BIJLAGE 03 - 20230825 Bijlage c.1 - Leidraad Inrichting Openbare Ruimte - DEFINITIEF OPENBAAR
Tekst van het document
Hoofdstuk
1
Datum
2/3/2022
Versie
2
Controle
Inleiding
Objecten en eisen
Uitgever
P. LIOR
Eigenaar
P. LIOR
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden
Onderwerp Inleiding - Voorwoord
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Deze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) dient als programma van eisen voor o.a. ontwikkelaars, projectleiders, landschapsarchitecten en (civiel) technici, zowel intern als extern. Ontwikkelaars en ontwerpers kunnen hiermee de openbare ruimte zodanig vormgeven dat de gerealiseerde kwaliteit ook op termijn, tijdens de beheerfase, in stand kan worden gehouden. De LIOR is tevens een geschikt middel voor een goede communicatie tussen de bestuurders, aannemers en de beheerders. Naast technische en ruimtelijke eisen voor een ontwerp, worden ook de processen inzichtelijk gemaakt om de rol van het LIOR tijdens het planproces te verduidelijken. Zowel de ontwerper als de beheerder heeft met dit document een instrument om zijn eisen en wensen te omschrijven en onderbouwen. Het Handboek ondersteunt hiermee het proces van beheerbewust ontwerpen en ontwerpbewust beheren (BeBoB).
Hardheid B
Bronverwijzing Bijlage
De LIOR legt de minimale kwaliteit van de openbare ruimte vast. Er is ruimte voor vernieuwende inrichting of een hoger kwaliteitsniveau. De consequenties voor het gebruik en beheer zullen dan inzichtelijk moeten worden gemaakt. De beslissingsbevoegdheid voor afwijkingen op vastgesteld beleid ligt bij het college van B&W. Overige afwijkingen binnen de LIOR worden vastgesteld door de projectleider van het betreffende project.
Inleiding - Doelstelling
Werkorganisatie HLT Samen beoogt met deze LIOR dat het kader voor het inrichten van de openbare ruimte van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zoveel mogelijk geharmoniseerd is. Waar gemeentelijk beleid of zienswijzen dit nodig maken, is sprake van een gemeentespecifiek kader. In deze LIOR is de behaalde harmonisatie middels de filters 'gemeente', 'woonkern' en 'gebiedssoort' aangegeven.
B
Het doel van deze LIOR is het realiseren van eenduidigheid en samenhang in uitstraling, inrichting en materiaalgebruik in de openbare ruimte volgens de kwaliteitskaders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. De LIOR geeft voor een herinrichtings- of ontwerpopgave alle relevante eisen en wensen vanuit de drie gemeenten weer ten aanzien van de openbare buitenruimte. De leidraad biedt een gemeenschappelijk, integraal kader voor iedereen die zich bezighoudt met ontwikkeling, (her)inrichting en beheer en draagt bij aan een goede samenwerking en onderlinge afstemming.
Inleiding - Status LIOR
De LIOR is als principe en standaard voor de inrichting van de openbare ruimte van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen vastgesteld door de colleges van B&W van de drie gemeenten. De inhoud van de LIOR wordt jaarlijks geactualiseerd en vervolgens door het betreffende college van B&W vastgesteld.
B
Inleiding - Gebruik
De LIOR is gebaseerd op gemeentelijk vastgesteld beleid en bestaande wetgeving, beleid, normen en richtlijnen (zie bijlagen en brondocumenten ). De LIOR is een leidraad die de communicatie vergemakkelijkt en verduidelijkt met externe partijen (projectontwikkelaars, ingenieurs- en adviesbureaus, aannemers) en interne partijen (nieuwe collega's, andere afdelingen etc.). De LIOR wordt opgelegd aan partijen die namens of in samenwerking met de gemeenten invulling geven aan de inrichting van de openbare ruimte in de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. Per project worden de inrichtingseisen, bestaande uit de relevante eisen uit de LIOR en de goedgekeurde afwijkingen daarop, vastgelegd in een projectspecifiek programma van eisen.
B
1/3
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp Inleiding - Procedure bij afwijkingen
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Het kan voorkomen dat de ambitie voor de openbare ruimte voor een project afwijkt van de in de LIOR opgenomen eisen en richtlijnen. Om deze ambitie te realiseren is het mogelijk om af te wijken van de richtlijnen en aanbevelingen uit de LIOR. In dat geval zullen de consequenties voor aanleg, beheer en onderhoud vooraf in beeld moeten worden gebracht.
Hardheid B
Bronverwijzing Bijlage
Men kan van de LIOR afwijken mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: - De aanvrager zal de afwijking goed moeten motiveren. - De oplossing zal aan de minimale kwaliteitseis uit de LIOR moeten voldoen. - De aanvrager zal de beheerstechnische en financiële consequenties aangaande de aanleg en het toekomstige beheer moeten onderbouwen. De afwijking heeft instemming van de projectleider, danwel college van B&W nodig na voorafgaand integraal advies van de projectverantwoordelijke van het team Buitenruimte en deeladvies van de assetbeheerder van het team Buitenruimte. Inleiding - Actualisering LIOR
De LIOR is een levend product. Wijzigingen in beleid, wet- en regelgeving, maar ook bijvoorbeeld een projectevaluaties of praktijkervaring met materialen of (verhardings)constructies kunnen onder andere aanleiding zijn om aanpassingen in de LIOR door te voeren. Dat dit ook zorgvuldig gebeurt, is erg belangrijk omdat anders bijvoorbeeld verouderde eisen van toepassing worden verklaard of een materiaal of een ontwerp waarmee slechte ervaringen zijn opgedaan opnieuw wordt voorgeschreven in een bestek. Om die reden kent elk hoofdstuk een "eigenaar". Deze eigenaar is een specialist op het gebied van het betreffende hoofdstuk en is er verantwoordelijk voor dat het hoofdstuk actueel blijft. Dit geldt niet alleen voor de eisen die zijn vermeld, maar ook voor de verwijzing naar de bijlagen en brondocumenten, het soort eis (wet, besluit, norm, richtlijn) etc.
B
Het is zaak om verbeteringen goed te registreren en, inclusief motivering, door te geven aan de eigenaar. Gebruikers van de LIOR kunnen bijdragen aan de ontwikkeling hiervan door voorstellen voor aanpassingen en ontwikkelingen door middel van de berichtenfunctie in DALI (zie knop 'Acties') of via een rechtstreekse e-mail door te geven aan de eigenaar van het hoofdstuk. De assetbeheerder LIOR is eindverantwoordelijke voor de periodieke actualisatie en verzorgt vaststelling van de LIOR.
2/3
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Inleiding Bijlage NummerOmschrijving Bronverwijzingen NummerOmschrijving
3/3
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Hoofdstuk
2
Datum
2/3/2022
Versie
2
Controle
Planproces Ruimtelijke projecten
Objecten en eisen
Uitgever
P. LIOR
Eigenaar
P. LIOR
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden
Onderwerp Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Initiatieffase - Plan van aanpak Voor de ontwikkeling van het gebied met de werken stelt de exploitant een plan van aanpak op, welke ter instemming aan de gemeente wordt voorgelegd.
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage
Onderwerp Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Ontwerp- en De exploitant is verplicht ten behoeve van de uitvoering van de werken de benodigde vergunningen aan te vragen. Of u een vergunning nodig heeft, kunt u voorbereidingsfase controleren op www.omgevingsloket.nl. Vergunningen - Omgevingsloket
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage
Inrichtingsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden
Ontwerp- en voorbereidingsfase Vergunningen realisatievergunning civiletechnische werken
Het aanvragen van een realisatievergunning voor de uitvoering van civieltechnische werken in exploitatiegebieden is in ieder geval één van de aan te vragen vergunningen. De realisatievergunning regelt op besteksniveau de details van de uitwerking van de civieltechnische werken. De vergunning is nodig voor de inrichting van de openbare ruimte. Met de realisatievergunning wordt de goedkeuring gegeven aan het werk zoals o.a. beschreven in het bestek (volgens Standaard RAW bepalingen 2015) en de tekeningen waarop het werk staat aangegeven. De exploitant toont met deskundig onderzoek/advies aan dat voldaan wordt aan de kaders in het HIOR. De realisatievergunning wordt in één totaalpakket met bestekken, tekeningen en bijbehorend onderzoek/advies bij de gemeente aangevraagd. De documenten moeten zowel analoog als digitaal worden verstrekt. Afwijkingen op het HIOR binnen de planvorming moeten gemotiveerd bij de aanvraag van de realisatievergunning in een oplegnotitie worden vermeld. De realisatievergunning wordt door of namens het college van burgemeester en wethouders na goedkeuring verstrekt. De verantwoordelijkheid voor het project blijft bij de exploitant.
R
Ontwerp- en voorbereidingsfase Brandweereisen
De inrichting van het plangebied moet voldoen aan de voorschriften van de regionale brandweer Hollands Midden. De exploitant stemt in een zo vroeg mogelijk ontwerpstadium met de Brandweer Hollands Midden en het waterleidingbedrijf Dunea de plaatsing van de brandkranen in relatie tot het leidingnetwerk af. Het leidingnetwerk en de locatie van de brandkranen moeten dusdanig ingepast worden dat de bluswatervoorziening met brandkranen zeker gesteld is. De exploitant verzorgt op basis van een adviesdocument van de brandweer de offerteaanvraag en opdrachtverstrekking aan Dunea voor de plaatsing van de brandkranen met zo nodig een opdrachtbrief door de gemeente. Alle kosten voor de brandblusvoorzieningen komen ten laste van de exploitant. Bij opdracht door de gemeente moeten vooruitlopend de kosten van de aanleg van de brandkranen aan de gemeente zijn voldaan.
R
1/6
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Ontwerp- en De ontwikkelaar dient zorg te dragen voor het volgende onderzoek en advies , waaruit moet blijken dat het plan aan de voorwaarden van het LIOR voldoet. voorbereidingsfase - Onderzoek - Het verrichten van (indicatief) bodemonderzoek en advies - Het verrichten van grondonderzoek/zettingsonderzoek. - Het verrichten van grondwateronderzoek/ontwateringsonderzoek. - Het verrichten van stabiliteitsonderzoek van kerende constructies - Het verrichten van Archeologisch- en Natuuronderzoek - Het opstellen van een rioleringsplan. - Het opstellen van een waterhuishoudkundig plan. - Het opstellen van een funderings- en verhardingsadvies voor de wegen en riolering met aanleghoogten. - Het opstellen van een bomeneffectanalyse - Het verrichten van verkeersonderzoek/opstellen verkeersadvies met o.a een parkeerbalans. - Het opstellen/realiseren van een plan met verkeers- en straatnaamborden. - Het maken/realiseren van een beplantingsplan. - Het opstellen van een verlichtingsplan waarbij wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de NPR 13201 2017 Nederlandse Praktijkrichtlijn Openbare Verlichting en het Politie Keurmerk Veilig Wonen. - Het opstellen van een Bereikbaarheid-, Leefbaarheid-, Veiligheid- en Communicatieplan (BLVC-plan)
R
Ontwerp- en voorbereidingsfase - Kabels en leidingen
De exploitant draagt zorg voor het leggen van de kabels en leidingen in het plan en het verwijderen van alle vervallen nutsvoorzieningen. De exploitant zorgt voor de coördinatie van de werkzaamheden van de nutsbedrijven. Alle kosten van voorzieningen van de nutsbedrijven en voor zover van toepassing zijn voor rekening van de exploitant. De gemeente hanteert als basis bijgevoegd standaard nutsprofiel. Vanwege toekomstige telecomaanbieders en plaatsingsruimte voor lichtmasten moet in nieuwe situaties een nutsstrook gereserveerd worden met een breedte van 2,10 m.
R
Voorzieningen zoals trafo’s, gasregelstations, wijkkasten e.d. moeten in overleg met de nutsbedrijven en de gemeente worden bepaald. De vormgeving van de voorzieningen moet aansluiten bij het straatbeeld of de bebouwing. Trafo's moeten worden geintegreerd in de bebouwing (in appartementencomples of in combinatie met een garage/schuur). Ontwerp- en De ontwikkelaar is in ieder geval verantwoordelijk voor het realiseren van de volgende onderdelen: voorbereidingsfase - Technische - Het verrichten van grondwerken met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven. voorbereiding en - De aanleg van de riolering, met inbegrip van de daarvoor nodige werken. verantwoordelijkheid realisatie - De aanleg van wegen, parkeergelegenheden, voetpaden, vuilverzamelplaatsen, kunstwerken,waterhuishoudkundige voorzieningen,speelvoorzieningen en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen verband houdende werken; - De aanleg van groenvoorzieningen en sierende elementen, die rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd plan. - Het realiseren van de straatverlichting met de nodige aansluitingen. - Het realiseren van de brandkranen met de nodige aansluitingen. - Het plaatsen van de borden, zuilen en afscheidingen, die burgemeester en wethouders nodig achten voor het verkeer.
- De aanleg/verlegging van water-, gas-, elektriciteits-, kabeltelevisie- en telefoonleidingen, voor zover deze niet ten laste van de nutsbedrijven blijven. - Alle andere werken met bijbehorende onderzoeken en adviseringen, die voor het in exploitatie brengen van de gronden nodig zijn.
R
Ontwerp- en voorbereidingsfase - Inspraak
Voor de realisatie van het inrichtingsplan voor de bovengrondse infrastructuur in de openbare ruimte moet het inrichtingsplan (incl. verlichting, bebordingsplan, groenvoorziening, meubilair, etc.) na instemming van het college van Burgemeester en Wethouders vier weken op het gemeentehuis door u ter inzage worden gelegd. U informeert vooraf de direct betrokkenen per brief en de overige belanghebbenden via publicatie in het plaatselijke weekblad over de ter inzage legging. Aan het eind van de ter inzage legging legt u het (aangepaste) inrichtingsplan, de nota van alle reacties met bijbehorend advies ter instemming voor aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente. De hieruit voortvloeiende aanpassingen maken onderdeel uit van het inrichtingsplan. Deze reactienota op de inspraak met het (aangepaste) inrichtingsplan legt u minimaal 10 weken voor de start van de inrichtingswerkzaamheden aan de gemeente Lisse ter instemming voor.
R
Ontwerp- en voorbereidingsfase Beheerparagraaf
Voor het toekomstige beheer van de buitenruimte door de gemeente dient het inrichtingsplan vergezeld te gaan van een beheerparagraaf, waarin de te verwachten reguliere onderhoudskosten en de onderhoudscycli voor de diverse inrichtingselementen staat aangegeven. Ook incidenteel hogere beheerskosten dienen aangegeven te zijn.
R
2/6
R
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Uitvoeringsniveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden
Onderwerp Realisatiefase - Realiseren ontwikkeling
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) De exploitant verbindt zich voor eigen rekening de vereiste civiele werken voor te bereiden en uit te voeren voor het in bouwexploitatie brengen van het plangebied overeenkomstig bestekken, tekeningen en bijbehorend onderzoek/advies. Dit betreft de civiele werken van het plangebied en voor zover nodig voor de ontwikkeling binnen het plangebied ook buiten het plangebied. De bestekken en bijbehorende tekeningen, onderzoek/advies worden door en voor rekening van de exploitant opgesteld. Bedoelde werken betreffen per fase onder andere:
Hardheid R
De exploitant verbindt zich met de uitvoering van de bedoelde werken op een zodanig tijdstip aan te vangen en de uitvoering daarvan zo regelmatig voort te zetten, dat de aanleg van riolering, waarop de geprojecteerde bebouwing moet worden aangesloten, alsmede de aanleg van straten en voetpaden, welke toegang tot die bebouwing moeten verschaffen, in zijn totaliteit, inclusief de aanleg van hoofdleidingen en aansluitingen van de nutsbedrijven, waaronder gas, water, elektra, telefoon en kabel, uiterlijk vóór de oplevering van de eerste bebouwing gereed zullen zijn.
R
Indien in strijd wordt gehandeld met dit bepaalde, is de gemeente, na zulks bij aangetekende brief te hebben vastgesteld, zonder nadere aanmaning of ingebrekestelling gerechtigd voor rekening van de exploitant te verrichten, hetgeen naar haar oordeel de voortgang van de uitvoering van de werken en de voltooiing daarvan kan bevorderen. De exploitant coördineert de bouwvergaderingen ten behoeve van de civieltechnische werken en de werken die de nutsbedrijven uitvoeren. De frequentie van de bouwvergaderingen bepaalt de exploitant in overleg met de gemeente. De exploitant maakt van de vergaderingen verslagen. De exploitant zorgt ervoor dat tenminste de aanwezigen en de gemeente een kopie van het verslag krijgen.
R
Voor het werken rondom bomen moeten de voorschriften van Vereniging Stadswerk (zie Groenvoorzieningen - uitvoeringsniveau) worden nagekomen.
R
Aanliggende woningen, scholen, voorzieningen en gebouwen moeten bereikbaar blijven. De fasering van de uitvoering legt de exploitant ter goedkeuring voor aan het college van B&W. Werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkeling van het plan, ook gelegen buiten het plangebied, voert de exploitant (of door derden) voor eigen kosten uit. De exploitant herstelt op zijn kosten, binnen 24 uur, beschadigingen aan bestratingen en overige inrichtingselementen die het gevolg zijn van de planontwikkeling. De exploitant laat de nabije omgeving (buitenruimte en bebouwing) vastleggen door een gespecialiseerd bureau als referentie voor schadevaststelling en verstrekt de vastlegging voor de aanvang van de werkzaamheden aan de gemeente. Tijdens de uitvoering van het werk moeten frequent metingen (trillingen, grondwaterstandsverlaging) en opnamen worden uitgevoerd i.v.m. de kans op het ontstaan van schade. In geval van bemalingwerkzaamheden dienen de grondwaterstanden d.m.v. peilbuisopnamen te worden vastgesteld. De grondwaterstanden dienen te worden vastgesteld tot minimaal twee weken na de beëindiging van de bemalingwerkzaamheden. Kosten van onderzoek, ontwerp en rapportage zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Meetgegevens van bovenstaande metingen dienen minimaal één keer per maand schriftelijk te worden overlegd met de gemeente.
De meetgegevens moeten ter beschikking worden gesteld aan de gemeente.
R
De exploitant houdt gedurende de uitvoering de verhardingen, groenstroken en watergangen die door de werkzaamheden vervuild zijn schoon en onderhoudt deze tot de overdracht van de werken. De exploitant treft voor de werken voldoende (tijdelijke) verkeersmaatregelen en informeert belanghebbenden.
R
Voor de straatnaamgeving en verkeersmaatregelen plaatst de exploitant voor oplevering van de eerste woning de benodigde borden.
R
Van alle te realiseren bouwwerken en constructies dient de exploitant voor de start van de uitvoering de constructieberekeningen en tekeningen ter goedkeuring aan de gemeente te overleggen. Met het werk kan de exploitant pas aanvangen als de gemeente Lisse alle bescheiden heeft ontvangen en de exploitant voor bedoelde werken goedkeuring heeft ontvangen. Straatwerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven conform de KOMO-beoordelingsrichtlijn BRL 9334.
R
3/6
Bronverwijzing Bijlage
R
R R R
R
R R
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Uitvoeringsniveau Categorie
Onderwerp
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid Voor de aanvang van de uitvoering moet door de initiatiefnemer een door de gemeente goedgekeurd BLVC-plan zijn opgesteld, waarbij maatregelen, R verantwoordelijkheden en afspraken rondom Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie tijdens de hele bouw worden vastgelegd. Doel van een dergelijk plan is dat tijdens de uitvoering de straat, buurt, wijk of stad maatschappelijk en economisch kan blijven functioneren, dat de overlast door omwonenden en gebruikers zoveel mogelijk wordt beperkt en dat bij problemen duidelijk is wie hiervoor aanspreekbaar is en op welk moment. Een BLVC-plan bestaat uit de volgende onderdelen: A. Toelichting Project: Administratieve gegevens en betrokken partijen. B. Omgevingsscan: Nauwkeurige omschrijving van de omgeving. C. Risicoanalyse: Risico’s die de planning van het project kunnen beïnvloeden, met oplossingsrichtingen. D. Faseringsplan: Verkeerstechnisch: plaatsen van afzettingen en dergelijke. E. Verkeersmaatregelenplan: Omleiding van verkeersstromen tijdens de werkzaamheden. F. Leefbaarheid: geluidsoverlast en trillingshinder. Ophaal (huis)afval, schoonhouden werkterrein en omgeving. Ordelijk werkterrein. Goede verlichting. G. Veiligheid: Fysieke en sociale veiligheid tijdens de werkzaamheden H.
Communicatieplan: Communicatie over het project tijdens de verschillende fasen
Bronverwijzing Bijlage
Werkzaamheden mogen alleen worden verricht op werkdagen tussen 7.00u en 19.00 uur of er moet door of namens het college van B&W ontheffing worden verleend. Voor de uitbesteding van het plangebied worden de volgende (algemene) eisen gehanteerd: als de exploitant de werkzaamheden door een onderaannemer(s) laat uitvoeren, dan meldt hij de keuze van deze onderaannemer(s) aan het college van B&W.
R
Realisatiefase Directievoering/toezicht gebiedsontwikkeling
Voor de directievoering/het toezicht op de realisatie worden de volgende (algemene) eisen gehanteerd: 1. Directievoering en dagelijks toezicht moet volgens de UAV 2012 door een gecertificeerd ingenieursbureau (conform NEN-EN-ISO 9001) in opdracht van de exploitant worden uitgevoerd. De directievoerder moet aantoonbaar voldoende gekwalificeerd zijn om directie op het werk uit te kunnen voeren. 2. De gemeente heeft het recht op het werk controle uit te voeren met betrekking tot de naleving van het vermelde in de (exploitatie/anterieure) overeenkomst/het bestek en het recht bouwvergaderingen bij te wonen. 3. Eventuele aanwijzingen van de gemeente moeten door de exploitant terstond worden opgevolgd.
R
Realisatiefase - Overdracht
De exploitant draagt de gronden binnen het exploitatiegebied met bedoelde openbare werken op (toekomstig) gemeentelijk grondgebied, zoals straten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen etc., die door de exploitant worden aangelegd, over aan de gemeente. De bij de overdracht eventueel verschuldigde (overdrachts)belasting, komt voor rekening van de exploitant. De over te dragen grond wordt geleverd vrij van opstallen en rechten, uitgezonderd die welke ingevolge deze overeenkomst zijn gevestigd.
R
118
R
118
De exacte begrenzing van de aan de gemeente over te dragen gronden, zal in overeenstemming tussen partijen worden vastgesteld.
R
118
Levering zal geschieden na voltooiing van de werken op een nader tussen partijen te bepalen datum, ten overstaan van notarissen, hun plaatsvervanger of opvolger. Alle aan deze overdracht verbonden kosten zijn voor rekening van de exploitant. U verzoekt het college van B&W schriftelijk de civiele werken van de openbare ruimte op te leveren en over te dragen. De oplevering en overdracht vindt plaats na goedkeuring van de werken door of namens B&W. Bij levering zullen ten laste van het verkochte en ten behoeve van het overige gedeelte van het exploitatiegebied zo nodig erfdienstbaarheden worden gevestigd, krachtens welke de eigenaren van de lijdende erven de aanleg en het onderhoud van kabels, leidingen, straatnaamborden en uitwegen zullen gedogen, voor zover de eigenaar van het heersende erf deze noodzakelijk zal oordelen en op aanwijzing van en met goedkeuring van burgemeester en wethouders. De door de exploitant aangelegde riolering en inrichting van buitenruimte wordt alleen overgedragen wanneer alle werken en revisiegegevens zijn goedgekeurd door het college van B&W. Na de overdracht van het openbaar gebied kan voor de aangrenzende percelen wateroverlast optreden. De exploitant vrijwaart de gemeente Lisse jegens derden voor alle aanspraken op mogelijke schadevergoeding. De exploitant is verplicht alsnog op uw kosten voorzieningen te laten treffen ter voorkoming daarvan.
R
118
R
118
R
118
R
118
R
118
Realisatiefase - Uitbesteding
4/6
R
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Uitvoeringsniveau Categorie
Onderwerp
Prestatie-eisen, constructie-eisen, materiaaleisen, bouwstofeisen) Hardheid De exploitant meet na voltooiing van de werkzaamheden de aan de gemeente over te dragen openbare ruimte in. Voor de oplevering van de definitieve R bestrating verstrekt de exploitant de gemeente een digitaal bestand in NLCS-formaat. De situatie meet de exploitant in het Rijks Driehoek-stelsel in. De meting moet voldoen aan de door het kadaster gestelde eisen. De digitale “as-build” tekeningen met revisiegegevens van de civieltechnische werken verstrekt de exploitant in NLCS formaat (.dwg). Het digitale bestand R bevat onder andere minimaal de gegevens volgens de volgende BGT-IMGeo2.* richtlijnen - De inrichting met materiaalgebruik in de openbare ruimte. - De ligging van de riolering met de plaats van de inlaten. - De ligging van de huis- en kolkaansluitingen. - Het materiaalgebruik. - De ontstoppingsstukken. - De erfscheidingsputten. - De aanleghoogte. - En alle andere niet genoemde voorzieningen voor zover dit door of namens B&W noodzakelijk wordt geacht. - (Bestekstekeningen zijn in ieder geval geen revisietekeningen).
De exploitant verstrekt in een projectdossier analoog en digitaal (pdf-formaat+ tekeningen in DWG-formaat) revisiegegevens van alle toegepaste R bovengrondse en ondergrondse elementen in de openbare buitenruimte met leverancier, materiaaltype, afmeting, keuring-/kwaliteitscertificaten etc.
Bronverwijzing Bijlage 118
118
118
Aan het einde van de onderhoudsperiode zal de exploitant de werken op openbaar gebied, gelegen op (toekomstig) gemeentelijk grondgebied, aan de gemeente overdragen. De civiele werken worden door de exploitant onderhouden tot 6 maanden na de oplevering, tenzij nader bepaald. Voor bomen en beplantingen geldt een periode nazorg en garantie, inclusief dagelijks onderhoud, tot 24 maanden na de oplevering, tenzij nader bepaald. Mocht op enig moment binnen een termijn van 5 jaar na de overdracht van het beheer blijken dat de in deze periode ontstane problemen een gevolg zijn van het niet correct uitvoeren van de werkzaamheden dan wel van het niet volledig aanleveren van de juiste gegevens door de projectontwikkelaar, dan komen alsnog de hieruit voortvloeiende kosten ten laste van de projectontwikkelaar.
R
118
R
118
Realisatiefase - Rechtsmiddelen Alle geschillen tussen partijen naar aanleiding van dit programma van eisen Civieltechnische Werken, betrekking hebbende op het bouw- en woonrijpmaken, worden beslecht op de wijze als geregeld in de recentste versie van de Standaard RAW bepalingen, uitgegeven door de CROW. De Standaard RAW bepalingen zijn verkrijgbaar bij de Stichting CROW te Ede (www.crow.nl). Het bepaalde laat onverlet de bevoegdheid van partijen in geval van onverwijlde spoed een voorziening bij voorraad te vorderen in kort geding bij de president van de rechtbank, en daartoe of daartegen alle rechtsmiddelen aan te wenden.
R
Realisatiefase - Onderhoud
5/6
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Planproces Ruimtelijke projecten Bijlage NummerOmschrijving 118 Overdrachtsprocedure Bronverwijzingen NummerOmschrijving
6/6
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Hoofdstuk
3
Datum
2/3/2022
Versie
2
Controle
Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten
Objecten en eisen
Uitgever
P. LIOR
Eigenaar
P. LIOR
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeente Teylingen - Alle gebieden
Onderwerp Duurzaamheid - Beleid
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing op duurzaamheid in projecten: - Beperk het gebruik van milieubelastende materialen. - Pas zoveel mogelijk secundaire of hergebruikte materialen toe; - Pas vernieuwbare materialen toe; - Geen uitlogende en/of milieubelastende materialen toepassen voor zover deze in contact kunnen komen met afstromend hemelwater en/of oppervlaktewater. In aanvulling op het convenant “duurzaam bouwen” wordt hieronder ook verstaan het afzien van zink, koper, lood en “zacht” PVC; - Streef naar een gesloten grond- en/of grondstoffenbalans.
Verkeer - Beleid
Hardheid B
Bronverwijzing Bijlage
Het beleid ten aanzien van de weginfrastructuur is vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan Teylingen (GVVP). Het document is op te vragen bij de gemeente. Verkeer - Parkeernorm Het aantal parkeerplaatsen is vastgelegd in de exploitatieovereenkomst conform de Parkeernota gemeente Teylingen (zie bijlage). Vanwege slechte praktijkervaringen met de volgende aandachtspunten: - parkeren in de openbare ruimte heeft de voorkeur, - parkeerplaatsen indien mogelijk gelijkmatig verdelen over het plan. Openbaar groen - Groenareaal Er dient, totdat in 2020 het beleid voor Duurzame Gebieds Ontwikkeling is uitgewerkt, in het plan een oppervlakte van de voor wonen bestemde gebieden ingericht te worden als openbaar groen conform het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw. In het plan rekening houden met de volgende categorieën per 100 m2 openbaar groen: - 70 % gazon/bloemrijke berm; - 30 % heesters; - 1 boom. Speelplekken - Beleid Het Speelbeleid 2015-2024 gemeente Teylingen is van toepassing (zie bijlage).
B
B
173
Riolering - Beleid
Het integraal afvalwaterketenplan bevat het gemeentelijk beleid en strategie ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater voor de periode van 2017 tot en met 2021. Het afvalstoffen-/grondstoffenbeleid van de gemeente Teylingen wordt in 2020 vastgesteld.
B
174
In het plan rekening houden met opstelplaatsen voor minicontainers voor laagbouw.
B
Voor hoogbouw ondergrondse aanbiedvoorzieningen met toegangscontrolesysteem toepassen. Het betreft voor dat doel aangewezen en als zodanig herkenbare plaatsen. Inpandige voorzieningen kunnen dan achterwege blijven. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling moeten ook wijkvoorzieningen voor papier/glas/textiel aangelegd worden op aanwijzing van domein buitenruimte, team beheer buitenruimte. Er dient bij ondergrondse aanbiedvoorzieningen rekening gehouden te worden met het volgende: - Rekening houden met maximaal 30 à 35 huishoudens per container; - De containers situeren op een loopafstand van maximaal 75 meter vanaf de perceelsgrens; - Locaties moeten ten alle tijden bereikbaar zijn voor het ledigingsvoertuig; - Bij locatiebepaling opletten dat deze in lijn wordt geplaatst met overig straatmeubilair (fietsenrekken e.d.); - Plaatsing bij voorkeur in een lijn evenwijdig of gerelateerd aan de gevellijn, voor kopgevels i.p.v. langs gevels en niet voor het raam van een woning; - Plaatsing niet in structureel groen, maar bij voorkeur op of aan het trottoir langs het groen; - Te gebruiken openbare parkeerplaatsen compenseren; - Locaties in overleg met het domein Buitenruimte, team Beheer buitenruimte.
B
Afvalinzameling - Beleid Afvalinzameling Afvalinzamelingssysteem
1/9
B
102
R
B
B B
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp
Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden
Duurzaamheid - Beleid
Duurzaamheid - Levensduur
Duurzaamheid - Methode Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO)
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid Aanwijzingen voor ontwikkelaars: B - Door of namens de ontwikkelaar worden de benodigde bestellingen voor de aanschaf en plaatsing van de ondergrondse restafvalcontainer(s) tijdig geplaatst zodat deze huisvuilvoorzieningen tijdig toegankelijk zijn voor gebruik. - Op het moment dat de eerste woningen zijn opgeleverd dienen de voorzieningen operationeel te zijn. Hiervoor is het van belang dat de ontwikkelaar rekening houdt met de levertermijnen van de leveranciers. - Vanuit het belang dat de gemeente hecht aan het tijdig gereed zijn van de huisvuilvoorziening voor het gebruik door huishoudens, hanteert de gemeente een boete bij een te late oplevering van de huisvuilvoorziening. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben zich gecommitteerd aan het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Zie de links bij B bronverwijzingen voor meer informatie.
Bronverwijzing Bijlage
552, 506
De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben zich gecommitteerd aan het Energieakkoord Holland Rijnland (2017).
B
175
De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben zich gecommitteerd aan het convenant aardgasvrije nieuwbouw en bestaande bouw (2018).
B
176
De gemeenten Hllegom, Lisse en Teylingen gaan in de loop van 2020 werken met de methode ‘Duurzame Gebiedsontwikkeling’. De methode vormt het gezamenlijke vertrekpunt van de gemeenten. De toepassing van de methode met kwaliteitsniveau's wordt per gemeente en per project vastgesteld.
B
De waarden van de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Duurzaam Bouwen (GPR-waarden) waaraan moet worden voldaan voor woon-, kantoor- en onderwijsgebouwen worden opgenomen in de standaard anterieure overeenkomst. Bij het ontwerpen van de buitenruimte dient voor de verschillende elementen uitgegaan worden van de volgende economische levensduur/afschrijvingstermijn: • Verharding op zandgrond: om de 30 jaar herstraten • Verharding op veengrond: om de 10 jaar herstraten • Openbare verlichting - masten: 30 jaar • Openbare verlichting - armaturen: 20 jaar • Riolering: minmaal 50 jaar • Betonconstructies: 75 jaar • Staalconstructies: 50 jaar • Heesters: 25 jaar • Bomen: 50 jaar of meer Ten alle tijden geldt het volgende: de restzetting van de wegen, overige verhardingen, riolering en kabel en leidingstroken na overdracht van het openbare gebied mag niet meer bedragen dan 0,10 m gedurende een periode van 30 jaar. De constructies, ook in veengebieden, dienen hierop technisch ontworpen te worden. Zie het onderwerp Methode Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) in dit hoofdstuk.
B
2/9
R
R
178
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp Methode Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) Status
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De methode Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO) is opgesteld voor gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen om uniformiteit aan te brengen in de ambitieniveaus voor duurzaamheid bij de ontwikkeling van nieuwe woongebieden, maatschappelijk vastgoed en (herontwikkeling van) openbare ruimte. De methode DGO geeft praktische richtlijnen voor het toepassen van duurzaamheid in deze ontwikkelingen. De methode DGO geeft de ambities aan van gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen, het betreft (nog) geen vastgesteld beleid. Bij gebiedsontwikkeling worden de ambties op basis van onderstaande 6 hoofdthema’s in een vast te stellen (anterieure) overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente als kader vastgesteld. Bij overige civieltechnische projecten worden de ambities, voor zover van toepassing, op basis van onderstaande thema’s bij de projectopdracht als kader vastgesteld. Voor de vaststelling van de ambities (basis/extra/ambitieus) wordt gebruik gemaakt van het standaard ambitieformulier methode DGO volgens bijlage projectformulier DGO. In het rapport Methode Duurzame Gebiedsontwikkeling is de nadere beschrijving van het vastgestelde ambitieniveau opgenomen (bijlage 178, hoofdstuk 5).
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage 178, 185
De methode DGO is opgebouwd uit de volgende zes hoofdthema's. - Energietransitie: Het doel van dit thema is het minimaliseren van fossiel energieverbruik. - Duurzame mobiliteit: Het doel van dit thema is het minimaliseren van het gebruik van fossiele brandstof. - Water en klimaatadaptatie: Het doel van dit thema is klimaatrobuust ontwikkelen. - CE & materialen: Het doel van dit thema is zorgvuldig om te gaan met grondstoffen en de milieu-impact van materialen minimaliseren. - Natuur en milieu: Het doel van dit thema is de natuurwaarde vergroten en lokale biodiversiteit versterken. - Welzijn en gezondheid: Het doel van dit thema is het bevorderen van sociale cohesie en gezondheid van inwoners. Verkeer - Ontsluiting
Elk plan (inbreiding en uitbreiding) dient tenminste twee aansluitingen op de (bestaande) ontsluitende infrastructuur te krijgen, conform het ASVV. In bepaalde situaties (bijvoorbeeld kleine bouwplannen) mag de tweede ontsluiting een langzaam verkeerroute zijn die voorzien wordt van uitneembare palen. Doodlopende wegen moeten aan het einde een keervoorziening hebben die past bij de functie van de weg. Hiervoor is de uitdrukkelijke goedkeuring nodig van het Domein Ruimte, team Beleid en Advies, cluster Verkeer, in overleg met brandweer en politie.
N
N
Verkeer - Parkeernorm
Aanpassingen aan het netwerk/verkeersstructuren (denk aan veranderen kruising naar rotonde en vice versa, omdraaien rijrichtingen etc.) dienen afgestemd te worden met Domein Ruimte, team Beleid en Advies, cluster Verkeer. Voor zover de parkeernormen van de HLT Samen gemeenten niet voorzien in de benodigde parkeerkengetallen moet de CROW-publicatie Toekomstbestendig parkeren (publicatie 381) worden gehanteerd. Voor het parkeeraanbod op eigen terrein dienen dan de berekeningsaantallen volgens de CROWverrekeningstabel worden toegepast. Binnen de aangegeven norm moet per woning minimaal 0,3 parkeerplaatsen openbaar worden aangelegd.
Wegen - Toegankelijkheid
Openbare wegen moeten vrij toegankelijk zijn.
R
Wegen - Uitstraling
De rijbanen hebben een praktische uitstraling. De materialen van de elementenverharding zijn duurzaam en gericht op hergebruik. Standaard is er keuze uit een beperkte selectie kleuren en formaten, conform landelijke richtlijnen. Een beperkt materiaalgebruik geeft een rustig beeld en samenhang in het profiel. (Nieuwe) toepassingen van kleur- en inrichtingselementen die o.a. de verkeersveiligheid in bepaalde zones ten goede komen blijft mogelijk.
R
Openbaar groen Klimaatadaptatie
De gemeenten integreren in planvormingsprocessen maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Aangezien nieuwe inzichten en ontwikkelignen elkaar snel opvolgen, dient reeds in de stedenbouwkundige fase met de groen, riool- en waterbeheerder afgestemd te worden welke ambitites van toepassing zijn en met welke specifieke maatregelen voor klimaatadaptatie rekening gehouden moet worden.
R
Openbaar groen - Bomen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten bestaande bomen altijd worden ingemeten (stam en kroonomvang).
R
3/9
R
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid Bij herinrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in situaties waar bomen voorkomen dient altijd een boom effect analyse (BEA) uitgevoerd te worden. De Bea R dient inzicht te geven in de kernvraag of de betreffende boom of bomen binnen het project in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats duurzaam gehandhaafd kan/kunnen worden en welke projectaanpassingen, gerichte (beschermings)maatregelen en randvoorwaarden hiervoor noodzakelijk zijn. Alle aanwezige bomen moeten daarom worden voorzien van een kwaliteitsbeoordeling (omvang, soort, kwaliteit, levensverwachting).
Bronverwijzing Bijlage
Indien verplanting van bomen een optie is, dient een verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd te worden. Het verplantbaarheidsonderzoek moet inzicht geven in de kernvraag of de betreffende boom (in zijn huidige verschijningsvorm) duurzaam te verplanten is en welke gerichte maatregelen vooraf, tijdens en na het verplanten noodzakelijk zijn voor het realiseren van een structurele hergroei.
Bomen van de groene hoofdstructuur altijd in openbaar gebied situeren en in beheer bij gemeente houden.
R
Het planten van bomen in verharding moet zoveel mogelijk voorkomen worden.
N
Bij bestaande bomen moet voldoende ruimte rondom de boom worden gewaarborgd.
R
Speelplekken - Areaal voor spelen
In de stedenbouwkundige fase dient rekening gehouden te worden met de benodigde ruimtereservering voor speelplekken. In principe hanteren de gemeenten de eis dat van het gemeentelijk grondgebied dat is of zal worden bestemd voor woondoeleinden per hectare 300 m2 (= 3% ) ingericht wordt als officiële speelplek welke een minimale grootte dienen te hebben van 400 m2. Indien zich binnen 400 meter loopafstand reeds speelvoorzieningen bevinden, mogen deze bij kleine planontwkkelingen worden meegeteld in het te behalen percentage.
B
Speelplekken - Proces
In de stedenbouwkundige fase dient rekening gehouden te worden met de benodigde ruimtereservering voor speelplekken. In de ontwerpfase ('inrichtingsniveau') komt de inrichting en situering van de speelplekken aan de orde, waarbij de gebruikers/bewoners een bijdrage kunnen leveren aan het ontwerp. Samenspraak en eigen kracht van de burgers is het uitgangspunt.
R
Speelplekken - Norm
Speelterreinen moeten aangelegd en ingericht worden aan de hand van de volgende normen: - Leeftijd: 0-12 jaar actieradius: 300 – 400 m min. Oppervlakte: 400 m2 - Leeftijd: 12+ jaar actieradius: 700 – 800 m min. Oppervlakte: 800 m2. De gemeenten en het hoogheemraadschap van Rijnland zorgen gezamenlijk voor de verwerking van het afvalwater. Zij doen dat door het afvalwater in te zamelen, te transporteren en te zuiveren. Dit wordt de waterketen genoemd. Ook het transport van regenwater is onderdeel van de waterketen. Gemeenten en hoogheemraadschap hebben daarin hun eigen wettelijke verantwoordelijkheid en zorgplicht, voortkomend uit de Waterwet (Wtw) en de Wet milieubeheer (Wm). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inzamelen van afvalwater binnen de gemeentegrenzen en het transport daarvan naar het overnamepunt. Het hoogheemraadschap van Rijnland is verantwoordelijk voor het verdere transport van het afvalwater vanaf het overnamepunt en het zuiveren van het afvalwater voordat het wordt geloosd op het oppervlaktewater.
N
Riolering - Samenwerking
B
Het hoogheemraadschap Rijnland en de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (en overige gemeenten die binnen de gebieds grenzen van het hoogheemraadschap liggen) werken samen om de waterketen te versterken. Met dit uitgangspunt werken gemeenten en het hoogheemraadschap van Rijnland samen toe naar een waterketen en waterketenbeheer: - van hoge constante kwaliteit; - met een lage kwetsbaarheid; - functionerend tegen zo laag mogelijke totaalmaatschappelijke kosten. Riolering - Beleid
Er moet aandacht besteed worden aan de aanpak van watervraagstukken in bebouwd gebied. Er moeten doelmatige maatregelen getroffen worden in de openbare ruimte. Dit kan door bij de bestemmingsplanfase al rekening te houden met mogelijke overlast, niet alleen op locaties waar grondwateroverlast bekend is. Voor het bouwrijp maken moet worden nagedacht over het voorkomen van grondwateroverlast. Dit kan door ophoging of door het aanleggen van drainage. Door ophoging kan ook bodemdaling t.g.v. drainage geminimaliseerd worden en ophoging is een duurzame oplossing. Keuzes moeten worden gemaakt aan de hand van een rapportage en advies van een onafhankelijk deskundig bureau. Het bureau draagt zorg voor de berekeningen en het ontwerp. Kosten van onderzoek, ontwerp en rapportage zijn voor rekening van de ontwikkelaar.
4/9
B
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) De duurzaamheidambitie van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen is vertaald in de volgende ontwerpeisen voor hemelwater- en vuilwaterafvoer: - Hemelwater dient afgekoppeld te zijn van de riolering; - Voor waterkwantiteit dient de trits vasthouden - bergen - afvoeren gevolgd te worden. Er moet voorzichtig met infiltreren omgesprongen worden vanwege de grondwaterstand. - Voor de waterkwaliteit dient de trits schoonhouden - scheiden - schoonmaken gevolgd te worden. - Drainage afvoeren naar oppervlaktewater; - Toepassen van natuurvriendelijke oevers (NVO) conform de eisen van het Hoogheemraadschap. Onderhoud van de NVO is de eerste twee jaar voor de initiatiefnemer.
Hardheid B
Riolering - Watersysteem
Inrichting van een robuust watersysteem dat voldoet aan de Keur van het hoogheemraadschap van Rijnland en de uitwerking hiervan in de algemene- en beleidsregels van Rijnland maar waarbij ook is geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen zodat het watersysteem zijn functie en gewenste beeldkwaliteit zal blijven behouden. Voor water moet het watertoetsproces met de gemeente en het hoogheemraadschap van Rijnland worden doorlopen volgens het watertoetskader uit het waterplan. Het doel van dit proces is om in een zo vroeg mogelijk stadium rekening te houden met water in het plan. Besproken wordt welke waterhuishoudkundige aspecten aan de orde zijn binnen het plangebied en welke eisen en wensen vanuit het waterbeheer aan het plan worden gesteld.
R
De duurzaamheidambitie van de gemeente Teylingen is in het kader van waterkwaliteit vertaald in de volgende ontwerpeisen voor hemelwater- en vuilwaterafvoer: - Hemelwater dient afgekoppeld te zijn van de riolering; - Van de voorkeursvolgorde, vasthouden – infiltreren/bergen – afvoeren, moet voorzichtig met infiltreren omgesprongen worden vanwege de grondwaterstand; - Drainage afvoeren naar oppervlaktewater; - Toepassen van natuurvriendelijke oevers (NVO) conform de eisen van het Hoogheemraadschap. Onderhoud van de NVO is de eerste twee jaar voor de initiatiefnemer. Bij het afkoppelen van hemelwater van verhard oppervlak geldt de volgende voorkeursvolgorde: 1. Infiltreren (Alleen toepassen als dit vanwege de grondwaterstand mogelijk is. 2. Afvoeren naar oppervlaktewater De gemeenten integreren in planvormingsprocessen maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Aangezien nieuwe inzichten en ontwikkelignen elkaar snel opvolgen, dient reeds in de stedenbouwkundige fase met de riool- en waterbeheerder afgestemd te worden welke ambitites van toepassing zijn en met welke specifieke maatregelen voor klimaatadaptatie rekening gehouden moet worden.
B
Er dient een robuust watersysteem ingericht te worden dat voldoet aan de Keur van het hoogheemraadschap van Rijnland (die uitgewerkt is in de algemeneen beleidsregels van Rijnland) en waarbij is geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen zodat het watersysteem zijn functie en gewenste beeldkwaliteit zal blijven behouden. Voor water moet het watertoetsproces met de gemeente en het hoogheemraadschap van Rijnland worden doorlopen volgens het watertoetskader uit het waterplan. Het doel van dit proces is om in een zo vroeg mogelijk stadium rekening te houden met water in het plan. Besproken wordt welke waterhuishoudkundige aspecten aan de orde zijn binnen het plangebied en welke eisen en wensen vanuit het waterbeheer aan het plan worden gesteld.
B
523
N
524
Riolering - Beleid hemel- en vuilwater afvoer
Riolering - Beleid afkoppelen
Riolering - Klimaatadaptatie
Waterhuishouding Watersysteem Waterhuishouding Watertoetsproces
Waterhuishouding - Oevers
Indien natuurvriendelijke oevers gewenst zijn op plaatsen waar risico’s zijn dat deze in de toekomst zullen worden verwijderd (zoals bij tuinen grenzend aan watergangen), dan dient het aanbrengen van voorzieningen als beschoeiingen en/of vlonders in het bestemmingsplan onmogelijk gemaakt te worden.
5/9
Bronverwijzing Bijlage
R
B
R
N
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp Waterhuishouding Grondwaterbemaling
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) In het geval grondwaterbemalingen moeten worden uitgevoerd dient een bemalingsplan te worden opgesteld dat ter goedkeuring aan de gemeente wordt voorgelegd. In het bemalingsplan moet inzicht geven in de invloed op de grondwaterstand in het gehele risicogebied (niet allean de directe omgeving). De volgende eisen worden aan bemalingsplannen gesteld: - Project, bemalingperiode, situering bemalingsgebied. - Wijze en plaats van lozing aangeven (bijvoorbeeld via een bezinkbak). - De wijze van controle van de grondwaterstandverlagingen en de frequentie (denk aan plaatsing en registratie van peilbuizen). - Het uitvoeren van een nulmeting van de grondwaterstanden. - Een inschatting van de hoeveelheid te lozen bemalingwater. - Inzicht in invloed op grondwaterstand in gehele risicogebied. - Voor het toepassen van bronbemalingen dient voor de start van de uitvoering een uitgewerkt bemalingsplan te worden overlegd.
Hardheid R
Uitgangspunt is dat de periode en omvang van de bemaling zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit betekent geen diepere grondwaterstandverlagingen dan voor de uitvoering strikt noodzakelijk is. Het beleid ten aanzien van kunstwerken is per gemeente vastgelegd in het 'Beleidsplan Kunstwerken' (zie bijlagen)
R
Ten aanzien van kabels en leidingen zijn de volgende verordeningen van belang: - Algemene verordening ondergrondse infrastructuur - Schadevergoedingsregeling Kabels en Leidingen Kabels en Leidingen 2016 - Nadere regels procedurele en uitvoeringsregels ondergrondse infrastructuur - Legesverordening - Verordening precariobelasting Lisse 2018 De kabel- en leidingbeheerders dienen in een vroeg stadium te worden betrokken bij de planvorming. De ligging van kabels en leidingen reeds in de stedenbouwkundige ontwerpfase aangeven zodat in deze fase eventuele knelpunten met kabels en leidingen in beeld kunnen worden gebracht en kunnen worden opgelost. Hiervoor dient een orientatie KLIC melding te worden gedaan. De coördinatie met de nutsbedrijven moet vroegtijdig worden georganiseerd.
R
Kabels en leidingen Vergunningen
Voor het leggen, hebben en houden van kabels en leidingen in openbare grond is toestemming van de gemeente in de vorm van een vergunning, instemming of ontheffing benodigd. Bij het passeren van watergangen en kaden/dijken is tevens vergunning van het hoogheemraadschap van Rijnland noodzakelijk.
R
Bodem Bodemfunctieklassenkaarten
Om grond toe te mogen passen, moet de kwaliteit voldoen aan twee eisen: - de kwaliteit moet gelijk of beter zijn dan de ontvangende bodem - de kwaliteit moet gelijk of beter zijn dan de 'bodemfunctieklasse' op die plek In de bodemfunctieklassenkaarten brengt elke gemeente de geaccepteerde kwaliteit van de bodem in kaart. In de bodemfunctieklassenkaart is de gemeente ingedeeld in de functies: - Wonen - Industrie - Achtergrondwaarde (bijvoorbeeld landbouw of natuur) Bij het vaststellen van de kaarten kijkt de gemeente zowel naar het huidige gebruik, het gebruik in de omgeving als naar het verwachte toekomstig gebruik. De vastgestelde bodemfunctieklassenkaart per gemeente is via de 'brondocumenten' te raadplegen. Deze kaarten vormen de basis voor de werkwijze m.b.t. grondtransport, hergebruik grond, de grondbalans. De Omgevingsdienst West-Holland bewaakt voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen de regelgeving m.b.t. bodem en grondwerk. Raadpleeg de website van Omgevingsdienst West-Holland voor meer informatie. De grondstromenmakelaar van de Omgevingsdienst West Hollland (ODWH) dient op de hoogte te worden gebracht indien een nuttige toepassing wordt gezocht voor overtollige grond. Indien er een tekort is aan aanvulgrond, kan contact opgenomen worden met de grondstromenmakelaar van de ODWH. Deze heeft inzicht in overtollige grond elders in de regio.
B
539
B
539
B
540
Het toepassen van zetting versnellende maatregelen is toegestaan, mits goedgekeurd door de gemeente en het Hoogheemraadschap. De keuze van de methode is aan de initiatiefnemer, evenals de meerkosten. Zettingversnellende maatregelen zijn niet toegestaan op plaatsen waar sprake is van (water)bodemverontreiniging.
R
Kunstwerken - Beleid Kabels en leidingen Verordeningen
Kabels en leidingen Knelpunten
Bodem - Procedure
Bodem - Zetting
6/9
Bronverwijzing Bijlage
B
132, 133, 134 529, 530, 528, 532, 531, 533, 534, 535, 536
R
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp
Bodem Opruimwerkzaamheden
Geluid - Beleid Openbare verlichting - Beleid Openbare verlichting Duurzaamheid
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Bij kwetsbare gebieden kan de gemeente eisen één of meerdere elektronische waterspanningsmeters te plaatsen.
Hardheid R
De restzetting van de wegen, overige verhardingen, niet verharde terreindelen, riolering, openbaar groen en kabel en leidingstroken na overdracht van het openbare gebied mag in ieder geval niet meer bedragen dan 0,10 m gedurende een periode van 30 jaar. De riolering dient zodanig te worden aangelegd dat de optredende zettingen voldoen aan de gestelde eisen voor restzettingen in het kader van duurzame aanleg. Deze eisen zijn afhankelijk van de functie en plaats van de aan te leggen riolering binnen het rioleringsstelsel (inzamelriool, stamriool, DWA riool, HWA riool etc.). Deze eisen worden door de gemeente op aanvraag van geval tot geval geformuleerd en kunnen scherper zijn dan de hiervoor genoemde maximale restzetting van 0,10 m.
R
Ter plaatse van de bouwrijp te maken gebieden zal de ontwikkelaar alle opstallen, inclusief de hele strokenfundering en/of funderingspalen, installaties, tanks, ketels etc. verwijderen. De vervallen kabels en leidingen, hekwerken, struiken, bomen (inclusief stronken), verhardingen et cetera dient de initiatiefnemer te verwijderen, hiermee onder andere rekening houdend met de Natuurwet.
R
Alle oude funderingspalen dienen te worden getrokken. In verband met mogelijk kwelgevaar dient vooraf een geotechnisch rapport te worden gemaakt. Indien hieruit blijkt dat het gevaar op kwelvorming reëel is, dienen de palen tot 3 m minus (toekomstig) maaiveld te worden gesloopt.
R
Alle ter plaatse van uit te voeren werken aanwezige afval, puin en andere verontreinigingen moeten ten laste van de initiatiefnemer worden opgeruimd en afgevoerd naar een erkende verwerkingsinrichting.Afvalstromen uit de sloop- en opruimingswerkzaamheden moeten in soorten worden gescheiden en afgevoerd naar een erkende verwerkingsinrichting. Waar mogelijk moet hergebruik worden toegepast. Het verwerken en/of afvoeren van afval geschiedt volgens de geldende regelgeving.
R
De Omgevingsdienst West-Holland bewaakt voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen de regelgeving m.b.t. geluid. Raadpleeg de website van Omgevingsdienst West-Holland voor meer informatie. Het beleid m.b.t. openbare verlichting is per gemeente vastgelegd in het Beleidsplan Openbare Verlichting (zie bijlagen).
B
Naast de te volgen richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord inkopen die bij het onderwerp 'Duurzaamheid' zijn beschreven, zijn specifiek voor openbare verlichting de volgende eisen van toepassing: - Alle toegepaste materialen dienen recyclebaar te zijn; - Bij alle verlichtingsontwerpen dient minimaal ‘energielabel D’ in niet gedimde toestand te worden gehaald; - Alle armaturen dienen te zijn voorzien van ledverlichting; - Alle armaturen dienen bij voorkeur te zijn voorzien van de Philips Xitanium-driver met Dynadimmer-functionaliteit; - Voorzien van Constante Lumen Opbrengst (CLO) indien mogelijk.
B
7/9
B
Bronverwijzing Bijlage
540 121, 120, 122
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Stedenbouwkundig niveau Categorie
Onderwerp Normen en richtlijnen Algemeen
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Hardheid De ontwikkelaar wordt geacht bekend te zijn met de voor het ontwerp en uitvoering van belang zijnde wettelijke voorschriften, normen, richtlijnen, N bepalingen en beschikkingen. Voor het opstellen van een ontwerp zijn in ieder geval, maar niet uitsluitend, de onderstaande normen, richtlijnen en bepalingen van toepassing. - Vigerende Standaard RAW Bepalingen inclusief aanvullingen. - A.S.V.V. 2012, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom. - Reglementen voor Verkeersregels en Verkeerstekens (1990). - Verkeerstechnische uitgangspunten conform Duurzaam Veilig. - Vigerende Handboek Politiekeurmerk Veilig Wonen (nieuwbouw en bestaande bouw). - Watertoetsprocedure Hoogheemraadschap van Rijnland. - Leidraad Riolering, Rioned. - NEN 7171-1 criteria en 7171-2 procesbeschrijving, 2009 Ordening van ondergrondse netten. - NPR 13201-1, richtlijnen voor openbare verlichting, Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). - Besluit Bodemkwaliteit. - Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid, november 2012, Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). - Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen. - Keur Hoogheemraadschap van Rijnland - Alle relevante CROW-publicaties. - Alle relevante CUR-publicaties.
- Handboek bomen, Normen instituut Bomen Tot deze LIOR behoren mede, als waren zij er letterlijk in opgenomen, de Nederlandse normen (NEN- en EN-normen) van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN), zoals deze zijn vermeld in het 'Normenoverzicht GWW' (jaarlijkse uitgave van NEN).
Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen Winkelgebieden
Wegen - Uitstraling
De rijbanen hebben een bijzondere uitstraling vanwege hun ligging (veelal in het centrum, een historische kern of in een winkelgebied). Passend bij de omgeving worden er hoogwaardige en duurzame materialen gebruikt. Bijvoorbeeld straatbaksteen of natuursteen in diverse formaten, kleuren en bestratingpatronen.
8/9
Bronverwijzing Bijlage 507, 508
B
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten Bijlage NummerOmschrijving 102 Teylingen Parkeernota 2014 120 Lisse Beleidsplan openbare verlichting 121 Hillegom Beleidsplan openbare verlichting 122 Teijlingen Beleidsplan openbare verlichting 132 Hillegom Beleidsplan civiele kunstwerken 2020-2024 133 Lisse Beleidsplan civiele kunstwerken 2018-2022 134 Teylingen Beleidsplan civiele kunstwerken 2018-2022 173 Speelbeleid Teylingen 2015-202 174 Integraal afvalwaterketenplan Lisse en Teylingen 175 Energieakkoord Holland Rijnland 2017-2025 176 Convenant aardgasvrije nieuwbouw en bestaande bouw Holland Rijnland 178 Methode Duurzame Gebiedsontwikkeling 185 Projectformulier ambities DGO Bronverwijzingen NummerOmschrijving 506 MVI criteria tool GWW 507 Politkeurmerk Veilig Wonen downloads 508 Watertoetsprocedure Hoogheemraadschap van Rijnland 523 Keur en uitvoeringsregels Hoogheemraadschap Rijnland 524 Handreiking watertoets Hoogheemraadschap Rijnland 528 Schadevergoedingsregeling Kabels en Leidingen 2016 529 Nadere regels Gemeente Lisse procedurele en uitvoeringsregels ondergrondse infrastructuur 530 Nadere regels Gemeente Teylingen 2016 procedurele en uitvoeringsregels ondergrondse infrastructuur 531 Verordening op de heffing en invordering van leges 2019 Lisse 532 Verordening op de heffing en invordering van leges 2019 Hillegom 533 Verordening op de heffing en invordering
van leges 2019 Teylingen 534 Verordening precariobelasting 2019 Hillegom 535 Verordening precariobelasting 2019 Lisse 536 Verordening precariobelasting 2019 Teylingen 539 Bodemfunctieklassenkaarten Hillegom, Lisse, Teylingen 540 Informatie thema's Omgevingsdienst West-Holland 552 Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen
9/9
LIOR-TEYLINGEN - Vastgesteld
Hoofdstuk
4
Datum
2/3/2022
Versie
2
Controle
Openbaar Groen
Objecten en eisen
Uitgever
P. LIOR
Eigenaar
P. LIOR
Hardheid Bronverwijzing Bijlage
Stedenbouwkundig niveau Categorie Gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen - Alle gebieden
Onderwerp Beleid - Overzicht
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen) Het groenbeleid en de ambities m.b.t. duurzame gebiedsontwikkeling van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zijn opgenomen in het hoofdstuk 'Algemene kaderstellende randvoorwaarden en uitgangspunten'.
Hardheid B
Bronverwijzing Bijlage
Onderwerp Beplantingsplan - Toetsing
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen) Het beplantingsplan ter goedkeuring van de gemeente indienen.
Hardheid R
Bronverwijzing Bijlage
Beplanting - Soortkeuze
Houd bij soortkeuze rekening met bodemgesteldheid en omgevingsfactoren (verharding, strooizout, grondwaterstand, schaduw door bomen e.d.).
R
Gebruik bij speelplaatsen sterke soorten, bij voorkeur worteluitloper-vormend.
R
Gebruik langs fietspaden geen gedoornde soorten i.v.m. lekke banden.
R
Gebruik bij trap- en speelvelden geen gedoornde soorten i.v.m. lekke ballen.
R
Bij bomen in plantvakken het sortiment van de onderbeplanting afstemmen op eventuele schaduw van de uiteindelijke boomkronen.
R
Soort beplanting en plantafstanden gebruiken waarmee de beplantingsvakken binnen drie groeiseizoenen is dichtgroeien, hiermee kan het onderhoud worden beperkt. Beplantingssamenstellingen afstemmen op de omvang van een plantvak: in vakken < 10 m2 niet meerdere soorten heesters gebruiken, maar een vakbeplanting van één soort met solitairen. Menging van soorten beperkt houden zodat een rustig en robuust beeld ontstaat.
R
De hoogte van beplanting op uitzichthoeken is maximaal 0,50 m. Pas de soortkeuze hierop aan, om snoei te voorkomen.
R
Scherm concentraties van parkeerplaatsen in straatbeeld af met beplanting en reserveer ruimte voor dergelijke beplanting. Indien de breedte van een plantvak < 2,5 m wordt, dan dient gekozen te worden voor een haag. De afmeting van een plantvak bedraagt minimaal: • breedte 2,50 m, oppervlak 10,00 m2 bij lage heesters en bodembedekkers • breedte 5,00 m, oppervlak 50,00 m2 bij middelhoge en hoge heesters Smallere stroken beplanten met een haag.
R
Incidenteel kunnen smallere plantvakken voorkomen, mits deze uitgevoerd worden met een verhoogde rand.