Agendabundel
Tekst van het document
Dan eindigen we dit agendapunt met een toezegging van de portefeuillehouder en gaan we naar het volgende punt: de rondvraag voor de commissieleden. Daarover is in het afgelopen afstemmingsoverleg afgesproken dat rondvragen voor deze vergadering kort, bondig maar vooral actueel moeten zijn. Wie durft? Mevrouw Dros. -Voorzitter, dank. Ik durf omdat ik op 28 april een paar vragen heb gesteld over de blauwtongvaccinaties en die zijn nog niet beantwoord. Eén van die vragen zou ik in de rondvraag willen stellen. Die vragen zijn al schriftelijk gesteld? -Die zijn al schriftelijk gesteld, heb ik geen antwoord op gekregen, terwijl dat wel een hele urgente vraag is, namelijk: of het college mogelijkheden ziet om de Texelse schapenboeren - die hier behoefte aan hebben te ondersteunen in de kosten van de vaccinatie? En: op welke manier dat zou kunnen? -Wiens portefeuille is dit? Meneer Hooijschuur. -Ik zal hem beantwoorden. Wij hebben inderdaad met LTO gesproken en wij stellen als gemeente geld beschikbaar voor die boeren. De heer De Lugt is de trekker hiervan. -Dank voor het antwoord. Dat klinkt goed. Goed nieuws. Meneer Schuiringa. -Dank u, voorzitter. In Amsterdam is het Recyclebedrijf vorige week failliet gegaan. Welke gevolgen heeft dit voor HVC? De hoofdreden was de lage prijs voor gevonden plastic.
Vraag twee: hoe staat het met de planning van maatregelen zodat erop één januari 2027 alleen nog maar schoon water in de gemeente Texel komt? Vraag drie: in verband met het landelijke vaccinatieprogramma van het Rijk is er een foutje opgetreden. Dat foutje behelst zoveel dat het is omgezet naar het regionale gebeuren. Dat betekent dat de wethouders verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de vaccinaties volgens de wet Persoonlijke Gezondheidszorg. Welke wethouder is daarvoor verantwoordelijk gesteld? Dank u. Kunt verduidelijken welke vaccinatie u bedoelt, meneer Schuiringa?
Algemene vaccinaties tegen besmettelijke ziektes. De gemeente is tegenwoordig verantwoordelijk. Vroeger was dat het Rijk. Dankzij de overheveling in 2015 is dat nu sinds een maand bekend geraakt dat de wethouder daar verantwoordelijk voor is. Dank u. -Vaccinaties bij personen in dit geval. Dank. Drie vragen. Wie kan er een vraag beantwoorden? Meneer Van de Belt. -Dank u wel, voorzitter. Op de laatste vraag over vaccinatie, mocht er een wethouder verantwoordelijk voor zijn - ik denk dat we een collegiaal bestuur zijn en het college verantwoordelijk is - maar dan ben ik dat. Dat is een kort en bondig antwoord. Meneer Kieft. Voorzitter, de heer Schuiringa vraagt naar de gevolgen van het faillissement van het Recyclebedrijf in Amsterdam voor de HVC. Dat weet ik niet uit mijn hoofd en ga ik voor u navragen. Hij vraagt ook naar de stand van zaken Kaderrichtlijn Water per 1/1/'27. We weten allemaal dat de wateren in Nederland - in heel Nederland, overigens - vrijwel niet op orde zijn. Ook op Texel zijn er een paar hotspots te vinden. Ik zal de stand van zaken even voor u navragen bij het Hoogheemraadschap in dit geval. -Heeft u nog een vraag? Even naar aanleiding van het antwoord van de wethouder, voorzitter. Het is niet de bedoeling om in discussie te gaan met de wethouder. De eerste rechtszaken worden al voorbereid in het kader van 1 januari 2027. Dat is de reden van mijn vraag.
Dank u. -Dank, meneer Schuiringa. Iemand anders nog voor de rondvraag? Nee, dan gaan we naar het volgende agendapunt: het voorstel voor het schapenboetenbeleid. Daar heeft zich een inspreker voor gemeld, meneer Boon namens de Stichting Kernwaarden Texel. Ga uw gang. Goedenavond. Ik sta hier gemeld als Stichting Kernwaarden Texel, maar dat is maar één verantwoordelijkheid. Ik sta hier - net als op vier september vorig jaar - als spreekbuis namens een aantal organisaties die begaan zijn met, kort samengevat, de schapenboeten. Het verschil met de vorige keer is dat ons betoog van 1 mei dat u heeft gehad - en hetgeen ik nu ga zeggen, ook wordt ondersteund en onderschreven door de VVV vanuit een toeristisch belang. Meer dan vier miljoen overnachtingen en plus 45.000 slaapplaatsen. Bovendien ondersteunt ook Top Texel ons pleidooi, meer dan 900 Texelse ondernemers. Dat benadrukt nog maar eens hoe belangrijk dit erfgoed wordt gevonden, niet alleen vanwege de cultuurhistorische waarde, maar zeker ook vanwege het imago van Texel dat ermee verbonden is. Schapenboeten en schapen verkeren allebei in de gevarenzone en samen zijn ze beeldbepalend voor het eiland. Dat vraagt om een actief beleid. De erfgoednota van alweer 2017 is wat mij betreft nog steeds actueel.
Die stelde niet voor niks dat bepaalde gebouwtypen zo karakteristiek zijn voor Texel, dat ze indien mogelijk allemaal beschermd moeten worden op hoofdvorm, kleur en materiaalgebruik. Schapenboeten en stolpen. Er is de gemeente dus veel aangelegen om die schapenboeten goed te onderhouden en voor het nageslacht te bewaren. In alle eerlijkheid vragen we ons toch wel een beetje af of de gemeente er veel aan gelegen is. Tuurlijk zijn we hartstikke blij met de nieuwe regeling en de belangstelling van de boeteigenaren daarvoor. Dat biedt hoop. Maar vervolgens hebben we wel moeten constateren dat er een motie van de raad nodig is geweest om ook aandacht te krijgen voor zestien potentieel monumentale boeten. En nu die aandacht is gegeven,
blijkt dat het college ervoor kiest om pas op de plaats te maken in plaats van proactief en met enthousiasme volle kracht vooruit te gaan. Het argument lijkt beschikbaar budget. Instandhouding van die boeten kost geld. De meeste particuliere bezitters - of ze nu boer zijn of niet kunnen - of willen - zich niet veroorloven om die instandhouding voor het algemeen nut uit eigen zak te bekostigen. Dat feit valt niet weg te poetsen. Zonder actie van de gemeente dreigen meer boeten in verval te raken of te verdwijnen. Zie het voorbeeld. Dat is niet wat het resultaat moet zijn als de gemeente er echt veel aan gelegen is om de boeten voor het nageslacht te bewaren. Niet afwachten, maar doorpakken. In dat verband willen we nog de aandacht vestigen op het voornemen van het college om werk te maken van het trots op de boet-gevoel. Dat kan bij eigenaren het gevoel versterken blij te zijn met zo'n echt Texels bouwwerk, maar ook voor toeristen is dit van belang. Monumenten zijn belangrijke toeristische trekkers, zeker als het verhaal bij een gebouw bekend is. Het is een heel goed voornemen van het college en dat vraagt om uitvoering. Wij - en dat is dus inclusief de VVV en Top pleiten daarom voor een hernieuwde inzet van de raad, die erop neerkomt dat het college wordt opgeroepen om snel vast te stellen of de elf boeten monumentwaardig zijn.
Dat wil zeggen dat er een advies komt van de commissie Omgevingskwaliteit en ze vervolgens in de regeling op te nemen, nadat achterstallig onderhoud is weggewerkt. Dank voor uw aandacht. -Keurig binnen de tijd. Dank u wel, meneer Boon. Blijf even staan, want er zijn nog een aantal vragen. Ik zie eerst meneer Polderman en dan meneer Hoogerheide. Dank u, voorzitter. Meneer Boon, als u de bestemming zou kunnen wijzigen van een schapenboet, dus de buitenkant blijft hetzelfde maar je mag er meerdere dingen in doen, denkt u dat dan ten goede zou komen van de schapenboet zodat deze makkelijker in ere kan worden hersteld? -Dat is een hypothetische vraag en kan ik moeilijk op antwoorden. Dat is verder niet bekeken of onderzocht. Feit is dat er nogal wat boeten zijn die een ander gebruik kennen dan volgens de bestemming is toegestaan. Meneer Polderman. -Als ik het goed heb begrepen, zijn dit wel de boeten die er het mooist uitzien. Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent, maar als ik mijn onderzoek goed heb gedaan, zie ik dat deze boeten er allemaal heel strak en netjes uitzien. Ik stel deze vraag omdat dit wellicht een makkelijkere manier zou kunnen om niet zozeer het geld bij het college vandaan te halen, maar - en ik wil niet zeggen een verdienmodel er aan te hangen om ervoor te zorgen dat mensen op een makkelijkere manier hun boeten kunnen onderhouden.
-Volgens mij hebben we dat aspect al eerder behandeld, maar ik kan daar verder weinig over zeggen, want ik ken uw inventarisatie niet om daar zinvol op in te gaan. Dat lijkt me iets wat het college kan meenemen. Meneer Hoogerheide. -Dank u wel, voorzitter. Meneer Boon, ik ben fan van de schapenboeten want ze passen en horen in het landschap. Ik heb altijd gesteld en stel het nu weer: wie zijn verleden niet kent, verdwaalt in zijn eigen toekomst. We moeten dus waken over onze schapenboeten. Mijn concrete vraag aan u is: u en al die andere organisaties
hebben een brief geschreven aan het college. In hoeverre is die brief voldoende beantwoord? Heeft die brief een richting gegeven? -De richting die wij hebben gegeven, sluit volledig aan op de motie die deze raad eerder heeft aangenomen, namelijk: neem die zestien boeten voortvarend mee. Dat heeft het college uiteindelijk gedaan. Meer kan ik er niet over zeggen. Dank. Dan constateer ik dat er geen vragen meer zijn. Bedankt voor uw inspraak, meneer Boon. Dan gaan we naar de behandeling van het punt en wil ik voorstellen om de ingediende motie en het stuk in één keer te behandelen. Wie van de indieners wil de motie toelichten? Mevrouw Van de Wetering. Dank u wel, voorzitter. De heer Boon stond hier als inspreker namens Stichting Dorpsherstel, de Historische Vereniging Texel, Agrarische Natuuren Landschapsvereniging De Lieuw Texel, Boerderijstichting Noord-Holland, Stichting Kernwaarden Texel, VVV, LTO en Top. Dat zijn nogal wat organisaties en geeft aan dat de schapenboet breed gedragen wordt door Texel. Het voorstel van het college is om de elf boeten die mee doen als momentale panden - niet te willen meenemen in deze herstelronde voor het behoud van ons erfgoed op de langere termijn. Initieel waren het zestien monumentale boeten, maar elf eigenaren hebben aangegeven om daadwerkelijk die stap te willen zetten. Dat is in het verleden een aantal keer het punt geweest.
We hebben mooie panden op Texel gehad, maar waarvan de eigenaar de monumentale status weigerde. Met als gevolg dat dergelijke panden dreigden te verdwijnen. In sommige gevallen hebben we door veel communicatie daar toch nog een stokje voor kunnen steken. Die monumentale status op die schapenboeten is ook voor ons van belang, want dat geeft langs beide kanten een verplichting maar ook een behoud voor de toekomst. Als we nog langer wachten, zal het onderhoud alleen maar meer kosten. We moeten deze potentiële monumentale schapenboeten daadwerkelijk die monumentale status geven en opnemen in ons programma voor behoud van deze boete. Ik pleit samen met GroenZwart - die mede-indiener is van deze motie in deze raad om dit erfgoed te willen bewaren. Nog even richting Hart Voor Texel over de andere doeleinden: ik zie dan een vakantiehuisje waar fietsen, auto's en paarden door het landschap dwars naartoe moeten. Dat is niet hoe ik een schapenboet in ons landschap zie staan. Dat lokt een reactie uit bij meneer Polderman. Dat is logisch. Dit is de makkelijke weg voor mevrouw Van de Wetering. Dat is zeker niet wat we moeten willen. Ik wil alleen maar zeggen dat je op dit moment niets met een schapenboet mag doen. Je kan het als opstal gebruiken voor je dieren en wat hooi ingooien, maar daar blijft het bij.
Willen we het rendabel maken en niet altijd maar op het college hoeven hangen - wat we heel vaak doen wil ik voorstellen om eens na te denken over of we er toch niet iets meer mee zouden kunnen. En dan niet per se voor toeristen of iets dergelijks. -Mevrouw Van de Wetering. Ik wil daar nog even op reageren. Het geld wat het college heeft, is gezamenlijk, maatschappelijk geld. Ons erfgoed is ook iets
gezamenlijks. Ik denk dat dit een hele goede besteding van het geld zou zijn. -Meneer Polderman. Ik ben het helemaal met u eens dat het voor het grote belang is. Maar het is wel van iemand en diegene moet er zorg voor dragen. De mede-indiener, mevrouw Koot. -Dank u, voorzitter. Voorzitter, wat GroenZwart betreft, is dit het moment. We zouden het echt schandalig vinden als de gemeenteraad niet volop inzet op het behoud van de schapenboeten op Texel. Al jarenlang zien we de teruggang van de schapenboeten en is de politiek bezig om dit cultureel erfgoed te bewaren. We hebben er speciale ambtenaren voor aangesteld. We hebben ik weet niet wat allemaal gedaan. Nu is er de mogelijkheid om dit vast te leggen en dit cultureel erfgoed te bewaren. Niet over een paar jaar en afwachten hoe het hiermee gaat. Want zoals mijn collega al zei, de schapenboeten gaan er alleen maar verder op achteruit. Nu is het moment om door te pakken. Als de politiek nu niet thuis geeft, is alle inzet en energie - van de ambtenaren die wij aan het werk gezet hebben en de betrokkenen die wij uitgenodigd hebben om mee te denken voor niets geweest. De inwoner zal teleurgesteld zijn in haar gemeentebestuur. -Wie van andere partijen kan ik het woord geven? Meneer Huisman, mevrouw Dros en mevrouw Visser. Meneer Huisman. -Dank u, voorzitter.
We gaan mee in het advies van het college om het achterstallig onderhoud op die vijf schapenboeten weg te werken. Daarnaast vindt de VVD dit wel een magere uitwerking van de motie Texels Erfgoed op peil, die is aangenomen. Het lijkt erop alsof u te weinig tijd heeft gehad om dit goed te kunnen uitwerken. Wij vinden het een gemiste kans om die elf potentiële monumentale boeten zomaar te laten gaan, want van die elf blijken er vijf een zeer goede onderhoudstatus te hebben. Er blijven er dan nog zes over. De VVD heeft er best wel wat voor over om die boeten als Texels erfgoed te behouden, maar kunnen niet meegaan in de reactie die het college vanmiddag heeft gegeven, namelijk: als jullie dit aannemen, doe dan 100 procent. Wij vinden dat de eigenaren ook financieel mogen bijdragen. We vinden dat er actief naar subsidiebijdragen moet worden gezocht om zo het plaatje rond te krijgen. Wij willen dat u het voorstel verder uitwerkt in lijn met de motie Texels Erfgoed op peil en met een voorstel terugkomt naar de raad waarin die elf schapenboeten toch die monumentale status kunnen krijgen. Om dit wat tijd te geven, zou het wat ons betreft mooie zijn als dit voorstel er komt tijdens de behandeling van de programmabegroting. Maar ik begrijp dat de Stichting Dorpsherstel wat moeilijkheden ondervindt met de werkzaamheden.
Dus als dat in de perspectiefnota van volgend jaar komt, is dat voor ons ook goed. Ik wil nog even de reactie van het collega afwachten. Aan de indieners van de motie wil ik zeggen: Als jullie ervoor open staan om een paar kleine wijzigingen in de besluitpunten door te voeren in lijn zoals ik net heb geschetst, ga ik graag met jullie het gesprek aan en dan is het streven om mede-indiener te zijn van een aangepaste motie. Er gaan kopjes koffie gedronken worden. Mevrouw Dros. Ik heb u gezien. Dank u, voorzitter. Ik heb eerst nog een vraag: heb ik het goed begrepen dat er van zestien potentiële monumentale boeten, er elf eigenaren
eventueel mee willen gaan? Het getal is gewijzigd van drie naar vijf die in goede staat zijn. Zes zijn er niet in goede staat. Bestaat er een mogelijkheid om die vijf mee te nemen richting een monumentale status? Dat brengt dan volgens mij geen extra incidentele kosten met zich mee, omdat er geen onderhoud op gepleegd moet worden. Enkel structurele kosten. Heb ik dat goed begrepen? We sparen de vragen even op. Mevrouw Visser en dan mevrouw Koot. -Dank. Ik heb vragen aan de portefeuillehouder. We hebben een reactie op deze motie vanuit het college ontvangen en de laatste zin daarin luidt: "Het college adviseert om hierin dan dezelfde lijn te volgen als bij de monumentale schapenboeten en dus een bijdrage van 100 procent te leveren." Is die bijdrage van 100 procent dan gelijk aan alternatief twee in het bestuurlijk advies? Komt het dan neer op 542.000 euro extra kosten in 2015 voor alle schapenboeten die dan opgeknapt worden en 52.000 euro structureel? Mijn tweede vraag naar aanleiding daarvan is: kunnen wij zomaar 100 procent kosten vergoeden voor particulier eigendom waar wij geen verantwoordelijkheid voor hebben? Ik begrijp dat wij bij monumentale panden een eigen verantwoordelijkheid hebben.
Als we die schapenboeten - waarop achterstallig onderhoud is op kosten van de gemeenschap willen opknappen, is dat dan geen vorm van staatssteun of iets anders? We hebben ook het gelijkheidsbeginsel. We dragen voor andere particuliere eigendommen ook niet de kosten als wij geen verantwoordelijkheid hebben. Ik hoop dat het college op uw eerste vraag een antwoord kan fabriceren. Ik geef de wethouder even de tijd. Ondertussen kan mevrouw Koot reageren op meneer Huisman denk ik. Mevrouw Koot. -In de voorgaande discussie en in de inbreng van meneer Huisman, wordt er aangegeven dat de Stichting Dorpsherstel problemen zou hebben met het feit dat er meer schapenboeten in de regeling zouden komen. Dat snap ik niet helemaal. Meneer Boon heeft ook namens de Stichting Dorpsherstel - ervoor gepleit om die zestien andere boeten mee te nemen. Kan de wethouder even uitleggen hoe dat nu zit? Er is wat onduidelijkheid over hoeveel capaciteit Stichting Dorpsherstel heeft om hieraan mee te werken. De brief wordt wel ondersteund, maar er zijn wat gemixte signalen. Wethouder Van de Belt. -Dank u wel, voorzitter. De techniek van de vragen en de cijfers doen we wel wat duizelen. Ik zal eerst even beginnen met een argumentatie waarom het voorstel er nu zo ligt.
We doen nu opeens allemaal weer heel erg negatief, terwijl ik vind dat u ontzettend trots op uzelf mag zijn dat u in september een besluit heeft genomen tot het in standhouden van 42 monumentale boeten, en dat u daar 140.000 euro per jaar voor beschikbaar wilt stellen om te investeren in particulier eigendom. Dat heeft u zelf besloten en daar mag u ook trots op zijn. Het initiatief voor die regeling kwam voort uit de organisaties die nu opnieuw hebben ingesproken. Ook wij hebben daar met z'n allen op dat moment denk ik - onze erkentelijkheid voor uitgesproken. Probeer nu niet te doen alsof het voorstel wat er nu ligt, ongeveer het einde zou betekenen van de schapenboeten op het eiland. Sterker nog, u vond het destijds een ontzettend goed voorstel,
maar wilde daar misschien nog wat meer in doen. U heeft namelijk gevraagd een inventarisatie te maken van de kwaliteit van de overige zestien en van de overige 42. U heeft niet gezegd wat de consequentie van die inventarisatie moet zijn. U heeft aan het college gevraagd: maak een inschatting op basis van die inventarisatie. Die inschatting hebben wij gemaakt. Naar aanleiding van de motie die heel positief gesteld wordt, ligt er nu een voorstel om alsnog drie van die monumentale boeten met gemeentegeld op te knappen en ze op dat niveau te krijgen. Daarnaast zijn er nog zestien boeten die geen monumentale status hebben. Eén van de afwegingen die het college heeft gemaakt, is: waar houdt onze verantwoordelijkheid op? Begint die bij monumenten of begint die bij niet-monumenten die mogelijk monumenten zijn? Een tweede argument is van financiële aard. Ik heb het bedrag niet helemaal stevig voor mij, maar we hebben hier wel over vijf ton dat u extra gaat investeren - bovenop het advies dat het college doet in particulier eigendom, om panden die op dit moment geen monument zijn, op te knappen op het niveau waarop ze wel als monument zou kunnen beschouwen en ze die status ook zouden kunnen aanvragen. Ik zou het onterecht vinden dat u zichzelf tekort doet door te zeggen: we doen met z'n allen te weinig aan de schapenboeten.
Ik kan begrijpen dat men zegt: we moeten daar nog meer aan doen. In het advies staan vrij helder wat de voors en tegens zijn van de afweging die het college heeft gemaakt. U staat u vrij daarin een andere afweging te maken. Even los daarvan gaat het om 42 monumentale boeten die wij als dusdanig herkennen. Maar daarnaast zijn er nog negen monumentale boeten in het beheer van het Staatsbosbeheer. Dus we hebben het inmiddels over negen goed onderhouden Staatsbosbeheer monumentale boeten, plus 42 die u in uw beheer wil nemen plus het onderhoud ervan overneemt. Dus 51 boeten. Dan hebben we het toch aardig over een behoorlijke bescherming van het erfgoed ten opzichte van drie jaar geleden. De regeling is pas in werking gesteld op één januari, en daar zijn we nu pas mee bezig. Om de effecten van die regeling te zien, willen we drie jaar de tijd nemen om te kijken wat daar gaat gebeuren. Dat is ook een argument om te kijken: moeten we op vooraf al weten wat er met die boeten gebeurt? Moeten we er weer elf aan toevoegen, waarmee we de bulk groter en het werk complexer en ingewikkelder maken? Of dat leidt tot capaciteitsproblemen bij Stichting Dorpsherstel terwijl zij ondertekenaar van de brief zijn is dan misschien een verkeerde inschatting van ons geweest, want anders hadden ze die kanttekening zelf wel gemaakt.
Maar in ieder geval leidt het tot meer werk en inzet vanuit de ambtelijke organisatie. De vragen van GroenLinks werden volgens mij ook al schriftelijk gesteld. En ik meen dat u daar ook al schriftelijk antwoord op heeft gekregen. Was dat niet voldoende? -Sta mij toe, voorzitter. Niet helemaal. Ik bedoel dat het mij een handige optie lijkt om vijf schapenboeten toe te voegen aan dat aantal monumentale schapenboeten, omdat we daar nauwelijks extra kosten aan hebben. Dat zou een tussenoplossing kunnen zijn. Ik heb niet helemaal helder of mijn redenering klopt. -Dat zou theoretisch gezien prima kunnen. Die zou je kunnen toevoegen aan het monumentale arsenaal.
Het klopt dat er dan structurele kosten bijkomen, en dat zit in de richting van 24.000 euro per jaar. -Voor vijf? Dat hangt een beetje af van de staat van de boeten, maar ik neem even een gemiddeld cijfer. Voorzitter, ik ga zo nog even op de motie in. Maar de indieners laten het percentage open wat er dan door de overheid moet worden bijgedragen. De drie die wij in ons voorstel meenemen, pakken we voor de volle 100 procent. Vandaar dat wij adviseren: als je dat doet, doe dan ook voor die andere 100 procent. Anders krijg je heel gekke verhoudingen: waarom de ene boet wel en de andere niet? Ik denk dat de specifieke vraag is: zit er een (juridische) verschil zit tussen een monumentale en niet-monumentale boete? Ik ga ervanuit van niet. Ik denk dat het ons vrij is om daar - gezien het algemeen belang geld in te steken. Maar de exacte beantwoording zal ik toch even moeten laten uitzoeken. Dan nog even over de motie. De woorden van mevrouw Koot van GroenZwart zijn veel te stevig. Het niet aannemen van de motie betekent niet het einde van de schapenboeten op het eiland. Sterker nog, u heeft een prachtig beleid neergezet in september, wat wel degelijk een verbetering zal opleveren ten opzichte van de voorgaande jaren. Dus die woorden zou ik absoluut niet willen onderschrijven. De VVD zegt: college, kom maar met een voorstel. Nee, dat gaan we niet doen. Het voorstel ligt er.
Als u wilt dat het voorstel wordt aangepast, dan komt u met een motie waarin u het college opdraagt om op bepaalde manier in actie te komen. Er ligt hier een motie en die kunt met kopjes koffie onderling aanpassen, maar dan weet het college waarop het moet varen. Volgens mij staat er de vraag van mevrouw Visser nog open: is 100 procent aan een particulier staatssteun? Die laat ik uitzoeken. -Daar komt u nog op terug. Ik zag alweer een paar handen. De eerste was van mevrouw Visser en daarna meneer Huisman. -Een vraag aan de portefeuillehouder naar aanleiding van het antwoord wat mevrouw Dros van GroenLinks net kreeg over die vijf nu nog niet-monumentale boeten die redelijk goedkoop meegenomen zouden kunnen worden. Ik neem aan dat zij al eerste monumentaal worden? Dus dat zij dat eerst moeten aanvragen zodat er gecheckt kan worden of ze aan de eisen voldoen. Pas dan kunnen zijn mee in het programma. Klopt dat? Voorzitter, dat is correct. Daar moet een check op gedaan worden of zij die status hebben. Maar wij zijn bij de inventarisatie uitgegaan van de kennis van de lokale experts die hier ook aan het inspreken zijn. Op basis daarvan schatten wij in dat die vijf in principe een monumentale status zouden kunnen krijgen. Mevrouw Van de Wetering. -Dank u, voorzitter. De wethouder zegt dat het best meevalt. We hebben er 51 - als ik die van het Staatsbosbeheer meetel - in goed staat.
Dat is heel mooi. We hebben er 90 op het eiland, dus dat is net iets meer dan de helft. Maar dan gaat dus de helft waarschijnlijk uiteindelijk verdwijnen, en dat vind ik eerlijk gezegd een behoorlijk schrikbeeld. U zegt: na drie jaar hebben we een soort evaluatie. En: anders maken we de bult alleen maar groter. Als we drie jaar wachten, gaat er drie jaar lang niets gebeuren met deze boeten en worden de kosten alleen maar hoger. GroenLinks kwam met het voorstel om die vijf monumentale mee ten nemen in het programma.
Daar ben ik voorstander van. Kunnen we daar toestemming voor krijgen, zodat die mensen de monumentale status kunnen aanvragen? Ik hoop dat u oprecht ziet dat wij voor dit erfgoed willen gaan, wethouder. Ik vind dit zo beeldbepalend voor Texel. Ik druk u op uw hart: u mag blij zijn met de mensen die nu mee willen met die monumentale status. Misschien zijn er over drie jaar nog wel nieuwe eigenaren. Dat weet ik niet. Maar op dit moment willen ze mee, pak die gelegenheid aan want dat geeft die boet een staat van bescherming. Meneer Huisman, dan mevrouw Dros en dan mevrouw Van der Werf. Dank u wel. Er werd mij net ingefluisterd dat er ook eigenaren zijn die die monumentale status helemaal niet wensen, maar toch hun boet opknappen. Dat is mooi. Wethouder, u sprak niet tegen dovenmansoren. Als de meerderheid mee is, weten wij wat ons te doen staat. U wacht op een mooie opdracht van ons. -Mevrouw Dros. Dank u, voorzitter. Ik begrijp dat het college de motie van D66 en GroenZwart ontraadt. Maar als er een amendement zou komen met die vijf nog niet-monumentale schapenboeten, hoe kijkt u daar dan tegenaan? -Mevrouw Van der Werf. Ik wilde aan mevrouw Dros voorstellen of zij een motie wilde opmaken voor die vijf schapenboeten. -Het wordt een amendement dan. Sorry. Mevrouw Koot. -Volgens mij heeft het college onze motie niet ontraden. Er is vanmiddag een schriftelijke reactie gekomen.
Ik snap dat u die nog niet gezien heeft, maar daar stond het wel met die woorden in. Wethouder, er staan nog een paar vragen open. Wilt of kunt u deze beantwoorden? Voorzitter, ik ga mijn best doen, maar het wordt wel technisch. Ik weet niet meer precies wie aan zet is voor het aanvragen van de monumentale status en hoeveel kosten dat met zich meebrengt. Wij kunnen dat niet zomaar doen, dat kost zowel tijd als inspanning van de eigenaren en de gemeente. Maar het is zeker een optie die we kunnen meenemen. Ik kom daar nog schriftelijk op terug voor de raadsvergadering. Er zitten misschien meer haken en ogen aan dan ik u nu kan zeggen. Excuus. Dank. Mevrouw Van der Werf is al aan het woord geweest op dit onderwerp. Bij deze is het één spreker per onderwerp. Iemand nog inhoudelijk? Mevrouw Koot en mevrouw Van der Werf. Dank u, voorzitter. Ik wil vragen aan mevrouw Dros dat als zij met het amendement aan de gang gaat, met ons in gesprek zou willen gaan. -Inhoudelijk nog iemand? Mevrouw Koot. -Voorzitter, wat ik jammer vind aan het voorstel van het college, is dat ze enerzijds constateren dat de schapenboeten belangrijk zijn en tevreden zijn dat er 42 boeten bewaard gaan worden. Maar met hetzelfde gemak schuiven ze elf eigenaren die een potentieel monumentale schapenboet hebben ter zijde en laten ze een stukje cultureel erfgoed met hetzelfde gemak liggen.
Ik vind het echt een trieste keuze van het college voor het landschap en het cultureel erfgoed van Texel. Ik heb het idee dat ze de mensen die aan de slag willen met hun boet om hem te behouden, niet voldoende serieus genomen en ondersteund worden in de mogelijkheden om met dit algemene belang
- want zo zien deze eigenaren het - aan de gang te gaan. Het is wel zo dat we jarenlang hierover hebben nagedacht en het is fijn dat we er 42 kunnen bewaren. Als je bedenkt hoeveel schapenboeten er stonden en hoe essentieel die zijn voor het toerisme en de beeldvorming van Texel - er is geen enkele foto zonder een schapenboet - wil ik toch dringend een oproep doen. Een schapenboet in een museum stelt niets voor. Tweeënveertig is hartstikke mooi, maar er kunnen er elf monumentaal waardig gemaakt worden. Laten we alsjeblieft ons best doen om die er ook bij te nemen. -Dank, mevrouw Koot. Kan ik daarmee dit agendapunt afsluiten? Meneer Polderman. Ga uw gang. Sorry, voorzitter. Op de valreep. Ik wil nog even terugkomen op wat ik net heb verteld over de bestemming van de schapenboeten. Blijkbaar is het voor de helft niet haalbaar om deze op te knappen. Wij zijn absoluut voor het behoud van de schapenboeten, maar wellicht moeten we nadenken over een manier waardoor we die schapenboeten zonder subsidie - kunnen behouden en opknappen. Is er dus wat anders mogelijk? Een monumentale status verandert in principe niks aan de buitenkant van het gebouw, maar wellicht kunnen we wat in de binnenkant van het gebouw doen. Mevrouw Koot in reactie daarop en daarna wil de wethouder er nog op reageren.
-Ik wil meneer Polderman erop wijzen dat deze discussie vijf of tien jaar geleden uitgebreid in de gemeenteraad aan de orde is geweest en dat er toen een heel duidelijke richting gekozen is voor hoe de schapenboet in het landschap als verstild object moet staan. Op het moment dat het een bedrijfsuitstraling krijgt, gaat het effect van de schapenboet helemaal verloren. Ik denk dat we deze discussie niet opnieuw moeten doen. Een reactie van meneer Poldermans. -Dank u wel. Er zit nu een nieuwe gemeenteraad, dus ik denk dat we daar zeker over kunnen praten. Bij een monumentale status blijft de buitenkant precies hetzelfde, maar dit is voor velen niet haalbaar. Laten we er dus over nadenken hoe we dit wel haalbaar kunnen maken, naast die subsidie waar we nu mee bezig zijn. Als allerlaatste op dit onderwerp een reactie van de portefeuillehouder. Dank u wel, voorzitter. Er zit inderdaad een nieuwe gemeenteraad en die gemeenteraad heeft daar een half jaar geleden over gesproken. Bij het voorstel in september is uitgebreid aan de orde gekomen of herbestemming of iets anders mogelijk is, zonder inbreuk te doen aan het uiterlijk van de schapenboet. Op dat moment had u als gemeenteraad kunnen zeggen: wij willen een herbestemming.
Volgens mij hebben we er aardig over gediscussieerd en bent u met z'n allen tot de conclusie gekomen dat herbestemming onherroepelijk gaat leiden tot aantasting van het uiterlijk van de schapenboet. Meneer Polderman een reactie. -U heeft gelijk. Ik zeg ook dat de buitenkant hetzelfde moet blijven, maar het gaat over de binnenkant. Ik kom er later op terug. Dank. Daarmee sluit ik dit agendapunt en komen we bij agendapunt zeven: vaststellen Nota gemeentelijk gezondheidsbeleid 2024-2026. Ook daar hebben we een inspreker, mevrouw Huisman namens Stichting Texels Welzijn. -Dank u wel.
Geachte commissieleden, aanwezigen en luisteraars, ik spreek in namens de Stichting Texels Welzijn over de Nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Even heel kort voor de luisteraars: het is een wettelijke taak van alle gemeenten om de mentale en fysieke gezondheid van inwoners te bevorderen. Om gemeenten daarbij richting te geven, zijn er vanuit het Rijk verschillende programma's ontwikkeld die door de gemeenten moeten worden vertaald naar een aantal acties. Ik noem even de acties waar de gemeente Texel zich de afgelopen jaren op heeft gericht: terugdringen van middelengebruik onder jongeren, het bevorderen van een gezonde leefstijl bij iedereen (jong en oud), het stimuleren van ontmoeting, het hulp geven aan gezinnen (bijvoorbeeld bij echtscheidingen en schulden), ouderen wegwijs maken op de digitale snelweg en jongeren afremmen op het digitale gebruik. Stuk voor stuk acties die geënt zijn op de Texelse situatie. In de stukken van vanavond evalueert het college deze acties en de conclusie is dat de beoogde resultaten over het algemeen niet zijn behaald. Ze baseren zich hierop de cijfers. Geachte commissieleden, voor zover u dat zelf al niet had gedaan, wil ik toch vraagtekens zetten bij de bruikbaarheid van de beschikbare gegevens. Er wordt het percentage Texelaars gemeten dat zich ernstig eenzaam, emotioneel en sociaal eenzaam voelt.
Wat zeggen die cijfers ons? Hoe vul je zo'n vragenlijst in? Ik denk dat het algemeen welbevinden van mensen sowieso lastig te meten is. deze metingen lenen zich in mijn ogen niet voor de beoordeling van de acties die de gemeente heeft ingezet. Afgaande op wat ik bij welzijn in de praktijk zie, vind ik dat de acties die het college voorstelt goed zijn. Ik zie dat we veel mensen daarmee helpen. Ik vind dat het college zichzelf tekort doet met de conclusie dat er te weinig bereikt is. Wethouder Van de Belt weet goed wat er speelt en is betrokken. Er is een prima samenwerking met het sociaal team en de afdeling Beleid. Hier geen communicatieproblemen, niet alleen op het gebied van gezondheidsbeleid maar ook niet bij de totstandkoming van de uitvoeringsprogramma's die in het volgende punt aan de orde komen. Het hele zorg- en welzijnsveld is betrokken, inclusief de dorpscommissies. Er is goed contact en we worden gehoord. Mijn conclusie is dat het lastig is om met een papieren stuk over te brengen wat de effecten zijn van het gemeentelijk gezondheidsbeleid en de vragen die u heeft mogelijk te beantwoorden.
Deze vragen zouden kunnen zijn: doen we de juiste dingen, ook preventief? Hoeveel mensen ervaren problemen? Wat voor soort problemen? Hoeveel mensen krijgen hulp? Weten ze waar ze terecht kunnen? Moeten we dingen anders doen? Daarom dacht ik: misschien is het tijd voor een week over de dorpswerken van Texels Welzijn, samen met Sportstichting en andere zorg- en welzijnsorganisaties. Misschien kunnen wij iets organiseren waarbij wij ontwikkelingen schetsen, vragen beantwoorden en meer gevoel geven bij de doelen die wij gezamenlijk nastreven met de gemeente. En wat we daarin kunnen beteken voor Texelaars, van jong tot oud. Dat zouden we bijvoorbeeld in het najaar kunnen organiseren. En met dit aanbod wil ik mijn inspraak afsluiten. Dank voor de uitnodiging, mevrouw Huisman. Ik zie één vraag bij mevrouw Van de Wetering. -Dank voor de uitnodiging. Ik wacht in spanning af. U triggerde mij met de opmerking: moeten we dingen anders doen? Mijn vraag aan u:
moeten wij dingen anders doen? -Mevrouw Huisman. Er zijn altijd verbeterpunten, maar ik denk ook dat we moeten kijken naar wat er ligt en wat we doen. Ik vind dat wij heel veel doen. Je zou eens moeten kijken naar: doen we niet te veel in versnipperde omstandigheden? Je hebt allerlei initiatieven en partijen die van alles ondernemen. We doen veel goed. Ik denk dat we daar het gesprek wat diepgaander over moeten voeren, dan hier aan de hand van een papieren stuk. Dat is ook de reden waarom ik u uitnodig om met alle organisaties op Texels die zich daarmee bezighouden, het gesprek over te voeren zodat u daar zelf een beeld over kunt vormen. Meneer Hoogerheide. -Dank u, voorzitter. Mevrouw Huisman, een prima betoog. Riep het stuk bij u niet de vraag op over de hoeveelheid informatie waarachter geen komma en punt stond, maar wel een vraagteken? -Zoveel informatie is lastig. Er zijn veel wettelijke zaken en regelingen. In het stuk wordt gesproken over: het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA), het Integraal Zorgakkoord (IZA), Wonen Ondersteuning Zorg en Ouderen (WOZO), het sportakkoord, de SPUK-regelingen. Dat zijn allemaal akkoorden vanuit het Rijk waar de gemeenten mee aan de slag moeten. Het college heeft de taak om de commissie en de raad te informeren over de taken die uit die akkoorden voortvloeien. Het is altijd een hele grote brij geweest.
Daarom dat ik zeg dat het lastig is om dit op papier over te brengen en het is beter is om daarover met elkaar in gesprek te gaan. -Een vervolgvraag, meneer Hoogerheide. Dus na de vraagtekens komen er veel uitroeptekens. Dat was geen vraag meer. Mevrouw Dros. -Dank u, voorzitter. Mooi betoog, mevrouw Huisman. Ik zou u willen uitnodigen om nog even te blijven zitten bij de bespreking van dit stuk, want er komt misschien nog meer interessants. U nodigt ons uit en neemt een belangrijke rol in als Stichting Welzijn Texel zijnde. Ziet u hierin ook een rol voor Kerngezond Texel, de netwerkorganisatie van meerdere partners die allemaal op dit gebied bezig zijn? Het gaat hierom uitvoering en daarover kunnen de uitvoeringsorganisaties informeren. De netwerkorganisatie Kerngezond heeft een andere functie in mijn ogen. Ik vind dit niet zozeer een rol die bij hen ligt en ook niet dat je dit moet mengen. Ik vind wel dat Kerngezond Texel heel goede dingen doet. -Dan constateer ik dat de vragen zijn beantwoord. Dank voor uw inspraak, mevrouw Huisman. Dan kunnen we beginnen met de inhoudelijke behandeling van het stuk. Wie wil de spits afbijten? Mevrouw Dros en dan mevrouw Van der Werf. Mevrouw Dros. Dank u, voorzitter. Ik neem van de gelegenheid gebruik om ook het volgende punt mee te pakken, omdat het erg aan elkaar gelieerd is.
Om te beginnen zijn we blij dat het college dit en het volgende agendapunt aangaande de uitvoeringsprogramma's sociaal domein in dezelfde raadsvergadering ter bespreking voorlegt. Ze zijn nogal met elkaar verweven. Over dit en het volgende agendapunt hadden wij veel vragen, zoals u allen hebt gezien. Vanmiddag heb ik deels antwoord hierop gekregen, omdat er mensen nog op vakantie zijn, maar dat volgt nog. Deze vragen waren voor het grootste deel ter verheldering, maar ook omdat ons sterk het gevoel bekroop of de gestelde doelen en vooral of de instrumenten om die doelen te bereiken wel de juiste zijn.
Ik hoorde net mevrouw Huisman iets dergelijks zeggen en ik denk dat velen hier aanwezig ook dat gevoel erbij hebben. Laat ik een voorbeeld uit de huisartsenpraktijk geven: al tientallen jaren proberen we in de eerste lijn rookgedrag te beïnvloeden, maar maar pas toen de overheid met maatregelen kwam die het roken in openbare ruimtes verbood, verminderde het aantal rokers en kregen huisartsen en praktijkondersteuners in huisartsenpraktijken meer voet aan de grond bij individuele gedragsverandering ten aanzien van roken. Hiermee wil ik aangeven dat het aanbieden van preventieve maatregelen aan een groep van individuen niet effectief zal zijn wanneer je als maatschappij niet meer doet dan dat. Met andere woorden: overgewicht los je niet op door beweegprogramma's op individueel niveau aan te bieden. Een vet- en suikertax is waarschijnlijk effectiever en daarnaast geldt: des te geïntegreerder des te effectiever. Als voorbeeld: overgewicht aanpakken werkt alleen als je én voeding én beweging én psychische componenten én het systeem/gezin aanpakt, iets wat de ziektekostenverzekeraars inmiddels begrepen hebben door zogenaamde GLI's (geïntegreerde leefstijlinterventies) te vergoeden. Natuurlijk leveren preventieve programma's wel een bijdrage aan de gezondheid van inwoners in brede zin, ook al blijkt dat niet zo uit de gepresenteerde cijfers hier en daar.
Omdat van overheidswege gekozen is voor deze aanpak, wij als gemeente ons aan wettelijke regelingen te houden hebben - wat ook al eerder genoemd is vanavond en hiermee de nodige SPUK- en andere gelden gemoeid zijn, zullen wij voor de nota en voor de uitvoeringsprogramma's stemmen. Echter, wij vinden dit onvoldoende om de gezondheid in brede zin van onze inwoners te bevorderen en vandaar het volgende voorstel, maar eerst een toelichting daarnaartoe: de inwoners met een lage sociaaleconomische status trekken altijd aan het kortste eind. Uit onderzoek blijkt dat zij vijf tot acht jaar korter leven. Ze zijn langer ziek in hun laatste levensjaren. Ze hebben vaker schuldenproblematiek, leven vaker in minder duurzame huizen en maken vaker gebruik van jeugdzorg. En zo kan ik nog wel even doorgaan. In deze groep valt de meeste 'winst' ten aanzien van gezondheid in brede zin te bereiken. Wat te denken van een pilot met een integrale aanpak van bijvoorbeeld tien huishoudens? Schuldenproblematiek zou de ingang kunnen zijn om deze huishoudens te benaderen. Schulden brengen immers veel stress, ongezonde keuzes en dus nadelige gevolgen voor gezondheid en welzijn met zich mee. En vaak voor langere tijd. In die zin is het experiment Immerloo Schuldenvrij in Arnhem interessant, waarbij de schulden van 40 tot 60 huishoudens met behulp van een opkoopfonds in één keer worden opgekocht.
De PvdA pro Texel stelde hier al vragen over en vandaag kwamen ons nog wat interessante vragen van hen naar voren. Met een integrale aanpak bedoelen we dat er per huishouden gekeken wordt naar de problemen die in een hele waaier van onderwerpen een rol kunnen spelen. Ik noem er een paar: financiën, woonsituatie, werk/dagbesteding, opvoeding, verslaving, sociale contacten/eenzaamheid, lichamelijke gezondheid, et cetera. Per huishouden zou je dan een plan van aanpak kunnen opstellen met inzet op de belangrijkste gebieden en natuurlijk in overleg met de betrokkenen. Met huishoudens bedoel ik dan gezinnen, maar ook stellen of alleenstaanden en medewerking op vrijwillige basis. Het is nog een ruwe schets
voor een pilot/initiatiefvoorstel, maar graag zou ik met de portefeuillehouder en de aanwezige commissieen raadsleden van gedachten hierover willen wisselen. Het zou in de vorm van een motie kunnen, mevrouw Dros. Meneer Hercules, ik zag uw opmerking. Ik was in de veronderstelling dat we waren afgestapt van de vragenronde en over waren gegaan naar de inhoudelijke ronde. Dat is blijkbaar alleen zo bij de raadsvergadering. Maar ik wil voor nu het experiment even vasthouden. Dank voor uw inbreng, mevrouw Dros. Mevrouw Van der Werf. -Dank, voorzitter. In het stuk wordt voornamelijk gesproken over het terugdringen van het middelengebruik bij jongeren. Maar is er onderzoek gedaan naar het middelengebruik bij oudere jongeren? Is daar zicht op of aandacht voor? -Dank, mevrouw Van der Werf. Mevrouw Visser. -Ik denk dat ik daar mooi bij aansluit, in die zin dat het ook over middelengebruik gaat. De raad maakt zich al langer zorgen om de lichamelijke en psychische gezondheid van onze jeugd en jongeren, en het middelengebruik onder deze jongeren. Daarbij weten we dat veel problemen van de jeugd voortkomen uit gezinsproblematiek. Dat uit de evaluatie blijkt dat juist op deze twee acties niet voldoende resultaat bereikt is, valt dan erg tegen.
Ergens in de stukken is te lezen dat de nieuwe nota fungeert als een cruciale leidraad voor de concrete acties die binnen de wettelijke verplichting vallen voor het gezondheidsbeleid, waardoor Texel gericht kan werken aan de gezondheid en welzijn van haar inwoners. Toch weet ik na het lezen van deze nota niet hoe we ervoor kunnen zorgen dat we ten aanzien van de gestelde ambities nu wel resultaat boeken. Er is bij mij dus angst dat bij een evaluatie na afloop weer zal blijken dat het goed bedacht is, maar niet gewerkt heeft. Kan de portefeuillehouder aangeven waar het verschil in zit? Wat maakt dat het uitvoeren van de plannen de vorige keer niet voldoende resultaat brachten, maar dat het dit keer bij het uitvoeren van de plannen wel goed komt? -Dank, mevrouw Visser. Meneer Schuiringa. -Voorzitter, de woorden van mevrouw Huisman maken mij optimistisch. Als ik mevrouw Dros aanhoor, dan gaat de lokale uitvoering goed, maar is de regionale samenwerking een ongecontroleerde bende. Daar lopen we al jaren tegenaan. Mevrouw Dros had het over de schuldsanering en dat lijkt me wel wat. Maar moet je dat regionaal of lokaal doen? Ik zie u, mevrouw Dros, en begrijp dat we dit lokaal moeten doen. Dat is net mijn punt, want regionaal is het zo verwarrend. Ik zie in het stuk dat u de activiteiten nauwer gaat samenstellen en duidelijker maken, zodat daar meer toezicht op komt.
Dus het wordt wel verscherpt. Maar er worden allerlei plannen gemaakt, maar de financiering gebeurt via de SPUK-regeling voor 2024-2025. Dat is niet structureel. Wat doen we daarmee als we dit toch structureel willen maken de komende jaren? Je kan plannetjes maken, maar als er over twee jaar geen centjes meer zijn, houdt het op. Dat geldt voor
zowel het gezondheidsbeleid als het sociaal domein. Ik denk dat we met z'n allen moeten kijken naar hoe we met met z'n allen de zaak kunnen verbeteren. Dank u. Dank, meneer Schuiringa. Mevrouw Visser. -Ik had een vraag aan u, meneer de voorzitter. Zowel door GroenLinks als door de VVD is geconstateerd dat dit en het volgende agendapunt heel erg met elkaar verweven zijn. Behandelen we nu alleen dit agendapunt of nemen we het volgende agendapunt mee? Eigenlijk zijn we alleen met agendapunt zeven bezig, maar mevrouw Dros nam de ruimte om het volgende punt daarin te betrekken. Volgens mij moet dat kunnen, maar ik zal bij het volgende agendapunt vragen of iemand daar nog iets op in te brengen heeft, mocht dat nog niet gebeurd zijn. Mevrouw Van de Wetering. Dank u, voorzitter. Het vaststellen van de Nota gemeentelijk gezondheidsbeleid is een wettelijke verplichting. Daarin worden landelijke doelstellingen opgenomen. We hebben vier gezondheidsgebieden en ben getriggerd door de woorden van de ex-wethouder, die zich nu volledig op Texels Welzijn stort. Excuses, maar het is zo. U heeft deze portefeuille heel lang in eigen beheer gehad en was portefeuillehouder toen deze nota voor de eerste keer werd vastgesteld, dus ook de doelstellingen die daarin werden meegenomen.
Moeten we dingen anders doen? Moeten we minder doelen stellen? Doen we onszelf tekort met de analyse uit deze evaluatie? Dat zijn dingen die naar voren komen en die ik tussen de regels door zelf in het rapport ook lees. Ik ben heel benieuwd naar een reactie van de wethouder hierop, want deze evolutie geeft aan dat we nergens onze doelen behaald hebben en ik kan me dat bijna niet voorstellen. Als er geen vragen meer zijn vanuit de commissie, kan de portefeuillehouder zo meteen de samenstelling van het vorige college nog even toelichten en de portefeuille-indeling, want die klopte niet helemaal. Meneer Van de Belt. Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Huisman was lange tijd wethouder Sociaal Domein, maar net op het punt dat de vorige nota werd vastgesteld, was GroenLinks de betrokken wethouder. Het is veel. Het is een nota gezondheidsbeleid en dan ook nog de uitvoeringsprogramma's. Vorige maand had u ook nog de regiovisie. Waar u zeker al tweeëneenhalf jaar mee bezig bent, is proberen eenvoud te krijgen in alles wat er speelt op het sociaal domein. Gelukkig wordt het ook regionaal zo gezien en gelukkig ziet het Rijk het ook zo. Dus wat wij nu hebben is veel meer in lijn dan wat er vroeger aan versnippering aan nota's op de diverse beleidsterreinen was. Regionaal was niet in lijn met wat we lokaal aan het doen waren.
Het Rijk had zijn eigen doelstellingen, waarvan de gemeente maar een beetje moest maken van wat ze dachten dat een goed idee was. Kortom, er was een brij aan doelstellingen en aan wel of niet-meetbare gegevens die leiden tot ingewikkelde discussies over: meten we nu wel het goede? Doen we het goede? En die laatste vraag werd te weinig gesteld, want we focusten ons allemaal op het meten. Kinderen gingen dan uiteindelijk toch minder roken of niet minder roken, maar niemand kon zeggen of dat nu lag aan het lokale beleid of omdat de GGD een extra folder had verspreid of omdat toevallig de tabak twee keer zo duur was geworden. Gelukkig zien we daar nu veel meer een lijn in. Het Rijk heeft een bepaalde lijn uitgezet die zich baseert op een aantal zaken. Dat gaat over: laten we de mensen die gezond zijn in Nederland zo gezond mogelijk houden. En laten we via preventie voorkomen
dat ze gezond of ongezond worden. Daar hebben ze een aantal doelstellingen voor opgesteld en die vertalen ze in een aantal akkoorden, zoals het GALA en het Integraal Zorgakkoord. En zo zijn er nog een aantal, maar ze hebben allemaal hetzelfde doel, namelijk: meer horizontale en verticale samenwerking door de domeinen heen. En met de domeinen bedoel ik hier van curatieve zorg tot de voetbalvereniging. Dus veel meer contact met elkaar en werkend aan dezelfde doelen. Dat lukt in onze regio best goed. Als we kijken naar welke document u aan het vaststellen bent, zit er een lijn in de regiovisie die vooral gaat over inkoop en de samenwerking van partners die regionaal opereren. Daar staat hetzelfde in als wat nu hier in de uitvoeringsprogramma staat. Alleen de uitvoeringsprogramma's die voorliggen, gaan over het lokale werkveld. Regionaal gaat over het iets minder lokale werkveld en leidt uiteindelijk ook misschien wel tot andere inkoopstrategieën en aanbestedingen. We zochten naar overeenkomsten. Die hebben we gevonden. Daarom lijken al die documenten inmiddels op elkaar gelukkig. Het Rijk financiert dat. Het Rijk heeft aan die financiering ook verbonden dat we steviger aan het meten gaan, vooral op de financiering zelf. En het Rijk zegt daarbij ook: focus nu niet - zoals we dat vroeger deden op hele gekke doeltjes die je toch niet kunt aantonen of je die wel of niet gehaald hebt.
Focus nu vooral op de samenwerking, zowel horizontaal als verticaal. Blijf gedurende het hele proces continu met elkaar in gesprek en ga een lerende aanpak doen: hoe kunnen we dingen samen verbeteren? Stel je vooral de vraag: doen we het goede met z'n allen? Alle documenten die u hier aan het vaststellen bent, zeggen dat we het goede doen met z'n allen. Dat betekent dat je veel met elkaar in contact moet zijn. Het Rijk spreekt ook van coalities. Drie jaar geleden moesten we nog een beetje lachen omdat we het over coalities hadden. Inmiddels spreken ze in Den Haag ook over coalities. Die hebben wij op het eiland al. We zijn veel verder dan menig gemeente op dat gebied. We zijn zoveel verder dat we ook denken: we doen te veel. Dus ik ben blij met de opmerking van mevrouw Huisman dat die ook terechtgesteld wordt door de diverse commissieleden: doen we niet te veel? Ja, we hebben veel te veel warrig gedaan. We proberen nu juist die nota gezondheidsbeleid, de regionale nota en de uitvoeringsprogramma's veel meer in lijn te krijgen en te beoordelen: kunnen we dit überhaupt qua mankracht aan? Slaat dit ergens op? Is het te doen? We hebben er niet voor gekozen en dat was ook niet de opdracht om gelijk al met hele concrete uitvoeringsprogramma's te komen waarin alle vaststaande doelen staan op het gebied van gezondheid bijvoorbeeld.
Wat we hebben gezegd is: we weten welke opgaven er zijn. We hebben met het lokale veld gezegd: wat zijn de belangrijkste opgaven binnen die opgave? Wat moeten we als eerste oppakken? Die opgaven staan hier in. Hoe we dat gaan doen, gaan we per opgave weer opnieuw met elkaar bespreken wie daarvoor echt aan de lat gaat staan. De gemeente is de coördinerende rol, maar wie er deelopgaven gaan oppakken en wie er uitvoering gaan geven aan bepaalde onderdelen, gaan we met zijn allen oppakken. Eén keer per jaar zult u daar ongetwijfeld van op de hoogte gehouden worden, al was het alleen maar omdat het Rijk zegt: wij willen één keer per jaar een update van hoe u het geld besteed. Kom ik gelijk
op de vraag van de VVD. Ja, het is allemaal tijdelijk geld. Dat klopt deels, want de andere helft vragen wij hier aan u. De rest van het geld is inderdaad specifieke uitkering van het Rijk. Wij gaan ervanuit dat erover drie jaar weer geld komt, maar we weten dat niet zeker. Het rijk heeft dit niet even voor drie jaar bedacht. Dit zijn langjarige trajecten waar we met z'n allen, denk ik, in aan het gaan zijn. Maar het klopt dat die nu voor drie jaar zijn gefinancierd, want we gaan even uit van wat de Rijk ons vraagt en daarop baseren we onze doelen en uitgaven. D66 vroeg: doen we onszelf tekort? Dat denk ik dus wel, maar dat komt omdat we puur even moesten reageren qua evaluatie: hebben we het nu gehaald? Daar zijn we kritisch in geweest. Als we niet kritisch waren geweest, dan had u gezegd: u maakt er een mooi verhaal van. We zijn dus stevig naar onszelf geweest. Maar we moeten ook zeggen dat er twee gekke coronajaren tussen waren. Qua meten was het al niet best als het over leefbaarheid gaat. Dus ja, we hebben onszelf tekortgedaan. Tegelijkertijd moeten we ook concluderen dat niet alles behaald is, omdat het ook niet altijd te meten was. Moeten we minder doen? Ja. De VVD zegt regionaal is het ik gebruik andere woorden - verwarrend. Ik ben blij dat we in regioverband inmiddels dezelfde lijn aan het inzetten zijn die we hier lokaal inzetten.
De opgaves die u in de visie heeft vastgesteld, worden met de partners verder opgepakt. We komen nog voor het eind van het jaar plannen van aanpak. Ook daar wordt die vraag gesteld: wat is nu het belangrijkste wat we als eerste moeten oppakken binnen die opgave? Want we kunnen niet alles tegelijkertijd. De PvdA vraagt: hoe gaan we ervoor zorgen dat het nu wel is? Ik hoop dat ik dat in het voorgaande verhaal iets meer heb kunnen toelichten. Er is veel meer eenheid, zowel vanuit het Rijk en alles wat daartussen in zit. We zijn veel meer bezig met dezelfde doelen en eigenlijk komt het maar uit twee dingen voort: het geld en de mensen raken op die het moeten doen. Dus de externe factoren om echt iets te gaan veranderen, zijn steviger aanwezig dan een jaar of zes geleden. Texels Belang vroeg nog of het middelengebruik onder oudere jongeren in beeld is. Ja, de GGD doet voor ons regelmatig een jongvolwassene monitor. Ik heb dit niet paraat, maar die is te vinden op de website van de GGD, net als alle monitoren daarvoor. Dus er is zicht op wat jongvolwassenen gebruiken. Hebben wij daar specifiek aandacht voor? Ik vind persoonlijk misschien nog wel te weinig. We focussen heel vaak op de jonge jeugd, terwijl we allemaal zien dat het niet opeens ophoudt of begint.
Alleen we hebben vanuit de Jeugdwet een grotere verantwoordelijkheid richting jonge jeugd en dus ook meer handvatten om dingen te kunnen doen. Want als je achttien bent, ben je achttien en een volwassene. Dan wordt het al wat anders. Maar we zouden daar en zeker ook in het kader van rolmodel richting de jongere jeugd wat mij betreft meer aandacht aan mogen besteden. Maar dat geef ik even mee aan onze maatschappelijke partners, die zich daarmee bezig zouden kunnen gaan houden. Mevrouw Van de Wetering. -Ik hoor de wethouder over regionaal praten en dat we steeds meer op één lijn komen te zitten. Dat triggerde bij mij even de vraag: hoe zijn de regio's onderling? Is daar een samenwerking, ook financieel? Zijn er eenduidige lijnen in aan te brengen? Ik hoor bijvoorbeeld dat een freelancer jeugdzorg
in onze regio vanaf 75.000 een zware accountant moet instellen om alle dossiers na te kijken. In andere regio's is dat pas vanaf 135.000. Dat bedoel ik, en ik ga niet op dit specifieke voorbeeld in. Maar zijn er regionale lijnen om te kijken waar er winsten te behalen zijn of sommige dingen makkelijker werken? Hebben we daar profijt van? -Voorzitter, de vraag is misschien wel zesvoudig. Het leek één vraag, maar het waren er misschien wel zes. Het was misschien wel een poging tot een discussie en dat is heel begrijpelijk, want het is nogal verwarrend. We hebben de kleine regio Kop, met daarin de vier gemeenten: Schagen, Hollands Kroon, Texel en Den Helder. Daarin werken we intensief samen en heeft ook die regiovisie mee samengesteld. Daarin doen we ook de inkoop van veel zorg. Dan hebben we nog de regio Noord-Holland Noord en die bestaat uit drie regio's. Ja, we kunnen zeker van elkaar leren. De volumekwesties zijn wel anders. Alkmaar heeft een heel ander volume dan de Kop van Noord-Holland. Lang niet alles is hetzelfde en daar zijn ook de afstanden anders. Er zijn dus wel dingen anders. Wat erin de Noord-Holland Noord regio gebeurt en daarover is nog weinig gezegd in deze stukken is dat wij het Integraal Zorgakkoord op het niveau van Noord-Holland Noord moeten organiseren. Super ingewikkeld allemaal. Ik dacht dat het allemaal heel makkelijk ging.
Die moet dan één gemeente aanwijzen als centrumgemeente en dat werd Hoorn. Hoorn trok dat naar zich toe, maar bleek dat ingewikkeld te vinden om dat weer te gaan organiseren. Daar ligt een bultje met geld. Het Integraal Zorgakkoord is er vooral voor de zorgorganisaties. Die staan daar aan de lat - de huisartsen, de apothekers, de Omringen en horen daarmee aan de slag te gaan. Diezelfde beweging die wij van onderaf proberen te doen, moeten zij van bovenaf doen. Zodra ik meer informatie heb over welke opgaves daar liggen en welke concrete projecten dan eventueel naar onze regio of Texel toekomen - dat mogen alleen maar projecten/interventies zijn die een bewezen staat van dienst hebben, anders mogen ze niet meedoen van het Rijk, om terug te komen op lerende regio's - kom ik naar u toe. Op dit moment is het nog een te grijs gebied om daar duidelijkheid over te kunnen geven. -Mevrouw Visser. Dank u wel. Wethouder, dank voor de laatste toevoeging inzake de IZA, want wij hadden het idee dat erin de stukken die vanavond voorliggen, daar onvoldoende op was ingegaan. Ik begrijp dat dat nog verder regionaal ligt. Dan gaan we er wel vanuit dat de stukken die nu hier liggen met name die uitvoeringsprogramma's - voldoen aan wat een gemeente moet hebben binnen dat landelijk akkoord. U noemde net in de beantwoording corona.
Ik begrijp dat corona echt wel een belemmerende factor is geweest bij de uitvoering van de vorige uitvoeringsprogramma's, maar ik wil dan wel vragen: hoe kunnen we voorkomen dat zo'n belemmering er weer komt, op het moment dat er over drie of vijf jaar, weer een epidemie van het één of het ander uitbreekt? We zijn nu toch wel gewaarschuwd over de effecten van zo'n epidemie. Kan u iets zeggen over of we nu bestand zijn tegen dat soort onverwachte effecten? Verder nog een hele misschien technische, maar simpele vraag over de uitvoeringsprogramma's: dient het budget waarover er gesproken alleen voor de coördinerende werkzaamheden van de gemeente en de evaluatie na afloop? Of zit daarin ook al de uitvoering door die samenwerkingspartners, waar de gemeente
soms betalingen aan moet verrichten? Tot zover. Dank u wel. Mevrouw Dros voordat ik de wethouder het woord geef. Ik zou ik graag een reactie willen van de portefeuillehouder op mijn initiatief. -Die kan hij gelijk geven. Dank, voorzitter. Die had ik voor het laatst bewaard, maar ik ga eerst even naar de PvdA. Het IZA is volledig in lijn met het GALA en alle andere akkoorden. Wij zijn in het IZA meer partner dan echt aan zet, maar het is volledig in lijn met wat we horen te doen vanuit het Rijk. Hebben we iets geleerd van corona? Ik denk dat we met z'n allen heel veel geleerd hebben van corona, maar ook dat de ene epidemie de andere niet is. Dus de volgende epidemie zal ongetwijfeld andere kenmerken hebben dan corona. Corona had nu vooral als gevolg dat we elkaar niet konden ontmoeten. Zijn mensen eenzaam? Ja, natuurlijk. Iedereen was een beetje eenzaam. Wat ben je dan aan het meten? Zijn we met z'n allen meer gaan drinken en roken? Blijkbaar was dat een goed idee tijdens corona. Hebben we er dingen van geleerd? Ongetwijfeld, ik ook persoonlijk. Ik denk dat we die geleerde lessen zeker omdat die nu nog zo vers in het geheugen zitten mee kunnen nemen. Meer kan ik er echt niet over zeggen. Dan een concrete vraag over budget: dat is deels zo. De budgetten die hier liggen, zijn vooral bedoeld voor het uitvoeren. Wij hebben hier geen rekening gehouden met eigen fte's.
Dat hebben we gedekt. Dit is voor de uitvoering en zal voor een groot deel terechtkomen bij onze maatschappelijke en subsidiepartners. Daarnaast hebben we onze gebruikelijke subsidiestromen en de BCS. En die zijn hierin meegenomen. We weten al wat onze partners van u moeten doen via de subsidie en andere vormen, en die zitten hier op aangehaakt. Er zitten al lijntjes in: dat gaan jullie toch al doen, en dan je er net zo goed dat extra stukje bij doen. Dat is allemaal meegenomen in de gesprekken die hieraan vooraf hebben plaatsgevonden. En dan... Mevrouw Dros. -Precies. GroenLinks doet een interessant voorstel, want ik kan me heel goed voorstellen dat we nu allemaal het gevoel hebben - zeker na mijn woordenbrij van: het kletst allemaal lekker door. We kabbelen met z'n allen verder. Maar zetten we hiermee echt zoden aan de dijk? Ik weet niet of de pilot die GroenLinks voorstelt de juiste manier is, maar ik vind het wel interessant. Arnhem is een hartstikke interessant voorbeeld: in een wijk raken 50 gezinnen hun schulden kwijt raken. Daar wordt een heel systeem omheen gezet om te kijken wat dat doet. Dat was van oorsprong wel een vogelaarwijk, dus daar zat veel Rijksfinanciering op. Dat is een project wat al jaren loopt, en nu komt pas het nieuws dat het daadwerkelijk gaat gebeuren. De volumes zijn daar ook heel anders.