CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve Lokale energiestrategie Teylingen - LES 1.0.pdf

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Lokale Energie Strategie21.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29

3. Van een algemeen gesprek, naar een specifiek gesprek. De uitvoering van de LES zal steeds concretere vragen en uitdagingen met zich meebrengen. Daarmee wordt ook de doelgroep concreter, en heb je het over concrete wijken, straten of type woningen. We zullen zo specifiek mogelijk met mensen over hun eigen leefomgeving in gesprek gaan. Dat zullen we doen op manieren die aansluiten bij de beschikbaarheid en interesses van de mensen in die wijk. Zo komen we per opgave tot een ideale mix van activiteiten om inwoners te betrekken. 4. Digitaal en fysiek. In de afgelopen periode konden we uitsluitend digitaal in gesprek gaan, door de beperkingen die de coronapandemie met zich meebracht. Dit heeft positieve effecten op het participatietraject gehad, bijvoorbeeld doordat er mensen zijn aangesloten die anders niet hadden meegedaan. Anderzijds heeft het ook negatieve effecten gehad, omdat er minder mogelijkheid was tot informeel 1-op-1-contact. Voor het vervolg willen we sowieso hybride trajecten aanbieden aan inwoners, zodat mensen de keus hebben of ze digitaal of fysiek meepraten.

De uitvoering We stellen voor om de participatie langs twee lijnen te laten plaatsvinden. We willen namelijk tegelijk betrokkenheid creëren voor de keuzes die we beleidsmatig maken voor de hele gemeente. Daarnaast willen we betrokkenheid en input krijgen op hoe specifieke maatregelen uitwerken in wijken of bij doelgroepen. Beide vragen een andere aanpak.

30

1.

In gesprek over de uitvoering van de Lokale Energiestrategie

De komende tijd zullen er projecten worden gestart om de Lokale Energiestrategie uit te voeren. Dat zijn maatregelen die gericht zijn op besparing, mobiliteit en opwek, zowel grootschalig als kleinschalig. De meeste van deze initiatieven zullen komen van de overheid, maar ook inwoners en bedrijven kunnen zelf initiatief nemen om de doelen van de LES dichterbij te brengen. Om de permanente dialoog tot stand te brengen, willen we starten met een burgerpanel. We bouwen zo voort op de betrokkenheid die veel inwoners in het afgelopen traject aan de dag hebben gelegd, en zorgen ervoor dat ook bij de keuzes die gemaakt worden inwoners betrokken worden. We hebben gemerkt dat inwoners breder kijken dan alleen hun eigen gemeente, maar in hun wensen en visies ook de andere twee gemeenten meenemen. Het zou daarom prima mogelijk zijn om 1 burgerforum voor alle drie de gemeenten (Hillegom, Lisse, Teylingen) op te zetten. Om dit op te zetten moeten we nog een aantal keuzes maken, met name rondom de scope en de intensiteit van het burgerpanel.

Burgerforum Bij de vormgeving van een burgerforum zijn verschillende opties mogelijk. Grofweg zijn er drie varianten te bedenken, waarbinnen ook weer diverse keuzes te maken zijn.

2.

In gesprek over concrete projecten in de gemeenten

Wanneer we starten met concrete projecten rondom opwek of besparing in een specifieke omgeving of voor een specifieke doelgroep, gaan we het gesprek opzoeken met deze doelgroep of in deze omgeving. Afhankelijk van de grootte van de doelgroep en de impact die de maatregelen hebben

1.

Peilstok-variant. Representatieve groep inwoners komt eenmalig

op de doelgroep bepalen we de scope van het participatietraject. We gaan

bij elkaar om input te geven. Eenmalig worden inwoners uitgenodigd om te

hierbij in ieder geval uit van de uitgangspunten die al eerder benoemd zijn:

horen wat de plannen zijn en te delen wat zij ervan vinden. Dit kan herhaald worden in een reeks van eenmalige bijeenkomsten, fysiek en/of online. Hiermee kunnen de gemeenten toetsen hoe bewoners aankijken tegen de

◼

We sluiten aan bij de wensen van de doelgroep;

◼

We bieden ruimte voor dialoog, en laten zien wat we met de op-

plannen én wordt een brede groep bewoners actief betrokken bij de ont-

brengsten doen;

wikkelingen. ◼

2.

We gaan zowel digitaal als fysiek in gesprek.

Toetsings-variant. Representatieve groep inwoners komt een

aantal keer per jaar bij elkaar. Inwoners worden uitgenodigd om in een

3.

Gemeente als makelaar om ervaringen te delen

vaste groep op gezette tijden over diverse vraagstukken aanbevelingen te

Overal in de gemeente worden ervaringen opgedaan om te verduurzamen.

geven aan de gemeenten en heeft de mogelijkheid om over alle onderdelen

Of het nu gaat om kleinschalige opwek, gedragsverandering of maatrege-

gevraagd en ongevraagd advies te geven.

len om te isoleren voor woningen en bedrijven. We willen die initiatieven

3.

Advies-variant. Representatieve groep inwoners fungeert als

klankbord en adviesgroep en is intensief betrokken bij de uitvoering van de LES. Inwoners worden uitgenodigd om in een vaste groep binnen een korte looptijd (maximaal 5 maanden) over een specifieke vraag aanbevelingen te geven. Of de uitkomst volledig wordt overgenomen, is uiteindelijk aan de gemeenten. Over wanneer uitkomsten wel of niet overgenomen worden, kunnen vooraf afspraken gemaakt worden.

31

verder brengen door ze te delen. De gemeente neemt het initiatief om deze ervaringen ook verder te verspreiden, door een rol als ‘kennismakelaar’ aan te nemen. Hiervoor gebruiken we onze centrale positie in netwerken, en waar nodig versterken we die. Hiervoor is het nodig om nauw samen te werken met andere afdelingen binnen de gemeente.

Energieneutraal (ver)bouwen 32

4 Verdieping spoor 2: Warmte Warmte heeft het grootste aandeel in het energieverbruik van de gemeente Teylingen. De meeste warmte is bestemd voor de gebouwde omgeving en een klein deel voor de bedrijven en landbouw. In dit hoofdstuk leggen we de nadruk op de gebouwde omgeving, omdat het verbruik van produce-

Door woningen te isoleren en zuinigere apparaten aan te schaffen, kunnen we besparen op ons energieverbruik. Besparen is belangrijk, want energie die we niet gebruiken, hoeft ook niet meer te worden opgewekt of geleverd.

rende bedrijven en landbouw in Teylingen een relatief klein aandeel van de totale warmtevraag heeft (17%) en deze sectoren landelijk aangestuurd worden vanuit het Klimaatakkoord. Het doel is om 15% te besparen op het totale energieverbruik van de gebouwde omgeving in 2030 ten opzichte van 2014. Dit is een besparing op het elektriciteitsverbruik en warmteverbruik samen. Het gaat hier om een netto besparing. Netto energiebesparing is de optelsom van het toegenomen energieverbruik door economische- en bevolkingsgroei en de bruto energiebesparing door bijvoorbeeld isoleren. In het hoofdstuk ‘Verdieping spoor 4 en 5: Elektriciteit’ gaan we in op het verlagen en duurzaam opwekken van elektriciteit(sverbruik). Dit hoofdstuk gaat over het warmtegebruik in de gebouwde omgeving. Echter hoe meer

Figuur 11: Doelen LES Teylingen met betrekking tot warmte in de gebouwde omgeving

elektriciteit er bespaard kan worden in de gebouwde omgeving, hoe minder

Tegengestelde ontwikkelingen

energiebesparing voor warmte nodig is om de doelstelling te behalen (en andersom). Daarom is het goed om te beseffen dat ondanks dat we steeds energiezuinigere huishoudelijke apparaten gebruiken, het in de gebouwde omgeving niet mogelijk is om 15% van het elektriciteitsverbruik te besparen (zie ‘Verdieping spoor 4 en 5: Elektriciteit’). De maximaal mogelijke bespa-

In de komende jaren verwachten we verschillende ontwikkelingen die van invloed zijn op het warmtegebruik in de gebouwde omgeving. Hier hebben we rekening mee te houden bij het bepalen van onze doelen en strategie. We nemen dit ook mee in vervolgonderzoeken en in ons uitvoeringsprogramma.

ring op elektriciteit ligt lager. Daarom zal er extra bespaard moeten worden op het warmteverbruik. Er moet zo’n 16% ten opzichte van het warmtever-

Isolatie is niet onbeperkt rendabel

bruik in 2014 bespaard worden om per saldo een besparing van 15% in

De inzet van energiebesparende maatregelen als verbetering van isolatie,

2030 te bereiken. De doelen op hoofdlijnen zijn te zien in Figuur 11.

dubbel of triple glas en kierdichting zal de warmtevraag verlagen. Echter

33

niet elke woning leent zich even goed voor isolatie (zie onderstaand kader).

energievraag (voor meer informatie, zie onze Transitievisie Warmte). Een

In de gemeente Teylingen zijn ongeveer de helft van de woningen zeer

warmtepomp gebruikt wel elektriciteit, waardoor de totale elektriciteits-

geschikt voor isolatie. Verder gebruiken we onze huishoudelijke apparaten

vraag weer toe zal nemen als dit op grote schaal wordt toegepast. Ook een

steeds intensiever. Bovendien bouwen we nog steeds woningen bij. Er zit

warmtenet verbruikt elektriciteit om het water rond te kunnen pompen.

dus wel een grens aan de hoeveelheid energie die we kunnen besparen. De invloed van nieuwe woningen Daarnaast zien we ook tegengestelde ontwikkelingen op het gebied van besparen. Zo is er een woningtekort, waardoor er naar verwachting 1.000 Niet elke woning leent zich even goed voor isolatie

woningen worden bijgebouwd de komende jaren, een stijging van 6%.

Woningen van ná 1995 zijn al zo goed geïsoleerd dat daar weinig extra te besparen valt. De woningen met een bouwjaar vóór 1965 zijn vaak

Bij nieuwbouw ontwikkelingen passen we instrumenten toe zoals de me-

slecht geïsoleerd en lenen zich voor isolatiemaatregelen. Echter, de

thode DGO (Duurzame Gebiedsontwikkeling) en de Gemeentelijke Praktijk

kosten van vergaande maatregelen zijn bij woningen van deze leeftijd

Richtlijn GPR Gebouw waarmee de duurzaamheidsprestatie van gebou-

vaak hoog, waardoor de maatregelen op een zeker moment hier niet

wen wordt bepaald. Als woningen ‘Nul op de Meter’ (NoM) gebouwd wor-

meer financieel rendabel zijn. Met name de woningen tussen 1965 en

den dan neemt de energievraag door nieuwbouw niet toe. Dit type wonin-

1995 lenen zich goed voor rendabele isolatie maatregelen. Daar kan tot

gen zijn jaargemiddeld zelfvoorzienend in hun energievraag doordat zij

één derde van de warmtevraag bespaard worden.

standaard zonnepanelen op het dak hebben, soms aangevuld met zonneboilers en in hun warmte voorzien met een warmtepomp. Als de nieuwbouw geen ‘NoM woningen’ betreft, maar bijvoorbeeld ‘Bijna energieneu-

De keuze voor duurzame warmtebronnen

traal’ (BENG11) zijn, dan neemt de energievraag wel toe.

De keuze voor alternatieve duurzame warmtebronnen (in plaats van de gasgestookte Cv-ketel) heeft ook invloed op de hoeveelheid energie die

De invloed van gedrag

gebruikt wordt. Een hybride warmtepomp kan, mits een huis goed geïso-

Uit onderzoek12 blijkt ook dat bewoners van pas geïsoleerde woningen de

leerd is, het grootste deel van het jaar een woning verwarmen door gebruik

verwarming hoger draaien dan voordat de woning geïsoleerd was. Hier-

te maken van de buitenlucht en elektriciteit. Hierdoor kan een warmtepomp

door wordt een deel van de besparing verkregen uit isolatie weer tenietge-

tot wel drie keer efficiënter zijn dan een Cv-ketel op aardgas. Het installeren

daan. Verder zijn we in de loop van de jaren onze huishoudelijke apparaten

van een (hybride) warmtepomp zorgt dus voor een flinke besparing in de

11

34

Bron: RVO

12

Bron: ‘Thermostaat omhoog in zuinig huis’, NOS, 2015

steeds intensiever gaan gebruiken en neemt het aantal apparaten toe. Ons

flink te isoleren en (hybride) warmtepompen te installeren. Als alle renda-

gedrag is dus een belangrijke factor als het om besparen gaat.

bele isolatiemaatregelen in onze gemeente worden uitgevoerd, zal in ongeveer 20% van de gebouwde omgeving extra isolatie worden toegepast.

Tabel 1: Overzicht kerncijfers energie gebouwde omgeving*

Dit levert ongeveer 25 TJ aan energiebesparing op. Dan zal er ook nog in

Elektriciteit

Warmte

Energievraag gebouwde omgeving

Energievraag 2014

400 TJ

886 TJ

1.286 TJ

worden om het besparingsdoel van 15% op de totale energievraag voor

Energievraag 2019

363 TJ

821 TJ

1.184 TJ

2030 te behalen.

-7% (-65 TJ)

-8% (-102 TJ)

20% van de gebouwen een hybride warmtepomp geïnstalleerd moeten

Reeds bespaard per toepassing/sector Reeds bespaard in 2019 ten opzichte van 2014

-9% (-37 TJ)

Verwachte toename van de energievraag door nieuwbouw Toename energievraag door nieuwbouw in de periode 2019-2030 ten opzichte van 2014

+4% (17 TJ)

+1% (11 TJ)

De alternatieve warmtebronnen, zoals warmtepompen en warmtenetten, leveren warmte van lagere temperaturen dan onze huidige gasgestookte ketels. Om deze warmte optimaal te benutten, is het belangrijk dat we onze woningen optimaal isoleren.

+2% (28 TJ)

Doorkijk na 2030 In het Klimaatakkoord staat dat in 2050 95% van de woningen en gebou-

Energiebesparingsopgave per toepassing/sector Resterende energiebesparingsopgave in de periode 2019-2030 ten opzichte van 2014

- 9% (-38 TJ)

Totaal energiebesparing ten opzichte van 2014

-14% (-57 TJ)

- 10% (-87 TJ)

wen van het aardgas af moeten zijn. Er zijn alternatieve manieren om te -10% (-125 TJ)

verwarmen, zoals elektrische warmtepompen, warmtenetten op aardwarmte of duurzaam gas. Het jaar 2050 is ver weg en het is nog te vroeg om te zeggen welke alternatieven in Teylingen een belangrijke rol gaan

-16% (-141 TJ)

-15% (-198 TJ)

*Getallen gebaseerd op Klimaatmonitor. De getallen in Klimaatmonitor zijn niet geheel consistent als het gaat om totalen en per categorie, waardoor er kleine verschillen optreden tussen tabel en Klimaatmonitor

Maatregelen tot 2030

spelen. Wel weten we dat het een combinatie van meerdere bronnen gaat worden en dat het te ambitieus is om voor 2030 op grote schaal warmtenetten aan te leggen. Lees meer hierover in de Transitievisie Warmte en de Bijlage: Energiescenario’s voor 2030 en 2050.

Als we het besparingsdoel van 15% ten opzichte van 2014 willen behalen

(Hybride) warmtepompen vormen in de periode tot 2030 een goede tus-

zal in de komende jaren ongeveer 87 TJ aan warmte bespaard moeten

senoplossing naar een aardgasvrije gebouwde omgeving, omdat het de

worden in de bestaande gebouwen (Tabel 1). Dit kunnen we bereiken door

weg openlaat naar de toekomst voor 100% duurzame warmte, hetzij met een warmtepomp of een warmtenet. Ook zullen we in de periode na 2030 verder gaan met besparen door meer isolatiemaatregelen toe te passen.

35

Duurzame Mobiliteit

36

5 Verdieping spoor 3: Mobiliteit Mobiliteit is goed voor één derde van de energievraag in Teylingen. Op dit

Duurzame mobiliteit

moment rijdt het merendeel van de auto's, scooters, brommers, vrachtwagens en bussen op fossiele brandstoffen. Er ligt dus nog een flinke opgave

Onder duurzame mobiliteit verstaan we het stimuleren van ‘slimmer’

om in 2050 fossielvrij te worden. Naast duurzaamheid, spelen ook bereik-

verkeer, waarbij meer mensen gebruik maken van deelmobiliteit, het

baarheid, toegankelijkheid en een veilige leefomgeving een belangrijke rol

OV, de (elektrische) fiets of thuiswerken. Op deze manier zijn er minder

op het gebied van mobiliteit. Deze aspecten komen aan bod in onze mobi-

fossiele brandstoffen nodig en kan er dus bespaard worden op het

liteitsvisie, die we aan het opzetten zijn samen met belangenorganisaties,

energieverbruik van de mobiliteit.

beleidsmakers, raadsleden en inwoners. Dit hoofdstuk onderzoekt wat de plannen in de RES-doelstellingen betekenen voor de mobiliteit van Teylingen en hoe de gemeente hier fossielvrij kan worden in 2050. Mobiliteit in 2030

Mobiliteit in 2050 Het jaar 2050 is nog ver weg en de toekomst van mobiliteit is nog onzeker. Het is wel zeker dat er meer elektrisch gereden gaat worden, dit naast ontwikkelingen op het gebied van waterstofauto's en de inzet van biobrand-

Binnen de toepassing mobiliteit wordt vooral ingezet op elektrificatie om

stoffen in zwaar transport. Elektrisch vervoer heeft gevolgen voor de elek-

van fossiele brandstoffen af te stappen. Een bijkomend voordeel van elek-

triciteitsvraag in onze gemeente. Het aandeel elektrisch vervoer op termijn

trisch vervoer is dat een elektrische motor efficiënter is dan een verbran-

is onzeker. De verwachting is dat in 2050 het merendeel van het vervoer

dingsmotor, waardoor er per auto ongeveer 60% op de energievraag per

elektrisch zal zijn en dat huidige bezwaren als een te kleine actieradius er

km bespaard kan worden.

niet meer zullen zijn.

De doelen op hoofdlijnen zijn te zien in Figuur 12. Om het 11% besparings-

Verder zullen hernieuwbare gassen (waterstof, biogas) eerst in de industrie

doel te halen zal ongeveer een derde van het verkeer in 2030 elektrisch

worden ingezet, voordat mobiliteit aan bod komt. Daarnaast wordt een toe-

moeten rijden in onze gemeente. De verwachting is dat in Nederland in

name van het totaal aantal gereden kilometers op jaarbasis verwacht.

2030 al 25 tot 30% van het verkeer elektrisch is (RHDHV-prognose). Om

Prognoses lopen uiteen, maar een groei wordt verwacht.

er zeker van te zijn dat de doelstelling gehaald gaat worden, zetten we niet alleen in op elektrisch rijden, maar ook op duurzame mobiliteit.

37

Figuur 12: Doelen LES Teylingen voor mobiliteit

Verder zal de bevolking groeien en daarmee ook de vraag naar mobiliteit. Door ‘slimmer’ verkeer zal een deel van de groei beperkt worden doordat mensen gebruik maken van het OV of de elektrische fiets. Een deel zal bespaard worden, doordat mensen meer thuis blijven werken en daardoor het aantal zakelijk gereden kilometers afneemt. Het effect van deelauto’s op de energievraag zal klein zijn, omdat de verwachting is dat het totaal aantal gereden kilometers in de gemeente daardoor nauwelijks afneemt. In Figuur 13 is de prognose van het mobiliteitsverbruik te zien voor 2030 en 2050. Zoals te zien is het doel om 11% te besparen in 2030 en de verwachting dat het verbruik met wel 37% kan dalen richting 2050. Dit betreft een inschatting. De toekomst blijft onzeker.

38

Figuur 13: De afname van het energieverbruik door mobiliteit door het toenemende aandeel elektrisch vervoer in de gemeente Teylingen. Elektrische motoren zijn een stuk efficiënter dan fossiele brandstof motoren. Hernieuwbare brandstof: Groene waterstof en duurzame biobrandstoffen.

Elektrificatie van de energievraag

39

14%* meer stroomverbruik in 2030 *t.o.v. 2019

6 Verdieping spoor 4 en 5: Elektriciteit Elektriciteit is de meest veelzijdige en complexe toepassing. Hoe de vraag

Verandering van het energiesysteem

naar elektriciteit zich ontwikkelt wordt voor een groot deel bepaald door ontwikkelingen op het gebied van warmte en mobiliteit. In vergelijking tot warmte en mobiliteit heeft elektriciteit ook grote zichtbare invloed op onze omgeving. Niet alleen het aanzicht van onze daken veranderd door het plaatsen van zonPV panelen maar juist ook de grootschalige vormen van wind en zon hebben een grote invloed op ons landschap. In dit hoofdstuk wordt in verschillende stappen toegelicht wat er met de vraag naar en aanbod van elektriciteit zal gebeuren en wat er in potentie mogelijk is om binnen de grenzen van de gemeente te voorzien in de al maar toenemende vraag naar elektriciteit.

De energievoorziening zoals we die nu kennen zal drastisch gaan veranderen. Nu wordt voornamelijk aardgas gebruikt voor de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving, landbouw en industrie. Daarnaast wordt voor meer dan 90% benzine, diesel en LPG gebruikt als brandstof in auto’s, vrachtwagens en ander vervoer. Tot slot, wordt er elektriciteit gebruikt voor apparaten en verlichting. In de toekomst zal dit veranderen. Allereerst gaan we besparen op onze warmte-, mobiliteit- en elektriciteitsvraag. Daarnaast gaan we minder fossiele brandstoffen gebruiken doordat we steeds meer woningen gaan verwarmen met elektrische warmtepompen of warmtenetten, en doordat het aandeel elektrische voer- en vaartuigen toeneemt. Al

Als eerste kijken we op hoofdlijnen naar het hele energiesysteem en de

met al, gaat de totale energievraag afnemen door besparingen, terwijl de

invloed van mobiliteit en warmte op de elektriciteitsvraag. Vervolgens be-

vraag naar elektriciteit zal toenemen. In Figuur 14 op de volgende pagina

schrijven we hoe de elektriciteitsvraag zich gaat ontwikkelen richting 2030

is deze verandering schematisch zichtbaar gemaakt.

en 2050. Daarna belichten we de opwek van duurzame elektriciteit. Daarbij kijken we naar de prioritering van verschillende mogelijkheden voor duurzame elektriciteitsproductie in de gemeente Teylingen en we beschrijven de mogelijkheden van zonnepanelen op daken. Vervolgens benoemen we de mogelijkheden voor grootschalige opwek met zonnepanelen of windturbines en de stappen die we nog moeten zetten om mogelijkheden te kunnen realiseren. Als laatste kijken we naar de impact op het elektriciteitsnet. Wat daarbij een belangrijke rol speelt en wanneer knelpunten kunnen optreden. Ook komt daarbij energieopslag en het op elkaar afstemmen van de vraag naar en het aanbod van elektriciteit aan de orde.

40

Figuur 14: Verandering van het energiesysteem in Teylingen De grootte van de cirkels geeft (in verhouding) het energieverbruik per toepassing weer, nu en in de toekomst. De doorgetrokken lijn geeft de huidige situatie aan, de stippellijn de toekomstige situatie.

41

Verwachte besparing elektriciteitsgebruik in huishoudens is laag

Toenemende elektriciteitsvraag tot 2050

Er kan bespaard worden op elektriciteitsverbruik door huishoudelijke appa-

De huidige elektriciteitsvraag was al goed voor een kwart van de totale

raten te vervangen door apparaten met zuinigere energielabels en door

energievraag van de gemeente. Figuur 15 laat de verwachte elektriciteits-

ons gedrag en/of ons gebruikspatroon aan te passen.

vraag zien voor 2030 en 2050. Zoals te zien is in de figuur neemt de elek-

Maar aan energie besparen zit een grens. Allereerst is er een technisch limiet aan het verbeteren van efficiëntie. Daarnaast zien we dat aan de ene kant het elektriciteitsverbruik van bijvoorbeeld een wasmachine is gehalveerd in de afgelopen tien jaar, maar aan de andere kant is het elektriciteitsgebruik in onze huishoudens niet afgenomen. Dit is te verklaren door een toename van onze welvaart. We gebruiken onze huishoudelijke apparaten intensiever en het zijn er meer. Te denken valt aan bijvoorbeeld grotere smartphones en snellere laptops.

triciteitsvraag toe met 14% in 2030 en tot wel 43% in 2050 (ten opzichte van 2019). De stijging komt met name doordat er meer elektrisch gereden gaat worden, doordat we onze huizen elektrisch gaan verwarmen en doordat we meer elektrisch gaan koken. Ook een warmtenet verbruikt elektriciteit om het water rond te kunnen pompen. Wel is er een lichte daling te zien in het elektriciteitsverbruik uit huishoudelijke apparaten doordat apparaten zuiniger worden. Een belangrijke factor blijft dat wij allemaal ons gedrag moeten aanpassen om nog spaarzamer met energie om te gaan.

In totaal wordt er een daling verwacht van 7% tot 14% van het ‘normale’13 elektriciteitsverbruik tot 2030 door strengere eisen aan energielabels van apparaten en doordat het bezit van grotere apparaten steeds minder snel toeneemt14. Doordat we onder andere meer elektrisch gaan koken, zal het elektriciteitsverbruik met 5% tot 8% toenemen. De potentie om te besparen op elektriciteitsverbruik in woningen is hierdoor per saldo laag, zo’n 5%. In utiliteitsgebouwen is de potentie hoger omdat hier de vraag naar elektriciteit nauwelijks meer toeneemt.

Hiermee wordt het elektriciteitsverbruik bedoelt voor toepassingen waar men het ‘normaal’ gezien voor gebruikt. Dus verlichting en elektrische apparaten in het huis en bij bedrijven. Dat is exclusief elektriciteitsverbruik voor (hele woning) verwarmen en elektrisch rijden. 13

12

Bron: Klimaat en Energieverkenning’ (KEV) van het PBL, 2021.

42

Figuur 15: Het elektriciteitsverbruik in Teylingen in 2019, 2030 en 2050. Het elektriciteitsverbruik neemt toe doordat we meer elektrisch gaan rijden en verwarmen

Prioritering opwek duurzame elektriciteit Uit gesprekken met inwoners, ondernemers, belangenorganisaties van de gemeente Teylingen is het beeld ontstaan over hoe wij in de gemeente willen voorzien in de vraag naar duurzame elektriciteit. Het gaat daarbij om de productie van elektriciteit met zonnepanelen en met windturbines. Het beeld is verschillend, er zijn voor- en tegenstanders van zowel wind als zonnepanelen. Toch is er overeenstemming over de volgorde waarop wij met z’n allen willen toewerken naar meer duurzame elektriciteit. Beginnend bij kleinschalige opwek rondom huis en werk, en toewerkend naar grootschalige duurzame opwek. We zien de volgende prioritering:

Als eerste willen wij onze daken zo goed mogelijk benutten door zonnepanelen op schuine en platte daken te plaatsen bij woningen en bedrijven. We benutten zo de mogelijkheden die er nu al zijn zonder dat dit een grote invloed heeft op ons gebruik van ruimte. Daarbij houden we ook rekening met onze wens om meer groene daken te hebben (biodiversiteit, klimaatadaptatie) en het inzetten van zonneboilers op daken voor de productie van warm tapwater. Daarnaast is het niet de verwachting dat alle daken die geschikt zijn volledig belegd worden met zonnepanelen. Dit komt doordat men vaak alléén opwekt wat men zelf over het jaar bezien nodig heeft. De huidige Salderingsregeling gaat overproductie van zonPV bij woningen tegen.

1. Zonnepanelen op daken, groot- en kleinschalig; 2. ZonPV-velden a. langs infrastructuur b. in het buitengebied; 3. Windturbines.

Ten tweede vinden wij het belangrijk om zonnepanelen waar mogelijk te combineren met onze infrastructuur. Daarbij wordt gedacht aan de plaatsing langs de spoor en (water)wegen. Vervolgens laten zonnepanelen zich ook toepassen boven parkeerplaatsen, zo is bijvoorbeeld het station Sassenheim een mogelijke locatie voor een dergelijke toepassing.

43

Figuur 16: Prioritering duurzame elektriciteitsopwekking

grote schaal zoals die nu gangbaar is bij windparken (3 tot 4 MW). Bij voorkeur wordt windenergie ruimtelijk gecombineerd met zonnepanelen. Dit is niet alleen gunstig voor het optimaal benutten van de beschikbare netcapaciteit maar maakt ook dat het ruimtebeslag beperkt blijft. Teylingen kent ook een prioritering langs de lijn van ruimtegebruik. Het landschap en het toerisme zijn voor ons belangrijk. We willen dat de energietransitie hier rekening mee houdt. Dit betekent dat we het buitengebied niet zomaar vol zetten met windturbines en/of zonneparken, maar aansluiten bij wat past bij ons cultuurlandschap en onze infrastructuur. Dit betekent ook dat we inzetten op de verduurzaming van vervoer en mobiliteit rondom toeristische en recreatielocaties. Tevens maken we gebruik van onze bestaande landschapselementen zoals wegen en vaarwateren gericht op “horizon- en landschapsversterking”. Tot slot zal de uitwerking van prioritering van de opwek van duurzame elekFiguur 17: Voorbeeld van zonnepanelen langs infrastructuur

triciteit ook worden bepaald door externe factoren zoals: de beschikbaarheid van voldoende netcapaciteit, de aantrekkelijkheid van de geboden

Zonnevelden langs infrastructuur Langs infrastructuur zoals weg, waterweg en spoorlijn is veel onbenutte ruimte waar zonnepanelen geplaatst kunnen worden, zodat het goed in het landschap past. In Teylingen is er in potentie circa 47 ha (circa 152 TJ) ruimte langs infrastructuur. Ten derde worden zonne-energie velden als optie gezien. Ook windenergie verdient serieuze aandacht. Dit kan kleinschalig (minder dan 15 kWp) zijn op bijvoorbeeld daken, op een iets grotere schaal bij bedrijven (onder 1 MW, zoals een bouwblok landbouw en op bedrijventerreinen) en op zeer

44

mogelijkheden voor investeerders en energie coöperaties om over te gaan tot investeren, de beschikbaarheid van subsidies en het daadwerkelijke draagvlak voor lokale initiatieven bij inwoners en bedrijven. Voor meer informatie over hoe deze en andere factoren een rol spelen, in de vergelijking tussen wind- en zonne-energie, zie het afwegingskader in de Bijlage: Afwegingskader grootschalig wind en zon.

Potentie zonPV op daken

Grootschalige zonnevelden

Alles wat op daken kan worden opgewekt, hoeft niet meer in het landschap

Met alleen kleinschalige projecten kunnen we niet energieneutraal

te gebeuren (dubbel ruimtegebruik). Figuur 18 (op de volgende pagina) laat

worden. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken waar grootscha-

de verwachte elektriciteitsvraag zien voor 2030 (grijze kolom) en 2050 (licht

lige projecten zouden kunnen plaatsvinden. Zonnevelden groter dan 1

grijze kolom). Ook de huidige elektriciteitsvraag is te zien (donkergrijze ko-

ha en windenergie willen we nader verkennen op regionale schaal

lom). Het laat ook zien hoeveel er in 2019 duurzaam op daken werd opge-

(RES 2.0) om zo te kunnen vaststellen welke voor- en nadelen de

wekt (groene kolom).

mogelijke locaties in Teylingen bieden ten opzichte van alternatieven in andere Holland Rijnland gemeenten.

Zonnepanelen op daken Alles wat op daken kan worden opgewekt, hoeft niet meer in het landschap te gebeuren. Met zonnepanelen op daken kan in 2030 circa 161 TJ en in 2050 circa 382 TJ aan elektriciteit worden opgewekt.

45

Potentie zon op dak tot 2030, spoor 4

2030 en 2050 (geel en paars gearceerde kolommen) zien. Als laatste is het

In 2020 is de hoeveelheid zon op dak inmiddels doorgegroeid tot 64 TJ.

doel voor duurzame elektriciteitsopwekking in 2030 te zien (blauwe kolom).

Ook is er voor 23 TJ aan SDE++ subsidie afgegeven voor zonPV op grote

Bij de potentie ‘zon op dak’ is uitgegaan van de daken van woningen en

daken. We zijn dus goed op weg om het 161 TJ zon op dak doel van 2030

bedrijven. Daarbij is ook rekening gehouden met de verwachte nieuwbouw

te halen. Figuur 18 laat de potentie van elektriciteitsopwekking op daken in

in deze twee categorieën. Het doel voor 2030 voor Teylingen is bepaald naar rato van het inwonertal van Teylingen ten opzichte van de doelstelling voor de gehele RES-regio Holland Rijnland (zie ook ‘van ambitie naar doelstellingen’). Zoals te zien in Figuur 18 is de potentie zon op dak in 2030 niet voldoende om onze doelstelling te halen. De verwachting is dat circa 60% van de doelstelling in 2030 op daken kan worden opgewekt. De resterende 40% (107 TJ) zal door zon langs infrastructuur, zon PV-velden en/of windturbines moeten worden opgewekt om het doel voor 2030 te behalen.

Figuur 18: Overzicht elektriciteitsverbruik, doelstelling en opwek zon op dak in 2019, 2030 en 2050 gemeente Teylingen

46

Potentie zon op dak tot 2050 In 2050 nemen de elektriciteitsvraag en de potentie 15 zon op dak verder

Wat verwachten we van innovaties?

toe. De potentie neemt toe omdat niet alle daken (die geschikt zijn) tegelijk belegd zullen worden met zonnepanelen. Naarmate de tijd vordert zullen

In het onderzoek van TNO (zie voetnoot) worden verschillende innova-

zonnepanelen ook steeds betaalbaarder worden, en daardoor meer toege-

ties benoemd op het gebied van zonne-energie. Denk hierbij aan ho-

past. Ook zullen er technische verbeteringen16 zijn op het gebied van zon-

gere rendementen van zonnepanelen, dunnere en lichtere zonnepane-

nepanelen, denk daarbij aan (lichtgewicht) zonnepanelen in gevels en ra-

len, etc.

men, zonPV-dakpannen en aan een hoger rendement van zonnepanelen in het algemeen. Deze factoren dragen er allemaal aan bij dat er meer zonne-energie opgewekt wordt in 2050.

Ondanks dat innovaties bij zullen dragen aan meer opwek uit zonneenergie, is het niet de verwachting dat er significant meer potentie zal zijn op de korte termijn. Dit komt omdat nieuwe ontwikkelingen relatief

Naar verwachting zal circa 47% van de totale elektriciteitsvraag van Tey-

duur zullen zijn ten opzichte van de huidige en nog steeds verbete-

lingen in 2050 met zonnepanelen bij woningen en bedrijven kunnen worden

rende, zonnepanelen.

opgewekt. Dat laat nog een behoorlijke opgave (53%) over voor grootschalig zon en wind in het buitengebied en langs infrastructuur in 2050.

Daarnaast spelen er nog andere factoren een rol waarom er wel of niet meer zonnepanelen op daken terecht zullen komen. Zo spelen de geschiktheid van het dak, de welwillendheid van woning- en bedrijfseigenaren, de betaalbaarheid van zonnepanelen en het feit dat men over

Nauwe samenwerking met netwerkbeheerder

het algemeen niet meer opwekt dan men zelf nodig heeft, allemaal een

Er moet in nauw overleg met de netwerkbeheerder Liander worden

rol in waarom niet al het ‘beschikbare’ dakoppervlak vol gelegd zal wor-

samengewerkt om de uitbreiding van zowel de vraag als het aanbod

den met zonnepanelen.

van elektriciteit mogelijk te maken.

Bronnen: 1) ‘Ruimte voor zonne-energie in Nederland 2020 – 2050’, Holland Solar, 2015. 2) ‘Het potentieel van zonnestroom in de gebouwde omgeving van Nederland’, PBL & DNVGL, 2014 15

47

3) ‘Factsheet: Zon-PV en wind op land’, NPRES, 2019 16

Bron: ‘Zonpositief: zonne-energie op weg naar impact’, TNO, maart 2021

Resterende elektriciteitsopwek

Tabel 2: Getallen doelstellingen, klein- en grootschalige opwek op een rijtje

Getallen duurzame elektriciteit op een rijtje

Om de doelstellingen voor 2030 en daarna 2050 te behalen is meer elektriciteit opwekking nodig dan er mogelijk is met ‘zon op dak’. Hoeveel dat precies is hangt af van hoeveel zonnepanelen er daadwerkelijk op daken geïnstalleerd worden.

Resterende elektriciteitsopwekking in 2030, spoor 5 Het verschil tussen het doel (268 TJ) en de verwachte potentie uit ‘zon op dak’ (161 TJ) in het jaar 2030 is 107 TJ. Dit komt overeen met circa 33 ha zonPV-velden óf 2 windturbines van 4 MW.

Doelstelling 2030 Doelstelling zon op dak 2030 Doelstelling grootschalig 2030

268 [TJ] 161 [TJ] 107 [TJ]

Doelstelling 2050 Doelstelling zon op dak 2050 Doelstelling grootschalig 2050

809 [TJ] 382 [TJ] 427 [TJ]

Bij voorkeur zetten we in op een mix van zowel wind- als zonne-energie. Voor het elektriciteitsnet is een mix van deze twee bronnen het meest voor-

Resterende elektriciteitsopwekking in 2050

delig. Door zowel wind- als zonne-energie toe te passen ontstaat er meer

In 2050 is de potentie ‘zon op dak’ groter, maar tegen die tijd is ook de

balans op het elektriciteitsnet. Wat er moet gebeuren om dit ruimtelijk in te

opgave een stuk groter ten opzichte van de tussentijdse doelstelling voor 2030. In 2050 moet 100% van de benodigde elektriciteit duurzaam worden opgewekt. Volgens de huidige inschattingen van de elektriciteitsvraag en de potentie zon op dak is er dan nog circa 320 TJ17 extra aan duurzame energie nodig (ervan uitgaande dat het doel van 107 TJ in 2030 is behaald). Dat komt overeen met circa 99 ha zonPV-velden óf 6 windturbines van 4 MW. In totaal zijn tussen nu en 2050 óf 132 ha zonPV-velden óf 8 windturbines nodig om dan energieneutraal te zijn. Ook een mix van beide is mogelijk. Zie tabel 2 voor een overzicht van de genoemde getallen.

320 TJ = 427 TJ (gat tussen elektriciteitsvraag 2050 en potentie zon op dak) – 107 TJ (gat tussen doelstelling voor 2030 en potentie zon op dak) (zie Figuur 18). Uitgangspunt hierbij is dat het doel voor 2030 behaald wordt. Er is dan al 107 TJ aan grootschalige opwek. 17

48

passen in de gemeente Teylingen wordt hierna nader toegelicht.

Wat kan er grootschalig met zon en wind? Het inpassen van grootschalige opwek is een complex vraagstuk. Het is een moeilijke afweging tussen huidig en toekomstig ruimtegebruik en de waarde die wordt gehecht aan bepaalde typen landschappen. Er moet rekening worden gehouden met wettelijke mogelijkheden en belemmeringen

Kagerplassen is een kroonjuweel gebied. Om deze reden willen we dit gebied zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat laten voorbestaan. Dit betekent dat hier vooralsnog geen mogelijkheden voor windenergie, zonPV velden op land of drijvende zonPV velden zijn voorzien. Dit geldt ook voor de bollenvelden vanwege hun hoge cultuur historische waarde.

in de praktijk zoals aantrekkelijkheid voor investeerders, wensen van inwo-

Kroonjuweel definitie (bron: provincie Zuid-Holland). Cultuurhistorische

ners en inpassing in het landschap.

kroonjuwelen zijn unieke, zeer karakteristieke en gave erfgoedensembles

In totaal is er in de gemeente Teylingen in potentie ruimte voor:

van het Zuid-Hollands landschap. De provincie kent in totaal 13 kroonjuwelen die in zeer sterke mate bepalend zijn voor de identiteit en herken-

1. ZonPV langs infrastructuur 152 TJ (47 ha); 2. ZonPV op weilanden 162 TJ (50 ha);

baarheid van een plek of landschap. Voor kroonjuwelen geldt de algemene sturingsrichtlijn ‘behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles via bescherming én passende ruimtelijke ontwik-

3. Windturbines op weilanden en andere gronden 173 TJ (3 x 4 MW). Dit telt op tot 487 TJ en is in potentie voldoende om de gehele resterende

keling’. Deze richtlijn is uitgewerkt in de provinciale Omgevingsverordening (par. 7.3.6 Ruimtelijke kwaliteit).

(naast potentie zon op dak) opgave voor grootschalige duurzame opwek tot 2050 van 427 TJ in te vullen. De volgende paragrafen laten zien hoe de bovenstaande cijfers tot stand zijn gekomen. Behoud van landschap en toerisme Behalve de wettelijke ruimte voor duurzame energieopwek kijken we ook naar onze uitgangspunten (zie Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente ). Vooral het uitgangspunt ‘Versterking van landschapselementen en toerisme’ is hier relevant. We willen dat de energietransitie ons landschap en ons toerisme niet verstoort. Dit betekent dat we het buitengebied niet zomaar vol zetten met windturbines en/of zonneparken, maar aansluiten bij wat past bij ons cultuurlandschap en onze infrastructuur.

49

Figuur 19: Contour kroonjuweel gebied Kagerplassen en omgeving. Bron: provincie Zuid-Holland.

0,1 ha per windturbine. Desondanks is de ruimtelijke impact van een windturbine aanzienlijk. Dit heeft te maken met de hoor- en zichtbaarheid (slagschaduw en veiligheidsverlichting) en de verschillende wettelijke beperkingen en veiligheidszones waaraan voldaan moet worden. Deze wettelijke beperkingen en veiligheidszones worden nader toegelicht in de Bijlage: Ruimtelijke belemmeringen wind en zon. In Figuur 21 is te zien welke ruimte er in de gemeente Teylingen over blijft als alle gebieden met wettelijke beperkingen worden uitgesloten. Deze kaart is gemaakt voor het Nationaal Programma RES 18. In de figuur is onze gemeente te zien, met daarin een aantal lichtgroene gebieden (nr. 1 tot en met 5) aangegeven waar wettelijk gezien wel ruimte is voor windFiguur 20: Voorbeeld 4MW windturbine

turbines. Dit geeft een beeld van de mogelijkheden. Voorafgaand aan realisatie van een of meer windturbines moet altijd verdiepend onderzoek ge-

Wettelijke beperkingen voor windturbines

daan worden naar milieueffecten. Niet alle gebieden zijn even kansrijk.

Als eerste is er gekeken naar de ‘wettelijk’ beschikbare ruimte voor grote

De ‘losse/solitaire’ locaties 2, 3 en 4 bieden elk ruimte voor één windturbine

windturbines. Windturbines zijn gebonden aan wettelijke beperkingen.

per locatie. Solitaire locaties zijn weinig attractief voor marktpartijen. Alle

Denk hierbij aan geluidshinder, veiligheidseisen, slagschaduw, natuurge-

drie locaties samen bieden ruimte voor totaal drie windturbines.

bieden, etc. Locatie 4 ten zuiden van Voorhout ligt in de Elsgeesterpolder. Samen met Het fysieke ‘ruimtegebruik’ van windturbines is een stuk kleiner dan van

locatie 2 ten noorden van Voorhout, tussen de spoorlijn in het westen en

zonnepanelen. Er is fysiek gezien alléén ruimte nodig voor de fundering

Molentocht in het oosten, liggen beide locaties in een weidegebied.

van de mast, een toegangsweg en een kraan opstelplaats. Dit is ongeveer

18

Bron: https://www.regionale-energiestrategie.nl/bibliotheek/b+elektriciteit/analysekaarten++factsheets/1568843.aspx?t=Analysekaarten

50

Locatie nr. 1 is ook een solitaire locatie. Deze is mogelijk door initiatiefnemers te combineren met solitaire locaties in het zuiden van de gemeente Lisse. De locatie ligt in het bollengebied. Deze losse gebiedjes samen bie-

1

den ruimte voor in totaal drie windturbines, waarvan één windturbine in Teylingen ter hoogte van Mallegatsbrug (locatie nr. 1).

2

Locatie 5, biedt wettelijk gezien verspreide mogelijkheden in de Kagerplassen. Maar wij als gemeente kiezen er niet voor om de Kagerplassen en de gebieden daar direct omheen mee te nemen als mogelijke locaties voor windturbines (of zonPV velden). Omdat we dit gebied zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat willen behouden. Bij elkaar opgeteld lijkt er binnen de gemeente Teylingen wettelijk gezien

3 4

ruimte te zijn voor vier windturbines. Het is niet waarschijnlijk, gezien de cultuurlandschappelijke waarde van de locaties dat, zelfs op lange termijn,

5

deze wettelijke potentie volledig benut gaat worden. Daarom wordt als daadwerkelijk potentie uitgegaan van drie windturbines. Windturbines en RES Holland Rijnland De RES 1.0 Holland Rijnland heeft twee zoekgebieden geïdentificeerd voor de Gemeente Teylingen: ◼

Omgeving afrit 3 snelweg A44, noordoosten van Sassenheim;

◼

Bedrijventerrein afrit 5 en 6 snelweg A44 ten zuiden van Voorhout.

Figuur 21: Wettelijk beschikbare locaties voor windturbines (nog nader te onderzoeken)

Initiatief vanuit de Bollenstreek, spoor 5 LTO19 en Stichting Greenport Duin en Bollenstreek hebben het initiatief ge-

Beide locaties hebben te maken met wettelijke belemmeringen zoals uit Figuur 21 duidelijk wordt.

19

51

Voor meer informatie zie: LTO & Greenport

nomen om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor de productie

van duurzame energie, waaronder zonnepanelen en kleine tot middel-

◼

Langs de A44, valt deels samen met spoorlijn;

grootte windturbines in de Bollenstreek om zo te kunnen voorzien in de

◼

Rondweg Voorhout;

vraag naar elektriciteit van de lokale agrarische bedrijven.

◼

Overige (provinciale) wegen, waaronder N443.

De resultaten van het onderzoek zijn nog niet bekend, maar naar verwachting is het mogelijk om 10 tot 20 kleinere windturbines met een ashoogte kleiner dan 100 m te plaatsen (in de hele Bollenstreek, niet alleen in Teylingen), met een gezamenlijk vermogen tot circa 5 MW (afhankelijk van het daadwerkelijk gekozen vermogen). Daarmee zou circa 45 TJ elektriciteit opgewekt kunnen worden in het hele bollengebied. Slechts een gedeelte hiervan zou mogelijk in het noordelijke deel van de gemeente Teylingen geplaatst kunnen worden. Zo kan niet alleen het verbruik van de agrarische sector verduurzaamd worden maar wordt ook een bijdrage geleverd aan het verduurzamen van de gemeente. Omdat het eindrapport nog niet beschikbaar is wordt deze potentie nog niet meegenomen in de LES. Voorkeurslocatie zonPV-velden langs infrastructuur, spoor 5 Tijdens participatiesessies met inwoners en bestuurders is de voorkeur uitgesproken om hernieuwbare energieopwekking zoveel mogelijk langs bestaande infrastructuur te plaatsen. Daarom is er in deze analyse ook gekeken wat de mogelijkheden daarvoor in potentie zijn. In Teylingen zijn er verschillende infrastructuren waar combinatie met duurzame opwek mogelijk is. Er is mogelijk ruimte naast/op de volgende stukken infrastructuur of gebouwen, zie Figuur 22:

52

◼

De 150 kV hoge spanningslijn Voorhout in Sassenheim;

◼

Langs het spoor in Teylingen West en mogelijk Leidsevaart;

◼

Langs het spoor in Teylingen Oost (Warmond, Sassenheim);

Figuur 22: Ruimte zonnepanelen langs infrastructuur en zonPV velden Teylingen Indicatie van zoekgebieden, symbolen zijn geen indicatie van omvang in ha

Naast de bovengenoemde grotere infrastructuren zijn er ook verschil-

In totaal is er bij deze locaties circa 2,5 km2 (250 ha) ruimte beschikbaar.

lende parkeerplaatsen waar het mogelijk zou kunnen. Dit zijn onder ande-

Hiervan wordt 50 ha (20%), meegerekend als mogelijk potentieel voor zon-

ren de parkeerplaatsen bij:

nevelden. Zo wordt circa 1,5% van de ruimte in Teylingen mogelijk ingezet

◼

Station Sassenheim;

◼

Wasbeek;

◼

In woonkernen van Voorhout en Sassenheim.

voor zonPV velden. Dit percentage zit nog onder de richtlijn van 2% die in RES kader wordt gehanteerd. De 50 ha maakt de productie van circa 162 TJ aan duurzame elektriciteit mogelijk. Beperkingen zonPV-velden Voor zonne-energie gelden minder wettelijke beperkingen dan voor wind-

Alles bij elkaar opgeteld is er circa 47 ha (152 TJ) ruimte ingeschat voor zonnepanelen langs infrastructuur in Teylingen. Binnen deze ruimte zou meer dan 100% van de resterende grootschalige opgave in 2030 (107 TJ) kunnen worden gerealiseerd en 36% van de resterende eindopgave van

energie. Wel is het ruimtebeslag van zonPV-velden in verhouding een stuk groter dan van een windturbine. Voor dezelfde hoeveelheid energie die door 1 windturbine kan worden opgewekt (53 TJ) is circa 15 ha of 23 voetbalvelden aan zonPV-veld nodig.

320 TJ voor 2050. Dit betreft een eerste inschatting. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat de daadwerkelijke ruimte voor zonnevelden (of stro-

Het ambitieniveau van de energietransitie is hoog. Dit betekent dat we alle

ken) langs infrastructuur is.

mogelijkheden serieus onderzoeken waarmee we onze ambitie zouden kunnen invullen. We sluiten op voorhand dus geen locaties binnen onze

Ruimte voor zonPV-velden In de gemeente Teylingen zijn verschillende buitengebied locaties beschik-

gemeente uit.

baar waar grootschalige opwek met zonnevelden ruimtelijk mogelijk is. Of

Grootschalig opwekken met zon en wind, spoor 5

dit wenselijk is gezien de cultuur historische en ecologische waarde en of

Wettelijk en praktisch gezien lijkt er voldoende ruimte voor grootschalige

dit inpasbaar is in het net zal nader onderzoek duidelijk moeten maken. De

energieopwek met wind en zon om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te

volgende potentiele locaties zijn hiervoor geïdentificeerd:

behalen. In totaal is er circa 97 ha ruimte langs infrastructuur en in het bui-

◼

Elsgeesterpolder;

◼

Hellegatspolder ten noorden van Sassenheim;

◼

Zwetterpolder ten westen en noorden van Voorhout.

tengebied. Daarnaast is de inzet van wellicht 3 windturbines mogelijk. Dat geeft in totaal ruimte voor circa 487 TJ duurzame elektriciteit. Er is grootschalig tot 2050 ‘slechts’ 427 TJ nodig om energieneutraal te worden. Nader onderzoek is nodig om te kijken waar daadwerkelijk de ruimte langs infrastructuur en op andere locaties effectief benut kan worden.

53

Gebruik van zonPV-velden en windturbines voor 2030 Uitgaand van een ‘gunstige’ verdeling tussen wind en zon om zo de mogelijkheden van het elektriciteitsnet optimaal te benutten, dan kan met de plaatsing van 1 windturbine en circa 16 ha zonnevelden de resterende opgave voor 2030 (107 TJ = 268 TJ – 161 TJ) volledig worden behaald.

Met 1 windturbine van 4 MW, 16 ha zonnevelden en volop inzetten op zonnepanelen op daken kan de doelstelling van 268 TJ duurzame elektriciteit in 2030 behaald worden. Doorkijk richting 2050

Energiehoeveelheid

Ruimtegebruik zonPV

Hinderzone windturbine

Doelstelling 2050 Potentie zon op dak 2050 Reeds gerealiseerd grootschalig 2030

809 [TJ] 382 [TJ] 107 [TJ]

16 [ha]

28 [ha]

Resterende doelstelling grootschalig 2050

320 [TJ]

63 [ha]

56 [ha]

Totaal benodigd

427 [TJ]

79 [ha]

84 [ha]

Getallen 2050 op een rijtje

Tabel 3: Overzicht doelstellingen en ruimtegebruik duurzame elektriciteit

In de gemeente Teylingen is in beginsel voldoende ruimte beschikbaar om in deze benodigde groei van 320 TJ te voorzien. Dit kan zowel met uitsluitend zonnevelden, of een combinatie van zonnevelden en windturbines worden gerealiseerd.

In 2050 moet de hele elektriciteitsvraag van 809 TJ duurzaam worden opgewekt. Tegen 2050 is de potentie zon op dak doorgegroeid tot 382 TJ. We gaan ervanuit dat het ons ook daadwerkelijk lukt om dit te realiseren. Het restant van 427 TJ zal dan moeten worden geproduceerd met zonPV langs infrastructuur, zonnevelden en/of windenergie. Inzet is om in 2030 hiervan al 107 TJ gerealiseerd te hebben. Hiervoor hoeft slechts een gedeelte van de ruimte langs infrastructuur benut te worden. Verdere groei tussen 2030 en 2050 met in totaal 320 TJ is dan nog nodig om energieneutraal te worden, zie Tabel 3.

Figuur 23 geeft een schematische weergave van de ruimtelijke impact van de doelen op de gemeente Teylingen. Hierbij is voor het eindbeeld in 2050 uitgegaan van een mix tussen wind en zon. Hierbij is aangenomen dat 3 windturbines gerealiseerd kunnen worden (levert 173 TJ op), en dat de resterende opgave met 79 ha zonnevelden (254 TJ, langs infrastructuur en op weilanden) wordt opgelost. Dit wekt samen met de potentie zon op dak (382 TJ) de benodigde hoeveelheid van 809 TJ elektriciteit op voor 2050. Naast wat er tot 2030 al gerealiseerd is (1 windturbine, en 16 ha zonneveld) moeten er dus na 2030 nog 2 windturbines en 63 ha zonnevelden bij komen tot 2050 om het bovenstaande eindbeeld te bereiken.

54

Figuur 24: Voorbeeld van 10 ha zonneveld met ruim 23.000 panelen op Ameland

Figuur 23: Schematische weergave van de impact van de doelen op de ruimtelijke verdeling van gemeente Teylingen (linksboven in de figuur). Hierin stelt elk blokje 50 ha voor. Naast de schematische weergave van de gemeente is het ruimtegebruik van wind- en zonne-energie te zien in 2030 en 2050 als alle doelstellingen worden behaald.

De ideale verdeling tussen wind en zon Er is keuzevrijheid tussen windturbines en zonnevelden met elk z’n eigen voor- en nadelen. Een ‘optimale’ verdeling tussen zonne- en windenergie ziet er voor het elektriciteitsnetwerk anders uit dan voor het landgebruik. Verder onderzoek is nodig om te bepalen wat voor Teylingen de meest ‘optimale’ en meest ‘wenselijke’ verdeling is.

55

Wat is de impact op het elektriciteitsnet De volgende vraag gaat over de capaciteit van het huidige elektriciteitsnetwerk, zowel de vraag- als de aanbodzijde. Meer elektriciteitsvraag en de

zijn er nu in plaats van één grote energieproducent, allemaal mini-energieproducenten die op allemaal verschillende plekken (decentraal) energie opwekken.

decentrale opwek belasten beiden op een andere manier het netwerk. Hoe

Deze analyse is gebaseerd op de bevindigen van RES 1.0 over de

klein- en grootschalige opwek van elektriciteit en een toenemende vraag

aanbodzijde en op informatie van Liander die is aangereikt in het kader van

door warmtepompen en elektrisch rijden in het elektriciteitsnet passen is

de TVW m.b.t. de vraagzijde. Voor de mogelijkheden van netinpassing is

een vraag van netinpassing.

de bijlage20 bij de RES 1.0 leidend.

In Teylingen is de groei van de elektriciteitsvraag de meest beperkende factor in de energietransitie tot 2030, zeker wanneer in oudere wijken de vraag naar elektriciteit door warmtepompen en elektrische auto's snel gaat toenemen. De netinpassing moet van twee kanten bekeken worden om vast te stellen of, en zo ja, waar er knelpunten ontstaan: De vraagzijde, en de aanbodzijde. Bij de vraagzijde van elektriciteit gaat het letterlijk om de vraag die er is doordat men elektriciteit gebruikt. Bij de aanschaf van bijvoorbeeld een warmtepomp neemt de vraag naar elektriciteit toe. Bij de aanbodzijde gaat het om het aanbod van elektriciteit. Dit was nooit een vraagstuk waar wij ons mee bezig hoefde te houden omdat dit voorheen altijd werd verzorgd door grote energiecentrales. Deze produceren op één plek voldoende energie voor duizenden woningen en kantoren. Maar door de opwek van elektriciteit door zonnepanelen en windturbines

20

56

Bijlage 6.1 Netimpact rapportage RES 1.0 Holland Rijnland’, uitgevoerd door Liander

Vraagzijde

voor groei van elektriciteitsvraag beperkt tot 10 en in het meest gunstige

De netimpact rapportage bij de RES 1.0 laat zien dat de netsituatie in de

geval 20 MVA, zie Figuur 25. Dat komt door de beperkte capaciteit van het

gemeente nu door de vraagzijde bepaald wordt. In Teylingen is de ruimte

bestaande netwerk. Deze is nog niet klaar voor op de enorme groei van de elektriciteitsvraag die de komende decennia gaat plaatsvinden. Dit gaat invloed hebben op het tempo waarmee elektrisch vervoer groeit en de inzet van warmtepompen toeneemt. Naar verwachting is op veel plaatsen in Teylingen is er niet voldoende beschikbare capaciteit in het elektriciteitsnet om grote delen van de bebouwde kom over te laten stappen op individuele warmtepompen, dan moet het net verzwaard worden. Het gaat daarbij vooral om de oudere wijken. Voor meer informatie, zie deze paragraaf in de Transitievisie Warmte. Ook de groeimogelijkheden van woningen en bedrijven kan beperkt worden door de beperkingen van het elektriciteitsnet. Het ‘Investeringsplan 2020 Elektriciteit’21 laat zien dat er richting 2029 naar verwachting een capaciteitstekort van 6,3 MVA22 gaat optreden bij het 50/10 kV onderstation Sassenheim. Ook op het 150/50 kV niveau, in de verbinding met het hoogspanningsnet van TenneT, treedt in 2029 een tekort op, en wel van 10,9 MVA. Het station Sassenheim staat daarom op de

Het elektriciteitsnet heeft niet veel reserve meer voor toename van vraag. Dit maakt dat er tot 2030 beperkte groei mogelijk is voor nieuwbouw, nieuwe bedrijven, E-mobiliteit en warmtepompen. Figuur 25: Ruimte voor vraag van elektriciteit op het elektriciteitsnetwerk in Holland Rijnland 21

Bron: Liander, 1 oktober 2020 MVA is de eenheid waarin de capaciteit van een onderstation wordt uitgedrukt. 1 MVA is gelijk aan 0,8 tot 0,9 MW. 22

57

nominatie om te worden uitgebreid met een capaciteit van 100 MVA. Dit gebeurt naar verwachting voor 2030. In Figuur 25 is de kaart te zien die gemaakt is door Liander over de ruimte voor de toename van de elektriciteitsvraag. Aanbodzijde

Als je zonnepanelen wilt installeren, op woning of bedrijf, neem dan altijd vooraf contact op met Liander om te controleren of de panelen aangesloten kunnen worden op het net. Ook als er weinig capaciteit beschikbaar is, kan er een oplossing beschikbaar zijn. Eén van de mogelijke oplossingen is het kunstmatig ‘limiteren’ van de productie van zonnepanelensysteem. Daardoor wordt voorkomen dat er piekmomenten plaatsvinden tijdens de productie van zonnestroom. Wel betekent dit dat de panelen een paar procent minder op zullen leveren op jaarbasis.

De aanbodzijde van het huidige elektriciteitsnet in Teylingen laat een ander beeld zien. Omdat de omvang van de productie van duurzame elektriciteit

Balancering van het elektriciteitsnet, energieopslag

in de gemeente in verhouding tot de vraag nu nog relatief klein is, is er tot

Een van de belangrijkste aspecten van netinpassing is de ‘balancering van

2030 nog ruimte voor groei. Wel kunnen er lokaal, op bepaalde punten in

het net’. Daarmee wordt bedoeld dat het energiegebruik en de opwek op

het elektriciteitsnet, knelpunten ontstaan.

elkaar afgestemd zijn. Door de toepassing van wind- en zonne-energie is de opwek van elektriciteit slecht te sturen. Wind- en zonne-energie veroor-

Op het 50/10 kV onderstation in Sassenheim is naar verwachting in 2030 een aansluitcapaciteit van 10 tot 20 MVA beschikbaar voor grootschalige

zaken pieken en dalen op het elektriciteitsnet. Dat veroorzaakt op zijn beurt onbalans op het elektriciteitsnetwerk.

projecten, dat is tot maximaal 20 ha zonPV veld totaal of maximaal 6 windturbines.

In de toekomst zullen er oplossingen moeten komen om dit groeiende probleem van onbalans op te lossen. Mogelijkheden daarvoor zijn bijvoorbeeld

Vroegtijdig contact met Liander voor grote en kleine projecten Bij elk initiatief van een schaalgrootte groter dan 100 kWe, is in een vroeg stadium contact met Liander nodig om vast te stellen hoe en of netinpassing kan plaatsvinden, welke kosten hiermee gemoeid zijn en op welke termijn aansluiting mogelijk is. Daarnaast kunnen ook bij kleinere projecten, zoals zonnepanelen op daken van woningen, knelpunten ontstaan in een wijk of buurt. Dit kan zowel in oude als in nieuwere buurten het geval zijn.

het sturen en beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod, en opslag van energie met batterijen of via waterstof. De opgeslagen energie kan dan op een later tijdstip worden gebruikt. Zo wordt het elektriciteitsnet weer in balans gebracht. Dit is geen eenvoudig probleem om op te lossen en het zal een vraagstuk blijven voor de komende decennia. Maar de toekomst is al dichtbij. Zeventien nieuwbouwwoningen in Voorhout zijn in november 2021 opgeleverd met een batterij-gedreven snellader. Deze kan de twee elektrische deelauto’s in de wijk tegelijkertijd voorzien van energie, maar belangrijker nog: hij doet dienst als buurtbatterij om op-

Er valt niet van tevoren te zeggen of er ergens wel of geen ruimte is voor

gewekte zonnestroom van de woningen te bufferen. Het project is ontwik-

(extra) zonnepanelen. Het is daarom verstandig om altijd bij Liander te con-

keld door ‘EF-concepts’ i.s.m. Van der Hulst Bouwbedrijf, zie Figuur 26.

troleren of er voldoende capaciteit is om zonnepanelen te installeren.

58

Figuur 26: Buurtbatterij Voorhout als buffer voor zonPV, Hulst Bouwbedrijf en EF-Concepts. De batterij wordt gecombineerd met een snellaadstation voor elektrische auto’s.

Verwachte aanpassingen in de infrastructuur Vooralsnog, en zeker tot 2030, is het huidige elektriciteitsnet ruimte voor groei van de duurzame elektriciteitsproductie in de gemeente. Toch kunnen er op bepaalde plekken in het elektriciteitsnet knelpunten ontstaan. Als in een bepaalde wijk of buurt op grote schaal zonnepanelen worden geïnstalleerd, elektrisch koken meer ingang vindt en ook elektrisch rijden toeneemt dan ontstaat hier mogelijk een knelpunt op het elektriciteitsnet. Aanbod zal gestaag en in nauw overleg met Liander moeten plaatsvinden. Daarnaast wordt systeemefficiëntie van het elektriciteitsnetwerk belangrijk. Een korte uitleg hierover staat in de Bijlage: Netimpactanalyse.

59

BIJLAGEN

60

Bijlage: Energiescenario’s voor 2030 en 2050 Warmte energiescenario’s

Figuur 27 laat het warmteverbruik van de gebouwde omgeving in de toe-

In het klimaatakkoord staat dat in 2050 een groot deel van de woningen en

komst zien. Het aandeel aardgas neemt af vanaf 2019 en andere bronnen

gebouwen van het aardgas af moeten zijn. Er zijn alternatieve manieren

als warmtepompen en warmtenetten nemen het over. Er is potentie in de

om te verwarmen, zoals elektrische warmtepompen, aardwarmte of groen

gemeente voor het gebruik van aardwarmte en aquathermie in een warm-

gas. 2050 is ver weg en het is nog te vroeg om te zeggen welke alternatie-

tenet. Een diepere verkenning van deze optie is gedaan in de Transitievisie

ven een rol gaan spelen. Om nu toch iets te kunnen zeggen over hoe de

Warmte. Als laatste laat de figuur zien dat de warmtevraag afneemt in de

energievraag zich gaat ontwikkelen, kijken we naar de alternatieven in de

toekomst. Dit komt door de isolatiemaatregelen die nodig zijn wanneer er

volgende drie scenario’s in lijn met de Transitievisie Warmte:

een overstap wordt gemaakt naar alternatieve warmtebronnen.

– All electric scenario (AE): In dit scenario wordt de gebouwde om-

In de laatste twee scenario’s liggen de besparingsdoelen bijna gelijk aan

geving individueel voorzien in warmte. Elk huis heeft een eigen (hy-

2030. Dit komt doordat er minder isolatie nodig is voor woningen die aan-

bride) warmtepomp. Omdat warmtepompen niet geschikt zijn om

gesloten worden op een warmtenet op aardwarmte.

hoge temperatuur warmte te leveren, moet de gebouwde omgeving

In 2030 zien we dat een merendeel van de warmte nog wordt voorzien door

maximaal geïsoleerd worden (minimaal schillabel B), zodat er tot

aardgasgestookte ketels. Daarnaast zullen hybride warmtepompen al een

25% warmteverbruik bespaard wordt.

tussentijdse rol gaan spelen in de verduurzaming van onze woningen. De

– Warmtenet scenario (WN): In dit scenario worden alle gebouwen

verwachting is dat een flink aantal woningeneigenaren zullen investeren in

in de gebouwde omgeving voorzien in warmte uit een warmtenet die

een hybride warmtepomp, omdat het in combinatie met isolatie een aan-

draait op met name aquathermie en aardwarmte bronnen. Er zijn

trekkelijke investering wordt ten opzichte van Cv/Hr-ketel. Dit levert een

minder isolatiemaatregelen nodig, er moet 10% bespaard worden in

flinke besparing op.

het warmteverbruik van de gebouwde omgeving. – Midden scenario: Dit scenario is een realistischer scenario, waarin wijken die geschikter zijn voor individuele verwarming zijn voorzien van warmtepompen en wijken die geschikter zijn voor collectieve warmtebronnen zijn aangesloten op een warmtenet. Er moet tot zo’n 15% bespaard worden in het warmteverbruik van de gebouwde omgeving door te isoleren.

61

Figuur 27: Warmteverbruik in de gebouwde omgeving. In geel gearceerd is te zien wat het besparingspotentieel is door het toepassen van (hybride) warmtepompen die warmte uit de omgeving (zoals de buitenlucht) gebruiken.

62

Mobiliteit energie scenario Om het 11% besparingsdoel in 2030 te halen zal ongeveer een derde van het verkeer elektrisch moeten rijden in 2030. Het jaar 2050 is daarentegen nog ver weg en de toekomst van mobiliteit is nog onzeker. Het is wel zeker dat er meer elektrisch gereden gaat worden. Dit heeft gevolgen voor de elektriciteitsvraag van de gemeente. Echter, de gemeente kan vooralsnog deze ontwikkelingen bijna niet beïnvloeden. Daarom is in de LES uitgegaan van één scenario voor de toepassing mobiliteit: ◼

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=7370cefe-d5fa-4fd3-9396-2a3417ac742c