CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen 202428.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

66

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening toeristenbelasting 2024' Tarieven Ten opzichte van 2023 is het tarief van de toeristenbelasting ongewijzigd, namelijk 3,5%. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

Heffing en invordering Totaal kosten Opbrengst toeristenbelasting Totaal opbrengsten Saldo

Jaarrekening 2022 39 39 662 662 623

Bijgestelde begroting 2023 36 36 943 *) 943 907

Begroting 2024 41 41 783 783 742

*) In de bijgestelde begroting 2023 zit ook een nagekomen effect over 2022 van € 193.000.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

67

Bijlage 11 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2011;

Besluit vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2024”. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; c. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken, ten tijde van het parkeren, was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e.

centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Tilburg een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; f. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats, niet zijnde een parkeerapparatuurplaats, die is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 al dan niet voorzien van een onderbord, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; g.vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats, , die is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 al dan niet voorzien van een onderbord, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; h. vergunning: een van gemeentewege verleende (parkeer)vergunning voor het parkeren op een vergunninghouderplaats of belanghebbendenplaats; i. autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder; j.

hulpverlenersvergunning: speciale vergunning ten behoeve van personen die werkzaam zijn als huisarts of verloskundige in een in Tilburg gevestigde praktijk dan wel als hulpverlener bij een professionele zorg- of hulpverlenersinstelling zoals nader geregeld in de 'Beleidsregels parkeervergunningen Tilburg'; k. terreinvergunning: een parkeervergunning voor de parkeerapparatuurplaatsen gelegen op één van de parkeerterreinen zoals opgenomen in de beleidsregels parkeervergunningen; l. 5-daags zakelijke vergunning: een parkeervergunning voor uitsluitend overdag op werkdagen ten behoeve van voertuigen die worden ingezet voor met het bedrijf verbonden activiteiten; m. bezoekersApp: een parkeerrecht bestaande uit een digitale aanmelding van een kenteken in de centrale computer dat is verkregen via de 'BezoekersApp'; n. cityring: de ring rondom het stadscentrum van Tilburg, gevormd door de straten Spoorlaan (deels), Heuvelring, Paleisring, Schouwburgring en Noordhoekring;

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

68

o. deelauto vergunning: vergunning ten behoeve van aanbieders van deelauto's; p. maandvergunning: Een tijdelijke vergunning geldig voor een maand, waarmee op alle parkeerapparatuurplaatsen geparkeerd mag worden; q. dagkaart: uit parkeerapparatuur, internet, belparkeren of via app verkregen parkeerrecht voor het parkeren voor de duur van een aaneengesloten periode van maximaal 24 uur voor het parkeren op een parkeerapparatuurplaats. r. digitaal parkeerrecht GPK-systeem: het systeem waarmee de houder van een gehandicaptenparkeerkaart via een app of via een klantcontactcentrum een digitaal parkeerrecht kan aanmaken en beëindigen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting terzake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a.

degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: 1e indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2e indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op voet van het tweede lid, onderdeel b als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

69

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door via het gebruik van een (stads)pas, een telefoon, webapplicatie of vergelijkbare producten, inloggen op de centrale computer; 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 7 Termijnen van betalen 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door via het gebruik van een (stads)pas, een telefoon, webapplicatie of vergelijkbare producten inloggen op de centrale computer. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet overeenkomstig de aangifte worden betaald voorafgaand aan de verstrekking van de vergunning. 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing van parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 9 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling 1. Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het motorvoertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het motorvoertuig wordt weggereden. 2. Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast. 3. Indien na het aanbrengen van de wielklem 48 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld. Artikel 10 Digitaal parkeerrecht GPK-systeem 1.

De houder van een gehandicaptenparkeerkaart krijgt in afwijking van hetgeen elders in deze verordening is bepaald, uitsluitend vrijstelling van het betalen van parkeerbelasting, indien de houder de gehandicaptenparkeerkaart heeft aangemeld in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem, zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel r. Het tonen van de papieren gehandicaptenparkeerkaart kan hier niets aan afdoen en geeft niet alsnog recht op vrijstelling van het betalen van parkeerbelasting. 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent de controle op aanwezigheid van een vrijstelling. Met deze controle wordt bedoeld de controle langs elektronische weg met parkeerapparatuur op de aanwezigheid van een aan de houder van een gehandicaptenparkeerkaart toekomende vrijstelling van parkeerbelasting en kunnen regels over de technische werking van de parkeerapparatuur bevatten. 3. Hetgeen in lid 1 is vermeld geldt niet voor gehandicaptenparkeerplaatsen aangegeven met verkeersbord E06. Voor die gehandicaptenparkeerplaatsen is de papieren gehandicaptenparkeerkaart het geldend bewijsmiddel. 4. Dit artikel treedt in werking op een nader door het college te bepalen datum.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

70

Artikel 11 Kosten 1. De kosten van een naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. 2. De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. 3. De kosten voor de overbrenging en bewaring, als bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. 4. Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening parkeerbelasting 2023" met bijbehorende tarieventabel wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4.

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2024'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

71

De tarieventabel zoals bedoeld in artikel 4 van de Verordening parkeerbelastingen 2024 Hoofdstuk 1 Parkeerapparatuur plaatsen 1.1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van deze verordening voor het parkeren op parkeerapparatuur plaatsen in onderstaande tariefzones bedraagt: Tariefzone Uurtarief

1 € 3,50 *1

2 € 3,50

3 € 1,00

Dagkaart tarief BezoekersApp tarief per uur

4 € 1,00 ( € 0,50 voor een half uur ) € 1,00 n.v.t.

€ 25,00 € 25,00 n.v.t. € 0,20 € 0,20 € 0,20 per uur, betalen per uur, betalen per uur, betalen per minuut per minuut per minuut *1. Het tarief van € 3,00 is alleen van toepassing ingeval een naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt opgelegd. Het parkeertarief op straat betreft een dagkaart tarief van € 25,00. 1.2 De parkeerplaatsen gelegen aan de Besterdring, Besterdplein, NS-Plein en Korvelseweg vallen in tariefzone 3, waarbij de eerste 15 minuten parkeren gratis zijn (Stop&shop). 1.3 Een uitbreiding van een parkeerrayon valt onder tariefzone 3, tenzij de gemeenteraad daarover middels separaat voorstel anders besluit. Hoofdstuk 2 Parkeervergunningen 2.1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van deze verordening voor het parkeren met een vergunning of kaart bedraagt: Overige parkeerrayons niet zijnde Parkeerrayon B parkeerrayon B Per kwartaal: 1e bewonersvergunning

€ 40,00

€ 12,00

Mantelzorgvergunning

€ 40,00

€ 12,00

2e bewonersvergunning

n.v.t.

€ 24,00

e

n.v.t.

€ 48,00

e

€ 90,00

€ 48,00

e

2 volledig zakelijke vergunning

n.v.t.

€ 65,00

5-daagse zakelijke vergunning

€ 168,00

€ 40,00

3 bewonersvergunning 1 volledig zakelijke vergunning

Per kwartaal: Terreinvergunning

€ 96,00

Hulpverlenersvergunning

€ 30,00

Deelauto vergunning

€ 12,00

Maatschappelijke vergunning

€ 12,00

Per stuk: Maandvergunning 2.2

€ 99,00

De bewonersvergunning en volledig zakelijke vergunning als bedoeld in hoofdstuk 2.1, met een toeslag van € 65,- per kwartaal, maakt het mogelijk om ieder willekeurig kenteken aan de vergunning te koppelen en/of onbeperkt het kenteken te wijzigen (voorheen betrof dit de 'vergunning op naam').

Hoofdstuk 3 Administratieve handelingen en restitutie 3.1 Bij opzegging van de vergunning wordt restitutie verleend over de volledige maand(en) die resteren na het moment van opzegging.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

72

Hoofdstuk 4 Kosten naheffingsaanslag en wielklem-/wegsleepregeling 4.1 De kosten van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, van deze verordening bedragen in 2024: € 61,38 plus heffing van het geldende parkeertarief. 4.2 De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, bedragen € 333,00 4.3

De kosten voor de overbrenging en bewaring van het voertuig (<3.500 kg), als bedoeld in artikel 11, derde lid, bedragen: a. van het overbrengen van een voertuig naar het bewaarterrein van P1 bedragen € 185,-. b. voor het bewaren van een voertuig op het bewaarterrein van P1 bedragen € 8,50 per dag. c. In geval het voertuig niet naar de plaats van bewaring is overgebracht, worden de volgende werkzaamheden onderscheiden, waarvoor de volgende tarieven gelden: I. als de sleepwagen reeds onderweg is en kan worden afgebeld: € 105,-. II. als de sleepwagen is gearriveerd op de plaats van de overtreding en het voertuig nog niet is opgetakeld: € 105,-. III. als de sleepwagen is gearriveerd en het optakelen van het voertuig al in gang is gezet: € 185,-.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

73

Kostprijs Naheffingsaanslag Kosten naheffingsaanslag parkeren 2024 begroot 2024 personele kosten (inclusief overhead) * salarissen personeel * parkeertoezicht door derden; inclusief kosten handhaving parkeerconcrole (personeel en hardware&software), invordering naheffingen, bezwaarafhandeling, aanvraag, toetsing en uitgifte parkeerrechten, geldinzameling betaalautomaten, huisvesting, ICT, middelen en vervoer, management en adminstratie)

€1.000.786

€ 4.136.487

Informatieverwerking (intern en extern)

€ 298.427

Afschrijvingen

€ 194.669

Overige waaronder, onderhoud parkeerautomaten

€ 324.975

projectkosten uitbreidingsgebieden

€ 182.422

totaal

€ 6.137.767

aantal naheffingsaanslagen

100.000

kostprijs naheffingsaanslag

€ 61,38

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Tariefzonekaart Centrum en Stappegoor 2024

74

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

75

Toelichting tariefzones Centrum en Stappegoor

Tariefzone 1

• •

De straten gelegen binnen de Cityring (excl. parkeerterrein Noordhoekring); De straten gelegen binnen de begrenzing van de volgende straten: Heuvelring, Spoorlaan, Professor Dondersstraat, Sint Josephstraat (t.h.v. huisnummer 107), Lanciersstraat (incl. deze straat), Piushaven, Koopvaardijstraat, Piusstraat en Piusplein (excl. parkeerterrein Schoenerstraat).

Tariefzone 2

•

Parkeerplaatsen gelegen aan de Cityring, inclusief het Mauritshof en de parkeerterreinen Louis Bouwmeesterplein, Noordhoekring en Spoorlaan Oost; De straten: Anna Paulownahof, Bisschop Zwijsenstraat (ten noorden van Varkensmarkt), Gildebroedersstraat, Handbooghof, Kloosterstraat (ten oosten van Louis Bouwmeesterplein), Koningsplein, Koopvaardijstraat, Oude Dijk, Oude Kerkstraat, Piusplein (ten zuiden van Paleisring), Piusstraat (ten noorden van Stevenzandsestraat), Primus van Gilspark, Primus van Gilstraat, Sint Sebastiaanstraat, Stadstraat, Van Doorenstraat, Ververstraat, Vorstenhof, Zwijsenplein.

•

Tariefzone 3 Tariefzone 4

Alle overige parkeerplaatsen die niet vallen onder tariefzone 1, 2, of 4, zoals opgenomen in het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren. Gebied Stappegoor: Stappegoorweg (parkeerterrein voor Ireen Wüst IJsbaan) en Apennijnenweg.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

76

Memorie van toelichting behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2024 Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 4

Tariefzonekaart

Het tarief voor parkeren op straat in tariefzones 1 en 2 is verhoogd naar €3,50 en daarmee gelijk aan het weekendtarief in de parkeergarages. Dit doen we om parkeren in de garages aantrekkelijker te maken voor bezoekers. Wanneer parkeren op straat goedkoper is dan in de garages zullen bezoekers eerder uitwijken naar parkeerplaatsen op straat. Deze capaciteit is schaars. De garages daarentegen hebben voldoende capaciteit en zijn bedoeld voor het opvangen van bezoekers. Het tarief voor de bezoekersregeling en het tarief in zone 3 en 4 blijven gelijk. 4.1 Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting bedraagt in 2024 € 61,38 (=excl. de kosten voor één uur parkeren) blijkens de kostenberekening (zie bijlage Kostprijs naheffingsaanslag). De tariefzonekaart geeft het uurtarief aan in de huidige gereguleerde gebieden. Zoals opgenomen in de tarieventabel (hoofdstuk 1) is tariefzone 3 van toepassing in wijken waar parkeerrayons worden uitgebreid.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

77

Bijlage 12 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en de Wet op de lijkbezorging.

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van begraafplaatsrechten 2024'. Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaats: de algemene begraafplaats van de gemeente, genaamd Centrale begraafplaats West, ongeacht welke bijzondere bestemming een of meer gedeelten daarvan gekregen hebben; b. bijzonder graf (kelder): een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; c. eerste klas graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; d. tweede klas graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; e. kindergraf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; f.

graf op het urnenveld: een graf op het voor urnenveld bestemde gedeelte van de begraafplaats ten aanzien waarvan het recht tot begraven wordt verleend voor 20 jaar, welk recht op verzoek in blokken van 10 jaar kan worden verlengd; g. verlenging tot 10 jaar: verlenging van het grafrecht, van de begraving van een lijk of asbus in een graf waarin reeds een lijk of asbus is begraven, aangevuld tot 10 jaar na de bijplaatsing van het lijk of de asbus; h. asbus: een gesloten bus, bevattende as van een lijk, als bedoeld in het Crematoriumbesluit; i. graftekenen: op graven aanwezige grafstenen; j. het daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats: het op de bij deze verordening gevoegde overzichtstekening aangegeven deel van de Centrale begraafplaats West waar de diverse soorten graven gelegen zijn; k. algemeen graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van de begraafplaats dat wordt uitgegeven voor de duur van 10 jaar, waarna niet verlengd kan worden. Op een algemeen graf mag geen grafteken geplaatst worden. Een algemeen graf kan zijn een volwassenen graf of een kindergraf. In een algemeen graf kunnen maximaal 3 overledenen worden begraven, die meestal vreemden van elkaar zijn.

Artikel 2 Aard der rechten Ten behoeve van de gemeente worden voor het gebruik van de begraafplaats, alsmede voor de diensten, welke in verband daarmede vanwege de gemeente worden verleend, rechten geheven als in de navolgende artikelen omschreven.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

78

Artikel 3 Begrafenisrechten 1.

Voor het begraven van een lijk is verschuldigd indien het begraven geschiedt:

a.

in een bijzonder graf

€

576,40

b

in een eerste klas graf

€

576,40

c.

in een tweede klas graf

€

576,40

d

in een algemeen volwassenengraf

€

576,40

in een bijzonder graf

€

335,65

b.

in een eerste klas graf

€

335,65

c.

in een tweede klas graf

€

335,65

d.

in een graf op het urnenveld

€

335,65

e.

in een kindergraf

€

335,65

3.

Vervallen.

2.

a.

Voor het begraven van een asbus is verschuldigd indien het begraven geschiedt:

4. Voor het begraven van een lijk van een kind beneden de 12 jaren in een kindergraf, algemeen kindergraf of voor bijplaatsing in een bestaand ouderlijk graf is verschuldigd: €

335,65

5. Voor het begraven van een levenloos geboren kind of vrucht in een kindergraf, algemeen kindergraf of voor bijplaatsing in een bestaand ouderlijk graf is verschuldigd: €

335,65

6.

Voor het opgraven en herbegraven van een lijk of van een asbus voor zover dit niet plaats vindt krachtens rechterlijk bevel, is verschuldigd het dubbele van het tarief voor het begraven van een lijk of de asbus in de klasse waarin het herbegraven vindt.

7.

Voor het opgraven van een lijk of van een asbus, voor zover dit niet plaatsvindt krachtens rechterlijk bevel, is verschuldigd het dubbele van het tarief voor het opgraven van een lijk of de asbus in de klasse waarin het herbegraven plaatsvindt.

Artikel 4 Grafrechten 1. Voor het recht tot het begraven in een graf, als bedoeld in artikel 1, en voor hetschoonhouden/onderhoud van de graven, daaronder niet begrepen de graftekenen, door de gemeente is verschuldigd voor de eerste termijn van uitgifte, wanneer dit betreft:

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

79

a.

in een bijzonder graf

€

10.774,20

b.

in een eerste klas graf

€

4.251,60

c.

in een tweede klas graf

€

1.928,15

d.

in een graf op het urnenveld

€

1.928,15

e.

In een algemeen volwassenengraf

€

964,10

2.

Voor het recht tot het begraven van een kind beneden de 12 jaren in een kindergraf is verschuldigd:

a.

indien het betreft een kind beneden het jaar (0-1 jaar)

€

332,65

b.

Indien het betreft een kind van 1 tot beneden 12 jaren

€

402,70

c.

indien het betreft een levenloos geboren kind of vrucht

€

332,65

3.

Bij verlenging van het recht tot begraven in een graf, als bedoeld in artikel 1, voor het schoonhouden/onderhoud van de graven, daaronder niet begrepen de graftekenen, door de gemeente en voor een verwijderingsbijdrage van de gedenksteen na beëindiging van de verlenging, is verschuldigd voor elke termijn van 10 jaar:

a.

in een bijzonder graf

€

5.710,30

b.

in een eerste klas graf

€

2.252,80

c.

in een tweede klas graf

€

1.029,95

d.

in een graf op het urnenveld

€

1.029,95

e.

In een kindergraf (0-1/levenloos)

€

185,70

f.

In een kindergraf (1-12 jaar)

€

220,70

Artikel 5 Stichting grafkelder Voor het stichten van een grafkelder is verschuldigd:

€

3.207,10

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

80

Artikel 6 Plaatsingsrecht graftekenen Voor het hebben van een grafteken op een graf is verschuldigd wanneer het betreft: a.

in een bijzonder graf

€

880,80

b.

in een eerste klas graf

€

254,05

c.

in een tweede klas graf

€

131,75

d.

in een graf op het urnenveld

€

131,75

e.

een kindergraf (0 tot 1 jaar/1 tot 12 jaar/levenloos)

€

38,80

Artikel 7 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van het gebruik of de diensten, dan wel degene ten behoeve van wie het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De rechten worden geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur. 2. Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving, de nota of de andere schriftuur vermeld. 3. Het college van burgemeester en wethouders stelt de modellen van de in dit artikel bedoelde bescheiden vast. Artikel 9 Betaling en inning 1. De rechten zijn verschuldigd en moeten worden betaald op het tijdstip, waarop het gebruik aanvangt casu quo de dienst wordt verleend. 2. Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste lid genoemd tijdstip kan worden vastgesteld, moeten de rechten worden betaald binnen tien dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, de aanslag of de andere schriftuur. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de begraafplaatsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3.

De 'Verordening begraafplaatsrechten 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening begraafplaatsrechten 2024'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023 de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Overzichtstekening Centrale begraafplaats West

81

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

82

Memorie van toelichting behorende bij de "Verordening begraafplaatsrechten 2024" Tarieven De tarieven voor 2024 zijn ten opzichte van 2023 gestegen met 7,16 % Kosten en opbrengsten (€1.000) Omschrijving

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Kosten taakveld(en) incl omslagrente Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld

185 0 185

174 0 174

190 0 174

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente BTW Totale kosten

66 23 274

66 31 271

66 31 271

295 108%

250 92%

250 92%

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

83

Bijlage 13 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2024'.

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen Artikel 1.Rechten Krachtens deze verordening worden geheven: a. havengeld; b. staangeld. Artikel 2. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; b. bedrijf: een aan een langshaven, de insteekhaven of een openbare loswal gevestigde onderneming die gebruik maakt van schepen voor de aan- dan wel afvoer van goederen; c. havencoördinator: de ambtenaar van de gemeente Tilburg belast met het toezicht op naleving van het bepaalde in deze verordening of diens plaatsvervanger.

Hoofdstuk II Havengeld Artikel 3 Aard der belasting Onder de naam 'havengeld' wordt een recht geheven voor het meren, hetzij middellijk of onmiddellijk, van vaartuigen aan de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal, met de bedoeling om goederen te laden dan wel te lossen. Artikel 4. Grondslag 1. Het havengeld wordt berekend naar het tonnage van de in Tilburg geladen dan wel geloste goederen. 2. Inzake het havengeld geldt een aangifteplicht. De aangifte dient maandelijks, uiterlijk zeven dagen na afloop van een kalendermaand, plaats te vinden middels het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier. 3. In afwijking van het gestelde in de tweede volzin van het voorgaande lid, mag aangifte plaatsvinden op een andere wijze, mits tenminste de gegevens worden vermeld zoals die op het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier zijn opgenomen. Artikel 5. Tarief Het havengeld bedraagt € 0,15 per ton, of gedeelte daarvan, in Tilburg geladen dan wel geloste goederen.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

84

Artikel 6. Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven voor: a. vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het Rijk en bestemd uitsluitend voor de openbare dienst; b. vervallen; c. sleepboten, welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst weer vertrekken; d. vaartuigen, die uitsluitend voor het innemen van gasolie en/of drinkwater voor eigen gebruik aan de kaden aanleggen; e. vaartuigen, waarvan de schippers aantonen, dat zij wegens familieomstandigheden of dringende noodzakelijkheid van de kade gebruik moeten maken, mits niet wordt geladen of gelost. Artikel 7. Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.

Hoofdstuk III Staangeld Artikel 8. Aard en grondslag der belasting 1. Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het gebruik van gedeelten van de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal met toestellen, werken of inrichtingen, welke onmiddellijk dan wel middellijk met het lossen en laden van vaartuigen verband houden, zoals los- en laadbruggen, hijskranen, elevatoren of andere soortgelijke toestellen, werken of inrichtingen. 2. Bij dit gebruik is het onverschillig, of de in het eerste lid bedoelde toestellen, werken of inrichtingen zich in, op of boven de daar aangeduide kaden bevinden. 3. Het staangeld wordt mede geheven voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht. Artikel 9. Tarieven 1. Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar: a. voor los- en laadbruggen per strekkende meter kademuur, met als minimum b. voor elke hijskraan met bijbehorende werken c. voor vergaarputten op bakken per stuk en voor daarbij behorende buisleidingen per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van d.

voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen per vierkante meter met een minimum van en per strekkende meter kademuur met een minimum van bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter; e. voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn zijn aangebracht per vaartuig 2.

€ € € € €

19,50 95,55 499,35 24,30 9,75

€

95,55

€ € € €

19,50 95,55 169,20 866,05

€

293,55

Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

3.

85

Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.

Artikel 10. Belastingplicht Het staangeld wordt geheven van degene aan wie de gedeelten van de kaden in gebruik zijn gegeven.

Hoofdstuk IV Algemene bepalingen Artikel 11. Belastingjaar Ter zake van de in artikel 8 opgenomen rechten wordt het belastingjaar gelijkgesteld aan een kalenderjaar. Artikel 12. Tijdstip ontstaan/eindigen belastingplicht in de loop van het belastingjaar Indien de belastingplicht van de in artikel 8 opgenomen rechten in de loop van het belastingjaar aanvangen dan wel eindigen, worden de rechten geheven over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang/einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. Artikel 13. Wijze van heffing De rechten worden geheven: 1. Bij wijze van maandelijkse factuur voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 3 als voldoening op aangifte. 2. Bij wijze van aanslag voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 8. Artikel 14. Kwijtschelding Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 15. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening Scheepvaartrechten 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4.

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening scheepvaartrechten 2024'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van. de griffier,

de voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

86

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening scheepvaartrechten 2024' Tarieven Voor 2024 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 7,16%. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 533.000,-- en de opbrengsten € 101.000,--. Kosten en opbrengsten (x € 1.000) bedragen * € 1.000,-

Jaarrekening begroting begroting 2022 2023 2024

Kosten taakveld(en) incl omslagrente Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Saldo

161 0 161

356 0 356

496 0 496

30 26,82 218

37 40,83 434

11 25,81 533

79

84 350

101 432

139

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

87

Bijlage 14 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 1 van de Huisvestingswet 2014;

Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van liggelden Piushaven Tilburg 2024'. Artikel 1 Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden liggelden geheven: a. voor een vaste ligplaats voor een woonschip in de Museumhaven dan wel de havenarm; b. voor een vaste ligplaats met een bijzonder schip dan wel bedrijfsvaartuig in de havenarm; c. voor een tijdelijke ligplaats voor een passantenvaartuig; d. voor een tijdelijke ligplaats voor een woonschip in de winterberging; e. voor het afmeren van een rondvaartboot, chartervaartuig of dergelijke met het kennelijke doel in Tilburg mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten; f. voor een vaste ligplaats met een bijzondere activiteit dan wel een sloep. Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. haven: de Piushaven en het openbaar vaarwater in beheer en onderhoud bij de gemeente, als bedoeld in de Havenverordening Piushaven Tilburg 2017; b. kaden en oevers: de direct aan het openbaar vaarwater grenzende en gelegen weggedeelten en/of gedeelten van de openbare ruimte, een en ander zoals aangeduid op de bij deze verordening behorende kaart; c. ligplaats: een gedeelte van het openbaar vaarwater, bestemd of geschikt om door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; d.

openbaar vaarwater: alle wateren die, al dan niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; e. vaartuig: elk drijvend voorwerp dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvend voorwerp een geheel uitmakende voorwerpen; f. museumschip: elk vaartuig dat door zijn authenticiteit en door historie en verschijningsvorm de moeite van het behouden en bekijken waard is, en dat nagenoeg permanent bewoond wordt; g. pleziervaartuig: elk vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een woonschip; h. woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te beoordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; i. bedrijfsvaartuig: elk vaartuig, niet zijnde een museumschip, dat een toeristisch, dienstverlenend en/of commercieel doel dient; j. sloep: een open roei-, zeil- of motorschip met over het algemeen een ronde voor- en achterkant. Indien van hout, voorzien van een overnaads gebouwde romp; k. havencoördinator: een als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaar; l.

winterberging: het gedurende de periode dat de haven gesloten is voor pleziervaartuigen, ligplaats bieden aan schepen die, geheel of gedeeltelijk bewoond, een tijdelijke ligplaats voor de winterperiode zoeken;

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

88

m. beeldbepalend/bijzonder evenement: een evenement dat een forse bijdrage geeft aan de -historischeuitstraling van de Piushaven als industriehaven, dat het gebruikelijk aanbod aan evenementen overstijgt en in de regel slechts één keer per jaar plaatsvindt. Artikel 3 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: a. vaartuigen, eigendom van, in gebruik bij of ten behoeve van het Rijk en bestemd uitsluitend voor de openbare dienst; b. vervallen; c. sleepboten welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst, dan wel bij de eerstvolgende gelegenheid ingeval zulks niet mogelijk meer is vanwege het beëindigen van de brugbediening in het Wilhelminakanaal, weer vertrekken; d. vaartuigen die wegens storm, mist of ijsgang of andere noodtoestanden die duidelijk als overmacht kunnen worden aangemerkt, de haven zijn binnengelopen. Artikel 4 Belastingplicht Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar/beheerder of huurder van het vaartuig, de bewoner van het vaartuig, degene die het schip heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van een van dezen optreedt.

Artikel 5 Aard van het recht/belastbaar feit Voor het innemen van een ligplaats in de Piushaven dan wel de havenarm is een recht verschuldigd vanaf het moment: - dat het recht op een vaste ligplaats wordt verkregen; - dat een tijdelijke ligplaats wordt ingenomen; - dat een vaartuig anderszins wordt afgemeerd met het kennelijke doel mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten gaan; tot het moment dat het recht op een vaste ligplaats vervalt. Artikel 6 Tarieven 1. De liggelden worden geheven naar de tarieven volgens onderstaande tarieventabel: a.

b.

c.

d.

e.

f.

Voor een vaste ligplaats voor een woonschip in de Museumhaven dan wel de havenarm is een tarief verschuldigd van per maand, vermeerderd met per vierkante meter per maand Voor een vaste ligplaats met een bijzonder schip dan wel bedrijfsvaartuig in de havenarm is een tarief verschuldigd van per maand, vermeerderd met per vierkante meter per maand Voor een tijdelijke ligplaats voor een passantenvaartuig is een tarief verschuldigd van per strekkende meter per nacht Voor een tijdelijke ligplaats voor een woonschip dan wel een bedrijfsvaartuig in de winterberging, is een tarief verschuldigd van per strekkende meter per week of gedeelte daarvan Voor het afmeren van een rondvaartboot, chartervaartuig of dergelijke met het kennelijke doel in Tilburg mensen aan boord te nemen dan wel van boord te laten, is een tarief verschuldigd van per keer Voor een permanent bedrijfsvaartuig, gelegen in de havenkom, dat op geen enkele wijze gebruik maakt van de gemeentelijke voorzieningen en aansluitingen, een tarief van per vierkante meter per maand

€ €

78,45 0,70

€ €

78,45 0,70

€

1,60

€

2,90

€

21,60

€

3,50

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

g.

h.

2.

89

Voor een vaste ligplaats met een sloep, met een maximale lengte van 6 meter, is een tarief verschuldigd van per strekkende meter per maand voor het exploiteren van een overige activiteit, als bedoeld in artikel 21 van de Havenverordening Piushaven Tilburg 2017 is een tarief verschuldigd van per vierkante meter per maand

€

12,80

€

0,70

Bij de berekening van de liggelden worden gedeelten van eenheden van tijd, lengte of oppervlakte waarover de tarieven worden berekend, voor één geheel gerekend.

Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden geheven: 1. Bij wijze van maandelijkse factuur voor zover betreft de rechten genoemd in artikel 6, lid 1, onderdelen a, b, e, f, g en h. 2. Bij wijze van een schriftelijke kennisgeving in de vorm van een kwijtingsbewijs per periode van maximaal 4 kalenderweken voor zover betreft de rechten genoemd in artikel 6, lid 1, onderdeel d. 3. Bij wijze van een schriftelijke kennisgeving in de vorm van een kwijtingsbewijs per verblijfsperiode voor zover betreft de rechten genoemd in artikel 6, lid 1, onderdeel c. Artikel 8 Ontheffing 1. Ten aanzien van de rechten bedoeld in artikel 6, lid 1, onderdeel c, wordt ontheffing verleend voor de eerste 2 nachten ten aanzien van schepen met een A. dan wel B. classificatie van de FVEN, welke kan worden aangetoond middels de daartoe verstrekte pas. Een dergelijke ontheffing wordt slechts één keer per kalenderjaar verleend. 2. Ten aanzien van de rechten als bedoeld in artikel 6, lid 1, onderdeel c. kan het college ontheffing verlenen uitsluitend voor de deelnemende schepen aan een beeldbepalend/bijzonder evenement als bedoeld in artikel 2 onder m, tenzij aan boord sprake is van handelingen waarbij een op geld waardeerbare transactie plaatsvindt. Deze ontheffing wordt slechts eenmaal per jaar verleend. 3.

Ten aanzien van de rechten als bedoeld in artikel 6, lid 1, onderdeel g, kan het college voor maximaal 2 jaar een ontheffing verlenen om startende initiatieven een kans te bieden op een levensvatbaar begin. 4. Voor het overige wordt geen ontheffing verleend. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van liggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. De 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2023' van 14 november 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als de 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2024'.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

90

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

91

Kaart zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2024'

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

92

Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2024' Tarieven Voor 2024 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 7,16%. De tarieven zijn opgenomen exclusief BTW, voor de tarieven van artikel 6, lid 1, onderdelen a en b geldt een BTW-vrijstelling in verband met een wijziging van de Europese Uitvoeringsverordening per 1 juli 2011. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 533.000,-- en de opbrengsten € 101.000,--. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)

bedragen * € 1.000,-

Kosten taakveld(en) incl omslagrente Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Saldo

Jaarrekening begroting begroting 2022 2023 2024 161 0 161

356 0 356

496 0 496

30 26,82 218

37 40,83 434

11 25,81 533

79 139

84 350

101 432

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

93

Bijlage 15 Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

Besluit Vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van leges 2024’. Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. “dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. “week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. “maand”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. “jaar”: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. “kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2.

Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen 1. De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, onderdeel 1.8.2 worden niet geheven in het geval de raadpleging geschiedt: a. ten behoeve van de rijks-, provinciale of gemeentedienst; b. overeenkomstig artikel 15 van de wet van 26 mei 1870, Staatsblad 82. 2. De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel Titel 1, hoofdstuk 10 worden niet geheven: a. in de gevallen waarin de beheerder ingevolge zijn instructie tot kosteloos onderzoek verplicht is; b. voor het raadplegen van analoge archiefbescheiden in de studiezaal en gepubliceerde scans op de website van het Regionaal Archief Tilburg. 3. Van de in artikel 2 bedoelde leges zijn voorts vrijgesteld: a.

stukken, welke ter voldoening aan wettelijke voorschriften kosteloos moeten worden verstrekt; b. beschikkingen op bezwaar- en verzoekschriften met betrekking tot gemeentelijke belastingen; c. inlichtingen, welke anders dan ten behoeve van of in het belang van bepaalde personen, op verzoek worden verstrekt aan ambassades, gezantschappen en consulaten van vreemde mogendheden;

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

94

d.

4.

stukken, vereist voor de militaire dienst, met uitzondering van die welke moeten dienen voor toelating tot enige inrichting van onderwijs waar men wordt opgeleid tot officier of voor de geneeskundige en farmaceutische dienst bij de Koninklijke Marine (KM), de Koninklijke Landmacht (KL), de Koninklijke Luchtmacht (KLu) of de Koninklijke Marechaussee (KMar); e. bewijs van in leven zijn, strekkende tot betaling van pensioenen, wachtgelden, lijfrenten en andere periodieke uitkeringen ten laste van publiekrechtelijke lichamen; f. beschikking of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag van subsidie uit de gemeentekas; g. gunstige beschikkingen, genomen krachtens een rechtspositieregeling voor het personeel der gemeente; h. de bevelschriften tot betaling. De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder Titel 1, onderdeel 1.9.1.a, "verklaring omtrent het gedrag", worden niet van een aanvrager geheven die de aanvraag doet met als doel tijdelijk een gastkind van de Stichting Europa Kinderhulp in hun gezin op te nemen voor het houden van een korte vakantie.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing 1. De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. 2. De leges als bedoeld in Titel 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden opgelegd bij wege van aanslag. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, eerste lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving; c. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.

De in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanslagen moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

95

Artikel 10 Abonnementen 1. De in deze verordening bedoelde abonnementen worden per schriftelijke aanvraag verleend. 2. De bij abonnement verkregen inlichtingen mogen niet worden gepubliceerd of anderszins bekendgemaakt, noch aan derden worden verstrekt of medegedeeld, noch ten behoeve van derden worden verwerkt. 3. Het publicatieverbod geldt niet ten aanzien van abonnementen verleend voor dag-, week- en buurtbladen voor zover betreft de publicatie in de eigen bladen. 4. Abonnementen worden geacht te zijn ingegaan op de dag, waarop het verschuldigde bedrag voor het abonnement is voldaan, tenzij een andere datum is overeengekomen. 5. Het voorafgaande geldt mede ten aanzien van inlichtingen, verstrekt door middel van de computer. Artikel 11 Nadere regels door het college Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 12 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die inwerking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: 1.

onderdeel 1.1.8 (akten burgerlijke stand); 2. hoofdstuk 2 (reisdocumenten); 3. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); 4. onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); 5. onderdeel 1.9.3 (naturalisatie) 6. hoofdstuk 16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 13 Overgangsrecht De "Legesverordening 2023", wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening 2024”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 november 2023

de griffier,

voorzitter,

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Tarieventabel, behorende bij de ´Legesverordening 2024´ Inhoudsopgave Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1. Burgerlijke stand Hoofdstuk 2. Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten Hoofdstuk 3. Rijbewijzen Hoofdstuk 4. Verstrekkingen uit de Gemeentelijke Basisregistratie personen Hoofdstuk 5. Verstrekkingen uit het Kiezersregister- niet van toepassing Hoofdstuk 6. Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens- vervallen Hoofdstuk 7. Bestuursstukken- niet van toepassing Hoofdstuk 8. Vastgoedinformatie Hoofdstuk 9. Overige publiekszaken Hoofdstuk 10. Regionaal Archief Tilburg Hoofdstuk 11. Huisvestingswet 2014 Hoofdstuk 12. Leegstandswet Hoofdstuk 13. Gemeentegarantie- niet van toepassing Hoofdstuk 14. Vervallen Hoofdstuk 15. Vervallen Hoofdstuk 16. Kansspelen Hoofdstuk 17. Telecommunicatie Hoofdstuk 18. Verkeer en Vervoer Hoofdstuk 19. Diversen Titel 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. Voorfase Hoofdstuk 3. Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Hoofdstuk 4. Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Hoofdstuk 5. Milieubelastende activiteiten Hoofdstuk 6. Lozingsactiviteiten Hoofdstuk 7. Aanlegactiviteiten Hoofdstuk 8. Overige activiteiten Hoofdstuk 9. Maatwerkvoorschriften Hoofdstuk 10. Gelijkwaardigheid Hoofdstuk 11.

Overige tarieven Hoofdstuk 12. Modaliteiten Hoofdstuk 13. Vermindering Hoofdstuk 14. Teruggaaf Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Hoofdstuk 1. Alcoholwet Hoofdstuk 2. Organiseren evenementen of markten Hoofdstuk 3. Seksbedrijven Hoofdstuk 4. Huisvestingswet 2014 Hoofdstuk 5. Marktstandplaatsen- niet van toepassing Hoofdstuk 6. Winkeltijdenwet Hoofdstuk 7. In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Bijlage 1 Tabel Grondslag legesberekening Memorie van Toelichting behorende bij de "Legesverordening 2024"

96

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

97

Titel 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 1.1.1

Huwelijksvoltrekking/Partnerschapsregistratie

1.1.1.1

Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag, gelden de hierna te noemen tarieven: a. in de Oranjezaal: b. in de Willem II-zaal: c. in de Anna Paulowna-zaal: d. in de trouwzaal Udenhout, raadszaal: e. in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer: f. in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties: Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op zaterdag, gelden de hierna te noemen tarieven: a. in de Oranjezaal: b. in de Willem II-zaal: c. in de Anna Paulowna-zaal: d. in de trouwzaal Udenhout, raadszaal: e. in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer; f. in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties: Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag, een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, waarbij het huwelijk, de partnerschapsregistratie of de omzetting plaatsvindt op zondag, gelden de hierna te noemen tarieven: a. in de Oranjezaal: b. in de Willem II-zaal: c. in de Anna Paulowna-zaal: d.

in de trouwzaal Udenhout, raadszaal: e. in de trouwzaal Udenhout, B&W-kamer: f. in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties: Voor het in behandeling nemen van een administratief huwelijk, een administratief geregistreerd partnerschap of een administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk: Het incidenteel benoemen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand: Voor het voltrekken van een huwelijk of een partnerschapsregistratie of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, buiten het gemeentehuis, in het geval als bedoeld in artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: Voor het wijzigen en annuleren van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een omzetting van een geregistreerd in een huwelijk, binnen vier weken voordat het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk plaatsvindt: Bovengenoemde tarieven gelden ook voor het zogenaamde "opfrishuwelijk" ook wel "re-wedding" genoemd (de bevestiging van een eerder gesloten huwelijk/geregistreerd partnerschap). n.v.t Het tarief voor het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapsboekje:

1.1.1.2

1.1.1.3

1.1.1.4

1.1.2 1.1.3

1.1.3.1

1.1.4 1.1.5

€ € € € € €

930,50 796,50 725,20 980,55 713,95 794,40

€ € € € € €

1.008,15 874,15 802,85 1.058,20 791,60 794,40

€ € € € € €

1.349,50 1.215,50 1.144,20 1.399,55 1.132,95 794,40

€

195,25

€

262,25

€

272,05

€

66,35

€

22,20

01 Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

1.1.6 1.1.7

1.1.8.1

1.1.8.2

1.1.8.3 1.1.8.4 1.1.8.5 1.1.8.6

n.v.t n.v.t Nasporingen en inlichtingen burgerlijke stand Vervallen Afschrift van/uittreksel uit akte van de Burgerlijke stand Voor het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit een akte uit de registers van de burgerlijke stand: Verklaring van huwelijksbevoegdheid Nederlanders die in het buitenland een huwelijk willen aangaan, moeten in een aantal gevallen een verklaring van huwelijksbevoegdheid overleggen. Dit is een verklaring, waaruit blijkt dat er naar Nederlands recht geen beletselen bestaan tegen het voorgenomen huwelijk. Voor deze verklaring, die wordt afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de (laatste) woonplaats in Nederland: Meertalig uittreksel: Voor elk meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand: Attestatie de vita: Voor elke attestatie de vita bedoeld in artikel 1:19K, BW: Voor elk meertalig Europees modelformulier van een afschrift of uittreksel van een akte van de burgerlijke stand of een attestatie de vita: Voor elk meertalig Europees modelformulier van een verklaring van huwelijksbevoegdheid:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13442928/4