Definitieve Lokale energiestrategie Teylingen - LES 1.0.pdf
Tekst van het document
FINAAL
13 januari 2022
Lokale Energiestrategie Teylingen
Gemeente Teylingen
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Industry & Buildings Trade register number: 56515154 T +31 88 348 20 00 F +31 33 463 36 52 info@rhdhv.com royalhaskoningdhv.com
Lokale energiestrategie (LES) Teylingen Dit is een product van Royal HaskoningDHV, gemaakt in opdracht van de gemeente Teylingen. Opdrachtgever:
HLTsamen (contactpersoon Marijke Waterreus)
Status:
Finaal
Datum:
13 januari 2022
Uitgevoerd door:
Royal HaskoningDHV Nederland B.V.
In samenwerking met:
EMMA
Projectreferentie:
BH2793
Auteurs:
Edward Pfeiffer, Nienke Jorna, Margit Heine, Anish Bosch
Beelden en iReport:
Karen Friele, Anish Bosch
Projectleider:
Marco Plantema
Inhoud Bestuurlijke samenvatting
3
Leeswijzer
5
1
Inleiding
5
Verdieping spoor 3: Mobiliteit
37
6
Verdieping spoor 4 en 5: Elektriciteit
40
6
Verandering van het energiesysteem
40
Van Parijs naar de Klimaatwet
6
Prioritering opwek duurzame elektriciteit
43
Van Klimaatakkoord naar LES
6
Potentie zonPV op daken
45
Waarom een LES?
7
Resterende elektriciteitsopwek
48
Participatie tijdens het LES traject
8
Wat kan er grootschalig met zon en wind?
49
Samenhang LES, RES en TVW
9
Wat is de impact op het elektriciteitsnet
56
Focus op warmte, mobiliteit en elektriciteit
10
Bijlage: Energiescenario’s voor 2030 en 2050
61
2
13 Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Teylingen
66
Route naar energieneutraal
Onze energiehuishouding
13
Van ambitie naar doelstellingen
15
Bijlage: Ruimtelijke belemmeringen wind en zon
70
Energiestrategie
18
Afwegingskader grootschalig wind en zon
74
Waar kun je aan denken tot 2030?
23
Wat doen we later (na 2030)
26
Bijlage: Netimpactanalyse
75
Routekaart 2050
27
Bijlage: Waterstof en kernenergie
76
3
29
Communicatie en participatie
Uitgangspunten van de participatie
29
De uitvoering
30
4
33
Verdieping spoor 2: Warmte
Begrippenlijst
veranderen hun processen om energie te besparen en maken gebruik van deelauto’s. Tot slot zijn veel mensen bezig met het besparen van energie door te isoleren of minder de auto te gebruiken.
Energie Wanneer gesproken wordt over energie worden alle vormen van energie
Energieneutraal
bedoeld die we gebruiken in ons dagelijks leven en in de land- en tuinbouw
Energieneutraal betekent dat alle energie die binnen de gemeentegrenzen
en industrie. Vormen van energie zijn bijvoorbeeld warmte om je huis te
wordt verbruikt, wordt geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen.
verwarmen, warmte voor industriële processen en elektriciteit om je tele-
Energieneutraliteit heeft betrekking op wonen, werken en mobiliteit binnen
foon te kunnen opladen. Energiebronnen waaruit deze energie wordt op-
de grenzen van de gemeente. In een energieneutrale gemeente wordt
gewekt zijn bijvoorbeeld aardgas, kolen, benzine, diesel, wind, zonlicht en
geen aardgas meer verbrand in de cv-ketels en geen fossiele brandstof
biomassa. Het begrip ‘energie’ omvat dus meer vormen van energie dan
getankt. In plaats daarvan worden alleen hernieuwbare bronnen gebruikt
alleen elektriciteit. De begrippen ‘elektriciteit’ en ‘energie’ mogen dan ook
om onze huizen te verwarmen en te voorzien in de vraag naar elektriciteit.
niet door elkaar gehaald worden.
Ook de industrie, landbouw en bedrijven maken dan gebruik van hernieuwbare energiebronnen.
Hernieuwbare- of duurzame energie Hernieuwbare- of duurzame energie is alle energie die opgewekt is uit her-
CO2-neutraal
nieuwbare energiebronnen. Een energiebron is hernieuwbaar wanneer die
CO2-neutraal betekent dat er geen emissie meer optreedt van fossiele CO2,
op natuurlijke wijze wordt aangevuld binnen een (relatief) korte tijd, zoals
dat is CO2 die vrijkomt bij de verbranding van aardgas, aardolie en daarvan
zonlicht, wind, stromend water in rivieren, getijden, golven, aardwarmte en
afgeleide producten (benzine, diesel), steenkool en bruinkool.
biomassa. Energietransitie
Klimaatneutraal Klimaatneutraal betekent dat er geen emissie van broeikasgassen meer
Als gesproken wordt over ‘de energietransitie’ dan gaat het over de veran-
optreedt die leidt tot klimaatverandering. In de praktijk betekent dit dat
deringen die nu in Nederland (en andere landen) gaande zijn op het gebied
naast de emissie van fossiele CO2 ook de emissie van methaan (CH 4),
van duurzame energieopwekking, energieopslag en energiebesparing. Het
lachgas (N2O) en overige broeikasgassen naar 0 wordt teruggebracht.
doel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In Nederland
Emissie van methaan en lachgas treedt vooral op in de landbouw en dan
wordt van kolen en aardgascentrales overgegaan op wind- en zonne-ener-
in het bijzonder in de veeteelt.
gie. Er komen steeds meer elektrische auto’s. Verwarming van woningen gebeurt steeds vaker op een andere manier dan met aardgas. Bedrijven
1
Elektriciteitsneutraal
vorm aan onze RES. In dit samenwerkingsverband maken we plannen om
Elektriciteitsneutraal betekent dat alle elektriciteit die nodig is wordt gepro-
in 2050 energieneutraal te zijn. We doen dit gezamenlijk omdat energie-
duceerd met hernieuwbare en duurzame energiebronnen zoals wind, zon,
neutraal worden een lastige opdracht is waarbij we elkaar nodig heb-
groene waterstof of met behulp van warmte (stoom) uit duurzame hoge
ben. Door samen te werken kunnen we gebruik maken van elkaars kennis
temperatuurbronnen zoals biomassa en aardwarmte.
en mogelijkheden. En omdat alle partijen de regio goed kennen, kunnen we beter met passende oplossingen komen.
Kleinschalige en grootschalige opwek Met kleinschalige opwek worden technieken bedoeld die minder dan 15 kW
Joule (J), Terajoule (TJ) en Petajoule (PJ)
aan vermogen hebben om elektriciteit op te wekken. Te denken valt aan
Joule is de eenheid voor een hoeveelheid energie. 1 Terajoule is gelijk aan
zonnepanelen op daken van huizen of kleine windturbines. Met grootscha-
1.000.000.000 joule (1 miljard) en bevat evenveel energie als 31.600 m3
lige opwek worden technieken bedoeld die meer dan 15 kW vermogen heb-
aardgas of 278 MWh elektriciteit. 1 Petajoule is gelijk aan 1.000 TJ. De PJ
ben om elektriciteit op te wekken. Voorbeelden zijn grote windturbines,
is een maat die gebruikt wordt op nationale schaal, in de gemeente wordt
zonnevelden, maar ook een aaneenschakeling van zonnepanelen op grote
de TJ als de maat gebruikt.
daken van bijvoorbeeld een kantoorgebouw. Kilowattuur (kWh), Megawattuur (MWh) en Terawattuur (TWh) Transitievisie warmte (TVW)
Elektrische energie wordt meestal aangegeven in kilowattuur (kWh). Een
In 2050 moeten alle gebouwen op een duurzame manier worden ver-
zuinige wasmachine verbruikt per wasbeurt zo’n 0,35 kWh. 1 kWh komt
warmd. Nu gebruiken we hiervoor nog overwegend aardgas. Dat is niet
overeen met 3.600.000 joule (3,6 MJ). 1 MWh is 1,000,000 kWh en 1 TWh
duurzaam. Daarom gaan we stap voor stap aan de slag met het aardgasvrij
is 1,000,000,000 kWh (1 miljard). Het jaarverbruik in Nederland is 120 TWh
maken van alle gebouwen in de gemeente. Hernieuwbare warmtebronnen
aan elektriciteit.
nemen de plaats in van aardgas. In de TVW geven we aan welke bronnen voorhanden zijn en hoe we de overstap gaan maken.
Watt (W) en Megawatt (MW) Met Watt (W) wordt het vermogen van een apparaat, machine of centrale
Regionale energiestrategie (RES)
aangegeven. Met vermogen wordt bedoeld hoeveel energie (joule) een ap-
In het Klimaatakkoord staat dat dertig regio’s in Nederland onderzoeken
paraat, machine of centrale verbruikt of produceert per seconde. Een wind-
waar en hoe ze duurzame energie grootschalig kunnen opwekken. Iedere
turbine van 4 MW produceert, terwijl hij draait, 4.000.000 joules per se-
regio legt dit vast in een eigen RES. Holland Rijnland is één van die dertig
conde aan energie.
regio’s. Met dertien gemeenten (waaronder Teylingen), twee waterschappen, de provincie, de netbeheerder Liander en andere partijen geven we
2
Bestuurlijke samenvatting De gemeente Teylingen heeft de ambitie1 om in 2050 energieneutraal te
Transitievisie Warmte en Mobiliteitsvisie en dient als input voor de in voor-
zijn. Alle energie die nodig is wordt dan op eigen grondgebied geprodu-
bereiding zijnde Omgevingsvisie.
ceerd en in de totale vraag naar warmte, elektriciteit en mobiliteit wordt voorzien met alleen duurzame bronnen. Dit is een grote opgave. Als eerste willen wij daarbij -in lijn met de RES Holland Rijnland- de doelen voor 2030
Kan de gemeente Teylingen energieneutraal worden? De sleutel hiervoor is elektriciteit. In onze gemeente gaat elektriciteit een steeds grotere rol spelen. Het vervoer wordt voor een belangrijk deel elek-
halen:
trisch. Ook het verwarmen van onze woningen zal in toenemende mate •
•
15% energiebesparing in de gebouwde omgeving en 11% energie-
elektrisch gebeuren. Bij bedrijven en in huishoudens worden steeds meer
besparing bij mobiliteit, dit ten opzichte van 2014;
elektrische apparaten gebruikt. Het elektriciteitsverbruik neemt naar verwachting toe met 14% in 2030 en 43% in 2050 (t.o.v. jaar 2019). Daarom
Forse stijging van de duurzame elektriciteitsproductie tot 268 TJ, aandeel stijgt van 7,3% in 2019 naar circa 42% in het jaar 2030.
willen en moeten we de productie van duurzame elektriciteit verhogen en elke mogelijkheid serieus nemen. Waar in 2020 de teller op 64 TJ duur-
Om deze Lokale Energiestrategie (LES) op te stellen zijn de technische en
zame elektriciteit stond, zal deze in 2030 op 268 TJ moeten staan. Oftewel,
ruimtelijke mogelijkheden voor energiebesparing en -opwekking verkend
we willen onze productie verviervoudigen in 10 jaar tijd.
en is naar de meningen en suggesties van inwoners, organisaties en bedrijven gevraagd. Het zwaartepunt van de strategie ligt behalve op energiebesparing ook op de productie van duurzame elektriciteit. Hieruit zijn 5 sporen ontstaan die in Figuur 1 worden gepresenteerd. We geven als organisatie zelf het goede voorbeeld door te zorgen dat ons eigen vastgoed in 2030 energieneutraal is. Of deze ambitie daadwerkelijk realiseerbaar is wordt momenteel onderzocht. We gebruiken deze strategie als basis voor ons uitvoeringsprogramma Energietransitie. De LES sluit aan bij onze
1
De ambitie energieneutraal komt uit het Energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025 dat door de gemeente Teylingen is ondertekend op 27 september 2017.
3
Op korte termijn willen we onze inwoners en bedrijven stimuleren om hun daken optimaal te gebruiken door de plaatsing van zonPV panelen. Gegeven de potentie die ‘zon op dak’ nu heeft in Teylingen moet het mogelijk zijn om door te groeien van 64 TJ duurzame elektriciteit naar 161 TJ zon op dak in 2030, een ruime verdubbeling. Voor de overige 107 TJ gaan we op zoek naar meer grootschalige mogelijkheden. Daarbij geven we prioriteit aan de ontwikkeling van zonPV langs infrastructuur. Daarnaast willen we de mogelijkheden voor wind en zonPV velden nader onderzoeken met
als voorkeur het ruimtelijk combineren van beiden. Bij inpassing wordt re-
gelijkheden en het toepassen van elektriciteitsopslag zodat ons elektrici-
kening gehouden met de cultuur historische waarde van onze landschap-
teitsnet optimaal gebruikt wordt. Door samen te werken, te laten zien wat
pen zoals bollenvelden, Kagerplassen en weidegebieden. Wij werken hier-
we kunnen, inwoners te faciliteren in het transitie-proces, het goede voor-
bij samen in regionaal verband en in de Duin- en Bollensteek, dit als op-
beeld te geven als gemeente en alert te zijn op de beschikbare instrumen-
maat naar RES 2.0 Holland Rijnland.
ten en innovaties maken we het verschil. Na 2030 willen we doorgroeien
Richting 2050 zal, ondanks dat onze daken steeds beter benut gaan worden en zonPV zal innoveren, de noodzaak tot grootschalige opwek toenemen om geheel energieneutraal te zijn. In totaal is in 2050 naar verwach-
met kleinschalig opwekken en ook grootschalig opwekken. Het onderzoek in spoor 5 voor grootschalig opwekken gaat duidelijk maken of Teylingen energieneutraal kan worden in 2050.
ting 427 TJ grootschalige productie van duurzame elektriciteit nodig. Dit komt overeen met 132 ha aan zonPV op velden en langs infrastructuur of 8 windturbines van 4 MW, of een mix van beiden. Op grond van het huidige beleid en de beschikbare ruimte op de lange termijn lijkt binnen onze gemeentegrenzen voldoende grootschalige productie van elektriciteit mogelijk om in 2050 energieneutraal te zijn. We gaan verkennen waar en in welke mate dit daadwerkelijk kan (spoor 5). Onze opgave in uitvoering Richting 2030 willen we starten met de mogelijkheden die er nu al zijn: energie besparen, duurzame warmte gebruiken, kleinschalige technieken die elektriciteit opwekken en verduurzaming van mobiliteit. Ingezet wordt op het slim combineren van moFiguur 1: De Lokale Energiestrategie van Teylingen in één overzicht, zie ook paragraaf Energiestrategie in hoofdstuk 2
4
Leeswijzer In de inleiding is beschreven wat een Lokale Energiestrategie (LES) is en
maken met hoe de doelstellingen in het Klimaatakkoord en de RES zijn gecommuniceerd.
hoe deze samenhangt met de Regionale Energiestrategie (RES) en de
De LES gebruikt data uit de Klimaatmonitor. Afhankelijk van het moment
Transitievisie Warmte (TVW).
van raadplegen van de database kunnen verschillen optreden in de waar-
Om de energietransitie goed te begrijpen wordt in hoofdstuk 2 ‘Route naar energieneutraal’ eerst toegelicht hoe de gemeente er nu voorstaat qua
den. Deze verschillen zijn zo klein dat zij geen significante invloed hebben op de inzichten en uitkomsten van de LES.
energieverbruik. Vervolgens omschrijven we de doelen en ambities van
In het rapport staan verschillende kaders, blauw en grijs. Deze duiden op
onze gemeente en welke invloed dit heeft op de toekomstige energievraag.
extra informatie (grijs kader) of een belangrijke boodschap (blauw kader).
Hoe de doelen behaald gaan worden, staat omschreven in de ‘Energiestrategie’, die bestaat uit meerdere sporen. Daarna beschrijven we in hoofdstuk 3 hoe we aankijken tegen communicatie en participatie, een instrument dat door de hele energiestrategie verweven is en dat onmisbaar is om onze doelen te bereiken. In de verdiepende hoofdstukken 4, 5 en 6 behandelen we hoe de toekomstige energievraag kan worden ingevuld. Daar wordt kwantitatief, kwalitatief en ruimtelijk op ingegaan. Er wordt beschreven hoeveel energie er nodig is, hoe die in de eigen gemeente opgewekt kan worden, en wat (mogelijke) belemmeringen zijn (ruimtelijk, wettelijk, bestuurlijk en wat betreft het elektriciteitsnetwerk). De energiehoeveelheden in deze rapportage zijn zo veel mogelijk omgerekend naar Terajoule (TJ). Dit is gedaan zodat energiehoeveelheden van verschillende toepassingen met elkaar vergeleken kunnen worden en zich laten herleiden uit de nationale database De Klimaatmonitor. Op sommige plekken in deze rapportage is ook Terawattuur (TWh) gebruikt. Dit heeft te
5
1 Inleiding Van Parijs naar de Klimaatwet
Van Klimaatakkoord naar LES
In 2015 is door 195 landen het welbekende Parijsakkoord ondertekend,
In Figuur 2 is te zien hoe de energietransitie in Nederland is opgebouwd.
met als doel de wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging ruim onder de
Als uitgangspunt wordt het doel uit het nationale Klimaatakkoord genomen.
2°C te houden. In vervolg op dit akkoord heeft Nederland in 2018 de Kli-
Vervolgens is Nederland in 30 zogeheten RES-regio’s verdeeld, die Regi-
maatwet opgesteld. Deze wet stelt dat in 2030 de uitstoot van CO2 met
onale Energie strategieën (RES) opgesteld hebben. Binnen deze regio’s
49%2 gereduceerd moet zijn en in 2050 uiteindelijk 95% minder CO
wordt onderzocht hoe aan de klimaatdoelstellingen voor 2030 voldaan kan
2 uitge-
stoten moet worden. Om deze Klimaatwet uit te voeren presenteerde de Nederlandse regering in 2019 het Klimaatakkoord. Dit is het nationaal plan om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te behalen. De opgave in Nederland is dus geen vrijblijvend streven, maar volgt uit onze wettelijk vastgestelde doelstelling voor
worden. Teylingen valt onder de RES-regio Holland Rijnland. Een afspraak die voortvloeit uit het Klimaatakkoord is de Transitievisie Warmte (TVW). Dit document geeft een beeld over de visie op de warmtetransitie binnen de gemeente. De TVW van Teylingen is vastgesteld op 4 november 2021.
een duurzamere toekomst. Daarnaast hebben wij als gemeente deze Lokale Energiestrategie (LES) Naast de Nederlandse Klimaatwet, is er in 2021 een Europees pakket aan beleidsvoorstellen gepresenteerd door de Europese Commissie genaamd ‘Fit for 55’. Dit plan, dat inzet op 55% CO2 besparing in de EU in 2030, is nog niet vastgesteld, maar heeft wel een hogere ambitie 3 dan de huidige Klimaatwet die geldt in Nederland. Een groot deel van deze doelstelling zal worden bereikt door van fossiele energiebronnen over te gaan op duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, de zogenoemde energietransitie.
2
Zowel het percentage 49% als het percentage 95% CO2 reductie voor 2030 respectievelijk 2050, zijn percentages uitgedrukt ten opzichte van 1990. Bron: Klimaatakkoord.
6
opgesteld om een beter beeld te krijgen van onze lokale situatie en mogelijkheden. Waar de TVW alléén over warmte gaat, gaat de LES ook in op elektriciteit en mobiliteit. Deze LES geeft inzicht in hoe de energietransitie in Teylingen kan gaan plaatsvinden, rekening houdend met de mogelijkheden en uitgangspunten die de gemeenteraad op 11 maart 2021 heeft vastgesteld (zie Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Teylingen). De LES maakt duidelijk wat de
De Ambitie van ‘Fit for 55’ is om voor 2030 55% CO2 te reduceren in de EU, dit t.o.v. 1990. Daarnaast streeft het voor 2050 niet naar slechts 95% CO2 reductie maar naar klimaatneutraliteit. Bron: Fit for 55. Voor Nederland komt dit neer op 52%. Bron: PBL, september 2021. 3
opgave is en wat nodig is om energieneutraal te worden binnen onze eigen
in 1) hoe de energiehuishouding er in onze gemeente voor staat, 2) hoe wij
gemeentegrenzen.
onze eigen ambitie kunnen halen en 3) tegelijkertijd aan de Klimaatwet vol-
Zoals weergegeven in Figuur 2 is de verwachting dat de energietransitie
daan kan worden. Om hier antwoord op te geven is de LES opgesteld.
uiteindelijk via wijkuitvoeringsplannen4 en burgerinitiatieven, waaronder
Deze LES geeft aan waar de gemeente nu staat qua totale energiehuis-
energie coöperaties, lokaal uitgevoerd gaat worden. Vermoedelijk komen
houding (elektriciteit, warmte en mobiliteit), hoe deze energievraag zich zal
er daarnaast ook grootschalige initiatieven, daar waar deze mogelijk en
ontwikkelen in de toekomst (toekomstige opgave) en welke maatregelen
aanvaardbaar zijn in onze gemeente.
belangrijk zijn om onze doelen in 2030 en 2050 te bereiken. De LES geeft inzicht in wat onze opgave is, hoe doelen gerealiseerd kunnen worden en welke uitdagingen wij als gemeente nog voor de boeg hebben. Dit vanuit de ambitie om in 2050 energieneutraal te willen zijn.
De strategie omschrijft de mogelijkheden voor energiebesparing en duurzame energie opwek binnen de gemeentegrenzen. De LES gaat vooral over de verduurzaming van energiehuishouding in de gebouwde omgeving (woningen, utiliteiten5 en commerciële panden) en mobiliteit. De grote bedrijven en agrarisch sector zijn niet nader verkend in deze LES. Het aandeel van de grote bedrijven en agrarische sector in het totale energieverbruik is beperkt (424 TJ op een totaal van 2.446 TJ, aandeel 17%, jaar 2019). In het Klimaatakkoord is afgesproken dat deze bedrijven samenwerFiguur 2: De energietransitie van Klimaatakkoord tot burgerinitiatievenburgerinitiatief
ken en aangestuurd worden op landelijk niveau (Rijksoverheid) en niet door (lokale) gemeenten. Overwegend gaan deze bedrijven ook zelf aan de slag
Waarom een LES?
wanneer zij daartoe de mogelijkheden zien. Een goed voorbeeld van zo’n
In het Klimaatakkoord en in de RES 1.0 zijn doelen vastgesteld. Om deze doelen concreter te maken voor Teylingen hebben we behoefte aan inzicht
4
7
Deze worden op een later tijdstip op- en vastgesteld binnen de gemeente.
5
Utiliteiten is een overkoepelend term voor vastgoed zonder woonbestemming. U kunt hierbij denken aan: winkels, kantoren, fabrieken, bedrijfshallen en opslagruimtes.
eigen initiatief is dat LTO 6 onderzoek doet naar kleinschalige windenergie
iedereen wat we aan elkaar hebben en kunnen we op weg om een duur-
in de Bollenstreek. Daarnaast is er ook een energiecoöperatie actief, de
zame samenleving te worden.
coöperatie Zon op Teylingen (zie onderstaande kader).
Participatie tijdens het LES traject LTO en Stichting Greenport Duin- en Bollenstreek hebben het initiatief genomen om te onderzoeken wat de mogelijkheden van wind en zonPV zijn in de Bollenstreek. Het resultaat van dit onderzoek wordt in 2022 verwacht.
Inwoners, ondernemers, ketenpartners en andere stakeholders (zoals onze erfgoedorganisaties, Zuid Hollands Landschap en Bedrijfsleven Bollenstreek) uit onze gemeente zijn al in een vroeg stadium meegenomen in het LES traject. Dat is in twee fases gedaan.
In september 2020 is de energiecoöperatie Zon op Teylingen van start gegaan met als doel zonPV projecten ontwikkelen op grote daken. Inwoners uit Teylingen kunnen hierin participeren.
In de eerste fase, tussen september 2020 en januari 2021, heeft de gemeente input aan inwoners en andere betrokkenen gevraagd voor de uitgangspunten voor de LES. Daarvoor zijn zowel interviews, enquêtes als
Van strategie naar uitvoering
groepsgesprekken georganiseerd. Deze uitgangspunten zijn vervolgens
De energietransitie raakt ons allemaal: jong en oud, arm en rijk, inwoner en
door de raad bij- en vastgesteld (zie Bijlage: Uitgangspunten LES ge-
bedrijf. De LES is een strategie op hoofdlijnen, het is nog geen uitvoerings-
meente Teylingen). Wilt u meer lezen over de invulling en opbrengst van
plan waarin projecten met naam en toenaam genoemd worden. Wij stellen
deze eerste fase in de participatie? Lees dan de Analyse maatschappelijke
als gemeente, na vaststelling van de LES, een uitvoeringsplan op waarin
haalbaarheid LES & TVW van 12 februari 2021.
staat wat wij zelf kunnen en willen oppakken en uitvoeren. Maar voor de uitvoering van de gehele energietransitie zijn we ook afhankelijk van inwoners, bedrijven en organisaties en de juiste instrumenten en middelen van het Rijk. Wij zullen daarbij helpen en het goede voorbeeld geven door te beginnen met de eigen gemeentelijk vastgoed energieneutraal te maken.
De tweede participatieve fase vond plaats van april tot juli 2021. Als startschot van deze fase organiseerden we een online energiecollege waarin technische experts de mensen bijpraatten over de energietransitie. De wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zoomden in op hun eigen gemeente. Van de gelegenheid tot vragen te stellen werd inten-
De LES geeft naast een verkenning en strategie ook de kaders aan waar-
sief gebruik gemaakt.
binnen wij willen werken aan de energietransitie in de gemeente. Zo weet Daarna hebben inwoners van Teylingen op 18 mei in kleine groepjes meegedacht over de Lokale Energiestrategie van Teylingen. Aan het begin van
6
8
Voor meer informatie zie: LTO & Greenport
de sessie werden zij door experts bijgepraat over de voorlopige conclusies met betrekking tot de techniek: wat is er nodig om in 2050 energieneutraal te zijn en wat kan er in de beschikbare ruimte in Teylingen. Daarna volgde een gesprek over drie thema’s: 1) besparing in de eigen woning; 2) kleinschalige opwek rondom de eigen woning; 3) grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Wilt u meer lezen over de opbrengst van deze gesprekken? Lees dan de Opbrengst meedenksessie zon en wind. Meer over het participatietraject in Teylingen, en de bevindingen daarvan is te lezen in hoofdstuk 3 Communicatie en participatie.
Samenhang LES, RES en TVW De plannen voor de hele regio zijn dit jaar gepresenteerd in de RES 1.0, die tijdens de raadsvergadering van 3 juni 2021 door de gemeente Teylingen is vastgesteld. Deze RES 1.0 vormt samen met onze ambitie, ener-
Figuur 3: Hoe de LES en TVW volgen uit de RES
gieneutraal in 2050 de basis voor de LES Teylingen. In de RES 1.0 zijn verschillende doelen gesteld voor alle gemeenten in de regio tezamen. Het
Daarnaast zet Holland Rijnland in om tot 2030 1,03 TWh (3,7 PJ) extra
hoofddoel is energieneutraal in 2050. Allereerst betekent dit energie be-
opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben (ten opzichte
sparen. De RES zet in op 1,11 TWh (4,0 PJ) energiebesparing voor de
van 2014). Dit leidt in 2030 tot in totaal 4,1 PJ duurzame elektriciteit. Naast
regio in 2030 (ten opzichte van 2014).
concrete en kwantitatieve doelstellingen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking, wordt er ingezet op schonere, slimmere en andere mobiliteit. In RES-verband is afgesproken dat iedere gemeente in de regio evenredig zal bijdragen aan deze regionale doelstellingen. Deze LES is een lokale doorvertaling van de RES Holland Rijnland (zie Figuur 3). De LES zorgt ervoor dat wij inzicht krijgen in de opgave en mogelijkheden van onze gemeente en hoe dat in verhouding staat tot de regio (zie ook de
9
paragraaf ‘Onze energiehuishouding’). Dit inzicht is in eerste instantie de
eigen wijze van energietransitie. Daarnaast beïnvloeden deze toepassin-
basis voor ons (op te stellen) uitvoeringsplan. De inzichten kunnen wij ook
gen elkaar omdat ze alle drie direct of indirect invloed hebben op het ge-
weer teruggeven aan de RES-organisatie. Deze wisselwerking is belangrijk
bruik van elektriciteit.
richting de toekomst, zodat wij regie behouden over onze eigen energietransitie. Waar de LES een eigen initiatief is van de gemeente, is de Transitievisie Warmte een verplichting die volgt uit het Klimaatakkoord. Waar de TVW zich alléén bezighoudt met de warmtetransitie van de gebouwde omgeving, kijkt de LES naar het héle energiesysteem. De plannen uit de TVW leiden onder andere tot een toenemende vraag naar elektriciteit. De LES neemt deze informatie mee bij het bepalen van de strategie voor de toekomstige elektriciteitsvoorziening in Teylingen als geheel. Daarom is eerst de TVW vastgesteld en is vervolgens de LES opgesteld. De uitvoeringstrajecten van LES en TVW liepen deels parallel aan elkaar. Beide trajecten vullen elkaar aan en beïnvloeden elkaar.
Focus op warmte, mobiliteit en elektriciteit Hoe we van het huidige systeem van energieproductie en -gebruik overgaan naar een nieuw systeem is het vraagstuk van de energietransitie. Figuur 4 is een visualisatie van de energietransitie die nu plaatsvindt. Aan de linkerkant van de figuur is de huidige situatie te zien, de rechterkant geeft een schematisch beeld van de toekomst. Het hele energiesysteem van onze gemeente, regio, of zelfs land, kan grofweg worden opgedeeld in drie toepassingen: warmte, elektriciteit en mobiliteit. Elke toepassing heeft zijn
10
Figuur 4: Overgang van huidige systeem van energieproductie naar nieuw systeem (energietransitie). De behoefte aan elektriciteit groeit. De directe behoefte aan brandstoffen neemt af.
11
Op dit moment laden we onze apparaten op met elektriciteit, verwarmen
doelen kunnen halen en voldoende aan de nationale- en regionale doelen
we onze woningen met aardgas en tanken we onze auto’s met fossiele
kunnen bijdragen.
brandstoffen zoals diesel en benzine. In de toekomst gaat dit veranderen.
Een ding is nu al duidelijk: Het tempo van de transitie naar een duurzame
Dit gebeurt onder andere doordat we meer elektrisch gaan rijden, elektrisch
energievoorziening zal moeten toenemen 7 om op tijd in 2050 energieneu-
gaan koken en elektrische warmtepompen aanschaffen. In Figuur 4 is deze
traal te kunnen zijn. Dit maakt dat er in onze gemeente meer aandacht
verandering weergegeven doormiddel van pijlen die gaan van ‘warmte’ en
moet komen voor alle vormen van kleinschalige én grootschalige productie
‘mobiliteit’ naar ‘elektriciteit’. Dit proces, waarbij steeds meer elektriciteit
van elektriciteit (met wind op land en zon op daken en op land). Door hier
gebruikt gaat worden, wordt de elektrificatie van ons energiesysteem ge-
meer aandacht aan te besteden zal er uiteindelijk ook meer duurzame elek-
noemd.
triciteit worden opgewekt.
De vraag naar fossiele brandstoffen, zoals aardgas en benzine, neemt dus af. In de toekomst kunnen we onze huizen deels verwarmen met aardwarmte/omgevingswarmte (zoal aquathermie) en duurzame brandstoffen (biogas en groene waterstof), maar ook deels met elektriciteit. Ook zullen we onszelf vervoeren met elektrische auto’s. Hierdoor zal de elektriciteitsvraag significant toenemen, ondanks dat er steeds efficiënter gebruik wordt gemaakt van energie. De rol van de gemeente Deze verandering van het energiesysteem moet in goede banen worden geleid. Op bepaalde elementen van de transitie zal de gemeente meer invloed kunnen uitoefenen dan op andere. Deze LES geeft aan waar wij als gemeente wel invloed op hebben in de energietransitie en waar niet (of minder sterk). Een van de belangrijkste vraagstukken is hoe wij onze eigen
Bronnen: Het Klimaatakkoord, de ‘Klimaat en Energieverkenning’ (KEV) van het PBL en het recente IPCC rapport over stand van ons klimaat. 7
12
De ambitie is aanwezig, maar het tempo van de energietransitie moet omhoog om de doelstellingen voor 2030 en 2050 daadwerkelijk te behalen.
2 Route naar energieneutraal Onze energiehuishouding
is om die percentages duurzame energie naar 100% te krijgen in 2050. De energietransitie is nog maar net begonnen.
Om een beeld te krijgen van de duurzame energieopgave voor Teylingen is gekeken naar ons huidige energiegebruik. Hiervoor is het jaar 2019 gebruikt als referentiejaar, aangezien dat het meest recente jaar is met volledige gegevens uit de Klimaatmonitor. Verdeling huidig energieverbruik gemeente Teylingen In de gemeente Teylingen werd in 2019 in totaal 2,4 PJ aan energie verbruikt. In Figuur 5 is de verdeling van het energieverbruik binnen de gemeente te zien. In 2019 werd ruim 45% van het totale energieverbruik in Teylingen gebruikt voor warmte, circa 23% betrof elektriciteitsverbruik, en circa 32% werd gebruikt door mobiliteit. In de figuur zijn ook de percentages duurzame energie te zien (in groene cijfers). In 2019 wekten wij als gemeente 7,3% duurzame elektriciteit en 3,7% duurzame warmte op. Daarnaast vond 5,9% van de mobiliteit in onze gemeente duurzaam plaats. Dit percentage duurzame mobiliteit komt voornamelijk door bijmenging van bio-ethanol in de benzine en biodiesel in diesel. De hoeveelheid elektrisch vervoer is nu nog klein (2,3% bij personenauto's), maar neemt snel toe. De percentages voor duurzame energie zijn uitgedrukt ten opzichte van het totale verbruik in de desbetreffende toepassing. Figuur 5: Verdeling energieverbruik gemeente Teylingen naar toepassing (2019)
De percentages duurzame energie liggen aardig in lijn met het landelijke gemiddelde, maar geven ook aan dat er nog behoorlijk veel werk te doen
13
Meeste energie wordt gebruikt in de gebouwde omgeving
Gemeente Teylingen ten opzichte van de regio
Net als bij andere gemeenten in de regio vindt het grootste gedeelte van
Het verbruik van onze gemeente is in perspectief geplaatst van de regio
ons energieverbruik (circa 64% van het elektriciteitsverbruik en circa 75%
Holland Rijnland, zie Figuur 6. Het totale energieverbruik van Teylingen is
van het warmteverbruik) plaats in de ‘gebouwde omgeving’. Het wordt ge-
2,4 PJ (2.446 TJ). Dit komt overeen met 7% van het regionale verbruik van
bruikt voor onze huizen, kantoren, winkels en andere gebouwen. Het ove-
33,8 PJ.
rige ‘gebouw gebonden energiegebruik’ vindt plaats bij producerende bedrijven en in de landbouw. Als gemeente willen we graag met de gebruikers van al deze gebouwen aan de slag.
Dit percentage komt nagenoeg overeen met de ratio van het aantal inwoners in Teylingen ten opzichte van de hele regio (6,5%). Ons aandeel in de regio Voor onze ambitie houden we een aandeel van 6,5% aan (op basis van inwonersaantal). Dit betekent dat wij aan de lat staan voor 6,5% van het regionale energieverbruik, oftewel ‘ons aandeel’, van de regionale doelstellingen. Dit betekent dat we 268 TJ8 duurzame elektriciteit voor 2030 willen produceren binnen onze gemeentegrenzen. De doorvertaling van het besparingsdoel uit de regio komt met dezelfde ratio uit op 261 TJ9 energiebesparing.
Figuur 6: Totale energieverbruik gemeente Teylingen ten opzichte van totale energieverbruik van Regio Holland Rijnland (2019)
8
268 TJ = 6,5% van het regionale doel voor duurzame energieopwekking (4,1 PJ = 1,14 TWh). Zie RES 1.0 Holland Rijnland voor meer informatie over dit doel.
14
9
261 TJ = 6,5% van het regionale doel voor energiebesparing (4,0 PJ = 1,11 TWh). Zie RES 1.0 Holland Rijnland voor meer informatie over dit doel.
Van ambitie naar doelstellingen
2. Duurzame energie (warmte en elektriciteit)
De (lange termijn) ambitie van onze gemeente is om energieneutraal te zijn
Warmtealternatieven voor 2030 bekend
in 2050. Dit betekent dat we alle energie die we verbruiken, zelf op een
Zoals aangegeven in de Transitievisie Warmte gaan we over op duurzame
duurzame manier gaan opwekken. Op de korte termijn (tot 2030) sluiten
alternatieven voor aardgas. De komende jaren gaan we onderzoek doen
we aan bij de doelen van de RES 1.0. Hierbij staan we aan de lat voor ‘ons
naar de meest geschikte duurzame alternatieven voor aardgas per wijk.
aandeel’, naar rato van het aantal inwoners. Een overzicht van de doelen
Voor 2030 willen we deze alternatieven in beeld hebben. Denk hierbij aan
voor 2030, met een doorkijk naar 2050, is te zien in Figuur 7.
alternatieven zoals warmtenetten, individuele warmtepompen en duurzaam gas. Het uiteindelijke doel is dat alle gebouwen aardgasvrij zijn in
1. Energie besparen
2050.
15% energiebesparing in gebouwde omgeving in 2030 Energie besparen is belangrijk, want alle energie die niet verbruikt wordt, hoeft ook niet (duurzaam) te worden opgewekt. In lijn met de RES 1.0 gaan we 15% besparen op het energieverbruik in de gebouwde omgeving in 2030 ten opzichte van 2014. Dit doen we door te isoleren, (hybride) warmtepompen te installeren en door energiezuinigere apparaten te gebruiken. 15% energie besparen lijkt niet veel, maar het is een behoorlijke opgave.
268 TJ duurzame elektriciteit in 2030 Om energieneutraal te zijn moet uiteindelijk al onze energie duurzaam opgewekt worden. Als tussentijdse doelstelling gaan we in 2030 268 TJ (42% van de in 2030 verwachte elektriciteitsvraag) duurzaam opwekken. Dit doen we door in te zetten op: 1. ZonPV op daken;
In de Transitievisie Warmte van Teylingen staat meer toelichting over de warmtetransitie en (hoe we) energie gaan besparen op het warmteverbruik. 11% energiebesparing bij mobiliteit in 2030 Fossiele brandstoffen zijn niet duurzaam, daarom stappen we over op duurzame alternatieven. Er zal meer elektrisch gereden worden, zodat er in lijn met de RES 1.0 in 2030 11% bespaard wordt op het energieverbruik mobiliteit ten opzichte van 2014. In 2050 moet het vervoer geheel fossielvrij zijn. Richting 2050 zullen naast elektrische auto’s ook waterstof of andere duurzame brandstoffen een rol spelen.
15
2. ZonPV langs infrastructuur; 3. Grootschalige wind- en zonne-energie.
Figuur 7: Doelen voor 2030, met doorkijk naar een energieneutraal Teylingen in 2050
16
Energiestrategie 17
Energiestrategie Voor een succesvolle energietransitie zijn drie aspecten belangrijk; 1) het stellen van duidelijke realiseerbare doelen, zie paragraaf ‘van ambitie naar doelstellingen’, 2) het vaststellen van de randvoorwaarden waaronder deze
participatietraject zijn verwerkt in de uitgangspunten. De lijst met uitgangspunten is voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Teylingen en op 11 maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld.
doelen behaald mogen worden en 3) het bepalen van een strategie om die
Gesprekken met inwoners en organisaties
doelen te behalen. In dit hoofdstuk worden de onderdelen randvoorwaar-
De gesprekken met inwoners, ondernemers, stakeholders, belangenorga-
den en strategie beschreven. Onze strategie bestaat uit 5 sporen. De stra-
nisaties en bestuurders heeft duidelijk gemaakt dat er veel te doen is over
tegie is ook de basis voor het (later op te stellen) uitvoeringsprogramma.
de grootschalige opwek met wind en zon. Aan de orde is geweest hoe en
Een overzicht van de lokale energiestrategie Teylingen is te zien in Figuur
in welke mate wij met duurzame vormen van energie aan de slag willen en
10.
wat daarbij randvoorwaarden en uitgangspunten zouden moeten zijn. Hier-
Onze randvoorwaarden
uit is een aantal beelden naar voren gekomen.
De gemeenteraad van Teylingen heeft bepaald wat wij als gemeente wel
De productie van grootschalige elektriciteit (zowel zon, als wind) dient bij
en niet willen in de energietransitie. Dit noemen we uitgangspunten. De
voorkeur langs infrastructuur plaats te vinden, bijvoorbeeld langs de rond-
uitgangspunten zijn gebruikt om deze LES vorm te geven. Onderstaand
weg van Voorhout of door zonnepanelen te plaatsen in de geluidsscher-
beschrijven we hoe we tot de uitgangspunten zijn gekomen.
men langs de A44. Zo worden al ‘verstoorde’ gedeeltes van het landschap beter benut en wordt het buitengebied zo veel mogelijk ongemoeid gelaten.
Op 17 augustus 2020 hielden we een bijeenkomst met de beleidsafdelingen van de gemeente. Dit leverde twee lijsten op met eerste uitgangspun-
Tijdens de meedenksessie op 18 mei gaven inwoners aan natuurbehoud,
ten: uitgangspunten voor de warmtetransitie (zie Transitievisie Warmte) en
en het behoud van de streek belangrijk te vinden. Tegelijkertijd benadruk-
een lijst met uitgangspunten voor de LES. De uitgangspunten voor de LES
ten veel inwoners dat ze het belangrijk vinden dat klimaatverandering wordt
zijn aangevuld met de uitgangspunten van de Regionale Energiestrategie
bestreden, ook in hun eigen omgeving.
Holland Rijnland en het bestaande gemeentelijke beleid.
Inwoners vinden veelal dat grootschalige opwek de laatste optie moet zijn,
Vervolgens toetsten we de uitgangspunten bij netbeheerder Liander, omdat mogelijke knelpunten op het net invloed hebben op de strategie en uit-
Eerst moet goed duidelijk worden hoeveel opwek nodig is en wat de beste manier is om dit in te vullen
gangspunten. Ook vroegen we een aantal van onze inwoners en andere
Over de locatie en wenselijkheid van grootschalige zon en wind zijn de
organisaties om te reageren op de uitgangspunten. De resultaten van het
meningen verdeeld. De een vindt dat er geen ruimte is voor zonnevelden, de ander zegt dat de bollenvelden daarvoor misschien toch geschikt zijn.
18
De een vindt windturbines lelijk, een aantal anderen vind het eigenlijk wel
Goed omgaan met initiatieven vanuit de samenleving
mooie objecten. Ook wordt kernenergie genoemd als alternatief voor groot-
Om de energietransitie mogelijk te maken moeten zowel overheden, on-
schalige zon en wind.
dernemers, organisaties als inwoners plannen maken en initiatieven ont-
Randvoorwaarden vanuit bestaand beleid
wikkelen.
Bij het opstellen van (de uitgangspunten van) de LES zijn de Structuurvisie
Om grootschalige initiatieven als gemeente goed te kunnen beoordelen is
Teylingen 2030 (2015) en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport
een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) en/of een omgevings-
Duin- en Bollenstreek (2016) als vertrekpunt gebruikt. In de Omgevingsvi-
effectrapportage (OER) gewenst. Dit zorgt ervoor dat de effecten van een
sie Teylingen wordt beleid rond het gebruik van ruimte vastgelegd. Deze
initiatief in hun volle breedte in een vroeg stadium bekend zijn. Ook is een
omgevingsvisie wordt op dit moment opstelt, daarna volgt het omgevings-
belangrijke randvoorwaarde uit het Klimaatakkoord dat minimaal 50% lo-
plan. De Lokale Energiestrategie wordt meegenomen bij het opstellen van
kaal eigenaarschap van een grootschalig initiatief zoals wind- of zonnepark
de omgevingsvisie.
mogelijk wordt gemaakt. Op deze manier ervaren inwoners naast de ‘las-
Vastgestelde uitgangspunten
ten’ van dergelijke initiatieven ook de ‘lusten’. Dat zorgt op haar beurt weer
De gemeenteraad heeft de uitgangspunten voor de LES vastgesteld op 11
voor meer draagvlak en betrokkenheid, wat de kans van slagen van een
maart 2021 op basis waarvan de energietransitie in de gemeente Teylingen
project vergroot.
verder vorm kan krijgen. Het betreft de volgende zes uitgangspunten:
De 5 sporen van de lokale energiestrategie
1. Realiseren maatschappelijk draagvlak als noodzakelijke voorwaarde;
Onze energiestrategie bestaat uit 5 sporen:
2. Bij keuzes rekening houden met inherente flexibiliteit;
1. Zelf het goede voorbeeld geven als gemeentelijke organisatie;
3. Versterking van landschapselementen en toerisme;
2. Stimuleer energiebesparing en pas hybride warmtepompen toe;
4. Gebieden worden niet op voorhand uitgesloten;
3. Faciliteer de groei van elektrische verkeer en duurzame mobiliteit;
5. Stimulering van particuliere en zakelijke initiatieven en ontwikkelingen;
4. Stimuleer de ontwikkeling van zonnepanelen op daken;
6. Herbezinning ruimtelijke restricties van Rijk, provincie en gemeenten.
5. Nader onderzoek opwekking elektriciteit met wind en zon langs infrastructuur en in het buitengebied.
Meer toelichting bij de vastgestelde uitgangspunten kunt u terugvinden in de Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Teylingen.
19
Per spoor wordt de doelstelling herhaald en een toelichting gegeven hoe we deze doelstelling gaan bereiken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in
de strategie tot 2030 en vanaf 2030 richting 2050. Voor elk spoor en spoor
van de woningen en gebouwen te isoleren en daarnaast ook nog in 20%
5 in het bijzonder, geldt dat wij de samenwerking zoeken in streek en re-
van de gebouwen een (hybride) warmtepomp te plaatsen.
gioverbanden om zo tot een optimaal gebruik van onze ruimte en infrastructuur te komen.
Spoor 1: Zelf het goede voorbeeld geven Als gemeente geven we zelf het goede voorbeeld. Het betreft de energie-
Hoe we dit voor elkaar willen krijgen staat omschreven in de TVW van Teylingen. Enkele concrete voorbeelden van de door onze gemeente te ondernemen stappen: •
De gemeente zal juridische en financiële instrumenten benutten,
transitie van onze eigen activiteiten, onder te verdelen naar vastgoed, mo-
zoals bijvoorbeeld de prestatieafspraken met woningcorporaties,
biliteit en energie in de buitenruimte.
duurzaamheidsleningen en landelijke instrumenten zoals ‘Routekaart maatschappelijk vastgoed’ en ‘Huurconvenant label verbete-
De gemeenteraad heeft uitgesproken dat de gemeentelijke organisatie in
ring’;
2030 volledig duurzaam is. Daarnaast is de ambitie dat in 2030 het gemeentelijk vastgoed energieneutraal is. Momenteel wordt onderzocht of
•
deze ambitie ook realiseerbaar is.
Informeren en ondersteunen van onze inwoners om huizen en gebouwen te isoleren en energie te besparen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan workshops en bewonersavonden. Ook aan het energie-
Onze eigen bijdrage aan duurzame mobiliteit is -naast het faciliteren van
loket en het inzetten van energiecoaches. Dit doen wij bij voorkeur
elektrische bussen en laadinfrastructuur- gericht op het elektrificeren van
doelgroepsgewijs en in nauwe samenwerking met bijvoorbeeld wo-
ons eigen wagenpark.
ningbouwcorporatie Stek en bedrijvenverenigingen; Om zon op dak te stimuleren gaat de gemeente allereerst zelf het goede voorbeeld geven en zonnepanelen op daken leggen van ons gemeentelijk-
•
Stimuleren dat inwoners in plaats van de traditionele Cv-ketel op
vastgoed waar dit kan en zinvol is. Daarnaast is de gemeente voorstander
natuurlijke momenten een (hybride) warmtepomp aanschaffen. Zo
op nul op de meter bij nieuwbouwprojecten, waarvoor de inzet van zonne-
wordt veel energie bespaard en is de warmte deels duurzaam.
panelen een vereiste zijn.
Spoor 3: Faciliteer de groei van elektrisch verkeer en
Spoor 2: Stimuleer energiebesparing en pas (hybride)
duurzame mobiliteit
warmtepompen toe
De verwachting is dat in 2030 in Nederland ongeveer 25 tot 30% van het
15% energiebesparing in de gebouwde omgeving in 2030 ten opzichte van 2014 is een flinke opgave. Dit kan bijvoorbeeld worden behaald door 20%
20
verkeer elektrisch is. Hiermee zal het besparingsdoel uit de RES Holland Rijnland 1.0 van 11% al bijna behaald worden. Om er zeker van te zijn dat
de doelstelling gehaald gaat worden, zetten we niet alleen in op elektrisch
Spoor 4: Stimuleer de ontwikkeling van zonnepanelen op
verkeer, maar ook op duurzame mobiliteit.
daken
Elektrisch rijden zal gefaciliteerd worden door de laadinfrastructuur uit te
Het doel is om 161 TJ elektriciteit kleinschalig op te wekken in 2030.
breiden. Zo wordt invulling gegeven aan de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. Er worden elektrische bussen ingezet in het openbaar vervoer
Kleinschalig opwekken kan door zonnepanelen op daken te plaatsen. Dit
en de gemeente gaat zelf het goede voorbeeld geven door het eigen wa-
zorgt ervoor dat de noodzaak van grootschalige opwekking zoals grote
genpark te elektrificeren.
zonPV-velden of windturbines kleiner wordt.
Daarnaast zetten we in op duurzame mobiliteit, door lopen en fietsen te
Het is belangrijk dat het plaatsen van zonnepanelen op een ruimtelijk aan-
stimuleren en thuiswerken en deelmobiliteit te promoten.
trekkelijke wijze gedaan wordt. Dit bereiken we door kaders te ontwikkelen voor het plaatsen van zonnepanelen in de gebouwde omgeving.
Nadere invulling van onze duurzame mobiliteitsstrategie vindt plaats via onze eigen mobiliteitsvisie en vanuit de RES 2.0 Holland Rijnland onder
Om het plaatsen van zonnepanelen te stimuleren gaan we inzetten op een
het motto ‘Mobiliteit: schoner, slimmer en anders’.
wijkgerichte aanpak. We onderzoeken welke wijken voorlopers kunnen zijn en welke gebouwen kunnen functioneren als ‘voorbeeldprojecten’. We zetten in op projecten waar ‘zon op dak’ op een goede manier geïntegreerd is en gecombineerd wordt met andere functies zoals groene sedumdaken en/of zonneboilers, zodat de zichtbaarheid en draagvlak van duurzame energie vergroot wordt. Wij stimuleren energiecoöperatie(s) als voortrekkers met oog voor inwoners en als onafhankelijke platforms voor de energietransitie. We maken gebruik van landelijke instrumenten die het plaatsen van zonnepanelen voor iedereen mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld duurzaamheidsleningen. Daar waar zonnepanelen moeilijk inpasbaar zijn vanwege de netsituatie stimuleren wij de opslag van zonne-elektriciteit in batterijen, mits deze voldoende financieel aantrekkelijk zijn voor onze inwoners. Meer informatie over thuisaccu’s in combinatie met zonne-elektriciteit is te vinden op de website van Milieu Centraal.
Figuur 8: Elektrische fiets als voorbeeld van duurzame mobiliteit
21
Het is belangrijk de communicatie en bewustwording te verbeteren. Dit
omdat vaak invoeding op meerdere punten nodig is, zie ook kader netin-
doen we door het te combineren met de workshops, bewonersavonden en
passing.
bezoeken aan de wijk die gaan over energiebesparing. Wij willen zorgen voor onafhankelijk advies via het Energieloket of Energiecoaches. Ambassadeurs uit de gemeente die al ervaring hebben met zonnepanelen kunnen helpen om mede-inwoners enthousiast te maken. Wij stimuleren het organiseren van een platform van gerenommeerde lokale toeleveranciers van
Een inventarisatie van mogelijke locaties is gepresenteerd in hoofdstuk 6 ‘Verdieping spoor 4 en 5 Elektriciteit’. De gemeente wil meer inzicht krijgen in de mogelijkheden door mogelijke locaties nader te onderzoeken, op het gebied van draagvlak, kosten, vergunningen en netinpassing.
energiesystemen waar onze inwoners gebruik van kunnen maken. Tot slot zal de gemeente waar mogelijk juridische instrumenten benutten, zoals bijvoorbeeld de prestatieafspraken met woningcorporaties.
Spoor 5: Nader onderzoek opwekking elektriciteit Met kleinschalige opwek (zonnepanelen op daken) alleen redden we het niet om de ambitie voor 2030 te halen. Het is nodig om naast kleinschalig, ook 107 TJ grootschalig op te wekken in 2030. Tijdens participatiesessies met inwoners en bestuurders is de voorkeur om duurzame energieopwekking te plaatsen langs bestaande infrastructuur naar voren gekomen. De gemeente stimuleert onderzoek naar mogelijkheden van vooral zonPV-velden langs infrastructuur zoals (water)wegen het spoor en bij parkeerplaatsen. De ontwikkeling van dergelijke projecten is lastiger en vaak duurder dan
Figuur 9: Zonnecarport Bloemendaal – 5.000 zonnepanelen
een open veld of een bestaand groot dak. Daarom is een actieve stimulans vanuit de gemeente door het betrekken van initiatiefnemers hiervoor essentieel. Ook zullen nationale subsidies (SDE++) beschikbaar moeten zijn om dit mogelijk te maken. Tot slot heeft netinpassing extra aandacht nodig
22
Het is belangrijk locaties en hun mogelijkheden nader te identificeren en te toetsen aan de Omgevingsvisie. Ook of er initiatiefnemers zijn die interesse hebben om projecten op deze mogelijke locaties te ontwikkelen. Met deze
inzichten is het traject van participatie, bestemmingsplan en vergunning-
Met de opwek langs infrastructuur kunnen de doelen voor 2030 gehaald
verlening te doorlopen.
worden. Het zal echter niet voldoende zijn om energieneutraal te worden
Bij voorkeur zetten wij in op projecten die zichtbaarheid en draagvlak van duurzame energie vergroten en daarmee een stimulans zijn voor de transitie. Ook focussen we op projecten waar meekoppelkansen zijn zoals de combinatie met een geluidswal of herstructurering van een weg. Tot slot hebben wij oog voor energieopslag en het afstemmen van vraag en aanbod
in 2050. Er is dus meer grootschalige opwek nodig. Op korte termijn is dit lastig, gezien ons huidige beleid en de beperkte netcapaciteit. Toch zijn er mogelijkheden die nader onderzocht kunnen worden. Hiervoor hanteren we voor de korte termijn de volgende aanpak: •
Verkennen (eventueel in HLT, DBS of RES-verband10) van de mo-
van elektriciteit zodat de beschikbare netcapaciteit optimaal benut kan wor-
gelijkheden van grootschalig wind en grootschalig zonnepanelen
den.
op land, als onderdeel van RES 2.0;
Netinpassing, een belangrijk aandachtspunt Het tempo van de groei en de locatie waar de productie duurzame elektriciteit kan plaatsvinden wordt in belangrijke mate bepaald door de mogelijkheden die het elektriciteitsnet biedt. Overleg met Liander heeft duidelijk gemaakt dat groei in de gemeente weliswaar mogelijk is, maar dat steeds locatie specifiek zal moeten worden gekeken of en op welke manier dit kan. Dit geldt zowel voor zonPV op daken in wijken als grootschalige vormen van duurzame elektriciteitsproductie.
•
Verkennen of/welke aanpassingen in ons beleid noodzakelijk is;
•
Zichtbaarheid en draagvlak van duurzame energie vergroten, bijvoorbeeld door in te zetten op voorbeeldprojecten met wind en zon.
Waar kun je aan denken tot 2030? Na het vaststellen van de Lokale Energiestrategie stellen we een uitvoeringsplan op waarmee wij de energietransitie op een verantwoorde manier kunnen versnellen. In deze paragraaf beschrijven we op hoofdlijnen welke
In welke mate het kunnen halen van doelen voor 2030 mogelijk is hangt
activiteiten onderdeel kunnen worden van het uitvoeringsplan en wat onze
mede af van de ruimte die op ons elektriciteitsnet aanwezig is. Nader
rol als gemeente kan zijn. Het spreekt voor zich dat de gemeente daarbij
onderzoek en afstemming met Liander, bij voorkeur in regionaal ver-
instrumenten inzet en gebruik maakt van subsidies die rijk, provincie en
band, moet dit duidelijk maken.
regio biedt. In de uitvoering wordt daar waar zinvol afgestemd en samengewerkt in HLT, DBS of Holland Rijnland10 verband.
10
Mogelijke samenwerkingsverbanden zijn 1) Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT), 2) de Duin en Bollenstreek (DBS) en 3) De RES (Regionale Energiestrategie) regio Holland Rijnland
23
Als opmaat naar het uitvoeringsprogramma lichten we een aantal mogelijkheden toe gericht op het halen van de doelen in 2030.
1. Warmte: Energiebesparing & onderzoeken collectieve en individuele warmte oplossingen
Communicatie Wij motiveren en ondersteunen onze inwoners actief om zonnepanelen op daken te leggen o.a. door goede informatievoorziening, bij de juiste mensen op het juiste moment, en door aan te sluiten bij hun motivaties. We zetten alle vormen van communicatie in: online, offline, persoonlijk contact.
De TVW beschrijft op hoofdlijnen welke activiteiten onderdeel worden van
Denk hierbij bijvoorbeeld aan workshops, bewonersavonden en bezoeken
het uitvoeringsprogramma warmte en wat onze rol als gemeente in de
aan de wijk.
warmtetransitie is. In deze LES gaan we daarom niet verder in op energiebesparing en duurzame warmte in woningen en gebouwen.
2. Elektriciteit: Faciliteren duurzame opwek
Nauwe samenwerking met de netbeheerder
Het is een flinke opgave om 268 TJ elektriciteit duurzaam op te wekken in
Gericht op het optimaal inpassen van duurzame energieprojecten, al dan
2030. De gemeente gaat kleinschalige en middelgrote duurzame opwek
niet met behulp van energieopslag, in het bestaande elektriciteitsnet zon-
faciliteren door:
der dat netuitbreiding nodig is.
Partijen bij elkaar te brengen
In het uitvoeringsplan geven we aan:
De gemeente onderzoekt, daar waar zij een leidende rol heeft, samen met
◼
Op welke groepen vastgoed het programma gericht is (zoals parti-
betrokkenen de kansen om werkzaamheden te combineren. Dit doen wij
culiere woningen, VvE’s, corporatiebezit, particuliere huur, kanto-
door netbeheerders, woningcorporaties, bedrijven en andere georgani-
ren, bedrijfspanden, agrariërs);
seerde belanghebbenden met elkaar in contact te brengen over bepaalde
◼
vragen of gebieden. Ook wil de gemeente in samenwerking met de ener-
Op welke doelgroepen het programma focust (denk aan onderscheid binnen woningen op leeftijd, inkomen en type bewoners
giecoöperatie Zon op Teylingen de energietransitie voor onze inwoners en
(huurders/eigenaren), etc.);
bedrijven zo laagdrempelig mogelijk maken. ◼
Stimuleren van initiatieven
Welke partijen we betrekken en wat ieders rol gaat zijn (bedrijven met grote (dak)oppervlakte, netbeheerder, woningcorporaties,
De gemeente stimuleert initiatieven die aangedragen worden en zet juridi-
energie coöperaties, uitvoerende bedrijven (aannemers), energie-
sche en financiële instrumenten in om zo de uitvoering mogelijk te maken.
coaches, bouwmarkten etc.);
24
◼
Wat nodig is om de verschillende groepen stappen te laten zetten
verandering te komen. De aandacht gaat daarbij uit naar de grotere doel-
op het gebied van duurzame opwek (denk aan informatie delen,
groepen die niet uit zichzelf veranderen maar waarvoor het belangrijk is dat
duurzaamheidsleningen);
de drempel om te veranderen zo laag mogelijk wordt gemaakt. De urgentie en noodzaak moet gevoeld worden en ook moet een handelingsperspectief
◼
Wat de gemeente per doelgroep of wijk gaat doen en wanneer;
◼
Hoe aan te sluiten op landelijke programma’s;
ertoe doen.
◼
Hoeveel budget, tijd en inzet nodig is voor het uitvoeren van het
5. Voorbeeldprojecten
programma.
3. Mobiliteit: Faciliteren duurzame mobiliteit
geboden worden dat bij deze doelgroepen past en dat voordelen biedt die
De gemeente gaat inzetten op voorbeeldprojecten die de zichtbaarheid en het draagvlak van duurzame energie vergroten en daarmee een stimulans zijn voor de transitie. Zo kunnen energieprojecten bij sport- en winkelcen-
De doelstelling is om in 2030 11% te besparen op het energieverbruik van
tra, bij scholen en het NS-station Sassenheim mogelijk voorbeeldproject
de mobiliteit ten opzichte van 2014. In het Mobiliteitsplan en het daarbij
worden. Ook het eerste project van Zon op Teylingen bij Ammerlaan de
behorende uitvoeringsprogramma worden concrete maatregelen opgeno-
Bakkers met zonPV op bedrijfsdak is een mooi voorbeeld.
men om de genoemde doelstelling te bereiken. In deze LES gaan we daarom niet verder in op besparingen in mobiliteit.
6. Onderzoeken locaties zon- en wind projecten
4. Gedragsverandering gebouwde omgeving en bedrij-
Voor 2025 hebben we uitgebreider onderzoek gedaan naar de mogelijkhe-
ven: Doelgroepen aanpak
den voor zon- en windprojecten in de gemeente, eventueel in samenwerking met HLT, DBS of Holland Rijnland en in samenwerking met diverse
De drie thema’s warmte, elektriciteit en mobiliteit worden bij voorkeur ge-
partners. De gemeente gaat een traject starten om de mogelijkheden voor
combineerd in de communicatie en uitvoering, zie hoofdstuk 3. Waar mo-
locaties nader te onderzoeken, op het gebied van draagvlak, ruimtelijke
gelijk aangevuld met programma's op het gebied van klimaatadaptatie en
inpassing, kosten, vergunningen, noodzaak energieopslag en netinpas-
biodiversiteit. Dit vergt verregaande afstemming tussen verschillende be-
sing. Het is belangrijk locaties snel te identificeren zodat ruimtes tijdig ge-
leidsterreinen maar wordt door inwoners en bedrijven als prettig ervaren.
reserveerd kunnen worden voor duurzame opwek. Dit traject wordt opgezet
In een doelgroep en/of gebiedsgerichte aanpak wordt zo een compleet
in samenwerking met Liander.
pakket voor het verduurzamen van wonen en werken beoogd. Het gaat daarbij in essentie om gedragsverandering en wat nodig is om tot deze
25
Wat doen we later (na 2030) De lijn die tot 2030 wordt ingezet wordt voortgezet richting 2050. Waarbij vanaf 2030 er meer aandacht zal zijn voor de warmtetransitie met warmtenetten en ‘all electric’ oplossingen. Ook voor de realisatie van grootschalige duurzame elektriciteit projecten waar gebleken is dat dit kan. Tot slot zijn innovaties die nu volop in ontwikkeling zijn, zoals bijvoorbeeld de duurzame productie en toepassing van waterstof, energieopslag in batterijen of opslag van warmte op hoge temperatuur in de ondergrond, dan beschikbaar voor toepassing op grote schaal. Als gemeente volgen wij deze ontwikkelingen in HLT en regionaal verband om zo onze strategie daarop te kunnen aanpassen.
26
Routekaart 2050
Figuur 10: De Lokale Energiestrategie van Teylingen in één overzicht 27
Participatie en communicatie
28
3 Communicatie en participatie De verschillende sporen van de LES kunnen flinke impact hebben op in-
Een uitgebreidere terugblik op het participatietraject in Teylingen is te vin-
woners en hun leefomgeving. Grootschalige opwek grijpt natuurlijk in op de
den in de verslagen van de verschillende bijeenkomsten.
leefomgeving. Maar ook moeten onze inwoners, bedrijven en organisaties flink aan de slag om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Om daadwerkelijk energie te besparen moeten zij op een andere manier gaan leven, werken en reizen. Ze moeten hun huizen en gebouwen aanpassen en
De participatiebijeenkomsten rondom de LES vormen dus een mooi startpunt voor een traject waarin inwoners meedenken en betrokken worden bij de implementatie van de Lokale Energiestrategie in de komende jaren.
daarin zelf initiatief nemen. Kortom, zij moeten het gaan doen.
Uitgangspunten van de participatie
Daarom houden we naast de technische haalbaarheid en de ruimtelijke in-
De implementatie van de LES zal steeds concreter worden. Nu de uit-
pasbaarheid ook consequent de maatschappelijke aanvaardbaarheid en
gangspunten van de energietransitie in deze LES zijn vastgelegd, is het
haalbaarheid in het vizier. In de afgelopen periode is daar al mee gestart,
nodig om voor de vervolgstap nieuwe uitgangspunten vast te stellen voor
door de Lokale Energiestrategie ook in verschillende digitale bijeenkom-
de participatie.
sten te bespreken met inwoners, en in een eerder stadium inwoners al middels een enquête te bevragen op hun wensen en ideeën.
1. Een permanent gesprek. De gemeente wil permanent in gesprek over de energietransitie. Dit betekent dat de eerste stappen die nu
De participatiebijeenkomsten hebben de volgende resultaten opgeleverd: ◼
De inzichten, wensen en ideeën zijn afgewogen en meegenomen in de Lokale Energiestrategie;
gezet zijn, niet zonder vervolg kunnen blijven. We willen inwoners betrekken bij de keuzes die we als gemeente gaan maken. De input die we krijgen, wegen we af, en we beargumenteren waarom we iets wel of niet meenemen.
◼
De betrokken inwoners weten welke opgaves er liggen en welke mogelijkheden er in de gemeente Teylingen zijn om daar invulling aan te geven. Ze weten dus voor welke uitdagingen de gemeente staan als het gaat om de energietransitie;
2. Stimuleren van koplopers, met oog voor andere belangen. Binnen de gemeente Teylingen hebben we gemerkt dat er bij een specifieke groep inwoners veel energie zit. Die hebben zich ook deels verenigd in de energiecoöperatie. Bij deze koplopers ontstaan
◼
De betrokken inwoners hebben inzichten opgedaan van andere
ideeën, initiatieven en daarmee ervaringen die we ook weer breder
deelnemers, waardoor zij ook hebben gezien dat er meerdere per-
kunnen verspreiden en die als inspiratie kunnen dienen voor ande-
spectieven zijn om naar de energietransitie te kijken.
ren. Tegelijkertijd willen we oog houden voor andere belangen die leven in de samenleving en die mogelijk inwoners belemmeren om mee te doen.