CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente Texel30.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2.2

Vrijwaringszone vaarweg

Rond de veerhaven van 't Horntje op Texel geldt een vrijwaringszone voor de scheepvaart. Deze vrijwaringszone bestond in de praktijk al, maar was niet formeel vastgelegd. De zone was al wel beschreven in de wettekst van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In artikel 2.1.2 van het Barro is aangegeven dat "een vrijwaringszone wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet". De breedte van een vrijwaringszone verschilt per klasse rijksvaarweg en wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg. Voor havenuitvaarten bedraagt deze 50 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg binnen een afstand van 300 meter van de havenuitvaart. Bij 't Horntje is sprake van een hoog frequent scheepvaartverkeer dat een haventoegang kruist. Beperking van zichtlijnen en/of zichtbaarheid van scheepvaarttekens en bakens hebben direct effect op de veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer. Uit artikel 2.1.3 van het Barro volgt dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan (en beheersverordening, zoals volgt uit Barro art.

1.1 onder 2) dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone, en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan (of beheersverordening), rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. b. c. d. e.

de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en; het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.

De vrijwaringszone wordt vertaald in de illustratie behorende bij voorliggende beheersverordening. De planregels worden aangevuld op basis van artikel 2.1.3 van het Barro.

11

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

2.3

Booreilanden en andere offshoreinstallaties

Er mogen in de Waddenzee geen booreilanden en andere offshore-installaties worden geparkeerd. Er werd door het rijk een uitzondering gemaakt voor de bestaande tijdelijke parkeerfaciliteit in het Gat van de Stier tussen Den Helder en Texel. Op deze locatie mogen, in afwachting van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden in de haven van Den Helder, maximaal twee offshore-installaties worden geparkeerd voor maximaal drie maanden per jaar. In de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Water’ is het gebruik van gronden ten behoeve van het parkeren van al dan niet tijdelijke offshore-installaties niet toegestaan, met uitzondering van bestaande parkeerlocaties. Echter, er zijn geen bestaande booreilanden en andere offshoreinstallaties geparkeerd in de wateren van de gemeente Texel. Het verbod wordt duidelijker geformuleerd in de regels van voorliggende beheersverordening. De zinssnede 'met uitzondering van bestaande parkeerlocaties' wordt geschrapt.

2.4

Vergroting besluitgebied beheersverordening

Tot slot wordt het vigerende besluitgebied iets vergroot, zoals in paragraaf 1.2 is uiteengezet.

12

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 3

Planologische randvoorwaarden

Sinds de vaststelling van de huidige beheersverordening (2015) zijn een viertal wijzigingen gewenst. Voorliggende beheersverordening voorziet in deze herziening. Er vindt in feitelijk opzicht geen toename van bouw- en gebruiksmogelijkheden plaats. De regeling voor de booreilanden en offshoreinstallaties wordt slechts verduidelijkt in de planregels. De vrijwaringszones worden op basis van rijksregels vastgelegd in de beheersverordening. Voor de vrijwaringszones wordt weliswaar een regeling opgenomen, maar leidt er niet toe dat onevenredige ruimtelijke effecten optreden waardoor belangen van derden worden aangetast. De wijziging van de beschermingsregels voor archeologie vloeien voort uit de nieuwe gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart voor de waterbodem. Door het vergroten van het besluitgebied wordt het laatste stukje grondgebied van gemeente Texel gedigitaliseerd. Dit gebied valt nog in het plangebied van het analoge bestemmingsplan Waddengebied 1985.

13

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

14

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische toelichting

Algemeen

De voorliggende beheersverordening bestaat uit: a. b. c.

een verbeelding van het gebied van de beheersverordening; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd; een toelichting waarin de wijzigingen ten opzichte van de beheersverordening uit 2015 worden toegelicht.

Voor bestemmingsplanregels gelden de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. De beheersverordening is hierop afgestemd. De beheersverordening, met de daarbij behorende toelichting, wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van de beheersverordening. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie beslissend.

4.2

Regels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels. 4.2.1

Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van het eerste begrip 'beheersverordening'. 4.2.2

Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingen opgenomen. Hierna wordt per bestemming een korte uitleg gegeven. De bestemmingen zijn overgenomen uit de vigerende beheersverordening; hierin zijn de wijzigingen doorgevoerd. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bedoeld als enkelbestemming voor de Waddenzee en Noordzee. Uitsluitend bestaande gebouwen zijn toestaan. Aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld. Er zijn een aantal specifieke gebruiksregels geformuleerd. Het verbod voor offshore-installaties is als volgt gewijzigd: Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het gebruik van gronden ten behoeve van het parkeren van al dan niet tijdelijke offshore-installaties, met uitzondering van bestaande parkeerlocaties.

15

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Leiding - Leidingstrook De voor ‘Leiding – Leidingstrook’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding, de bescherming en/of het onderhoud van de bestaande leidingen, met daarbij behorende leidingzone en overige voorzieningen. Het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden is vergunningplichtig. Waarde - Archeologie 1 t/m 4 De voor 'Waarde - Archeologie 1 t/m 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor terreinen van archeologische waarden. De regels zijn samengevat en toegelicht: De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor terreinen met een zeer hoge archeologische waarde. Het gaat hier om een rijksmonument. Het bouwen van bouwwerken en uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden is verboden. De vergunning hiertoe loopt via de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De voor 'Waarde - Archeologie 1' bestemde gronden hebben een informatiefunctie. Het laat zien dat er waarden gelden op de desbetreffende locatie, maar verbindt hier geen juridische gevolgen aan in de beheersverordening. Hiertoe is het Rijk namelijk bevoegd gezag. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor gronden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde (zeer kansrijk gebied). Er mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uizondering van bestaande bouwwerken.

Onder bestaande bouwwerken worden niet verstaan bouwwerken die zijn vergund met tijdelijke omgevingsvergunningen. Ook is het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verboden. Een uitzondering geldt voor het documenteren van archeologische resten uit noodzaak, bedreiging of wens tot wetenschappelijk onderzoek. Hieraan zijn voorwaarden gesteld. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde ( kansrijk gebied). Er mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uizondering van bestaande bouwwerken. Onder bestaande bouwwerken worden niet verstaan bouwwerken die zijn vergund met tijdelijke omgevingsvergunningen. Ook is het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden verboden. Van het bouw- en aanlegverbod kan worden afgeweken middels een binnenplanse omgevingsvergunning. Hieraan zijn voorwaarden gesteld. Zo moet een archeologisch onderzoek worden aangeleverd, dat aantoont dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Een uitzondering geldt voor het documenteren van archeologische resten uit noodzaak, bedreiging of wens tot wetenschappelijk onderzoek. Hieraan zijn voorwaarden gesteld. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor gronden met een lage archeologische verwachtingswaarde (kansarm gebied).

Hier geldt geen vergunningplicht. Hier mag worden gebouwd en hier mogen werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden worden uitgevoerd conform de regels van de andere daar voorkomende bestemmingen. Wel moeten toevalsvondsten op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet worden gemeld (wettelijke meldingsplicht). Ook mogen er geen mosselzaadinvanginstallaties worden geplaatst op minder dan 50 m afstand van een bekend wrak. 4.2.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels opgenomen. Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is om te voorkomen dat, wanneer volgens een wijzigingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren.

16

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Algemene bouwregels Gronden en bouwwerken mogen eveneens worden gebruikt overeenkomstig bestaand (legaal) gebruik. Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebied Deze gronden zijn aangewezen voor het tegengaan van te hoge bouwwerken in verband met de gebruiksmogelijkheden en veiligheidssituatie van de liggend in de gemeente Vlieland en Maritiem Vliegkamp De Kooy liggend in de gemeente Hollands Kroon, waaronder begrepen het vrijhouden van de invliegfunnel. veiligheidszone - onveilig gebied Deze gronden zijn aangewezen voor militaire doeleinden, waarbij het gebruik van het onveilige gebied niet mag worden belemmerd door de basisbestemming. vrijwaringszone - dijk Deze gronden zijn aangewezen voor het onderhoud, de instandhouding, de bescherming en/of de versterking van de functie van de primaire waterkering. vrijwaringszone - radarverstoringsgebied Deze gronden zijn bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. vrijwaringszone - vaarweg Deze gronden zijn aangewezen ten behoeve van het voorkómen van belemmeringen voor de scheepvaart. 4.2.4

Overgangs- en slotregels

In respectievelijk Artikel 12 en Artikel 13 zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van deze beheersverordening is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en opstallen die in strijd zijn met deze beheersverordening op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van de verordening wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel van de beheersverordening wordt aangegeven onder welke titel de beheersverordening wordt vastgelegd.

17

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

18

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht om, indien er sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Met onderhavige beheersverordening worden geen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) mogelijk gemaakt, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt en kostenverhaal niet aan de orde is.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er heeft al overleg plaatsgevonden met de belanghebbende partijen. Daarom wordt afgezien van inspraak en overleg.

19

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

20

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Bijlagen toelichting

21

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

22

beheersverordening Herziening beheersverordening Waddenzee en Noordzee

Bijlage 1 Toelichting en bijlagen 'Beheersverordening Waddenzee en Noordzee' (vastgesteld op 13 juli 2015)

23

Be hee r sve ro r de ni ng W ad de nz ee e n N oo r d zee

Be hee r sve ro r de ni ng W ad de nz ee e n N oo r d zee

Inhoud

Toelichting + bijlagen Regels + bijlagen Verbeelding Separaat bijgevoegd: Voortoets Beheersverordening Waddenzee en Noordzee Reactienota Beheersverordening denzee en Noordzee

13 juli 2015 Projectnummer 550.42.50.00.01

Wad-

O v e r z i c h t s k a a r t

Plangebied Beheersverordening Waddenzee en Noordzee

T o e l i c h t i n g

550.42.50.00.01.toe

I n h o u d s o p g a v e

1

2

Inleiding

5

1.1

Inleiding

5

1.2

Het instrument beheersverordening

6

1.3

Vormgeving

6

1.4

Ontwikkelingen buiten de kaders van de beheersverordening

7

1.5

Leeswijzer

8

Beleid 2.1

9 Rijksbeleid

9

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

9

2.1.2

Derde nota Waddenzee

9

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

10

2.1.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

11

2.1.5

Plan van aanpak Verbetering Beheer Waddenzee Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee

2.2

2.3

11

Provinciaal beleid

12

2.2.1

Algemeen

12

2.2.2

Provincie Noord-Holland

13

2.2.3

Provincie Fryslân

14

2.2.4

Provincie Groningen

15

Gemeentelijk beleid

15

2.3.1

Bestemmingsplannen voor de Waddenzee

15

2.3.2

Gemeentelijke wensen

16

3

Beleid per thema

19

4

Toets aan de wet- en regelgeving

37

4.1

Externe veiligheid

37

4.2

Kabels en leidingen

39

4.3

Defensie

41

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

44

4.4.1

Beleid en wetgeving

44

4.4.2

Waarden in het Waddengebied

45

4.4.3

Waarden vertaald naar beschermingsregeling

49

5

4.5

Ecologie

52

4.6

Water

53

4.7

Geluid

54

4.8

Plan-m.e.r.

54

4.9

Andere aspecten

55

Juridische vormgeving

57

5.1

57

Algemeen

550.42.50.00.01.toe

5.2 6

Wat regelt de beheersverordening?

58

Uitvoerbaarheid

61

6.1

Economische uitvoerbaarheid

61

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61

6.3

Handhaving

61

Bijlagen Bijlage 1 - Kaart Militair gebruik en burgerluchtvaart Bijlage 2 – Zeebodemdieptekaart Separate bijlage – Voortoets Beheersverordening Waddenzee en Noordzee Separate bijlage – Reactienota Beheersverordening Waddenzee en Noordzee

550.42.50.00.01.toe

1

I n l e i d i n g

1.1

Inleiding Elke gemeente dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) om de

AANLEIDING

tien jaar haar bestemmingsplannen te herzien of zo mogelijk een verlengingsbesluit te nemen, dan wel een beheersverordening vast te stellen. Indien de gemeenteraad dit niet tijdig doet, vervalt haar bevoegdheid om leges te heffen voor diensten die verband houden met het bestemmingsplan (bijvoorbeeld in het kader van omgevingsvergunningen). Een bestemmingsplan dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro (1 juli 2008) ten minste vijf jaar oud is, moet binnen vijf jaar (dus vóór 1 juli 2013) worden vervangen door een nieuw bestemmingsplan of door een beheersverordening.1 Bij de behandeling van de Wro door het parlement is de beheersverordening

WAAROM EEN

toegevoegd aan het ruimtelijk instrumentarium van gemeenten. Hiermee is

BEHEERSVERORDENING

de mogelijkheid gecreëerd om op een snelle en eenvoudige wijze een nieuw juridisch-planologisch regiem vast te stellen voor gebieden waar nauwelijks ontwikkelingen worden voorzien. De genoemde gebieden worden gezien als gebieden waarbinnen nauwelijks ontwikkelingen zijn voorzien. Voor het project ‘Beheersverordening Waddenzee en Noordzee’ is een basis-

AANTAL DEELNEMERS

verordening opgesteld. Voor deze aanpak is gekozen omdat in het project een groot aantal deelnemers participeert. Het betreft de volgende deelnemers: -

Gemeente Texel;

-

Gemeente Vlieland;

-

Gemeente Ameland;

-

Gemeente Schiermonnikoog;

-

Gemeente Terschelling;

-

Gemeente Hollands Kroon;

-

Gemeente Harlingen;

-

Gemeente het Bildt;

-

Gemeente Ferwerderadiel;

-

Gemeente Dongeradeel;

-

Gemeente Eemsmond;

-

Gemeente Delfzijl;

-

Gemeente Oldambt.

1

Zie artikel 3.1, lid 4 Wro en het overgangsrecht Invoeringswet Wro.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

5

Het verordeningsgebied omvat grote delen van de Waddenzee, daar waar de genoemde deelnemers het bevoegd gezag zijn. Ook een deel van de Noordzee, vallend onder het bevoegd gezag van de Waddeneilanden, valt onder de werking van de beheersverordening. Door elk van de deelnemers is een inventarisatie van het verordeningsgebied uitgevoerd, aanvullend op de beschikbare inventarisatie van het Beheerplan Waddenzee. Beide inventarisaties maken deel uit van de beheersverordening, door de beschikbare documenten als bijlagen bij de regels van de beheersverordening op te nemen.

1.2

Het instrument beheersverordening De beheersverordening heeft het karakter van een consoliderende regeling van reeds bestaande rechten. Dat betekent dat alles wat op basis van de geldende planologische regelingen in het verordeningsgebied is toegestaan ten aanzien van de gebruiks-, de bouw- en de inrichtingsmogelijkheden, in de voorliggende beheersverordening is overgenomen. Wat onder het begrip ‘bestaand’ moet worden verstaan en op welke wijze de regels voorts zijn opgesteld, is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft voorts invloed op de regeling in de beheersverordening. Ook verschillende verordeningen van de diverse gemeenten moeten worden meegenomen. Als de deelnemers aan het project hiervoor de benodigde informatie hebben aangeleverd, dan is dit verwerkt in paragraaf 2.3. Om een goede regeling op te kunnen stellen, is het geldend beleidskader in beeld gebracht. Daarmee wordt duidelijk welke beleidskeuzen (nog) kunnen worden gemaakt en waarvoor is gekozen. Dit aspect is verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 van de voorliggende toelichting.

1.3

Vormgeving De wijze waarop een beheersverordening moet worden opgesteld is vormvrij. Er zijn slechts enkele voorgeschreven regels waaraan een beheersverordening moet voldoen. De beheersverordening bevat in ieder geval een kaart waarop de grens van het verordeningsgebied is aangegeven. Logischerwijs bevat de verordening een regeling waarin de gebruiks-, bouw- en inrichtingsmogelijkheden zijn aangegeven. Voor een beheersverordening is voorts enige vorm van toelichting op de verordening noodzakelijk. Hoewel in de Wro niet uitdrukkelijk over een toelichting wordt gesproken, is het op grond van hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht wel noodzakelijk dat de belangenafweging ten aanzien van de regels in de verordening wordt toegelicht. Bovendien is op grond van bijvoorbeeld het Besluit m.e.r. ook een afweging ten aanzien

6

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

van de m.e.r.-plicht verplicht. Daarmee lijkt een beheersverordening qua opbouw dan ook sterk op een bestemmingsplan. De voorliggende beheersverordening is op het bovenstaande afgestemd en vormgegeven. Ook ten aanzien van de inhoud van de beheersverordening stelt de wet geen nadere eisen. Omdat veel gemeenten gewend zijn aan de opbouw en de structuur van bestemmingsplannen, is de voorliggende beheersverordening volgens deze opbouw en structuur opgesteld. Daar waar mogelijk zijn de Ruimtelijke Ordening Standaarden 2012 toegepast. Voor een verdere uitwerking van de vormgeving wordt verwezen naar hoofdstuk 5.

Deze toelichting is voor alle deelnemende gemeenten - op enkele details na – gelijk gehouden. Dat betekent dat de informatie in deze toelichting soms aspecten betreft die binnen het gemeentelijke grondgebied niet aan de orde zijn.

1.4

Ontwikkelingen buiten de kaders van de beheersverordening Omdat de beheersverordening ziet op het vastleggen van de bestaande situatie is vrijwel geen ruimte voor ontwikkelingen opgenomen. Enige ontwikkelruimte binnen de kaders van de beheersverordening is grotendeels ontleend aan het Barro. Met name de bestemming ‘Water’ is in dit licht van belang. Deze bestemming is al volgt opgebouwd: Gebruik: 1.

Toegestane vergund gebruik is toegestaan. Hiervoor is een specifieke bijlage opgenomen, die zeer gedetailleerd inzicht geeft in het vergunde/legale gebruik. Aangesloten is bij de inventarisatie die is uitgevoerd in het kader van het Natuurbeheerplan Waddenzee. Deze bijlage betreft bijlage 1 bij de regels van de beheersverordening.

2.

Voorst is aangesloten op gebruik dat op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is toegestaan dan wel moet worden geregeld. Het betreft met name de militaire aangelegenheden en cultuurhistorie.

3.

Tot slot is het specifiek vergunde/legale gebruik opgenomen in de beheersverordening. Dit betreft het vergund gebruik dat past binnen de voorheen geldende planologische regime.

4.

Ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Hierbij is de relatie met het ontwikkelen van de natuurlijke waarden van het getijdengebied zoals beschreven in een Beheerplan gelegd. Het betreft dan ook een zeer beperkte mogelijkheid voor nieuw gebruik.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

7

Bouwen 1.

Uitgangspunt van de beheersverordening is dat in beginsel de bestaande bouwwerken zijn toegestaan. Qua bouwmogelijkheden is een aantal algemene regels opgenomen, waardoor er voor het vergunde dan wel in het verleden via het bestemmingsplan toegestane gebruik beperkte bouwwerken kunnen worden opgericht. Het gaat hierbij om zeer geringe bouwwerken, van ondergeschikte aard en omvang, begrenst in bouwhoogte. Hieronder valt onder meer het bouwen van (aanleg)steigers (al dan niet drijvend) en kaden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het kustbeheer, de scheepvaart en/of de zeeveiligheid.

2.

Ten aanzien van de bouwmogelijkheden is een aantal afwijkingen opgenomen. Deze afwijkingen zijn grotendeels in overeenstemming met het Barro, zoals de wadwachtposten, nieuwe bouwwerken ten behoeve van het kustbeheer, de zeeveiligheid en/of veiligheid en nieuwe tijdelijke bouwwerken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en monitoring.

Op grond van bovenstaande is een overzichtelijk geheel aan activiteiten in de beheersverordening opgenomen. Ook is duidelijk welke beperkte ontwikkelmogelijkheden zijn toegestaan op basis van de beheersverordening. Mogelijke grotere ontwikkelingen binnen het verordeningsgebied zullen dan ook uitsluitend via een zelfstandige planologisch procedure gerealiseerd kunnen worden. Hierbij kan worden gedacht aan een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ook kan een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen.

1.5

Leeswijzer Het volgende hoofdstuk geeft het beleidskader voor het beheersgebied weer. Daarbij wordt alleen ingegaan op beleidsdocumenten die van invloed zijn op de juridische regeling van deze beheersverordening. Het beleid per thema is uitgewerkt in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 betreft de toets aan wet- en regelgeving op het gebied van de omgevingsaspecten, zoals natuur, milieu, archeologie en dergelijke. In hoofdstuk 5 is de juridische vormgeving van de beheersverordening nader uitgewerkt. Tot slot geeft hoofdstuk 6 inzicht in de economische en maatschappelijke gevolgen van de beheersverordening.

8

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

2

B e l e i d

2.1

Rijksbeleid 2 . 1 . 1

Structuurvisie

Infrastructuur

en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028. Aangegeven is welke nationale belangen daarbij aan de orde zijn. Een actualisatie van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau is nodig om de nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende (wereldwijde) omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De SVIR geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Vertrouwen in medeoverheden is de basis voor het bepalen van verantwoordelijkheden, regelgeving en rijksbetrokkenheid.

Door hun regionale kennis en onderlinge samenwerkingsverbanden zijn gemeenten en provincies in staat om de opgaven integraal, doeltreffend en met kwaliteit aan te pakken. Provincies, gemeenten en waterschappen hebben voldoende instrumenten in handen om deze taken uit te voeren. De waarborging van nationale belangen in de vorm van normen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Daar waar het normen betreft die in een ruimtelijk plan moeten worden ge-

CONCLUSIE

waarborgd, zijn deze normen opgenomen in de regels van de beheersverordening. Het Barro is uitgewerkt in paragraaf 2.1.3. 2 . 1 . 2

Derde nota Waddenzee

Het Nederlandse beleid ten aanzien van het waddengebied is (mede) vastgelegd in de Derde Nota Waddenzee. Deze nota heeft, daar waar concrete beleidsbeslissing zijn opgenomen, rechtstreekse doorwerking naar het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In de nota is ook het nieuwe beleid ten aanzien van gaswinning en visserij in de Waddenzee vastgelegd. Voor Nederland heeft de Derde Nota Waddenzee betrekking op alle grond die bij

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

9

vloed vanuit de Waddenzee onderloopt. Dit is inclusief de kwelders (zoals de Boschplaat op Terschelling, Nieuwlandsreid op Ameland en de schorren op Texel), strandvlakten (zoals de Hors op Texel en het Rif bij Schiermonnikoog) en onbewoonde eilanden, zoals Rottumeroog en Griend. Het Noordzeestrand op de eilanden en buitengaatse zandplaten zoals Noorderhaaks vallen buiten het beschermde gebied. De hoofddoelstelling voor de Waddenzee is de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. Voor een nadere uitwerking per thema wordt verwezen naar hoofdstuk 3. CONCLUSIE

De derde nota Waddenzee heeft rechtstreekse doorwerking naar het Barro. Het Barro is, voor zover noodzakelijk, verwerkt in de voorliggende beheersverordening. Ook is het thematisch beleid verwerkt, voor zover deze ruimtelijke relevant zijn en passen binnen de kaders van de voorliggende beheersverordening. 2 . 1 . 3

Besluit algemene regels

ruimtelijke

ordening

Op rijksniveau is in de eerdergenoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moeten worden ingezet. Een aantal van die onderwerpen betreffen de Waddenzee en waddengebied, defensie, kustfundament, ecologische hoofdstructuur, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen buiten het kustfundament. De onderwerpen hebben in elk geval betrekking op de Waddenzee. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en/of gemeentelijk niveau. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de lokale ruimtelijke besluitvorming. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro geeft de concrete uitwerking van de nationale belangen in de lokale ruimtelijke plannen, waaronder een beheersverordening. Voor een aantal onderwerpen is een nadere regeling opgesteld door het Rijk. CONCLUSIE

Eerder is reeds aangegeven dat de noodzakelijke ruimtelijke normen uit het Barro zijn verwerkt in de voorliggende beheersverordening. Ook ten aanzien van het thematisch beleid heeft een doorvertaling plaatsgevonden. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan de regeling dat geen delfstoffenwinning mag plaatsvinden, met uitzondering van de bestaande delfstoffenwinning. Ook mogen geen windturbines worden gebouwd.

10

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

2 . 1 . 4

Regeling

algemene regels

ruimtelijke

ordening

De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Rarro) is gebaseerd op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. In titel 2.6 van het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar het bevoegd gezag bij de vaststelling van ruimtelijke plannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Voor het gebied van de Waddenzee betreft de invloed van de Marine vliegkamp De Kooy bij Den Helder en Vlieland op

de

Waddenzee.

Dit

geldt

ook

voor

de

ligging

van

onveilige

gebieden buiten militaire terreinen in de Waddenzee. In titel 2.6 van het Barro wordt aangegeven wat in een ruimtelijk plan moet worden opgenomen. Het Rarro geeft een uitwerking van de feitelijke ligging van militaire terreinen,

CONCLUSIE

gebieden, objecten en zones. Aangegeven is wat in de regels van een ruimtelijk plan moet worden opgenomen. Voor zover dit van toepassing is op de voorliggende beheersverordening, is het Rarro doorvertaald in de regels en op de verbeelding. 2 . 1 . 5

Plan van aanpak Verbetering denzee

-

Beheer Wad-

Samenwerkingsagenda Beheer

Waddenzee

De Samenwerkingsagenda betreft een plan van aanpak voor optimalisatie van het beheer van de Waddenzee. Het plan van aanpak straalt de ambitie uit om in 2018 te werken als één beheerder met één integraal Beheer- en Inrichtingsplan. Hierdoor is het mogelijk om stapsgewijs toe te werken naar steeds hechtere samenwerkingsverbanden tussen de betrokken beheerorganisaties. Dit vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de verschillende beheerders in het Waddengebied, met de intentie om op basis van de bestaande inzet meer te doen. Transparanter naar de bewoners en gebruikers van het gebied, efficiënter voor de beheerders en slagvaardiger naar (de doelen voor) het gebied. Het plan van aanpak, ook wel de ‘samenwerkingsagenda’ genoemd, beschrijft hoe de betrokken partijen, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, inhoud willen geven aan de samenwerking. Voor een volledige uiteenzetting wordt

verwezen

naar:

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-

publicaties/rapporten/2014/07/02/plan-van-aanpak-verbetering-beheerwaddenzee-samenwerkingsagenda-beheer-waddenzee.html De Samenwerkingsagenda is een visiedocument. Binnen de kaders van de be-

CONCLUSIE

heersverordening heeft de Waddenvisie een informerende rol. Er is dan ook geen concrete doorwerking van de Waddenvisie naar de voorliggende beheersverordening.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

11

2.2

Provinciaal beleid Bij het bestuur voor de Waddenzee is een drietal bevoegde provincies betrokken, te weten de provincie Noord-Holland, de provincie Fryslân en de provincie Groningen. In deze paragraaf worden de ruimtelijke relevante provinciale bevoegdheden uiteen gezet. Per provincie is aangeven op welke wijze de provinciale belangen zijn gewaarborgd in de voorliggende beheersverordening. 2 . 2 . 1

Algemeen

Interprovinciale waddenvisie De provincies Noord-Holland, Fryslân en Groningen werken samen met onder andere het Rijk, natuur- en recreatieorganisaties en het bedrijfsleven aan het behouden en versterken van de natuur- en landschapswaarden en het ontwikkelen van een duurzame economie in het Waddengebied. Dit doet de provincie door onder andere: -

deelname bestuur Waddengebied;

-

opstellen en uitvoeren interprovinciale Waddenvisie;

-

opstellen en uitvoeren actieplan Vaarrecreatie Waddenzee;

-

deelname Waddenfonds.2

INTERPROVINCIALE

De drie Waddenprovincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland hebben een

WADDENVISIE

gezamenlijke ontwerpvisie opgesteld op de instandhouding en ontwikkeling van het Waddengebied. Aanleiding daarvoor is de grote verantwoordelijkheid die de provincies voelen om de natuurlijke kwaliteiten en de regionale economie van het Waddengebied verder te versterken. Ook willen de Waddenprovincies de mogelijkheden voor de beleving van het gebied optimaliseren. Deze aanleiding is nog eens versterkt door de recent voor een groot deel gedecentraliseerde – en vaak provinciegrensoverstijgende – bevoegdheden voor ruimtelijke ordening, vitaal platteland, natuur, recreatie en landschap en het Waddenfonds. Het doel van de Waddenvisie is een gecoördineerde interprovinciale inzet voor het Waddengebied. De Waddenvisie is het vertrekpunt voor toekomstige plannen van de provincies en vormt de basis voor het nieuwe Uitvoeringsplan Waddenfonds 2014-2017. Met de Waddenvisie beogen de drie Waddenprovincies, Fryslân, Groningen en Noord-Holland, gezamenlijk op te trekken en de kwaliteiten van het gebied te beschermen en verder te ontwikkelen. Daarnaast willen zij dat mensen het waddengebied nog meer kunnen beleven en moet er tegelijkertijd ruimte zijn voor ontwikkeling en innovatie. De twee hoofddoelen van deze visie zijn dan ook:

2

Voor meer informatie zie: http://www.noordholland.nl/web/Themas/Groen/Natuur/Wadden.htm

12

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

1.

het versterken en optimaal kunnen beleven van de fysieke en ecologische kwaliteiten van het Waddengebied;

2.

het bieden van ruimte voor (sociaal-)economische ontwikkeling, wonen, werken, recreatie en innovatie.

De Waddenvisie is door de Waddenprovincies vastgesteld op 18 november 2013. De Waddenvisie is een visiedocument. Binnen de kaders van de beheersveror-

CONCLUSIE

dening heeft de Waddenvisie een informerende rol. Er is dan ook geen concrete doorwerking van de Waddenvisie naar de voorliggende beheersverordening. 2 . 2 . 2

Provincie Noord-Holland

Provinciale

ruimtelijke

verordening

provincie

Noord -

Holland Uit de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie is van belang dat het gestelde in artikel 29 wordt betrokken bij het opstellen van de beheersverordening. Voor primaire waterkeringen langs de kust van de Waddenzee en Noordzee moet een vrijwaringszone van 175 meter buitendijks worden opgenomen. Dit met inachtneming van de voorwaarden als genoemd in artikel 29 ruimtelijke verordening.

Figuur

1.

Uitsnede

kaart

8

Provinciale

ruimtelijke

verordening

structuurvisie provincie Noord-Holland

In het verordeningsgebied van de voorliggende beheersverordening is geen

CONCLUSIE

sprake van een doorwerking van het provinciale beleid van de provincie NoordHolland.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

13

2 . 2 . 3

Provincie Fryslân

De Verordening Romte Fryslân (VRF) heeft onder meer betrekking op de positie van de Waddenzee. Voor de Waddenzee (excl. de havenkom bij Harlingen) staan in de verordening bouw- en gebruiksbepalingen die direct doorwerken naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Deze bepalingen regelen o.a. buitendijkse ontwikkelingen bij de Waddeneilanden (waaronder de zeewaartse uitbreiding van jachthavens) en nabij Harlingen. De bepalingen zijn gebaseerd op de Nota Ruimte en de PKB Waddenzee van het rijk, en zijn afgestemd op het provinciale beleid. De artikelen die betrekking hebben op de reserveringszones langs de primaire waterkeringen zijn op de Waddenzee van toepassing. Zo moeten reserveringszones voor versterking van een primaire waterkering buiten aaneengesloten bebouwd gebied in een ruimtelijk plan worden opgenomen. Naast de VRF is ook de thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte van kracht. In Grutsk op ‘e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Grutsk op ‘e Romte is als procesvereiste in de verordening Romte opgenomen.

Dat betekent dat vereist wordt dat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse wordt gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied, in het bijzonder van de landschappelijke en cultuurhistorische structuren. En dat afgewogen en gemotiveerd wordt op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de provinciale belangen uit Grutsk op ‘e Romte. In relatie tot onderhavig plan zijn de beschrijvingen van het Waddensysteem en van het Waddengebied van belang. In paragraaf 4.4. wordt ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische betekenis van het plangebied. Tevens wordt daar beschreven op welke wijze de waarden zijn vertaald naar de planregels. CONCLUSIE

De voorliggende beheersverordening ziet niet op ontwikkelingen binnen het verordeningsgebied. Voor zover de VRF ziet op ontwikkelingen zijn dan ook geen regels opgenomen in de voorliggende beheersverordening. De beheersverordening bevat wel een regeling voor de reserveringszone die in het verordeningsgebied liggen. Omdat de beheersverordening geen ontwikkelingen mogelijk maakt, voorziet de beheersverordening in een beperkte regeling. In relatie tot Grutsk op ‘e Romte zijn in de beheersverordening zorgvuldige regelingen opgenomen om de kwaliteiten van het gebied voldoende te borgen.

14

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

2 . 2 . 4

Provincie Groningen

Het provinciaal beleid van de provincie Groningen is neergelegd in de Omgevingsverordening provincie Groningen 2009 (POV). Voor de Waddenzee zijn de volgende artikelen van toepassing: Thema

Artikel

Onderwerp

Water

4.10

Waterkeringszone

Natuur

4.21

Duisternis en stilte (rust)

4.31

Ecologische Hoofdstructuur

4.47

Waddenzee

4.51

Rechtstreeks werkende regels

Overig

De voorliggende beheersverordening ziet niet op ontwikkelingen binnen het

CONCLUSIE

verordeningsgebied. Voor zover de POV ziet op ontwikkelingen zijn dan ook geen regels opgenomen in de voorliggende beheersverordening. De beheersverordening bevat een regeling voor de reserveringszone die in het verordeningsgebied ligt. Omdat de beheersverordening geen ontwikkelingen mogelijk maakt, voorziet de beheersverordening in een beperkte regeling. De duisternis en de rust maken onderdeel uit van het begrip ‘landschappelijke waarden’. De genoemde waarden zijn beschermd op basis van de bestemmingsomschrijving van artikel 5 van de regels. De EHS is beschermd op basis van het begrip ‘natuurlijke waarden’. De bestemming en de regels van het verordeningsgebied zijn niet gewijzigd, dit is de voorwaarde die is gesteld in artikel 4.31 van de POV. Immers, de bestaande situatie is vastgelegd in de beheersverordening. Voor de Waddenzee is in de regels van de beheersverordening een verbod opgenomen voor de exploratie en exploitatie naar aardgas. Ook mogen geen nieuwe leidingen, buiten de bestaande leidingenstrook, worden aangelegd. Artikel 4.47 van de POV is hiermee gewaarborgd. Van artikel 4.51 POV zijn uitsluitend een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waar zover ze van betekenis zijn voor het verordeningsgebied.

2.3

Gemeentelijk beleid 2 . 3 . 1

Bestemmingsplannen voor de Waddenzee

Iedere in dit project deelnemende gemeente heeft een bestemmingplan of een beheersverordening voor de Waddenzee vastgesteld.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

15

Uit de toelichting op de plansystematiek van de geldende bestemmingsplannen blijkt dat er binnen het plangebied twee bestemmingen zijn opgenomen. Het deel van de Waddenzee dat valt binnen de toenmalige planologische kernbeslissing is bestemd als ‘Waddengebied’. Het overige deel is bestemd als ‘Noordzee’. In de voorschriften is een breed scala aan toegestaan gebruik opgenomen. Dit gebruik is afgestemd op de toegestane activiteiten in het Waddengebied. Voorts zijn een aantal vrijstellingen en een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Voor enkele gemeenten geldt een bestemmingsplan die ook andere bestemmingen mogelijk maakt. Dit heeft onder meer tot gevolg dat ook een agrarische bestemming op zomerpolders en kwelders kan rusten. In andere gevallen geldt een bestemming met een andere naamgeving, bijvoorbeeld de bestemming ‘Waddenzee’.

Figuur 2. Weergave van de plankaart geldend bestemmingsplan Wad denzee van de gemeente Vlieland 2 . 3 . 2

Gemeentelijke

wensen

In het proces van de totstandkoming van de voorliggende beheersverordening heeft een aantal werkbijeenkomsten plaatsgevonden. De deelnemers hebben met elkaar overlegd in een projectgroep over diverse aandachtpunten binnen

16

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

het verordeningsgebied. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn verwerkt in verslagen, waarop de deelnemers hun goedkeuring hebben kunnen geven. Per deelnemer is de gelegenheid geboden om specifieke wensen kenbaar te maken ten aanzien van de inhoud van de beheersverordening. Deze ‘wensenlijst’ is voorgelegd aan de projectgroep. De projectgroep heeft een gezamenlijk standpunt ingenomen over de ‘wensenlijst’. Dit gezamenlijke standpunt is vastgelegd in een door de deelnemers goedgekeurd verslag en vervolgens verwerkt in de beheersverordening, in de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de wensen van de individuele deelnemers al dan niet zijn verwerkt. Bij de vaststelling van de voorliggende beheersverordening is het bestaand gebruik, zoals dat is geïnventariseerd in het kader van het Beheerplan Natura 2000-gebied Waddenzee, door middel van een bijlage aan de regels toegevoegd.

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

17

B e l e i d

3

p e r

t h e m a

De thematische beleidsuitgangspunten en doelstellingen voor de Waddenzee en het waddengebied zijn beschreven in de Derde Nota Waddenzee (vastgesteld in

2007). In dit hoofdstuk wordt per thema het beleid uiteengezet. Het beleid is, voor zover ruimtelijk relevant en passend binnen de kaders van de beheersverordening, gewaarborgd in de beheerverordening. Per beleidsthema is dan ook aangeven of er sprake is van ruimtelijk relevant beleid, zoals dat kan worden opgenomen in een beheersverordening. Hiervoor wordt verwezen naar de onderstaande tabel. In de aansluitende kolom is aangegeven of het beleid ook

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Onderwerp en Inhoud

Wel ruimtelijk

daadwerkelijk in de beheersverordening is opgenomen.

Verwerkt in beheersverordening

Sociaal–economisch beleid De belangrijkste duurzame ontwikkelingen zijn: Veiligheid tegen overstroming is duurzaam gehandhaafd. De primaire waterkering blijft vol-

x

Voor zover gelegen binnen het verordeningsgebied, zijn primaire

doen aan de eisen van de Wet op de waterkering.

waterkering voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

De luchtverbinding tussen eilanden en vasteland

x

ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van de inwoners van de Waddeneilanden is gegaran-

Stilte en rust zijn indirect vastgelegd via het begrip ‘landschappelijke waarden’.

deerd. De stilte en rust boven de Waddenzee worden gegarandeerd doordat alleen boven een bepaalde hoogte gevlogen mag worden. De bereikbaarheid van de havens in en grenzend

x

Geen noodzaak tot verwerking.

aan de Waddenzee is gewaarborgd. De economische bedrijvigheid in en rond de Wad-

x

n.v.t.

x

n.v.t.

denzee biedt de bevolking werk en inkomen en heeft een duurzaam karakter. Er is een situatie bereikt van duurzaam toerisme die ecologisch houdbaar, economisch levensvatbaar en sociaal acceptabel is. In het waddengebied is een optimale natuur- en

x

Via het hoofddoel beschreven in

landschapsbeleving mogelijk.

de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en het bijbehorend begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

De Waddenzeehavens hebben zich duurzaam

x

n.v.t.

ontwikkeld op een wijze die recht doet aan hun

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

19

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

specifieke ligging en mogelijkheden. Hierbij hebben de havens zich op een afgestemde manier gedifferentieerd en gespecialiseerd. De Waddenzee wordt benut voor diverse vormen

x

Via de bestemmingsomschrijving

van visserij op een dusdanige wijze dat zich een

van de bestemming ‘Water’ is dit

rijke en gevarieerde visstand heeft ontwikkeld en dat de overige (bodem)fauna en (bodem)flora en

gebruik voldoende gewaarborgd.

de landschappelijke kwaliteiten van de Waddenzee hier niet onder lijden. De milieubelasting op de Waddenzee veroorzaakt

x

n.v.t.

door militaire activiteiten is verminderd. De traditionele belangen van de lokale bevolking in het waddengebied in de vorm van diverse vor-

x

Via de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en

men van duurzaam kleinschalig historisch mede-

door middel van het begrip ‘eigen

gebruik van natuurlijke hulpbronnen zijn gewaarborgd. Hiermee is bijgedragen aan de positieve

gebruik’ is dit gebruik voldoende gewaarborgd.

beleving van het gebied. Het Regionaal College Waddengebied (RCW) heeft dit beleid uit de Derde Nota Waddenzee geconcretiseerd in het Beheer- en Ontwikkelingsplan (mei 2009). Het Beheer- en Ontwikkelingsplan bevatten de gezamenlijke visie van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen op beheer en ontwikkeling van het waddengebied. De beheervisie is vooral gericht op de Waddenzee. http://www.waddenzee.nl/Beheer_en_Ontwikkelingsplan.2151.0.html Landschap en cultuur Het beleid gericht op de duurzame bescherming en/of een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van: De waterbewegingen en de hiermee gepaard gaande geomorfologische en bodemkundige pro-

x

cessen.

Via het hoofddoel beschreven in de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg

De kwaliteit van water, bodem en lucht. De wa-

x

n.v.t.

ter- en bodemkwaliteit dienen zodanig te zijn dat verontreinigingen slechts een verwaarloosbaar effect hebben op flora en fauna. De flora en de fauna.

x

De landschappelijke kwaliteiten, met name rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid inclu-

x

Verder uitgewerkt in een voortoets, als beschreven in paragraaf 4.5 van deze toelichting.

sief duisternis.

Via het hoofddoel beschreven in de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ en het bijbehorende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

In de bodem worden aanwezige archeologische waarden en in het gebied aanwezige cultuurhisto-

20

x

Via de dubbelbestemming(en) ‘Waarde – Archeologie’ is een

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

rische waarden beschermd.

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

passend beschermingsregiem opgenomen.

De veiligheid van de bewoners van het waddengebied wordt gewaarborgd door een goede ver-

x

Zie hiervoor de beantwoording als opgenomen in het sociaal-

dediging tegen de zee. De bereikbaarheid van de

economisch beleid.

havens en de eilanden wordt gewaarborgd. De beleving van de natuurlijke en landschappelij-

x

Dit is indirect vastgelegd door het

ke kwaliteiten van de Waddenzee door bewoner

opnemen van het begrippenkader

en bezoeker van het waddengebied wordt als uitgangspunt genomen bij verdere beleidsuitwer-

voor natuurlijke en landschappelijke waarden.

king. Bebouwing

Er mag in de Waddenzee geen bebouwing worden

x Bestaande bouwwerken zijn in elk

opgericht of geplaatst,

geval toegestaan. het betreft hier

met uitzondering van: - tijdelijke bebouwing ten

de vergunde bouwwerken.

behoeve van weten-

Daarnaast is via het afwijken van

schappelijk onderzoek en monitoring,

de bouwregels het volgende mogelijk:

- bouwwerken noodzakelijk voor de veiligheid van het

- tijdelijke bebouwing voor wetenschappelijk onderzoek en

scheepvaartverkeer in de

monitoring;

Waddenzee, - bouwwerken voor alter-

- bouwwerken ten behoeve van het kustbeheer, de zeeveilig-

natieve mosselzaadbron-

heid en/of veiligheid van het

nen, - bouwwerken voor een adequate afwatering van het vasteland,

scheepvaartverkeer; - bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van ten hoogste 10 m;

- wadwachtposten en

- wadwachtposten.

- in de derde nota benoemde uitzonderingen

Bij realisatie van bouwwerken via

op zeewaartse havenuit-

de afwijkingsbevoegdheid is als

breiding.

voorwaarde opgenomen dat dient te zijn voorzien in van een goede

Daarnaast gelden ten aan-

inpassing in het landschap ter

zien van bouwwerken voor opsporing en winning van

bescherming van de unieke openheid.

gas onder de Waddenzee specifieke voorwaarden.

Niet is voorzien in het behoud van

Onder bebouwing worden

de nachtelijke duisternis. De be-

alle gebouwen en bouwwerken verstaan, met

heersverordening maakt immers geen nieuwe ontwikkelingen mo-

uitzondering van windtur-

gelijk.

bines. Het rijk zet zich in om verstoring van de nachtelijke duisternis door groot-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

21

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

schalige lichthinder van bijvoorbeeld kassencomplexen te voorkomen. Archeologie

Onderzoek naar en berging

x

Via de dubbelbestemming(en)

van archeologisch waarde-

‘Waarde – Archeologie’ is een

volle scheepswrakken en verdronken en onderslibde

passend beschermingsregiem opgenomen.

nederzettingen in de Waddenzee kan onder voorwaarden worden toegestaan, als deze door toedoen van natuurlijke fysische processen aan de oppervlakte van de zeebodem komen. Onderzoek van archeologische waarden dat de bodem niet beroert en anderszins niet leidt tot aantasting van de te beschermen en te behouden waarden en kenmerken van de Waddenzee is onder voorwaarden toegestaan. Menselijke activiteiten in de Waddenzee mogen in beginsel niet leiden tot aantasting van in de bodem aanwezige archeologische waarden. Militaire activiteiten In de derde nota Waddenzee is het volgende aangeven over militaire activiteiten: Het rijk acht een substantiële vermindering of

x

In overeenstemming met het Bar-

een verplaatsing van militaire activiteiten uit het waddengebied niet reëel. De bestaande activitei-

ro en het Rarro is het noodzakelijke verwerkt in de beheersver-

ten worden van dusdanig maatschappelijk belang geacht dat zij op de bestaande locaties worden

ordening. Zie ook paragraaf 2.1.3 en 2.1.4.

gehandhaafd en dat een doelmatig functioneren gewaarborgd moet zijn. Aanpassingen

- het gedeelte van de

x

De genoemde onderwerpen zijn

van bestaande

laagvliegroute voor ge-

uitsluitend voor zover dit noodza-

militaire activiteiten

vechtsvliegtuigen boven de Waddenzee is opge-

kelijk is op basis van het Barro en het Rarro. Zie ook paragraaf 2.1.3

heven;

en 2.1.4.

- de minimum vlieghoogte voor militaire vliegtuigen boven de Waddenzee is verhoogd van 300 meter naar 450 me-

22

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

ter; - vluchten met militaire helikopters en de verschillende naderingswijzen van de schietrange op de Vliehors vormen hierop een uitzondering; - het aanvliegen van de schietrange op de Vliehors geschiedt zo veel als mogelijk vanaf de Noordzee in plaats van over de Waddenzee; - het Cavalerieschietkamp Vlieland is buiten gebruik gesteld. Voor het overige wordt verwezen naar paragraaf 2.4. Duurzame wadden Duurzame vormen van bedrijvigheid, toerisme,

x

n.v.t.

landbouw, visserij, en een duurzame levensstijl, passen bij uitstek bij het Waddengebied. Het is Nederlands grootste natuurgebied met een geheel eigen identiteit. Randvoorwaarden worden hier niet alleen door de overheid gesteld, maar ook door eb, vloed, wind en water. Het dynamische landschap stelt een natuurlijke grens aan ongebreidelde groei maar biedt ook kansen voor unieke economische activiteiten. De derde nota Waddenzee benadrukt de voorrang voor natuur in het gebied met beperkt menselijk

x

De beheersverordening voorziet niet een regeling voor ontwikke-

medegebruik. Economische activiteiten moeten

ling van economische activiteiten.

dan ook een duurzaam karakter hebben. Klimaat Met het oog op klimaatverandering en zeespiegel-

x

n.v.t.

stijging gaat het rijk nader onderzoeken op welke wijze vorm gegeven kan worden aan het zoveel mogelijk ruimte geven aan natuurlijke processen. Het rijk zal hierover in overleg treden met betrokken provincies, gemeenten en waterschappen. Toerisme en recreatie Het recreatiebeleid op de Waddenzee is gericht op het beheersbaar maken en houden van het recreatief medegebruik en het ontwikkelen van

x

Via het toestaan van dagrecreatief medegebruik als ondergeschikt gebruik aan de bestem-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

23

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

duurzame vormen van recreatie, waarbij de na-

mingsomschrijving van de be-

tuurlijke draagkracht van het gebied uitgangspunt

stemming ‘Water’ en het bijbeho-

is. Voor het recreatief medegebruik geldt een zonering waarbij de voor verstoring gevoelige

rende begrippenkader is voorzien in de juridische waarborg.

gebieden worden ontzien. Er mogen geen nieuwe jachthavens in of direct grenzend aan de Waddenzee worden aangelegd. Behalve in het bestaande snelvaargebied bij Ou-

x

deschild mag de Waddenzee niet worden gebruikt voor waterskiën, jetskiën en vergelijkbare gemo-

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen wet- en regelgeving.

toriseerde activiteiten. Kitesurfen

Kitesurfen is een vorm van watersport waarbij de sporter op een kleine surfplank staat en zich voort

x

Het genoemde onderwerp is geregeld door middel van eigen weten regelgeving.

laat trekken door een kite (of: vlieger). Kitesurfen op de Waddenzee was tot 2006 verboden. Voor de Waddenzee geldt namelijk het Binnenvaartpolitiereglement (Bpr). Daarin is bepaald dat kitesurfen verboden is op alle wateren waarvoor dit reglement geldt. De beheerder kan echter in het kader van het Bpr. delen van de vaarweg aanwijzen waar kitesurfen wel mogelijk is. In principe gebeurt deze aanwijzing op verzoek van derden. Hierbij wordt vooral gekeken of de activiteit risico’s oplevert voor andere gebruikers van de vaarweg. Maar ook met natuurbelangen wordt rekening gehouden. Rijkswaterstaat heeft op vijf gebieden in de Waddenzee aangewezen waar kitesurfen is toegestaan. Kitesurfers mogen het hele jaar overdag gebruik maken van de volgende locaties: a. Westzijde veerdam Nes (gemeente Ameland);

24

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

b. Groene Strand (gemeente Terschelling); c. Westerzeedijk (gemeente Harlingen); d. Hoek van de Bant (gemeente Dongeradeel) e. kitesurflocatie Dijkf.

manshuizen bij Texel; vuurtoren (gemeente Texel)

g. Paal 17 Noordzee (gemeente Texel) Wadlopen

Om de veiligheid van gid-

x

De genoemde activiteiten vallen

sen en deelnemers tijdens een wadlooptocht te

onder het begrip ‘dagrecreatief medegebruik’, wat is toegestaan

waarborgen en om de

als ondergeschikt gebruik aan de

natuurwaarden te beschermen, is de provincia-

bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’.

le Wadloopverordening 1996 in werking getreden. De Wadloopverordening wordt voor de drie waddenprovincies Groningen, Friesland en NoordHolland uitgevoerd door de provincie Fryslân. Zowel de gidsen van wadlooporganisaties als individuele lopers zijn verplicht een wadloopvergunning aan te vragen. Voor het houden van (natuureducatieve) excursies dient een ontheffing te worden aangevraagd. Verkeer en infrastructuur Scheepvaart

De waterstaatswerken,

x

In de bestemmingsomschrijving

waaronder het vaargeul-

van de bestemming ‘Water’ zijn

onderhoud ten behoeve van de scheepvaart, zijn

zowel de beroepsscheepvaart als de bestaande vaargeulen opge-

beperkt in omvang, volgen de natuurlijke morfolo-

nomen als toegestaan hoofdgebruik.

gische ontwikkelingen en vinden uitsluitend plaats indien de bereikbaarheid van de havens, de Waddeneilanden of de verkeersveiligheid in het geding zijn. De bereikbaar-

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

25

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

heid van havens en eilanden wordt gewaarborgd in de vorm van aanlegmogelijkheden voor veerboten en streefdieptes/normering voor de vaargeulen. Voor beide geldt het naar de streefdiepte/normering van 2006 te actualiseren uitgangspunt dat vaartuigen die op dat moment gezien hun diepgang en afmetingen de havens bij gemiddelde zeestand en wind konden aandoen dit ook in de toekomst moeten kunnen. Hierbij wordt rekening gehouden met de economische en technische ontwikkelingen in de scheepvaart. In aansluiting op natuurlij-

x

Uitsluitend het baggeren van de

ke ontwikkelingen in de

bestaande vaargeul tot de ver-

vaargeuldiepte zijn incidenteel verdere verdie-

gunde diepte is toegestaan. overige activiteiten worden aange-

pingen van de hoofdvaar-

merkt als ontwikkeling.

geulen mogelijk, onder de voorwaarde dat dit past binnen het afwegingskader zoals aangegeven in de derde nota Waddenzee. Het rijk draagt zorg voor de betonning en bebake-

x

ning van de vaarroutes in

De genoemde onderwerpen zijn geregeld door middel van eigen wet- en regelgeving.

de Waddenzee. Kabels en buisleidingen

De aanleg van kabels en buisleidingen door de

x

Voor de kabels en leidingen is de dubbelbestemming ‘Leiding – lei-

Waddenzee dient van geval tot geval te worden

dingenstrook’ opgenomen. Zie hiervoor paragraaf 4.2 van deze

beoordeeld, als uitgangs-

toelichting.

punt geldt hierbij dat in beginsel aangesloten dient te worden bij bestaande leidingzones. De bestaande kabel- en leidingstraten staan weergegeven op de toelichtende kaart 15 behorende bij de derde nota

26

550.42.50.00.01.toe - Beheersverordening Waddenzee en Noordzee - 13 juli 2015

relevant

Niet ruimtelijk

relevant

Wel ruimtelijk

Onderwerp en Inhoud

Verwerkt in beheersverordening

Waddenzee. Havens en bedrijventer-

Er mogen geen nieuwe havens en bedrijventerrei-

x

De beheersverordening voorziet niet een regeling voor ontwikke-

reinen

nen worden aangelegd in

ling van havens en bedrijventer-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=0905ac8c-1a72-4574-a5af-3b3524826b67