Agendabundel
Tekst van het document
Past de nieuwe beperking tot Natura 2000 en de NNN-gebieden nog bij de bescherming van de Kernwaarden Rust? Heeft u behoefte aan een mogelijke schaduwwerking? In geval we de nieuwe grenzen gebruiken, zeggen we dat we naast het bos een nieuw industrieterrein plannen. Die maakt geluid en ligt net naast het stiltegebied. Geluid gaat meestal verder als de directe grens van iets, dus een mogelijkheid van een eventuele schade schaduwwerking. Als laatste, vindt u dat voor het wijzigen van de omvang van de stiltegebieden, als er draagvlak is, om daar met elkaar een zienswijze voor vast te stellen? Kunnen we die meegeven aan het college? Graag jullie inbreng hierin. Voorzitter raadscommissie
Mevrouw Koot, ik had al één hand gezien en dat is meneer Soyer. Henry Soyer
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik antwoord kan geven op de vier vragen die u gesteld heeft, een paar extra vragen en opmerkingen. Ik heb de laatste jaren vaak gemerkt dat er een grote kloof zit tussen vastgesteld beleid, de effecten ervan en de handhaving. Ik heb het gevoel dat we nu naar een symbolische papieren tijger kijken. Zeker wanneer we de relatie tussen stilte en rust willen bewaken. Ik heb ChatGPT gevraagd om wat te vertellen over het verschil tussen rust en stilte in een bestuurlijk land. Ik wil hem graag geven. Het is een heel
interessant stuk geworden, want rust is subjectief en stilte is meetbaar. Dan drie vragen, welke activiteiten worden er op dit moment feitelijk geblokkeerd door het provinciale beleid voor stiltegebieden? Wat wordt in het nieuwe beleid wel mogelijk wat nu geblokkeerd is? Mijn laatste vraag, is er de afgelopen jaren überhaupt gehandhaafd op het niet nakomen van het stiltebeleid? Weten we dat? Voorzitter raadscommissie
Misschien dat de portefeuillehouder hier wat van kan zeggen. Even voor de helderheid van de voorzitter, stelt u deze vragen aan Groen Zwart of de portefeuillehouder? Dat is een hele interessante. Veronne Koot
Dan ga ik eerst naar Groen Zwart, mevrouw Koot. Dank u wel, voor uw meedenkende inbreng. Die vraag heb ik ook bij mezelf opgeworpen. Wat is het verschil tussen stilte en rust? Er zit een objectiviteit in. Ik heb een praktisch voorbeeld. Ik weet dat er een jaar of acht terug iemand was die een mooi initiatief had om toeristen of andere liefhebbers met een klein één-motorig vliegtuigje voor één persoon rond te laten vliegen boven Texel. Hij had toen als locatie een startlocatie in het stiltegebied gekozen. Op grond daarvan kon er toen gezegd worden dat we dat niet gaan doen. Er is zoveel geluid bij dit initiatief, dat hoort niet in een stiltegebied. Hij heeft toen zijn locatie buiten dat stiltegebied op Texel verlegd. Er is een corridor waarin dat zou kunnen. Dat is een voorbeeld. Op het moment dat je je stiltegebieden loslaat zouden mensen, ik heb dit voorbeeld, de handen vrij hebben. Henry Soyer
Meneer Soyer. -Ik heb het stuk gelezen van de provincie. Wat daar vooral gebeurt is dat het bij het provinciale stiltebeleid vastgesteld wordt. Er wordt nadrukkelijk gesteld dat er ook een gemeentelijk stiltebeleid mogelijk is. In de gebieden buiten de formele stiltegebieden kunnen wij zelf iets vinden. Daar denk ik dat wij het heel makkelijk op kunnen nemen in ons omgevingsplan. Dat activiteiten die, de stilte op het gebied aan kunnen tasten, vergunningsplichtig zijn. Dan kunnen ze hier bij ons komen en zeggen we: "Mooi niet." -Zijn daarmee al Voorzitter raadscommissie
uw drie vragen beantwoord? Heeft u dat gevoel? Ik denk namelijk van niet. Is er gehandhaafd, is nog niet beantwoord, en welke activiteiten worden geblokkeerd of mogelijk. Mevrouw Koot, wilt u nog reageren op die twee andere vragen? Gaat uw gang. Veronne Koot
Eerst het punt handhaving. Ik denk dat dat op Texel een probleem of een tekortkoming is. Ik verwacht niet, dat als we dit gaan uitzoeken, dat blijkt dat er veel gehandhaafd is, helaas. Dat is iets wat we ons moeten realiseren en wat we daar mee willen. Kan u nog een keer uw vraag zeggen? -Wat wordt er mogelijk op het moment Henry Soyer
dat dit provinciale beleid wordt veranderd? Wat nu niet kan of niet gebeurt en straks wel kan en gebeurt. Veronne Koot
Dat heb ik ambtelijk nagevraagd. Ik verkeerde in de veronderstelling dat als wij als gemeenteraad zeggen dat we wat ruimere stiltegebieden gaan aanwijzen in onze omgevingsplan. Dat blijkt niet te kunnen. Dat is het antwoord wat ik gekregen heb vanuit de ambtelijke organisatie, t ot mijn verbazing. Daarvoor dacht ik: dit gaan we afwachten. Met dat antwoord begon ik me zorgen te maken. Kennelijk kan je niet als gemeente zeggen: "Provincie, u beperkt het tot de Natura 2000, maar wij stellen de grenzen wat ruimer vast." Voorzitter raadscommissie
Dat schijnt niet te kunnen. -Vindt de commissie het goed dat ik eerst naar de wethouder ga met deze onduidelijkheid? In het omgevingsplan kunnen we het niet vastleggen. Volgens mevrouw Koot en meneer Soyer zouden we wel zelf gebieden aan kunnen wijzen. Misschien kan de portefeuillehouder Rikus Kieft
dat voor ons oplossen. -Voorzitter, ik heb niet de meest recente versie van het voorgenomen provinciale beleid voor stiltegebieden gezien. Ik weet dat er van 9 september tot 20 oktober het ontwerp van de nieuwe begrenzing ter inzage wordt gelegd. Dat is de periode dat er eventueel een zienswijze gemaakt zal worden. Ik ben erg benieuwd naar welke richting en vanuit de gesprekken die in de raad meegegeven worden aan het college om daar in de zienswijze rekening mee te houden. Zoals ik het begrijp worden de begrenzingen kleiner dan ze nu zijn. Het oppervlakte stiltegebieden wordt minder dan ze nu zijn. De provincie draagt de
hele handhaving daarvan via een lichte instructieregel over aan de gemeente. De gemeente kan besluiten dat ze daar niks mee doet. Ze kan besluiten om daar wat meer gewicht aan te geven. Dat is alles wat wij daar tot nu toe over weten. Er is ook gevraagd naar handhaving zaken. Wij kennen ze niet op het ogenblik. We weten dat in het begin van deze collegeperiode vragen gesteld zijn over ervaren geluidsoverlast naar aanleiding van het vliegveld in de aangrenzende stiltegebieden. Daar is toen een raadsinformatiebrief over aan u gestuurd. Daar zult u in kunnen zien dat het geluid van buiten het stiltegebied, waar men in de stiltegebieden last van heeft, niet gehandhaafd kan worden. Dat was volgens mij toen een van de conclusies. Het is goed om daar bij de zienswijze goed in te duiken wat we wel en niet ermee kunnen. Dat is alles wat ik op dit moment daarover kan zeggen. Voorzitter raadscommissie
Dan ga ik nu naar meneer Soyer, een nabrander. Henry Soyer
Even heel concreet. Er worden drie scenario's voorgelegd. In alle drie de scenario's staat, bevoegdheid voor de uitvoering van de stiltegebieden gaat naar de gemeente. Wij geven alleen aandachtspunten mee. Wij leggen geen regels aan de gemeenten op. Gemeenten hebben daarnaast de mogelijkheid om stille en rustige gebieden op te nemen in een omgevingsplan. Dit is niet verplicht. Hier haal ik glashard uit dat de provincie zegt dat als jullie dat willen, Voorzitter raadscommissie
jullie dat zelf kunnen doen. -Zo klinkt het in ieder geval wel. "Ja", zegt de portefeuillehouder. Ik zag eerst meneer Rutten, Niels Rutten
dan meneer Albers en dan meneer Heracles. Ik ga de volgorde af, meneer Rutten. Dank u, voorzitter. Het CDA heeft al eens een vraag gesteld over de stiltegebieden. Wij hebben een andere insteek dan Groen Zwart. Wij zien Texel niet als een openluchtmuseum. Dat er wordt gesteld dat bestaand gebruik, en bij het gebied behorende geluiden geen beperking ondervinden, stelt ons absoluut niet gerust. Dat is ook steeds gezegd bij de Waddenzee, toen dat een werelderfgoedstatus kreeg. Je ziet dat er elke keer met beroep op de werelderfgoedstatus een discussie ontstaat over dat bestaande gebruik. Over het vissen, kokkels en noem maar op. We maken ons, als je van Texel een stiltegebied zou maken, zorgen over evenementen in de toekomst. Een landbouw dag, het feestje bij het Rondje Texel en de vliegshow. We weten dat daar een discussie over is geweest, of alle geluid van die evenementen passend was in een stiltegebied. Dat leidde niet tot formele problemen voor die organisaties, maar we willen die problemen niet gaan opzoeken. De provincie stelt nu een extra laag bescherming voor over de NNN, wat natuurgebieden zijn die beschermd zijn. Wij zien daar geen toegevoegde waarde in, om daar deze laag van een stiltegebied overheen te gaan leggen. Wat ons betreft is het antwoord op alle vier de vragen van mevrouw Koot van Groen Zwart vier maal 'nee'. Voorzitter raadscommissie
Ik zie de hand van mevrouw Koot. Zij wil daar op reageren, gaat uw gang. Veronne Koot
Ik begrijp heel goed wat meneer Rutten bedoelt. Ik begrijp heel goed waarom hij de andere kant kiest. Ik heb daar eerst zelf goed over nagedacht. Het verschil zit hem erin dat we helemaal niks dicht leggen, want je kan altijd een ontheffing aanvragen. Als wij op Texel vinden dat er een aantal jaarlijkse evenementen zijn, de landbouwdag of een beachfestival, dan kan je ontheffing aanvragen voor die eenmalige gebeurtenis. Op het moment dat je geen stiltegebied meer hebt, heb je geen instrument meer om geluiddragende evenementen en bezigheden tegen te gaan. Je hebt dat argument namelijk niet meer. Ik geef mee dat je daar niet te bang voor moet zijn, want je kan altijd een ontheffing aanvragen. Als je geen stiltegebied aanwijst, geef je het helemaal vrij. Niels Rutten
Daar wil meneer Rutten op reageren, gaat uw gang. Uiteraard, voorzitter. Als je gaat praten met de organisaties van verschillende evenementen, zeggen ze allemaal hetzelfde. Wij weten niet hoe lang wij hier nog mee doorgaan. Hoe lang wij dit nog voor elkaar kunnen krijgen. De enorme papierwinkel waar wij mee geconfronteerd worden als vrijwilligers is niet te overzien. Wij komen hier niet meer doorheen. Het wordt ieder jaar moeilijker. Er komt ieder jaar meer werk bij. Het wordt steeds ingewikkelder. Dan gaan we als gemeente daar vrolijk een extra eis aan toevoegen in de vorm van het aanvragen van een ontheffing voor een
stiltegebied. Wij zijn hier absoluut niet blij mee. Wij zien het liefst dit hele stiltegebiedregeling van het eiland verdwijnen. Voorzitter raadscommissie
Mevrouw Koot, ik wil de andere vragenstellers Veronne Koot
graag de gelegenheid geven, maar gaat uw gang. Het is niet correct wat de heer Rutten stelt. We leven nu in een stiltegebied. We kunnen nu ook diverse evenementen organiseren die in Natura 2000 in de stiltegebieden vallen. Er komt absoluut geen laag bij. Wat er gebeurt, is dat er een laag weggehaald wordt die een hele belangrijke kernwaarde beschermt. Daar maak ik me zorgen om. Joost Albers
Dank u wel, meneer Albers. -Dank u wel, voorzitter. Tegenwoordig hebben we blijkbaar ChatGPT nodig om een semantische discussie te voeren. Dat is bijzonder, zeker voor een oud docent. Ik heb een stukje op papier gezet. Texel verdient rust, maar geen stilstand. Texel en rust zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is wat ons eiland aantrekkelijk maakt voor zowel bewoners als bezoekers. Die rust moeten we beschermen. Laten we duidelijk zijn, want rust is iets anders dan stilte. Rust betekent niet dat er geen geluid is, maar dat er geen onrust is. Het is de ruimte om te leven, werken en ontspannen. In een omgeving waar mensen zich thuis voelen, ontstaat rust. Niet, omdat alles tot stilstand komt, maar omdat er balans is. Balans tussen ontspanning, activiteit, stilte en levendigheid. Texel is geen stiltegebied en hoeft het ook niet te zijn. Als we rust verwarren met absolute stilte, bevriezen we het leven op het eiland. Dan krijgen ondernemers te horen dat hun terras te levendig is, worden evenementen onzeker en verandert Texel in een decor zonder inhoud. Mooi van buiten, maar leeg van binnen. Rust is een waarde, stilte is een toestand. Die verwarring moeten we niet laten bestaan. Texel moet een plek blijven waar je tot rust kunt komen, maar waar ook ruimte is voor initiatief, groei en plezier.
Een plek waar kinderen kunnen spelen, ondernemers kansen krijgen en cultuur tot bloei komt. Terwijl de natuur wordt gerespecteerd en de leefomgeving wordt gekoesterd. We moeten keuzes maken die de rust op Texel beschermen zonder het leven zelf te belemmeren. Geen verbod op geluid, maar grip op overlast. Geen verstarring, maar vooruitgang met oog voor kwaliteit van leven. Texel verdient rust en daarom moet het kunnen bewegen, groeien en bloeien. Dank u wel. -Dank u wel. Voorzitter raadscommissie
Dan ga ik naar meneer Hercules. Daarna ga ik naar meneer Kooiman. Eric Hercules
Voorzitter, ik word altijd wat kriegel van dit soort discussies. Niet van uw meningen, overigens. Wel over de manier waarop wij onszelf in bestuurlijk Nederland, en ook hier op Texel, kunnen smoren in allerlei regeltjes. De wil om iets af te perken op zo'n manier dat we niks meer kunnen en het niet meer met elkaar eens kunnen zijn. De Kernwaarde Rust heeft wat mij betreft geen jota te maken met Stiltegebieden. Ik scheer ze onder dezelfde noemer als de Natura 2000 voorwaarden. Het zijn statische omschrijvingen die totaal niet passen in de dynamiek van natuur en landschap. Dat is waar we altijd mee in de knoop en in de war raken. Dus wat mij betreft hebben we allemaal een beeld van de Kernwaarde Rust . Het is totaal niet goed omschreven wat wij daar als kernwaarde onder verstaan, of wat voor implicaties dat heeft. We hebben met z'n allen besloten dat die statische kernwaarden tot veel meer bloei, ontwikkeling en begrip kunnen komen op het moment dat je ze omzet tot leidende principes. Dat hebben we ook in de concept omgevingsvisies gezien. Rust is een statisch begrip waar je geen drol mee kan. Ga uit van natuur en landschap. Of beweeg mee met seizoenen. Elke Tesselaar snapt dan wel wat je bedoelt. Beweeg mee met de seizoenen. Het ene seizoen is het heel erg druk en heb je minder rust. In het winterseizoen komt alles weer tot rust.
Een leidend principe, zoals het college in de aanvankelijke concepte van de omgevingsvisie heeft gesteld, zijn voor ons erg vruchtbaar om te onderbouwen voor een provincie. Waarom je het vindt dat je hier op het eiland je eigen regelgeving over hun stiltegebieden mag maken. Waarom je zou willen afwijken of strenger zou willen zijn. Wel volgens onze eigen leidende principes uit redenerend. Op het moment dat je probeert te vechten met de instrumenten die de provincie of het Rijk zichzelf aanmeten om mee te schermen, dan raak je altijd in de knoop. Je moet goed inhoudelijk kunnen onderbouwen waarom je als eiland vindt dat je op sommige zaken je eigen beleid wilt gaan voeren. Dat doe je niet door je te spiegelen aan het beleid van de provincie en te zeggen: "Moeten we de Kernwaarde Rust dan leggen over alle stiltegebieden of andersom." Waardoor we inhoudelijk sterk met een omgevingsvisie komen waarvan de provincie zegt: "Wauw, Texel, jullie hebben goed nagedacht over alles en over alle samenhang. Laat je daarin niet jullie eigen gang gaan, maar wel met jullie eigen mening en eigen eiland besturen."
Veronne Koot
Die vermoed ik al, mevrouw Koot. -Meneer Hercules, een prachtig verhaal. Ik kan het niet anders zeggen. Wij hebben als gemeenteraad van Texel zelf de Kernwaarden Rust vastgelegd. Die Kernwaarden Rust hebben we als typerend en kenmerkend voor Texel gedefinieerd. De toerist noemt als één van de eerste dingen, de rust, die er op Texel heerst. Vandaar mijn zorg, gaan wij voldoende actie ondernemen om dit belangrijke kernwaarden te bewaren? Dat is ook belangrijk voor het toerisme. U slaat de plank wat dat betreft helemaal mis, want u hebt hem helemaal zelf vastgesteld. Eric Hercules
Meneer Hercules, vermoed ik. -Dat ontken ik ook niet. Ik zei alleen dat deze gemeenteraad daarna heeft vastgesteld dat Planet Texel met de Texel principes een vertaling is van die kernwaarden. Er werd toen na een lange discussie ingezien dat je met de kernwaarden zelf er niet uitkomt. Dat zie je nu ook. Voorzitter raadscommissie
We hebben allemaal een ander idee over rust. Edo Kooiman
Dank u wel. Dan ga ik naar meneer Kooiman. -Dank u wel. Mijn buurman noemde het een openluchtmuseum. Ik had opgeschreven dat we moeten voorkomen dat we hier een bejaardenoord gaan worden. Wij zien een dergelijke verbod op maat om allerlei mooie activiteiten, evenementen en festivals te gaan verbieden. In het Natura 2000 gebied gebeuren er hele mooie dingen. Daar hoeven wij niet nog een paar extra regels eroverheen te laten gaan. Mijn buurman zei het al, dan moet je een ontheffing aanvragen. Dat is nog meer werk. Die mensen hebben al genoeg om hun eigen evenement te organiseren. Wij waarderen wel de stilte als kernwaarde. Laten we niet gaan overdrijven. Ik ben hier op het eiland geboren en mijn vader zei altijd: "Leven en laten leven." Laten we dat nu ook doen. Daar kon ik kort over zijn. Mevrouw Koot, we zullen de vier vragen negatief beantwoorden. Voorzitter raadscommissie
Dat is een nee. -Dan ga ik naar meneer Hoogerheide. Cees Hoogerheide
Alles aangehoord hebbende, met dit schot voor de boeg, is het niet meer geworden als een losse flodder. Voorzitter raadscommissie
Wil mevrouw Koot Veronne Koot
daar iets op zeggen? Mijn constatering is dat we altijd zo ontzettend trots zijn naar de provincie toe, onze kernwaarden verdedigen en zeggen dat dit iets is wat Texel typeert en waar we zuinig op moeten zijn. Hiermee onderscheiden we ons van andere toeristische gebieden. Het wordt door de toerist zo gezien. Als ik rondkijk binnen deze commissie, lijkt het net alsof ze het hele verleden los willen laten en een andere koers met Texel in willen slaan. Dat kan. Gezien wat we tot nu toe gedaan hebben, heb ik mijn zorg neergelegd. Voorzitter raadscommissie
Dat roept reacties op. Ik zag eerst mevrouw Visser, meneer Albers Anneke Visser-Veltkamp
en meneer Oosterhof. Gaat uw gang. -Ik vertaal het debat wat we net gehad hebben dat iedereen de Kernwaarde Rust niet wil veranderen. Het hebben van de Kernwaarde Rust wordt niet bewaakt of beveiligd door het aanwijzen van grotere stiltegebieden dan wat de provincie nu van plan is. Het aanpassen van de stiltegebieden staat los van het hebben en vinden van rust. Waardoor ik het idee heb dat deze commissie een zienswijze op de plannen Voorzitter raadscommissie
van de provincie niet nodig vindt. -Dank u wel, meneer Albers. Joost Albers
Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zitten er te veel variabelen in de definitie rust. Iedereen heeft daar zijn eigen beeld bij. Ik zal een paar voorbeelden geven. Een baby ligt in de wieg. Het is stil. Dan zet je een muziekje aan. Dan doorbreek je de stilte, maar de baby wordt wel rustig. Als het stormt, slaap ik heel goed. Mijn echtgenoot wordt daar heel onrustig van. Die slaapt dan heel slecht. Iedereen heeft zijn eigen definitie
van rust. Die variabelen in die definitie maken deze discussie lastig. Ik ben het met mevrouw Visser eens dat iedereen een gezamenlijk doel heeft in de kernwaarden. Het lijkt mij lastig en overbodig om op dat detailniveau een discussie voeren. -Dank u wel. Voorzitter raadscommissie
Dan ga ik naar de heer Oosterhof. -Dank u wel, voorzitter. Fred Oosterhof
Er is zoveel hierover gezegd. Toen ik het las, dacht ik: wat wil mevrouw Koot? Wil mevrouw Koot zelf de regie in handen houden? Of is ze bang voor meer of minder regelgeving? Zoals ik het hier in de raad hoor, en zoals meneer Soyer het zegt, hebben we de touwtjes volledig zelf in handen. Voorzitter raadscommissie
Ik denk dat we hier niet langer over moeten discussiëren. Dank u wel. -Dank u wel, voor wat het waard was. Ik vond het een goede discussie met respectvolle argumenten.
11 Mondelinge beantwoording Rondvragen Commissie (voor zover niet reeds beantwoord) Voorzitter raadscommissie
Ik ga naar het volgende agendapunt. Mevrouw Koot, u mag deze meenemen en kijken wat u ermee doet. Mondeling beantwoorden van de rondvragen
12 Sluiting Voorzitter raadscommissie
hadden we niet in deze ronde. Dan rest mij één ding, maar ik heb geen hamer. Dat was de sluiting van deze agenda. Dank u allen voor uw aanwezigheid en deelnemen. Ik denk dat ik het weet. Daar kom ik zo bij u op terug. Wel thuis allemaal en bedankt. By the way, dit was de laatste commissievergadering voor het reces.
Concessie NoordWest Noord-Holland Ontwerp Programma van Eisen
CONSESSI
2
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
4
1.
4 4 5 6 7
8
2.
3.
33 33 34 34 35 36 36
Samenwerking Concessiehouder met partners Weg- en OV - infrastructuur Haltes Laadinfrastructuur Stallingen, werkplaatsen en pauzevoorzieningen
4. Uitvoeringskwaliteit 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5.
29 30 30 31 32 32
33
Infrastructuur 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
26 27 27 28 28
29
Vervoeraanbod Fasering van het aanbod Ontsluiting van het Concessiegebied Opbouw van het Lijnennet Verplichte Verbindingen van en naar Kernen Verplichte Trajecten Buurtbuslijnen Lijnen voor specifieke doelgroepen en bestemmingen Aanvullende concessiegrensoverschrijdende Lijnen naar Amsterdam 2.9 Vervoeraanbod op Texel 2.10 Nachtlijnen 2.11 Vraagafhankelijk Vervoer 2.12 Vervoerplan en Dienstregeling 2.13 Aanbod tijdens Vakanties en seizoensgebonden aanbod 2.14 Vervoerkundige ontwikkeling gedurende de Concessie
23 23 24 24 25
26
Context Scope concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ Hoofdopgaven en doelen Concessie Rol en status ontwerp Programma van Eisen Leeswijzer
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
18 19 20 20 21 22
23
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
8 9 10 12 13 15 16 17
Provincie Noord-Holland
Materieel 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
6.
Vervoergarantie en capaciteit Rituitval en Vervangend Vervoer Punctualiteit en Aansluitingen Overmacht Compensatieregeling Algemene eisen Materieel Comfort en netheid Toegankelijkheid Apparatuur Huisstijl en reclame Buurtbussen
Reisinformatie 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Algemene informatie Toegankelijkheid informatie Lijnennetkaarten Informatie op Haltes Informatie in en op Voertuigen Digitale informatie Wijzigingen in de Dienstregeling
3
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
38
7.
38 39 39 40
41 41 42
43 43 44 44 45
46 46 47 47 49 49
50 50 50 51
Tarieven en Betaalwijzen 7.1 7.2 7.3 7.4
8.
Provincie Noord-Holland
Betaalsysteem Tarieven en Reisproducten Tarievenplan Toekomstige betaalsystemen
Marketing 8.1 8.2
Kader Marketingplan
9. Personeel 9.1 9.2 9.3 9.4
Concessiehouder als werkgever Eisen aan het Personeel Social Return Buurtbuschauffeurs
10. Veiligheid 10.1 Fysieke veiligheid 10.2 Verkeersveiligheid 10.3 Sociale veiligheid 10.4 Sociale Veiligheidsplan 10.5 Samenwerking op het gebied van Sociale Veiligheid
11. Duurzaamheid 11.1 Duurzame bedrijfsvoering 11.2 Milieuprestaties Materieel 11.3 Overgang circulaire economie
52
12. Consumentenbescherming en Reizigersinspraak
52 53 53
12.1 Klantenservice en klachtenafhandeling 12.2 ROCOV en Stakeholderconsultatie 12.3 Reizigershandvest
54 54 55 56 57
59 59 60 61
62
13. Ontwikkeling in samenwerking 13.1 13.2 13.3 13.4
Ontwikkelrol Concessiehouder Ontwikkelplan Concessiehouder als Mobiliteitsmakelaar Overleg Concessieverlener en Concessiehouder
14. Data en monitoring 14.1 Datalevering 14.2 Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 14.3 Monitoring
Bijlagen bij het ontwerp Programma van Eisen
62 69
B1 B2
79 87 90
B3 B4 B5
Begrippenlijst Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland Vervoerkundige Bijlagen Social Return Protocol sturing
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
4
Provincie Noord-Holland
1. INLEIDING 1.1 Context Op 15 juli 2028 eindigen de concessies Haarlem-IJmond en Noord-Holland Noord. Op grond van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) is het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (GS) bevoegd om concessies voor het openbaar busvervoer in beide concessiegebieden te verlenen. Op 9 april 2024 hebben GS besloten om de concessiegebieden na afloop van de huidige concessies samen te voegen tot het concessiegebied NoordWest Noord-Holland (NWNH). Dit ontwerp Programma van Eisen (PvE) bevat in concept de eisen die met ingang van de nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ van kracht zullen worden.
1.2 Scope concessie ‘NoordWest Noord-Holland’1 Sinds 2001 is wettelijk geregeld dat een vervoerder over een concessie2 moet beschikken om in een regio Openbaar Vervoer aan te mogen bieden. De concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ betreft het exclusieve recht, en tevens de plicht, tot het aanbieden van openbaar busvervoer in het concessiegebied NoordWest Noord-Holland en op een aantal aangewezen Trajecten in aangrenzende concessiegebieden.
Het Concessiegebied NoordWest Noord-Holland. 1 2
De scope van de Concessie is in de Concessiebeschikking in detail beschreven. Een concessie geeft een vervoerder (de concessiehouder) het alleenrecht op het uitvoeren van het Openbaar Vervoer in een gebied. De grondslag voor de concessieverlening is vastgelegd in de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000), het Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) en de PSO-verordening (Verordening (EG) 1370/2007 over openbaar personenvervoer per spoor en over de weg).
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
5
Provincie Noord-Holland
De nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ betreft een samenvoeging van de huidige, aan Connexxion verleende concessies Haarlem-IJmond en Noord-Holland Noord die beiden op 15 juli 2028 eindigen. De nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ (hierna: de Concessie3) start op 16 juli 2028 en eindigt in juli 2043, op het moment waarop de zomer vakantie aanvangt in de onderwijsregio Noord. Gunning van de Concessie is voorzien na de zomer van 2026.
1.2.1 Het concessiegebied NoordWest Noord-Holland Het concessiegebied NoordWest Noord-Holland omvat de volgende gemeenten: Alkmaar, Bergen, Beverwijk, Bloemendaal, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. In het Concessiegebied wonen circa 1 miljoen mensen en werken circa 460.000 mensen. Dagelijks stappen er ongeveer 44.000 Reizigers in bij het Openbaar Vervoer. Tot 2040 vindt er in het concessiegebied NoordWest NoordHolland een aanzienlijke woningbouw ontwikkeling plaats, grotendeels nabij ov-knooppunten. De Provincie wil de bijbehorende groei aan mobiliteit faciliteren met duurzame mobiliteit om bereikbaarheid te borgen en bij te dragen aan klimaatdoelen, energietransitie en verkeersveiligheidsambitie. De Concessie omvat een aantal Lijnen naar aangrenzende concessiegebieden en een netwerk van 12 Buurtbuslijnen. De Concessiehouder faciliteert deze Buurtbuslijnen, onder meer door de hiervoor benodigde Buurtbussen beschikbaar te stellen.
1.3 Hoofdopgaven en doelen Concessie De provincie Noord-Holland staat samen met alle organisaties en inwoners voor enorme veranderingen. De bereik baarheid in Noord-Holland is de afgelopen jaren steeds meer onder druk komen te staan. De Provincie ziet dat de mobiliteitsnetwerken in en tussen steden en Kernen vaak overbelast zijn en voor hinder voor de omgeving zorgen. De groei van het aantal inwoners en de werkgelegenheid zorgt voor meer mobiliteit, meer vraag naar energie en meer vraag naar ruimte en Infrastructuur. Er zijn integrale keuzes voor mobiliteit in relatie tot de verstedelijkingsopgaven in de Provincie nodig om problemen te voorkomen of op te lossen. Een andere hoofdopgave waar de Provincie voor staat is het verduurzamen van de energieopwekking die ertoe moet leiden dat nieuwe, schone brandstoffen voor iedereen toegankelijk worden. Deze energietransitie is de basis voor schone mobiliteit, maar vraagt ook om Infrastructuur en logistiek voor nieuwe brandstoffen (met name elektrisch en waterstof). Deze grootschalige veranderingen zijn nodig om de klimaatsverandering te remmen en Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dit vraagt ook wat van mobiliteit. In het kader van het Klimaatakkoord en het Schone Luchtakkoord heeft de Provincie zich gecommitteerd aan verbeterdoelen.
In het Perspectief Mobiliteit brengt de Provincie deze hoofdopgaven bij elkaar te brengen en formuleert zij de beleidsinzet om de ontwikkelingen goed te kunnen faciliteren. Het Perspectief Mobiliteit vormt daarmee ook een liniaal waarlangs de Provincie haar plannen legt om te controleren of de Provincie op de goede weg is. De Provincie heeft onderdelen uit het Perspectief Mobiliteit nader uitgewerkt in de Visie Publieke Mobiliteit. De Visie Publieke Mobiliteit gaat over alle vervoer waarvoor reizigers niet een eigen vervoermiddel, zoals Auto of fiets, kunnen of willen gebruiken. De ambitie daarbij is dat Publieke Mobiliteit overal in de Provincie goed georganiseerd is. Het regionaal Openbaar Vervoer is een belangrijk onderdeel van Publieke Mobiliteit. De Provincie is wettelijk verantwoor delijk voor het regionaal Openbaar Vervoer in een groot deel van de Provincie. Voor de bruikbaarheid van het regionaal Openbaar Vervoer is het echter van belang dat de gehele (keten)reis van deur tot deur goed werkt, dus ook de Trein, voor- en natransport, deelmobiliteit en regionaal Openbaar Vervoer dat onder verantwoordelijkheid van de Vervoer regio Amsterdam en omliggende provincies valt. In het Coalitieakkoord_2023_2027_’Verbindend_vooruit geeft de Provincie ten slotte aan dat Openbaar Vervoer belang rijk is voor inwoners in het landelijk én stedelijk gebied.
De Provincie zet in op beter en betaalbaar Openbaar Vervoer (ov), onder andere in de kleine Kernen. Daarom wil de Provincie investeren in nieuwe vormen van deelmobiliteit, Openbaar Vervoer en hubs om het overstappen op verschillende vormen van mobiliteit te faciliteren.
3
In dit document zijn gedefinieerde begrippen met een hoofdletter geschreven. De definitie van deze begrippen is te vinden in het document ‘Begrippenlijst’.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
6
Provincie Noord-Holland
De Provincie heeft de implicaties van de Visie Publieke Mobiliteit en het coalitieakkoord voor het openbaar busvervoer in het concessiegebied ‘NoordWest Noord-Holland’ nader geconcretiseerd in een Nota van Uitgangspunten. In de Nota van Uitgangspunten zijn de hoofdlijnen voor de nieuwe concessie ‘NoordWest Noord-Holland’ vastgelegd. Daarbij onderscheidt de Provincie de volgende manieren waarop het Openbaar Vervoer kan bijdragen aan de hiervoor beschreven hoofdopgaven: 1. Borgen van de bereikbaarheid 2. Bijdragen aan inclusief toegankelijk mobiliteitssysteem (mobiliteitsrechtvaardigheid) 3. Bijdragen aan duurzaam mobiliteitssysteem De Provincie stelt op basis hiervan als hoofddoel voor de concessie ‘NoordWest Noord-Holland’:
De Concessie moet de bereikbaarheid van relevante bestemmingen in NoordWest Noord-Holland op een inclusieve, toegankelijke, veilige en duurzame manier borgen in de vorm van een goed ov-aanbod aangevuld met andere vormen van Publieke Mobiliteit.
De Provincie heeft dit hoofddoel vervolgens verder uitgewerkt in de volgende subdoelen (strategieën): 1. De bereikbaarheid van woon-, werk- en onderwijslocaties in NoordWest Noord-Holland is geborgd door het bieden van snelle, directe, frequente en betrouwbare Verbindingen die een volwaardig alternatief zijn voor de Auto. 2. De basisbereikbaarheid van regionale voorzieningen (o.a. ziekenhuizen en winkelgebieden breder dan dagelijkse boodschappen) is geborgd door korte loopafstanden tot ov-haltes vanaf waar ten minste een keer per uur een Bus vertrekt en door korte reistijden vanaf de ov-haltes naar deze voorzieningen. 3. De toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer is geborgd door de inzet van toegankelijke Voertuigen, de beschik baarheid en toegankelijkheid van reisinformatie en de betaalbaarheid van Ritten. 4. De veiligheid van het Openbaar Vervoer is geborgd door een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheid en een goede samenwerking tussen partijen. 5. De duurzaamheid van het Openbaar Vervoer wordt verbeterd door de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en circulaire inkoop.
1.4 Rol en status ontwerp Programma van Eisen Als nadere uitwerking van de Nota van Uitgangspunten heeft de Provincie dit ontwerp Programma van Eisen voor de (aanbesteding van) de Concessie opgesteld. In het ontwerp Programma van Eisen staan de eisen die de Provincie aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder10 stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder zich vanzelfsprekend aan alle wettelijke bepalingen en regelingen houden die relevant zijn bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in het Programma van Eisen opgenomen. Dit document betreft een ontwerpversie van het Programma van Eisen. Deze ontwerpversie wordt: • conform artikel 27 en 27(a) van de Wp2000 voor advies voorgelegd aan het door de Provincie aangewezen Reizigers Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer Noord-Holland, gebiedskamer Haarlem – IJmond en Noord-Holland Noord (“ROCOV”); • voor een reactie voorgelegd aan de Gemeenten in het concessiegebied NoordWest Noord-Holland, vervoerders (in de vorm van een marktconsultatie en een marktraadpleging Sociale Veiligheid), Buurtbusverenigingen en concessie verleners van aangrenzende concessiegebieden (i.c. Vervoerregio Amsterdam en de provincies Zuid-Holland, Friesland en Flevoland).
Met deze concessieverleners maakt de Concessieverlener afspraken over de uitvoering van Verbindingen naar en vanuit aangrenzende concessiegebieden, en • op de website van de Provincie gepubliceerd. Tot en met 3 juli 2025 is het mogelijk om op deze ontwerpversie te reageren via aanbestedingnwnh@noord-holland.nl. Alle ontvangen adviezen en reacties worden opgenomen en door de Provincie beantwoord in een Nota van Zienswijzen. Hierin geeft de Provincie aan of, en zo ja op welke wijze, adviezen en reacties in de definitieve versie van het Programma van Eisen zijn verwerkt dan wel waarom adviezen en reacties niet zijn overgenomen. De Nota van Ziens wijzen wordt tezamen met het definitieve Programma van Eisen als onderdeel van het Bestek gepubliceerd. Andere documenten ten behoeve van de aanbesteding die de Provincie parallel aan het Programma van Eisen opstelt en te zijner tijd onderdeel van het Bestek zullen worden, zijn onder meer:
• Inschrijvingsleidraad: een beschrijving van de aanbestedings- en beoordelingsprocedure inclusief de Gunnings criteria en de informatie die Inschrijvers moeten aanleveren.
• Concessiebesluit: het besluit tot verlening van de Concessie aan de winnende Inschrijver met daarin de eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen. In het Concessiebesluit zijn bepalingen van meer algemene aard uitgewerkt zoals onderwerp, duur en gebied van de Concessie en procedures voor onder meer Herijking/aanpassing en verlenging van de Concessie.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
7
Provincie Noord-Holland
• Begrippenlijst: Bijlage bij het Concessiebesluit waarin de definities van de in de documenten gehanteerde begrippen zijn opgenomen. Bij het ontwerp Programma van Eisen is een ontwerpversie van de Begrippenlijst gevoegd.
• Financiële bepalingen: document met de financiële bijdrage die Provincie ter beschikking stelt voor de uitvoering van de Concessie. In dit document is aangegeven aan welke financieel-administratieve voorwaarden de Concessie houder moet voldoen om voor deze bijdrage in aanmerking te komen en wat de consequenties zijn wanneer de Concessiehouder bepaalde verplichtingen vanuit de Concessie niet nakomt.
1.5 Leeswijzer Het Programma van Eisen bevat de minimumeisen waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen. De Provincie daagt (potentiële) Inschrijvers echter uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie zoveel mogelijk extra’s bovenop deze minimumeisen te bieden om zo de Concessie gegund te krijgen. De wensen van de Provincie met betrekking tot deze extra’s, veelal gerelateerd aan de doelen van de Concessie (zie paragraaf 1.3), worden in de Inschrijvingsleidraad nader uitgewerkt in de vorm van Gunningscriteria. De eisen zelf zijn per (deel)onderwerp beschreven in verschillende hoofdstukken. Elk hoofdstuk start met een toelichtende tekst die op functionele wijze beschrijft wat de Provincie met het betreffende onderwerp wil bereiken. De concrete eisen die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in tabellen. Een lezer die alleen op hoofdlijnen wil weten welke eisen de Provincie aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder stelt, kan zich beperken tot de inleidende teksten. In geval van strijdigheid tussen een inleidende tekst en een eis in een tabel, prevaleert de eis in de tabel. Indien in dit Programma van Eisen wordt verwezen naar een Bijlage wordt hiermee één van de Bijlagen bij dit Programma van Eisen bedoeld, tenzij dit expliciet anders is vermeld (bijvoorbeeld: een Bijlage bij de Financiële bepalingen).
Tenslotte adviseren wij u om, voordat u begint met lezen aan hoofdstuk 2 (Vervoeraanbod), Bijlage B2 Vervoerkundig kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland te lezen.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
8
Provincie Noord-Holland
2. VERVOERAANBOD De Concessieverlener heeft in de vastgestelde Visie Publieke Mobiliteit en in de Nota van Uitgangspunten voor de Concessie NoordWest Noord-Holland drie doelen voor de Concessie geformuleerd die in het document Vervoerkundig Kader Concessieverlening NoordWest Noord-Holland (hierna: Vervoerkundige Kader, zie Bijlage B2) vertaald zijn naar vervoerkundige uitgangspunten voor de Concessie waarbij de ontwikkelperspectieven Noord-Holland Noord en Zuid-Kennemerland IJmond richtinggevend zijn geweest. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder in zijn Inschrijving en gedurende de looptijd van de Concessie het Vervoerkundige Kader volgt. Dit houdt in dat de Concessiehouder vanaf start van de Concessie de bereikbaarheid van het hele Concessiegebied verbetert door op kansrijke Verbindingen hoogfrequente en snelle Buslijnen aan te bieden en tegelijkertijd de inclusiviteit van het Openbaar Vervoer waarborgt door een netwerk van Lijnen aan te bieden met in stedelijke gebieden korte loopafstanden tot Haltes en bediening van kleine Kernen in het hele Concessiegebied. De Concessie houder vertaalt het Vervoerkundige Kader naar een eenvoudig te begrijpen netwerk aan lijnen met veel reismogelijkheden tijdens de hele bedieningsperiode.
De Concessieverlener verwacht daarbij dat de Concessiehouder gedurende de looptijd van de Concessie aandacht besteedt aan de verschillen tussen regio’s binnen het Concessiegebied en in samenwerking met de Concessieverlener en overige Stakeholders, zoals Gemeenten, lokale initiatieven verder ontwikkelt. In dit hoofdstuk beschrijft de Concessieverlener de eisen waaraan het OV-netwerk en de Dienstregeling in ieder geval moeten voldoen.
2.1 Fasering van het aanbod In het huidige concessiegebied Noord-Holland-Noord is in de zomer van 2024 een nieuwe dienstregeling met ingrijpende wijzigingen in het Lijnennet ingevoerd. Om Reizigers een duurzaam betrouwbaar aanbod aan Openbaar Vervoer te bieden, wil de Concessieverlener de komende jaren geen verdere ingrijpende wijzigingen aan het Lijnennet binnen Noord-Holland-Noord doorvoeren. Daarnaast is bij verschillende recent gestarte concessies gebleken dat een ingroeiperiode in de eerste periode van de Concessie wenselijk is. Daarom heeft de Concessieverlener besloten om een fasering in de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer aanbod tijdens de eerste jaren van de Concessie te hanteren, namelijk: Fase 1: De eerste 12 maanden van de Concessie; Fase 2: De periode vanaf juli 2029, waarbij een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling is toegestaan indien de datum van ingebruikname van het Knooppunt Haarlem Nieuw Zuid niet samenvalt met de ingangsdatum van een Jaardienstregeling. In de eerste 12 maanden van de Concessie (juli 2028 tot en met juni 2029) mag de Concessiehouder het Lijnennet in principe niet wijzigen ten opzichte van het Lijnennet in het begin van 2028 (met uitzonde ring van positieve veranderingen in het bestaande netwerk, zoals frequentieverhogingen of langere bedieningstijden).
Op die manier wil de Concessieverlener een voor Reizigers stabiele Dienstregeling bij overgang van de concessies borgen. Vanaf het Dienstregelingjaar 2029 zijn in principe aanpassingen van het Lijnennet in het hele Concessie gebied mogelijk. Eén van de redenen om het Lijnennet aan te passen is het in 2024 genomen besluit om in Haarlem het nieuwe busstation Knooppunt Nieuw Zuid aan te leggen. Verwachting is dat dit Knooppunt in het jaar 2029 in gebruik genomen kan worden. Dat betekent dat op een nog niet bekend moment binnen de eerste twee jaren van de Concessie een nieuwe centrale overstaplocatie binnen de regio Haarlem-IJmond beschikbaar komt. De Concessieverlener geeft de Concessiehouder de ruimte om al voor oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid een gewijzigd Lijnennet in de regio Haarlem en IJmond aan te bieden. Wel biedt Knooppunt Nieuw Zuid mogelijkheden om dit gewijzigde Lijnennet te optimaliseren qua Aansluitingen en eventueel andere Routes van een beperkt aantal lijnen. Daarom is het de Concessiehouder toegestaan om direct na
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
9
Provincie Noord-Holland
oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid verdere wijzigingen in de Dienstregeling door te voeren, indien de datum van ingebruikname van het Knooppunt Nieuw Zuid niet overeenkomt met de ingangsdatum van een Dienstregelingjaar of de start van de tweede fase in de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer aanbod.
Fasering van het aanbod 2.1.1
De Concessiehouder biedt vanaf 16 juli 2029 een Dienstregeling aan die voldoet aan alle eisen in dit hoofdstuk.
2.1.2
De Concessiehouder biedt vanaf start van de Concessie tot en met 15 juli 2029 een Dienstregeling aan waarbij de Routes van bestaande Lijnen ongewijzigd blijven ten opzichte van en de bedieningstijden en frequenties van bestaande Lijnen minimaal gelijk blijven aan de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregeling jaar 2028 voor de huidige concessies Noord-Holland-Noord en Haarlem-IJmond. Het is de Concessiehouder toegestaan om vanaf start van de Concessie en/of het Dienstregelingjaar 2029: Extra Lijnen conform de Lijntypes zoals opgenomen in Tabel 4 aan te bieden in aanvulling op bestaande Lijnen die zijn opgenomen in de Dienstregeling voor de eerste zes maanden van het Dienstregelingjaar 2028, mits bestaande Lijnen ongewijzigd blijven; Hogere frequenties en langere bedieningstijden op bestaande Lijnen aan te bieden, en Vertrektijdstippen op Haltes aan te passen om Aansluitingen te verbeteren.
2.1.3
Het is de Concessiehouder toegestaan om binnen drie maanden na oplevering van Knooppunt Nieuw Zuid de Dienstregeling van het Openbaar Vervoer binnen Haarlem te wijzigen, ook als het tijdstip van wijziging van de Dienstregeling niet overeenkomt met de ingangsdatum van een nieuw Dienstregelingjaar. Indien de Concessiehouder daarbij ook lijnvoering, bedieningstijden en frequenties van Lijnen wil aanpassen, dienen deze aanpassingen in het voorafgaande Vervoerplan vastgesteld te zijn.
2.2 Ontsluiting van het Concessiegebied De Concessieverlener heeft passend bij het doel om te komen tot een inclusief netwerk aan Openbaar Vervoer de ambitie om minimaal het huidige ontsluitingsniveau van het Concessiegebied te borgen. De eisen aan te bedienen Kernen en afstanden tot Haltes sluiten daarom grotendeels aan bij de huidige situatie. Door voor frequentere lijnen afstanden van maximaal 600 meter tot een Halte toe te staan, biedt de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om het vervoeraanbod op een Traject beperkt te bundelen om aanbod van hoogfrequente lijnen te faciliteren. Dit levert kortere wachttijden en een hogere betrouwbaarheid op waardoor de bereikbaarheid van het Concessiegebied verbetert; dat wil zeggen, Reizigers kunnen erop vertrouwen dat zij op meer momenten en binnen hetzelfde tijdbestek meer plekken met het Openbaar Vervoer kunnen bereiken. Daarnaast eist de Concessieverlener dat de Concessiehouder inspeelt op ontwikkelingen rondom nieuwbouwlocaties door vroegtijdig voor een passende OV-ontsluiting te zorgen om zo nieuwe bewoners te verleiden om gebruik te maken van het Openbaar Vervoer.
Ontsluiting van het Concessiegebied 2.2.1
De Concessiehouder ontsluit minimaal 90% van alle adressen in elke Kern en elke Wijk met minimaal het bedieningsniveau van het Openbaar Vervoer zoals opgenomen in Tabel 1 (voor Kernen met minder dan 25.000 inwoners) en Tabel 2 (voor Wijken in Kernen met minimaal 25.000 inwoners). Een adres geldt als ontsloten wanneer de Hemelsbrede afstand van dit adres naar • een Halte van een R-netlijn of Stadsprinter maximaal 600 meter bedraagt, of • een Halte van een Streeksprinter, Wijkverbinder, Basisverbinder, Maatwerkverbinder of Buurtbuslijn maximaal 400 meter bedraagt, of • een van de Treinstations Alkmaar, Haarlem of Hoorn maximaal 1.200 meter bedraagt, of • een Treinstation met een Sprinter-bediening van op één Verbinding minimaal vier Treinen per uur per richting op een werkdag om 12:00 uur, of een Treinstation met een Intercity-bediening* maximaal 800 meter bedraagt, of • een ander Treinstation met een Sprinter-bediening van per Verbinding minder dan vier Treinen per uur en richting op een werkdag om 12:00 uur maximaal 400 meter bedraagt. *Treinstations met een bediening door treindiensten die op het betreffende Traject een Sprinter-functie hebben, waaronder de Treinstation op het Traject tussen Alkmaar en Den Helder en tussen Hoorn en Enkhuizen, gelden niet als Treinstations met een Intercity-bediening.
2.2.2
4
Indien het vanwege beperkingen van de beschikbare Infrastructuur niet mogelijk is om aan eis 2.2.1 te voldoen, bedient de Concessiehouder in ieder geval alle Haltes in de betreffende Kern of Wijk zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 20254.
De Jaardienstregeling 2025 wordt als achtergrondinformatie bij het ontwerp Programma van Eisen gepubliceerd. Hierop kan niet worden gereageerd.
10
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
Provincie Noord-Holland
Ontsluiting van het Concessiegebied 2.2.3
De Concessiehouder ontsluit elk ziekenhuis in het Concessiegebied met een Lijn met minimaal de frequenties en bedieningstijden van een Basisverbinder die halteert bij een Halte op maximaal 250 meter werkelijke loopafstand naar de hoofdingang van het betreffende ziekenhuis. Bij start van de Concessie betreft dit de volgende ziekenhuizen: • Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Alkmaar • Noordwest Ziekenhuisgroep, locatie Den Helder • Dijklander Ziekenhuis, Hoorn • Beverwijk Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk • Spaarne Gasthuis, locatie Noord, Haarlem • Spaarne Gasthuis, locatie Zuid, Haarlem
2.2.4
De Concessiehouder ontsluit ten minste 90% van alle adressen van een nieuwbouwlocatie binnen een bestaande Kern met op termijn minimaal 2.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van 1.200 inwoners per km2 met ten minste een Basisverbinder en met een maximale Hemelsbrede afstand tot een Halte conform het bepaalde in eis 2.2.1 zodra minimaal 500 bewoners in de betreffende nieuwbouwlocatie gevestigd zijn. Deze eis geldt niet voor nieuwbouwlocaties waarvoor de Concessieverlener heeft vastgesteld dat dit vanwege de beschikbare en geplande Infrastructuur (nog) niet mogelijk is.
2.2.5
De Concessiehouder voldoet aan eis 2.2.1, ook indien er door nieuwbouw binnen bestaande Kernen of Wijken nieuwe Verbindingen en de bediening van andere Haltes nodig zijn. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk indien de Concessieverlener anders bepaalt, bijvoorbeeld omdat de ontsluiting van de betreffende nieuwbouwlocatie vanwege de ruimtelijke inrichting beperkte meerwaarde biedt voor bestaande en potentiële Reizigers.
Kern met aantal Treinstation in de Minimumbedieningsniveau om te vol inwoners betreffende Kern doen aan eis 2.2.1 conform Lijntype*
Verbinding met minimaal
1.250-2.499
Niet aanwezig
Maatwerkverbinder
Een A- of B-Knooppunt
2.500-4.999
Niet aanwezig
Basisverbinder**
Een A-Knooppunt
5.000-24.999
Niet aanwezig
Streeksprinter
Een A-Knooppunt
1.250-24.999
Aanwezig
Basisverbinder**
Een A- of B-Knooppunt
Tabel 1: Minimumbedieningsniveau in Kernen met minder dan 25.000 inwoners zoals opgenomen in Bijlage 3.7. * Het is de Concessiehouder toegestaan om aan het minimumbedieningsniveau per Kern te voldoen door (voor de hele of een deel van de bedieningsperiode) Lijnen van andere Lijntypes aan te bieden, mits de betreffende Lijn voldoet aan de minimale frequenties en bedienings tijden van het in de tabel opgenomen Lijntype. Het is de Concessiehouder daarnaast toegestaan om Vraagafhankelijk Vervoer aan te bieden in aanvulling op de vereiste Lijnen. ** Voor Kernen in deze categorieën die in de Jaardienstregeling 2025 uitsluitend of gedeeltelijk met Buurtbuslijnen en/of Overige lijnen ontsloten worden, volstaat het bedieningsniveau zoals opgenomen in de Jaardienstregeling van 2025. De Concessieverlener beschouwt daarbij de in de Jaardienstregeling 2025 opgenomen Lijn 153 (Schagen-Winkel-Nieuw Niedorp) als Overige lijn en niet als Maatwerkverbinder. Voor de Kernen die door deze Lijn bediend worden, volstaat de in eisen 2.6.1 en 2.7.2 opgenomen bedieningsverplichting.
Minimaal aantal inwoners en bevolkingsdichtheid
In Kern met aantal inwoners
Minimumbedieningsniveau om te voldoen aan eis 1.1.2 conform Lijntype
Wijk met minimaal 2.000 inwoners en minimaal 1.200 inwoners per km/2 of Buurt met minimaal 5.000 inwoners per km/2
25.000-49.999
Basisverbinder
50.000 of meer
Wijkverbinder
Tabel 2: Minimumbedieningsniveau per Wijk in Kernen met minimaal 25.000 inwoners zoals opgenomen in Bijlage 3.7. * Het is de Concessiehouder toegestaan om aan het minimumbedieningsniveau per Kern te voldoen door (voor de hele of een deel van de bedieningsperiode) Lijnen van andere Lijntypes aan te bieden, mits de betreffende Lijn voldoet aan de minimale frequenties en bedieningstijden van het in de tabel opgenomen Lijntype.
2.3 Opbouw van het Lijnennet De Concessieverlener streeft naar een samenhangend Lijnennet dat voor Reizigers eenvoudig te begrijpen is. Een van de speerpunten daarbij is de consistente integratie van het Lijnennet met het Openbaar Vervoer van overige concessie houders (per Trein, Bus en Veer). De Concessiehouder werkt zijn aanbod dusdanig uit dat het Openbaar Vervoer van alle in de regio aanwezige concessiehouders voor Reizigers een samenhangend geheel vormt door parallelliteit te voor komen en goede Aansluitingen te bieden. In aansluiting met de doelen van de Concessie en de in de Visie Publieke Mobiliteit opgenomen lijnformules (Plusnet en Basisnet) onderscheidt de Concessieverlener binnen het Lijnennet de volgende Lijntypes: • In het landelijke gebied bieden Streeksprinters snelle en frequente Verbindingen tussen grotere Kernen (>5.000 inwoners) en het centrum van steden. Kleinere Kernen (>2.500 inwoners) worden ontsloten met Basis
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
11
Provincie Noord-Holland
verbinders waar de focus op beschikbaarheid tijdens de hele bedieningsperiode ligt. In overige te ontsluiten Kernen (>1.250 inwoners) zorgen Maatwerkverbinders ervoor dat het huidige bedieningsniveau met Openbaar Vervoer geborgd blijft. Alle Lijnen takken op voor Reizigers zinvolle plekken aan op het treinnetwerk en overige relevante lijnen zoals de Buslijn van Alkmaar via Den Oever naar Leeuwarden. • In het stedelijke gebied bieden R-netlijnen en Stadsprinters snelle en hoogfrequente Verbindingen vanuit Wijken met een zeer hoge bevolkingsdichtheid (uitgangspunt 6.000 inwoners per km2) en nabijgelegen grote Kernen naar centrale bestemmingen. In aanvulling op Stadsprinters en in Wijken waar geen Stadsprinters aanwezig zijn, zorgen Wijkverbinders voor korte loopafstanden naar Haltes. Het aanbod aan Openbaar Vervoer wordt verder aangevuld met de bestaande Buurtbuslijnen (paragraaf 2.6), Overige lijnen gericht op specifieke doelgroepen zoals scholieren (paragraaf 2.7), en Nachtlijnen (paragraaf 2.9). Ten slotte gelden voor Texel specifieke bedieningseisen (paragraaf 2.11). De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder op basis van de gedefinieerde Lijntypes en hun functies in het Concessiegebied een voor Reizigers navolgbaar Lijnennet met een betrouwbaar aanbod met zo weinig mogelijk wijzigingen in Routes en beschikbaarheid over de hele dag aanbiedt.
Dit houdt in dat de Concessieverlener zo veel mogelijk aanbod biedt op de Lijnen die de hele dag beschikbaar zijn en Overige lijnen, zoals Lijnen met een beperkte bedieningsperiode alleen in uitzonderlijke gevallen aanbiedt.
Eisen aan Lijntypes 2.3.1
De Concessiehouder biedt ten minste tijdens de bedieningsperioden zoals opgenomen in Tabel 3 een samenhangend netwerk van R-netlijnen, Stadsprinters, Streeksprinters, Wijkverbinders, Basisverbinders, Maatwerkverbinders, Buurtbuslijnen en Overige lijnen aan. Daarbij zorgt de Concessiehouder ervoor dat per Lijn en richting de eerste Rit nooit eerder vanaf de Beginhalte vertrekt dan het begintijdstip en de laatste Rit nooit eerder op de Eindhalteaankomt dan het eindtijdstip van de in Tabel 3 aangegeven periodes.
2.3.2
Het is de Concessiehouder toegestaan om Lijnen van verschillende Lijntypes, niet zijnde R-netlijnen en Stadsprinters, te combineren en voor deze gecombineerde Lijn hetzelfde Lijnnummer te gebruiken (zoals een Streeksprinter en een Wijkverbinder), mits de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener kan aantonen dat dit voordelen voor (potentiële) Reizigers biedt.
2.3.3
In afwijking van eis 2.3.2 is het de Concessiehouder toegestaan om Lijnen behorend tot de Lijntypes R-netlijn en Stadsprinter op hun Eindhalte te koppelen aan een Lijn van een ander Lijntype en de gehele Lijn als respectievelijk R-netlijn of Stadsprinter te exploiteren, indien de gecombineerde Lijn op minimaal 85% van het gehele Traject van de gekoppelde Lijn voldoet aan de eisen aan de frequenties van respectievelijk een R-netlijn of Stadsprinter en mits de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener kan aantonen dat dit voordelen voor (potentiële) Reizigers biedt. Voor de Concessiehouder op een deel van het Traject van de gekoppelde Lijn niet voldoet aan de minimumeisen ten aanzien van frequenties en bedieningstijden die gelden voor een R-net-lijn of Stadsprinter, geldt voor het door dit deel van het Traject bediende gebied geldt 400 meter als maximaal toegestane Hemelsbrede afstand tot Haltes zoals aangegeven in eis 2.2.1.
2.3.4
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Lijnen van het Lijntype R-netlijnen en Stadsprinter aan te bieden die Routevarianten en/of Trajecten met een alternerende bediening (waaronder in twee richtingen bediende lusroutes) hebben, tenzij de Concessieverlener in het kader van de Dienstregelingsprocedure (Bijlage 3.1) anders bepaalt.
2.3.5
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om aan de eisen ten aanzien van de ontsluiting van het Concessiegebied te voldoen door een Traject maar in één richting te bedienen, tenzij minimaal 80% van het betreffende Traject in de Jaardienstregeling 2025 ook uitsluitend in één richting bediend wordt.
2.3.6
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om R-netlijnen en Stadsprinters aan te bieden die Trajecten langer dan 2.000 meter (gemeten over het midden van de weg) maar in één richting te bedienen.
2.3.7
De Concessiehouder biedt op alle R-netlijnen, Stadsprinters, Streeksprinters, Wijkverbinders en Basisverbinders minimaal de frequenties zoals opgenomen in Tabel 4.
2.3.8
In aanvulling op eis 2.3.7 biedt de Concessiehouder op elke Maatwerkverbinder per te bedienen Kern, per dag van de week en per rijrichting, minimaal 90% van het aantal Ritten uit de Jaardienstregeling 2025, waarbij het aantal Ritten naar boven wordt afgerond. Ter illustratie: de Concessiehouder biedt in een Kern waarvoor een Maatwerkverbinder is voorgeschreven en waar in de Jaardienstregeling 2025 een Lijn is opgenomen met 14 Ritten in een rijrichting minimaal 13 (0,9*14=12,6) Ritten op een werkdag in deze rijrichting aan.
2.3.9
De Concessiehouder zorgt dat het interval tussen opeenvolgende Ritten van Lijnen tijdens bedieningsperiodes waarin voor deze Lijnen een minimale frequentie-eis van één keer per uur of lager of geen minimale frequentie-eis geldt, maximaal 60 minuten bedraagt, uitgezonderd kleine afwijkingen vanwege andere rijtijden in beide richtingen. Deze eis geldt ook voor Maatwerkverbinders, maar niet voor Overige lijnen en Nachtlijnen.
2.3.10
De Concessiehouder hanteert een lijnnummering die bijdraagt aan de begrijpelijkheid van zijn aanbod aan Openbaar Vervoer en in ieder geval voldoet aan de volgende uitgangspunten: • R-netlijnen hebben een driecijferig Lijnnummer, beginnend met een 3; • Nachtlijnen hebben een Lijnnummer beginnend met een N gevolgd door twee cijfers; • Alle andere Lijnen hebben een logische nummering gebaseerd op een systematiek per Lijntype en/of regio.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
Werkdag
Zaterdag
Zondag
12
Provincie Noord-Holland
R-netlijn / Stadsprinter
Wijkverbinder/Streeksprinter/ Basisverbinder
Overdag
6:00-20:00 (waarvan Spits: 7:00-9:00 en 16:00-18:00)
6:00-19:00
Avond
20:00-00:00
19:00-23:00
Overdag
7:00-20:00
7:00-19:00
Avond
20:00-00:00
19:00-23:00
Overdag
8:00-20:00
8:00-19:00
Avond
20:00-00:00
19:00-23:00
Tabel 3: Bedieningsperioden per Lijntype.
Werkdag
Zaterdag
Zondag
R-netlijn
Stadsprinter
Wijkverbinder
Streeksprinter
Basisverbinder
Spits
6
4
2
2
1
Overdag
4
4
2
2
1
Avond
2
2
1
1
1
Overdag
4
4
2
1
1
Avond
2
2
1
1
1
Overdag
2
2
1
1
1
Avond
2
2
1
1
1
Tabel 4: Minimale frequenties per Lijntype en bedieningsperiode in Ritten per uur en richting.
2.4 Verplichte Verbindingen van en naar Kernen Om de integraliteit van het Lijnennet onderling en met het overige Openbaar Vervoer te borgen, stelt de Concessie verlener eisen aan verplichte Verbindingen per Kern. Uitgangspunt is daarbij dat vanuit elke Kern in ieder geval een Verbinding zonder overstap met een Treinstation wordt geboden en waar kansrijk en rechtstreekse Verbinding met het centrum van een stad wordt geboden.
Verbindingen van en naar Kernen 2.4.1
De Concessiehouder bedient elke Kern met minimaal 2.500 en maximaal 24.999 inwoners zonder Treinstation conform Tabel 1 met een Lijn die de betreffende Kern met een A-Knooppunt verbindt. Als A-Knooppunten gelden bij start van de Concessie de volgende Treinstations en Haltes (zie ook Bijlage 3.6): • Alkmaar station • Beverwijk station • Bovenkarspel-Grootebroek station • Den Helder station • Haarlem station • Heemstede-Aerdenhout station • Hoorn station • Schagen station • Haarlem, Delftplein Vanaf het moment van oplevering geldt Haarlem Nieuw-Zuid eveneens als A-Knooppunt. Vanaf het moment dat het Treinstation Heerhugowaard op alle dagen van de week binnen minimaal de bedieningsperiode overdag (zoals opgenomen in Tabel 3) met vier Intercity’s per uur van en naar Amsterdam bediend wordt, geldt ook het Treinstation Heerhugowaard als A-Knooppunt.
2.4.2
De Concessiehouder bedient elke Kern met minimaal 1.250 en maximaal 2.499 inwoners zonder Treinstation en elke Kern met minimaal 1.250 en maximaal 24.999 inwoners met Treinstation conform Tabel 1 met een Lijn die de betreffende Kern met een A- of B-Knooppunt verbindt. Als B-Knooppunten gelden bij start van de Concessie alle Treinstations gelegen in het Concessiegebied die niet in eis 2.4.1 als A-Knooppunt worden genoemd (zie voor een overzicht Bijlage 3.6).
2.4.3
De Concessiehouder bedient minimaal elke Wijk met minimaal 2.000 inwoners en een dichtheid van minimaal 1.200 inwoners per km2 en elke Buurt met een bevolkingsdichtheid van minimaal 5.000 inwoners km2 binnen een Wijk met minder dan 2.000 inwoners en een dichtheid van minder dan 1.200 inwoners per km2 conform Tabel 2 met een Lijn die de betreffende Wijk of Buurt met een A-Knooppunt verbindt zoals opgenomen in eis 2.4.1.
Concessie NoordWest Noord-Holland – Ontwerp Programma van Eisen
13
Provincie Noord-Holland
2.5 Verplichte Trajecten In aanvulling op de verplichte Verbindingen per Kern schrijft de Concessieverlener op een aantal Trajecten een bediening met een specifiek Lijntype voor. Allereerst gaat het om het continueren van huidige R-net trajecten op basis van de huidige frequenties en bedieningstijden waarbij de Concessiehouder de keuze heeft om deze Trajecten in de R-net huisstijl of in een nieuwe huisstijl voor het Lijntype Stadsprinter uitvoert. Daarnaast zijn verplichte Trajecten voor Stadsprinters gedefinieerd op Verbindingen tussen Wijken met een zeer hoge bevolkingsdichtheid (minimaal 6.000 inwoners per km 2) en op Verbindingen tussen stedelijke gebieden waar in de Jaardienstregeling 2025 al sprake is van een hoogfrequent aanbod (zoals tussen Zandvoort aan Zee en Haarlem). Op de Verbinding tussen Alkmaar en Heerhugowaard wil de Concessieverlener een kwaliteitsimpuls bieden door een Stadsprinter voor te schrijven die tussen Alkmaar en Heerhugowaard Rivierenwijk de huidige Route van lijn 160 of 162 volgt en een groot deel van de Wijken in Heerhugowaard ontsluit. Voor overige Lijntypes is een beperkt aantal verplichte Trajecten gedefinieerd om de integraliteit van het Lijnennet te borgen. Kernen of Wijken met bijvoorbeeld Verbindingen naar meerdere Treinstations kunnen zo vertrouwen op de continuïteit van het huidige bedieningsniveau.