Bijlage 5. Etfal incl. bijlagen
Tekst van het document
Aanvullende instructieregels Voor een aantal specifieke Rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Voor de ontwikkeling zijn deze aanvullende instructieregels niet relevant. Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van de omgevingsverordening van de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Analyse Het projectgebied bevindt zich in het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Volgens artikel 5.37 van het Bkl dient rekening gehouden te worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied ligt niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterveiligheid. Waterkwantiteit Op redelijke afstand van het plangebied zijn verschillende secundaire watergangen met beperkingengebied aanwezig, zie onderstaande figuur 5.2. De werkzaamheden vinden plaats buiten deze watergang.
22
Figuur 5.2: Uitsnede Legger Wateren 2025 kunstwerken ter plaatse van het projectgebied Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
5.14 Duurzaamheid Doelen van de Omgevingswet zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Ow). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In artikel 22.52 Bruidsschat zijn regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Toetsing De nieuw te bouwen woningen worden goed geïsoleerd zoals het Bbl voorschrijft, voldoen aan de BENG-eisen en worden zonder gasaansluiting gebouwd. Binnen het projectgebied komt er meer groenvoorziening en minder verharding wat bijdraagt aan klimaatadaptatie en ecosystemen.
5.15 Gezondheid Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden moet worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Toetsing Gezondheidsaspecten zijn integraal meegenomen in de verschillende milieuonderdelen in dit hoofdstuk, zoals geluid, luchtkwaliteit, bodem en verkeer. Uit deze beoordelingen blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare milieubelasting ter plaatse van het projectgebied. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen in een bestaande stedelijke omgeving. De transformatie van een deel van de maatschappelijke functie met relatief hoge verkeers- en bezoekersintensiteit naar wonen leidt daarnaast tot een afname van verkeer en daarmee samenhangende hinder, zoals geluid en verkeersdruk. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten op de gezondheid en passend is binnen een gezonde leefomgeving.
23
Hoofdstuk 6 Financiële haalbaarheid Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 8 woningen en het behoud van een maatschappelijke functie in het bestaande gebouw ‘de Zeevaartschool’. De procedure voor de bouw van de woningen wordt voorafgaand aan een mogelijke tender doorlopen, waarbij een ontwikkelende partij de woningen zal realiseren voor eigen rekening en risico. De gemeente Texel zal voor het gebied een grondexploitatie opstellen die ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Binnen deze grondexploitatie worden onder andere de kosten voor bouwen woonrijp maken van het openbaar gebied opgenomen. Het openbaar gebied blijft in eigendom en beheer van de gemeente. De ontwikkeling is daarmee in beginsel economisch uitvoerbaar, aangezien de woningbouw door een marktpartij wordt gerealiseerd en de gemeentelijke kosten via de grondexploitatie worden gedekt.
Kostenverhaal Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag. Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 8 woningen en het behoud en herontwikkeling van de Zeevaartschool. De ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als een kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 van de Omgevingswet is het verboden om kostenverhaalplichtige activiteiten te verrichten zonder dat het kostenverhaal is verzekerd. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst of door het vaststellen van een exploitatieplan. In dit geval is het kostenverhaal verzekerd doordat de gronden in eigendom zijn van de gemeente en de ontwikkeling zal worden uitgewerkt binnen een gemeentelijke grondexploitatie. De kosten voor bouw- en woonrijp maken van de openbare ruimte worden hierin meegenomen. Voor het bestaande pand ‘de Zeevaartschool’ wordt onderzocht of een maatschappelijke invulling nodig is. Hierbij wordt gedacht aan een constructie op basis van een zakelijk recht.
Daarmee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling als geheel verzekerd en vormt dit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
24
Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is er sprake van balans tussen het beschermen en gebruiken van een locatie. Daarbij wordt afgewogen of de verschillende activiteiten binnen een gebied elkaar aanvullen dan wel verdragen. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover ze betrekking hebben op de gewenste ontwikkeling, nader onderzocht in deze ETFAL. Afweging De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van de voormalige Zeevaartschoollocatie aan de Wilhelminalaan/Schilderend in Den Burg. Het plan voorziet in de realisatie van 8 woningen (grondgebonden woningen) en het behoud van een maatschappelijke functie in het karakteristieke gebouw ‘de Zeevaartschool. Daarnaast wordt het terrein heringericht, waarbij het openbaar gebied opnieuw wordt ingericht en in beheer blijft van de gemeente.
De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied, in een overgangszone tussen wonen en maatschappelijke voorzieningen. Met de ontwikkeling wordt een bestaande maatschappelijke functie met relatief hoge verkeers- en bezoekersintensiteit gedeeltelijk getransformeerd naar wonen. Dit leidt tot een afname van verkeersbewegingen en daarmee samenhangende hinder, waardoor sprake is van een verbetering van de leefkwaliteit in de omgeving. De woningbouw is passend binnen de stedenbouwkundige structuur van de Wilhelminalaan en Schilderend en sluit aan op de dorpse schaal en korrel van de bestaande bebouwing. Door de beperkte bouwhoogte en het behoud van groene structuren blijft de ruimtelijke kwaliteit van het gebied gewaarborgd. Het cultuurhistorisch waardevolle gebouw van de voormalige Zeevaartschool blijft behouden en vormt een drager binnen de nieuwe ontwikkeling. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbare milieusituatie. Er treden geen onaanvaardbare effecten op voor bodem, water, ecologie, geluid of gezondheid. Ook leidt de ontwikkeling niet tot relevante belemmeringen voor omliggende functies. Het plan voorziet bovendien in een afname van verkeers- en parkeerdruk ten opzichte van de huidige situatie, waardoor de ontwikkeling beter aansluit bij het woonkarakter van de omgeving.
Voor de Zeevaartschool wordt onderzocht of herontwikkeling via een zakelijk recht-constructie mogelijk is, waarbij het pand voor eigen rekening en risico wordt gerenoveerd. Hiermee blijft het cultuurhistorische karakter behouden en wordt leegstand voorkomen. Conclusie Op basis van de uitgevoerde beoordeling van de relevante omgevingsaspecten wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en een passende functiemenging binnen de bestaande stedelijke structuur. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ontwikkeling is daarmee ruimtelijk en milieukundig aanvaardbaar en kan worden vergund.
25
Quickscan flora & fauna Omgevingswet
Sloop bijgebouwen ‘d Ouwe ULO (Artex) en renovatie oude zeevaartschool, Schilderend 39 te Den Burg, Texel
26 oktober 2025 Rapport 2025-73
2 Deze rapportage omvat: • • •
Quickscan flora en fauna Omgevingswet Ligging ten opzichte van beschermde gebieden Aerius calculatie
Uitvoerder:
Noordkop Ecologie Drs. F. Bijlweg – Kamer 1.07 1784 MC Den Helder Tel. 06-20005334 Email: Info@Noordkopgroen.nl
Opsteller:
L. de Wolf
Controleur:
Ing. M. L. de Jong
Noordkop Ecologie is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van deze rapportage en bijbehorende werkzaamheden. © Noordkop Ecologie, 2025
Project:
Sloop bijgebouwen ‘d Ouwe ULO (Artex) en renovatie oude zeevaartschool, Schilderend 39 te Den Burg, Texel
Rapportnummer:
2025-73
Status:
Definitief
Datum:
29 oktober 2025
Opdrachtgever:
Gemeente Texel
Contactpersoon:
Hein van der Vlerk
Rapport 2025-73
3 INHOUD 1. INLEIDING
4
2. BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING
5
2.1 Natura 2000-activiteit
5
2.2 Flora- en fauna-activiteit
6
2.3 Vellen en herbeplanten houtopstand
6
2.4 Specifieke zorgplicht en vergunningsplicht
7
2.5 Natuur Netwerk Nederland
7
2.6 Bijzonder Provinciaal Landschap
8
3. ONDERZOEKSMETHODIEK
9
4. HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING
10
4.1 Huidig gebruik planlocatie en omgeving
10
4.2 Beschrijving aanwezige biotopen
12
4.3 Te verwachten werkzaamheden
12
5. ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN
13
5.1 Beschermde soorten van Texel
13
5.2 Nationale Databank Flora en Fauna
14
5.3 Vleermuizen
15
5.4 Grondgebonden zoogdieren
16
5.5 Amfibieën, reptielen en vissen
16
5.6 Libellen, vlinders en overige insecten
17
5.7 Vaatplanten
18
5.8 Vogels
18
6. ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN
21
6.1 Ligging ten opzichte van Natura-2000 gebieden
21
6.2 Effectbepaling houtopstanden
21
6.3 Natuur Netwerk Nederland (NNN)
21
6.4 Bijzonder Provinciaal landschap
22
7. Aerius calculatie
23
7.1 Uitvoeringsfase
23
7.2 Resultaten
24
8. CONCLUSIES
25
8.1 Soortbescherming
25
8.2 Gebiedsbescherming
25
9. Literatuurlijst
27
Bijlage I. Resultaten NDFF Habitatrichtlijn
28
Rapport 2025-73
4 1. INLEIDING Noordkop Ecologie heeft van gemeente Texel opdracht gekregen voor het uitvoeren van een Quickscan Flora & Fauna in het kader van sloop de bijgebouwen aan ‘d Ouwe ULO (Artex) en renovatie van de oude zeevaartschool (ULO) aan het Schilderend 3 te Den Burg op Texel. Deze rapportage omvat: • Quickscan flora en fauna Omgevingswet • Ligging ten opzichte van beschermde gebieden • Aerius calculatie Het doel van de quickscan is te kunnen inschatten of er negatieve effecten te verwachten zijn op het voorkomen van voor de wet beschermde soorten en eventuele effecten op beschermde gebieden. Verantwoording Het bureauonderzoek en veldbezoek is uitgevoerd door Lieuwe de Wol. Het veldbezoek is uitgevoerd door Marting de Jong en Lieuwe de Wolf, ecologen van Noordkop ecologie, op 7 oktober 2025. Leeswijzer In deze quickscan flora en fauna is in hoofdstuk 2 uitgebreid de relevante wetgeving weergegeven. De gebiedsbeschrijving in hoofdstuk 3 omvat de ligging van het plangebied, het huidig en toekomstig gebruik, en de verwachte werkzaamheden. Na een korte beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode in hoofdstuk 4, volgt in hoofdstuk 5 de beschrijving van de mogelijke effecten op beschermde soorten (quickscan soorten). In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de ligging en mogelijke effecten op beschermde gebieden. In hoofdstuk 7 is de Aerius calculatie terug te vinden.
In hoofdstuk 8 zijn alle conclusies samengevat. Tot slot zijn in hoofdstuk 9 de literatuurlijst en bijlagen van dit rapport te vinden.
Rapport 2025-73
5 2. BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING Sinds 1 januari 2024 is na een zeer lange voorbereiding de Omgevingswet van kracht geworden. Omdat natuur volgens de definitie van deze wet onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving, valt de natuur(bescherming) formeel onder de reikwijdte van de Omgevingswet. De regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving staan beschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), dit is één van de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet. In hoofdstuk 11 van het Bal worden regels beschreven over activiteiten die de natuur betreffen. Deze gaan over: • activiteiten met gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden • activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild • activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen
2.1 Natura 2000-activiteit Een Natura 2000-gebied is een beschermd natuurgebied van Europees belang en behoort tot een netwerk van beschermde natuurgebieden. Als een activiteit effect heeft op een Natura 2000-gebied wordt dit een Natura 2000-activiteit genoemd. Dit wordt binnen de Omgevingswet als volgt gedefinieerd: ‘Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.’ Er is geen definitie van ‘significant’, maar het komt neer op de vraag of de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in gevaar komen door de activiteit. Factoren die dit beïnvloeden zijn bijvoorbeeld: • afname van de oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid van die habitat • afname van een populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten- of diersoorten in die populatie • algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van de habitat of soorten Sinds januari 2024 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering opgenomen in de Omgevingswet. Een belangrijke graadmeter hiervoor is de Kritische Depositie Waarde (KDW). De KDW laat zien hoeveel stikstof in mol per hectare per jaar een natuurtype maximaal aan kan.
De KDW is daarmee de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van leefgebieden van dieren of planten achteruitgaat door stikstofneerslag. AERIUS berekent de stikstofneerslag op specifieke punten, waarbij het resultaat wordt toegewezen aan een gebied van één hectare rond dat punt. De hectares worden in AERIUS weergegeven als zeshoeken (hexagonen). In deze hexagonen vind je informatie over de locatie van stikstofgevoelige natuurtypes in Natura 2000-gebieden, die volgens de regelgeving beschermd moeten worden. Ook is vastgelegd om welke habitattypes het gaat. Hexagonen waar de achtergronddepositie hoger is dan de KDW van de aanwezige habitattypen, of waar de KDW tot 70 mol wordt benaderd, worden beschouwd als (naderend) overbelaste hexagonen. Wanneer de stikstofdepositie door een project hoger is dan 0,005 mol/ha/jaar, op reeds overbelaste habitats binnen berekende hexagonen dan is het nodig een vergunning aan te vragen.
Rapport 2025-73
6 Een Natura 2000-activiteit kan ook buiten een Natura 2000-gebied plaatsvinden. Ook dan kan een activiteit effect hebben op een Natura 2000-gebied. Dit wordt externe werking genoemd. Als dit effect significant kan zijn, dient een meestal een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit aangevraagd te worden. Ook kan een activiteit plaatsvinden die wel nadelige, maar zeker geen significante, gevolgen kan hebben op een Natura 2000-gebied. Dit is geen Natura 2000-activiteit, maar er gelden wel rijksregels voor. Rijksregels zijn onder andere de specifieke zorgplicht, informatieplicht bij ongewone voorvallen of een vergunningsplicht. Dit wordt toegelicht in paragraaf 2.4.
2.2 Flora- en fauna-activiteit Er kunnen ook activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op dieren of planten in het wild. Hieronder valt onder andere een flora- en fauna-activiteit, maar ook jacht- of valkeniersactiviteiten, vangen of doden van dieren, verhandelen van dieren, planten of producten hiervan en activiteiten die introductie of verspreiding van invasieve uitheemse soorten tot gevolg kunnen hebben. Een flora- en fauna-activiteit wordt binnen de Omgevingswet gedefinieerd als een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Dit houdt in dat men moet controleren of en welke dieren en planten aanwezig zijn wanneer een activiteit wordt uitgevoerd. Hieronder vallen ook belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats van de dieren- en plantensoorten. De soorten kunnen in de Vogel- of Habitatrichtlijn staan, maar ook in het Bal of op de rode lijst. Iemand die een flora- en fauna-activiteit uitvoert moet voorkomen dat een dier onnodig lijdt. Verder gelden ook voor flora- en fauna-activiteit de Rijksregels waaronder de specifieke zorgplicht, informatieplicht bij ongewone voorvallen en mogelijk een vergunningsplicht.
2.3 Vellen en herbeplanten houtopstand Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Het vellen van een houtopstand is het rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Er is geen minimale oppervlakte van een houtopstand. Bij het (deels) vellen van een houtopstand gelden de rijksregels en een herbeplantingsplicht. Wanneer de rijksregels gelden dient er een melding van de houtkap gedaan te worden. Deze melding moet uiterlijk 4 weken én niet eerder dan 1 jaar vóór het vellen gebeuren. Er zijn ook uitzonderingen op de rijksregels, ze gelden bijvoorbeeld niet in de volgende gevallen en het is in deze gevallen daarom ook niet nodig om een vergunning aan te vragen: • houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap • houtopstanden op erven of in tuinen • populieren en wilgen van wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen of eenrijige beplantingen langs landbouwgronden • het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen • houtopstanden met een totale oppervlakte van minder dan 10 are • houtsopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen
Rapport 2025-73
7 Er zijn nog meer uitzonderingsgevallen waarvoor de rijksregels, meldingsplicht of herbeplantingsplicht niet geldt, raadpleeg hiervoor artikel 11.111, 11.126, 11.129 en 11.131 van het Bal.
2.4 Specifieke zorgplicht en vergunningsplicht De specifieke zorgplicht verbiedt handelingen waarvan iedereen zou weten of redelijkerwijs zou kunnen vermoeden dat het nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Bij de specifieke zorgplicht gaat het om een verplichting in drie stappen waarbij optie 1 beter is dan optie 2, en optie 2 beter is dan optie 3: 1. Nagaan of nadelige gevolgen uit te sluiten zijn Als er aanwijzingen zijn dat beschermde soorten of habitats aanwezig zijn, dan is het verplicht om na te gaan of nadelige gevolgen voor die dieren of planten uit te sluiten zijn. Dit geldt ook bij het voorkomen van nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Bij de diersoorten gaat het dan ook om hun nesten, foerageer-, voortplantings- en rustplaatsen, en eieren. Het uitsluiten of er nadelige gevolgen zijn, moet plaatsvinden aan de hand van objectieve gegevens. 2. Nadelige gevolgen zoveel mogelijk beperken Het is niet altijd mogelijk om nadelige gevolgen uit te sluiten voor Natura 2000-gebieden of dier- en plantensoorten. In dat geval moet degene die de activiteit verricht, nagaan wat de nadelige gevolgen kunnen zijn van de activiteit en alle passende preventieve maatregelen treffen om nadelige gevolgen voor dier- en plantensoorten te voorkomen.
Ook moet diegene tijdens en na de Natura 2000- of flora- en fauna-activiteit nagaan of die maatregelen wel het bedoelde effect hebben. 3. Stoppen met activiteit of herstelmaatregelen treffen Als er ondanks de genomen maatregelen toch nadelige gevolgen zijn door de activiteit, moet die activiteit stoppen. Als stoppen niet mogelijk is, dan moet degene die de activiteit verricht passende herstelmaatregelen treffen. Vergunningsplicht Naast de specifieke zorgplicht stellen de rijksregels ook dat er voor Natura 2000- en flora- en fauna-activiteiten meestal een omgevingsvergunning nodig is. Voor een flora- en faunaactiviteit geldt er een vergunningsplicht wanneer het gaat over schadelijke handelingen, verstoring, bezit en gebruik van bepaalde middelen bij het vangen van soorten die onder de Vogel- of Habitatrichtlijn, het Bal of internationale verdragen worden beschermd. Tevens kunnen ook (decentrale) vrijstellingen gelden, bijvoorbeeld wanneer een andere wet de activiteit toestaat. Voor Natura 2000-gebieden kunnen er ook vrijstellingen voor bepaalde factoren, zoals stikstofdepositie, zijn die niet voor de overige factoren gelden.
2.5 Natuur Netwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit verbindingszones, beschermde reservaten en Natura 2000-gebieden. Het doel van het NNN is het vergroten en verbinden van natuurgebieden. Door deze verbindingen vindt uitwisseling plaats van planten en dieren tussen gebieden. Het NNN is begrensd en planologisch vastgelegd.
Rapport 2025-73
8 Het beschermingsregime is onder de Wet ruimtelijke ordening vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), en werkt via provinciale verordeningen door in gemeentelijke bestemmingsplannen. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening van NoordHolland (PRV) zijn gebieden aangewezen die in de provincie het Natuurnetwerk Nederland vormen. Voor deze gebieden zijn in het Natuurbeheerplan 2018 wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld. Bovendien geldt hier het beschermingsregime van artikel 19 van de PRV.10. Binnen het NNN zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan die leiden tot: • een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden • een significante vermindering van de oppervlakte van NNN-gebieden • een significante vermindering van de samenhang tussen die gebieden Uitzonderingen hierop volgens de PRV: • nieuwe activiteiten dan wel wijzigingen van bestaande activiteiten voor zover: o er sprake is van een groot openbaar belang o er geen reële andere mogelijkheden zijn o de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt o de overblijvende effecten worden gecompenseerd • een activiteit of een combinatie van activiteiten die mede tot doel heeft de kwaliteit of kwantiteit van de NNN of de natuurverbinding per saldo te verbeteren.
2.6 Bijzonder Provinciaal Landschap In Noord-Holland zijn 32 gebieden aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). Dit zijn landschappen waarop we extra zuinig zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen en waarde voor mens en dier. Het BPL is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn. Dit noemen we de ‘kernkwaliteiten’ van het landschap. Voorbeelden hiervan zijn het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere opbouw van de ondergrond. De kernkwaliteiten mogen niet worden aangetast.
Rapport 2025-73
9 3. ONDERZOEKSMETHODIEK Om inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, in of nabij het plangebied, is een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Dat omvat een bureauonderzoek en een veldbezoek. De natuurtoets is een toets van de ecologische potenties van het plangebied. Dit kan niet worden gezien als volwaardig ecologisch onderzoek. Voor de natuurtoets zijn geen uitgebreide inventarisaties uitgevoerd naar soorten en soortgroepen. Bureauonderzoek natuurtoets soorten Ter voorbereiding op het veldbezoek is onderzocht welke beschermde soorten in en rondom de planlocatie voor kunnen komen. Hiervoor is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Uit de NDFF komen gevalideerde waarnemingen naar voren waarvan een soortenlijst van beschermde soorten in de omgeving van de planlocatie gemaakt kan worden. Waarnemingen uit de NDFF kunnen een onvolledig beeld geven. Niet elk gebied wordt even intensief onderzocht en waarnemers kunnen fouten maken bij het invoeren, bijvoorbeeld met het aanduiden van een locatie. Om deze reden is er niet alleen gekeken naar de directe omgeving van de planlocatie (500 bij 500 meter), maar ook naar de waarnemingen van de afgelopen 10 jaar binnen een blok van vijf bij vijf kilometer daar om heen.
Dit uitgebreidere zoekgebied zorgt ervoor dat er minder, mogelijk belangrijke, waarnemingen over het hoofd worden gezien. Tevens zijn de gegevens opgesplitst in drie categorieën: • Vogelrichtlijnsoorten (alle in de EU-lidstaten van nature voorkomende soorten) • Habitatrichtlijnsoorten en overige soorten (BAL) • Rode lijst soorten De NDFF is geconsulteerd op 13 oktober 2025. Veldbezoek Naast het bureauonderzoek heeft op 7 oktober 2025 een veldbezoek plaatsgevonden. Het was tijdens het veldbezoek bewolkt, 17°C en wind vanuit het zuidwesten met 3 Bft. Tijdens dit bezoek is de gehele onderzoeklocatie, en ook het omliggende terrein, bezocht. Er is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat.
Tijdens het veldbezoek is de onderstaande checklist afgewerkt, gericht op beschermde soorten in het kader van de Omgevingswet (indien van toepassing): • waarnemingen van aanwezige vogelsoorten • beoordelen van potentieel habitat en nestgelegenheden • controle op jaarrond beschermde nesten • controle op vleermuisverblijfsplaatsen in gebouwen en bomen • zoeken naar sporen van overige zoogdieren; zoals pootafdrukken en holen • check van aanwezige waterpartijen als habitat voor amfibieën • check waardplanten en habitat vlinders en libellen • check op beschermde vaatplanten Beschermde gebieden Tot slot zijn de mogelijke effecten op beschermde gebieden, zoals Natura 2000- of Natuurnetwerkgebieden, bepaald. Dit is gedaan aan de hand van de afstand tot een beschermd gebied en de kernwaarden die van toepassing zijn op het natuurgebied.
Rapport 2025-73
10 4. HUIDIGE SITUATIE EN BEOOGDE ONTWIKKELING 4.1 Huidig gebruik planlocatie en omgeving In de onderstaande figuren 1 en 2 is de huidige situatie weergegeven. De planlocatie betreft de huidige Texelse kunstenschool aan de oude zeevaartschool (ULO), wat nu fungeert als jongerencentrum Young4ever. Figuur 3 toont impressiefoto’s ter plaatse.
Figuur 1. Huidige situatie: de globale ligging (Esri).
Figuur 2. Huidige situatie: ligging in detail (Esri). Met de groene kader is de Oude Zeevaartschool gebouw in 1915 en tot 1933 als zodanig in gebruik geweest. Dit gebouw met historische en architectonische waarde zal blijven bestaan en op termijn gerenoveerd gaan worden. Het oranje gedeelte dateert uit de begin jaren ’70 en dient net als de rest van de aanbouwen gesloopt te worden.
Rapport 2025-73
11
Rapport 2025-73
12
Figuur 3. Foto’s huidige situatie, detailfoto’s dak oude zeevaartschool, schuur en aanbouw.
4.2 Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing & infrastructuur De planlocatie bevindt zich iets buiten het centrum van Den Burg en bestaat uit twee delen. Het eerste deel fungeert nu als jongerencentrum Young4ever in het historisch gebouw van de oude zeevaartschool, op zijn Texels bekend als d’Ouwe ULO. Het tweede gedeelte bestaat uit een aanbouw tegen dit gebouw wat nu fungeert als muziek -en kunstenschool. Er wordt aangenomen dat er in deze aanbouw asbest aanwezig is. Omgeving De verdere omgeving bestaat uit bebouwd gebied met woonhuizen langs een weg met enkele bomen.
4.3 Te verwachten werkzaamheden Werkzaamheden betreffen sloop van het aanbouwgedeelte waar Artex gevestigd zit. Deze aanbouwen hebben asbest wandpanelen, en dienen daarom gesaneerd te worden. Ook de aanbouw van de jaren ’70 zal gesloopt worden. De Oude Zeevaartschool zal waar nodig gerenoveerd worden. Detail uitwerking hiervan is nog niet bekend.
Rapport 2025-73
13 5. ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN De Nationale Databank Flora en Fauna bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van plantenen diersoorten. Er zijn ruim honderd miljoen waarnemingen in de NDFF opgeslagen. Uit deze nationale databank komen de navolgende gevalideerde gegevens naar voren voor het plangebied.
5.1 Beschermde soorten van Texel Op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna en andere bronnen is een soortenlijst te maken van beschermde soorten. De Wet natuurbescherming maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten: • Vogelrichtlijnsoorten (alle in de EU-lidstaten van nature voorkomende soorten) • Habitatrichtlijnsoorten (zie voor Texel tabel 2) • Andere soorten (zie voor Texel tabel 2) Tabel 2. Overzicht van beschermde soorten op Texel. Soortgroep Soort Bescherming Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis
Bijlage IV habitatrichtlijn
Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Zoogdieren
Noordse woelmuis
Bijlage IV habitatrichtlijn
Hermelijn
Bijlage IX Bal of in de rode lijsten
Waterspitsmuis Amfibieën
Heikikker
Bijlage IX Bal of in de rode lijsten
Poelkikker Rugstreeppad Dagvlinders
Duinparelmoervlinder
Bijlage IX Bal of in de rode lijsten
Grote parelmoervlinder Grote vos Kommavlinder Libellen
Gevlekte witsnuitlibel
Bijlage II, IV, V habitatrichtlijn
Vaatplanten
Groenknolorchis
Bijlage II, IV, V habitatrichtlijn
Gevlekt zonneroosje
Bijlage IX Bal of in de rode lijsten
Glad biggenkruid Rozenkransje De vogelrichtlijn soorten zijn hier buiten beschouwing gelaten, deze worden toegelicht in paragraaf 5.8. De zeezoogdieren zijn verder buiten beschouwing gelaten, werkzaamheden op het land zullen geen invloed hebben op in zee levende dieren. Naast de soorten genoemd in tabel 2, zijn er enkele soorten die slechts eenmalig zijn waargenomen op Texel. Dit zijn: meervleermuis, tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis, boommarter, steenmarter, lederschildpad, muurhagedis, zandhagedis, sierlijke witsnuitlibel, akkerboterbloem en grote leeuwenklauw. Er kan van uit worden gegaan dat deze soorten van nature niet (meer) voorkomen op Texel.
Rapport 2025-73
14 5.2 Nationale Databank Flora en Fauna Waargenomen beschermde soorten in de directe omgeving van de planlocatie Op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna is een soortenlijst te maken van beschermde soorten die in de omgeving van de planlocatie voorkomen. De Omgevingswet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten: • Vogelrichtlijnsoorten (alle in de EU-lidstaten van nature voorkomende soorten) • Habitatrichtlijnsoorten
•
Andere soorten (Bal)
Figuur 5 toont de resultaten voor Habitatrichtlijn en overige soorten binnnen een gebied van 500 x 500 meter van de planlocatie.
Figuur 5. Resultaten NDFF Habitatrichtlijn en overige beschermde soorten (m.u.v. vogels) binnen een gebied van 500 x 500 meter rond de planlocatie. In bijlage I is een overzicht gemaakt van de beschermde soorten die zijn waargenomen binnen een gebied van 2 x 2 kilometer rondom het plangebied. Vogelrichtlijnsoorten zijn in onderstaande tabel niet meegenomen, maar worden nog verder toegelicht in komende paragrafen. Rode lijst soorten binnen 250 meter van de planlocatie Rondom de planlocatie zijn er waarnemingen gedaan van verschillende soorten die op de rode lijst staan, zie tabel 3. De vogelsoorten van de rode lijst zijn terug te vinden in paragraaf 5.8.
Rapport 2025-73
15 Tabel 3. In de afgelopen 10 jaar waargenomen rode lijst soorten binnen een gebied van 500 x 500 meter van de planlocatie.
Soortgroep
Nederlandse naam
Bijen
Zilveren zandbij
Insecten
Grammotaulius
Wetenschappelijke naam Andrena argentata
Status rode lijst
Ernstig Bedreigd
Gevoelig
Bedreigd
Korstmossen
Ulevellenmos
Schimmels
Muurtrechtertje
Grammotaulius nigropunctatus Limnephilus marmoratus Xanthomendoza oregana Omphalina rickenii
Vaatplanten
Gevlekte orchis
Dactylorhiza maculata
Zwartmoeskervel
Smyrnium olusatrum
Gulden sleutelbloem
Primula veris
Kwetsbaar
Vleermuizen
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Kwetsbaar
Zoogdieren
Haas
Lepus europaeus
Gevoelig
Limnephilus
Kwetsbaar Gevoelig Ernstig Bedreigd
In de komende paragrafen zal per soortgroep uitgelegd worden wat voor implicaties hun aanwezigheid heeft op de werkzaamheden.
5.3 Vleermuizen Alle algemenere soorten, de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger, zijn in de omgeving van de planlocatie waargenomen in de afgelopen 10 jaar. Daarnaast is ook één waarneming van een meervleermuis bekend uit 2016, echter zal dit een rondzwervend exemplaar betreffen, omdat deze soort doorgaans niet voorkomt op Texel. Verblijfplaatsen Hoewel iedere soort specifieke voorkeuren voor verblijfplaatsen heeft, komt de seizoencyclus in verblijfplaatsen voor alle soorten overeen. Per seizoen kiezen vleermuizen verblijfplaatsen voor een andere functie: • Winterslaapplaatsen • Tussenverblijfplaatsen • Zomerverblijfplaatsen (niet-kraamverblijfplaatsen) • Kraamverblijfplaatsen • Paarverblijfplaatsen met territorium • Zwermlocaties: ‘verblijfplaatsen’ met centrale zwermfunctie Verblijfplaatsen in het plangebied Een aantal vleermuissoorten kunnen verblijfplaatsen hebben in bebouwing. Een gebouw bewonende vleermuis kan een verblijfplaats hebben achter dakpannen, in de spouwmuur via openstaande stootvoegen, achter houten betimmering of in andere holtes in de woning. Tijdens het veldbezoek is bevestigd dat er geen open stootvoegen of betimmering aanwezig is binnen het aanbouwgedeelte van de planlocatie. Echter, zijn er bij de oude zeevaartschool een aantal plekken waar de hoekpannen niet goed over elkaar liggen, of waar enkele dakpannen missen.
Daarnaast zitten er in de schuur tegen het oude gebouw een aantal brede open stootvoegen. Dit zouden in potentie geschikte toegangsplekken zijn voor de verblijfplaatsen van vleermuizen (figuur 3).
Rapport 2025-73
16 De aanwezigheid van vleermuizen in de oude zeevaartschool is niet uit te sluiten. Dit geldt zeker ook voor de aanbouw van de jaren ’70 zoals aangegeven in figuur 2. Voor de uitvoer van renovatie en sloop werkzaamheden dient er nader onderzoek naar deze soortgroep plaats te vinden. Voor de sloopwerkzaamheden van de latere bijgebouwen geldt dat dit geen verstorend effect mag hebben op eventuele verblijfsplaatsen van vleermuizen. Het is wel uit te sluiten dat vleermuizen een verblijfsplaats hebben in de bijgebouwen. Overige functies In het plangebied en omgeving kunnen vleermuizen foerageren. De werkzaamheden, zullen hier geen effect op hebben, omdat deze bij daglicht worden uitgevoerd. De werkzaamheden zullen niet plaatsvinden aan landschapselementen die van belang zijn voor vleermuizen. De werkzaamheden zullen geen effect op vleermuizen hebben die mogelijk foerageren in het plangebied of een vliegroute hebben.
5.4 Grondgebonden zoogdieren Noordse woelmuis Binnen een straal van één kilometer van de planlocatie zijn waarnemingen bekend van de noordse woelmuis. Deze soort wordt beschermd onder bijlage IV van de habitatrichtlijn en staat op de rode lijst. Echter is het de planlocatie geen geschikte leefomgeving voor de noordse woelmuis door het bebouwd gebied waar geen gras aanwezig is. De aard van de werkzaamheden zal geen geschikt habitat van de noordse woelmuis aantasten waarmee een effect is uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt als habitat. Effect op noordse woelmuis is hiermee uitgesloten. Overige zoogdieren Rondom de planlocatie is verder de haas waargenomen. Naast de algemene zorgplicht hebben de soorten bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling, waardoor een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is.
5.5 Amfibieën, reptielen en vissen Amfibieën Binnen een straal van één kilometer van het plangebied is in 2015 een enkele waarnemingen gedaan van de rugstreeppad. Rugstreeppad De planlocatie leent zich niet als geschikt habitat voor rugstreeppadden en de werkzaamheden zullen geen permanent geschikt habitat realiseren. Echter kunnen rugstreeppadden ook van tijdelijk geschikt habitat, zoals open zand met regenplassen, gebruikmaken. Daarnaast kunnen ze over lange afstanden trekken (tot ongeveer 300 meter per dag). Met name vanwege de trek van rugstreeppadden naar overwinteringsgebieden in september/oktober, en naar voortplantingswateren in april/mei, dient vestiging van rugstreeppadden tijdens werkzaamheden voorkomen te worden. De trek vindt ’s nachts plaats, vooral bij regenachtig weer. Tijdens de trek zal gecontroleerd moeten worden op aanwezigheid van rugstreeppad.
Rapport 2025-73
17 Het is onwaarschijnlijk dat de rugstreeppad aanwezig is binnen de planlocatie wegens gebrek aan geschikt habitat. De planlocatie bestaat uit bebouwd gebied wat het als habitat ongeschikt maakt. Verder biedt de locatie weinig los zand waardoor het dier zich niet kan ingraven. Het habitat binnen de planlocatie is ongeschikt. Een effect op de rugstreeppad is hiermee uit te sluiten. Reptielen Met uitzondering van een bevestigde waarneming van een muurhagedis in Den Burg, en een bevestigde waarneming van een vrouwtje zandhagedis in 2016 aan de Biesbosweg (bosrand nabij Westerslag), komen op Texel geen reptielen voor. Reptielen komen van nature niet voor op Texel, een effect is uitgesloten. Vissen Geen van de beschermde zoetwater vissoorten is ooit op Texel waargenomen. Op de planlocatie en omgeving ligt geen geschikt habitat waar beschermde vissoorten in voor zullen komen. Effecten op beschermde vissoorten is uitgesloten.
5.6 Libellen, vlinders en overige insecten Libellen Binnen een kilometer van de planlocatie zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde libellensoorten. De kans op het voorkomen op de planlocatie is uitgesloten, mede omdat de directe omgeving verder ongeschikt is als habitat voor libellen. Effecten op beschermde soorten is daarmee uitgesloten. Dagvlinders Binnen een kilometer van de planlocatie is één waarneming gedaan van de grote vos. Grote vos De grote vos komt met name voor in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De soort zet eitjes af op de bovenste takken van hoge, vrijstaande iepen, populieren, sleedoorns of wilgen. De rupsen voeden zich met jonge bladeren, imago’s voeden zich met name met sap van bloedende bomen, rottend fruit of druppels honingdauw. De soort gaat in winterrust op plekken met oud hout zoals stapels hout, holle bomen of oude, houten schuurtjes. Binnen het plangebied zijn geen waardplanten of nectarplanten teruggevonden, waardoor effect op grote vos kan worden uitgesloten. Overige insecten Er zijn binnen 500 meter van de planlocatie twee beschermde soorten schietmot waargenomen. De Grammotaulius en Limnephilus. Echter lijkt het hier om incidentele waarnemingen te gaan waarmee een effect op deze schietmotten kan worden uitgesloten.
Rapport 2025-73
18 5.7 Vaatplanten Akkerboterbloem Binnen 1 kilometer van de planlocatie is de akkerboterbloem waargenomen, echter doordat de planlocatie meer in het bebouwd gebied ligt kan een effect op de akkerboterbloem worden uitgesloten. Het geschikte habitat voor de akkerboterbloem is niet aanwezig binnen de planlocatie. Een effect op beschermde vaatplanten is daarmee uitgesloten.
5.8 Vogels Broedvogels Rondom de planlocatie zijn algemene broedvogels te verwachten. Globaal kan de periode van 15 maart tot 1 augustus gehanteerd worden als broedseizoen. Werkzaamheden in deze periode kunnen het verlies van broedgevallen tot gevolg hebben. In figuur 8 en tabel 4 staan de resultaten weergegeven uit de NDFF voor de vogelrichtlijnsoorten van de laatste 5 jaar binnen een gebied van 500 x 500 meter. Rondom het plangebied zijn een groot aantal vogelsoorten waargenomen en biedt de directe omgeving van de planlocatie voldoende nestgelegenheid voor soorten die hun nesten in struwelen, heggen of bomen maken. Tevens bieden deze vegetaties beschutting voor onder andere zangvogels. Rondom de planlocatie staan een aantal bomen die de planlocatie geschikt maken voor diverse broedvogels, echter zullen deze bomen niet worden aangetast door de aard van de werkzaamheden. Om verstoring van broedvogels te voorkomen dien er buiten het broedseizoen gewerkt te worden.
Figuur 6. Resultaten NDFF vogelrichtlijnsoorten binnen gebied van 500 x 500 meter rond de planlocatie.
Rapport 2025-73
19 Vogels met jaarrond beschermde nestplaats Er kan niet worden uitgesloten dat er onder de dakpannen van de oude zeevaartschool huismussen of gierzwaluwen gebroed hebben. Zeker de aanbouw van de jaren ’70 is ook met de klimop begroeiing geschikt voor met name huismussen, maar ook gierzwaluwen zijn op basis van deze quickscan niet uit te sluiten. In de overige te slopen bijgebouwen is broeden niet mogelijk. Indien er werkzaamheden plaatsvinden aan de Oude Zeevaartschool is nader onderzoek naar soorten met een jaarrond beschermde nestplaats als de huismus en de gierzwaluw nodig. Ook voor de sloop van het bijgebouw uit de jaren ’70 is nader onderzoek naar soorten met een jaarrond beschermde nestplaats noodzakelijk. Om negatieve effecten op broedende vogels uit te sluiten dient er buiten het broedseizoen gewerkt te worden, of dient er een controle op broedende vogels uitgevoerd te worden voorafgaand aan de sloop werkzaamheden. Het is wel uit te sluiten dat soorten met een jaarrond beschermde nestplaats aanwezig zijn in de te slopen bijgebouwen. Slaapplaatsen Er zijn geen waarnemingen of andere aanwijzingen dat het plangebied als slaapplaats gebruikt wordt. Een effect op slaapplaatsen is uitgesloten.
Rapport 2025-73
20 Tabel 4. Gegevens NDFF beschermde vogelsoorten van de laatste 5 jaar.
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Boomkruiper Braamsluiper Ekster Gierzwaluw Groenling Heggenmus Houtduif Kauw Kleine mantelmeeuw Kokmeeuw Koolmees Merel Pimpelmees Putter Roodborst Spreeuw Stormmeeuw Tjiftjaf Turkse tortel Winterkoning Zanglijster Zilvermeeuw Zwarte kraai Zwartkop Kemphaan Gele kwikstaart Grote mantelmeeuw Huismus Huiszwaluw Keep Kneu Kramsvogel Ringmus Spotvogel Bontbekplevie rKoekoek Goudplevier
Certhia brachydactyla Sylvia curruca Pica pica Apus apus Chloris chloris Prunella modularis Columba palumbus Corvus monedula Larus fuscus Chroicocephalus ridibundus Parus major Turdus merula Cyanistes caeruleus Carduelis carduelis Erithacus rubecula Sturnus vulgaris Larus canus Phylloscopus collybita Streptopelia decaocto Troglodytes troglodytes Turdus philomelos Larus argentatus Corvus corone Sylvia atricapilla Calidris pugnax Motacilla flava Larus marinus Passer domesticus Delichon urbicum Fringilla montifringilla Linaria cannabina Turdus pilaris Passer montanus Hippolais icterina Charadrius hiaticula Cuculus canorus Pluvialis apricaria
Rapport 2025-73
Nwaarne mingen 1 3 1 2 6 6 5 6 3 2 5 12 1 3 4 7 1 6 7 1 3 3 1 10 1 1 1 51 5 1 1 5 1 1 1 1 1
Nmin
Nmax
Laatste datum
Rode lijst
1 1 1 50 1 1 1 1 1 90 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 6 1 1 1 1 1 1 35
1 1 1 95 1 1 2 310 4 105 1 3 1 1 1 6 1 2 4 1 1 5 1 1 1 1 1 10 4 6 1 50 1 1 1 1 35
10-jun-22 11-jun-23 13-apr-22 23-jun-22 23-apr-25 02-feb-25 22-jun-25 28-jul-24 23-jun-22 23-jun-22 23-apr-25 22-jun-25 13-apr-22 04-mrt-25 16-mrt-25 23-apr-25 23-jun-22 04-mei-25 23-apr-25 04-mei-25 18-apr-23 21-mei-22 21-mei-22 23-apr-25 26-apr-22 12-apr-22 19-jan-24 10-aug-25 18-jun-25 03-okt-24 27-apr-22 03-nov-24 07-okt-23 16-mei-24 26-mei-24 03-mei-24 15-mrt-23
N.v.t.
Ernstig Bedreigd Gevoelig
Kwetsbaar Verdwenen als broedvogel
21 6. ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN 6.1 Ligging ten opzichte van Natura-2000 gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Duinen en Lage Land Texel op ca. 2,5 kilometer (zie figuur 9). Dit Natura-2000 gebied is ingericht als Vogel -en Habitatrichtlijngebied. De werkzaamheden vinden niet plaats in Natura 2000-gebied waardoor er geen sprake is van directe effecten op instandhoudingsdoelen. Naast effecten door werkzaamheden of andere activiteiten binnen een Natura 2000-gebied kan er ook sprake zijn van externe werking. Dit houdt in dat werkzaamheden buiten een Natura 2000-gebied ook effecten kunnen hebben binnen een Natura 2000-gebied.
Figuur 9. Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Met rode pijl aanwijzing van het plangebied. De werkzaamheden binnen het plangebied vinden plaats op dusdanige afstand van Natura 2000 gebied dat effecten ervan zijn uitgesloten.
6.2 Effectbepaling houtopstanden Er worden geen bomen gekapt, daarom is de effectbepaling houtopstanden niet relevant. Verdere toetsing is niet nodig.
6.3 Natuur Netwerk Nederland (NNN) In figuur 10 is de begrenzing van het NNN weergegeven. Het dichtstbijzijnde aangewezen NNN-gebied ligt op ca. 500 meter van de planlocatie. Door de aard van de werkzaamheden is er geen sprake van een ruimtelijke ontwikkeling. Hierdoor zullen de werkzaamheden geen aantasting geven van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied. Er zal door de werkzaamheden geen aantasting zijn van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Toetsing is niet nodig.
Rapport 2025-73
22
Figuur 10. Ligging ten opzichte van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Met rode pijl aanwijzing van het plangebied.
6.4 Bijzonder Provinciaal landschap Het plangebied valt buiten het aangewezen Bijzondere Provinciaal Landschap Oude Land van Texel. Een effect op het Bijzonder Provinciaal Landschap is daarmee uitgesloten. Effecten op het Bijzonder Provinciaal Landschap zijn uitgesloten.
Rapport 2025-73
23 7. AERIUS CALCULATIE 7.1 Uitvoeringsfase Voor de berekening van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de nieuwste Aerius calculator 2025.0.1 met release 7 oktober 2025. In het huidige gebruik en toekomstig gebruik is er geen sprake van stikstofemissie. Hierom is alleen de aanlegfase doorgerekend. In de aanlegfase worden diverse machines gebruikt, aangezien er nog geen bestek is, is een zeer gedetailleerde berekening niet mogelijk. Op basis van expert judgement is een ruime inschatting gemaakt van het totaal aantal bedrijfsuren, met een gemiddeld brandstof verbruik van 15 liter diesel per uur en maximaal 6% AdBlue. Tabel 5. invoer uitvoeringsfase machines en verkeer Bron Aantal Diverse machines Stage IV; 75-560 kW 500 uur Wegverkeer licht 100 ritten / jaar Wegverkeer zwaar 100 ritten / jaar
Figuur 11. Invoer beoogde situatie in Aerius
Rapport 2025-73
Emissie 43,0 kg NOx/jaar; 1,8 kg NH3/jaar 0,5 kg NOx/jaar; 9,3 g NH3/jaar
24 7.2 Resultaten De uitvoeringsfase veroorzaakt geen stikstofdepositie binnen stikstofgevoelig habitat in Natura 2000-gebieden.
Figuur 12. Resultaten Aerius calculatie De aanlegfase veroorzaakt geen stikstofdepositie op stikstofgevoelig habitat in Natura 2000gebieden. Invoer en resultaten zijn opgenomen in de AERIUS_projectberekening_20251018101137_S2H8TxLQgaSd_Situatie1.pdf file.
Rapport 2025-73
25 8. CONCLUSIES Noordkop Ecologie heeft van gemeente Texel opdracht gekregen voor het uitvoeren van een Quickscan Flora & Fauna in het kader van sloop van Artex aan het gebouw van de oude zeevaartschool (ULO) op Schilderend 39, Den Burg, Texel. Onderstaand zijn de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken samengevat. Een nadere onderbouwing is in de betreffende hoofdstukken te vinden.
8.1 Soortbescherming Voor de volgende soortgroepen is een effect van de werkzaamheden uitgesloten, mits deze niet in de voortplantingsperiode worden uitgevoerd: • Grondgebonden zoogdieren • Libellen en vlinders • Amfibieën (waaronder • Vaatplanten rugstreeppad), reptielen en vissen Vleermuizen De aanwezigheid van vleermuizen in de oude zeevaartschool is niet uit te sluiten. Dit geldt zeker ook voor de aanbouw van de jaren ’70 zoals aangegeven in figuur 2. Voor de uitvoer van renovatie en sloop werkzaamheden dient er nader onderzoek naar deze soortgroep plaats te vinden. Voor de sloopwerkzaamheden van de latere bijgebouwen geldt dat dit geen verstorend effect mag hebben op eventuele verblijfsplaatsen van vleermuizen. Het is wel uit te sluiten dat vleermuizen een verblijfsplaats hebben in de bijgebouwen. Vogels Indien er werkzaamheden plaatsvinden aan de Oude Zeevaartschool is nader onderzoek naar soorten met een jaarrond beschermde nestplaats als de huismus en de gierzwaluw nodig. Ook voor de sloop van het bijgebouw uit de jaren ’70 is nader onderzoek naar soorten met een jaarrond beschermde nestplaats noodzakelijk. Om negatieve effecten op broedende vogels uit te sluiten dient er buiten het broedseizoen gewerkt te worden, of dient er een controle op broedende vogels uitgevoerd te worden voorafgaand aan de sloop werkzaamheden.
Het is wel uit te sluiten dat soorten met een jaarrond beschermde nestplaats aanwezig zijn in de te slopen bijgebouwen. Eindconclusie Nader onderzoek naar vleermuizen en soorten met een jaarrond beschermde nestplaatsen is noodzakelijk voor de renovatiewerkzaamheden aan de oude zeevaartschool en dient verstoring van vleermuizen en soorten met een jaarrond beschermde nestplaats, en broedende overige vogels voorkomen te worden door de sloopwerkzaamheden.
8.2 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Uit de Aerius calculatie blijkt dat er geen stikstofdepositie plaatsvindt door de geplande werkzaamheden. Ook overige effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Houtopstanden
Rapport 2025-73
26 Verdere toetsing is niet nodig.
Natuur Netwerk Nederland Er zal door de werkzaamheden geen aantasting zijn van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Verdere toetsing is niet nodig. Eindconclusie Er is geen vergunning Natura 2000-activiteit ten aanzien van gebiedsbescherming nodig voor de geplande werkzaamheden.
Noordkop Ecologie,
Lieuwe de Wolf
Rapport 2025-73
Den Helder, 26 oktober 2025
27 9. LITERATUURLIJST Omgevingswet
•
Aan de slag met de Omgevingswet. (z.d.). Omgevingswet. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/
Natura 2000 & NNN
•
Ministerie van LNV. (2008). Besluit Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel. Geraadpleegd 3 september 2025, van https://www.natura2000.nl/sites/default/files/documenten/gebieden/002/n2k_002_db_hvn_duin en_en_lage_land_texel.pdf
•
Natura 2000. (z.d.). Natura 2000. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.natura2000.nl/
•
Atlas Leefomgeving. (z.d.). Kaarten. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten
• •
Provincie Noord Holland. (2016). Natura 2000-beheerplan Texel (2). Provincie Noord-Holland. (z.d.). GeoWeb Viewer. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWeb/Viewer/?app=5000567773d1463f945247cb3c6930cd
Ruimtelijke ordening
•
Omgevingswet. (z.d.). Regels op de kaart. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/
•
Provincie Noord-Holland. (z.d.). NNN-wijzer. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://bestanden.noord-holland.nl/internet/Onderwerpen/Natuur/nnn-wijzer/index.html
•
Overheid.nl. (z.d.). Lokale regelgeving – CVDR457123. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR457123/4#hoofdstuk_n4
•
Provincie Noord-Holland. (z.d.). MapViewer. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/
•
Kadaster. (z.d.). Topotijdreis – Kaart 1993. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.topotijdreis.nl/kaart/1993/
Soorten
•
BIJ12. (2017, juli). Kennisdocument-Buizerd. https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/11/Kennisdocument-Buizerd.pdf
•
Haarsma, A.-J. (with Dekker, J., & Thissen, J. B. M.). (2011). De meervleermuis in Nederland. Zoogdiervereniging.
•
Herder, J. E. (Red.). (2010). Atlas van de Noord-Hollandse amfibieën en reptielen. Landschap Noord-Holland & Stichting RAVON.
•
Herder, J. E., Kranenbarg, J., Hoogeboom, D. M., Hamers, J., & Dekker, K. (Red.). (2012). Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland & Stichting RAVON.
•
Hoogeboom, D. M., Visbeen, F., Wongergem, J., & Ruitenbeek, W. (Red.). (2014). Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS).
•
RAVON. (z.d.). Rugstreeppad. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.ravon.nl/soorten/soortinformatie/rugstreeppad
•
Scharringa, C. J. G., Ruitenbeek, W., & Zomerdijk, P. J. (2010). Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland & Landschap NoordHolland.
•
Verspreidingsatlas. (z.d.). Verspreidingsatlas. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.verspreidingsatlas.nl/
•
Vlinderstichting (z.d). Grote vos. Opgehaald van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos
•
Zoogdiervereniging. (z.d.). Zoogdiersoorten. Geraadpleegd op 1 september 2025, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten
Rapport 2025-73
28 BIJLAGE I. RESULTATEN NDFF HABITATRICHTLIJN
Figuur I-1. Resultaten Habitatrichtlijn en overige beschermde soorten (m.u.v. vogels) NDFF tot op ca. 1 kilometer in de laatste 10 jaar. Tabel I-1. Resultaten Habitatrichtlijn en overige beschermde soorten (m.u.v. vogels) NDFF tot op ca. 1 kilometer in de laatste 10 jaar.
Nederlandse naam
N-waarnemingen
N-Min
N-max
Laatste datum
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Noordse woelmuis Rugstreeppad Grote vos Akkerboterbloem
56 59 27 5 1 1 2
1 1 1 1 1 1 1
10 5 5 1 1 1 1
10-sep-25 13-jul-25 22-okt-22 06-dec-23 05-apr-15 09-jul-22 24-mei-17
Nb. NDFF is geraadpleegd op 14 oktober 2025.
Rapport 2025-73
GEMEENTE TEXEL
Aanvullend Archeologisch Advies 25187 Plangebied
Schilderend 39, Den Burg, gemeente Texel
Adviesnummer
25187
Opstellers
S. Veenstra (beleidsadviseur archeologie) & M. Bartels (senior archeoloog)
Datum
09-03-2026
Preadvies
Vrijgeven onder voorwaarde: Monitoring graafwerkzaamheden (kosteloos)
Vervolgtraject
Het is van belang dat Archeologie West-Friesland minstens een week van tevoren wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden. archeologie@hoorn.nl
1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Texel is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot sloop en nieuwbouw aan Schilderend 39 in Den Burg, gemeente Texel (afb. 1). In de huidige situatie staat aan de Schilderend/Wilhelminalaan het schoolgebouw van de voormalige Zeevaartschool (De Oude Zeevaartschool) (afb. 2 a & b). Het voornemen is om alle bebouwing binnen het plangebied, behalve het schoolgebouw uit 1915 (afb. 2c) te slopen en om hier nieuwbouw te realiseren. Het totale plangebied beslaat ca. 2.145 m2. Op 19-12-2025 is in het kader van de voorgenomen plannen een eerste advies opgesteld. 1 In verband met het ontbreken van gedetailleerde gegevens met betrekking tot de voorgenomen ingreep kon destijds niet voldoende worden ingeschat in welke mate verstoring van het bodemarchief zal optreden bij de geplande sloop en nieuwbouw. Voorliggend document betreft een aanvullend advies op basis van de inmiddels aangeleverde aanvullende informatie met betrekking tot het plangebied. Op aangeven van de gemeente Texel is vastgesteld dat grote delen van het plangebied reeds verstoord zijn geraakt bij de realisatie van de bestaande opstallen (afb. 3).
1 Veenstra & Bartels 2025.
Pagina 1 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 1. Het plangebied (zwarte stippellijn) op een topografische kaart (bron: PDOK).
Afbeelding 2a. Het plangebied gezien vanaf de Schilderend (bron: google.maps).
Pagina 2 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 2b. Het plangebied gezien vanaf de Wilhelminalaan (bron: google.maps).
Afbeelding 2c. De te behouden bebouwing op een topografische kaart (bron: PDOK).
Pagina 3 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 3. Overzicht van de binnen het plangebied aanwezige verstoringen ten opzichte van de voorgenomen nieuwbouw (bron: gem. Texel).
2. Beleidskader Archeologie West-Friesland heeft voor de gemeente Texel een archeologische beleidskaart ontwikkeld. De beleidskaart archeologie met toelichting is op 18 september 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. 2 Op de beleidskaart archeologie is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn. De waarden en verwachtingen zijn gecombineerd met een beleidsadvies per zone. Voor de beleidskaart zijn onder andere bodemkaarten gebruikt om de archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie nader te specificeren. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een zeer hoge verwachting. Hier is een vrijstellingsgrens van 100 m2 aan verbonden (afb. 4).
2
Veenstra, Schinning, Soonius & de Groot 2024.
Pagina 4 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 4. Het plangebied op de beleidskaart archeologie van de gemeente Texel.
3. Cultuurhistorische achtergrond Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal. Op de oudste kadastrale minuutkaart van het gebied ui 1828 (afb. 5) is ter hoogte van het plangebied nog geen bebouwing te onderscheiden. Opvallend is dat de plaatsing van de zeevaartschool op de door de gemeente aangeleverde bestektekening niet overeenkomt met waar deze uiteindelijk is geplaatst. Op de bestektekening staat de geplande zeevaartschool aangegeven op perceel 23, ten zuidwesten van de uiteindelijke bouwlocatie (afb. 6). Op de hulpkaarten uit het kadasterarchief is zichtbaar hoe de zeevaartschool in 1915 wordt gebouwd (afb. 7a). Ook hier valt op dat de vorm van het gebouw niet geheel overeenkomt met de bestektekening. In 1923 komt de Wilhelminalaan ten oosten van het plangebied te liggen (afb. 7b). In 1953 wordt de school aan de noordwestzijde uitgebreid met een grotendeels losstaand gebouw (afb. 7c). In 1988 vindt wederom uitbreiding plaats. In dit jaar wordt de school uitgebreid met de eenlaagse gebouwen aan het Schilderend (afb. 7d). De eenlaagse bebouwing aan de Wilhelminalaan-zijde is nog recenter. Er kan redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat, gezien de aard van de bebouwing, de bodem onder de na 1980 gebouwde delen van het plangebied niet significant zijn verstoord.
Het betreft hier in alle gevallen eenlaagse modulaire bouw.
Pagina 5 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 5. Het plangebied (rode stippellijn) op de kadastrale minuutkaart van 1828 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Afbeelding 6. Uitsnede van de bestektekening (jaar onbekend, tekening van voor 1915, bron: gem. Texel).
Pagina 6 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 7a. Kadasterarchief-hulpkaart uit 1915. Afgebeeld is de nieuwbouw van de Zeevaartschool (bron: kadaster.nl).
Afbeelding 7b. Kadasterarchief-hulpkaart uit 1923. Aan de oostzijde is de Wilhelminalaan aangelegd (bron: kadaster.nl).
Afbeelding 7c. Kadasterarchief-hulpkaart uit 1953. Het pand wordt uitgebreid (bron: kadaster.nl).
Pagina 7 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 7d. Kadasterarchief-hulpkaart uit 1988. Aan de zuidzijde komt de eenlaagse nieuwbouw (bron: kadaster.nl).
4. Archeologische en geologische bronnen Aan de hand van bodemkaarten kan inzicht worden verkregen in de verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Het plangebied ligt op een dekzandrug die is gevormd in de laatste ijstijd. Dit gebied is op geomorfologisch kaartmateriaal weergegeven (afb. 8). Op het Algemeen Hoogtebestand Nederland 4 (AHN4) is goed zichtbaar dat het plangebied op deze verhoogde dekzandrug ligt (afb. 9). Dit is op de beleidskaart vertaald naar een zeer hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Prehistorie tot en met de Middeleeuwen. De dekzandruggen leenden zich uitermate goed voor bewoning. Het bewoonbare grondgebied werd echter vanaf de Bronstijd steeds kleiner. In deze periode woonde men op dekzandruggen midden in een veenmoeras. In de Romeinse tijd werden alleen de hoogst liggende dekzandruggen en het keileemplateau bewoond. Na de Romeinse tijd raakte het veen deels bedekt onder zeeklei of erodeerde onder mariene invloed. 3 Ook delen van het pleistocene dekzandgebied vielen ten prooi aan de zee. Het grootste deel van het veenmoeras ten zuiden van Texel raakte bedekt met zeeklei of verspoelde. 4 Het plangebied ligt vlak bij het historische centrum van Den Burg. Opgravingen in het centrum van Den Burg hebben sporen uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd aangetoond.