CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 1 juli 2025, gemeente Texel58.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

De lijst verplichte Trajecten in eis 2.5.4 is daarom geen volledig over­ zicht van alle verplichte Verbindingen voor Maatwerkverbinders, Basisverbinders, Wijkverbinders en Streeksprinters, maar dient alleen ter aanvulling van de in paragraaf 2.4 geëiste Verbindingen.

Verplichte Trajecten 2.5.1

De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten ten minste een Lijn aan die voldoet aan de eisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een R-netlijn. De Concessiehouder voert deze Lijnen uit volgens de Productformule R-net of een Productformule voor Stadsprinters: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Haarlem Station – Delftplein – Santpoort – Driehuis Westerveld – IJmuiden Dennekoplaan

385

Amsterdam Sloterdijk – Westpoort – Pont Buitenhuizen – Velsen Zuid – IJmuiden Dennekoplaan* (– IJmuiden aan Zee)**

382

* Het is de Concessiehouder toegestaan om de Lijn in de bedieningsperiode zaterdag overdag conform de minimumfrequenties die geldt voor het Lijntype Stadsprinter te exploiteren. ** De Concessiehouder bedient het Traject tussen IJmuiden Dennekoplaan en IJmuiden aan Zee conform het bedieningsniveau (frequenties en bedieningstijden) zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025. 2.5.2

De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten ten minste één Stadsprinter aan: • Alkmaar Station – Kanaalkade – Nieuwe Schermerweg – Heerhugowaard • Heemskerk Centrum – Beverwijk Station • Beverwijk Station – Velserbroek Centrum – Haarlem Delftplein • Amsterdam Elandsgracht – Halfweg-Zwanenburg Station – Haarlem Spaarnwoude Station – Haarlem Nieuw Zuid • Zandvoort aan Zee busstation – Heemstede-Aerdenhout Station – Haarlem Nieuw-Zuid • Haarlem Nieuw Zuid – Schalkwijk Centrum via Europawijk, Laan van Angers • Haarlem Nieuw Zuid – Schalkwijk Centrum via Meerwijk, Bernadottelaan

2.5.3

Voor de Stadsprinter op het Traject Alkmaar Station – Heerhugowaard zoals opgenomen in eis 2.5.2 geldt aanvullend dat de Concessiehouder de Route binnen Heerhugowaard mag bepalen, mits de Route voldoet aan de volgende criteria: • De Stadsprinter biedt een Verbinding tussen knooppunt N242/N508 en de Wijk Rivierenwijk in Heerhugowaard waarbij gebruikgemaakt wordt van óf de Middenweg óf de Oosttangent, en • Minimaal 90% van alle adressen in ten minste één van de Wijken Heemradenwijk, Schilderswijk en De Draai in Heerhugowaard hebben een maximale Hemelsbrede afstand van 600 meter naar een Halte van de Stadsprinter.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

14

Provincie Noord-Holland

Verplichte Trajecten 2.5.4

De Concessiehouder biedt ter invulling van of in aanvulling op eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3 op de volgende Trajecten minimaal een Lijn conform het Lijntype zoals opgenomen in onderstaande tabel aan: Traject

Lijntype (minimum)

Alkmaar station – Akersloot – Uitgeest station

Basisverbinder

Alkmaar station – Heiloo - Limmen – Castricum station

Basisverbinder

Alkmaar station – Stompetoren - Schermerhoorn – Noordbeemster – Purmerend tramplein

Streeksprinter

Alkmaar station – Warmenhuizen – Tuitjenhorn – Dirkshorn – Schagen station

Streeksprinter (Alkmaar – Tuitjenhorn) en Maatwerkverbinder (Tuitjenhorn – Schagen)

Anna Paulowna station – Breezand – Den Oever busstation

Maatwerkverbinder

Den Helder station – Den Helder Zuid station – Julianadorp – Schagen station

Streeksprinter (Den Helder station – Julianadorp) en Basisverbinder (Julianadorp – Schagen)

Den Helder station – Hippolytushoef – Den Oever – Middenmeer – Abbekerk busstation – (A7) – Hoorn station

Basisverbinder

Heemskerk centrum – Uitgeest station

Wijkverbinder

Heemskerk centrum – Castricum station

Wijkverbinder

Hoorn station – (A7) – Abbekerk busstation – Medemblik busstation

Streeksprinter

Hoorn station – Berkhout – De Goorn – Avenhorn – Noordbeemster, Oosthuizerweg

Streeksprinter

IJmuiden, Rotonde Stadspark – Driehuis, Waterloolaan – Velserbroek, centrum

Wijkverbinder

Vogelenzang, Henk Lensenlaan – Bennebroek – De Glip – Heemstede – Heemstede-Aerdenhout, station / Haarlem Nieuw Zuid*

Wijkverbinder

Wijk aan Zee – Beverwijk, station

Wijkverbinder

Zandvoort aan Zee – Bloemendaal aan Zee – Overveen – Haarlem Nieuw Zuid

Wijkverbinder

* Het is de Concessiehouder toegestaan om deze Lijn in afwijking van de frequentie-eisen die aan een Wijkverbinder gesteld worden te splitsen in twee Lijnen met een frequentie van ten minste 1x per uur per richting om een Verbinding met beide mogelijke Eindhaltes (Heemstede-Aerdenhout en Haarlem Nieuw Zuid) aan te bieden op momenten wanneer de Lijn een frequentie van ten minste 2x per uur per richting heeft.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

15

Provincie Noord-Holland

2.6 Buurtbuslijnen Buurtbuslijnen bieden in veel Kernen met name in het landelijke gebied en in Wijken met lagere dichtheden een betrouwbaar aanbod aan Openbaar Vervoer, dat bijdraagt aan de inclusiviteit van het Lijnennet. De Concessie­ verlener zet zich er daarom voor in dat de huidige Buurtbuslijnen gecontinueerd worden. Daarnaast onderzoekt de Concessieverlener of uitbreiding van het netwerk van Buurtbuslijnen op hiervoor geschikte plekken gewenst en mogelijk is. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder Buurtbusverenigingen proactief ondersteunt en de Buurtbus­ lijnen in zijn netwerk van Openbaar Vervoer opneemt. De Concessiehouder mag Buurtbuslijnen daarbij onder voorwaarden gebruiken om aan bedieningseisen voor Kernen en Wijken te voldoen. Tegelijkertijd verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder alternatieven aanbiedt indien continuering van een Buurtbuslijn op enig moment niet langer mogelijk blijkt.

Buurtbuslijnen 2.6.1

De Concessiehouder faciliteert de door de Concessieverlener goedgekeurde Buurtbuslijnen en neemt deze op in zijn Lijnennet. Bij de start van de Concessie betreft dit de volgende Buurtbuslijnen: Traject

Lijnnr.

Schagen – ’t Veld – Zijdewind - Waarland

406

Heerhugowaard – Noord- en Zuid-Scharwoude – Broek op Langedijk - Heerhugowaard

407

Egmond aan Zee – Egmond Binnen - Heiloo

408

Heerhugowaard – Ursem - Obdam

409

Egmond aan Zee - Bergen aan Zee – Bergen - Schoorl – Groet - Camperduin

410

Schagen – Sint Maartensvlotbrug – Burgerbrug - Tuitjenhorn

411

Hoorn – Schellinkhout - Wijdenes – Hem – Venhuizen – Hoogkarspel – Lutjebroek – Grootebroek Bovenkarspel

412

Hoorn – Oosterblokker - Westwoud – Oostwoud - Wervershoof - Medemblik

415

Schagen – Zijpe – Anna Paulowna – Wieringerwaard – Wieringerwerf - Kreileroord

416

Schagen – Barsingerhorn – Winkel – Nieuwe Niedorp – Hoogwoud – Opmeer - Obdam

417

Enkhuizen – Bovenkarspel – Andijk

438

Haarlem Ramplaankwartier – Overveen – Bloemendaal – Santpoort Zuid – Haarlem Delftplein/ Spaarne Gasthuis Noord

481

2.6.2

Het is de Concessiehouder toegestaan om in zijn Vervoerplan voorstellen te doen voor wijzigingen in de lijnvoering van een Buurtbuslijn, bijvoorbeeld om te voorkomen dat door veranderingen in de lijnvoering van andere Lijnen parallelliteit met een bestaande Buurtbuslijn ontstaat, mits deze voorstellen niet leiden tot een verminderde bediening van Kernen die volgens de Jaardienstregeling 2025 door de betreffende Buurtbuslijn worden aangedaan. De Concessieverlener bepaalt na overleg met de betreffende Buurtbusvereniging en de Concessiehouder of deze voorstellen al dan niet worden goedgekeurd en mogen worden geïmplementeerd.

2.6.3

Al dan niet op verzoek van een (nieuwe) Buurtbusvereniging kan de Concessieverlener, na overleg met betrokken gemeente(n) en de Concessiehouder, besluiten om de in eis 2.6.1 genoemde Buurtbuslijnen uit te breiden of te beëindigen dan wel hier Buurtbuslijnen aan toe te voegen. De Concessiehouder verleent hieraan zijn medewerking.

2.6.4

Het is de Concessiehouder niet toegestaan nieuwe Buurtbuslijnen te initiëren en/of Buurtbuslijnen te beëindigen zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener.

2.6.5

Het is de Concessiehouder toegestaan om Buurtbuslijnen als alternatief voor de in Tabel 1 genoemde Lijntypes te gebruiken om te voldoen aan de eisen ten aanzien van de ontsluiting van Kernen en Wijken (paragraaf 2.2). Het is de Concessiehouder daarnaast toegestaan om Buurtbuslijnen als alternatief voor de in Tabel 1 genoemde Lijntypes te gebruiken om te voldoen aan de eisen ten aanzien van het verplichte bedieningsniveau per Kern (eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3) te voldoen, mits de betreffende Kern in de Jaardienstregeling 2025 uitsluitend met Buurt­ buslijnen en/of Overige lijnen bediend wordt. De Concessiehouder beschouwt daarbij de in de Jaardienstregeling 2025 opgenomen lijn 153 (Schagen-Winkel-Nieuw Niedorp) als Overige lijn. Ter illustratie: In Kernen die bediend worden door een Buurtbuslijn en (een) andere Lijn(en), niet zijnde een Overige lijn, geldt dus dat een bediening met een Buurtbuslijn niet volstaat en wordt het verplichte bedieningsniveau met een Maatwerkverbinder bepaald op basis van het bedieningsniveau van de betreffende andere Lijn(en) zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

16

Provincie Noord-Holland

Buurtbuslijnen 2.6.6

In afwijking van eis 2.6.5 is het de Concessiehouder toegestaan om met Buurtbuslijnen die de Concessieverlener na start van de Concessie heeft goedgekeurd en die Lijnen die opgenomen zijn in de Jaardienstregeling 2025 vervangen, te voldoen aan de eisen in paragraaf 2.2 en de eisen 2.4.1 tot en met 2.4.3.

2.6.7

Ingeval de Concessiehouder gebruikmaakt van Buurtbuslijnen om aan de eisen ten aanzien van de bediening van Kernen zoals opgenomen in Tabel 1 te voldoen, voorkomt de Concessiehouder eventuele Rituitval door een tekort aan vrijwillige chauffeurs bij de betreffende Buurtbusvereniging door eigen Personeel in te zetten.

2.6.8

Indien een Buurtbuslijn tijdens de looptijd van de Concessie wordt stopgezet, biedt de Concessiehouder voor alle door deze Buurtbuslijn bediende Kernen waarvoor op grond van Tabel 1 een bedieningsplicht geldt een qua aantallen Ritten en geboden Verbindingen gelijkwaardig alternatief, ook als de Concessiehouder reeds met andere Lijnen aan de eisen ten aanzien van de bediening van de betreffende Kernen voldoet. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om de eisen ten aanzien van de bediening van de betreffende Kern te verlagen ten opzichte van het bepaalde in Tabel 1.

2.6.9

De Concessiehouder ondersteunt elke Buurtbusvereniging in het Concessiegebied bij het jaarlijks opstellen van de Dienstregeling voor de betreffende Buurtbuslijn(en) inclusief Route en halteplaatsen, alsmede bij het maken van inzetroosters (zie ook eis 9.4.1). De Concessiehouder stemt zijn Dienstregeling tijdig af met de Buurtbus­ verenigingen, opdat zij tijdig advies kunnen uitbrengen over eventuele wijzigingen in de Dienstregeling die hun Buurtbuslijn(en) raken.

2.6.10

In geval van geschillen tussen de Concessiehouder en een Buurtbusvereniging treden de Concessiehouder, de Concessieverlener en de desbetreffende Buurtbusvereniging in overleg. Wanneer dit overleg niet tot overeen­ stemming leidt, neemt de Concessieverlener de eindbeslissing over het geschil.

2.7 Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen In aanvulling op reguliere Lijnen (dat wil zeggen, Lijnen zoals beschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.6) biedt de Concessiehouder in ieder geval een aantal vaste Ritten op Verbindingen die gericht zijn op specifieke doelgroepen. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder bij het opstellen van de Dienstregeling de belangen van de betref­ fende doelgroepen behartigt en waar relevant afspraken maakt met de betreffende instellingen (scholen, werkgevers, etc.). De Concessieverlener heeft daarbij als ambitie dat deze Lijnen op termijn waar mogelijk geïntegreerd worden in het aanbod aan reguliere Lijnen en/of uitgevoerd worden door andere concessiehouders. De Concessieverlener is concreet in gesprek met de provincie Flevoland om de afspraken over de bediening van de huidige lijn 650 te herzien. Op de Verbinding met de Energie&Health-Campus in Petten heeft de Concessieverlener de wens om het succesvolle huidige bedieningsconcept met per richting een halfuurdienst op de snelle of de langzame Route te continueren.

Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen 2.7.1

2.7.2

2.7.3

De Concessiehouder biedt op de onderstaande Trajecten een Overige lijn die op de behoefte van scholieren dan wel werknemers is afgestemd en met in ieder geval het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025, tenzij de bestemming waarvoor de Overige lijn bedoeld is, verplaatst of beëindigd wordt, de Concessie­ verlener andere afspraken met een andere concessieverlener maakt, of de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Bergen, Europese School – Alkmaar station

606

Wervershoof, gemeentehuis – Andijk – Enkhuizen station – Lelystad station centrum

650

Haarlem station → Cruquius SpaarneWerkt

567

Haarlem station → Cruquius SpaarneWerkt

568

Cruquius SpaarneWerkt → Haarlem station

569

De Concessiehouder biedt op het volgende Traject een Overige lijn die de behoefte van scholieren is afgestemd met per dag ten minste het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2023, tenzij de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2023

Kreileroord – Wieringerwerf – Middenmeer – Nieuw Niedorp, transferium – Winkel – Schagen

653

De Concessiehouder biedt op het volgende Traject met een Overige lijn ten minste het aantal Ritten zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025, tenzij de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie anders bepaalt: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Petten Energy&Health-Campus – Alkmaar station

151 / 251

Het is de Concessiehouder toegestaan om het huidige dienstregelingsconcept te continueren in de vorm van een gecombineerde Basisverbinder (via Schoorl en Petten) en Overige lijn.

17

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

Provincie Noord-Holland

2.8 Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam De Concessieverlener beoogt om in samenwerking met de Vervoerregio Amsterdam in het kader van de BRT-Visie op termijn extra OV-verbindingen per Bus tussen bestemmingen in Haarlem en in Amsterdam aan te bieden (zie ook paragraaf 2.14). Vooruitlopend op de realisatie van deze Verbindingen introduceert de Concessieverlener in 2025 een Verbinding tussen IJmond, Haarlem Noord en Amsterdam Zuid (werktitel: lijn 244) die al eerder geëxploiteerd werd (voor 2020). De Concessieverlener heeft als doel om deze Lijn structureel in de Dienstregeling op te nemen en op termijn als Lijn aan te bieden die tijdens de hele bedieningsperiode rijdt. Daarom eist de Concessieverlener dat de Concessie­ houder de bediening van het Traject in ieder geval continueert. Daarnaast is het de Concessiehouder toegestaan om een nieuwe Lijn op het Traject naar Schiphol Airport Plaza (zonder verdere Haltes buiten het Concessiegebied) met een beperkt bedieningsniveau aan te bieden. Voor de Lijnen op deze Trajecten is het de Concessiehouder toegestaan om voor Reizigers interessante doorkoppelingen met andere Lijnen in het Concessiegebied te realiseren, tenzij dit ten koste gaat van de begrijpelijkheid van het Lijnennet. Op overige Trajecten opgenomen in de BRT-Visie is het de Concessiehouder vooralsnog niet toegestaan een Lijn aan te bieden.

De Concessieverlener wil hiermee voorkomen dat het aanbod aan nieuwe Lijnen op deze Trajecten ten koste gaat van het bedieningsniveau in het Concessiegebied.

Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam 2.8.1

De Concessiehouder biedt op het onderstaande grensoverschrijdende Traject een Lijn aan waarbij de in onderstaande tabel opgenomen minimale en maximale bedieningseisen van toepassing zijn: Traject

Minimaal aanbod

Maximaal aanbod

IJmond (Beverwijk of IJmuiden)* – Haarlem Delftplein – Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Amsterdam Amstelveenseweg – Amsterdam Zuid

Streeksprinter**

Stadsprinter (geen hogere frequenties dan de minimumfrequenties zoals opgenomen in Tabel 4)**

* Het is de Concessiehouder toegestaan om de Beginhalte van de Lijn binnen IJmond te veranderen ten opzichte van de lijn zoals die in de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregelingjaar 2028 wordt aangeboden, mits de Lijn in ieder geval óf de Halte Beverwijk, station óf de Halte IJmuiden, Plein 1945, bedient. ** De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om tijdens de looptijd van de Concessie in het kader van de eventuele uitrol van BRT-lijnen op het Traject tussen Haarlem Nieuw-Zuid en bestemmingen in Amsterdam het minimaal vereiste en/of maximaal toegestane aanbod naar boven bij te stellen. 2.8.2

De Concessiehouder mag op het volgende grensoverschrijdende Traject een Lijn aanbieden waarbij in dat geval de in onderstaande tabel opgenomen minimale en maximale bedieningseisen van toepassing zijn: Traject

Minimaal aanbod

Maximaal aanbod

Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Schiphol Airport Plaza (geen bediening van overige Haltes buiten het Concessiegebied toegestaan)

Geen bedieningseis

4 Ritten per uur per richting tijdens de Spits en 2 Ritten per uur per richting tijdens overige bedieningsperiodes zoals opgenomen in Tabel 3

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om tijdens de looptijd van de Concessie in het kader van de eventuele uitrol van BRT-lijnen op het Traject tussen Haarlem Nieuw-Zuid en bestemmingen in Amsterdam het maximaal toegestane aanbod op het bovenstaande Traject naar boven bij te stellen. 2.8.3

Het is de Concessiehouder toegestaan om: • Een Lijn genoemd in eisen 2.8.1 en 2.8.2 te koppelen aan een andere Lijn binnen het Concessiegebied, niet zijnde een R-netlijn of een Stadsprinter, en • De Lijn genoemd in eis 2.8.1 uit te voeren als uitloper van een R-netlijn of een Stadsprinter of uit te voeren als een Stadsprinter, mits de Concessiehouder het maximale aanbod biedt zoals opgenomen in eis 2.8.1.

18

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

Provincie Noord-Holland

2.9 Vervoeraanbod op Texel Gezien de unieke kenmerken van de behoeften aan vervoer en het reisgedrag van, naar en op het eiland Texel, stelt de Concessieverlener specifieke eisen aan het vervoeraanbod op dit eiland. De eisen aan de bediening en ontsluiting van Kernen zoals opgenomen in voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn daarom niet van toepassing op Texel. Uitgangspunt voor de eisen aan het vervoeraanbod op Texel is dat alle plaatsen op Texel over reismogelijkheden beschikken die Aansluiting bieden op alle afvaarten van de veerdienst van en naar Den Helder. Op het Traject tussen De Koog, Den Burg en de Veerhaven blijft daarbij bediening met een vaste Lijn verplicht. Daarnaast biedt de Concessie­ houder net als in de huidige situatie met de Texelhopper een vraagafhankelijk vervoersysteem aan. Dit systeem is opgezet als Vraagafhankelijk Vervoer van en naar de de Haltes Den Burg, Elemert/Centrum en ’t Horntje, Veerhaven. Hierdoor wordt het vervoer efficiënter georganiseerd en de betrouwbaarheid voor Reizigers verhoogd. Tegelijkertijd wordt het niveau aan Openbaar Vervoer gelijkwaardiger aan het niveau in de rest van het Concessiegebied. De Concessiehouder mag daarbij de productnaam Texelhopper continueren of voor een alternatieve naam kiezen. De Concessiehouder mag daarnaast reismogelijkheden met het Vraagafhankelijke Vervoer vervangen door Ritten met een vaste Lijn.

Vervoeraanbod van, naar en op Texel 2.9.1

De eisen in paragrafen 2.2 tot en met 2.8 zijn niet van toepassing voor de ontsluiting en bediening van Texel met Openbaar Vervoer.

2.9.2

De Concessiehouder biedt in ieder geval: a. een Lijn met ten minste het bedieningsniveau van een Basisverbinder zoals opgenomen in Tabel 3 en Tabel 4 aan op het Traject De Koog, Nikadel – Den Burg, Elemert/Centrum – ’t Horntje, Veerhaven die in beide richtingen Aansluiting biedt op de reguliere afvaarten (één afvaart per uur per richting) van de veerverbinding van en naar Den Helder; en b. een Lijn met ten minste het bedieningsniveau van een Basisverbinder zoals opgenomen in Tabel 3 en Tabel 4 aan op het Traject Den Helder station – Den Helder Steiger TESO die in beide richtingen Aansluiting biedt op de reguliere afvaarten (één afvaart per uur per richting) van de veerverbinding van en naar Texel.

2.9.3

De Concessiehouder biedt: a. op de Lijn tussen De Koog en ’t Horntje zoals genoemd in eis 2.9.2, sub a, een aanvullende Rit op het Traject Den Burg, Elemert/Centrum – ’t Horntje, Veerhaven die Aansluiting biedt op elke extra afvaart van de veerverbinding van en naar Den Helder (elke afvaarten bovenop één afvaart per uur per richting). Het is de Concessiehouder toegestaan om deze Ritten vanuit/op andere plaatsen te laten beginnen/eindigen dan Den Burg, Elemert/ Centrum en deze Ritten onder een ander Lijnnummer als een Overige lijn te exploiteren, mits de Lijn de snelste Route tussen Den Burg, Elemert/Centrum en ’t Horntje, Veerhaven volgt; en b. op de Lijn tussen Den Helder station – Den Helder Steiger TESO zoals opgenomen in eis 2.9.2, sub b, een aanvullende Rit die Aansluiting biedt op elke extra afvaart van de veerverbinding van en naar Texel (elke afvaart bovenop één afvaart per uur per richting).

2.9.4

De Concessiehouder biedt in aanvulling op de Lijn(en) als bedoeld in eisen 2.11.2 en 2.11.3 Vraagafhankelijk Vervoer met vaste vertrek- en aankomsttijdstippen bij de Haltes Den Burg, Centurm/Elemert en ’t Horntje, Veerhaven aan dat voldoet aan de volgende eisen:

a.

Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt reismogelijkheden tussen de Halte Den Burg, Centrum/Elemert (huidig haltenummer 13) of respectievelijk ’t Horntje, Veerhaven (huidig haltenummer 1) en de volgende Haltes: Kern

Haltenaam

Haltenummer

De Cocksdorp

De Krim

108

De Cocksdorp

Molenlaan

110

De Cocksdorp

Vuurtoren

121

De Cocksdorp

Landal Sluftervallei

117

De Cocksdorp

De Muy

126

De Waal

Hotel de Waal

88

Den Hoorn

Anja’s Hoeve

62

Den Hoorn

Bonte Belevenis

59

Den Hoorn

De Naal

54

Oosterend

De Bijenkorf

189

Oudeschild

Bierbrouwerij

69

Oudeschild

Heemskerckstraat

73

Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt geen reismogelijkheden tussen deze Haltes onderling.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

19

Provincie Noord-Holland

Vervoeraanbod van, naar en op Texel b.

Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt voor elke Verbinding zoals genoemd onder sub a minimaal één reismogelijkheid per uur vanaf elke Halte van het Vraagafhankelijk Vervoer die Aansluiting biedt op alle reguliere afvaarten vanaf de eerste tot en met de laatste afvaart van de veerverbinding naar den Helder (al dan niet met overstap op Den Burg, Centrum/Elemert) kunnen bereiken en vice versa. Hiervoor biedt het Vraagafhankelijk Vervoer in beide richtingen een Aansluiting en een Aansluitgarantie op de Lijn tussen Den Burg en ’t Hoorntje, Veerhaven zoals genoemd in eis 2.9.2 sub a.

c.

Het is de Concessiehouder toegestaan om reismogelijkheden met het Vraagafhankelijk Vervoer te vervangen door Ritten met een Overige lijn die voldoen aan het bepaalde in eis 2.9.3.

d.

Het Vraagafhankelijk Vervoer biedt zowel in de richting De Koog als in de richting Veerhaven Aansluiting op de Lijn zoals bedoeld in eis 2.9.2 sub a, waarbij de Concessiehouder uitgaat van een overstaptijd van minimaal 2 en maximaal 10 minuten.

e.

De Concessiehouder voldoet aan de eisen 2.11.3 en 2.11.4.

g.

De Concessiehouder hanteert een Schaduwdienstregeling voor het Vraagafhankelijk Vervoer en stelt de Schaduw­ dienstregeling als open data beschikbaar conform de ‘Concessiebijlage datasets OV’ of diens opvolger(s).

2.10 Nachtlijnen De huidige Nachtlijnen bieden op dagen met veel sociaal-recreatief vervoer in de late en vroege uren van de dag een belangrijke bijdrage aan de bereikbaarheid van het Concessiegebied. De Concessieverlener stelt daarom continuering van drie van de huidige Nachtlijnen verplicht. De Nachtlijn tussen Alkmaar en Den Oever is als facultatieve Nacht­ lijn opgenomen.

Nachtlijnen 2.10.1

2.10.2

De Concessiehouder biedt op de volgende Trajecten een Nachtlijn en per Nachtlijn ten minste het aantal Ritten per dag zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

IJmuiden – Driehuis – Haarlem station – Haarlem Nieuw-Zuid – Hoofddorp station – Schiphol Airport Plaza – Schiphol Noord – Amstelveen busstation – Amsterdam Bijlmer Arena

N30

Alkmaar station – Alkmaar Kanaalkade – Stad van de Zon – Heerhugowaard Stadshart – Heerhugowaard Schildersbuurt

N60

Amsterdam Elandsgracht → Halfweg-Zwanenburg station → Haarlem Nieuw-Zuid → Haarlem station → Velserbroek centrum → Beverwijk station

N80

De Concessiehouder mag op het volgende Traject een Nachtlijn aanbieden, in welk geval hij ten minste het aantal Ritten per dag aanbiedt zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2025: Traject

Lijnnummer Jaardienstregeling 2025

Alkmaar station - Langedijk - Nieuwe Niedorp transferium – Middenmeer Alkmaarseweg - Wieringerwerf Motel - Den Oever transferium

N50

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

20

Provincie Noord-Holland

2.11 Vraagafhankelijk Vervoer In de Visie Publieke Mobiliteit heeft de Concessieverlener de ambitie uitgesproken om overal in het Concessiegebied dagelijks van 6.00 tot 1.00 uur een vorm van Publieke Mobiliteit aan te bieden. Met de eisen in dit hoofdstuk vult het Openbaar Vervoer per Bus, aangevuld met het aanbod aan openbaar vervoer verzorgd door andere concessiehouders, deze ambitie voor een groot deel in met uitzondering van (gedeelten van) zeer kleine Kernen waarvoor geen bedienings­ eis geldt en voor perioden aan de randen van de dag. De Concessieverlener heeft daarom de wens om voor deze (delen van) Kernen en perioden op termijn een andere vorm van Publieke Mobiliteit aan te bieden. Daarbij is Vraag­ afhankelijk Vervoer uitgevoerd door de Concessiehouder een optie. Het is de Concessiehouder daarom toegestaan om aanvullend op zijn Lijnennet Vraagafhankelijk Vervoer aan te bieden, mits de Concessiehouder aan de voorwaarden voldoet die het Vraagafhankelijke Vervoer een alternatief voor Reizigers maakt.

Vraagafhankelijk Vervoer 2.11.1

Het is de Concessiehouder toegestaan om Vraagafhankelijk Vervoer tussen Haltes aan te bieden.

2.11.2

De Concessiehouder biedt vanaf en naar elke Halte die hij bedient met Vraagafhankelijk Vervoer minimaal één Reismogelijkheid per uur: • van en naar een Halte die met een Lijn bediend wordt, en/of • van en naar een Knooppunt.

2.11.3

De Concessiehouder neemt alle Reismogelijkheden met Vraagafhankelijk Vervoer als Ritten in de Dienstregeling op. Voor alle Ritten van Vraagafhankelijk Vervoer gelden de eisen omtrent Punctualiteit en Rituitval zoals opgenomen in hoofdstuk 4.

2.11.4

De Concessiehouder zorgt ervoor dat: • Reizigers een Rit met het Vraagafhankelijk Vervoer telefonisch, via de website en per app kunnen reserveren; • de minimale aanmeldtijd voor een te reserveren Rit met het Vraagafhankelijk Vervoer maximaal 45 minuten bedraagt, en • aan Reizigers bij het aanmelden een ophaaltijdstip gemeld wordt.

2.11.5

De Concessiehouder brengt voor Ritten met het Vraagafhankelijk Vervoer maximaal het OV-tarief in rekening en brengt in geval van een overstap van of naar een Lijn de Vaste Voet niet twee keer in rekening.

2.12 Vervoerplan en Dienstregeling De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder elk jaar inspeelt op de verdere ontwikkeling van het aanbod aan Openbaar Vervoer passend bij de doelen van de Concessie en daarbij rekening houdt met nieuwe verwachte en onverwachte ontwikkelingen. De Concessiehouder stelt hiertoe voor elk Dienstregelingjaar een Vervoerplan op waarop hij vervolgens zijn Dienstregeling baseert. De Concessieverlener stelt daarbij nadere eisen aan de inhoud van het Vervoerplan en de opzet van de Dienstregeling.

Vervoerplan en Dienstregeling 2.12.1

Ieder jaar stelt de Concessiehouder een concept-Vervoerplan op en doorloopt vervolgens de Dienstregelings­ procedure (Bijlage 3.1). In het Vervoerplan evalueert de Concessiehouder de ontwikkelingen in het afgelopen jaar in het licht van de doelen van de Concessie het afgelopen Dienstregelingjaar en beschrijft en motiveert hij voorstellen voor de Dienstregeling van het eerstvolgende Dienstregelingjaar. De Concessiehouder besteedt daarbij aandacht aan de verschillende kenmerken van het Openbaar Vervoer per regio van het Concessiegebied zoals opgenomen in het document Vervoerkundige Kader in Bijlage B2 en baseert zijn voorstellen in ieder geval op: • De ontwikkeling van de bereikbaarheid van het Concessiegebied met het Openbaar Vervoer en het gebruik van het Openbaar Vervoer; • De te verwachten ontwikkelingen in de behoeften van Reizigers op basis van de resultaten van behoefteonderzoek onder (potentiële) Reizigers; • De te verwachten ontwikkelingen in het aantal Reizigers; • Een inventarisatie van voorstellen en wensen van Stakeholders zoals het ROCOV, Gemeenten en overige relevante organisaties; • Een analyse van het gebruik van het bestaande openbaar vervoeraanbod; • Een analyse van demografische, infrastructurele, ruimtelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen; • Eventuele aanvullende eisen en wensen van de Concessieverlener en eventuele Derden ten aanzien van lijnvoering,

bedieningstijden en frequenties, de ontwikkelmogelijkheden van het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie. • De Concessieverlener kan in enig jaar de Concessiehouder verzoeken specifiek aandacht te besteden aan één of meer van de genoemde onderwerpen.

2.12.2

Het is de Concessiehouder toegestaan om in zijn Vervoerplan voorstellen te doen voor nieuwe Haltes of het laten vervallen van Haltes. Hierover zal vervolgens overleg plaatsvinden tussen de Concessieverlener, de Concessiehouder en de betreffende Wegbeheerder(s). De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om voorstellen voor het plaatsen van nieuwe Haltes af te wijzen indien de Concessiehouder de realiseerbaarheid en/of meerwaarde van de betreffende Halte niet ten genoegen van de Concessieverlener aantoont.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

21

Provincie Noord-Holland

Vervoerplan en Dienstregeling 2.12.3

Jaarlijks stelt de Concessiehouder op basis van het door de Concessieverlener vastgestelde Vervoerplan een Dienst­ regeling op. De Concessiehouder zorgt dat de Dienstregeling voor ieder Dienstregelingjaar, net als het onderliggende Vervoerplan, voldoet aan de eisen uit dit Programma van Eisen.

2.12.4

De ingangsdatum van de Dienstregeling van ieder Dienstregelingjaar valt samen met de ingangsdatum van de Dienstregeling voor het Hoofdrailnet (Trein), tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder anders zijn overeengekomen. In bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij (tijdelijke) ingrijpende wijziging van het wegennet en/of businfrastructuur, waaronder de ingebruikname van Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid, kunnen de Concessieverlener en de Concessiehouder gezamenlijk besluiten tot een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling.

2.12.5

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de Dienstregeling van alle Lijnen voor Reizigers makkelijk te begrijpen en te onthouden is. Dat houdt in ieder geval in dat Ritten van elke Lijn in elke richting gelijkmatig over het uur verdeeld zijn en voor zover mogelijk geen verspringingen in patroontijden tussen bedieningsperiodes en dagen van de week plaatsvinden.

2.12.6

Op Koningsdag biedt de Concessiehouder minimaal de Dienstregeling zoals op een zaterdag aan. In de nachten voorafgaand aan en volgend op Koningsdag geldt minimaal de Dienstregeling voor de nacht van vrijdag op zaterdag.

2.12.7

Op de overige, algemeen erkende Feestdagen (Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag) biedt de Concessiehouder minimaal de Dienstregeling zoals op een zondag aan. Op Oudjaarsavond is het de Concessiehouder toegestaan om na 20:00 uur geen Openbaar Vervoer aan te bieden.

2.13 Aanbod tijdens Vakanties en seizoensgebonden aanbod Tijdens vakantieperiodes is het reisgedrag van, naar en binnen het Concessiegebied op veel plekken anders. Meer Reizigers maken gebruik van Verbindingen naar met name Kustplaatsen en andere sociaal-recreatieve bestemmingen, terwijl minder Reizigers met werk- of school gerelateerde doeleinden reizen. Daarom biedt de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om zijn aanbod aan Openbaar Vervoer tijdens bepaalde weken aan te passen. De Concessie­ verlener hanteert daarbij als uitgangspunt dat het aanbod op de Lijnen behorende tot het kernnetwerk (R-netlijnen, Stadsprinter, Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder) zo min mogelijk wijzigt en ieder geval niet op alle Verbindingen met Kustplaatsen. Daarnaast stelt de Concessieverlener aanvullende eisen aan extra bediening op Trajecten met Kustplaatsen.

Vakanties en seizoensgebonden aanbod 2.13.1

Het is de Concessiehouder toegestaan om tijdens de herfstvakantie (maximaal één week), kerstvakantie (maximaal twee weken), voorjaarsvakantie (maximaal één week) meivakantie (maximaal twee weken) en/of zomervakantie (maximaal zes weken) van het voortgezet onderwijs in de regio Noord een Vakantiedienstregeling aan te bieden die afwijkt van de Jaardienstregeling. De Concessiehouder beschrijft en motiveert zijn keuze voor het hanteren van een Vakantiedienstregeling tijdens specifieke vakanties in zijn Vervoerplan.

2.13.2

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om op Lijnen die een Kustplaats bedienen, in zijn Vakantiedienstregeling lagere frequenties dan in de Jaardienstregeling opgenomen aan te bieden. Als uitzondering op deze eis geldt dat de Concessiehouder in de Vakantiedienstregeling wel de frequenties in de Spits (zoals gedefinieerd in Tabel 3) mag verlagen naar de frequenties buiten deze periode. Als Kustplaatsen zijn de volgende Kernen gedefinieerd: • Callantsoog • Petten • Egmond aan Zee • Wijk aan Zee • IJmuiden aan Zee • Bloemendaal aan Zee • Zandvoort aan Zee

2.13.3

De Concessiehouder biedt op de Lijn die het verplichte Traject Zandvoort aan Zee – Bloemendaal aan Zee – Overveen – Haarlem Nieuw Zuid (zie eis 2.5.4) bedient, tijdens de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Noord een bedieningsniveau dat voldoet aan de eisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een Stadsprinter zoals opgenomen in Tabel 4.

2.12.4

Het is de Concessiehouder toegestaan om tijdens de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Noord het Traject Bergen – Bergen aan Zee te bedienen met een uitloper van de verplichte Verbinding tussen Alkmaar en Bergen waarbij frequenties en bedieningstijden van deze uitloper vergelijkbaar zijn met die van de huidige kustbuslijn 866.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

22

Provincie Noord-Holland

2.14 Vervoerkundige ontwikkeling gedurende de Concessie De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder in het kader van zijn ontwikkelrol het netwerk aan Openbaar Vervoer tijdens de looptijd van de Concessie verder verbetert in lijn met de doelen van de Concessie en daarbij binnen de kaders van de Concessieverlener een proactieve rol in de samenwerking met overheden en belangrijke organen zoals het ROCOV en lokale initiatieven inneemt. Daarbij hoort ook de realisatie van nieuwe Verbindingen tussen bestemmingen in Haarlem en in Amsterdam in lijn met de BRT-Visie (zie ook paragraaf 2.9). De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder zijn medewerking verleent aan onderzoek naar deze Verbindingen, daarbij samenwerkt met de Concessieverlener en de Vervoerregio Amsterdam, en indien door de Concessieverlener gevraagd, nieuwe Lijnen opneemt in de Concessie.

Vervoerkundige ontwikkeling 2.14.1

De Concessiehouder ontwikkelt gedurende de looptijd van de Concessie het aanbod aan Openbaar Vervoer in lijn met de doelen van de Concessie en de ontwikkelperspectieven Noord-Holland Noord en Zuid-Kennemerland IJmond en stemt het aanbod aan Openbaar Vervoer in overleg met de Concessieverlener, Gemeenten, de Vervoerregio Amsterdam, het ROCOV, scholen en andere Stakeholders af met ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van Publieke Mobiliteit. Daarbij vervult de Concessiehouder waar door de Concessieverlener gewenst een proactieve rol in de samenwerking met bijvoorbeeld overige concessiehouders en aanbieders van Flexvervoer, wmo-vervoer en lokale initiatieven.

2.14.2

De Concessiehouder verleent medewerking aan de ontwikkeling en exploitatie van nieuwe Verbindingen per Bus op de A9-corridor tussen Haarlem en Amsterdam in het kader van de BRT-Visie. Dit betreft naast de Verbindingen genoemd in de eisen 2.8.1 en 2.8.2 een eventuele nieuwe Verbinding op het Traject Haarlem Nieuw Zuid – A9 – Amsterdam Lelylaan station. De Concessieverlener behoudt zich daarbij het recht voor om aanvullende eisen aan de Concessiehouder te stellen ten aanzien van minimale en maximale frequenties en bedieningstijden op de betreffende Verbindingen en voor de invulling van deze eisen een apart budget beschikbaar te stellen.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

23

Provincie Noord-Holland

3. INFRASTRUCTUUR De kwaliteit van het Openbaar Vervoer zoals Reizigers die ervaren wordt mede bepaald door de Infra­ structuur waar het Openbaar Vervoer gebruik van maakt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan vrij liggende busbanen en de locatie en inrichting van Haltes, maar ook aan de werkplaatsen en pauzevoorzieningen die belangrijk zijn voor een goede uitvoering van het Openbaar Vervoer. De overgang naar ZeroEmissiebusvervoer vraagt daarnaast om de tijdige beschikbaarheid van Energievoorzieningen en Laadinfrastructuur. Hoewel niet alle aspecten van de Infrastructuur zichtbaar zijn voor Reizigers, zijn ze wel stuk voor stuk van belang om een goed functionerend Openbaar Vervoersysteem te faciliteren. Om alle onderdelen van de Infrastructuur goed te organiseren is nauwe samenwerking tussen de Concessiehouder, de Concessieverlener en betrokken Stakeholders, waaronder in het bijzonder Wegbeheerders, een vereiste.

3.1 Samenwerking Concessiehouder met partners Samenwerking Concessiehouder met partners 3.1.1

De Concessiehouder stelt een vertegenwoordiger aan die als contactpersoon voor de Wegbeheerders fungeert en die bevoegd is namens de Concessiehouder met de Wegbeheerders bindende afspraken te maken met betrekking tot het gebruik van de weginfrastructuur en Haltes ten behoeve van de uitvoering van de Concessie.

3.1.2

De Concessiehouder signaleert problemen met de weginfrastructuur, doorstroming en Haltes in het Concessiegebied en meldt deze bij de betreffende Wegbeheerder. De Concessiehouder meldt structurele problemen bij de Concessieverlener.

3.1.3

De Concessiehouder informeert Wegbeheerders, Gemeenten en Buurtbusverenigingen ten minste één maand voor ingebruikname over tijdelijke en permanente aanpassingen van Routes van (nieuwe) Lijnen.

3.1.4

De Concessiehouder neemt proactief deel aan overleggen met Stakeholders, levert vanuit zijn rol als vervoerder input over grotere aanpassingen aan de weginfrastructuur en onderneemt proactief actie op basis van de informatie (onder meer uit Melvin5) over aanpassingen van de weginfrastructuur.

3.2 Weg- en OV - infrastructuur Weg- en OV-infrastructuur

5

3.2.1

De Concessiehouder benut alle aanwezige OV-infrastructuur, zowel bestaande als nieuw aan te leggen, tenzij de Concessieverlener hiervoor op verzoek van de Concessiehouder een ontheffing verleent.

3.2.2

De Concessiehouder stemt zijn Dienstregeling en de inzet van Materieel af op de eigenschappen van de weg- en OV-infrastructuur, waaronder lengte, hoogte, breedte, draaicirkel, afstand tot het wegdek, toegestane aslast en capaciteit van Haltes.

3.2.3

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het beschikbaar hebben en beheer en onderhoud van voldoende Stallingen/remises, werkplaatsen en pauzevoorzieningen (zoals genoemd in artikel 30, lid 4 van de CAO Openbaar Vervoer) voor de uitvoering van de Concessie, met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 3.5.

Melvin staat voor MELden van Verstoringen in de Infrastructuur in Nederland. Melvin is het meldsysteem voor Wegbeheerders voor het melden van wegwerkzaamheden en evenementen. De meldingen in Melvin zijn zichtbaar op de publiekswebsite als deze door de wegbeheerder zijn gepubliceerd.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

24

Provincie Noord-Holland

3.3 Haltes Haltes 3.3.1

De Wegbeheerder is verantwoordelijk voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van Haltes. Het is aan de Concessiehouder om de Wegbeheerder zo nodig op deze verantwoordelijkheid te wijzen.

3.3.2

De Concessiehouder meldt geconstateerde problemen aan of rondom Haltes, bijvoorbeeld vandalisme, slecht onder­ houd, vervuiling, onveiligheid et cetera, onmiddellijk aan de verantwoordelijke Wegbeheerder. De Concessiehouder informeert tevens de Concessieverlener over de betreffende melding aan de Wegbeheerder.

3.3.3

De Concessiehouder gebruikt voor de uitvoering van de Concessie uitsluitend de Haltes vermeld in het Centraal Halte Bestand (CHB)6. De Concessiehouder gaat voor de benamingen en nummering van Haltes uit van de halte­ namen en haltenummers zoals opgenomen in het Centraal Halte Bestand (CHB).

3.3.4

De Concessiehouder kan in zijn Inschrijving en/of tijdens de looptijd van de Concessie voorstellen doen voor het laten vervallen, toevoegen of verplaatsen van Haltes (zie ook eis 2.12.2), maar kan aan deze voorstellen geen rechten ontlenen.

3.3.5

De Concessiehouder neemt de bestaande Haltepalen en Halteborden om niet over van de huidige concessiehouder dan wel de Wegbeheerders.

3.3.6

De Concessiehouder is voor eigen rekening en risico verantwoordelijk voor plaatsing, beheer, onderhoud en reiniging van Haltepalen en Halteborden op alle Haltes in het Concessiegebied.

3.3.7

De Concessiehouder (ver)plaatst geen Haltepalen zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de betreffende Wegbeheerder en meldt (ver)plaatsingen van Haltepalen vooraf aan de Concessieverlener.

3.3.8

De Concessiehouder zorgt er bij (ver)plaatsing van Haltepalen voor dat Reizigers, waaronder Reizigers in een rolstoel, geen hinder van de Haltepaal ondervinden en neemt hierbij de aanwijzingen van de betreffende Wegbeheerder in acht.

3.3.9

De Concessiehouder verwijdert na voorafgaande schriftelijke instemming van de betreffende Wegbeheerder(s) Haltepalen bij Haltes in het Concessiegebied waar niet langer Lijnen van de Concessiehouder of Lijnen van concessiehouders van aangrenzende concessies halteren.

3.3.10

De Concessiehouder draagt de Haltepalen en Halteborden aan het eind van de Concessie om niet over aan de opvolgende concessiehouder, tenzij hij met de opvolgende concessiehouder anders overeenkomt.

3.4 Laadinfrastructuur Laadinfrastructuur

6 7

3.4.1

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van eventueel te realiseren Laadinfrastructuur en daarvoor benodigde Energievoorzieningen ten behoeve van Zero-Emissievoertuigen.

3.4.2

De Concessiehouder stemt de vormgeving en aanleg van Laadinfrastructuur af met de desbetreffende Wegbeheer­ der(s) of particuliere grondeigenaren rekening houdend met de ruimtelijke inpassing van de Laadinfrastructuur.

3.4.3

De Concessiehouder onderhoudt de Laadinfrastructuur conform de voorschriften van de betreffende garantie­ gever en wel zodanig dat hij voldoet aan de voorwaarden die deze garantiegever aan de Gegarandeerde inzetperiode van de Laadinfrastructuur verbindt.

3.4.5

De Concessiehouder verleent medewerking aan onderzoek naar medegebruik van de Laadinfrastructuur, bijvoor­ beeld medegebruik door andere modaliteiten, andere concessiehouders of voor andere doeleinden dan het uitvoeren van Openbaar Vervoer

3.4.6

De Concessiehouder realiseert in overleg met de Buurtbusverenigingen tijdig de benodigde Laadinfrastructuur voordat de Concessiehouder Zero-Emissiebuurtbussen op de betreffende Buurtbuslijn(en) laat inzetten.

3.4.7

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de Laadinfrastructuur blijvend voldoet aan de eisen met betrekking tot veiligheid, standaardisatie en interoperabiliteit, conform vigerende Europese normen.

3.4.8

De Concessiehouder treedt aan het eind van de Concessie in overleg met de Concessieverlener over de overname van de Energieaansluiting ten behoeve van onder de Overnameregeling vallende Laadinfrastructuur op een specifieke locatie.7

Zie bijvoorbeeld https://halteviewer.ov-data.nl/ of http://data.ndovloket.nl/haltes/ De Concessieverlener stelt nog vast of en - indien van toepassing - welke aspecten van de Laadinfrastructuur en Energievoorzieningen in de Overnameverplichting zullen worden opgenomen.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

25

Provincie Noord-Holland

3.5 Stallingen, werkplaatsen en pauzevoorzieningen De Concessiehouder moet er in principe zelf voor zorgen dat hij over voldoende Stallingen, werkplaatsen en pauze­ voorzieningen beschikt en is daarbij vrij in zijn keuze wat de locaties betreft. Om risico’s rond de inzet van ZeroEmissiebussen bij de start van de Concessie te verkleinen is de Concessieverlener in gesprek met diverse partijen die stallingsfaciliteiten met Energievoorzieningen kunnen aanbieden. Het definitieve Programma van Eisen zal een over­ zicht van beschikbare, al dan niet voorgeschreven Stallingslocaties bevatten. Daarbij kan de Concessieverlener eisen ten aanzien van het gebruik van deze Stallingslocaties formuleren in aanvulling op de eis in onderstaande eisentabel.

Stallingen, onderhoudsvoorzieningen en pauzevoorzieningen 3.5.1

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het beschikbaar hebben en beheer en onderhoud van voldoende Stallingen, werkplaatsen en pauzevoorzieningen (zoals genoemd in artikel 30, lid 4 van de CAO Openbaar Vervoer) voor de uitvoering van de Concessie.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

26

Provincie Noord-Holland

4. UITVOERINGSKWALITEIT Om bereikbaarheid te waarborgen wenst de Provincie een OV-product dat een aantrekkelijk alternatief is voor inwoners en bezoekers van het Concessiegebied. Daarom stelt de Concessieverlener eisen aan de uitvoeringskwaliteit van de Concessie. Zo is het voor Reizigers belangrijk dat zij met de eerstvolgende Rit mee kunnen reizen op het moment dat ze bij een Halte staan en dat ze op vrijwel alle Trajecten kunnen zitten. Daarnaast dient de Concessiehouder zich maximaal in te spannen om Rituitval te voorkomen en in het geval dat een Rit onverhoopt toch uitvalt, de overlast voor de Reiziger minimaal blijft door snel een goed reisalternatief te bieden. Bovendien wordt er van de Concessiehouder verwacht dat Ritten op tijd (dus niet te laat, maar ook zeker niet te vroeg) vertrekken en tevens ook op tijd aankomen zodat Reizigers beoogde Aansluitingen kunnen halen. De Concessiehouder dient continu te streven naar een verbeterde uitvoering van het Openbaar Vervoer. Op deze manier draagt de Concessiehouder bij aan een optimale ervaring van het Openbaar Vervoer voor de Reiziger. De Concessieverlener hecht daarbij veel waarde aan het borgen van een inclusief, toegankelijk en duurzaam mobiliteitssysteem, waarbij iedereen op een prettige en efficiënte manier gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer.

Zo vormt het Openbaar Vervoer een goede basis van het systeem van Publieke Mobiliteit.

4.1 Vervoergarantie en capaciteit Vervoergarantie en capaciteit 4.1.1

De Concessiehouder beschikt over een Exploitatiebeheerssysteem en een Centrale Verkeersleiding (CVL) vanuit waar hij de dagelijkse exploitatie monitort en bijstuurt waar nodig.

4.1.2

De Concessiehouder heeft een vervoerplicht, hetgeen betekent dat de Concessiehouder zorgt dat alle Reizigers die tijdig bij een Halte aanwezig zijn en over een geldig Vervoerbewijs beschikken om van een door Concessiehouder aangeboden Rit gebruik te maken, daadwerkelijk vervoerd kunnen worden.

4.1.3

Wanneer blijkt dat de geplande capaciteit structureel ontoereikend is om te voldoen aan de Vervoer­ vraag realiseert de Concessiehouder zo spoedig mogelijk en op eigen kosten Versterkingsrit(ten).

4.1.4

Indien Reizigers vanwege te krappe capaciteit achterblijven op een Halte en de eerstvolgende Rit volgens de Dienstregeling meer dan 30 minuten later vertrekt, zet de Concessiehouder op eigen kosten Vervangend Vervoer in.

4.1.5

Tijdens een te voorziene incidentele grotere Vervoervraag, bijvoorbeeld bij Evenementen of op feestdagen, geldt onverkort de vervoerplicht zoals beschreven in eis 4.1.2 en zet de Concessie­ houder extra Materieel of Materieel met meer capaciteit in. De Concessiehouder verricht alle noodzakelijke activiteiten en verleent alle medewerking die noodzakelijk is om ook in deze gevallen een zo hoog mogelijke uitvoeringskwaliteit te bieden die passend is bij de verwachte Vervoervraag.

4.1.6

Tijdens de Dalperiode biedt Concessiehouder alle Reizigers een zitplaats. Om dit te borgen zorgt de Concessiehouder dat de statische Bezettingsgraad (gemeten per maand) in een Bus de verhouding van 5/7 (vijfzevende) van het aantal zitplaatsen niet overschrijdt.

4.1.7

Tijdens de Spits en op Ritten van Scholierenlijnen zijn staanplaatsen toegestaan, mits het type Materieel dit toestaat. De statische Bezettingsgraad in een Bus is tijdens de Spits niet hoger dan “het aantal zitplaatsen + 50% van het toegestane aantal staanplaatsen.” Het is niet toegestaan dat een Reiziger tijdens een Rit langer dan 20 minuten moet staan.

4.1.8

De Concessiehouder laat sociale honden (SOHO)/geleidehonden en huisdieren toe in Voertuigen voor zover deze geen gevaar, verontreiniging of overmatige hinder voor Reizigers veroorzaken. Voor het toelaten van sociale honden (SOHO)/geleidehonden en huisdieren gelden de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de Algemene Voorwaarden stads- en streekvervoer.

4.1.9

De Concessiehouder geeft jaarlijks in het Vervoerplan dat als basis dient voor de nieuwe Dienst­ regeling aan welke capaciteit hij op een Lijn inzet om aan de eisen 4.1.2, 4.1.6 en 4.1.7 te kunnen voldoen. Hierbij gaat de Concessiehouder expliciet in op de inzet per dag van de week en per seizoen.

4.1.10

Het is de Concessiehouder niet toegestaan in de praktijk minder capaciteit aan te bieden dan hij heeft vastgelegd in het Vervoerplan, tenzij de Concessieverlener vooraf met deze neerwaartse aanpassing van de geboden capaciteit heeft ingestemd.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

27

Provincie Noord-Holland

4.2 Rituitval en Vervangend Vervoer Rituitval en Vervangend Vervoer 4.2.1

Het aantal geheel of gedeeltelijk uitgevallen Ritten zoals gepubliceerd in de Dienstregeling, waarbij geen sprake is van Overmacht, mag op maandbasis maximaal 0,2% van de Ritten in de Dienstregeling bedragen, zowel bezien over alle Lijnen als per Lijn afzonderlijk.

4.2.2

Indien een Rit geheel of gedeeltelijk uitvalt, beperkt de Concessiehouder de overlast voor Reizigers tot een minimum door hen te informeren over de gewijzigde vertrektijden, het aanbod aan Vervangend Vervoer en alternatieve reismogelijkheden (ook buiten het Openbaar Vervoer). De Concessiehouder zorgt dat de klantenservice bereikbaar is om vragen van Reizigers hierover te beantwoorden.

4.2.3

Indien Reizigers bij Rituitval geen alternatieve reismogelijkheden met het Openbaar Vervoer hebben, zet de Concessiehouder uiterlijk 30 minuten nadat de eerste Rit is uitgevallen Vervangend Vervoer in.

4.3 Punctualiteit en Aansluitingen Punctualiteit en Aansluitingen 4.3.1

De Concessiehouder definieert in de Dienstregeling Tijdhaltes op elke Lijn ten behoeve van het borgen en monitoren van de punctualiteit. De geplande rijtijd tussen Tijdhaltes bedraagt maximaal 20 minuten. Begin- en Eindhaltes en Knooppunten gelden altijd als Tijdhaltes, waar nodig wijst de Concessiehouder ook andere Haltes als Tijdhalte aan om aan de eis ten aanzien van de maximale geplande rijtijd tussen Tijdhaltes te voldoen. Voorafgaand aan een Dienstregelingsjaar wordt in overleg tussen de Concessieverlener en Concessiehouder vastgesteld welke Haltes als Tijdhalte gelden.

4.3.2

De Concessiehouder zorgt ervoor dat een Rit nooit eerder vertrekt vanaf een Halte dan de in de Dienstregeling aangegeven vertrektijd.

4.3.3

De Concessiehouder zorgt ervoor dat iedere maand ten minste 85% van de Ritten: a. uiterlijk 120 seconden na de in de Dienstregeling aangegeven vertrektijd bij Beginhaltes vertrekt; b. uiterlijk 180 seconden na de in de Dienstregeling aangegeven vertrektijd bij Knooppunten en Tijdhaltes vertrekt, en c. niet eerder dan 180 seconden voor en niet later dan 180 seconden na de in de Dienstregeling aangegeven aankomsttijd bij Eindhaltes, Tijdhaltes en Knooppunten aankomt.

4.3.4

Het percentage genoemd in eis 4.3.3 geldt zowel voor het totaal van alle Lijnen samen als voor iedere Lijn afzonderlijk.

4.3.5

Als een Buurtbuslijn het percentage genoemd in eis 4.3.3 niet haalt, gaat de Concessiehouder met de betreffende Buurtbusvereniging in overleg om gezamenlijk te bepalen hoe een betere uitvoering van de Dienstregeling mogelijk is.

4.3.6

De Concessiehouder neemt in de Dienstregeling in ieder geval de Aansluitingen tussen Bus en Trein, Bus en Veer, Bus en Bus (waaronder lijnen van overige concessiehouders) en Bus en Vraagafhankelijk Vervoer op de door de Concessiehouder bediende Knooppunten zoals opgenomen in Bijlage 3.6 op. Daarbij biedt de Concessiehouder in ieder geval Aansluitingen in (i) de voor Reizigers per bedieningsperiode meest relevante reisrichtingen en (ii) van en naar Lijnen met de laagste frequentie, stemt hij de Aansluitingen af met relevante overige concessiehouders en onderbouwt en motiveert hij zijn keuze voor (wijzigingen in) Aansluitingen in het Vervoerplan. De Concessiehouder hanteert voor Aansluitingen de volgende wachttijden tussen aankomst en vertrek: • Voor een Overstap van Bus op Bus en vice versa: tussen 2 en 8 minuten. • Voor een Overstap van Bus op Trein en vice versa: tussen 5 en 10 minuten. • Voor een Overstap van Bus op Veer en vice versa: tussen 5 en 10 minuten. • Voor een Overstap van Vraagafhankelijk Vervoer op Bus en vice versa: tussen 2 en 10 minuten. • De Concessiehouder mag (in de Dienstregeling) van deze tijden afwijken indien hij aannemelijk kan maken dat dit ten goede komt aan de kwaliteit van de Aansluitingen voor Reizigers, bijvoorbeeld als gevolg van looptijden op het betreffende Knooppunt.

4.3.7

De Concessiehouder spant zich maximaal in om alle in de Dienstregeling vastgelegde Aansluitingen te realiseren door een Voertuig te laten wachten op het Voertuig van de Rit waarop Aansluiting wordt geboden of door Vervangend Vervoer aan te bieden. De Concessiehouder heeft een wachttijdenregeling waarin is vastgelegd hoe lang een Voertuig wacht om een Aansluiting te bieden. De Concessiehouder legt in een koppelvlakbericht als EarliestExpectedDepartureTime vast of een Voertuig wel of niet wacht op een vertraagde Rit.

4.3.8

De Concessiehouder biedt ten minste een Gegarandeerde aansluiting bij: a. de laatste Aansluitingen op een dag tussen Ritten van de Concessiehouder; b. de laatste Aansluiting op een dag vanaf een Trein op een Rit van de Concessiehouder, en c. de overstap van een Lijn van de Concessiehouder bij de Halte Lelystad, Centrumbrug op een Lijn van de concessiehouder van de concessie IJssel-Vecht naar de Halte Kampen, Pieter Zandtcollege.

4.3.9

In aanvulling op eis 4.3.8 sluit de Concessiehouder voor de Overstap van Bus op Veer en vice versa bij de Halte ’t Horntje, Veerhaven in 100% van de gevallen op de aankomende en vertrekkende veerboot van de TESO aan, met uitzondering van gevallen waarin de veerboot niet of veel eerder of later afvaart (bijvoorbeeld extreme weers­ omstandigheden of een ambulancerit). Indien de Halte ’t Horntje, Veerhaven voor het Vraagafhankelijk Vervoer als centrale Halte fungeert, gelden de overstaptijden en de aansluitgarantie ook voor het Vraagafhankelijke Vervoer.

Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen

28

Provincie Noord-Holland

4.3.10

De Concessiehouder brengt Reizigers die stranden (bijvoorbeeld door vertraging of uitval van de laatste Rit van de Concessiehouder) met Vervangend Vervoer naar een door de Reiziger aangewezen Halte binnen het Concessie­ gebied, tenzij het stranden veroorzaakt is door uitval/vertraging van vervoer van een andere vervoerder dan de Concessiehouder.

4.3.11

De Concessiehouder maakt met andere concessiehouders die Openbaar Vervoer verrichten binnen het Concessie­ gebied of in aangrenzende concessiegebieden zodanige afspraken dat in geval van vertragingen of uitval van Ritten van deze andere concessiehouders, Aansluitingen zo veel mogelijk in tact blijven. Tijdens de uitvoering van de Dienstregeling communiceert de Centrale Verkeersleiding van de Concessiehouder met de verkeersleidingen van andere concessiehouders om invulling te geven aan de hiervoor benoemde eisen.

4.3.12

Ook ingeval hij wacht om Aansluiting te kunnen bieden voldoet de Concessiehouder onverkort aan de in eis 4.3.3 genoemde punctualiteitsnormen, tenzij de Concessiehouder aantoonbaar kan maken dat de overschrijding van de norm een gevolg is van Ritten die in het kader van de wachttijdenregeling wachten op vertraagd vervoer van een andere vervoerder dan de Concessiehouder.

4.4 Overmacht Overmacht 4.4.1

Onder Overmacht wordt elke gebeurtenis verstaan die de Concessiehouder naar het oordeel van de Concessie­ verlener beperkt in of verhindert tot het nakomen van zijn verplichtingen ingevolge de Concessie en die niet aan hem te wijten is, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het maatschappelijke verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Onder Overmacht wordt in ieder geval niet verstaan: a. gebeurtenissen die voortvloeien uit handelen/nalaten van het Personeel en/of uit (de staat van) het Materieel; b. tekort aan Personeel en/of Materieel; c. toegenomen verkeersdrukte en structureel voorkomende files, en d. stakingen en/of werkonderbrekingen van Personeel.

4.4.2

In geval van een situatie van Overmacht spant de Concessiehouder zich maximaal in om zoveel mogelijk aan dit Programma van Eisen en zijn Inschrijving te blijven voldoen. Daarnaast neemt de Concessiehouder waar mogelijk maatregelen om de negatieve gevolgen van Overmacht voor Reizigers zoveel mogelijk te beperken, zowel in ernst als in duur.

4.4.3

Indien er naar het oordeel van de Concessieverlener sprake is van Overmacht zullen de verplichtingen van de Concessiehouder waarop de Overmacht betrekking heeft worden opgeschort zolang de situatie van Overmacht voortduurt. Ritten die gepland waren en al dan niet uitgevoerd zijn ten tijde van deze omstandigheden worden niet meegenomen bij de beoordeling van de realisatie van de in paragrafen 4.2 en 4.3 genoemde normen.

4.4.4

In geval van een situatie van Overmacht meldt de Concessiehouder dit onverwijld aan de Concessieverlener en doet hij in elk geval binnen 2 werkdagen nadat de betreffende situatie zich voordeed een verslag aan de Concessieverlener toekomen dat ten minste een beschrijving omvat van: a. de aard en (verwachte) duur van de situatie van Overmacht; b. de gevolgen die de situatie van Overmacht heeft (gehad) voor de mogelijkheid voor de Concessiehouder om de Dienstregeling uit te voeren; c. de maatregelen die de Concessiehouder heeft genomen/zal nemen teneinde zoveel als mogelijk de situatie van Overmacht op te heffen dan wel de gevolgen daarvan voor de uitvoering van de Dienstregeling te beperken; en d. alle andere feiten en omstandigheden die redelijkerwijs van belang geacht kunnen worden in verband met de ontstane situatie van Overmacht, bijvoorbeeld maar niet uitsluitend de wijze waarop de Concessiehouder de Reizigers gedurende Overmacht situatie geïnformeerd heeft.

4.5 Compensatieregeling Compensatieregeling 4.5.1

De Concessiehouder hanteert een Compensatieregeling. De Compensatieregeling compenseert Reizigers (ongeacht de verwijtbaarheid van de Concessiehouder) indien: a. deze Reizigers langer dan 30 minuten op een Halte moeten wachten dan wel meer dan 30 minuten vertraging oplopen, omdat de uitvoeringskwaliteit niet voldoet aan de eisen beschreven in paragraaf 4.1, paragraaf 4.2 en/of paragraaf 4.3, en/of b. de Concessiehouder een Gegarandeerde aansluiting op de laatste Rit van een Lijn of Trein niet realiseert en geen of onvoldoende invulling geeft aan de aansluitgarantie als bedoeld in eisen 4.3.8 en 4.3.9.

4.5.2

De Concessiehouder volgt bij het opzetten van de Compensatieregeling de geldende wet- en regelgeving en eventuele landelijke afspraken ten aanzien van een Compensatieregeling voor het Openbaar Vervoer, en draagt er zorg voor dat de Compensatieregeling hiermee niet in strijd is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=78f23e4e-2ab3-47c8-82a1-84798a88ee65