CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Ruimtelijke motivering

Raadsvergadering 10 juli 2024, gemeente TexelBij agendapunt: Bindend advies voor bouw 90 woningen Marsweg Noord25.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

omgevingsvergunning

Den Burg - Marsweg Noord Texel

DATUM PROJECTNUMMER STATUS

06-05-2024 20230984 ontwerp

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Procedure

7

1.4

Leeswijzer

8

Beschrijving van het project en zijn omgeving

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

10

2.3

Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden

12

Participatie

15

3.1

Participatie omgeving

15

3.2

Bestuurlijk vooroverleg

15

Hoofdstuk 4

Beleidskader

17

4.1

Rijksbeleid

17

4.2

Waterschapsbeleid

18

4.3

Provinciaal beleid

19

4.4

Regionaal beleid

21

4.5

Gemeentelijk beleid

22

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

25

5.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

25

5.2

Welstand

26

5.3

M.e.r.-beoordeling

26

5.4

Verkeer en parkeren

27

5.5

Ecologie: soortenbescherming

28

5.6

Ecologie: gebiedsbescherming

29

5.7

Luchtkwaliteit

30

5.8

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

31

5.9

Geluid door activiteiten

32

5.10

Geur

33

5.11

Externe veiligheid

33

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

3/338

5.12

Cultureel erfgoed

34

5.13

Bodem

35

5.14

Water

36

5.15

Spuitzones

39

5.16

Duurzaamheid

40

5.17

Gezondheid

40

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

42

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

43

Bijlagen

45

Bijlage 1

Mer-beoordeling

47

Bijlage 2

Verslagen participatie

67

Bijlage 3

Onderzoek Verkeer

75

Bijlage 4

Notitie Langzaam Verkeer

87

Bijlage 5

Quickscan ecologie

99

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie

131

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

161

Bijlage 8

Ontheffing Omgevingsverordening NH2020

169

Bijlage 9

Quickscan Archeologie

175

Bijlage 10

Archeologisch advies Marsweg Noord

195

Bijlage 11

Verkennend bodemonderzoek

203

4/338

Motivering

5/338

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Texel kan in aanmerking komen voor de aankoop van 90 RVB-woningen, flexwoningen die door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zijn aanbesteed. Deze woningen zijn reeds geproduceerd en kunnen na het verlenen van de benodigde vergunningen worden geplaatst. Op deze manier kan het Rijksvastgoedbedrijf op een flexibele manier inspelen op de woningtekorten voor specifieke doelgroepen. De gemeente Texel kan door de beoogde ontwikkeling in Den Burg op korte termijn een forse bijdrage leveren aan de volkshuisvestelijke taakstelling die de gemeente heeft. De beoogde ontwikkeling in het projectgebied Marsweg Noord bestaat uit het realiseren van 90 'corridorwoningen' in 2 woonblokken met elk 45 woningen. De woningen bestaan uit 24 eenpersoonsstudio's, 42 tweekamerappartementen en 24 driekamerappartementen. De woningen worden geplaatst voor een periode van maximaal 15 jaar. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het (tijdelijke) Omgevingsplan van de gemeente Texel. Het projectgebied is planologisch geregeld in het Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013. Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het (tijdelijke) Omgevingsplan Texel. Op basis van het Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 heeft het projectgebied de bestemming 'Agrarisch - Oude land'.

Dit betekent dat de gronden bestemd zijn voor agrarisch grondgebruik en dat er uitsluitend binnen een bouwvlak mag worden gebouwd. De strijdigheid betreft zowel het gebruik als het bouwen. De gemeente wil door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van de planologische regeling. De aanvraag omgevingsvergunning wordt gedaan voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het gebruik en het bouwen. Onderdeel van de aanvraag is een goede motivering voor de fysieke leefomgeving. Uit de motivering moet blijken dat de activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteit ook uitvoerbaar is. Hiervoor is deze motivering opgesteld.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt aan de noordoostrand van de kern Den Burg. Ten noorden van het projectgebied zijn vakantiewoningen en een recreatiebedrijf ter plaatse van vrijkomende agrarische bebouwing gelegen, ten westen een aantal bedrijven, ten zuiden de woningen aan de Hoefslag en een agrarisch perceel en ten westen eveneens agrarische percelen. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.

6/338

Figuur 1.1: Ligging projectgebied (bron: Rho basisviewer)

1.3

Procedure

De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze vergunning kan worden verleend, als kan worden gemotiveerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Tevens moet worden voldaan aan de instructieregels van Rijk, provincie en waterschap. Deze gaan over onder meer luchtkwaliteit (Rijk) en instructieregels uit de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland en uit de waterschapsverordening van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit wordt in voorliggende motivering onderbouwd. Advies gemeenteraad De gemeenteraad van de gemeente Texel heeft in zijn besluit d.d. 13-07-2022 activiteiten aangewezen waarin voor BOPA'S verplicht advies van de raad nodig is. In dit geval valt het project onder één van de aangewezen activiteiten waarvoor bindend advies nodig is. Het college heeft voor het verlenen van deze BOPA advies gevraagd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft 17 april 2024 hierop een positief advies gegeven Op de aanvraag omgevingsvergunning is in beginsel de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing.

Er is bij deze ontwikkeling in ieder geval geen sprake van een uitgebreide voorbereidingsprocedure als gevolg van mer-plichtig besluit of op basis van artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit, zoals bepaalde rijksmonumentenactiviteiten.

7/338

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en aanwezige bebouwing in het projectgebied. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied, het initiatief en de strijdigheden met het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen bij het ontwerp van de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleid. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 beoordeeld of er bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

8/338

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving van het project en zijn omgeving

Huidige situatie

Situatie projectgebied Het projectgebied bestaat uit een deel van een agrarisch perceel dat is gelegen tegen de noordoostelijke dorpsrand van het dorp Den Burg. Het perceel is onbebouwd en agrarisch in gebruik. De zuid- en de westzijde van het projectgebied wordt begrensd door een sloot en een grasstrook. De noordzijde wordt begrensd door een boomsingel. Het projectgebied wordt ontsloten op de Marsweg. De ontsluitingsweg van de woningbouwlocatie naar de Marsweg maakt ook deel uit van het projectgebied. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven van het projectgebied en de aangrenzende percelen.

Figuur 2.1: Luchtfoto projectgebied Omgeving projectgebied Woningen Ten zuiden van het projectgebied is woonwijk De Mars gelegen, een woonwijk met rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen die eind jaren 90 van de vorige eeuw zijn gebouwd.

9/338

Bedrijven Ten westen van het projectgebied is een bedrijventerrein gelegen. Op dit bedrijventerrein mag ook worden gewoond in de bedrijfswoningen bij de bedrijven. Ten noorden van het projectgebied is een voormalig agrarisch bedrijf gelegen waar geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden. Door middel van een wijzigingsprocedure is de bestemming gewijzigd in 'Bedrijf Vrijkomende agrarische bebouwing'. Recreatiewoningen Ten noorden van, en nabij het projectgebied is een recreatieterrein gelegen met recreatiewoningen. Agrarisch Het projectgebied maakt deel uit van een agrarisch perceel en is gelegen aan de noordwestkant van dit perceel. Het gedeelte ten oosten en een gedeelte ten zuiden van het projectgebied is agrarisch in gebruik als grasland.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Ontwikkeling De beoogde ontwikkeling in het projectgebied Marsweg Noord bestaat uit het realiseren van 90 'corridorwoningen' in 2 woongebouwen met elk 45 woningen. De woningen bestaan uit 24 eenpersoonsstudio's, 42 tweekamerappartementen en 24 driekamerappartementen. In figuur 2.2 is het stedenbouwkundig schetsontwerp weergegeven.

Figuur 2.2: Stedenbouwkundig schetsontwerp projectgebied De woongebouwen hebben een corridoropzet. Dit houdt in dat beide woongebouwen een centrale galerij hebben die de woningen aan beide zijden ontsluit. De galerij ligt in het midden tussen de woningen, waardoor er een in/uitgang aan beide uiteinden van het woongebouw is gesitueerd. De woongebouwen hebben hierdoor een compacte opzet. In figuur 2.3 is een visualisatie weergegeven van de beoogde ontwikkeling. De woongebouwen bestaan uit 3 bouwlagen en zijn 9,1 meter hoog. Deze hoogte is vergelijkbaar met de woningen

10/338

aan de Hoefslag, welke een hoogte hebben van 8,8 meter en met het bedrijfspand dat ten westen van het projectgebied is gelegen. Dit bedrijfspand heeft een hoogte van 8,0 meter. De woongebouwen zijn noord-zuid georiënteerd, waardoor de woningen zelf oost-west zijn georiënteerd. Op deze manier zijn vooral de kopse kanten zichtbaar vanuit de wijk De Mars. Door de compacte opzet is er veel ruimte voor openbaar gebied en heeft het projectgebied een open karakter met zichtlijnen. Het projectgebied wordt groen ingericht met opgaand groen en kleine bomen. Het gebied voorziet in een padenstructuur, een ontmoetingsplek tussen de gebouwen, diverse zitplaatsen en banken om alleen of gezamenlijk buiten te kunnen zitten, speelaanleidingen en fietsenstallingen bij de entrees. Aan de westkant van het projectgebied (ter plaatse van het kader) is langs het water een zone gereserveerd welke in overleg met de bewoners kan worden ingevuld ten behoeve van het gevoel van verbondenheid en samenhorigheid (bijvoorbeeld door een gezamenlijke moestuin).

Figuur 2.3: Visualisatie beoogde ontwikkeling projectgebied 2.2.2 Ruimtelijke inpassing Het projectgebied wordt groen ingericht met opgaand groen en kleine bomen. Door de compacte bouw en het groene karakter van het projectgebied wordt aansluiting gezocht bij het groene en open karakter van de omgeving buiten het dorp Den Burg. Hiermee krijgt het projectgebied een groene uitstraling passend bij de dorpsrand en wordt voldaan aan de voorwaarde van de provincie waarin wordt gesteld dat de landschappelijke inpassing zodanig plaatsvindt dat de tijdelijke aantasting van de kernkwaliteit 'openheid en ruimtebeleving: open ruimte en vergezichten' zo beperkt mogelijk is. De ontsluitingsweg wordt aangelegd langs de zuidkant van het agrarische perceel richting de Marsweg. Aan beide zijden wordt de weg landschappelijk ingepast, zodat deze vanuit de omgeving niet zichtbaar is in het landschap. Langs de weg komt aan de noordkant een tuinwal, welke een natuurlijke begrenzing vormt voor het weiland en weer gebruikt kan worden als schapenweide. Aan de zuidkant wordt er met reliëf, begroeiing en waterberging een natuurlijk zone gecreëerd, waardoor de weg ook vanaf het zuiden niet zichtbaar is in het landschap. Het parkeren is aan de noordzijde van het plangebied ingevuld, aangrenzend aan een boomsingel. Op dit

11/338

gedeelte van het plangebied is de parkeerplaats redelijk uit het zicht, en zal worden afgeschermd door hagen. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd met grasbetonstenen zodat er minder gesloten verharding aanwezig is. Hierdoor krijgt de parkeerplaats een natuurlijke uitstraling en kan het water goed infiltreren in de bodem. Ook de wandelpadenstructuur rondom het plangebied wordt uitgevoerd in halfverharding. Alleen de toegangsweg en de hoofdpadenstructuur wordt uitgevoerd in gesloten verharding vanwege de toegankelijkheid en verkeersfunctie (auto en fiets). De inrichting en de bouw/aanleg vindt zodanig plaats dat er geen onomkeerbare aantasting plaatsvindt van de voorkomende kernkwaliteiten van het 'Bijzonder provinciaal landschap - Texel - Oude land en aandijkingen'. Het stuwwallandschap en de aardkundige waarde van het Oude Land worden met de beoogde ontwikkeling niet aangetast. De ontwikkeling en de inpassing daarvan vormt een passende overgang tussen het landelijk gebied en de bestaande woonwijk. 2.2.3 Verkeer en parkeren Verkeer De ontsluiting van het projectgebied vindt voor gemotoriseerd verkeer plaats via de Marsweg, waardoor de bestaande dorpsbebouwing geen hinder ondervindt van gemotoriseerd bestemmingsverkeer van en naar het projectgebied. Deze ontsluitingsweg wordt aangelegd over het agrarische perceel ten behoeve van de ontsluiting van het projectgebied.

Voor het langzaam verkeer wordt aansluiting gezocht bij de ontsluiting van de woonwijk De Mars. Hiervoor wordt een verbinding (dam met duiker) over de watergang tussen het projectgebied en De Mars aangelegd, welke wordt aangesloten op de Hoefslag. De langzaam verkeer verbinding naar de Hoefslag wordt tevens een calamiteitenontsluiting, zodat er een tweede ontsluiting is van de planlocatie ten behoeve van hulpdiensten. Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbehoefte worden de gemeentelijke parkeernormen uit Nota Parkeernormen Texel 2015 gehanteerd. De parkeernorm voor de beoogde woningen in het projectgebied is 0,7 per woning. Dit betekent dat voor 90 woningen het projectgebied moet voorzien in 63 parkeerplaatsen. In het ontwerp voor het projectgebied worden deze parkeerplaatsen in een parkeerkoffer gerealiseerd aan de noordkant en door middel van langsparkeren aan de oostkant van het projectgebied. Hiermee voorziet het projectgebied in voldoende parkeerplaatsen voor de beoogde ontwikkeling. De verwachting is dat, gezien de doelgroep, de parkeernorm voor deze situatie relatief te hoog is, waardoor de langsparkeerplaatsen in eerste instantie niet worden aangelegd. Als blijkt dat deze parkeerplaatsen wel nodig zijn, worden deze in een later stadium alsnog aangelegd.

2.3

Omgevingsplan - mogelijkheden en strijdigheden

In paragraaf 1.1 is reeds kort aangegeven dat er strijdigheid is met de juridisch-planologische mogelijkheden op basis van het (tijdelijk deel van het) Omgevingsplan. Vanuit de andere onderdelen van het omgevingsplan zijn geen tegenstrijdigheden. Het tijdelijk Omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen:

12/338

Figuur 2.3: Omgevingsplan in de overgangsfase Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke regels die nu zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten, vastgestelde veiligheidscontouren, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Tevens bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit een aantal regels die voorheen geregeld waren op rijksniveau. Deze regels zijn voor een deel afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wabo. Dit is de Bruidsschat. Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan onder meer uit een aantal verordeningen die binnen de gemeente gelden: de Erfgoedverordening en Geurverordening. De regels die op grond van het omgevingsplan voor het projectgebied gelden op basis van het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 zijn als volgt. De bestemming in het projectgebied is 'Agrarisch - Oude land'. De gronden binnen deze bestemming mogen alleen agrarisch worden gebruikt. Bovendien mag er alleen een agrarisch grondgebonden bedrijf worden gebouwd ter plaatse van een bouwvlak. Er mag binnen deze bestemming één hoofdgebouw worden gebouwd binnen een bouwvlak. In het projectgebied is geen bouwvlak gelegen. Er is sprake van de bouw van 2 hoofdgebouwen bestaande uit elk 45 woningen. Bovendien betreft de bouw van de woningen geen agrarisch bedrijf.

In figuur 2.4 is een uitsnede van de planologische regeling weergegeven ter plaatse van het projectgebied.

13/338

Figuur 2.4: Uitsnede planologische regeling - regels op de kaart Tevens geldt voor het grootste gedeelte van het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Dit betekent dat deze gronden behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Als er bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 500 m2 en dieper dan 0,50 meter wordt gegraven moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. In de noordwesthoek van het projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Dit betekent dat deze gronden behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Als er bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 0,50 meter wordt gegraven moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

14/338

Hoofdstuk 3 3.1

Participatie

Participatie omgeving

In februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Texel de ‘Texelse aanpak voor burgerparticipatie’ vastgesteld. Op 13 juli 2022 heeft de gemeenteraad heeft de gemeenteraad het participatiebeleid onder de Omgevingswet voor de gevallen waarvoor participatie verplicht is vastgesteld. Dit beleid is beschreven in de 'Nota participatiebeleid onder de Omgevingswet'. In de nota is aangegeven dat participatie onder meer verplicht is bij vastgestelde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hierbij gaat het om activiteiten die niet mogelijk zijn volgens het omgevingsplan en waarbij het college van Burgemeester en Wethouders het bevoegd gezag is. Bij de voorbereiding van de plannen voor Marsweg Noord en Marsweg Zuid zijn onder meer een inloopavonden georganiseerd en zijn gesprekken met aanwonenden gevoerd. De reacties zijn vastgelegd en kenbaar gemaakt bij de raad in december 2022. Naar aanleiding van een informatiebijeenkomst (d.d. 1 november 2022) is de toegangsweg verplaatst van de noordkant naar de zuidkant van het oostelijk gelegen agrarisch perceel. De eigenaren van de recreatiewoningen vonden het zeer bezwaarlijk dat de weg direct achter de tuinen van de zomerhuizen langs liep. In dit kader is gekeken naar alternatieven, en bleek de weg aan de zuidkant ook goed mogelijk.

Hierdoor komt de toegangsweg op een ruime afstand (ca.90m) van zowel de percelen van het recreatieterrein als van de Hoefslag. De bewoners van de Hoefslag vonden deze verschuiving niet wenselijk, maar de gemeente denkt toch gezien beide standpunten dat de toegangsweg aan de zuidkant het minste impact heeft voor alle betrokken partijen. Om ook de bewoners van de Hoefslag tegemoet te komen is de weg nog een stukje naar het noorden verplaatst, en is de bocht flauwer gemaakt. De verslagen van de inloopavonden en gesprekken met aanwonenden zijn opgenomen in bijlage 2.

3.2

Bestuurlijk vooroverleg

Afstemming provincie Op basis van Artikel 6.70 (Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) van de Omgevingsverordening NH2022 kan door de Gedeputeerde Staten de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies gevraagd worden inzake de locatie afweging of de ruimtelijke inpassing. De ontwikkeling zal plaatsvinden in het landelijk gebied. De gemeente Texel heeft met provincie Noord-Holland contact gehad over de beoogde ontwikkeling in Den Burg. Het beoogde plan is onder meer beoordeeld op ruimtelijke kwaliteit. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft een advies gegeven dat is overgenomen door de gemeente. Afstemming overlegpartners Naast dit formele instrumentarium, is onder de Omgevingswet ook informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor BOPA's en wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar

15/338

op te trekken kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd. De gemeente Texel heeft reeds in een vroeg stadium de beoogde plannen afgestemd met de Combi (nutsvoorzieningen) in verband met onder andere de (openbare) stroomvoorziening. Ook met waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft afstemming plaatsgevonden in verband met de watercompensatie, de waterafvoer en de aansluiting op de riolering. Ook met de provincie heeft afstemming plaatsgevonden. Het projectgebied ligt buiten stedelijk gebied in het werkingsgebied 'Bijzonder provinciaal landschap'. Om op de projectlocatie te mogen bouwen heeft de provincie ontheffing verleend van het BPL. De provincie geeft aan dat gelet op de urgentie om huisvesting te realiseren voor de specifieke doelgroepen die de gemeente heeft aangegeven, bereid te zijn om een tijdelijke inbreuk toe te staan op de door Omgevingsverordening beschermende landschappelijke waarden. In bijlage 8 is de ontheffing opgenomen. Een aantal voorwaarden bij de ontheffing hebben betrekking op de inrichting in het ontwerp. In paragraaf 2.2.2 en in paragraaf 5.2 wordt hierop ingegaan.

16/338

Hoofdstuk 4

4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Opgave Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI gaat uit van de volgende vier prioritaire opgaven: Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio's met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgen een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Principes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. De volgende drie inrichtingsprincipes worden gehanteerd om een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken in het geval van een specifieke casus of gebied bij botsende belangen: 1. Combineren boven enkelvoudig In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen voorkomen het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

17/338

4.1.2 Conclusie Rijksbeleid De beoogde ontwikkeling ligt niet in een gebied dat deel uitmaakt van een NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling sluit wel aan bij het principe dat het project voorziet in de behoeften van de huidige generatie. De tijdelijke woningen geven voor de toekomst ook weer ruimte om flexibeler om te gaan met de behoeften van dat moment. De beoogde ontwikkeling past binnen het rijksbeleid.

4.2

Waterschapsbeleid

4.2.1 Waterplan 2022-2027 Het Waterplan 2022-2027 geeft de koers van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op hoofdlijnen voor het waterbeheer weer. Het HHNK bouwt daarbij voort op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023. Het is het zesde Waterbeheerprogramma (WBP6) van het HHNK. Het WBP is een wettelijke verplichting die volgt uit de Omgevingswet en het Bestuursakkoord Water. Als basis voor het Waterplan 2022-2027 is het vorige plan (WBP5) tussentijds geëvalueerd en heeft het HHNK een langetermijnverkenning gedaan naar wat er op het HHNK af komt. Het Waterplan houdt daarnaast rekening met het Nationaal Water Programma van het Rijk en het Regionaal Waterprogramma van de Provincie Noord-Holland. In het Waterplan zijn de programma's en beheerstaken van het waterschap met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, voldoende water, gezond water, schoon water, veilige (water)wegen en crisisbeheersing. De thema's die in het waterplan zijn uitgewerkt zijn ruimtelijke adaptatie, Omgevingswet, duurzaamheid, biodiversiteit en datagestuurd werken.

4.2.2 Waterschapsverordening waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier De Waterschapsverordening van waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen, de zuiveringtechnische werken en de wegen die in beheer zijn bij het Hoogheemraadschap. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de Keur HHNK 2016, de Algemene regels bij de Keur HHNK 2016 en de Wegenverordening HHNK 2016. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op het niveau van de centrale overheid waren geregeld. Er zijn geen specifieke instructieregels uit de waterschapsverordening van toepassing op de beoogde ontwikkeling in het projectgebied. 4.2.3 Conclusie Waterschapsbeleid Het Hoogheemraadschap is betrokken bij de beoogde ontwikkeling. De wateraspecten worden uitgewerkt in paragraaf 5.14. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het gestelde in het waterschapsbeleid.

18/338

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Omgevingsvisie NH2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid'. In deze visie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Ook zijn er randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Het projectgebied bevindt zich op Texel, een gedeelte van de Kop van Noord-Holland, één van de Noord-Hollandse kwaliteiten.

In deze regio heeft Texel een bijzondere positie, als enige (wadden)eiland van Noord-Holland, met zijn diversiteit aan landschappen en kenmerkende cultuurhistorie, bron voor recreatie en nieuwe energie. In de Omgevingsvisie is de ambitie ten aanzien van wonen als volgt geformuleerd: vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) moeten beter met elkaar in overeenstemming zijn of komen; de woningbouw wordt vooral in of aansluitend op de bestaande stedelijke gebieden gepland, overeenkomend met de kwalitatieve behoefte en demografische trends; duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Een goede afstemming tussen vraag en aanbod op de woningmarkt is een speerpunt in de provinciale Omgevingsvisie NH2050. Specifiek voor het woonbeleid van de provincie geldt dat de vraag leidend is. Dat heeft niet alleen betrekking op de kwantiteit, bepaald door de huishoudensgroei, maar eerst en vooral op de kwaliteit: het juiste type woningen voor alle verschillende doelgroepen. Betaalbaar, duurzaam en passend bij de huishoudensgrootte en woonwensen van de inwoners van Noord-Holland. Er is een duidelijke vraag naar sociale huur op Texel. Door de ontwikkeling van flexwoningen aan de Marsweg Noord in Den Burg wordt er op een betaalbare, snelle en duurzame manier gereageerd op deze behoefte.

Gemeenten maken conform de Omgevingsverordening samen een regionale woningbouwprogrammering. Belangrijk uitgangspunt voor de programmering is dat de afspraken niet statisch zijn, maar uitgaan van regionaal maatwerk, flexibel zijn en ook adaptief. De afspraken moeten ruimte bieden om te kunnen anticiperen op een

19/338

veranderende vraag en toekomstige ontwikkelingen. In het woonakkoord met de provincie kunnen regio’s algemene afspraken maken over de uitgangspunten voor de programmering. Gemeenten bepalen daarbij zelf wat de regio is. De regionale programmering voor alle binnenstedelijke plannen wordt door de regio vastgesteld en is zelf geen onderdeel van het woonakkoord tussen regio en provincie. Eventuele buitenstedelijke plannen in de woningbouwprogrammering worden wel onderdeel van het woonakkoord, zodat er aan de voorkant duidelijk is of een locatie wel of niet in het provinciaal beleid past. 4.3.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. In de toelichting van de Omgevingsverordening is aangegeven dat de sturingsfilosofie is veranderd. De regels die zijn gesteld richten zich meer op het doel dan het middel. De Omgevingsverordening geeft bijvoorbeeld de weerslag van de afweging tussen ruimte voor ontwikkelingen en bescherming van het landelijk gebied. En geeft daarmee een verdere invulling van de hoofdambitie van de Omgevingsvisie, een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid.

De regels geven de kaders waarbinnen deze ruimte voor afweging en maatwerk mogelijk is en zijn in overeenstemming met het ontwikkelprincipes en ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie. Deze regels zijn er onder andere op gericht om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten en het landschap te behouden en beschermen. Dat wil niet zeggen dat er niets mogelijk is in het landelijk gebied, maar het vraagt wel om een goede onderbouwing en landschappelijke inpassing. De volgende instructieregels uit de omgevingsverordening is van toepassing op het projectgebied: Artikel 6.13 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In dit artikel is aangegeven dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio daarover gemaakte afspraken. In paragraaf 4.4 is aangegeven dat de beoogde ontwikkeling regionaal is afgestemd. Artikel 6.59 Bescherming en activiteiten Bijzonder provinciaal landschap Het projectgebied is gelegen in het werkingsgebied 'Bijzonder provinciaal landschap', Texel - Oude land en aandijkingen. In lid 7 is aangegeven dat het onder voorwaarden mogelijk is om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Er moet sprake zijn groot openbaar belang, er zijn geen reële alternatieven en de aantasting wordt zoveel mogelijk beperkt en de gecompenseerd.

De gemeente Texel heeft reeds met de provincie afgestemd over de beoogde projectlocatie. De provincie heeft gelet op de urgentie om huisvesting te realiseren voor de doelgroepen starters, medewerkers in de zorg/politie/scholen, horecapersoneel, spoedzoekers en statushouders, onder voorwaarden, ontheffing verleend om tijdelijke inbreuk toe te staan op de door de OVNH2020 beschermde landschappelijke waarden. In paragraaf 3.2 is hierop ingegaan.

20/338

4.4

Regionaal beleid

4.4.1 Uitvoeringsagenda: 'Meer passende woningen in de Kop'. In de Uitvoeringsagenda: 'Meer passende woningen in de Kop' voor de Kop van Noord-Holland 2021-2026 zijn afspraken gemaakt over de woningmarkt in de regio (gemeente Schagen, gemeente Texel, gemeente Den Helder, gemeente Hollands Kroon en provincie Noord-Holland). Hierbij wordt in de regio gekeken naar potentiële woningbouwlocaties in samenhang met aanverwante relevante thema's als biodiversiteit, klimaatadaptatie, bereikbaarheid, werkgelegenheid en de ontwikkeling van de regio als een aantrekkelijke en duurzame woon- en leefomgeving vanuit de ambities. In de uitvoeringsagenda wordt onder andere afgesproken dat de handvatten van de beweging 'Sterke kernen, sterke regio's' op de eerste plaats nader worden uitgewerkt in een lokale omgevingsvisie en/of woonvisie. Er wordt afgesproken dat met betrekking tot het woningtekort de behoefte inzichtelijk wordt gemaakt en dat de mogelijkheden inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is het streven de woningvoorraad betaalbaar te houden. Door de realisatie van woningbouw aan de Marsweg in het dorp Den Burg wordt uitvoering gegeven aan de beweging 'sterke kernen, sterke regio'. En wordt er gereageerd op het tekort aan woningen in de sociale huursector. Flexwoningen maakt betaalbare en duurzame woningen op korte termijn mogelijk.

De ontwikkeling past in de uitvoeringsagenda van de regio. 4.4.2 Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) Het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) is een convenant 'Regionale samenwerkingsafspraken over de woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030'. Dit besluit is genomen op 10 november 2020. De partijen die betrokken zijn bij dit convenant, zijn de gemeenten van de Kop van Noord-Holland, waaronder de gemeente Texel en provincie Noord-Holland. Met dit convenant beogen partijen een actieve regionale samenwerking om woningbouw te continueren ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de regio Kop van Noord-Holland. Hiervoor maken de partijen afspraken over de woningbouwplannen in programma('s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de regio Kop van Noord-Holland (verder te noemen de Kop). Al langere tijd beschikt Texel door haar andersoortige woningmarkt over een 'status aparte' in het regionale woningbouwbeleid. Texel heeft als eiland een uniek karakter en dat werkt ook door op de woningmarkt. Huizen zijn duurder en er is een tekort aan sociale en middeldure huurwoningen. Ook de vergrijzing is groter dan in de omliggende gemeenten. Dit betekent dat veel vacatures door mensen van buiten Texel moeten worden ingevuld.

Daarnaast is betaalbare woonruimte nodig voor jonge Texelaars en Texelse gezinnen. De Provincie heeft begrip voor de situatie op Texel en steunt dat Texel aan de slag gaat met een eigen woningbouwprogramma, dat meegenomen wordt in de regionale afspraken: Het Convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK) (september/oktober 2020) en het regionale woonakkoord. In dit convenant is het woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 (KwT) apart opgenomen en is niet gebonden aan de kaders en het woningbouwprogramma van de regiogemeenten, in verband met de status aparte. De voorgenomen ontwikkeling Marsweg Noord in Den Burg is niet opgenomen in het woningbouwprogramma Texel 2020- 2030, maar gezien de 'status aparte' en de landelijke woningbouwverplichting niet in strijd met het woningbouwprogramma.

21/338

4.4.3 Woonakkoord: Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022-2026 Met het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022-2026: "Meer passende woningen in de Kop" geven de vier gemeenten in de Kop samen met de provincie invulling aan artikel 6.1 3 uit de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord bestaat uit een bestuursakkoord en een uitvoeringsagenda. Partijen geven inhoud en vorm aan het regionaal woonakkoord van de Kop van Noord-Holland 2022-2026 door de onderlinge relatie tussen partijen te baseren op gelijkwaardigheid, transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen. De regio de Kop van Noord-Holland heeft het Woonakkoord samen met de provincie Noord-Holland opgesteld. In dit akkoord wordt beschreven welke woonopgaven er liggen, welke richting ze op willen en hoe ze hier gezamenlijk aan gaan werken. In het woonakkoord worden tijdelijke woningen, flexibele woonvormen als mogelijkheid genoemd om snel in te kunnen spelen op problemen op de woningmarkt. Eventueel voor specifieke doelgroepen. Bij de beoogde ontwikkeling in Marsweg Noord wordt gebruik gemaakt van flexwoningen, een flexibele woonvorm, wat passend is binnen het woonakkoord. 4.4.4 Woondeal NHN Naast het convenant uit paragraaf 4.4.2 heeft de regio ook samen met de andere gemeenten in de regio Noord-Holland-Noord de 'Woondeal NHN' opgesteld.

In deze woondeal geven regio Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland de grootste opgaven weer, wordt de huidige, innovatieve wijze van samenwerking om deze opgaven aan te pakken toegelicht en wordt afgesloten met een overzicht van concrete maatregelen. Het project Marsweg Noord is in de woondeal opgenomen als versnellingslocatie. 4.4.5 Conclusie Regionaal beleid De ontwikkeling voor flexwoningen in Den Burg past in de uitvoeringsagenda om te anticiperen op de huidige woningbouwbehoefte en te streven naar een betaalbare woningvoorraad. Bovendien is de beoogde ontwikkeling aangewezen als versnellingslocatie om op relatief korte termijn een groot aanbod van woningen te leveren. Daarnaast heeft Texel een eigen woningbouwprogramma waarin Texel ruimte heeft om hier mee bezig te gaan. Dit woningbouwprogramma wordt meegenomen in de regionale afspraken en het woonakkoord. Hier past de ontwikkeling van Den Burg in. Daarnaast wordt in Woondeal NHN samengewerkt met de andere gemeente in de regio Noord van Noord- Holland.

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1 Woonvisie Texel De woonvisie Texel, opgesteld in 2016, heeft als doel de Texelse bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen op Texel. Hierbij is aandacht voor belangrijke thema's zoals betaalbaarheid, bestaande voorraad en zelfstandig thuis blijven wonen. De Texelse woonvisie bestaat uit vier beleidslijnen: 1. Texel richt zich op de bestaande woningvoorraad 2. Texel zet in op robuuste kernen 3. Texel richt zich op strategische programmering 4. Texel maakt zich sterk voor betaalbaarheid en oudere of zorg vragende doelgroepen De provincie bepaalt op regio niveau de benodigde totale nieuwbouwbehoefte. Op regionaal niveau is bestuurlijk afgesproken het afwegingskader van het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) te

22/338

hanteren voor de objectieve beoordeling van nieuwbouwplannen. Door middel van de beleidsrichtlijnen uit de woonvisie is er ook ruimte voor een beleidsmatige afweging bij de toewijzing van het woningbouwprogramma. Hierbij past de voorgenomen ontwikkeling van de flexwoningen aan de Marsweg in Den Burg in de onderste drie beleidslijnen van de woonvisie. Er wordt ingezet op de kern Den Burg. Daarnaast biedt de voorgenomen ontwikkeling de mogelijkheid om op korte termijn woningen te realiseren voor een doelgroep waar op dit moment grote tekorten voor zijn. Als laatste zijn de flexwoningen betaalbaar en duurzaam en worden op een levensloopbestendige manier gebouwd. 4.5.2 Actieplan Wonen 2019 en Woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 In het Kwalitatief Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK) (zie paragraaf 4.4.2) / Regionaal Woonakkoord (zie paragraaf 4.4.3) is aangegeven dat voor de gemeente Texel (status aparte) een eigen (dynamisch) woningbouwprogramma wordt gehanteerd: Woningbouwprogramma 2020 - 2030. Het Woningbouwprogramma Texel 2020 - 2030 moet leiden tot: Kortere wachttijden voor een sociale huurwoning; Terugdringen kwalitatieve mismatch door toevoegen betaalbare koop (starter/gezin/senior). Texel geeft hiermee invulling aan de woningbehoefte en dat is niet gelijk aan de woningvraag.

Dit betekent dat er gekeken wordt naar de bevolkingssamenstelling in relatie tot de woningvoorraad. Woningbouwprogramma Texel 2020 – 2030 dient mede ter uitvoering en verfijning van de Woonvisie Texel (2016) en het Actieplan Wonen (2019). In het Actieplan Wonen van de gemeente Texel zijn de verschillende activiteiten van de gemeente weergegeven met betrekking tot het wonen op Texel. Het Actieplan Wonen en het Woningbouwprogramma Texel 2020 – 2030 omschrijven het belang om snel veel woningen te realiseren met grote aandacht voor de betaalbare sector. Het tekort aan woningen is met name voor starters hoog. In de gepresenteerde plannen ligt de focus op sociale huurwoningen (uitwerking Prestatieafspraken 2021 t/m 2025), maar is er ook ruimte voor middeldure huur en betaalbare koop om starters de kans te geven in te stappen in de koopwoningmarkt. Om snel aan de woningvraag te kunnen voldoen is het belang van versnelling bij de opgaves groot. Versnelling houdt in dat de woningbouwproductie die normaliter in 10 jaar wordt uitgevoerd, in 5 jaar wordt gerealiseerd. Er zijn verschillende woningbouwplannen die zo snel mogelijk gerealiseerd dienen te worden, zodat de gemeente een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid van de dorpen. Eén daarvan is de bouw van de woningen aan de Marsweg Zuid in Den Burg.

4.5.3 Prestatieafspraken 2021 t/m 2025 De Prestatieafspraken voor 2021 t/m 2025 met Woontij zijn uitgewerkt. Hierin is vastgelegd dat sociale huurwoningen moeten worden gebouwd om de wachttijden te verkorten. Eén van de woonconcepten om dit te kunnen realiseren is het bouwen van flexwoningen. Flexwoningen zijn kleine woningen die verplaatsbaar, stapelbaar of splitsbaar zijn. Daarnaast heeft één van de volgende aspecten een tijdelijk karakter: de woning zelf; de bewoning of de locatie Flexwoningen zijn een aanvulling op de bestaande woningvoorraad. Door flexwoningen kan de woningvoorraad relatief snel worden uitgebreid. De bouwtijd is een stuk korter. Ook zorgen flexwoningen voor minder bouwafval en overlast. In anticipeer- en krimpgebieden kan flexwonen juist een tijdelijke piek in de

23/338

woningbehoefte opvangen. Op deze manier voorkomt flexwonen leegstand of een grote sloopopgave. De woningen zijn zeer geschikt als sociale huurwoning. Dit type woning zal ook in Den Burg aan de Marsweg worden gerealiseerd. 4.5.4 Welstandsnota In 2008 heeft de gemeenteraad van Texel de welstandsnota voor haar grondgebied vastgesteld. Het beleid geeft op lokaal niveau inhoud aan de nieuwe wijze van welstandstoezicht zoals vastgelegd in de Woningwet 2003. Het doel van de nota is als volgt: 1. Dat de nota een helder en actueel beeld geeft van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig-landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. Dit geldt zowel voor de bebouwde kommen op het eiland als het buitengebied; 2. Met een gebieds- en objectgerichte benadering, maar ook een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw) bouwen aan dorpsranden, bouwen aan of nabij monumenten; 3. Dat de kwaliteiten van het eiland Texel kan worden gewaarborgd en qua systematiek en hanteerbaarheid gebruiksvriendelijk is in de dagelijkse praktijk voor zowel de gemeente als de burger. In paragraaf 5.2 wordt ingegaan op het aspect welstand. 4.5.5 Conclusie Gemeentelijk Beleid De woningmarkt is sterk in beweging.

De woningbouwontwikkeling in Den Burg past binnen het gemeentelijk beleid, omdat invulling wordt gegeven aan: De woonvisie Texel Het actieplan Wonen 2019 Het woningbouwprogramma 2020- 2030 De prestatieafspraken met Woontij 2021 t/m 2025 De welstandsnota

24/338

Hoofdstuk 5 5.1

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) gaat over efficiënt ruimtegebruik. Dit houdt in het gaat over zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Het bevoegd gezag moet wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand onder meer rekening houden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Het moet dan wel gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit moet eerst worden bepaald. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Vaste jurisprudentie heeft bepaald dat bij woningbouw van niet meer dan 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de bouw van 90 woningen waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

Bovendien moet de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Voorliggende onderbouwing voorziet hierin. De vraag naar woningbouw is groot. Er is op Texel op dit moment een tekort aan woningen voor verschillende doelgroepen. Met de ontwikkeling van Marsweg Noord wordt de woningvoorraad op Texel uitgebreid. Door het realiseren van flexwoningen kan op relatief korte termijn het huidige woningtekort worden aangevuld en kan flexibel worden ingespeeld op de situatie op de woningmarkt. Om snel aan de woningvraag te kunnen voldoen is het belang van versnelling bij de opgaves groot. Er zijn verschillende woningbouwplannen die zo snel mogelijk gerealiseerd dienen te worden, zodat de gemeente een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid van de dorpen. Eén daarvan is de bouw van de woningen aan de Marsweg Zuid in Den Burg. Bovendien is het project Marsweg Noord in de Woondeal opgenomen als versnellingslocatie. De bouw van de woningen in Marsweg Noord past binnen de behoefteraming van bepaalde doelgroepen binnen de gemeente Texel. De locatie voor de 90 flexwoningen bevindt zich volgens de Omgevingsverordening NH2020 buiten bestaand stedelijk gebied.

De provincie heeft gelet op de urgentie om huisvesting te realiseren voor de doelgroepen starters, medewerkers in de zorg/politie/scholen, horecapersoneel, spoedzoekers en statushouders, onder voorwaarden, ontheffing verleend om tijdelijke inbreuk toe te staan op de door de OVNH2020 beschermde landschappelijke waarden. In paragraaf 3.2 is hierop ingegaan.

25/338

De beoogde ontwikkeling in Marsweg Noord voorziet in de vraag en is ook beleidsmatig uitvoerbaar.

5.2

Welstand

In 2008 heeft de gemeenteraad van Texel de welstandsnota voor haar grondgebied vastgesteld. Het beleid geeft op lokaal niveau inhoud aan de nieuwe wijze van welstandstoezicht zoals vastgelegd in de Woningwet 2003. Het doel van de nota is als volgt: 1. Dat een helder en actueel beeld geeft van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig-landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. Dit geldt zowel voor de bebouwde kommen op het eiland als het buitengebied; 2. Met een gebieds- en objectgerichte benadering, maar ook een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw) bouwen aan dorpsranden, bouwen aan of nabij monumenten; 3. Dat de kwaliteiten van het eiland Texel kan waarborgen en qua systematiek en hanteerbaarheid gebruiksvriendelijk is in de dagelijkse praktijk voor zowel de gemeente als de burger. Elk bouwplan wordt getoetst aan het welstandsbeleid, wat leidt tot een welstandsadvies. De Welstandsnota is nog van toepassing en kan nog worden gebruikt onder de Omgevingswet, dit staat in het (tijdelijk) omgevingsplan. De welstandsnota is een beleidsregel die de gemeente toepast bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Het projectgebied ligt in welstandsvrij gebied, maar door de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe dorpsrand gecreëerd.

Deze nieuwe dorpsrand is echter van tijdelijke aard, waardoor geen nieuw welstandskader wordt vastgesteld voor het projectgebied. Het projectgebied krijgt een open en groen karakter, waardoor de beleving van het landschap als kwaliteit blijft behouden. De schaal/bouwhoogtes van de woningen komen overeen met de aangrenzende bebouwing in Den Burg. Met het ontwerp van de beoogde ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de voorwaarden die door de provincie zijn gesteld door de ligging in 'Bijzonder provinciaal landschap'.

5.3

M.e.r.-beoordeling

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een bopa project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). Toetsing De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft de realisatie van 90 woningen. Hiermee valt de ontwikkeling onder een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen (categorie J11) en is een activiteit uit de kolom 3 van Bijlage V van het Ob. Hiervoor geldt een mer-beoordelingsplicht. Voor het project is een mer-beoordeling opgesteld

26/338

waarover een mer-beoordelingsbesluit genomen wordt. De mer-beoordeling is opgenomen in Bijlage 1. Uit de mer-beoordeling blijkt dat het project geen belangrijke negatieve gevolgen heeft waarvoor een volledige m.e.r. procedure doorlopen moet worden. Een doorlopen van een m.e.r. procedure is dan ook niet noodzakelijk.

5.4

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. Wel kan provinciaal of gemeentelijk beleid van toepassing zijn. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van de aspecten verkeer en parkeren. Onderzoek en conclusie Door Goudappel (2024) is onderzoek gedaan naar de verkeerseffecten en parkeerbalans van het project. Het onderzoek is toegevoegd aan Bijlage 3. Hieronder zijn de uitkomsten uit het onderzoek weergegeven. Verkeersgeneratie In het onderzoek is gekeken naar mogelijke verkeersknelpunten als gevolg van de verkeerstoename van het project. Hiervoor is de verkeersgeneratie van het project berekend aan de hand van de CROW kencijfers voor 90 sociale huurwoningen. De totale verkeersgeneratie van het project is 486 mvt/etmaal. Naast het project zijn ook de woningbouw ontwikkelingen van Buurtskap de Tuunen en Marsweg Zuid meegenomen in de beoordeling. Samen met deze ontwikkelingen is de verkeersgeneratie totaal circa 1.815 mvt/etmaal. Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling in combinatie met de andere woningbouw ontwikkelingen geen sprake is van knelpunten op het gebied van verkeersdoorstroming of verkeersveiligheid.

Ook voor het langzame verkeer worden knelpunten uitgesloten. De langzaamverkeerverbinding tussen het projectgebied en de Hoefslag is tevens een calamiteitenontsluiting voor het projectgebied. Parkeren In het ontwerp is ruimte gereserveerd voor 63 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per appartement. De verwachting is echter dat het autogebruik lager zal liggen en minder parkeerplaatsen zullen volstaan. In eerste instantie zullen alleen de 54 haaksparkeerplaatsen in het noorden van het projectgebied worden gerealiseerd. De parkeerdruk zal gemonitord worden en indien noodzakelijk worden de langsparkeerplaatsen gerealiseerd ter plaatse van de gereserveerde ruimte. Middels de monitoring wordt geborgd dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig zullen zijn en dit is als voorwaarde opgenomen in deze BOPA. Langzaam verkeer In het kader van de ontwikkeling van Marsweg Zuid en Marsweg Noord is onderzoek gedaan naar de ontsluiting van langzaam verkeer. Dit is onderzoek is opgenomen in het uitwerkingsplan 'Den Burg - Marsweg Zuid' en opgenomen in Bijlage 4 bij deze motivering. In het onderzoek wordt uitgegaan van 100 woningen in plaats van 90 woningen. De conclusies van het onderzoek volstaan ook bij 90 woningen.

27/338

Uit het onderzoek blijkt dat er voor Marsweg noord één mogelijkheid is om aan te sluiten op de bestaande wijk, namelijk via de Hoefslag. Bij de Hoefslag is er genoeg ruimte om een goede fiets/bromfiets-voorziening te realiseren, met daarbij een vrijliggend voetpad. Met de berekende bewegingen voor langzaam verkeer voldoet een fiets/bromfietspad van 3,00 meter in tweerichtingen. Daarnaast kan een voetpad gerealiseerd worden van minimaal 1,00 meter. Op de Marsweg worden als gevolg van de ontwikkelingen Marsweg Noord en Zuid relatief weinig bewegingen met langzaam verkeer verwacht. Aanvullende maatregelen op de Marsweg zijn daarom niet nodig.

5.5

Ecologie: soortenbescherming

De activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd en die mogelijke gevolgen heeft voor van beschermde dieren of planten, is een flora- en fauna-activiteit. Het is in beginsel verboden om zonder vergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten in gevallen aangewezen bij algemene maatregel van bestuur (art. 5.1 tweede lid Ow). Door de brede definitie van een flora- en fauna-activiteit is het bij de BOPA-activiteit nodig om te controleren of er beschermde soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Er zijn immers nauwelijks aanleg-, sloop- en bouwactiviteiten denkbaar waarbij vooraf is uitgesloten dat deze mogelijke gevolgen hebben voor beschermde soorten. Voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA is het nodig om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten op de locatie waar de BOPA-activiteit zal worden verricht of in de directe nabijheid van die locatie. Dit is de quickscan ecologie. Is het resultaat van de quickscan ecologie dat er aanwijzingen zijn dat specifieke beschermde soorten voorkomen, is aanvullend onderzoek nodig. Voor sommige flora- en fauna-activiteiten is een omgevingsvergunning nodig.

De vergunningplicht is geregeld in artikel 5.1 tweede lid Ow en in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) in de paragrafen § 11.2.2 (omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn), § 11.2.3 (omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn), § 11.2.4 (omgevingsvergunning andere soorten) en § 11.2.5 (overige bepalingen omgevingsvergunning). In deze paragrafen worden vergunningplichtige en vergunningvrije activiteiten aangewezen. In ieder geval geldt de specifieke zorgplicht voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit. Deze zorgplicht komt er samengevat op neer dat maatregelen moeten worden getroffen om nadelige gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken (artikel 11.27 Bal). Toetsing Om inzicht te krijgen in het mogelijke voorkomen van beschermde soorten is in november 2022 een quickscan ecologie uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. Het onderzoek is onder de Wet natuurbescherming uitgevoerd, maar dit heeft geen invloed op de resultaten en conclusies van het onderzoek.

28/338

Uit het onderzoek blijkt dat negatieve effecten op beschermde soorten niet uit te sluiten zijn. Het gaat om broedvogels en de Noordse woelmuis. Effecten op broedvogels kunnen uitgesloten worden door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of vooraf controle uit te voeren naar de aanwezigheid van broedvogels. Voor de Noordse woelmuis is nader onderzoek in de vorm van een veldbezoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de soort. Zowel langs de sloten als in het zeer korte gras zijn geen sporen gevonden van Noordse woelmuizen. Dit betekent dat er geen omgevingsvergunning nodig is voor een flora & fauna activiteit.

5.6

Ecologie: gebiedsbescherming

De regelgeving rondom Natura 2000-gebieden vindt zijn grondslag in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omzetting van deze richtlijnen heeft plaatsgevonden in de Omgevingswet. Alle gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De Omgevingswet regelt de Natura 2000-activiteiten. In de bijlage bij artikel 1.1. van de Omgevingswet wordt een Natura 2000-activiteit gedefinieerd: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Uitgangspunt is dat voor een Natura 2000-activiteit een omgevingsvergunning nodig is (artikel 5.1, eerste lid, onder e, Ow). Onderzocht is of de activiteit waarvoor de BOPA wordt aangevraagd significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied en/of NNN-gebieden. Onderdeel hiervan is een stikstofberekening naar de effecten van het project op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Onderzoek Het projectgebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel ligt op een afstand van 1,2 kilometer.

Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde onderdelen van Natuurnetwerk Nederland bevinden zich op circa 1,1 kilometer (zie figuur 5.1). Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op NNN en Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten.

29/338

Figuur 5.1: Projectgebied in het zwart aangegeven, ten opzichte van NNN en Natura 2000 (Atlas leefomgeving). Om met zekerheid vast te stellen of er sprake is van een significante stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied, is een stikstofberekening uitgevoerd met de AERIUS-calculator. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op het nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied voor de realisatie- en gebruiksfase zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd. De bijbehorende memo is opgenomen in Bijlage 6. Uit de berekeningen blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling ten opzichte van de referentie situatie. Een significant negatief effect op Natura 2000 gebieden als gevolg van de beoogde ontwikkeling is daarmee uitgesloten. Conclusie De ontwikkeling is niet in een natuur- of groengebied met een beschermde status gelegen. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat de ontwikkeling geen significant effect heeft op Natura 2000-gebieden.

5.7

Luchtkwaliteit

Als een BOPA betrekking heeft op een activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 5.51 lid 4 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In aandachtsgebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteiten die zorgen voor een toename van de verkeersintensiteit op wegen, vaarwegen of spoorwegen en milieubelastende activiteiten daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³ of minder. Daarnaast zijn in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=c31427b8-7b9f-41c4-a8a0-06bad1fca2f7