanding’ dat op het corona-dossier geen politiek zou moeten worden bedreven, onderlinge verschillen op dit dossier werden als beperkt ingeschat. • Nadat fysiek vergaderen in maart 2020 niet meer mogelijk was en digitaal vergaderen wettelijk nog niet geregeld, was er wekelijks overleg tussen college en fractievoorzitters. Bij raadsfracties was het gevoel buitenspel te staan en met deze keuze is hierop ingespeeld. • De raad heeft haar kaderstellende rol kunnen vervullen met name in een debat op 4 juni 2020, waarin de door het college opgestelde opinienota COVID-19 is besproken, inclusief daarin opgenomen uitgangspunten over hoe de gemeente Oss wil acteren op het coronadossier en met name wat betreft coronasteunmaatregelen.
Tilburg
Beelden: • Evenals in Oss heeft de raad in Tilburg zich aanvankelijk terughoudend opgesteld wat betreft raadsvragen of indienen van moties. • Het college kreeg van de raad ruimte “te doen wat nodig was”. • Bij de eerste corona-steunmaatregelen was de raad in Tilburg niet actief betrokken. Op 1 mei 2020 heeft het college de tot 17 april 2020 genomen maatregelen samengevat, waarna deze besproken is in een informatiedebat met de raad op 18 mei. • Dit moment markeert de overgang in Tilburg van een crisisaanpak, waarbij de raad vooral achteraf werd geïnformeerd, naar een intensievere betrokkenheid van de raad.
Het algemene beeld uit het onderzoek is dat raadsfracties in het algemeen begrip hebben voor het achteraf informeren over genomen maatregelen in de eerste periode van de coronacrisis, gelet op de aanwezige urgentie. Er is ook waardering voor de frequente en uitgebreide informatievoorziening van college aan de raad over de genomen maatregelen. De tevredenheid over de informatievoorziening laat onverlet dat raadsleden in de eerste periode van de coronacrisis soms een gevoel van ‘machteloosheid’ hadden en moeite hadden goed te volgen welke maatregelen door het college werden genomen. Behalve de grote hoeveelheid informatie die raadsleden moesten verwerken, speelde hierbij wellicht ook de vorm mee waarin deze werd aangeboden. Het bundelen van maatregelen in een beperkt aantal pakketten, waartoe in Breda is besloten (gericht op respectievelijk de korte, middellange en lange termijn), kan het overzicht bevorderen. Onvrede ontstaat als de periode van beperkte betrokkenheid van de raad langer duurt of
52
als het college besluiten neemt waarvan althans een deel van de raad vindt dat deze verder gaan dan het strikt uitvoeren van corona-gerelateerde crisismaatregelen. Zo ontstond in Tilburg heftige discussie over de corona-steunmaatregel ‘verantwoord verplaatsen’. De strekking daarvan (o.a. instellen 30 km/uur-zones voor auto’s binnen de ring) werd door een deel van de raad niet meer werd gezien als corona-steunmaatregel ‘sec’ maar als een politiek voorstel waarover in de raad debat hoort plaats te vinden. In Breda initieerde een fractie begin september 2020 met een bespreeknotitie discussie over de wijze waarop de raad tot dan betrokken was op het coronadossier. De aandacht richtte zich op de burgemeestersbevoegdheden en op de bredere wens om als raad meer en actiever betrokken te worden bij het coronadossier en met name meer keuzemogelijkheden voorgelegd te krijgen vanuit het college. In het Bredaas Beraad van 19 november 2020 is daarover verder gesproken. De burgemeester reageert met het volgende voorstel: • Bij losstaande spoedeisende beslissingen informeert de burgemeester achteraf omdat overleg vooraf praktisch niet haalbaar is. • Als besluiten zien op meer dan één casus, meer beleidsmatig van aard zijn of voor langere tijd gelden, wordt de raad in principe vooraf betrokken in een openbare sessie.
• Uiteindelijk is de afweging aan de burgemeester als bestuursorgaan, waarover deze zich achteraf verantwoordt. De burgemeester vraagt om begrip als, door onvoorspelbaarheid en/of urgentie, alsnog moet worden afgeweken van ‘hoe het zou moeten’.
5.2 Invloed van raad door middel van raadsvragen, moties en amendementen De invloed van de raad blijkt onder meer uit gestelde vragen en ingediende moties en amendementen. Voor alle vier gemeenten zijn diverse voorbeelden te noemen waar door middel van raadsvragen, moties of amendementen wezenlijke zaken in gang zijn gezet wat betreft corona-steunmaatregelen. Een verre van uitputtende selectie ter illustratie: Voorbeelden van aanvaarde moties, een selectie Arnhem
•
Motie ‘Scenario’s voor morgen’.
•
Motie ‘Herstelagenda cultuurmakers’.
•
Motie ‘Meer en beter onderbouwen’.
•
Motie ‘Onderwijsachterstanden tegengaan’.
• Motie ‘Corona vergroot kloof tussen arm en Rijk, gemeente moet die kloof verkleinen’.
Breda
•
Motie ‘Noodfonds verenigingen en organisaties’.
•
Motie ‘Herstelplan voor zwaar getroffen sectoren’.
•
Motie ‘Herstelplan armoede, verklein de tweedeling in de stad’.
• Motie ‘Een toegankelijk1,5 meter-samenleving’. Oss
•
Motie ‘Heuvel’, gericht op positie van horeca- en marktondernemers aldaar.
•
Motie ‘Juist niet bezuinigen in coronatijd’.
53
•
Motie ‘Lobby coronalasten buiten de begroting’, om deze als incidentele posten in de begroting op te nemen zodat deze niet per se hoeft te sluiten.
• Motie ‘scenario’s steunpakket Oss’, gericht op het uitwerken ook via scenario’s van structurele en incidentele effecten van corona voor de gemeente Oss, de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen.
Tilburg
•
Motie ‘Corona-aanpak, de volgende stap’, waarin alle fracties in de raad het college oproepen waar mogelijk elke 14 dagen in gesprek te gaan met de raad over de gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de raad noodzakelijke besluiten kan nemen over de lokale corona(steun)maatregelen.
•
Motie ‘Gezonder de crisis uit’, gericht op het actief inspelen met uitvoeringsprogramma ‘Positieve gezondheid’ op de gezondheidsimpact van corona.
• Motie ‘Lokale steun voor startende ondernemers’, waarin het college wordt opgedragen aanvullend op de landelijke steunmaatregelen te komen met lokale (steun)maatregelen om startende ondernemers, met name in de horeca, die onvoldoende geholpen zijn met de landelijke maatregelen.
Het niet als uitputtend bedoelde overzicht illustreert de inhoudelijke diversiteit. Enkele terugkerende aandachtspunten waar raden via moties aandacht voor vragen zijn: • Verbeteren van de informatievoorziening door college aan raad, bijvoorbeeld door periodiek met elkaar in gesprek te gaan over gevolgen en effecten van corona. Dit verzoek in Tilburg sluit aan bij hierover in Breda gevoerde discussies tussen raad en college. • Aandacht voor het opstellen van een ‘herstelplan’ en op herstel gerichte maatregelen. • Uitwerken van (financiële en/of beleidsmatige) scenario’s zodat gemeenteraden wat betreft coronamaatregelen ‘wat te kiezen’ hebben en meer inzicht ontwikkelen in de impact van corona en van eventuele corona-steunmaatregelen.
5.3 Kaders stellen en controleren: terugkijken en vooruitzien Kaderstellende De hiervoor weergegeven moties laten zien dat de raden op die manier invulling geven aan rol
zowel de kaderstellende als controlerende rol. Ten aanzien van de kaderstellende rol kunnen in bredere zin de volgende constateringen worden gedaan: • In de eerste periode van de coronacrisis was feitelijk van kaderstelling door de raad niet of nauwelijks sprake. Het college trof maatregelen en informeerde de raad achteraf. • Via moties hebben de raden in alle vier gemeenten, in de ene vaker dan in andere, bijgedragen aan kaderstelling. Bijvoorbeeld door (extra) aandacht te vragen voor kwetsbare groepen inwoners of door de coronacrisis getroffen ondernemers en instellingen. • Gaandeweg het voorjaar heeft de raad in de vier gemeenten weer meer en actievere
54
betrokkenheid bij het coronadossier. Raden worden weer in de gelegenheid gesteld om voorstellen van het college aan te nemen of te verwerpen. • In geen van de gemeenten heeft het college aan de raad op het coronadossier meerdere alternatieven voorgelegd om over te besluiten. Controlerende
De controlerende rol van de raad is op het coronadossier lastig in die zin dat er door de
rol
colleges geen scherp geformuleerde ambities zijn geformuleerd. Het is voor de raad dan niet mogelijk om te toetsen of de gemeente ‘nog op schema ligt met de uitvoering’. De controlerende rol krijgt daarmee feitelijk grotendeels het karakter van aandacht vragen voor aspecten van de corona-aanpak waarvan de raad het vermoeden heeft dat extra aandacht of inzet gewenst is. De controlerende rol van de raad komt dan in het verlengde te liggen van de kaderstellende rol. De raad kan ook controleren of door het college geformuleerde uitgangspunten worden nageleefd. De in het onderzoek verzamelde raadsvragen en moties bevatten geen duidelijke voorbeelden waarbij langs deze weg door de raden invulling is gegeven aan de controlerende rol door het college aan te spreken op het naleven van de geformuleerde uitgangspunten. Met betrekking tot de financiële consequenties van corona voor de gemeente hebben de raden hun controlerende rol meer inhoud kunnen geven. Er is in de vier gemeenten door de raden via raadsvragen en moties aandacht gevraagd voor het toelichten op en inzichtelijk maken van de (financiële en overige) impact van corona op de gemeente. Deze vragen hebben eraan bijgedragen dat het college de raad heeft voorzien met financiële overzichten en monitors waarin de financiële gevolgen werden meegenomen.
Daarnaast hebben gemeenten geïnvesteerd in monitors en peilingen om inzicht te genereren in de mate waarin gebruik is gemaakt van voorzieningen en hoe economische sectoren zich ontwikkelen ondanks de coronacrisis (zoals in Arnhem, Breda, Oss en Tilburg). Daarnaast zijn er peilingen onder inwoners over hoe zij de coronacrisis ervaren in Tilburg en Breda, en inventariseert de gemeente Arnhem met het coronadashboard ook het effect van corona op het welzijn van inwoners naast de impact op de economie en ondernemers. Het onderzoek levert wat betreft kaders stellen en controleren de volgende beelden op: Toelichting op invulling kaderstellende en controlerende rol van de raad Beeld: Arnhem • Er is door de gemeenteraad in Arnhem een groot aantal raadsvragen geformuleerd, vanaf de start van de coronacrisis, en er is regelmatig gebruik gemaakt van de mogelijkheid via moties accenten te leggen. • De raad is betrokken bij het afwegingskader corona 2020-2021 en de ‘Arnhemse aanpak’ en heeft met beide documenten ingestemd. • De raad heeft per motie het college gevraagd door het opstellen van scenario’s stuurinformatie te genereren en inzicht te ontwikkelen in de mogelijke gevolgen van corona en de financiële risico’s.
55
Breda
Oss
Beeld: • De Bredase raad stelde vanaf het begin veel raadsvragen en diende diverse moties in. Zowel bij het 1e als 2e maatregelenpakket was er sprake van een levendige discussies in de raad. Desondanks is er bij een deel van de raad gevoel “langs de zijlijn te staan”. • De raad stelt onder meer vragen over de informatiepositie van de raad, de rolverdeling met het college en wenselijkheid van scenario’s. • Een raadslid neemt initiatief om als raad actiever betrokken te worden bij besluitvorming over corona-aanpak en (steun)maatregelen. • De aandacht richt zich daarbij ook op specifieke burgemeestersbevoegdheden in geval van crisis. De burgemeester heeft medio december 2020 op deze aspecten gereageerd in een brief aan de raad. • Bij de behandeling van het tweede en derde maatregelenpakket in mei 2020 en januari 2021 is de reguliere cyclus van beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende raadsoverleg weer hervat. • De voor het onderzoek aan raadsfracties voorgelegde vragen en met hen belegde sessie toont dat er waardering is voor het snelle handelen van het college, waarbij aanvankelijk vooral achteraf is geïnformeerd. Wenspunten blijven het ontbreken van scenariouitwerkingen. Beeld: • In de eerste weken van de coronacrisis waren fysieke raadsvergaderingen niet mogelijk en was wettelijk nog niet geregeld dat er digitaal vergaderd kon worden.
In die periode is er door het college wekelijks overlegd met de fractievoorzitters. • De in deze periode door het college genomen besluiten zijn achteraf niet voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring. De inschatting was dat de gemeenteraad zich kon vinden in de genomen besluiten. De raad heeft zelf ook niet gevraagd om alsnog over deze collegebesluiten te vergaderingen of het college hierover aangesproken. • Vanaf 16 april 2020 hebben digitale raadsvergadering plaatsgevonden. In het eerste overleg op 16 april is het onderwerp corona niet inhoudelijk besproken. De fracties in de gemeenteraad van Oss hebben in de periode daarna wel op diverse momenten raadsvragen gesteld over corona en steunmaatregelen en hierover moties ingediend maar minder dan in met name Arnhem en Breda. • De raad heeft in juni 2020 de door het college opgestelde ‘opinienota’ besproken en de daarin opgenomen uitgangspunten bij te nemen corona-steunmaatregelen goedgekeurd en is zo
56
Tilburg
akkoord gegaan met belangrijke kaders bij de uitwerking van corona-steunmaatregelen. Beeld: • De raad heeft in een motie van 25 mei 2020 unaniem uitgesproken dat het college zo mogelijk elke 14 dagen met de raad in gesprek gaat over gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de Raad besluiten kan nemen over lokale maatregelen die nodig zijn. • Met de motie van 25 mei 2025 spreekt de raad ook uit in te stemmen met de tot dan door het college genomen maatregelen. • Tot dan was de betrokkenheid van de raad vooral passief, in die zin dat de raad bij genomen maatregelen achteraf werd geïnformeerd. • Verder beperkt de raad op 14 december 2020 het mandaat van het college tot € 75.000 per maatregel en tot € 500.000 in totaal geldend voor 2021. • In de periode daarvoor naam de raad ook besluiten over coronasteunmaatregelen, waarbij dit vooral maatregelen betreft met financiële gevolgen voor de gemeente (o.a. vrijstelling precario voor terrassen, wijziging legesverordening, regeling leges evenementen). • In een informele sessie met raadsleden voor het voorliggende onderzoek is gebleken dat de meeste raadsleden positief oordelen over de informatievoorziening door het college en dat raadsfracties terughoudend waren met indienen van raadsvragen om het college ruimte te geven.
Gaandeweg 2020, in de periode van mei en juni 2020, is de normale verhouding tussen raad en college weer hersteld.
Volksvertegen- Het rekenkameronderzoek levert op dat de meeste raadsfracties gedurende de woordigende
coronacrisis door allerlei maatschappelijke organisaties, al dan niet gesubsidieerde
rol
instellingen, bedrijven, zzp’ers en inwoners zijn benaderd met vragen over corona en met op dat vlak ervaren problemen. Op basis van antwoorden op aan raadsleden voor het voorliggende onderzoek voorgelegde vragen kan worden gesteld dat zij met name ook vanuit sectoren als horeca, cultuur, sport en zorg benaderd zijn met vragen. Ook het lokale MKB heeft, via de lokale ondernemersverenigingen en ook op het niveau van individuele bedrijven, raadsleden benaderd. Raadsleden geven aan dat in voorkomende gevallen bedrijven bijvoorbeeld zijn doorverwezen naar een ondernemersloket. Het laat zien dat raadsleden ook gedurende de coronacrisis hun volksvertegenwoordigende rol zijn blijven vervullen. Allerlei (groepen) inwoners weten raadsleden te vinden, van studenten (over het wegvallen van bijverdiensten in relatie tot studieschulden) tot ouderenorganisaties (over subsidiemogelijkheden). Raadsleden geven aan zelf ook actief inwoners, bedrijven of instellingen te hebben opgezocht om te kijken hoe de coronacrisis hun raakt.
57
Op een ander niveau trekken raadsleden, en een enkele keer volledige raden, aan de bel over hun zorg of zij hun volksvertegenwoordigende rol nog wel goed kunnen uitoefenen. Eind mei steunt de volledige raad van Tilburg een motie waarin het college wordt opgeroepen waar mogelijk elke 14 dagen in gesprek te gaan met de raad over de gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de raad de besluiten kan nemen over lokale maatregelen die nodig zijn. In de overwegingen in de motie wordt er expliciet aan gerefereerd dat “raadsleden verantwoordelijkheid hebben als volksvertegenwoordigers van de samenleving”. Ook in Breda is er expliciet gediscussieerd over de positie van de raad en hoe de raad ook in tijden van corona in positie kan komen en blijven.
58
6 Leereffecten De zesde deelvraag in het onderzoek richt zich op het lerend vermogen van de gemeenten. Relevante deelvraag
Wat kunnen de deelnemende gemeenten van elkaar leren bij het versterken van de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken van de raden?
Samengevat zijn de conclusies: • Elke gemeente lijkt te kunnen leren van in één van de vier andere gemeenten opgedane ervaringen en daar (succesvol) toegepaste aanpakken of beleidsmatige ideeën.
6.1 Door betrokkenen als positief ervaren praktijken De uitgevoerde inventarisatie heeft diverse praktijken opgeleverd waar betrokkenen positief op terugkijken. Betrokkenen kunnen zijn raadsleden, portefeuillehouders en ambtelijke betrokkenen. Weergegeven zijn ervaringen waarvan BEA op basis van gevoerde gesprekken inschat dat deze breed worden gedeeld in de betreffende gemeente. De geïnventariseerde ‘good practices’ vormen mede de basis voor onderling uit te wisselen leereffecten. Overzicht van door gemeenten gemaakte keuzes die terugkijkend kunnen worden beschouwd als ‘succes’, waar andere gemeenten mogelijk van kunnen leren. Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid Arnhem raad: • Kiezen voor collegiale verantwoordelijkheid voor coronacrisisaanpak met op elk thema twee portefeuillehouders betrokken. • Opstellen van een ‘Arnhems afwegingskader corona 2020-2021’, met uitgangspunten voor door de gemeente te vervullen rol en focus. • Initiatief ‘Voor elkaar in Arnhem’, waarmee de samenwerking tussen aanbieders op het terrein van welzijn en zorg is bevorderd en waardoor de hulpvraag van kwetsbare inwoners kon worden verbonden met het beschikbare aanbod aan vrijwilligers en buurtinitiatieven. • Zomer 2020 is er al een aanzet voor een corona-herstelagenda.
Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid Breda raad: • Het vroeg in de coronacrisis ingestelde BroodNood-fonds voorzag in een wezenlijke behoefte, gelet op het gebruik dat er van is gemaakt. • Bij het eerste entweede pakket corona-steunmaatregelen formuleerde het college voor soorten maatregelen uitgangspunten
59
Oss
Tilburg
over de inzet van de gemeente, met oog voor effectiviteit en doelmatigheid. • De keuze voor een beperkt aantal steunpakketten draagt bij aan transparantie en bevordert een heldere fasering van maatregelen. • Het agenderen in de raad van de rolverdeling tussen college en raad, inclusief burgemeestersbevoegdheden, waarbij een werkbare modus is gevonden om de raad actiever te betrekken bij besluitvorming. Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid raad: • In vroeg stadium van de coronacrisis als gemeente uitgangspunten formuleren over de te kiezen rol en het soort maatregelen dat de gemeente wel en welke maatregelen de gemeente niet wil nemen. • Nauwe samenwerking van college en directieteam over coronamaatregelen, zodat de ‘staande organisatie’ de crisis goed kon managen. • Uitvoeren van de Tozo-maatregel met vooral eigen medewerkers, zodat de gemeente hier financieel voordeel uit haalde. Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid raad: • De gemeenteraad heeft op 25 mei 2020 het college zowel ruimte gegeven om zijn rol te kunnen vervullen bij de aanpak van de corona-crisis maar tegelijkertijd deze ruimte wel begrensd (zowel financieel als wat betreft de vraag wanneer een besluit ‘langs de raad moet’).
• Een combi-portefeuillehoudersoverleg op vrijdag, ter voorbereiding van besluitvorming in het college de dinsdag erna, en een ambtelijk ‘corona forum’, als ambtelijke organisatiedoorsnijdende overlegtafel. • De monitor ‘Tilburg onder corona’ met informatie over gevolgen van corona (ook financieel) en welke maatregelen de gemeente neemt.
6.2 ‘Halen/brengen’-matrix, wat kunnen gemeenten van elkaar leren? Het door de gemeente Oss vroegtijdig formuleren van algemene uitgangspunten kan inspiratie vormen voor de andere B3A-gemeenten. Ook het expliciet bespreken daarvan met de raad inspireert, net als de expliciete discussie in Breda over de rolverdeling van college en raad. Hetzelfde geldt voor het snel na de eerste crisisperiode hervatten van de reguliere vergadercyclus van de raad in Arnhem en Breda. De wijze waarop de raad in Tilburg het college enerzijds ruimte gaf en anderzijds het mandaat begrensde bevat ook leereffecten. Wat gemeenten van elkaar kunnen leren, is samengevat in onderstaande overzicht:
60
Bij de ‘vulling’ van de corona-aanpak is gebleken dat het BroodNood-fonds in Breda in een behoefte voorziet. Een meerwaarde leverde ook het zoeken van samenwerking met maatschappelijke partners in Tilburg (met het convenant ketensolidariteit horeca). De aanzetten voor een herstelagenda in Arnhem en Breda, en in mindere mate Tilburg, kunnen Oss inspireren hier ook expliciet werk van te maken, inspelend op het aflopen van de huidige lockdown.
61
Bijlage I: corona-steunmaatregelen van het Rijk Gemeenten hebben hun rol in de sociaaleconomische ondersteuning van burgers en bedrijven vooral gezien als aanvullend op de ondersteuning van het Rijk. Gemeenten hebben, anders dan het Rijk, niet de middelen om een grootschalig ondersteuningsbeleid te financieren. Wel zijn ze, beter dan het Rijk, in staat om bij de ondersteuning maatwerk te realiseren en te voorkomen dat bepaalde groepen tussen wal en schip vallen. De gemeentelijke maatregelen kunnen echter niet goed worden begrepen zonder inzicht in de rol van de Rijksoverheid. In deze bijlage is een inventarisatie opgenomen van de corona-steunmaatregelen van de Rijksoverheid. De informatie is afkomstig uit de brieven over de noodpakketten die het kabinet aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bijlage is bedoeld als overzicht en bevat dan ook beperkte informatie over de inhoud van de maatregelen en indicaties voor de bedragen die met de verschillende maatregelen zijn genoemd. Een volledig overzicht is pas te verwachten als het stof rond de coronacrisis is opgetrokken. Accent
Het accent van de corona-steunmaatregelen van het Rijk ligt op: • Bieden van directe financiële ondersteuning voor bedrijven en ondernemers, bijvoorbeeld: ➢ Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). ➢ Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). ➢ Tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS), later opgevolgd door de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). • Verruimen van al beschikbare kredietfaciliteiten en borgstellingsregelingen, om bedrijven in staat te stellen bij andere partijen (zoals banken) te kunnen lenen om op die manier de coronacrisis te kunnen overleven. Voorbeelden zijn: ➢ BMKB-C tijdelijke faciliteit onder de BMKB. ➢ GO-C verruiming regeling Garantie Ondernemingsfinanciering. ➢ Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits. ➢ Tijdelijke verruiming Borgstelling MKB Landbouwkredieten. ➢ COL Corona overbruggingslening. ➢ KKC (Klein Krediet Corona), overheidsgarantie op bankkredieten aan het MKB.
Snelle actie
De Rijksoverheid heeft al op 18 maart 2020 diverse maatregelen afgekondigd gericht op bedrijven en zelfstandigen: Tijdlijn van genomen maatregelen: 1 maart 2020 tot heden Beknopte toelichting op maatregel datum 18-3-2020
• Tozo 1 inkomenssteun voor ondernemers; • NOW 1 inkomenssteun voor werknemers; • TOGS tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren;
62
25-4-2020 7-5-2020 20-5-2020
doorlopend maatwerk 28-8-2020
• • • • • •
Versoepeling inning, boetes en rente Belastingdienst 1; BMKB-C tijdelijke faciliteit onder de BMKB; GO-C verruiming regeling Garantie Ondernemingsfinanciering; Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits; Tijdelijke verruiming Borgstelling MKB Landbouwkredieten; COL Corona overbruggingslening
• KKC (Klein Krediet Corona), overheidsgarantie op bankkredieten aan het MKB; • Tozo 2 • NOW 2 • TVL 1 tegemoetkoming vaste lasten MKB • Tweede tranche COL • Continuering BMKB-C en GO-C • Versoepeling inning, boetes en rente Belastingdienst 2; • Steunmaatregelen internationaal opererend Nederlands bedrijfsleven; • • • • •
Tozo 3 NOW 3 TVL 2 steunpakket culturele sector; tegemoetkoming dierentuinen
63
zelfstandige ondernemers werkgevers ondernemers in getroffen sectoren alle ondernemingen MKB MKB KB ondernemers land- en tuinbouw innovatieve bedrijven MKB internationaal opererend bedrijfsleven instellingen culturele sector landelijke publieke omroep dierentuinen
TOZO-lening
NOW
TOGS/TVL
Belastingdienst
BMKB-C
GO-C
Qredits-C
ML-C
COL
KKC
Steunmaatregelen
Steunpakket
Programmakosten
Tegemoetkoming
Totaal
zelfstandige ondernemers
TOZO-gift
reisbranche
evenementenbranche
Doelgroep
Maatregel
P
P
P
P
O
O
P
P
O
O
O
O
O
O
Plafond/ open einde
L
G
G
G
L
L
L
L
L
L
G
G
G
L
G
Gift/ Lening
?
?
?
?
6
1.100
10.000
2.000
1.500
NP 1.0
360
713
150
10.000
1.500
1.000
10.000
400
700
NP 2.0
160
0
39
19
482
1820
5.400
610
NP 3.0
47.799
39
19
842
0
713
150
0
6
11.100
1.500
0
2.820
25.400
2.400
2.810
Totaal
Begrote cq beschikbare middelen (mln euro)
Overzicht corona-steunmaatregelen Rijksoverheid: noodpakket 1, 2 en 3
64
Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is bedoeld voor zelfstandig ondernemers met en zonder personeel. De maatregel kreeg in het eerste noodpakket een looptijd 18 maart tot en met 31 mei 2020. De regeling bestaat uit twee delen: • Een aanvullende uitkering voor levensonderhoud voor het geval het inkomen van de ondernemer door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. • Een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De Tozo behelst een versoepeling van de voorwaarden waaraan een ondernemer moet voldoen om voor bijstandsverlening in aanmerking te komen. Er wordt geen toets gedaan op de levensvatbaarheid van de onderneming, er is geen partnertoets en er is geen vermogenstoets. De regeling wordt uitgevoerd door de gemeenten. Gemeenten zullen volledig worden gecompenseerd voor het extra beroep op aanvullende bijstand, bedrijfskapitaal en uitvoeringskosten. Bij de presentatie van het eerste noodpakket raamde het Rijk de kosten van de regeling op maximaal € 1,5 tot € 2 mrd voor inkomensondersteuning (inclusief uitvoeringskosten) en € 2 mrd voor bedrijfskapitaal.
In het tweede noodpakket is de maatregel verlengd tot en met 31 augustus 2020. Daarbij zijn aanpassingen doorgevoerd in de voorwaarden. Voor de aanvullende uitkering gaat een partnertoets gelden. Voor de lening geldt een hoger maximumbedrag. Een ondernemer komt niet meer in aanmerking voor een lening als hij in surseance van betaling of faillissement verkeert. Het Rijk verwachtte ten tijde van het tweede noodpakket dat de kosten voor de maatregel voor 2020 als geheel € 0,7 mrd zouden bedragen voor inkomenssteun en € 0,4 mrd voor kapitaalverstrekkingen. Deze bedragen zijn inclusief uitvoeringskosten. In het derde noodpakket is de maatregel verlengd tot 1 juli 2021. Per 1 oktober 2020 is een beperkte vermogenstoets ingevoerd in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen. Per 1 januari wil de Rijksoverheid ondernemers meer gaan ondersteunen bij de voorbereiding op een nieuwe toekomst. Die ondersteuning wordt een taak van de gemeenten, die daartoe het instrumentarium van de Participatiewet zullen inzetten. Op 1 juli 2021 zal de Tozo ophouden te bestaan en zal de reguliere Bbz van toepassing zijn.
Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) NOW staat voor Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud. Deze noodmaatregel vervangt tijdelijk de werktijdverkorting-regeling, die als gevolg van de coronacrisis onder te grote druk was komen te staan. De eerste versie van de NOW is opgenomen in het eerste noodpakket dat de regering op 17 maart 2020 heeft gepresenteerd.
65
De regeling wordt uitgevoerd door het UWV. Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies kunnen, gerelateerd aan het omzetverlies, kunnen bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen ter hoogte van 90% van de loonsom. Per werknemer geldt een maximum van tweemaal het maximumdagloon voor de werknemersverzekeringen. De werkgever ontvangt daarbij een forfaitaire opslag voor werkgeverslasten van 30%. Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag om bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Wanneer de werkgever toch ontslag aanvraagt om bedrijfseconomische redenen, wordt een correctie toegepast ter grootte van 150% van de loonsom van de ontslagen werknemers. In het tweede noodpakket, dat op 20 mei 2020 is gepresenteerd, blijft de NOW gedurende de maanden juni, juli, augustus en september van kracht. Wel wordt een aantal aanpassingen doorgevoerd. De forfaitaire opslag voor werkgeverskosten gaat omhoog van 30% naar 40%. De correctie bij ontslag om bedrijfseconomische redenen wordt bijgesteld van 150% tot 100%. Wel moet de werkgever bij een ontslag van meer dan 20 werknemers een akkoord bereiken over de ontslagen met een vertegenwoordiging van de werknemers.
Bovendien wordt als aanvullende voorwaarde in de regeling opgenomen dat de werkgever zich inspant om werknemers te stimuleren om aan om- of bijscholing te doen. In het derde noodpakket wordt een geleidelijke afbouw van de NOW-regeling aangekondigd. De looptijd van negen maanden is onderverdeeld in drie tranches van drie maanden. In de eerste tranche (het vierde kwartaal van 2020) wordt de tegemoetkoming verlaagd van 90% naar 80% van de loonsom. In de tweede tranche wordt het vergoedingspercentage verlaagd naar 70% en in de derde tranche naar 60%. De correctie bij ontslag om bedrijfseconomische redenen wordt geschrapt. In de derde tranche wordt het maximaal te vergoeden loon per werknemer verlaagd van twee maal het dagloon naar eenmaal het dagloon.
Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS)… In het eerste noodpakket kondigt het kabinet aan dat er een noodloket komt voor een tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. De maatregel is slechts toegankelijk voor ondernemers uit een beperkt aantal sectoren. Het noodloket krijgt later de naam Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Via de TOGS kon een specifieke groep getroffen ondernemers een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 netto krijgen waarmee ze hun vaste lasten konden betalen. Voor de regeling komen ondernemers in aanmerking. Vooral kappers en ondernemers in de horeca maakten gebruik van de regeling. Bijna een kwart van de TOGSuitkeringen ging naar bedrijven uit deze sectoren.
66
… en opvolger Tegemoetkoming vaste lasten MKB (TVL) In het tweede noodpakket wordt de TOGS vervangen door de TVL (tegemoetkoming vaste lasten MKB). De TVL is bedoeld voor bedrijven in dezelfde sectoren als de TOGS. De TVL biedt deze bedrijven een tegemoetkoming die afhankelijk is van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving. De vergoeding kan oplopen tot € 20.000 voor drie maanden. In het derde noodpakket kondigt het kabinet een verlenging van de TVL aan met negen maanden. De voorwaarden worden geleidelijk aangescherpt. In het vierde kwartaal van 2020 komen (net als in de eerste en tweede periode) bedrijven uit getroffen sectoren in aanmerking als ze meer dan 30% omzetverlies hebben geleden. In het eerste kwartaal van 2021 wordt dit verhoogd tot 40% en in het tweede kwartaal van 2021 tot 45%. De vergoeding blijft gelijk aan 50% van de vaste lasten, maar om de grotere MKB-bedrijven beter te bedienen wordt het maximumbedrag verhoogd tot € 90.000 per drie maanden.
Verlaging voorlopige aanslagen, uitstel van betaling en verlaging boeterente Op 12 maart 2020 heeft het kabinet aangekondigd dat de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling zal verlenen aan alle ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen. In het eerste noodpakket voegt het kabinet daaraan andere maatregelen toe. Zo wordt de invorderingsrente verlaagd van 4% tot 0,1% en kunnen ondernemers op verzoek een verlaging krijgen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. In het tweede noodpakket is de periode waarin ondernemers uitstel van betaling kunnen aanvragen verlengt tot 1 september 2020. Bovendien wordt het mogelijk gemaakt om uitstel van betaling aan te vragen voor betalingsverplichtingen op grond van EUdouanewetgeving. De verlaging van de invorderingsrente wordt verlengd tot 1 oktober 2020. In het derde noodpakket is voorzien in een geleidelijke afbouw van de fiscale maatregelen die in de eerste twee pakketten zijn geïntroduceerd.
Kredietverlening, borgstelling en garantieregeling Het kabinet heeft verschillende maatregelen getroffen om de toegang van het MKB tot de kapitaalmarkt open te houden. In het eerste noodpakket gaat het om de volgende maatregelen: • Er is een tijdelijke faciliteit gecreëerd onder de Borgstellingsregeling voor het MKB (BMKB) voor kleine en middelgrote bedrijven die zijn getroffen door de coronamaatregelen. Onder deze faciliteit kunnen in de kern gezonde bedrijven een hogere borgstelling verkrijgen voor af te sluiten kredieten. • Het kabinet heeft het garantiebudget van de regeling Garantie Ondernemersfinanciering uitgebreid van € 400 miljoen tot € 1,5 miljard. Hiermee kan de maximale GO-faciliteit per onderneming worden verhoogd van € 50 tot € 150
67
miljoen. • Het kabinet heeft € 6 miljoen beschikbaar gesteld aan Qredits om door corona getroffen ondernemingen een rentekorting te kunnen bieden op hun microkredieten. • Het kabinet heeft de borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB Landbouwkredieten tijdelijk verruimd om de liquiditeitsproblemen van de land- en tuinbouw te verlichten. Op 25 april 2020 heeft het kabinet besloten tot de instelling van een kredietfaciliteit voor groeibedrijven, namelijk de Corona-Overbruggingslening (COL). De kredietfaciliteit wordt uitgevoerd door de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Het kabinet heeft voor dit overbruggingskrediet voor startups, scale-ups en innovatieve MKB-ers € 100 miljoen beschikbaar gesteld. De COL is een van de aanvullende maatregelen om ondernemers te ondersteunen vanwege de economische gevolgen van het coronavirus en is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de ROM’s en Techleap.nl. In het tweede noodpakket is voorzien in een tweede tranche voor de COL ter grootte van € 150 miljoen.
68
DEEL 3b NOTA VAN BEVINDINGEN Lokale steun in crisis Vergelijking van corona-steunmaatregelen in de gemeenten Arnhem, Breda, Oss en Tilburg Deelrapport gemeente Tilburg
69
70
Lokale steun in crisis Vergelijking van corona-steunmaatregelen in de gemeenten Arnhem, Breda, Oss en Tilburg
Deelrapport gemeente Tilburg
OPGESTELD OP VERZOEK VAN:
Rekenkamer Arnhem, Rekenkamer Breda, Rekenkamer Tilburg en Rekenkamercommissie Oss DATUM
9 maart 2021 OPGESTELD DOOR:
Drs. H.M. (Herbert) ter Beek MPM i.s.m. drs. M.A. (Michiel) Langman van Affect Strategie en Economie
VOOR INFORMATIE:
Bureau voor Economische Argumentatie Adres:
Stad van Cahen Muurhuizen 104 3811 EL Amersfoort
Telefoon:
06 – 430 35 116
E-mail:
info@bea.nl
Website:
www.bea.nl
71
Voorwoord In opdracht van de Rekenkamers van Arnhem, Breda en Tilburg en de Rekenkamercommissie van Oss heeft Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) in de periode van eind oktober 2020 tot en met februari 2021 onderzoek gedaan naar door de gemeenten Arnhem, Breda, Oss en Tilburg genomen corona-steunmaatregelen en de wijze waarop de raden daarover zijn geïnformeerd en zijn betrokken bij besluitvorming over deze maatregelen. Het onderzoek heeft geresulteerd in een hoofdrapport, met daarin antwoorden op de geformuleerde onderzoeksvragen en een inventarisatie van ‘lessons learned’. Het hoofdrapport is zelfstandig leesbaar. Voor een meer diepgaande uitwerking van de onderzoeksvragen op het niveau van de afzonderlijke gemeenten verwijst BEA naar de het betreffende deelrapport. De beantwoording van de onderzoeksvragen gericht op ‘lessons learned’ en hoe de raad in voorkomende gevallen beter in positie kan komen, is te vinden in het hoofdrapport. Het voorliggende rapport is het deelrapport gericht op de gemeente Tilburg. Het onderzoek is uitgevoerd onder aansturing van een begeleidingscommissie onder leiding van Astrid van der Klift met daarin vertegenwoordigers vanuit de vier betrokken rekenkamer(commissie)s.
BEA wil Meriam de Lange en Maaike van Elteren (namens Rekenkamer Arnhem), Hans Verdellen (namens Rekenkamer Arnhem en Rekenkamer Breda), Juliët Wiggers (Rekenkamer Breda), Margriet van Tulder en Astrid van der Klift (namens Rekenkamercommissie Oss) en Deborah van Gestel en Theo van Mullekom (namens Rekenkamer Tilburg) graag hartelijk danken voor hun inhoudelijke inbreng in het onderzoek, het meedenken over de wijze waarop de resultaten het beste konden worden weergegeven en in het algemeen het bijdragen aan het ontsluiten van informatie ten behoeve van het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd door ondergetekende namens BEA en Michiel Langman van Affect Strategie en Economie. De betrokkenheid van de vier rekenkamer(commissie)s laat onverlet dat het voorliggende onderzoek volledig voor rekening komt van BEA. Amersfoort, 9 maart 2021 Bureau voor Economische Argumentatie namens deze Herbert ter Beek herbert.ter.beek@bea.nl
72
Antwoorden op onderzoeksvragen Vraagstelling voor B3A-onderzoek: centrale vraagstelling en deelvragen Antwoord Onderzoeksvraag 1. Welke landelijke, regionale en lokale coronasteunmaatregelen zijn op welk moment en met welk doel genomen in de deelnemende gemeenten (ambitie is een globaal overzicht)? Welke steunmaatregelen hebben de gemeenten zelf genomen waarbij de raden actief betrokken hadden kunnen worden?
• In paragraaf 3.2 is een overzicht opgenomen van de door de gemeente Tilburg genomen corona-steunmaatregelen. BEA heeft 125 corona-gerelateerde maatregelen geïnventariseerd waarvan er circa 59 kunnen worden gezien als corona-steunmaatregelen. • De maatregelen vallen voornamelijk in de volgende categorieën: ➢ Uitstel van lokale belastingen en aan de gemeente te betalen facturen. ➢ Coulante houding t.o.v. huurders van gemeentelijk vastgoed (uitstel, mogelijk afstel). ➢ Doorbetalen van subsidie aan instellingen ook als zij vanwege corona verwachte prestaties niet kunnen leveren. ➢ Faciliteren van instellingen of bedrijven om zich aan te passen aan gewijzigde omstandigheden (bijvoorbeeld toestaan van een drive-thru voor een ijssalon, tijdelijke uitbreiding van terrassen, toestaan van terrasoverkappingen in de winter, inzet op ‘verantwoord verplaatsen’ in een corona-samenleving). ➢ Informatievoorziening over de crisis door middel van onder meer de monitor ‘Tilburg onder corona’, uitvoeren van een bedrijvenenquête over gevolgen van corona en het coronacrisisloket voor ondernemers van Station88. ➢ Matchen van bijdragen van Rijk en provincie voor culturele instellingen in landelijke Basisinfrastructuur (BIS) en nemen van gerichte maatregelen ten behoeve van overige culturele organisaties.
• Daarnaast heeft de gemeente specifieke regelingen getroffen gericht op bijvoorbeeld leveren van laptops aan scholen ten behoeve van huishoudens op het sociaal minimum.
73
2. Op basis waarvan zijn afwegingen en beslissingen genomen inzake coronasteunmaatregelen in de deelnemende gemeenten? Zijn daarbij risico’s onderkend wat betreft de invloed op toekomstige beleidskeuzes en zijn daarvoor passende maatregelen getroffen?
• Het college heeft op 6 november 2020 in een raadsvoorstel met behulp van een beslisboom en een stroomschema voor het te doorlopen besluitvormingsproces geschetst hoe naar zijn mening de besluitvorming over te nemen corona-steunmaatregelen kan worden ingericht. Daarbij is sinds die datum expliciet aandacht voor: ➢ Onderbouwing van het te dienen maatschappelijk belang en of dit belang voldoende zwaarwegend is. ➢ Toets op de levensvatbaarheid van de aanvrager, om te voorkomen dat geld wordt toegekend aan een instelling of bedrijf die daarna bijvoorbeeld alsnog failliet gaan. ➢ Proportionaliteit van de vraag, gericht op de verhouding tussen gevraagd bedrag en het maatschappelijk belang dat met de aanvraag gemoeid is) • Met deze stappen in de beslisboom en het stroomschema voor aanvragen van steunverzoeken verwacht de gemeente de effectiviteit en doelmatigheid van de beschikbare middelen te vergroten. • In het raadsvoorstel van 6 juni 2020, aangenomen op 14 december 2020, is opgenomen dat het college in principe tot € 75.000 vrij kan besluiten een maatregel te nemen, ook als niet is geborgd dat de maatregel gecompenseerd zal worden door het Rijk of dat de maatregel uit bestaande budgetten kan worden gedekt.
In het raadsdebat op 14 december 2020 is met een amendement de aanvullende bepaling opgenomen dat dit mandaat is beperkt tot 2021 en dat er een maximum is gesteld van € 500.000. • Per saldo is sprake van een verruiming van het mandaat van het college, omdat uitgaven in beginsel behoren tot het budgetrecht van de raad, maar het door het college gevraagde mandaat wordt door de raad wel ingeperkt. • Indien het college buiten dit mandaat middelen wil aanwenden voor maatregelen,
74
•
3. Welke belangen zijn bij
•
genomen of op dat moment te nemen coronasteunmaatregelen door wie afgewogen in de deelnemende gemeenten?
•
• •
4. Op welke wijze kwamen de
•
raden in de deelnemende gemeenten in positie voor de uitvoering van hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van coronasteunmaatregelen?
•
dient dit expliciet te worden voorgelegd voor goedkeuring aan de raad. De gemeente heeft in de periodiek uitgebrachte monitors ‘Tilburg onder corona’ steeds aandacht voor de financiën, met name toegespitst op de vraag welke bedragen de gemeente ontvangt van met name het Rijk en welke uitgaven daar tegenover staan. Het in beeld hebben van (verwachte) inkomsten, met name compensatie van het Rijk, en verwachte uitgaven en de in november opgestelde beslisboom dragen bij aan beheersing van de financiële risico’s van corona voor de gemeente. In de eerste periode van de coronacrisis was ‘geld’ niet de belangrijkste overweging. Door gesprekspartners is toegelicht dat de sfeer toen zowel bestuurlijk als politiek was dat ‘wat nodig is, moet gebeuren’ en dat de dekking dan van latere zorg is. Zoals toegelicht kan het college per maatregel tot een bedrag van € 75.000 en voor het jaar 2021 voor maximaal € 500.000 zelf afwegen of een maatschappelijke ondersteuningsvraag en daarop te baseren maatregel voldoende relevant is. Boven deze begrenzing is de raad expliciet aan zet om die afweging te maken. Voor november 2020 was dit afwegingskader minder expliciet. Ook sinds november 2020 is de afweging van de diverse maatschappelijke belangen (bijvoorbeeld het belang van ondernemers versus het belang van inzetten op sociaal kwetsbare inwoners) niet expliciet uitgewerkt.
De gemeenteraad heeft in een motie van 25 mei 2020 unaniem uitgesproken dat het college periodiek met de raad in gesprek dient te gaan, waar mogelijk elke 14 dagen, over de gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de raad de noodzakelijke besluiten kan nemen over lokale maatregelen die nodig zijn. Met de motie van 25 mei 2020 spreekt de raad ook uit in te stemmen met de tot dan door het college genomen maatregelen.
75
• Tot dan was de betrokkenheid van de raad vooral passief, in die zin dat de raad bij genomen maatregelen achteraf werd geïnformeerd. • Zoals hiervoor toegelicht heeft de raad op 14 december 2020 besloten het mandaat van het college te beperken tot € 75.000 per maatregel en een maximum van € 500.000 voor 2021. Daarbuiten moeten besluiten worden genomen door de raad. In de periode daarvoor zijn ook besluiten over coronasteunmaatregelen genomen door de raad, waarbij dit vooral maatregelen betreft met financiële gevolgen voor de gemeente (o.a. vrijstelling precario voor terrassen, wijziging legesverordening, regeling leges evenementen). • Specifiek voor de maatregel om extra subsidie toe te kennen aan Starterslift BV voor leningen aan startende ondernemers, heeft de raad het raadsvoorstel aangenomen om deze taak als een publieke taak te zien, waardoor het college ruimte kreeg om de extra subsidie toe te kennen. • In een informele sessie met raadsleden ten behoeve van het voorliggende onderzoek is gebleken dat de meeste raadsleden positief oordelen over de informatievoorziening door het college. Er is veel en frequent geïnformeerd met behulp van raadsbrieven en aanvullend met onder meer de monitor ‘Tilburg onder corona’.
• In die sessie is ook gebleken dat de raad terughoudend was met het in de crisisperiode indienen van raadsvragen, om het college ruimte te geven de crisis te kunnen managen. • Gaandeweg 2020, in de periode van mei en juni 2020, is de normale verhouding tussen raad en college weer hersteld.
***
76
1 Aanleiding, doel en vraagstelling 1.1 Lokale corona-steunmaatregelen in aanvulling op aanbod van het Rijk Maatregelen
Nadat eind februari 2020 in Nederland de eerste besmettingen met COVID-19 (hierna:
Rijksoverheid… corona) werden geconstateerd, heeft het kabinet medio maart 2020 diverse maatregelen genomen om ondernemers en inwoners te steunen die hard geraakt worden door de gevolgen van de coronacrisis. Het ging om drie tijdelijke overbruggingsmaatregelen: overheidsgaranties onder voorwaarden voor bedrijven die liquiditeitssteun zoeken bij banken vanwege fors afgenomen inkomsten, uitstel van belastingen en de mogelijkheid beroep te doen op deeltijd-WW. Kort daarna zijn de volgende maatregelen afgekondigd: • Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud werkgelegenheid (NOW) op basis waarvan tot 90 procent van de loonkosten, afhankelijk van de omzetdaling, wordt vergoed aan bedrijven. • Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), op basis waarvan onder voorwaarden aanvulling van het inkomen tot het sociaal minimum mogelijk is zonder vermogens- of partnertoets voor zelfstandig ondernemers. • Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS), bestaande uit een eenmalige gift onder voorwaarden van € 4.000 voor ondernemingen met bepaalde SBI-codes. Tegelijk met deze nieuwe maatregelen zijn diverse bestaande regelingen opengesteld voor ondernemers en zelfstandigen.
Het gaat onder meer om regelingen als borgstelling MKBkredieten (BMKB-C), verruiming BMKB voor lenen bij banken, mogelijkheid van belastinguitstel en verlaging van winstbelasting. … aangevuld
Op het moment dat het kabinet zich beraadt over steunmaatregelen, beraden zich ook
met lokale
gemeenten op maatregelen. Dit geldt ook voor de gemeenten Arnhem, Breda, Oss en
maatregelen
Tilburg. Omdat de maatregelen om het coronavirus te bestrijden tot grote en acute (financiële) problemen leidt bij inwoners, instellingen, bedrijven en zzp’ers, is er bij gemeenten de wens getroffenen te steunen.
Dilemma
Het acute karakter van de problemen noopt tot snelle besluitvorming. Deze omstandigheden kunnen er toe leiden dat besluiten op andere wijze plaatsvinden dan anders en dat de gemeenteraad minder in positie is gebracht om ‘er iets van te vinden’. De geschetste situatie vormde voor de Rekenkamers van Arnhem, Breda en Tilburg en de Rekenkamercommissie Oss aanleiding tot een onderzoek naar de coronasteunmaatregelen.
1.2 Welke maatregelen treffen gemeenten en hoe is de raad betrokken? De door Rekenkamer Arnhem, Rekenkamer Breda, Rekenkamer Tilburg en Rekenkamercommissie Oss (samen: B3A- rekenkamers) geformuleerde vraagstelling richt
77
zich zowel op inzicht verschaffen in welke maatregelen zijn getroffen als op de wijze waarop de besluitvorming over deze maatregelen heeft plaatsgevonden en welke belangen daarbij zijn meegenomen. Een belangrijk accent in het onderzoek is de rol van de gemeenteraad bij de besluitvorming over corona-steunmaatregelen en hoe gemeenteraden in voorkomende gevallen ‘goed’ of ‘beter’ in positie gebracht kunnen worden. Vraagstelling voor B3A-onderzoek: centrale vraagstelling en deelvragen • Welke regionale/lokale corona-steunmaatregelen zijn er tot op Centrale heden in de aan het onderzoek deelnemende gemeenten vraagstelling genomen? • Op basis van welke afwegingen en belangen en met onderkenning van welke risico’s? • En wat is de informatiepositie en de rol van de gemeenteraden daarbij geweest – ook in relatie tot de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol in het verdere vervolg van de corona-crisis? 1. Welke landelijke, regionale en lokale corona-steunmaatregelen Deelvragen zijn op welk moment en met welk doel genomen in de deelnemende gemeenten (ambitie is een globaal overzicht)? Welke steunmaatregelen hebben de gemeenten zelf genomen waarbij de raden actief betrokken hadden kunnen worden? 2.
Op basis waarvan zijn afwegingen en beslissingen genomen inzake corona-steunmaatregelen in de deelnemende gemeenten? Zijn daarbij risico’s onderkend wat betreft de invloed op toekomstige beleidskeuzes en zijn daarvoor passende maatregelen getroffen? 3. Welke belangen zijn bij genomen of op dat moment te nemen corona-steunmaatregelen door wie afgewogen in de deelnemende gemeenten? 4. Op welke wijze kwamen de raden in de deelnemende gemeenten in positie voor de uitvoering van hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van corona-steunmaatregelen? 5. Op welke wijze kunnen de raden in de deelnemende gemeenten hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van verder crisisbeleid in de komende periode verstevigen? 6. Wat kunnen de deelnemende gemeenten van elkaar leren bij het versterken van hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken? Afbakening
In samenspraak met de opdrachtgevende rekenkamers en rekenkamercommissie is een
corona-
pragmatische afbakening gekozen van het begrip ‘corona-steunmaatregel’. Als corona
78
steunmaatregel steunmaatregelen worden opgevat: • Door de gemeente, alleen of in samenwerking met derden, genomen maatregelen, ter compensatie van weggevallen of afgenomen inkomsten vanwege corona of gericht op het voorkomen dan wel beperken van inkomstendaling bij ➢ inwoners ➢ instellingen (al dan niet gesubsidieerd) ➢ verenigingen ➢ bedrijven en zzp’ers • en maatregelen die gericht zijn op het bevorderen van de informatievoorziening met betrekking tot de mate waarin en de wijze waarop corona van invloed is op de inkomsten van genoemde groepen. In het onderzoek wordt meegenomen dat corona niet alleen van invloed is op inkomsten van inwoners, instellingen, verenigingen, bedrijven en zzp’ers omdat het leidt tot gezondheidsproblemen bij mensen. Ook is van belang dat mensen zich anders (moeten) gedragen, bijvoorbeeld vanwege het voorschrift om minimaal anderhalve meter afstand te houden, en omdat door overheden maatregelen worden genomen die met name bedrijven, ondernemers, instellingen en verenigingen raken in hun inkomsten. Corona-steunmaatregelen kunnen de vorm aannemen van directe financiële ondersteuning, maar het kan ook in de vorm van bijvoorbeeld kredietverschaffing, uitstel van betaling van lokale lasten of het faciliteren van bedrijven of instellingen om extra inkomsten te genereren binnen de veranderende context van een ‘corona-samenleving’. Van breed
In het onderzoek is ‘breed’ gestart met een inventarisatie van de door de gemeente
naar gericht
genomen maatregelen, om vervolgens te focussen en te verdiepen op de specifiek als
verdiepen
corona-steunmaatregel op te vatten maatregelen. De scheidslijn tussen beide soortenmaatregelen is niet volledig hard te trekken. In bijlage I is een overzicht opgenomen van ‘overige’ maatregelen waarvan door BEA is geoordeeld dat deze niet passen binnen de hiervoor toegelichte definitie van corona-steunmaatregelen.
1.3 Leeswijzer De opbouw van het voorliggende deelrapport voor de gemeente Tilburg is als volgt: • Hoofdstuk 2: toelichting op de wijze waarop de gemeente heeft gereageerd op de corona-uitbraak, toegespitst op de door de gemeente gehanteerde crisisorganisatie en op de eerste corona-steunmaatregelen in maart 2020. • Hoofdstuk 3: toelichting op de door de gemeente genomen corona-steunmaatregelen, wat betreft tijdlijn en categorisering van deze maatregelen. • Hoofdstuk 4: beschouwing van de wijze waarop de gemeenteraad is betrokken bij de besluitvorming over de corona-steunmaatregelen, onder andere blijkend uit ingediende raadsvragen en moties. • Hoofdstuk 5: toelichting op de belangen en risico’s die door de gemeente, met name
79
door het college en de raad, zijn betrokken bij de besluitvorming over coronasteunmaatregelen, met in paragraaf 5.1 aandacht voor financiële risico’s en in paragraaf 5.2 aandacht voor overige aspecten en bij de te maken afwegingen gehanteerde uitgangspunten. • Bijlage I bevat een overzicht van door de gemeente genomen maatregelen die op basis van de voor het voorliggende onderzoek gehanteerde afbakening niet worden gezien als corona-steunmaatregelen. • Bijlage II beschrijft in meer detail de maatregelen die binnen de in dit onderzoek gehanteerde afbakening wel worden gezien als corona-steunmaatregelen.
80
2 Reactie Tilburg op corona: aanpak en organisatie 2.1 Lokale en regionale crisismaatregelen op diverse beleidsvelden Op 27 februari is de gemeente Tilburg met het coronavirus geconfronteerd, toen in het Elizabeth-TweeStedenziekenhuis de eerste Nederlandse coronadiagnose werd gesteld. Sinds de uitbraak van het virus zijn er in Nederland op verschillende bestuurlijke niveaus maatregelen getroffen om de verspreiding van het virus in te dammen en om voor bedrijven en inwoners de gevolgen te verzachten van de pandemie en van de preventieve maatregelen. Snel opschaling Op 27 februari 2020 ’s avonds komt bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant naar GRIP-4
(VRMWB) het Regionaal Operationeel Team (hierna: ROT) bij elkaar. In een ROT werken regionale functionarissen, onder coördinatie van een operationeel leider, samen op het gebied van geneeskundige zorg, bevolkingszorg, brandweerzorg, politie en communicatie met als doel een (dreigende) crisis te beheersen. Op 28 februari wordt formeel opgeschaald naar GRIP-210. Op maandagochtend 2 maart 2020 is door de voorzitter van de veiligheidsregio opgeschaald naar GRIP-4 en vindt de eerste vergadering van het regionaal beleidsteam (RBT) plaats11. GRIP staat voor gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure. Opschaling tot GRIP-4 vindt plaats als er behoefte is aan bestuurlijke coördinatie en leiding bij een ramp van meer dan plaatselijke betekenis. In dat geval neemt het bestuur van de Veiligheidsregio de relevante bevoegdheden van de burgemeesters over12.