Agendabundel
Tekst van het document
De enige geschikte optie ligt voor de hand nu er nog alle ruimte is onder variant 2 en er vele overwegingen zijn waarom dit de enige variant hoort te zijn. Benadrukt moet dan ook worden dat de overtuiging er alom is, zeer stevig stelling te nemen tegen elke optie die het park aantast. Sassenheim scoort sowieso al heel slecht met groenvoorziening, ondanks ons eigen “Central park” Rusthoff (Elsevier Beste Gemeenten 2020, Rust en Ruimte:
2 uit 5 (laagste score), iets wat de gemeente zich zou moeten aantrekken zeker in deze tijden waarin we naar buiten gaan in de eigen omgeving nog als een “vrijheid” mogen ervaren. Sterker nog, de ironie wil dat wanneer je op Google maps “Sassenheim Park” intoetst je slechts twee (!!) opties krijgt: Rusthoff én, het Ter Weegen Park. Van dat tweede “park” zou in één van de plannen dus weer bijna een derde afgaan. Een zeer kwalijke en laakbare zaak. Bij elkaar hebben we in Sassenheim veel meer tennisparken (tenminste 4) dan Groenparken (2), dus reden te over óók te strijden voor behoud van “meer groen voor allen” in plaats van “nóg meer tennisbanen voor enkelen”. Teylingen heeft zelfs de meeste tennisvoorzieningen per m2 in Zuid Holland. Een gotspe dus om daar nog meer m2 aan toe te voegen N.B. ten koste van het toch al zéér schaarse groen! Verder staan vrijwel alle overige argumenten van weleer nog steeds pal overeind en zal ik herhaling daarvan nu even achterwege laten. Dit nog los van beloften die zijn gedaan over o.m. betere afscherming van het huidige tennispark van het Terweegen park door middel van een verhoogde aarden wal mét beplanting, het inperken van lichtoverlast etc. Die toezeggingen zijn nooit nagekomen.
Ook zou het verdwijnen van de huidige volgroeide begroeiing tussen tennisbannen en Park een enorm verlies zijn waarmee de overlast van licht en geluid andermaal exponentieel zou toenemen. Dit niet in de laatste plaats ook omdat de banen nog veel dichterbij de bebouwing komen! De lijst met argumenten tegen het verliezen van een groot deel van het park is enorm en bevat o.m. ook aanwezigheid van beschermde diersoorten. Jammer dat het nodig is veel kruid droog te houden nu de gemeente er alle blijk van geeft de ambtelijk trucs van stal te willen halen om zeer irrationale en tegen het algemeen belang indruisende mogelijkheden te verkennen. Politieke belangen kunnen in deze ook een kwalijke rol spelen waarbij (politieke) missers uit het verleden nimmer afgewenteld mogen worden op de bevolking en zeker niet wanneer het algemeen belang wordt opgeofferd aan het belang van enkelen. We hechten eraan te melden dat er bij de grote groep omwonenden de bereidheid bestaat deskundige juridische ondersteuning in te schakelen teneinde de optie om het park verder te verkleinen met kracht te voorkomen. Een vertegenwoordiging van de bewoners zou graag in gesprek gaan met de Wethouder, althans met vertegenwoordigers van de gemeente, alvorens enig traject wordt ingezet. Het moge duidelijk zijn uit bovenstaande dat alleen variant 2 uit uw brief bespreekbaar is.
Graag verwijs ik u naar de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en roep op om ons direct bij het vervolg te betrekken zodat we kunnen meedenken over toepassen van variant 2. Uiteraard zijn we steeds bereid tot overleg, misschien tijdens een coronabestendige wandeling in het onvolprezen Terweegen park?
18 oktober 2020 Betreft:de bufferzone tussen sportvelden en bewoning: het Terweegenpark Naar aanleiding van uw schrijven van 12 oktober 2020 zaak Z-20-154044 met als onderwerp informatie ontwikkeling fase II STV willen wij het volgende meedelen. Variant 1 geeft een flagrante en onacceptabele overschrijding van bestaande situatie en overeengekomen afspraken. In de gehouden bijeenkomst op 17 maart 1994 is vastgesteld dat de aan te leggen groenvoorziening in het plantsoen een minimale breedte van circa 5 meter en variërend in hoogte tussen 0,5 en 5 meter bedraagt. De afstand tussen woonwijk en het sportcomplex (het zogenaamde tussengebied) bedraagt 110 meter. Overplaatsing STV: In de raadsvergadering van 22 maart 2012 wordt vastgesteld dat met de tennisvereniging een aantal locaties beoordeeld zijn en er gekozen is voor Sportpark Roodemolenpolder. De tennisbanen worden aangelegd op het vierde veld van Teylingen; het veld gelegen naast het Terweegenpark. Op 22 oktober erkent de gemeente tegenover 2 leden van VVE Urban Villa Sassenheim, dat er achteraf meer ruimte benodigd is, voor een goed en volwaardig park, dan vooraf werd bedacht. De huidige locatie van het tennispark fase I is op zich al strijdig met de hierboven genoemde uitgangspunten. De van te voren gevreesde overlast is daarmee werkelijkheid geworden. Er is vooral in het weekend parkeeroverlast.
Alle appartementen op de zuidkant hebben zeer hinderlijke reflectie van de verlichting tussen 17.00 en 24.00 uur, 6 à 7 dagen per week. Verlichting die volgens toezegging geen overlast zou bezorgen, maar in de praktijk het woongenot ernstig aantast. De door de gemeente beloofde maatregelen m.b.t. lichtoverlast blijken niet effectief. In tegenstelling tot de naastgelegen voetbalvelden, zijn de tennisbanen elke dag bezet. De nu aangekondigde fase II en in principe goedgekeurde uitbreiding in westelijke richting blijkt nu niet mogelijk. De conclusie van slechts twee andere opties is niet volledig. Een eventuele derde optie van géén uitbreiding wordt niet overwogen. Op z’n minst moet de noodzaak van uitbreiding gedegen worden onderzocht en aangetoond. Te meer omdat onlangs is gebleken dat Teylingen de meeste tennisvoorzieningen per km2 in Zuid Holland heeft. Wordt desondanks toch besloten tot uitbreiding dan wordt variant 1 afgewezen: 1. Verergering van reeds bestaande overlast 2. Ongewenste aantasting van het park Wij hopen dat bovenstaande wordt meegenomen in het nemen van een beslissing voor noodzaak van aanleg twee extra banen.
24 oktober 2020 Graag maak ik gebruik van de mogelijkheid om te reageren op de plannen van de gemeente om medewerking te verlenen aan het realiseren van twee extra tennisbanen plus nog iets (wat niet benoemd staat op de tekening). Een vraag is dus wat staat er extra ingetekend? De maatvoering staat niet op de tekening. Lijkt mij relevant om te bepalen wat de ruimtelijke impact is op de omgeving. Kan deze informatie worden verstrekt? Het tennispark is ruimtelijk gezien ingepast tussen een woonwijk en de sportvelden met als afscheiding een klein parkje ( het Terwegen Park) incl een verhard speelveldje waar veel omwonenden gebruik van maken. Tijdens voorgaande inspraakbijeenkomsten is nadrukkelijk vermeld dat er alles aan gedaan wordt om het parkje en het speelveldje te sparen. Er zou tenslotte al een vrij toegankelijk groot trainingsveld/annex speelveld opgeofferd worden om parkeervakken te realiseren voor het sportpark. De uitbreidingsvoorkeur ging uit naar de westzijde. Dit is klaarblijkelijk niet gelukt!!! De twee genoemde opties om extra banen te realiseer zijn te splitsen in variant 1. Deze variant gaat ten koste van -opnieuw- een stuk vrij toegankelijk groen (het Ter Wegen Park) en variant 2 is gesitueerd op een toekomstige woningbouw locatie.
Dit woningplan is nog niet uitgewerkt en biedt dus mogelijkheden om afspraken met de tennisvereniging en de afspraken met de omwonende na te komen. Goede sportvoorzieningen zijn belangrijk in een gemeente maar het belang van vrij toegankelijk groen en recreatie (speel)ruimte ook. Sassenheim is een dorp met veel (sport)voorzieningen maar weinig recreatief groen. Dit groen moeten we zuinig op zijn. Een ieder is daarvan -mede door de coronacrisis- bewuster geworden. Het lijkt mij dat de gemeentelijke politiek ook zuinig om moet gaan met het nog aanwezige groen dat voor iedereen toegankelijk is. 25 oktober 2020 Wij willen via deze mail reageren op de, door u verstuurde brief d.d. 12 oktober 2020, betreffende de ontwikkeling fase II STV. U geeft in de brief aan dat er nog 2 mogelijkheden zijn voor de uitbreiding van de tennisbanen. Onze voorkeur gaat hierbij uit naar variant 2. Variant 1 heeft voor ons teveel negatieve gevolgen. Ten eerste gaat deze uitbreiding ten koste van het park. Wij zien dat het park regelmatig gebruikt wordt door bewoners uit de hele wijk. Het is eigenlijk het enige stukje echt groen in de wijk. Door daar een rondje te lopen ben je echt even uit de wijk. Als dit park zal worden verkleind door de uitbreiding van de tennisvelden, zullen wij dat ten zeerste betreuren. Dan gaat de uitbreiding dus ten koste van het groen in de woonwijk.
En dat terwijl op het perceel Langeveld zeer waarschijnlijk ook woningbouw wordt gerealiseerd, waardoor er nog minder groen is. Daarnaast heeft variant 1 als negatief gevolg dat het basketbalveld zal verdwijnen. Dit zou zonde zijn, omdat het ons is opgevallen dat dit veld elke dag gebruikt wordt door jongeren om samen te sporten of om gewoon even samen te zijn. Dit is een perfecte locatie voor hen, omdat zij hierbij niemand tot overlast
zijn. Er zijn helaas te weinig mogelijkheden in de wijk waar jeugd samen kan komen, zonder dat zij overlast veroorzaken. Het zou naar onze mening zonde zijn als deze locatie voor de jeugd gaat verdwijnen door de uitbreiding van de tennisvelden. Hierdoor gaat onze voorkeur dus uit naar variant 2. Wij begrijpen dat de sloot hiervoor verlegd zal moeten worden, maar als voordeel heeft deze variant dat er meer groen wordt aangelegd. En naar onze mening kan dat zeker geen kwaad. 7 november 2020 Ik wil hiermee reageren op uw brief Z-20-154044 , onwikkeling fase 2 STV. De gemeente heeft indertijd beloftes gedaan aan STV. In 2014 kreeg men de volledige toezegging niet rond ivm ruimte tekort. Er werden toen 3 alternatieven voorgelegd. De keuze viel op op optie 1: uitbreiding in de weilanden richting Voorhout. Dit blijk nu dus niet mogelijk en men gaat door met optie 2 en 3. Een van de vraagstukken indertijd was of er behoefte is aan zo’n grootschalig tennispark inclusief een kinderbaan en een oefenbaan. Is zo’n capaciteit nog steeds nodig? De nadelen van optie 2 (uitbreiding in het Ter Weegenpark) zijn nog steeds van toepassing en die wil ik hier niet nogmaals allemaal opsommen. Destijds waren ze in elk geval voldoende om niet voor die optie te gaan. Nu blijkt dat er bijna 2.600 m2 van het park af gaat. Dat is naar schatting 20 %. Wat komt er voor terug? Niets.
Laat het belang van de toezegging van de gemeente indertijd, en een zeer beperkte groep (nl de leden van STV) niet zwaarder wegen dan het algemeen nut (natuur en gebruikers van het park). Sassenheim heeft slechts 2 parken: Rusthof in het centrum en dit parkje. Er zijn volop tennis mogelijkheden in Sassenheim en de nabije regio. Tennis is alleen voor een beperkte groep namelijk de betalende leden van de vereniging en veroorzaakt ook nog eens overlast voor de omgeving (parkeren, geluid....) Een park is voor iedereen: mens en natuur en je hoeft er niet voor te betalen om er gebruik van te kunnen maken. Het park dient tevens als buffer tussen de woonwijk Postwijk en het sportcomplex. Als er dan al uitgebreid moet worden in het park compenseer dat verlies dan door het park in een andere richting uit te breiden. Uitbreiding zoals bedoeld in optie 1 voor STV (richting Voorhout) is een goed alternatief. Het sluit mooi aan aan een initiatief van enkele jaren geleden (dat het ook niet haalde, maar ging over het hele gebied tussen Sassenheim en Voorhout) om de weides aldaar deels om te vormen tot park. 10 november 2020 Onlangs ontvingen wij als bewoners een informatiebrief met de geschetste huidige stand van zaken rond de ruimtelijke ontwikkeling bij sportpark Roodemolen (fase II STV).
Daarin werd aangegeven dat de aankoop van grond aan de westzijde Roodemolenpolder niet doorgaat en er nu nog twee andere mogelijkheden zijn om de extra banen te realiseren, die aan uw raad zullen worden voorgelegd: variant 1 uitbreiding ten koste van een gedeelte van het Ter Weegen Park en variant II uitbreiding ten koste van het terrein Langeveld.
U zult begrijpen dat wij niet blij zijn met de in de informatiebrief geschetste huidige stand van zaken rond de ruimtelijke ontwikkeling bij sportpark Roodemolen, nu de kans groter wordt dat de uitbreiding van het tennispark van STV richting het Ter Weegen park kan gaan, ten koste van het openbare groen. Wij vragen ons af of uitbreiding van het aantal tennisvelden wel nodig is, zie daarvoor ook het artikel in “De Teylinger” van 7 oktober 2020: “Teylingen heeft de meeste tennisvoorzieningen per km2 in de Provincie Zuid-Holland”. Er is al zo weinig openbaar groen in onze wijk Postwijk. Wij hechten veel waarde aan het Ter Weegen Park, het is belangrijk voor een goede en prettige leefbaarheid van onze wijk en dient in zijn geheel behouden te blijven. Juist nu het park tot wasdom is gekomen, is de charme en de beleving ervan groot. Wij komen regelmatig in het park en in deze tijd van coronabeperkingen blijkt de waarde hiervan extra. U erkent zelf ook de waarde van het openbare groen in Sassenheim: In de door u op 25 juni 2015 vastgestelde Structuurvisie 2030 gemeente Teylingen is ervoor gekozen de kwaliteit van bestaand dorpsgebied te behouden en te verbeteren.
De structuurvisie vermeldt daarover op pagina 96 voor de kern Sassenheim als concrete beleidslijn: “Voor het bestaande dorpsgebied geldt net als in onze andere kernen vooral een beleid voor behoud en waar nodig duurzame verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, het groen, water en de verkeersveiligheid”. U wijkt dan ook van uw eigen visie af als u een deel van het Ter Weegen Park gaat bestemmen voor de uitbreiding van STV. Maar allereerst vraag ik mij af waarom het de gemeente niet gelukt is om voor de uitbreiding van het tennispark grond aan te kopen aan de westzijde van het tennispark richting het weiland van de Roodemolenpolder, zoals een aantal jaren geleden in uw raad afgesproken. Indien de gemeente in het algemeen belang grond nodig heeft dan kan daarvoor onteigend worden. Waarom is dat instrument niet ingezet? Uit navraag bij HLTSamen kreeg ik als reactie dat bestuurlijk van onteigening Fase II polder is afgezien. Als reden hiervoor geeft HLTSamen op: “De doelen waarvoor, dit zware instrument, word beperkt ingezet bij grotere projecten met een zwaarwegend belang. Daarbij moet u denken aan infrastructurele zaken, woningbouw en of centrumontwikkelingen. Hiervoor is dus niet gekozen”.
Deze bestuurlijke keuze vind ik onbegrijpelijk en ik pleit er bij uw raad dan ook voor om: In de eerste plaats geheel af te zien van fase II STV omdat de extra tennisvelden in het geheel niet nodig zijn; In de tweede plaats als u toch kiest voor uitbreiding alsnog het onteigeningsinstrument in te zetten voor grondverwerving en uitbreiding van het tennispark in westelijke richting (poldervariant). Tot slot vraag ik uw raad ook aandacht voor de aanleg van het “wandelrondje Roodemolenpolder”, dat vanwege alle perikelen rond de uitbreiding van het tennispark nog steeds niet is gerealiseerd. U beloofde de aanleg van dit wandelpad achter de sportvelden langs 6 jaar geleden al, zodat wandelaars geen gebruik meer hoefden te maken van het weinig ontspannende drukke fietspad langs de Rijksstraatweg. Goede wandelpaden zijn nodig om mensen actief te laten bewegen! De mogelijkheden om het dorp uit te wandelen zijn in Sassenheim toch al beperkt en krijgen, in tegenstelling tot de aandacht die Teylingen geeft aan wandel- en groenvoorzieningen voor met name de inwoners van de gemeenten Leiden en Leiderdorp, naar mijn mening veel te weinig aandacht!
18 november 2020 Met ontsteltenis hebben wij (diverse omwonenden) kennisgenomen van de plannen voor de uitbreiding van de Sassenheims Tennis Vereniging (STV). Met grote schrik zagen wij het enorme gebied was wat afgezet van het naastgelegen parkje waar zo veel mensen dagelijks recreëren. Niet alleen wandelaars maar ook regelmatig sporters die b.v. voetballen en basketballen. In de hele wijk is geen enkele ruimte ingericht om dergelijke sportieve activiteiten uit te voeren. Ook zie je regelmatig kinderen die op de toestellen spelen. Dit kan niet waar zijn. Met dit plan ontneem je de omwonenden hun plezier en mogelijkheid om te genieten van de weinige natuur wat nog rest. Op het terrein van STV is onzes inziens nog ruimte te over om wat meer in te schikken. B.v. op de kopse kant (kant aan de hoofdstraat) is een zeer brede strook onbenutte ruimte waar fietsen geplaatst kunne worden. Hierdoor kan dus de ruimte die naast de baan ligt (kant parkje) gebruikt worden om naar de kantine te lopen. Dat als eerste. Ten tweede waar is de gemeente van plan de geplaatste voorzieningen (basketbalveldje, speeltoestellen, wandelroute) waar nu vaak gebruik van wordt gemaakt dan te plaatsen? Ten derde, Als er dan publieke ruimte moet worden ingenomen dan graag aan de andere kant van het water en dan zo min mogelijk ruimte daarvoor gebruiken. Puur netto de ruimte die nodig is voor de banen.
Ten vierde wat te denken aan uitbreiding aan de andere zijde. Denk hierbij aan meervoudig gebruik van het voetbal sportterrein. Die, zoals bekent mag zijn, vaker niet dan wel wordt gebruikt. We zijn erg benieuwd hoe de gemeente van plan is de publieke ruimte die, volgens deze plannen, moet worden ingenomen te (gaan) compenseren. 7 december 2020 Maandagavond 7 december is er een voorlichtingsavond over de vraag of het nodig is om extra tennisbanen te realiseren bij STV. Daarvoor is een tweetal varianten voorgesteld. Tijdens de commissievergadering van 23 november jl. is er door verschillende inwoners van Teylingen ingesproken en een derde variant toegevoegd namelijk “variant nul”. Die variant stelt, op grond van rationele argumenten, voor géén tennisbanen meer toe te voegen. In de bijlage vindt u een uitgebreide versie van hetgeen is ingebracht en waarin de argumenten uiteen worden gezet waarom verdere uitbreiding volstrekt overbodig is en in strijd met het algemeen belang. Indien die versie u té uitgebreid is dan verwijs ik u graag naar onderstaande punten. Voor verdere toelichting zijn we graag bereid in overleg te treden. Argumenten voor “variant nul”: 1. Teylingen heeft al de meeste tennisvoorzieningen van heel Zuid Holland (de Teylinger, 1 oktober 2020). 2. Totaal zijn er ten minste 9 dergelijke voorzieningen waarvan maar liefst 5 in Sassenheim!
3. STV is verre van “vol” er is slechts sprake van piekdrukte, waarvoor betere oplossingen bestaan. 4. Bij tennisvoorzieningen in Warmond is nog genoeg ruimte voor honderden leden (bijlage)! 5. Teylingen heeft weinig openbaar groen en het Terweegen park is één van de slechts twee parken in Sassenheim. 6. Landelijk komt Teylingen qua hoeveelheid groen van de ca. 380 gemeenten pas op plaats 311, scoort althans laag. 7. In het algemeen belang is een dergelijke, vrij toegankelijke, openbare voorziening cruciaal en in Teylingen dus schaars. 8. Tennisbanen zijn in Teylingen allesbehalve schaars, dienen een zeer specifiek belang en zijn alleen tegen een flinke betaling toegankelijk. 9. Tennisbanen vereisen een gezonde c.q. voldoende fysieke én financiële gesteldheid (abonnement is kostbaar). 10.Openbaar groen is daarentegen voor iedereen (vrij) toegankelijk en te gebruiken. 11.Aan (betaalbare) woningen is landelijk grote schaarste dus ook in Teylingen. 12.Het stikstofprobleem is voor woningbouw een belangrijk obstakel. 13.Meer, en zeker niet minder, openbaar groen is één van de (weinige) manieren stikstofuitstoot te compenseren. 14.Meer woningen vragen om meer groenvoorzieningen dus wederom: juist meer bomen in plaats van (tennis) banen! 15.Er rust op de Gemeente geen verplichting om te zorgen dat er extra tennisbanen komen.
16.Nu extra banen in redelijkheid absoluut overbodig zijn en zeer lastig te realiseren, is verdere inspanning door de gemeente niet nodig. 17.Het doorzetten van plannen ten koste van het Terweegen Park stuit op zeer grote weerstand onder de bevolking. 18.De extra banen zullen bovendien de overlast significant verhogen terwijl de beloofde, anti overlast, voorzieningen voor de huidige banen niet eens zijn gerealiseerd. 19.Het park wordt veel gebruikt, 365 dagen per jaar, van vroeg tot laat, door jong en oud, goed ter been en minder. 20.Eventuele aanvraag wijziging bestemmingsplan zal (juridisch) aangevochten worden tot de hoogste instantie. 21.Belanghebbenden beschikken over een geruim aantal hier niet genoemde argumenten, o.m. van planologische en ecologische aard. In het algemeen past de vraag waarom het, gezien de feiten, gerechtvaardigd zou zijn een overschot aan tennisbanen in Teylingen (Sassenheim) te moeten hebben? Een overbodige en (daarom) zeer kostbare en voor het park potentieel ruïneuze exercitie, die ook nog eens gebruik maakt van toch al schaarse voorzieningen en middelen. Het voeren van verstandig beleid hoort in de rede te liggen.
23 december 2020 Dank voor de informatiebrief dd 21 december 2020 inzake de (mogelijke) uitbreiding (van de velden van) STV. Het is mij grotendeels duidelijk. Ik ga er hierbij wel vanuit dat de 'een samenvatting van de bezwaren' incl de inspraak van omwonenden op 23 november 2020 is. Vind het echter jammer dat, naast deze samenvatting van bezwaren, er geen samenvatting is opgenomen van de presentatie van STV op 7 december inzake het nut en de noodzaak van de uitbreiding. Hierdoor is een 'volledige' reactie van mijn kant niet goed mogelijk. Wel kan ik meegeven dat ik het afwijzen van de uitbreiding via 'ons' mooie Ter Wegen Park, incl geasfalteerd sportveldje, absoluut deel!! Ook sluit ik mij aan bij de groep die niet overtuigd is van de noodzaak van de uitbreiding en (voldoende) onderzoek hiernaar. Ik hoop dan ook dat de uitbreiding iig op de lang baan wordt geschoven. Met de huidige faciliteiten kan volgens mij de komende jaren zeker worden volstaan. Ik heb de velden sinds de ingebruikneming, behoudens competitiedagen en een toermooi, nog nooit allemaal tegelijk bezet gezien! De gemeenteraad ik wens alle wijsheid toe bij het nemen van hun besluit in maart 2021. Mocht er een samenvatting van het nut en de noodzaak van de uitbreiding beschikbaar zijn dan wel komen, dan houd ik mij daarvoor aanbevolen. Bvd.
1 Extra Bijlage 1 Memo over inspanningsverplichting 210208.memo Roodemoolen.pdf
MEMO
aan : HLT / Femke Carstens van : Mathijs Arts datum: : 8 februari 2021 ons dossier: : HLT / Sportpark Roodemoolen inzake: : Overeenkomsten STV uw referentie: :
1.
Inleiding
1.1
In dit memorandum volgt een opsomming van relevante passages uit de intentieovereenkomst met bijbehorende brief gedateerd 16 juli 2015 en de getekende raamovereenkomst d.d. 22 december 2016 tussen de Gemeente, Stichting en STV. De passages bieden aanknopingspunten voor de bepaling van het standpunt omtrent de vraag of er een inspannings- dan wel resultaatsverplichting is voor de Gemeente en op welke punten.
1.2
De uiteindelijke conclusie is dat de betreffende stukken onvoldoende grond bieden om te concluderen dat de Gemeente een resultaatsverplichting op zich heeft genomen met betrekking tot de realisatie van fase 2, te weten de banen 10 en 11.
1.3
Een beperkt aanknopingspunt voor het tegendeel is gelegen in de passage bij het tweede gedachtestreepje bij artikel 2.4. in de intentieovereenkomst. Daaruit zou de stelling afgeleid kunnen worden dat de Gemeente verplicht is de grond te verwerven ten behoeve van fase 2 (banen 10 en 11). Echter uit artikel 2.7. van de intentieovereenkomst volgt dat alle in artikel 2 opgenomen verplichtingen geen resultaatsverplichtingen betreffen. Daarbij komt bovendien dat de intentieovereenkomst is uitgewerkt in een definitieve raamovereenkomst en dat uit de brief bij de intentieovereenkomst al volgt dat de intenties mogelijk in afwijkende vorm worden uitgewerkt in de definitieve overeenkomsten.
2.
Intentieovereenkomst en bijbehorende brief
2.1
In brief bij intentieovereenkomst is al aangegeven dat er nog onduidelijkheden zijn maar wel wordt getekend: “Wij hebben besproken dat het niet wenselijk is om thans tot ondertekening van de Intentieovereenkomst over te gaan, nu daarin opgenomen
uitgangspunten mede gebaseerd zijn op de definitieve planinvulling (inhoud van het plan, planning, fasering en financiële kaders), welke vooralsnog onzeker is.” “In dat kader hebben wij u voorgesteld en met u besproken om vanuit praktisch oogpunt de (nagenoeg) ongewijzigde Intentieovereenkomst voor akkoord te paraferen. Dit, om uitdrukking te geven aan de overeenstemming van alle betrokken partijen met de algemene uitgangspunten en afspraken die daarin zijn vervat, met dien verstande wij ons (allen) realiseren dat deze uitgangspunten en afspraken, alsmede de planning (genoemde data) afhankelijk van de verdere ontwikkelingen en uitwerking van diverse alternatieve scenario's in de definitief uit te werken overeenkomsten nog kunnen wijzigen.” 2.2
In de intentieovereenkomst staat in de overwegingen; “Dat de Stichting verantwoordelijk is voor het aanleggen van de sportbanen ten behoeve van STV en het onderhoud daarvan en in dat kader voor de aanleg van de tennisbanen onder nader overeen te komen voorwaarden een vooruitbetaling van STV zal ontvangen”.
2.3
Artikel 1.3: “De Gemeente is voorts bereid om zich in te spannen om de aanleg van de tennisbanen planologisch mogelijk te maken.”
2.4
Artikel 2.3: “In het kader van het Project spant de Stichting zich in tot het (…) na benodigde wijziging van bestemmingsplan het aanleggen van twee (2) extra tennisbanen (10 en 11) en twee kinderbanen betreffende fase 2;”
2.5
Artikel 2.4: “In het kader van het Project verplicht de Gemeente zich tot het: het inspannen om binnen de publiekrechtelijke kaders op zo kort mogelijke termijn de aanleg van de tennisbanen planologisch en feitelijk mogelijk te maken; de benodigde gronden te verwerven ten behoeve van fase 2 (banen 10 en 11); het aanleggen van 40 parkeerplaatsen en overig openbaar gebied ten behoeve van het tennispark.”
2.6
Artikel 2.5. “Uitgangspunt is dat de werkzaamheden voor rekening en risico en onder verantwoording van de Stichting zullen worden uitgevoerd.”
2.7
Artikel 2.7.: “In dit artikel opgenomen verplichtingen betreffen geen resultaatsverplichtingen, doch uitsluitend uitgangspunten ten behoeve van vastlegging in definitieve overeenkomsten.”
2/4
3.
Raamovereenkomst
3.1
Artikel 5: “STV en de Stichting verplichten zich jegens de Gemeente tot realisatie van het Tennispark, inclusief opstallen, conform het bepaalde in de projectbegroting (bijlage 3) met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden, de wijze van oplevering en controle daarvan alsmede de planning van de werkzaamheden (in 2 fasen), conform de planning aangehecht als bijlage 4.”
3.2
Artikel 7: “De Gemeente zal - voor zover in overeenstemming met haar overheidstaak - zich inspannen tot het verlenen van de noodzakelijke publiekrechtelijke medewerking teneinde de ontwikkeling van het Tennispark mogelijk te maken. De Gemeente zal de aanvragen voor benodigde (omgevings-)vergunningen en aanvragen terzake eventuele andere noodzakelijke vergunningen in behandeling nemen en de daarbij behorende procedures voeren binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijnen. De door de Gemeente te verlenen publiekrechtelijke medewerking geschiedt onder het voorbehoud van rechten van derden. De Gemeente, de Stichting en STV zullen zich gezamenlijk inspannen om eventuele bezwaren van derden weg te nemen, indien daartoe naar redelijkheid mogelijkheden zijn en zulks aanvaardbaar is voor de betrokken Partijen. De Gemeente is jegens de Stichting en/of STV niet aansprakelijk voor de uitkomst van enige procedure die de ontwikkeling van het sportpark onmogelijk maakt en/of vertraagt.”
3.3
Deel twee artikel 7: “Indien op grond van bezwaren van derden en/of ingrijpen door de rechter de beoogde ontwikkeling van het Sportpark niet kan worden gerealiseerd zoals door Partijen voorzien, overleggen Partijen alsdan over de ontstane situatie. Zij zullen zich dan inspannen te onderzoeken of tot een aanvaardbare wijziging van ontwikkeling van het Sportpark kan worden gekomen, opdat alsnog de ontwikkeling gerealiseerd kan worden. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een wijziging, is deze overeenkomst van rechtswege ontbonden zonder dat Partijen jegens elkaar gehouden zijn tot vergoeding van enige schade van welke aard dan ook.”
4.
Samenvatting / Conclusie
4.1
Voorgaande passages leiden er allen toe dat de conclusie getrokken kan worden dat er geen resultaatsverplichting op de Gemeente rust wat betreft de realisatie van het herplaatsing van STV en de herontwikkeling op Sportpark de Roodemoolen.
3/4
4.2
De woordkeuze in de overeenkomsten leidt er veel meer toe dat geconcludeerd wordt dat er enkel een inspanningsverplichting is. Kortheidshalve wordt verwezen naar de geaccentueerde woorden en passages hierboven.
4.3
Enig aanknopingspunt voor de uitleg dat er wel een resultaatsverplichting is, is gelegen in het tweede gedachtestreepje bij artikel 2.4. uit de intentieovereenkomst. Daaruit lijkt een verplichting te volgen tot het verwerven van de benodigde gronden door de Gemeente ten behoeve van de fase 2 van de herontwikkeling te weten de aanleg van banen 10 en 11.
4.4
Echter in artikel 2.7. van de intentieovereenkomst staat duidelijk opgenomen dat alle verplichtingen uit artikel 2 geen resultaatsverplichtingen betreffen maar uitgangspunten. Dat betreft dus ook genoemde verplichting van de Gemeente om de gronden te verwerven. In de raamovereenkomst wordt deze ‘verplichting’ tot het verwerven van de gronden ook niet genoemd of verder uitgewerkt. Daarmee is het geen bindende afspraak tussen partijen. Het betreffende uitgangspunt is dus niet definitief vastgelegd. Dat is in lijn met de inhoud van de brief bij de intentieovereenkomst dat uitgangspunten nog kunnen wijzigen. Waaronder dus ook begrepen; komen te vervallen.
4.5
Ook leidt het betreffende uitgangspunt (‘verplichting tot verwerving van de gronden’) er mijns inziens enkel toe dat met betrekking tot de gronden, indien deze beschikbaar komen voor de fase 2, het eigendom hiervan naar de Gemeente moet zodat de Gemeente het vervolgens weer in bruikleen aan de Stichting kan afstaan. *****
4/4
1 Extra Bijlage 2 Overmorgen Memo kostenanalyse fase 2 STV def.pdf_2021-01-22 16_21_19 +0100.PDF
Kleine Koppel 26 3812 PH Amersfoort +31 (0)33 3036800 info@overmorgen.nl overmorgen.nl IBAN NL48RABO0145534111 BIC RABONL2U BTW 8145.82.035.B01 KVK 27243218
Memo.
AAN
:
E. Stuijts (Wissing) en J. Zandstra (gemeente Sassenheim)
VAN
:
E. Lamfers
DATUM
:
21 oktober 2020
ONDERWERP
:
Financiële toets varianten uitbreiding STV Sassenheim
In 2015 is het “Strategisch afwegingskader Sassenheimse Tennisvereniging opgesteld. Op basis van dit afwegingskader is de eerste fase van de aanleg van het complex, zijnde 9 banen en een clugebouw, uitgevoerd. Het complex dient te worden uitgebreid met fase 2, zijnde 2 banen en 2 kinderbanen. Daarvoor zijn 5 varianten opgesteld, weergegeven in de “Variantenstudie STV Sassenheim” d.d. 4 maart 2020. Daarvan heeft de gemeente de voorkeur uitgesproken voor de varianten 1 en 5 (in het vervolg van deze notitie respectievelijk variant 1 en 2). Om het afwegingskader compleet te maken is een financiële toets nodig voor de beide varianten. Voor variant 2 geldt dat daarvan een 2a en 2b zijn opgesteld. Hiervan is alleen variant 2b meegenomen in de financiële analyse aangezien er bij variant 2a te weinig ruimte is om de kinderbanen aan de polderzijde in te passen in verband met de aanleg van het daar geplande wandelpad. De 2 doorgerekende varianten zijn onderstaand weergegeven. Van links naar rechts variant 1 en 2b.
Kostenraming per variant In de onderstaande tabel is per variant de kostenraming weergegeven. Daarbij is uitgegaan van kengetallen per m² en normbedragen, zoveel mogelijk gebaseerd op de ramingen uit 2015. De opgestelde ramingen hebben niet het detailniveau van een directieraming en zijn vooral bedoeld voor de vergelijking van de varianten.
Verwijderen groen Verwijderen verharding Dempen water
eh m² m² m²
Variant 1 Variant 2b prijs/eh hvld bedrag hvld bedrag € 6,60 1.742 € 11.494 866 € 5.714 € 20,00 838 € 16.766 953 € 19.060 € 37,00 350 € 12.945 1.602 € 59.275
Nieuw water Grondwerk sport HWA (inclusief kolken) Drainage
m² m² m1 m²
€ € € €
39,00 2,50 129,00 2,05
€ 2.562 € 161 € 2.562 €
6.405 20.769 5.245
1.329 € 3.378 € 107 € 3.378 €
51.816 8.444 13.803 6.915
Sportveldverlichting (LED) Beregening Constructie probounce Constructie miniveld
baan baan baan baan
€ € € €
9.230 3.036 46.758 7.894
3 € 3 € 2 € 2 €
27.690 9.109 93.516 15.788
3 € 3 € 2 € 2 €
27.690 9.109 93.516 15.788
Afrastering Windscherm Complexafrastering Toegangspoort
baan m1 m1 post
€ € € €
7.894 24,29 24,29 18.217
3 € 40 € 160 € 1 €
23.683 972 3.886 18.217
3 € 40 € 120 € 1 €
23.683 972 2.915 18.217
Verharding Riolering (te verleggen weg) Groen Inrichtingselementen
m² m1 m² post
€ € € €
66,50 247,00 30,67 3.279
137 € € 230 € 1 €
9.138 7.066 3.279
1.105 € 85 € 3.310 € 1 €
73.497 20.995 101.494 3.279
Geluidwerende voorzieningen
m1
€
1.000
150 €
150.000
-
Onvoorzien
10%
435.967 €
43.597
556.182 €
55.618
Planontwikkeling en V&T
15%
479.564 €
71.935
611.800 €
91.770
TOTAAL
€
551.499
€
703.570
VERSCHIL T.O.V. GOEDKOOPSTE VARIANT
€
-
€
-152.071
€
-
Uit de tabel blijkt dat variant 1 circa € 152.000,= goedkoper is dan variant 2a. De oorzaken daarvan zijn de volgende: • In variant 2 dient water te worden gedempt voor de aanleg van de banen aan de zuidoostkant. • In variant 2 dient nieuw water gegraven te worden om de nieuwe banen heen. • De bestaande weg dient in variant 2 te worden verwijderd en opnieuw aangelegd om de nieuwe banen heen. Voor de kosten daarvan is ook rekening gehouden met riolering. • Het oppervlak opnieuw in te richten groen is door het verplaatsen van het bestaande water en weg aanzienlijk groter. • Door de hogere kosten zijn ook de posten onvoorzien en de raming van de V&T hoger. Wel levert variant 2 een voordeel op aangezien geen geluidwerende voorzieningen hoeven te worden getroffen. In variant 1 is gerekend met extra kosten voor geluidwerende voorzieningen aan de kant van de bestaande woningen in de Postwijk. Deze kosten zijn gebaseerd op een eerdere raming van de gemeente.
2
Verkleining ontwikkelgebied De aanwezigheid van de tennisbanen van STV betekent een hindercontour over de beoogde ontwikkellocatie Langeveld. In de huidige situatie betreft dit ongeveer 4.007 m². Het totale bruto ontwikkelgebied bedraagt 33.320 m². Dat betekent dat 29.314 m² netto ontwikkelgebied resteert buiten de hinderzone. Op basis van het programma met 85 woningen conform 2015 is daarvan 16.660 m² uitgeefbaar, zijnde 56,70% van het netto ontwikkelgebied. Op basis van de nieuwe Woonvisie is het onderliggende programma in de berekening aangepast. Dat betekent 30% sociale huur, 35% betaalbaar (tot € 310.000,=) en 35% vrije sector. Op basis van deze uitgangspunten is een indicatief programma bepaald dat ongeveer uitkomt op een vergelijkbaar oppervlak uitgeefbaar. Vervolgens is de grondwaarde per m² uitgeefbaar bepaald. Deze komt op basis van het nieuwe programma uit op circa € 439,= per m². Omdat het gemiddeld oppervlak per woning wat kleiner is, kunnen er iets meer woningen worden gerealiseerd op hetzelfde oppervlak uitgeefbaar.
2^1 kap
Vrijstaand
Hoekwoning
Tussenwoning
Tussenwoning gk
Sociale huur
m2 kavel m2 bvo m2 gbo vormfactor BAR huur per m2 vvo Verkoopwaarde (incl. BTW) Verkoopwaarde (incl. BTW) / m2 gbo Verkoopwaarde (excl. BTW)
265 180 130 72,0% 0% 481.713 3.717 398.110
VRIJE SECTOR 400 218 164 75,0% 0% 611.042 3.737 504.993
150 160 120 75,0% 0% 372.000 3.100 307.438
BETAALBAAR 135 150 113 75,0% 0% 310.000 2.756 256.198
120 130 98 75,0% 0% 250.000 2.564 206.612
100 105 84 80,0% 0% -
Totale bouwkosten Totale bouwkosten per m2 bvo Totale bijkomende kosten % bijkomende kosten Totale investeringssom Totale investeringssom per m2 bvo
216.394 1.202 69.319 32,0% 285.714 1.587
249.159 1.143 81.740 32,8% 330.899 1.518
161.824 1.011 49.953 30,9% 211.777 1.324
138.750 925 42.582 30,7% 181.332 1.209
120.250 925 36.904 30,7% 157.154 1.209
0,0% -
Residuele grondwaarde Residuele grondwaarde per m2 kavel
112.396 424
174.094 435
95.661 638
74.866 555
49.457 412
20.000 200
Residuele grondwaarde per m2 bvo Grondquote
624 28,2%
799 34,5%
598 31,1%
499 29,2%
380 23,9%
190 0,0%
Aantal Aandeel Totale grondwaarde per onderdeel
10
12
18 35,7% 1.347.595
17
1.123.965
12 34,7% 2.089.133
29 29,6% 580.000
Totale grondwaarde Totaal aantal m2 kavel uitgeefbaar Aandeel uitgeefbare grond
7.129.399 16.620 429
1.147.934
SOCIALE HUUR
840.772
Uitgaande van de bovenstaande opbrengst per m² uitgeefbaar is indicatief het verschil tussen de verschillende varianten bepaald. Daarbij is per variant het oppervlak uitgeefbaar bepaald, uitgaande van steeds hetzelfde percentage uitgeefbaar van 56,83%. Omdat in variant 2 het totale oppervlak plangebied verandert, geeft de vergelijking van alleen de bruto opbrengstpotentie geen zuiver beeld. Bij een kleiner plangebied nemen de kosten immers ook af. Daarom is per variant zeer indicatief een kostenraming opgesteld uitgaande van kengetallen per m² plangebied, er is immers nog geen sprake van een plan. Het indicatieve resultaat is alleen bedoeld om een vergelijking tussen de varianten te kunnen maken (in elke variant zijn dezelfde uitgangspunten aangehouden). Om het grondexploitatieresultaat echt te bepalen zal een meer uitgebreide grondexploitatie moeten worden opgesteld met een onderliggend plan. Er zijn immers nog verschillende keuzes die kunnen worden gemaakt ten aanzien van zowel het plan als het exacte woningbouwprogramma. De volgende tabel geeft een overzicht van de verschillen tussen de varianten. Hieruit blijkt het volgende: • In variant 1 is slechts sprake van een beperkt effect van circa € 52.000,=. Dat komt doordat alleen de hinderzone een klein stukje wordt vergroot.
Het oppervlak uitgeefbaar neemt slechts beperkt af • Variant 2 heeft een aanzienlijk negatief effect op het indicatieve grondexploitatie resultaat. De aan te leggen banen gaan ten koste van ontwikkelgebied. Daardoor wordt dat verkleind van 33.320 m² naar 3
27.620 m². Daarnaast wordt de hinderzone groter. Per saldo ontstaat een verwacht negatief effect van circa € 861.000,=. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het indicatieve grondexploitatieresultaat per variant. Huidig 33.320 4.007 29.314 56,70% 16.620
Totaal ontwikkelgebied Waarvan hinderzone Netto ontwikkelgebied % uitgeefbaar Uitgeefbaar Opbrengst totaal Verschil opbrengst Kosten - Inbrengwaarde - Onderzoeken - Bouwrijp maken - Woonrijp maken - Plankosten - Bovenwijks - Rentekosten TOTAAL KOSTEN Verschil kosten INDICATIEF SALDO VERSCHIL SALDO T.O.V. HUIDIG
€
€ € € € € €
429
/ m² uitgeefbaar
0,50 / m² plangebied 30,00 / m² plangebied 60,00 / m² plangebied 30,00 / m² plangebied 5,00 / m² plangebied 5,69 / m² plangebied
Variant 1 33.320 4.219 29.102 56,70% 16.500
Variant 2b 27.620 4.920 22.700 56,70% 12.870
€
7.129.399 € €
7.077.818 € -51.581 €
5.520.920 -1.608.479
€ € € € € € € €
1.868.326 16.660 999.613 1.999.226 999.613 166.602 189.581 6.239.621
1.868.326 16.660 999.613 1.999.226 999.613 166.602 189.581 6.239.621 838.197
€ € € € € € € € € €
1.868.326 13.810 828.602 1.657.204 828.602 138.100 157.148 5.491.793 747.828 29.127
-51.581 €
-860.651
€
€ € € € € € € € € 889.777 €
€
-
€
Hierbij kan opgemerkt worden dat de contouren van het actuele woonprogramma mogelijkheden bieden het indicatieve grondexploitatieresultaat indien gewenst te verhogen door het woonprogramma voor de locatie aan te passen. Met name in de categorie betaalbaar (VON-prijs tot maximaal 310.000,- Euro), waar nu is uitgegaan van onder meer 17 woningen met een VON-prijs van 250.000,- Euro) is hiervoor ruimte aanwezig. Conclusies Van de beide varianten voor de uitbreiding van het complex van STV zijn de geraamde kosten voor variant 1 lager dan voor variant 2b. Dat komt doordat in deze variant geen sprake is van omleggen van de bestaande weg en het water. Dit ondanks dat in variant 1 aanzienlijke kosten worden gemaakt voor een geluidsscherm ten behoeve van de woningen in Postwijk. Het verschil is in totaal geraamd op circa € 152.000,= (zie onderstaande tabel).
A Kostenraming STV Verschil
Variant 1 Variant 2b € 551.499 € 703.570 € - € -152.071,2
Daarnaast is voor beide varianten indicatief bepaald wat het effect zou zijn op het aangrenzende ontwikkelgebied. In beide varianten wordt het ontwikkelgebied woningbouw kleiner, maar in variant 2b vervalt een aanzienlijk groter deel van het ontwikkelgebied dan in variant 1. Op basis van een indicatieve berekening (alleen bedoeld om de varianten onderling te vergelijken) blijkt dat variant 1 op dit punt een aanzienlijk minder negatief financieel effect heeft. Uiteraard is de indicatieve doorrekening voor de beide varianten nog sterk afhankelijk van de uitwerking van de plannen en de exacte keuzes die worden gemaakt ten aanzien van de woningtypen en bijbehorende kenmerken. Op basis van bovenstaande kan worden geconstateerd dat variant 1 in financiële zin de meest gunstige is.
4
8 Notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland 1 2021-03-11 RV Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland
Raadsvoorstel Besluitvormend Raadsvoorstel Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland aan:
de raad van de gemeente Teylingen
zaaknummer: Z-21-164825 datum voorstel: 20 januari 2021 datum collegevergadering: 26 januari 2021 datum raadsvergadering: 11 maart 2021 agendapunt: 0 portefeuillehouder: Dhr. A.L. van Kempen behandelend ambtenaar: Irene Oosting e-mailadres: I.Oosting@Hltsamen.nl
Wij stellen voor: 1. 2.
Kennis te nemen van de notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland; De voorgestelde maatregelen in de notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland te onderschrijven.
Inleiding Het College heeft een notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland opgesteld. De notitie beschrijft hoe we er, 6 jaar na de decentralisatie van de jeugdzorg, voorstaan met de transformatie en met het financieel beheer in de jeugdzorg. Daarnaast worden in de notitie suggesties gedaan hoe we nu met meer daadkracht verder zouden moeten gaan op het pad van de transformatie en hoe we meer grip kunnen krijgen op de met de jeugdzorg verbonden financiën.
Bestaand kader en context Jeugdwet 2015 Verordening Jeugdhulp Teylingen Huidige contracten met specialistische jeugdhulpaanbieders Dienstverleningsovereenkomst (DVO) Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)/Holland Rijnland (HR) DVO Jeugd- en gezinsteams
Beoogd effect Inzicht geven in de stand van zaken van de transformatie en het financiële beheer in de jeugdzorg; Voorstellen van mogelijkheden om de transformatie (in inhoud en geld) een positieve impuls te geven.
Argumenten 1.1 Deze notitie verschaft kennis en inzicht over waar wij nu staan en maakt helder wat wij wel en niet weten. De notitie schetst het verloop van de decentralisatie tot nu toe; geeft inzicht in welke monitorings- en sturingsinstrumenten al ontwikkeld zijn; wat de financiële situatie met betrekking tot de specialistische jeugdhulp in Teylingen en Holland Rijnland op dit moment is en welke informatie nog ontbreekt. 2.1 De voorgestelde maatregelen versnellen de transformatie. Met de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten in 2015 zijn ook een aantal transformatiedoelen opgesteld. Deze omvatten onder andere meer benutten van ‘eigen kracht’ en het sociale netwerk, normaliseren en demedicaliseren, jeugdhulp om maat dichtbij huis en werken volgens het principe van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Met de in de notitie genoemde maatregelen dragen we bij aan het versnellen van de gewenste transformatie. 2.2 De voorgestelde maatregelen zorgen voor meer grip op de kosten. De voorgestelde maatregelen beogen om de kosten voor de jeugdzorg beter in de hand te houden. Het college wil inzetten op extra middelen vanuit het Rijk; de mogelijkheid van een inkomensafhankelijke bijdragen vanuit ouders onderzoeken en het tarievenbeleid verstevigen. Dit moet de gemeentebegroting ontlasten.
Kanttekeningen 2.2 Onvoldoende inzicht in welke maatregelen effect hebben We weten nog onvoldoende met welke maatregelen we de transformatie verder in de goede richting kunnen beïnvloeden. Bovendien weten we nog niet goed genoeg welke financiële effecten er uitgaan van normaliseren, demedicaliseren en het vervroegd laten uitstromen van cliënten. Financiële consequenties De voorgestelde maatregelen beogen de situatie financieel beheersbaar te maken en kosten te besparen. Met de maatregelen onderzoeken we hoe groot de besparing is. Aanpak, uitvoering en participatie Als u de voorgestelde maatregelen kunt onderschrijven, dan zal het College deze inbrengen in het regionaal overleg in Holland Rijnland. Vervolgens is het aan de deelnemende gemeenten in Holland Rijnland om zich ook uit te spreken over de voorgestelde maatregelen. Na akkoord kunnen de voorgestelde maatregelen worden uitgewerkt en uitgevoerd. U wordt gedurende dit proces op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en de resultaten. Duurzaamheid De inzichten en voorgestelde maatregelen dragen bij aan een houdbaar en duurzaam jeugdbeleid, waarbij jeugdigen de juiste zorg tijdig kunnen ontvangen. Hillegom-Lisse-Teylingen (HLT) Dit voorstel betreft in eerste instantie Teylingen. Maar de voorgestelde maatregelen zijn voor een deel regionaal belegd. Urgentie De urgentie is hoog.
De kosten voor jeugdzorg zijn hoog, het aantal cliënten neemt toe en de wachtlijsten worden langer. Om de juiste zorg te kunnen bieden en de kosten beheersbaar te houden zijn maatregelen op korte termijn noodzakelijk.
Evaluatie Via de in de notitie genoemde sturings- en monitoringsinstrumenten wordt de raad bij de evaluatie van de genomen maatregelen betrokken. Bijlagen en achtergrondinformatie Bijlage 1 notitie JEUGDZORG TEYLINGEN EN HOLLAND RIJNLAND - Tot hier en hoe nu verder? namens het college van burgemeester en wethouders, Jeroen F.A. Tomassen secretaris
Carla G.J. Breuer burgemeester
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Teylingen, gelezen het voorstel van het college van 26 januari 2021 met als onderwerp Raadsvoorstel Jeugdhulp Teylingen en Holland Rijnland gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op de Jeugdwet 2015 en artikel 108 van de Gemeentewet,
besluit: 1. 2.
Kennis te nemen van de notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland; De voorgestelde maatregelen in de notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland te onderschrijven.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 11 maart 2021,
Robert van Dijk griffier
Carla G.J. Breuer voorzitter
1 2021-03-11 Notitie Jeugdzorg Teylingen en Holland Rijnland
JEUGDZORG TEYLINGEN EN HOLLAND RIJNLAND Tot hier en hoe nu verder? 1. Inleiding Deze notitie beschrijft hoe we er, 6 jaar na de decentralisatie van de jeugdzorg, voorstaan met de transformatie en met het financieel beheer in de jeugdzorg. Daarnaast worden in deze notitie suggesties gedaan hoe we nu met meer daadkracht verder zouden moeten gaan op het pad van de transformatie. Dat er dingen versneld en gewijzigd moeten worden om de problemen, waar we nu tegen aanlopen, het hoofd te bieden, is voor het College evident. Daarover gaat het tweede gedeelte van deze notitie (paragraaf 6). Het eerste gedeelte gaat over wat we weten en wat we monitoren (paragraaf 2-5). Over de terminologie in deze notitie: de termen jeugdzorg en jeugdhulp worden vaak door elkaar gebruikt. In deze notitie wordt onder jeugdhulp verstaan1: hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking en opvoedproblemen. Deze vallen uiteen in twee delen: 1. jeugdhulp zonder verblijf (wijk- of buurtteam, ambulante hulp op de locatie van de aanbieder, daghulp op de locatie van de aanbieder en hulp in het netwerk (thuis, op school)) 2. jeugdhulp met verblijf (pleeggezin, gezinsgerichte opvang zoals logeerhuizen en zorgboerderijen, gesloten plaatsing in een instelling en overige jeugdhulp met verblijf) De term jeugdzorg omvat naast jeugdhulp tevens de jeugdbescherming en jeugdreclassering. 1.
Onder jeugdbescherming wordt verstaan de ondertoezichtstelling en voogdij en worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI‘s) 2. Onder jeugdreclassering wordt verstaan toezicht en begeleiding gedwongen, toezicht en begeleiding vrijwillig en individuele trajectbegeleiding. Ook deze vormen worden uitgevoerd door GI‘s.
2. Decentralisatie jeugdzorg in retrospectief Algemeen Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De belangrijkste gedachte achter de decentralisatie was dat de focus in jeugdzorg een andere kant op moest. Waar deze was gericht op de zorgaanbieders bij het kind of in het gezin (bekend zijn de verhalen dat er in een gezin meer dan 10 zorgverleners rondliepen), moest meer de zelfredzaamheid en eigen kracht van de jongeren en van het gezin centraal komen te staan. Waar de jeugdzorgverlener wat meer een stapje terug zou moeten doen, zouden demedicaliseren, normaliseren en preventie & vroegsignalering meer op de voorgrond moeten treden. En waar de 1
Conform NJI en CBS
1
jeugdzorgverlener wel expliciet een rol heeft, was de gedachte om dan ook het volle vertrouwen in deze professional te stellen. Vervolgens was de gedachte dat gemeenten deze jeugdzorg beter en efficiënter zouden kunnen organiseren, omdat zij dichter bij de jongeren en hun gezinnen staan en daardoor eerder en effectiever de juiste zorg zouden kunnen organiseren. Bovendien zou hierdoor duurdere, meer gespecialiseerde zorg op termijn voorkomen kunnen worden. Omdat gemeenten dit dus goedkoper zouden kunnen organiseren, heeft het Rijk bij de decentralisatie met onmiddellijke ingang 450 miljoen euro gekort op het jeugdhulpbudget. Dit was zo‘n 15% van het totale budget. In 2015 was er landelijk een beschikbaar budget van 3,8 mld; de kosten lagen rond de 3,6 mld. In 2019 liggen de totale kosten tussen de 5,4 en 5,6 miljard euro. Het budget in dat jaar was 3,8 miljard euro. Daarmee ligt de basis voor het tekort tussen de 1,6 en 1,8 miljard euro. Het aantal cliënten in de jeugdhulp is sinds 2015 landelijk met 16% per jaar gestegen. Voor de regio Holland Rijnland is er niet lang na 2015 nog een extra korting van 8% bovenop gekomen; dit naar aanleiding van een herziening van de ‘objectieve verdeelcriteria‘. Per saldo heeft de regio Holland Rijnland dus een korting aan financiële middelen gekregen van ca. 23%.
De constatering is dus dat enerzijds het aantal cliënten flink is gestegen, terwijl anderzijds de kosten, bij een gelijkblijvend beschikbaar budget landelijk, maar met een sterk verkleind regionaal budget, ook stijgen. Wat zijn nu eigenlijk de redenen voor de hoge kosten in de jeugdzorg? Het politieke en bestuurlijke debat is daar de afgelopen periode veelvuldig over gegaan. Ook in de gemeenteraad van Teylingen is deze discussie vaak met elkaar gevoerd. Daarbij is regelmatig de stelling geponeerd dat we ‘dat niet weten‘, en dat we niet weten waar het beschikbare bedrag aan wordt besteed. Het College denkt daar in beide gevallen anders over. Op dit laatste punt wordt in de volgende paragraaf uitgebreider in gegaan. Hieronder worden de redenen die het College ziet voor het eerste punt (waarom zijn de kosten in de jeugdzorg zo hoog?) nog eens samengevat. Redenen hoge kosten jeugdzorg in Holland Rijnland a. Introductie van de Jeugd- en gezinsteams Vanaf het begin van de decentralisatie, vanaf 2015, zijn we in Holland Rijnland gaan werken met multidisciplinair samengestelde jeugd- en gezinsteams (JGT‘s). Deze vorm van toegang tot jeugdzorg heeft haar basis in het beleidsplan ‘Hart voor de jeugd‘, dat aangaf dat een schaal van 1 team op 20.000 inwoners een wenselijke is.
Dat betekende dat Teylingen ging werken met 2 JGT‘s, 1 in Voorhout en 1 in Sassenheim, tevens voor Warmond het aanspreekpunt. Deze JGT’s hebben van begin af aan invulling gegeven aan de laagdrempelige, uitnodigende toegang tot jeugdzorg, passend bij de doelstellingen van het Rijk om te decentraliseren. En dat hebben ze uitstekend gedaan! Vanaf begin af aan heeft het College aangegeven dat dit een transformatie ‘avant la lettre‘ was, waarbij aan de zijde van de overheid direct een grote stap werd gezet naar een goed werkend lokaal/regionaal stelsel. Deze lage drempel, dicht bij huis, heeft gezorgd voor meer cliënten in de jeugdhulp dan voorheen. Hiermee was een stijging van het aantal cliënten een feit.
2
b. Samenstelling van de bevolking Holland Rijnland en daarbinnen zeker Teylingen kent een relatief hoog opgeleide bevolking. Voor wat betreft de druk op de jeugdzorg heeft dat twee effecten. In de eerste plaats hebben we met hoog opgeleide inwoners ook te maken met mondige inwoners. Elke ouder wil het beste voor zijn/haar kind, maar mondige ouders weten dit beter te verwoorden in geval van een JGT-bezoek en zijn in de regel ook vasthoudender en meer eisend in hun vraag naar zorg voor hun kind. Dit is geen verwijt, maar een objectief gegeven. Daarnaast is er een substantieel bestanddeel van het aantal JGT-bezoeken te relateren aan echtscheidingen, waarvan aangenomen kan worden dat deze bezoeken relatief vaker voorkomen bij ouders met een hoog inkomen2. De onderstaande percentages van het totaal aantal cases maken inzichtelijk dat een medewerker van het JGT vaak te maken krijgt met echtscheidingsproblematiek en dat ouders en kinderen die kampen met deze problemen, hun weg naar het JGT weten te vinden. JGT Subjectieve indruk echtscheidingscases Sassenheim/Warmond 30-35% Voorhout 25-30% Hillegom 10% Noordwijk 25% Katwijk 25% Lisse 30% Wel moet worden opgemerkt dat deze percentages subjectief zijn, het is de beleving van de JGT-medewerker want de zaken worden niet geregistreerd. c.
SBO-leerlingen In een aantal jaar geleden gehouden quick scan door het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) is gebleken dat Teylingen relatief veel SBO-leerlingen kent. SBOleerlingen zien we ook vaker terug bij JGT’s dan kinderen uit het reguliere PO. Ook dit kan dus verklaren waarom Teylingen een relatief hoog aantal instroom jeugdigen in de jeugdzorg kent. d. Veel nadruk op preventie & vroegsignalering. Op verzoek van de gemeenteraad heeft het College in beeld gebracht welke activiteiten in het kader van preventie & vroegsignalering in Teylingen worden ondernomen. Een pagina’s-lange lijst is gepresenteerd, waaruit blijkt dat er op dit gebied heel veel gebeurt. Uit het onderzoek van AEF3 van december 2020 blijkt dat vroegtijdige interventies enerzijds de kwaliteit van leven van de desbetreffende jeugd positief kunnen beïnvloeden. Daarnaast kan preventie & vroegsignalering tot een kostenbesparing leiden naarmate zij effectiever zijn en als ze zich richten op die groep van kinderen, jongeren en gezinnen die later grotere problemen ontwikkelen. De vraag hoe deze selectie goed plaats kan vinden, is echter nog onbeantwoord. De conclusie van dit onderzoek is dan ook dat de inzet van preventie & vroegsignalering niet kan leiden tot een structurele besparing binnen de Jeugdwet.
Het onderzoek van AEF gebruikt dan ook de volgende metafoor: geen boeggolf, maar een structurele stijging van het waterpeil. De vraag is dan overigens wel of dit alleen afhankelijk is van het vroegtijdig signaleren van probleemgezinnen of dat preventie & vroegsignalering 2
Hier wordt dus niet gesteld dat het aantal echtscheidingen bij hoog opgeleiden hoger is, wel dat hoger opgeleiden in geval van scheiding vaker het JGT bezoeken. 3 Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020, pagina 17 e.v.
3
überhaupt niet kan leiden tot structurele kostenreductie. Als het inderdaad alleen afhankelijk is van het vroegtijdig ingrijpen in potentiele probleemgezinnen, dan is het interessant om na te gaan welke acties/beleid/interventies we kunnen bedenken om deze gezinnen te ondersteunen met als doel escalatie naar de jeugdhulp te voorkomen en de zelfredzaamheid te vergroten e. Niet een te grote instroom, maar een te kleine uitstroom. Uit het onderzoek van AEF blijkt dat het aantal cliënten in de jeugdhulp de afgelopen jaren is gestegen. ‘De instroom is in die jaren constant gebleven. Wel maken relatief meer gezinnen met hogere inkomens gebruik van jeugdhulp, met name ambulante jeugdhulp. Dit roept de vraag op of de juiste doelgroep bereikt wordt. Juist bij gezinnen met lagere inkomens werd immers meer verborgen problematiek verwacht die door het lokaal organiseren van jeugdhulp aan het licht zou kunnen worden gebracht. De stijging in het aantal cliënten wordt veroorzaakt doordat de uitstroom structureel lager is dan de instroom. De kosten per cliënt per jaar nemen ook toe, dus dit wordt niet veroorzaakt door ‘waakvlamcontacten’. De jeugdhulp per cliënt is dus duurder geworden, en duurt langer.4‘ Als deze conclusie naast de ervaringen in Teylingen wordt gelegd, dan is dat herkenbaar.
Steeds vaker komt de vraag aan de orde of er wel voldoende wordt afgeschaald door de zorgaanbieders (cliënt terug naar het JGT of zelfs uit de jeugdhulp gaat). Het College krijgt daarover tegenstrijdige berichten. Aan de andere kant van het spectrum is er waarschijnlijk onvoldoende uitstroom naar andere vormen van hulp, nl vallende onder de Wet langdurige zorg. Aan twee kanten dus te weinig uitstroom. f. Vertrouwen in de professional en het kind centraal Gemeenten zijn niet van de zorg5. Daar weten wij nauwelijks iets van af. Dat moeten we dan ook vooral overlaten aan de zorgprofessional. Hiermee wordt overigens niet de zorgaanbieder als organisatie bedoeld, maar de professional zelf die voor de zorgorganisatie werkt. Vertrouwen in de professional is dan ook een adagium, dat we al sinds 2015 ook in Teylingen als leidraad gebruiken. Daarmee bestaat wel de kans, dat er ‘met zekerheid voor het kind‘ wordt behandeld. Liever een behandeling meer dan minder. Vanuit het oogpunt van het kind is dit een zeer te begrijpen handelswijze; constatering aan de andere kant moet echter wel zijn dat dit niet per definitie bijdraagt aan de meest kostenefficiënte situatie.
Bovenstaande oorzaken, die het College ziet als verklaring voor het hoge kostenniveau van de jeugdzorg in Holland Rijnland en specifiek in Teylingen, moeten vervolgens worden afgezet tegen de eerder in deze paragraaf genoemde financiële tekorten. En zie hier de kern van het probleem. 3. De financiële situatie Met enige regelmaat worden er vragen gesteld over de geldbedragen, die in Holland Rijnland en in Teylingen omgaan in de jeugdzorg. Daarbij wordt soms aangegeven dat we niet weten om hoeveel geld het gaat. Niets is minder waar, dat weten we precies. 4 5
Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020, pagina 35 Gemeenten staan natuurlijk wel aan de lat voor het organiseren van de zorg
4
Holland Rijnland Vlak voor de decentralisatie in 2015 werd er in de regio Holland Rijnland 118 miljoen aan jeugdzorg besteed door provincie en Rijk. Na de decentralisatie naar het gemeentelijke niveau ontving Holland Rijnland 102 miljoen. Daarna zijn er vervolgens flinke afromingen van dit bedrag geweest. Hieronder staat de begroting en de prognose van de uitgaven jeugdzorg voor 2021 vermeld.
Jeugd- en gezinsteam Jeugd- en gezinsteam JGT in COA Compensatie VO Totaal jeugd- en gezinsteam Regionale jeugdzorg Regionale jeugdhulp Landelijk transitie arrangement Expertteam (zorginhoudelijk) Expertteam (organisatie) Gesloten jeugdhulp Toeleiding gesloten jeugdhulp (organisatie) Verplichte vergoeding huisvestingslasten gesloten JH Jeugdbescherming en jeugdreclassering Doorloop nee, tenzij 2020 Doorbraakaanpak GI‘s Gevolgen COVID 19 Totale regionale jeugdzorg Totale kosten regionale inkoop jeugdzorg
Begroting HR 2021
Prognose 2021 HR (peildatum 1 oktober 2020)
Prognose Teylingen 2021 (peildatum 1 oktober 2020)
7.402.980 48.938 3.743 7.455.661
7.402.980 48.938 3.743 7.455.661
697.368 4.610 8.679 710.657
57.936.542 959.587 2.008.018 42.648 3.944.970 138.607 -
58.375.147 1.600.000 3.224.537 13.787 3.944.970 138.607 261.766
5.487.646 150.410 303.128 1.296 775.314 27.241 51.445
9.609.278 PM PM PM 74.639.650 82.095.312
9.455.578 445.144 PM PM 77.459.536 84.915.197
524.791 41.846 PM PM 7.363.118 8.073.775
Het verschil tussen de begroting HR en de prognose HR op basis van de gegevens tot 1 oktober 2020 is 2,8 miljoen. Dit is het bedrag waarover in het PHO Maatschappij in Holland Rijnland is afgesproken dat dit met een negental maatregelen naar beneden gebracht dient te worden. Daarbij zijn de volgende maatregelen afgesproken: 1. Inzet begeleiding beperken Het gaat hier om het opstellen van criteria en kaders voor het inzetten van begeleiding en het definieren van uitzonderingsituaties; het beter samenwerken op cliëntniveau en het sneller inzetten van alternatieve vormen van ondersteuning; het ontwikkelen van een passend aanbod en inzetten van collectieve in plaats van individuele begeleiding. 2. Duobehandeling Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) Twee kinderen zouden tegelijkertijd dezelfde behandeling krijgen van een behandelaar, waardoor er een efficiëntieslag gemaakt wordt en een besparing 5