03 Principeverzoek Gezamenlijke ontwikkeling Zuidwest Tilburg
Tekst van het document
Zuidwest Tilburg is een gebied met ´integratie stad-land´ Specifiek geldt voor het gebied Zuidwest Tilburg dat deze in het verleden is aangewezen als integratie stad-land. Binnen dergelijk gebieden is het streven gericht op een rode ontwikkeling in een evenredige verhouding met de ontwikkeling van landschapskwaliteiten. De ontwikkeling van de Landgoed De Groene Kamer is mogelijk op basis van artikel 3.43 ‘Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar’ dat voorziet in de mogelijkheid van nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Daarbij is het van belang om in samenhang met de andere initiatieven te komen tot een duurzame stedelijke afronding.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
27
P218871.019/MWI
Zuidwest Tilburg: evenwichtige toedeling van functies In relatie tot de vijf initiatieven geldt dat naast regels voor een verantwoorde stedelijke ontwikkeling in het kader van verstedelijking afweegbaar ook specifieke regels gelden ten aanzien van de agrarisch verwante bedrijven zoals Thielen diervoeding en Van Broekhoven. Binnen het landelijk gebied voorziet Artikel 3.60 ‘Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / agrarisch-verwant bedrijf in Landelijk gebied’ in de ontwikkeling van dergelijke bedrijven en kan een plan voorzien in een redelijke uitbreiding als dat in de omgeving past gelet op de genoemde aspecten. Daarbij worden de aspecten uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies betrokken. Artikel 3.73 ‘Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied’ voorziet in de mogelijkheid om een niet-agrarische functies passend binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied in Landelijk gebied te vestigen op een bestaand bouwperceel en de omvang van de bebouwing ten hoogste 1 hectare bedraagt.
Samenvatting: In dit hoofdstuk is aangegeven dat de overgang tussen de stad Tilburg en het noordelijke deel van het buitengebied van Zuidwest Tilburg geen strakke lijn is. Er is eerder sprake van een dynamische zone. In deze zogenaamde stadsrandzone komt het omgevingsbeleid dat geformuleerd is voor de stad en voor het landelijk gebied samen. Stadsranden hebben een belangrijke schakelfunctie en vragen om een ander perspectief; ´de stadsrand als schakelgebied´ waar bovenlokale vraagstukken voor bedrijvigheid, wonen, mobiliteit, voedsel, klimaat, natuur, leefomgeving e.a. bij elkaar kunnen komen. Het ruimtelijk beleid van gemeente Tilburg (en de omgevingsvisie en de interimomgevingsverordening van Provincie Noord-Brabant) biedt ontwikkelmogelijkheden in het gebied Zuidwest Tilburg voor zowel nieuwe stedelijke functies als ook voor bestaande bedrijven die op enigerlei wijze verwant zijn met het buitengebied. Hierbij wordt door gemeente Tilburg gezocht naar een nieuwe en nader te bepalen mix van ´rood en groen´ waarbij het te vormen Stadsbos013 perspectief biedt op de groene ontwikkeling van het gebied Zuidwest Tilburg. Ontwikkelingen in het gebied Zuidwest Tilburg zijn daarmee voorstelbaar mits er aansluiting gevonden wordt bij de uitgangspunten van Stadsbos013.
28
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
3 Landschappelijke analyse Zuidwest Tilburg 3.1
Het landschap als basis voor ruimtelijke ontwikkeling
In de ruimtelijke analyse in hoofdstuk 2 is aangegeven dat in het gebied Zuidwest Tilburg veel ontwikkelingen samenkomen. De omgevingsvisie 2040 van de gemeente Tilburg voorziet voor dit gebied een transitie naar een Stadsbos013 als regionaal stadspark. Dit stadspark is nodig omdat Tilburg steeds meer een centrumstad zal worden. Verstedelijking is afweegbaar mits het gebied Zuidwest Tilburg steeds meer in verbinding staat met de stad en in weet te spelen op stedelijke behoeften zoals het bieden van ruimte voor ontwikkeling, ontspanning, recreatie etc. Het gebied Zuidwest Tilburg wordt een parkachtige omgeving en vormt een duurzame afronding van de stad Tilburg. In dit hoofdstuk worden de bouwstenen (of bouwlagen) beschreven waarmee het Landschappelijk inpassingsplan voor het gebied Zuidwest Tilburg opgebouwd kan worden. Er wordt gekeken naar functionele samenhang van de ontwikkelingen en het landschap met als doel om tot een aantrekkelijk en (economisch) vitaal landschap te komen dat invulling geeft de uitgangspunten van een Stadsbos013. Uit de diverse relevante beleidsstukken die van toepassing zijn op dit plangebied, volgen samenhangende, maar soms ook contraire gebiedsdoelen. Inmiddels blijken ontwikkelingen in het gebied en vooral ook ontwikkelwensen meer concreet.
Deze dienen naar de huidige inzichten gevoegd te worden in een geactualiseerde visie op het gebied, waarin rekening wordt gehouden met hetgeen is bedoeld in de beleidskaders, maar dan passend binnen een actueel kader. Met het ruimtelijk raamwerk voor het Stadsbos013 heeft de gemeente Tilburg de belangrijkste structuren van het gebied vastgelegd. Ze hebben niet alleen water, maar ook het groen geanalyseerd en samengebracht in de ruimtelijke hoofdopzet van het gebied Klein Tilburg. Daarbij hebben ze bodem en klimaat op hoofdlijnen meegenomen. Door die structuren niet als losse onderdelen in het planproces te behandelen, maar vroegtijdig te combineren en te integreren met ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen ze de kwaliteit van de blauwgroene structuur van het gebied Zuidwest Tilburg behouden en verbeteren.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
29
P218871.019/MWI
Beschrijving van de ruimtelijke hoofdopzet van het gebied Zuidwest Tilburg Onderstaande figuur laat zien op welke wijze het landschap de basis vormt voor de ruimtelijke hoofdopzet en daarmee ook voor het gezamenlijk Landschappelijk plan voor het gebied Zuidwest Tilburg.
Figuur: Ruimtelijke hoofdopzet gebied Zuidwest Tilburg met groene inprikkers, agrarische werklandschappen en werklandschap Wijkevoort
De basis voor visie op het gebied wordt ingevuld door twee principes op elkaar aan te laten sluiten: De continuïteit en duurzaamheid van de landschappelijke gelaagdheid; de bossen, beekdalen en landbouwenclaves, en de zich ontwikkelende gebruikslaag van landbouw, stedelijke uitloop en leisure en bedrijvigheid.
30
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
Toelichting: Hieronder wordt een samenhangende gebiedszonering weergegeven voor het plangebied Zuidwest Tilburg. 1. Beekdalontwikkelingszones Hultense Leij en Oude Leij Landschapsbouw (deels landschappelijk verdichting en schaalverkleining) en beekdalherstel met duurzaam waterbeheer en de realisatie van natte ecologische verbindingen die buiten het projectgebied doorlopen. 2. Ecologische Verbindingszones De ecologische zone (provinciaal model droge kralensnoer), zuidelijk van de Bredaseweg, als entree van het parklandschap en Stadsbos013 en als landschappelijke en ecologische verbinding tussen de beekdalontwikkelzones Hultense Leij en Oude Leij.
Figuur: Beekdalontwikkelingszones Hultense Leij en Oude Leij 3. Twee ‘groene inprikkers’; Dit zijn de landschappelijke linten waarin de stedelijke uitloopfunctie en te ontwikkelen bestaande bedrijven worden geïntegreerd, ontsloten vanaf de noordzijde (Bredaseweg) en ruimtelijk goed ingepast. De basis zijn bestaande lintstructuren die worden versterkt en getransformeerd zodat invulling wordt gegeven aan de provinciale aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’. Onderscheid wordt gemaakt tussen een groene inprikker parallel aan de Bleukweg, waarin leisure-concepten in onderlinge samenhang worden toegevoegd en groen inprikker parallel aan de Strijpbeemd tot aan de N260, waarin bestaande buitengebied-gebonden bedrijven zich verder ontwikkelen.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
31
P218871.019/MWI
Figuur: EVZ (noordzijde Bredaseweg) en natte EVZ (oostzijde en westzijde) 4. Twee agrarische werklandschappen; In beide agrarische werklandschappen wordt het landbouwkundig gebruik en de open karakteristiek behouden. Hieraan wordt een recreatieve dooradering toegevoegd, ter realisatie van een recreatief netwerk dat alle landschapszones ontsluit. In het groene deel van het agrarische werklandschap voert recreatie de boventoon, het bruine deel sluit nadrukkelijker aan bij de oorspronkelijk agrarische structuur. 5. Werklandschap Wijkevoort; Dit is werklandschap Wijkenvoort (bedrijvenpark) A58/N260 is voorzien in het gebied Zuidwest Tilburg. Deze ontwikkeling krijgt een landschappelijke inpassing die aansluit bij de beoogde transitie van Zuidwest Tilburg naar een Stadsbos013. Hierbij wordt uitgegaan van duidelijk begrenzing door de Hultense Leij en een sterke samenhang met deze beek gelet op een landschappelijke inpassing en natuurcompensatie.
32
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
Figuur: Gebiedszonering als basis voor de landschapsvisie
3.2
Visie op het landschap
Voorgaande zonering is ruimtelijk uitgewerkt tot een gebiedsvisie voor de gezamenlijke ontwikkeling van het landschap in Zuidwest Tilburg. Per zone is aangegeven hoe de duurzame en meer statische landschappelijke laag wordt behouden en versterkt en in samenhang daarmee de meer dynamische ontwikkelingen kunnen worden toegevoegd. Uitgangspunt daarbij is dat de te ontwikkelen bedrijfsen leisure locaties bijdragen in de gebiedsontwikkeling van landschappelijke zones, in de vorm van (financiering van) landschaps- en natuurbouw. De visie op de gezamenlijke ontwikkeling van het gebied Zuidwest Tilburg bestaat is opgebouwd uit zeven onderdelen: - Beekdalontwikkelingszones Hultense Leij en Oude Leij - Groene inprikker Bleukweg - Groene inprikker Strijpbeemd - Westelijke agrarische enclave - Oostelijke agrarische enclave - Ecologische zone Bredaseweg - Werklandschap Wijkevoort
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
33
P218871.019/MWI
Figuur: Visie op gezamenlijke ontwikkeling van het gebied Zuidwest Tilburg
Toelichting op de gezamenlijke gebiedsvisie: Beekdalontwikkelingszones Hultense Leij en Oude Leij Ter versterking van het natuurnetwerk worden de beekdalen in het gebied hersteld. Dit door de huidige, vaak gekanaliseerde beeklopen weer een meer natuurlijk, slingerend beloop te geven met afwisselende oevers, beekdalbeplanting en natte weidegronden nabij de beken. Het streven is om rond de beken een brede beekdalzone als zodanig in te richten, herkenbaar als lange lijnen in het landschap. De beekdalen kunnen functioneel worden benut voor agrarisch natuurbeheer, natuurcompensatiedoeleinden en routegebonden recreatief medegebruik. Een deel van de compensatieopgaven in dit plangebied kan daarvoor worden ingezet. Groene inprikker Bleukweg Parallel aan de Bleukweg wordt één van de twee groene inprikkers gerealiseerd. Deze bestaat uit een ruimtelijk en functioneel dragende structuur in de vorm van een landgoedlaan; een bochtige hoofdontsluitingsroute, ruimtelijk ondersteund door tweezijdige bomenrijen, ruime en representatieve entrees naar de landschapskamers waarin verschillende leisurefuncties gerealiseerd worden en met enkele zichtlijnen naar de achterliggende agrarische enclaves. Deze zichtlijnen 34
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
dragen ertoe bij dat de landschapskamers ook een solitair en door groen omgeven karakter krijgen. De landschapskamers worden aan de buitenzijde met ruim groen omgeven, zodat er ruimtelijk gesloten kamers ontstaan, ´als een krans rond een akker´, waarin de functies als bijvoorbeeld een dierenpark en een tuincentrum ontwikkeld kunnen worden.
Figuur: Groene inprikker met landgoedlaan (rode structuur) als drager en landschapskamers Deze zone kan in meerdere fases ontwikkeld worden. De meest concrete eerste fase, gevormd door Landgoed De Groene Kamer, ligt tussen de Bredaseweg en loopt door tot aan Manege Thielen, die ruimtelijk wordt geïntegreerd met deze eerste fase. Binnen de groene inprikker dienen de landschapskamers en de realisatie van groen, natuur en recreatiewaarden parallel te worden gerealiseerd. Ook wordt aan de noordzijde de entree van Stadsbos013 vormgegeven van waaruit het gebied verder recreatief wordt ontsloten. Dit leidt tot de vraag of het een optie is om de entree te voorzien van openbare parkeervoorzieningen of dat deze op een andere wijze gerealiseerd kunnen worden. Onderzocht kan worden of aansluitend ook een soort van Toeristisch Overstappunt gerealiseerd kan worden met aanvullende voorzieningen bij het parkeren voor gebiedsbezoek, al dan niet gecombineerd met (overloop)parkeervoorzieningen voor dierenpark, tuincentrum etc. De entree vanuit Tilburg naar deze groene inprikker maakt tevens deel uit van de ecologische verbinding langs de Bredasweg. Hier wordt een ruime landschappelijke inrichting voorzien natuurlijk ingericht terrein, boomgroepen en lichte glooiingen, waar de landgoedlaan slingerend doorheen loopt.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
35
P218871.019/MWI
Een tweede fase van deze groene inprikker kan op termijn ontwikkeld worden, door deze aan de zuidzijde te verlengen. Deze verlenging kan op basis van gelijke ruimtelijke principes worden gevormd, waarbij ruimte is voor de realisatie van enkele aanvullende landschapskamers in een ruime groene setting.
Figuur: Entreegebied (oranje vak) met zichtrelaties, ontsluitingen inprikkers en ecologische verbinding Groene inprikker Strijpbeemd Vanuit voornoemde ruime entree is ook de tweede groene inprikker ontsloten. De landschappelijke inrichtingsprincipes van deze groene inprikker zijn gelijk aan die van de Bleukweg: een centrale (reeds bestaande) ontsluitingsweg, dit maal niet parkachtig ingericht maar met een utilitair, smaller profiel en een enkele bomenrij aan de zuidzijde van de Strijpbeemd. Daaraan zijn enkele landschapskamers ontsloten. Ter plaatse van de bestaande bedrijven met uitbreidingswensen worden deze kamers ontwikkeld. Dit zijn buitengebiedgebonden bedrijven die een functioneel relatie aangaan met nabijgelegen agrarisch gebied en die korte en goede ontsluitingen krijgen naar de regionale wegenstructuur. De landschapskamers waarin deze bedrijven worden doorontwikkeld bieden enerzijds meer ruimte voor de bedrijfsontwikkeling. Anderzijds wordt daarmee een stevige groene omlijsting gerealiseerd, die zorgt voor een goede ruimtelijke inpassing en bijdrage aan de landschapsbouw van deze inprikker. Ook hier worden tussen de kamers door doorzichten gerealiseerd in de vorm van 36
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
bloemrijke open doorzichten naar de agrarische enclave en naar de ecologische verbindingszone aan de noordzijde.
Figuur: Principes van zichtlijnen tussen landschapskamers naar agrarische enclaves Westelijke agrarische enclave De westelijke agrarische enclave betreft een open landschap dat primair een agrarische inrichting kent. De verdichte randen aan de zuid- en westzijde (beekdal) en noord- en oostzijde (groene inprikkers), zorgen ervoor dat deze open ruimte duidelijk wordt afgebakend. Dit vergroot de ruimtelijke samenhang binnen het agrarische gebied. Ter versterking van de ruimtelijke karakteristiek en ecologische dooradering wordt de nu gefragmenteerde wegbeplanting langs de bestaande wegen gecompleteerd door de open delen te voorzien van enkelzijdige, eenrijige opgekroonde wegbeplanting. Daarmee worden de wegen ruimtelijk herkenbaar in het gebied maar blijft de open karakteristiek van dit agrarische landschap behouden. De wegen vormen de basis voor versterking van het recreatieve routenetwerk, dat eventueel ook deels langs kavelranden versterkt kan worden met aansluitingen naar de groene inprikker en het beekdal. Oostelijke agrarische enclave De oostelijke agrarische enclave krijgt een vergelijkbare ontwikkeling.
Wegbeplantingen worden aangevuld en naast een gebiedsdekkend recreatief netwerk wordt hier vooral ook de oostwestverbinding tussen groene inprikker met leisurevoorzieningen en het oostelijk gelegen recreatieve uitloopgebied versterkt Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
37
P218871.019/MWI
Ecologische zone Bredaseweg Aan de zuidzijde van de Bredaseweg wordt een ecologische verbinding gerealiseerd, conform de provinciale doelstellingen. Omdat deze zone tevens twee beekdalen met elkaar kan verbinden, is het wenselijk te onderzoeken of ook enkele meer natte stapstenen ontwikkeld kunnen worden in dit gebied. Omdat het hoofdzakelijk zandig gebied met lage grondwaterstanden betreft, dient dit waarschijnlijk te gebeuren in de vorm van enkele aan te leggen laagten met leembodems, zodat water vastgehouden kan worden (vergelijk met vennen in een bos- en heidegebied). Gezien de verkeersdruk op de Bredaseweg en de reeds plaatselijk sterke landschappelijke verdichting aan de zuidzijde van de weg, is het minder logisch om nog te streven naar ruime open zichtvelden in zuidelijke richting. Van meerwaarde is wel een aantal smallere doorzichten naar het open landschap, zoals beschreven in de groene inprikkers. Deze zijn voor de beleving van vooral fietsers, voetgangers en ruiters van waarde omdat die met lage snelheid en aandacht voor de omgeving zich door het gebied verplaatsen. Midden in deze ecologische zone wordt de entree naar Stadsbos013 gerealiseerd, tevens als representatieve toegang naar de groene inprikkers. De aansluiting van de entree en de landgoedlaan vraagt nadere aandacht.
De slingerende landgoedlaan wordt aangelegd met laanaanplant en is een verbindende schakel in het gebied. Werklandschap Wijkevoort Wijkevoort vormt een autonome ontwikkeling waarvoor de planvorming reeds in een vergevorderd stadium is. Van belang is dat de bedrijvigheid zich ruimtelijk en qua ontsluiting richt naar de hoofdinfrastructuur aan de zuidzijde en westzijde van de bedrijven. Aan de plangebiedzijde ligt het te ontwikkelen beekdal. Dit kan tevens worden ingericht als recreatief uitloopgebied (pauzeommetje) voor de werkenden op het bedrijventerrein. Ook kunnen compensatieplichten op gebied van natuur en landschap, voortkomend uit de bedrijfsontwikkeling, worden ingezet in de aangrenzende beekdalzone, zodat ze ook betekenis krijgt voor het bedrijvenpark. Bedrijvigheid enerzijds en natuur, recreatieve uitloop, landschap en landbouw anderzijds worden wel ruimtelijk van elkaar gescheiden door deze zonering. Het bedrijventerrein krijgt aldus ruimtelijk een heldere afronding langs het beekdal en zal visueel beter worden ingepast, gezien vanuit het aangrenzende landelijke gebied.
3.3
Landschappelijk opgaven in Zuidwest Tilburg
Voornoemde ontwikkelingen per zone leiden gezamenlijk tot het landschappelijk plan. De ruimtelijke samenvoeging van de landschappelijke doelstellingen (ruimtelijk, ecologisch en recreatief medegebruik) is zeer divers en per zone verschillend. Binnen die zonering is de ruimte voor ontwikkelingen: 1. Te behouden grondgebonden agrarisch gebruik in de enclaves, 2. Leisure en buitengebiedgebonden bedrijvigheid in de groene inprikkers en 3. Ecologische verbindende zones en 4. Recreatief medegebruik dat gebiedsdekkend in netwerken kan worden gefaciliteerd. 38
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
De optelsom van ruimtelijke doelstellingen binnen de landschappelijke zonering en de invulling van een aantal landschapskamers binnen de groene inprikkers, te ontsluiten met gezamenlijke dragers, is weergegeven in onderstaande visiekaart; een Masterplan-achtige weergave van de gebiedsontwikkeling. Versterking park karakter gebied met lanen en ´de landgoedlaan´ In het Brabant zandlandschap zijn lanen gebiedseigen en dominante en beeldbepalende groenstructuren. Ondanks de inmiddels beperkte toepassing van eikenlanen (processierups) is er nog altijd de wens om met andere gebiedseigen laanbomen de landschappelijke structuren te versterken. Dit heeft een meerledig doel: ruimtelijk, recreatief, ecologisch en klimaatadaptatie. Voor het plangebied is een inventarisatie op hoofdlijnen uitgevoerd naar de aanwezige structuren. Langs de provinciale wegen, die een hoofdverkeersfunctie hebben, is het wenselijk de structuur van tweezijdige bomenlanen te behouden en waar deze ontbreekt aan te vullen. Daardoor krijgen deze drukkere wegen met toch al een wat forser ruimtelijk profiel ook een ruimtelijk structurerende werking en worden ze verbeterd ingepast in het buitengebied tussen de verschillende kernen. De bestaande structuren van tweezijdige lanen zijn in onderstaand beeld weergegeven.
Figuur: Tweezijdige lanen langs hoofdwegen
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
39
P218871.019/MWI
Figuur: Bestaand stelsel enkelzijdige boomaanplant langs lokale wegen Vooral de N260 zou vanuit deze karakteristiek nog kunnen worden voorzien met aanvullende beplanting, liefst tweezijdig. De twee kortere elementen zuidelijk van de Bredaseweg zouden zo mogelijk geïntegreerd kunnen worden in de ecologische verbinding en de entree tot de groene inprikkers. Langs de lokale wegen in het buitengebied is de enkelzijdige laanaanplant het meest kenmerkend, al is die in de loop der tijd zeer gefragmenteerd. Streven is om de gaten in deze enkele aanplant waar mogelijk aan te vullen met boomaanplant om zo de structurerende werking van de lokale wegen ook ruimtelijk en ecologisch te completeren. Onderstaand beeld toont de huidige structuur met de ‘gaten’ die aangevuld zouden kunnen worden. Zo mogelijk worden ook hier de aanplant van laanbomen en aanleg van recreatieve paden gecombineerd. Een nieuw te introduceren laanstructuur in het plangebied is de landgoedlaan als onderdeel van de oostelijke groene inprikker langs de Bleukweg. De bedoeling is hier een hoofdontsluiting te realiseren met gescheiden auto-, fiets- en wandelrouting, die de leisurefuncties in de landschapskamers ontsluit en die ook een ruimtelijk herkenbaar, eigen ruim opgezet groen profiel krijgt.
Naast brede groene bermzones langs de wegen en paden, draagt ook een tweezijdige laanaanplant aan beide zijden van de hoofdrijbanen hieraan bij. Deze aanplant is ter hoogte van de besloten delen van de groene inprikker (de landschapskamers) aaneengesloten en ter hoogte van de 40
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
doorzichten naar de agrarische enclaves wordt deze onderbroken, om de doorzichten maximaal te accentueren. Deze opzet is schematisch weergegeven in de volgende afbeelding. Ook is weergegeven hoe met aanvullingen in de tweezijdige lanenstructuren en enkelzijdige laanaanplant langs lokale wegen de landschappelijke structuur van en met laanbomen versterkt kan worden.
Figuur: Tweezijdige dubbele aanplant landgoedlaan (paars) en Dubbele laanaanplant (dikke groene lijnen) en enkele aanplant (dunnen lijnen). Goede landschappelijke inpassing ontwikkelingen Voor de bedrijfsontwikkeling kunnen per individueel bedrijf de ontwikkelwensen zodanig worden vormgegeven dat ze passen binnen de gedachte van de vorming van de landschapskamers, met gezamenlijke verkeersontsluiting, goede parkeervoorzieningen per kamer een bijdragen aan de landschappelijke ontwikkeling rond de kamers. Voor de ontwikkelingen zijn daartoe reeds bouwstenen beschikbaar in het provinciaal en gemeentelijk landschapsbeleid en in de uitgewerkte plannen voor Landgoed De Groene Kamer. Nieuwe netwerken voor recreatieve dooradering met knooppunten Het gebied is matig recreatief toegankelijk voor de stedeling,. ondanks de beleidsdoelen van de gemeente . Om op korte afstand van de woonomgeving ook ommetjes te kunnen maken in het buitengebied en in natuurgebieden is het dan ook nodig om recreatieve routes uit te breiden, op Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
41
P218871.019/MWI
elkaar aan te laten sluiten en ommetjes te creëren zodat meerdere rondgangen mogelijk worden. Ook dient de oversteekbaarheid van de Bredaseweg goed te zijn ter plaatse van kruisende routes. Onderstaande beelden tonen het bestaande, incomplete stelsel van fietspaden en wandelpaden.
Figuur: Bestaande fietspaden / fietsmogelijkheden Ter versterking van de routenetwerken dienen voor fietsers en wandelaars vrij liggende paden, met een landelijke inpassing te worden gerealiseerd door de groene inprikkers en vanuit de groene inprikkers op meerdere plaatsen door de open zichtlijnen naar de achterliggende agrarische enclaves, door en parallel aan de beekdalen en naar de oostelijke bossen en rond het golfterrein. Daarbij zal nader moeten worden onderzocht hoe invulling kan worden gegeven aan de gemeentelijke doelstelling om zandpaden te behouden en aan te vullen met nieuwe paden waar dat kan. De landgoedlaan vormt een goede basis om vanaf daar via de zichtvelden op de agrarische enclaves mogelijk ook nieuwe zandpaden aan te leggen met een recreatief gebruiksdoel. In een later stadium kunnen de route structuren nader verfijnd worden.
42
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
Figuur: Bestaande wandelpaden/wandelmogelijkheden Entree Stadsbos013 voor deelgebied Zuidwest Tilburg Het uitwerken van een entree voor het Stadsbos013 vraagt nadere aandacht. Het is de wens om hier een visitekaartje voor het gebied van te maken. Het idee van KruitKok voor de functionele indeling van de entree is niet heel warm ontvangen bij de initiatiefnemers. Het idee leeft dat dit beter kan. Een goede aansluiting met de Landgoedlaan is een belangrijke vereiste voor een goede doorstroming van het verkeer. Wat voorkomen moet zien te worden is dat een eerste aanblik van de entree, parkeerplaatsen zijn. Een goede groene inpassing is dan wenselijk. Dit vraagt ruimte. Mogelijk is dubbelgebruik van te realiseren parkeervoorzieningen mogelijk. Dat vraagt nadere afstemming. Samenvatting: Het gebied Zuidwest Tilburg groeit uit tot een zogenaamde dynamische stadsrandzone met een belangrijke schakelfunctie tussen de stad Tilburg en het platteland van Zuidwest Tilburg. Het concept Stadsbos013 biedt perspectief voor een groene inbedding van een grote diversiteit van ontwikkelingen die zowel toegevoegde waarde leveren voor zowel stad als platteland. Het concept ´groene inprikker´ versterkt de schakelfunctie van het gebied en beoogd een combinatie van toevoegen van waarde aan de omgeving en bedrijvigheid.
Het concept van ´groene inprikkers´ laat zien dat in Zuidwest Tilburg, een groene inpassing van bedrijvigheid zowel op locatieniveau als ook op gebiedsniveau mogelijk is. Er zijn bovendien volop mogelijkheden voor versterking van het gebied. Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
43
P218871.019/MWI
4 Gezamenlijk landschappelijk plan 4.1
Een gezamenlijk landschappelijk plan locaties in Zuidwest Tilburg
In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze ´het gezamenlijk landschappelijk plan´ van de initiatiefnemers is opgebouwd en hoe dit gezamenlijk plan door vertaald is naar de afzonderlijke locaties.
Basis en uitgangspunten: Het Ruimtelijk Raamwerk voor het Stadsbos013 vormt de basis en biedt de handreikingen voor een gezamenlijk landschappelijk plan voor alle locaties van de initiatiefnemers als geheel.
Integraal ontwerp: De landschappelijke inpassing van alle locaties samen is integraal opgepakt. Dit betekent dat voor alle initiatieven als geheel gekeken is naar a) de ruimtelijke structuren en hoe deze in goede samenspraak met elkaar versterkt kunnen worden b) een goede landschappelijke inpassing als geheel met in het bijzonder aandacht voor aansluiting op de natuurlijke structuren in het gebied en dan met name het realiseren van zichtlijnen en openheid in het landschap c) het herstel en/of aansluiting op landschappelijke structuren zoals bijvoorbeeld laanboomstructuren en d) de mogelijkheden voor aansluiting op recreatieve structuren.
Pragmatische vertaling naar een goede landschappelijke inpassing per locatie: De inzet van alle initiatiefnemers is erop gericht om met hun ontwikkelingen ook een stevige bijdrage te leveren aan de transitie van het gebied in lijn met de uitgangspunten voor het Stadsbos013. Per locatie is wel een pragmatische vertaalslag gemaakt op basis van het Ruimtelijk Raamwerk van KruitKok. Zo hebben de zichtlijnen tussen de afzonderlijke initiatieven bijvoorbeeld tot de nodige discussie geleid maar bleken zij grotendeel wel te realiseren. Het verschralen van rijke landbouwgrond in het gebied naar veel schralere natuurgrond t.b.v. bijvoorbeeld kruidenrijk grasland, is eveneens een teer punt gebleken. Maar ook hierin wordt voorzien.
Aanvullende ontwerpopgave: Een entree voor Stadsbos013 met parkeren (recreatief) De initiatiefnemers hebben allereerst een onderscheid gemaakt in ´verkeer en parkeren´ voor de eigen bedrijvigheid en ´recreatief parkeren´. In het hoofdstuk Milieu is beschreven dat het verkeer hoofdzakelijk via de noordzijde van het gebied afgewikkeld wordt. Het parkeren t.b.v. de bedrijvigheid wordt per locatie op het eigen terrein geregeld. Iedere locatie-eigenaar is hierop afzonderlijk aanspreekbaar. Zo wordt overlast voor het gebied als geheel voorkomen. Het Stadsbos013 heeft behoefte aan een duidelijke entree, als ingang voor het gebied en/of als startpunt voor diverse routestructuren (wandelen, fietsen, paarden e.a.). Deze entree vraagt een bescheiden parkeerplaats. Landgoed De Groene Kamer heeft aangegeven dat deze gezamenlijke entree gevestigd kan worden op ´de spie´, op grond die voor nu nog van gemeente Tilburg is maar voorbestemd is om onderdeel uit te maken van het Landgoed. Gemeente Tilburg
44
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
en Landgoed De Groene Kamer gaan in overleg met elkaar om het ontwerp voor deze parkeerplaats (collectieve voorziening) een passend vervolg te geven.
Aanvullende ontwerpopgaven voor het gebied als doorkijk naar stapsgewijze realisatie van Stadsbos013, ´Iedere ontwikkeling is een kans´: Deze initiatieven hebben betrekking op enkele locaties in het grotere gebied in Zuidwest Tilburg. Naast deze initiatieven kan elke ontwikkeling in het gebied kan op een vergelijkbare wijze een bijdrage leveren aan een verdere transformatie van het gebied Zuidwest Tilburg tot Stadbos013. Het gezamenlijk landschappelijk plan speelt in op de functionele samenhang tussen de afzonderlijke ontwikkelingen als geheel en de karakteristieken van het gebied. Op gebiedsniveau wordt daarmee invulling gegeven aan de meest prominente ontwerpopgaves. Het landschappelijk plan maakt ook zichtbaar waar en waarin de forfaitaire bijdragen van deze en toekomstige locatieontwikkelingen in geïnvesteerd kunnen worden. Eventuele forfaitaire bijdragen kunnen ondersteunend zijn aan de opgave van gemeente Tilburg tot het daadwerkelijk realiseren van Stadsbos013 als versterking van het gebied Zuidwest Tilburg. In dit rapport worden enkele welwillende handreikingen geboden. Deze ontwerpopgaven behoeven een verdere uitwerking onder auspiciën van gemeente Tilburg en vanzelfsprekend in samenspraak met het gebied zelf.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
45
P218871.019/MWI
figuur: Gezamenlijk landschappelijk plan Zuidwest Tilburg (schetsplan) Toelichting op ´het gezamenlijk landschappelijk plan´: In het plan zien we de volgende onderdelen terug: - Plaatsen (en zogenaamde gaten in bestaande beplanting) waar bomen geplaatst kunnen worden opdat er lanen ontstaan voor het verkrijgen van een park-karakter van het gebied Zuidwest Tilburg en als versterking van de zandpaden in aansluiting op het Stadsbos013 - Het realiseren van een slingerende Landgoedlaan door De Groene Kamer. Deze laan kan dienen als een centrale groene as voor recreatieve routes in het gebied en is een verbindende schakel in het gebied. - Plaatsen waar de inplant van solitaire bomen tot kwaliteitsverbetering leidt (park) - In het Landschappelijk inpassingsplan zijn twee zogenaamde ´groene inprikkers´ (GI P) opgenomen. Dit zijn landschappelijke linten waarin de stedelijke uitloopfunctie en bestaande en nieuwe bedrijvigheid worden geïntegreerd. Deze groene inprikker wordt gevormd door de bestaande lintstructuren (GIP1: parallel aan Bleukweg en GIP2: parallel aan Strijpbeemd tot N260). De groene inprikkers, in het gebied Zuidwest Tilburg, worden vanaf de Noordzijde ontsloten (Bredaseweg) en worden ruimtelijk en landschappelijk vertaald tot een gezamenlijk landschappelijk plan waarbinnen de afzonderlijke initiatieven worden opgenomen.
- Elke ontwikkeling binnen dit landschappelijk plan wordt stevig, robuust ingepakt met de aanplant van groen. Enerzijds is hiervoor gekozen om bedrijvigheid optimaal aan het oog te 46
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
-
-
-
-
-
-
-
onttrekken. Anderzijds sluit een robuuste inpassing goed aan bij het idee om te komen tot zogenaamde ´groene kamers´ zoals dit ook in het Landgoed De Groene Kamer toegepast wordt. In samenhang leidt dit tot een robuust groene landschappelijke structuren in het gebied Zuidwest Tilburg De robuuste landschappelijke structuren kunnen een bijdrage leveren aan het visueel verzachten van het aanzicht, door het zogenaamde agrarische woon-werklandschap op het bedrijvenpark Wijkevoort In het plan zijn de zichtlijnen aangegeven; zij zorgen voor doorkijken in het landschap Behoud van zichtlijnen en openheid tussen de landschapskamers, ingericht als lager groen zoals bijvoorbeeld kruidenrijk grasland, dat optimaal bij kan dragen aan het versterken van de biodiversiteit. Kruidenrijk landschap biedt o.a. een biotoop voor vlinders en insecten. Dit effect kan versterkt worden door de aanplant van bijvoorbeeld vlinderstruiken en andere aantrekkelijke struiken langs de randen. Het plan geeft aan waar nieuwe recreatieve routes gerealiseerd kunnen worden. Deze routes zorgen voor een hogere belevingswaarde van het gebied. Deze routes kunnen gefaseerd aangelegd worden. Initiatiefnemers zorgen voor een goede verkeersafhandeling op eigen terrein. Op de kaart staan de parkeervoorzieningen aangegeven.
Deze voorzieningen zullen optimaal groen en klimaat adaptief ingepast worden en waar mogelijk voorzien in multifunctioneel gebruik. De ruiterroutes zijn aangegeven. Er zijn diverse spots op de kaart gezet waar even stilgestaan kan worden. Deze punten kunnen voorzien worden van faciliteiten zoals rustpunten, informatiepunten en/of punten met een hoge belevingswaarde door versterking met bijvoorbeeld kunst (´landart´) etc. De locaties van de initiatiefnemers staan op de kaart waarbij de uiteindelijke bebouwing geduid wordt Het bedrijvenpark Wijkevoort (separaat plan) wordt aangeduid Het natuurlijke karakter van het gebied Zuidwest Tilburg wordt versterkt door verbinding tussen de ecologische verbindingszones en ontwikkeling van de beekdalen (Hultense Leij en Oude Leij). De ecologische verbindingszone (nabij Bredaseweg) is mede een visuele trekker voor de entree naar het Stadsbos013. Het is ook de toegang tot de groene inprikkers. De natte ecologische verbindingszone (oostzijde/westzijde) nabij Wijkevoort is eveneens aangegeven.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
47
P218871.019/MWI
4.2
Uitwerking landschappelijke inpassing per initiatief
Het Landschappelijk inpassingsplan laat zien op welke wijze de verschillende initiatieven in samenhang tot elkaar, elk op eigen wijze ´goed7 landschappelijk´ ingepast kunnen worden in het gebied Zuidwest Tilburg. Integrale landschappelijke ontwikkeling Klein Tilburg: - Het gezamenlijke landschappelijke plan is de basis voor de ruimtelijke hoofdopzet voor het gebied Klein Tilburg - In de ruimtelijke hoofdopzet zijn twee zogenaamde groene inprikkers opgenomen en uitgewerkt in het landschappelijk plan - De drie (+ 1 optie) initiatieven zijn opgenomen in het gezamenlijke landschappelijk plan - Per ontwikkeling is een berekening gemaakt met behulp van de systematiek van gemeente Tilburg. - Per ontwikkeling wordt bepaald wat/hoeveel/hoe ingepast wordt op eigen locatie. - Per ontwikkeling wordt bepaald welk bedrag afgedragen dient te worden als ´forfaitaire bijdrage´ - Voorgesteld wordt om de (resterende) forfaitaire bijdrage ten gunste te brengen aan het gebied Klein Tilburg t.b.v.: - Het versterken van de toegankelijkheid van het gebied - Het versterken van de landschappelijke kwaliteit van het gebied - In lijn met het gezamenlijke landschappelijke plan op basis van het Ruimtelijk Raamwerk opgesteld door KruitKok (2019) - In overleg met de inwoners en bedrijven in het gebied Klein Tilburg (omgevingsdialoog)
7 ´Goed´ verwijst hier naar de richtlijnen van de gemeente Tilburg waarbij elke ontwikkeling dient te
voorzien in een landschappelijke inpassing mede ter compensatie van het planvoornemen. De uitwerking per initiatief is opgenomen in de bijgevoegde rapporten. 48
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
4.3
Landschappelijke inpassing: Thielen Diervoeders
Figuur: Landschappelijke inpassing locatie Thielen Diervoeders Op de bestaande bedrijfslocatie van Thielen wordt een bedrijfsuitbreiding voorzien aan de zuidzijde van het bedrijf. Daartoe wordt aan de zuidzijde van het bestaande bedrijfsgebouw een uitbreiding gerealiseerd. Aan de noordzijde van het bedrijfsgebouw is op eigen terrein voldoende ruimte om de verkeersafwikkeling, logistiek en parkeren af te wikkelen, zowel voor eigen personeel als bezoekers van de groothandel en detailhandel. Voor deze uitbreiding zal een bestaande groensingel aan de zuidzijde van het pand worden weggenomen. Meer zuidelijk zal een nieuwe, robuuste groene singel worden aangeplant om het bedrijf aan die zijde goed landschappelijk in te passen. Ook de bestaande groenstructuren aan de westzijde van het bedrijf (zijde N260 Burgemeester Letschertweg) kan meer robuust uitgroeien en waar nodig aanvullend worden beplant, zodat ook hier een dichte afscherming ontstaat van het bedrijf. Zo wordt de bedrijfshal en het buitenterrein ruimtelijk ingepast. De woning aan de noordzijde van het bedrijf blijft ruimtelijk ongewijzigd behouden en maakt ruimtelijk deel uit van de landschapskamer, doordat opgaande beplanting aan de westzijde en noordzijde van de woning met tuin doorloopt en gesloten is. De laanbeplanting aan de Hultenseweg is fors uitgegroeid en zal behouden blijven.
Aan deze zijde kan het bedrijf een meer open, representatieve terreinrand krijgen, zodat de bezoeker zicht heeft naar het bedrijf en de toegang en routing op het terrein helder is. Hier kunnen daarom lagere en minder dichte plantvormen worden toegepast, met behoud van open zichten op ooghoogte (onder de boomkronen van de laanbomen door).
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
49
P218871.019/MWI
4.4
Landschappelijke inpassing: Van Broekhoven Loonwerkbedrijf
Figuur: Landschappelijke inpassing locatie van Broekhoven loonwerkbedrijf Van Broekhoven zal zijn bedrijfsterrein in oostelijke richting vergroten. De bebouwing zal meer geconcentreerd aan de zuidzijde worden vergroot, zodat deze qua geluid en andere bedrijfshinder met een dichte, aaneengesloten achterzijde naar de zuidzijde worden gericht als afschermend element naar de daar gelegen woningen. Omdat op het bedrijf ook een aanzienlijk deel van de ruimte als buitenruimte wordt gebruikt (verkeersruimte, stalling voertuigen en machines, materialenberging etc.) zal de landschappelijke inpassing van het bedrijf bestaan uit een alzijdige inpassing met wallen en opgaande groensingels. Voor een goede landschappelijke inpassing volstaat daartoe een enkele meters brede groenstrook, maar ter realisatie van extra landschappelijke kwaliteiten, kan deze singel breder worden aangeplant waar mogelijk, aan de zuidzijde zelfs in de vorm van een bosstrook, Daarmee wordt een deel van de compensatie op eigen terrein ingevuld. Direct aansluitend aan het terrein worden aanvullend enkele andere maatregelen voor landschappelijke kwaliteit voorzien. Aan de noordzijde wordt langs de Strijpbeemd een enkelzijdige laanaanplant voorzien tussen de weg en Van Broekhoven. Deze loopt verderop in oostelijke richting door, ter markering van de oude route die hier in het verleden heeft gelopen.
Tevens zal in een latere fase worden onderzocht of hier langs de weg of meer noordelijk door het agrarische gebied een recreatieroute kan worden gerealiseerd, om recreatief verkeer en bedrijfsverkeer op de Strijpbeemd te kunnen scheiden.
50
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
Oostelijk van het bedrijf zal tussen locatie Bleukweg 15 en Van Broekhoven een ruim doorzicht ontstaan waarover vanaf de entree Stadsbos013 en Strijpbeemd zicht is naar de zuidelijke agrarische enclave. Deze als nat, verschraald bloemrijk grasland te beheren zone loopt door aan de zuidzijde van Van Broekhoven en kan nabij Bleukweg 15 worden voorzien van een recreatief pad. Door het verschralen van de grond (afgraven) wordt het gebruik en beheer van de grond als verschraald bloemrijk grasland geborgd. Door de verschraling is de grond nl. niet langer bruikbaar als landbouw grond.
4.5
Landschappelijke inpassing: `toekomstige Bleukweg 15´
Figuur: Landschappelijke inpassing locatie Bleukweg 15 (indicatief) Bleukweg 15, wordt aan de oostzijde begrensd door de Bleukweg deze vormt op dit trajectdeel onderdeel van de landschapslaan als drager van de groene inprikker. Aan de noordrand wordt de enkelzijdige bomenlaan doorgezet in het verlengde van de Strijpbeemd. De bestaande opgaande groenstructuur binnen de landschapskamer blijft behouden en kan aangevuld worden. Het bestaande groen/bomen kan gecombineerd worden met een eventuele nieuwe situatie. Aan de westrand wordt een dichte singel voorzien met een strook nat, verschraald bloemenrijk grasland en een recreatieve route. Noordelijk en noordoostelijk van Bleukweg 15 is de entree van Stadsbos013 en de ecologische verbinding voorzien. Op deze locatie zal, in een nader uit te werken ontwerpopgave, ook een openbaar te gebruiken parkeervoorziening worden gerealiseerd. Dit parkeren zal ontsloten worden via de Strijpbeemd of de Bleukweg, die aansluit op de landgoedlaan nabij de Bredaseweg. Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
51
P218871.019/MWI
De inrichting van de entree Stadsbos013 zal meer open zijn, zodat vanaf de landgoedlaan zicht is op een eventuele herontwikkeling van deze locatie. De bestaande bebouwing kan eventueel worden hergebruikt en wordt visueel afgeschermd worden door omplanting.
4.6
Landschappelijke inpassing: Landgoed De Groene Kamer
Figuur: Landschappelijke inpassing locatie Food-cluster en Intratuin
De Groene Kamer 1: Food-cluster Het food-cluster wordt gerealiseerd op een bestaand bebouwd erf aan de Bleukweg, waar reeds veel beplanting aanwezig is die benut kan worden voor de goede inpassing van de landschapskamer. De Bleukweg (westelijk van de Food-cluster) zal deel uit gaan maken van de landgoedlaan. Vanaf deze zijde wordt de landschapskamer ontsloten voor bezoekers, met een parkeervoorziening op eigen terrein. De landschappelijke inpassing zal worden gerealiseerd door aan de zijde van de entree Stadsbos013 en landgoedlaan een meer open en representatieve inrichting te maken, die uitnodigend is voor de 52
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
bezoekers en die een heldere en veilige verkeersafwikkeling mogelijk maakt van en naar de locatie. De naastgelegen te ontwikkelen locatie van de Intratuin wordt ruimtelijk gescheiden van de Foodcluster door een groene singel. Deze sluit aan op de bestaande meer robuuste groene aanplant aan de oostzijde van de landschapskamer. Deze zal worden behouden en waar nodig aangevuld, zodat hier niet alleen een goede landschappelijke inpassing behouden blijft maar een versterkte landschappelijke structuur ontstaat. Door de landschapskamer alzijdig goed ruimtelijk in te passen, ontstaat van meet af aan een ruimtelijk afgerond beeld waarbinnen de Food-cluster geleidelijk aan ontwikkeld kan worden, door er bebouwing en functie toe te gaan voegen. Daarbij zal de parkeerbehoefte op eigen terrein worden ingevuld, binnen de landschapskamer. Het “overloop” parkeren wordt buiten de landschapskamer onder gebracht, in de landschappelijke open ruimte.
De Groene Kamer 2: Intratuin Vanaf de Bleukweg zal de landgoedlaan afbuigen in zuidoostelijke richting. Hier ontstaat over grotere lengte een statige en forse laanstructuur, die ruimtelijk de inleiding vormt naar Intratuin. Dit tuincentrum wordt als meer opstrekkende landschapskamer met een open inrichting aan de voorzijde ontwikkeld aan de oostzijde van de landgoedlaan. De kern van Intratuin wordt gevormd door een bebouwingscluster dat naar de landgoedlaan wordt gericht. Aan de voorzijde en zuidelijke zijkant worden ruime parkeervoorzieningen gerealiseerd, die ongeveer de helft van het oppervlak van de landschapskamer zullen beslaan. Aan de zijkanten aan de noord- en zuidzijde en de achterzijde (oostrand) wordt de landschapskamer met dichte singelaanplant voorzien, zodat die zijden een gesloten en introvert karakter krijgen. Zuidelijk van Intratuin wordt een open doorzicht gecreëerd vanaf de landgoedlaan naar de agrarische enclaves oostelijk en westelijk van de laan. Deze worden gecombineerd met recreatieve routes vanaf de landgoedlaan naar de Bleukweg (westzijde) en het agrarisch gebied aan de oostzijde. Hier sluit de route aan op de route die in noordelijke richting achter Intratuin en de Food-cluster doorloopt.
De achterzijde van deze landschapskamer wordt gevormd door de bestaande groensingel, die net als bij de Food-cluster behouden blijft en waar nodig versterkt kan worden.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
53
P218871.019/MWI
De Groene Kamer 3,4 en 5 (Zuid): Het vormen van een regeneratief landbouwbedrijf met aanverwante food/agro activiteiten in Kamer 3 (Gezondheid), Kamer 4 (Voedsel) en Kamer 5 (Educatie). Zuidelijk van Intratuin is er de mogelijkheid om nog drie landschapskamers in te vullen met nog nader uit te werken functies met de thema’s ‘gezondheid’, ‘voedsel’, en ‘educatie’. Daarbij is het van belang om de landschapskamers op eenzelfde wijze in te passen als hiervoor beschreven, dus ontsloten vanaf en gericht naar de landgoedlaan, verder veelal met dichtere singels omgeven, behalve daar waar zichtrelaties met het landschap gewenst zijn en onderling gescheiden door open bloemrijke weiden die doorzichten bieden naar de agrarische enclaves. Ook de landgoedlaan kan op eenzelfde manier ruimtelijk worden verlengd, zodat een eenduidig beeld ontstaat en een logische en herkenbare ontsluiting van alle functies. Die landgoedlaan vormt de basis voor de verdere uitbreiding en aansluiting van te realiseren nieuwe recreatieroutes. Aan de zuidzijde van de landgoedlaan ontstaat wellicht reeds op korte termijn de mogelijkheid om een recreatieve route te realiseren die aansluit op de Nieuwelijn. Ook zijn er kansen voor ontstening en aanvulling van landschappelijke beplanting in de vorm van singels en laanbomen langs wegen.
Deze vormen van landschapsversterking zullen nader worden onderzocht op haalbaarheid (aard, omvang en kosten) in relatie tot de forfaitaire bijdragen die de verschillende bedrijven in het gebied inbrengen.
4.7
Landschappelijke inpassing: Overzicht forfaitaire bijdrage
Voor alle ontwikkelingen is een bijdrage bepaald voor de investering in ruimtelijke kwaliteitsmaatrelen. Het doel daarvan is dat deze bedragen een instrument vormen om op eenduidige en effectieve manier de financiële inspanning in ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen in evenredigheid te kunnen bepalen. De forfaitaire bijdrage dient te worden aangewend voor kwaliteitsmaatregelen ter inpassing van de ontwikkelingen en kwaliteitsverbetering die bijdragen aan de realisatie van de ambities van het Stadsbos013. In het overzicht hieronder wordt aangegeven wat de optelling is van de forfaitaire bijdrage volgens de regels voor compensatie (20%) van de gemeente Tilburg. De berekening per locatieontwikkeling is opgenomen in de afzonderlijke rapportages.
54
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
Initiatief
Investering in ruimtelijke compensatie
Inzet en afwaardering gronden t.b.v. landschappelijke ontwikkeling
Inrichtingskosten locaties en/of resterende forfaitaire bijdrage aan fonds gemeente Tilburg n.v.t.
Landgoed De Groene Kamer Kamer 1 t/m 5
Bedrag bekend bij gemeente
Bedrag bekend bij gemeente
Loonwerkbedrijf van Broekhoven
€ 232.580,-
€ 145.243
€ 87.338
Thielen Diervoerders
€ 29.556,-
€ 24.245
€ 5.311
€ 262.136,-
€ 169.488,-
€ 92.649
Per ontwikkeling is een visie op de landschappelijke maatregelen uitgewerkt om de ontwikkeling landschappelijk in te passen in haar omgeving en een bijdrage te leveren aan het gebied Zuidwest Tilburg. Vervolg - Nadat principe medewerking is verleend voor het principeverzoek Gebiedsontwikkeling Zuidwest Tilburg, zal per ontwikkeling een concreet landschappelijk inrichtingsplan met bestek worden uitgewerkt. Daarbij zal tevens een definitieve doorrekening worden gemaakt van de inrichtings- en beheerskosten en hoe deze zich verhouden met de verplichte forfaitaire bijdrage. -
4.8
Mocht de investering (inrichtingskosten) op eigen gronden niet voldoende zijn dan zal in kader van het plan een financiële bijdrage in het gemeentelijke groenfonds worden gestort met het verzoek deze gelden beschikbaar te stellen voor versterking van het gebied Zuidwest Tilburg c.q. Stadsbos013.
Ontwerpopgave: Entree Stadsbos013
In de toekomst zullen meer bezoekers (lees: recreanten zoals wandelaars) naar het gebied Zuidwest Tilburg komen. Het is de wens van de gemeente Tilburg om ook voor dit deelgebied te komen tot een functionele entree met uitstraling naar het gebied. KruitKok heeft een 1e ontwerp gemaakt. Het ontwerp met een heuvel sluit niet/onvoldoende aan bij de wensen van de initiatiefnemers. Initiatiefnemers hebben begrip voor de wens van de gemeente om te kijken of er een aantal parkeerplaatsen aangelegd kunnen worden voor recreanten. Het gaat hierbij om ca. 10-20 parkeerplaatsen. Op verzoek van gemeente Tilburg hebben de initiatiefnemers gezamenlijk over nagedacht over een passende en functionele Entree Stadsbos013 met parkeeropgave.Om richting te geven aan de opgave voor een inrichtingsplan voor het entree gebied Zuidwest Tilburg en het Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
55
P218871.019/MWI
vormgeven van een passende oplossing voor het parkeren in het gebied is in het plan de pragmatische keuze gemaakt om zoveel als mogelijk het parkeren niet in het volle zicht in het entreegebied te positioneren. Parkeren bezoekers Stadsbos013 Conform gezamenlijk plan wordt het parkeren niet in het volle zicht in de entree gerealiseerd, maar via de landgoedlaan (Bleukbosweg) en Strijpbeemd naar de achterzijden van de diverse functies geleid. Het parkeren voor de algemene bezoekers die het gebied Zuidwest Tilburg / Stadsbos013 als recreant willen bezoeken zal binnen het landschappelijke kader worden gezocht naar een goede invulling. Dit zal in een nader uit te werken ontwerp voor de stadsbos entree worden vormgegeven.
Figuur: Entree gebied Stadsbos013 Samenvatting: In samenspraak met de initiatiefnemers is een gezamenlijk landschappelijk plan ontwikkeld. Dit plan biedt een conceptuele uitwerking voor ´de groene inprikkers langs de Stijpbeemd en de Bleukweg´ als ook op locatieniveau. Per locatie is de landschappelijke inpassing uitgewerkt, als onderdeel van het gezamenlijke landschappelijk plan. Het Stadsbos013 zal in de toekomst steeds meer bezoekers gaan trekken. In het gezamenlijk ontwerp wordt aangegeven op welke wijze het gebied Zuidwest Tilburg nog aantrekkelijker kan worden. Het gebied kan versterkt worden door de forfaitaire bijdrage van de initiatiefnemers hier voor in te zetten. Daarnaast is belangrijk dat er een kwalitatief goede entree ontstaat naar het gebied voor bezoekers aan het gebied (wandelaars, fietsers, e.a.) die ook pragmatisch is in haar uitwerking. De initiatiefnemers hebben meerdere opties in beeld gebracht. De nadere uitwerking vraagt zorg en aandacht en betrokkenheid van de gemeente Tilburg. 56
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
5 Milieukundige analyse 5.1
Milieuzonering in relatie tot het gebied Zuidwest Tilburg
Bij nieuwe functies dient rekening te worden gehouden met omliggende gevoelige bestemmingen en bestaande functies. De nieuw mogelijk gemaakte bedrijvigheid dient op een verantwoorde manier te worden ingepast en ontwikkeld in het gebied. De ontwikkelingen zijn de uitbreiding van twee bestaande bedrijven (een loonwerkbedrijf, een diervoederbedrijf), een mogelijke herontwikkeling van een voormalige veehouderijlocatie (VAB-locatie; hier was tot voor kort de vestiging van een dierenpark voorzien) en het ontwikkelen van een Landgoed met vijf zogenaamde Groene Kamers. De ontwikkeling van het landgoed is o.a. op basis van de herontwikkeling van een agrarisch grondgebonden bedrijfslocatie tot een food-cluster en de vestiging van een tuincentrum, en de stapsgewijze ontwikkeling tot een regeneratief en duurzaam landgoed met aanverwante economische activiteiten die (in) direct verbonden zijn aan duurzame landbouw. Richtafstanden en gebied Zowel in het kader van een goede ruimtelijke ordening als vanuit milieuwet- en regelgeving wordt gestreefd naar het handhaven en bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen.
Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering. Voor het bepalen van de richtafstanden wordt in de praktijk gebruik gemaakt van VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde situaties. De hieruit voortvloeiende richtafstanden geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Afwijken van de richtafstanden is dan ook mogelijk, mits wordt onderbouwd dat alsnog sprake is van een g oed woonen leefklimaat. Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een intensief gebruikt gebied met veel functies en bedrijvigheid wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft onder andere te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting.
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
57
P218871.019/MWI
Bij een ontwikkeling wordt enerzijds gekeken of het de functie zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het de functie kwetsbaar is voor hinder. Woningen vormen milieugevoelige objecten en kennen zelf geen milieuzone ten opzichte van andere functies. Woningen kennen een bescherming vanuit milieuoverwegingen. In de onderstaande tabel staan de richtafstanden bij de verschillende bedrijfscategorieën weergegeven.
Het gebied waar de ontwikkelingen zijn voorzien is overeenkomstig de VNG-brochure gelegen in gebiedstype 'gemengd gebied'. Omdat er sprake is van gemengd gebied, worden de richtafstanden met één stap verkleind. Een 'gemengd gebied' is namelijk een gebied met een matige tot sterke functiemenging, waarbij minder hinder wordt ervaren van een milieubelastende activiteit.
Categorie
VNG richtafstand
Richtafstand gemengd gebied
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
Thielen Diervoeders De bedrijfsactiviteiten van Thielen Diervoeders richt zich op foeragehandel, groothandel in akkerbouw- en veevoeding, het produceren van paardenkoekjes (strokoeken met toegevoegde aroma’s), productie-gebonden detailhandel. Thielen Diervoeders beschikt daarnaast over een diervoedings- en dierspeciaalwinkel in de Reeshof. Met het planvoornemen wordt tevens deze diervoedings- en dierspeciaalwinkel verplaatst naar de Hultenseweg. Daarmee is op de Hultenseweg 58
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
CATEGORIE
GEVAAR
GELUID
STOF
GEUR
sprake van een uitbreiding van gebruik van groothandel naar tevens detailhandel in diervoeding. Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering vallen de bedrijfsactiviteiten binnen onderstaande categorieën en gelden daarbij de volgende richtafstanden rekening houdende met een situatie van gemengd gebied:
Grootha ndel i n a kkerbouwproducten en veevoeders
10
10
30
30
3.1
Deta ilhandel n.e.g. (ondergeschikte detailhandel)
0
0
0
0
1
Van Broekhoven De bedrijfsactiviteiten zijn gericht op loonwerk, grondverzet en sloopbedrijf. Hiervoor vindt op locatie mestopslag en buitenopslag divers plaats in depot, in sleufsilo’s en containers. Tussen de sleufsilo’s is een zeefinstallatie aanwezig. De buitenopslag van containers wordt geconcentreerd op de bedrijfslocatie. Hiernaast is er sprake van mestopslag op een locatie aan de Nieuwe Lijn. In het kader van het vigerende bestemmingsplan voor de inrichting heeft een afweging plaatsgevonden in het kader van milieu.
Algemeen loonbedrijf b.o. >500 m2 Zeefinstallatie Mestopslag*
10
0
30 50
50
10
CATEGORIE
GEVAAR
GELUID
STOF
GEUR
Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering vallen de bedrijfsactiviteiten binnen de categorieën 3.1 en deels 3.2 en gelden daarbij de volgende richtafstanden rekening houdende met een situatie van gemengd gebied:
3.1 3.2 3.2
*in de huidige situatie is sprake van < 300 m2 mestopslag op de Keizers Akker, waardoor sprake is van een richtafstand voor geur van 50 m1 (bron: Infomil)
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
59
P218871.019/MWI
Landgoed De Groene Kamer Kamer 1: Food-cluster en Kamer 2: Intratuin 8 Met de ontwikkeling van Landgoed De Groene Kamer wordt voorzien in de herontwikkeling van een bestaande agrarische bedrijfslocatie naar een Food-cluster (Kamer 1) met diverse horeca en eetgelegenheden, en in de vestiging van Intratuin (Kamer 2) op het landgoed vanuit de huidige locatie Stappengoor (Tilburg).
CATEGORIE
Markthal/detailhandel particulieren
GEVAAR
Tuincentrum BSO/kinderopvang
GELUID
Restaurants, cafetaria, e.d
STOF
Tuincentra
GEUR
Conform de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering vallen de bedrijfsactiviteiten binnen:
0 10
0 0
30 10
10 10
2 1
0
0
10
10
2
0 0
0 0
10 10
0 0
2 1
Locatie Bleukweg 15 (voormalige veehouderij locatie) Hier was de vestiging van een dierentuin voorzien. Deze plannen zijn eind 2022 door de initiatiefnemer ingetrokken. In deze milieukundige analyse is een eventuele herontwikkeling van deze locatie naar een dierenpark, om bovenstaande reden buiten beschouwing gelaten. Herontwikkeling van deze locatie, in lijn met de door gemeente Tilburg gestelde kaders voor de ontwikkeling van het gebied, is te zijner tijd voorstelbaar. In deze analyse zijn derhalve wel enkele algemene richtlijnen opgenomen ter indicatie voor een mogelijke toekomstige ontwikkeling.
8
NB: Di t i s een milieukundige a nalys e op hoofdlijnen. De vestiging van een Intratuin voorziet in een a parte en ui tgebreide milieu effect ra pportage (MER).
NB: Het zui delijke deel va n het landgoed (regeneratieve landbouw) met de s tapsgewijze ontwikkeling va n Kamer 3 (Gezondheid), Kamer 4 (Proeflab) en Ka mer 5 (Educatie) i s niet meegenomen in deze milieuanalyse.
NB: Op verzoek va n gemeente Tilburg wordt een ´Ladder voor duurzame verstedelijking´ opgesteld voor de ontwi kkeling va n Landgoed De Groene Ka mer die voorziet in de ontwikkeling van de vi jf Groene Ka mers. Deze a na lyse wordt separaat bijgevoegd.
60
Rapport Gebiedsontwikkeling Klein Tilburg Pouderoyen B.V.
P218871.019/MWI
Voor zowel de huidige als nieuwe functies in het gebied zijn de milieurichtafstanden in beeld gebracht. Voor de locaties Bleukweg 20-22 (Food-cluster) en ong. (Intratuin) geldt dat in het kader van milieuzonering sprake is van voldoende afstand tussen de functies en woningen van derden. Voor de bestaande bedrijfslocaties aan Hultenseweg 79, Keizers Akker 12 en Bleukweg 15 geldt dat zowel in de huidige als nieuwe situatie sprake is van woningen van derden in de nabijheid van de inrichtingen, waarbij in de huidige situatie woningen van derden al binnen de milieurichtafstanden zijn gelegen.