CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 03 - 20230825 Bijlage c.1 - Leidraad Inrichting Openbare Ruimte - DEFINITIEF OPENBAAR

Gemeenteraad 26 oktober 2023, gemeente TeylingenBij agendapunt: Wensen en bedenkingen Anterieure Overeenkomst Nieuw Boekhorst27.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

R

Laat openbaar groen niet direct aan particulier terrein grenzen, dit voorkomt illegaal gebruik van openbaar groen. Uitgezonderd is groen bedoeld voor afscherming van schuttingen en gevels. Zorg voor bereikbaarheid van beplantingsvakken voor onderhoudsmaterieel door toegang tot te onderhouden percelen minimaal 1,80 breed te maken.

R

Maak grastaluds 1:3 of flauwer

R

Maak grasvlakken ten minste 2,50 m breed.

R

De onderlinge afstand tussen obstakels in gras (zoals bomen, lichtmasten, palen, speeltoestellen, banken, rand beplantingsvak e.d.) minimaal 2,50 m.

R

Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Beplanting - Ontwerpeisen

Gras - Ontwerpeisen

1/5

R R

R

R

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Zorg voor bereikbaarheid van grasvlakken voor onderhoudsmaterieel door toegang tot te onderhouden percelen minimaal 1,80 breed te maken.

R

Hagen zijn een structuurgevend element in de openbare ruimte en spelen daarom een belangrijke rol bij de ruimtelijke indelingen. Hagen kunnen zowel in strak geschoren als losse vorm voorkomen. Hagen functioneren als afscherming bij b.v. parkeerplaatsen of zorgen voor een groene omlijsting van een park.

R

Haagbreedte 0,75 m bij hoogte tot 1 m, breedte 1,00 m bij hoogte van 1,00-1,50m en breedte 1,20 bij hoogte van meer van 1,50 m.

R

Blokhaag maximale 2.40m breed bij een maximale hoogte van 1.20m.

R R

Hagen - Situering

Houd bij soortkeuze rekening met bodemgesteldheid en omgevingsfactoren (strooizout, grondwaterstand, chloridegehalte grond- en oppervlaktewater, schaduw door bomen e.d.). De beplanting moet bereikbaar zijn voor het onderhoud.

Bosplantsoen - Soortkeuze

Menging bij voorkeur groepsgewijs.

R

Langs fietspaden geen gedoornde struiken toepassen.

R

Langs wegen en fietspaden in verband met gladheidbestrijding soorten kiezen die goed bestand zijn tegen invloed van strooizouten.

R

Rekening houden met verkeersveiligheid (uitzichthoeken) en sociale veiligheid, zicht op openbare ruimte en zicht op doorgaande fietsroutes.

R

Soort beplanting en plantafstanden gebruiken waarmee de beplantingsvakken snel dichtgroeien, hiermee kan het onderhoud worden beperkt.

R

Vakken hebben een minimale breedte van 6.00m en een minimaal oppervlak van 50m2.

R

Het eindbeeld bepaalt de minimale breedte van het vak: • dubbele rij bomen met 1 struikrand 25m • struiken met incidentele bomen 10m • struiken alleen 5m Minimale afstand tot fiets- en voetpaden is 1.50m.

R

Langs sloten rekening houden met een maaipad van 3.00 m breedte.

R

Een beplanting van bosplantsoen wordt bijvoorbeeld als afscherming (bij bedrijfsgebouwen) of als omheining (bij sportvelden) of als windvanger (rond een speelplek) toegepast. Afstemming van het gebruik is belangrijk i.v.m. sociale veiligheid. Voor alle boom gerelateerde eisen is het Handboek bomen van het Norm Instituut Bomen van toepassing. In het handboek worden per onderwerp de specifieke eisen beschreven. Het bomenontwerp moet een waarborg vormen voor een boomtechnisch, duurzaam beheerbaar ontwerpplan, afgestemd op de voor het ontwerp voorgeschreven uitgangspunten, randvoorwaarden en het beoogde eindbeeld. Het bomenontwerp moet een reëel beeld geven van het ontwerp en het daarin opgenomen (beoogd) eindbeeld inclusief de voor de bomen beschikbare ondergrondse en bovengrondse groei- en ontwikkelingsruimte. Een bomenontwerp moet voldoen aan de uitvraag en voldoen aan de eisen volgens Handboek bomen 2018 hoofdstuk 1 Bomenontwerp.

R

Hagen - Ontwerpeisen

Hagen - Soortkeuze

Bosplantsoen - Ontwerpeisen

Bomen - Ontwerpeisen

R

R

R

179

R

179, 180

Uitzondering of aanvullend op het handboek bomen zijn de volgende punten: - Bij voorkeur geen Lei- en vormbomen toepassen - Bomen bij voorkeur in gazons of beplantingsvakken planten - Geen obstakels plaatsen binnen 1,50m uit het hart van de stam - Bomen in winkelgebieden bij parkeerplaatsen voorzien van boombescherming/boompalen/beluchting passend bij locatie en boomsoort. - De gemeenten streven naar diversiteit in aanplant en herkenbare structuren. - Plant geen overlast gevende bomen (met vruchtval/honingdauw/besvormend/stuifmeel/pollen gevende allergie bomen) op hinder gevende locaties zoals parkeerplaatsen. Alleen toepassen in het buitengebied. - Bij bomen in verharding en groenborders geen wortelopslag vormende boomsoorten toepassen. - Pas geen bomen toe die gevoelig zijn voor heersende ziekten, zoals bacterievuur, iepziekte en watermerkziekte.

2/5

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Bomen - Lijst bijzondere/monumentale bomen Bomen - Groeiplaats Bomen - Situering

In Hillegom, Lisse en Teylingen is er een vastgestelde lijst met waardevolle bomen beschikbaar. De lijsten zijn via de website van de desbetreffende gemeente beschikbaar. De lijsten worden in de loop van 2020 allemaal geactualiseerd.

R

Bij het berekenen van de benodigde groeiplaats voor een te planten boom dient gebruik gemaakt te worden van de rekenmodule van Boommonitor Online, behorende bij het Handboek Bomen. Houd rekening met vrije ruimte rond ondergrondse milieuparkjes voor het lege van de containers.

R

Bomen afstemmen op omliggende bebouwing en het verlichtingsplan.

R

Voorkom overmatige schaduw bij particulieren. Een deel van de dag schaduw in tuin of huis is acceptabel.

R

Bomen toepassen van een grootteklasse die afgestemd is voor de locatie; voldoende onderlinge afstand en afstand tot verticale objecten, alsmede voldoende bewortelbare ruimte.

R

Bomen tussen parkeervakken verhoogd aanleggen.

R

553, 555, 554

R

Uitvoeringsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Beplanting - Inrichting vak

Bloembollen - Toepassing

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Plantvakken krijgen grond verbetering met Green To Color, laagdikte van 40 cm

Hardheid R

Ter plaatse van beplantingsvakken moet minimaal 0,50 m teelgrond aanwezig zijn.

R

De afstand tussen rand van plantvak en eerste rij van de beplanting is eenmaal de plantafstand. Dit ter voorkoming van randsnoei.

R

Plaats solitaire heesters minimaal 2,00 m uit de rand van verhardingen.

R

Bij risico op doorloop de beplanting beschermen met een staalmathek, Ralkleur 6009 donkergroen.

R

Toepassing in bloembakken, beplantingsvakken bermen of grote gazons.

R

Selectief toepassen in combinatie met vaste planten of heesters i.v.m. het hoge onderhoudsniveau.

R

Bloembollen - Plantmateriaal

Het streven van de gemeenten is om zoveel mogelijk biologische bollen toe te passen bij nieuwe aanplant.

R

Rozen - Toepassing

Alleen goed sluitende, bodembedekkende heesterrozen toepassen.

R

Vaste planten - Toepassing

Alleen goede bodembedekkende vaste planten toepassen waarvan de toepassing in de openbare ruimte bewezen succesvol is.

R

Vaste planten - Inrichting vak

Plantvak dient binnen drie groeiseizoenen te zijn gesloten.

R

Grondvoorbereiding volgens 'Green to Colour' of gelijkwaardig.

R

Heesters die gevoelig zijn voor ziekten (m.n. bacterievuur) dienen niet te worden toegepast.

R

Plantmateriaal aanpassen aan groei-omstandigheden (grondsoort, grondwaterstand, wel/geen verharding rondom, klimaat e.d).

R

Solitaire heesters altijd meerstammig met afmeting van 100 cm of meer en als kluitgoed aanplanten.

R

Graszaad mengsel voor cultuurlijk gras, voor lang gras, en voor speelgazon.

R

Langs paden en wegen minimaal de eerste 0,80 meter gazon, daarna eventueel ruw gras.

R

In gras zo min mogelijk obstakels plaatsen.

R

Bij de aanleg van gazons teelaarde gebruiken waarvan het gehalte organische stof is afgestemd op de aanwezige grondslag.

R

Ter plaatse van grasvlakken moet ten minste 0,25 m teelgrond aanwezig zijn.

R

Toepassen maaitegel inclusief opsluitband rond kasten van Nutsvoorzieningen.

R

Heesters - Plantmateriaal

Gras - Inrichting vak

3/5

Bronverwijzing Bijlage

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Uitvoeringsniveau Categorie

Onderwerp Gras - Plantmateriaal

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Graszaadmengsels verwerken binnen 1 jaar na de datum van plombering.

Hardheid R

Hagen - Inrichting vak

Ter plaatse van haagvakken moet minimaal 0,50 m teelgrond aanwezig zijn.

R

Bij risico op doorloop van de plantvakken de beplanting beschermen met een staalmathek, Ralkleur 6009 donkergroen.

R

Afhankelijk van de breedte van de haag minimaal 2 of 3 rijen aanplanten.

R

Minimale obstakelvrije ruimte is 1.50 m voor machinaal geknipte hagen.

R

Haaghoogte maximaal 1,80 m.

R

Altijd inheemse beplanting gebruiken en passend bij aanwezige grondslag.

R

De afstand tussen rand van plantvak en eerste rij van de beplanting is eenmaal de plantafstand. Dit ter voorkoming van randsnoei.

R

Volg het Handboek bomen voor het inrichten van de ondergrondse groeiruimte.

R

De aard van de grondverbetering en bodemsubtraten moeten in overleg met de gemeente worden bepaald.

R

Het planten van bomen moet zodanig worden uitgevoerd dat er sprake is van een waarborg voor een structurele groei.

R

Gebruik in de in de omgeving van speelplaatsen geen soorten met toxische eigenschappen.

R

Uitzondering of aanvullend op het Handboek bomen: - Standaard worden bomen aangeplant met een stamomtrek van minimaal 18-20 cm ( in Hillegom is dit 20-25 cm) gemeten op 1,3 meter hoogte (een kwekerijboom wordt meestal lager gemeten door kweker); - Bij grondverbetering de ondergrond zodanig losspitten dat storende lagen worden doorbroken tot 0.20m boven de hoogste grondwaterstand. - Bij de aanplant van de bomen vochtkorrels doormengen, type Broadleaf P4 Regulier. Hoeveelheid volgens voorschriften van de leverancier.

R

De kwaliteit van de te leveren bomen dient, met inachtneming van de gestelde leverings- en verwerkingseisen, het realiseren van een duurzame en kwalitatief hoogwaardige beplanting te waarborgen. De dataregistratie van bomen moet op grond van de gestandaardiseerde inventarisatiekenmerken (standaard datapaspoort) een waarborg zijn voor een eenduidige registratie van de voorgeschreven inventarisatiekenmerken. Uitvoering volgens uitvraag en eisen Handboek Bomen 2018 Hoofdstuk 14 Dataregistratie bomen. De boomtaxatie moet een waarborg zijn voor een juiste en gemotiveerde vaststelling van de monetaire boomwaarde en ( indien van toepassing) schade van de getaxeerde boom of boomgroep. De boomtaxatie moet voldoen aan de uitvraag en eisen uit het handboek bomen 2018 hoofdstuk 15 Boomtaxatie.

R

Bomen - Uitvoeringseisen

De uitvoeringseisen zoals opgenomen in de standaard RAW bepalingen van de CROW (nieuwste uitgave) (deelhoofdstuk 51.0).

R

Bomen - Werken rond bomen

De uitvoering van werkzaamheden rond bomen moet zodanig plaatsvinden dat er sprake is van een verantwoorde inpassing van de te handhaven bomen. Deze werkzaamheden mogen nooit leiden tot een bedreiging van de beoogde duurzame instandhouding van de te handhaven bomen. Het werken rond bomen moet voldoen volgens de uitvraag en eisen uit het Handboek bomen 2018 hoofdstuk 2 werken rond bomen.

R

179, 111

Bomen - Nazorg na aanplant bomen

De nazorg dient als waarborg voor een structurele hergroei van een aangeplante of verplante boom. De aan de nazorg gekoppelde hergroeigarantie staat garant voor deze structurele hergroei. Nazorg en hergroeigarantie moet voldoen volgens de uitvraag en de eisen uit het handboek bomen 2018 hoofdstuk 7 nazorg en hergroeigarantie bomen. Op de nazorg en hergroeigarantie bomen dient minimaal een onderhoudszorg door de aannemer van drie jaar te zijn opgenomen. Het 'vellen' van bomen moet gericht zijn op het in relatie tot de omgeving gecontroleerd en schadevrij verwijderen van bomen en het (optioneel) 'rooien' (verwijderen of bewerken) van de stobben en/of wortelkluiten. Het vellen van bomen moet voldoen volgens de uitvraag en eisen uit het handboek bomen 2018 hoofdstuk 12 vellen bomen en rooien stobben.

R

179

R

179

Bosplantsoen - Inrichting vak

Bomen - Inrichting plantplaats

Bomen - Plantmateriaal

Bomen - Bomeninventarisatie

Bomen - Boomtaxatie

Bomen - Vellen

4/5

Bronverwijzing Bijlage

179

179

R

179

R

179

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Openbaar Groen Bijlage NummerOmschrijving 111 Bomenposter werken rond bomen 179 Handboek bomen 2018 180 Poster ontwerp bomen Bronverwijzingen NummerOmschrijving 553 Lijst waardevolle bomen gemeente Hillegom 554 Lijsten waardevolle bomen gemeente Teylingen 555 Lijst waardevolle bomen gemeente Lisse

5/5

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Hoofdstuk

5

Datum

2/3/2022

Versie

2

Controle

Speelvoorzieningen

Objecten en eisen

Uitgever

P. LIOR

Eigenaar

P. LIOR

Hardheid Bronverwijzing Bijlage

Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Beleid - Overzicht

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Het speelruimtebeleid en de ambities m.b.t. duurzame gebiedsontwikkeling van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zijn opgenomen in het hoofdstuk 'Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten'.

Hardheid B

Proces - Verantwoordelijkheid

Het inrichten van een speelplaats en het plaatsen van speeltoestellen of natuurlijke speelaanleidingen is de verantwoordelijkheid van de beheerder en/of beleidsmedewerker spelen van de gemeente. Zowel nieuwe aan te leggen speelplaatsen/speeltoestellen als het herinrichtingen van speelplaatsen wordt door deze beheerder en/of beleidsmedewerker spelen verzorgd. De initiatiefnemer of projectontwikkelaar stelt op basis van de in dit hoofdstuk opgenomen eisen en richtlijnen een bedrag van € 75 per m2 (anno 2019, dit bedrag wordt jaarlijks geindexeerd) ter beschikking aan de beheerder van de speelvoorzieningen, waarmee de beheerder zorg draagt voor de inrichting van de speelplekken.

B

Onderwerp Speelplekken - Participatie

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) In de ontwerpfase ('inrichtingsniveau') komt de inrichting en situering van de speelplekken aan de orde, waarbij de gebruikers/bewoners een bijdrage kunnen leveren aan het ontwerp. Samenspraak en eigen kracht van de burgers is het uitgangspunt.

Hardheid R

Speelplekken - Situering

Speelplaatsen bevinden zich altijd binnen de bebouwde kom.

Bronverwijzing Bijlage

Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Bronverwijzing Bijlage

R

Speelplekken - Toegankelijkheid Sportplaatsen en speelplaatsen dienen toegankelijk te zijn, ook voor kinderwagens en mensen met een beperking.

R

Speelplekken - Norm

Speelterreinen moeten aangelegd en ingericht worden aan de hand van de volgende normen: - Leeftijd 0-12 jaar: actieradius 300 meter, minimale oppervlakte: 150 m2 - Leeftijd 12+ jaar: actieradius 700-800 meter, minimale oppervlakte: 300 m2

N

Onderwerp Speelplekken - Inrichting speelplek

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Een speelplek is minimaal 150 m2 groot.

Uitvoeringsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Hardheid R

Speelplaatsen bestaan uit een combinatie van speeltoestellen en groenvoorzieningen. De kosten bedragen maximaal € 75,- per m2 (anno 2019, dit bedrag wordt jaarlijks geindexeerd) voor alle onderdelen van de speelplaats tezamen. Een speelplaats bestaat uit minimaal 3 speeltoestellen of een combinatietoestel dat minimaal drie speelwaardes vertegenwoordigt.

R

Onderdelen in speeltoestellen zijn zwart, touwkleurig of van RVS.

R

Het totale speelaanbod dient zo divers mogelijk te zijn.

R

Pas zo min mogelijk hekwerken toe op speelplekken.

R

Pas zo min mogelijk verharding toe.

R

Pas drainage of een wadi toe wanneer de bodem hemelwater onvoldoende op kan nemen. Zie voo randvoorwaarden het hoofdstuk Waterhuishouding.

R

1/3

Bronverwijzing Bijlage

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Uitvoeringsniveau Categorie

Onderwerp

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Maak grastaluds 1:3 of flauwer.

Hardheid R

Speeltoestellen - Veiligheid

Een speeltoestel moet gecertificeerd zijn. Is er geen certificaat, dan moet het speeltoestel gekeurd worden door een door de minister aangewezen keuringsinstelling (AKI). De valhoogte van een speeltoestel dient onder de 1,50 meter te liggen.

R

Speeltoestellen moeten voldoen aan de normen van de Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen en de relevante NEN-EN normen van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN1176). Een kunstobject in de nabijheid van een speeltoestel voldoet aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en de daarbij horende NEN-EN normen.

R

513, 512

R

513, 512

Een speeltoestel wordt geplaatst volgends de bijbehorende installatiehandleiding.

R

Speeltoestellen - Duurzaamheid Speeltoestellen moeten een hoogwaardige kwaliteit hebben en gebruiks- en onderhoudsvriendelijk zijn. Bij gebruik tropisch hardhout alleen hout toepassen wat is voorzien van een FSC-keurmerk. Voor overige duurzaamheidseisen en -richtlijnen zie het hoofdstuk Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten. Valdempende ondergrond Val dempende ondergronden voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Veiligheid Valdempende ondergrond Val dempende ondergronden die toegestaan zijn, zijn gras en/of kunstgras. Breng geen kustgras aan onder speeltoestellen wanneer ook gras een mogelijkheid Materiaaleisen is.

R

R

R

513, 514

R

Op een voetbalveld of ander soort speelveld kan kunstgras toegepast worden.

R

Kunstgras toepassen in de kleur field green.

R

Op een speelveld kan belijning in de kleur wit toegepast worden.

R

Kunstgras dient van het merk en type EDEL LSR24 te zijn.

R

Kunstgras is voorzien van een invulling en bestaat uit vuurgedroogd invulzand, type kwartszand, hoeveelheid 30 kg/m2, gradering 0.5 - 1.0 mm, minimaal 80% rond van vorm, aanbrengen volgens voorschriften leverancier. Onder toestellen met een gedwongen beweging dienen voldoende Prokuru rubberen grastegels aanwezig te zijn. Deze dienen minimaal 65 mm dik te zijn, kleur zwart. Valondergronden moeten duurzaam van aard zijn. Voor de duurzaamheidseisen en -richtlijnen zie het hoofdstuk Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten.

R

2/3

Bronverwijzing Bijlage

R R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Speelvoorzieningen Bijlage NummerOmschrijving Bronverwijzingen NummerOmschrijving 512 Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 513 NEN-EN 1176-1:2017 en Speeltoestellen en bodemoppervlak van speelplaatsen - Deel 1: Algemene veiligheidseisen en beproevingsmethoden 514 NEN-EN 1177:2008 nl Schokabsorberende bodemoppervlakken van speelplaatsen - Bepaling van de kritische valhoogte

3/3

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Hoofdstuk

6

Datum

2/3/2022

Versie

2

Controle

Riolering - Afkoppelen

Objecten en eisen

Uitgever

P. LIOR

Eigenaar

P. LIOR

Hardheid Bronverwijzing Bijlage

Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Beleid - Overzicht

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Het beleid m.b.t. riolering en de ambities m.b.t. duurzame gebiedsontwikkeling van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zijn opgenomen in het hoofdstuk 'Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten'.

Hardheid B

Bronverwijzing Bijlage

Onderwerp Afkoppelen - Ontwerpeisen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) De afkoppelvoorzieningen moeten een eenduidig, robuust en logisch systeem vormen.

Hardheid R

Bronverwijzing Bijlage

Infiltratie - Ontwerpeisen

Om te bepalen of infiltreren mogelijk is (voor Lisse, zie de afkoppelkansenkaart die als bijlage is bijgevoegd) dient er onderzoek gedaan te worden naar de lokale bodemopbouw, de grondwaterstanden en de doorlatendheid van de bodem. Dit bodemkundig en hydrologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd door een hierin gespecialiseerd bureau. Infiltratie in de bodem vindt plaats door middel van oppervlakte infiltratie, ondergrondse infiltratie of toepassen van een waterdoorlatende verharding.

R

Bij infiltratie in de bodem dient altijd een bedrijfszekere lozingsmogelijkheid op het oppervlaktewater aanwezig te zijn in geval van onvoldoende infiltratiecapaciteit als gevolg van verzadiging, vervuiling of hevige neerslag. De infiltratievoorzieningen worden bij voorkeur aangelegd in groenstroken nabij watergangen.

R

Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

1/2

131

R

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Riolering - Afkoppelen Bijlage NummerOmschrijving 131 Lisse Afkoppelkansenkaart Bronverwijzingen NummerOmschrijving

2/2

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Hoofdstuk

7

Datum

2/3/2022

Versie

2

Controle

Riolering - Inspectie en revisie

Objecten en eisen

Uitgever

P. LIOR

Eigenaar

P. LIOR

Hardheid Bronverwijzing Bijlage

Uitvoeringsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Revisie - Revisiegegevens

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid Revisie riolering en drainage conform NPR 3218 hoofdstuk 18 “Revisie”. De revisiegegevens worden in digitale tekeningbestanden verstrekt. Het aan te leveren R formaat moet in overleg met de gemeente bepaald worden.

Van perceelsaansluitingen moet per perceel een afzonderlijke aansluitleidingkaart te worden gemaakt.

R

De aansluitleidingen dienen vanaf de gevel of kolk tot de hoofdriolering met maatvoering aangetekend te worden op de revisietekening, inclusief alle richtingsveranderingen. Dit geldt voor zowel de huis-, kolk- en drainaansluitingen De revisiegegevens van de riolering en drainage overdragen aan de rioolbeheerder van de gemeente. Deze gegevens dienen door de gemeente te worden goedgekeurd. Oplevering riolering (alle typen) Voorafgaand aan de overdracht moeten de riolerings- , drainagestelsels, de rioolgemalen, de persleidingen, de kolken en de randvoorzieningen worden - Reiniging gereinigd. Oplevering riolering (alle typen) Tot aan de overdracht dienen alle gebreken en schades welke zich voordoen direct na constateren te worden hersteld. - Herstel na in gebruikname

R

Oplevering vrij verval riolering - De kolken, de rioolgemalen en de persleidingen welke reeds in gebruik zijn genomen maar nog niet zijn overgedragen moeten tijdens de ontwikkelingsfase Reiniging na in gebruikname frequenter worden gereinigd dan gebruikelijk in de beheersituatie om de werking te waarborgen.

R

Oplevering vrij verval riolering - Opleveringscontrole door het uitvoeren van een visuele inspectie vanuit de aangelegde gereinigde riolering (gemengd, DWA en HWA) en drainage met behulp Inspectie van een rijdende camera. Alle voegen over de volle omtrek in beeld brengen. De video inspectie uitvoeren in combinatie met een meting van de hellingshoek welke gerelateerd is aan de gemeten hoogte binnen onderkant buis ten opzichte van N.A.P. De schades classificeren volgens de classificatiemethodiek zoals beschreven in NEN 13508-2. Als er schades worden geconstateerd deze verhelpen. Daarna de leiding opnieuw inspecteren. Rapportage van de inspecties zowel analoog als digitaal aanleveren.

R

Voorafgaand aan de overdracht van de riolering (gemengd, DWA en HWA) en drainage een video inspectie uitvoeren van de gereinigde riolering en drainage. Deze inspectie wordt uitgevoerd nadat alle bouw- en aanlegwerkzaamheden van de ontwikkelingsfase zijn afgerond. Alle voegen over de volle omtrek in beeld brengen. De video inspectie uitvoeren in combinatie met een meting van de hellingshoek welke gerelateerd is aan de tegelijk met inspectie gemeten hoogte binnen onderkant buis ten opzichte van N.A.P. De schades classificeren volgens de classificatiemethodiek zoals beschreven in NEN 3399. De uit de video inspectie en hoogtemeting gebleken gebreken en afwijkingen moeten worden hersteld. Rapportage van de inspecties zowel analoog als digitaal aanleveren.

R

Oplevering persleidingen en gemalen - Waterdichtheid

De waterdichtheid van persleidingen controleren door middel van inwendige waterdruk. Als terugloop van de druk wordt geconstateerd de oorzaak opsporen en verhelpen. Daarna de leiding opnieuw beproeven.

R

Oplevering persleidingen en gemalen - Inspectie

Voorafgaand aan de overdracht inspectie laten uitvoeren door de leverancier van de pompen van de rioolgemalen om eventuele bovenmatige slijtage vast te stellen als gevolg van de ontwikkelingsfase. Als er bovenmatige slijtage wordt geconstateerd de benodigde onderdelen vervangen.

R

1/2

Bronverwijzing Bijlage

R R R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Riolering - Inspectie en revisie Bijlage NummerOmschrijving Bronverwijzingen NummerOmschrijving

2/2

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Hoofdstuk

8

Datum

2/3/2022

Versie

2

Controle

Riolering - Vrij verval riolering

Objecten en eisen

Uitgever

P. LIOR

Eigenaar

P. LIOR

Hardheid Bronverwijzing Bijlage

Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Beleid - Overzicht

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Het beleid m.b.t. riolering en de ambities m.b.t. duurzame gebiedsontwikkeling van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zijn opgenomen in het hoofdstuk 'Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten'.

Ontwerp stelsel Verkavelingsplan

De verschillende onderdelen van het rioleringsstelsel kunnen de haalbaarheid van het stedenbouwkundig ontwerp aanzienlijk beïnvloeden. Daarom dient in het stedenbouwkundig ontwerp en het verkavelingsplan rekening te worden gehouden met de diverse systeemonderdelen.

R

Het gehele rioleringsstelsel inclusief het drainagestelsel met alle bijbehorende onderdelen dienen te liggen in het openbaar gebied in gemeentelijk eigendom.

R

Bij vervanging, uitbreiding of nieuwe aanleg van riolering dient in overleg met de gemeente het type stelsel bepaald te worden. Hierbij moet het rioleringsstelsel passen binnen de omliggende rioleringsstructuur. In nieuwbouwgebieden moet een gescheiden rioolstelsel worden toegepast. Gestreefd wordt naar het afkoppelen van zoveel mogelijk schoon verhard oppervlak.

R

Ontwerp stelsel - Stelseltype

Perceelsaansluitingen Sluit elke woning en elk bedrijf afzonderlijk aan. woningen en bedrijven Uitvoeringseisen Perceelsaansluitingen Het afval- en hemelwater gescheiden aanbieden. woningen en bedrijven - Kolken

Hardheid B

Bronverwijzing Bijlage

R

R

R

Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Ontwerp stelsel - Rioleringsplan Voor de bepaling van de ligging, afmetingen, hoogten en aansluitingen van de riolering, riooloverstorten, uitlaten, randvoorzieningen, rioolgemalen en rioolpersleidingen een rioleringsplan opstellen ter goedkeuring van de gemeente. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bestaande rioleringsstelsels. Als uitgangspunt zal worden gehanteerd dat er zo veel mogelijk verhard oppervlak verantwoord wordt afgekoppeld op basis van de beleidsuitgangspunten in het Integraal afvalwaterketenplan of gemeentelijk rioleringsplan.

Hardheid R

Bronverwijzing Bijlage

R

De mate van verontreiniging waarbinnen een verhard oppervlak valt is bepalend voor de soort afkoppeltechniek die geëist of gewenst is. De gemeente en het hoogheemraadschap van Rijnland kunnen aanvullende eisen stellen over de toe te passen afkoppeltechniek en de uitwerking hiervan. Het rioleringsplan moet gebaseerd worden op de volgende documenten: - zie de documenten in het hoofdstuk 'Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten'. - “Leidraad Riolering” van de Stichting RIONED. - eisen Hoogheemraadschap van Rijnland - “Nota Emissiebeheer riolering”, versie juli 2010 - “De Tweede Rioleringsnota” d.d. juli 2002 van Werkgroep Riolering West-Nederland en Werkgroep Waterkwaliteit West-Nederland inclusief het aanvullende beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland op deze rioleringsnota d.d. 27 februari 2004.

1/9

R

550

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Ontwerp stelsel Grondmechanisch advies Ontwerp stelsel Rioleringsberekeningen

Het rioleringsplan moet leiden tot een rioleringsontwerp dat afvalwater, regenwater en grondwater doelmatig inzamelt en transporteert zodat ongewenste emissie naar oppervlaktewater, bodem en grondwater wordt voorkomen en er geen wateroverlast optreedt.

R

Bij aansluiting op de bestaande riolering dient het aan te sluiten stelsel met het bestaande rioolstelsel hydraulisch te worden doorgerekend om de effecten onderling te kunnen bepalen. De aanbevelingen vanuit deze controle voor een goed functionerend stelsel dienen te worden opgevolgd. Het actuele gemeentelijk rioolbeheerbestand voor het uitvoeren van hydraulische berekeningen dient via de gemeente te worden opgevraagd.

R

Het rioleringsplan en de aanlegmethode hiervan dienen goedgekeurd te worden door zowel de gemeente als het hoogheemraadschap van Rijnland. Deze goedkeuring betreft ook het al dan niet in het rioleringsplan geïntegreerde drainageplan met hierin de uitwerking van de afvoer van het drainagewater.

R

Voor de aanleg van de riolering dient een grondmechanisch advies te worden opgesteld. Dit grondmechanisch advies dient drieledig te zijn: constructieve aspecten, uitvoeringsgerichte aspecten en invloed op de omgeving. De Nederlandse normen van de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) zoals deze zijn vermeld in het "Normenoverzicht GWW" zijn van toepassing. Daarnaast zijn de volgende Nederlandse praktijkrichtlijnen van toepassing: • NPR 3218-2 “Buitenriolering - deel 2: Richtlijnen voor de gebruiksfase” van 1 juni 2019 • NPR 3218-3 “Buitenriolering – deel 3: Richtlijnen voor onderhoud” van 1 juni 2019 Rioleringsberekeningen uitvoeren volgens de "Leidraad Riolering" module C2100 en "De tweede rioleringsnota". In deze paragraaf wordt volstaan met de vermelding van de belangrijkste ontwerpgrondslagen. Voor gevallen waarin niet voorzien wordt verwezen naar bovengenoemde documenten.

R

Ontwerp stelsel - Ligging stelsel Plaats de riolering in de as van de weg.

Ontwerp stelsel - Fundering

Ontwerp stelsel Ontwateringsdiepte

R

R

R

Ontwerp de riolering zodanig dat zinkers in het gemengde of DWA stelsels niet voorkomen. In HWA stelsels waarbij het stelsel horizontaal ligt kunnen eventueel wel zinkers worden toegepast. De ligging van de riolering moet zodanig zijn dat vervanging in de toekomst zonder grondkerende constructies kan plaatsvinden.

R

De onderbouwing van een dergelijke constructie wordt verantwoord in het funderingsadvies. Ook de (verkeers)belastingen zijn hierbij van belang.

R

Alle benodigde constructieve berekeningen die noodzakelijk zijn voor het opstellen van het ontwerp van de riolering worden uitgevoerd. De fundering van de riolering dient daarnaast tevens afgestemd te worden op de funderingswijze van het omliggende rioleringsstelsel. De funderingswijze en bijbehorende materiaalkeuze dienen door de gemeente te worden goedgekeurd.

R

Uitgangspunt bij stedelijke ontwikkelingen is een voldoende drooglegging en voldoende oppervlaktewater. Door ophoging van het maaiveld en een goede waterstructuur wordt de ontwateringsdiepte vergroot wat een (aanvullend) ontwateringssysteem overbodig kan maken. In bestaand stedelijk gebied met een gegeven maaiveld ligt voor de ontwatering horizontale drainage wel voor de hand. Daarbij kan het overigens nodig zijn om de gemiddelde doorlatendheid en structuur van de bodem te verbeteren.

R

De drooglegging moet blijken uit deskundig advies en is minimaal 120 cm (verschil open waterpeil/bovenkant wegdek). Hierbij moet rekening worden gehouden met de ingangen van bestaande en nieuwe gebouwen (vloerpeil). Benodigde ontwateringdiepte bij nieuwe aanleg is: • Woningen met kruipruimte*: 0,7 m • Woningen zonder kruipruimte*: 0,3 m • Groenvoorziening: 0,5 m • Secundaire wegen en woonstraten**: 0,7 m • Primaire wegen/Bedrijventerreinen**: 1,0 m

R

R

(*t.o.v. onderkant vloer ** t.o.v. kruin van de weg) Ontwerp stelsel Inspectieputten

Inspectieputten toepassen met een tussenafstand van circa 50 m.

R

Inspectieputten moeten goed bereikbaar zijn voor een onderhoudsauto, bij voorkeur niet in het rijspoor van de motorvoertuigen.

R

2/9

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Ontwerp stelsel - Eisen kruisende leidingen

Kruisingseisen vrijvervalriolering onder watergangen conform de eisen van het hoogheemraadschap van Rijnland.

R

De minimale afstand tussen twee kruisende leidingen is 0,20 m.

R

Ontwerp stelsel - Riooloverstort De drempelhoogte van de riooloverstorten moet zijn afgestemd op de peilstijgingen bij neerslaggebeurtenissen met T=10 jaar + 10%.

R

De minimale drempelhoogte boven het waterpeil van het ontvangende oppervlaktewater is 0,20 m.

R

Minimaliseer het aantal riooloverstorten.

R

Riool-/pompgemalen met bijbehorende voorzieningen moeten voldoen aan de meest recente programma’s van eisen rioolgemalen/pompgemalen met de daarin opgenomen technische eisen. De meest recente versie moet bij inpassing van rioolgemalen/pompgemalen in het plangebied bij de gemeente worden opgevraagd. Uitgangspunt is een standaard toegepast rioolgemaal met een natte dubbele pompopstelling waarbij de pompen elkaars reserve zijn. De technische specificaties van het rioolgemaal zijn daarnaast afhankelijk van de specifieke functie van het gemaal en kunnen door de gemeente in overleg met Xylem (ITT Flygt) worden aangepast.

R

De locaties voor de rioolgemalen moeten voldoen aan de bepalingen uit milieuvergunning waaronder de stank- en geluidscirkels tot woningen.

R

Het ontwerp en de dimensionering van (aanpassingen in) rioolstelsels dient gebaseerd te worden op de Leidraad Riolering.

R

De rapportage van het ontwerp van het rioleringsstelsel dient minimaal te bevatten: • invoer- en uitvoergegevens • berekeningsresultaten huidige en toekomstige situatie • maximaal optredende waterstanden per put • maximaal optredende waterstanden grafisch inzichtelijk maken • overzichtstekening riolering met corresponderende putnummering • vermelding van buisdiameters, bob’s, puthoogten, drempelpeilen, drempellengten en gemaalcapaciteiten • overzichtstekening met het ingevoerde verhard oppervlak inclusief onderverdeling open en gesloten verharding, vlakke en hellende daken • kenmerkenblad

R

De gemiddelde woningbezetting 2,5 inwoner per woning. Het aantal woningen baseren op de actuele situatie of het stedenbouwkundig plan.

R

De vlakkenkaart met de inventarisatie van het dak- en wegverharding baseren op de verhardingstekening of het stedenbouwkundig plan.

R

De maaiveldhoogte (as weg) baseren op de actuele situatie, de verhardingstekening of het stedenbouwkundig plan.

R

De berging van het DWA stelsel is 10 uur.

R

De maximale diepte van de riolering ter plaatse van het rioolgemaal 3,5 tot 4 m minus maaiveld. De maximale ligging van de HWA riolering afstemmen op het profiel van de watergang. De droogweerafvoer is 12 liter per inwoner per uur. Bijzondere afvoeren afhankelijk van de aard en de omvang van de te vestigen bedrijven en bijzondere bebouwing conform de “Leidraad Riolering” module B2100. Het verhard oppervlak aan de hand van de vlakkenkaart met behulp van Thiessenpolygonen verdelen over het totaal aantal putten van het HWA stelsel.

R

De maximale strenglengte is afhankelijk van de diameter.

R

De diameter van rioolleidingen is minimaal 250 mm.

R

Het HWA stelsel dimensioneren op aansluiting van het weg- en dakoppervlak.

R

De noodzaak tot het toepassen van “end of pipe” voorzieningen toetsen aan het Integraal afvalwaterketenplan of gemeentelijke rioleringsplan en vervolgens afstemmen met de gemeente en het hoogheemraadschap van Rijnland. Ook wanneer er geen “end of pipe” voorzieningen behoeven te worden toegepast voor de zuivering van het hemelwater dient bij de hydrualische berekening van het stelsel wel rekening te worden gehouden met de extra weerstand van een dergelijke voorziening in de toekomst.

R

Ontwerp stelsel - Riool/pompgemalen

Ontwerp stelsel Dimensionering

3/9

140, 139

R R

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Het waterpeil van het ontvangende oppervlaktewater is afhankelijk van de betreffende polder of boezem. In de berekening moet rekening worden behouden met fluctuaties van het waterpeil. Gegevens op te vragen bij het hoogheemraadschap van Rijnland.

R

De uitlaten van HWA stelsels en drainagestelsel, de eventuele aanwezige riooloverstorten en de waterstructuur in het plangebied dienen op elkaar te zijn afgestemd. Indien bij een inbreilocatie het HWA-stelsel niet aangesloten kan worden op het naast gelegen bestaande stelsel zal de lozing op het oppervlaktewater plaats vinden. Op deze locaties dient genoeg ruimte te zijn voor de eventuele zuiveringsvoorzieningen in de toekomst. Bij het ontwerp hiermee rekening houden, dus zo weinig mogelijk van de nieuwe lozingslocaties projecteren, zodat aantal van de eventuele zuiveringsvoorzieningen ook beperkt kan blijven.

R

Ontwerp de riolering zodanig dat zinkers in het gemengde of DWA stelsels niet voorkomen. In HWA stelsels waarbij het stelsel horizontaal ligt kunnen eventueel wel zinkers worden toegepast. Van percelen waarvan het particuliere terrein grenst aan oppervlaktewater het dakoppervlak rechtstreeks afvoeren naar het oppervlaktewater.

R

Bij kruisingen tussen de DWA riolering en de HWA riolering de DWA riolering onder de HWA riolering door leiden met handhaving van vrije doorstroming richting gemaal. Indien dat niet mogelijk is vanwege maximale diepteligging de HWA riolering zinkeren.

R

Om een goede inzameling te verkrijgen het DWA stelsel opbouwen volgens een hoofdstructuur waarop de zijtakken op een hoger niveau aansluiten.

R

De HWA-stelsels moeten bij voorkeur zodanig worden ontworpen dat vuil wordt afgescheiden en dat het stelsel niet vol met water blijft staan.

R

Voor HWA geen buis toepassen voor hemelwater als hemelwaterafvoer zodanig kan worden ontworpen dat het water over maaiveld kan lopen via goten of over straat. Het dakwater loopt dan af via de bestrating. De goten in die siutatie in het midden van de straat leggen zodat het gehele profiel als berging werkt.

R

Indien haalbaar dan hemelwaterafvoer zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk via de berm in de watergangen loopt.

R

Ontwerp de riolering zodanig dat doodlopende strengen zoveel mogelijk worden voorkomen. Zorg dat bij verstopping in een rioolstreng het water via een andere streng alsnog kan afstromen. Stem het rioolstelsel af op het stelsel van watergangen. De kruising van riolering door het natte profiel van duikers is niet toelaatbaar.

R

De dekking op rioolleidingen is minimaal 1,20 m. Hierbij rekening houden met de ligging van de nutsleidingen om conflicten te voorkomen.

R

Strenglengte bij leiding diameters tot 400 mm beperken tot 50 m. Bij grotere diameters een maximale strenglengte van 70 m aanhouden.

R

Lengte aansluitstuk van de rioolleiding op inspectieput maximaal 1,00 m.

R

De onderlinge afstand tussen horizontaal kruisende rioolleidingen is minimaal 0,20m.

R

De afstand tussen het hart van bomen en het hart van de rioolleidingen is minimaal een 0,5 maal de kroondiameter bij 30 jaar met een minimum van 3 m.

R

De afstand tussen de uitwendige zijkant van de rioolleidingen tot aan de andere nutsvoorzieningen of de grens van de uitgeefbare grond dient minimaal 3,00 m te zijn. Het verhang van de DWA riolering is 5 – 2 promille aflopend en het verhang van de HWA riolering 2 promille.

R

Afschot kolkaansluiting tussen 1:50 en 1:100.

R

Afschot perceelsaansluiting tussen 1:50 en 1:100.

R

Aansluitlengte perceelsaansluiting maximaal 20 m.

R

Ontwerp stelsel - Afwatering

Ontwerpnorm voor de plaatsing van kolken is 100 tot 150 m2 afvoerend verhard oppervlak per kolk met een maximum onderlinge afstand van 20 m.

R

Vergunningen Perceelsaansluitingen woningen en bedrijven

Perceelsaansluitingen dienen online bij de gemeente te worden aangevraagd. Perceelsaansluitingen moeten volden aan de eisen opgenomen in de door de gemeente verleende toestemming. Eisen voor het al dan niet plaatsen van voorzieningen voortvloeiend uit de milieuwetgeving dienen te worden nagekomen. Zij worden op aanvraag van geval tot geval geformuleerd.

R

Ontwerp stelsel - Zinkers Ontwerp stelsel - Horizontaal en verticaal ontwerp

4/9

R

R

R

R

515, 516, 517

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Vergunningen - Nieuwe lozingen Vergunningen - Nieuwe rioleringsstelsels Gemeenten Lisse Ontwerp stelsel en Teylingen - Alle Dimensionering gebieden

Nieuwe lozingen zijn vergunningsplichtig in het kader van de Keur van het hoogheemraadschap van Rijnland.

R

Nieuwe rioleringsstelsels zijn vergunningsplichtig in het kader van de WVO met als bevoegd gezag het hoogheemraadschap van Rijnland.

R

Als ontwerpbui bui S08 conform de “Leidraad Riolering” module C2100 hanteren. Daarnaast controle op specifieke hydraulische zwakke onderdelen in het ontwerp met bui S09 conform de “Leidraad riolering” module C2100.

R

De minimale waakhoogte bij ontwerpbui S08 0,20 m. De minimale waakhoogte bij bui S09 geen “water op straat”.

R

In situaties waarbij de riolering functioneel door nog grotere buien niet meer voldoet dient de maaiveldinrichting van de openbare ruimte de bergings- en afvoerfunctie van de riolering over te nemen. Er mag in deze situaties geen afwenteling plaatsvinden op de omliggende percelen. Op deze wijze moet bui S10 zonder afwenteling verwerkt kunnen worden.

R

Uitvoeringsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Materialen - Certificaten

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Alle materialen / bouwstoffen moeten geleverd worden met KOMO - (attest-met-) productcertificaat.

Hoofdleidingen - Materiaaleisen In principe betonnen buizen toepassen. Alleen voor buizen met diameters kleiner of gelijk aan 300 mm mogen, afhankelijk van de situatie eventueel PVCbuizen toegepast worden. Rioolleidingen van beton: type Easlylock van Kijlstra beton of gelijkwaardig waarbij wordt voldaan aan NEN7126.

Hardheid N

R R

Rioolleidingen van PVC: mof/spie klasse SN 8 volgens NEN 7045. Leverancier Wavin of gelijkwaardig.

R

Hoofdleidingen - Verbinding met inspectieput

Lengte aansluitstuk van rioolleiding op inspectieput: maximaal 1,00 m.

R

Kolken - Type kolken

Het toepassen van trottoirkolken heeft de voorkeur boven straatkolken.

R

Trottoirkolken beton/gietijzer type TRK 4717 van TBS Soest of gelijkwaardig. Eendelig 350x450x900 mm met vergrendeling klasse “Y” en aangevulcaniseerde rubber manchet / inwendig flexibele zijaansluiting voor PVC-buis diameter 125 mm en ingestort stankscherminbouwgarnituur. In verband met het beheer dient de deksel uitwisselbaar te zijn met de hier voorgeschreven kolk. Straatkolken beton/gietijzer type STR 9737 van TBS Soest of gelijkwaardig. Eendelig 300x450x850 mm met vergrendeling klasse “Y” en aangevulcaniseerde rubber manchet / inwendig flexibele achteraansluiting voor PVC-buis diameter 125 mm en ingestort stankscherminbouwgarnituur. In verband met het beheer dient de deksel uitwisselbaar te zijn met de hier voorgeschreven kolk. Combinatiekolk beton/gietijzer type STC-100/120 (afhankelijk van de bandhoogte) eendelig 450x450x900 mm met inwendig flexibele zijaansluiting voor PVCbuis diameter 125 mm en ingestort stankscherminbouwgarnituur. Leverancier TBS Soest of gelijkwaardig. In verband met het beheer dient tevens de deksel onderling uitwisselbaar te zijn met de hier voorgeschreven kolk.

R

Straatkolk beton/gietijzer type TBS STR 9737, Trottoirkolk beton/gietijzer type TBS TRK 4717;

R

Deksels van de kolken in HWA stelsel voorzien van waaierrooster van TBS Soest of gelijkwaardig. In verband met het beheer dient de deksel onderling uitwisselbaar te zijn met de hier voorgeschreven deksel.

R

Plaats kolken zodanig dat een snelle en veilige waterafvoer is gewaarborgd.

R

Indien trottoirklken niet mogelijk zijn plaats straatkolken ter plaatse van de kantopsluiting van de rijbaan direct naast de betonband.

R

Indien trottoirkolken niet mogelijk zijn in een fietspad mogen de fietsers geen hinder van de straatkolken ondervinden.

R

De afwatering met straatkolken mag niet in de as van het wegprofiel gesitueerd worden.

R

Plaats de kolken minimaal 1 m uit het tangentpunt van de bocht.

R

Kolken - Plaatsing

5/9

Bronverwijzing Bijlage

518

R

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Uitvoeringsniveau Categorie

Onderwerp

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Houd minimaal 1 m afstand tussen kolken en snelheidsremmende maatregelen. Per standleiding mogen maximaal 2 kolkaansluitingen worden gekoppeld. Bij 2 kolkaansluitingen flexibel stroom T-stuk 90 graden toepassen. Bij 1 aansluiting Tstuk 45 graden met kombikap en bocht 45 graden toepassen. Hulpstukken PVC klasse SN 8 volgens NEN 7046. Leverancier Wavin of gelijkwaardig.

Kolken - Aansluiting op de riool Kolkaansluitingen door middel van een PVC-buis van 125 mm klasse SN 8 volgens NEN 7045, kleur: grijs. Leverancier Wavin of gelijkwaardig.

Hardheid R

Bronverwijzing Bijlage

R

R

Bij kolk een flexibele aansluiting met bocht van 90 en 45 graden toepassen. Hulpstukken PVC SN 8 van Wavin of gelijkwaardig volgens NEN 7046.

R

Gronddekking kolkaansluiting minimaal 0,70 m.

R

Aansluitingen op een betonnen hoofdriool uitvoeren met ingestorte moffen, aansluitingen op een PVC hoofdriool uitvoeren met knevelinlaten.

R

Kolkaansluitingen mogen niet worden gecombineerd met perceelsaansluitingen.

R

Inwendige afmetingen inspectieputten bij een hoogte kleiner dan 2,00 m: - vierkant minimaal 800x800 mm - rond minimaal 1.000 mm Inwendige afmetingen inspectieputten bij een hoogte groter of gelijk aan 2,00 m: - vierkant minimaal 1.000x1.000 mm - rond minimaal 1.250 mm. Betonnen inspectieputten type M/S van Kijlstra Beton of gelijkwaardig toepassen waarbij wordt voldaan aan NEN 7035.

R

R

519

Bij licht verkeer (voetgangers/fietsers) eventueel polypropyleen putten type Tegra van Wavin of gelijkwaardig toepassen waarbij wordt voldaan aan BRL 2017.

R

520

Inspectieputten voorzien van een geprefabriceerd stroomprofiel, helling banket minimaal 15 graden bij HWA en minimaal 45 graden bij DWA.

R

Inspectieputten - Afdekplaat

Bovenzijde afdekplaat minstens 300 mm onder bovenkant verharding, putrand minimaal 170 mm, stellaag minimaal 130 mm).

R

Lozingsputten - Type lozingsputten Overstortput - Fundering

Lozingsput van de persleiding van een rioolgemaal uitvoeren als een polypropyleen put type Tegra van Wavin of gelijkwaardig waarbij wordt voldaan aan BRL 2017 met minimale inwendige diameter van 1.000 mm. Overstortputten dienen te worden onderheid. De aansluitende leidingen naar de overstortput onderheien of aflopend onderheien om de overgang van van onderheid naar niet onderheid geleidelijk te laten plaatsvinden. Erftoegangswegen: Putranden beton/gietijzer type 313- VEPRO van TBS Soest of gelijkwaardig. Dagmaat 520 mm met bijbehorend deksel geschikt voor zwaar verkeer, voorzien van een rubberring en ontluchtingsgaten in de haalkommen. In verband met het beheer dient de deksel uitwisselbaar te zijn met de voorgeschreven putrand. Gebiedsontsluitingswegen: Putranden beton/gietijzer type RB3223-VR-VEPRO van TBS Soest of gelijkwaardig. Dagmaat minimaal 520 mm met bijbehorend deksel geschikt voor zwaar verkeer (verkeersklasse D400) en voorzien van een rubberring en ontluchtingsgaten in de haalkommen. In verband met het beheer dient de deksel uitwisselbaar te zijn met de voorgeschreven putrand.

R

Opschriften op putranden: - regenwater (hwa): RW - vuilwater (dwa): VW - gemengd water (gw): GW - infiltratiewater (infiltratie): IW. Putrand op hoogte brengen met stellagen van steens metselwerk, 1e soort, waalformaat, stellen in metselspecie, binnenzijde vertinnen, buitenzijde berapen. Ook het toepassen van prefab stelrand is toegestaan. Uitstroombakken toepassen bij overstorten en uitlaten op het oppervlaktewater.

R

Inspectieputten - Afmetingen inspectieputten

Inspectieputten - Type inspectieputten

Putranden - Type putranden

Putranden - Opschrift

Putranden - Uitvoeringseisen Uitstroombakken - Toepassing

6/9

R

520

R R

R

R R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Uitvoeringsniveau Categorie

Onderwerp Uitstroombakken - Type uitstroombakken Uitstroombakken Uitvoeringseisen

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid Afhankelijk van de aan te sluiten diameter type 0, 1 of 2 toepassen. Bij type 1 en 2 thermisch verzinkt krooshek toepassen. Leverancier Kijlstra of gelijkwaardig. R Helling afstemmen op de taludhelling

R

Uitstroombak opnemen in de oeverconstructie.

R

Spindelafsluiters In principe geen spindelafsluiters toepassen. Indien afgeweken wordt van deze richtlijn dan dient dienen de specificaties overlegd te worden met de Uitvoeringseisen rioolbeheerder. Inlaten - Niet gebruikte inlaten Niet gebruikte inlaten afsluiten met standpijp, steekmof en kombikap.

R

Inlaten - Dekking

R

Dekking op inlaten bedraagt minimaal 0,70 m en maximaal 1,00 m.

R

Inlaten - Afstand tussen inlaten Houdt op een buis bij niet-fabrieksmatig aangebrachte inlaten een minimale onderlinge afstand van 1,00 m.

R

Perceelsaansluitingen woningen en bedrijven - Type perceelaansluitingen

Perceelsaansluitingen door middel van een PVC-buis van 125 mm klasse SN 8 van Wavin of gelijkwaardig volgens NEN 7045. Dit is een minimale aanvangsmaat. Eventuele grotere diameters afhankelijk van de omvang van de lozing en op aanvraag.

R

Hulpstukken PVC klasse SN 8 van wavin of gelijkwaardig volgens NEN 7046.

R

Perceelsaansluitingen woningen en bedrijven - Kleur

HWA: grijs, DWA: roodbruin en gemengd: roodbruin.

R

Perceelsaansluitingen woningen en bedrijven Uitvoeringseisen

Aansluitingen groter dan 160 mm mogen niet rechtsreeks worden aangesloten op het hoofdriool.

R

Perceelsaansluitingen op het hoofdriool aansluiten op “klokstand 12 uur”.

R

Gronddekking perceelsaansluiting bij de gevel minimaal 0,60 m en op openbaar terrein minimaal 0,70 m. Hierbij rekening houden met de ligging van de nutsleidingen om conflicten te voorkomen. In de perceelsaansluiting flauwe bochten van maximaal 45 graden toepassen.

R

Per standleiding mogen maximaal 2 perceelsaansluitingen worden gekoppeld. - Bij 2 perceelsaansluitingen flexibel stroom T-stuk 90 graden toepassen. - Bij 1 aansluiting T-stuk 45 graden met kombikap en bocht 45 graden toepassen. Aansluitingen op een betonnen hoofdriool uitvoeren met ingestorte moffen, aansluitingen op een PVC hoofdriool uitvoeren met knevelinlaten.

R

Pas een flexibele aansluiting toe in de huisaansluiting nabij de gevel.

R

Bij een langshelling voor een doelmatige afwatering een combinatiekolk toepassen.

R

Foutaansluitingen van afvalwater op hemelwater moeten voorkomen worden. Daarom dient een kwaliteitsplan foutaansluitingen onderdeel uit te maken van het bestek. In de perceelsaansluiting in zowel de HWA als de DWA leiding ontstoppingsstukken met schroefdeksel PVC klasse SN 8 van Wavin of gelijkwaardig volgens NEN 7046 toepassen op een 0,5 m van de perceelsgrens op het particulier terrein.

R

Perceelsaansluitingen woningen en bedrijven Ontstpoppingsstuk Rioolrenovatie/rioolreparatie - Relining kan gedaan worden met twee basis kous soorten: naaldvilt drager en GVK als drager. Relining De gemeente maakt geen keuze/voorkeur voor het materiaal van de liners/kousen, zolang de kousen aan de gestelde eisen voldoen zullen naaldvilt en GVK toegestaan worden. Voor de deeliners (ook bekend als korte kousen/partliners/short liners) zijn toepassingen van naaldvilt en GVK toegestaan.

7/9

Bronverwijzing Bijlage

R

R

R

R R R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Uitvoeringsniveau Categorie

Onderwerp

Uitvoeringseisen Schadepreventie

Gemeenten Lisse Hoofdleidingen - Kleur en Teylingen - Alle gebieden

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid Na de uitvoering worden de proefstukken uit de liners (1 proefstuk per kous) in een onafhankelijk en geaccrediteerd laboratorium, ter keuze van de gemeente, R beproefd conform vigerende normen en volgens de spelregels in de contractstukken. Beproevingschema en de juiste procedures zijn weergegeven in de twee beslisbomen: - 1e testronde wordt betaald door de opdrachtgever - 2e testronde wordt betaald door de opdrachtnemer Deelliners worden niet beproeft. Bij projecten/locaties waarbij omliggende panden binnen een straal van 10m liggen vanaf de werklocatie dienen bouwkundige opnames gemaakt te worden. R Hiermee wordt de stand van het pand vastgelegd voor de uitvoering om eventueel discussies met de eigenaar te voorkomen of een bepaalde schade is voortgekomen uit onze werkzaamheden. Eventueel dienen trillingsmeters aan het pand geplaatst te worden, deze registeren of er teveel trilling is in een pand. De aannemer krijgt direct een signaal zodat de werkzaamheden worden gestopt en er aanvullende beschermingsmaatregelen worden ingeschakeld om schade te voorkomen. De PVC-buizen in een (verbeterd) gescheiden stelsel zijn bij het HWA stelsel grijs van kleur en bij het DWA stelsel roodbruin van kleur. In een gemengd stelsel zijn de PVC-buizen roodbruin van kleur.

8/9

Bronverwijzing Bijlage

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Riolering - Vrij verval riolering Bijlage NummerOmschrijving 139 Programma van eisen voor rioolgemalen (HLT Samen) 140 Programma van eisen voor minigemalen (HLT Samen) Bronverwijzingen NummerOmschrijving 515 Hillegom Online aanvragen rioolaansluiting 516 Lisse Online aanvragen rioolaansluiting 517 Teylingen Online aanvragen rioolaansluiting 518 NEN 7126:2004 nl Buizen en hulpstukken van ongewapend, gewapend en staalvezelbeton 519 NEN 7035:2004 nl Putten van ongewapend, gewapend en staalvezelbeton 520 BRL 2017 Thermoplastische kunststof putten voor rioolstelsels 550 De tweede Rioleringsnota : hoofdrapport Werkgroep Riolering West-Nederland (wRw) en Werkgroep Waterkwaliteit West-Nederland (wWw)

9/9

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Hoofdstuk

9

Datum

2/3/2022

Versie

2

Controle

Riolering - Rioolgemalen en persleidingen

Objecten en eisen

Uitgever

P. LIOR

Eigenaar

P. LIOR

Hardheid Bronverwijzing Bijlage

Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Ontwerp stelsel - Programma van eisen

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Riool-/pompgemalen met bijbehorende voorzieningen moeten voldoen aan de meest recente programma’s van eisen rioolgemalen/pompgemalen met de daarin opgenomen technische eisen (zie bijlagen). De meest recente versie moet bij inpassing van rioolgemalen/pompgemalen in het plangebied bij de gemeente worden opgevraagd. Uitgangspunt is een standaard toegepast rioolgemaal met een natte dubbele pompopstelling waarbij de pompen elkaars reserve zijn. De technische specificaties van het rioolgemaal zijn daarnaast afhankelijk van de specifieke functie van het gemaal en kunnen door de gemeente in overleg met Xylem (ITT Flygt) worden aangepast.

Ontwerp stelsel De minimum snelheid in de persleiding is 0,70 m/sec en de maximaal snelheid 1,50 m/sec. Dimensionering Ontwerp stelsel - Ligging stelsel Persleidingen liggen onder trottoirs of bermen tenzij anders wordt overeengekomen met de gemeente.

Hardheid R

Bronverwijzing Bijlage 140, 139

R R

Plaats het rioolgemaal zo centraal mogelijk in het rioleringsstelsel.

R

De pompput buiten wegen, parkeerplaatsen, fietspaden of voetpaden plaatsen zodat lichte deksels kunnen worden toegepast. Situeer het rioolgemaal op een afstand van minimaal 50 m van de meest nabijgelegen woning. Bij kleinere afstand dient het gemaal stankdicht te zijn. Het rioolgemaal plaatsen op een goed bereikbare locatie zo dicht mogelijk bij de wegen. De locatie moet goed bereikbaar zijn voor een onderhoudsauto en vacuümauto. Bij het gemaal moet een verharde opstelplaats aanwezig zijn. De afstand tot een mogelijk opstelplaats dient maximaal 6 m te zijn.

R

Ontwerp stelsel - Kruisingen met duikers, zinkers en persingen/boringen

Bij het passeren van duikers, zinkers, persingen en boringen dient een luchtinsluitingsberekening te worden uitgevoerd welke aantoont of er kans op luchtinsluitingen bestaat en of er aanvullende ontluchtingsmaatregelen genomen moeten worden. Bij het passeren van dijkkruisingen geldt hetzelfde voor beluchtingsmaatregelen.

R

Onderwerp Persleidingen - Type persleidingen

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) - Persleiding in bermen: HPE PE100 – PN8 – SDR17. - Persleiding bij boringen en (weg)kruisingen: HPE PE 100 – PN12,5 – SDR11. - Leverancier Wavin (of andere leverancier die leidingen met gelijkwaardige specificaties levert).

Persleidingen - Kleur

Zwart met bruine strepen.

R

Persleidingen - Verbindingen tussen persleidingen

Verbindingen in persleidingen tot 125 mm trekvast uitvoeren door middel van electrolaskoppelingen. Bij diameters vanaf 125 mm en bij zinkers of boringen verbindingen realiseren door middels van spiegellassen.

R

Persleidingen - Hulpstukken

Hulpstukken in de persleiding zoals afsluiters, be- en ontluchters uitvoeren in gietijzer met in- en uitwendige bescherming middels epoxycoating.

R

R R

Uitvoeringsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Persleidingen - Uitvoeringseisen Markering van de persleiding door middel van een waarschuwingslint met tekst “persleiding” 0,30 m boven de leiding. Bij kruisingen met watergangen ter plaatse van de kruising kunstofzinkerbord geel met zwarte tekst “Z” en “persleiding gemeente”. De minimale dekking van de persleiding is 1 m en waar mogelijk de persleiding aanleggen met een dekking van 1,20 m.

1/3

Hardheid R

Bronverwijzing Bijlage

R R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Uitvoeringsniveau Categorie

Onderwerp Aansluiting op vrij verval riolering - Uitvoeringseisen

Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Bij de aansluiting van de persleiding op de vrijvervalriolering een PP put toepassen. Hierbij dient de persleiding onder water in de put te lozen. Vervolgens wordt deze put met een PVC-buis aangesloten op de vrijvervalriolering. Diameter en aansluitwijze afhankelijk van de capaciteit van de persleiding.

Pompputten - Type pompputten Pompputten - Luiken

Gebruik een betonnen pompput voorzien van kunststofbeplating van Kijlstra of gelijkwaardig volgens NEN 7035. De maatvoering van de pompput wordt bepaald in overleg met de leverancier van de mechanische en technische installaties. Ingestort afdekluik type lichtverkeer met RVS 316 frame en twee aluminium deksels voorzien van twee scharnierende deksels met handgreep en gasveer, 1 uitneembare middenstijl van RVS 316 en twee scharnierbare veiligheidsroosters van RVS 316. De roosters zijn geschikt voor een maximale belasting per rooster van 250 N. Het rioolgemaal dient te worden aangesloten op het elektriciteitsnet. In de schakelkast van het rioolgemaal dient de kWh meter van het stroomleverend bedrijf te worden aangebracht. De installatie moet voldoen aan de geldende en technische en wettelijke voorschriften en de eisen van het stroomleverend bedrijf.

Schakelkasten Uitvoeringseisen

2/3

Hardheid R

Bronverwijzing Bijlage

R R

R

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Riolering - Rioolgemalen en persleidingen Bijlage NummerOmschrijving 139 Programma van eisen voor rioolgemalen (HLT Samen) 140 Programma van eisen voor minigemalen (HLT Samen) Bronverwijzingen NummerOmschrijving

3/3

LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld

Hoofdstuk

10

Datum

2/3/2022

Versie

2

Controle

Riolering - Drainage

Objecten en eisen

Uitgever

P. LIOR

Eigenaar

P. LIOR

Hardheid Bronverwijzing Bijlage

Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Onderwerp Zakelijk recht en erfdienstbaarheid - Beheer en zorgplichten

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid De perceel eigenaren moeten schriftelijk op de hoogte worden gesteld over de ligging van de drainage op hun perceel en het belang van periodiek onderhoud R waarvoor de verantwoordelijkheid bij de eigenaren berust.

Bronverwijzing Bijlage

Onderwerp Ontwerp drainagestelsel Onderzoek en advies

Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Hardheid De werking van de drainageleiding is mede afhankelijk van het omringende grondlichaam. De afmetingen van de sleuf en de toe te passen sleufvulling moeten R volgen uit het geotechnisch- en ontwateringsadvies. Toepassing van drainage overeenkomstig het op te stellen advies.

Bronverwijzing Bijlage

Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden

Toepassing van drainage overeenkomstig het op te stellen geotechnisch- en ontwateringsadvies door een hierin gespecialiseerd bureau Ontwerp drainagestelsel - Type Ontwerp de drainage als een apart stelsel volgens een maasstructuur. Koppelingen of aansluitingen op de riolering zijn niet toegestaan om te voorkomen dat stelsel schoon water via het riool naar de afvalwaterzuivering wordt afgevoerd. In verband met de mogelijke toekomstige ombouw of aanpassing van hemelwaterafvoerstelsels is aansluiting van drainages op hemelwaterafvoerstelsels niet toegestaan.

Ontwerp drainagestelsel Ontwatering Ontwerp drainagestelsel Afvoer drainagewater

Ontwerp drainagestelsel Ligging stelsel Cunetdrainage - Ligging stelsel Cunetdrainage - Toepassing Woningblokdrainage Drainageputten

R R

Indien mogelijk een onderwaterdrainage aanleggen waarbij het drainageinstelniveau met opzetstukken wordt ingesteld. Omdat de drainageleidingen dan altijd onder de grondwaterstand liggen worden de risico’s op ijzerafzetting en wortelingroei sterk verminderd. Door het aanpassen van de hoogte van de opzetstukken kan het drainageniveau later eventueel nog worden ingeregeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=7203f8a0-22f2-4c90-839b-94c1e4384b28