CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Ruimtelijke motivering

Raadsvergadering 10 juli 2024, gemeente TexelBij agendapunt: Bindend advies voor bouw 90 woningen Marsweg Noord25.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30/338

artikel 5.54 Bkl standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Onderzoek Met de ontwikkeling wordt geen activiteit uit artikel 5.50 uit het Bkl mogelijk gemaakt. De gemeente Texel is niet aangewezen als een aandachtsgebied voor stikstofdioxide en/of fijnstof, zoals geregeld in artikel 5.51 van het Bkl. Volgens artikel 5.54 van het Bkl valt het planvoornemen onder een van de standaardgevallen, namelijk: gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen. De beoogde ontwikkeling maakt één ontsluitingsweg en 90 woningen mogelijk. Het planvoornemen draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, het omgevingsaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2023, die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, hoort is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Pontweg, ten westen van het projectgebied.

Uit de CIMLK-tool blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 8,07 µg/m³ voor NO2, 15,22 µg/m³ voor PM10 en 6,628 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de wet- en regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. De gemeente Texel is niet aangewezen als een aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof. Het planvoornemen voorziet niet in betekende mate toe aan de luchtkwaliteit en de achtergrondconcentraties voldoen ruim aan de omgevingswaarden. Er is geen strijd met de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl.

5.8

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.

31/338

Toetsing Rond het projectgebied zijn geen industrieterreinen met een geluidproductieplafond of geluidzone aanwezig. Ook zijn geen spoorwegen aanwezig. Wel zijn rond het projectgebied wegen aanwezig waarvoor akoestisch onderzoek is uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting op de woongebouwen ten hoogste Lden = 44 dB bedraagt. De standaardwaarde van Lden = 53 dB wordt niet overschreden. Op basis van de instructieregels van het Bkl is het geluid aanvaardbaar als wordt voldaan aan de standaardwaarde. Het aspect wegverkeerslawaai is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.9

Geluid door activiteiten

In een omgevingsplan (of BOPA) wordt rekening gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en voorziet erin dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is (opnemen van waarden in het omgevingsplan). Het geluid door een activiteit is aanvaardbaar als wordt voldaan aan de waarden als aangegeven in de tabellen 5.1 en 5.2. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij een activiteit maar ook bij het toelaten van een geluidveroorzakende activiteit bij een geluidgevoelig gebouw wordt het geluid beoordeeld. Daarnaast wordt getoetst of het toelaten van een geluidgevoelig gebouw de milieuruimte van een bestaande (bedrijfs)activiteit beperkt. Tabel 5.1 Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van -70 dB(A) transportmiddelen LAmax door andere piekgeluiden -65 dB(A) Tabel 5.2 Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) LAmax door aandrijfgeluid van -55 dB(A) transportmiddelen LAmax door andere piekgeluiden -45 dB(A)

23.00-07.00 uur 40 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A)

23.00-07.00 uur 25 dB(A) 55 dB(A) 45 dB(A)

Toetsing De beoogde ontwikkeling bestaat uit woningbouw. Dit zijn geluidgevoelige gebouwen. Ten westen van het projectgebied ligt een bedrijventerrein waar op basis van 'Bestemmingsplan Den Burg' (2019) bedrijven t/m milieucategorie 3.2 zijn toegestaan. Ten noorden van het plangebied ligt een gebied voor verblijfsrecreatieve gebouwen. Bedrijventerrein Op het bedrijventerrein zijn in de huidige situatie zijn hier met name volumineuze detailhandel, kleinschalige bedrijven en kantoren aanwezig. Het maatgevende bedrijven voor de beoogde woningbouw in de huidige situatie is een bouwmarkt (de Gamma) aan de Abbewaal 10 en een telecommunicatiebedrijf (Kabeltex). Het

32/338

dichtstbijzijnde bedrijfsperceel (Abbewaal 10) ligt op een afstand van circa 30 meter. De afstand van 30 meter is voor de huidige type bedrijfsactiviteiten voldoende afstand om een aanvaardbaar geluidniveau te garanderen. Op het bedrijventerrein zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan. Hiermee worden op het bedrijventerrein type bedrijven met een hogere geluiduitstoot planologisch toegestaan dan de huidige bedrijven. Met de ligging van de beoogde woningen nabij het bedrijventerrein worden de percelen mogelijk in hun milieuruimte beperkt. Echter liggen al reeds woningen (Hoefslag 7 t/m 23, oneven) op kortere afstand van het bedrijventerrein waarmee de milieuruimte al reeds beperkt wordt. Ook zijn op het bedrijventerrein bedrijfswoningen (Abbewaal 8, 19 en 21 en Waalderweg 104) aanwezig waarmee de bedrijven rekening moeten houden. Hiermee is voldoende geborgd dat voldaan wordt aan de standaardwaarden en ter plaatse van de woningen sprake is van een toelaatbaar geluid en dat de bedrijven op het bedrijventerrein niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Verblijfsrecreatie Het perceel met de bestemming verblijfsrecreatie ligt op 40 meter afstand van de beoogde woningbouw. De afstand is ruim voldoende om ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar geluidniveau te garanderen en de verblijfsrecreatie wordt niet beperkt in bedrijfsvoering.

Conclusie Ter plaatse van de woningen wordt voldaan aan de standaardwaarden, ter plaatse van de woningen is sprake van een toelaatbaar geluidsniveau en de bedrijven in de omgeving worden niet beperkt in hun bedrijfsvoering.

5.10 Geur In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu dient op grond van het Bkl rekening te worden gehouden met de geur door activiteiten op gebouwen. Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven. Toetsing Zoals beschreven in 5.9 Geluid door activiteiten liggen de dichtstbijzijnde bedrijfspercelen op een afstand van 30 meter. In de huidige situatie zijn op het bedrijventerrein geen activiteiten die geurhinder kunnen veroorzaken ter plaatse van de beoogde woningbouw. En er zijn geen plannen bekend van transformatie van de huidig bedrijven dan wel nieuwvestiging van bedrijven die wel mogelijk geurhinder kunnen veroorzaken. Met de ontwikkeling zelf worden geen geurhinderlijke activiteiten mogelijk gemaakt.

5.11 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de risico's van het gebruik, de productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen en windturbines. In het Bkl is aangegeven wat de afstanden zijn voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden van deze risicovolle activiteiten. Met de beoogde ontwikkeling wordt een tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten mogelijk gemaakt. Ruimtelijke besluiten worden met betrekking tot milieubelastende activiteiten (MBA), transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen getoetst aan het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

33/338

Toetsing Op basis van de risicokaart zijn rond het projectgebied geen risicobronnen aanwezig. Het projectgebied bevindt zich niet in een PR 10-6 contour of aandachtsgebied van een risicobron. Er wordt voldaan aan de instructieregels van het Bkl. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.12 Cultureel erfgoed Onder cultureel erfgoed valt onder andere archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen en landschap. Voorafgaand aan de uitvoering van projecten dient onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden om vervolgens daar in de ontwikkeling van projecten zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Toetsing Landschap Het projectgebied is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Texel - Oude Land en aandijkingen. In het BPL zijn nieuwe stedelijke ontwikkeling uitgesloten en zijn kleinschalige ontwikkelingen slechts mogelijk indien deze ontwikkelingen de voorkomende kernkwaliteiten niet aantasten. De provincie heeft ontheffing verleend voor een tijdelijke ontwikkeling voor een periode van 20 jaar voor de beoogde ontwikkeling. De ontheffing is toegevoegd aan Bijlage 8. Aan de ontheffing zijn voorwaarden verbonden die opgenomen moeten worden in deze omgevingsvergunning.

Dit zijn de volgende voorschriften: De vergunninghouder stelt voorafgaand aan de werkzaamheden een rapportage op waarin de oorspronkelijke toestand in beeld is gebracht, waarbij in ieder geval de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen op de betrokken gronden zijn vastgelegd. De genoemde rapportage wordt uiterlijk 2 weken voor de uitvoering van de werkzaamheden toegezonden aan de gemeente en de provincie (RO-info@noordholland.nl). Elke 3 jaar wordt er een rapportage toegezonden aan de provincie (RO-info@noord-holland.nl) over de stand van zaken met betrekking tot het perceel. Na de instandhoudingstermijn van 20 jaar worden binnen een termijn van 6 maanden de gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen verwijderd en worden de betrokken gronden in de oorspronkelijke toestand hersteld. De werkzaamheden ten behoeve van het herstel in de oorspronkelijke toestand worden zodanig uitgevoerd dat geen nieuwe aantasting plaatsvindt van de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen Cultuurhistorie Het projectgebied ligt niet nabij een beschermd, archeologische monument, (voorbeschermd) rijksmonument of beschermde stads- en dorpsgezicht.

34/338

Archeologie Het projectgebied ligt grotendeels binnen een zone met een gematigde verwachting (categorie 4) met een vrijstellingsgrens van 500 m2 en een diepte kleiner dan 50 cm. Een klein deel van het meest westelijke deel van het plangebied ligt ter hoogte van een gebied met een hoge archeologische waarde. Hier is een vrijstellingsgrens van 100 m2 aan verbonden. Het oostelijke deel ligt ter hoogte van een terrein van hoge archeologische waarde. Hier is een vrijstellingsgrens van 40 m2 opgenomen. De hoge waarde is hier gebaseerd op de aanwezigheid van een AMK-terrein. Het gaat hier om een nederzettingsterrein uit de Ijzertijd en Romeinse Tijd (mon-nr. 5680, De Mars; Marsweg; Ruitersplaats). Voor een groter gebied is een quickscan archeologie opgesteld, zie Bijlage 9. In aanvulling op deze quickscan is voor de beoogde ontwikkeling een aanvullend advies uitgebracht, zie Bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat geen nader onderzoek nodig is voor de beoogde ontwikkeling omdat de werkzaamheden binnen het AMK-terrein (met een hoge archeologische verwachtingswaarde) gezien de aard van de werkzaamheden de archeologische waarden niet zullen aantasten. Nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. De voorgenomen ingreep is vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Ten behoeve van het doen van waarnemingen wil Archeologie West-Friesland toekomstige graafwerkzaamheden wel monitoren. Conclusie Voor de ligging in het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Texel - Oude Land en aandijkingen is door de provincie ontheffing verleend voor de beoogde ontwikkeling. De voorwaarden van de ontheffing worden in deze BOPA opgenomen. Op basis van de archeologische quickscan kan de voorgenomen ontwikkeling vrijgesteld worden van verder archeologisch onderzoek. Het aspect cultureel erfgoed vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.13 Bodem Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve Omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het Omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, waaronder regels over nazorg van de bodem na saneren, regels over graven in de bodem en regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. Het omgevingsplan is voorafgaande aan de voorbereiding van de omgevingsvergunning nog niet gewijzigd, waardoor op grond van artikel 22.30 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan de interventiewaarden bedoeld in bijlage IIA van het Bal als grenswaarden gelden voor de bouw van bodemgevoelige gebouwen.

35/338

Toetsing Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Wonen is een bodemgevoelige functie, waardoor een bodemonderzoek is verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Dit onderzoek is toegevoegd aan Bijlage 11. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de toegangsdam de bovengrond sprake is van verontreiniging van asbest waarbij de interventiewaarde wordt overschreden. Ook is plaatselijk sprake van een sterke verontreiniging met hexachloorbenzeen. De totale omvang van de asbest verontreiniging wordt ingeschat op circa 20 m3 waarvan een klein deel ook sterk verontreinigd is met hexachloorbenzeen. Als gevolg van bovengenoemde verontreiniging is ter plaatse van de gronddam sprake van en zogenaamd ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ en dienen er voorafgaand aan de herontwikkeling sanerende maatregelen genomen te worden. Overigens wordt opgemerkt dat in de huidige situatie (nagenoeg volledig begroeid met gras, enkel hechtgebonden asbest in een concentratie <1.000 mg/kg ds) er, ondanks dat de toegangsdam betreden kan worden, geen sprake is van onaanvaardbare risico’s. Voor het overige deel van het project gebied geldt dat er enkel plaatselijk in het grondwater een lichte verontreiniging is aangetroffen.

Na de sanerende maatregelen is het projectgebied sprake van een aanvaardbare bodem- en grondwaterkwaliteit voor de beoogde functie. Bodemkwaliteitskaart Op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan maakt de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Texel hier deel van uit. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen; het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming. Op basis van artikel 5.89p moet in een omgevingsplan de landbodem in bodemfunctieklassen ingedeeld worden. Bij de indeling in bodemfunctieklassen wordt rekening gehouden met de functie die in het omgevingsplan aan de locatie is toegedeeld. De landbodem kan worden ingedeeld in de bodemfunctieklassen Landbouw/natuur, Wonen en Industrie. Voor het projectgebied is de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur van toepassing. Omdat dit project voorziet in woningbouw is de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur niet meer van toepassing. De klasse Wonen zou in dit geval de juiste klasse zijn. In dit geval wordt het project met een BOPA-vergunning mogelijk gemaakt.

Daarom dient in de vergunning een voorschrift opgenomen te worden waarin in afwijking van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Texel de bodemfunctieklasse Wonen van toepassing wordt verklaard. Op deze manier wordt toepassing gegeven aan de instructieregel uit artikel 5.89p.

5.14 Water Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 Bkl.

36/338

De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: watercompensatie in verband met toenemende verharding; waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. De gemeente Texel heeft op 10 april overleg gehad met het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het advies uit dit overleg is verwerkt in deze waterparagraaf. Het relevante beleid van het Hoogheemraadschap is beschreven in Hoofdstuk 4. Aanvullende instructieregels Voor een aantal specifieke Rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Voor de ontwikkeling zijn deze aanvullende instructieregels niet relevant. Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van de omgevingsverordening van de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan.

Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Analyse Het projectgebied bevindt zich in het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Volgens artikel 5.37 van het Bkl dient rekening gehouden te worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied ligt niet in een kern- of beschermingszone van een waterkering. De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterveiligheid. Waterkwantiteit Rond het plangebied zijn verschillende secundaire watergangen met beperkingengebied aanwezig, zie onderstaande figuur. De beschermingszone van deze watergangen bedraagt 5 meter. Werkzaamheden binnen deze beschermingszone zijn vergunningplichting. De werkzaamheden vinden plaats buiten de beschermingszone van deze watergang.

37/338

Figuur 5.2: Uitsnede Legger Wateren 2023 (Vastgesteld) ter plaatse van het projectgebied Er is in de toekomstige situatie sprake van een toename van 5.721 m2 verharding. Bij een compensatie van 12% zal een oppervlakte van 687 m2 ten behoeve van de watercompensatie worden gerealiseerd. Er wordt ten minste 700 m2 gegraven ten behoeve van de watercompensatie. Dit wordt vormgegeven in de natuurlijke zone langs de ontsluitingsweg in het projectgebied. Verder zullen twee toegangsdammen gerealiseerd worden bij de Marsweg en de Hoefslag. Het te dempen water zal 1 op 1 gecompenseerd worden. De locatie van deze watercompensatie wordt in afstemming met het waterschap nader bepaald en geborgd in de watervergunning. Voor de aanleg van water ten behoeve van de ontwikkeling is een watervergunning nodig op basis van de waterschapsverordening. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.

Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: Hemelwater vasthouden voor benutting;

38/338

(In-) filtratie van afstromend hemelwater; Afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; Afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Klimaatadaptatie Op basis van de atlasleefomgeving kan worden afgeleid dat er een kleine kans bestaat op overstroming binnen het projectgebied (kans 1 keer per 100.000 jaar). Doordat een deel van het projectgebied groen karakter krijgt en de aanwezige secundaire watergangen is de kans op wateroverlast bij hevige neerslag en hittestress klein. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

5.15 Spuitzones Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zal bij ontwikkelingen in de omgeving van agrarisch gronden waar gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden gebruikt, moeten worden aangetoond dat geen sprake is van onaanvaardbare gezondheidsgevolgen. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Op grond van diezelfde rechtspraak is het mogelijk om deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Die motivering moet gebaseerd zijn op zorgvuldig locatiespecifiek onderzoek. Toetsing Het plan betreft een woningbouwlocatie. Een woning is een gevoelige functie die bescherming tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen behoeft. Op twee percelen aan de zuidoostkant van het plangebied is de bestemming 'Agrarisch - Oude land', waardoor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is. Een deel van de aangrenzende percelen bestaat uit blijvend grasland en een deel uit akkerbouwgrond.

Op het perceel dat gebruikt wordt voor akkerbouw, het perceel aan de zuidoostkant van het plangebied, wordt wisselteelt van aardappels, bieten, uien en mais toegepast. Voor de percelen die beheerd worden als grasland, de percelen ten noorden van het plangebied, is een eventuele blootstelling aan schadelijke stoffen zeer beperkt. Bovendien is deze grond in eigendom van de gemeente. Met de gebruiker worden afspraken gemaakt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Op basis hiervan zijn er geen problemen met betrekking tot het aspect spuitzones in relatie tot de planontwikkeling. De teelt van gewassen waarbij sprake is van hoge drift is niet aan de orde op de aangrenzende percelen. De aanplant van fruitbomen (zoals appelbomen) is namelijk niet toegestaan op deze percelen doordat het gebied ligt in het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen. Dit gebied kent een kernkwaliteit ‘openheid en ruimtebeleving: open ruimte en vergezichten'. Gewassen met hoge drift is hiermee in strijd en is op deze locatie uitgesloten. Het behoud van de landschappelijke waarden is ook geborgd in de regels van het bestemmingplan Buitengebied Texel 2013 (onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan). Indien wel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt moet voldaan worden aan de daarvoor

39/338

geldende wetgeving waarbij onder meer de zorgplicht voor mens, dier, plant en water in acht moet worden genomen. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen moet altijd driftarme apparatuur worden gebruikt. Daarnaast worden vanuit het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) eisen gesteld aan de voorwaarden van toepassing (onder andere windkracht). Bovendien dragen nieuwe driftreducerende spuittechnieken bij aan verbeteringen op het gebied van milieu, waterkwaliteit, voedselzekerheid, menselijke gezondheid en arbeidsomstandigheden. Voor de agrariërs gelden teeltvrije zones langs watergangen. In dit geval zijn rond de agrarische percelen watergangen aanwezig, ook aan de zijde van de beoogde woningbouw. Door de teeltvrije zone geldt er een verdere beperking voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De breedte van een dergelijke zone is afhankelijk van het gewas en mag niet worden voorzien van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Tussen de beoogde woningen en het perceel dat voor akkerbouw wordt gebruikt, is een fietsenstalling, groenstrook, schouwpad en een watergang gelegen, waardoor de woningen op minimaal 35 meter van het bouwland zijn gelegen. Na de 35 meter geldt een spuitvrije zone vanwege de watergang. Verder ligt het akkerland ten zuidoosten van de beoogde woningen. In de gemeente Texel heerst een dominante zuidwesten windrichting.

De beoogde woningen liggen niet in deze richting. Conclusie Rekening houdend met een overwegend heersende zuidwestelijke windrichting en gezien de teeltvrije zones, wetgeving op het gebied van (gebruik van) gewasbeschermingsmiddelen en de afstand van de woningen tot het akkerbouwperceel vormt de spuitzone geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.16 Duurzaamheid Doelen van de Ow zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Ow). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In artikel 22.52 Bruidsschat zijn regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Toetsing De nieuwbouwwoningen worden goed geïsoleerd, voldoen aan de BENG-eisen en worden zonder gasaansluiting gebouwd. Binnen het projectgebied wordt ruimte geboden voor groen en water dat bijdraagt aan klimaatadaptatie en ecosystemen. De woningen zijn daarnaast flexwoningen. Na 15 jaar gaan de woningen weer weg en wordt de locatie weer in de huidige staat teruggebracht.

5.17 Gezondheid Doel van de Ow is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden moet worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Toetsing

40/338

Een groot aantal van de omgevingsaspecten in dit hoofdstuk hebben een gezondheidscomponent. Uit de verschillende aspecten blijkt dat ter plaatse van het projectgebied sprake is van een gezonde fysieke leefomgeving. Daarnaast wordt binnen het plan ingezet op gezondheidsbevordering. De centrale openbare plek tussen de gebouwen is ingericht voor ontmoeting. Dit bevorderd de sociale cohesie in het gebied. Een goede sociale cohesie gaat eenzaamheid tegen en bevorderd daarmee de gezondheid. Ook is het westen van het projectgebied een ruimte gereserveerd voor een functie in overleg met de bewoners (bijvoorbeeld een moestuin of sportveld). Een moestuin heeft een sociaal karakter maar brengt ook groenten in het zicht wat aanzet tot gezond eten. Een sportveld zet aan tot beweging. Verder is de ruimte rond de woningen groen ingericht met bomen en bosschages. Hierdoor kijken de bewoners uit op een groene buitenruimte wat gezondheid bevorderend werkt. Daarnaast werken de bomen en het groen tegen hittestress door de vorming van schaduw. Ook is Texel een eiland met goede fiets infrastructuur door de realisatie van voldoende fietsparkeerplaatsen. De directe fietsverbinding met de Hoefslag zorgt voor een snelle route richting het centrum, waardoor wordt aangezet tot het gebruik van de fiets en hiermee tot bewegen.

41/338

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. Financiële uitvoerbaarheid De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling betreft de bouw van 90 woningen. De gemeente is grondeigenaar en ontwikkelt het projectgebied. De gemeente is de initiatiefnemer en realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft middelen beschikbaar vanuit de grondexploitatie om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. De volgende besluiten liggen ten grondslag aan de financiële uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling: Op 14 december 2022 heeft de gemeenteraad het besluit genomen in te stemmen met het advies 'versnelling woningbouw' middels het project Flexwoningen Marsweg. Hierbij is tevens de grondexploitatie vastgesteld. Op 17 april 2024 heeft de gemeenteraad het besluit genomen over de financiering van de beoogde ontwikkeling in Marsweg Noord. Kostenverhaal Wie een woning, bedrijfspand of ander gebouw bouwt of verbouwt, moet hiervoor in veel gevallen een bijdrage betalen aan het bevoegd gezag.

Deze bijdrage is onder andere voor de kosten van het opstellen van plannen, het aanleggen van openbare voorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte. Dit wordt kostenverhaal genoemd. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op ontwikkeling van een woonbuurt voor 90 woningen. De beoogde ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. De gemeente heeft de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteit mogelijk wordt gemaakt in eigendom. Hierdoor is het kostenverhaal niet aan de orde. De gemeente is zelf exploitant, waardoor de kosten voor rekening van de gemeente zijn. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

42/338

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is er sprake van balans tussen het beschermen en gebruiken van een locatie. Daarbij wordt afgewogen of de verschillende activiteiten binnen een gebied elkaar aanvullen dan wel verdragen. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover ze betrekking hebben op de gewenste ontwikkeling, nader onderzocht in deze motivering. Afweging De ontwikkeling betreft de bouw van 90 woningen, waarbij de BOPA bestaat uit het bouwen van woningen op gronden die bestemd zijn voor agrarisch grondgebruik. In de beoordeling is gebleken dat met de beoogde beoordeling sprake is van een evenwichtige toedeling. Er wordt voldaan aan de behoefte van het bouwen van een woningen voor de doelgroep die de gemeente Texel beoogt. De tijdelijkheid van de mogelijkheid om in het projectgebied te bouwen biedt mogelijkheden om te bouwen in 'Bijzonder Provinciaal Landschap'.

Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: De vergunninghouder stelt voorafgaand aan de werkzaamheden een rapportage op waarin de oorspronkelijke toestand in beeld is gebracht, waarbij in ieder geval de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen op de betrokken gronden zijn vastgelegd. De genoemde rapportage wordt uiterlijk 2 weken voor de uitvoering van de werkzaamheden toegezonden aan de gemeente en de provincie (RO-info@noordholland.nl). Elke 3 jaar wordt er een rapportage toegezonden aan de provincie (RO-info@noord-holland.nl) over de stand van zaken met betrekking tot het perceel. Na de instandhoudingstermijn van 20 jaar worden binnen een termijn van 6 maanden de gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen verwijderd en worden de betrokken gronden in de oorspronkelijke toestand hersteld. De werkzaamheden ten behoeve van het herstel in de oorspronkelijke toestand worden zodanig uitgevoerd dat geen nieuwe aantasting plaatsvindt van de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen Op het gebied van Natura 2000 activiteiten is aangetoond dat met interne saldering significante negatieve effecten uitgesloten kunnen worden en geen sprake is van een Natura 2000-activiteit. Uit recente veldbezoeken blijkt dat binnen het projectgebied geen beschermde soorten aanwezig zijn, ontheffing is dan ook niet noodzakelijk.

Uit het mobiliteitsonderzoek blijkt dat de ontwikkeling in combinatie met de andere woningbouw ontwikkelingen geen sprake is van knelpunten op het gebied van verkeersdoorstroming of verkeersveiligheid. Ook voor het langzame verkeer worden knelpunten uitgesloten. Op het gebied van parkeren wordt verwacht dat 54 parkeerplaatsen voldoet voor de 90 appartementen. Voor 9 parkeerplaatsen is ruimte gereserveerd om te

43/338

voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per appartement. Voorwaarde is: de monitoring van de parkeerdruk op basis waarvan mogelijk 9 extra parkeerplaatsen gerealiseerd wordt. Voor de beoogde woningen is getoetst aan de geluid en geur emitterende activiteiten en spuitzones in de omgeving. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een gezonde fysieke leefomgeving. Ook worden de bedrijfsactiviteiten niet beperkt als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Op basis van de onderzochte relevante aspecten kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vergunning voor de ontwikkeling van 90 woningen kan worden verleend.

44/338

Bijlagen

45/338

46/338

Bijlage 1

47/338

Mer-beoordeling

M.E.R. BEOORDELING DEN BURG - MARSWEG NOORD 3 mei 2024

1/18

DATUM KENMERK

3 mei 2024 20230984/118311/

PROJECT PROJECTLEIDER

Den Burg - Marsweg Noord - stikstof en vorm vrije mer J.J. Posthumus MSc

OPDRACHTGEVER Gemeente Texel PROJECTNUMMER 20230984 AUTEUR

2/18

Wouter Timmerman

INHOUD 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 5

Aanleiding Wat houdt een mer-beoordeling in? Leeswijzer

Plaats van het project

6

2.1 2.2 2.3 2.4

6 6 7 7

Algemeen Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan/kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

Kenmerken van het project

10

3.1 3.2 3.3 3.4

10 11 11 11

Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Overige kenmerken

Kenmerken van de milieueffecten

12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

12 12 13 14 14 14 12 15 15

Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Natuur Externe veiligheid Luchtkwaliteit Cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Bouwwerkzaamheden

Conclusie

Bijlagen bij aanmeldnotitie

3/18

17 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

De gemeente Texel wil bij Marsweg Noord (deelgebied B) 90 flexwoningen realiseren die voor een periode van 15 jaar blijven staan. Na de periode van 15 jaar zal de locatie weer naar de huidige situatie worden teruggebracht. Naast de woningen wordt bijbehorend ook water, een natuurzone en openbaargebied aangelegd. De bestemming van het projectgebied betreft “Agrarisch - Oude land” en is bepaald in het Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013. De ontwikkeling is in strijd met het gebruik en het bouwen op de locatie. Er wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. In het omgevingsbesluit is in kolom 3 opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen mer-beoordelingsplichtig is (Omgevingsbesluit, Bijlage V, categorie J11). Dit betekent dat voor de omgevingsvergunning BOPA een mer-beoordeling noodzakelijk is op basis waarvan het bevoegd gezag een mer-beoordelingsbesluit neemt. Deze notitie bevat deze beoordeling.

1.2

Wat houdt een mer-beoordeling in?

In een mer-beoordeling wordt getoetst of een mer procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de merbeoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige mer-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie Figuur 1-1), te weten: ● de kenmerken van het project; ● de plaats van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een mer-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of in het kader van de omgevingsvergunning BOPA wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Het mer-beoordelingsbesluit wordt in een zo vroeg mogelijk stadium, maar in ieder geval voorafgaand aan het in procedure brengen van de BOPA.

4/18

Figuur 1-1 Criteria mer-beoordeling op basis van Bijlage 3 Richtlijn 2011/92/EU

1.3

Leeswijzer

Deze mer-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de kenmerken van het project; ● bevat in hoofdstuk 3 de plaats van het project; ● licht in hoofdstuk 4 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 5 de conclusie weer voor de mer-beoordeling. Bij de analyse is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken toegevoegd aan de bijlagen van de omgevingsvergunning voor de BOPA.

5/18

2. PLAATS VAN HET PROJECT 2.1

Algemeen

Het projectgebied ligt ten noordoosten van Den Burg. De ligging van het projectgebied is in Figuur 2-1 weergegeven op een luchtfoto. Ten westen van het projectgebied is een bedrijventerrein gelegen waar met name volumineuze detailhandel, kleinschalige bedrijven en kantoren aanwezig zijn. Ten noorden van het projectgebied ligt een recreatieterrein met recreatiewoningen. Verder ligt het projectgebied aan de rand van het buitengebied en bestaan de gronden ten oosten van het projectgebied uit agrarische percelen. Rond het projectgebied zijn aan de randen verschillende secundaire watergangen aanwezig. Het projectgebied is verbonden met de Marsweg die in verbinding staat met de Waalderweg. De Waalderweg ligt ten noorden van het projectgebied en loopt parallel met het projectgebied.

Figuur 2-1 Luchtfoto met het projectgebied in rode omleiding

2.2

Bestaand grondgebruik

Het projectgebied bestaat uit een deel van een agrarisch perceel dat is gelegen tegen de noordoostelijke dorpsrand van het dorp Den Burg. Het perceel is onbebouwd en agrarisch in gebruik. De zuid- en de westzijde van het projectgebied worden begrensd door een sloot en een grasstrook. De noordzijde wordt begrensd door een boomsingel. Het projectgebied wordt ontsloten op de Marsweg. De ontsluitingsweg van de woningbouwlocatie naar de Marsweg maakt ook deel uit van het projectgebied.

6/18

2.3

Relatieve rijkdom aan/kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen in het gebied

Het projectgebied maakt deel uit van het buitengebied van Texel en is in agrarisch gebruik (grasland). Vanuit het oogpunt van ecosysteemdiensten wordt het gebied als volgt gekarakteriseerd: - Het projectgebied is geen verstrekker van een product door ecosystemen (zoals een grondwaterbeschermingsgebied): - Het projectgebied heeft in het huidige gebruik een minimale functie voor regulerende diensten (zoals bestuiving van gewassen); - Het projectgebied heeft een minimale functie voor diensten die de voorgaande diensten ondersteunen (zoals biodiversiteit).

2.4

Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

Het projectgebied is aangesteld als onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Texel – Oude Land en aandijkingen. Het projectgebied maakt verder geen onderdeel uit van een bijzonder gebied met een beschermde status. Waar het gaat om de ligging van het projectgebied is verder het volgende van belang: ● Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een wetland, kustgebied of bosgebied en ligt niet in de directe omgeving daarvan; ● Het projectgebied is niet gelegen in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status op het gebied van natuur. Het projectgebied ligt op circa 1,2 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Duinen en Lage Land Texel’, zie Figuur 2-2. De dichtstbijzijnde delen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen op een afstand van circa 900 meter, zie Figuur 2-3. ● Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Nationaal Landschap of van Werelderfgoed. Wel is het aangesteld als onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Texel – Oude Land en aandijkingen. ● Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een stiltegebied. Wel ligt ten oosten van het projectgebied aan de overzijde van de Marsweg een stiltegebied, zie Figuur 2-5. ● Het projectgebied ligt niet in intrekgebied of in grondwaterbeschermingsgebieden, zie Figuur 2-5..

● Vanwege de ligging in het buitengebied aan de rand van Den Burg is geen sprake van een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. ● De archeologische waarden van het gebied zijn beschreven in paragraaf 4.7. ● Het projectgebied en omgeving ligt niet in een gebied waar de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen (EU-normen, bijvoorbeeld met betrekking tot luchtkwaliteit) inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.

7/18

Figuur 2-2 Ligging project gebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000 (Bron: AERIUS Calculator)

Figuur 2-3 Ligging projectgebied (rood omcirkelt) ten opzichte van NNN (bron: Interprovinciaal Overleg (IPO), 2022)

8/18

Figuur 2-4 Ligging projectgebied (rood omcirkelt) ten opzichte van stiltegebieden (bron: BIJ12, 2024)

Figuur 2-5 Ligging projectgebied (rood omcirkelt) ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebieden (bron: RIVM, 2022)

9/18

3. KENMERKEN VAN HET PROJECT 3.1

Omvang van het project

In het kader van de behoefte aan betaalbare woningen op Texel worden 90 flexwoningen gerealiseerd in Marsweg Noord. De woningen bestaan uit 24 eenpersoonsstudio's, 42 tweekamerappartementen en 24 driekamerappartementen. De woongebouwen bestaan uit 3 bouwlagen en zijn 9,1 meter hoog. In totaal betreft de beoogde ontwikkeling een toename van 5.721 m2 verharding. Het gebied voorziet in een padenstructuur, een ontmoetingsplek tussen de gebouwen, diverse zitplaatsen en banken om alleen of gezamenlijk buiten te kunnen zitten, speelaanleidingen en fietsenstallingen bij de entrees. Aan de westkant van het projectgebied (ter plaatse van het kader) is langs het water een zone gereserveerd welke in overleg met de bewoners kan worden ingevuld ten behoeve van het gevoel van verbondenheid en samenhorigheid (bijvoorbeeld door een gezamenlijke moestuin). Naast de inrit wordt een natuurzone gerealiseerd met waterberging ernaast. De waterberging is in totaal 700 m2. Het projectgebied wordt groen ingericht met opgaand groen en kleine bomen. Er wordt een inrit naar de Marsweg aangelegd om de wijk te kunnen betreden. De Marsweg staat in verbinding met de Waalderweg waarmee aangesloten wordt op het regionale wegennet. Voor het langzaamverkeer wordt ook een verbinding met de Hoefslag gemaakt waarmee aangesloten wordt op de woonwijk ten zuiden van het projectgebied.

De langzaamverkeerverbinding tussen het projectgebied en de Hoefslag is tevens een calamiteitenontsluiting voor het projectgebied. In Figuur 3-1 is een impressie van de toekomstige situatie weergegeven en in

Figuur 3-2 is het stedenbouwkundigplan op hoofdlijnen weergegeven.

10/18

Figuur 3-1 Impressie toekomstige situatie

Figuur 3-2 Inrichtingstekening Marsweg Noord (bron: SmitsRinsma, 2024)

Verkeer en parkeren De ontwikkeling leidt tot circa 486 extra verkeersbewegingen per etmaal1. De ontsluiting van autoverkeer van de wijk vindt plaats via de Marsweg, hiervoor wordt een nieuwe inrit aangelegd. Voor het langzame verkeer wordt ook een verbinding gemaakt op de Hoefslag. Binnen het projectgebied wordt ruimte gereserveerd voor 63 parkeerplaatsen. 9 langsparkeerplaatsen worden in eerste instantie niet gerealiseerd omdat verwacht wordt dat de parkeervraag lager zal liggen dan 63 parkeerplaatsen. Middels monitoring wordt bepaald of de 9 langsparkeerplaatsen tóch gerealiseerd moet worden om aan de parkeervraag te voldoen. Hiermee wordt de parkeervraag binnen het projectgebied opgelost.

1 Goudappel (maart 2024), Verkeerskundige effecten planuitwerking Marsweg Noord, kenmerk: 017273.20240309.N1.02

11/18

3.2

Cumulatie met andere projecten

Ten zuiden van het projectgebied op een afstand van 400 meter ligt Marsweg Zuid waar in mei/juni 2024 de laatste woningen gerealiseerd worden. Deze ontwikkeling is al reeds vergund en is een autonome ontwikkeling dat meegenomen wordt in de referentiesituatie. Beide projecten wikkelen af op de Marsweg. Op het gebied van verkeer is het verkeer van Marsweg Zuid dan ook meegenomen in de referentiesituatie.

3.3

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen

Met de beoogde ontwikkeling zullen de gebruikelijke afvalstoffen gecreëerd worden. Ook geldt dat de flexwoningen makkelijk weg te halen zijn en verwerkt kunnen worden. De woningen worden aardgasvrij gebouwd en zijn bijna energie neutrale gebouwen (BENG).

3.4

Overige kenmerken

De aspecten verontreiniging en hinder, risico van zware ongevallen en/of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid komen aan bod in het hoofdstuk kenmerken van de milieueffecten.

12/18

4. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkelingen beschreven. De milieueffecten van de beoogde situatie worden vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Hierin zijn ook de ontwikkelingen van Buurtskap de Tuunen en Marsweg Zuid verwerkt. In deze mer-beoordeling wordt gebruik gemaakt van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de BOPA. Daarnaast zijn aanvullende onderzoeken betrokken die inzicht geven in mogelijke gevolgen die samenhangen met de ontwikkeling van het projectgebied.

4.1

Landschap

Het projectgebied is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Texel - Oude Land en aandijkingen. In het BPL zijn nieuwe stedelijke ontwikkeling uitgesloten en zijn kleinschalige ontwikkelingen slechts mogelijk indien deze ontwikkelingen de voorkomende kernkwaliteiten niet aantasten. De provincie heeft ontheffing verleend voor een tijdelijke ontwikkeling voor een periode van 20 jaar voor de beoogde ontwikkeling. Aan de ontheffing zijn voorwaarden verbonden die opgenomen worden in de omgevingsvergunning. Dit zijn de volgende voorschriften: ● De vergunninghouder stelt voorafgaand aan de werkzaamheden een rapportage op waarin de oorspronkelijke toestand in beeld is gebracht, waarbij in ieder geval de voorkomende kernkwaliteiten van het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen op de betrokken gronden zijn vastgelegd. ● De genoemde rapportage wordt uiterlijk 2 weken voor de uitvoering van de werkzaamheden toegezonden aan de gemeente en de provincie (RO-info@noordholland.nl). ● Elke 3 jaar wordt er een rapportage toegezonden aan de provincie (RO-info@noord-holland.nl) over de stand van zaken met betrekking tot het perceel. ● Na de instandhoudingstermijn van 20 jaar worden binnen een termijn van 6 maanden de gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen verwijderd en worden de betrokken gronden in de oorspronkelijke toestand hersteld.

● De werkzaamheden ten behoeve van het herstel in de oorspronkelijke toestand worden zodanig uitgevoerd dat geen nieuwe aantasting plaatsvindt van de voorkomede kernkwaliteiten van het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen Gezien de omvang van het project en de tijdelijk aard en middels de voorschriften die gesteld zijn in de ontheffing wordt geborgd dat het project geen significante negatieve effecten heeft op het landschap waarvoor een volledig mer-procedure doorlopen moet worden.

4.2

Verkeer

Door Goudappel (2024)2 is onderzoek gedaan naar de verkeerseffecten en parkeerbalans van het project. In het onderzoek is gekeken naar mogelijke verkeersknelpunten als gevolg van de verkeerstoename van het project. De totale verkeersgeneratie van het project is 486 mvt/etmaal. Naast het project zijn ook de woningbouw ontwikkelingen van Buurtskap de Tuunen en Marsweg Zuid meegenomen in de beoordeling. Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling in combinatie met de andere woningbouw ontwikkelingen geen sprake is van knelpunten op het gebied van verkeersdoorstroming of verkeersveiligheid. Ook voor het langzame verkeer worden knelpunten uitgesloten. Op het gebied van langzaamverkeer is in het kader van Marsweg Zuid apart onderzoek gedaan door Goudappel (2023)3 waarin ook de ontwikkeling van Marsweg Noord is meegenomen. Hieruit blijkt dat met de verbinding naar de Hoefslag geen verkeersknelpunten worden verwacht.

4.3

Geluid

Wegverkeerslawaai

2 Goudappel (maart 2024), Verkeerskundige effecten planuitwerking Marsweg Noord, Kenmerk: 017273.20240309.N1.02 3 Goudappel (februari, 2023), Langzaam verkeer Marsweg Den Burg, Kenmerk: 014319.20230208.N1.01

13/18

Rond het projectgebied zijn wegen aanwezig waarvoor akoestisch onderzoek4 is uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting op de woongebouwen ten hoogste Lden = 44 dB bedraagt. De standaardwaarde van Lden = 53 dB wordt niet overschreden het geluid ter plaatse van de beoogde woningen is dan ook aanvaardbaar. Uitstralingseffecten Voor indirecte effecten vanwege veranderend verkeer geldt de “1,5 dB-toets”. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). De hoogste bijdrage aan de verkeersintensiteit van dit plan is op de Marsweg. De bijdrage aan de verkeerintensiteit is hier worst-case 37% en voldoet daarmee aan de 40% toets. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omliggende woningen en het stiltegebied als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn dan ook uitgesloten. Omliggende bedrijven Rond het projectgebied ligt een bedrijventerrein en een gebied voor verblijfsrecreatie. De maatgevende bedrijven voor de beoogde woningbouw zijn een bouwmarkt (de Gamma) aan de Abbewaal 10 en een telecommunicatiebedrijf (Kabeltex). Het dichtstbijzijnde bedrijfsperceel (Abbewaal 10) ligt op een afstand van circa 30 meter.

De afstand van 30 meter is voor de huidige type bedrijfsactiviteiten voldoende afstand om een aanvaardbaar geluidniveau te garanderen en de bedrijven niet te beperken in hun bedrijfsvoering.

4.4

Bodem en water

4.4.1 Bodem De beoogde functie (wonen) heeft geen negatieve effecten op de bodemkwaliteit. De functies worden op de functie geschikte bodemkwaliteit gerealiseerd. Ten behoeve van de ontwikkeling is bodemonderzoek5 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de toegangsdam de bovengrond sprake is van verontreiniging van asbest waarbij de interventiewaarde wordt overschreden. Ook is plaatselijk sprake van een sterke verontreiniging met hexachloorbenzeen. De totale omvang van de asbest verontreiniging wordt ingeschat op circa 20 m3 waarvan een klein deel ook sterk verontreinigd is met hexachloorbenzeen. Als gevolg van bovengenoemde verontreiniging is ter plaatse van de gronddam sprake van en zogenaamd ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ en dienen er voorafgaand aan de herontwikkeling sanerende maatregelen genomen te worden. Overigens wordt opgemerkt dat in de huidige situatie (nagenoeg volledig begroeid met gras, enkel hechtgebonden asbest in een concentratie <1.000 mg/kg ds) er, ondanks dat de toegangsdam betreden kan worden, geen sprake is van onaanvaardbare risico’s. Voor het overige deel van het project gebied geldt dat er enkel plaatselijk in het grondwater een lichte verontreiniging is aangetroffen. Na de sanerende maatregelen is het projectgebied sprake van een aanvaardbare bodem- en grondwaterkwaliteit voor de functie wonen.

Met de sanering van de bodemverontreinigingen is er sprake van positieve effecten op het gebied bodemkwaliteit. 4.4.2 Water Zoals beschreven in hoofdstuk 2 ligt het projectgebied niet in een grondwaterbeschermingszone. Het projectgebied ligt niet in de beschermingszone van een watergang of waterkering en heeft geen effect op de waterveiligheid. Het hemelwater afkomstig van de daken wordt afgekoppeld van de riolering en infiltreert waar mogelijk in de bodem of op het oppervlaktewater. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een toename in verharding. Door de toename in verharding wordt conform de waterschap verordening compenserende maatregelen genomen. Dit is in de vorm van de waterpartij van 700 m2 dat binnen het projectgebied gerealiseerd wordt en in afstemming met het waterschap wordt indien nodig andere watergangen ook verbreed. Met deze compenserende maatregelen is een effect op de waterhuishouding uitgesloten.

4 Rho Adviseurs (april, 2024), Akoestisch onderzoek wegeverkeerslawaai, Marsweg, Texel, Kenmerk: 20230984/146769/PJBr 5 Prommenz (augustus, 2022), Verkennend bodemonderzoek Marsweg, deelgebied B te Den Burg, Documentnummer: P220769

14/18

4.5

Natuur

4.5.1 Gebiedsbescherming Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is het projectgebied niet gelegen in een beschermd natuurgebied. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve worden uitgesloten. Gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding binnen de natuurgebieden worden uitgesloten. Het enige mogelijk relevante ecologische effect betreft vermesting/verzuring als gevolg van stikstofdepositie. Stikstof Voor de beoogde ontwikkeling is een stikstofberekening6 uitgevoerd voor de realisatie- en de gebruiksfase. Uit de berekeningen met Aerius Calculator (2023.2) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. 4.5.2 Soortenbescherming Om inzicht te krijgen in het mogelijke voorkomen van beschermde soorten is in november 2022 een quickscan ecologie7 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat negatieve effecten op beschermde soorten niet direct uit te sluiten zijn. Het gaat om broedvogels en de Noordse woelmuis. Effecten op broedvogels kunnen uitgesloten worden door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of vooraf controle uit te voeren naar de aanwezigheid van broedvogels.

Voor de Noordse woelmuis is nader onderzoek in de vorm van een veldbezoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de soort. Zowel langs de sloten als in het zeer korte gras zijn geen sporen gevonden van Noordse woelmuizen. Dit betekent dat een belangrijk negatief effect op beschermde soorten zijn uitgesloten.

4.6

Externe veiligheid

Op basis van de risicokaart zijn rond het projectgebied geen risicobronnen aanwezig. Het projectgebied bevindt zich niet in een PR 10-6 contour of aandachtsgebied van een risicobron. Met de ontwikkeling zelf wordt geen risicovolle bron mogelijk gemaakt. Een belangrijk negatief effect op het gebied van externe veiligheid is daarmee uitgesloten.

4.7

Luchtkwaliteit

De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 90 flexwoningen en valt daarmee onder de standaardgevallen voor ontwikkelingen die ‘niet in betekende mate’ bijdragen aan luchtverontreinigende stoffen in de lucht. Namelijk het standaardgeval ‘gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen’. De beoogde ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en een belangrijk negatief effect is uitgesloten. In het kader van gezondheid is aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2023, die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, hoort is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Pontweg, ten westen van het projectgebied. Uit de CIMLK-tool blijkt dat in 2022 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2022; 8,07 µg/m³ voor NO2, 15,22 µg/m³ voor PM10 en 6,628 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. De luchtkwaliteit ter plaatse is aanvaardbaar.

6 Rho Adviseurs (mei, 2024), Onderzoek stikstofdepositie Marsweg Noord, Kenmerk: 20230984/145269/WT 7 Noordkop Groen (november, 2022), Quickscan Wet natuurbescherming ruitmelijke ontwikkeling Flexwoninge Marsweg, Den Burg Texel, Rapport: 2022-53

15/18

4.8

Cultuurhistorie en archeologie

4.8.1 Cultuurhistorie Het projectgebied ligt niet nabij een beschermd, archeologische monument, (voorbeschermde) rijksmonument of beschermde stads- en dorpsgezicht. Een belangrijk negatief effect op de cultuurhistorische waarden in de omgeving is daarmee uitgesloten. 4.8.2 Archeologie Het projectgebied ligt grotendeels binnen een zone met een gematigde verwachting (categorie 4) met een vrijstellingsgrens van 500 m2 en een diepte kleiner dan 50 cm. Een klein deel van het meest westelijke deel van het projectgebied ligt ter hoogte van een gebied met een hoge archeologische waarde. Hier is een vrijstellingsgrens van 100 m2 aan verbonden. Het oostelijke deel ligt ter hoogte van een terrein van hoge archeologische waarde. Hier is een vrijstellingsgrens van 40 m2 opgenomen. De hoge waarde is hier gebaseerd op de aanwezigheid van een AMK-terrein. Het gaat hier om een nederzettingsterrein uit de IJzertijd en Romeinse Tijd (mon-nr. 5680, De Mars; Marsweg; Ruitersplaats). Voor een groter gebied is een quickscan archeologie8 opgesteld. In aanvulling op deze quickscan is voor de beoogde ontwikkeling een aanvullend advies9 uitgebracht.

Uit het onderzoek blijkt dat geen nader onderzoek nodig is voor de beoogde ontwikkeling omdat de werkzaamheden binnen het AMK-terrein (met een hoge archeologische verwachtingswaarde) gezien de aard van de werkzaamheden de archeologische waarden niet zullen aantasten. Belangrijke negatieve effecten op archeologische waarden in de grond zijn niet te verwachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=c31427b8-7b9f-41c4-a8a0-06bad1fca2f7