CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 4 juni 2025, gemeente Texel21.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vaststellen Nota Antennebeleid gemeente Texel Argumenten tot advies De gemeente vindt digitale connectiviteit belangrijk, het is inmiddels een basisbehoefte voor (bijna) iedereen. De gemeente heeft ten aanzien van antenne-opstelpunten weinig beleidsvrijheid door de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving. Maar ook vanwege de veilingvoorwaarden die het Rijk in 2020 heeft gesteld aan de providers: minimaal 98% dekking en een minimale internetsnelheid. De rol van de gemeente bij het plaatsen van zendmasten is beperkt en worden geacht een en ander te faciliteren. De vrijheid voor de gemeente zit met name in de locatiekeuze binnen het zoekgebied van de provider. Zodat voor het antenne-opstelpunt een zo goed mogelijke landschappelijke inpassing en locatiekeuze bij een passende functie wordt gezocht en alternatieven worden onderzocht en afgewogen. Daarover heeft het college reeds in 2020 beleidsregels vastgesteld, waaraan nieuwe aanvragen voor een antenne-opstelpunt worden getoetst. Jaarlijks ontvangt de gemeente het plaatsingsplan van Monet – de samenwerkende organisatie van de 3 providers – waarop wordt gereageerd en waarover een gesprek plaatsvindt. Het college realiseert zich dat er inwoners zijn die zorgen hebben over mogelijke gezondheidseffecten op langere termijn door elektromagnetische straling.

Echter dient de gemeente als lokale overheid met beperkte expertise en capaciteit zich toch te conformeren aan de adviezen van de Gezondheidsraad. Maar zal waakzaam blijven. De Nota Antennebeleid De 3 doelen van de Nota Antennebeleid zijn: 1. Instellingen, inwoners, bedrijven en aanbieders van mobiele netwerken duidelijkheid te bieden over kaders die de gemeente stelt bij de aanleg van infrastructuur voor mobiele communicatie. 2. Beschrijven of en hoe de omgeving wordt betrokken. 3. Interne processen beschrijven. In de Nota zijn 5 algemene criteria voor het plaatsen van antenne-installaties opgenomen: 1. Het doel van de antenneplaatsing is verbeterde dekking en/of capaciteit van een mobiel netwerk. 2. Voor antenne-installaties gelden de toetsingscriteria zoals opgenomen in de Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel. 3. 112 moet bereikbaar zijn op het vaste land van Texel. 4. Het nieuwe antenne-opstelpunt moet technisch geschikt - dus stabiel genoeg - zijn voor 3 providers. 5. De provider moet een zoekgebied op het plaatsingsplan hebben aangeduid voor de betreffende locatie. Metingen duin- en kustgebied In de Nota staan conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de metingen die door Stichting Digitale Bereikbaarheid in opdracht van de gemeente in het duin- en kustgebied aan de westzijde van het eiland zijn uitgevoerd (bijlage 4 en 5):

Er zijn ruwweg twee gebieden waarbij sprake is van slechte dekking en die dus aandacht behoeven: 1. Strandgebieden ten westen van De Koog 2. Bosgebied ten zuidwesten van De Koog Daarnaast hebben metingen bevestigd dat Bungalowpark Slufteroord een slechte dekking heeft. Op basis van de metingen in 2021 en 2022 – die nog steeds actueel zijn omdat er sindsdien geen opstelpunten bij zijn gekomen - zijn 6 aanbevelingen gedaan, waarbij is uitgegaan van het bereiken van een goede dekking met zo min mogelijk opstelpunten en een zekere toekomstbestendigheid. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van 40 meter masten. Indien er wordt geopteerd voor lagere en/of minder masten, dan zal de dekking navenant minder worden. De 6 aanbevelingen zijn in de Nota verder uitgewerkt en toegelicht.

In de Nota wordt verder ook ingegaan over de wet- en regelgeving, voorwaarden bij antenneplaatsing, communicatie, de interne organisatie, de WAS palen en de C2000 masten. Geadviseerd wordt de Nota vast te stellen. Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel (vastgesteld 7 juli 2020 door het college) Vooruitlopend op het antennebeleid heeft het college beleidsregels opgesteld (bijlage 3). Nieuwe aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een nieuw antenne-opstelpunt worden daaraan getoetst. Deze beleidsregels voldoen nog steeds en maken geen onderdeel uit van de Nota Antennebeleid. Participatie Nota Antennebeleid In de RIB ‘Participatie bij maken zendmastenbeleid’ van 20 november 2024 is de raad geïnformeerd over de keuze van de participatie bij het opstellen van deze Nota. Vanwege hogere wetgeving is er zeer weinig beleidsvrijheid is ten aanzien van de plaatsing van zendmasten en andere antenne opstelpunten. Daarom blijft participatie beperkt tot het informeren (route 1). Op 16 april 2025 is een informatiebijeenkomst georganiseerd en zijn via een openbare kennisgeving belangstellenden uitgenodigd. Van deze bijeenkomst, waar circa 30 geïnteresseerden aanwezig waren, is bijgevoegd Verslag Participatie (bijlage 6) gemaakt. Adviesnota telecommunicatie en ruimte (mei 2000) Geadviseerd wordt de verouderde Adviesnota van mei 2000 (Bijlage 2) in te trekken.

Small cells Vanaf 2026 verwachten de providers small cells te gaan uitrollen in Nederland. Vanuit de wetgeving moet de gemeente meewerken aan een redelijk verzoek van de providers tot plaatsing van de small cells op publieke infrastructuur. Vooruitlopend daarop zal de procedure, modelovereenkomst met voorwaarden (waaronder een marktconforme vergoeding), leges voor het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur voor ‘small cells’ verder uitgewerkt worden. Het college zal dit verder uitwerken en de leges zullen aan de raad worden voorgelegd in de legesverordening.

Alternatieven Geen beleid vaststellen wordt niet geadviseerd. Dan wordt vooraf geen duidelijkheid gegeven aan inwoners en organisaties over bijvoorbeeld de uitgangspunten, criteria en indieningsvereisten bij het plaatsen van antenne opstelpunten voor mobiele communicatie.

Consequenties van het advies Relevante wet- en regelgeving of jurisprudentie • • • •

Telecommunicatiewet Telecomcode Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingswet

Aanleiding / Voorgeschiedenis / Eerdere besluiten • • • •

RIB Antenne-installaties (zendmasten) d.d. 13 november 2019 Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel (vastgesteld 7 juli 2020 door het college) Collegebesluit Participatie bij actualiseren zendmastenbeleid (19 november 2024) RIB Participatie bij maken zendmastenbeleid d.d. 20 november 2024

(Concept / Voorgenomen)

Raadsbesluit Zaaknummer

3552375

Vaststellen Nota Antennebeleid gemeente Texel Doelenboom Programma 1 Veiligheid op orde 1.2 Openbare orde en veiligheid De raad van de gemeente Texel: gelezen het advies van burgemeester en wethouders; gehoord de raadscommissie; Gelet op • De verouderde Adviesnota telecommunicatie en ruimte; • De nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van digitale connectiviteit; • Digitale connectiviteit inmiddels een basisbehoefte is voor iedereen;

Besluit 1. 2. 3. 4.

De Nota Antennebeleid gemeente Texel vast te stellen; De ‘Adviesnota telecommunicatie en ruimte’ van mei 2000 in te trekken; Het college op te dragen de procedure, modelovereenkomst met voorwaarden, leges voor het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur voor ‘small cells’ verder uit te werken; Deze Nota te verwerken in de omgevingsvisie.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18-06-2025, De griffier,

De voorzitter,

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Nota Antennebeleid gemeente Texel Adviesnota telecommunicatie en ruimte (mei 2000) Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel (vastgesteld 7 juli 2020 door het college) Onderzoek digitale bereikbaarheid december 2021 Aanvullend onderzoek digitale bereikbaarheid augustus 2022 Participatieverslag informatiebijeenkomst 16 april 2025

Nota Antennebeleid gemeente Texel team Beleid, maart 2025

Voor de gemeentelijke Nota Antennebeleid is de ‘Voorbeeldnota gemeentelijk antennebeleid 2023’ van het Antennebureau gehanteerd als basis. De voorbeeldnota is opgesteld aan de hand van vragen van gemeentelijke beleidsmedewerkers die ondersteuning zoeken bij het opstellen van (nieuw) gemeentelijk antennebeleid. Het geeft tegelijkertijd invulling aan de wens vanuit het Rijk voor meer harmonisatie van lokaal beleid rondom antenneplaatsing. Deze nota is in 2021 volledig herzien in afstemming met VNG, het ministerie van EZK (Directie Digitale Economie), GPKL, Monet en gemeenten uit de Werkgroep Digitale Connectiviteit tot stand gekomen.

Nota Antennebeleid Gemeente Texel Uitgangspunten bij de plaatsing van antennes voor mobiele communicatie

Inhoud

Inleiding 1INLEIDING 2 1Wat regelt de Nota Antennebeleid? 1.1Begrippenlijst 6 1.2Leeswijzer 8

5

2Wettelijke kaders 9 2.1Recht fysieke leefomgeving (Omgevingswet) 9 2.1.1Omgevingsplan 10 2.1.2Technische bouwactiviteit 11 2.1.3Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk 11 2.1.4Monumenten en beschermde stads en dorpsgezichten 11 2.1.5Natuurgebieden 12 2.1.6Beperkingengebied 12 2.1.7Milieubelastende activiteit 12 2.1.8Regels over participatie bij antenneplaatsing 12 2.2Antenneconvenant en plaatsingsplan 13 2.3Europese kaders 14 2.4Nationaal Antennebeleid 14 2.5Telecommunicatiewet 14 2.5.1Dekkings- en snelheidsverplichting 14 2.5.2Gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur 15 2.6Bescherming volksgezondheid 16 3Onderzoek Stichting Digitale Bereikbaarheid 18 4Voorwaarden bij antenneplaatsing 22 4.1Inspanningen van de gemeente 22 4.2Algemene uitgangspunten antenneplaatsing 24 4.3Tijdelijke antenneplaatsing 25 4.4Plaatsing small cells op gemeentelijke infrastructuur

25

5Communicatie en antenneplaatsing 26 5.1Uitgangspunten communicatie: rol van de gemeente en initiatiefnemer 26 6Interne organisatie rondom antenne-opstelpunten 28 7Opstelpunten voor het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem 29 8Opstelpunten voor C2000 30

1 van 28

1

INLEIDING

De gemeente Texel vindt digitale connectiviteit belangrijk, het is inmiddels een basisbehoefte voor (bijna) iedereen. Op dit moment wordt de 5e generatie mobiele communicatie (hierna: 5G) doorontwikkeld. De digitale bereikbaarheid, maar ook het gebruik heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht gemaakt. Waar we eerst alleen konden bellen en sms-en met 2G kunnen we nu heel snel films downloaden met 5G en zijn artificiële intelligentie (AI) toepassingen in opkomst. 5G biedt met de hogere frequenties veel meer snelheid en toepassingsmogelijkheden. Naast het algemene en economische belang is er ook een groot maatschappelijk belang, zoals de bereikbaarheid van de hulpdiensten via 112 en zorg op afstand. Daarnaast kunnen omstandigheden denkbaar zijn dat de hulpdiensten tijdens de uitvoering van hun taak overstappen van het C2000 netwerk naar het reguliere mobiele netwerk. Een goede bereikbaarheid raakt het aspect openbare orde en veiligheid. Uitgangspunt is dat 112 op Texel bereikbaar moet zijn, ook in de natuurgebieden en stranden waar veelvuldig wordt gerecreëerd en waar incidenten kunnen plaatsvinden. Het is belangrijk om over een snel en betrouwbaar mobiel netwerk te beschikken. Voor Texelaars maar zeker ook voor de vele toeristen die jaarlijks Texel bezoeken.

Voor de 5G heeft de Europese Unie een drietal voorkeursfrequenties aangewezen: 700 MHz, 3,5 GHz en 26 GHz’. Hoe lager de frequentie, hoe groter het bereik qua afstand. En hoe hoger de frequentie, hoe nauwkeuriger de dekking maar hoe beperkter het bereik. De apparatuur moet voldoen aan de ICNIRP (Internationale Commissie voor Bescherming tegen NIET-ioniserende Straling) – limieten. Deze limieten zijn opgesteld door een onafhankelijke groep van internationale wetenschappers. Nederland hanteert deze limieten al lange tijd en zijn nu ook geborgd in de Telecommunicatiewet. Deze limieten bevatten een ruime veiligheidsmarge tegen teveel opwarming door de energie van antennesignalen, waarbij juist rekening is gehouden met kinderen en mensen met een zwakke gezondheid. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op de naleving van de limieten en voert ook metingen uit. Over één ding zijn de wetenschappers het eens: de elektromagnetische straling binnenshuis (wifi, mobiele telefoons, draadloze huistelefoons e.a.) is veel sterker dan die van de antenne-opstelpunten buitenshuis. In de Telecommunicatiewet is nu ook de verplichting tot ‘site-sharing’ vastgelegd. Dit houdt in dat – als het technisch kan – een telecombedrijf zijn antenne-opstelpunt moet delen met andere providers. Dit geldt niet alleen voor antenne-opstelpunten van de providers maar ook voor die van de zgn.

towercompanies die een antenne opstelpunt in eigendom hebben en deze verhuren aan de providers. Dit betreft met name de vrijstaande masten. Het Rijk (ministerie van Economische Zaken en Klimaat EZK) is verantwoordelijk voor de veilingen van deze frequenties waarop de operators hun digitale netwerk op kunnen uitrollen. In die veilingvoorwaarden staan verplichtingen waaraan de providers moeten voldoen. In de laatste grote veiling van 2020 (frequentie 700 MHz) is de verplichting opgelegd dat 98% van het grondgebied (uitgezonderd de Natura 2000 gebieden en de open wateren) een snelheid van 8mbps gehaald moet kunnen worden. Als de providers niet aan de veilingvoorwaarden voldoen lopen zij het risico hun licentie 2 van 28

kwijt te raken. 5G is inmiddels in ontwikkeling: er is apparatuur op de bestaande hoge antenne-opstelpunten bijgeplaatst. In 2024 is de 3,5 GHz frequentie geveild en zijn de rechten gegund aan de 3 vaste providers in Nederland: KPN, Odido en VodafoneZiggo. De 26GHz frequentie wordt op een later moment geveild. Als de hogere frequenties zijn geveild, hebben de providers behoefte aan meer en kleinere antennes, omdat deze signalen een extreme hoge capaciteit hebben maar een beperkter bereik. De signalen moeten preciezer gericht worden. Hiervoor zullen ‘small cells’ ingezet worden. Vanuit de Telecommunicatiewet geldt voor gemeenten een wettelijke plicht dat de gemeente meewerken aan redelijke verzoeken van de providers om hun infrastructuur – indien mogelijk- daarvoor ter beschikking te stellen (colocatie/gedeeld gebruik). Dit betreft bijvoorbeeld overheidsgebouwen, bushokjes, straatmeubilair. Dit vloeit voort uit Europese wetgeving die een hoogwaardig breedband internet voor iedereen mogelijk moet maken. Voor plaatsing van small cells wordt een privaatrechtelijke overeenkomst aangegaan en moet een vergoeding en leges worden betaald. Antennes hebben impact op de fysieke leefomgeving. Het is aan de gemeente om de belangenafweging te maken tussen mobiel bereik en de fysieke leefomgeving.

Regels hierover legt de gemeente vast in deze Nota Antennebeleid en in de Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel. De rol van de gemeente is beperkt tot het beoordelen van de aanvraag en zoekgebied, faciliteren, reguleren, meedenken om een zo passend mogelijke locatie binnen het zoekgebied van de provider te vinden, waarbij het antenne opstelpunt zo goed mogelijk wordt ingepast en het verlenen van de omgevingsvergunning. In de aanloop naar deze Nota Antennebeleid heeft het college in 2020 de Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel vastgesteld. Deze voldoen nog steeds en blijven gelden naast deze Nota Antennebeleid. De gemeente heeft het belang om een zendmast vanuit ruimtelijke kwaliteit en stedenbouwkundig oogpunt zo goed mogelijk in de omgeving te integreren, zodat er geen wildgroei en onnodige horizonvervuiling ontstaat. Daarnaast heeft de gemeente ook een belang om bij te dragen aan goede communicatie mogelijkheden en mobiele dekking voor de bewoners, ondernemers en de toeristen. De gemeente heeft een rol bij antenneplaatsing door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een hoge vrijstaande zendmast. Aangezien er in het Tijdelijke Omgevingsplan geen mogelijkheden zijn opgenomen voor het plaatsen van een (hoog) antenne opstelpunt, zal hiervoor de Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA) procedure voor gevoerd worden.

Daarbij wordt getoetst aan de Beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel (vastgesteld 7 juli 2020 door het college) en wordt het actuele plaatsingsplan van Monet en de gemeentelijke reactie daarop geraadpleegd. De initiatiefnemer moet voldoen aan de geldende (verplichte) participatievoorschriften van de gemeente Texel. De 3 doelen van deze Nota zijn: 1. Instellingen, inwoners, bedrijven en aanbieders van mobiele netwerken duidelijkheid te bieden over kaders die de gemeente stelt bij de aanleg van infrastructuur voor mobiele communicatie. 2. Beschrijven of en hoe de omgeving wordt betrokken. 3. Interne processen beschrijven. Monet is de vereniging, waarbij de drie netwerkoperators KPN, Vodafone en Odido samenwerken en de plaatsing van antennes afstemt met overheden. Jaarlijks ontvangt 3 van 28

de gemeente het plaatsingsplan van Monet. Dit plaatsingsplan wordt beoordeeld en er gaat een reactie naar Monet. Naar aanleiding daarvan vindt het plaatsingsplangesprek plaats. Daarnaast sluit de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst – een huurafhankelijk opstalrecht - voor een zendmast als die op gemeentegrond wordt geplaatst. In 2021 heeft de gemeente Texel de Stichting Digitale Bereikbaarheid onderzoek laten doen naar de mobiele dekking in de gemeente. Deze heeft zich met name gericht op het westelijk deel van het eiland. Naar aanleiding van de uitkomst daarvan is in 2022 een aanvullend onderzoek geweest op een aantal locaties. De aanbevelingen staan in hoofdstuk 3 van deze Nota. Deze onderzoeken zijn nog steeds actueel, omdat er sindsdien nog geen antenne opstelpunten bij zijn gekomen dan wel zijn verwijderd. Wel zijn inmiddels stappen ondernomen op basis van de aanbevelingen. Een provider heeft de gemeente benaderd voor een zoekgebied in de omgeving van de Eierlandse polder, omdat daar niet aan de veilingvoorwaarden van 98% dekking wordt voldaan. Inmiddels is een locatie gevonden en zal dit verder geëffectueerd worden met een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast loopt een aanvraag voor een antenne opstelpunt op het parkeerterrein bij Paal 17. Dit ter vervanging van een bestaande antenne op het paviljoen.

Bij de voorbereiding van deze Nota is de participatie beperkt tot ‘ínformeren’. Omdat er vanuit de hogere wetgeving weinig beleidsvrijheid is ten aanzien van de plaatsing van zendmasten en andere antenne opstelpunten. Op 16 april 2025 zijn het Antennebureau en de GGD Noord-Holland Noord op Texel geweest voor een informatiebijeenkomst in het gemeentehuis. Daarbij waren circa 30 geïnteresseerden aanwezig. Van deze bijeenkomst is een Participatieverslag gemaakt. Het Antennebureau is het voorlichtingsbureau van de Rijksoverheid over antennes voor draadloze en mobiele communicatie. Over de gezondheidsaspecten geeft de GGD voorlichting.

Daarnaast zal in deze Nota beknopt aandacht besteed worden aan C2000 opstelpunten en opstelpunten voor Waarschuwings- en Alarmerings Systemen.

Deze Nota zal ook worden verwerkt in de Omgevingsvisie.

4 van 28

1

Wat regelt de Nota Antennebeleid?

Mobiele communicatie is een maatschappelijke basisbehoefte. Inwoners, instellingen en bedrijven hechten veel belang aan de beschikbaarheid van snelle en betrouwbare mobiele verbindingen. Het gebruik van mobiele communicatie groeit elk jaar. Daarnaast zijn mobiele netwerken essentieel om hulpdiensten te kunnen bereiken. Telecomproviders zijn verplicht in elke gemeente voldoende mobiele dekking te bieden. Dit alles brengt met zich mee dat ook de fysieke infrastructuur die hiervoor vereist is, de antenne-installaties, uitgebreid wordt. Antenne-installaties zijn niet altijd een esthetische aanwinst voor de leefomgeving. Daarom is er bij de plaatsing van antenne-installaties een afweging van twee belangen: connectiviteit en kwaliteit van de leefomgeving. Het is daarom wenselijk voor een goede mobiele dekking, een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een leidraad te hebben ten aanzien van de plaatsing van antennes voor mobiele communicatie. De gemeentelijke Nota Antennebeleid beschrijft de verschillende relevante aspecten zoals een uniforme en efficiënte toepassing van regelgeving, de samenwerking tussen de verschillende belanghebbenden, de locatiekeuze en het aanzicht van vergunningplichtige antenne-installaties.

Er wordt aansluiting gezocht bij het Nationaal Antennebeleid en het Antenneconvenant tussen de VNG, telecomoperators en het Rijk. Kortom, deze Nota Antennebeleid stelt de kaders voor de plaatsing van antennes voor mobiele communicatie binnen de gemeente Texel. Doel van de Nota Antennebeleid Doel van de gemeentelijke Nota Antennebeleid is om instellingen, bedrijven, inwoners en aanbieders van mobiele netwerken duidelijkheid te bieden over de kaders die de gemeente stelt bij de aanleg van infrastructuur voor digitale connectiviteit en antennes voor mobiele communicatie in het bijzonder. Reikwijdte van de Nota Antennebeleid Deze Nota richt zich specifiek op de criteria voor plaatsing van antenne-installaties voor mobiele communicatie hoger dan 5 meter1. Het stelt de uitgangspunten voor het toestaan van antenneplaatsing. Daarnaast beschrijft de Nota hoe de gemeente haar wettelijke plicht invult om mee te werken aan vergunningvrije plaatsing van small cells op gemeentelijke infrastructuur. Wat betreft vergunningvrije plaatsing van antennes voor mobiele communicatie (waaronder small cells), sluit de Nota aan bij het Antenneconvenant tussen VNG, Rijk en telecomproviders. Daarnaast wordt kort aandacht besteed aan masten voor C2000 opstelpunten en opstelpunten voor het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem.

Over welke antennes gaat deze Nota Antennebeleid niet? Deze Nota richt zich niet op antennes die op kleinere schaal worden geplaatst zoals die van omroepzenders, radiozendamateurs en particulieren. Antennes tot 5 meter hoogte en schotelantennes met een doorsnede tot 2 meter zijn veelal omgevingsvergunningvrij.2 Antennes die binnen worden geplaatst zijn ook vergunningvrij en vallen buiten de reikwijdte van het gemeentelijke Nota Antennebeleid. Denk aan de indoor aanleg van mobiele of wifinetwerken in woningen, kantoren, scholen en winkels.

1 Zie ook: www.antennebureau.nl/documenten/rapporten/2020/december/17/infographic-gemeente-antenneplaatsing 2 (Schotel)antennes: www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2010/07/20/schotel-antennes

5 van 28

1.1

Begrippenlijst Antennes voor mobiele communicatie worden in de praktijk aangeduid met verschillende termen, bijvoorbeeld met zendmast. De Telecommunicatiewet bevat de termen antennes, antennesystemen en opstelpunten. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) hanteert het begrip antenne-installatie. Hieronder volgt een uitleg van de belangrijkste termen. Aanbieder openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst Een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk of -dienst is doorgaans een landelijke telecomprovider (operator). Aanbieder bijbehorende faciliteit Een partij die diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen aanbiedt die het aanbieden van diensten via een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten. Een bijbehorende faciliteit wordt bijvoorbeeld geleverd door een eigenaar/beheerder van antenne-opstelpunten. Denk aan een tower company die ruimte in een vakwerkmast verhuurt voor de antennes van een mobiele operator. Rijksinspectie Digitale Infrastructuur De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) voert de wet- en regelgeving uit rondom de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van digitale infrastructuur. De rijksinspectie houdt toezicht op relevante regels, eisen en voorwaarden.

De organisatie verdeelt onder andere frequentieruimte en verleent frequentievergunningen aan gebruikers. Ook het toezicht op frequentiegebruik behoort tot de hoofdtaken. De RDI valt onder het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Antenne Een antenne is een onderdeel van een antenne-installatie. In het dagelijks taalgebruik bedoelt men met antenne vaak een antenne-installatie voor mobiele communicatie met drie antennepanelen. Een antennepaneel ziet er aan de buitenkant vaak uit als een rechthoekige bak. Een antennepaneel van een antenne-installatie voor mobiele communicatie bevat meerdere antennes. Antennebureau Het informatie- en voorlichtingsbureau van de rijksoverheid over antennes en de beheerder van het Antenneregister. Het Antennebureau biedt informatie over techniek, gezondheid en wet- en regelgeving, en is ondergebracht bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. Antenne-installatie Een antenne-installatie is het bij elkaar behorend geheel van één of meer antennes, antennedragers, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt door een telecomoperator voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden.

Antennemast Een antennemast of zendmast is een vrijstaande (vakwerk)mast die als opstelpunt gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een antennemast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden.

6 van 28

Bijbehorende faciliteiten De bij een elektronisch communicatienetwerk of -dienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen. Voorbeelden van bijbehorende faciliteiten zijn antenne-opstelpunten, kabelgoten en mantelbuizen. Mobiele netwerken Er zijn drie netwerken voor mobiele communicatie met landelijke dekking. Elke netwerkoperator heeft -via een zendvergunning- zijn eigen frequenties. De antenneinstallaties zenden daarmee gegevens naar en ontvangen gegevens van gebruikerstoestellen in het verzorgingsgebied van de antenne-installatie. Een mobiel netwerk heeft een celstructuur, vergelijkbaar met een honingraat. Een antenneinstallatie verzorgt het bereik in een specifiek gebied (een cel). Samen vormen de cellen het mobiele netwerk. Het frequentiegebruik in de cellen wordt nauwkeurig op elkaar afgestemd om een goede mobiele verbinding te kunnen garanderen: de radioplanning. Elke cel (antenne) heeft een bepaalde capaciteit en kan een beperkt aantal gebruikers bedienen. Meer gebruikers en meer datagebruik betekent een grotere capaciteitsbehoefte en daardoor mogelijk meer antennes. Een tekort aan capaciteit in het netwerk kan bij de gebruiker de beleving van ‘geen bereik’ geven.

Mobiele Netwerk Operator (MNO) Bedrijf dat een mobiel netwerk exploiteert en aan wie een zendvergunning voor het gebruik van frequenties voor mobiele communicatie is toegekend. De netwerkoperator verzorgt alle techniek die nodig is voor het gebruik en beheer van het mobiele netwerk. Naast toegang aan gebruikers via eigen abonnementen biedt een netwerkoperator ook toegang aan derden, de zogenaamde Mobiele Virtuele Netwerk Operators. Monet Vereniging van Nederlandse netwerkoperators met een landelijke vergunning voor mobiele telecommunicatie. Opstelpunt Een opstelpunt of antenne-opstelpunt is een bouwwerk waarop één of meerdere antenne-installaties geplaatst wordt. Een opstelpunt kan bijvoorbeeld het dak van een gebouw, een zendmast, een schoorsteen, licht- of een hoogspanningsmast zijn. Voor small cells kunnen dit bestaande opstelpunten van mobiele operators zijn, maar ook bushokjes, lantaarnpalen en gevels van gebouwen. Small cell Een small cell is een kleine antenne-installatie met klein bereik dat onderdeel is van een mobiel netwerk. Ten opzichte van de traditionele antenne-installaties zijn small cells kleiner van formaat en gewicht, hebben ze een lager vermogen en een kleiner bereik. In de Europese verordening EU 2020/1070 zijn de eigenschappen gespecificeerd van een small cell die vergunningvrij geplaatst kan worden. Er geldt bijvoorbeeld een maximale omvang van 30 liter.

Tower company / mastbeheerder Bedrijf dat opstelpunten (vaak vakwerkmasten) exploiteert voor antenne-installaties, meestal voor mobiele communicatie. Mobiele operators en andere aanbieders kunnen ruimte huren van een mastbeheerder voor de plaatsing van een antenne-installatie. Tower companies zijn aanbieders van een bijbehorende faciliteit.

7 van 28

Zendmast of antennemast Een zendmast of antennemast is een vrijstaande (vakwerk)mast die als opstelpunt gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden. 1.2

Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de wettelijke kaders. Hoofdstuk 3 gaat over de onderzoeken die door Stichting Digitale bereikbaarheid die in opdracht van de gemeente zijn uitgevoerd in het westelijk deel van Texel. Hoofdstuk 4 gaat over de voorwaarden bij antenneplaatsing. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitgangspunten voor communicatie bij antenneplaatsing en hoofdstuk 6 bespreekt de interne organisatie rondom antenneplaatsing. In hoofdstuk 7 worden de opstelpunten van het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem besproken en in hoofdstuk 8 de opstelpunten voor het C2000 netwerk.

8 van 28

2

Wettelijke kaders

Op Europees, nationaal en provinciaal niveau zijn er wetten, regels en verdragen die van toepassing kunnen zijn bij de plaatsing van een antenne-installatie voor mobiele communicatie. Figuur 1 geeft een overzicht van de belangrijkste daarvan. De gemeente is -binnen de kaders van de wet- autonoom in het bepalen van de uitgangspunten voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning-plichtige antennes en algemene welstandeisen.

Kernregelgeving antennes voor mobiele communicatie

Omgevingswet antenne-installaties tot 5 meter zijn uitgezonderd van vergunningplicht* + **

Antenneconvenant afspraken plaatsing vergunningvrije antennes

Telecommunicatiewet ▪ frequentieverdeling ▪ blootstellingslimieten ▪ medegebruik ▪ antenneregister

Europese small cell verordening small cells zijn vergunningvrij*

*

- niet op monumenten

** - hoger geplaatst dan 3 of 9 m,

afhankelijk van het bouwwerk

Figuur 1: kernregelgeving antennes voor mobiele communicatie

2.1

Recht fysieke leefomgeving (Omgevingswet) Voor antenneplaatsing gelden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de technische bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het Besluit bouwwerken leefomgeving staat ook onder welke voorwaarden een antenne vergunningsvrij mag worden geplaatst. In het omgevingsplan kan de gemeente eigen ruimtelijke regels en vrijstellingen vastleggen die invloed hebben op antenneplaatsing. Verder kan de omgevingsverordening van de provincie regels bevatten die gevolgen hebben voor antenneplaatsing op een bepaalde locatie. Antennes van Wabo naar Omgevingswet Het bestemmingsplan en de beheersverordening zijn via overgangsrecht onderdeel van het ‘tijdelijk deel omgevingsplan’. Dit staat in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet. Zo blijven de bestaande planologische toetsingskaders geldig na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Gemeenten gaan vervolgens bestaande regels gericht op het begrip 'goede ruimtelijke ordening' uit de Wro omzetten in het omgevingsplan zodat het voldoet aan het begrip 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Dat kan gedurende de overgangsfase tot 1 januari 2032.

Via artikel 2.29 onder m van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de artikelen 22.26 en 22.27 van het Invoeringsbesluit (bruidsschat) geldt het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 5 meter als een vergunningplichtige binnenplanse omgevingsplanactiviteit tijdens deze overgangsfase.

9 van 28

‘Knip’ In de Omgevingswet is bouwen gesplitst in een technisch deel en een ruimtelijk deel. Deze zogenaamde ‘knip’ levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. De regels die bepalen welke antennes vergunningvrij zijn staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Deze regels zijn in de overgang naar de Omgevingswet beleidsneutraal overgezet vanuit bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Zie figuur 2 voor een overzicht. Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie die niet hoger zijn dan 5 meter (gemeten vanaf de voet van de installatie) vallen niet onder de aangewezen vergunningplichtige bouwactiviteiten (Bbl, art. 2.26). Daarnaast zijn ze uitgezonderd van de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit (Bbl, art. 2.29 onder m). Omgevingsplan Ondanks de algemene regels wanneer een antenne vergunningvrij geplaatst mag worden, kan een omgevingsvergunning vereist zijn, bijvoorbeeld vanwege de locatie of de omvang van een antenne. De regels in het omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de rijksregels uit de Omgevingswet bepalen of de activiteit van het plaatsen van een zendmast vergunningplichtig is na de overgangsfase met de bruidsschat.

Onderstaande activiteiten zijn mogelijk vergunningplichtig: • technische bouwactiviteit • omgevingsplanactiviteit bouwwerken • rijksmonumentenactiviteit • beperkingengebied-activiteit • Natura 2000-activiteit • milieubelastende activiteit Vindplaats relevante regelgeving Onderstaande figuur geeft voor de Omgevingswet een overzicht van de regelgeving die bepaalt of een antenne-installatie omgevingsvergunningplichtig is. Regels voor het bepalen van de vergunnigsplicht bij antenneplaatsing:

Omgevingswet Technische bouwactiviteit

Bbl** art. 2.26

Omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bbl art. 2.29 onder m Bbl art. 2.30

Rijksmonumentenactiviteit

Ow art. 5.1 lid 1 onder b Bal*** art. 13.11

Milieubelastende activiteit

Bal art. 3.9

Figuur 2: regels voor het bepalen van de vergunningsplicht bij antenneplaatsing 2.1.1

Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 Omgevingswet). De gemeente bepaalt in het omgevingsplan onder andere of voor bepaalde activiteiten een omgevingsvergunning verplicht is. 10 van 28

2.1.2

Technische bouwactiviteit Een zendmast is een bouwwerk zonder dak en hoger dan 5 meter. Het plaatsen ervan levert een vergunningplicht op voor de technische bouwactiviteit. (Bbl art. 2.26). De gemeente toetst een omgevingsvergunningaanvraag voor een bouwactiviteit aan de technische regels van het Bbl en de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Antennes tot 20 meter hoogte zijn bouwwerken in gevolgklasse 1 (Bbl, art. 2.17 lid 3 onder f). Zodra de Wet kwaliteitsborging van kracht is, geldt voor antenne-installaties van 5 tot 20 meter hoogte een bouwmeldingsplicht (art. 2.18 Bbl) in plaats van een vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit. Een onafhankelijke kwaliteitsborger ziet toe of aan de voorschriften van het Bbl wordt voldaan. Dit staat los van een eventuele vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit.

2.1.3

Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) staat van rechtswege artikel 22.26 van het Invoeringsbesluit in het omgevingsplan (bruidsschat omgevingsplan). Hieruit volgt dat het verboden is een bouwactiviteit te verrichten: het is een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Een gemeente bepaalt zelf of en hoe de regels van de bruidsschat worden omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan en of het plaatsen van een antennemast is toegestaan of een omgevingsplanactiviteit is. Mogelijkheden antenneplaatsing in het omgevingsplan: In afgebakende geografische gebieden zijn antennemasten onder voorwaarden toegestaan, bijvoorbeeld regels over bouwhoogte en inpassing. De gemeente kan daarbij eventueel kiezen voor een meldplicht. De gemeente kan in het omgevingsplan bepalen dat het bouwen van een antenne-installatie vergunningplichtig is. Op grond van de definitie in de Omgevingswet is dit dan een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. De activiteit wordt vervolgens getoetst aan de bijbehorende beoordelingsregels, bijvoorbeeld toegestane bouwhoogte. De beoordelingsregels kunnen alleen de niet-technische aspecten van het bouwen betreffen. Een antennemast is niet toegestaan door de regels in het omgevingsplan. Dan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt dan getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Verder gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Een aparte Nota Antennebeleid kan richting geven bij de beoordeling. Situatie gemeente Texel: een mogelijkheid voor het plaatsen van een antennemast is niet opgenomen in het Tijdelijke Omgevingsplan Texel (uitgezonderd de ‘Radio Texel’ mast aan de Reijer Keijserstraat). Er moet dus altijd een BOPA procedure worden gevoerd. Daarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke beleidsregels zendmasten voor antenne-installaties op Texel en aan de vastgestelde Nota Antennebeleid en wordt het plaatsingsplan en de gemeentelijke reactie daarop gecheckt. Hiermee houdt de gemeente grip op de initiatieven.

2.1.4

Monumenten en beschermde stads en dorpsgezichten Het plaatsen van een antenne-installatie op een monument of in een (rijks)beschermd stad- of dorpsgezicht is in de meeste gevallen vergunningplichtig. Dit geldt zowel voor rijksmonumenten als voor provinciale en gemeentelijke monumenten. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van artikel 5.1 lid 1, onder b van de Omgevingswet. De vergunningvrijheid voor het plaatsen van antenne-installaties (Bbl, art. 2.29 onder m) geldt niet voor antenneplaatsing in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, (voor)beschermd monument, provinciaal monument, of rijksmonument (Bbl, art. 2.30 lid 1 en 2). Voor antenneplaatsing binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is de vergunningvrijheid onder meer beperkt tot 11 van 28

wijzigingen die niet naar openbaar toegankelijk gebied zijn gekeerd (Bbl, art. 2.30 lid 3). In de Omgevingsverordening van de provincie kunnen locaties zijn aangewezen als beschermd of monumentaal waardoor een activiteit Omgevingsverordening ontstaat (art. 4.1, lid 1 Ow, art. 5.4 Ow). Voor gemeentelijke monumenten kunnen regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan (art. 4.1, lid 1 Ow, art. 5.1, lid 1, onder a Ow). 2.1.5

Natuurgebieden Bij het plaatsen van een antenne-installatie in natuurgebieden kan sprake zijn van een Natura 2000-activiteit (art. 5.1, lid 1, onder e Ow) en Flora- en fauna-activiteit (art. 5.1, lid 2, onder g Ow). Daarnaast kan de provincie in haar omgevingsverordening regels stellen voor Natuurnetwerk Nederland gebieden. De Wet natuurbescherming is het wettelijk kader bij ontheffing of vergunningplicht voor activiteiten voor antenneplaatsing in een Natura 2000-gebied of in een gebied met beschermde flora en fauna. Bij een aanvraag worden de gevolgen afgewogen voor de natuur. De provincie is doorgaans het bevoegd gezag.

2.1.6

Beperkingengebied Bij het plaatsen van een antenne-installatie nabij een rijksweg kunnen er beperkingen gelden waardoor een vergunning- of meldingsplicht geldt (art. 8.16 en 8.17 Bal). Bij antenneplaatsing naast een provinciale weg kan de Omgevingsverordening regels bevatten voor de beperkingengebied-activiteit provinciale weg. Bij een spoorweg kan het gaan om een beperkingengebied-activiteit spoorweg (art. 5.1, lid 2, onder f, sub 4 Ow). Bij een gemeenteweg kunnen regels gelden uit het Omgevingsplan voor een Omgevingsplanactiviteit beperkingengebied-activiteit gemeentelijke weg. In de buurt van waterstaatswerken kunnen eveneens beperkingen gelden (art. 5.1, lid 2, onder f, sub 2).

2.1.7

Milieubelastende activiteit Uit paragraaf 3.2.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) volgt dat een zendmast geldt als milieubelastende activiteit indien het opgenomen vermogen dat wordt omgezet in stralingsenergie groter is dan 4 kW. Antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie vallen hier meestal niet onder. Er zijn geen algemene gebruiksregels in het Besluit activiteiten leefomgeving aangewezen voor de milieubelastende activiteit zendmast. Zodra de basisrestricties voor elektromagnetische velden (EMV) zijn opgenomen in het Frequentiebesluit 2013 geldt er een landelijk EMV-regime waardoor deze milieuregelgeving naar verwachting terugtreedt3.

2.1.8

Regels over participatie bij antenneplaatsing Als de Omgevingswet is ingegaan moet in elke vergunningsaanvraag, dus ook voor antenneplaatsing, aangegeven zijn of er participatie heeft plaatsgevonden (Omgevingsregeling art. 7.4 lid 1 en 2). Bij de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan of derden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij de voorbereiding zijn betrokken. Als dit het geval is meldt de aanvrager ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. De initiatiefnemer staat aan de lat voor de participatie. De gemeente neemt de informatie mee bij de behandeling van de aanvraag. Informatie inwinnen door gemeente Als er van derden onvoldoende informatie is om tot een goede belangenafweging te komen, kan de gemeente eventueel zelf informatie verzamelen bij belanghebbenden. Dat kan op drie manieren: de ontwerpaanvraag wordt in overleg met de aanvrager ter inzage gelegd, de definitieve aanvraag wordt ter inzage gelegd voor zienswijzen of de gemeente benadert zelf belanghebbenden. De gemeente kan eventueel van tevoren in 3 www.internetconsultatie.nl/emvbesluit

12 van 28

de procedureregels van het omgevingsplan specifieke activiteiten aanwijzen waarbij de gemeente zelf participatie organiseert, als het aanvraagtraject daartoe aanleiding geeft. Verplichte participatie op Texel De gemeenteraad van Texel heeft op 13 juli 2022 gevallen aangewezen waarbij participatie door de initiatiefnemer verplicht is. Het initiatief betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en kent een verplichte participatie, als sprake is van een aanvraag voor een activiteit die niet past binnen of afwijkt van: a. de doelen van het Omgevingsplan; b. de door de raad vastgestelde omgevingsvisie of de Structuurvisie Texel 2010, zolang geen omgevingsvisie is vastgesteld; c. ander door de gemeenteraad vastgesteld en geldend beleid. Op diezelfde datum is de Nota Participatiebeleid onder de Omgevingswet vastgesteld. In afwijking hiervan is wel participatie verplicht, omdat er in deze Nota geen concrete locaties voor antenne opstelpunten worden genoemd.

2.2

Antenneconvenant en plaatsingsplan De Rijksoverheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de aanbieders van mobiele communicatie hebben in het Antenneconvenant afspraken gemaakt over de plaatsing van antennes waar geen omgevingsvergunning voor nodig is. De gemeente zelf is formeel geen partij in het convenant, maar kan wel nakoming vorderen. Elk jaar ontvangt de gemeente een plaatsingsplan van Monet, de vereniging van Nederlandse mobiele operators. Het plaatsingsplan is vertrouwelijk en niet openbaar. In het plaatsingsplan staan de op het grondgebied van de gemeente vergunningvrij en vergunningplichtig geplaatste antennes én de gebieden waar de aanbieders antennes willen plaatsen (zoekgebieden). Het plan is de basis voor het plaatsingsplangesprek waarvoor de gemeente wordt uitgenodigd door Monet. Daarin kan de gemeente het gesprek aangaan met operators over de voorgenomen antenneplaatsing. Het gesprek gaat naast de plannen van de aanbieders, ook over mogelijke knelpunten en ontwikkelingen ten aanzien van dekking, bestaande en nieuwe locaties, ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en communicatie.

In het Antenneconvenant staan verder afspraken over visuele inpasbaarheid van antennes, kennisgeving van grootschalige plaatsing van small cells door Monet via de VNG, inspraak van huurders in woongebouwen en een zo gering mogelijke blootstelling van het algemeen publiek aan elektromagnetische velden. Small cells in het convenant Bij plaatsing van small cells op een woongebouw is afgesproken dat de operators de eigenaar en/of verhuurder informeren waar informatiemateriaal te vinden is voor bewoners. Een gemeente kan bij de VNG4 contactgegevens registreren voor de kennisgeving voorgenomen grootschalige plaatsing small cells. Een gemeente wordt dan uiterlijk twee maanden vóór grootschalige plaatsing geïnformeerd. De kennisgeving is vertrouwelijk en niet openbaar. Het Antenneconvenant laat open wat precies onder grootschalige plaatsing van small cells wordt verstaan. In de jaarlijkse evaluatie van het convenant wordt besproken hoe dit in de praktijk uitwerkt. Over een enkele small cell zal de gemeente niet vooraf worden geïnformeerd, net zoals dat bij een reguliere vergunningvrije antenne niet het geval is. Bij grootschalige uitrol is samenwerking en coördinatie met de gemeente gewenst, onder andere vanwege afspraken over aanpassing in boven- en ondergrondse infrastructuur. Na plaatsing zijn small cells zichtbaar in het Antenneregister.

Het huidige Antenneconvenant geldt tot en met 2025. 4 Artikel 8 Antenneconvenant: een gemeente geeft contactgegevens door via antenneconvenant@vng.nl.

13 van 28

2.3

Europese kaders De Europese Unie (EU) bepaalt voor een belangrijk deel de telecommunicatieregelgeving in de Europese lidstaten. De Nederlandse telecommunicatieregelgeving, waarvan de Telecommunicatiewet de belangrijkste is, is grotendeels gebaseerd op Europese richtlijnen. Zo schrijft de Europese Telecomcode (EU 2018/1972) voor dat infrastructuur onder zeggenschap van overheden -waaronder gemeenten- tegen redelijke voorwaarden beschikbaar moet worden gesteld voor het plaatsen van small cells. De Telecomcode biedt ook ruimte aan gemeenten om bij antenneplaatsing in sommige gevallen gedeeld gebruik van infrastructuur op te leggen. Uit de Telecomcode volgt ook dat small cells in principe vergunningvrij zijn. De afbakening en voorwaarden voor Nederland staan in de Telecommunicatiewet. Vergunningvrije small cells De Telecomcode bepaalt dat overheden geen vergunningplicht mogen opleggen voor de plaatsing van small cells, uitgezonderd een eventuele vergunningplicht voor small cell plaatsing bij monumenten, in beschermde stads- of dorpsgezichten (artikel 2.29 en 2.30 Bbl) en natuurgebieden. In EU-verordening 2020/1070 staan de kenmerken van een small cell die omgevingsvergunningvrij geplaatst mag worden. Uitgangspunt is een minimale visuele impact.

Een vergunningvrije small cell is bijvoorbeeld volledig geïntegreerd in de draagconstructie of het zichtbare deel is in omvang niet groter dan 30 liter5. De gemeente is het bevoegd gezag wat betreft het toezicht op de visuele plaatsingseisen. Een small cell voor mobiele communicatie wordt binnen twee weken na plaatsing door de antenne-eigenaar aangemeld bij het Antenneregister. Op die manier is het voor inwoners inzichtelijk waar small cells zijn geplaatst.

2.4

Nationaal Antennebeleid Sinds de uitrol van het 3G-netwerk is er een landelijk antennebeleid dat zorgvuldige plaatsing van antennes mogelijk maakt. Het doel van dit Nationaal Antennebeleid is het binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenne-opstelpunten. De beleidspunten zijn verankerd in wetgeving en het Antenneconvenant.

2.5

Telecommunicatiewet De Telecommunicatiewet regelt onder andere de uitgifte van frequenties en telefoonnummers, de sectorspecifieke mededinging, bescherming van de consument, veiligheid, gedeeld en medegebruik van infrastructuur, blootstellingslimieten (in de loop van 2022), het Antenneregister en het toezicht op deze thema’s. De uitgifte van frequenties, gedeeld en medegebruik en de blootstellingslimieten zijn vooral relevant in het licht van gemeentelijke Nota Antennebeleid.

2.5.1

Dekkings- en snelheidsverplichting De drie landelijke mobiele operators zijn via hun frequentievergunning gebonden aan een landelijke dekkings- en snelheidsverplichting (DSV). In de vergunning voor het gebruik van de 700 MHz frequentieband staat een verplichting om vanaf juli 2022 8 Mbit/s en in 2026 10 Mbit/s aan te bieden in 98% van het grondgebied van elke gemeente. Natura 2000 gebieden zijn hiervan uitgezonderd. Om te voldoen aan deze eisen kan een operator een omgevingsvergunning aanvragen voor antenneplaatsing. Gemeenten zijn vanuit de Telecommunicatiewet niet verplicht een aanvraag toe te kennen op grond van de DSV voor die locatie. Zij kunnen hun eigen afweging maken bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor antenneplaatsing. 5 14 van 28

In gebieden waar geen bouwwerken beschikbaar zijn voor vergunningsvrije antennes kan de gemeente bepalend zijn bij het mogelijk maken van dekking. Overleg tussen gemeenten en operators, onder andere in het plaatsingsplangesprek, kan bijdragen aan het voorkomen van gaten in de dekking op gemeentelijk grondgebied en het vinden van goede locaties voor antennes. Indien een operator niet voldoet aan de dekkings- en snelheidsverplichting, dan legt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur een last onder dwangsom op. Met deze sanctie wordt de mobiele operator ‘dwingend’ bewogen om te voldoen aan de dekking- en snelheidsverplichting. Gaat de mobiele operator niet over op actie? Dan moet hij een of meerdere dwangsommen betalen. 2.5.2

Gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur Voor de ruimtelijke ordening zijn voor de gemeente in sommige gevallen de regels uit de Telecommunicatiewet (Tw) relevant die gaan over gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur. Site-sharing Telecom- en radio-operators en beheerders van telecominfra moeten over en weer infrastructuur delen na een onderling redelijk verzoek (site-sharing). De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar kan zich hierover laten informeren in het plaatsingsplangesprek. Site-sharing houdt in dat operators of mastbeheerders zowel technisch, constructief, financieel als juridisch het delen van een bouwwerk voor antenneplaatsing met elkaar afstemmen. Het gaat vaak om een vrijstaande zendmast. Een masteigenaar zal het medegebruik in het algemeen slechts kunnen weigeren wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie (Tw, art. 5a.3 lid 2 en 3). Medegebruik bij gedoogplicht Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken moeten over en weer voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van fysieke infrastructuur waarop de gedoogplicht van toepassing is (Tw, art. 5a.3 lid 4). Het gaat om de passieve elementen van een bekabeld netwerk, zoals mantelbuizen en kabelgoten.

Die kunnen bijvoorbeeld nodig zijn voor de aansluiting van antennes op een vast glasvezelnetwerk. De gemeente heeft een taak bij het faciliteren en coördineren van werkzaamheden in openbare grond en kan in haar instemmingsbesluit voorschriften opnemen over het bevorderen van medegebruik van ondergrondse voorzieningen (Tw art. 5.2, 5.4 en 5.5). Voor het beleid rond graven en aanleg kabels en leidingen wordt verwezen naar de gemeentelijke regelgeving voor het leggen van kabels en leidingen in de openbare grond. Opleggen colocatie of gedeeld gebruik Artikel 5b.1 van de Telecommunicatiewet stelt dat in specifieke gebieden een gemeente op basis van publieke belangen, aan aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aan aanbieders van bijbehorende faciliteiten, colocatie of gedeeld gebruik kan opleggen van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en gedeeld gebruik van eigendom. Een gemeente kan alleen in specifieke afgebakende gebieden colocatie of gedeeld gebruik opleggen en alleen op basis van een publiek belang (bescherming milieu, volksgezondheid, openbare veiligheid, stedenbouwkundige of planologische doelstellingen).

Bij het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik geldt als voorwaarde dat de betreffende infrastructuur is aangelegd onder de gedoogplicht (H5 Tw), of dat er sprake is van bestaande site-sharing (H5A Tw), of van medegebruik van publieke infrastructuur (H5C Tw). Opleggen kan alleen als eerst een openbare voorbereidingsprocedure is gevolgd.

15 van 28

Medegebruik van publieke infrastructuur Hoofdstuk 5C van de Telecommunicatiewet stelt dat overheden na een redelijk verzoek van een telecomnetwerkbeheerder hun publieke infrastructuur beschikbaar moeten stellen voor het plaatsen van small cells. Het gaat bijvoorbeeld om gebouwen of straatmeubilair waarvan de gemeente eigenaar is of het economisch eigendom heeft. In een privaatrechtelijke overeenkomst worden afspraken vastgelegd, zoals voorwaarden waaronder het medegebruik plaatsvindt en een vergoeding voor het medegebruik. De gemeente Texel vraagt voor het medegebruik een marktconforme vergoeding. De voorwaarden voor het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur voor het plaatsen van small cells en de modelovereenkomst, de vergoeding voor het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en de leges worden door het college verder uitgewerkt. Antenneregister Via www.antenneregister.nl zijn de locaties zichtbaar van antennes voor mobiele communicatie binnen de gemeente, van zowel omgevingsvergunningplichtige als omgevingsvergunningvrije antenne-installaties. In het antenneregister staan de vast opgestelde antenne-installaties met een zendvermogen groter dan 10 decibelwatt Effective Radiated Power (ERP) en antennes op een vaste locatie met minder zendvermogen als ze deel uitmaken van een netwerk waarvan meer dan 50% van de antenne-installaties met meer dan 10 dBW uitzendt.

Denk aan antennes voor mobiele communicatie. Daarnaast moeten small cells die worden geplaatst conform EUverordening 2020/1070 door de antenne-eigenaar aangemeld worden voor het register. Verder staan onder andere de antennes van radiozendamateurs en omroepzenders in het Antenneregister. C2000-antennes zijn om veiligheidsredenen niet opgenomen in het register. Daarnaast staan de EMV-metingen van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur in het Antenneregister. 2.6

Bescherming volksgezondheid De Nederlandse Gezondheidsraad en Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geven aan dat negatieve gezondheidseffecten door elektromagnetische velden van antennes en zendmasten niet zijn aangetoond. Voorwaarde is dat de blootstellinglimieten niet worden overschreden. Deze limieten zijn opgesteld door een onafhankelijke groep internationale wetenschappers, de Internationale Commissie voor Bescherming tegen Niet-Ioniserende Straling (ICNIRP). Nederland hanteert deze ICNIRP-limieten, zoals ook aanbevolen door de Nederlandse Gezondheidsraad en de Europese Unie. De limieten bevatten uit voorzorg een ruime veiligheidsmarge om ook rekening te houden met kinderen en mensen met een zwakke gezondheid. De blootstellingslimieten gelden voor alle bronnen van elektromagnetische velden waaronder Wifi, radio-omroep, C2000 en alle generaties mobiele communicatie (2G/3G/4G/5G). De rijksoverheid volgt de nieuwste wetenschappelijke resultaten op het gebied van antennes en elektromagnetische straling. Indien wetenschappelijk onderzoek daartoe aanleiding geeft, treft de rijksoverheid passende maatregelen6. Het onafhankelijke Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid biedt informatie over EMV en gezondheid en duidt relevant wetenschappelijk onderzoek7. Verantwoordelijkheden De rijksoverheid heeft een infographic8 gemaakt waarin wordt uitgelegd hoe e.e.a.

is geregeld rond straling en gezondheid is geregeld in Nederland. De basisrestricties voor radiofrequente elektromagnetische velden (EMV) ter bescherming van de 6 Kamerbrief over kabinetsreactie gezondheidsraad advies over 5G en gezondheid: www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/20/kamerbrief-over-kabinetsreactie-gezondheidsraad-advies5g-en-gezondheid 7 www.kennisplatform.nl 8 www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/telecommunicatie/documenten/publicaties/2020/07/17/5g-straling-en-gezondheidhoe-is-dat-geregeld-in-nederland

16 van 28

volksgezondheid worden opgenomen in het Frequentiebesluit 2013. Daarmee geldt er een landelijk EMV-regime waarbij gemeenten geen rol hebben. De gemeente kan zelf geen ruimere of strengere limieten hanteren. De frequentiegebruikers moeten zich houden aan de basisrestricties voor radiofrequente EMV en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur is de toezichthouder. De rijksinspectie meet regelmatig de elektromagnetische straling en toetst of de optelsom van alle bronnen van radiofrequente elektromagnetische straling onder de blootstellingslimieten blijft (cumulatieve vermogensdichtheid). De metingen zijn openbaar en staan in het Antenneregister.

17 van 28

3

Onderzoek Stichting Digitale Bereikbaarheid

In 2021 heeft de Stichting Digitale Bereikbaarheid in de aanloop naar deze Nota Antennebeleid in opdracht van de gemeente een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit en dekking van de mobiele netwerken binnen de gemeentegrenzen en dan met name de westkant van het eiland. De huidige situatie betekent op sommige locaties onvoldoende bereikbaarheid en raakt daarmee de openbare orde en veiligheid. Op basis van een analyse van de dekkingskaarten van de 3 aanbieders van mobiele netwerken is een aantal metingen uitgevoerd aan de westzijde van het eiland. De uitkomst van dit eerste onderzoek geeft aan dat er op een aantal plaatsen onvoldoende mobiele bereikbaarheid is. Dit raakt de openbare orde en veiligheid en tevens het comfort van bedrijven, bewoners en bezoekers. De bereikbaarheid van hulpdiensten is essentieel in een dunbevolkt gebied met veel toeristen die juist in de buitengebieden recreëren. Er zijn in 2022 aanvullende metingen verricht in en rond het Sluftergebied, bij Bungalowpark Slufteroord en rond de Belzenweg (bosgebied). In de tabel hieronder staan de meetresultaten van 16 juli 2021 (1 t/m 10) (blauwe tabel) en 19 april 2022 (11 t/m 21) (groene tabel).

18 van 28

Conclusie en aanbevelingen uit het aanvullende onderzoek In het Sluftergebied is op en rond het ‘natte’ gedeelte een redelijk tot goede dekking aanwezig. In de duinvalleitjes is op sommige plekken een verminderde dekking. Veelal is er na een aantal meters uit de valleitjes lopend weer een redelijke bereikbaarheid. De bezoekers kunnen daarop geattendeerd worden door middel van een bord bij de opgang naar de Slufter. Er zijn ruwweg twee gebieden waarbij sprake is van slechte dekking en die dus aandacht behoeven: 1. Strandgebieden ten westen van De Koog 2. Bosgebied ten zuidwesten van De Koog Daarnaast hebben metingen bevestigd dat Bungalowpark Slufteroord een slechte dekking heeft. Op basis van de metingen in 2021 zijn 11 aanbevelingen gedaan, waarbij uit is gegaan van het bereiken van een goede dekking met zo min mogelijk opstelpunten en een zekere toekomstbestendigheid. Hierbij wordt er gebruik gemaakt 40 meter masten. Indien er wordt geopteerd voor lagere en/of minder masten, dan zal de dekking navenant minder worden. Op basis van het aanvullende rapport zijn er 6 aanbevelingen overgebleven, die zijn opgenomen in onderstaande tabel.

19 van 28

Aanbeveling Het plaatsen van een 4-tal vakwerkmasten op de parkeerplaatsen van strandopgangen 9, 12, 15 en 17. Dit lost zowel de dekking op het strand op en tevens de dekking in het bosgebied, uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid (waaronder bijvoorbeeld rampen met natuurbrand). Met het medegebruik van deze masten wordt het aantal opstelpunten zo minimaal mogelijk. Dat dit opgespannen voet staat met het open landschap moge duidelijk zijn, het is echter wel de meest duurzame oplossing om dekking te verkrijgen. Lokaal kan er per mast worden gekeken hoe deze het beste inpasbaar is.

Stand van zaken Bij Paal 17 is een nieuw antenne opstelpunt voorzien. In overleg met Staatsbosbeheer en de gemeente is de best passende locatie op het parkeerterrein gekozen. Staatsbosbeheer heeft als grondeigenaar aangegeven medewerking te verlenen aan een locatie op het parkeerterrein. De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend.

2

De gemeente zou kunnen overwegen om een faciliterende houding aan te nemen, aangevuld met het beschikbaar stellen van geschikte mastlocaties. De mogelijkheden van faciliteren dienen nader uitgewerkt te worden.

De gemeente heeft een faciliterende houding ten aanzien van antenne opstelpunten die de aantoonbaar de bereikbaarheid in het algemeen verbeteren. De gemeente heeft geen faciliterende houding bij het toestaan van een zendmast, speciaal voor bijvoorbeeld een verblijfsrecreatief terrein. Voor 2 recreatieterreinen zijn hiervoor in het verleden verzoeken ontvangen. Uit het onderzoek van Stichting Digitale Bereikbaarheid wordt geadviseerd om in zo’n geval een pilot met small cells op het desbetreffende recreatieterrein uit te werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=486a94d9-aa64-4be2-b2bb-25c15f2ccd96