5. Bijlagen bij Toelichting versie 2.pdf
Tekst van het document
Naam Wilhelmina Wilhelmina Wilhelmina Hoofdstraa Hoofdstraa
Omschr. Wilhelminalaan Wilhelminalaan Wilhelminalaan Hoofdstraat Hoofdstraat
Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO M. ------
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0 0
Hoofdstraat Hoofdstraat Hoofdstraat Hoofdstraat Hoofdstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
Hoofdstraa Hoofdstraa Narcissenl Tulpenstra Narcissenl
Hoofdstraat Hoofdstraat Narcissenlaan Tulpenstraat Narcissenlaan
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Narcissenl Van Alkema Van Alkema Hoofdstraa Hoofdstraa
Narcissenlaan Van Alkemadelaan Van Alkemadelaan Hoofdstraat Hoofdstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
Hoofdstraa Parklaan Parklaan Narcissenl Tulpenstra
Hoofdstraat Parklaan Parklaan Narcissenlaan Tulpenstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Tulpenstra Tulpenstra Menneweg Hoofdstraa Hoofdstraa
Tulpenstraat Tulpenstraat Menneweg Hoofdstraat Hoofdstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan
Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan
0,00 0,00 0,00 0,00
-----
Relatief Relatief Relatief Relatief
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: BuroDB
Wegdek W0 W0 W0 W0 W0
V(MR(D)) 30 30 30 30 30
V(MR(A)) 30 30 30 30 30
V(MR(N)) 30 30 30 30 30
V(MR(P4)) ------
V(LV(D)) 30 30 30 30 30
V(LV(A)) 30 30 30 30 30
V(LV(N)) 30 30 30 30 30
W0 W9a W9a W9a W9a
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W9a W0
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
------
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W0 W0
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W0 W9a
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
------
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
W9a W9a W0 W0 W0
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0
W0 W0 W0 W0
50 50 50 50
50 50 50 50
50 50 50 50
-----
50 50 50 50
50 50 50 50
50 50 50 50
Akoestisch onderzoek
Verkeersgegevens 2032 RVMK Holland Rijnland
Model: Groep:
2032 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Wilhelmina Wilhelmina Wilhelmina Hoofdstraa Hoofdstraa
V(LV(P4)) ------
V(MV(D)) 30 30 30 30 30
V(MV(A)) 30 30 30 30 30
V(MV(N)) 30 30 30 30 30
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 30 30 30 30 30
V(ZV(A)) 30 30 30 30 30
V(ZV(N)) 30 30 30 30 30
V(ZV(P4)) ------
Totaal aantal 6920,00 6920,00 6920,00 7231,00 7231,00
%Int(D) 6,87 6,87 6,87 6,87 6,87
%Int(A) 3,29 3,29 3,29 3,29 3,29
%Int(N) 0,55 0,55 0,55 0,55 0,55
%Int(P4) ------
%MR(D) ------
%MR(A) ------
Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
7231,00 330,00 330,00 330,00 330,00
6,87 6,84 6,84 6,84 6,84
3,29 3,43 3,43 3,43 3,43
0,55 0,54 0,54 0,54 0,54
------
------
------
Hoofdstraa Hoofdstraa Narcissenl Tulpenstra Narcissenl
------
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
------
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
50 50 30 30 30
------
15323,00 15672,00 2658,00 1474,00 3100,00
6,70 6,70 6,85 6,85 6,85
3,67 3,67 3,36 3,37 3,36
0,62 0,62 0,54 0,54 0,54
------
------
------
Narcissenl Van Alkema Van Alkema Hoofdstraa Hoofdstraa
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
3100,00 2403,00 2658,00 17354,00 17354,00
6,85 6,85 6,85 6,72 6,72
3,36 3,37 3,36 3,62 3,62
0,54 0,54 0,54 0,62 0,62
------
------
------
Hoofdstraa Parklaan Parklaan Narcissenl Tulpenstra
------
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
------
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
50 50 50 30 30
------
17354,00 8862,00 8862,00 2658,00 1474,00
6,72 6,81 6,81 6,85 6,85
3,62 3,11 3,11 3,36 3,37
0,62 0,72 0,72 0,54 0,54
------
------
------
Tulpenstra Tulpenstra Menneweg Hoofdstraa Hoofdstraa
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
1474,00 1474,00 3581,00 15323,00 15323,00
6,85 6,85 6,87 6,70 6,70
3,37 3,37 3,30 3,67 3,67
0,54 0,54 0,55 0,62 0,62
------
------
------
Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan
-----
50 50 50 50
50 50 50 50
50 50 50 50
-----
50 50 50 50
50 50 50 50
50 50 50 50
-----
10609,00 10609,00 10609,00 10609,00
6,81 6,81 6,81 6,81
3,13 3,13 3,13 3,13
0,72 0,72 0,72 0,72
-----
-----
-----
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: BuroDB
Akoestisch onderzoek
Verkeersgegevens 2032 RVMK Holland Rijnland
Model: Groep:
2032 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Parklaan Parklaan Narcissenl Narcissenl Narcissenl
Omschr. Parklaan Parklaan Narcissenlaan Narcissenlaan Narcissenlaan
ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
ISO M. ------
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False False False
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0 0
Narcissenl Zandslootk Zandslootk Parklaan Parklaan
Narcissenlaan Zandslootkade Zandslootkade Parklaan Parklaan
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan
Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Parklaan Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa
Parklaan Hoofdstraat Hoofdstraat Hoofdstraat Hoofdstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
False False False False False
Vijfmeiweg Van Alkema Vijfmeiweg Julianalaa Julianalaa
Vijfmeiweg Van Alkemadelaan Vijfmeiweg Julianalaan Julianalaan
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
Julianalaa Julianalaa
Julianalaan Julianalaan
0,00 0,00
---
Relatief Relatief
Verdeling Verdeling
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: BuroDB
Wegdek W0 W0 W0 W0 W0
V(MR(D)) 50 50 30 30 30
V(MR(A)) 50 50 30 30 30
V(MR(N)) 50 50 30 30 30
V(MR(P4)) ------
V(LV(D)) 50 50 30 30 30
V(LV(A)) 50 50 30 30 30
V(LV(N)) 50 50 30 30 30
W0 W9a W9a W0 W0
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W0 W0
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
------
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W0 W0
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
------
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
False False False False False
1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
0 0 0 0 0
W9a W0 W9a W0 W0
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
False False
1,5 1,5
0 0
W0 W0
30 30
30 30
30 30
---
30 30
30 30
30 30
Akoestisch onderzoek
Verkeersgegevens 2032 RVMK Holland Rijnland
Model: Groep:
2032 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam Parklaan Parklaan Narcissenl Narcissenl Narcissenl
V(LV(P4)) ------
V(MV(D)) 50 50 30 30 30
V(MV(A)) 50 50 30 30 30
V(MV(N)) 50 50 30 30 30
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 50 50 30 30 30
V(ZV(A)) 50 50 30 30 30
V(ZV(N)) 50 50 30 30 30
V(ZV(P4)) ------
Totaal aantal 9130,00 9130,00 3746,00 4706,00 4706,00
%Int(D) 6,81 6,81 6,85 6,85 6,85
%Int(A) 3,11 3,11 3,37 3,37 3,37
%Int(N) 0,72 0,72 0,54 0,54 0,54
%Int(P4) ------
%MR(D) ------
%MR(A) ------
Narcissenl Zandslootk Zandslootk Parklaan Parklaan
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
30 30 30 50 50
------
4706,00 2747,00 2747,00 10609,00 8862,00
6,85 6,92 6,92 6,81 6,81
3,37 3,12 3,12 3,13 3,11
0,54 0,56 0,56 0,72 0,72
------
------
------
Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan Parklaan
------
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
------
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
------
8862,00 8862,00 8862,00 8862,00 8862,00
6,81 6,81 6,81 6,81 6,81
3,11 3,11 3,11 3,11 3,11
0,72 0,72 0,72 0,72 0,72
------
------
------
Parklaan Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa Hoofdstraa
------
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
------
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
50 50 50 50 50
------
8862,00 15672,00 17354,00 14364,00 14364,00
6,81 6,70 6,72 6,81 6,81
3,11 3,67 3,62 3,12 3,12
0,72 0,62 0,62 0,72 0,72
------
------
------
Vijfmeiweg Van Alkema Vijfmeiweg Julianalaa Julianalaa
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
1474,00 2658,00 1474,00 2517,00 2517,00
6,85 6,85 6,85 6,85 6,85
3,37 3,36 3,37 3,37 3,37
0,54 0,54 0,54 0,54 0,54
------
------
------
Julianalaa Julianalaa
---
30 30
30 30
30 30
---
30 30
30 30
30 30
---
2517,00 2517,00
6,85 6,85
3,37 3,37
0,54 0,54
---
---
---
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: BuroDB
Bijlage 2: Parkeerbalans plan 'Bloementuin' in Sassenheim
4
6
14
n
laa
en ciss
1-71
r
Na
Gl
24
ad
en
2
str
Re
iol
30 17
t
ran
mb
aa
an
32
dtla
6
10
1
12
s
Gl
19
ad
iol
en
1t
str
/m
aa
t
15
b
48
18
1 5
17
t/m
31
b
21
n
laa
7
9
n Mo
6t
/m
20
b
an dria
2
Legenda Grens project "De Bloementuin" P-norm nieuw | 1.5 p.p. (incl. bezoekers) P-norm nieuw | 1.8 p.p. (incl. bezoekers) Nieuwe parkeerplaats t.b.v. "De Bloementuin" Bestaande parkeerplaats t.b.v. bestaande woonwijk Nieuwe parkeerplaats t.b.v. bestaande woonwijk (23 p.p.)
12
35
Bijlage 3 Parkeerbalans 2022
53
4
6
14
n
laa
en ciss
1-71
r
Na
Gl
24
ad
en
2
str
Re
iol
30 17
t
ran
mb
aa
an
32
dtla
6
10
1
12
s
Gl
19
ad
iol
en
1t
str
/m
aa
t
15
b
48
18
1 5
17
t/m
31
b
21
n
laa
7
9
n Mo
6t
/m
20
b
an dria
2
Legenda Grens project "De Bloementuin" P-norm nieuw | 1.5 p.p. (incl. bezoekers) P-norm nieuw | 1.8 p.p. (incl. bezoekers) Nieuwe parkeerplaats t.b.v. "De Bloementuin" Bestaande parkeerplaats t.b.v. bestaande woonwijk Nieuwe parkeerplaats t.b.v. bestaande woonwijk (23 p.p.)
12
35
Bijlage 4 Milieuparagraaf luchtkwaliteit en ecologie 2018
55
Diverse omgevingsonderzoeken Bloementuin, Sassenheim
© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
Wissing ruimtelijke denkers p/a: Mevr. D. Best Postbus 37 2991 CT Barendrecht Noordwijk, 12 november 2018 Locatie Kenmerk Contactpersoon Email Telefoon
: : : : :
Bloementuin, Sassenheim 18091697/JLA/rap1 Dhr. J.C. Langeweg MSc jlangeweg@idds.nl 06 - 33677339
Betreft
:
Resultaten diverse omgevingsonderzoeken Bloementuin, Sassenheim
Geachte mevrouw Best, Conform het ondertekende projectvoorstel van 24 oktober jl. bieden wij u hierbij de diverse omgevingsonderzoeken aan. Deze zijn als bijlage bij deze brief toegevoegd. De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd:
• •
Ecologie; Luchtkwaliteit;
Eerder heeft u de definitieve versie van het archeologisch onderzoek al ontvangen. Mochten er na aanleiding van de onderzoeken nog vragen zijn, dan horen wij dat graag. Na aanleiding van de conceptversie zijn de rapporten conform aanbevelingen aangepast.
Met vriendelijke groet, IDDS Ruimte & Ontwikkeling
ir. Jan Breukelman MSc (teamleider / adviseur)
1. Ecologie 1.1
Aanleiding
In opdracht van Wissing BV is een flora - en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Bloementuin te Sassenheim, gemeente Teylingen. Aanleiding tot het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande opstallen, kap van bomen en de geplande nieuwbouw. In 2015 is het gebied in een ecologische quickscan al eens beoordeeld. Dat rapport gaf aanleiding tot een nader onderzoek naar vleermuizen en huismus. Het rapport van dit nader onderzoek dateert uit 2016. Ten opzichte van 2015 is de indeling van het plangebied iets veranderd. Eveneens is de Floraen Faunawet komen te vervallen en is per januari 2017 de Wet natuurbescherming in werking getreden. Het onderzoek uit 2015 is inmiddels, drie jaar na dato, niet meer geldig. De conclusies uit het nader onderzoek zijn tot juni 2019 geldig. De quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. 1.2
Planbeoordeling
Uit de bureaustudie en de biotooptoets is naar voren gekomen dat het, met inachtneming van hetgeen vermeld in §5.1 van het ecologisch rapport, onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Het gebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijke weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Het gebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijke weidevogelgebied of strategische reservering natuur. In verband met de effecten op omliggende beschermde gebieden, is er een onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd. De conclusie daaruit luidt dat de stikstofdepositie als gevolg van het planvoornemen niet leidt tot significant negatief effect in de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Meer over dit onderwerp valt te lezen in de notitie Stikstofdepositie in paragraaf 4 van dit advies. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het, met inachtneming van hetgeen vermeld in §5.1, onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten.
Een ontheffing voor vleermuizen is noodzakelijk, tenzij de aangedragen maatregelen beschreven in §5.1 van de rapportage worden uitgevoerd. De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming blijft altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. Het volledige onderzoek met kenmerk 1697/RSL/rap1 is als bijlage toegevoegd aan deze notitie.
Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
Conclusie ecologie Een ontheffing voor vleermuizen is noodzakelijk, tenzij de aangedragen maatregelen beschreven in §5.1 van de rapportage worden uitgevoerd. Indien deze worden uitgevoerd, vormt het aspect ecologie geen belemmeringen voor het planvoornemen. Als de maatregelen niet worden uitgevoerd, is een ontheffing voor vleermuizen noodzakelijk.
.
Luchtkwaliteit
.1
Wetgeving
Wet milieubeheer Op 15 november 2007 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Aan hoofdstuk 5 is een titel toegevoegd: titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Het doel van de wet is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Daartoe zijn in de wet grenswaarden voor onder meer stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) opgenomen. Dit zijn in ons land de meest kritische luchtverontreinigende componenten met de hoogste kans op overschrijdingen van de grenswaarden. De normen zijn op basis van gezondheidskundige aspecten bepaald, maar ook onder de norm kunnen gezondheidseffecten optreden, zij het vooral bij mensen die er gevoelig voor zijn, zoals kinderen en ouderen. Bij concentraties onder de 40 µg/m 3 neemt de kans op effecten wel geleidelijk af, al is voor fijnstof geen gezondheidskundige grenswaarde vast te stellen. In onderstaande tabel staan de grenswaarden zoals vermeld in bijlage 2 van de Wet milieubeheer weergegeven. Tabel 1: Grenswaarden NO2 en PM10 overeenkomstig bijlage 2 Wet milieubeheer
Stof NO2 Stikstofdioxide PM10 Fijnstof (grove deeltjes) PM2,5 Fijnstof (fijne deeltjes)
Concentratie [μg/m3]
Omschrijving
40
Jaargemiddelde concentratie
200
Uurgemiddelde waarde die max. 18 keer per jaar mag worden overschreden
40
Jaargemiddelde concentratie
50
24-uursgemiddelde waarde die max. 35 keer per jaar mag worden overschreden
25
Jaargemiddelde concentratie
Ter correctie van natuurlijk in de lucht voorkomend fijnstof mag een aantal dagen in mindering gebracht worden bij de toetsing van de daggemiddelde grenswaarde: de zogenaamde zeezoutcorrectie. Dit houdt in dat in het geval van overschrijding van de 24-uursgemiddelde grenswaarde van PM10 gecorrigeerd mag worden met een vastgesteld aantal dagen. Het RIVM heeft dit aantal per provincie vastgesteld, vanzelfsprekend mogen voor de kustprovincies meer dagen in mindering worden gebracht dan voor verder inlandse provincies. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Het NSL is de kern van de Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit. Dit programma is de onderbouwing van het derogatieverzoek van het Rijk aan de EU. Het NSL is een bundeling van alle ruimtelijke maatregelen die de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren en alle maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren om er voor te zorgen dat per 2011 (fijnstof) respectievelijk 2015 (stikstofdioxide) overal in Nederland aan de grenswaarden wordt voldaan. Het Rijk coördineert het programma. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en ministeriële regelingen (mr), waaronder AMvB en mr niet in betekenende mate (NIBM).
AMvB en mr niet in betekenende mate De Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit, maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De AMvB en Regeling “Niet in betekenende mate” bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. De AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. Er mag rekening worden gehouden met een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m 3 voor zowel stikstofdioxide en fijnstof). NIBM-projecten kunnen, juridisch gezien, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Voor woningbouw geldt een norm van 1500 woningen bij minimaal 1 minimaal één ontsluitingsweg. Dit planvoornemen haalt deze grens bij lange na niet en is op basis daarvan aangemerkt als een NIBM-project. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol.
Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie, maar ook om de personen in de omgeving daarvan. .2
Beoordeling planvoornemen
In bijlage 3A van de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg (of netto maximaal 3.000 woningen aan twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Echter, de verkeersaantrekkende werking (bepalend voor de luchtkwaliteit) van meer dan 1.500 woningen is heel wat groter dan te verwachten is voor deze ontwikkeling waarbij er 88 woningen worden toegevoegd. Op grond hiervan kan gesteld worden dat de voorgenomen planontwikkeling niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de NSL-monitoringstool waarin deze achtergrondconcentraties langs de belangrijkste wegen zijn bepaald. In de volgende figuur zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven ter hoogte van het plangebied voor het peiljaar 2016 (toetspunten gelegen langs de Hoofdstraat, de Parklaan en de Narcissenlaan).
Uit onderstaand figuur blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 langs de gemonitorde wegen ter hoogte van het plangebied voor de voornoemde stoffen respectievelijk maximaal 22.0, 19.5 en 11.1 µg/m 3 zijn. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m 3 wordt niet overschreden. Eenzelfde geldt voor de grenswaarde van 25 µg/m 3 voor PM2,5. De daggemiddelde grenswaarde voor PM10 van 50 μg/m3 mag overeenkomstig de Wet
milieubeheer maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. In het plangebied komen maximaal 7,2 overschrijdingsdagen voor. In onderstaande tabel zijn deze bevindingen kort opgesomd.
Tabel 2: Toetsing achtergrondwaarden en grenswaarden NO2, PM2,5 en PM10
Stof
Maximale achtergrondwaarde in de NSL monitoringstool
Jaargemiddelde grenswaarde conform de Wet milieubeheer
[μg/m3]
[μg/m3]
PM2,5
11.1
25
PM10
19,5
40
NO2
22.0
40
Bovendien is de trend dat in de toekomst de emissies en daarmee gepaard gaande achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Conclusie luchtkwaliteit Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Tevens voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de gestelde grenswaarden in de Wet milieubeheer. Het onderdeel luchtkwaliteit vormt zodoende geen belemmering voor het planvoornemen.
3.
Bijlagen
•
Bijlage Quickscan Wet Natuurbescherming1697 Sassenheim Bloementuin;
Bijlage 5 Milieuparagraaf externe veiligheid 2020
64
Diverse omgevingsonderzoeken Bloementuin, Sassenheim
© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
Wissing ruimtelijke denkers p/a: Mevr. D. Best Postbus 37 2991 CT Barendrecht Noordwijk, 21 februari 2020 Locatie Kenmerk Contactpersoon Email Telefoon
: : : : :
Bloementuin, Sassenheim 18091697/JLA/rap3 Dhr. J.C. Langeweg MSc jlangeweg@idds.nl 06 - 33677339
Betreft
:
Resultaten diverse omgevingsonderzoeken Bloementuin, Sassenheim
Geachte mevrouw Best, Als aanvulling op de eerdere rapporten, hebben wij op verzoek van de ODWH diverse aanpassingen gedaan. Deze zijn als bijlage bij deze brief toegevoegd. De volgende aanvullingen zijn uitgevoerd: •
Externe Veiligheid (extra motivatie LIB5)
Met vriendelijke groet, IDDS Ruimte & Ontwikkeling
Dhr. J.C. Langeweg MSc (projectleider / adviseur)
1. Externe Veiligheid 2.1
Wetgeving
Bij externe veiligheid gaat het om situaties waarbij een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen of als gevolg van luchtvaartverkeer nabij luchthavens, waardoor mensen die verder niets met de betreffende activiteit te maken hebben, om het leven kunnen komen. Er wordt gekeken naar de risico’s verbonden aan risicovolle inrichtingen, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het belangrijkste instrument om de externe veiligheid te waarborgen is ruimtelijke scheiding aan de hand van veiligheidsafstanden tussen (beperkt) kwetsbare objecten en risicobronnen. Bij (beperkt) kwetsbare objecten dient gedacht te worden aan ruimten waar personen gedurende langere tijd verblijven (woning, recreatieterrein), gebouwen met grote aantallen personen (winkelcomplex, grote supermarkt, warenhuis) of personen met beperkte zelfredzaamheid (ziekenhuis, school, kinderopvang). Naast maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld Best Beschikbare Technieken voor inrichtingen), dienen afdoende maatregelen in de omgeving te worden genomen door middel van zonering: hoe minder mensen binnen de risicocontouren van een risicovolle activiteit vallen, hoe beter de veiligheidssituatie. De wettelijke kaders voor externe veiligheid worden gevormd door de volgende wet- en regelgeving: -
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transport van gevaarlijke stoffen (Bevt); Wet luchtvaart (obstakelvrije vlakken en veiligheidszones; voor Schiphol gelden ook het Luchthavenindelingbesluit (LIB) en het Luchthavenverkeerbesluit (LVB).
Als centrale maatstaf voor het in beeld brengen van de externe veiligheidsrisico’s worden de begrippen plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) gehanteerd. Deze begrippen zijn in de wet eenduidig gedefinieerd, en in de wetgeving zijn normen opgenomen (grenswaarden en richtwaarden voor het PR, en een oriëntatiewaarde voor het GR) die bepalen welke omvang van een extern veiligheidsrisico als onacceptabel moet worden geacht. Zo beoogt de wetgeving te voorkomen dat er (beperkt) kwetsbare objecten (kunnen) worden gerealiseerd op locaties waar het PR als gevolg van risicobronnen in de omgeving hoger is dan 10-6/jaar (één op een miljoen). Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.
Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. De methodiek waarmee het GR moet worden bepaald, is wettelijk vastgelegd. De uitkomsten daarvan zijn afhankelijk van de hoeveelheid aanwezige personen in de omgeving van de risicobron. Tot hoever die omgeving strekt voor zover dat relevant is binnen de methodiek van het GR, is wettelijk gedefinieerd als het invloedsgebied. Doorgaans wordt dit gebied begrensd door de 1% letaliteitsgrens (de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen komt te overlijden als gevolg van de risicovolle activiteit). Gesteld kan worden dat aanwezigheid van personen buiten het invloedsgebied van een risicobron niet meetelt voor de hoogte van het GR dat door die risicobron wordt veroorzaakt.
2.2
Beoordeling planvoornemen
Het planvoornemen voegt binnen het huidige stedelijk gebied nieuwe woningen toe. In 2015 is er al een notitie opgesteld voor het hele plangebied. Daarbij was de conclusie dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen vormt voor het planvoornemen. Aangezien er een kleine wijziging in het aantal is én het onderzoek niet recent is uitgevoerd, is ervoor gekozen het onderzoek naar externe veiligheid te herzien en opnieuw uit te voeren. Er worden in totaal 88 woningen gerealiseerd. Woningen vallen gelet op het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) onder de noemer kwetsbaar object. De personendichtheid bedraagt naar worst-case schatting circa 300 personen in de nachtperiode. In het weekend geldt deze personendichtheid tevens voor de dagperiode. Met de realisatie van het plan zullen de huidige tennisvelden met de daarbij behorende voorzieningen worden verwijderd. Met behulp van de Risicokaart is onderzocht of er relevante risicobronnen in de directe nabijheid van het projectgebied gelegen zijn. Hierbij is zowel gekeken naar de plaatsgebonden risico-contouren groter dan 10-6/jaar als individuele risico-elementen, te weten risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten), transport van gevaarlijke stoffen en luchtvaart. Zie onderstaande figuur.
Risicovolle inrichtingen Uit de risico-inventarisatie blijkt dat er binnen een straal van circa 450 meter zich geen relevante risicobronnen bevinden. Het Sport- en Recreatiecomplex de Wasbeek is het dichtstbijzijnde risicovolle inrichting op 450 meter. Voor zowel het PR (risicocontour) als het GR (invloedsgebied) geldt dat de planlocatie niet binnen de risicocontouren van de inrichting valt. In de omgeving ligt het transportbedrijf Wesseling. De 1% letaliteitsgrens ligt op circa 1 kilometer van het bedrijf. Hierdoor ligt een deel van de plangrens binnen deze grens. Dat wilt zetten dat het effectgebied van het transportbedrijf dus deels over de planlocatie ligt. Een calamiteit met toxische stoffen bij deze inrichting kan gevolgen hebben voor de planlocatie (met name op het gebied van zelfredzaamheid). In 2010 is er een kwalitatieve risicoberekening opgesteld door Cauberg Huygen (nr. 2010053702) ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’. De conclusie luidt dat Wesseling geen groepsrisico veroorzaakt. Volgens het Revi (Regeling externe veiligheid inrichtingen) ligt de grens van het gebied van een dergelijk bedrijf waarvoor een groepsrisicoverantwoording nodig is, op 320 meter van de inrichting. Het plangebied ligt echter op een grotere afstand (ca 1.000 meter). Een verantwoording van het groepsrisico is dus niet nodig.
Wel wordt er kort ingegaan op wat te doen bij een calamiteit waarbij toxische stoffen vrijkomen onder het kopje rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Transport gevaarlijke stoffen over de weg De locatie is niet gelegen in het verantwoordingsgebied van 200 meter van de Rijksweg A44, maar wel binnen het invloedsgebied van deze bron. Uit het Basisnet Weg en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen volgt dat voor de A44 ter hoogte van de gemeente Teylingen geen sprake is van een veiligheidszone of een plasbrand aandachtsgebied (PAG). Om die reden is voor de Rijksweg A44 enkel een motivering van de bestrijdbaarheid en
zelfredzaamheid benodigd. Verdere kwalitatieve motivatie aan de hand van de HARTmethodiek (Handleiding Risicoanalyse Transport) is niet noodzakelijk. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de A44 valt onder de werkingssfeer van het Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) en op grond van de Regeling Basisnet deel uitmaakt van het Basisnet Weg. Maatgevend voor transport gevaarlijke stoffen over de weg is de stofcategorie GF3 (LPG). Het invloedsgebied van deze gevaarlijke stof bedraagt 355 meter vanaf de as van de transportroute. De uiterste plangrens van het gebied ligt echter op 360 meter van de as van de weg. Daarmee valt het gebied buiten het invloedsgebied. Een motivering van de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is wel noodzakelijk conform het Bevt. Rampbestrijding en zelfredzaamheid Bij een incident met een tankwagen met GF3-stoffen kan een gaswolkexplosie of een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) optreden waarbij de effecten tot aan het plangebied kunnen reiken. Ook het vrijkomen van toxische stoffen bij een calamiteit op de Rijksweg A44 of de inrichting transportbedrijf Wesseling, kan leiden tot een effect op het plangebied. Als maatgevend scenario wordt voor wegen (vanwege de hogere kans) uitgegaan van een koude BLEVE.
Bij dit scenario kunnen tot een afstand van 200 meter personen die buiten aanwezig zijn komen te overlijden door de optredende (kortdurende) warmtestraling. Binnen een gebouw in het plangebied vallen in een dergelijke situatie geen slachtoffers. Om de aanwezigen in het gebied zo goed mogelijk te kunnen helpen is het van belang dat: 1. De bereikbaarheid van het blootgestelde gebied voldoende is; 2. De inzetbaarheid van middelen mogelijk is (bluswatervoorzieningen en inzet materieel); 3. Er voldoende opstelmogelijkheden zijn in het blootgestelde gebied. Het plangebied is via verschillende zijden ontsloten en goed bereikbaar. Bij een eventuele calamiteit kunnen de hulpdiensten het plangebied bereiken via de Narcissenlaan en de Mondriaanlaan. Er kan worden aangesloten op bestaande blusvoorzieningen. Eventuele nieuwe voorzieningen worden in overleg met de Veiligheidsregio afgestemd. Voor wat betreft de rampenbestrijding geldt ook dat het plan voor advies wordt voorgelegd bij de Veiligheidsregio. Indien nodig zullen zij aanbevelingen doen ten aanzien van rampenbestrijding. De locatie zal voldoen aan de gestelde normen uit het oogpunt van veiligheid. De plaatselijke brandweer zal in het kader van de ruimtelijke procedure worden geconsulteerd naar aanleiding van de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies wordt meegenomen in het ruimtelijke plan.
De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer worden gezocht. De personen in het plangebied zijn in principe zelfredzaam en kunnen zelfstandig naar binnen vluchten bij een BLEVE en in geval van een optredende brand in een gebouw vervolgens zelfstandig naar buiten vluchten. Ook in het geval van een incident op de A44 of bij het transportbedrijf Wesseling, zullen de personen in eerste instantie zelfredzaam zijn door een veilig onderkomen te vinden in de gebouwen. Bij het realiseren van de woningen kan extra aandacht besteed worden aan het treffen van maatregelen om de zelfredzaamheid in het gevolg van een calamiteit met een toxische stof te bevorderen. Hierbij moet vooral gedacht worden aan bouwkundige ingrepen.
Een incident heeft geen invloed op de bereikbaarheid van de locatie. De normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Transport gevaarlijke stoffen over het spoor In de directe omgeving van het planvoornemen zijn geen spoorlijnen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Nadere toetsing is dan ook niet noodzakelijk. Transport gevaarlijke stoffen door een buisleiding Er zijn geen buisleidingen in de nabijheid van de projectlocatie gelegen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarmee is het projectgebied niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour noch het invloedsgebied van eventuele buisleidingen. Hoogspanningsleidingen Op basis van de Netkaart van het RIVM blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen bovengrondse hoogspanningslijnen aanwezig zijn. Luchthavenindelingbesluit Het plangebied ligt binnen het afwegingsgebied voor geluid en externe veiligheid zoals aangegeven op de kaart in bijlage 3 (nummer 5) van het LIB. In artikel 2.2.1d van het ontwerpbesluit LIB is bepaald dat: 1. Op de gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 5 zijn aangewezen, zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan; 2.
Voor de gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 5 zijn aangewezen, motiveren gemeenten in de toelichting op het bestemmingsplan of in de onderbouwing van de omgevingsvergunning de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkelingen zijn gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Artikel 2.2.1d onder 1 is niet van toepassing. Aangezien de woningen binnen bestaand stedelijk gebied liggen, zal er in het uitzonderlijk geval van een vliegtuigongeval de kans op slachtoffers niet significant toenemen. Mocht dit onverhoopt toch plaatsvinden, gelden dezelfde scenario’s voor rampbestrijding en zelfredzaamheid als eerder beschreven. Verder geldt specifiek voor vliegtuigongevallen dat er in de nabijheid van Schiphol een verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de grond bestaat. De planologische contour van het afwegingsgebied wordt benut om de gemeenten te duiden waarvoor de verplichting geldt om expliciet beleidsmatige aandacht te hebben voor het risico op een vliegtuigongeval. De Veiligheidsregio Hollands Midden is wettelijk verplicht eenmaal in de vier jaar een risicoprofiel vast te stellen.
De veiligheidsregio geeft aan dat voor vliegtuigongevallen afspraken zijn gemaakt met de Veiligheidsregio Kennemerland waar Schiphol onder valt. De gevolgen van een vliegtuigongeval kunnen binnen het beschikbare potentieel van de Veiligheidsregio Hollands Midden samen met de Veiligheidsregio Kennemerland worden opgevangen. In het kader het bestemmingsplantraject, wordt het plan voor advies voorgelegd bij de Veiligheidsregio.
Conclusie Externe veiligheid Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. De locatie is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van de A44 en een verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk. In de omgeving liggen geen risicovolle inrichtingen welke direct invloed hebben op de planvoornemen. Met het in acht nemen van de punten zoals besproken onder de kop ‘Rampenbestrijding en zelfredzaamheid’, zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
Bijlage 6 Stikstofonderzoek 2022
73
Stikstof onderzoek Narcissenlaan, Sassenheim
Stikstof onderzoek Narcissenlaan, Sassenheim
Datum Kenmerk Auteur Vrijgave
: : : :
1 april 2022 A1054-07/SBO/rap1 Dhr. S.C. de Boer Dhr. J.C. Langeweg MSc
Opdrachtgever
:
Wissing ruimtelijke denkers Mevr. D. Best Postbus 37 2991 CT Barendrecht
© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inleiding .................................................................................................................... 4 Wettelijk kader .......................................................................................................... 6
3.1 3.2
Beoordeling planvoornemen ................................................................................... 8 Gebruiksfase .............................................................................................................. 9 AERIUS-model ......................................................................................................... 11 Rekenresultaten en conclusie projecteffect.......................................................... 12 Bijlagen ................................................................................................................... 12
Inleiding Het gebied ten zuiden van de kruising tussen de Narcissenlaan en de Rembrandtlaan in Sassenheim bestaat in de huidige situatie uit een parkeerplaats met groene stroken gras. Verder ten zuiden liggen meerdere verouderde tennisvelden. Het terrein is toe aan een andere functie. Vanuit de initiatiefnemer is daarom de ambitie ontstaan het gebied te transformeren naar woningen. In totaal 88 nieuwe woningen toegevoegd. De woningen worden ten zuiden van de aansluiting van de Parklaan met de Narcissenlaan gebouwd. Het beoogde plan bestaat uit de realisatie van: • • •
32 huurappartementen voor de sociale sector; 20 koopappartementen in het middensegment; 36 rijwoningen.
Het plangebied is opgedeeld in een zuidoostelijk gedeelte, met de 36 rijwoningen en 20 koopappartementen, en een noordwestelijk deel met de 32 huurappartementen (sociaal). Voor het beoogde plan is een stikstofonderzoek nodig, omdat stikstofgevoelige Natura 2000gebieden in de omgeving liggen. Een stikstofberekening is uitgevoerd voor de gebruiksfase. In onderstaand figuur is een impressie van de toekomstige situatie weergegeven. Hierop is het bestemmingsplan voor de ontwikkeling te zien.
In dit rapport wordt eerst het wettelijk kader behandeld. Vervolgens wordt het planvoornemen in hoofdstuk 3 beoordeeld. Er wordt uiteengezet welke uitgangspunten gehanteerd worden als input voor de AERIUS Calculator. Vervolgens worden de rekenresultaten in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 staan de bijlagen opgesomd.
Wettelijk kader Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Deze wet heeft op een aantal aspecten wijzigingen aangebracht in de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming. Aanleiding van deze wet is onder andere de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 waardoor er voor projecten met een geringe depositietoename al een vergunningsplicht gold (op grond van artikel 2.7 en 2.8 Wet natuurbescherming). Partiële vrijstelling bouw- en sloopfase Met de inwerkingtreding van de Wsn geldt een partiële vrijstelling van de vergunningplicht op grond van de Wnb voor uitstoot van stikstof tijdens de bouwfase (artikel 2.9a Wnb). Partieel, omdat deze vrijstelling uitsluitend geldt voor: i.
ii. iii.
Projecten die niet direct verband houden met het beheer van een Natura 2000-gebied en afzonderlijk geen significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000gebied; Tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen); en De gevolgen van stikstofdepositie.
De partiële vrijstelling geldt dus niet voor: i.
ii.
Structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt; en Andere significante gevolgen, bijvoorbeeld de verstoring van diersoorten.
Tegelijkertijd met de partiële vrijstelling, heeft het kabinet in de periode 2021-2030 500 miljoen euro voor stikstofreductie in de bouw en 500 miljoen euro voor aanvullende maatregelen binnen of buiten de bouw gereserveerd. Het doel is om afspraken met de bouwsector te maken over de reductie en de bijbehorende maatregelen, gericht op emissiearme werk- en voertuigen. De maatregelen worden onderdeel van de structurele aanpak stikstof. Het kabinet benadrukt dat de (stikstof)effecten van de bouwvrijstelling periodiek worden gemonitord, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig. Berekening gebruiksfase Eenvoudig gezegd hoeft de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt tijdens de bouwfase niet meer te worden berekend. Dit betekent dat er enkel voor de gebruiksfase nog een berekening naar het projecteffect dient plaats te vinden. In dit geval is er door middel van een stikstofberekening naar de depositie in de gebruiksfase beoordeeld of het project vergunningsplichtig is. Om de stikstofdepositie te berekenen wordt gebruik gemaakt van de laatste versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator.
Eventuele vervolgstappen Bij een stikstofdepositie uitkomst boven 0,00 mol/ha/jr, zijn er verschillende mogelijkheden om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling in aanmerking komt voor een positief besluit/vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. De eerstvolgende stap hierin is intern salderen. Een belangrijke uitspraak hierover is gedaan door de Raad van State op 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) in de zaak Logtsebaan. Kort gezegd komt het erop neer dat als gevolg van deze uitspraak bij gebruikmaking van intern salderen géén vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Als intern salderen geen oplossing biedt kan met behulp van onder andere een ecologische voortoets gekeken worden of significante effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden
Beoordeling planvoornemen In de nabijheid van het plangebied liggen de volgende Natura 2000- gebieden: Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied
Afstand tot het Natura 2000-gebied
Stikstofgevoeligheid
Kennemerland-Zuid
5,8 kilometer
Gevoelig tot zeer gevoelig
Coepelduynen
6,1 kilometer
Gevoelig tot zeer gevoelig
Meijendel & Berkheide
8,1 kilometer
Gevoelig tot zeer gevoelig
De Wilck
11,4 kilometer
Niet gevoelig
NIeuwkoopse Plassen & De Haeck
19,2 kilometer
Gevoelig
Westduinpark & Wapendal
22,8 kilometer
Gevoelig tot zeer gevoelig
Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein
23,5 kilometer
Niet gevoelig
Beoordeeld wordt of als gevolg van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura-2000 gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS is de gebruiksfase van het planvoornemen doorgerekend.
3.1
Gebruiksfase
Sinds 2018 dienen nieuwe woningen gasloos te worden opgeleverd. De nieuwe woningen worden door middel van duurzame elementen verwarmd en voorzien. Aangezien geen stikstofuitstoot vanuit de woningen ontstaan, zijn deze niet meegenomen in de AERIUSberekening. Wel zijn de verkeersgegevens gebruikt als invoergegevens voor het AERIUS-rekenmodel. Op grond van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen’ (december 2018) is uitgegaan van de onderstaande gegevens als input voor in de Calculator. Op basis van de omgevingsadressendichtheid van 1.688 adressen voor Sassenheim wordt uitgegaan van een sterk stedelijk gebied. Gezien de ligging buiten het centrum en de schil van Sassenheim wordt uitgegaan van rest bebouwde kom. De onderstaande gegevens zijn gebruikt als input in de Calculator. Tabel 2: Verkeersgegevens voor AERIUS-berekening 2023 Onderdeel
Aantal
Norm
Invoer in AERIUS
Huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief sociale huur)
32
4,0 vervoersbewegingen per dag
128 vervoersbewegingen per dag
Koop, appartement, midden
20
6,0 vervoersbewegingen per dag
120 vervoersbewegingen per dag
Koop, huis, tussen/hoek
36
7,5 vervoersbewegingen per dag
270 vervoersbewegingen per dag 518 vervoersbewegingen per dag
Totaal
Verdeling categorie
Verdeling route
-
-
-
Circa 1% middelzwaar en 99% lichtverkeer. Dit leidt tot 512 vervoersbewegingen in de categorie licht en 6 vervoersbewegingen in de categorie middelzwaar verkeer.
-
128 vervoersbewegingen via de Parklaan naar de N208 en 390 vervoersbewegingen via de Sportparkweg, Tulpenstraat, Narcissenlaan en Parklaan, naar de N208.*
*Deze verdeling van de route is op basis van de uitgevoerde verkeersanalyse met kenmerk ‘NOT221607 -143-02’ Opgemerkt wordt dat er vanwege de planologische realisatie er sprake is van een toename van de verkeersbewegingen. De AERIUS-berekening gaat uit van het totale plan, niet het verschil met de bestaande situatie omdat dit het feitelijke projecteffect bepaalt. Er is rekening gehouden met een filevorming van 1%. Daarnaast is worst-case rekening gehouden met 1% middelzwaar verkeer voor leveringen aan de woningen. Dit is conform de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021’ van BIJ12.
Verdeling over routes: Het plangebied is opgedeeld in twee gedeelten: het noordwestelijke deel, waar de 32 sociale huurappartementen staan en hun ontsluiting direct op de Narcissenlaan hebben, en een zuidoostelijk gedeelte waar zich de 20 koopappartementen en 36 grondgebonden woningen bevinden. De ontsluiting voor deze woningen is vanaf de Sportparkweg. De verdeling van de vervoersbewegingen is onderstaand beschreven en weergegeven. Het middelzware verkeer is gelijk verdeeld over beide routes. Het verkeer maakt als aan- en afvoerroute gebruik van twee vervoersrichtingen: 1. Het verkeer maakt gebruik van de Gladiolenstraat, welke via de Narcissenlaan aansluit op de Parklaan. De Parklaan staat zowel in verbinding met de Hoofdstraat als de N208. Dit geldt voor 128 vervoersbewegingen (waarvan 3 vervoersbewegingen voor middelzwaar verkeer). 2. Het verkeer maakt gebruik van de Sportparkweg, die via de Vijfmeiweg aansluit op de Tulpenstraat. De Tulpenstraat verzorgt de verbinding met de Narcissenlaan. De Narcissenlaan staat via de Parklaan in verbinding met de N208. Dit geldt voor 390 vervoersbewegingen (waarvan 3 vervoersbewegingen voor middelzwaar verkeer). Vanaf de N208 is het verkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden van het reguliere verkeer en heeft het zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.
3.2
AERIUS-model
Voor de gebruiksfase zijn de gegevens ingevoerd in de AERIUS Calculator. Voor het rekenjaar is er uitgegaan van 2023 (dit is, worst case) het eerste volledige jaar dat het plangebied volledig in gebruik zal zijn. De Calculator heeft de emissie en depositie van het plan berekend. De onderstaande uitsnede is opgenomen om weer te geven welke bronnen op welke locatie zijn voorzien.
Rekenresultaten en conclusie projecteffect Het projecteffect is berekend met behulp van de AERIUS Calculator. Hierbij is er een berekening gemaakt voor de uitstoot van het verkeer in de gebruiksfase. De conclusie luidt dat er geen beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt er daarom geen toename van de stikstofdepositie op in Natura 2000-gebied. Het Pdf-bestand van de berekening is bij deze notitie apart bijgevoegd, zodat het bevoegd gezag deze in kan voeren ter controle. Omdat het projecteffect niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jr, geldt er geen vergunningsplicht volgens de Wet stikstofreductie en natuurbescherming. Een nader onderzoek naar stikstofdepositie is daarom niet nodig. Het volgende Pdf-bestand is van toepassing op de deze notitie: •
AERIUS_bijlage_ A1054-07 Narcissenlaan, Sassenheim - projecteffect
Conclusie stikstofdepositie Het planvoornemen leidt op basis van de ingevoerde gegevens niet tot extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Bijlagen •
Verkeersanalyse Buro DB met kenmerk NOT221607-143-02
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
IDDS BV 's Gravendijckseweg 37, 2201 CZ Noordwijk A1054 Narcissenlaan, Sassenheim realisatie woningen - projecteffect
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rs7FgP3KwF5q 01 april 2022, 08:40 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Projecteffect - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 4,8 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Projecteffect - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
Rs7FgP3KwF5q (01 april 2022)
Emissie NOx 70,6 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Projecteffect (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 3 Wonen en Werken | Woningen | Plangebied
Verkeersnetwerk
Rs7FgP3KwF5q (01 april 2022)
Emissie NH3 Emissie NOx 4,8 kg/j
70,6 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rs7FgP3KwF5q (01 april 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Projecteffect" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Rs7FgP3KwF5q (01 april 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Projecteffect, Rekenjaar 2023 3 Wonen en Werken | Woningen Naam Plangebied Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rs7FgP3KwF5q (01 april 2022)
6/6
Bijlage 7 Akoestisch onderzoek 2022
92
Gemeente Teylingen
Plan 'Bloementuin' in Sassenheim
Akoestisch onderzoek
Gemeente Teylingen
Plan 'Bloementuin' in Sassenheim
Akoestisch onderzoek
Datum
1 april 2022
Kenmerk
RPT221607-143-12
www.burodb.nl info@burodb.nl
Verklaring en documentatie Opdrachtgever(s)
Gemeente Teylingen
Titel rapport
'Bloementuin' in Sassenheim Akoestisch onderzoek
Kenmerk
RPT221607-143-12
Datum publicatie
1 april 2022
Projectteam opdrachtgever(s)
de heer J. Zandstra mevrouw D. Best (Wissing)
Projectteam BuroDB
de heer T.S. de Boer
Projectomschrijving
Onderzoek naar en toetsing van de te verwachten geluidsbelasting van het weg-, rail en vliegverkeer op de nieuwe woningen van het plan 'Bloementuin' in Sassenheim. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van
de
ruimtelijke
onderbouwing
bij
het
bestemmingsplan.
Advies en rapport
BuroDB
Adres
Voorstraat 43
Postcode
8801 LA
Plaats
FRANEKER
Telefoon
+31 (0)6 209 57 903
Website
www.burodb.nl
info@burodb.nl
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar gebruikt worden voor het doel waarvoor het is opgesteld, met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij BuroDB.
Inhoud
Pagina
1
Inleiding
1
2
Het plan en het wettelijk kader
3
2.1
Wegverkeer
3
2.2
Railverkeer
7
2.3
Vlieglawaai Schiphol
8
2.4
Gemeentelijk geluidsbeleid
9
3
Uitgangspunten
13
3.1
Rekenmethodiek
13
3.2
Verkeersgegevens
14
3.2.1
Wegverkeer
14
3.2.2
Railverkeer
15
3.3
Omgevingskenmerken
15
4
Resultaten
18
4.1
Rijksweg A44
18
4.2
Parklaan
18
4.3
30 km/uur-wegen
19
4.4
Gecumuleerde geluidsbelasting wegverkeer
20
4.5
Railverkeer
22
4.6
Vliegverkeer Schiphol
22
4.7
Cumulatie en geluidwering
23
4.8
Gevolgen elders
24
4.9
Resumé
26
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
28
Bijlagen 1
Items geluidsmodel
2
Verkeersgegevens wegverkeer
3
Verkeersgegevens railverkeer
4
Resultaten geluidsberekeningen weg- en railverkeer
5
Resultaten geluidsmodel weg- en railverkeer
6
Cumulatie weg-, rail- en vliegverkeer
7
Resultaten onderzoek 'gevolgen elders'
1
Inleiding
Binnen de gemeente Teylingen, op het complex van tennisvereniging STV in Sassenheim, wordt het nieuwbouwplan 'Bloementuin' gerealiseerd. In het plan worden 88 woningen gerealiseerd waarvan 36 grondgebonden rij-/hoekwoningen en 52 appartementen. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied 'Bloementuin' in Sassenheim
In het verleden is voor het plan 'Bloementuin' reeds akoestisch onderzoek weg- en railverkeer uitgevoerd. Inmiddels heeft het plan enkele ontwikkelingen doorgemaakt en nu is er behoefte aan een actualisering en uitbreiding van het akoestisch onderzoek voor het plan. Hierbij dient te worden uitgegaan van de meest actuele uitgangspunten als het gaat om de verkeersgegevens en de omgeving. Het plangebied 'Bloementuin' is gedeeltelijk gelegen binnen de wettelijke geluidszone van de Rijksweg A44 en in zijn geheel binnen de geluidszone van de route Parklaan-Hoofdstraat. Op deze gemeentelijke wegen is een formeel en toetsend akoestisch onderzoek van toepassing. Daarnaast ligt het plangebied in de omgeving van enkele 30 km/uur-wegen. Het geluid vanaf deze wegen ter plaatse van de nieuwbouw van het plan dient te worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan de gevolgen van het plan op de geluidssituatie bij woningen in de nabije omgeving van het plan, de zogenaamde gevolgen elders. Ten zuiden van het plangebied ligt de spoorbaan tussen Schiphol en Leiden. Het plangebied 'Bloementuin' ligt binnen de invloedssfeer van het geluid van deze spoorbaan en daarom dient ook het geluid van het railverkeer in het onderzoek te worden beschouwd.
Plan 'Bloementuin' in Sassenheim, Akoestisch onderzoek
1
Daarnaast ligt de planlocatie binnen de contouren van het Luchthavenindelingbesluit van Schiphol. De planlocatie ligt daarbij in het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid. Om die reden dient het geluid van het vliegverkeer ook in het onderzoek te worden betrokken. De gemeente Teylingen heeft aan BuroDB opdracht verleend om voor het gehele plan een actueel akoestisch onderzoek wegverkeer uit te voeren. De uitgangspunten en bevindingen van het akoestisch onderzoek wegverkeer zijn in dit rapport beschreven. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit rapport zijn de voor het plan geldende geluidscriteria beschreven. De relatie tussen het plan, de Wet geluidhinder en de randvoorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening zijn hierbij aangegeven. In hoofdstuk 3 zijn de bij het onderzoek gehanteerde uitgangspunten beschreven. De resultaten van het onderzoek en de beoordeling daarvan zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek samengevat.
Plan 'Bloementuin' in Sassenheim, Akoestisch onderzoek
2
2
Het plan en het wettelijk kader
Met het plan 'Bloementuin' worden in totaal 88 nieuwe woningen gerealiseerd. In het oostelijke plandeel gaat het om 36 grondgebonden koopwoningen en 20 koop/huur-appartementen in het middeldure segment. In het noordwestelijke plandeel betreft het 32 sociale huurappartementen. Voor gemotoriseerd verkeer en de ontsluiting daarvan is het plangebied dus in twee delen verdeeld. De 32 appartementen in het noordwestelijke plandeel hebben, net als de voormalige tennisvereniging, via de Gladiolenstraat een directe ontsluiting op de Narcissenlaan. De overige woningen en appartementen van het zuidoostelijke plandeel hebben voor gemotoriseerd verkeer een ontsluiting via de Sportparkweg. De meest logische route van dat plandeel, van en naar de Narcissenlaan, leidt via de Sportparkweg en de Tulpenstraat. In het kader van de ruimtelijke procedure voor een nieuw bestemmingsplan moet de geluidsbelasting van verkeer worden onderzocht en getoetst. De te verwachten geluidsbelasting moet voldoen aan de wettelijke vereisten en aan de voorwaarden van een goede ruimtelijke ordening. In de nabije omgeving van het plangebied is geen industriegebied en/of bedrijventerrein gelegen. Ten aanzien van industrielawaai is voor het plan dan ook geen akoestisch onderzoek nodig. Het voor het plan 'Bloementuin' uitgevoerde akoestisch onderzoek is in deze rapportage beschreven.