Agendabundel
Tekst van het document
gerealiseerd kan worden (nu is alle behandeling een-op-een). Op basis hiervan zouden duobehandelingen een financiële besparing van 50% per behandeluur op kunnen leveren. 3. POH GGZ versneld uitrollen Dit hebben we in Teylingen al sinds begin 2020 in gang gezet. Doelen die hiermee bereikt worden, zijn normalisatie door het bieden van lichtere, snelle en gerichte jeugdhulp door JGT en/of voorveld, gerichter doorverwijzen naar de specialistische jeugdhulp en verbeteren van de samenwerking tussen huisarts en JGT. 4. Heroverweging inzet echtscheidingsproblematiek Kern van deze overweging betreft het beleggen van jeugdhulpvormen als trainingen en cursussen ( zoals faalangsttraining, rots en water, etc.) bij de JGT’s (Toegang) en het “voorveld” en met een aantal trainingen/cursussen stoppen (zoals booztweek, looptocht etc.), het budget niet ophogen en toenemende wachtlijst accepteren en alleen jeugdhulp inzetten als ook vanuit WMO of Zorgverzekeringswet inzet voor ouders is. 5. Stapeling van zorg Inhoudelijk gaat het hier om 1 van de stokpaardjes van het College bij de transformatie, zoals deze door zorgaanbieders kan worden ingezet: meer samenwerken in het verlenen van de zorg. Inhoudelijk kan dit een zeer wenselijke ontwikkeling zijn als er betere zorg geboden kan worden door verschillende expertises gelijktijdig en integraal aan te bieden. 6.
Kaders voor Kinderdagcentra (KDC) Dit is een voorbeeld van het beter benutten van het voorveld. We hebben het hier dan over ‘normaliseren‘ (normalisatie door benutting van reguliere voorzieningen en specialistische inzet waar nodig). 7. Kwaliteitsmedewerker verwijzingen Inzetten van een kwaliteitsmedewerker ten einde de kwaliteit van verwijzingen te verbeteren en daarmee te sturen op inzet van de voorliggende voorzieningen, zo licht als kan en normaliseren. Deze functionaris kan ingezet worden bij: - toegang gemeenten (JGT‘s) - toegang GI‘s - niet gecontracteerde zorg 8. Maximale bestedingsruimte op € 0 Bij instromende jeugdhulpaanbieders per 1 juli 2020 en 1 januari 2021 wordt de maximale bestedingsruimte op € 0 gezet. Hierdoor kan de aanbieder geen jeugdhulp aanbieden in onze regio. 9. Kostenbewustzijn toegang JGT Normaliseren waar mogelijk door meer oplossingen in het netwerk en voorveld te zoeken door inzicht van kosten te vergroten. De toegang krijgt tools aangereikt om de verantwoordelijkheid bij ouders te versterken/leggen. De inschatting is gemaakt dat bij volledige benutting van deze maatregelen het prognosetekort t.o.v. de begroting 2021 moet kunnen worden teruggebracht van 2,8 mln naar 1,5 mln. Let wel, dit zijn cijfers en prognoses op basis van 6
gegevens in Q3 van 2020. In het eerste kwartaal 2021 verwachten we opnieuw cijfers met prognoses over 2021 op basis van de dan bekende gegevens en ontwikkelingen. Uit het bovenstaande blijkt dat we in ieder geval de cijfers goed op een rij hebben in termen van begroting en bijstelling van de begroting om welke reden dan ook. Vervolgens kan natuurlijk de constatering zijn dat dit weliswaar zo is, maar dat we de feitelijke geldstromen in jaar t niet helder hebben. Waar gaat het geld feitelijk heen? Het antwoord is dat we dat ook nauwgezet in beeld hebben. In de volgende paragraaf wordt daar een beeld van geschetst. 4. Monitoring en sturing Bij het begin van deze paragraaf overigens direct een nuancering op de laatste alinea van paragraaf 3. Bij monitoring en sturing gaat het wat het College betreft niet alleen om inzicht in geld(stromen), maar vooral om inzicht in het aantal cliënten. Hieronder onderbouwt het College de stelling dat we WEL weten om hoeveel geld het gaat, dat we WEL weten waar het geld naar toe gaat, dat we WEL weten om hoeveel cliënten het gaat (zowel op niveau van Holland Rijnland als op dat van Teylingen) en dat we dat alles zelfs ook per aanbieder in beeld hebben. En, on top of it, ook nog dat we de zogenoemde delta in beeld kunnen brengen: de wijzigingen in aantallen cliënten en in geld in jaar t+1 ten opzichte van jaar t.
Hieronder worden daar een paar voorbeelden van getoond. Wat weten we nu? Uit onderstaand overzicht blijkt dat we dat voor Teylingen (en ook voor Holland Rijnland, want deze cijfers zijn van dit niveau afgeleid) precies weten om hoeveel cliënten het gaat, om welke bedragen het gaat, om hoeveel cliënten en welke bedragen bij welk type jeugdzorg horen en ook wat de delta is voor beide categorieën (in dit voorbeeld tussen 2019 en 2020).
7
Clientaantallen en totale facturatie Teylingen eerste halfjaar 2019 en 2020
We kunnen op basis van de nu beschikbare gegevens ook nog verder specificeren. En daarbij kunnen we niet alleen de feiten voor jaar t geven (een ‘foto‘), maar ook afzetten tegen de cijfers van de vergelijkbare periode in het jaar t-1 (dus de delta weergeven). Hieronder volgen een paar interessante voorbeelden.
8
Het aantal jeugdigen dat in Teylingen door praktijkondersteuners huisartsen is geholpen:
Grafiektitel 2020-h2*
9
2020-h1
2
7
25
2019-h2
4
2
2 0%
2 13
2
80%
100%
3
20%
40%
60%
geholpen door poh terugverwezen voorveld (o.a. jongerenwerk, sport) terugverwezen voorliggende voorzieningen (o.a. CJG) overbruggingshulp doorverwezen specialistische hulp
Percentage jeugdigen die hulp krijgen van het JGT: vergelijking gemeenten/regio* in de tijd 30 25 20 15 10
6,6
5,3
5,1 4,9
5
4
3,7
4,7
4,5 4,4
4,2
0 Hillegom 2017-h1
Lisse 2017-h2
2018-h1
Teylingen 2018-h2
DBS 2019-h1
9
Holland Rijnland 2019-h2
2020-h1
Aantal jeugdigen met jeugdhulp Teylingen: vergelijking in de tijd 1200 1000
65
60
940
970
2017-h1
2017-h2
55
55
965
1010
1035
970
2018-h2
2019-h1
2019-h2
2020-h1
45
35
45
800 600 400
875
200 0 2018-h1
zonder verblijf*
met verblijf
Aantal jeugdigen met jeugdhulp : vergelijking gemeenten/regio** 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
25
25
35
30
55
35
825
545
535
540
550
1035
970
12920 12880 344785 306255
2019 (h2)
2020 (h1)
2019 (h2)
2020 (h1)
2019 (h2)
2020 (h1)
2019 (h2)
Hillegom
Lisse
Teylingen
zonder verblijf*
790
2020 (h1) HR
met verblijf
10
37885 32805
2019 (h2)
2020 (h1) NL
Percentage jeugdigen (0-17 jaar) met jeugdhulp: vergelijking gemeenten/regio* in de tijd 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
13,4
12,2 10,4
Hillegom 2017-h1
Lisse 2017-h2
12,2 11,5
11,6 12,1
Teylingen
2018-h1
2018-h2
11,9 9,5
Holland Rijnland 2019-h1
9,7
Nederland
2019-h2
2020-h1
Percentage jeugdigen (0-17 jaar) met een jeugdbeschermingsmaatregel: vergelijking gemeenten/regio* in de tijd 10 8 6 4 2
1
0,9 0,5
0,6 0,6
0,7 0,8
0,9
1,1
1
0 Hillegom 2017-h1
Lisse 2017-h2
Teylingen
Holland Rijnland
2018-h2
2019-h1
2018-h1
Nederland
2019-h2
2020-h1
Facturatie naar zorgvorm 3000000 2500000 2000000 1500000 1000000 500000 0
2661484
1237844 582939
390877
2018
132542
2019
11
67033
2020
58571
23516
108008
7274
Unieke cliënten naar zorgvorm 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
792 773
41 37
46 51
54 72
14 16
2018
71 47
2019
18 19
16
7
21 16
6
5
2020
Gefactureerde kosten per maand €650.000 611776
€600.000
592179
563027 550274
€550.000
542279
€500.000
530949 493224
488299 456593
€450.000 €400.000
385136
€350.000 jan
feb
mrt
april 2018
mei
juni 2019
juli
aug
sept
okt
nov
dec
2020
Bovenstaande cijfers zijn afgeleid van een aantal bronnen, die ons ter beschikking staan om het verloop van het aantal cliënten en de bestede bedragen te monitoren. En dat zijn er best een aantal:
Halfjaarrapportages van TWO/Holland Rijnland; Dashboard Holland Rijnland, beschikbaar via Annual Insight; www.waarstaatjegemeente.nl www.zorglandschap.nl www.cbs.nl Monitor sociaal domein Teylingen
12
Weten we alles? Nee. We weten niet alles. We hebben bijvoorbeeld nog beperkt zicht op, waar het gaat om de cliënten, hoe goed ze zijn geholpen met een bepaalde behandeling. Dat is ook lastig voor een lokale overheid om te beoordelen; zoals hiervoor al eerder opgemerkt: de lokale overheid is niet van de zorg inhoudelijk, wel van de zorg goed organiseren. Dat is onze taak. Daar waar het gaat om de zorg inhoudelijk, zijn we afhankelijk van en vertrouwen we op de professional. De beperkte instrumenten die we daarvoor hebben, zijn de klanttevredenheidsonderzoeken en de cijfers van in- en uitstroom, inclusief recidive. Ook bestaat er niet een 100%-zicht waar het gaat om een effectieve en efficiënte besteding van de gelden door de zorgaanbieders. We doen er aan de overheidskant veel aan om dat zo veel mogelijk in beeld te brengen en waar nodig bij te sturen. In de eerste plaats doen we dat door te werken met vooraf vastgestelde tarieven. Deze tarieven worden vastgesteld na overleg met de zorgaanbieders en gelden vervolgens voor alle zorgaanbieders van het desbetreffende jeugdzorgaanbod. Bij de TWO is er goede kennis in huis om deze gesprekken effectief te kunnen voeren. Dan nog kan het zo zijn dat, met deze vastgestelde tarieven in de hand, zorgaanbieders in een bepaalde mate winst maken6.
Om dit in beeld te brengen, is er naast het systeem van vastgestelde tarieven, tevens een jaarlijkse audit van de belangrijkste zorgaanbieders door Annual Insight. De TWO voert jaarlijks een controle uit op de jaarrekeningen van de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Met behulp van Annual Insight wordt van de belangrijkste aanbieders inzicht en duiding gegeven in de ontwikkelingen en het risico vanuit een financieel economische blik. De informatie wordt gebruikt om per aanbieder doelen te formuleren in het contractmanagement. Daarbij wordt ook in kaart gebracht wat de afhankelijkheid is vanuit Holland Rijnland versus de jeugdhulpaanbieder.
Kortom We weten veel. Via het dashboard van Annual Insight kunnen we per gemeente, per aanbieder, per maand achterhalen hoe de gelden worden besteed, inclusief een weergave van de ontwikkeling in de tijd, de delta. Maar we weten niet alles. En dat alles komt bij elkaar in de centrale vraag voor de toekomst: op welke wijze kunnen we de delta in de door ons gewenste wijze beïnvloeden? Dat is de centrale vraag, die nu voor ons ligt. Hoe geven we vorm aan die transformatie. Daarop geeft paragraaf 6 een reeks van gedachten en suggesties. Maar eerst even een stapje opzij, naar wat facts & figures van een pilot in Holland Rijnland: Go! voor jeugd.
6
Overigens is natuurlijk ook het omgekeerde het geval: zorgaanbieders die niet uitkomen met de tarieven en het hoofd niet meer boven water kunnen houden.
13
5. GO! voor jeugd GO! voor jeugd is een organisatie die bestaat uit acht samenwerkende zorgaanbieders. Tezamen vormen zij voor de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem 1 aanbieder voor alle jeugdhulp in beide gemeenten. Alle vormen van jeugdhulp (ambulant en verblijf, exclusief gesloten jeugdhulp) in 1 opdracht, inclusief pgb7 en toegang. Samenwerking tussen expertises wordt met deze aanpak bevorderd. Er is 1 aanspreekpunt voor de gemeente. Er is 1 vast bedrag per jaar voor uitvoering van de opdracht, waarin financieel rendement voor transformatie is meegenomen. Hierbij ligt de verantwoordelijkheid bij de aanbieder. Er is een overeenkomst afgesloten voor een langere periode, die 2 x verlengd kan worden (4+2+2 jaar). De gedachte hierachter is dat dit zekerheid en continuïteit biedt voor zowel de inwoner als de aanbieder. Het resultaat – en niet het product – vormt de basis van de overeenkomst. Ten slotte is er ruimte voor GO! voor jeugd om specifieke vormen van gespecialiseerde jeugdhulp flexibel in te kopen. Ook is er aandacht voor specifieke positie van kleine aanbieders. Deze aanpak is door de Duin- en Bollenstreek vanaf het begin af aan beschouwd als een interessante pilot, die informatie oplevert voor onze overwegingen hoe de nieuwe ronde van inkoop van jeugdhulp in te gaan.
Interessant onderdeel van de aanpak van GO! voor jeugd is dat nagenoeg alle ambulante hulp lokaal wordt aangeboden. De meer specialistische hulp geschiedt via zogenoemde MASTteams (multidisciplinaire ambulante specialistische teams). Een ander positief punt in deze aanpak, is de mate waarin deze formule bevordert dat de zorgaanbieders meer gaan samenwerken. Dat is zeer te verwachten, omdat ze gezamenlijk in 1 organisatie zitten en een contract hebben gesloten voor een van te voren afgesproken bedrag. Dat geldt in ieder geval voor de 8 deelnemende partijen; hoe de samenwerking met de overige zorgaanbieders (die samenwerking moet er natuurlijk ook zijn) uitwerkt, is nog wel een interessante. Het rapport van Rebel8, dat deze aanpak heeft geëvalueerd, geeft hier niet een eenduidig antwoord op. Een derde element dat in deze aanpak aanspreekt, is de integrale benadering. Die zit ‘m vooral op twee punten. In de eerste plaats is er veel aandacht voor het samenspel tussen de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Oftewel tussen 18- en 18+. Kinderen worden bijvoorbeeld niet meer uit huis geplaatst. Als het in deze zin echt nodig is, wordt er gekeken naar een gezinsopname, in plaats van het kind alleen uit huis te plaatsen. Deze benadering wordt Gezin totaal genoemd. Daarnaast is er de integrale benadering in het samenspel met het onderwijs.
In paragraaf 6 wordt aangegeven dat het College ook voor ons hierin nog veel kansen ziet om de jeugdhulp een duw in de goede richting te geven. Vanuit GO! voor jeugd is er een nauwe band, via professionals, met datgene wat er op de scholen gebeurt en wordt er in die zin dus vroegtijdig gesignaleerd en geregistreerd. 7 8
PersoonsGebonden Budget Evaluatie Go! voor jeugd, 11 juni 2020
14
Bureau Rebel heeft in juni 2020 een evaluatierapport van GO! voor jeugd opgeleverd. Hun centrale conclusie is de volgende: Onze conclusie is dat GO! met deze omvattende aanpak de basis heeft gelegd voor de beoogde beweging, dat die beweging op diverse vlakken op gang komt, en dat beoogde effecten – zij het nog op kleine schaal – zichtbaar worden. Het is niet af. Er is meer nodig. Een verdere professionalisering van de organisatie en aanpak van GO! om van een veelbelovende proeftuin de overstap te maken naar een aanpak die duurzaam is ingebed in de wijken en buurten van Alphen en Kaag. De financiële krapte in de ‘productie’ verdringt de aandacht voor vernieuwing en de veranderkracht van GO! De aanpak heeft echter ook een aantal kanttekeningen.
9
Voor de leden van GO! voor jeugd staat – begrijpelijkerwijs – de financiële continuïteit van de eigen organisatie voorop en dat spoort niet altijd met de transformatie-opdracht van GO!; dat is bijvoorbeeld aan de orde als het gaat om het substitueren van 2e lijns gespecialiseerde zorg voor inzet vanuit de (gebieds-)teams. Dat draagt bij aan de doelen van GO!, maar leidt tegelijkertijd tot vermindering van de zorg en ondersteuning die geboden kan worden door leden met een specialistische aanbod. De doelen en belangen van GO! en haar leden zijn daarmee niet per definitie gelijk9. GO! is een gelaagde organisatie, waarvan de kern van de organisatie te weinig beïnvloedingsmogelijkheden heeft als het gaat over de inzet van de leden en onderaannemers. Daarmee wordt de potentiele kracht van de gebiedsteams en de veranderkracht van het managementteam te weinig benut.10 De gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem hebben ieder een lumpsum contract afgesloten met GO!. Deze lumpsumbedragen staan vast voor vier jaar. Tijdens de uitvoering van het contract is het toch nodig gebleken dat er aanvullende financiering vanuit de gemeenten heeft plaatsgevonden. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat GO! een beperkte invloed heeft op de cliënten die in de overgangsperiode zijn ingestroomd, waardoor het aantal cliënten in 2018 onverwacht hoger is uitgevallen.
Ook zijn er structureel aanvullende middelen gekomen i.v.m. de wijziging in de regeling verlengde pleegzorg als gevolg van een bestuurlijke afspraak tussen de VNG, Jeugdzorg Nederland en het Rijk (VWS) waardoor pleegzorg voortaan standaard tot 21 jaar ingezet zal worden (in plaats van 18 jaar). Ten slotte kent het contract een bepaling omtrent het risicodossier dat GO! heeft ingediend. Hierin zijn de voogdijkinderen opgenomen die afkomstig zijn uit andere gemeenten, maar die zijn geplaatst in pleegzorggezinnen of andere verblijfsvoorzieningen binnen de gemeenten Alphen aan den Rijn of Kaag en Braassem. Doordat het wettelijk woonplaatsbeginsel niet voorziet in deze groep, drukken de
Rebel, Evaluatie GO! voor jeugd, 20 juni 2020, pagina 10 Rebel, Evaluatie GO! voor jeugd, 20 juni 2020, pagina 10
10
15
kosten voor deze zorg op het budget van GO! terwijl GO! nauwelijks invloed heeft op deze groep en kan vanuit de integrale benadering en werkwijze geen transformatiedoelen behalen op deze groep11. Alles afwegende gaat het wat het College betreft hier om een zeer interessante pilot, waarvan we de positieve punten echt kunnen gebruiken in onze zoektocht naar een versnelde en verstevigde transformatie, terwijl anderzijds goed geleerd kan worden van de kanttekeningen, die er natuurlijk altijd aan zo’n pilot kleven. Voor wat betreft de systematiek is het interessant of de bekostiging via GO! betere resultaten zal laten zien dan het financiële model in de Leidse Regio en in de Duin- en Bollenstreek. Hoe dan ook, en met welke uitkomst dan ook, in die zin is een pilot natuurlijk altijd geslaagd!
6. De in te zetten koers Voordat het College in deze notitie haar ideeën geeft over hoe nu de transformatie, zowel inhoudelijk als financieel, verder in te zetten en te versnellen, eerst nog even een beeld van waar we in de ogen van het College nu staan:
JA, we weten over hoeveel cliënten we praten; JA, we weten in welke gemeenten de cliënten wonen; JA, we weten naar welke zorgaanbieders de cliënten toe gaan; JA, we weten welke delta er per gemeente, per maand, per jaar optreedt in het aantal cliënten per zorgaanbieder; JA, we weten de hoogte van het jeugdbudget per gemeente, per jaar; JA, we weten welk bedrag er per gemeente, per maand, per jaar naar welke zorgaanbieder gaat; JA, we weten welke delta er per maand, per jaar optreedt in de besteding van de bedragen; JA, we weten hoe de grotere zorgaanbieders in onze regio er financieel voor staan; NEE, we weten nog niet goed genoeg met welke maatregelen we de delta in de goede richting kunnen beïnvloeden; NEE, we weten nog niet goed genoeg welke financiële effecten er uitgaan van normaliseren, demedicaliseren en het vervroegd laten uitstromen van cliënten.
Op de laatste twee punten, de NEE-punten, moet daarom nu de inzet gericht zijn. Als we deze kunnen omzetten in een JA, gaan we de gewenste transformatie goed en versneld inzetten. Dan is natuurlijk vervolgens de vraag: welke maatregelen moeten we dan inzetten om die transformatie een boost te geven? Hieronder geeft het College daar haar ideeën voor.
11
Rebel, Evaluatie GO! voor jeugd, 20 juni 2020, pagina 16, 17
16
Wat we niet moeten doen Allereerst aandacht voor een vaker gehoorde maatregel, die we NIET moeten doorvoeren: het terugdraaien van de decentralisatie. De jeugdzorg weer terug naar provincie en rijk. De gedachte hiervoor is overigens wel verklaarbaar:
Het duurt te lang voordat we resultaten van die decentralisatie zien. Het College heeft in de afgelopen periode vaker aangegeven het met deze constatering eens te zijn, maar wel heeft zij daar altijd de volgende kanttekening aan toegevoegd: we zijn door de afroming van 23% van het jeugdbudget in onze regio gelijktijdig met de decentralisatie wel in een te nauw pak gekleed. In Denemarken is dit verstandiger aangepakt. Ook daar heeft een decentralisatie naar het lokale niveau plaatsgevonden, maar is de financiële korting pas jaren later toegepast. Met andere woorden, gemeenten hebben daar naar toe kunnen groeien. Een andere verklaring, ons inziens, voor de geluiden van recentralisatie nu is het herkenbare patroon dat bij de rijksoverheid vaker te zien is: in tijden van hoogconjunctuur decentraliseren (‘gemeenten kunnen het effectiever en efficienter‘) en in tijden van laagconjunctuur weer centraliseren (‘gemeenten werken te versnipperd‘). Een voorbeeld hiervan is de milieuwetgeving, waarbij sinds de opkomst ervan in de 80‘er jaren van de vorige eeuw ook een dergelijk patroon te zien is.
Het idee is dus weliswaar verklaarbaar, maar zeer onwenselijk. De centrale gedachte dat de jeugdzorg bij de ‘eerste overheid‘ voor de inwoners georganiseerd moet worden, is natuurlijk de enig juiste. Dit is ook 1 van de verklaringen, waarom we in de situatie van nu zijn beland: we dreigen ten onder te gaan aan ons eigen succes. We halen veel meer misstanden uit de maatschappij dan dat provincie en rijk ooit hebben kunnen doen, het aantal cliënten in de jeugdzorg is sinds 2015 immers aanmerkelijk gestegen. We zijn hierin trouwens als gemeenten wel doorgeschoten, daarom zal een aantal van de oplossingsrichtingen er ook op gericht zijn om die instroom te beperken.
Mogelijke oplossingsrichtingen Het College ziet, naast het voortzetten van alle maatregelen, die we tot nu toe al hebben genomen om de transformatie in te zetten12 de volgende mogelijkheden als belangrijke input om de transformatie (in inhoud en geld) een positieve impuls te geven: 1. Meer geld vanuit het Rijk 2. Eigen bijdrage van ouders
12
Dat moet natuurlijk ook vermeld worden! We beginnen natuurlijk niet van scratch af aan. We gaan door met de POH jeugd, met de integrale benadering van de JGT‘s, straks weer verder doorontwikkeld in de Integrale Toegang, met de maatregelen preventie en vroegsignalering, ondanks de constatering van AEF dat dit nog niet heeft geleid tot financieel gunstige resultaten, met het bevorderen van de samenwerking tussen zorgaanbieders, etc.
17
3. Instroom beperken (wat is jeugdhulp?) 4. Uitstroom vergroten 5. Tarievenbeleid verstevigen 6. Criteria PGB verzwaren Hieronder worden deze 6 mogelijkheden nader toegelicht.
1. Meer geld vanuit het Rijk De kosten voor jeugdzorg in Nederland zijn gestegen van 3,6 miljard euro in 2015 tot 5,4 a 5,6 miljard euro in 2019. Dit is niet alleen het gevolg van het feit dat de instroom sinds de decentralisatie naar gemeenten een stuk groter is geworden (sinds de decentralisatie 16% per jaar!13), maar ook omdat o.a. de kosten die gemeenten maken in het zogenoemde voorveld hierin zijn meegenomen. Dat is terecht, omdat al die maatregelen in het teken staan van zoveel mogelijk voorkomen van zwaardere (en dus duurdere) vormen van jeugdhulp. Het beschikbare budget in 2019 was 3,8 miljard euro. Daarmee ligt de basis voor het tekort tussen de 1,6 en 1,8 miljard euro14. Hoe goed we het op lokaal niveau ook doen of gaan doen met de transformatie, dit zijn vanzelfsprekend tekorten die we nooit kunnen gaan wegwerken. Hier moeten andersoortige maatregelen voor worden genomen. De meest voor de hand liggende is dat de Rijksoverheid erkent dat de decentralisatie in financieel opzicht is mislukt, er ten onrechte van begin af aan 15% op het totale budget is gekort en dat er een aantal autonome ontwikkelingen sindsdien heeft plaatsgevonden, dat nu leidt tot deze tekorten, maar gemeenten niet mogen worden aangerekend. Maatregel 1 Het Rijk dient structureel meer geld voor jeugdzorg ter beschikking te stellen.
Gemeenten dienen een constante lobby te organiseren richting het Rijk om dit onder de aandacht te brengen/te eisen. In ieder geval moet dit onderdeel zijn van vele brieven vanuit de lokale overheid richting de kabinetsformateur in Q1 van 2021.
2. Eigen bijdrage van ouders Binnen Holland Rijnland heeft het College al twee keer in de discussie hoe we de transformatie kunnen bespoedigen en de kosten binnen de perken kunnen houden, naar voren gebracht dat we moeten kijken naar het ‘heilige huisje‘ dat ouders bij jeugdzorg geen eigen bijdrage hoeven te betalen. Twee keer was daarop het antwoord dat de Jeugdwet dit verbiedt. Deze constatering is sec een juiste. En toch zie je beweging op dit vlak. Sinds de uitspraak van de Centrale
13 14
Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020, pagina 13 Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020, pagina 12 en 13
18
Raad van Beroep in de Zwijndrechtzaak15 wordt in toenemende mate door Colleges gesteld dat jeugdhulp weliswaar nodig is maar dat ouders zelf de hulp kunnen bieden omdat ze daartoe financieel in staat zijn. De rechtbank Den Haag heeft recent zelfs geoordeeld16 dat ouders verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen en dat zij, indien noodzakelijk, vergaande aanpassingen doen om dit te realiseren. Dit kan volgens de rechtbank betekenen dat een ouder het eigen toekomstperspectief (carrière) of financiële situatie zal moeten bijstellen om voor het kind beschikbaar te zijn en de noodzakelijke zorg te kunnen bieden. Het College ziet in beide uitspraken het openbreken van het uitgangspunt in de Jeugdwet dat een eigen bijdrage van ouders niet mogelijk is. Dat wil niet zeggen dat het College zich erbij neerlegt dat er, vooruitlopend op de ontwikkeling in de jurisprudentie, op dit vlak nu nog niets mogelijk is. Het College heeft namelijk tevens in die discussies aangegeven dat we dan, binnen de grenzen van de wet, de randen moeten opzoeken. Daarbij moet gedacht worden aan de mogelijkheid dat een professional in voorkomend geval niet meer een 917 gaat indiceren voor een cliënt, maar een 7. Niet een ‘zeer goede‘, maar een ‘ruim voldoende‘ maatregel indiceert om het kind te helpen.
Hiermee voldoen de professionals aan de achterliggende gedachten en aan de wettelijke regelingen van de Jeugdwet. Deze maatregel kan bijvoorbeeld resulteren in een minder dure behandeling of een kleiner aantal behandelingen. Willen de ouders of verzorgenden meer en beter voor hun kind, dan kan dat natuurlijk. Alleen dan wel voor eigen rekening. Maatregel 2 De professional indiceert niet meer een zeer goede maatregel (een 9), maar een ruim voldoende maatregel (een 7). Er is natuurlijk in deze categorie ook nog een andere, veel betere maatregel, die een eigen bijdrage van de ouders of verzorgenden mogelijk maakt. Alleen, die kunnen wij als gemeenten niet doorvoeren, maar alleen het Rijk: maak in de Jeugdwet de eigen bijdrage van ouders of verzorgenden een expliciete mogelijkheid. Tot deze conclusie kwam ook AEF18: ‘Voor het berekenen van het financiële effect is uit gegaan van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage die voor de Wmo gold (…). Daarbij is ervan uitgegaan dat de eigen bijdrage geldt voor alle vormen van jeugdhulp; jeugdhulp die opgelegd is vanuit het gedwongen kader is hierin dus ook meegenomen, maar de jeugdbescherming en jeugdreclassering zelf niet. Met deze uitgangspunten heeft de maatregel een flink financieel effect: naar verwachting leidt dit tot een besparing tussen 0,8 en 1,2 miljard euro. Het grootste deel van de besparing zit in de baten.
Daarnaast is er een aanzienlijke besparing door cliënten die afzien van jeugdhulp. Dit effect wordt echter gedeeltelijk teniet gedaan door geëscaleerde trajecten.‘
15
CRVB 17 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2362 Rechtbank Den Haag 9 juli 2020, ECLI:NL:RDDHA:6249 17 Op een schaal van 1-10. Onze professionals willen te allen tijde het beste voor een kind, en dat is bewonderingswaardig. 18 Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020, pagina 32 16
19
Al met al een zeer interessante maatregel, al moeten wel de kwalitatieve gevolgen goed in beeld gebracht worden. Maatregel 3 Het door het Rijk wijzigen van de Jeugdwet met de mogelijkheid van het innen van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage van ouders of verzorgenden. Gemeenten dienen een constante lobby te organiseren richting het Rijk om dit onder de aandacht te brengen/te eisen. In ieder geval moet dit onderdeel zijn van vele brieven vanuit de lokale overheid richting de kabinetsformateur in Q1 van 2021.
3. Instroom beperken (wat is jeugdhulp?) Dit betreft een zeer beladen mogelijkheid. Deze mogelijkheid raakt aan de wortels van de jeugdhulp in Nederland, maar is onder de huidige omstandigheden onvermijdelijk om te bespreken. Steeds meer horen we om ons heen dat we ‘wellicht zijn doorgeslagen‘ in alles wat we onder de noemer van jeugdhulp aanbieden, op kosten van de lokale overheid dus. Toch kun je dit ook anders benaderen. Deze discussie gaat namelijk ook over normaliseren en demedicaliseren, termen die centraal staan in de zoektocht naar transformatie in het jeugdhulpdomein. Als we dit punt nader beschouwen, ziet het College een tweetal discussies ontstaan. a. Zijn er ‘aandoeningen‘ bij kinderen, gekoppeld aan door de gemeenten betaalde ‘behandelmethode‘, die we niet meer zouden moeten vergoeden? Vanzelfsprekend gaat het hier om de lichtste vormen van jeugdhulp. Voorbeelden hiervan zijn de huiswerkbegeleiding, behandelmethoden met betrekking tot hoogbegaafdheid, behandelmethoden met betrekking tot dyslexie. Het gaat hier om de vraag of de behandeling van sommige aandoeningen sowieso wel voor rekening van de gemeenschap moeten komen. Of dat deze behoren bij het normale opvoedpatroon van ouders of verzorgers, hoe lastig dat ook in sommige gevallen kan zijn.
Maatregel 4 Onderzoek welke ‘aandoeningen‘ in aanmerking zouden kunnen komen om te demedicaliseren/normaliseren, in die zin, dat deze onder de volledige verantwoordelijkheid van ouders of verzorgers komen te vallen. b. Zijn er aandoeningen bij kinderen, die niet onder de term jeugdhulp zouden moeten vallen, maar wel een extra aandacht behoeven in het voorveld? Met het betrekken van het voorveld in de discussie welke hulp waar kan worden geboden (hier spreken we ook wel over normaliseren), raken we ook aan de integrale benadering, die centraal staat in de pilot GO! voor jeugd. Daar zien we dat het samenspel tussen jeugdhulp en onderwijs een succesfactor is van de resultaten, die met deze benadering worden behaald. In het onderwijs ontstaat 20
natuurlijk een prima zicht op de ontwikkeling van het kind en kan er worden bijgestuurd vanuit de leerkrachten dan wel worden gesignaleerd naar ouders of verzorgenden of zelfs naar het JGT. Ook in onze eigen benadering zien we hier goede voorbeelden verschijnen. Daarbij kan gedacht worden aan de jeugdGGZ‘er, die gedurende een aantal uur per week op de KTS in Voorhout aanwezig is om kinderen waar enige zorg over is, te screenen, kort te behandelen of door te verwijzen, in overleg met de desbetreffende contactpersonen in het JGT. Een ander voorbeeld van onderwijs als voorveld ter voorkoming van instroom in de jeugdhulp is het verzuimbeleid. Als lid van de Evaluatiecommissie jeugd van ZonMw heeft de portefeuillehouder jeugd onlangs uitgebreid gesproken met iemand die hierover een promotieonderzoek doet. ZonMw heeft dit project voor een belangrijk deel gefinancierd. De tussenconclusies19van het project M@ZL20 (loopt in West Brabant), dat in dit promotieonderzoek wordt uitgevoerd, geven aan dat het primair onderwijs meer kan doen aan verzuimbeleid dan tot op heden gebeurt. De aandacht voor en registratie van ongeoorloofd verzuim is niet goed op orde. Vermoed wordt dat hier een relatie ligt tussen de mate van ongeoorloofd verzuim en de instroom in de jeugdhulp.
Maar ook andere beleidsterreinen kunnen vanzelfsprekend onderwerp zijn van het voorveld, ter voorkoming van instroom in de jeugdhulp. Denk daarbij aan de sportverenigingen, waar kinderen zich kunnen ontwikkelen, gezond kunnen blijven, sociale contacten kunnen opdoen, etc. En waar trainers, begeleiders, coaches e.d. ook een signalerende functie kunnen hebben, net zoals leerkrachten in het onderwijs dat hebben. Hetzelfde geldt voor kunst- en cultuurverenigingen. Weer een andere invalshoek van een ander beleidsterrein als voorveld zijn de medewerkers van de ISD, van Humanitas, van Schuldhulpmaatje etc, die gezinnen begeleiden bij hun schuldenproblematiek. Zie hier weer een andersoortige integrale benadering, die kan bijdragen aan het voorkomen van instroom in de jeugdhulp, omdat er vroegtijdig wordt gesignaleerd, gewaarschuwd en besproken. Zie hier ook en opnieuw de waarde van een Integrale Toegang tot zorg, met een 0 tot 100+-benadering, zoals deze de komende maanden in de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen zal worden ingevoerd. Kortom, het voorveld beter inschakelen bij het oog hebben voor het wel en wee van het kind en daarmee het voorkomen van instroom in de jeugdhulp, ziet het College als een belangrijke transformatiemaatregel.
Daarvoor is het wel noodzakelijk dat er meer dan nu met dat voorveld wordt gesproken over de aanpak en natuurlijk ook over de vraag wat je wat dit betreft van het voorveld mag en kan verwachten. Hier is een belangrijke taak voor het JGT weggelegd. Het is overigens geenszins een sinecure, dat moge duidelijk zijn.
19
Het promotieonderzoek is nog niet afgerond M@ZL is een beproefde methodiek voor een integrale aanpak van ziekteverzuim bij scholieren in het voortgezet onderwijs en het MBO. Schoolmedewerkers, jeugdartsen en leerplichtambtenaren hebben samen aandacht en zorg voor leerlingen met ziekteverzuim, waardoor problematiek vroegtijdig in beeld komt. In het kader van dit promotieonderzoek wordt deze methodiek nu ook toegepast in het primair onderwijs. 20
21
Maatregel 5 Het voorveld meer betrekken bij de daar liggende mogelijkheden om kinderen niet te laten instromen in de jeugdhulp. Het gesprek aangaan met het onderwijs, de sport, kunst en cultuur, schuldhulpverleners e.a. om hun bijdragen te bespreken, te bezien wat zij (niet) kunnen en wat ze nodig hebben om dit wel te kunnen invullen.
4. Uitstroom vergroten Een opvallende conclusie in het onderzoek van AEF is dat de stijging in het jeugdhulpvolume niet zozeer veroorzaakt wordt door een stijgende instroom, maar door een achterblijvende uitstroom. Dit impliceert ook dat effectieve sturingsmethoden van gemeenten, in aanvulling op de maatregelen onderzocht in dit onderzoek, waarschijnlijk vooral te vinden zijn in het onderzoeken van belemmeringen voor uitstroom en het sturen op die uitstroom21. In het rapport wordt daarbij gewezen op de positie van de professional. Eerder in deze notitie werd al gesproken over het feit dat de professional dermate betrokken is bij de cliënt en het zo goed wil doen, dat de norm een 9 is, waar die, gegeven de omstandigheden waarin we nu verkeren met grote financiële tekorten en lange wachtlijsten, misschien beter een 7 zou kunnen zijn. Dat zou een reden kunnen zijn voor ‘toch nog maar een behandeling extra‘ of ‘toch nog maar niet afschalen naar het JGT‘. Voor de helderheid: dit is geen kritiek op de professional, hij/zij doet zijn/haar uiterste best; het is een vermoeden, waarbij wij, als dat vermoeden juist is, mogelijkheden zien voor een deel van de oplossingen die we zoeken. Daarom zouden we moeten onderzoeken met welke maatregelen we de uitstroom uit de jeugdhulp kunnen bevorderen. Daarbij kan gedacht worden aan 3 richtingen:
uitstroom naar ‘boven‘ voor die kinderen, die onderwerp zijn van zware problematiek: naar de Wet langdurige zorg; uitstroom naar ‘beneden‘ voor die kinderen, die dat na behandeling in de specialistische jeugdhulp weer aankunnen: naar het JGT; uitstroom naar ‘buiten‘ voor die kinderen, die na behandeling weer op eigen benen kunnen staan, al dan niet met behulp van hun gezin en/of netwerk.
Maatregel 6 Onderzoek welke maatregelen er nodig zijn om de uitstroom uit de jeugdzorg te vergroten.
21
Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020, pagina 41
22
5. Tarievenbeleid verstevigen Eerder in deze notitie is al een aantal activiteiten genoemd, die we uitvoeren om een goed tarievenbeleid vorm te geven. We spreken met de zorgaanbieders en stellen daarna tarieven vast voor allerlei soorten van jeugdhulpbehandelingen. We werken met budgetplafonds en monitoren dat nauwgezet22. De TWO voert accountgesprekken met de zorgaanbieders over het verloop van de budgetten. De inkoop van jeugdhulp23 gebeurt via bestuurlijk aanbesteden. Hierbij kunnen partijen gebruik maken van wijzigingsclausules in de overeenkomsten om afspraken te wijzigen en bij te sturen waar nodig. Hoewel sprake is van partnerschap, zijn de gemeenten niet alleen de regisseur van het hele proces maar ook degenen die uiteindelijk besluiten tot wel of niet wijzigen van de genoemde afspraken24. Voor de volgende fase van inkoop van jeugdhulp, dat niet meer op het niveau van Holland Rijnland zal plaatsvinden, maar voor de Duin- en bollenstreek, is een uitgebreid inkoopplan opgesteld, dat is besproken met de commissie Welzijn. In dat inkoopplan is aangegeven dat we gaan werken met vier (inkoop)instrumenten: het bekostigingsmodel, het toegangsmanagement, het leveranciersmanagement en de contractvorm. Daarvan zijn het bekostigingsmodel en de contractvorm direct verbonden met het tarievenbeleid.
Het bekostigingsmodel is nu inspanningsgericht, per eenheid (PxQ), bijvoorbeeld per uur of dagdeel per expertise van een professional. Er zijn ook andere modellen, bijvoorbeeld resultaatgerichte bekostiging of effectgerichte bekostiging. Ieder bekostigingsmodel heeft voor- en nadelen. Dit maakt dat wij per segment gaan kijken welke bekostigingssystematiek het beste aansluit bij de ontwikkelopgaven, doelgroep en randvoorwaarden. Onder contractvorm wordt verstaan: het soort contract dat wordt afgesloten, welke afspraken er in dit contract staan die bijdragen aan de gestelde doelen en de passende juridische governance hierbij. Door middel van ons contractmanagement sturen wij proactief op onze inkoopdoelen en afspraken uit het contract zodat wij ook deze samen met de jeugdhulpaanbieders kunnen realiseren25. We blijven dus maatwerk toepassen en zullen dit bij de nieuwe inkoopronde verder verfijnen (door bijvoorbeeld per segment het toe te passen bekostigingsmodel te bezien). De vraag is welke maatregelen we hier bovenop nog verder zouden kunnen nemen om dit tarievenbeleid nog verder te verstevigen. Hieronder volgen een aantal suggesties.
Eenmaal afgesloten tarieven niet meer bijstellen. In de afgelopen jaren zijn sommige tarieven tussentijds, om welke reden dan ook, bijgesteld, vaak naar boven. Onderdeel van het inkoop- en tarievenbeleid zou kunnen
22
Overigens zijn dit geen keiharde budgetplafonds. Ze werken meer als een soort noodsignaal om in gesprek te gaan als 80% van dit budget is bereikt. In verband met het feit dat de Jeugdwet een open-einde-regeling kent, is het niet mogelijk een definitieve stop te zetten bij het maximum. 23 Met uitzondering van de inkoop van de JGT‘s, jeugdbescherming en jeugdreclassering 24 Inkoopplan jeugdhulp Duin- en bollenstreek en Leidse regio voor 2021, pagina 8 25 Inkoopplan jeugdhulp Duin- en bollenstreek en Leidse regio voor 2021, pagina 5
23
zijn dat we dat per definitie niet meer doen. We leggen dan contractueel vast dat dit de tarieven zijn en wijzigingen van de tarieven ten bate of ten laste van de zorgaanbieders komen. Paal en perk stellen aan het aantal behandelingen. In ons tarievenbeleid nemen we op dat per segment en daarbinnen per specifieke categorie, een aantal behandelingen wordt vergoed tot een afgesproken maximum. Daarboven spreken we dan over behandelingen, die niet meer door ons worden bekostigd. Hier ligt ook een relatie met het hiervoor eerder genoemde punt van strakker indiceren26. Verder verstevigen van het controlebeleid. De TWO voert nu een gedegen controlebeleid uit, inclusief de jaarlijkse onderzoeken van Annual Insight. Maar het kan altijd steviger, bijvoorbeeld door het aanstellen van extra fte’s om de zorgaanbieders nog specifieker te kunnen volgen, met hen mee te denken, kritische vragen te stellen, nota’s te controleren, te adviseren, luis in de pels te zijn, etc. Naar verwachting van de TWO zelf zou zo’n extra inzet zichzelf kunnen terugverdienen. Daarnaast moet het mogelijk zijn om eerder dan nu te beschikken over de controle- en monitoringscijfers, zodat we eerder kunnen bijsturen dan nu het geval is. Resterende budgetten in de budgetplafonds korten in het jaar t+127.
In die gevallen dat budgetten in jaar t door zorgaanbieders niet geheel worden besteed, wordt het niet bestede gedeelte in jaar t+1 in mindering gebracht. Opnieuw introduceren van bestuurlijke accountgesprekken. In de eerste periode na de decentralisatie zijn er met regelmaat gesprekken met de belangrijkste zorgaanbieders geweest op bestuurlijk niveau. Ook vonden deze gesprekken met de JGT-coöperatie plaats. Helaas zijn deze na de verkiezingen van 2018 uit beeld geraakt, en ondanks pogingen van oudburgemeester van Zoeterwoude Liesbeth Bloemen en de portefeuillehouder jeugd uit ons College nooit meer opnieuw opgestart. Uit gesprekken met bestuurders van zorgaanbieders komt naar voren dat ook zij dit een gemis vinden. In deze in de vorige periode gevoerde gesprekken hadden we op bestuurlijk niveau ook het onderwerp financiën en tarieven bij de kop. En bij zorgen maakten we ook bestuurlijke afspraken daarover. Het zou goed zijn om deze gesprekken weer te herintroduceren28, waarbij er een ambtelijke voorbereiding kan plaatsvinden door de TWO en HLTsamen gezamenlijk.
26
Deze werkwijze zou in het nadeel van het kind kunnen zijn. Overigens ook wel weer in het voordeel van eerdere uitstroom uit de jeugdhulp 27 Volgens ons vindt dit nu wel plaats, er bestaat wel twijfel of dit als algemene regel wordt toegepast 28 Niet in plaats van de ambtelijke accountgesprekken, die de TWO met deze aanbieders al heeft, maar meer als bestuurlijke aanvulling daarop
24
Maatregel 7 Verder verstevigen van het tarievenbeleid door per segment van jeugdhulp het juiste bekostigingsmodel te hanteren eenmaal afgesloten tarieven niet meer bijstellen paal en perk te stellen aan het aantal behandelingen het controlebeleid van de TWO verder te verstevigen via extra fte‘s resterende budgetten in jaar t te korten in jaar t+1 het herintroduceren van bestuurlijke accountgesprekken
6. Criteria PGB verzwaren Naast de mogelijkheid van Zorg in Natura (ZiN), bestaat de mogelijkheid om via een PersoonsGebonden Budget (PGB) zorg in te kopen. In de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek is dat ca 8 – 10% van het totale jeugdzorgbudget. In Teylingen gaat het in 2019 om 216 afgegeven PGB’s met een gezamenlijke waarde van 540.700 euro. De indicaties worden afgegeven door de JGT‘s, de administratieve afhandeling verloopt in de Bollenstreek via de ISD. Het PGBbedrag vormt uiteraard een onderdeel van de totale begroting jeugdzorg. Het PGB staat wat het College betreft niet ter discussie. Het past bij het adagium ‘zelfredzaamheid‘ of ‘eigen verantwoordelijkheid voorop‘ en is in die zin een goed instrument. Tevens sluit het aan bij een andere leidraad in ons zorg- en welzijnsbeleid, namelijk maatwerk waar mogelijk. Dat neemt niet weg dat het PGB-systeem, meer dan ZiN, kan leiden tot oneigenlijk gebruik. Daar hebben we nu te weinig zicht op. Soms wordt bijvoorbeeld het PGB ingezet voor zorg bij zorgaanbieders die gecontracteerd zijn voor ZiN en het gecontracteerde budgetplafond (bijna) bereikt hebben. Hiermee worden budgetafspraken (met zorgaanbieders) omzeild en is het voor de contractbeheerder (TWO) lastig om regie te voeren op het budget. In de ‘Nadere regels Jeugdhulp Teylingen 2021’ wordt deze route vanaf 1 januari 2021 uitgesloten.
Bij de aanvraag van een PGB moet het gezin motiveren waarom er weloverwogen en bewust voor een PGB is gekozen in plaats van voor Zorg in Natura. Een tweede wijziging betreft het toepassen van een adequater toetsingskader. De Jeugdwet (artikel 2.1) en de Verordening Jeugdhulp Teylingen (artikel 12) stellen als voorwaarde voor het inzetten van individuele jeugdhulp dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, ouders en personen die tot hun sociale omgeving behoren, ontoereikend zijn. Om deze afweging te maken, hanteert het JGT tot nu toe het toetsingskader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Dit toetsingskader biedt onvoldoende houvast voor het toetsen van de aanwezige eigen kracht in een gezin. In de ‘Nadere regels Jeugdhulp Teylingen 2021’ is een ‘toetsingskader eigen kracht’ opgenomen dat beter past binnen de kaders en bedoeling van de Jeugdwet. Deze twee bovengenoemde wijzigingen zullen ons inziens inderdaad leiden tot een stringentere toepassing van PGB‘s. De vraag is of er naast deze twee maatregelen nog andere mogelijk zijn. Daarbij kan gedacht worden aan een
25
inkomensafhankelijk PGB. Interessant is de voor- en nadelen van zo’n systeem te beschouwen. Maatregel 8 Onderzoek in aanvulling op de wijzigingen die per 1 januari 2021 via de Nadere regels jeugdhulp Teylingen 2021‘ ingaan, op welke wijze we nog meer grip kunnen krijgen op de uitgaven jeugdhulpbudget via het PGB. Betrek daarbij in ieder geval de mogelijkheden van een inkomensafhankelijk PGB.
7 Afronding Met bovenstaand verhaal heeft het College van Teylingen een bijdrage willen leveren aan de twee grootste vraagstukken, waarvoor we bij het jeugdzorgbeleid nu staan: hoe versnellen we de transformatie in het systeem en hoe houden we de kosten meer in de hand. De conclusie is dat we heel veel weten, maar dat we nog te weinig zicht hebben op de knoppen, waaraan we kunnen draaien, om deze twee vraagstukken de komende periode met kracht aan te kunnen pakken. In paragraaf 6 zijn knoppen benoemd, waar aan gedraaid zou kunnen worden. En dan maar eens bezien wat het resultaat is, herrie of prachtige muziek.
15 januari 2021
26
Verantwoording Voor deze notitie is gebruik gemaakt van de volgende stukken:
Rapport AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020 Factsheet Go! voor jeugd. Evaluatie GO! voor jeugd, Rebel, 20 juni 2020 Halfjaarrapportage 2020 TWO Inkoopplan jeugdhulp Duin- en Bollenstreek en Leidse regio voor 2021 Collegevoorstel Nadere regels jeugdhulp Teylingen, 10 december 2020 Willie Elferink, Sociaalweb - Eigen kracht in de Jeugdwet: geld speelt geen rol?, 3 augustus 2020
27
10 Actielijst en raadsagendaplanning (RAP) 1 RAP 2021 Teylingen versie 26 januari 2021.pdf
RaadsAgenda Planning (RAP) 2021
Doel
Versie:
Onderwerp
Toelichting
Proces
B
O
I
B
H
R
C
Besluitvormend
Opinierend
Informerend
Bespreekstuk
Hamerstuk
Raad
Commissie
Portefeuillehouder
Domein
Contactpersoon
Participatie
Programma begroting
Raadscommissies/Raad januari 2021 Ruimte
Bestemmingsplan “Rijksstraatweg 63, Sassenheim” (Januari 2021)
Bestemmingsplan STV (Sportpark Rodemolen)
Met dit bestemmingsplan wordt de uitbreiding van het kraanverhuurbedrijf aan de Rijksstraatweg 63 in Sassenheim mogelijk gemaakt door het realiseren van een bedrijfspand. Daarnaast wordt in noord oostelijke richting, op een afstand van ten minste 30 meter, de realisatie van drie vrijstaande burgerwoningen mogelijk gemaakt. Het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan start na de zomervakantie. Daardoor kan het plan niet eerder in de commissie/raad dan januari 2021. Het bestemmingsplan maakt de 10e en 11e baan en 2 kinderbaantjes mogelijk voor het nieuwe tennispark van STV
X
X
X
X
Jan den Braber
Reguliere zienswijzeprocedure plus informeren van vooroverlegpartners volstaat.
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Arno van Kempen
Ruimtelijke Ontwikkeling
Reguliere inspraak
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen
Heleen Hooij
Ruimtelijke Ontwikkeling
Interviews met stakeholders en vragenlijst burgerpanel. Als gevolg van de coronacrisis hebben de interviews met stakeholders vertraging opgelopen. Daarnaast kost de uitwerking van de manier waarop de gemeente reclame uitingen kan/wil faciliteren meer tijd.
Programma 3 | Ondernemend en bruisend Teylingen
DEB
Reclamebeleid (april)
Als gevolg van de coronacrisis hebben de interviews met stakeholders vertraging opgelopen. Daarnaast kostte de uitwerking van de manier waarop de gemeente reclame uitingen kan/wil faciliteren meer tijd. Om te komen tot een gedragen beleid is een extra stap in gebouwd om de gekozen lijn te toetsen bij de ondernemers.
X
Fred Wulp
Welzijn
Verkenning sociale kaart Teylingen Beleidsnota Volksgezondheid
Al langere tijd heeft de raad van Teylingen de behoefte om een sociale kaart in te richten voor haar inwoners. Voor u ligt de verkenning naar de mogelijkheden. Vaststellen van nieuw volksgezondheidsbeleid.
X
X
X
X
Arno van Kempen
Maatschappelijke Ontwikkeling Miriam van de Ven
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen
X
X
Arno van Kempen
Maatschappelijke Ontwikkeling Johan van Rixtel
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Arjan Stegeman
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Arjan Stegeman
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
X
Raadscommissies/Raad maart 2021 Ruimte Intentieovereenkomst Nieuw Boekhorst
Opinievormende sessie Nieuw Boekhorst
Toelichting op verkaveling plan, buurtontwerp en concept globale visie
De gemeenten Katwijk, Noordwijk en Teylingen hebben tezamen met de 7 andere deelnemende gemeenten de Omgevingsagenda Hart van Holland vastgesteld. De gemeenten Hillegom, Lisse en (voormalig) Noordwijkerhout hebben hieraan niet deelgenomen evenals de gemeenten Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn. Om te komen tot een gezamenlijke Strategische Omgevingsagenda en Afwegingskader Ruimte Holland Rijnland is het belangrijk dat de uitdagingen, ambities en potentiegebieden van de gehele Duin- en Bollenstreek meegenomen worden. Hiervoor stellen we gezamenlijk een Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek (placemat en boekje) op, Op 27 januari is een gezamenlijke webinar (informatief/beeldvormend). De placemat/boekje brengen we gezamenlijk in bij Holland Rijnland met (mogelijk) wensen en bedenkingen van de gemeenteraden als input voor de Strategische Omgevingsagenda en Afwegingskader Ruimte Holland Strategische Agenda Ruimte Duin- en Bollenstreek Rijnland, waarbij de besluitvorming Budgetaanvraag voor om uitvoering te kunnen gaan geven aan het uitvoeringsprogramma van de Centrumvisie. Uitvoeringsprogramma is een vertaling van de Centrumvisie in Budget aanvraag voor uitvoering uitvoeringsprogramma Centrumvisie Teylingen acties.
Tijdelijke verruiming juridisch kader Verordening tijdelijke regeling verruiming terrassen in rond terrassen om zo horeca verband coronamaatregelen maximaal te faciliteren
X
X
X
X
X
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Sjoukje Eringa
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Jacoline Hoogenboom
Marlies Volten
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Uitgebreide participatie tijdens proces Centrumvisie
Programma 3 | Ondernemend en bruisend Teylingen
Selma Busser
DEB
Uitgangspunten LES&TVW
Evaluatie bomenbeleid
Omgevingsmanagement vanaf 1 april 2021 als structurele taak in de HLTsamen organisatie borgen en de hiervoor benodigde financiële middelen vrijmaken.
Welzijn
Aan de raad leggen we een set met uitgangspunten voor aan de hand waarvan we de LES en TVW verder vorm kunnen geven/kunnen uitwerken. In verband met het participatieproces waarvoor we hebben moeten afstemmen met de RES, is het niet haalbaar om de uitgangspunten gereed te hebben voor bespreking in januari. Het bomenbeleid van de gemeente Teylingen is opgesteld in het jaar 2015. In dit beleid is vastgelegd dat na 5 jaar een evaluatie moet plaatsvinden. Deze evaluatie heeft in 2020 plaats gehad. Het besluit op ‘Regie op bouwprojecten‘ heeft ertoe geleid dat de functie van omgevingsmanager voor de periode van 1 jaar in de HLTsamen organisatie is ingevuld. Aan de hand van de opgedane ervaringen blijkt de functie een toegevoegde waarde te hebben. Wij verwachten onder invloed van de Omgevingswet in de toekomst sowieso meer vraag naar accountmanagement. Om die reden vinden wij het gewenst om de taken van omgevingsmanagement structureel te borgen in de HLTsamen organisatie.
X
X
X
X
X
X
Heleen Hooij
Ruimtelijke Ontwikkeling
Marijke Waterreus
X
Heleen Hooij
Buitenruimte
Paul Wolvers
Marlies Volten
Publieksservice
Elske Schuurmans
Uitgangspunten zijn middels participatie tot stand gekomen. Deze voorleggen aan de raad is onderdeel van het participatieproces. Programma 4 | Duurzaam denken en doen
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Over het voorstel heeft intern afstemming plaatsgevonden met de gemeentesecretaris van Teylingen/directeur HLT, het DMO en de portefeuillehouder. Programma 5 | Modern bestuur, invloedrijke inwoners
Vaststellen Verordening beslistermijn schulddienstverlening ISD Bollenstreek 2021. Vaststellen van het Addendum voor het beleidsplan Schuldhulpverlening Teylingen 2017-2021. Het huidige beleidsplan Schuldhulpverlening Teylingen 2017-2021 met zes maanden te verlengen. Verplichte aanpassingen vanwege wetswijziging “wet Kennis nemen van de Evaluatie gemeentelijke schuldhulpverlening” Vroeg Eropaf van de gemeenten Betreft vervolgbesluit realisatie Fase II Sassenheimse Tennisvereniging op Fase II Sassenheimse Tennis Vereniging Sportpark Roodemolen
X
X
X
Arno van Kempen
Maatschappelijke Ontwikkeling Marianne van Dockum
Arno van Kempen
Maatschappelijke Ontwikkeling Rob Coli
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen Stichting Exploitatie Roodemolen, sportverenigingen, omwonenden
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen
Raadscommissies/Raad april 2021 Ruimte Er zijn ongeveer 500 reacties en 2 petities ingediend naar aanleiding van de digitale presentatie van de plannen in juni/juli 2020. Er heeft op 31 oktober 2020 en 3 november 2020 via MSTeams een terugkoppeling plaatsgevonden naar respectievelijk de raad en stakeholders over de ingekomen reacties en verdere uitwerking van de inrichtingsvarianten op basis van de inspraakreacties. Ook is de quickscan besproken over alternatieve parkeervarianten. Op 1 december vindt er een webinar plaats voor inwoners over de aanpassing van de conceptplannen, waarbij parkeren en verkeer centraal staat, en kunnen vragen worden gesteld. Door uitwerken van de alternatieve parkeervarianten en de extra tijd, die nodig is om alle reacties zorgvuldig te beantwoorden, is de vorige (krappe) planning niet haalbaar. De behandeling in de raad wordt daarom opgeschoven naar een raadsvergadering van 22 april 2021. Integraal Plan Groot Seminarie Warmond
Vaststelling bestemmingsplan "Akervoorderlaan 57, Voorhout"
Regionale Energiestrategie (RES 1.0) Vaststellen beleidsvisie en beleidsregels Laadinfrastructuur
DEB
Welzijn
X
X
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Diana Winkelhuijzen, Koos van Kampen, Richard Diverse stakeholders zijn nauw betrokken Rietveld geweest bij totstandkoming van het plan.
X
X
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Jan den Braber
X
X
Heleen Hooij
Ruimtelijke Ontwikkeling
X
X
Heleen Hooij
Ruimtelijke Ontwikkeling
Joost Veldhoven Frank Platen, Wim Vermeulen
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
GOM-woning op een voormalige niet-agrarische bedrijfslocatie. Hierdoor ontstaat een flinke hoeveelheid extra bollengrond. Daarnaast is sprake van een duidelijke verbetering qua landschappelijke inpassing, ruimere zichtlijnen en forse vermindering van het bebouwd oppervlak. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingebracht. De procedure is gelijktijdig verlopen met de naastgelegen omzetting naar een GOM-woning in Lisse. Beide bestemmingsplannen kunnen nu worden vastgesteld. Voor 1 juli 2021 moet de RES 1.0 ter besluitvorming voorgelegd zijn aan de raad. Om het besluitvormingsproces voor 1 juli 2021 af te ronden zullen de commissie en raad zich buigen over de RES 1.0.
X X
X
Reguliere inspraak- en zienswijzeprocedure Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Programma 4 | Duurzaam denken en doen Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Mei t/m december 2021 Q2 | Mobiliteitsplan Teylingen bouwstenennotitie 1
Mobiliteitsvisie, bouwstenennotitie 1 komt ter besluitvorming naar de raad
Colleges en gemeenteraden in Holland Rijnland kunnen een zienswijze indienen op de Strategische Agenda Holland Rijnland voorafgaand aan de Juni | Zienswijze Strategische Agenda Ruimte Holland besluitvorming in het AB van 30 juni Rijnland 2021. Het plan bestaan uit het wegbestemmen van 16000m3 bedrijfsoppervlak, het inpassen van ruim 13000m3 bollengrond, het omzetten van twee bestaande bedrijfswoningen naar burgerwoningen en het inpassen Juni | Vaststelling bestemmingsplan Torenlaan tussen van drie GOM-woningen in het 4 en 6 Voorhout bestaande bebouwingslint Het plan bestaat uit het omzetten van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning Juni | Vaststelling bestemmingsplan ‘Spoorlaan 125- en de bouw van een nieuwe woning 127, Voorhout’ naast de bestaande woning.
Juni | Doordecentralisatie de Burcht Teylingen
Juni/Juli | Lokale strategische agenda Q3 | Mobiliteitsplan Teylingen bouwstenennotitie 2 Juli | Visie Nieuw Boekhorst Q4 | Mobiliteitsplan Teylingen, het uitvoeringsprogramma
November | Vaststelling bestemmingsplan ‘Multifunctioneel centrum Westerstraat 8a Sassenheim’
De school bij Teylingenereind moet op last van het ministerie van justitie uitbreiden. De gemeente Teylingen moet de onderwijshuisvesting van de uitbreiding financieren. Van onze gemeenten wordt verwacht dat wij ons positioneren in een dynamisch speelveld van lokale, sub-regionale en regionale politieke verhoudingen. In die hoedanigheid is het van belang dat de colleges van Hillegom, Lisse en Teylingen duidelijk zicht hebben op hun eigen bestuurlijke prioriteiten. Op basis van deze prioriteiten wordt het namelijk mogelijk gemaakt inzet te bepalen op hoger gelegen bestuurslagen. Anderzijds bepalen Holland Rijnland, provincies en Rijk mede de agenda’s van wat er in onze directe omgeving speelt. In die hoedanigheid wordt er van lokale besturen verwacht dat zij ‘dansen door de schalen’. De eigen agenda is hierin leidend, maar door mogelijke samenwerking staan we sterker. De strategische agenda’s leggen de basis om onze organisatie en haar bestuurders beter te positioneren in dynamische, grensoverschrijdende vraagstukken. ‘Samen waar het moet, lokaal waar het kan’ Bouwstenennotitie 2 vaststellen, het toekomstbeeld.
X
X
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Joyce Rahman
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Sjoukje Eringa
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Fedor Jansen
Reguliere inspraakprocedure
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Fedor Jansen
Vooroverleg geweest met vooroverlegpartners en een ieder heeft mogelijkheid zienswijze in te dienen.
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
X
X
X
X
X
X
X
X
Toelichting op de definitieve visie
X
Vaststellen uitvoeringsprogramma Het plan bestaat uit de bouw van een multifunctioneel centrum (bijeenkomstruimte) ten behoeve van de Protestantse Gemeente Sassenheim. Er wordt een parkeergarage onder het gebouw gerealiseerd en de bestaande bushalte wordt verplaatst om een inuitrit naar het perceel te kunnen realiseren.
X
X
X
X
X
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Arno van Kempen
Maatschappelijke Ontwikkeling Esther Loos
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen
In de totstandkoming van de lokale strategische agenda’s worden raden, colleges, bestuurlijke stuurgroep, directie/MT/OR, griffies en stakeholders betrokken conform het opgestelde projectplan.
Marlies Volten
Strategie & Projecten
Annelie Jonquière, Joost Veldhoven
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Joyce Rahman
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Arjan Stegeman
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Joyce Rahman
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Marlies Volten
Ruimtelijke Ontwikkeling
Fedor Jansen
Programma 1 | Prettig wonen voor iedereen
Programma 5 | Modern bestuur, invloedrijke inwoners
Q2 of Q3 | Binnensportaccommodaties Teylingen (januari)
Betreft vervolgstappen besluit realisatie binnensportaccommodaties Teylingen, opties en kosten.
X
X
X
Arno van Kempen
Maatschappelijke Ontwikkeling Rob Coli
Onderwijs / Sportverenigingen / Kringloopwinkel
Programma 2 | Energiek en sociaal Teylingen
11 Regionale zaken 1 210207 Mededelingen regiozaken Commissie Welzijn 8 februari 2021 avk.pdf
1
Commissie Welzijn 8 februari 2021 Regiozaken Hierbij de belangrijkste punten uit de regionale overleggen (dit keer slechts 1) op het gebied van het sociaal domein in de periode 12 januari – 7 februari 2021.
1. PHO Maatschappij 27 januari 2021 Voor de Kerst publiceerde onderzoeksbureau AEF het rapport “Stelsel in Groei: een onderzoek naar de tekorten in de jeugdzorg”. Hierin wordt op landelijk niveau een beeld van de jeugdzorg geschetst. Het rapport geeft antwoord op de vraag hoeveel middelen gemeenten structureel nodig hebben om hun taken voor de jeugdzorg goed uit te voeren. Vanuit Holland Rijnland hebben de programmamanagers van de Leidsche Regio en de Duin- en Bollenstreek een reactie geschreven op het rapport. Zij gaven een mondelinge toelichting op het AEF-rapport. Daarvan is kennis genomen en er is opiniërend gesproken over het rapport. In de notitie Jeugdzorg in Holland Rijnland en Teylingen, die 8 februari op de agenda van de commissie Welzijn staat, is uitgebreid ingegaan op dit rapport. Bij de bespreking van deze notitie in Holland Rijnland zal ook de rapportage van AEF ongetwijfeld onderwerp van gesprek zijn. Het Rijk heeft middelen vrijgemaakt voor de oprichting van bovenregionale expertisecentra specialistische jeugdhulp. De gemeente Rotterdam is opdrachtgever voor het landsdeel Zuid- West en heeft het mandaat om het netwerk in te richten. In de notitie draagvlakroute staat beschreven op welke wijze dat gaat plaatsvinden. Draagvlak is nodig op alle lagen, waaronder bestuurlijk. Daarom is vanuit de jeugdhulpregio een bestuurlijk ambassadeur nodig.