CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee (24-12-21)

Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Beheersverordening Waddenzee22.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee ontwerp

beheersverordening

Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee ontwerp

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Gebied beheersverordening 1.3 Leeswijzer

7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Wijzigingen 2.1 Archeologie 2.2 Vrijwaringszone vaarweg 2.3 Booreilanden en andere offshoreinstallaties 2.4 Vergroting besluitgebied beheersverordening

9 9 11 12 12

Hoofdstuk 3

13

Planologische randvoorwaarden

Hoofdstuk 4 Juridische toelichting 4.1 Algemeen 4.2 Regels

15 15 15

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

19 19 19

Bijlagen toelichting

21

Bijlage 1 Toelichting en bijlagen 'Beheersverordening Waddenzee en Noordzee' (vastgesteld op 13 juli 2015)

23

Bijlage 2

255

Archeologische verwachtingenkaart waterbodem

Regels

259

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

261 261 267

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Water Leiding - Leidingstrook Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

269 269 273 275 277 279 281

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

283 283 285 287

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgang- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

289 289 291

Bijlagen regels

293

Bijlage 1

294

Inventarisatie bestaand gebruik

3

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Bijlage 2

Gemeentelijke inventarisatie

316

Bijlage 3

Erecode dagrecreatief medegebruik

330

Bijlage 4

Obstakelbeheer funnel SAR Vlieland

335

4

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Toelichting

5

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

6

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor het project ‘Beheersverordening Waddenzee en Noordzee’ is een basisverordening ten behoeve van de Waddenzee en deel van de Noordzee opgesteld. Voor deze aanpak is gekozen omdat in het project een groot aantal deelnemers participeert, waaronder de gemeente Texel. De gemeente Texel heeft de 'Beheersverordening Waddenzee en Noordzee' vastgesteld op 13 juli 2015. Sinds de vaststelling zijn een viertal wijzigingen gewenst. Voorliggende beheersverordening voorziet in deze herziening. 1. 2.

3.

4.

Er is op 10 november 2021 een nieuwe archeologische verwachtingenkaart vastgesteld. Deze verwachtingenkaart is vertaald in de illustratie behorende bij voorliggende beheersverordening. De vrijwaringszone (de zone aan weerszijden grenzend aan een rijksvaarweg) uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is vertaald in de illustratie behorende bij voorliggende beheersverordening. Booreilanden en andere offshoreinstallaties zijn in de huidige beheersverordening niet toegestaan. De gemeente Texel heeft tot op heden geen omgevingsvergunningen verleend voor boorplatforms. De verbodsregel wordt niet gewijzigd, maar is duidelijker geformuleerd in de regels van voorliggende beheersverordening. Het vigerende besluitgebied wordt iets vergroot, zoals in navolgende paragraaf 1.2 wordt uiteengezet.

In de toelichting die nu voorligt wordt alleen ingegaan op de wijzigingen. Voor het overige blijft de toelichting uit 2015 van kracht (zoals beleid, beleid per thema en toets aan wet- en regelgeving). Die toelichting is als bijlage bij deze beheersverordening is opgenomen (Bijlage 1) en is eveneens separaat te raadplegen via ruimtelijkeplannen.nl.

1.2

Gebied beheersverordening

Voorliggende beheersverordening omvat vrijwel hetzelfde besluitgebied als de vigerende 'Beheersverordening Waddenzee en Noordzee' (vastgesteld op 13 juli 2015). Navolgende figuur geeft de begrenzing weer van de vigerende beheersverordening.

7

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Figuur 1.1: Begrenzing gebied vigerende beheersverordening (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Het vigerende besluitgebied wordt een klein beetje vergroot. Bij de totstandkoming van de vigerende beheersverordening was een stukje kustlijn buiten het besluitgebied gelaten. In verband met de werkzaamheden aan de Prins Hendrik Zanddijk in het kader van een omvangrijke dijkversterking (in de vorm van een zanddijk met natuurontwikkeling) was uit praktisch oogpunt gekozen om een klein stuk kustlijn buiten het gebied van de vigerende beheersverordening te laten. Deze werkzaamheden zijn nu afgerond, waardoor het gebied wel kan worden meegenomen in de nieuwe beheersverordening. Dit gebied valt nog in het plangebied van het analoge bestemmingsplan Waddengebied 1985. In het kader van de invoering van de Omgevingswet is dit het laatste stukje grondgebied van gemeente Texel waarvoor nog geen digitaal plan geldt.

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de wijzigingen in de beheersverordening. Een omschrijving van de milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, is opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 betreft de juridische toelichting van de verordeningsregels. Ten slotte zet hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid uiteen.

8

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 2

Wijzigingen

Sinds de vaststelling van de vigerende beheersverordening (2015) zijn een viertal wijzigingen gewenst. Voorliggende beheersverordening voorziet in deze herziening.

2.1

Archeologie

2.1.1

Inleiding

Sinds 2007 heeft de gemeente Texel eigen archeologiebeleid waarin van het algemene Rijksbeleid wordt afgeweken. De directe aanleiding voor het opstellen van een gemeentelijk archeologiebeleid was de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) die op 1 september 2007 in werking is getreden. In opdracht van de gemeente Texel heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie in 2007 de archeologische beleidskaarten en de bijbehorende toelichting voor de gemeente Texel opgesteld. Deze archeologische beleidskaart en bijbehorende toelichting zijn in 2012 geactualiseerd. De waterbodem maakte onderdeel uit van de beleidskaart, maar er waren geen concrete beleidsregels opgenomen. In 2020 is alsnog een archeologische beleidskaart voor de waterbodem opgesteld, hiermee geeft de gemeente Texel een verdere impuls voor het behoud van het maritieme erfgoed. Op 10 november 2021 is de nieuwe archeologische verwachtingenkaart vastgesteld. 2.1.2

Totstandkoming archeologische verwachtingenkaart waterbodem

Het doel van de archeologische verwachtingenkaart voor de waterbodem vormt primair de bescherming van de archeologisch relevante en waardevolle wrakresten en objecten. Het kan hier gaan om scheepswrakken, vliegtuigwrakken, delen van de scheepsinventaris en lading. Naast het beschermen van bekende wrakken, moeten ook locaties waar nog archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn, worden gevrijwaard van verstorende ingrepen als schelpen- en zandwinning. Op de waterbodem van de gemeente Texel ligt een aantal wrakken waarvan de positie is geverifieerd en waarvan de staat wordt gecontroleerd. Maar daarnaast zijn er honderden meldingen van 'objecten', waarvan het niet duidelijk is wat dit zijn en of ze archeologische waarde hebben. De bekende wrakken waarvan de staat regelmatig wordt gecontroleerd zijn eenvoudig te beschermen. Het is immers mogelijk om een zone om het wrak weer te geven op de beleidskaart en daar een hoge archeologische waarde aan toe te kennen. De gemeente Den Helder heeft bijvoorbeeld een beschermde zone van 100 m2 opgenomen rond de bekende wrakken. De situatie op Texel vraagt echter om een andere aanpak aangezien de waterbodem continue in beweging is, waardoor het onmogelijk is om de huidige bekende locaties allemaal te beschermen.

Immers, binnen korte tijd kunnen deze wrakken ook weer zijn verspoeld, begraven onder het zand of in diepere geulen terecht zijn gekomen. De beleidskaart moet hiernaast ook rekening houden met locaties waar onbekende wrakken verwacht worden en kunnen blootspoelen. De vele meldingen en het gegeven dat een groot deel hiervan niet is geverifieerd, maken een objectgerichte bescherming van maritieme archeologie niet zinvol. Daarom is gekozen voor een gebiedsgerichte kaart, waarin niet de individuele meldingen het uitgangspunt vormen, maar de locaties waar scheepswrakken worden verwacht of bedreigd. Een uitzondering hierop is het Rijksmonument Burgzand Noord, een langwerpig gebied waarbinnen inmiddels 21 wrakken een rijksmonumentale status hebben gekregen en bescherming genieten. Voor de beleidskaart zijn historische dieptemodellen vergeleken met huidige lodingsgegevens van Rijkswaterstaat. Deze gegevens zijn gecombineerd tot een erosie- en zandsuppletiemodel; hiermee wordt inzichtelijk op welke gebieden zand wordt afgezet en waar juist zeebodemerosie plaatsvindt. Met name de gebieden waar zand wegspoelt onder invloed van het getij, zijn de aandachtsgebieden voor de maritieme archeologie omdat hier nieuwe vondsten, wrakken of andere structuren bloot komen te liggen. De locaties waar zand wordt afgezet zijn, archeologisch gezien, minder van belang.

Zelfs bij bekend, waardevol erfgoed, vormt afdekking door zand een veilige methode voor behoud in situ. De plekken waar zandsuppletie plaatsvindt, kennen op de kaart dan ook een lagere archeologische verwachting, de kans dat hier onbekende wrakresten tevoorschijn komen is zeer klein.

9

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

2.1.3

Vertaling verwachtingenkaart in voorliggende beheersverordening

Onderstaand is de nieuwe archeologische verwachtingenkaart weergeven 'onderwaterarcheologie'. De verwachtingenkaart is ook opgenomen in Bijlage 2.

voor

de

Figuur 2.1: Archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Texel) In de kaart zijn gebieden aangegeven die in categorieën zijn onderverdeeld: 1. 2. 3.

4.

5.

Beschermd gebied (rood): Dit is het Rijksmonument bij het Burgzand Noord. Dit gebied valt, ook wat betreft de vergunningverlening, onder de Rijksoverheid. Zeer kansrijke gebieden (donkeroranje): Dit zijn de zones met veel bekende scheepswrakken en waar langzaam erosie plaatsvindt. Hierdoor kunnen nieuwe wrakken aan het licht komen. Kansrijke gebieden (lichtoranje): Dit zijn de zones waar enkele bekende scheepswrakken liggen en waar lichte erosie of zandsuppletie plaatsvindt. Door de dynamiek van de onderwaterbodem of door menselijk handelen kunnen hier nieuwe wrakken worden gevonden. Kansarme gebieden (lichtblauw): Deze gebieden kennen een sterke zandsuppletie, waardoor de eventueel aanwezige resten worden afgedekt door (dikke) pakketten zand. Gebieden die volledig droog vallen bij eb, of juist sinds 1925 zeer diep zijn uitgesleten worden hier ook onder geschaard. Land of droogvallend (grijs): Dit zijn evenals de onder 4 genoemde gebieden kansarme gebieden. De gebieden aangeduid als land of droogvallend (grijs) hebben geen archeologische verwachtingswaarde (meer). Dit betreft voornamelijk het gebied ten noordoosten van Texel.

Waarde Archeologie 1

Archeologische waarde

Bouwen

Werken en werkzaamheden

Rijksmonument, beschermd op rijksniveau.

Verbod. Vergunningsstelsel Verbod. Vergunningsstelsel loopt loopt op rijksniveau (RCE) op rijksniveau (RCE)

10

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Waarde Archeologie 2

Zeer kansrijke gebieden

Verbod. *

Verbod. *

Waarde Archeologie 3

Kansrijke gebieden

Verbod. * Van dit verbod kan onder voorwaarden middels een binnenplanse omgevingsvergunning worden afgeweken.

Verbod. * Van dit verbod kan onder voorwaarden middels een binnenplanse omgevingsvergunning worden afgeweken.

Waarde Archeologie 4

Kansarme gebieden

Vergunningsvrij. Bouwen Vergunningsvrij. Uitvoering conform enkelbestemming, conform enkelbestemming, mits mits MZI's niet binnen 50 m toevalsvondsten cf. de Erfgoedwet van een bekend wrak worden gemeld. worden geplaatst en mits toevalsvondsten cf. de Erfgoedwet worden gemeld.

-

Vrijgegeven gebieden N.v.t.

N.v.t.

* Een uitzondering geldt voor het documenteren van archeologische resten uit noodzaak, bedreiging of wens tot wetenschappelijk onderzoek. Hieraan zijn voorwaarden gesteld.

2.2

Vrijwaringszone vaarweg

Rond de veerhaven van 't Horntje op Texel geldt een vrijwaringszone voor de scheepvaart. Deze vrijwaringszone bestond in de praktijk al, maar was niet formeel vastgelegd. De zone was al wel beschreven in de wettekst van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In artikel 2.1.2 van het Barro is aangegeven dat "een vrijwaringszone wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet". De breedte van een vrijwaringszone verschilt per klasse rijksvaarweg en wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg. Voor havenuitvaarten bedraagt deze 50 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg binnen een afstand van 300 meter van de havenuitvaart. Bij 't Horntje is sprake van een hoog frequent scheepvaartverkeer dat een haventoegang kruist. Beperking van zichtlijnen en/of zichtbaarheid van scheepvaarttekens en bakens hebben direct effect op de veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer. Uit artikel 2.1.3 van het Barro volgt dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan (en beheersverordening, zoals volgt uit Barro art.

1.1 onder 2) dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone, en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan (of beheersverordening), rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. b. c. d. e.

de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en; het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.

De vrijwaringszone wordt vertaald in de illustratie behorende bij voorliggende beheersverordening. De planregels worden aangevuld op basis van artikel 2.1.3 van het Barro.

11

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

2.3

Booreilanden en andere offshoreinstallaties

Er mogen in de Waddenzee geen booreilanden en andere offshore-installaties worden geparkeerd. Er werd door het rijk een uitzondering gemaakt voor de bestaande tijdelijke parkeerfaciliteit in het Gat van de Stier tussen Den Helder en Texel. Op deze locatie mogen, in afwachting van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden in de haven van Den Helder, maximaal twee offshore-installaties worden geparkeerd voor maximaal drie maanden per jaar. In de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Water’ is het gebruik van gronden ten behoeve van het parkeren van al dan niet tijdelijke offshore-installaties niet toegestaan, met uitzondering van bestaande parkeerlocaties. Echter, er zijn geen bestaande booreilanden en andere offshoreinstallaties geparkeerd in de wateren van de gemeente Texel. Het verbod wordt duidelijker geformuleerd in de regels van voorliggende beheersverordening. De zinssnede 'met uitzondering van bestaande parkeerlocaties' wordt geschrapt.

2.4

Vergroting besluitgebied beheersverordening

Tot slot wordt het vigerende besluitgebied iets vergroot, zoals in paragraaf 1.2 is uiteengezet.

12

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 3

Planologische randvoorwaarden

Sinds de vaststelling van de huidige beheersverordening (2015) zijn een viertal wijzigingen gewenst. Voorliggende beheersverordening voorziet in deze herziening. Er vindt in feitelijk opzicht geen toename van bouw- en gebruiksmogelijkheden plaats. De regeling voor de booreilanden en offshoreinstallaties wordt slechts verduidelijkt in de planregels. De vrijwaringszones worden op basis van rijksregels vastgelegd in de beheersverordening. Voor de vrijwaringszones wordt weliswaar een regeling opgenomen, maar leidt er niet toe dat onevenredige ruimtelijke effecten optreden waardoor belangen van derden worden aangetast. De wijziging van de beschermingsregels voor archeologie vloeien voort uit de nieuwe gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart voor de waterbodem. Door het vergroten van het besluitgebied wordt het laatste stukje grondgebied van gemeente Texel gedigitaliseerd. Dit gebied valt nog in het plangebied van het analoge bestemmingsplan Waddengebied 1985.

13

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

14

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische toelichting

Algemeen

De voorliggende beheersverordening bestaat uit: a. b. c.

een verbeelding van het gebied van de beheersverordening; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd; een toelichting waarin de wijzigingen ten opzichte van de beheersverordening uit 2015 worden toegelicht.

Voor bestemmingsplanregels gelden de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. De beheersverordening is hierop afgestemd. De beheersverordening, met de daarbij behorende toelichting, wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van de beheersverordening. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie beslissend.

4.2

Regels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels. 4.2.1

Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van het eerste begrip 'beheersverordening'. 4.2.2

Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingen opgenomen. Hierna wordt per bestemming een korte uitleg gegeven. De bestemmingen zijn overgenomen uit de vigerende beheersverordening; hierin zijn de wijzigingen doorgevoerd. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bedoeld als enkelbestemming voor de Waddenzee en Noordzee. Uitsluitend bestaande gebouwen zijn toestaan. Aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld. Er zijn een aantal specifieke gebruiksregels geformuleerd. Het verbod voor offshore-installaties is als volgt gewijzigd: Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het gebruik van gronden ten behoeve van het parkeren van al dan niet tijdelijke offshore-installaties, met uitzondering van bestaande parkeerlocaties.

15

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Leiding - Leidingstrook De voor ‘Leiding – Leidingstrook’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding, de bescherming en/of het onderhoud van de bestaande leidingen, met daarbij behorende leidingzone en overige voorzieningen. Het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden is vergunningplichtig. Waarde - Archeologie 1 t/m 4 De voor 'Waarde - Archeologie 1 t/m 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor terreinen van archeologische waarden. De regels zijn samengevat en toegelicht: De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor terreinen met een zeer hoge archeologische waarde. Het gaat hier om een rijksmonument. Het bouwen van bouwwerken en uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden is verboden. De vergunning hiertoe loopt via de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De voor 'Waarde - Archeologie 1' bestemde gronden hebben een informatiefunctie. Het laat zien dat er waarden gelden op de desbetreffende locatie, maar verbindt hier geen juridische gevolgen aan in de beheersverordening. Hiertoe is het Rijk namelijk bevoegd gezag. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor gronden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde (zeer kansrijk gebied). Er mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uizondering van bestaande bouwwerken.

Onder bestaande bouwwerken worden niet verstaan bouwwerken die zijn vergund met tijdelijke omgevingsvergunningen. Ook is het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verboden. Een uitzondering geldt voor het documenteren van archeologische resten uit noodzaak, bedreiging of wens tot wetenschappelijk onderzoek. Hieraan zijn voorwaarden gesteld. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde ( kansrijk gebied). Er mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uizondering van bestaande bouwwerken. Onder bestaande bouwwerken worden niet verstaan bouwwerken die zijn vergund met tijdelijke omgevingsvergunningen. Ook is het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verboden. Van het bouw- en aanlegverbod kan worden afgeweken middels een binnenplanse omgevingsvergunning. Hieraan zijn voorwaarden gesteld. Zo moet een archeologisch onderzoek worden aangeleverd, dat aantoont dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Een uitzondering geldt voor het documenteren van archeologische resten uit noodzaak, bedreiging of wens tot wetenschappelijk onderzoek. Hieraan zijn voorwaarden gesteld. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor gronden met een lage archeologische verwachtingswaarde (kansarm gebied).

Hier geldt geen vergunningplicht. Hier mag worden gebouwd en hier mogen werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden worden uitgevoerd conform de regels van de andere daar voorkomende bestemmingen. Wel moeten toevalsvondsten op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet worden gemeld (wettelijke meldingsplicht). Ook mogen er geen mosselzaadinvanginstallaties worden geplaatst op minder dan 50 m afstand van een bekend wrak. 4.2.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels opgenomen. Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is om te voorkomen dat, wanneer volgens een wijzigingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren.

16

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Algemene bouwregels Gronden en bouwwerken mogen eveneens worden gebruikt overeenkomstig bestaand (legaal) gebruik. Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebied Deze gronden zijn aangewezen voor het tegengaan van te hoge bouwwerken in verband met de gebruiksmogelijkheden en veiligheidssituatie van de liggend in de gemeente Vlieland en Maritiem Vliegkamp De Kooy liggend in de gemeente Hollands Kroon, waaronder begrepen het vrijhouden van de invliegfunnel. veiligheidszone - onveilig gebied Deze gronden zijn aangewezen voor militaire doeleinden, waarbij het gebruik van het onveilige gebied niet mag worden belemmerd door de basisbestemming. vrijwaringszone - dijk Deze gronden zijn aangewezen voor het onderhoud, de instandhouding, de bescherming en/of de versterking van de functie van de primaire waterkering. vrijwaringszone - radarverstoringsgebied Deze gronden zijn bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. vrijwaringszone - vaarweg Deze gronden zijn aangewezen ten behoeve van het voorkómen van belemmeringen voor de scheepvaart. 4.2.4

Overgangs- en slotregels

In respectievelijk Artikel 12 en Artikel 13 zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van deze beheersverordening is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en opstallen die in strijd zijn met deze beheersverordening op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van de verordening wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel van de beheersverordening wordt aangegeven onder welke titel de beheersverordening wordt vastgelegd.

17

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

18

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht om, indien er sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Met onderhavige beheersverordening worden geen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) mogelijk gemaakt, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt en kostenverhaal niet aan de orde is.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er heeft al overleg plaatsgevonden met de belanghebbende partijen. Daarom wordt afgezien van inspraak en overleg.

19

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

20

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Bijlagen toelichting

21

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

22

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Bijlage 1 Toelichting en bijlagen 'Beheersverordening Waddenzee en Noordzee' (vastgesteld op 13 juli 2015)

23

Be hee r sve ro r de ni ng W ad de nz ee e n N oo r d zee

Be hee r sve ro r de ni ng W ad de nz ee e n N oo r d zee

Inhoud

Toelichting + bijlagen Regels + bijlagen Verbeelding Separaat bijgevoegd: Voortoets Beheersverordening Waddenzee en Noordzee Reactienota Beheersverordening denzee en Noordzee

13 juli 2015 Projectnummer 550.42.50.00.01

Wad-

O v e r z i c h t s k a a r t

Plangebied Beheersverordening Waddenzee en Noordzee

T o e l i c h t i n g

550.42.50.00.01.toe

I n h o u d s o p g a v e

1

2

Inleiding

5

1.1

Inleiding

5

1.2

Het instrument beheersverordening

6

1.3

Vormgeving

6

1.4

Ontwikkelingen buiten de kaders van de beheersverordening

7

1.5

Leeswijzer

8

Beleid 2.1

9 Rijksbeleid

9

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

9

2.1.2

Derde nota Waddenzee

9

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

10

2.1.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

11

2.1.5

Plan van aanpak Verbetering Beheer Waddenzee Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee

2.2

2.3

11

Provinciaal beleid

12

2.2.1

Algemeen

12

2.2.2

Provincie Noord-Holland

13

2.2.3

Provincie Fryslân

14

2.2.4

Provincie Groningen

15

Gemeentelijk beleid

15

2.3.1

Bestemmingsplannen voor de Waddenzee

15

2.3.2

Gemeentelijke wensen

16

3

Beleid per thema

19

4

Toets aan de wet- en regelgeving

37

4.1

Externe veiligheid

37

4.2

Kabels en leidingen

39

4.3

Defensie

41

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

44

4.4.1

Beleid en wetgeving

44

4.4.2

Waarden in het Waddengebied

45

4.4.3

Waarden vertaald naar beschermingsregeling

49

5

4.5

Ecologie

52

4.6

Water

53

4.7

Geluid

54

4.8

Plan-m.e.r.

54

4.9

Andere aspecten

55

Juridische vormgeving

57

5.1

57

Algemeen

550.42.50.00.01.toe

5.2 6

Wat regelt de beheersverordening?

58

Uitvoerbaarheid

61

6.1

Economische uitvoerbaarheid

61

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61

6.3

Handhaving

61

Bijlagen Bijlage 1 - Kaart Militair gebruik en burgerluchtvaart Bijlage 2 – Zeebodemdieptekaart Separate bijlage – Voortoets Beheersverordening Waddenzee en Noordzee Separate bijlage – Reactienota Beheersverordening Waddenzee en Noordzee

550.42.50.00.01.toe

1

I n l e i d i n g

1.1

Inleiding Elke gemeente dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) om de

AANLEIDING

tien jaar haar bestemmingsplannen te herzien of zo mogelijk een verlengingsbesluit te nemen, dan wel een beheersverordening vast te stellen. Indien de gemeenteraad dit niet tijdig doet, vervalt haar bevoegdheid om leges te heffen voor diensten die verband houden met het bestemmingsplan (bijvoorbeeld in het kader van omgevingsvergunningen). Een bestemmingsplan dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro (1 juli 2008) ten minste vijf jaar oud is, moet binnen vijf jaar (dus vóór 1 juli 2013) worden vervangen door een nieuw bestemmingsplan of door een beheersverordening.1 Bij de behandeling van de Wro door het parlement is de beheersverordening

WAAROM EEN

toegevoegd aan het ruimtelijk instrumentarium van gemeenten. Hiermee is

BEHEERSVERORDENING

de mogelijkheid gecreëerd om op een snelle en eenvoudige wijze een nieuw juridisch-planologisch regiem vast te stellen voor gebieden waar nauwelijks ontwikkelingen worden voorzien. De genoemde gebieden worden gezien als gebieden waarbinnen nauwelijks ontwikkelingen zijn voorzien. Voor het project ‘Beheersverordening Waddenzee en Noordzee’ is een basis-

AANTAL DEELNEMERS

verordening opgesteld. Voor deze aanpak is gekozen omdat in het project een groot aantal deelnemers participeert. Het betreft de volgende deelnemers: -

Gemeente Texel;

-

Gemeente Vlieland;

-

Gemeente Ameland;

-

Gemeente Schiermonnikoog;

-

Gemeente Terschelling;

-

Gemeente Hollands Kroon;

-

Gemeente Harlingen;

-

Gemeente het Bildt;

-

Gemeente Ferwerderadiel;

-

Gemeente Dongeradeel;

-

Gemeente Eemsmond;

-

Gemeente Delfzijl;

-

Gemeente Oldambt.

1

Zie artikel 3.1, lid 4 Wro en het overgangsrecht Invoeringswet Wro.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

5

Het verordeningsgebied omvat grote delen van de Waddenzee, daar waar de genoemde deelnemers het bevoegd gezag zijn. Ook een deel van de Noordzee, vallend onder het bevoegd gezag van de Waddeneilanden, valt onder de werking van de beheersverordening. Door elk van de deelnemers is een inventarisatie van het verordeningsgebied uitgevoerd, aanvullend op de beschikbare inventarisatie van het Beheerplan Waddenzee. Beide inventarisaties maken deel uit van de beheersverordening, door de beschikbare documenten als bijlagen bij de regels van de beheersverordening op te nemen.

1.2

Het instrument beheersverordening De beheersverordening heeft het karakter van een consoliderende regeling van reeds bestaande rechten. Dat betekent dat alles wat op basis van de geldende planologische regelingen in het verordeningsgebied is toegestaan ten aanzien van de gebruiks-, de bouw- en de inrichtingsmogelijkheden, in de voorliggende beheersverordening is overgenomen. Wat onder het begrip ‘bestaand’ moet worden verstaan en op welke wijze de regels voorts zijn opgesteld, is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft voorts invloed op de regeling in de beheersverordening. Ook verschillende verordeningen van de diverse gemeenten moeten worden meegenomen. Als de deelnemers aan het project hiervoor de benodigde informatie hebben aangeleverd, dan is dit verwerkt in paragraaf 2.3. Om een goede regeling op te kunnen stellen, is het geldend beleidskader in beeld gebracht. Daarmee wordt duidelijk welke beleidskeuzen (nog) kunnen worden gemaakt en waarvoor is gekozen. Dit aspect is verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 van de voorliggende toelichting.

1.3

Vormgeving De wijze waarop een beheersverordening moet worden opgesteld is vormvrij. Er zijn slechts enkele voorgeschreven regels waaraan een beheersverordening moet voldoen. De beheersverordening bevat in ieder geval een kaart waarop de grens van het verordeningsgebied is aangegeven. Logischerwijs bevat de verordening een regeling waarin de gebruiks-, bouw- en inrichtingsmogelijkheden zijn aangegeven. Voor een beheersverordening is voorts enige vorm van toelichting op de verordening noodzakelijk. Hoewel in de Wro niet uitdrukkelijk over een toelichting wordt gesproken, is het op grond van hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht wel noodzakelijk dat de belangenafweging ten aanzien van de regels in de verordening wordt toegelicht. Bovendien is op grond van bijvoorbeeld het Besluit m.e.r. ook een afweging ten aanzien

6

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

van de m.e.r.-plicht verplicht. Daarmee lijkt een beheersverordening qua opbouw dan ook sterk op een bestemmingsplan. De voorliggende beheersverordening is op het bovenstaande afgestemd en vormgegeven. Ook ten aanzien van de inhoud van de beheersverordening stelt de wet geen nadere eisen. Omdat veel gemeenten gewend zijn aan de opbouw en de structuur van bestemmingsplannen, is de voorliggende beheersverordening volgens deze opbouw en structuur opgesteld. Daar waar mogelijk zijn de Ruimtelijke Ordening Standaarden 2012 toegepast. Voor een verdere uitwerking van de vormgeving wordt verwezen naar hoofdstuk 5.

Deze toelichting is voor alle deelnemende gemeenten - op enkele details na – gelijk gehouden. Dat betekent dat de informatie in deze toelichting soms aspecten betreft die binnen het gemeentelijke grondgebied niet aan de orde zijn.

1.4

Ontwikkelingen buiten de kaders van de beheersverordening Omdat de beheersverordening ziet op het vastleggen van de bestaande situatie is vrijwel geen ruimte voor ontwikkelingen opgenomen. Enige ontwikkelruimte binnen de kaders van de beheersverordening is grotendeels ontleend aan het Barro. Met name de bestemming ‘Water’ is in dit licht van belang. Deze bestemming is al volgt opgebouwd: Gebruik: 1.

Toegestane vergund gebruik is toegestaan. Hiervoor is een specifieke bijlage opgenomen, die zeer gedetailleerd inzicht geeft in het vergunde/legale gebruik. Aangesloten is bij de inventarisatie die is uitgevoerd in het kader van het Natuurbeheerplan Waddenzee. Deze bijlage betreft bijlage 1 bij de regels van de beheersverordening.

2.

Voorst is aangesloten op gebruik dat op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is toegestaan dan wel moet worden geregeld. Het betreft met name de militaire aangelegenheden en cultuurhistorie.

3.

Tot slot is het specifiek vergunde/legale gebruik opgenomen in de beheersverordening. Dit betreft het vergund gebruik dat past binnen de voorheen geldende planologische regime.

4.

Ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Hierbij is de relatie met het ontwikkelen van de natuurlijke waarden van het getijdengebied zoals beschreven in een Beheerplan gelegd. Het betreft dan ook een zeer beperkte mogelijkheid voor nieuw gebruik.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

7

Bouwen 1.

Uitgangspunt van de beheersverordening is dat in beginsel de bestaande bouwwerken zijn toegestaan. Qua bouwmogelijkheden is een aantal algemene regels opgenomen, waardoor er voor het vergunde dan wel in het verleden via het bestemmingsplan toegestane gebruik beperkte bouwwerken kunnen worden opgericht. Het gaat hierbij om zeer geringe bouwwerken, van ondergeschikte aard en omvang, begrenst in bouwhoogte. Hieronder valt onder meer het bouwen van (aanleg)steigers (al dan niet drijvend) en kaden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het kustbeheer, de scheepvaart en/of de zeeveiligheid.

2.

Ten aanzien van de bouwmogelijkheden is een aantal afwijkingen opgenomen. Deze afwijkingen zijn grotendeels in overeenstemming met het Barro, zoals de wadwachtposten, nieuwe bouwwerken ten behoeve van het kustbeheer, de zeeveiligheid en/of veiligheid en nieuwe tijdelijke bouwwerken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en monitoring.

Op grond van bovenstaande is een overzichtelijk geheel aan activiteiten in de beheersverordening opgenomen. Ook is duidelijk welke beperkte ontwikkelmogelijkheden zijn toegestaan op basis van de beheersverordening. Mogelijke grotere ontwikkelingen binnen het verordeningsgebied zullen dan ook uitsluitend via een zelfstandige planologisch procedure gerealiseerd kunnen worden. Hierbij kan worden gedacht aan een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ook kan een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen.

1.5

Leeswijzer Het volgende hoofdstuk geeft het beleidskader voor het beheersgebied weer. Daarbij wordt alleen ingegaan op beleidsdocumenten die van invloed zijn op de juridische regeling van deze beheersverordening. Het beleid per thema is uitgewerkt in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 betreft de toets aan wet- en regelgeving op het gebied van de omgevingsaspecten, zoals natuur, milieu, archeologie en dergelijke. In hoofdstuk 5 is de juridische vormgeving van de beheersverordening nader uitgewerkt. Tot slot geeft hoofdstuk 6 inzicht in de economische en maatschappelijke gevolgen van de beheersverordening.

8

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

2

B e l e i d

2.1

Rijksbeleid 2 . 1 . 1

Structuurvisie

Infrastructuur

en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028. Aangegeven is welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau is nodig om de nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Vertrouwen in medeoverheden is de basis voor het bepalen van verantwoordelijkheden, regelgeving en rijksbetrokkenheid.

Door hun regionale kennis en onderlinge samenwerkingsverbanden zijn gemeenten en provincies in staat om de opgaven integraal, doeltreffend en met kwaliteit aan te pakken. Provincies, gemeenten en waterschappen hebben voldoende instrumenten in handen om deze taken uit te voeren. De waarborging van nationale belangen in de vorm van normen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Daar waar het normen betreft die in een ruimtelijk plan moeten worden ge-

CONCLUSIE

waarborgd, zijn deze normen opgenomen in de regels van de beheersverordening. Het Barro is uitgewerkt in paragraaf 2.1.3. 2 . 1 . 2

Derde nota Waddenzee

Het Nederlandse beleid ten aanzien van het waddengebied is (mede) vastgelegd in de Derde Nota Waddenzee. Deze nota heeft, daar waar concrete beleidsbeslissing zijn opgenomen, rechtstreekse doorwerking naar het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In de nota is ook het nieuwe beleid ten aanzien van gaswinning en visserij in de Waddenzee vastgelegd. Voor Nederland heeft de Derde Nota Waddenzee betrekking op alle grond die bij

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

9

vloed vanuit de Waddenzee onderloopt. Dit is inclusief de kwelders (zoals de Boschplaat op Terschelling, Nieuwlandsreid op Ameland en de schorren op Texel), strandvlakten (zoals de Hors op Texel en het Rif bij Schiermonnikoog) en onbewoonde eilanden, zoals Rottumeroog en Griend. Het Noordzeestrand op de eilanden en buitengaatse zandplaten zoals Noorderhaaks vallen buiten het beschermde gebied. De hoofddoelstelling voor de Waddenzee is de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. Voor een nadere uitwerking per thema wordt verwezen naar hoofdstuk 3. CONCLUSIE

De derde nota Waddenzee heeft rechtstreekse doorwerking naar het Barro. Het Barro is, voor zover noodzakelijk, verwerkt in de voorliggende beheersverordening. Ook is het thematisch beleid verwerkt, voor zover deze ruimtelijke relevant zijn en passen binnen de kaders van de voorliggende beheersverordening. 2 . 1 . 3

Besluit algemene regels

ruimtelijke

ordening

Op rijksniveau is in de eerdergenoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moeten worden ingezet. Een aantal van die onderwerpen betreffen de Waddenzee en waddengebied, defensie, kustfundament, ecologische hoofdstructuur, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen buiten het kustfundament. De onderwerpen hebben in elk geval betrekking op de Waddenzee. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en/of gemeentelijk niveau. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de lokale ruimtelijke besluitvorming. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro geeft de concrete uitwerking van de nationale belangen in de lokale ruimtelijke plannen, waaronder een beheersverordening. Voor een aantal onderwerpen is een nadere regeling opgesteld door het Rijk. CONCLUSIE

Eerder is reeds aangegeven dat de noodzakelijke ruimtelijke normen uit het Barro zijn verwerkt in de voorliggende beheersverordening. Ook ten aanzien van het thematisch beleid heeft een doorvertaling plaatsgevonden. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de regeling dat geen delfstoffenwinning mag plaatsvinden, met uitzondering van de bestaande delfstoffenwinning. Ook mogen geen windturbines worden gebouwd.

10

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

2 . 1 . 4

Regeling

algemene regels

ruimtelijke

ordening

De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Rarro) is gebaseerd op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. In titel 2.6 van het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar het bevoegd gezag bij de vaststelling van ruimtelijke plannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Voor het gebied van de Waddenzee betreft de invloed van de Marine vliegkamp De Kooy bij Den Helder en Vlieland op

de

Waddenzee.

Dit

geldt

ook

voor

de

ligging

van

onveilige

gebieden buiten militaire terreinen in de Waddenzee. In titel 2.6 van het Barro wordt aangegeven wat in een ruimtelijk plan moet worden opgenomen. Het Rarro geeft een uitwerking van de feitelijke ligging van militaire terreinen,

CONCLUSIE

gebieden, objecten en zones. Aangegeven is wat in de regels van een ruimtelijk plan moet worden opgenomen. Voor zover dit van toepassing is op de voorliggende beheersverordening, is het Rarro doorvertaald in de regels en op de verbeelding. 2 . 1 . 5

Plan van aanpak Verbetering denzee

-

Beheer Wad-

Samenwerkingsagenda Beheer

Waddenzee

De Samenwerkingsagenda betreft een plan van aanpak voor optimalisatie van het beheer van de Waddenzee. Het plan van aanpak straalt de ambitie uit om in 2018 te werken als één beheerder met één integraal Beheer- en Inrichtingsplan. Hierdoor is het mogelijk om stapsgewijs toe te werken naar steeds hechtere samenwerkingsverbanden tussen de betrokken beheerorganisaties. Dit vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de verschillende beheerders in het Waddengebied, met de intentie om op basis van de bestaande inzet meer te doen. Transparanter naar de bewoners en gebruikers van het gebied, efficiënter voor de beheerders en slagvaardiger naar (de doelen voor) het gebied. Het plan van aanpak, ook wel de ‘samenwerkingsagenda’ genoemd, beschrijft hoe de betrokken partijen, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, inhoud willen geven aan de samenwerking. Voor een volledige uiteenzetting wordt

verwezen

naar:

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-

publicaties/rapporten/2014/07/02/plan-van-aanpak-verbetering-beheerwaddenzee-samenwerkingsagenda-beheer-waddenzee.html De Samenwerkingsagenda is een visiedocument. Binnen de kaders van de be-

CONCLUSIE

heersverordening heeft de Waddenvisie een informerende rol. Er is dan ook geen concrete doorwerking van de Waddenvisie naar de voorliggende beheersverordening.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

11

2.2

Provinciaal beleid Bij het bestuur voor de Waddenzee is een drietal bevoegde provincies betrokken, te weten de provincie Noord-Holland, de provincie Fryslân en de provincie Groningen. In deze paragraaf worden de ruimtelijke relevante provinciale bevoegdheden uiteen gezet. Per provincie is aangeven op welke wijze de provinciale belangen zijn gewaarborgd in de voorliggende beheersverordening. 2 . 2 . 1

Algemeen

Interprovinciale waddenvisie De provincies Noord-Holland, Fryslân en Groningen werken samen met onder andere het Rijk, natuur- en recreatieorganisaties en het bedrijfsleven aan het behouden en versterken van de natuur- en landschapswaarden en het ontwikkelen van een duurzame economie in het Waddengebied. Dit doet de provincie door onder andere: -

deelname bestuur Waddengebied;

-

opstellen en uitvoeren interprovinciale Waddenvisie;

-

opstellen en uitvoeren actieplan Vaarrecreatie Waddenzee;

-

deelname Waddenfonds.2

INTERPROVINCIALE

De drie Waddenprovincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland hebben een

WADDENVISIE

gezamenlijke ontwerpvisie opgesteld op de instandhouding en ontwikkeling van het Waddengebied. Aanleiding daarvoor is de grote verantwoordelijkheid die de provincies voelen om de natuurlijke kwaliteiten en de regionale economie van het Waddengebied verder te versterken. Ook willen de Waddenprovincies de mogelijkheden voor de beleving van het gebied optimaliseren. Deze aanleiding is nog eens versterkt door de recent voor een groot deel gedecentraliseerde – en vaak provinciegrensoverstijgende – bevoegdheden voor ruimtelijke ordening, vitaal platteland, natuur, recreatie en landschap en het Waddenfonds. Het doel van de Waddenvisie is een gecoördineerde interprovinciale inzet voor het Waddengebied. De Waddenvisie is het vertrekpunt voor toekomstige plannen van de provincies en vormt de basis voor het nieuwe Uitvoeringsplan Waddenfonds 2014-2017. Met de Waddenvisie beogen de drie Waddenprovincies, Fryslân, Groningen en Noord-Holland, gezamenlijk op te trekken en de kwaliteiten van het gebied te beschermen en verder te ontwikkelen. Daarnaast willen zij dat mensen het waddengebied nog meer kunnen beleven en moet er tegelijkertijd ruimte zijn voor ontwikkeling en innovatie. De twee hoofddoelen van deze visie zijn dan ook:

2

Voor meer informatie zie: http://www.noordholland.nl/web/Themas/Groen/Natuur/Wadden.htm

12

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

1.

het versterken en optimaal kunnen beleven van de fysieke en ecologische kwaliteiten van het Waddengebied;

2.

het bieden van ruimte voor (sociaal-)economische ontwikkeling, wonen, werken, recreatie en innovatie.

De Waddenvisie is door de Waddenprovincies vastgesteld op 18 november 2013. De Waddenvisie is een visiedocument. Binnen de kaders van de beheersveror-

CONCLUSIE

dening heeft de Waddenvisie een informerende rol. Er is dan ook geen concrete doorwerking van de Waddenvisie naar de voorliggende beheersverordening. 2 . 2 . 2

Provincie Noord-Holland

Provinciale

ruimtelijke

verordening

provincie

Noord -

Holland Uit de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie is van belang dat het gestelde in artikel 29 wordt betrokken bij het opstellen van de beheersverordening. Voor primaire waterkeringen langs de kust van de Waddenzee en Noordzee moet een vrijwaringszone van 175 meter buitendijks worden opgenomen. Dit met inachtneming van de voorwaarden als genoemd in artikel 29 ruimtelijke verordening.

Figuur

1.

Uitsnede

kaart

8

Provinciale

ruimtelijke

verordening

structuurvisie provincie Noord-Holland

In het verordeningsgebied van de voorliggende beheersverordening is geen

CONCLUSIE

sprake van een doorwerking van het provinciale beleid van de provincie NoordHolland.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

13

2 . 2 . 3

Provincie Fryslân

De Verordening Romte Fryslân (VRF) heeft onder meer betrekking op de positie van de Waddenzee. Voor de Waddenzee (excl. de havenkom bij Harlingen) staan in de verordening bouw- en gebruiksbepalingen die direct doorwerken naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Deze bepalingen regelen o.a. buitendijkse ontwikkelingen bij de Waddeneilanden (waaronder de zeewaartse uitbreiding van jachthavens) en nabij Harlingen. De bepalingen zijn gebaseerd op de Nota Ruimte en de PKB Waddenzee van het rijk, en zijn afgestemd op het provinciale beleid. De artikelen die betrekking hebben op de reserveringszones langs de primaire waterkeringen zijn op de Waddenzee van toepassing. Zo moeten reserveringszones voor versterking van een primaire waterkering buiten aaneengesloten bebouwd gebied in een ruimtelijk plan worden opgenomen. Naast de VRF is ook de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte van kracht. In Grutsk op ‘e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Grutsk op ‘e Romte is als procesvereiste in de verordening Romte opgenomen.

Dat betekent dat vereist wordt dat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse wordt gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied, in het bijzonder van de landschappelijke en cultuurhistorische structuren. En dat afgewogen en gemotiveerd wordt op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de provinciale belangen uit Grutsk op ‘e Romte. In relatie tot onderhavig plan zijn de beschrijvingen van het Waddensysteem en van het Waddengebied van belang. In paragraaf 4.4. wordt ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische betekenis van het plangebied. Tevens wordt daar beschreven op welke wijze de waarden zijn vertaald naar de planregels. CONCLUSIE

De voorliggende beheersverordening ziet niet op ontwikkelingen binnen het verordeningsgebied. Voor zover de VRF ziet op ontwikkelingen zijn dan ook geen regels opgenomen in de voorliggende beheersverordening. De beheersverordening bevat wel een regeling voor de reserveringszone die in het verordeningsgebied liggen. Omdat de beheersverordening geen ontwikkelingen mogelijk maakt, voorziet de beheersverordening in een beperkte regeling. In relatie tot Grutsk op ‘e Romte zijn in de beheersverordening zorgvuldige regelingen opgenomen om de kwaliteiten van het gebied voldoende te borgen.

14

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

2 . 2 . 4

Provincie Groningen

Het provinciaal beleid van de provincie Groningen is neergelegd in de Omgevingsverordening provincie Groningen 2009 (POV). Voor de Waddenzee zijn de volgende artikelen van toepassing: Thema

Artikel

Onderwerp

Water

4.10

Waterkeringszone

Natuur

4.21

Duisternis en stilte (rust)

4.31

Ecologische Hoofdstructuur

4.47

Waddenzee

4.51

Rechtstreeks werkende regels

Overig

De voorliggende beheersverordening ziet niet op ontwikkelingen binnen het

CONCLUSIE

verordeningsgebied. Voor zover de POV ziet op ontwikkelingen zijn dan ook geen regels opgenomen in de voorliggende beheersverordening. De beheersverordening bevat een regeling voor de reserveringszone die in het verordeningsgebied ligt. Omdat de beheersverordening geen ontwikkelingen mogelijk maakt, voorziet de beheersverordening in een beperkte regeling. De duisternis en de rust maken onderdeel uit van het begrip ‘landschappelijke waarden’. De genoemde waarden zijn beschermd op basis van de bestemmingsomschrijving van artikel 5 van de regels. De EHS is beschermd op basis van het begrip ‘natuurlijke waarden’. De bestemming en de regels van het verordeningsgebied zijn niet gewijzigd, dit is de voorwaarde die is gesteld in artikel 4.31 van de POV. Immers, de bestaande situatie is vastgelegd in de beheersverordening. Voor de Waddenzee is in de regels van de beheersverordening een verbod opgenomen voor de exploratie en exploitatie naar aardgas. Ook mogen geen nieuwe leidingen, buiten de bestaande leidingenstrook, worden aangelegd. Artikel 4.47 van de POV is hiermee gewaarborgd. Van artikel 4.51 POV zijn uitsluitend een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waar zover ze van betekenis zijn voor het verordeningsgebied.

2.3

Gemeentelijk beleid 2 . 3 . 1

Bestemmingsplannen voor de Waddenzee

Iedere in dit project deelnemende gemeente heeft een bestemmingplan of een beheersverordening voor de Waddenzee vastgesteld.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

15

Uit de toelichting op de plansystematiek van de geldende bestemmingsplannen blijkt dat er binnen het plangebied twee bestemmingen zijn opgenomen. Het deel van de Waddenzee dat valt binnen de toenmalige planologische kernbeslissing is bestemd als ‘Waddengebied’. Het overige deel is bestemd als ‘Noordzee’. In de voorschriften is een breed scala aan toegestaan gebruik opgenomen. Dit gebruik is afgestemd op de toegestane activiteiten in het Waddengebied. Voorts zijn een aantal vrijstellingen en een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Voor enkele gemeenten geldt een bestemmingsplan die ook andere bestemmingen mogelijk maakt. Dit heeft onder meer tot gevolg dat ook een agrarische bestemming op zomerpolders en kwelders kan rusten. In andere gevallen geldt een bestemming met een andere naamgeving, bijvoorbeeld de bestemming ‘Waddenzee’.

Figuur 2. Weergave van de plankaart geldend bestemmingsplan Wad denzee van de gemeente Vlieland 2 . 3 . 2

Gemeentelijke

wensen

In het proces van de totstandkoming van de voorliggende beheersverordening heeft een aantal werkbijeenkomsten plaatsgevonden. De deelnemers hebben met elkaar overlegd in een projectgroep over diverse aandachtpunten binnen

16

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

het verordeningsgebied. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn verwerkt in verslagen, waarop de deelnemers hun goedkeuring hebben kunnen geven. Per deelnemer is de gelegenheid geboden om specifieke wensen kenbaar te maken ten aanzien van de inhoud van de beheersverordening. Deze ‘wensenlijst’ is voorgelegd aan de projectgroep. De projectgroep heeft een gezamenlijk standpunt ingenomen over de ‘wensenlijst’. Dit gezamenlijke standpunt is vastgelegd in een door de deelnemers goedgekeurd verslag en vervolgens verwerkt in de beheersverordening, in de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de wensen van de individuele deelnemers al dan niet zijn verwerkt. Bij de vaststelling van de voorliggende beheersverordening is het bestaand gebruik, zoals dat is geïnventariseerd in het kader van het Beheerplan Natura 2000-gebied Waddenzee, door middel van een bijlage aan de regels toegevoegd.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

17

B e l e i d

3

p e r

t h e m a

De thematische beleidsuitgangspunten en doelstellingen voor de Waddenzee en het waddengebied zijn beschreven in de Derde Nota Waddenzee (vastgesteld in

2007). In dit hoofdstuk wordt per thema het beleid uiteengezet. Het beleid is, voor zover ruimtelijk relevant en passend binnen de kaders van de beheersverordening, gewaarborgd in de beheerverordening. Per beleidsthema is dan ook aangeven of er sprake is van ruimtelijk relevant beleid, zoals dat kan worden opgenomen in een beheersverordening. Hiervoor wordt verwezen naar de onderstaande tabel. In de aansluitende kolom is aangegeven of het beleid ook

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Onderwerp en Inhoud

Wel ruimtelijk

daadwerkelijk in de beheersverordening is opgenomen.

Verwerkt in beheersverordening

Sociaal–economisch beleid De belangrijkste duurzame ontwikkelingen zijn: Veiligheid tegen overstroming is duurzaam gehandhaafd. De primaire waterkering blijft vol-

x

Voor zover gelegen binnen het verordeningsgebied, zijn primaire

doen aan de eisen van de Wet op de waterkering.

waterkering voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

De luchtverbinding tussen eilanden en vasteland

x

ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van de inwoners van de Waddeneilanden is gegaran-

Stilte en rust zijn indirect vastgelegd via het begrip ‘landschappelijke waarden’.

deerd. De stilte en rust boven de Waddenzee worden gegarandeerd doordat alleen boven een bepaalde hoogte gevlogen mag worden. De bereikbaarheid van de havens in en grenzend

x

Geen noodzaak tot verwerking.

aan de Waddenzee is gewaarborgd. De economische bedrijvigheid in en rond de Wad-

x

n.v.t.

x

n.v.t.

denzee biedt de bevolking werk en inkomen en heeft een duurzaam karakter. Er is een situatie bereikt van duurzaam toerisme die ecologisch houdbaar, economisch levensvatbaar en sociaal acceptabel is. In het waddengebied is een optimale natuur- en

x

Via het hoofddoel beschreven in

landschapsbeleving mogelijk.

de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en het bijbehorend begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

De Waddenzeehavens hebben zich duurzaam

x

n.v.t.

ontwikkeld op een wijze die recht doet aan hun

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

19

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

specifieke ligging en mogelijkheden. Hierbij hebben de havens zich op een afgestemde manier gedifferentieerd en gespecialiseerd. De Waddenzee wordt benut voor diverse vormen

x

Via de bestemmingsomschrijving

van visserij op een dusdanige wijze dat zich een

van de bestemming ‘Water’ is dit

rijke en gevarieerde visstand heeft ontwikkeld en dat de overige (bodem)fauna en (bodem)flora en

gebruik voldoende gewaarborgd.

de landschappelijke kwaliteiten van de Waddenzee hier niet onder lijden. De milieubelasting op de Waddenzee veroorzaakt

x

n.v.t.

door militaire activiteiten is verminderd. De traditionele belangen van de lokale bevolking in het waddengebied in de vorm van diverse vor-

x

Via de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en

men van duurzaam kleinschalig historisch mede-

door middel van het begrip ‘eigen

gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn gewaarborgd. Hiermee is bijgedragen aan de positieve

gebruik’ is dit gebruik voldoende gewaarborgd.

beleving van het gebied. Het Regionaal College Waddengebied (RCW) heeft dit beleid uit de Derde Nota Waddenzee geconcretiseerd in het Beheer- en Ontwikkelingsplan (mei 2009). Het Beheer- en Ontwikkelingsplan bevatten de gezamenlijke visie van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen op beheer en ontwikkeling van het waddengebied. De beheervisie is vooral gericht op de Waddenzee. http://www.waddenzee.nl/Beheer_en_Ontwikkelingsplan.2151.0.html Landschap en cultuur Het beleid gericht op de duurzame bescherming en/of een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van: De waterbewegingen en de hiermee gepaard gaande geomorfologische en bodemkundige pro-

x

cessen.

Via het hoofddoel beschreven in de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg

De kwaliteit van water, bodem en lucht. De wa-

x

n.v.t.

ter- en bodemkwaliteit dienen zodanig te zijn dat verontreinigingen slechts een verwaarloosbaar effect hebben op flora en fauna. De flora en de fauna.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8440cb1f-20ed-47e1-afd7-331f5ff3dee4