CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen 202428.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4 Belastingtijdvak 1. Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. 3.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

27

Artikel 5 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van de belastingplichtige ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 6 Maatstaf van heffing, belastingtarief en berekening van de precariobelasting 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, voorkomende in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2. Bij de berekening van de belasting worden gedeelten van in de tarieventabel genoemde eenheden van tijd, lengte-, oppervlakte- of inhoudsmaat, waarover de tarieven worden berekend, als een volle eenheid aangemerkt. 3. Bij de toepassing van tarieven waarbij de oppervlakte bepalend is voor de hoogte van de belasting, wordt deze oppervlakte, tenzij anders bepaald, berekend naar de horizontale projectie van het belastbaar object. 4. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 5.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 5 van overeenkomstige toepassing is. 6. Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief kan worden toegepast, wordt het tarief dat het hoogste bedrag tot uitkomst geeft, gehanteerd. 7. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 8. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. 9.

Belastingbedragen van minder dan € 200,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 7 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. Voorwerpen of werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst, een concessie of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; b. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c. Het gebruik van de openbare gemeentegrond en het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond, voor zover reeds uit andere hoofde, anders dan reclamebelasting, een vergoeding is verschuldigd; d. Wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; e. Postzegel- en andere automaten, alsmede leidingen, ten dienste van Koninklijke PostNL; f. Voorwerpen van de beheerder van het gas- en elektriciteitsnetwerk; g. Buizen, kabels en draden ten behoeve van aansluitingen voor gas, elektriciteit, water, riolering, telefoon of televisie, welke rechtstreeks aansluiten op buizen, kabels of draden van de gemeente, nuts- en telecombedrijven; h.

Voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doelen en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling; i. Gesaneerde olietank waarvoor een saneringsbewijs is afgegeven;

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

j. k.

l.

28

Voorwerpen ten behoeve van zogenaamde Warmte Koude Opslag-systemen, waarbij grondwater wordt gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen; Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor straat-/buurt- en wijkactiviteiten, die al dan niet zijn gesubsidieerd door Verrijk je Wijk/Stad en georganiseerd zijn voor en/of door de bewoners ter bevordering van de sociale cohesie en leefbaarheid; Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor evenementen vermeld op de Evenementenkalender.

Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). 3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. 4.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening precariobelasting 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting 2024'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

29

Kaart terrassengebied

Binnen markering: TRA Buiten markering: TRB

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

30

De tarieventabel als bedoeld in artikel 2 van de 'Verordening precariobelasting 2024' Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen en dergelijke Nr. 10

15

Code 10 door materialen, grond, puin, keten, loodsen, schaftwagens, containers, werktuigen, stellingen of steigers en dergelijke ingenomen openbare grond ten dienste van enig bouw-, onderhouds- of sloopwerk, alsmede voor het verrichten van andere werkzaamheden op een ‘verharde’ ondergrond per m² per week: 40

door materialen, grond, puin, keten, loodsen, schaftwagens, containers, werktuigen, stellingen of steigers en dergelijke ingenomen openbare grond ten dienste van enig bouw-, onderhouds- of sloopwerk, alsmede voor het verrichten van andere werkzaamheden op een ‘onverharde’ ondergrond per m² per maand:

€

1,00

€

0,80

€

26,85

Hoofdstuk 2 Leidingen, kabels en buizen N.V.T.

Hoofdstuk 3 Benzine-/olietanks 30

146

Benzine-/olietanks benzine, olie of gastanks, per m³ per jaar:

Hoofdstuk 4 Aankondigingsborden, reclame, uitstallingen 40

171

Reclameborden openbare grond reclameborden op openbare grond, waarbij de oppervlakte van elk tot reclame dienende zijde van het bord bij elkaar wordt geteld per m² per maand:

€

4,45

41

172

Tijdelijke sandwich- of driehoeksbord rond lichtmast reclameborden op openbare grond bevestigd aan lichtmasten voor aankondigingen van circusachtige evenementen en dergelijke per vlak per week:

€

5,50

€

7,60

€

13,35

€

13,35

€

13,35

€ €

38,65 25,20

42

44

45 46

240

250

251 252

Uitstalling een uitstalling van goederen op openbare grond voor panden per m² per maand: Reclame-uitingen lichtbak, lichtreclame, letterlichtreclame, lantaarn met opschrift of reclame, reclamebord, uithangbord, uithangteken, letterreclame, letteropschriften, van reclame voorziene luifels, gevelreclameborden en dergelijke voorwerpen, waarbij de oppervlakte van elk tot reclamedienende zijde van het voorwerp bij elkaar wordt geteld: per ½ m² per jaar: Reclamevlaggen reclamevlaggen per stuk per jaar: Lampen, spots lampen, spots, Neon, LED, TL buizen en dergelijke per stuk per jaar:

Hoofdstuk 5 Terrassen 50

TR

Terrassen stoelen, tafels, banken, tochtschermen, bloem- of plantenbakken en dergelijke terrassen: in het gebied, op de bij deze tarieventabel behorende tekening aangeduid als gebied a. TRA: per m² per jaar: b. TRB: per m² per jaar:

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

51

131

52

132

31

Terrasuitbreidingen gebied A/B terrassen en uitbreidingen van de onder 50 genoemde terrassen ter gelegenheid van openbare feestelijkheden, muziekuitvoeringen, kermis en dergelijke evenementen per m² per dag: Horecafunctie het innemen van een vaste plaats op openbare grond ten behoeve van het uitoefenen van een horecafunctie per m² per jaar:

€

2,40

€

70,60

€

190,00

€ € € €

3,65 6,55 8,60 10,35

€ € € €

2,80 5,15 7,35 8,15

€ € € €

1,80 3,25 4,25 5,10

€ € € €

1,40 2,50 3,65 4,05

€ €

1,35 1,35

€ €

1,35 1,35

Hoofdstuk 6 Kermissen, staanplaatsen, kramen, tenten e.d. 60

61

KI

P

Kermisinrichtingen bij evenementen voor het hebben en exploiteren van kermisinrichtingen, welke anders dan tijdens een van de kermissen als genoemd in de Verordening vaststelling plaatsen en tijden kermis 2018 op de openbare grond worden geplaatst, per dag waarop het evenement plaatsvindt: Per grondplaats per dag: Staanplaatsen en luifels het innemen van staanplaatsen waarvoor op grond van artikel 2 van de Staanplaatsenverordening 1997 vergunning is vereist, in het gebied op de bij de tarieventabel behorende tekening aangeduid, per m²: 1. gebied A staanplaatsen en luifels a. PAA voor een dag per week: b. PAB voor twee dagen per week: c. PAC voor drie dagen per week: d. PAD voor vier of meer dagen per week: 2. gebied B staanplaatsen en luifels a. PBA voor een dag per week: b. PBB voor twee dagen per week: c. PBC voor drie dagen per week: d. PBD voor vier of meer dagen per week: Voor kleppen, luifels of soortgelijke uitsteeksels aan een verkooppunt, per m²: 3. gebied A kleppen en luifels a. PCA voor een dag per week: b. PCB voor twee dagen per week: c. PCC voor drie dagen per week: d. PCD voor vier of meer dagen per week: 4. gebied B kleppen en luifels a. PCE voor een dag per week: b. PCF voor twee dagen per week: c. PCG voor drie dagen per week: d. PCH voor vier of meer dagen per week: 5.

op de voormalige marktterreinen Burgemeester van de Mortelplein, Tongerloplein en Pater van den Elsenplein, voor zover de staanplaats wordt ingenomen op een dinsdag: a. tot 12.00 uur b. na 12.00 uur 6. op het voormalige marktterrein bij winkelcentrum Eikenbosch, voor zover de staanplaats wordt ingenomen op een donderdag: a. tot 12.00 uur b. na 12.00 uur

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

62

63

E

EV

32

Kramen, staanplaatsen en dergelijke het innemen van een staanplaats of het uitstallen van goederen waarvoor op grond van artikel 2 van de Staanplaatsenverordening 1997 vergunning vereist is, zulks als onderdeel van een evenement als bedoeld in artikel 26 van de Algemene Plaatselijke Verordening, per m², per dag waarop het evenement plaatsvindt: Kramen, staanplaats, verkoopwagen, grondplaats en bar (EA1 tot en met EA5) A. bij wielerrondes, braderieën, georganiseerd door of namens een winkeliersvereniging, markten dan wel beurzen georganiseerd ten behoeve van de gevestigde - ambulante handel, evenementen gericht op omzetverhoging van een specifiek winkelgebied: Kramen, staanplaats, verkoopwagen, grondplaats en bar (EB1 tot en met EB5) B. bij alle evenementen, niet onder A vallende: Tenten (circussen, evenementen en dergelijke) voor het hebben van één of meer tenten op de openbare grond geplaatst ten behoeve van het houden van circusvoorstellingen, een beurs dan wel soortgelijke voor het publiek toegankelijke activiteiten. EVL (tenten op 't Laar) op het evenemententerrein ‘t Laar, per m² per week: EVO (tenten elders) op andere plaatsen, per m² per week:

€

2,85

€

2,05

€

0,15

€

0,35

Lucht- of lichtroosters en dergelijke Lucht- en lichtroosters, lichtopeningen, luiken, kelderingangen, kelderlichten of lichtramen, stortgaten en dergelijke, per stuk per jaar:

€

26,85

€

10,25

€

26,85

€

26,85

€

89,55

€

10,75

€

2,20

€

89,55

€

1,00

Hoofdstuk 7 Overigen 70

60

71

100

Rails en dergelijke rails en dergelijke met uitzondering van die voor openbare middelen van personenvervoer per m¹ per jaar:

72

110

Putten of bakken wel-, zak-, zink-, vergaar- of vulputten of -bakken per stuk per jaar: Elektrakasten en dergelijke elektrakasten en aansluitputten ten behoeve van elektra, niet in eigendom toebehorende aan Essent NV en aansluitputten voor water en dergelijke per stuk per jaar:

73

76 78

111

162 190

79

270

81

160

82

280

Opvangsluis winkelwagens opvangsluis voor winkelwagens op openbare grond per m² per jaar: Zonnescherm/markies zonneschermen of markiezen aan panden, al dan niet voorzien van reclame, hieronder niet begrepen woningen per meter per jaar: Verkoop-/kantoorruimte en dergelijke (tijdelijk) tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte en andere soortgelijke opstallen op openbare grond, voor zover niet vallend onder nummer 61 en 62, per m² per week: Verkoop en speel- of andere toestellen Automatische verkoop-/speeltoestellen, fotoboxen, krantenkisten, uitstalkasten en dergelijke waar tegen betaling gebruik van kan worden gemaakt, per stuk per jaar: Gemeentewerken (voor openbare dienst) voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover hiervoor niet in een rubriek ondergebracht (restbepaling) per m² per dag:

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

33

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening precariobelasting 2024' Tarieven De tarieven voor 2024 zijn bepaald door indexering van de tarieven 2023 met 7,16%. Kosten en opbrengsten (x € 1.000) Omschrijving Kosten taakveld(en) incl omslagrente

Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024 279 284 222

Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld

279

284

222

Overhead incl. omslagrente

55

58

63

BTW

12

19

17

Totale kosten

346

361

302

Opbrengst heffingen

373

764

819

Saldo

27

403

517

Toe te rekenen kosten:

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

34

Bijlage 6 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Binnenstad 2024. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen het gebied genaamd 'Binnenstad' en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.

Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt binnen het in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebied een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

35

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. 3. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1.

De belasting wordt geheven van elke onroerende zaak met een aankondiging van meer dan 0,25 m². 2. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. 3.

4.

5.

6. 7.

tot van van van van van van van van van van vanaf

€ 50.000 € 50.000 € 200.000 € 400.000 € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.400.000 € 1.600.000 € 1.800.000 € 2.000.000

tot tot tot tot tot tot tot tot tot tot

€ 200.000 € 400.000 € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.400.000 € 1.600.000 € 1.800.000 € 2.000.000

€ 317,50 € 370,40 € 423,40 € 476,30 € 529,20 € 582,10 € 635,00 € 688,00 € 740,90 € 793,80 € 846,70 € 952,60

Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden, bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

36

Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h. openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i.

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanig onroerende zaken die dienen als woning; j. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 11 Termijnen van betaling 1.

2. 3.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

37

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening reclamebelasting Binnenstad 2023 van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Binnenstad 2024. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Kaart gebied Binnenstad

38

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

39

Memorie van toelichting behorende bij de ‘Verordening reclamebelasting Binnenstad 2024 Tarieven De tarieven 2024 zijn door indexering gestegen met 5% ten opzichte van 2023. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.). Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2022 250 250 0

Begroting 2023 250 250 0

Begroting 2024 260 260 0

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

40

Bijlage 7 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Linten 2024. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen de hierna genoemde gebieden en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten: 1. Gebied C (Korvel) 2. Gebied D (de Besterd) Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de in artikel 2 van deze verordeningen aangegeven gebieden, een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1.

De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

3.

41

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt bij een vastgesteld aantal vierkante meters van: a. meer dan 0,25 in het gebied C € 444,10 b. meer dan 0,25 in het gebied D € 444,10 2. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan.

In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h.

openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; j. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

42

Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). 4. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening reclamebelasting Linten 2023 van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Linten 2024. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Kaart gebied C

43

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Kaart gebied D

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Linten 2024

44

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

45

Tarieven De tarieven 2024 zijn door indexering met 7,16% gestegen ten opzichte van 2023. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan de Stichting de Tilburgse Linten. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2022 70 70 0

Begroting 2023 80 80 0

Begroting 2024 85 85 0

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

46

Bijlage 8 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Bedrijventerreinen 2024'. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. h. deelgebruik: de situatie waarbij een of meerdere niet-zelfstandige gedeelten van één onroerende zaak in gebruik zijn gegeven. Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen de hierna genoemde bedrijventerreinen en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten. 1. Het Laar 2.

Kanaalzone Noord 3. Kanaalzone Zuid 4. Katsbogten 5. Kraaiven 6. Kreitenmolen 7. Loven 8. Vossenberg Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebieden, een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

3.

47

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. 3. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren.

Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. De belasting wordt geheven van elke belastingplichtige met een openbare aankondiging. 2. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde per object per bedrijventerrein: WOZ-waarde

Bedrijventerrein Het Laar Kanaalzone Noord Kanaalzone Zuid Katsbogten Kraaiven Kreitenmolen Loven Vossenberg 3.

4.

5.

6.

Deelgebruik geen WOZwaarde

tot € 250.000

€ 250.000 tot € 1.000.000

vanaf € 1.000.000

€ 144,70 € 144,70 € 144,70 € 144,70 € 144,70 € 125 € 144,70 € 144,70

€ 289,40 € 289,40 € 289,40 € 289,40 € 289,40 € 250 € 289,40 € 289,40

€ 578,80 € 578,80 € 578,80 € 578,80 € 578,80 € 500 € 578,80 € 578,80

€ 1.157,65 € 1.157,65 € 1.157,65 € 1.157,65 € 1.157,65 € 1.000 € 1.157,65 € 1.157,65

Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien er sprake is van deelgebruik van één onroerende zaak en er voor deze delen, volgens de wet WOZ, geen waarde wordt toegekend, is elke belastingplichtige een tarief verschuldigd zoals vermeld in artikel 8, lid 2 (Deelgebruik, geen WOZ-waarde). Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

48

heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h.

openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i. openbare aankondigingen die zijn aangebracht op scholen of zorginstellingen, die betrekking hebben op de functie van het gebouw en waarbij de oppervlakte van de openbare aankondiging kleiner of gelijk is dan 0,25m²; j. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; k. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 3.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). 4. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

49

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2024'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Kaarten Bedrijventerreinen

50

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

51

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

52

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

53

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

54

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

55

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

56

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

57

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2024 Tarieven De tarieven 2024 zijn op verzoek van Stichting TOF op zeven bedrijventerreinen met 5% gestegen ten opzichte van 2023. Dit geldt niet voor het bedrijventerrein Kreitenmolen. Voor 2024 is met stichting TOF een tarief van € 137,80 overeengekomen inzake "Deelgebruik - geen WOZwaarde"(artikel 8, lid 2) voor de bedrijventerreinen Het Laar, Kanaalzone Noord, Kanaalzone Zuid, Katsbogten, Kraaiven, Loven & Vossenberg. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan Stichting TOF. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2022 530 530 0

Begroting 2023 600 600 0

Begroting 2024 627 627 0

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

58

Bijlage 9 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Spoorzone 2024.

Artikel 1 Definities 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: f. jaar: een kalenderjaar; g. maand: een kalendermaand; h. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; i. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; j. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen het gebied genaamd 'Spoorzone' en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart. Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt binnen het in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebied een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 4. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 5.

In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. 6. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 4. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 5. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

6.

59

aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 2. De belasting wordt geheven van elke onroerende zaak met een openbare aankondiging van meer dan 0,25 m2. 3. De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt bij een vastgesteld aantal vierkante meters per unit: tot 50m2 € 450 vanaf 50m2 € 750 4. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. 5. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 6.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; f. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; g.

openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; h. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; h. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

60

Artikel 11 Termijnen van betaling 5. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 7. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). 8. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Spoorzone 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

61

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

62

Gebiedsafbakening Spoorzone Het doelgebied wordt omsloten door de Burgemeester Brokxlaan (Noord en Zuid). De Gasthuisring (Oostkant). De Spoorlaan van de Gasthuisring tot aan de Willem II passage (Noordkant) en het NS-plein tot de Burgemeester Brokxlaan (Westkant)

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

63

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Spoorzone 2024 Tarieven De tarieven zijn € 450 (tot 50m2) en € 750 (vanaf 50m2). Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.). Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Totale kosten Totale opbrengsten Saldo

Rekening 2022 nvt nvt nvt

Begroting 2023 nvt nvt nvt

Begroting 2024 53 53 0

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

64

Bijlage 10 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024'. Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3.

van degene die verblijft in het Ronald McDonald Huis Tilburg. 4. degene die als arbeidsmigrant tijdelijk werkzaam is binnen het grondgebied van Tilburg en in een speciaal onderkomen verblijft voor arbeidsmigranten. Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven over de vergoeding die voor het verblijf in rekening wordt gebracht en daarbij niet inbegrepen de toeristenbelasting. 2. Indien omzetbelasting verschuldigd is, wordt als vergoeding aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens het houden van verblijf met overnachten aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt 3,5% van de verblijfsvergoeding zoals bedoeld in artikel 4. 2. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen toeristenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

65

Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dienen de aanslagen te worden betaald in één termijn welke termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat deze voor de eerste maal na het in werking treden van de verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren zoals bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening toeristenbelasting 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting 2024'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13442928/4