CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 10 mei 2023, gemeente Texel51.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

2.7 Denkgroepen van de raad 1.

De raad, een fractie, een raadslid of de griffier kan via het Afstemmingsoverleg verzoeken een Denkgroep in het leven te roepen, waaraan –afhankelijk van het onderwerp- naast raads- en

commissieleden ook leden van het college of de ambtelijke organisatie kunnen worden toegevoegd. 2.

Voor elke Denkgroep geldt een minimale deelname van 4 raadsleden of commissieleden (van

3.

De raadswerkgroep neemt geen beslissingen, maar formuleert een advies voor het

evenzovele fracties afkomstig).

Afstemmingsoverleg; het Afstemmingsoverleg beoordeelt het advies en neemt een besluit over de te nemen vervolgstappen.

Hoofdstuk 3 Het houden van vergaderingen 3.1 Vergaderschema 1.

De gemeenteraad vergadert in principe elke 3e woensdag van de maand, met uitzondering van het

zomer- en winterreces. De aanvangstijd is 19.30 uur. Het Afstemmingsoverleg kan besluiten hiervan af te wijken.

2.

De gemeenteraad vergadert in juni en november in het kader van de Planning en Control cyclus

(Programmarekening, Tussenrapportage, Perspectiefnota en Programmabegroting), of anders, indien het Afstemmingsoverleg daartoe besluit.

3.

De voorzitter van de gemeenteraad kan in bijzondere gevallen en zo mogelijk na overleg met het Afstemmingsoverleg een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.

3.2 1.

Oproep, voorlopige agenda De concept-agenda van de raadsvergadering volgt direct uit de vergaderingen van de

raadscommissie. Agendapunten die daarna worden aangeboden voor besluitvorming worden aan het Afstemmingsoverleg voorgelegd, eventueel via e-mail, via de griffier, met het verzoek aan de leden zich gemotiveerd uit te bespreken voor of tegen agendering.

2.

De agenda en stukken worden uiterlijk 5 dagen voor een raadsvergadering gepubliceerd via het

digitale vergadersysteem, evenals via e-mail bekend gemaakt aan de abonnees, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken.

3.

Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de

raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. Als de raad van

oordeel is dat het voorstel voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4.

Aan de concept-agenda kunnen tot uiterlijk 48 uur voor de raadsvergaderingen moties en

amendementen worden toegevoegd; van deze termijn kan worden afgeweken indien daar, naar het oordeel van de raad, goede argumenten voor zijn.

5.

De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad definitief vastgesteld.

6.

Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in o.a. de Texelse Courant, de website van de gemeente Texel (www.texel.nl) en het Raadsinformatiesysteem (www.texel.nl/gemeenteraad).

7.

(Openbare) stukken die onderdeel van de besprekingen in de raadsvergadering zijn, worden

gelijktijdig met het verzenden van de aankondiging van de vergadering op – in elk geval - het

gemeentehuis beschikbaar gesteld. Het Afstemmingsoverleg bespreekt de wijze waarop dit gebeurt (stukken fysiek ter inzage en/of via een elektronische zuil, bijvoorbeeld, met hulp voor mensen die daarbij hulp nodig hebben).

3.3 Presentielijst

De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. Bij binnenkomst in

de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Een lid dat is verhinderd de vergadering bij te wonen, meldt dit vóór aanvang van de vergadering aan de voorzitter.

3.4 Openbare vergadering, ontbreken quorum 1.

De vergadering wordt door de voorzitter, of bij diens afwezigheid zijn plaatsvervanger, geopend op het tijdstip waarop zij is belegd indien het vereiste aantal leden op basis van de presentielijst tegenwoordig is.

2.

Wanneer een kwartier na de voor de vergadering bepaalde tijd het vereiste aantal leden niet

aanwezig is, laat de voorzitter de namen van de afwezige leden door de griffier oplezen. Vervolgens deelt de voorzitter mede dat de vergadering niet kan worden gehouden.

Toelichting:

Bij afwezigheid van de voorzitter op het tijdstip dat de vergadering is belegd of op het afgesproken tijdstip waarop een vergadering na een schorsing wordt hervat) (her)opent de plaatsvervangend voorzitter de vergadering.

Volgens artikel 20 van de Gemeentewet wordt de vergadering van de raad niet geopend voordat op basis van de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

3.5

Vaststelling agenda

1.

De agenda wordt bij aanvang van de raadsvergadering door de raad vastgesteld.

2.

De raad kan, bij het vaststellen van de agenda, besluiten andere dringende onderwerpen aan de

3.

Agendapunten die op grond van het tweede lid van dit artikel worden toegevoegd, worden aan het

agenda toe te voegen.

eind van de agenda geplaatst

Toelichting:

Als een voorstel dat op de agenda staat wordt teruggenomen door het orgaan waarvan het afkomstig is, dan blijft het onderwerp op de agenda tenzij de raad besluit het onderwerp niet te behandelen.

3.6 1.

Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken, voor zover deze niet als vertrouwelijk of geheim zijn geduid, worden in het raadsinformatiesysteem geplaatst (in overeenstemming met geldende (privacy-) wetgeving). De griffier adviseert ten aanzien van elk stuk op welke wijze het desbetreffende stuk procedureel wordt behandeld.

2.

Indien een ingekomen stuk relevant is voor een al gepubliceerde agenda van een commissie- of raadsvergadering wordt deze tevens door de griffie gemaild aan in elk geval de raads- en

commissieleden en het college en geplaatst bij het betreffende agendapunt in het digitale vergadersysteem. 3.

Indien een raads- of commissielid een ingekomen stuk wil bespreken, dan deelt hij dit mee aan de

griffier onder vermelding van de reden en doel van behandeling, waarna deze op de agenda van de eerstvolgende raadscommissie wordt geplaatst.

4.

Ingekomen stukken die met toepassing van de artikelen 25 of 86 van de Gemeentewet aan de raad

zijn gezonden, worden uiterlijk de tweede werkdag voorafgaande aan die vergadering om 15.00 uur aangeboden.

3.7 Verslaglegging en ondertiteling 1.

De griffier draagt zorg voor een korte weergave van raadsvergaderingen. Het volgende wordt in elk geval vastgelegd:

a. de aanwezigen;

b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest met daarbij de besluitvorming;

c. een opsomming van vragen die zijn gesteld en nog beantwoord moeten worden en toezeggingen die zijn gedaan.

2.

De raad stelt de Korte Weergave in een volgende vergadering van de gemeenteraad vast; deze wordt daarna ondertekend door de voorzitter van de raad en de griffier en in het digitale vergadersysteem opgenomen.

3.

Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de

concept-Korte Weergave zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt (in elk geval aan abonnees) door of namens de griffier.

4.

Elke vergadering van de gemeenteraad wordt opgenomen en via internet uitgezonden;

vergaderingen worden tevens zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen twee weken) ondertiteld. Op dat moment komt tevens een woordelijk transscript beschikbaar (de integrale ondertiteling).

3.8 Toehoorders en pers 1.

Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij

2.

Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is

op de voor hen bestemde plaatsen. hen verboden.

3.9 Geluid- en beeldregistraties

Openbare vergaderingen van de gemeenteraad worden LIVE uitgezonden en gearchiveerd op een wijze dat elke vergadering te allen tijde teruggekeken kan worden.

Hoofdstuk 4 Instrumenten van de gemeenteraad 4.1 De raad kent de volgende instrumenten: a.

Interpellatie

c.

Vragen, schriftelijk en rondvraag

b. d. e. f.

g. h.

4.2 1.

Initiatiefvoorstellen en ‘Schoten voor de boeg’ Inlichtingen en Raadsinformatieavond Enquête

Eenvoudig onderzoek

Recht van amendement Indienen motie

Interpellatie Een raadslid kan middels een schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 155 lid 2 van de

Gemeentewet een debat aanvragen met als doel om één of meerdere leden van het college verantwoording af te laten leggen. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

2.

De voorzitter stelt het verzoek aan de orde bij de vaststelling van de agenda en stelt de aanvrager

3.

De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan.

desgewenst in de gelegenheid zijn verzoek nader te motiveren en toe te lichten.

Toelichting:

Het houden van een interpellatie, ook wel bekend als verantwoordingsdebat, is één van de mogelijkheden van de raad om het college en de burgemeester te vragen verantwoording af te leggen omtrent het gevoerde bestuur. Het recht van interpellatie heeft betrekking op onderwerpen van een meer bestuurlijk (politiek) gewicht.

De interpellatie kan uitmonden in een motie waarin het vertrouwen in een of meer leden van het college wordt opgezegd of een motie van afkeuring waarin de handelwijze van een of meer leden van het college wordt afgekeurd.

4.3 Initiatiefvoorstellen en ‘Schoten voor de boeg’ 1.

Ieder raadslid heeft het recht in te dienen: a. een ‘Schot voor de boeg’

b. een initiatiefvoorstel met bijbehorend ontwerpbesluit met als doel dat daar later besluitvorming in de raad zal plaatsvinden.

2.

De griffier biedt het initiatiefvoorstel of ‘Schot voor de boeg’ per omgaande aan aan het college van burgemeester en wethouders, met het verzoek om binnen 4 weken een schriftelijke reactie te

formuleren. Na ontvangst van deze reactie krijgt het initiatief een plaats op de concept-agenda van

een raadscommissie (zie ook artikel 3 lid 2 sub d. en h. van de Verordening van de raadscommissie gemeente Texel 2023). 3.

De initiatiefnemer kan zijn initiatief als bedoeld in het eerste lid mondeling toelichten tijdens de raadscommissie waar het initiatief eerst wordt besproken.

Toelichting:

Raadsleden kunnen zelf initiatieven indienen in de raad. Daarvoor zijn twee veel gebruikte vormen: een initiatiefnotitie en een initiatiefvoorstel. De optie ‘schot voor de boeg’ is een eigen instrument, dat niet in de modelverordening van de VNG voorkomt. Een Schot voor de boeg is een verzoek afkomstig van een of meer raadsleden, waarbij een thema wordt besproken en voorbereid waarover de indieners graag van gedachten willen wisselen met de andere commissieleden. Er ligt nog geen uitgewerkt voorstel en het is zodoende nooit besluitrijp na de commissiebehandeling; aanvragers (of andere commissieleden) kiezen zelf een vervolg (verzoek aan het college, motie of: geen vervolg). Bij een initiatiefvoorstel vraagt de initiatiefnemer de raad om een besluit te nemen over de voorstellen die zijn opgenomen in het initiatief. Daarom dient een initiatiefvoorstel aan de minimale eisen van kwaliteit te voldoen die ook voor de voorstellen van het college gelden. Een initiatiefvoorstel geeft in elk geval inzicht in de aanleiding, het doel en hoe men dat wil bereiken. Ook de relatie met eerder genomen besluiten, de relatie met relevante beleidsterreinen en de financiële consequenties dienen te worden toegelicht. Bij een initiatiefvoorstel zit een ontwerpbesluit waarin vermeld wordt waarover wordt besloten.

Op alle initiatieven, notities en voorstellen, wordt het college om een reactie gevraagd ter voorbereiding op bespreking in de commissie. Een initiatiefvoorstel wordt met een advies van de commissie en de collegereactie conform artikel 147a, vierde lid, van de Gemeentewet in de raad geagendeerd. Voor een initiatiefvoorstel wordt aangeboden aan de raad, biedt de initiatiefnemer zijn voorgenomen initiatief voor een procedurele toets aan bij de griffier.

4.4 Schriftelijke vragen en rondvraag 1.

Raads- en commissieleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk (via e-mail) ter kennis van de raads- en commissieleden, het college en het Managementteam.

2.

Schriftelijke beantwoording door/namens het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder

geval binnen 21 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Deze termijn kan ook korter of langer zijn,

afhankelijk van de vraag (urgentie, tijd benodigd om te antwoorden). Namens het college ontvangen de vragende raadsleden via de griffie actief en gemotiveerd afwijkingen van de 21-dagen termijn. 3.

Vragen die betrekking hebben op een onderwerp dat geagendeerd staat voor een raadscommissie of raadsvergadering worden uiterlijk tijdens deze vergadering beantwoord, tenzij het college de raad gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording wèl zal plaatsvinden.

4.

Raadsleden kunnen technische vragen ook, via de griffie, stellen aan ambtelijke deskundigen binnen

5.

Elke vergadering van de gemeenteraad kent het agendapunt ‘Rondvraag’; op dat moment kunnen

de gemeentelijke organisatie.

raadsleden mondelinge vragen stellen aan het college of de burgemeester.

Een rondvraag moet kort en bondig zijn en ook op deze wijze beantwoord kunnen worden. Dit agendapunt krijgt een plaats op de agenda vóór de Bespreekpunten. 6.

De griffier zorgt ervoor dat gedane toezeggingen (door/namens het college) en gestelde vragen

7.

Er kunnen ook andere manieren van vragen stellen – en beantwoorden worden georganiseerd, zoals

(door raadsleden, commissieleden of fracties) geregistreerd worden in een digitaal systeem. een Vragenuur (voor vragen die niet kwalificeren als politieke vragen).

Het Afstemmingsoverleg bespreekt bij ‘andere manieren van vragen stellen’ aspecten als frequentie, openbaarheid (wel of niet) en opnames van de bijeenkomst (wel of niet).

Toelichting:

De griffier toetst namens de voorzitter van de raad bij indiening of de vragen betrekking hebben op de bevoegdheden van het college of de burgemeester, of er al eerdere en nagenoeg gelijkluidende vragen zijn ingediend, of het onderwerp van de vragen kort tevoren is behandeld in de raad of een van de commissies dan wel binnenkort zal worden geagendeerd, alsmede of sprake is van passend woordgebruik. Indien de reguliere termijn voor de beantwoording van schriftelijke vragen is verstreken, vormt het feit dat deze vragen gesteld zijn geen belemmering meer om een ander instrument van de raad over het onderwerp in te zetten. Zo nodig treedt de griffier daarover in contact met de vragensteller. De beantwoording van de vragen kan op verzoek van een lid van de raad worden geagendeerd voor de raadscommissie; hij geeft daarbij aan wat de reden is voor agendering in de commissie.

4.5 Inlichtingen en informatieavonden 1.

Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180,

2.

De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raads-

3.

De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen

derde lid van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.

en commissieleden, het college of de burgemeester en het ambtelijk management.

21 dagen nadat het verzoek is ingediend. Als 21 dagen niet haalbaar is, dan volgt in elk geval

binnen 21 dagen een uitleg daarover, met daarbij een datum waarop de inlichtingen wel verstrekt kunnen worden.

4.

Er kunnen op verzoek van het college en/of de gemeenteraad Beeldvormende – of Informerende avonden worden georganiseerd; de verzoeken zelf lopen via het Afstemmingsoverleg en de organisatie ligt in handen van het college.

Voor deze avonden geldt het volgende: ze zijn vaak informatief (er worden geen politieke uitspraken gevraagd of verwacht) en er geldt ‘openbaar, mits …’. Het Afstemmingsoverleg kan nadere regels stellen voor deze avonden (in het algemeen of voor specifieke avonden), qua inhoud, opzet en planning.

Toelichting

Afhankelijk van he onderwerp, worden Informerende of Beeldvormende avonden georganiseerd door of namens het college. Een Informerende avond komt overeen met de vroegere Raadsinformatieavonden. Een Beeldvormende avond kent een bredere opzet en vindt vaak plaats voorafgaande aan een beleidsvormend traject; er ligt op dat moment nog geen uitgewerkt voorstel. Bij de Beeldvormende avond is het uitgangspunt dat deelnemers een goed beeld krijgen van de opgave(n) die er ligt (liggen) – wat het probleem is waar het nog te ontwikkelen beleid een oplossing voor moet bieden. Een belangrijk kenmerk van zo’n avond is dat er relevante feiten en data gepresenteerd worden c.q. beschikbaar zijn, deze apolitiek plaatsvindt en met inwoners of deskundigen kan worden doorlopen.

4.6 Enquête 1.

Indien één of meer leden de raad willen voorstellen nader onderzoek in te stellen naar het door het

college of de burgemeester gevoerde bestuur, wordt daarvoor een schriftelijk voorstel ingediend bij

de voorzitter onder opgave van een omschrijving van het onderwerp van onderzoek, een toelichting en zo mogelijk de namen van de te horen getuigen en deskundigen. 2.

Indien de raad besluit tot het instellen van een onderzoek, dan stelt hij met inachtneming van de bepalingen van artikel 155a van de Gemeentewet een onderzoekscommissie in.

Toelichting

(Zie ook de artikelen 155a tot en met 155f van de Gemeentewet, alsmede de Regels voor het recht van onderzoek van de raad). Het besluit tot het houden van een enquête kan ook een besluit zijn tot het houden van een mini-enquête. Een mini-enquête beoogt een kleinschalig onderzoek te doen naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur. De scope van een mini-enquête wordt bepaald in het besluit tot het houden ervan.

4.7 Eenvoudig onderzoek 1.

De raad kan op voorstel van het Afstemmingsoverleg dan wel op voorstel van een of meer leden besluiten een eenvoudig onderzoek te houden door middel van het instellen van een tijdelijke commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

2.

Het besluit tot het houden van een eenvoudig onderzoek regelt in elk geval: a. de samenstelling van de commissie;

b. het onderwerp en de reikwijdte van het onderzoek;

c. de termijn waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd en de eindrapportage wordt aangeboden;

3.

De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar; tenzij de raad anders besluit bij het houden

4.

Het eindrapport van de commissie is openbaar, tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten.

van het onderzoek.

Toelichting:

Dit artikel voorziet in de mogelijkheid tot het verrichten van een eenvoudig onderzoek, bijvoorbeeld een onderzoek naar feiten of omstandigheden in het desbetreffende dossier. In het besluit om een onderzoek te doen wordt het onderwerp en de reikwijdte van het onderzoek omschreven, alsmede de termijn waarbinnen het onderzoek dient te zijn afgerond. Ook wordt aangegeven of men bij het onderzoek mogelijk gebruik zal gaan maken van de dienstverlening van externen. Bij een eenvoudig onderzoek is de verschijningsplicht niet afdwingbaar en kunnen personen niet onder ede worden gehoord. Het onderzoek wordt in de regel niet in de openbaarheid verricht. De raad kan in bijzondere gevallen besluiten daarvan al dan niet op onderdelen af te wijken. De eindrapportage is openbaar. Wel is het mogelijk dat de commissie naast een openbare rapportage ook een vertrouwelijke rapportage aan de raad aanbiedt. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de rapportage privacygevoelige of financiële informatie bevat.

4.8 Amendementen en subamendementen 1.

Raadsleden dienen amendementen en subamendementen vóór het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de griffier, die deze zo spoedig mogelijk ter kennis brengt aan zowel raadsleden, commissieleden, collegeleden en abonnees.

2.

Intrekking of aanpassing door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

4.9 Moties 1.

Ieder ter vergadering aanwezig lid heeft het recht naar aanleiding van het in behandeling zijnde

onderwerp of ‘vreemd aan de orde van de dag’ schriftelijk moties in te dienen bij de voorzitter. Om een goede voorbereiding, bespreking en besluitvorming te borgen moeten moties 48 uur

voorafgaand aan een raadsvergadering kenbaar worden gemaakt; van deze termijn kan worden afgeweken indien daar, naar het oordeel van de raad, goede argumenten voor zijn. 2.

Moties kunnen door of namens een lid van de raad ook al worden aangekondigd tijdens de

3.

De behandeling van en de besluitvorming over een motie die qua thematiek behoort bij een

behandeling (van een onderwerp) in een commissievergadering.

onderwerp dat op de raadsagenda staat vindt plaats na eventuele amendementen en het betreffende voorstel, tenzij de vergadering anders beslist.

4.

De indiener van een motie kan deze wijzigen of intrekken voordat de besluitvorming door de

vergadering heeft aangevangen. Een wijzigingsvoorstel wordt door de indiener schriftelijk bij de

voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat met het oog op het eenvoudige karakter van de voorgestelde wijziging met een mondeling wijzigingsvoorstel kan worden volstaan. 5.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

6.

Bij de behandeling van de begroting voor het eerstvolgende begrotingsjaar kan de voorzitter nadere voorstellen doen omtrent de wijze van indiening van moties.

Toelichting:

Moties worden getypt op niet-geïllustreerd en niet-gedessineerd papier. Het gebruik van het/de door de partij(en) vastgestelde logo(’s) is wel toegestaan. De indiener van een motie geeft bij een indiening duiding van de inhoud van de motie. De voorzitter ziet erop toe dat sprake is van algemeen gangbaar taalgebruik en voldoet aan algemeen geldende normen van fatsoen. Voor een voorspoedig verloop van de vergadering en de kwaliteit van de besluitvorming heeft het de voorkeur dat moties zo vroeg mogelijk worden ingediend. Dit kan ook al tijdens de behandeling van een onderwerp in de raadscommissies. Tijdens de beraadslagingen geeft het college aan op welke wijze het college met de motie zal omgaan. In het geval een motie door de raad wordt aangenomen zijn er drie mogelijkheden: a. Het college heeft aangegeven de motie uit te zullen voeren: Het college rapporteert dan periodiek met betrekking tot de uitvoering. b. Het college heeft aangegeven de motie naast zich neer te leggen: In deze situatie is het ter beoordeling van de raad om in het kader van de verantwoording eventuele verdere stappen te nemen. c. Het college heeft aangegeven de motie mee te nemen voor nader intern beraad: In deze situatie zal het college in de eerstvolgende vergadering nader rapporteren aan de raad.

Indien een motie naar aanleiding van het debat wordt aangepast of ingetrokken, dan dient dit de steun te hebben van alle medeondertekenaars/mede-indieners. Een medeondertekenaar kan naar aanleiding van het debat zijn steun aan een motie intrekken. Hiervan wordt aantekening gemaakt in de Korte Weergave. Moties worden in stemming gebracht voorafgaand aan eventuele amendementen en het betreffende voorstel.

4.10 Afhandeling moties en monitoring aanbevelingen

Het college en de burgemeester rapporteren periodiek en schriftelijk aan de raad over de voortgang van: a. aangenomen moties;

b. aanbevelingen van de Regionale Rekenkamercommissie De Waddeneilanden (via de Auditcommissie) c. aanbevelingen van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel155a, derde lid van de Gemeentewet die zijn overgenomen door de raad.

Toelichting:

Het college of de burgemeester doen schriftelijk mededeling aan de raad, via een Raadsinformatiebrief, omtrent de afdoening van moties en aanbevelingen. Indien het college heeft aangegeven een motie voor nader intern beraad mee te nemen, rapporteert hij zo mogelijk schriftelijk vóór de eerstvolgende vergadering wat de uitkomst van dat beraad is. Zo nodig kan de raad bij de vaststelling van de agenda besluiten de reactie alsnog toe te voegen aan de agenda.

Hoofdstuk 5 De wijze van beraadslagen 5.1 1.

Spreken tijdens de vergadering Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt onder leiding van de voorzitter, waarbij geen expliciete termijnen gelden. Dit, om de discussie ruimte te kunnen geven. De raadsleden dragen een eigen verantwoordelijkheid voor de inbreng in het debat, zowel kwalitatief als kwantitatief.

2.

Geen lid voert het woord zonder het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.

3.

Indien een lid van het college het woord verlangt, verleent de voorzitter dit niet dan nadat de

4.

De voorzitter verleent het woord in de volgorde waarin het is gevraagd, met dien verstande dat over

spreker die aan het woord is, is uitgesproken.

een verzoek om interpellatie, een verzoek om debat, een initiatiefvoorstel, een voorstel van orde, een motie, een amendement of een subamendement eerst de voorsteller of verzoeker het woord mag voeren ter toelichting.

5.

De voorzitter mag een spreker die zichzelf te veel herhaalt, afdwaalt van het punt dat voorligt of taal

6.

Een lid voert in openbaarheid niet het woord over individuele medewerkers of functionarissen van de

5.2

bezigt die niet respectvol is het woord ontnemen. gemeente.

Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier direct over.

5.3 Storen in rede 1.

Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord.

2.

Interrupties zijn korte vragen zonder inleiding en hebben tot doel de spreker een verheldering van

3.

Als een raadslid wil interrumperen, dan loopt hij/zij naar een interruptiemicrofoon. De voorzitter

het betoog te vragen dan wel een onjuistheid te corrigeren.

geeft ruimte voor de interruptie op een natuurlijk moment in het betoog. Het Afstemmingsoverleg kan adviseren om interrupties op andere wijze te regelen.

5.4 Beledigende uitdrukkingen/ontnemen van het woord 1.

Indien een spreker zich beledigende of ongepaste uitdrukkingen veroorlooft, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt hij door de

voorzitter tot de orde geroepen. Hetzelfde geldt indien naar het oordeel van de voorzitter een spreker afwijkt van het onderwerp. 2.

Wanneer een spreker voortgaat met het bezigen van beledigende of ongepaste uitdrukkingen, het

storen van de orde of het afwijken van het onderwerp in beraadslaging, ontneemt de voorzitter hem

het woord. In de vergadering waarin dit plaats heeft mag het lid van wie het woord is ontnomen, aan de beraadslagingen over het onderwerp dat op dat moment in behandeling is niet meer deelnemen.

5.5 Schorsing vergadering 1.

De voorzitter kan op voorstel van een raadslid dan wel op verzoek van een lid van het college de

2.

De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd

vergadering schorsen.

schorsen of haar sluiten indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord.

5.6 Sluiting beraadslaging 1.

Indien de voorzitter oordeelt dat een onderwerp genoeg is toegelicht, stelt hij aan de vergadering

2.

Over de voorstellen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd.

sluiting van de beraadslaging voor.

Hoofdstuk 6 Procedure bij stemming 6.1 Beslissing 1.

De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is

2.

Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het

toegelicht, tenzij de raad anders beslist. voorstel voor de te nemen beslissing.

6.2 Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1.

Over elk raadsvoorstel (maar bijvoorbeeld ook over voorstellen van orde, een motie, een

2.

In geval van een raadsvoorstel dat vraagt om ‘wensen en bedenkingen’ (op basis van artikel 169 lid

amendement of een subamendement) wordt gestemd.

4 Gemeentewet of indien het college uit eigen beweging vraagt om wensen en bedenkingen) geldt het volgende: alle door fracties ingediende wensen en/of bedenkingen worden in stemming

gebracht. Dat levert een overzicht op van aangenomen wensen en bedenkingen, dat aan het college wordt aangeboden. 3.

Een raadslid kan om een hoofdelijke stemming vragen, wat de voorzitter zal toestaan.

4.

Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter van de raad (of de griffier) de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid.

Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van ondertekening van de presentielijst. Tenzij een

raadslid overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deelneemt, stemmen de raadsleden door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 5.

Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze

nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 6.

De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling

7.

Er kan gebruikt gemaakt worden van een digitaal stemsysteem.

van het genomen besluit.

6.3 Volgorde stemming over amendementen en moties 1.

Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement

gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

2.

Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend,

wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

3.

Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het (al dan niet geamendeerde) voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

6.4 Stemming over personen 1.

Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door de griffier, namens de commissies Stemmen en

geloofsbrieven, verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen.

2.

Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te

3.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de Commissie

4.

Als het gaat over benoeming van personen op voordracht van fracties (zoals: leden Auditcommissie,

bevelen. De raad kan beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op 1 briefje. Stemmen en Geloofsbrieven.

Werkgevercommissie, Vertrouwenscommissie) geldt dat geen schriftelijke stemming nodig is; deze benoemingen komen als hamerstuk op de agenda. Ook voor deelnemers aan denkgroepen van de

raad geldt dat geen expliciete benoeming en stemming nodig is. Het Afstemmingsoverleg kan hier nadere afspraken over maken.

6.5 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden

stemgedrag toelichten. Een stemverklaring is een korte toelichting op het stemgedrag en mag geen

aanleiding geven voor discussie of reactie. De fractiewoordvoerder of een individueel raadslid kan zo duidelijk maken welke (doorslaggevende) overweging een voor- of tegenstem het best uitlegt.

Toelichting:

Er kan ook gekozen worden voor het ruimte geven aan een stemverklaring nadat de stemming heeft plaatsgevonden. Daarmee kan voorkomen worden dat de eerste stemverklaring tot gevolg heeft dat andere fracties er toch op willen reageren, waardoor een soort derde termijn ontstaat.

Hoofdstuk 7 Besloten vergaderingen 7.1 1.

Besloten vergadering De voorzitter schorst de openbare vergadering nadat ten minste een vijfde deel van de leden die de presentielijst hebben getekend, hebben verzocht om in beslotenheid te vergaderen of de voorzitter dit nodig oordeelt.

2.

De voorzitter verzoekt ambtenaren, pers en publiek de zaal te verlaten met uitzondering van de notulist, een medewerker ten behoeve van de geluidsvoorziening, een medewerker van de

bodedienst, een medewerker van de griffie en eventueel andere door hem aan te wijzen ambtenaren. 3.

De vergadering beslist of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

4.

Indien de vergadering instemt met het beraadslagen met gesloten deuren, opent de voorzitter de besloten vergadering. Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Toelichting

(Zie ook de artikelen 23 en 24 van de Gemeentewet). De raad dient uitdrukkelijk te besluiten om ‘met gesloten deuren te vergaderen’. De aanwezigheid van anderen dan de leden van de raad, de leden van het college de griffier, dient zoveel mogelijk te worden beperkt. In elk geval zijn ook medewerkers aanwezig die gerekend kunnen worden tot de directe vergaderondersteuning, zoals de plaatsvervangend griffier, de raadsmedewerker belast met de bediening van de vergaderfaciliteiten, een bode en de medewerker belast met het de bediening van de audiovisuele voorzieningen. De raad kan op voorstel van de voorzitter toestaan dat zowel van de zijde van de raad als van de zijde van het college een of meer direct betrokken adviseurs aanwezig zijn.

7.2 Verslag besloten vergadering 1.

Verslagen van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de

2.

Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling

raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.

aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag.

3.

De vastgestelde verslagen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

7.3 Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en

derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 8

Slotbepalingen

8.1 Vangnetregeling

In gevallen waarvoor in de regels in dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de regels, beslist de gemeenteraad op voorstel van de voorzitter of van het Afstemmingsoverleg.

8.2 Inwerkingtreding

Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Texel 2023 treedt in werking 1 dag na publicatie in het Gemeenteblad.

8.3 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Texel 2023”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 24 mei 2023, De griffier, Mevrouw M. de Porto, De burgemeester, De heer ir. M.C. Uitdehaag

Verordening vergaderingen van de raadscommissie gemeente Texel 2023

De gemeenteraad kan commissies instellen voor ondersteuning en advisering. In deze commissies mogen

raadsleden en niet-raadsleden zitten. De raadscommissie bereidt de besluiten van de gemeenteraad voor. Tijdens vergaderingen van de raadscommissie worden insprekers gehoord, krijgen fracties het woord en worden (politieke) vragen gesteld aan het college of de burgemeester; dit, ter voorbereiding op latere

besluitvorming. Ook is de raadscommissie de plaats waar brieven die zijn gericht aan de gemeenteraad aan de orde (kunnen) komen. Dat geldt ook voor Raadsinformatiebrieven.

Er is ook een Auditcommissie, die onderwerpen voorbereidt in het kader van de Planning en Control cyclus. Daarvoor gelden een aparte set van regels. De raad van de gemeente Texel;

Gelezen het voorstel van de Denkgroep Werkwijze Raad (in wissende samenstelling); Gehoord de raadscommissie;

Gelet op artikel 82 Gemeentewet. Besluit

de Verordening vergaderingen van de vergaderingen van de raadscommissie gemeente Texel 2023 vast te stellen.

Artikel 1

Algemene bepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder: - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

- voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet;

- waar staat ‘hij’ moet gelezen worden ‘hij/zij/die’.

Artikel 2 1.

Vergaderschema

De raadscommissie vergadert in principe elke eerste woensdag en donderdag van een maand, m.u.v. het zomer- en winterreces. De aanvangstijd is 19.30 uur en er wordt gestreefd naar een eindtijd van 22.30 uur maar ook naar het afwikkelen van de gehele agenda; de commissie beslist daar – bij dreigende tijdsoverschrijding - tijdens de vergadering over.

2.

In juni en oktober vergadert de raadscommissie in het kader van de Planning- en Control cyclus; op deze momenten wordt de Perspectiefnota, de Programmarekening, de Tussenrapportage en/of de Programmabegroting besproken.

3.

Het Afstemmingsoverleg kan besluiten dat vergadertijden, -wijzen of -data anders gepland worden.

Artikel 3 1.

Taken

De raadscommissie brengt advies uit aan de raad over onderwerpen waar zij een besluit over moet

nemen. Ook kan de commissie benut worden voor overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur.

2.

De agenda van de raadscommissie kan uit o.a. de volgende categorieën van agendapunten bestaan: a. b. c.

d. e. f.

g. h.

i. j.

Informatie vanuit het college over samenwerkingen en vanuit de burgemeester over Openbare

Orde en Veiligheid Publieksrondvraag

Concept-raadsvoorstellen, afkomstig van het college

Initiatiefvoorstellen en moties, afkomstig van een of meerdere raadsleden of fracties.

Voorlopige collegebesluiten, waarbij de raad wensen en bedenkingen kan formuleren. Raadsinformatiebrieven (RIB’s), ter bespreking

Brieven aan de gemeenteraad (inclusief e-mails)

‘Schot voor de boeg’-stukken, afkomstig van een of meerdere fracties, waarbij een thema

wordt besproken en voorbereid waarover de indieners graag van gedachten willen wisselen met de andere commissieleden.

Rondvraag, waarin de commissieleden actuele vragen kunnen stellen aan het college. Deze

staat altijd op de agenda voor de Publieksrondvraag en Bespreekstukken. De Lange Termijn Planning

Toelichting

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak ‘… advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp’. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben.

Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies.

Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet).

Artikel 4

Samenstelling; benoeming commissievoorzitters

1.

Elke fractie heeft tijdens de commissievergaderingen de beschikking over evenveel plaatsen aan

2.

De commissieleden worden door de raad benoemd. Voordrachten komen als hamerstuk op de

3.

Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 11, 12, 13, 14 en 15 van de

tafel als het aantal zetels dat de betreffende fractie in de raad heeft. agenda van een raadsvergadering.

Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.

Artikel 10 van de Gemeentewet is deels van toepassing: commissieleden (niet-raadsleden) hoeven namelijk geen 18 jaar te zijn, maar mogen 16 jaar of ouder zijn. 4.

Elke fractie heeft nooit meer dan 3 benoemde commissieleden tegelijkertijd. Twee keer per jaar, in

maart en september, kunnen fracties nieuwe commissieleden voordragen. Indien het een jaar betreft waarin gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden geldt als aanvullende eis dat de te

benoemen commissieleden op de kandidatenlijst van de betreffende fractie moeten hebben gestaan. 5.

De raad benoemt de commissievoorzitters uit haar midden; raadsleden kunnen zich hiervoor

beschikbaar stellen. Voordrachten komen als hamerstuk op de agenda van de raadsvergadering. De griffie maakt jaarlijks een rooster t.b.v. het voorzitten van de commissievergaderingen.

6.

De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de

zittingsperiode van de raad. Of als niet meer wordt voldaan aan de vereisten die voor beide functies gelden. De raad kan voorts een commissielid of commissievoorzitter ontslaan op voorstel van het Afstemmingsoverleg.

Toelichting

De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid voor dat een raadscommissie bestaat uit een minimum en maximumaantal leden per fractie [naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad]. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties (tweede lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten (zie verder de toelichting op het derde lid). Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet – als dat althans in dit artikel is opgenomen (model-bepaling).

Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden. [De raad benoemt de commissievoorzitters OF Een raadscommissie benoemt haar commissievoorzitter] (vijfde lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden. Een voorstel van de regering om dit vereiste op te heffen is in 2014 in de Tweede Kamer gesneuveld.

Artikel 5

De commissiegriffier

1.

De griffier is aanwezig in vergaderingen.

2.

Bij afwezigheid van een griffier kan in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie

3.

De griffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen

werkzame ambtenaar de commissie en commissie-voorzitter bijstaan. deelnemen.

Artikel 6 1.

Oproep en voorlopige agenda

De griffie ontvangt concept-raadsvoorstellen van of namens het college, en zorgt dat deze op de concept-agenda van de eerstvolgende raadscommissie-ronde wordt geplaatst. Deze concept-

agenda’s worden uiterlijk op de 17e dag voor een vergadering via een digitaal vergadersysteem gepubliceerd. 2.

Als er verzoeken komen voor agendering van nagekomen voorstellen door het college of één of meerdere raadsleden of fracties (moties, initiatiefvoorstellen) dan worden deze door de griffie

toegevoegd aan de concept-agenda van een raadscommissie. Of het agendapunt daadwerkelijk

besproken wordt is ter beoordeling aan de raadscommissie zelf, bij het agendapunt ‘vaststelling agenda’. 3.

Als over de inhoud van 1 of meerdere stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de

Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raads- en commissieleden op verzoek inzage.

4.

Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in de Texelse Courant, via een e-mail aan de abonnees van raadsinformatie en via de website van de gemeenteraad (www.texel.nl/gemeenteraad).

5.

De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.

6.

Op elke concept-agenda van een vergadering van de raadscommissie staat het agendapunt

‘Rondvraag’; op dat moment kunnen raadsleden mondelinge vragen stellen aan het college of de

burgemeester. Een rondvraag moet kort en bondig zijn en ook op deze wijze beantwoord kunnen worden. Dit agendapunt krijgt een plaats op de agenda vóór de bespreekpunten.

Toelichting

Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de oproep en stukken niet per post maar elektronisch te versturen.

De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het gaat om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 8, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vijfde lid. [Optie: Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie (onze oude Planningscommissie). De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het [citeertitel reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad].] Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien.

Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden (tweede lid). Dit gaat bijvoorbeeld via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de commissievergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd voor raadsleden en de commissieleden. Op verzoek van de commissieleden kan de griffier.

Artikel 7

Beschikbaarheid van stukken

(Openbare) stukken die onderdeel van de besprekingen in de raadscommissie zijn, worden gelijktijdig met het verzenden van de aankondiging van de vergadering op – in elk geval - het gemeentehuis beschikbaar gesteld.

Het Afstemmingsoverleg bespreekt de wijze waarop dit gebeurt (stukken fysiek ter inzage en/of via een elektronische zuil, bijvoorbeeld, met hulp voor mensen die daarbij hulp nodig hebben).

Artikel 8 1.

Verslag

Door of namens de griffier wordt een korte weergave gemaakt (deze volgt op de dag na de

vergadering, en daarin wordt kort beschreven wat besloten is of afgesproken). Het volgende wordt in elk geval vastgelegd: a.

de aanwezigen;

c.

het vervolgtraject per agendapunt;

b. d.

een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest (‘onderwerpen van debat’); een opsomming van vragen die zijn gesteld en nog beantwoord moeten worden en

toezeggingen die zijn gedaan.

2.

De raadscommissie stelt de Korte Weergave in een volgende vergadering van de raadscommissie vast; deze wordt daarna ondertekend door de griffier en in het digitale vergadersysteem opgenomen.

3.

Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de Korte Weergave zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt (in elk geval aan abonnees) door of namens de griffier.

4.

Elke vergadering van de gemeenteraad wordt opgenomen en via internet uitgezonden;

vergaderingen worden tevens z.s.m. (uiterlijk binnen twee weken) ondertiteld. Op dat moment komt tevens een woordelijk, fulltext doorzoekbaar transscript beschikbaar (de integrale ondertiteling).

Artikel 9

Vergadering en quorum; vergoeding voor commissieleden

1.

Een vergadering wordt niet geopend voordat op meer dan de helft van de 15 plaatsen die voor

2.

Commissieleden (niet zijnde raadsleden) die tijdens een commissievergadering het woord voeren bij

commissieleden beschikbaar zijn bezet zijn door commissieleden.

1 of meerdere agendapunten krijgt daarvoor een vergoeding. De griffier houdt dit bij en draagt zorg voor de uitbetaling.

Artikel 10 Advies; geen stemmingen 1.

De raadscommissie beslist over de wijze van bespreking van concept-raadsvoorstellen (hamerstuk of bespreekstuk in een bepaalde raadsvergadering). In geval de kwalificatie bespreekstuk wordt gegeven, wordt tevens benoemd wat de punten van debat waren en zijn.

2.

In een vergadering van een raadscommissie vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding, de agenda, over de kwalificatie van voorstellen, met betrekking tot de orde van de vergadering en het vervolgtraject van agendapunten (o.a. hamerstuk, bespreekstuk of terug naar het college, waarbij geldt dat, indien een agendapunt wordt

terugverwezen naar het college, daarbij een instructie wordt gegeven t.a.v. het vervolg-proces). 3.

In geval van stemming geldt dat elk commissielid dat op dat moment aan tafel zit namens zijn/haar fractie 1 stem heeft.

Toelichting:

Door gebruik van het woord ‘beslist’ in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad.

Artikel 11 Wijze van debatteren 1.

Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt onder leiding van de voorzitter in twee

termijnen, in principe. In de eerste termijn worden sprekers geïnventariseerd en is ruimte voor het stellen van (bij voorkeur niet-technische) vragen aan het college. In de tweede termijn wordt het

voorstel of onderwerp inhoudelijk besproken. In de tweede termijn kunnen commissieleden meerder keren het woord voeren. De commissieleden dragen een eigen verantwoordelijkheid voor de inbreng in het debat, zowel kwalitatief als kwantitatief.

2.

Per agendapunt geldt dat er per fractie één woordvoerder is; de voorzitter kan bepalen, op verzoek

3.

Technische vragen over geagendeerde voorstellen worden zoveel mogelijk schriftelijk, voorafgaand

van 1 of meer commissieleden, dat er meer sprekers per fractie mogen zijn.

aan de vergadering, via de griffier aan het college of de burgemeester gesteld. Indien er tijdens de vergadering toch nog technische vragen worden gesteld, is mondelinge beantwoording door een ambtelijke deskundige, namens het college, mogelijk.

4.

Een raadscommissie kan, op voorstel van de voorzitter, besluiten dat anderen mogen deelnemen

5.

De voorzitter mag een spreker die zichzelf te veel herhaalt, afdwaalt van het punt dat voorligt of taal

aan de beraadslaging.

bezigt die niet respectvol is, het woord ontnemen.

Toelichting

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). Deelname aan beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden.

Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen.

Artikel 12 Storen in rede 1.

Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord.

2.

Interrupties zijn korte vragen zonder inleiding en hebben tot doel de spreker een verheldering van

3.

Als een commissielid wil interrumperen, dan loopt hij naar een interruptiemicrofoon. De voorzitter

het betoog te vragen dan wel een onjuistheid te corrigeren.

geeft ruimte voor de interruptie op een natuurlijk moment in het betoog. Het Afstemmingsoverleg kan adviseren om interrupties op andere wijze te regelen.

4.

Interrupties zijn niet toegestaan in de eerste minuut van de eerste inhoudelijke inbreng van een lid van de raad.

Artikel 13 Inspreekrecht 1.

Er kan worden ingesproken tijdens een commissievergadering over onderwerpen die geagendeerd

2.

Er kan ook het woord gevoerd worden over onderwerpen die niet op de agenda staan; daar is het

zijn, waarbij zij bij aanvang van dat punt het woord krijgen van de voorzitter.

agendapunt ‘Publieksrondvraag’ voor, dat op elke agenda van een raadscommissie opgenomen staat.

3.

Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór aanvang van de vergadering bij de griffie. Insprekers krijgen een instructie uitgereikt, die hen helpt bij het inspreken en waarin

regels en tips staan. De griffier overlegt de aanmeldingen met de commissievoorzitter, waarna ze, in volgorde van aanmelding, op de agenda worden geplaatst. 4.

Elke spreker voert maximaal 5 minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft

verleend. De commissievoorzitter kan de commissieleden toestaan korte, verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

5.

De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor het vervolg/vervolgstappen t.a.v. de inbreng van de inspreker; de raadscommissie beslist daarover. Hierna wordt de inspreker bedankt en gaat de vergadering verder.

Toelichting

Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is ervoor gekozen het spreekrecht op te nemen in de [citeertitel Verordening op de raadscommissies]. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’). De burgers die wensen in te spreken kunnen zich binnen een ‘redelijke termijn’ (maar op Texel is ervoor gekozen dat dit ook nog mag kort voor aanvang van een vergadering). Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden, maar dit hoeft dus niet. Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot. (Bij het overleg over het bestuurlijk testament is in eerste instantie gekozen voor 24 uur; later is dat veranderd.) In het vierde lid is ervoor gekozen om een burger slechts éénmaal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per burger worden aangehouden.

Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.

Artikel 14 Handhaving orde en schorsing 1.

De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering.

2.

Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering

onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag

kan het commissielid bovendien voor ten hoogste 2 maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3.

Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en,

4.

Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten,

als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen

(zonder toestemming van de voorzitter), dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan

geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

Artikel 15 Voorstellen van orde

Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier, op voorstel van de voorzitter, direct over.

Toelichting

Artikel 26 van de Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 16 (modelverordening) opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het vierde lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (tweede lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 22.van de modelverordening. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=006ea9b3-fb0a-41f7-83a5-595759eed2fc