Bijlage 5. Etfal incl. bijlagen
Tekst van het document
Ter hoogte van het centrum van Den Burg is een middeleeuwse ringwalburg aanwezig. Tot voor kort werd aangenomen dat deze versterking uit twee defensieve ringen van grachten met aarden wallen bestond, waarvan de binnenste ring in de vroege, en de buitenste ring in de late -middeleeuwen zou zijn aangelegd. Op basis van recent onderzoek, waarbij gebruik gemaakt is van OSLdateringen, is echter gebleken dat de buitenste gracht van de ringwalburg is aangelegd in de 8ste of vroeg 9de eeuw. Op basis van deze resultaten kan voorlopig worden geconcludeerd dat er geen eeuwen verschil zit tussen de aanleg van de binnenste en de buitenste ring en dat deze waarschijnlijk tegelijk hebben gefunctioneerd. Waarom en tegen welke dreiging van buitenaf de versterkingen zijn aangelegd is tot op heden nog niet bekend. 5 Ten noordwesten van de ringwalburg is in de jaren ’70-80 aan de Beatrixlaan door de ROB grootschalig onderzoek uitgevoerd. 6 Dit bracht een nederzetting uit de IJzertijd en de Vroege middeleeuwen (tot in de 9de eeuw) aan het licht. Waarschijnlijk is dit opgegraven dorpje het historisch bekende middeleeuwse Westerburghem (de woonplaats westelijk van de burg). De tegenhanger van dit dorp zou het nog niet teruggevonden ‘Oosterburghem’ zijn. Dit moet dan oostelijk van de ringwalburg hebben gelegen.
Het plangebied ligt gemeten vanaf de ringwalburg op ongeveer gelijke afstand als de Beatrixlaan.
3
De Jong 2015. Woltering dateert de mariene kleiafzetting overigens al in de IJzertijd. Bartels 2022. 5 Gerritsen, Wallinga, de Nooijer & Raven 2023. 6 Woltering 2016. 4
Pagina 8 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
ADC Archeoprojecten heeft in 2001 ten noordoosten van het plangebied een archeologisch onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (archis.nr: 2076949100). 7 Tijdens het onderzoek werd een nederzettingsterrein uit de IJzertijd aangetroffen. Tijdens het onderzoek zijn resten blootgelegd van een huisplattegrond, zes zogenaamde kringgreppels en ontwaterings- of perceleringsgreppels uit vermoedelijk de IJzertijd. Er werd te weinig vondstmateriaal aangetroffen om deze datering hard te maken. Op 31 mei 2023 heeft Archeologie West-Friesland (AWF) archeologisch onderzoek uitgevoerd op het perceel van de voormalige Jac. P. Thijsseschool aan de Keesomlaan in Den Burg (archis.nr: 5339961100). 8 Bij de opgraving werden sporen aangetroffen uit diverse perioden, variërend van de Bronstijd en IJzertijd tot de Nieuwe tijd. De prehistorische sporen wezen op gebruik van het gebied voor landbouw, met nadruk op plaggenbemesting en akkerbeheer. Tijdens de Romeinse tijd en Middeleeuwen speelde het gebied een rol binnen het dynamische mariene landschap, zoals bleek uit overstromingslagen en het systeem van natuurlijke kreken en gegraven sloten. De aanleg van zeedijken rond 1350 markeerde een keerpunt, waarbij menselijke ingrepen de interactie met natuurlijke processen bepaalden.
De gevonden sporen van sloten en verkaveling bieden een nieuw perspectief op de middeleeuwse waterhuishouding en het landgebruik en sluiten aan bij eerdere bevindingen in de omgeving. Hoewel geen vondstmateriaal werd aangetroffen, dragen stratigrafische lagen bij aan de interpretatie van de historische ontwikkelingen.
Afbeelding 8. Overzicht van het plangebied op de geomorfologische kaart van Texel.
7
Schrijver 2002.
8 Leek 2025.
Pagina 9 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Afbeelding 9. Het plangebied op het Algemeen Hoogtebestand Nederland 4 (bron: AHN.nl).
Afbeelding 10. Het plangebied ten opzichte van de onderzoeken in de omgeving (bron: archis.nl).
Pagina 10 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
5. Conclusie In de huidige situatie staat aan de Schilderend/Wilhelminalaan het schoolgebouw van de voormalige Zeevaartschool (De Oude Zeevaartschool). Het voornemen is om alle bebouwing binnen het plangebied, behalve het schoolgebouw uit 1915 te slopen en om hier nieuwbouw te realiseren. Het totale plangebied beslaat ca. 2.145 m 2. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een zeer hoge verwachting. Hier is een vrijstellingsgrens van 100 m2 aan verbonden. Op basis van onder andere de bodemkaart, de hoogtekaart en archeologische bronnen geldt binnen het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie tot en met de Middeleeuwen. Op basis van historisch kaartmateriaal geldt binnen het plangebied een lage verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd. Op aangeven van de gemeente Texel is vastgesteld dat grote delen van het plangebied reeds verstoord zijn geraakt bij de realisatie van de bestaande opstallen (afb. 3). De oppervlakte van de geplande nieuwbouw ter hoogte van de delen van het plangebied die niet aantoonbaar verstoord zijn is te gering. Archeologisch onderzoek zal hier geen significante kenniswinst opleveren.
6. Advies Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. De voorgenomen ingreep is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Ten behoeve van het doen van waarnemingen dient wel in de omgevingsvergunning te worden opgenomen dat Archeologie West-Friesland toekomstige graafwerkzaamheden wil monitoren. Voor het monitoren van de graafwerkzaamheden worden geen kosten in rekening gebracht en dit zal niet tot noemenswaardige vertragingen leiden. Vondstmateriaal dat bij het uitvoeren van het werk wordt aangetroffen zal door Archeologie West-Friesland worden aangeleverd aan het Provinciaal depot voor archeologie van NoordHolland te Castricum. Het is van belang dat Archeologie West-Friesland minstens een week van tevoren wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden (archeologie@hoorn.nl).
7. Bronnen AHN4 (www.ahn.nl) Archis 3.0 Bartels, M. 2022. De burggracht onder de moesbedden. Rapport van het archeologisch onderzoek aan de Warmoesstraat 20-24 te Den Burg, Texel, in: Westfriese Archeologische Rapporten. Gerritsen, S., 2022. Graven aan de Groeneplaats. Archeologisch onderzoek op en rond het rijksmonument in het centrum van Den Burg, gemeente Texel. West-Friese Archeologische Rapporten 160. Archeologie West-Friesland, Hoorn. Gerritsen, S., J. Wallinga, K. de Nooijer & C. Raven, 2023. Den Burg op Texel - Nieuw Licht op een oude versterking, in: Archeologie in Nederland, jaargang 7 september 2023, 3. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Jong, H. de , 2015. Geologie van Texel, in: Geografie nov/dec 2015. Utrecht.
Pagina 11 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Leek, J., 2025. Archeologie langs de Keesomlaan. Een archeologische opgraving op de plek van de voormalige Thijsseschool in Den Burg, gemeente Texel. West-Friese Archeologische Rapporten 192. Archeologie WestFriesland, Hoorn. Schrijver, E., 2002. Aanvullend Archeologisch Onderzoek in Den Burg, TEXEL. ADC-rapport 159. Archeologisch Dienstencentrum, Bunschoten. Veenstra, S.Y.M., F.C. Schinning, C.M. Soonius & A.S. de Groot, 2024. Toelichting Beleidskaart Archeologie gemeente Texel. West-Friese Archeologische Notities 75. Archeologie West-Friesland, Hoorn. Woltering, P. J., 2016. Bewoningsgeschiedenis van Texel, opgravingen aan de Beatrixlaan in Den Burg, Late IJzertijd-Romeinse Tijd, 100 v. Chr -325 na Chr., in: Noord-Hollandse Archeologische Publicaties 3. Haarlem.
Pagina 12 van 12 Archeologie West-Friesland | archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
project#
Titel van het rapport invullen Ondertitel van het rapport invullen
Schilderend 39 te Den Burg
P251945
Schilderend 39 te Den Burg P251945
Colofon opdrachtgever
Gemeente Texel
contactpersoon
Dhr. G. Duncan
kenmerk rapportage
P251945.rapport.01a
versie
Definitief
datum
22 januari 2026
projectleider Prommenz
Ing. D. Kramer
auteur
Ing. D. Kramer
controle
J.J. Schenk MSc
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
Projectinformatie Onderdeel
Omschrijving
Projectnaam
Schilderend 39 te Den Burg
Adres onderzoekslocatie
Schilderend 39 te Den Burg
Soort onderzoek
Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740
Uitvoering conform
BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’
Uitvoeringsprotocol
2001 en 2002
Versie uitvoeringsprotocollen
Versie 7.0 d.d. 07-03-2022
Uitvoeringsdatum veldwerkzaamheden
1 december 2025
Uitgevoerd door
de heren M.M. Dobber en S. Hoogervorst van Prommenz Milieu B.V.
Uitvoeringsdatum watermonstername
8 december 2025
Uitgevoerd door
de heer M.M. Dobber van Prommenz Milieu B.V.
figuur 1
Topografische ligging van de onderzoekslocatie (binnen rode cirkel)
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
1 Inleiding
1
2 Vooronderzoek
2
3 Uitgevoerd onderzoek
8
4 Resultaten
11
5 Conclusies
13
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.3 2.4 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3
4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 5.1 5.2
Aanleiding ...................................................................................................................................................................................1 Doel..................................................................................................................................................................................................1 Kwaliteitsborging ...................................................................................................................................................................1 Aansprakelijkheid ..................................................................................................................................................................1 Leeswijzer ....................................................................................................................................................................................1
Onderzoekslocatie................................................................................................................................................................2 Historische informatie ....................................................................................................................................................... 3 Historie ......................................................................................................................................................................................... 3 Milieubelastende activiteiten ....................................................................................................................................... 5 Gedempte watergangen ................................................................................................................................................ 5 Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................................... 6 Asbest...........................................................................................................................................................................................
6 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) in grond .................................................................................................. 6 Voorgaand onderzoek ...................................................................................................................................................... 6 Conclusie vooronderzoek ................................................................................................................................................7 Onderzoeksstrategie ......................................................................................................................................................... 8 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................................................ 8 Maaiveldinspectie ............................................................................................................................................................... 8 Resultaten veldwerkzaamheden grond ............................................................................................................. 9 Resultaten veldwerkzaamheden grondwater................................................................................................
9 Uitgevoerde analyses ...................................................................................................................................................... 10 Resultaten grond ................................................................................................................................................................. 11 Resultaten grondwateronderzoek .......................................................................................................................... 12 Resultaat asbestverdacht materiaal ...................................................................................................................... 12 Interpretatie onderzoeksresultaten ....................................................................................................................... 12 Bodem ........................................................................................................................................................................................ 12 CROW 400 ............................................................................................................................................................................... 12 Asbestverdacht materiaal ...........................................................................................................................................
12 Algemeen ................................................................................................................................................................................. 13 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen .................................................................................................. 13
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V
Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingsresultaten Toetsingskader
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
Prommenz Milieu B.V. heeft in opdracht van de gemeente Texel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Schilderend 39 te Den Burg.
1.1
Aanleiding
1.2
Doel
De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie waarbij woningbouw plaats zal vinden.
Het doel van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) ter plaatse en daarmee het vaststellen of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. Tevens is het doel meer inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw. In verband met eventuele toekomstige grondwerkzaamheden zijn tevens (ter indicatie) de hergebruiksmogelijkheden vastgesteld in het kader van het Besluit Activiteiten Leefomgeving en de veiligheidsklasse conform CROW-publicatie 400 bepaalt.
1.3
Kwaliteitsborging
Er bestaat geen andere relatie met de opdrachtgever of eigenaar van de locatie dan de relatie als opdrachtgever en opdrachtnemer. Onder opdrachtnemer worden naast Prommenz Milieu B.V. ook de zusterbedrijven en het moederbedrijf bedoeld. Prommenz Milieu B.V. is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en staat als erkend veldwerkbureau geregistreerd onder het certificaatnummer: NC-SIK-20324 (http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/erkenningen).
1.4
Aansprakelijkheid
Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd door verschillende bodemlagen te bemonsteren. Hiermee wordt getracht een waarheidsgetrouw beeld van de aanwezige bodemkwaliteit te geven. Het is echter niet uit te sluiten dat er plaatselijk (ernstige) verontreinigingen in de bodem voorkomen. De voorgeschreven werkwijze op grond van de betreffende NEN-norm betreft een steekproef, waardoor het mogelijk is dat plaatselijke verontreinigingen niet worden waargenomen. Prommenz Milieu B.V. staat in voor een uitvoering conform protocol en normen, maar aanvaardt hiervoor geen aansprakelijkheid.
1.5
Leeswijzer
Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 het uitgevoerde vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 is het uitgevoerde onderzoek beschreven en in hoofdstuk 4 de resultaten. De conclusie van het onderzoek wordt omschreven in hoofdstuk 5.
Pagina 1 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
Ter bepaling van de onderzoeksstrategie van het bodemonderzoek is door Prommenz Milieu B.V. een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd. In dit vooronderzoek is de onderzoekslocatie en de directe omgeving (<25 m) ervan onderzocht. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door middel van: een inspectie van de locatie tijdens de veldwerkzaamheden op 1 en 8 december 2025; door opdrachtgever beschikbaar gestelde informatie; historische gegevens Kadaster (www.topotijdreis.nl); gegevens Kadaster (www.kadaster.nl en https://bagviewer.kadaster.nl); algemene hoogtekaart Nederland (www.ahn.nl); digitaal archief Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN); TNO (www.dinoloket.nl).
2.1
Onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie wordt gevormd door het perceel Schilderend 39 te Den Burg. Kadastraal staat de onderzoekslocatie, met een totale oppervlakte van 2.162 m2, bekend als ‘Texel, sectie N, nummer 1283’. De locatie is voor een groot deel bebouwd met de bebouwing welke tegenwoordig in gebruik is bij de kunstenschool Artex Texel en de jongerenorganisatie Young4ever. Het onbebouwde deel is nagenoeg volledig verhard met klinkers en tegels, plaatselijk is sprake van een kleine groenstrook. In figuur 2 is de huidige situatie op een recente luchtfoto weergegeven.
figuur 2
Ligging onderzoekslocatie (binnen het rode kader)
De onderzoekslocatie is eveneens weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Het maaiveld van de locatie ligt op een hoogte van circa +2,6 tot +2,9 m NAP. Uit gegevens van TNO wordt verwacht dat de grondwaterspiegel aangetroffen kan worden op circa 1,0-1,5 meter beneden maaiveld.
Pagina 2 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
2.2
Historische informatie
2.2.1 Historie Uit de BAG (basis administratie gebouwen) kan worden opgemaakt dat het hoofdgebouw dateert van 1910 maar pas zichtbaar is op historisch kaartmateriaal uit 1921. Vanaf 1915 tot 1933 is de bebouwing in gebruik genomen bij de (gemeentelijke) Zeevaartschool Texel met destijds hooguit een tweetal leslokalen. De locatie was destijds gelegen aan de buitenrand van Den Burg. Na 1933 is de bebouwing nog lange tijd in gebruik geweest bij de ‘School voor ULO’ en later in gebruik geweest als Dorpshuis ‘d’ Ouwe ULO’ waarbij onderdak werd gegeven aan allerlei verenigingen. Nu is hier al vele jaren de Artex Kunstenschool Texel (o.a. muziekschool) en de jongerenorganisatie Young4ever gevestigd. Op basis van historisch kaartmateriaal wordt opgemaakt dat omstreeks begin jaren ’70 de stenen uitbreiding langs de Wilhelminalaan is gerealiseerd waarna de bebouwing eind jaren ’80 / begin jaren ‘90 en tussen 1997-2002 is uitgebreid met een houten uitbreiding aan respectievelijk de zijde van de Schilderend als Wilhelminalaan. Sindsdien hebben er geen veranderingen meer plaatsgevonden. In de figuren 3 tot en met 7 is de situatie te zien omstreeks 1921, 1984, 1993 en 2002.
figuur 3
Historische kaart onderzoeksgebied omstreeks 1921 (gele kader)
Pagina 3 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
figuur 4 Historische kaart onderzoeksgebied omstreeks 1984 (gele kader)
figuur 5
Historische kaart onderzoeksgebied omstreeks 1993 (gele kader)
Pagina 4 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
figuur 6 Historische kaart onderzoeksgebied omstreeks 2002 (gele kader)
2.2.2 Milieubelastende activiteiten Binnen de ODNHN staat een voormalige ondergrondse brandstoftank geregistreerd op het voormalige perceel Wilhelminastraat 3a hetgeen zeer waarschijnlijk in het verleden het oostelijk deel van de onderzoekslocatie betrof. Echter op basis van de beschikbare informatie is de betreffende ondergrondse brandstoftank (2.000 l, HBO) onder KIWA-certificaat (AX97031) reeds gesaneerd in februari 1997. Ondanks dat de tank destijds is gesaneerd door cleaning en vulling met zand bestaat de verwachting dat deze inmiddels verwijderd is. Dit aangezien ter plaatse van het oostelijk deel van de locatie voor het overgrote deel een ondergrondse kelder aanwezig is en de betreffende tank ook niet is aangetroffen in de betreffende kelder. Verder zijn er binnen de ODNHN geen ondergrondse brandstoftanks en/of overige milieubelastende activiteiten bekend op de locatie. Bij de ODNHN staat eveneens geregistreerd dat op het nabij gelegen perceel Wilhelminalaan 6 in het verleden een pompeiland en bijbehorende ondergrondse brandstoftank (HBO) aanwezig was. Uit de beschikbare informatie kan echter worden opgemaakt dat deze reeds in november 1995 zijn verwijderd. Bovendien was op het perceel Wilhelminalaan 4 in het verleden een ondergrondse brandstoftank (HBO) aanwezig welke eveneens in november 1995 is gesaneerd (cleaning en afgevuld met zand).
De ondergrondse brandstoftank (HBO) op het perceel Schilderend 32 is eveneens reeds in het verdere verleden gesaneerd (oktober 1995). Tevens staat op het perceel Schilderend 36 eveneens een ondergrondse tank (HBO) geregistreerd waarvan geen verdere informatie beschikbaar is. De locaties zijn overigens wel beide gelegen op enige afstand (15 meter) van onderhavige onderzoekslocatie en aan de andere (zuidzijde) van de Schilderend. Van geen van bovengenoemde locaties is het overigens bekend dat er een noemenswaardige verontreiniging met brandstofcomponenten aanwezig was of is. Tot slot kan worden opgemerkt dat, voor zover bekend, zich op of nabij de onderzoekslocatie geen calamiteiten hebben voorgedaan die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. 2.2.3 Gedempte watergangen Op basis van het oude kaartmateriaal zijn er naar verwachting geen gedempte watergangen aanwezig.
Pagina 5 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
2.2.4 Bodemkwaliteitskaart De gegevens afkomstig van de interactieve bodemkwaliteitskaart zoals beschikbaar via de OD NHN zijn weergegeven in tabel 1: tabel 1
Bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitszone bovengrond
B1. Bebouwing Texel
Bodemkwaliteitszone ondergrond
O1. Ondergrond Texel
Verwachte ontgravingsklasse bovengrond
Wonen
Verwachte ontgravingsklasse ondergrond
Landbouw/natuur
Toepassingseis bovengrond
Wonen
Toepassingseis ondergrond
Landbouw/natuur
Toepassingswaarden PFAS
Dient te voldoen aan de eisen voor ‘Wonen’ voor wat betreft de bovengrond en ‘Landbouw/natuur’ voor wat betreft de ondergrond
2.2.5 Asbest Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen asbest verwerkende bedrijven aanwezig geweest. Op basis van het bouwjaar van de bebouwing bestaat eveneens een minimale kans op het gebruik of voorkomen van asbest. De dakbedekking en goten van de aanwezige en voormalige bebouwing is/was niet voorzien van asbestverdacht materiaal waardoor er geen verdenking geldt voor een asbestverontreiniging van de bodem als gevolg van verwering. 2.2.6 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) in grond Uit een inventarisatie van recente onderzoeken blijkt dat PFAS als gevolg van atmosferische depositie van met name rookgassen van vuilverbranding, in veel gebieden in Nederland in lage concentraties in de bovengrond kan worden aangetroffen. De belangrijkste PFAS zijn de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). Bekende puntbronnen van PFAS zoals de fabricage of het gebruik van blusschuim (zoals AFFF), verf, vetvrij karton en papier en waterafstotende materialen zoals kleding, tapijten e.d. zijn onwaarschijnlijk op en rond de onderzoekslocatie. Overigens is het door de vele verschillende potentiële bronnen zeer lastig om voor een locatie aan te tonen dat deze volledig onverdacht zijn en kan de aanwezigheid van licht verhoogde gehalten aan PFAS evenmin volledig worden uitgesloten.
Aangezien er geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS zijn gevonden wordt vooralsnog verwacht dat er geen noemenswaardige concentraties aan PFAS op de locatie aanwezig zijn.
2.3
Voorgaand onderzoek
Uit het digitale archief van ODNHN volgt dat van de locatie zelf geen bodemonderzoeken bekend zijn. Enkel van het nabijgelegen perceel Wilhelminastraat 6 is een oud bodemonderzoek beschikbaar welke bekend staat als: Inventariserend bodemonderzoek Wilhelminalaan 6 te Den Burg, Lankelma Milieu B.V., kenmerk 99.2162/11/1 d.d. 7 december 1999. Binnen het onderzoek is ondermeer aandacht besteed aan de bodemkwaliteit ter plaatse van het voormalige pompeiland en voormalige ondergrondse brandstoftank. Binnen het onderzoek is zowel in de grond als het grondwater geen verontreiniging met brandstofcomponenten aangetroffen.
Pagina 6 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
Verder kan uit informatie van de ODNHN worden opgemaakt dat in maart 1997 (B&M Milieutechniek, kenmerk T97018) een bodemonderzoek is verricht ten noorden van de onderzoekslocatie hetgeen tegenwoordig bekend staat als Wilhelminalaan 7-15, Hof van Geus 1 t/m 11 en Schilderend 27-31. Het betreffende onderzoek is echter niet beschikbaar binnen de ODNHN maar uit de beschikbare informatie kan wel worden opgemaakt dat destijds ten hoogste lichte verontreinigingen zijn aangetroffen in de grond en dat het grondwater niet verontreinigd was met de geanalyseerde parameters.
2.4
Conclusie vooronderzoek
Op basis van het vooronderzoek zijn geen directe aanleidingen gevonden om de locatie op te delen in separate deellocaties en om op de locatie sterke verontreinigingen te verwachten. De locatie is niet specifiek verdacht met betrekking tot het voorkomen van asbest. Er wordt geen asbestonderzoek conform de NEN5707 uitgevoerd. Wel wordt tijdens de uitvoering gelet op het eventueel voorkomen van asbestverdacht materiaal. Op basis van het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden om de locatie te beschouwen als verdacht met betrekking tot het voorkomen van PFAS.
Pagina 7 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
3.1
Onderzoeksstrategie
De opzet van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Norm 5740 “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” (november 2024). Op basis van het vooronderzoek bestaat er geen aanleiding om de onderzoekslocatie op te delen in meerdere deellocaties. De locatie wordt vooralsnog aangemerkt als een onverdachte locatie waarbij de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740 wordt gevolgd. In tabel 2 is het volledige onderzoeksprogramma weergegeven. tabel 2
Onderzoeksprogramma
Locatie Gehele locatie (2.162 m2)
m-mv
Boringen
Uit te voeren analyses
9 x boringen tot 1,0 m-mv 1
2 x standaardpakket grond 2 + 2 x PFAS 3 (bovengrond) en 1 x standaardpakket grond 3
2 boringen tot 0,5 m-gws 1x boring tot 1,5 m-gws (afgewerkt met een peilbuis)
1 x standaardpakket grondwater 4
meter minus maaiveld
m-gws
meter minus grondwaterstand
1
In verband met de toekomstige herontwikkeling zullen alle boringen dieper worden doorgezet tot 1,0 m-mv zodat meer informatie beschikbaar is omtrent de ondergrond De grondmengmonsters zullen worden onderzocht op onderstaand pakket: Sedimentkarakteristieken: organische stof en lutum; Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Organische parameters: som PCB, som PAK en minerale olie. PFAS (28 stuks cnf. Handelingskader en GenX). De locatie is niet specifiek verdacht voor deze stofgroep maar wordt vaak toch in lage concentraties aangetroffen die sporadisch de hergebruikswaarden overschrijden. Mede vanwege het toekomstige grondverzet wordt vooralsnog enkel de meest verdachte bodemlaag (bovengrond) onderzocht op deze stofgroep. Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXXN en styreen); Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (o.a. chlooralifaten); Minerale olie (GC).
2
3
4
Opgemerkt wordt dat bodemlagen met zintuiglijk waarneembare afwijkingen, zoals puin of passief waargenomen geuren, afzonderlijk worden onderzocht als die niet samen in één mengmonster kunnen worden opgenomen. De analyses vinden, voor zover mogelijk, plaats onder het A(ccreditatie)S(chema)3000.
3.2
Veldwerkzaamheden
3.2.1 Maaiveldinspectie Voorafgaand aan en tijdens de veldwerkzaamheden is het maaiveld visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van activiteiten die mogelijk tot een (oppervlakkige) bodemverontreiniging hebben geleid en op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Hierbij zijn uitpandig geen bijzonderheden geconstateerd. Echter inpandig is in grote delen van het pand vloerbedekking (zeil) aangetroffen waarvan door de veldwerkers niet met zekerheid vastgesteld kon worden of deze onverdacht is met betrekking tot het voorkomen van asbest. Derhalve is een klein stukje van het betreffende materiaal bemonsterd voor laboratoriumonderzoek ter verificatie of er Pagina 8 van 14
P251945
Verkennend bodemonderzoek Schilderend 39 te Den Burg
daadwerkelijk sprake is van asbesthoudend materiaal. Bovendien zijn de inpandige boringen, om niet door de vloerbedekking heen te hoeven boren, verplaatst naar delen waar deze vloerbedekking niet wordt aangetroffen. Verder zijn geen bijzonderheden aangetroffen welke aanleiding geven om de onderzoeksinspanning te wijzigen. 3.2.2 Resultaten veldwerkzaamheden grond De locaties van de uitgevoerde boringen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Tijdens de veldwerkzaamheden is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van bodemvreemde materialen en andere afwijkingen die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreiniging in de bodem. In bijlage 2 is de bodemopbouw per boring weergegeven inclusief boorbeschrijving en zintuiglijke waarnemingen. In onderstaande tabel 3 is de algemene bodemopbouw samengevat. tabel 3
*
Algemene bodemopbouw
Diepte (m-mv)
Grondsoort
0 – 3,5 *
Zwak tot matig siltig zand
Maximale boordiepte
In tabel 4 zijn de relevante zintuiglijke waarnemingen weergegeven. tabel 4
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Diepte (m-mv)
Grondsoort
Zintuiglijke waarneming
01
0,05 – 0,4
Siltig zand
Sporen baksteen- en zwak grindhoudend
04
0,2 – 0,5
Siltig zand
Zwak baksteenhoudend
05
0,05 – 1,0
Siltig zand
Sporen baksteen/kolengruis en zwak grindhoudend
In aanvulling op het bovenstaande wordt opgemerkt dat: sporen gelezen dient te worden als een enkel stukje; in het opgeboorde materiaal geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen en de betreffende bodemlagen zijn, mede gezien de aard en mate van het bodemvreemde materiaal, niet als ‘asbestverdacht’ beschouwd; de boringen 04, 09 en 10 inpandig zijn gesitueerd en dat ter plaatse geen sprake is van een kruipruimte. Enkel is direct onder de dunne betonvloer ter plaatse van boring 10 een dunne (6 cm) laag aangetroffen welke volledig bestaat uit baksteendelen; de aanvullend geplaatste boring 08, ter verificatie van de ondergrondse kelder zoals aanwezig op het oostelijk deel van de locatie, is gestuit op een diepte van 0,2 m-mv het (betonnen) dak. 3.2.3 Resultaten veldwerkzaamheden grondwater In tabel 5 zijn de in het veld gemeten grondwatergegevens weergegeven. tabel 5
Peilbuis 12
1
Eigenschappen grondwatermonsters
Diepte filter (m-mv)
Grondwaterpeil (m-mv)
pH1
EC2 (mS/cm)
Troebelheid3 (NTU)
Zintuiglijke waarneming
2,5 – 3,5
1,4
6,2
0,6
9,8
Helder, neutrale kleur
1
de zuurgraad (pH) hangt sterk samen met de biologische en chemische processen welke van nature in de bodem voorkomen maar kan ook worden beïnvloed door menselijk handelen. Over het algemeen varieert de pH van grondwater tussen de 6,0 en 8,5.
2
de geleidbaarheid (EC) is primair afhankelijk van de hoeveelheid geladen deeltjes in het grondwater en wordt gemeten in millisiemens per cm. De geleidbaarheid in grondwater is locatie-afhankelijk en kan sterk variëren als gevolg van zowel natuurlijke chemische bodemprocessen als ook door menselijk handelen. De geleidbaarheid van grondwater is over het algemeen gelegen tussen de 0,2 en 1,5 mS/cm maar kan door verzilting of de aanwezigheid van brak dan wel zout water oplopen tot wel 54 mS/cm (zeewater).
3
de troebelheid wordt gemeten in de zogenaamde Nephelometric Turbidity Unit. Over het algemeen kan worden aangenomen dat grondwater van nature in de bodem een troebelheid heeft van 0-10 NTU.
/2/3
Opgemerkt dient te worden dat een afwijkende zuurgraad, geleidbaarheid of troebelheid op zich niet bezwaarlijk is maar eventueel gebruikt kunnen worden bij de interpretatie van analyseresultaten. Pagina 9 van 14