CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee (24-12-21)

Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Beheersverordening Waddenzee22.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

x

De landschappelijke kwaliteiten, met name rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid inclu-

x

Verder uitgewerkt in een voortoets, als beschreven in paragraaf 4.5 van deze toelichting.

sief duisternis.

Via het hoofddoel beschreven in de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

In de bodem worden aanwezige archeologische waarden en in het gebied aanwezige cultuurhisto-

20

x

Via de dubbelbestemming(en) ‘Waarde – Archeologie’ is een

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

rische waarden beschermd.

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

passend beschermingsregiem opgenomen.

De veiligheid van de bewoners van het waddengebied wordt gewaarborgd door een goede ver-

x

Zie hiervoor de beantwoording als opgenomen in het sociaal-

dediging tegen de zee. De bereikbaarheid van de

economisch beleid.

havens en de eilanden wordt gewaarborgd. De beleving van de natuurlijke en landschappelij-

x

Dit is indirect vastgelegd door het

ke kwaliteiten van de Waddenzee door bewoner

opnemen van het begrippenkader

en bezoeker van het waddengebied wordt als uitgangspunt genomen bij verdere beleidsuitwer-

voor natuurlijke en landschappelijke waarden.

king. Bebouwing

Er mag in de Waddenzee geen bebouwing worden

x Bestaande bouwwerken zijn in elk

opgericht of geplaatst,

geval toegestaan. het betreft hier

met uitzondering van: - tijdelijke bebouwing ten

de vergunde bouwwerken.

behoeve van weten-

Daarnaast is via het afwijken van

schappelijk onderzoek en monitoring,

de bouwregels het volgende mogelijk:

- bouwwerken noodzakelijk voor de veiligheid van het

- tijdelijke bebouwing voor wetenschappelijk onderzoek en

scheepvaartverkeer in de

monitoring;

Waddenzee, - bouwwerken voor alter-

- bouwwerken ten behoeve van het kustbeheer, de zeeveilig-

natieve mosselzaadbron-

heid en/of veiligheid van het

nen, - bouwwerken voor een adequate afwatering van het vasteland,

scheepvaartverkeer; - bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van ten hoogste 10 m;

- wadwachtposten en

- wadwachtposten.

- in de derde nota benoemde uitzonderingen

Bij realisatie van bouwwerken via

op zeewaartse havenuit-

de afwijkingsbevoegdheid is als

breiding.

voorwaarde opgenomen dat dient te zijn voorzien in van een goede

Daarnaast gelden ten aan-

inpassing in het landschap ter

zien van bouwwerken voor opsporing en winning van

bescherming van de unieke openheid.

gas onder de Waddenzee specifieke voorwaarden.

Niet is voorzien in het behoud van

Onder bebouwing worden

de nachtelijke duisternis. De be-

alle gebouwen en bouwwerken verstaan, met

heersverordening maakt immers geen nieuwe ontwikkelingen mo-

uitzondering van windtur-

gelijk.

bines. Het rijk zet zich in om verstoring van de nachtelijke duisternis door groot-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

21

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

schalige lichthinder van bijvoorbeeld kassencomplexen te voorkomen. Archeologie

Onderzoek naar en berging

x

Via de dubbelbestemming(en)

van archeologisch waarde-

‘Waarde – Archeologie’ is een

volle scheepswrakken en verdronken en onderslibde

passend beschermingsregiem opgenomen.

nederzettingen in de Waddenzee kan onder voorwaarden worden toegestaan, als deze door toedoen van natuurlijke fysische processen aan de oppervlakte van de zeebodem komen. Onderzoek van archeologische waarden dat de bodem niet beroert en anderszins niet leidt tot aantasting van de te beschermen en te behouden waarden en kenmerken van de Waddenzee is onder voorwaarden toegestaan. Menselijke activiteiten in de Waddenzee mogen in beginsel niet leiden tot aantasting van in de bodem aanwezige archeologische waarden. Militaire activiteiten In de derde nota Waddenzee is het volgende aangeven over militaire activiteiten: Het rijk acht een substantiële vermindering of

x

In overeenstemming met het Bar-

een verplaatsing van militaire activiteiten uit het waddengebied niet reëel. De bestaande activitei-

ro en het Rarro is het noodzakelijke verwerkt in de beheersver-

ten worden van dusdanig maatschappelijk belang geacht dat zij op de bestaande locaties worden

ordening. Zie ook paragraaf 2.1.3 en 2.1.4.

gehandhaafd en dat een doelmatig functioneren gewaarborgd moet zijn. Aanpassingen

- het gedeelte van de

x

De genoemde onderwerpen zijn

van bestaande

laagvliegroute voor ge-

uitsluitend voor zover dit noodza-

militaire activiteiten

vechtsvliegtuigen boven de Waddenzee is opge-

kelijk is op basis van het Barro en het Rarro. Zie ook paragraaf 2.1.3

heven;

en 2.1.4.

- de minimum vlieghoogte voor militaire vliegtuigen boven de Waddenzee is verhoogd van 300 meter naar 450 me-

22

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

ter; - vluchten met militaire helikopters en de verschillende naderingswijzen van de schietrange op de Vliehors vormen hierop een uitzondering; - het aanvliegen van de schietrange op de Vliehors geschiedt zo veel als mogelijk vanaf de Noordzee in plaats van over de Waddenzee; - het Cavalerieschietkamp Vlieland is buiten gebruik gesteld. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 2.4. Duurzame wadden Duurzame vormen van bedrijvigheid, toerisme,

x

n.v.t.

landbouw, visserij, en een duurzame levensstijl, passen bij uitstek bij het Waddengebied. Het is Nederlands grootste natuurgebied met een geheel eigen identiteit. Randvoorwaarden worden hier niet alleen door de overheid gesteld, maar ook door eb, vloed, wind en water. Het dynamische landschap stelt een natuurlijke grens aan ongebreidelde groei maar biedt ook kansen voor unieke economische activiteiten. De derde nota Waddenzee benadrukt de voorrang voor natuur in het gebied met beperkt menselijk

x

De beheersverordening voorziet niet een regeling voor ontwikke-

medegebruik. Economische activiteiten moeten

ling van economische activiteiten.

dan ook een duurzaam karakter hebben. Klimaat Met het oog op klimaatverandering en zeespiegel-

x

n.v.t.

stijging gaat het rijk nader onderzoeken op welke wijze vorm gegeven kan worden aan het zoveel mogelijk ruimte geven aan natuurlijke processen. Het rijk zal hierover in overleg treden met betrokken provincies, gemeenten en waterschappen. Toerisme en recreatie Het recreatiebeleid op de Waddenzee is gericht op het beheersbaar maken en houden van het recreatief medegebruik en het ontwikkelen van

x

Via het toestaan van dagrecreatief medegebruik als ondergeschikt gebruik aan de bestem-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

23

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

duurzame vormen van recreatie, waarbij de na-

mingsomschrijving van de be-

tuurlijke draagkracht van het gebied uitgangspunt

stemming ‘Water’ en het bijbeho-

is. Voor het recreatief medegebruik geldt een zonering waarbij de voor verstoring gevoelige

rende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

gebieden worden ontzien. Er mogen geen nieuwe jachthavens in of direct grenzend aan de Waddenzee worden aangelegd. Behalve in het bestaande snelvaargebied bij Ou-

x

deschild mag de Waddenzee niet worden gebruikt voor waterskiën, jetskiën en vergelijkbare gemo-

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen wet- en regelgeving.

toriseerde activiteiten. Kitesurfen

Kitesurfen is een vorm van watersport waarbij de sporter op een kleine surfplank staat en zich voort

x

Het genoemde onderwerp is geregeld door middel van eigen weten regelgeving.

laat trekken door een kite (of: vlieger). Kitesurfen op de Waddenzee was tot 2006 verboden. Voor de Waddenzee geldt namelijk het Binnenvaartpolitiereglement (Bpr). Daarin is bepaald dat kitesurfen verboden is op alle wateren waarvoor dit reglement geldt. De beheerder kan echter in het kader van het Bpr. delen van de vaarweg aanwijzen waar kitesurfen wel mogelijk is. In principe gebeurt deze aanwijzing op verzoek van derden. Hierbij wordt vooral gekeken of de activiteit risico’s oplevert voor andere gebruikers van de vaarweg. Maar ook met natuurbelangen wordt rekening gehouden. Rijkswaterstaat heeft op vijf gebieden in de Waddenzee aangewezen waar kitesurfen is toegestaan. Kitesurfers mogen het hele jaar overdag gebruik maken van de volgende locaties: a. Westzijde veerdam Nes (gemeente Ameland);

24

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

b. Groene Strand (gemeente Terschelling); c. Westerzeedijk (gemeente Harlingen); d. Hoek van de Bant (gemeente Dongeradeel) e. kitesurflocatie Dijkf.

manshuizen bij Texel; vuurtoren (gemeente Texel)

g. Paal 17 Noordzee (gemeente Texel) Wadlopen

Om de veiligheid van gid-

x

De genoemde activiteiten vallen

sen en deelnemers tijdens een wadlooptocht te

onder het begrip ‘dagrecreatief medegebruik’, wat is toegestaan

waarborgen en om de

als ondergeschikt gebruik aan de

natuurwaarden te beschermen, is de provincia-

bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’.

le Wadloopverordening 1996 in werking getreden. De Wadloopverordening wordt voor de drie waddenprovincies Groningen, Friesland en NoordHolland uitgevoerd door de provincie Fryslân. Zowel de gidsen van wadlooporganisaties als individuele lopers zijn verplicht een wadloopvergunning aan te vragen. Voor het houden van (natuureducatieve) excursies dient een ontheffing te worden aangevraagd. Verkeer en infrastructuur Scheepvaart

De waterstaatswerken,

x

In de bestemmingsomschrijving

waaronder het vaargeul-

van de bestemming ‘Water’ zijn

onderhoud ten behoeve van de scheepvaart, zijn

zowel de beroepsscheepvaart als de bestaande vaargeulen opge-

beperkt in omvang, volgen de natuurlijke morfolo-

nomen als toegestaan hoofdgebruik.

gische ontwikkelingen en vinden uitsluitend plaats indien de bereikbaarheid van de havens, de Waddeneilanden of de verkeersveiligheid in het geding zijn. De bereikbaar-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

25

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

heid van havens en eilanden wordt gewaarborgd in de vorm van aanlegmogelijkheden voor veerboten en streefdieptes/normering voor de vaargeulen. Voor beide geldt het naar de streefdiepte/normering van 2006 te actualiseren uitgangspunt dat vaartuigen die op dat moment gezien hun diepgang en afmetingen de havens bij gemiddelde zeestand en wind konden aandoen dit ook in de toekomst moeten kunnen. Hierbij wordt rekening gehouden met de economische en technische ontwikkelingen in de scheepvaart. In aansluiting op natuurlij-

x

Uitsluitend het baggeren van de

ke ontwikkelingen in de

bestaande vaargeul tot de ver-

vaargeuldiepte zijn incidenteel verdere verdie-

gunde diepte is toegestaan. overige activiteiten worden aange-

pingen van de hoofdvaar-

merkt als ontwikkeling.

geulen mogelijk, onder de voorwaarde dat dit past binnen het afwegingskader zoals aangegeven in de derde nota Waddenzee. Het rijk draagt zorg voor de betonning en bebake-

x

ning van de vaarroutes in

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen wet- en regelgeving.

de Waddenzee. Kabels en buisleidingen

De aanleg van kabels en buisleidingen door de

x

Voor de kabels en leidingen is de dubbelbestemming ‘Leiding – lei-

Waddenzee dient van geval tot geval te worden

dingenstrook’ opgenomen. Zie hiervoor paragraaf 4.2 van deze

beoordeeld, als uitgangs-

toelichting.

punt geldt hierbij dat in beginsel aangesloten dient te worden bij bestaande leidingzones. De bestaande kabel- en leidingstraten staan weergegeven op de toelichtende kaart 15 behorende bij de derde nota

26

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

Waddenzee. Havens en bedrijventer-

Er mogen geen nieuwe havens en bedrijventerrei-

x

De beheersverordening voorziet niet een regeling voor ontwikke-

reinen

nen worden aangelegd in

ling van havens en bedrijventer-

of direct grenzend aan de Waddenzee. Bestaande

reinen.

havens en bedrijventerreinen direct grenzend aan de Waddenzee, uitgezonderd Den Helder, mogen niet zeewaarts worden uitgebreid. Voor de haven van Harlingen is wel voorzien in een zeewaartse uitbreiding, onder voorwaarden zoals genoemd in het Barro. Baggerspecie

Er mag in de Waddenzee alleen baggerspecie af-

x

n.v.t.

komstig uit de Waddenzee en de rechtstreeks daarmee in verbinding staande havens worden verspreid. Deze baggerspecie dient te voldoen aan de geldende kwaliteitsnorm volgens het nationale beleid voor de waterhuishouding. Voor de verspreiding van baggerspecie in de Waddenzee gelden richtlijnen om de invloed op het ecosysteem en andere gebruiksfuncties te minimaliseren. Het rijk draagt zorg voor een uit ecologisch oogpunt optimale situering. Water en milieu De water- en bodemkwaliteit dienen zodanig te

x

n.v.t.

zijn dat verontreinigingen slechts een verwaarloosbaar effect hebben op flora en fauna. De belasting van de Waddenzee met verontreinigingen en nutriënten moet worden teruggebracht overeenkomstig het landelijk waterkwaliteits- en Noordzeebeleid. Nadere informatie over lozingen in de Waddenzee:

x

In de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ is het

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

27

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-

lozen van afvalstoffen, afvalwater

lucht/handboek-water/wetgeving/waterwet/

en/of koelwater via de bestaande

handelingen/ vergunningplichtig/storten-stoffenzee/.

lozingspunten toegestaan.

Van toepassing zijn de Waterwet en het Waterbesluit. Vergunningen worden verstrekt op rijksniveau. Energie en delfstoffen Offshore

Er mogen in de Wadden-

installaties

zee geen booreilanden en

x

In de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Water’ is het

andere offshoreinstallaties worden gepar-

gebruik van gronden ten behoeve van het parkeren van al dan niet

keerd. Het kabinet maakt

tijdelijke offshore-installaties niet

hierop een uitzondering voor de bestaande tijde-

toegestaan, met uit zondering van bestaande par-keerlocaties.

lijke parkeerfaciliteit in het Gat van de Stier tussen Den Helder en Texel. Op deze locatie mogen, in afwachting van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden in de haven van Den Helder, maximaal twee offshore-installaties worden geparkeerd voor maximaal drie maanden per jaar. Diepe delfstoffen

Nieuwe opsporing en winning van diepe delfstoffen

x

In de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Water’ is het

op locaties in de Waddenzee is niet toegestaan.

gebruik van gronden ten behoeve van het exploreren, het winnen,

Onder de winning van

en/of exploiteren van delfstoffen

diepe delfstoffen valt onder meer het winnen

uitgesloten, met uitzondering van het bestaande situaties.

van steenzout. Windturbines

Er mogen in de Waddenzee geen windturbines

x

Dit is uitgesloten in de bouwregels van de bestemming ‘Water’.

x

Datgene wat is toegestaan op grond van het Barro is mogelijk

worden geplaatst. Ontgrondingen

De zandwinning in de Waddenzee is beperkt tot het bij het regulier onder-

gemaakt in de bestemmingsom-

houd van vaargeulen en bij incidentele verdere

schrijving van de bestemming ‘Water’.

verdiepingen van delen van de hoofdvaargeulen vrijkomende zand en vrijkomend zand bij ontgrondingen ten behoeve van op grond van de derde nota

28

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

Waddenzee toegestane bouwwerken. De schelpenwinning in de Waddenzee wordt gereguleerd door contingentering en zonering. Natuur De duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van

x

n.v.t.

x

Via het hoofddoel beschreven in de bestemmingsomschrijving van

het unieke open landschap is de hoofddoelstelling. Om dit te bereiken is het beleid gericht op de duurzame bescherming en/of een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van: De waterbewegingen en de hiermee gepaard gaande geomorfologische en bodemkundige processen.

de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

De kwaliteit van water, bodem en lucht. De water- en bodemkwaliteit dienen zodanig te zijn dat

x

n.v.t.

verontreinigingen slechts een verwaarloosbaar effect hebben op flora en fauna. De flora en de fauna.

Verder uitgewerkt in een voortoets, als beschreven in paragraaf 4.5 van deze toelichting.

De landschappelijke kwaliteiten, met name rust,

x

Via het hoofddoel beschreven in

weidsheid, open horizon en natuurlijkheid inclu-

de bestemmingsomschrijving van

sief duisternis.

de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

Natura 2000-

De Europese Unie heeft

x

gebieden

het initiatief genomen

Via het hoofddoel beschreven in de bestemmingsomschrijving van

voor Natura 2000. Dit is een samenhangend net-

de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is

werk van beschermde

voorzien in de juridische waar-

natuurgebieden in Europa. Voor Nederland gaat het in

borg.

totaal om 162 gebieden, waaronder het waddengebied. Voor alle Natura 2000gebieden moeten beheerplannen opgesteld worden. Het beheerplan Natura 2000 Waddengebied gaat over de zeven Natura 2000-gebieden: Noordzee-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

29

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

kustzone, Waddenzee, Texel, Vlieland, Ameland, Terschelling en Schiermonnikoog. Het beheerplan beschrijft wat in het gebied wel en wat er niet kan om de natuur te behouden en daar waar nodig te verbeteren. Verder staan in het beheerplan de middelen en de maatregelen, die nodig zijn om de natuurdoelen te bereiken, en wie de maatregelen moet uitvoeren. Ook activiteiten die buiten het gebied plaatsvinden, maar die invloed hebben op het gebied, worden in het beheerplan beschreven. Het beheerplan laat ook zien wat de relatie is met andere plannen, zoals de Kader Richtlijn Water (KRW) en PKB Waddenzee, en hoe de maatregelen uit het beheerplan worden gehandhaafd. Tot slot geeft het beheerplan inzicht in de monitoring. De beheerplannen voor het Natura 2000 gebied Waddenzee zijn bijna af. Voor nadere informatie wordt verwezen naar http://www.waddenzee.n l/Bibliotheek.2607.0.html #c11932. Beheerrege-

Rijkswaterstaat Noord-

ling Rottum 2011-2016

Nederland, het ministerie van Economische Zaken,

x

n.v.t.

Landbouw en Innovatie (Directie Regionale Zaken vestiging Noord), Staatsbosbeheer en de provincie Groningen hebben gezamenlijk een nieuwe beheerregeling vastgesteld

30

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

voor Rottumerplaat, Rottumeroog en Zuiderduin, geldend voor de jaren 2011 tot 2016. Veiligheid De veiligheid van de bewoners van het waddengebied wordt gewaarborgd door een goede ver-

x

Voor zover gelegen binnen het verordeningsgebied, zijn primaire

dediging tegen de zee.

waterkering voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. De reserveringszones zijn gewaarborgd door de gebiedsaanduiding “veiligheidszone – dijk”.

De bereikbaarheid van de havens en de eilanden wordt gewaarborgd.

x

Menselijke ingrepen gericht op de waarborging

n.v.t. x

Via een afwijkingsmogelijkheid in

van de veiligheid voor de bewoners en gebruikers van het waddengebied zijn in beginsel toege-

de bestemming ‘Water’ is het oprichten van een wadwachtpost

staan.

mogelijk.

Visserij Mosselvisserij

De mosselcultuur wordt in

x

De beroepsvisserij is toegestaan

staat gesteld om op expe-

als een ondergeschikt gebruik aan

rimentele schaal en onder begeleiding van onderzoek

de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’.

diverse innovatieve plannen in de praktijk tot uitvoer te brengen die bijdragen aan de winning van mosselzaad vanuit alternatieve bronnen, of winning die plaatsvindt met alternatieve winningsmethoden. Als na onderzoek blijkt dat deze vorm van zaadwinning ecologische en economische voordelen biedt ten opzichte van de traditionele mosselzaadvisserij, dan is opschaling naar toepassing op een commerciële schaal mogelijk. De uitgifte van tijdelijke proefgebieden voor het verzaaien van mosselen, met een maximum van 500 ha, is in het kader van de optimalisatie van de mos-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

31

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

selpercelen toegestaan. De totale omvang van de kweekpercelen blijft gehandhaafd en wordt niet verder uitgebreid. Mosselzaadvisserij mag alleen in het voor- en najaar plaatsvinden, aan de hand van een visplan dat wordt gemonitord. Kokkelvisserij

De mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee is

x

niet toegestaan. Schelpdieren algemeen

Het handmatig rapen van schelpdieren voor eigen

Dit gebruik is uitgesloten in de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Water’.

x

Het genoemde gebruik is toegestaan als een ondergeschikt ge-

gebruik is toegestaan tot

bruik aan de bestemmingsom-

een maximum van 10 kg per persoon per dag. Met

schrijving van de bestemming ‘Water’.

het commercieel rapen van Japanse oesters wordt een kleinschalig experiment gestart. Het commercieel rapen van mosselen is verboden. Sluiting van

Een oppervlakte ter groot-

gebieden voor vormen van

te van 26% van het litoraal in de Waddenzee is per-

visserij

manent gesloten voor bodemberoerende visserij

x

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen wet- en regelgeving.

(mosselzaadvisserij, kokkelvisserij, visserij met bodemvistuigen met wekkerkettingen). Hiervoor is in de derde nota Waddenzee een toelichtende kaart opgenomen. In de voor bodemberoerende visserij gesloten gebieden is de garnalenvisserij niet toegestaan op de wadplaten (het litoraal). De visserij met overige sleepnetten, al dan niet voorzien van wekkerkettingen, is op de wadplaten (het litoraal) in het gehele gebied van de derde nota Waddenzee niet toegestaan. Zeegrasvelden en een omliggende

32

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

straal van ten minste 40 meter mogen niet worden bevist. Stabiele litorale mosselbanken en een omliggende straal van 40 meter mogen niet worden bevist. Sleepnet-

Zolang er geen aanwijzin-

visserij

gen zijn dat de sleepnetvisserij met of zonder

x

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen wet- en regelgeving.

wekkerkettingen in het sublitoraal significante ecologische effecten op het sublitorale systeem heeft, blijft deze vorm van visserij toegestaan. Het aantal vergunningen wordt echter niet meer uitgebreid. Vaste vistuigen

De visserij met vaste vistuigen zal worden geregu-

x

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen

leerd in de vorm van het

wet- en regelgeving.

instellen van visvakken of via de reguliere vergunningsvoorwaarden. De uitgifte van nieuwe visvakken is in de Waddenzee niet aan de orde. De visserij met staand want op de wadplaten wordt afgebouwd om de verdrinking van vogels in deze netten verder terug te dringen, tenzij deze visserij zodanig kan worden uitgevoerd dat verdrinking van vogels en bijvangst van zeezoogdieren in deze netten wordt geminimaliseerd. In de overige delen van de Waddenzee wordt onderzoek verricht naar de ecologische inpasbaarheid. Pierenwinning

Beleidsbesluit

In elk geval op Texel is

x

Het genoemde gebruik is toege-

een bedrijf gevestigd dat een vergunning heeft om

staan als een ondergeschikt gebruik aan de bestemmingsom-

pieren te winnen.

schrijving van de bestemming ‘Water’.

In oktober 2004 heeft het

x

De genoemde onderwerpen zijn

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

33

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

schelpdiervis-

Ministerie van Landbouw,

geregeld door middel van eigen

serij 2005-

Natuur en Voedselkwali-

wet- en regelgeving.

2020

teit het beleidsbesluit Schelpdiervisserij 2005 2020 ‘Ruimte voor een zilte oogst - Naar een omslag in de Nederlandse schelpdiercultuur’ gepubliceerd. Het beleidsbesluit schelpdiervisserij schetst het nieuwe beleid voor alle vormen van schelpdiervisserij in de Nederlandse zoute wateren. De belangrijkste kustwateren in dit verband zijn de Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde en de Voordelta.

34

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

To e t s e n

a a n

d e

4 5

w e t -

r e g e l g e v i n g

Vanuit de diverse wet- en regelgeving worden beperkingen gelegd op de gebruiksmogelijkheden van gronden. In de navolgende paragrafen zijn de voor het verordeningsgebied relevante ruimtelijke en milieukundige aspecten thematisch uiteen gezet.

4.1

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s als gevolg van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, wegen waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd en buisleidingen waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, met bijbehorende Regeling), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt, met bijbehorend Basisnet) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, met bijbehorende Regeling). De belangrijkste risicomaten zijn het plaatsgebonden risico, weergegeven in de 10-6-jaar/contour (grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten) en het groepsrisico (ontwikkelingen in het invloedsgebied getoetst aan een oriënterende waarde en aanvullende verantwoordingsplicht). Buisleidingen In het verordeningsgebied ligt een aantal leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Het Bevb bevat regels op grond waarvan leidingen, inclusief bijbehorende belemmeringenstroken, juridisch-planologisch moeten worden vastgelegd in ruimtelijke plannen. Op de betreffende gronden gelden beperkingen ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

37

In het verordeningsgebied zijn de volgende leidingen aanwezig: Gemeente

Leiding + leidingbeheerder

Diameter

Werkdruk

Belemmeringen-

[inch]

[bar]

strook in m

Ameland

Aardgastransportleiding N-505-27 (Gasunie)

8,62

40,00

4

Delfzijl

Aardgastransportleiding A-542 (Gasunie)

42,01

70,60

5

Aardgastransportleiding A-660 (Gasunie)

47,99

79,90

5

Dongeradeel

Aardgastransportleiding N-505-27 (Gasunie)

8,62

40,00

4

Eemsmond

Aardgastransportleiding 36 – 31609 (Noordergas-

35,98

111,00

5

transport) Harlingen

Aardgastransportleiding N-579-01 (Gasunie)

8,62

40,00

4

Aardgastransportleiding 01-GAS-20-ZW (Vermillion)

20,00

190,00

5

Terschelling

Aardgastransportleiding N-502-35 (Gasunie)

6,61

40,00

4

Texel

Aardgastransportleiding N-579-01 (Gasunie)

8,62

40,00

4

Vlieland

Aardgastransportleiding N-579-01 (Gasunie)

8,62

40,00

4

Aardgastransportleiding N-579-02 (Gasunie)

4,49

40,00

4

Het plaatsgebonden risico levert geen planologische beperkingen op aangezien de risicocontouren niet buiten de leidingen vallen. Ook kan een verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven vanwege de afwezigheid van ((beperkt) kwetsbare) objecten in het gebied en ook het uitblijven van nieuwe ontwikkelingen. Overige risicobronnen In het verordeningsgebied liggen geen risicovolle inrichtingen. Wel liggen kleine delen van het gebied binnen de invloedssfeer van risicovolle inrichtingen op het vasteland. De oprichting van risicovolle inrichtingen is niet mogelijk op grond van de beheersverordening. Daarnaast vindt op de Waddenzee vervoer van gevaarlijke stoffen plaats (zie figuur 3).

Figuur 3. Transportroutes gevaarlijke stoffen over water (bron: Basisnet Water)

38

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

De groene vaarwegen leggen geen planologische beperkingen op het gebied. De rode vaarwegen zorgen voor belemmeringen in de oprichting van (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast geldt er een verantwoordingsplicht bij ontwikkelingen in het invloedsgebied. In de Waddenzee is een voormalige munitiestortplaats aanwezig zoals aange-

VOORMALIGE MUNITIE

geven op figuur 4. De locatie is op de verbeelding aangeduid. Om te voorko-

STORTPLAATS

men dat de voormalige munitiestortplaats kan leiden tot mogelijke gevaarlijke situatie (bijvoorbeeld ontploffingsgevaar) is inde regels opgenomen dat alle grondroerende werkzaamheden ter plaatse van de aanduiding verboden zijn.

Figuur 4. Ligging voormalig munitieopslagdepot in de Waddenzee

Vanwege de afwezigheid van ((beperkt) kwetsbare) objecten en ook het uit-

CONCLUSIE

blijven van nieuwe ontwikkelingen kan een nadere beschouwing van het groepsrisico achterwege blijven en zijn er geen beperkingen vanuit het plaatsgebonden risico.

4.2

Kabels en leidingen Naast de leidingen zoals bedoeld in paragraaf 3.1, zijn in het gebied ook een aantal andere kabels en leidingen aanwezig. Het betreft telecomleidingen, (riool)waterleidingen en elektriciteitsleidingen.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

39

Hoogspanningsleiding In het verordeningsgebied ligt een ondergrondse hoogspanningsleiding. Deze loopt vanaf de Eemshaven in noordelijke richting naar Noorwegen (NorNedleiding). Voor de ondergrondse hoogspanningsleidingen geldt alleen een belemmeringenstrook aan weerszijde van de leiding. Binnen deze strook gelden planologische beperkingen ten aanzien van het gebruik en het bouwen. Overige (planologisch niet-relevante) leidingen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de aanwezige leidingen in een gebied, waaronder telecom- en (riool)waterleidingen. Bij graafwerkzaamheden dient op grond van Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten een graafmelding te worden gedaan om schade aan leidingen te voorkomen. Overzicht aanwezige planologisch niet relevante leidingen per gemeente: Gemeente

Leiding

Ameland

Telecomleiding (2x)

Dongeradeel

Telecomleiding (3x)

Eemsmond

Electraleidingen (4x) Telecomleiding

Schiermonnikoog

Telecomleiding (3x)

Terschelling

Telecomleiding (7x) Waterleiding

Texel

Telecomleiding (2x) Rioolwaterleiding Waterleiding

Vlieland

CONCLUSIE

Telecomleiding (2x) Electraleiding

Op grond van deze beheersverordening vinden geen ontwikkelingen plaats. Om deze reden kan een nadere beschouwing van dit aspect achterwege blijven. De aanwezige leidingen zijn beschermd via de dubbelbestemming ‘Leiding - Leidingenstrook’. De dubbelbestemming biedt geen ruimte om nieuwe leidingen mogelijk te maken. Bestaande leidingen, gelegen buiten de leidingenstrook, zijn in de betreffende bestemming mogelijk gemaakt.

40

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

4.3

Defensie Rond de Waddenzee vinden diverse militaire activiteiten plaats. In hoofdstuk 1 is reeds beschreven dat als gevolg van de militaire activiteiten specifieke regels dienen te worden opgenomen in de beheersverordening. Het betreft: -

invloed militaire (luchtvaart)terrein bij Den Helder Marine vliegkamp De Kooy en Vlieland;

-

onveilige gebieden buiten militaire terreinen.

Ten aanzien van Vlieland wordt opgemerkt dat door het Ministerie van Defensie is besloten om het patiëntenvervoer door de Search and Rescue helikopters van de Koninklijke Luchtmacht vanaf luchtvaartterrein Vlieland medio 2015 te beëindigen. Het vervoer zal door een civiele instantie worden overgenomen. In dit kader wordt de militaire aanwijzing van het luchtvaartterrein in de loop van 2015 ingetrokken en zal de Provinsje Fryslân de landingsplaats als burgerluchtvaartterrein aanwijzen. Ten tijde van het vaststellen van de voorliggende beheersverordening is het voorgaande nog niet in werking. Een en ander is weergegeven op de als bijlage bij de voorliggende toelichting gevoegde kaart ‘Militaire en burgerluchtvaart’. Obstakelbeheergebied Rond het Marine vliegkamp De Kooy bij Den Helder ligt een obstakelbeheergebied waarbinnen hoogtebeperkingen gelden op grond van het Besluit militaire luchthavens (artikel 16). Overige zones, waaronder geluidzones, liggen niet binnen het verordeningsgebied.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

41

Daarnaast gelden er hoogtebeperkingen voor bouwwerken binnen de (militaire) laagvliegroutes.

Figuur 5. Obstakelbeheergebie d (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Radarverstoringsgebied Tevens liggen in het gebied radarverstoringsgebieden van het radarstation Leeuwarden en radarstation Wier (zie navolgende kaart). Deze radarsystemen dienen een vrij zicht te hebben om goed te kunnen functioneren. Objecten in de omgeving kunnen resulteren in een verstoring van het radarbeeld waardoor hoogtebeperkingen gelden in deze gebieden. Binnen de groene gebieden geldt een hoogtebeperking van 30 meter (Leeuwarden) of 24 meter (Wier) met oplopend 0,25 graden tot een punt gelegen op 15 kilometer afstand van de antenne. Voor windmolens geldt buiten deze gebieden een aanvullende hoogtebeperking van 89 meter.

42

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

Figuur 6. Beperkingengebied Radarstations

Funnel SAR-helikopter Vlieland Op Vlieland ligt een helihaven voor de SAR-helikopter. Voor een deel heeft dit gevolgen voor het verordeningsgebied, in de zin dat de funnel behorende bij de helihaven bouwbeperkingen met zich meebrengt. Bij het wijzigen van een militaire naar een burgerluchtvaartterrein zal dit niet anders worden. Om die reden voorziet de voorliggende beheersverordening dan ook in een regeling.

Figuur 7.

Binnen de blauwe gebieden geldt een hoogtebeperking die stapsgewijs toeneemt, naar mate de funnel verder is gelegen van de feitelijke helihaven.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

43

CONCLUSIE

De van toepassing zijnde wet- en regelgeving geeft aan dat in een ruimtelijk plan obstakelbeheergebieden, radarverstoringsgebieden en funnels moeten worden opgenomen. Om hieraan tegemoet te komen, zijn diverse regelingen (gebiedsaanduidingen) opgenomen in het artikel aangaande de ‘Algemene aanduidingsregels’. Inzichtelijk is gemaakt welke beperkingen vanuit militaire doeleneinden en de helihaven invloed kunnen hebben op het verordeningsgebied. Op grond van deze beheersverordening vinden geen ontwikkelingen plaats. Bovendien maken de regels van de beheersverordening geen bouwwerken mogelijk met een bouwhoogte van meer dan 10 m. Om deze reden zijn dan ook geen bouwbeperkingen opgenomen in de diverse gebiedsaanduidingen. De opgenomen regelingen hebben dan ook geen directe gevolgen voor het verordeningsgebied.

4.4

Archeologie en cultuurhistorie 4 . 4 . 1

Beleid en wetgeving3

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (gewijzigd in 2007 via de Wet archeologische monumentenzorg) en daarmee samenhangend onder meer in de Ontgrondingenwet en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wet regelt op hoofdlijnen: -

Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem.

-

Inpassing van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening.

-

Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt.

De inpassing in de ruimtelijke ordening van de cultuurhistorische resten, waaronder archeologische resten in de (water)bodem, is nader uitgewerkt in onder andere het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op basis van de genoemde wet- en regelgeving moet bij het vaststellen van een beheersverordening rekening te houden met de cultuurhistorische waarden in het gebied, waaronder de aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. De cultuurhistorische waarden betreffen verder de historisch (steden)bouwkundige waarden en de historisch geografische waarden. Deze beheersverordening maakt weinig bodemverstorende werkzaamheden mogelijk. Dat zou ertoe kunnen leiden om geen beoordelingskader voor mogelijke bodemingrepen op te nemen. Desondanks is ervoor gekozen om via deze beheersverordening voor het hele besluitgebied wel een duidelijk afwegingskader op te nemen, zodat het bevoegd gezag (i.c. de gemeente) in voorko3

44

Deze paragraaf is opgezet met input van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed en de archeoloog van Libau/Steunpunt Monumentenzorg Fryslân.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

mende gevallen kan beoordelen of de bodemverstorende werkzaamheden doorgang kunnen vinden. 4 . 4 . 2

Waarden in het

Waddengebied

Om de omgang met cultuurhistorische resten in de (water)bodem op het niveau van deze beheersverordening te organiseren, is gebruik gemaakt van een eerste globale inventarisatie van bekende en te verwachten waarden4. Ook is gebruik gemaakt van een inventarisatie van historisch en geo(morfo)logisch kaartmateriaal en een overzicht van geomorfogenetische veranderingen in de Westelijke Waddenzee5. Ontstaansgeschiedenis Waddenzee Noord-Nederland was in de laatste ijstijd bedekt met een ijskap die reikte tot de lijn Steenwijk – Gaasterland – Wieringen – Texel. Tussen het (voormalige) eiland Wieringen en Texel schuurde de gletsjer een diep bekken uit en duwde de zandige ondergrond (keileem) zijwaarts op tot stuwwallen. Zo ontstond circa 150.000 jaar geleden het hoge, glooiende landschap van Texel, waaronder de Hoge Berg die tot circa 15 m boven NAP reikt. Aan het eind van de laatste ijstijd stond de zeespiegel ongeveer 100 meter lager en had de zee zich teruggetrokken tot ongeveer de Doggersbank. Zoals uit vondsten uit het gebied blijkt, trokken in de iets warmere perioden groepen jagers-verzamelaars het Noordzeebekken binnen om er op groot wild te jagen. Vanaf het eind van de laatste ijstijd begonnen de ijskappen onder invloed van het warmer wordende klimaat af te smelten. Dit warmere geologische tijdvak wordt het holoceen genoemd.

Met het stijgen van de zeespiegel begon het tot dan toe bewoonbare dekzandlandschap van het Noordzeebekken (waaronder Noord-Nederland) langzamerhand te verdrinken. De Waddenzee is voor het overgrote deel tussen 6000-5000 jaar geleden ontstaan. Vanaf 6000 jaar geleden ontstonden ten noorden van de huidige Waddeneilanden enkele strandwallen. Bij Texel verbond deze langgerekte strandwal zich met de eerder genoemde stuwwal. Ten gevolge van de steeds verdergaande zeespiegelstijging veranderde het noordwesten van Fryslân, het huidige Lauwersmeergebied en het overgrote deel van Groningen in een waddengebied. Vanaf circa 1000 v. Chr. ontstond langs de noordelijke kust een kwelderlandschap. Vanaf 600 v. Chr. zijn de eerste boeren dit gebied ingetrokken om zich 4

Mennens in voorbereiding: Ontstaansgeschiedenis Waddenzee, Groningen.

5

Manders, M., S. van den Brenk en M. Kosian, in voorbereiding: Rapportage Historisch GeoMorfologische Kaartenset Waddenzee, RCE Amersfoort.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

45

te vestigen op de kwelder- en oeverwallen. Eerst in nederzettingen direct op de kwelder – zogenaamde vlaknederzettingen en later bij stijging van de zeespiegel op door mensenhanden opgeworpen verhogingen, de terpen en wierden. Rond 800 na Chr. zorgden stormvloeden voor grootschalige overstromingen in het reeds bewoonde kwelderlandschap. Via het Lauwersestuarium (tussen Groningen en Fryslân) kon de zee rond 800 tot ver het kleigebied en het achterliggende veengebied van Groningen en Fryslân binnendringen. Debet daaraan waren ook de eerste ontginningen die in die tijd in het veengebied in gang waren gezet. Ten gevolge van deze inbraken ontstonden de Lauwerszee en de Middelzee. In beide gebieden ontstonden brede, diepe geulen en werden kwelderwallen met terpen en wierden weggeslagen. Bij de inbraak van de Lauwerszee ontstonden het eiland Humsterland en het schiereiland Middag (provincie Groningen). Vanaf circa 1100 na Chr. werd de kust van Groningen en Fryslân bedijkt. Nog tot in de 13de eeuw kon men de eilanden te voet bereiken over het wad. In december 1287 vond er een grote stormvloed plaats, de Sint-Luciavloed, waarbij de eilanden afgesneden raakten van het kustgebied. De Dollardboezem heeft zijn grootste omvang aan het begin van de 16 e eeuw gekregen, door de Cosmas en Damianusvloed op 26 september 1509.

Archeologische en cultuurhistorische resten Uit bovenstaande blijkt dat in het gebied sporen daterend vanaf de vroege prehistorie voor kunnen komen. Het is bekend dat de hogere delen nog tot in de Romeinse Tijd en weer vanaf de middeleeuwen bewoond werden. Vanaf de volle middeleeuwen wordt het gebied van groot belang als knooppunt voor de scheepvaart en overzeese handel. Volgend uit bovenstaande ontwikkeling, het belang van het gebied in de middeleeuwen en nieuwe tijd en de genoemde inventarisatie, is in ieder geval sprake van de volgende structuren en elementen. Het betreft geen uitputtende lijst. Archeologische waarden In de Waddenzee komen de volgende archeologische waarden voor: -

resten van het pre- en protohistorisch landschap, met mogelijk resten van bewoning;

-

historische scheepswrakken en vliegtuigwrakken;

-

verdronken dorpen bij de eilanden Vlieland, Schiermonnikoog en Ameland;

-

verdronken dorpen, kerken en kloosters in de Dollard;

-

verdwenen eilanden en zandplaten, zoals het middeleeuwse Griend en het eiland Bosch;

-

verdronken delen van de kust in Groningen (bij Delfzijl en de EemsDollard) en Fryslân (bij Anjum, Wier en vanaf Harlingen tot aan Gaasterland).

46

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

Cultuurhistorische waarden In het buitendijkse gebied van de Waddenzee komen in ieder geval de volgende cultuurhistorische waarden voor: -

strekdammen en landhoofden langs de waddenkust en op Vlieland langs de Noordzeekust;

-

restanten van palenrijen en palenschermen langs de zeedijken;

-

dobbes, kadijken, sluisjes, rijsdammen, restanten van een smalspoor, een spoorbruggetje en een bunker uit WO II in het buitendijkse polderen kweldergebied voor de kust van Ferwerderadiel en tevens wordt opgemerkt dat bunkers in diverse gemeenten voorkomen;

-

de havenwerken van een aantal historische havens langs de Waddenzee, zoals Termunterzijl, Noordpolderzijl en Harlingen;

-

historische bakens en kapen op platen (Boschplaat, de Noordvaarder, Engelsmanplaat) en eilanden (Rottumeroog, Vlieland, Texel, Ameland, Terschelling, Schiermonnikoog) of op land- en havenhoofden;

-

in zee verdwenen dijken ten zuidoosten van Delfzijl, langs de Friese kust bij Harlingen en aan de zuidkant van Terschelling;

-

restanten van de dam van Holwerd naar Ameland uit 1871-1872 ten behoeve van landaanwinning;

-

de Pollendam uit 1874 ten westen van Harlingen: een belangrijke stroombegeleider om de vaarweg naar Harlingen op diepte te houden;

-

rijksgetijmeters bij Roptazijl en Harlingen;

-

de Afsluitdijk (1932) en de zeedijk die de voormalige Lauwerszee afsluit (1969).

Cultuurlandschappelijke waarden -

landaanwinningswerken in de Dollard en langs de waddenkust van Groningen en Fryslân;

-

buitendijkse polders voor de kust van Ferwerderadiel;

-

de Makkumerwaard voor de kust van Makkum;

-

de Punt van Reide ten oosten van Termunten (gemeente Delfzijl) met daarop een wierde en de restanten van schansen en huizen;

-

historische vaargeulen.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

47

Figuur 8. Links een palenscherm bij Moddergat (bron: Google Maps). Rechts de resten van palen van een baak op de Engelsma nplaat (bron: www.verdronkengeschiedenis.nl)

De kennisvergaring over archeologische en cultuurhistorische resten in het waddenzeegebied is nog volop in ontwikkeling. Voor sommige deelgebieden is de kennis al verder ontwikkeld zoals blijkt uit het onderzoek van Marjan Vroom ‘Gras upt Werp’6. Het is een landschapshistorische beschrijving over NoordFriesland Buitendijks. Dit gebied herbergt tal van cultuurhistorische relicten. Over die relicten heeft de gemeente Ferwerderadiel ook een inventarisatiekaart Erfgoed aangeleverd (zie afbeelding hierna). Dergelijke informatie is betekenisvol en kunnen betrokken worden bij afwegingen zodra de ruimtelijke inrichting moet veranderen.

Figuur 9. Overzichtskaart met archeologische, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden van de Waddenzee en het dee l van

het

IJsselmeer

behorend

bij

de

gemeente

Súdwest -Fryslân

(blauw - buiten onderhavig plangebied) (bron: RAAP/Periplus 2014)

6

Marjan Vroom, ‘Gras upt Werp’ Landschapsbiografie en draagvlakanalyse voor het huidige beheer van het kwelderlandschap van Noord-Friesland Buitendijks. Masterscriptie Landschapsgeschiedenis Rijksuniversiteit Groningen, augustus 2013.

48

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

Figuur 10. Cultuurhistorische aspecten in het buitendijks gebied van Ferwerderadiel (bron: inventarisatie Erfgoed 2013, aange leverd door gemeente Ferwerderadiel) 4 . 4 . 3

Waarden

vertaald

naar

beschermingsrege-

ling

Monumenten Verspreid over het gebied komt een groot aantal scheepswrakken voor, onder andere samenhangend met visserij, handel op de Oostzee en de activiteiten van de Verenigde Oostindische Compagnie.

Figuur 11. Archeologische monumentenkaarten van de gemeenten Texel en Eemsmond met daarop aangegeven de genoemde terreinen (rode vlakjes) (bron: ARCHIS van de RCE)

Van slechts een deel van deze wrakken is de exacte locatie bekend. Een voorbeeld daarvan bevindt zich ten oosten van Texel, in het gebied van de Rede van Texel, waar een cluster van scheepswrakken is aangewezen als wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument. Ook is een planologisch te beschermen terrein voor de kust van Eemsmond aangewezen.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

49

Er komen binnen het besluitgebied enkele gebouwde rijksmonumenten voor zoals de kaap van Rottumeroog. Deze objecten zijn op grond van de monumentenwet beschermd en hoeven vanwege hun zichtbaarheid geen aanvullende planologische bescherming. Andere waarden Buiten de monumenten zijn er verschillende andere archeologische resten bekend binnen het besluitgebied. De inventarisatie daarvan is bekend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), maar is niet in deze beheersverordening gepubliceerd. Dat zou mogelijk kunnen leiden tot ongewenste bezoeken van deze locaties. Maar er zijn vermoedelijk ook archeologische waarden die nog niet bekend zijn. Om deze bekende en nog niet bekende waarden te beschermen ligt het voor de hand om het gebied te beschermen waar deze waarden voorkomen of mogen worden verwacht. Om deze gebieden te identificeren is gebruik gemaakt van de eerder genoemde inventarisatie van historisch en geo(morfo)logisch kaartmateriaal. Daarbij zijn voor het westelijke deel van de Waddenzee de historische en recente waterdieptes in kaart gebracht, gebruik makend van historische navigatiekaarten en lodingsgegevens. Wanneer deze gegevens gecombineerd worden, is het mogelijk om erosie- en sedimentatiepatronen in beeld te brengen7.

In de recent aangezande pakketten zullen zich in principe geen archeologische resten bevinden, afgezien van resten van wrakken daterend in de laatste eeuw, waaronder scheeps- en vliegtuigwrakken uit WOII8. In de gebieden waar geen sprake is van recente aanzanding, kan wel sprake zijn van waardevolle archeologische resten. Het ligt voor de hand om de gebieden waarvan bekend is dat daar geen recente aanzanding heeft plaatsgevonden, te beschermen. Omdat onvoldoende bekend is of er binnen die gebieden onderscheid kan worden gemaakt ten aanzien van de kans op aanwezigheid van archeologische waarden, bestaat er geen aanleiding om binnen deze gebieden onderscheid te maken tussen gebieden met een hoge of lage verwachtingswaarde. Op basis van de mate van verzanding van het westelijk deel van de Waddenzee zijn gradaties in dieptevrijstelling op basis van NAP gegeven. Dit is verwerkt in de planregels en de betreffende locaties zijn zichtbaar gemaakt op een kaartbeeld dat als bijlage bij de regels is gevoegd. 7

8

Manders, M., S. van den Brenk en M. Kosian, in voorbereiding: Rapportage Historisch GeoMorfologische Kaartenset Waddenzee, RCE Amersfoort. De aanwezigheid van in de laatste eeuw vergane wrakken, waaronder scheeps- en vliegtuigwrakken uit WOII, kunnen niet worden uitgesloten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met relevante wet- en regelgeving (Defensie, niet-gesprongen explosieven, grafrust).

50

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

Voor het oostelijke deel van de Waddenzee zijn deze dieptegegevens (nog) niet nader in kaart gebracht en geanalyseerd zijn. Daarom geldt er voor het oostelijk deel van de Waddenzee geen dieptevrijstelling. Binnen het plangebied is een aantal vergunningen afgegeven voor baggeractiviteiten in verband met onder meer de schelpenwinning. Gelet op deze vergunde situaties is het niet opportuun om daar een beschermend regime ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie op te leggen. De betreffende gebieden zijn dan ook uitgesloten van een dubbelbestemming. Wel blijven de opmerkingen aan het eind van deze paragraaf van kracht. Vergunde verstoringen Binnen het besluitgebied zijn voor diverse gebieden vergunningen verleend voor ontzanding en schelpenwinning. Het ligt voor de hand dat de vergunde gebieden (in ieder geval tot de bodemdiepte waarvoor de vergunning is verleend) niet worden beschermd. Als gevolg van het bovenstaande is met uitzondering van de gebieden waarvoor baggervergunningen zijn verleend, de ‘Waarde – Cultuurhistorische waarden’ toegekend. In deze gebieden geldt volgens de planregels een passende bescherming die als volgt is opgebouwd: 1.

Bescherming van archeologische waarden voor zover de aanduiding ‘archeologisch monument’.

2.

Streven naar behoud voor gronden die zijn aangeduid met ‘archeologisch waardevol terrein’.

3.

Voor ieder ander gebied geldt dat bodemroerende werkzaamheden groter dan 50 m2 alleen mogelijk zijn indien op basis van archeologisch onderzoek dit verantwoord kan plaatsvinden. Deze verplichting geldt niet voor de bodems tot aan de aangegeven diepten, zoals die in de bijlage bij de toelichting opgenomen kaart9 zijn aangegeven. Hier kunnen tot de aangegeven diepte bodemroerende werkzaamheden worden toegestaan zonder archeologisch onderzoek. Vanwege het dynamische karakter van het wad kan het zijn dat de feitelijke bodemdiepte afwijkt, alsdan blijft de maatvoering van de bijlage bepalend voor het al of niet noodzakelijk zijn van onderzoek.

Opmerking In algemene zin is de meldingsplicht van toepassing: indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden (ondanks vooronderzoek) onverhoopt toch zaken worden aangetroffen waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat het mogelijk archeologisch waardevolle objecten betreft, dienen deze te worden ge-

9

Vanwege de leesbaarheid en bruikbaarheid van de betreffende kaart, wordt in de planregels een doorverwijzing gemaakt naar de digitale versie van deze kaart.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

51

meld bij de Minister, namens deze bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed10.

4.5

Ecologie Vanuit het aspect ecologie vormen de gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet, 1998) en soortenbescherming (Flora en faunawet, 2002) het toetsingskader bij ruimtelijke plannen. Ten aanzien van de gebiedsbescherming gaat het om de invloed van het ruimtelijk plan op de Natura 2000-gebieden, beschermde natuurmonumenten (waaronder Wetlands) en de Ecologische Hoofdstructuur. Daarnaast geldt vanuit de Flora- en faunawet een zorgplicht voor (beschermde) soorten. De Waddenzee heeft een grote (unieke) ecologische waarde en is als gebied beschermd. Uit paragraaf 1.3 is reeds gebleken dat op het gebied diverse (beschermende) regels van toepassing zijn die integraal worden opgenomen in de beheersverordening. Als gevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is voor de Waddenzee een beheerplan in voorbereiding. In dit beheerplan - looptijd 2015-2021 - zijn (instandhoudings)doelen vastgelegd ter bescherming van de aanwezige plantenen diersoorten inclusief hun habitatten en de maatregelen om deze doelen te bereiken. In het kader van de planologische uitvoerbaarheid en het zorgvuldigheidsbeginsel dienen gemeenten bij het opstellen van een nieuwe juridisch/planologische regeling voor hun grondgebied op voorhand rekening te houden met de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. Dit is overigens ook in artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 bepaald.

Op grond van artikel 19j, lid 2 van de Natuurbeschermingswet 1998 (kortweg: NB-wet) moet een Passende Beoordeling worden gemaakt voor een plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significant negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied. De beheersverordening heeft een conserverend karakter waardoor geen significante effecten op de Natura 2000-gebieden worden verwacht. Om dit vast te stellen, is een voortoets uitgevoerd. In deze voortoets zijn de mogelijke effecten van de beheersverordening in beeld gebracht op de Natura 2000-gebieden binnen het verordeningsgebied, maar ook de nabijgelegen Natura 2000-

10

52

Artikel 53 Monumentenwet.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

gebieden. Uit de voortoets blijkt dat de beheersverordening niet leidt tot (significant) negatieve effecten, waardoor de beheersverordening als uitvoerbaar mag worden beoordeeld. Er bestaat dan ook geen noodzaak voor het opstellen van een passende beoordeling en bestaat er dientengevolge geen noodzaak voor het opstellen van een planMER op dit punt. De voortoets is als separate bijlage bij deze toelichting opgenomen. Ten slotte zijn delen van de Waddenzee aangewezen als (al dan niet gehele jaar) voor mensen niet toegankelijk gebied, de zogenoemde artikel 20gebieden11. De begrenzing van deze gebieden en de periode waarin zij gesloten zijn voor de mens, kunnen binnen het kader van de Nbw 1998 steeds op basis van onderzoek worden aangepast. Daarmee kan de rust van vogels en zeehonden goed worden beschermd. Omdat de Nbw 1998 een goed juridisch kader biedt voor de begrenzing, de bescherming en de handhaving van de artikel 20gebieden, is in de beheersverordening geen nadere specifieke regeling opgenomen.

4.6

Water Het waterbeheer van de Waddenzee ligt in handen van Rijkswaterstaat. Door functies als waterafvoer en waterberging tezamen met functies als scheepvaart en natuur, heeft de Waddenzee een hoog beschermingsniveau. Zoals in de beschrijving van het rijksbeleid en provinciaal beleid (hoofdstuk 2) reeds naar voren is gekomen, kennen diverse waterhuishoudkundige werken een beschermingsregime. Het betreft de volgende voorzieningen: -

Kustfundament (zones tussen en ten noorden van de eilanden).

-

(Zones rond) primaire waterkeringen ((zones rond) dijken en duinen op het vasteland).

De bescherming en versterking van deze waterhuishoudkundige werken inclusief bijbehorende zones zijn geborgd in de beheersverordening, door middel van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ en een gebiedsaanduiding “reserveringzone – dijk”. Deze aanduiding borgt het belang van de goede en veilige instandhouding van de waterkeringen.

11

Artikel 20 van de Natuurbeschermingswet 1998. Het ministerie van LNV DRZ Noord is bevoegd om jaarlijks de toegang tot ecologisch waardevolle en verstoringgevoelige gebieden in het Waddengebied te beperken op grond van artikel 20 van de Nb-wet 1998. Deze (tijdelijke) afsluiting van gebieden vindt plaats, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor de bescherming van de natuurwaarden van het Waddengebied. Door de (natuurlijke) dynamiek van het Waddengebied vindt vrijwel ieder jaar een actualisatie plaats van de begrenzing en de periode van aanwijzing van deze zogenaamde artikel 20-gebieden.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

53

4.7

Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wet geluidhinder voorziet rond de daartoe aangewezen industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in geluidzones. Bij oprichting van geluidsgevoelige bebouwing in deze zones dient te worden getoetst aan de wettelijke voorkeursgrenswaarden. Wat betreft de aspecten wegverkeerslawaai en spoorweglawaai zijn er geen planologische beperkingen voor het verordeningsgebied. Wel liggen delen van het verordeningsgebied binnen de geluidszone (50 dB(A) contour) van een gezoneerd industrieterrein. Het betreft de volgende terreinen: -

Eemshaven;

-

Industrieterrein haven Delfzijl;

-

Industriehaven Harlingen.

Ook hiervoor geldt dat vanwege de conserverende aard van deze beheersverordening en de afwezigheid van mogelijkheden tot oprichting van geluidsgevoelige bebouwing, er geen belemmeringen zijn omtrent de uitvoerbaarheid. Wel is de geluidszone rond de voorgenoemde industrieterreinen juridisch verankerd in de beheersverordening door het opnemen van de gebiedsaanduiding “geluidzone – industrie” op de verbeelding en in de regels.

4.8

Plan-m.e.r. Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst van het Besluit die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De voorliggende beheersverordening heeft een consoliderend karakter. De milieueffecten van de beheersverordening zijn in de voorgaande paragrafen beschreven. Hieruit blijkt dat de activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben (grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, de ruimtelijke consequenties van het plan zijn beperkt e.d.). De beheersverordening geeft geen aanleiding voor een vervolgonderzoek in het kader van een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling.

54

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

4.9

Andere aspecten Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat naast de in dit hoofdstuk benoemde omgevingsaspecten ook de aspecten bedrijvigheid (waaronder de beroepsvisserij, pierenwinning, gaswinning en de winning van zand en schelpen), bodem, luchtkwaliteit en geur een rol spelen in ruimtelijke plannen. Hierover het volgende: De beheersverordening heeft een conserverend karakter; de bestaande situatie in het verordeningsgebied wordt opnieuw vastgelegd en er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Om deze reden heeft de beheersverordening geen (negatieve) invloed op de voorgenoemde aspecten. Omgekeerd geldt hetzelfde: voor de genoemde aspecten treden geen belemmeringen op in de uitvoerbaarheid van het ruimtelijk plan. Daarbij de opmerking dat uit de geldende wet- en regelgeving geen verplichting voortvloeit tot het opnemen van aanvullende juridisch/planologische regelingen. Een nadere beschouwing van deze omgevingsaspecten is daarom achterwege gelaten.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

55

6

J u r i d i s c h e v o r m g e v i n g

5.1

Algemeen Gezien het laag dynamische karakter van de Waddenzee en een deel van de Noordzee is ervoor gekozen om het geldend ruimtelijk regiem te herzien door middel van het instrument beheersverordening. Binnen het plangebied worden geen ontwikkelingen verwacht. Hoewel de beheersverordening in beginsel ‘vormvrij’ is, dient wel te worden voldaan aan de wettelijke vereisten van artikel 3:38 Wro e.v. Wordt een beheersverordening voor een verordeningsgebied vastgesteld, dan dient het beheer van een gebied overeenkomstig het bestaande gebruik te worden geregeld. De kennisgeving van een besluit tot vaststelling van een beheersverordening geschiedt tevens langs elektronische weg. Voor een beheersverordening geldt een geldigheidstermijn van 10 jaar. Een beheersverordening kan een omgevingsvergunning voor slopen en werken en werkzaamheden bevatten. Ook mogen in een beheersverordening afwijkingsmogelijkheden worden opgenomen. Uiteraard zijn hier grenzen aan gesteld, immers het beherende karakter van een beheersverordening brengt mee dat de regels geen ontwikkelingen mogen inhouden. Een bestemmingsplan vervalt, op het moment dat een beheersverordening inwerking treedt. Andersom geldt dit ook. Ook is artikel 139 van de Gemeentewet van toepassing op de beheersverordening. Hierin is bepaald dat een gemeentelijke verordening niet verbindt dan wanneer zij is bekendgemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8440cb1f-20ed-47e1-afd7-331f5ff3dee4