CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.- Ontwerp bestemmingsplan

Raadscommissie 2 maart 2021, gemeente TexelBij agendapunt: (niet) vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog25.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Texel (zie ook paragraaf 2.3.) In het beeldkwaliteitsplan (vastgesteld in 2013) wordt onderscheidt gemaakt tussen zeven verschillende landschapstypen. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Binnenduinrand landschap. Dit landschap bestaat afwisselend uit bosschages, open ruimtes en bijzondere gebouwen. Het vormt de ruimtelijke overgang van de duinen naar de weidse uitzichten op de polders. Texel wil zijn landschap verder laten uitgroeien. Op sommige plekken, bijvoorbeeld rond de Koog, is de natuur ‘dichtgeslibt’ met recreatieterreinen en liefdeloze bebouwing. Herstel met meer openheid en allure is hier het streven. Echter op andere plekken is de zoom nog maar erg smal of zelfs afwezig en loopt het Oude Land tot pal aan de duinrand. Met nieuwe bosschages, lanen en bijzondere bebouwing kan het kantwerk hier groeien. Door de inpassing op het perceel met bestaande boomsingels, de versterking daarvan naar de voorgeschreven 7 m breedte, het behoud van een deel van het weiland en de directe relatie met het landschap wordt de belevingswaarde op het perceel versterkt en vindt er geen afbreuk plaats naar de omgeving.

Bij plannen of ontwikkelingen in afwijking op het bestemmingsplan moet volgens het Beeldkwaliteitsplan een erfinrichtingsplan aangeleverd worden dat inzicht geeft in de erfinrichting wat betreft water, groen, bebouwing, verharding, ontsluiting en beplantingssoorten (zie bijlage 3 bij de regels). Parkeerbeleid De CROW normering vormt de basis van het gemeentelijk parkeerbeleid. Het parkeerbeleid van de gemeente Texel is op 17 februari 2016 vastgesteld. Uitgangspunt van het gemeentelijk parkeerbeleid is dat er wordt geparkeerd op eigen terrein. Bij de uitwerking van het plan wordt de gemeentelijke parkeernormering gehanteerd (zie paragraaf 2.4). Hiermee wordt voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Texel.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

20170569

Hoofdstuk 4 4.1

blz 25

Omgevingsaspecten

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor het bepalen van de richtafstanden wordt onderscheidt gemaakt tussen rustige woonomgevingen en gemengde gebieden. Een recreatieterrein is aangewezen als inrichting uit milieucategorie 3.1. Hierbij geldt een richtafstand van 50 meter tot aan gevoelige bestemmingen, zoals woningen. De bepalende factor voor deze afstand betreft geluidhinder. De afstand van de meest nabij gelegen woning tot aan het nieuwe perceel is meer dan 100 meter (circa 180 meter). Bovendien is de afstand van 50 m gebaseerd op gemiddelde groottes van recreatieterreinen. Het gaat hier om een recreatieperceel met een stolp met daarin twee inpandige recreatie appartementen en een drietal recreatieve opstallen. Afgezet tegen de gemiddelde groottes is er sprake van een zeer kleinschalig recreatieterrein, zodat in dit geval met een kleinere afstand rekening mag worden gehouden.

Er is daarmee sprake van een goede inpassing die geen afbreuk doet aan een goed woon- en leefklimaat van functies in de directe omgeving. Daarnaast geldt voor de nieuwe recreatieverblijven dat een goed leefklimaat gerealiseerd moet worden. Op ruim 250 meter van het plangebied is een agrarisch bedrijf bestemd. Dat bedrijf heeft geen invloed op het leefklimaat op het recreatieperceel. De natuur- en beeldentuin wordt door liefhebbers van natuur en beelden bezocht en heeft geen invloed op het leefklimaat in de recreatieverblijven. Het ten zuiden van het terrein gelegen zomerhuizenterrein is zodanig ingericht dat er geen uitstraling naar buiten vanuit gaat. Aan een onderlinge invloed op de leefbaarheid is geen sprake. Omdat het plangebied ruim voldoet aan de richtafstand, kan gesproken worden van een goed leefklimaat. Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. 4.2

Wegverkeerslawaai

In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De recreatieverblijven worden door middel van een eigen erftoegangsweg ontsloten vanaf de Mienterglop. De weg heeft een wettelijke geluidszone van 250 meter vanaf de as van de weg. Recreatie is een niet-geluidsgevoelige functie volgens de Wgh. Wel is van belang dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening een aanvaardbare omgevingssituatie is. De recreatieverblijven worden gebouwd langs een weg die geen doorgaande functie heeft. De verkeersintensiteiten zijn zeer laag, waardoor er een goed recreatieklimaat wordt geboden. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz 26

4.3

20170569

Water

Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de bestemmingsplanprocedure geworden. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het plan is via de digitale watertoets voorgelegd aan het hoogheemraadschap. De invloed van het plan op de waterhuishouding is beperkt. Daarom kan de verkorte procedure voor de watertoets worden doorlopen. Volstaan wordt met het opnemen van een standaard waterparagraaf. Deze 'standaarduitgangspunten' zijn in deze paragraaf behandeld. Over de impact van de ontwikkeling is met het Hoogheemraadschap gesproken. Het bestemmingsplan wordt vervolgens voorgelegd aan het hoogheemraadschap voor een wateradvies. De watertoets is doorlopen en is als bijlage 1 bij het plan gevoegd. Zonering primaire waterloop Het plangebied raakt een zonering van een primaire waterloop. Het voornaamste aandachtspunt voor het Hoogheemraadschap is het goed kunnen uitvoeren van onderhoud aan de door en langs het plangebied gelegen waterlopen.

Aan de noordzijde van het plangebied (aan het Oude Dijkje) is een hoofdwaterloop aanwezig waarbij het onderhoud van het natte profiel en onderhoud op afmetingen (profiel en baggeren) wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap, maar de aanliggend eigenaar het droge talud dient te onderhouden. Het onderhoud van de waterlopen zal gedeeltelijk vanaf de kant worden uitgevoerd, omdat de omringende waterlopen niet voldoende breed zijn om varend onderhoud uit te voeren. Doordat zowel het HHNK als de eigenaar van het plangebied een verantwoordelijkheid heeft in het kader van het onderhoud van de waterlopen en een ontvangstplicht dient een onderhoudspad van ten minste vijf meter breed vrij gehouden te worden. Waterkwantiteit De realisatie van het plan heeft een toename van circa 800 m2 aan verharding en bebouwing tot gevolg. Een deel van de verhardingstoename wordt gerealiseerd door de aanleg van parkeergelegenheid en een deel door de bouw van de recreatieverblijven. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen.

Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied uitgebreid te worden met 10% van het verhardingstoename, wat bij een toename van 800 m2 uitkomt op 80 m2 waterberging. Voor het realiseren van compenserende waterberging houdt het Hoogheemraadschap de uitgangspunten aan van de beleidsregels 'Compensatie verhardingstoename' en 'Alternatieve vormen van waterberging'. Verharding en compensatie maatregelen Voor de ontwikkeling is sprake van een toename van de verharding (circa 800 m2). Omdat dit, zoals na overleg met het Hoogheemraadschap is geconcludeerd, een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er in beginsel geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Desalniettemin wordt er een waterpartij op het perceel aangelegd, mede ook vanuit overwegingen van klimaatadaptatie. Waterkwaliteit en riolering Dit komt overeen met de ambitie van het hoogheemraadschap om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt.

Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Voor de ontwikkeling wordt een gescheiden stelsel aangelegd door de initiatiefnemer. Het terrein is bedoeld om op een volledig duurzame wijze ingericht te worden. Dit strekt zich ook tot het aspect water uit.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

20170569

blz 27

Het uitgangspunt is het 100% afkoppelen van schoon hemelwater van het rioleringsysteem. Bij toepassing van een gescheiden stelsel zal een inschatting worden gemaakt naar potentieel vervuilde oppervlakken (parkeerterreinen) en schone verhardingen (pleinen en daken). Voor de nieuwe bebouwing worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Er wordt alleen gebruik gemaakt van duurzame materialen. Proces watertoets Dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg aan het hoogheemraadschap voorgelegd voor een wateradvies. Bij de uitvoering van het plan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het wateradvies. 4.4

Bodemkwaliteit

Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Het plangebied is momenteel extensief agrarisch in gebruik. Er is geen sprake van een verdachte locatie. Het perceel wordt recreatief ingericht, echter zoveel mogelijk met behoud van de bestaande situatie van de gronden. Een bodemonderzoek kan in het kader van de bestemmingsplanprocedure achterwege blijven. In het kader van de vergunningverlening is het uitvoeren van een bodemonderzoek echter wel verplicht en zal worden uitgevoerd. Gezien het huidige gebruik van de gronden worden er geen belemmeringen verwacht. 4.5

Aardkundige waarden

De provincie Noord-Holland heeft op de kaart behorende bij de structuurvisie en de verordening aardkundig waardevolle gebieden aangegeven. De provincie maakt hierin onderscheid tussen aardkundig waardevolle gebieden en aardkundige monumenten. De aardkundige monumenten worden beschermd op basis van de provinciale Milieuverordening. In het plangebied is geen sprake van een aardkundig monument of een aardkundig waardevol gebied. Dit aspect staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.6

Cultuurhistorie

De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. De nieuwe inrichting van het plangebied voegt zich in de bestaande structuren en kenmerken van de omgeving. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.7

Archeologie

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz 28

20170569

De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Texel heeft een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op deze kaart worden gebieden aangewezen waar zich mogelijk archeologische resten bevinden. Deze archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd door de dubbelbestemming 'waarde-archeologie'. Onderscheid is gemaakt tussen archeologische waarden, gematigde archeologische verwachting en hoge archeologische verwachting. Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud en de bescherming van aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Voor beide locaties geldt een lage archeologische verwachting ('waarde-archeologie 4'). Hiervoor geldt dat bij nieuwe bouwwerken, werken of andere werkzaamheden dieper dan 0,50 m én met een oppervlakte van meer dan 500 m² archeologisch onderzoek verreist is. De gezamenlijke oppervlakte van de stolp en de recreatieverblijven bedraagt maximaal 460 m². Echter rijkt de fundering niet dieper dan 50 centimeter. In ieder geval zal ten tijde van de omgevingsvergunning een quickscan worden uitgevoerd. 4.8

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 zijn beide aspecten geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Op Texel is het Natura 2000 gebied Duinen en Lange Land Texel van belang. Beide delen van het plangebied liggen op ruime afstand buiten de Natura 2000 grenzen. Gezien de afstand tot de Natura 2000 en de aard van de ontwikkeling is areaalverlies, versnippering of verandering van de waterhoudhouding van de Natura 2000 niet aan de orde. Op de locatie aan de Mienterglop worden 25 extra slaapplaatsen mogelijk gemaakt. Op even ruime afstand waren vijf van die slaapplaatsen echter al realiseerbaar.

In theorie is als gevolg van enkel een verplaatsing geen verstoring aan de orde in de aangrenzende Natura 2000. Bovendien is er in de omgeving sprake van een cluster van recreatieterreinen. In die zin gaat de verplaatsing naar de Mienterglop op in het gebruik van de omgeving en leidt dit niet tot verstoring of aantasting van de kwaliteit van het Natura 2000 gebied. Tot slot zorgt de verplaatsing van de 20 slaapplaatsen van de Pontweg naar de Mienterglop niet voor een toename van de stikstofdepositie op de Natura 2000 (zie de stikstofberekening in bijlage 3). Daarmee is geen sprake van een negatief effect op de kwaliteit van de gebieden. Vanuit de Natuurbeschermingswet zijn geen aanvullende onderzoeken of vergunningen nodig. Het aspect gebiedsbescherming werkt niet belemmerend voor dit bestemmingsplan. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

20170569

blz 29

De ontwikkeling vindt plaats in een gebied dat extensief agrarisch in gebruik is. Dat gebruik vindt met name plaats op de wijze van het weiden van paarden. Op het perceel komen geen bijzondere soorten voor. Op het terrein vinden evenwel de nodige veranderingen plaats. Er worden recreatieverblijven gebouwd, de boomsingel wordt versterkt, er wordt een waterpartij aangelegd en er vinden bij de uitvoering werkzaamheden plaats. Om die reden is een ecologische quickscan uitgevoerd. De quickscan is opgenomen in bijlage 2. Uit de quickscan blijkt dat er geen ontheffing Wet Natuurbescherming nodig is ten aanzien van soortenbescherming voor de sloop van de stolp Pontweg 160/162 en de bouw van de recreatieverblijven aan de Mienterglop 39 Te De Koog Texel. Conflicten met de Wet natuurbescherming voor het aspect soortenbescherming worden niet verwacht. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. 4.9

Externe veiligheid

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarzettende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Op grond van de AMvB Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt daarom gekeken naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en hoofdgasleidingen op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van risicovolle inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen worden de risico's gemeten in twee maten: plaatsgebonden risico (voor individuen) en groepsrisico (voor groepen mensen). Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.

Hieruit blijkt dat binnen of buiten het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn waarvan de risicocontouren of de invloedsgebieden over het plangebied lopen. Het plangebied ligt niet binnen de invloedszone van een weg, spoor of watergang waar vervoer van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt. Ook valt het plangebied niet binnen de invloedszone van een buisleiding waar transport van gevaarlijke stoffen door plaats vindt. De wet- en regelgeving betreffende externe veiligheid heeft dan ook geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. 4.10

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2015) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz 30

20170569

Omdat in het plangebied het aantal slaapplaatsen vergunningtechnisch niet wordt uitgebreid is er in theorie ook geen toename van het aantal verkeersbewegingen. Het plan draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.11

Kabels en leidingen

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In en rondom het plangebied zijn geen kabels, leidingen of zoneringen aanwezig die planologische beperkingen vormen voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

20170569

Hoofdstuk 5 5.1

blz 31

Juridische planopzet

Algemeen

Het uitwerkingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om plannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2

Toelichting op de bestemming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de inhoud van de bestemmingen in dit bestemmingsplan. Voor de bestemmingen is aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied waarbij de bestemmingen zijn afgestemd op de specifieke situatie. De in dit bestemmingsplan voorkomende bestemmingen wordt hieronder toegelicht. Agrarisch - Binnenduinrand Het nieuwe recreatieterrein aan de Mienterglop is gelimiteerd qua oppervlakte vanuit de compensatieopgave en de inrichting met een ensemble van de stolp met de recreatieve opstallen. Om tot een logische afronding van het perceel te komen en de waardevolle open ruimte in de hoek Mienterglop/Oude Dijkje te behouden, houden de resterende gronden de agrarische bestemming. Hier mag niet gebouwd worden. Alleen een agrarisch grondgebruik is toegelaten. Aan de Pontweg is alle grond die buiten de bedrijfsbestemming, en daarmee buiten de fysieke inrichting van het perceel Pontweg 160/162 vallen, opnieuw voorzien van de agrarische bestemming, met die uitzondering dat niet opnieuw het bouwvlak is toegekend. Op deze gronden mag nu niet langer gebouwd worden. Alleen een agrarisch grondgebruik is toegelaten. Bedrijf - Vab In het buitengebied kunnen alleen nieuwe bedrijven ontstaan door wijziging van voormalig agrarische bedrijven. Dat worden bedrijven die onder de bestemming Bedrijf - Vab vallen.

Van een dergelijke situatie is aan de Pontweg 160/162 sprake. Het gaat hierbij om kleinschalige handels-, ambachtelijke of bouwbedrijven, opslag of kleinschalige agrarische toeleverings- of verwerkingsbedrijven. Het vloeroppervlak mag maximaal de bestaande oppervlakte, dat is 430 m² bedragen. Deze oppervlakte is exclusief de inpandige bedrijfswoning met de daarbij bijbehorende bouwwerken. Kleinschalige duurzame energieopwekking is bij deze bedrijfsbestemming toegestaan ten behoeve van deze bestemming, maar niet voor het bedrijfsmatig opwekken van energie, die het eigen verbruik te boven gaat.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz 32

20170569

Afwijkingen Ondergeschikte detailhandel Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken voor detailhandel. Een verbod op detailhandel moet winkelvestiging in het buitengebied voorkomen. Ondergeschikte detailhandel behoort wel tot de mogelijkheden. Een schildersbedrijf mag best een pot verf verkopen. Het is echter niet toegestaan dat een bedrijf geheel of gedeeltelijk als winkel of verkoopruimte wordt ingericht. Via een omgevingsvergunning kan toestemming verleend worden voor ondergeschikte detailhandel. Het moet dan gaan om de verkoop van eigen vervaardigde, geteelde of branchegerelateerde producten. Verder moeten de verkoopactiviteiten naar aard en uiterlijk een ondergeschikt onderdeel van het bedrijf (de hoofdfunctie) blijven en moet de verkoop een rechtstreekse relatie hebben met de bedrijfsactiviteiten. De verkoop wordt beperkt tot een maximum vloeroppervlak van 80 m². Het parkeren moet binnen het bestemmingsvlak plaatsvinden. Huisvesting tijdelijk personeel Het is via een afwijking mogelijk om tijdelijk personeel te huisvesten op het bedrijf, indien het gaat om eigen, tijdelijk personeel met een arbeidscontract korter dan 1 jaar en zonder hoofdverblijf op Texel. Na afwijking is het mogelijk om inpandige verblijven te realiseren voor tijdelijk personeel.

Daarbij mag de capaciteit in de verblijven niet meer bedragen dan 20 personen en maximaal 260 m2, ofwel 13 m2 per persoon. Wijzigingen Wijziging naar Wonen - VAB Na bedrijfsbeëindiging kan de bedrijfsbestemming gewijzigd worden in de bestemming Wonen – Vab. Deze regeling is hetzelfde als de wijzigingsregeling in de agrarische bestemmingen. Hierbij geldt een saneringsregeling (dezelfde als bij de agrarische bestemming), met als doel het buitengebied te ontstenen. Cultuur en ontspanning De bestemming 'Cultuur en ontspanning' is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied, maar 'uitgekleed' naar de nieuwe situatie toe. Het in 2014 vergunde educatiegebouw is van een bouwvlak voorzien. De maximaal gezamenlijk toegelaten oppervlakte aan gebouwen geldt voor beide bouwvlakken gezamenlijk. Er mag in totaal niet meer dan 130 m² aan bebouwing worden opgericht binnen de bouwvlakken. Daarbij zijn de bestaande rechten bestendigd. De mogelijkheid van de bouw van het recreatief opstal is verwijderd. Er mag in de tuin niet worden gewoond. Recreatie - Recreatief opstal De bestemming 'Recreatie - Recreatief opstal' is toegekend aan het recreatieperceel aan de Mienterglop. De mogelijkheden hiervoor zijn afgestemd op de verleende vergunning aan de Pontweg zoals in hoofdstuk 2 is omschreven. De recreatieve opstallen en de stolp dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden.

Het aantal toegestane recreatieve verblijfsplaatsen wordt middels de maatvoering "maximum aantal recreatieve slaapplaatsen" bepaald op 25. De recreatieve opstallen en de recreatieappartementen mogen maximaal 70 m² per stuk bedragen. Er wordt maximaal 140 m² binnen de stolp recreatief ingericht. De resterende ruimte in de stolp kan dan nog voor opslag ten behoeve van de bestemming worden benut. Waarde - Archeologie 4 Met deze bestemmingen worden archeologische waarden in de bodem beschermd. Beide percelen blijven de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 behouden. Ter bescherming van de archeologische waarden is bouwen niet zonder meer toegestaan. Voor de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 4' geldt dat bij bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 500 m2 op locaties waar de grond nog niet is verstoord en dieper dan 0,50 meter wordt gegraven archeologisch onderzoek vereist is.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

20170569

Hoofdstuk 6 6.1

blz 33

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Inspraak en vooroverleg Een concept van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg toegezonden aan Provincie Noord-Holland, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Vanwege de kleinschaligheid van het plan is het voorontwerp niet voor inspraak ter inzage gelegd. De provincie heeft reeds aangegeven akkoord te zijn met het verplaatsen van de recreatieve slaapplaatsen naar de nieuwe locatie. De provincie geeft daarbij het volgende aan: 'Op de Pontweg wordt een bouwvergunning voor een stolp met 2 inpandige recreatieappartementen en 2 losstaande recreatieve opstallen niet uitgevoerd. Deze recreatieve slaapplaatsen worden verplaatst naar een agrarisch perceel aan Mienterglop. Ook het recreatief opstal van het naastgelegen terrein met de bestemming Cultuur en Ontspanning wordt verplaatst naar de Mienterglop/hoek Oude dijkje. Provincie vindt nabij De Koog een betere plek voor verblijfsrecreatie/toerisme. Op de Pontweg wordt de bestemming gewijzigd naar Bedrijf-Vrijkomende agrarische bebouwing met een inpandige woning en de rest van het perceel krijgt een agrarische bestemming.

Op het Mienterglop komen worden dan 25 recreatieve slaapplaatsen bestemd. Provincie is akkoord met het plan.' Op basis van een amendement van de raad zijn de plannen enigszins gewijzigd. Het eerdere plan ging uit van een vijftal zomerhuizen op het nieuwe recreatieterrein aan de Mienterglop. Op basis van het amendement zijn de plannen gewijzigd in die zin dat de bestaande rechten aan de Pontweg verplaatst worden naar de Mienterglop. Ofwel het verplaatsen van het recht op de bouw van een stolp met daarin twee inpandige recreatieve appartementen inclusief het verplaatsen van het recht voor de bouw van een tweetal recreatieve opstallen. Tot slot heeft de raad aangegeven te willen meewerken aan het recht om het planologisch toegelaten recreatief opstal in de natuurtuin te verplaatsen naar het nieuwe recreatieperceel. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is derhalve op basis van het amendement van de raad aangepast. Het ontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende stukken wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar maken. Vaststelling bestemmingsplan Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Daarna wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor het realiseren van de ontwikkelingen op het recreatiepark worden gedragen door de initiatiefnemer.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz 34

20170569

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Bij dit bestemmingsplan is de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten, waarin de gemaakte kosten zijn geregeld. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat eventuele planschade voor rekening is van de initiatiefnemer. Aangezien de gemeentelijke kosten hiermee gedekt zijn, is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

Rho adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020

bijlagen bij de toelichting

BIJLAGE 1

datum 7-3-2019 dossiercode 20190307-12-20045 Project: Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Gemeente: Texel Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog heeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat wij in overleg met u willen bespreken hoe in uw plan rekening kan worden gehouden deze waterhuishoudkundige belangen. Om het watertoetsproces zo vlot mogelijk te laten verlopen, sturen wij u als bijlage een automatisch gegenereerd concept wateradvies. Dit conceptadvies is in twee delen opgesplitst. In het eerste deel van het conceptadvies geven wij aan over welke onderwerpen nader overleg met het hoogheemraadschap noodzakelijk is. Het tweede deel van het conceptadvies bevat de onderwerpen die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit tweede deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en advies te geven over de nog openstaande waterbelangen.

Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 072 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Naast het bijgevoegde conceptadvies kunt u op onze website meer informatie vinden over de watertoets in het algemeen: https://www.hhnk.nl/portaal/schoon-en-gezond-water_3556/item/watertoets_3017.html. LET OP: Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het hoogheemraadschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te doen. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/portaal/vergunningen-en-ontheffingen_3529/. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E info@hhnk.nl W www.hhnk.nl

CONCEPT Wateradvies Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) heeft u Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog. Uit de ingediende gegevens is gebleken dat er voor één of meerdere wateraspecten nader overleg noodzakelijk is met het hoogheemraadschap. Deze aspecten benoemen wij in het eerste deel van dit concept wateradvies. In het tweede deel komen de onderwerpen aan bod die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die hierdoor ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. DEEL I Hieronder vindt u de aspecten waarover nader contact met het hoogheemraadschap noodzakelijk is:

Het ingetekende plangebied heeft de volgende zoneringen (kaartlagen) geraakt: - Zonering primaire waterlopen Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en te komen tot advies over bovenstaande waterbelangen. DEEL II Dit tweede deel van het advies kunt u direct gebruiken om een aanzet te maken voor de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.

Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden ( https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/). Verharding en compenserende maatregelen Binnen het werkgebied van het hoogheemraadschap is de afgelopen decennia door verstedelijking de hoeveelheid verharding toegenomen, terwijl tegelijkertijd het areaal aan open water is afgenomen. Om onder andere dit verschijnsel tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat de waterbelangen beter in ruimtelijke plannen worden meegenomen en dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealiseerd.

Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardingstoename. U heeft aangegeven dat er sprake is van een substantiële toename van bebouwing en/of verharding in het plangebied van 800 m2. Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met mogelijke wateroverlast als gevolg. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden in de vorm van extra wateroppervlak. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2000 m2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak moet worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. Uitgangspunt is dat de compensatie wordt gerealiseerd binnen het plangebied. Wanneer compenserende maatregelen binnen het plangebied niet mogelijk zijn adviseren wij contact op te nemen met het hoogheemraadschap om te bepalen wat de alternatieve mogelijkheden zijn. Ruimtelijke adaptatie Wij adviseren u om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen.

Zo zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterberging capaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. Zie voor uitleg en inspiratie hierover: http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl, https://deltaprogramma2018.deltacommissaris.nl/, https://hhnk.klimaatatlas.net/ en http://www.groenblauwenetwerken.nl/. Beheer en onderhoud waterlopen Alle werkzaamheden binnen een zone van 5 meter van de insteek van waterlopen zijn vergunningplichtig, omdat deze invloed kunnen hebben op de water aan- en afvoer, waterberging of het onderhoud. Bij de aanleg van nieuw water in dit plangebied adviseren wij zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande waterstructuur en onderhoudssituatie. Bij aanleg of aanpassing van waterlopen is het belangrijk om rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud van zowel de nieuwe als bestaande waterlopen. Dit geldt met name in het stedelijk gebied, waar het hoogheemraadschap de ambitie heeft om het onderhoud van gemeenten over te nemen. Hiertoe moeten de waterlopen wel aan de voorwaarden van het hoogheemraadschap voldoen.

In stedelijk gebied is het uitgangspunt dat waterlopen varend onderhouden kunnen worden, en dus tenminste 6 meter breed en 0,8 meter diep ten opzichte van het laagst gevoerde waterpeil zijn. Indien geen varend onderhoud (kan) worden uitgevoerd, dient in elk geval te worden voorkomen dat waterlopen niet meer bereikbaar zijn voor zowel regulier als periodiek onderhoud (maaien en baggeren), doordat deze worden 'ingesloten' door bebouwing. Wij adviseren om een obstakelvrije zone langs de waterloop van tenminste 5 meter aan te houden.

Om water van voldoende waterkwaliteit te kunnen handhaven, is het zelfreinigend vermogen van het watersysteem van belang. Wij streven ernaar om waterlopen te realiseren die in goede verbinding staan met het overige watersysteem. Om te voorkomen dat er locaties ontstaan waar kroos en drijfvuil zich zou kunnen ophopen, dienen doodlopende watergangen te worden voorkomen. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen.

Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan. Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. www.dewatertoets.nl

BIJLAGE 2

Quickscan Wet Natuurbescherming Bestemmingsplan wijziging Pontweg 160-164 en Mienterglop 39

.

Quickscan Wet Natuurbescherming Bestemmingsplan wijziging Pontweg 160-164 en Mienterglop 39

Uitvoerder:

Noordkop Groen Van Galenstraat 131 1782 EZ Den Helder Tel.06-20005334 Email: Noordkopgroen@gmail.com

Opsteller:

Ing. M. L. de Jong

Paraaf: Project: Bestemmingsplan wijziging, Pontweg 160-164 en Mienterglop 39 Rapportnummer: 2019-06 Status: Eindrapportage Datum: 08-05-2019 Opdrachtgever: RHO Adviseurs van Leefruimte Contactpersonen: Jan Jacob Posthumus, Gerard Zoetelief Projectnummer: 2019-06

Pagina 2

INHOUDSOPGAVE 1. 2. 3.

INLEIDING BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving 3.2 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen 3.3 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie 3.4 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden 4. ONDERZOEKSMETHODIEK 5. ONDERZOEKSRESULTATEN PONTWEG 160-164 5.1 Nationale Databank Flora en Fauna 5.2 Vogels 5.3 Vleermuizen 5.4 Overige zoogdieren 5.5 Amfibieën, reptielen en vissen 5.6 Libellen en vlinders 5.7 Vaatplanten 6. ONDERZOEKSRESULTATEN MIENTERGLOP 39 6.1 Nationale Databank Flora en Fauna 6.2 Vogels 6.3 Vleermuizen 6.4 Overige zoogdieren 6.5 Amfibieën, reptielen en vissen 6.6 Libellen en vlinders 6.7 Vaatplanten 7. Natura 2000 gebied Duinen en Lage land van Texel 7.1 Gebiedsbeschrijving 7.2 Effectenindicator 7.3 Beschrijving mogelijk effect externe werking 8. CONCLUSIES

4 5 7 7 12 13 15 16 17 17 17 18 18 18 18 19 20 20 20 21 21 21 22 22 23 23 23 25 26

BIJLAGE: A.

- Geraadpleegde bronnen

B.

- Resultaten Habitatrichtlijn soorten NDFF tot op ca. 500 meter

27

Pontweg 160-164

28

- Resultaten Habitatrichtlijn soorten NDFF tot op ca. 500 meter Mienterglop 39

29

D.

- Wet Natuurbescherming Hoofdstuk 3. Soorten

30

E.

- Besluit Natura 2000 gebied Duinen en lage land van Texel

33

F.

- Storingsfactoren effectenindicator.

35

C.

Projectnummer: 2019-06

Pagina 3

1. INLEIDING Noordkop Groen heeft van RHO Adviseurs van Leefruimte de opdracht gekregen voor het uitvoeren van een Quickscan Wet Natuurbescherming voor de bestemmingsplan wijzigingen voor de Pontweg 160-164 en het landje aan de Mienterglop – hoek Oude dijkje Te De Koog in de Gemeente Texel. Het plan omvat: • De sloop van de stolp Pontweg 160 • Verplaatsing van de recreatieve bedden van Pontweg 164 naar Mienterglop 39 • Verplaatsing van de recreatieve bedden van de Beeldentuin, Oude dijkje naar Mienterglob 39 • Ontwikkeling van een stolp met 2 recreatie appartementen en 3 recreatieve opstallen in de vorm van een boerenerf aan de Mienterglop 39 met een zeer duurzaam karakter. De Quickscan heeft als doel in te schatten of er als gevolg van de werkzaamheden sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen voor de onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. De Quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en kan niet gezien worden als volwaardig ecologisch onderzoek. Voor de Quickscan zijn geen uitgebreide inventarisaties uitgevoerd naar soorten en soortgroepen.

Vanwege de ligging van de planlocatie in de buurt van het Natura 2000 gebied Duinen en lage land van Texel zullen ook de externe werking van de werkzaamheden op dit gebied beschreven worden.

Projectnummer: 2019-06

Pagina 4

2. BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Slechts één wet en minder regels maakt de wet overzichtelijker. Bescherming van dieren en planten Sommige soorten, zoals vleermuizen, gierzwaluwen en steenuilen zijn kwetsbaar. In een dichtbevolkte samenleving als Nederland is daarom goede natuurbescherming belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Rolverdeling provincies en Rijk Vanaf 1 januari 2017 is de bevoegdheidsverdeling tussen provincies en het Rijk vastgelegd in het Besluit Natuurbescherming. In principe is Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie waarin de activiteit (hoofdzakelijk) plaatsvindt het bevoegd gezag. Op het gebied van natuurbeleid is het, zo blijkt uit de memorie van toelichting bij de Wnb, de provincie die een kerntaak heeft en een regisseursrol vervult bij de inrichting en het beheer van het landelijke gebied. Sinds 1 januari 2017 zijn gedeputeerde staten bevoegd om ontheffing te verlenen in het kader van soortenbescherming. Uitzondering hierop waarbij het Rijk het bevoegd gezag heeft zijn o.a. provinciegrensoverschrijdende infra en hoogspanning >220 Kv.

Voor de vaststelling van gedragscodes soortenbescherming (Wnb artikel 3.31) is het Rijk altijd het bevoegd gezag. De rol van de gemeente Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. In het eerste geval geen de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunning aan dat er sprake is van handelingen met gevolgen voor beschermde dieren plantensoorten. Deze werkwijze staat bekend als vrijwillig aanhaken. Soortenbescherming; hoofdstuk 3 Wet Natuurbescherming Vrijwel alle in Nederland in de vrije natuur voorkomende flora en fauna is beschermd. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent onder meer dat het verboden is om vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en een aantal vissoorten te verstoren, te vangen of te doden en dat het verboden is om hun rust-, verblijf- en nestplaatsen uit te halen, te verwijderen of te vernielen. Wilde planten mogen niet worden uitgestoken. Het is mogelijk om vrijstelling of ontheffing te krijgen van deze verboden.

Dat kan nodig zijn in het geval beschermde soorten schade aanrichten, zoals bijvoorbeeld gewasschade, schade aan de volksgezondheid of schade aan flora of fauna. Een ontheffing kan ook nodig zijn in het geval werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zoals bouwen, onderhoud, slopen of aanleg van infrastructuur. Indien deze

Projectnummer: 2019-06

Pagina 5

werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor beschermde planten- of diersoorten dient daarvoor bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN) een ontheffing te worden aangevraagd. (https://www.rudnhn.nl/Wet_natuurbescherming/Soortenbescherming) De Wet Natuurbescherming maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten: • Europees beschermde soorten • Vogels • Nationaal beschermde soorten Daarnaast kunnen er per provincie soorten zijn vrijgesteld, of vanwege een regionaal belang juist extra beschermd. Het is mogelijk om ontheffing te krijgen van deze verboden. Dat kan nodig zijn in het geval beschermde soorten schade aanrichten, zoals bijvoorbeeld gewasschade, schade aan de volksgezondheid of schade aan flora of fauna. Een ontheffing kan ook nodig zijn in het geval werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zoals bouwen, onderhoud, slopen of aanleg van infrastructuur. Indien deze werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor beschermde planten- of diersoorten dient daarvoor bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN) een ontheffing te worden aangevraagd. Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren.

De zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Gebiedsbescherming; hoofdstuk 2 Wet Natuurbescherming Voortvloeiend uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is in Nederland een groot aantal gebieden aangewezen als beschermd Natura2000-gebied. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming kent alleen voor de Natura 2000 gebieden een toetsingskader. In ieder besluit tot aanwijzing van een Natura 2000-gebied zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied beschreven. Hierbij gaat het om de bescherming van leefgebieden van vogels (Vogelrichtlijn) en de bescherming van habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Het is verboden om zonder vergunning een project uit te voeren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op soorten waarvoor een gebied is aangewezen. Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden.

Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.

Projectnummer: 2019-06

Pagina 6

3. GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidig gebruik onderzoekslocaties en omgeving In de onderstaande figuur is de huidige situatie weergegeven. Aan de Pontweg 164 staat nu een woonstolp met bijliggende schuren. Voor Pontweg 160 is nu het gebruik agrarisch, maar zijn er ontwikkelingsmogelijkheden voor een stolp met 2 inpandige recreatie appartementen, en 2 vrijstaande recreatieve opstallen. Mienterglop 39 is nu in agrarisch gebruik (paardenweide).

Mienterglop 39

Texel Pontweg 160-164

Figuur 1. Overzicht ligging (Google Earth)

Pontweg 160-164

Projectnummer: 2019-06

Pagina 7

Figuur 2. Huidige situatie Pontweg 160-164(Google earth). In figuur 2 is de huidige situatie weergegeven in detail. Het perceel Pontweg 160-164 omvat naast de te slopen stolp een schuur

Mienterglop 39

Figuur 3. Huidige situatie Mienterglop 39 (Google earth).

Projectnummer: 2019-06

Pagina 8

Te slopen stolp pontweg 160.

Aanzicht vanaf de oprit.

Projectnummer: 2019-06

Pagina 9

Mienterglop 39, nu in gebruik als paardenweide, links de boomsingel langs het oude dijkje.

Projectnummer: 2019-06

Pagina 10

Boomsingel tussen Mienterglop 39 en Beeldentuin. Figuur 4. Foto’s van de huidige situatie

Projectnummer: 2019-06

Pagina 11

3.2 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen aanlegfase De verwachtte werkzaamheden zullen bestaan uit het slopen van de huidige stolp, het bouwrijp maken van de planlokatie en de nieuwbouw van een stolp met 2 recreatie appartementen en 3 recreatieve opstallen in de vorm van een boerenerf en inrichting van het terrein. Het voornemen is om geen gebruik te maken van de verleende omgevingsvergunning voor Pontweg 164. De familie Zoetelief ziet elders op Texel de impact van vergelijkbaar verleende vergunningen in het open landschap van Texel en de impact die dit heeft op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De familie Zoetelief wil om die reden graag gebruik maken van de beleidsmatige ruimte die er is om slaapplaatsen te verplaatsen. Door de vergunde slaapplaatsen op het perceel Pontweg 164 te verplaatsen naar het perceel aan de Mienterglop, dat in het recreatief concentratiegebied ligt en volledig met boombeplanting is omsloten, zodat bebouwing geen invloed heeft op de kwaliteit van het open landschap, ziet de familie Zoetelief kans om de bestaande situatie aan de Pontweg te behouden en geen verdere aantasting van de belevingswaarden daarvan te veroorzaken. Het karakter van openheid blijft daarmee behouden. De openheid wordt geen geweld aangedaan door nieuwe bebouwing in het open landschap.

Het onbebouwde agrarische karakter van het perceel Pontweg 164 blijft daarmee behouden, terwijl het perceel Pontweg 160 eveneens onveranderd verankerd blijft in het landschap. Op het perceel Pontweg 160 wordt de bestaande stolp gesloopt. De bedoeling is om de bestaande woonfunctie onder te brengen in het bedrijfsgebouw en ter plaatse lichte bedrijfsactiviteiten uit te gaan oefenen. Een en ander krijgt vorm in de voorgestelde planologische situatie, waarbij het huidige agrarische bouwvlak komt te vervallen. Het perceel Pontweg 164 krijgt een agrarische bestemming zonder bouwmogelijkheden. Het perceel Pontweg 160 krijgt de in het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 daarvoor mogelijk gemaakte Bedrijf - VAB bestemming. Deze bestemming maakt het mogelijk om lichte bedrijvigheid op een vrijkomend voormalig agrarisch bedrijfsperceel toe te laten. Binnen de bestemming wordt het bestaande bedrijfsgebouw binnen een bouwvlak toegelaten met een inpandige bedrijfswoning. Buiten het bouwvlak zijn de gronden voorzien van het onbebouwde deel van de bestemming. In de omgevingsvergunning is een mogelijkheid geboden om 4 recreatieve eenheden op het perceel Pontweg 164 te realiseren: twee inpandige recreatieappartementen en twee losstaande recreatieve opstallen. Deze opzet zal nu gerealiseerd worden aan de Mienterglop.

De derde recreatieve opstal is te realiseren door verplaatsing van de recreatieve bedden van de beeldentuin aan het Oude Dijkje. Het onbebouwde stuk agrarische grond aan de Pontweg 160 wordt als zodanig verkocht en blijft daarmee agrarisch in gebruik. Het onbebouwde agrarische perceel aan de Mienterglop wordt ingericht ten behoeve van de bouw van een stolp met 2 inpandige recreatie appartementen en 3 recreatieve opstallen. In onderhavige beeld is een eindbeeld gevisualiseerd om te laten zien op welke wijze de zomerhuizen zich voegen in het landschap en de natuurlijke kwaliteit van de omgeving. Het is pertinent de bedoeling om de zomerhuizen zodanig te situeren en vorm te geven en te relateren aan de directe omgeving.

Projectnummer: 2019-06

Pagina 12

De familie Zoetelief wil met deze zomerhuizen een nieuw concept aanboren. De zomerhuizen worden volledig energieneutraal en met natuurlijke materialen gebouwd. Het is de bedoeling om zelfs energie over te houden en dat te gebruiken op het naastgelegen recreatiepark. Er wordt parkeergelegenheid geboden voor electrische auto's. Ook de ligging op het perceel en de wijze waarop deze zijn gesitueerd, levert een beleving op van individuele verbondenheid met de grond en de omgeving. De familie Zoetelief wil hiermee een plek bieden aan recreanten die een zo gering mogelijke voetafdruk na willen laten met hun vakantie en hen de mogelijkheid bieden om in een volledig duurzame en energieneutraal zomerhuis in een natuurlijke omgeving te kunnen recreëren. De bestaande boombeplanting blijft volledig intact en waar nodig aangevuld tot een breedte van 7 m. Ook is het de bedoeling een kleine waterpartij aan te leggen. Er is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een recreatief opstal in de beeldentuin. De familie Zoetelief is van mening dat een recreatief opstal afbreuk doet aan de beleving van de tuin en wil graag die vergunning laten vervallen en het recreatief opstal compenseren op het naastgelegen nieuwe terrein (vandaar het totale aantal van 5 nieuwe zomerhuizen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=1733afe3-9942-4e1c-af09-75a758f8c5d9