Ter info - OUDE/huidige Verordening die alle werkzaamheden van de gemeenteraad regelt - Reglement van orde
Tekst van het document
25/61
4.
5. 6.15 1. 2. 3.
6.16 1. 2.
6.17 1.
2. 3.
6.18 1.
2.
3.
Elke spreker krijgt gedurende de vergadering maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan 6 sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Verslaglegging De coördinerend griffier stelt een verslag van de vergadering samen. Het (concept-) verslag wordt verspreid onder de leden van de Regionale Raadscommissie i.o., de colleges en de leden van de raden. Ieder lid heeft het recht een voorstel tot wijziging van het verslag in te dienen, per e-mail, minimaal 48 uur voor de vergadering. Openbaarheid van vergaderingen De vergaderingen van de Regionale Raadscommissie i.o. worden in de regel in openbaarheid gehouden. Als de voorzitter of één van leden van de Regionale Raadscommissie i.o. achter gesloten deuren wenst te vergaderen, beslist de Regionale Raadscommissie i.o. op dat verzoek. De gedachtewisseling in een besloten vergadering van de Regionale Raadscommissie i.o. is vertrouwelijk. Geheimhouding De Regionale Raadscommissie i.o. is bevoegd bij meerderheid van stemmen de leden geheimhouding ten aanzien van stukken en/of mededelingen op te leggen.
Het doen van mededelingen over onderwerpen, behandeld in een besloten vergadering, aan andere raadsleden indien nodig voor intern beraad, is geen schending van de vertrouwelijkheid als bedoeld in artikel 10, als althans geen geheimhouding krachtens dit artikel is opgelegd. Stukken zoals bedoeld in lid 1 liggen voor de raadsleden ter inzage bij de griffier van iedere raad, tenzij het openbaar belang zich hiertegen verzet. Als en voor zover de Regionale Raadscommissie i.o. tot openbaarmaking van het desbetreffende onderwerp overgaat, is ook de geheimhouding, voor zover de openbaarmaking strekt, opgeheven. Handhaving orde; schorsing Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Als een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
6.19
Besluitvorming / stemming
1.
Besluiten van de Regionale Raadscommissie i.o. aangaande: a. het ter besluitvorming voorleggen aan de raden zoals bedoeld in artikel 6.2, lid 2; b. vergaderen achter gesloten deuren en geheimhouding zoals bedoeld in artikel 6.13, lid 2 respectievelijk 6.14, lid 1 en 3; c. het agenderingsrecht zoals bedoeld in artikel 6.15; Stemming vindt mondeling plaats, tenzij een van de leden schriftelijke stemming verlangt. Elk lid van de Regionale Raadscommissie i.o. heeft stemrecht.
2. 3.
26/61
4.
5. 6. 7. 8. 9.
6.20 1.
2.
In de Regionale Raadscommissie i.o. wordt een stemverhouding gehanteerd, waarbij elke gemeente zoveel stemmen vertegenwoordigt als bij de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen geldig in de gemeente zijn uitgebracht. Het stemgewicht van elke gemeente wordt gedeeld door 100 (honderd), waarna de uitkomst naar beneden wordt afgerond op een rond getal. Alleen de aanwezige leden kunnen aan een stemming deelnemen. Artikel 28 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Voor het tot stand komen van een beslissing is vereist dat meer dan 60,0% van de aanwezige stemmen vóór de beslissing stemt. Als in een voltallige vergadering de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij staking van stemmen in een niet voltallige vergadering wordt in de eerstvolgende vergadering opnieuw gestemd. Wanneer de stemmen in deze vergadering wederom staken, wordt het voorstel eveneens geacht te zijn verworpen. Contacten met de media Verzoeken van de media om informatie over wat in de Regionale Raadscommissie i.o. wordt/is besproken, worden behandeld door de voorzitter of door diegene die daartoe door de voorzitter wordt aangewezen. Bij door de Regionale Raadscommissie i.o. te bepalen onderwerpen maakt de Regionale Raadscommissie i.o. afzonderlijke afspraken over de communicatie met de media.
6.21 Bevoegdheid De Regionale Raadscommissie i.o. treedt niet in de (wettelijke) bevoegdheden van de raden. 6.22 Vangnetregeling In situaties waarin dit hoofdstuk niet voorziet beslist de Regionale Raadscommissie i.o. op voorstel van de voorzitter.
27/61
28/61
Hoofdstuk 7
Het Fractievoorzittersoverleg
De Fractievoorzitters komen periodiek bij elkaar om over verschillende onderwerpen met elkaar van gedachten te wisselen over bijvoorbeeld het Opleidingsplan van de raad, de plaatsbepaling in de raadzaal en andere min of meer huishoudelijke onderwerpen die de gemeenteraad betreffen. Incidenteel wordt het overleg benut door 1 of meer collegeleden om Fractievoorzitters informeel over een bepaald onderwerp bij te praten. Het Fractievoorzittersoverleg is niet openbaar.
7.1 1.
2.
Taken Het Fractievoorzittersoverleg heeft de volgende taken: a. beslist, op voorstel van de voorzitter, over de plaatsing in de raadzaal bij vergaderingen van de raad en haar commissies. b. bespreekt de voortgang van de beantwoording van raadsvragen en de afdoening van toezeggingen die aan fracties, raadscommissie of raad zijn gedaan. c. doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en haar commissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van deze verordening en het instrueren van de griffier. d. stelt jaarlijks het Opleidingsplan voor de raads- en commissieleden vast, op voorstel van de griffier. e. is verantwoordelijk voor de verantwoording van de bestedingen van de fractiebudgetten. f. begroot de budgetten voor de raad en de griffie. g. bereidt de besluitvorming inzake de toekenning van de gemeentelijke erepenning en het ereburgerschap door de raad voor, op voorstel van de voorzitter. h. biedt ruimte aan het college of een portefeuillehouder om haar inzake bepaalde dossiers informeel te informeren. i. bespreekt in de aanloop naar een verkiezingsjaar o.a. activiteiten die vanuit de gemeente/gemeenteraad kunnen worden uitgevoerd in het kader van de verkiezingen (niet zijnde partij-politieke zaken) evenals het Trainingsprogramma dat nieuwe gemeenteraad aangeboden zal krijgen.
De griffier ondersteunt het Fractievoorzittersoverleg, geeft indien geraagd advies, bereidt de vergaderingen voor, zorgt dat de besluiten worden uitgevoerd en draagt zorg voor een verslag van elke vergadering.
7.2
Samenstelling Fractievoorzittersoverleg
1.
Alle Fractievoorzitters zijn lid van het Fractievoorzittersoverleg; zij kunnen niet vervangen worden door andere leden van de fractie. Bij afwezigheid zal de voorzitter de afwezige fractievoorzitter telefonisch bijpraten. De burgemeester is voorzitter en de griffier bereidt voor, ondersteunt en verzorgt de nazorg. Zowel de voorzitter, een lid als de griffier kan verzoeken een Fractievoorzittersoverleg te plannen. De uitnodiging, agendapunten en voorgestelde datum en tijd voor het overleg wordt via e-mail door de griffier verzonden. De voorzitter of één van de leden kan voorstellen portefeuillehouders of derden uit te nodigen voor het Fractievoorzittersoverleg.
2. 3.
4.
7.3 1. 2.
3.
Besluitvorming Elke fractievoorzitter heeft in het Fractievoorzittersoverleg 1 stem. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. Van de vergadering wordt verslag gemaakt onder de zorg van de griffier, waarin verslag gedaan wordt van de beraadslagingen. Het verslag wordt door het Fractievoorzittersoverleg vastgesteld (tijdens een vergadering of via een e-mail consultatieronde) en ondertekend door de voorzitter en de griffier. Het Fractievoozittersoverleg kan bepalen dat (delen van) het verslag openbaar zijn.
7.5 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de regels, beslissen de leden van het Fractievoorzitters op voorstel van de voorzitter. 29/61
30/61
Hoofdstuk 8
De Werkgevercommissie van de griffie
De gemeentelijke organisatie bestaat sinds de in voering van het dualisme uit een organisatiedeel dat de raad ondersteunt en een organisatiedeel dat het college ondersteunt. Beide ‘organisatieonderdelen’ maken deel uit van de gemeente, maar hebben een eigenstandige functie. Dit heeft ook gevolgen voor het uitvoeren van werkgeverstaken. Voor de griffie(r) geldt dat de raad het werkgeverschap moet invullen en regelen.
8.1 1. 2. 3.
8.2 1. 2.
3. 4.
Taken en bevoegdheden Werkgevercommissie De werkgeverscommissie Griffie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren, zoals die door de raad aan haar zijn gedelegeerd; Tot de bevoegdheid van de werkgeverscommissie Griffie behoren ook de voorbereiding en uitvoering van de overige tot het werkgeverschap van de raad behorende besluiten en regelingen; De werkgeverscommissie Griffie kan de aan haar overgedragen bevoegdheden ten aanzien van het griffiepersoneel mandateren aan de griffier. Samenstelling werkgeverscommissie Griffie De werkgeverscommissie Griffie bestaat uit alle fractievoorzitters. Het lidmaatschap van de werkgeverscommissie Griffie eindigt: a. op eigen verzoek; het lid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad; het ontslag gaat in als de opvolger door de raad is benoemd; b. als het lid aftreedt als lid van de raad; De werkgeverscommissie Griffie wijst uit haar midden een voorzitter aan. De voorzitter van de raad wordt als adviseur aan de werkgeverscommissie Griffie toegevoegd.
8.3 Taken voorzitter De voorzitter draagt in ieder geval zorg voor: a. het tijdig en periodiek bijeenroepen van de werkgeverscommissie Griffie; b. het leiden van de vergaderingen; c. het doen naleven van dit delegatiebesluit; d. het ondertekenen van de stukken en de besluiten die van deze commissie uitgaan, evenals het zorg dragen voor de uitvoering van de besluiten van de werkgeverscommissie Griffie; e. het fungeren als schakel tussen de werkgeverscommissie Griffie en de griffier als eerstverantwoordelijke voor de personele en organisatorische zaken van de griffie. 8.4 Ondersteuning van de commissie De griffier staat de werkgeverscommissie Griffie terzijde, draagt zorg voor het secretariaat en maakt met het college of de gemeentesecretaris afspraken over ondersteuning. 8.5 1. 2.
Besluitvorming Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, uitgebracht door de leden zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling; Besluiten worden alleen genomen als in de vergadering meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
8.6 Verslaglegging De griffier draagt zorg voor het opstellen van een verslag van elke vergadering. Deze wordt in de eerstvolgende vergadering van de werkgeverscommissie Griffie definitief vastgesteld.
31/61
8.7 1. 2.
3.
Beslotenheid van vergaderingen De vergaderingen van de werkgeverscommissie Griffie worden in het belang als bedoeld in artikel 10, 2e lid, onder e of f van de Wet openbaarheid van bestuur in beslotenheid gehouden. De agenda, de stukken en het verslag zijn openbaar, tenzij de werkgeverscommissie Griffie beslist dat op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, hierop of een deel daarvan geheimhouding moet worden gelegd. Als een raadslid de stukken als bedoeld in het 2e lid wil inzien, kan hij daartoe een verzoek indienen bij de voorzitter van de werkgeverscommissie Griffie. De voorzitter weigert een dergelijk verzoek slechts als sprake is van strijd met het openbaar belang. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
8.8 Vergaderfrequentie De werkgeverscommissie Griffie vergadert zo vaak als door de voorzitter of één van de leden nodig wordt geacht, waarbij vanuit efficiencyoverwegingen getracht wordt vergaderingen te laten aansluiten bij vergaderingen van het Fractievoorzittersoverleg. 8.9 Delegatie werkgeverschap De raad van de gemeente Texel delegeert de bevoegdheden aan de werkgeverscommissie Griffie die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften met uitzondering van de artikelen 107 (benoemen, schorsen als disciplinaire maatregel en ontslaan van de griffier), 107a, tweede lid (instructie van de griffier), 107d, 1e lid (vervanging van de griffier) en 107e, 1e lid (vaststelling en wijziging van de organisatie van de griffie) van de Gemeentewet evenals het vaststellen en wijzigingen van de Arbeidsvoorwaardenregeling Texel en overige regelingen, al dan niet ter uitvoering van de Arbeidsvoorwaardenregeling Texel, die algemeen verbindende voorschriften voor de ambtenaren van de gemeente Texel inhouden. 8.10 Vangnetregeling Werkgevercommissie Griffie In gevallen waarvoor in deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de regels, beslissen de leden van de Werkgevercommissie op voorstel van de voorzitter.
32/61
Hoofdstuk 9
De Raadsinformatieavond
De Planningscommissie zorgt voor het aanwijzen van Raadsinformatieavonden (RIA’s). Op deze avonden worden raads- en commissieleden geïnformeerd over uiteenlopende, actuele onderwerpen.
9.1 1.
2. 3.
De Raadsinformatieavond Raadsinformatieavonden worden in principe gepland in de week tussen de vergaderingen van de raadscommissie en de raad, op een woensdag. De Planningscommissie kan hiervan afwijken c.q. extra RIA’s aanwijzen. Verzoeken voor het mogen benutten van (een gedeelte van) een dergelijke avond worden bij de griffier ingediend, die deze opneemt op de agenda van de eerstvolgende Planningscommissie. De Planningscommissie oordeelt over de agenda van de RIA’s, de openbaarheid, de data evenals de aanvangs- en eindtijden.
9.2 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de regels, beslist de Planningscommissie, op voorstel van haar voorzitter.
33/61
34/61
Hoofdstuk 10
Werkgroepen van de gemeenteraad
De raad kan er voor kiezen om een werkgroep op te richten, die zich bezighoudt met een bepaald thema, zoals: vergadercyclus, Planning & control, enz.
10.1 1.
2.
3.
Werkgroepen van de raad De raad, een fractie, een raadslid of de griffier kan via het Fractievoorzittersoverleg verzoeken een raadswerkgroep in het leven te roepen, waaraan –afhankelijk van het onderwerp- leden van het college of de ambtelijke organisatie kunnen worden toegevoegd. Voor elke raadswerkgroep geldt een minimale deelname van 4 raadsleden of commissieleden (van evenzovele fracties afkomstig); het maximale aantal deelnemers staat gelijk aan het aantal fracties dat in de raad vertegenwoordigd is. De raadswerkgroep neemt geen beslissingen, maar formuleert een advies voor het Fractievoorzittersoverleg; het Fractievoorzittersoverleg beoordeelt het advies en neemt een besluit over de te nemen vervolgstappen.
10.2 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze regels, beslist het Fractievoorzittersoverleg.
35/61
36/61
Hoofdstuk 11
Ondersteuning van de gemeenteraad
De gemeenteraad heeft recht op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning; dat is vastgelegd in artikel 33 van de Gemeentewet. Deze ondersteuning kan o.a. bestaan uit het geven van een deskundig advies/oordeel en het verlenen van hulp bij de redactionele vormgeving van initiatiefvoorstellen, moties en amendementen.
11.1 1.
2. 3.
4.
11.2 1.
2. 3. 4. 5.
Verzoek om informatie en/of ondersteuning Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: a. feitelijke informatie van geringe omvang; b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn; c. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de griffier door een ambtenaar gegeven. Als een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de Gemeentesecretaris daarvan in kennis. De Gemeentesecretaris neemt het besluit. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Als de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de Gemeentesecretaris verzoeken 1 of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. Verlenen van ambtelijke bijstand Een ambtenaar verleent op verzoek van de Gemeentesecretaris ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b.
dit het belang van de gemeente kan schaden; De Gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. Als de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de Gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. De Gemeentesecretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek. Als (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.
11.3 Weigering verzoek ambtelijke bijstand Als het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de Gemeentesecretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek. 11.4 1. 2.
11.5 1. 2.
Geschil over ambtelijke bijstand Als een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan aan de Gemeentesecretaris; Als overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de kwestie. Hoeveelheid ambtelijke bijstand Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, onderdeel c. De Gemeentesecretaris houdt in een register bij hoeveel uren per jaar een raadslid gebruik maakt van ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c.
37/61
11.6 1. 2.
11.7 1. 2.
Fractieondersteuning; recht op financiële vergoeding De fracties die vertegenwoordigd zijn in de raad ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie; Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 704,00 voor elke fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 199,50 per raadszetel. Besteding financiële vergoeding Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken; De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie; c. giften; d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden als gevolg van het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen; e. opleidingen voor raads- en commissieleden voor zover deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers. f. Koten voor onderhoud partijwebsite, campagneactiviteiten, vergader- en reiskosten partijbestuur, secretariële kosten partijbestuur, PC of ander digitaal apparaat t.b.v. het partijbestuur.
11.8 Bijdrage fractieondersteuning De jaarlijkse bijdrage voor fractieondersteuning wordt elk jaar vòòr 1 april verstrekt; het bestedingsjaar loopt van 1 april – 31 maart. 11.9 1. 2.
Gevolgen splitsen fractie Bij afsplitsing van een fractie wordt de bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden. Bij afsplitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit het tweede lid.
11.10 Reserve 1. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in volgende jaren. 2. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande jaar toekwam. 3. Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de verrekening over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats. 4. De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. 5. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. 6. Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving. 11.11 Verantwoording en controle 1. Elke fractie legt, binnen 2 maanden na 1 april, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag. 2. Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast met de controle van de jaarrekening.
De accountant brengt advies uit aan de Fractievoorzitters. 38/61
3.
De Fractievoorzitters stellen na ontvangst van het advies van team Bedrijfsvoering de bedragen vast van: a. de uitgaven van een fractie die in het vorige b. jaar uit de bijdrage bekostigd zijn; c. de wijziging van de reserve; d. de resterende reserve; e. de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten.
11.12 Toepassing Awb Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies) is van toepassing op de financiële middelen die een fractie ontvangt. 11.13 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze regels, worden de Fractievoorzitters geconsulteerd en/of de gemeentesecretaris, daar waar het de ambtelijke ondersteuning betreft.
39/61
40/61
Hoofdstuk 12
Regels voor het recht van Onderzoek van de raad
Het ‘Recht van onderzoek’ is ook een controle-instrument wat gemeenteraden kunnen inzetten, met name in situaties waarbij de raad het gevoel heeft dat het college van Burgemeester en Wethouders of de burgemeester onvoldoende, onjuiste of helemaal geen informatie heeft verstrekt over een specifieke bestuurlijke kwestie. De raad heeft sinds 2015 jaarlijks € 20.000 beschikbaar voor haar recht op Onderzoek.
12.1 1. 2. 3. 4.
12.2 1. 2.
12.3 1.
2. 3. 4. 12.4 1. 2.
3. 4.
5. 6.
Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek in te stellen. In de eerstvolgende raadsvergadering na dit besluit stelt de raad een onderzoekscommissie in van tenminste 2 leden. De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden aan. Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de raad. Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de beraadslaging en zitting; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Beëindiging van het lidmaatschap Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt als: a. de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie; b. een lid ophoudt lid te zijn van de raad; c. de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen; d. een lid ontslag neemt. Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte. In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden. Bevoegdheden van de onderzoekscommissie De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte. De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis. De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking. De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen als ten minste 2 van haar leden aanwezig zijn. De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen.
41/61
12.5 1. 2. 3. 4.
12.6 1. 2. 3. 4.
12.7 1. 2. 3.
Ambtelijke bijstand De griffier is bij iedere zitting aanwezig. Een notulist(e) is bij iedere vergadering aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid van de griffier wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de raad aangewezen vervanger. Hoofdstuk 11. Ondersteuning van de gemeenteraad (artikel 11.1 tot en met 11.5) is niet van toepassing. Zittingen De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis. De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen ten minste 2 weken voor de zitting op. Binnen 3 werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk 1 week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld. Toehoorders en de pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.
12.8 Geluid- en beeldregistraties Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. 12.9 1. 2. 3. 4. 5.
Verslaglegging zitting Een notulist(e) draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier.
12.10 Beraadslagingen De onderzoekscommissie beraadslaagt als een lid dat nodig acht. De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren. 12.11 Afronding onderzoek Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar bevindingen voorgelegd aan de raad. 12.12 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze regels, beslist de Onderzoekscommissie.
42/61
Hoofdstuk 13
Regels inzake de gemeenschappelijke rekenkamercommissie De Waddeneilanden
Elke gemeente moet invulling geven aan een Rekenkamerfunctie. Dat kan een Rekenkamer zijn, een Rekenkamercommissie (iets minder zwaar) of een gezamenlijke Rekenkamerfunctie met andere gemeenten. Op 23 april 2014 heeft de gemeenteraad beslist de eigen Rekenkamercommissie Texel op te heffen en in te stappen in de gezamenlijke Rekenkamercommissie De Waddeneilanden. De regels in dit hoofdstuk zijn op 17 september 2014 door de raad van Texel vastgesteld en zijn identiek aan de regels die de andere 4 Waddeneilanden hanteren.
13.1 Belang Het belang ter behartiging waarvan deze regeling is aangegaan is het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamerfunctie als bedoeld in artikel 81 oa van de Gemeentewet. 13.2
Rekenkamercommissie
1.
De gemeenschappelijke rekenkamerfunctie wordt uitgeoefend in de vorm van een gemeenschappelijke commissie als bedoeld in artikel 84, lid 1 van de Gemeentewet, en artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden, genaamd Rekenkamercommissie De Waddeneilanden; De commissie heeft als taak het geven van uitvoering aan het bepaalde in de artikelen 182, 183, 184a en 185 van de Gemeentewet; De onderzoeken als bedoeld in het tweede lid moeten gericht zijn op structurele processen met als doel te leren van gedane zaken. Incidenten kunnen aanleiding zijn voor onderzoek, maar het zwaartepunt moet liggen bij structurele beleidsevaluatie, waarbij het gaat om de effectiviteit van beleid.
2. 3.
13.3 1. 2. 3. 4.
5.
6.
Samenstelling commissie en benoeming leden De commissie bestaat uit 3 leden, waaronder de voorzitter. De mogelijkheid bestaat om 2 plaatsvervangende leden te benoemen; De leden worden benoemd door de gemeenteraden van de deelnemers op voordracht van de Eilander raad; Het profiel van de leden en de voorzitter, alsmede de benoemingscriteria worden door of namens de Eilander raad vastgesteld; De plaatsvervangende leden hebben dezelfde rechten en plichten als de leden als zij in de plaats treden van een lid dat verhinderd is. De bepaling van deze regeling met betrekking tot de leden zijn onverkort van toepassing op de plaatsvervangende leden. In aanvulling op het bepaalde in artikel 81f van de Gemeentewet is niet benoembaar tot lid van de commissie: a. Een lid van de gemeenteraad of een commissie van een deelnemer; b. Een persoon in dienst van een deelnemer en/of een gemeenschappelijke regeling waaraan door een of meer deelnemers wordt deelgenomen; c. Een bestuurder of persoon in dienst van een instelling of organisatie die subsidie ontvangt van een of meer deelnemers; d. Een inwoner van de deelnemers; De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar; De zittingsduur kan ten hoogste met 2 maal worden verlengd.
43/61
13.4 1. 2.
3.
13.5 1. 2. 3. 4.
13.6 1. 2. 3.
13.7 1. 2. 3.
Ontslag De leden van de commissie worden door de gemeenteraden van de deelnemers op voordracht van de Eilander raad ontslagen. Een lid van de commissie wordt ontslagen: a. Op eigen verzoek; b. Bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap; c. Als hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. Als hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft gekregen of wegens schulden is gegijzeld; e. Als hij naar het oordeel van de Eilander raad dan wel naar het oordeel van de gemeenteraad van tenminste 1 van de deelnemers ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. Een lid van de commissie kan worden ontslagen: a. Als de Eilander raad dan wel de gemeenteraad van tenminste één van de deelnemers van oordeel zijn dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te vervullen; b. Als hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; c. Als hij handelt in strijd met artikel 15, eerste en tweede lid van de Gemeentewet.
Voorzitterschap commissie Een van de leden wordt door de gemeenteraden van de deelnemers op voordracht van de Eilander raad benoemd in de functie van voorzitter van de commissie; De voorzitter is stemhebbend lid van de rekenkamer; De commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. De voorzitter van de commissie regelt de volgorde waarin de plaatsvervangende leden worden geroepen om op te treden. Taak voorzitter De voorzitter zorgt, in overleg met de secretaris, voor het bijeenroepen van de vergaderingen van de commissie; De voorzitter leidt de vergaderingen, bewaakt de uitgangspunten, treedt op als woordvoerder namens de commissie en bevordert een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert regelmatig overleg met de secretaris bedoeld in artikel 13.8 over de voortgang van de onderzoeken van de commissie. Eed en gedragscode Ten aanzien van de leden van de commissie is artikel 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing; De leden van de commissie leggen de in het eerste lid bedoelde eed of verklaring en belofte af in de vergadering van de Eilander raad ten overstaan van de voorzitter van de Eilander raad; Ten aanzien van de leden is de gedragscode voor bestuurders van toepassing zoals die is vastgesteld door de raad van de gemeente Terschelling.
13.8
Ambtelijk secretaris
1.
De commissie heeft een ambtelijk secretaris, die in dienst is bij het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden, en valt onder de rechts positieregeling voor ambtenaren van de gemeente Terschelling; De functieomvang van de ambtelijk secretaris wordt bepaald door of namens de Eilander Raad. De gemeenteraad c.q. de griffier van de gemeente Terschelling benoemt, schorst en ontslaat de ambtelijk secretaris van de commissie, in overeenstemming met de voorzitter van de commissie.
2. 3. 44/61
4. 5. 6. 7.
13.9 1. 2. 3. 4.
5.
6.
De secretaris ondersteunt de commissie bij de uitvoering van haar taken. Hij verricht geen andere werkzaamheden voor de deelnemers dan het secretariaat van de commissie. De secretaris is bevoegd deel te nemen aan de beraadslagingen binnen de commissie en heeft daarbij een adviserende stem. Ter ondersteuning van de secretaris kunnen andere ambtenaren worden benoemd. Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid van dit artikel is hierop van toepassing. De kosten van de secretaris en het personeel als bedoeld in het 6e lid, evenals de overige door het secretariaat de Waddeneilanden te maken secretariaatskosten, worden verdeeld over de deelnemers naar rato van de verdeelsleutel zoals die geldt binnen de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden, tenzij daarin door de deelnemers op een andere wijze wordt voorzien. Inventarisatie en selectie van onderwerpen De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt. De commissie doet onderzoeken evenredig verdeeld over de deelnemers; Conform artikel 182, tweede lid van de Gemeentewet kunnen gemotiveerde verzoeken tot het verrichten van een onderzoek worden gedaan door de raad van een deelnemer. Als meerdere verzoeken voor onderzoek in aanmerking komen maakt de commissie daaruit een beargumenteerde keuze; ter bepaling van haar keuze kan de commissie een vooronderzoek laten verrichten.
De commissie stelt jaarlijks zelfstandig, met in achtneming van lid 3 van dit artikel, voor 1 november een onderzoeksplan vast voor het daaropvolgende jaar en brengt dit ter kennis aan de gemeente raden van de betrokken deelnemers. De commissie bericht de betreffende gemeenteraad binnen 6 weken na ontvangst van de eventuele verzoeken, schriftelijk en gemotiveerd in hoeverre aan het verzoek tot onderzoek genoemd onder lid 3 wordt voldaan.
13.10 Taak en werkwijze commissie 1. De wijze van werken van de commissie wordt vastgelegd in een door de commissie vast te stellen reglement van orde; het reglement van orde wordt direct na vaststelling ter kennis gebracht aan de raden van de deelnemers. 2. De commissie stelt voor ieder te onderzoeken onderwerp een onderzoeksopzet vast en formuleert de onderzoeksvragen. 3. De voorzitter van de commissie is belast met en verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het onderzoek. 4. Voor de onderzoeksopzet, formulering van de onderzoeksvragen en probleemstellingen en de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, gebruik maken van de hulp van (een) externe onderzoeker (s). 5. De vergaderingen van de commissie en de bijeenkomsten waarin personen namens de commissie worden gehoord, zijn niet openbaar, tenzij de commissie, met in achtneming van het belang van de te horen personen, anders beslist. 13.11 Bevoegdheden 1. De commissie is bevoegd om in het kader van de door haar te verrichten onderzoeken personen op te roepen teneinde door of namens de commissie te worden gehoord. Raadsleden, collegeleden en personen in dienst van de gemeente zijn verplicht aan een oproep gehoor te geven en naar vermogen de gevraagde inlichtingen te verstrekken. 2.
Het in de artikelen 183 en 184 van de Gemeentewet ten aanzien van de bevoegdheden van de rekenkamer bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de commissie. 3. De rekenkamercommissie is bevoegd bij de besturen en of directies van de hierna genoemde organisaties de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van het onderzoek. Het betreft: a. openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet Gemeenschappelijke regelingen waaraan een deelnemer deelneemt; b. instellingen die een subsidie, lening of garantie van de deelnemer ontvangen; 45/61
c.
4.
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen waarin de deelnemers tenminste 50% van het aandelenkapitaal houdt; d. rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. De secretaris en de door de commissie ingeschakelde onderzoeker(s) hebben de bevoegdheid alle informatie te verzamelen die de commissie in het belang van het onderzoek nodig acht. Zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en het onderzoek en zijn alleen verantwoording schuldig aan de commissie.
13.12 Jaarverslag en overleg 1. De commissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden over het voorgaande jaar en stuurt dit ter kennisname naar de gemeenteraden van de deelnemers en de Eilander raad. 2. Om de communicatie tussen de commissie en de gemeenteraden van de deelnemers te bevorderen wordt tenminste eenmaal per jaar overleg gevoerd tussen de commissie en een vertegenwoordiging van de Eilander raad. 3. Het overleg als bedoeld in het tweede lid heeft de volgende functies: a. Het bespreken van het onderzoeksprogramma; b. Het letten op de verhouding tussen de verschillende toetsings- en controle-instrumenten; c. Het uitwisselen van verwachtingen en ervaringen. 13.13 Rapportage onderzoeken 1. Als het verloop van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de commissie besluiten de raad van een deelnemer dan wel de Eilander raad door middel van een tussenrapportage te informeren betreffende de vorderingen van het onderzoek. 2. De commissie past ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor toe. 3. De commissie stelt ter verificatie betrokken ambtelijke dienst(en) in de gelegenheid binnen een termijn van maximaal 3 weken te reageren op de concept-feitenrapportage van de commissie. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokken worden aangemerkt.
Als daartoe aanleiding is, verwerkt de commissie deze reactie(s) in de feitenrapportage. 4. De definitieve feitenrapportage aangevuld met conclusies en aanbevelingen wordt aan het Eilander college en/of aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemers, als deze betrokken zijn bij het onderzoek, voorgelegd om hun zienswijze aan de commissie kenbaar te maken. 5. De commissie verwacht binnen 2 weken een reactie van de betreffende besturen. Deze reactie(s) worden integraal opgenomen in de eindrapportage. 6. De commissie geeft in het nawoord haar visie op de bestuurlijke reacties. Dit nawoord maakt ook onderdeel uit van de eindrapportage van de commissie. 7. De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een aangegeven termijn, van maximaal 6 weken hun reacties op het voorlopige onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. De commissie bepaalt wie als betrokkenen worden aangemerkt. 8. De commissie verwerkt, als daar naar haar mening aanleiding toe is, de uitgebrachte reacties in haar eindrapportage en brengt die rapportage, vergezeld van de uitgebrachte reacties en aanbevelingen, uit aan de betrokken gemeenteraden en/of, dan wel de Eilander raad. Het college van B&W van de deelnemer, dan wel het Eilander College en betrokkenen ontvangen een afschrift van de rapportage.
De eindrapportage is openbaar, met in achtneming van het bepaalde in artikel 185, eerste lid, van de Gemeentewet. Minderheidsstandpunten van de commissie kunnen daarbij worden weergegeven. 9. De betrokken gemeenteraad, dan wel de Eilander raad, bespreekt de eindrapportage en de reacties, besluit over de eindrapportage en aanbevelingen en bepaalt wat de voortgang daarbij zal zijn. 10. De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
46/61
13.14 Vergoedingen 1. De leden en de voorzitter ontvangen een vaste vergoeding per vergadering, alsmede een vergoeding voor gemaakte voorbereidings- en eventuele onderzoekskosten. Deze vergoeding wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de bij de opstelling van de begroting van het samenwerkingsverband gehanteerde prijsontwikkeling. 2. Deze vergoeding wordt vastgesteld door de Eilander raad. Tevens worden de reiskosten vergoed conform de reiskostenregeling van de gemeente Terschelling. Onkosten en vergoedingen worden op basis van declaraties vergoed. 3. De in het eerste lid bedoelde kosten worden vergoed uit het budget wat vastgesteld wordt in de Begroting van de Eilander raad voor het samenwerkingsverband De Waddeneilanden, tenzij daarin door de deelnemers op een andere wijze wordt voorzien. 13.15 Onderzoeksbudget 1. De commissie is bevoegd om binnen een aan haar bij de begroting van De Waddeneilanden beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen voor de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden kosten gebracht van: a. Externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld; b. Eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3.
De gemeenteraad van een deelnemer kan aan de commissie een extra budget ter beschikking stellen voor een specifiek eenmalig onderzoek dat door die raad wordt gewenst. 4. De commissie is voor de besteding van het budget, genoemd in lid 3, uitsluitend verantwoording schuldig aan die betreffende gemeenteraad. 5. De commissie is voor de besteding van het budget, genoemd in lid 1 en 2, verantwoording schuldig aan de Eilander raad. 13.16 Overige bepalingen In alle gevallen, waarin dit hoofdstuk niet voorziet of wanneer een artikel voor meerdere uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist: a. Voor zover het de werkwijze van de commissie betreft: de voorzitter van de commissie; b. Voor zover het de bevoegdheden van de commissie betreft: c. De gemeenteraad van de deelnemer als het een onderzoek van die deelnemer betreft op voorstel van het presidium; d. De Eilander raad als het een onderzoek betreft namens alle deelnemers, op voorstel van de presidia van de deelnemers; e. in naar het oordeel van de commissie spoedeisende gevallen: de commissie waarbij de genomen beslissing als voorlopige voorziening wordt aangemerkt. De voorlopige voorziening wordt in de eerstvolgende raadsvergadering, dan wel de eerstvolgende Eilander raadsvergadering, ter bekrachtiging aan die raad voorgelegd.
47/61
48/61
Hoofdstuk 14 14.1 1.
2. 14.2 1.
2. 3.
14.3 1.
2. 14.4 1.
2.
14.5 1. 2. 3. 4. 14.6 1. 2. 3.
Rechtspositie raads- en commissieleden
Reis- en verblijfkosten De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97 van de Gemeentewet is: a. voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; b. voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed. Scholing Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen beslissen op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid, op basis van meerderheid van stemmen. Computer en internetverbinding Raads- en commissieleden aan wie op aanvraag een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Aan raadsleden wordt een data-abonnement ter beschikking gesteld.
Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikelen 14.1, 14.2, 14.3 en 14.5 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Fietsregeling (vervalt) Het raadslid kan deelnemen aan de fietsregeling zoals deze geldt voor ambtenaren. Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de gemeente. Als de fietsregeling voor ambtenaren vervalt, vervalt deze ook voor raadsleden. Overlijdensuitkering Indien een raadslid in de periode dat hij actief deel uitmaakt van de gemeenteraad overlijdt, wordt aan zijn nabestaande een overlijdensuitkering uitbetaald.
Onder de in het eerste lid bedoelde nabestaande wordt verstaan degene met wie het raadslid gehuwd was dan wel degene met wie hij een geregistreerd partnerschap is aangegaan. Dit artikel is niet van toepassing op een lid van de raad dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van de raad wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ingevolge artikel X 12 van de Kieswet.
49/61
4.
14.7
De overlijdensuitkering is gelijk aan 3 maal de vergoeding voor de werkzaamheden per maand en wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden van het raadslid in 1 keer aan zijn nabestaande uitbetaald. Betaling vaste vergoedingen
De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis, tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden anders bepaalt. 14.8 1. 2. 3.
Betaling en declaratie van onkosten De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door betaling vooruit uit eigen middelen. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- en commissieleden ingediend bij de griffier.
14.9 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze regels, beslist het Fractievoorzittersoverleg, op voorstel van en/of na consultatie van het college.
50/61
Hoofdstuk 15
Gedragscode voor raadsleden en commissieleden
In 2010 is de ‘Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Texel’ vastgesteld. Daarin staat o.a. het volgende: ‘De Raad van de Gemeente Texel als hoogste bestuursorgaan hanteert het sturen op hoofdlijnen als uitgangspunt op een interactieve wijze waarbij voortdurend wordt gestreefd naar een open dialoog met alle belanghebbenden. Openbaarheid van bestuur is regel, geheimhouding uitzondering. Aandacht voor de kwetsbaarheid van het bestuur is belangrijk. De burger moet er op kunnen vertrouwen dat het bestuur eerlijk en betrouwbaar, zorgvuldig en onkreukbaar is. Dit geldt mutatis mutandis voor de ambtelijke organisatie. Deze aspecten worden in een gedragscode vastgelegd. Het bestuur heeft respect voor elkaars mening en die van anderen. Het bestuur oefent zijn taak collegiaal en in gezamenlijke verantwoordelijkheid uit om zodoende een voortvarend en resultaatgericht bestuur te vormen. Dit houdt in: a. het zich samen verantwoordelijk voelen voor de besluiten, met respect voor de visie van elkaar en standpunten; b. een erkenning van eigen verantwoordelijkheid en profilering van de raad(sfracties) en college; c. werken volgens procedures en processen die gericht zijn op het verkrijgen van draagvlak waarbij het openstaan voor en inzichtelijk maken van alternatieven tot de mogelijkheden behoort; d.
eenduidig naar buiten brengen waarom besluitvorming op een bepaalde manier plaatsvindt; e. duidelijkheid in doelstellingen; f. openstaan voor beïnvloeding in het voortraject en tijdens de uitvoering, zonder afbreuk te doen aan de gestelde doelstellingen; g. het elkaar vroegtijdig en volledig informeren. Van de Raad mag verwacht worden dat: a. zij zich richt op het vaststellen en evalueren van het beleid en het initiëren van nieuw beleid; b. zij, in wisselwerking met de omgeving, informatie vertaalt naar concrete uitgangspunten en initiatieven; c. zij het college controleert op de gerealiseerde activiteiten op basis van de doelstellingen; d. zij bestuurt op hoofdlijnen en gericht op het verkrijgen van draagvlak; e. zij open communicatie met de samenleving nastreeft; f. zij op basis van respect met elkaar de beslissingen neemt. Van de Politieke Fracties in de raad mag verwacht worden dat: a. zij hun eigen verantwoordelijkheid dragen; b. zij genomen besluiten respecteren en dit ook uitdragen; c. zij minderheidsstandpunten respecteren; d. zij geen actie ondernemen tijdens de uitvoering van raadsbesluiten. Van de Raadsleden mag verwacht worden dat: a. zij respect tonen voor andere meningen, vanuit de eigen achtergrond (normen en waarden) en hierop reageren; b. zij openstaan voor een op argumenten gebaseerde discussie; c.
zij een ombudsfunctie invullen, die van een volksvertegenwoordiger verwacht mag worden.’
Er is ook een gedragscode; de voor raadsleden en commissieleden belangrijkste artikelen staan in dit hoofdstuk opgesomd. Maar: integriteit blijft een actueel aandachtspunt; jaarlijks zal daar ook aandacht voor zijn. 15.1 1. 2. 3. 4. 5. 15.2 1. 2.
Algemene bepalingen Deze gedragscode geldt voor politieke ambtsdragers van de gemeente Texel tenzij uit de tekst van een gedragsregel anders blijkt. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is vindt bespreking plaats in het college van B&W of gemeenteraad. De code is openbaar en voor iedereen makkelijk toegankelijk. Politieke ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. Een politieke ambtsdrager is aanspreekbaar op de naleving van deze code. Belangenverstrengeling Een politieke ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politieke ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 51/61
3. 4.
5.
6.
7. 8.
9.
15.3 1.
2. 3. 4. 5.
15.4 1.
2. 3.
4.
5. 6.
Een oud-politieke ambtsdrager wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. Als de onafhankelijke oordeelsvorming van een politieke ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Een politieke ambtsdrager die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. Een politieke ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. Een politieke ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. Een politieke ambtsdrager geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.qnevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden verricht, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn. Een politieke ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie (tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan). De inkomsten komen ten goede aan de kas van gemeente.
Voor een voltijds bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties. Informatie Een politieke ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn. Een politieke ambtsdrager houdt geen informatie achter. Een politieke ambtsdrager verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is. Een politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Een politieke ambtsdrager gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten van de gemeente. Geschenken, diensten en uitnodigingen Een politieke ambtsdrager accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen. Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd. Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 100 vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente.
Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een waarde van € 100 of minder vertegenwoordigen kunnen worden behouden. Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Als dit toch is gebeurd, meldt een politieke ambtsdrager dit in het bestuursorgaan waarvan hij deel uit maakt, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen. Aanbiedingen voor privé-werkzaamheden of kortingen op privé-goederen worden niet geaccepteerd. Een politieke ambtsdrager bespreekt in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt uitnodigingen voor excursies en evenementen op kosten van derden.
15.5 Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit Raadsleden en leden van colleges van burgemeester en wethouders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan die van de burgers zijn het primaire richtsnoer. 52/61
Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders, de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen. Leidende kernbegrippen bestuurlijke integriteit: Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken. Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur. Onafhankelijkheid Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Openheid Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij. Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.
Zorgvuldigheid
Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de in de bijlage I genoemde gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden. 15.5 Vangnetregeling In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze regels, beslist het Fractievoorzittersoverleg op voorstel van de voorzitter van de raad.
53/61
54/61
Hoofdstuk 16 16.1
Slotbepalingen
Intrekken oude verordeningen en verordeningen
De volgende verordeningen en besluiten worden ingetrokken: 1. Verordening van Orde 2007 voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Texel (besluit van 30 januari 2007). 2. Commissieverordening 2007 (besluit van 30 januari 2007). 3. Besluit instelling werkgevercommissie Griffie en delegatie werkgeverschap van de raad van de gemeente Texel 2013 (besluit van 16 oktober 2013) 4. Verordening Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2010 (besluit van 21 september 2010). 5. Verordening op het Onderzoeksrecht van de raad van Texel 2010 (besluit van 21 september 2010). 6. Verordening op de Gemeenschappelijke rekenkamercommissie De Waddeneilanden 2014 (besluit van 17 september 2014). 7. Verordening Regionale Raadscommissie (Kop van Noord-Holland), besluit van 17 juni 2015. 8. Verordening Vertrouwenscommissie 2015 (2 juni 2015). 9. Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Texel 2015, voor zover van toepassing op raadsleden en commissieleden (23 april 2015) 16.2 1.
2.
Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018 in werking, onder gelijktijdige intrekking van ‘Verordening voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Texel’. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Texel 2018’.