CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Ter info - OUDE/huidige Verordening die alle werkzaamheden van de gemeenteraad regelt - Reglement van orde

Raadsvergadering 21 juni 2023, gemeente TexelBij agendapunt: Opnieuw bespreken en stemmen - Verordeningen die het werk van de gemeenteraad regelen20.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ondertekening Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21-02-2018,

1. Referendumverordening Texel 2010 2. Verordening Burgerinitiatief 2009

De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer 1324437 .

55/61

56/61

Bijlage 1

Referendumverordening Texel 2010

De raad van de gemeente Texel; Gelet op artikel 149 Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de

Referendumverordening Texel Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de raadsvergadering is opgenomen; b. referendum: stemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een concept raadsbesluit; c. kiesgerechtigden: diegenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad. Artikel 2. Referendabele besluiten Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van besluiten: 1. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en, schenkingen; 2. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; 3. de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; 4. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; 5. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; 6. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; 7. in het kader van deze verordening; 8. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; 9.

die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; of 10. waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden. Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden. 2. De referendumcommissie bestaat uit 5 leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. Voor de besluitvorming is een quorum vereist van 3 leden. Bij het staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 4. De commissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 5. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. 6. De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd. 7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.

57/61

Artikel 4. Taken referendumcommissie 1. De commissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over de toepassing van artikel 2; b. de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een referendum; c. toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de organisatie van het referendum; d. toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting; e. de raad te adviseren over de verdeling van het subsidieplafond bedoeld in artikel 9, tweede lid; f. de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid. 2. De commissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen. 3. De adviezen van de commissie zijn openbaar. Artikel 5. Inleidend verzoek 1. Een inleidend verzoek om een referendum te houden wordt uiterlijk 1 week voor de plenaire behandeling van het concept raadsbesluit bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt om welk concept besluit het gaat. 2. Het verzoek wordt ondersteund door ten minste 75 handtekeningen van kiesgerechtigden. Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 3.

De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard formulier, dat ter ondertekening op het gemeentehuis ligt. Bij het plaatsen van een handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. 4. Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden, beslist de raad, met in achtneming van artikel 2, of het verzoek tot het houden van een referendum wordt ingewilligd. 5. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept raadsbesluit waarop het referendumverzoek betrekking heeft in de vergadering van de raad plenair behandeld. 6. De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. Artikel 6. Definitief verzoek 1. Kiesgerechtigden dienen binnen 6 weken na de dag dat de raad het besluit bedoeld in artikel 5, vierde lid, heeft genomen, een definitief verzoek om een referendum te houden in. 2. Dit verzoek wordt ondersteund door ten minste 725 handtekeningen van kiesgerechtigden. 3. Artikel 5, tweede lid, tweede volzin en artikel 5 derde lid, zijn van toepassing. 4.

Als het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Artikel 7. Datum De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, gehoord het college, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. Artikel 8. Vraagstelling Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit zijn. Artikel 9. Budget 1. Nadat is besloten tot het houden van een referendum, brengt de raad een bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie. 58/61

2.

3.

De raad kan beslissen om subsidies te verstrekken aan de verzoekers van het referendum en aan maatschappelijke organisaties voor het organiseren van debat en publiciteit over het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. De raad stelt daarbij een subsidieplafond vast en bepaalt de verdeelsleutel waarmee het subsidieplafond over de groepen van subsidiegerechtigden wordt verdeeld. Het college beslist op de aanvragen om subsidie in volgorde van ontvangst.

Artikel 10. Uitvoering Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het referendum. Artikel 11. Procedure stemming De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken bij het referendum van overeenkomstige toepassing. Artikel 12. Geldigheid van de uitslag 1. Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte stemmen meer bedraagt dan 50% van het aantal kiesgerechtigden. 2. Inzake de uitslag: er is sprake van het verwerpen (raadgevend) van een concept-raadsbesluit indien het aantal tegenstemmen ten minste 30% van de kiesgerechtigden bedraagt. Artikel 13. Strafbepalingen Met een hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; c.

als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; d. bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen zijn stem; e. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel 14. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 22 september 2010. Artikel 15. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening'. Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 september 2010, De griffier,

De voorzitter,

59/61

Bijlage 2

Verordening Burgerinitiatief 2009

De raad van de gemeente Texel: gelet op artikel 149 en 150 Gemeentewet; gehoord de raadscommissie Werkwijze Raad op 29 november 2005 en 16 juni 2009;

Besluit vast te stellen de

Verordening burgerinitiatief 2009 Artikel 1 In deze verordening wordt onder een burgerinitiatief verstaan: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen. Artikel 2 1. De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. 2. Een verzoek is niet ontvankelijk indien het: a. een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of b. niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. Artikel 3 Initiatiefgerechtigd zijn alle ingezetenen en rechtspersonen die gevestigd zijn op Texel. Voor de beoordeling of iemand belanghebbende is, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 4 1. Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; b. een vraag over het gemeentelijk beleid; c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; d. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of e. een onderwerp waarover korter dan 1 jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de raad een besluit is genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden. 2.

Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder. 3. Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief.

60/61

Artikel 5 1. Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van een raadscommissie wordt schriftelijk ingediend bij de griffier van de raad. Formulieren voor indiening van een burgerinitiatief zijn bij de griffie verkrijgbaar en kunnen – na invulling – weer bij diezelfde griffie worden ingediend. De griffie zal de initiatiefnemer gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden. 2. Het verzoek bevat ten minste: a. een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief; b. een toelichting op het burgerinitiatief, en c. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening(en) van de initiatiefnemer(s), en d. 50 steunbetuigingen 3. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage van deze verordening opgenomen model. Artikel 6 1. De Agendacommissie agendeert het burgerinitiatief voor een eerstvolgende vergadering van de raadscommissie waarin behandeling moet plaatsvinden na de datum van indiening van het initiatief, indien het voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 5. Er dient ten minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het burgerinitiatief wordt beslist. 2. De griffier van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd.

De initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten. 3. Zo spoedig mogelijk nadat de raad, na commissiebehandeling, over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt op de voor de gemeente Texel gebruikelijke wijze. 4. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer. 5. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief. 6. Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht 6 waartegen bezwaar en beroep open staat. Artikel 7 1. Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking ex artikel 139 tweede lid van de Gemeentewet. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening burgerinitiatief 2009 Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 juli 2009, De griffier,

De voorzitter,

61/61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=51e5e3c4-3a49-4b07-a90a-8caf411d1a35